Handelingen 2,33 – Pinksteren: voor of tegen Jezus

Hans Burger
Hans Burger
26 mei 2007

Handelingen 2,33 – Pinksteren: voor of tegen Jezus

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang: Opwekking 334  / EL 382
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps 67
  • Wet met Ezechiël 36,26-27 en Galaten 5,16-23
  • Zingen: LB 252,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing: Handelingen 2,1-36
  • Zingen: Gez 105,1.2.5.9 (nieuw)
  • Tekst: Handelingen 2,33
  • Preek
  • Zingen: Gez 102a,1.2.4 (GK 26a)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 64 (NG 37)
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

Preek over Handelingen 2,33 – Pinksteren: voor of tegen Jezus

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

1. Moet je horen wat ik nu meegemaakt heb. Het was de morgen van Sjawoeot, een feest dat we in Jeruzalem elk jaar vieren. Ze noemen het ook wel Pinksterfeest. Trouwens een mooi feest, met muziek, dans, we lezen altijd het boek Ruth. We vieren twee dingen: we staan er stil bij dat God zijn wet gegeven heeft op de Sinaï. Maar ook is het een oogstfeest: de eerste en beste rijpe landbouwprodukten worden in de tempel geofferd. Feest van de wet en oogstfeest dus. Dubbelfeest!

Ik was al een paar uur wakker, en toen begon het opeens te waaien. Een enorme wind. Tenminste, dat dacht ik. Maar toen ik naar de lucht keek, zag ik dat er helemaal geen donkere wolken boven Jeruzalem samenpakten. De lucht was helder! En toch hoorde ik een harde wind.

Ik snapte er niets van, en ging de straat op. Daar liepen meer verbaasde mensen. Samen gingen we op het geluid af. En het gekke was: het geluid was echt het geluid van een stevige wind. Het klonk alsof het stormde. En dat geluid werd ook steeds sterker. Tot we bij een huis kwamen. En je zult me niet geloven, maar het is echt waar: het geluid kwam uit dat huis. Echt, uit dat huis.

De straat voor het huis werd steeds voller.

En nu moet je weten, ik heb in mijn leven nogal wat gezworven. Overal in de wereld wonen Joden, overal ben ik geweest. Geboren in Egypte, een tijd gewoond in Rome, toen het me daar niet meer beviel steeds dichter naar Jeruzalem toe: Sparta, Pergamum, Efeze, Antiochië, en nu geniet ik in Jeruzalem van mijn oude dag. Dus je kunt je voorstellen: ik spreek aardig wat talen.

Ik weet niet hoeveel talen ik precies hoorde, maar het leek wel een Babylonische spraakverwarring, zoals wij dat noemen. Allerlei talen door elkaar. Maar allemaal hadden ze het over God en over Jezus. En wat ook zo gek was: in dat huis hadden ze allemaal vuurvlammen op hun hoofd. Heel raar.

Maar wat me vooral trof, was dat ze het allemaal over die Jezus hadden. Een week of zeven geleden hebben ze hem laten kruisigen. Ik zal je eerlijk zeggen: het was mij betreft wat buiten proporties, maar ik was ook wel blij dat die Jezus uit Galilea nu weg is. Dat geeft weer een stuk rust in onze mooie stad. Maar nu hadden ze het allemaal weer over die Jezus

Zoiets heb ik echt nog nooit meegemaakt.

2. En toen kwam er een van hen naar voren. Hij begon een verhaal, en de mensen luisterden nog naar hem ook. Terwijl je toch direct kon horen dat hij uit Galilea kwam. Hij stonk nog naar de vis, zeg maar.

Die man nam het woord. Kort gezegd komt zijn verhaal hier op neer: dit hele gebeuren zet nog eens een dikke streep onder de opstanding van Jezus. Jullie Jeruzalemmers, jullie hebben hem gedood. Maar God heeft hem weer levend gemaakt. Zo heeft God Jezus aangesteld als Heer en als Messias.

Hij noemde allerlei dingen uit de Heilige Boeken, en betrok dat allemaal op Jezus en op wat er nu gebeurde.

Hij had het over het einde van de tijden. Als het allemaal klopt wat hij zei, dan zitten we inderdaad in het eind van de tijden. Ik bedoel, als er inderdaad door God doden levend worden gemaakt, en als God zijn Geest uitgiet over alle mensen, dan komt Gods koninkrijk, dan komt er vrede op aarde, dan zitten we inderdaad in het einde van de tijden.

Ik moet zeggen, zijn verhaal heeft me wel aan het denken gezet. Zou het echt zo zijn dat die Jezus door God is aangewezen als de Messias?

Petrus toespraak was glashelder:

We zijn beland in het einde van de tijden. Dat hoopten we al toen eerst Johannes de Doper, en daarna Jezus aankondigde dat Gods Koninkrijk dichtbij is. Maar als de doden opstaan, en als God inderdaad zijn Geest uitstort; en dan niet over een paar mensen, maar over iedereen; dan is Gods nieuwe wereld er bijna. Dat is Gods koninkrijk echt dichtbij

En hij legde het heel duidelijk neer bij de Jeruzalemmers: jullie konden er niet om heen dat Jezus van Nazareth een profeet was – kijk wat hij gedaan heeft. Maar – ook al was het Gods bedoeling – jullie hebben hem in handen gespeeld van de heidenen. Die hebben hem gekruisigd. Jullie hebben de dood van Gods Messias op je geweten!

Gelukkig was God er ook nog. Zoals de Heilige Boeken al zeggen: Jezus Christus is weer door God levend gemaakt. Wij hebben het met eigen ogen gezien, allemaal. Jezus is niet dood, maar Hij leeft.

En dan zegt vers 33, het tekstvers eigenlijk: de uitstorting van de Heilige Geest is het laatste bewijs hiervan. Pinksteren laat zien: Jezus is Heer en Messias. Niet zomaar, maar aangesteld door God zelf.

3. Rond hemelvaart hebben we stilgestaan bij de verhoging van Jezus Christus. Dat komt ook hier weer terug, in de toespraak van Petrus. Jezus is door God zelf verhoogd. Daar zit hij nu, aan Gods rechterhand.

En alleen daarom kan het ook Pinksteren worden.

Ga maar na. We hebben het met Pinksteren over de Heilige Geest. Die Heilige Geest, dat is niet zomaar een Geest. Als het over de Heilige Geest gaat, dan gaat het over Gods eigen Geest.

En God zelf zou zijn Geest uitgieten. Zo profeteren Jeremia 31, Ezechiël 36, en Joel 2 over de uitstorting van de Heilige Geest. Hoe zou iemand anders de beschikking hebben over Gods eigen Geest?

De enige die Gods Geest uit kan gieten, is God zelf. Alleen Hij kan zijn Geest niet uitgieten op zondige mensen, wiens hart op slot zit. Mensen die van Hem vervreemd zijn.

Eén mens vormde daarop een uitzondering. Jezus Christus, de Zoon van God. Door de Geest kon Hij mens worden. Met de Geest werd Hij gezalfd. In de kracht van de Heilige Geest kon Hij de nieuwe mens zijn, de laatste Adam. Die Geest is nu zijn Geest geworden. De Heilige Geest is voortaan de Geest van Jezus Christus.

Maar hoe kan die Geest van Jezus ook op ons uitgegoten worden? Dat kan alleen sinds zijn dood, opstanding en hemelvaart. Pas nu Hij onze zonden bedekt heeft en ons nieuw leven geeft, pas nu Jezus onze Heer is, pas nu Hij de Geest ook van zijn Vader gekregen heeft – pas nu kan Jezus Christus ook de Heilige Geest op zijn leerlingen uitgieten.

Misschien vraag je je wel eens af: wat moet ik met Jezus? Ik geloof wel dat er een God is, maar met Jezus heb ik niet zoveel.

De bijbel zegt duidelijk: op meerdere momenten heeft God zelf Jezus Christus aangewezen. Als Heer, als Messias, als verlosser. Pasen is zo’n moment; hemelvaart is zo’n moment. Maar Pinksteren is ook zo’n moment.

Met Pinksteren geeft Jezus zelf het bewijs dat je bij Hem moet zijn. Alleen bij Jezus Christus vind je leven, vind je God. De Vader heeft zijn Geest immers aan Jezus gegeven. En alleen Jezus deelt die Geest uit, aan wie in Hem gelooft.

En dat doet Hij dan ook. Volgens de belofte van zijn Vader en volgens zijn eigen belofte giet hij zijn Geest over ons allemaal uit.

4. God giet zijn Geest uit over alle vlees. Dat wil zeggen: niet maar een paar, maar al zijn dienaren en dienaressen. Al zijn leerlingen. Maar tegelijk: alleen zijn leerlingen.

Het geluid van de harde wind klonk op de morgen van Pinksteren in heel Jeruzalem, maar het kwam maar uit één huis: het huis waar Jezus’ leerlingen bij elkaar waren. En toen de Jeruzalemmers door dat geluid naar het huis gelokt waren, zagen ze een duidelijk verschil tussen Jezus’ leerlingen en zichzelf: alleen Jezus’ leerlingen spraken in allerlei talen, alleen op de hoofden van Jezus leerlingen zagen ze iets als vuurtongen.

Petrus markeert in zijn toespraak diezelfde duidelijke scheiding: Jezus heeft zijn Geest op ons doen neerdalen, dat is wat jullie zien en horen.

Jezus bewijst met Pinksteren dat Hij de Messias is, Heer over hemel en aarde. Maar Hij maakt het zichtbaar en tastbaar bij een specifieke groep mensen: zijn eigen volgelingen. Gods Geest werkt overal, maar als Geest van Jezus wordt Hij door Jezus zelf aan een groep mensen gegeven: zijn volgelingen.

Johannes de Doper had het al aangekondigd. Jezus Christus zou komen om te dopen met vuur en met de Heilige Geest. Nu doet Jezus het: hij doopt zijn leerlingen met vuur en met de Heilge Geest. Ze worden doordrenkt van Gods aanwezigheid.

Hij doet dit op het feest van de wet. De Joden vierden met Pinksteren de gave van de wet. Ook Jezus’ leerlingen. Op dat feest geeft Jezus Christus de Heilige Geest. Zoals de profeten als zeiden: het nieuwe verbond brengt je een nieuw hart. Een hart waarin de Geest van God woont. Hij schrijft op de tafel van je hart de wetten van God.

Hij doet dit op het oogstfeest. Jezus is opgestaan uit de dood. Daarmee begint de tijd van de oogst. Jezus Christus kan nu oogsten. Wij mogen gaan oogsten met Hem. We krijgen dan ook het begin van de oogst: de Heilige Geest.

Wij, dat wil zeggen: de leerlingen van Jezus Christus. Pinksteren is het bewijs van Jezus’ verhoging. Als bewijsmateriaal gebruikt Hij zijn leerlingen. Die worden gedoopt met de Heilige Geest, de anderen niet. Over hen wordt Gods Geest uitgegoten, over de anderen niet  Zij vieren het feest van het begin van de grote oogst – Jezus is overwinnaar, Jezus geeft leven.

Stel jezelf daarom vandaag de vraag: hoe sta ik tegenover Jezus Christus? Geloof ik in Hem? Hoor ik bij Jezus’ leerlingen?

Zij ontvangen op Pinksteren de Heilige Geest.

5. Waarom zou je voor Jezus kiezen en de Geest willen ontvangen?

Kijk en luister dan nog eens goed. Petrus zegt: die Geest heeft Jezus op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort.

Wat was er te zien?

Vuurtongen. Of beter gezegd: iets goddelijks, dat leek op vuurtongen. Wat zegt dat over de Geest? Wat zegt dat over Jezus Christus? Johannes de Doper zei al dat Jezus zou dopen met de Geest en met vuur. De Geest maakt ons vurig. De Geest is maar niet een klein waakvlammetje. Natuurlijk, de Geest zorgt ervoor dat er in je leven op z’n minst een waakvlam blijft branden, wanneer je in Jezus Christus gelooft. Maar de Geest wil veel meer. Het waakvlammetje moet een grote vlam worden.

Een vlam van vurige liefde. Liefde voor God, de Vader. Liefde voor je Heer, Jezus Christus. Liefde voor je broers en je zussen in de gemeente. Liefde voor je naaste, die het evangelie nog niet kent maar het wel nodig heeft. Net als wij allemaal.

Wat was er te horen?

Een sterke wind. Wind, die vuur aanwakkert.

Of beter gezegd: het was iets als de wind. Je kon niet zien waar de wind vandaan kwam. Normaal was dat al onhelder: waar komt de wind vandaan, vraagt Jezus in Johannes 3. In het geval van de Geest is het helemaal een geheim. Hoe kan er in een huis een sterk geluid klinken als van een stormwind? Zo is de Geest een goddelijk geheim.

Maar wel een geheim dat alles anders maakt. Je krijgt hem niet in de greep, maar hij waait wel. Hij blaast je vooruit, hij blaast het stof eraf.

En allerlei talen, waarin God grootgemaakt werd.

Gods grote daden werden verkondigd – verstaanbaar voor iedereen.

Dat gebeurde met Pinksteren. En dat roept vragen op, als je naar christenen in Nederland kijkt.

Hoe vurig is je liefde?

Hoe groot is de vlam die in jouw leven brandt? Een waakvlam, of is het meer?

Is er zo in jouw bestaan een goddelijk geheim? Is er een sterke goddelijke wind, die je vooruit blaast? Die frisheid en snelheid geeft?

Wordt God grootgemaakt in jouw leven?

Vragen waar je misschien van schrikt.

Heb ik de Geest wel ontvangen? Heeft Jezus zijn Geest wel over mij uitgegoten? Ben ik wel gedoopt met de Heilige Geest?

Het is helemaal niet erg als je daar van schrikt. Soms is dat juist wel goed. Laat Pinksteren maar een heilige onrust in je wakker roepen. Heb ik dat vuur wel in me? Waait Gods wind in mijn leven? Spreekt mijn leven van Gods grote daden?

6. Maar als je nu schrikt, wat dan?

Is het met de Geest niet iets als: je hebt het of je hebt het niet? En als je het niet hebt – pech gehad?

Maar dat is niet waar.

Immers: de Heilige Geest en Jezus Christus horen bij elkaar.

Pinksteren laat zien: Jezus Christus, die gekruisigde mens, zit aan Gods rechterhand. Hij is zelf God, Hij kan Gods eigen Geest uitgieten op al zijn volgelingen. De Geest is het levende bewijs van de opstanding en verhoging van Jezus Christus.

Kijk maar naar de toespraak van Petrus. Het gaat nauwelijks over de Heilige Geest. Vooral heeft Petrus het over Jezus Christus. Jullie, Jeruzalemmers, jullie hebben een profeet gedood. Maar God heeft hem levend gemaakt. God heeft hem verhoogd. En het bewijs van die verhoging, dat zie je nu: zoals Hij heeft gezegd, giet Jezus Christus zijn Geest uit.

Kom tot inkeer, belijd je zonden, en erken: Jezus Christus is inderdaad de beloofde Messias, mijn redder, mijn leven.

Die oproep klonk in Jeruzalem: bekeer je, belijd je zonden. Dat was daar nodig, dat is nu nog steeds nodig. Die zonde van de Jeruzalemmers was een belemmering om de Geest te ontvangen. Het is of je oude natuur, of de Geest. Het is of de zonde, of Jezus Christus.

Kies niet tegen Jezus, maar voor Hem. Kom bij de leerlingen van Jezus, kom bij de kerk. En ontvang de Heilige Geest.

Waar Jezus is, daar is de Geest te vinden

En waar de Geest is, daar wordt je bij Jezus gebracht.

Wie voor Jezus gekozen heeft, wie gelooft dat Hij de Messias is, de Heer, die heeft de Geest ontvangen. Niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest.

Dan kan het nog zo zijn dat het vuur van de Geest een klein vuurtje is.

Of dat je christelijk leven stoffig is, niet echt fris en fruitig. Dat het bijna windstil geworden is.

Dat je jezelf nog niet buiten de kerkdiensten God groot ziet maken.

Schrik je dan?

Gelukkig maar – het zou niet best wezen wanneer je daar niet van schrok.

Maar dat is geen eindstation.

Over het vervolg van Handelingen 2 gaat de preek volgende week. Maar ik wil toch iets zeggen.

Belijd je zonde. Erken dat je liefde voor Jezus Christus veel te klein is. Belijd als dat nodig is dat je de Geest hebt tegengewerkt, hebt bedroefd.

Volg Jezus Christus, je Heer. En bid dan om vernieuwing van je eerste liefde. Bid om nieuwe vervulling met de Heilige Geest.

En ontvang dan ook de Heilige Geest van je Heer – Jezus Christus.

Amen