Hebreeën 12,14-17 – Neem elkaar mee naar Jezus’ komst

Hans Burger
Hans Burger
6 december 2009

Hebreeën 12,14-17 – Neem elkaar mee naar Jezus’ komst

image_pdfimage_print

Tweede zondag van de Adventstijd

Liturgie

Voorzang Gez 148
Aansteken tweede adventskaars
Stil gebed
Votum / groet
Zingen LB 120,1.2.3
Wet
Zingen Ps 11,2.3
Gebed
Lezen Genesis 11,1-9
Zingen LB 321,1.2.3
Tekst Hebr 12,14-17
Preek over Hebr 12,14-17
Zingen LB 285
Kinderen
Zingen: Als God de hemel open doet, vers 1 en 2 (projectlied)
Lezing deel avondmaalsformulier 3
Gebed
Collecte
Zingen Ps 150
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Hebreeën 12,14-17: Neem elkaar mee naar Jezus’ komst

Beste mensen, gasten, broers en zussen,

1. Het zal je maar gebeuren. Je bent samen met een nieuw project gestart. Bijvoorbeeld op school, een project over … windenergie. Alle meesters en juffen zijn enthousiast, alle klassen werken over windenergie. Straks is er een avond, dan komen de ouders kijken.

Zo hebben we allerlei projecten. Een afstudeerproject. Met 3, 5 mensen werk je samen om een mooi project neer te zetten. Iedereen laat zien wat hij kan, en produceert een geweldig eindexamenwerkstuk.

Een groot bouwproject, zoals in Babel. Alles is goed voorbereid. Tekeningen staan op papier. En er komt iets van de grond. Het gebouw wordt steeds hoger.

En dan opeens: je bent samen aan het werk. Je zegt iets tegen de ander. ‘He, help es even. Hoe doe jij dat?’ ‘Wat zeg je nou?’ Je loopt naar de ander toe. ‘He, ik vraag je wat, kun je ook normaal antwoord geven?’ Wat is er? ‘Kan niet verstaan’ Iedereen sprak dezelfde taal, maar nu? Het lijkt wel of iedereen een andere taal spreekt. En je moet gewoon ophouden met werken. Het project mislukt helemaal.

Zo ging het in Babel. Daar werkten ze nog eens aan een project! Een toren tot in de hemel. Wat een zelfoverschatting. De mensen op de plek van God. Maar er komt niets van terecht. God brengt verwarring in hun taal. En ze snappen elkaar niet meer. Die arrogante mensen, God jaagt ze uit elkaar. Hun opstand tegen God maakt dat ze ook elkaar kwijtraken.

Hun opstand tegen God maakt dat ze ook elkaar kwijtraken.

Wat geeft Jezus Christus ons terug? Gemeenschap. God zoekt ons op. Hij wil ons hart weer voor zich winnen. We krijgen ook elkaar weer terug! Pinksteren: de Geest spreekt alle talen. God is een God van liefde. God sticht gemeenschap – kijk om je heen.

Maar – zouden we elkaar weer kwijt kunnen raken? Net zoals in Babel?

Samen volgen we Jezus. Samen op weg naar zijn komst. Jezus komt terug op de wolken. Maar: is dat een project van ons samen? Of raken we elkaar onderweg kwijt?

In Hebreeën 12 worden we serieus gewaarschuwd. Er kunnen ook hier dingen gebeuren, waardoor we elkaar kwijtraken. We kunnen zo leven, dat we God weer kwijtraken. Dat er hier mensen zijn die de Heer nooit zullen zien. God en elkaar kwijtraken – zou dat weer kunnen gebeuren, net als in Babel?

Ja dat kan. En daarom staan we deze tweede adventszondag stil bij de waarschuwing van Hebreeën 12.

2. De eerste oproep: streef ernaar in vrede te leven met allen. Allen, dat is in de Hebreeënbrief iedereen die bij Gods volk hoort. Vrede met iedereen die door Christus’ offer bij God gebracht is.

Met iedereen? Ook met … je begrijpt wel wie ik bedoel?

Laten we hier beginnen: streef naar vrede met iedereen in deze gemeente. En dan is vrede niet: Ik heb met niemand een probleem. We hebben geen ruzie, dat is genoeg.

Nee, streven naar een goede verhouding. We zien elkaar en komen samen tot bloei. Dat is vrede.

Maar dat kan toch niet? Zo mooi wordt het hier nooit.

Er staat: streef er naar. Dus: zet jij je ervoor in dat het zo wordt. En kijk eens in Hebreeën 13,20-21 [opzoeken]:

Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.

God is een God van vrede

En God sticht vrede.

Door Jezus Christus: zijn bloed is het bloed van het eeuwig verbond.

Die God van vrede maakt het mogelijk dat wij streven naar vrede, door Jezus Christus.

Zo nodigt Hij ons steeds weer aan de avondmaalstafel uit – een maaltijd van vrede, van het nieuwe verbond.

Dus: je inzetten voor vrede is mogelijk omdat de God van vrede het mogelijk maakt, door Jezus Christus. Hij kan het in ons voor elkaar krijgen.

Het kan alleen als het niet ons project is. Als wij hier niet onze eigen toren van Babel bouwen. Maar als de hemel echt open gaat. Als het Gods project is.

Streef daarom allemaal naar vrede met iedereen – hier in de gemeente als eerste.

Dat wil zeggen: laat God het in jou tot stand brengen. Niet jij zelf, niet jouw project. Maar God in jou. Jezus Christus die jou uitnodigt aan tafel. Die in jou komt door brood en wijn.

Dat is een oproep die hier een sterke lading krijgt.

Je kunt tussen twee dingen kiezen:

Laat God in jou werken en streef naar vrede met allen.

Of streef niet naar vrede met allen, maar dan raak je ook de God van de vrede kwijt!

Pas dus op! Pas op dat de genade van God je niet ontgaat!

3. Als we streven naar vrede, dan willen we elkaar niet kwijt – zoals het bij Babel gebeurde. We kunnen ook God kwijtraken. Dat zie je heel duidelijk in de tweede oproep: leidt een heilig leven, anders kun je de Heer niet zien.

Dus wij moeten allemaal heilige boontjes worden? Zo iemand die nooit iets fout doet, maar wel schijnheilig anderen erbij lapt? Niet uit te staan?

Zou een heilig boontje echt ‘heilig’ zijn? Nee. Wat is ‘heilig’?

Heilig – dat is God. Groot, heerlijk, machtig en indrukwekkend, puur en goed, volmaakt. Angstaanjagend als je zelf niet heilig bent.

Als wij heilig zijn, dan passen we bij God. Dan richten we ons op God en wijden we onszelf aan Hem. Zoals een zonnebloem steeds zijn bloem naar de zon draait. Heilig: op God gericht – dus puur en goed. Volmaakt. Echt mens – zonder jezelf te overschatten of te overschreeuwen. Niet onuitstaanbaar. Maar prettig.

En opnieuw, denk aan 13,20: Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus.

God maakt ons heilig.

God is heilig en Hij wil ons laten delen in zijn heiligheid, kijk in 12,10.

De hele brief door zie je – 2,11. Hoofdstuk 9 en 10 – niet ik maak mezelf heilig, maar Jezus maakt ons heilig. Christus’ bloed, Christus’ offer.

Heiligheid, heilig leven, leven voor God, je krijgt het van Jezus. Het hoort bij de genade van Jezus Christus.

Maar dan is het weer: je kunt kiezen tussen twee dingen:

Of je zegt: Ja Heer, maak mij heilig. Ik ben onheilig maar ik wil veranderen. Ik wil een heilig leven leiden.

Of je zegt: Heilig? Daar heb ik geen zin in. God accepteert me zoals ik ben. Mij verander je niet. Zeur niet, ik geloof toch?

Pas op! Dan vergis je je!

Bij Jezus mag je komen zoals je bent. Hoe onheilig ook – hij stuurt niemand weg. Ga naar Hem toe!

Maar wat wil Jezus? Jezus wil je bij God, zijn Vader brengen. En dat kan alleen als Hij jou heilig maakt. Onheilig, dat is onrein. Vies. Slecht. Past niet bij God.

En dus: leef een nieuw, een heilig leven.

Je krijgt het van Jezus.

Maar: zeg er wel ‘ja’ tegen. Neem het aan. En leef heilig. Dus: laat je geweten reinigen van zonde – bid om vergeving. En stop met zondig gedrag. Stop! Anders komt Jezus straks terug, en zul je de Heer niet zien!

4. De derde waarschuwing die ik naar voren wil halen. Pas op voor bitterheid. Er staat, vers 15: Zorg ervoor … dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.

Letterlijk staat er: pas op dat er geen wortel van bitterheid opgroeit, die onrust veroorzaakt en velen zou besmetten.

Die bittere wortel, dat kan van alles zijn. Verkeerde opvattingen. Een verkeerde manier van leven. Jaloezie, wrok, boosheid. Roddel. Onopgeloste kwesties.

Een voorbeeld. Een paar week geleden zijn er mensen de kerk uitgelopen tijdens de voorzang van een themadienst. In de gesprekken die ik na die zondag heb gehad met mensen, proefde ik soms bitterheid. Bij voorstanders en bij tegenstanders van themadiensten.. Iedereen wil dat God groot gemaakt wordt in onze kerkdiensten. Dat het erediensten voor God zijn. Maar een echt gesprek van hart tot hart over de vorm, verzandt zomaar in vastgeroeste stellingnames: ik ben voor themadiensten. Ik ben tegen themadiensten. Is dat geen wortel van bitterheid?

En jullie kunnen vast zelf wel andere voorbeelden bedenken.

Pas op dat niemand door bitterheid zich de genade van God laat ontgaan.

Daarin hebben wij allemaal onze verantwoordelijkheid. Als kerkenraad. Als er over kwesties gepraat moet worden, dan zetten wij ons in voor zulke gesprekken. Daarom hebben we ons voorgenomen om een echt gesprek over themadiensten op gang te brengen. Een gesprek van hart tot hart. Voor- en tegenstanders: wat drijft je?

Ieder heeft hierin ook persoonlijk een eigen verantwoordelijkheid.

Het is advent. We leven toe naar Jezus’ komt. We vieren volgende week avondmaal. Beproef jezelf juist op dit punt. Is er bitterheid in je hart? Door welke oorzaak ook maar? Die bitterheid mag er niet blijven.

Soms is die bitterheid makkelijk weg te nemen – door een goed gesprek of zo. Als dat kan: zoek elkaar dan op.

Maar ook hier geldt weer: Moge de God van vrede in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus. Bitterheid echt wegnemen, dat kan God alleen.

En dan is de vraag die ik aan iedereen persoonlijk stel: Wil jij dat Jezus Christus het medicijn is tegen jouw bitterheid? Staat jouw hart wijd open voor de Heilige Geest, de Geest van Gods liefde en van Gods vrede? Of bedroef je de Heilige Geest? Doof je de Heilige Geest uit? Bekeer je dan, anders ontgaat de genade van God je nog!

5. Uiteindelijk zijn die vragen persoonlijke vragen die iedereen alleen zelf mag beantwoorden. Is er bitterheid in mijn hart? Wil ik dat de Geest die bitterheid in mij wegneemt? Laat niemand van ons oordelen over de ander: Dat is iemand met een bitter hart. Het oordeel over het hart van een ander komt niemand van ons toe.

Maar tegelijk: weten jullie wat er aan het begin van vers 15 letterlijk staat? Let er bij elkaar op.

Niet let er bij jezelf op. Maar iedereen in de gemeente: let erop bij jezelf en bij de ander.

Neem dat begin van vers 15 serieus: Let er bij elkaar op dat niemand – jij niet, ik niet, niemand niet – zich de genade van God laat ontgaan.

Wij zijn voor elkaar verantwoordelijk. Wij zijn aan elkaar gegeven. Om naar elkaar om te zien. Om voor elkaar te zorgen. En om elkaar in het geloof op te bouwen. Daarom hebben we die commissie, ‘Samen groeien’. Hoe kunnen we dat doen? De gemeente zo organiseren, dat we elkaar zien staan, naar elkaar omzien. Voor elkaar zorgen. En elkaar in het geloof opbouwen?

Jullie zijn voor elkaar verantwoordelijk.

Let er bij elkaar op – en dan op dat diepere nivo: dat niemand zich de genade van God laat ontgaan.

Dus die mensen die je nooit meer in de kerk ziet maar die wel in de gemeentegids staan: dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van een dominee, of ouderlingen. Dat is de verantwoordelijkheid van jullie allemaal. Ga naar ze toe. Vraag hoe het met ze gaat. Praat met ze over de genade van God. Daarover! Vraag of ze groeien in de genade van God, of wegzakken en Gods genade aan het kwijtraken zijn. Als je op dat nivo in gesprek geraakt bent, dan kun je ze goed stimuleren om in de kerk te komen.

Let erop bij jezelf en bij de ander: dat is niet: praat met elkaar over anderen. Dat gebeurt hier in de gemeente veel te veel. Praten over elkaar kan een giftige kiem worden die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.

Praat met elkaar. Is er iets met een ander? Ga er op af. En streef naar een gesprek van hart tot hart. Streef naar vrede. Help elkaar: dat niemand van ons de genade van God ontgaat. Dat willen we toch niet! Over leven uit de genade van God, laat daar jullie gesprekken over gaan.

6. Het is de tijd van Advent. We leven toe naar Kerst, we leven toe naar de komst van de Heer. Jezus komt terug!

Op weg naar die dag vieren we volgende week avondmaal.

Aan de tafel van genade waar Jezus ons uitnodigt.

Daar deelt hij zijn vrede uit.

Daar aan die heilige tafel worden wij geheiligd.

Zijn lichaam en zijn bloed zijn een medicijn tegen onze bitterheid.

Aan die tafel ben je welkom, als je het heilige niet minacht.

Gebruik deze adventstijd, deze week van voorbereiding om jezelf te beproeven. Hoe sta ik tegenover het heilige?

Wees niet als Esau.

Dat was die man die hongerig thuiskwam. Hij rook de linzensoep die zijn broer Jacob gemaakt had. En hij kocht die soep in ruil voor zijn eerstgeboorterecht. Liever eten dan de oudste zijn, dan de erfenis van de oudste krijgen, degene zijn met wie God verder wilde. Boeiuh… Als het maar lekker is. God? Is dat lekker dan?

Maar later huilde Esau. Voor hem was er geen zegen meer. Geen echte toekomst. God ging verder met Jacob, niet met Esau. Lees thuis maar eens na in Genesis 25 en 27.

Minacht je het heilige? Of verlang je ernaar?

Een eeuwige toekomst met God.

Deel krijgen aan Gods heiligheid.

Heilig leven.

Veranderen en op Jezus gaan lijken.

Heilig avondmaal vieren.

Vol zijn van de Heilige Geest.

Heilig gemaakt worden door de Geest.

Samen gemeenschap van heiligen.

Wat betekent het voor je?

Is Jezus degene die jouw heilig mag maken?

Mag de Heilige Geest jou steeds weer vullen en veranderen?

Wil jij graag dat niemand hier in de gemeente de genade van God zou kwijtraken?

Wil je elkaar meenemen naar Jezus’ komst?

Als je echt kerst en avondmaal wilt vieren.

Als je God wilt zien en in zijn rijk binnen wilt gaan.

Als je niet voor eeuwig verloren wilt gaan.

Zeg dan ja op die vragen.

Ja, Jezus, is verlang naar uw komst.

Ja Heer, ik kom graag bij u aan tafel om u te eten en te drinken.

Ja, Jezus Christus, maak mij heilig door uw bloed.

Ja, Heilige Geest, vul mij steeds weer en vernieuw mij.

Ja, want wij zijn samen op weg naar Jezus’ komst!

Gelukkig ben je, als je daar ja op zegt.

Luister maar naar wat Jezus zegt (Matt 5):

Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.