Johannes 20,1-18 – Jezus is opgestaan en zoekt ons!

Hans Burger
Hans Burger
4 april 2010

Johannes 20,1-18 – Jezus is opgestaan en zoekt ons!

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang:
- Gez 96,1-3
- Weet je dat de lente komt
Aansteken nieuwe kaars
Zingen: Gez 95,1.2.4
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Opw 488
Gebed
Schriftlezing: Joh 20,1-18
Zingen met koor: Gez 97
Preek over Joh 20,1-18
Zingen: Gez 96,1.5.7.9
Kinderen terug uit kinderclub – projectlied
NT-wetslezing: Kol 3,1-17
Zingen: Gez 164
Gebed
Lezen doopformulier
Zingen: LB 335,1-5
Doop van Floris Oost, Gerben Oost en Sofie Anne Van Twillert
Zingen: LB 335,6-9
Aanbieden doopkaarten
Gebed Collecte
Zingen: Gez 99
Zegen

Opmerking:

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 20,1-18 – Jezus is opgestaan en zoekt ons!

 

Beste mensen, of je hier nu te gast bent, of lid van de gemeente, broers en zussen, Gerton en Ellis, Harmen en Irene,

1. Zie je Maria gaan?

Het is nog donker, zo vroeg is het. Maar het is ook nog donker omdat ze nog niet weet dat Jezus opgestaan is uit de dood. Dan is het donker – de glans is van het leven af, het licht is weg. Je zit nog in de macht van de duisternis, van de dood, van de zonde. Door het donker gaat Maria naar het graf van Jezus.

Als ze bij het graf komt, schrikt ze. Het is helemaal mis! De steen is weg, het graf is open! Maria weet genoeg – ze hebben Jezus uit het graf gehaald! Meteen rent ze naar Petrus en Johannes – dat is die leerling van wie Jezus veel hield.

Alle drie komen ze bij het graf.

Maria schrikt omdat de steen weg is.

Petrus ziet dat het lichaam mist.

Ook Johannes ziet dat.

Ze zien wat er mist. Waar is het lichaam van Jezus?

Maar wat reageren ze anders.

Maria ziet alleen wat er mist – en zij gelooft niet.

Johannes ziet ook dat het lichaam mist – maar hij kijkt verder – en hij gelooft.

Maria en Johannes als uitersten, Petrus er tussenin.

Proef je het verschil? Hoe is dat bij jou?

Maria zag wat er miste. En ze was diep geschokt. Verdrietig. Haar Jezus – ze had hem willen verzorgen. Ze wil hem terug!

Zie jij ook alleen wat mist? Alleen het negatieve? Wat voor verhalen vertel jij aan anderen? Wat vervelend is? Waarom die figuur zo irritant is?

Het is link, zo’n negatieve blik.

Maria, ze houdt zoveel van Jezus. Ze komt vroeg haar bed uit – voor Hem! Maar als Jezus er is, ziet ze hem niet staan!

Het kan ook anders – als je lijkt op Johannes. Johannes ziet wat er mist – maar hij kijkt verder. Zou er ook iets anders aan de hand kunnen zijn? Zou Jezus groter zijn dan hij gedacht had? Zou Jezus dan toch … toch zijn opgestaan uit de dood? Er begint iets te dagen. En hij geloofde

Hoe kijk jij aan tegen je jezelf? Tegen de mensen om je heen? Tegen de gemeente? Je leven? Zie je alleen wat mist? Of … zou Gods liefde en macht nog groter zijn dan jij gedacht had?

Hoe kijken we trouwens naar Maria? Zien we alleen wat ze mist?

Maar dat is niet eerlijk. Ze gelooft nog niet – maar ze houdt van Jezus! Ze komt er vroeg haar bed voor uit. Proef haar liefde – mijn heer, rabboeni, mijn rabbi!

Herken je die liefde?

2. Wat is het mooi dat Jezus dan juist haar opzoekt. Maria, die hier de meest negatieve blik heeft, zij mag als eerste zelf Jezus ontmoeten na zijn opstanding.

Jezus zegt niet: Johannes gelooft. Dus ik ga als eerste naar Johannes toe.

Jezus gaat naar Maria toe. Degene die het eigenlijk ook het hardst nodig heeft.

Dat is toch mooi? Hij geeft haar geen trap na. Hij opent juist haar ogen!

Maar wat heeft ze het nodig, om echt Jezus zelf te zien.

Maria blijft alleen bij het graf. Huilend.

Nu kijkt ook zij in het graf.

Ze moet zich bukken om erin te kijken.

Zou dat trouwens symbolisch zijn, dat je je moet bukken?

Wie zich daar te groot voor voelt, arrogant, trots, die zal het nooit zien.

Fier en rechtop – zonder Jezus.

Maar wie klein wil worden, wie wil bukken, die krijgt wat te zien. God is vaak in de kleine dingen – daar moet je klein voor worden om het te zien.

Maria bukt.

En … daar zitten twee engelen!

Blinkend wit. Eén waar zijn hoofd gelegen had, één bij de plek van zijn voeten.

Die Maria, ze heeft het niet eens door! Zie je dat? Dat kan dus zomaar. Ze houdt zoveel van Jezus. Maar Jezus is anders dan zij dacht. Ze heeft haar ideeën bij Jezus. Hem zoeken, hem terugbrengen in zijn graf, hem verzorgen, bij hem huilen. Het is oprechte liefde. Maar ze is blind voor de engelen van Jezus… Ze is zelfs blind voor Jezus als die even later achter haar staat. Ze dacht dat hij de tuinman was.

Toen ik het van te voren met jullie over deze tekst had, Harmen en Irene, Gerton en Ellis, viel het jullie allemaal op. Hoe vaak zou dat ons overkomen? Dat het zover is, dat Jezus voor je staat, en je ziet hem niet?

Maar: Jezus is geen dode. Hij leeft, is opgestaan uit de dood. Hij is iemand. Maria zoekt Hem, Hij zoekt ook Maria.

En als een vraag niet helpt, dan noemt Hij haar naam.

‘Maria!’

‘O Heer, bevestig ons bestaan,

Noem ons bij onze naam’.

We zingen dat dooplied niet, er waren teveel liederen door jullie uitgekozen. Maar dat is precies wat hier gebeurt, wat bij de doop ook gebeurt: Noem ons bij onze naam! Vol liefde.

‘Maria!’

En dan vallen haar de schellen van de ogen.

Rabboeni!

Mijn rabbi!

En ze rent naar hem toe. Ze valt bij hem neer, slaat de armen om zijn voeten.

Jezus leeft!

3. Zometeen worden ze gedoopt: Floris, Gerben, Sofie.

De Heer noemt hen bij hun naam. Liefdevol.

‘Floris!’

‘Gerben!’

‘Sofie!’

Alle vier zitten jullie hier als dankbare ouders. Een spannende zwangerschap bij jullie tweeling, een stuitligging bij haar. Maar het is allemaal goed gekomen. En God heeft jullie zelf allemaal oog gegeven voor hoe Hij in de kleine dingen laat zien: Ik ben er!

Jullie mogen je kinderen op gaan voeden. Jullie kunnen hun ogen niet openen, dat kan God alleen. Maar God wil jullie daar wel bij gebruiken.

Doe wat je kunt, dat zij mensen worden die geloven: Jezus leeft! En ik leef dankzij Hem, omdat Hij mij bij de naam geroepen heeft.

Leer ze maar te zijn als Maria uit Magdala.

Leer het ze: op zondag vroeg uit bed om naar Jezus toe te gaan. Omdat we van Jezus houden, hebben we iets voor hem over. Zelfs als het donker is, letterlijk of figuurlijk. Ook dan vroeg op – voor Jezus.

Leer ze van Jezus te houden. Dat zij het ook gaan zeggen, net als Maria: Mijn Heer! Mijn rabbi! Dat ze zo van Hem houden dat ze voor hem neer zouden willen vallen om Hem bij zijn voeten te pakken. Uit liefde en toewijding.

Het heeft zin om Jezus te zoeken. Want het is immers Pasen. Jezus is geen dood lijk van lang geleden. Jezus leeft – nu, vandaag, voor altijd. Hij sterft nooit meer.

Dan kun je met een heerlijke onbekommerdheid hen leren zoeken. Misschien zoeken ze eerst wel verkeerd. Hebben ze een fout beeld van Jezus. Maar als je hen leert om Hem te zoeken, dan is Hij er zelf ook nog.

Wij zoeken Hem, maar Hij zoekt ons ook – Hij is immers zelf de levende!

Daarom kun je ze leren om positief in het leven te staan. Jezus leeft. Hij houdt van ons.

Leer ze daarom verder te kijken. Verder dan wat mist. In je persoonlijke leven, je gemeente, je gezin. Te kijken anar Jezus Christus.

Verder kijken, want Jezus is groter dan onze systeempjes, zoals jullie zeiden, Gerton en Ellis.

Maar zal Jezus hen dan inderdaad opzoeken en ontmoeten?

Jezus kwam naar Maria toe. Komt Hij ook naar Sofie, Gerben, Floris toe?

Ja, maar op zijn manier.

Hij zoekt hen en ons in de doop. Daar noemt Hij ons bij de naam – jij hoort bij mij. Ik roep je tot leven. Leer hen te begrijpen wat die doop betekent.

Hij zoekt hen en ons in de Bijbel. De discipelen begrepen de Bijbel nog niet, toen. Leer jullie kinderen daarom de Bijbel te begrijpen. De Bijbel leert je te kijken. Leert je waar je op moet letten. Leert je wie Jezus is. Leert je te bukken, klein te worden voor God.

4. Is dat het nou? Is dat dan geen afknapper – Maria mocht Jezus zelf zien, wij moeten het doen met een doop, met een boek, en OK, met een gemeente?

Dat kan even een afknapper lijken. Maar Jezus zegt zelf tegen Maria: Houd me niet vast, want ik moet op stijgen naar mijn Vader. Kijk in vers 17. Jezus is niet op aarde gebleven, maar naar de hemel gegaan. Waarom?

Waar gaat Hij heen? Kijk wat Jezus zegt, in vers 17: Ik ga naar mijn Vader, die nu ook jullie Vader is. Ik ga naar mijn God, die nu ook jullie God is.

Door zijn dood op goede vrijdag, door zijn opstanding met Pasen, door zijn hemelvaart gaat Jezus naar God toe. En die God is nu niet maar een verre God.

Zijn God is ook onze God

Sterker nog: zijn Vader is nu ook onze Vader.

Dat geldt voor iedereen die gelooft in Jezus Christus.

Geloof in Hem!

Dat Jezus daar is, dat is goed voor ons. Hij is onze pleitbezorger bij de Vader. En hij laat ons niet alleen. Vanuit die hemel geeft Hij de Heilige Geest. Dat betekent: Jezus is niet alleen op die ene plek, bij Maria in het graf. Of alleen bij Gerben. En dan niet bij Floris. En ook niet bij Sofie. God heeft er geen last van dat jullie een tweeling gekregen hebben. Jezus is overal waar de Heilige Geest is. Dus kan hij bij hen alle drie tegelijk zijn. En bij ons allemaal.

En wat doet die Geest? Wat de Geest doet, dat laat de doop zien.

Die Geest maakt ons één met Jezus.

Die Geest zorgt ervoor dat de dood en de opstanding van Jezus niet iets van vroeger zijn. Het wordt ook iets van nu en van ons.

Wij sterven met Jezus.

Wij zullen met Jezus opstaan.

Daarover gaat de doop.

Kopje onder in Jezus Christus. Met hem sterven en begraven worden.

En in Hem nieuw leven krijgen.

Zoals Hij is, zo ben jij.

Dat belooft Jezus aan Sofie, aan Floris, aan Gerben.

Mijn God? zegt Hij.

Dat is jullie God.

Mijn Vader, vraagt Hij.

Dat is jullie Vader. Leer ze dat geloven!

Jezus is opgestaan en naar de hemel gegaan.

Houd hem niet vast. Alsof Hij alleen mag komen zoals wij het willen.
Wij zien Jezus nu niet, inderdaad.

Maar dan zegt Jezus zelf in 20,29: Gelukkig zijn die niet zien en toch geloven.

Zie niet alleen wat je mist, maar kijk verder – anders mis je Jezus zoals Hij bij ons is door de Geest. In de doop. In de Bijbel. In de gemeente.

Geloof en zie wat je krijgt:

Een Heer die is opgestaan uit de dood.

Een Heer met wie we één zijn door de Heilige Geest – wij in Hem, Hij in ons!

God zelf – zijn Vader, onze Vader!