Zondag 11 HC / Johannes 4,10-11 – Jezus alleen geeft levend water

Hans Burger
Hans Burger
26 juli 2008

Zondag 11 HC / Johannes 4,10-11 – Jezus alleen geeft levend water

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang Ps 23,1
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 23,2-3
  • (‘s Morgens: Jeremia 31,31-34 Wet Zingen LB 75,4-6)
  • Gebed Lezen: Johannes 4,1-15
  • Zingen Gez 158 ‘Als een hert dat verlangt naar water’ /E&R 70 ‘O alle dorstigen’
  • Tekst: Zondag 11 / Johannes 4,10-14
  • Preek
  • Zingen Ps 63,1.2.3
  • (’s Middags: Geloofsbelijdenis Zingen Gez 168 ‘k Stel mijn vertrouwen)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: E&R 386 = Opw 334 / LB 281,1.3.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 4,10-14 / HC zondag 11 – Jezus alleen geeft levend water

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

[dia 1]1. Water. Dat is het thema van jullie vakantieweek in Kornwerd. Water geeft leven.

Wij hebben thuis twee basilicumplantjes in de achterkamer staan, voor het raam. Voor buiten zijn ze te kwetsbaar. Maar binnen schijnt de zon soms ook met volle kracht. Als het dan warm wordt, dan zie je dat ze slap gaan hangen. Maar als je ze dan weer water geeft, zie je de blaadjes weer stevig worden.

[dia 2]Zonder water gaat alles dood. Als het heel lang droog is, vallen rivieren droog. Vissen kunnen niet meer zwemmen, happen naar adem, sterven. De bodem van de rivier barst open. Dat is erg!

Dorst. Wie van jullie heeft er wel eens echt dorst gehad? Dat je echt denkt: dorst – ik heb dorst. Ik wil wat drinken. Het is zo warm – water…

Wie heeft er de afgelopen tijd hard gewerkt? Of gesport? Gelopen met een rugzak op? [dia 2a]

Ik heb eens met drie vrienden door de Vogezen gelopen. Er heen liften, en dan lopen. Rugtas op, alles mee, en lopen maar, van camping naar camping. Een van mijn vrienden zweette nogal. Hij had een baseballcap op. Als hij goed zweette dan gutste het water van zijn gezicht. En de klep van zijn cap werd steeds natter. Echt waar. Dat noemden we zijn zweetmeter: hoe meer hij zweette, hoe verder zijn klep nat was – tot zelfs het puntje nat was. Daar krijg je dorst van. Voor hem namen we dus extra water mee.

Ook Jezus had dorst. Hij had gereisd. Het was warm. Uren hadden ze samen gelopen. Soms in de schaduw, soms in de zon. En die zon, die wou wel branden. Zo komen ze bij Sichar. Een plaatsje in Samaria. Ze komen bij een oude bron. Dat is het mooie als je zelf in Israël bent. Je komt op plaatsen waar allerlei bijbelse figuren ook geweest zijn. Zo kwam Jezus bij de bron van Jakob. Stel je voor. Jezus zit daar bij een bron. Eeuwen voor hem had de aartsvader Jacob er misschien ook wel gezeten. Hij had er in elk geval rondgelopen. Zo zit Jezus daar, moe van het reizen. Misschien zit hij wel wat te mijmeren over die stamvader van het volk Israël. Alleen, want zijn leerlingen zijn naar de stad om boodschappen te doen.

[dia 3] En dan komt daar die vrouw aan. Een vrouw uit Samaria. Ze komt water putten. Tot nu toe zit Jezus bij een bron. Beneden onder zich ziet hij het water. Hij heeft dorst, maar kan er niet bij. Nu is daar die vrouw, met een emmer. En hij heeft dorst.

Dus Jezus zegt: Geef mij wat te drinken.

2. En dan ontstaat er een gesprek.

Want dit kan natuurlijk niet.

Hoezo? Nou, een Jood die iets vraagt aan een Samaritaan, dat kan echt niet. Joden die hebben een hekel aan Samaritanen. Samaritanen zijn vies, onrein, ze stinken. Over Samaritanen vertel je Samaritanen-moppen. Die lach je uit. Maar je praat niet met ze!

Dus de vrouw vraagt aan Jezus: Hoe kunt u mij wat vragen? U bent een Jood, ik ben zo’n waardeloze Samaritaanse vrouw!

Wat zegt Jezus nu?

Als je wist wat God je wil geven;

Als je wist wie ik ben;

Dan zou je mij om water vragen

Dan zou ik je levend water geven.

Hij geeft helemaal geen antwoord. Hij begint over zichzelf, over levend water.

Levend water? Heb je ook dood water dan? Wat is dat? [dia 4]

Ja, waar denk je eigenlijk aan bij water drinken?

Dan denk je vast aan een kraan, aan fris stromend water. Vanzelfsprekend in Nederland.

Nu wel, maar vroeger niet.

En voor Jezus ook niet.

Water dat stilstaat, water dat heel langzaam stroomt, zou je dat drinken?

Als water stilstaat, kan er van alles in gaan groeien. Bacteriën, virussen, schimmels. Heb je er wel eens over gehoord in het nieuws? Botulisme, blauwalg, legionella. [dia 5] Als je in Nederland in een meertje wilt zwemmen, kijk dan altijd of het wel veilig zwemwater is. En in Nederland valt het dan nog wel mee. In warme landen moet je nog beter op passen. Het schijnt dat je in Afrika of in het Midden Oosten helemaal niet moet gaan zwemmen in stilstaand water. En stilstaand water kun je natuurlijk helemaal niet drinken. Dat is dood water. Daar worden vissen en planten ziek, gaan dood. Mensen ook.

Wat moet je dan drinken, als je geen waterleiding hebt? [dia 6 ]

Dan drink je water uit een put. Daar, diep onder de grond blijft het water koel en schoon.

Maar het mooiste is natuurlijk water uit een bron.

Want dat is levend water – fris, stromend, schoon water. D’r zit leven in dat water.

[dia] Levend water, bronwater, dat kun je drinken.

Maar de vrouw snapt er niks van.

Jezus vraagt aan haar om water uit de bron.

En nu begint hij zelf over ander water.

Hij zegt ‘Als je wist wie ik was, zou je mij vragen om levend water.’

Hoezo?

Wat vraagt u mij dan om water?

U hebt geen emmer. Er is hier helemaal geen ander water in de buurt – waar hebt u het over?

Bent u meer dan Jakob, onze stamvader?

3. Ja, daar kon ze wel eens iets aanvoelen van waar het Jezus om gaat. Is hij meer dan Jacob, onze stamvader?

Jezus reageert zelf:

Van dit water krijg je dorst. Het water dat ik je geef, daar krijg je nooit meer dorst van . Daardoor krijg je zelfs eeuwig leven. [dia 7]

Begin je ‘m al te voelen?

Waar heeft Jezus het over? Heeft hij het wel over dorst? Over water?

Als je het Oude Testament, het eerste deel van de bijbel, kent, dan weet je dat dorst in de bijbel een beeld is voor iets anders. In psalm 42, in psalm 63, daar wordt gezegd: onze ziel dorst naar God. Zonder God is onze ziel als dorstig land. Ik verlang naar God zoals ik verlang naar water als ik dorst heb.

Je kunt water drinken wat je wil, zegt Jezus, maar je krijgt weer dorst.

En je echte diepe dorst. De dorst van je ziel naar God, hoe raak je die kwijt?

Zonder water ga je dood. Wij gaan allemaal uiteindelijk dood. Is er water dat daartegen helpt?

Wat doe je nu? Denk je nu: die Jezus, die doet moeilijk? De dood hoort erbij. En dood is dood. Dorst van je ziel naar God – als er een God is, waar is Hij dan?

Of herken jij dat – ik heb dorst, meer dan alleen maar dorst naar water.

Wat zou het geweldig zijn als er water was waardoor de dood er niet meer is – zou het kunnen? Voor altijd leven? Leven met God?

Misschien zeg je wel: Ik leef maar een keer. Hier en nu. Nu moet het gebeuren. En dus wil ik genieten van het leven. Zorgen dat ik gezond ben. Want met de dood is het afgelopen. Prima – als ik dan maar een leuk leven heb gehad.

Maar stel je voor, dan ontmoet je Jezus. Zoals die vrouw, die buitenlandse vrouw hier.

Je ontmoet Jezus en die zegt tegen je: Ik kan je water geven dat veel lekkerder is dan het lekkerste bronwater. Door dat water merk je dat ik echt van je hou. Door dat water raak je je onrust kwijt. Door dat water word je echt gelukkig. Als je dat water drinkt, zul je je geborgen voelen. Een leuk leven, dat zoek je? Gezondheid, die wil je niet kwijt? Ik kan aan je leven vulling geven. Echte vulling. Door mij wordt je leven echt leven. En met de dood hoeft het niet afgelopen te zijn. Ik kan je leven geven voor altijd.

4. Dat is wat Jezus wil laten zien. Jij en ik, wij zijn zelf dorstig land. [dia 8]

Er zit een diepe dorst in ons.

Heb jij bijvoorbeeld een drive om jezelf waar te maken? Ik zal mezelf bewijzen.

Of voel je een diepe onrust die je niet kwijt raakt? Ik verveel me, wat moet ik?

Een gevoel van onvrede met hoe je leven loopt. Waarom gaat het bij mij altijd mis en bij jou niet?

Het verlangen om erbij te horen. Ik wil dat je van me houdt…

Angst – ik ben bang voor de dood.

Herken jij dat?

Misschien herken je dat, misschien ook wel niet.

Maar de bijbel zegt: onze ziel dorst naar God. Vroeg of laat lopen we daar tegen aan.

Zonder God gaan we dood. En zo hoort het niet. De dood hoort niet bij het leven.

Wat doe jij met die dorst?

Ergens in de bijbel is er een profeet die tegen de mensen dit zegt (Jeremia 2,13): [dia 9]

Twee wandaden heeft mijn volk begaan:

het heeft mij verlaten, de bron van levend water,

en het heeft waterkelders uitgehouwen,

kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.

Oftewel: God is de bron van levend water. En we zijn bij God weggegaan. En wat kwam daarvoor in de plaats? Stilstaand water. Water dat bederft. Water waar je ziek van wordt. En dat water sijpelt ook nog eens weg. De waterkelders zijn lek.

We hebben allemaal dorst, maar wat doe jij daarmee?

Zoek je God op? Of verwacht je het ergens anders van?

Door een relatie, iemand die van je houdt, iemand bij wie je hoort?

Door kinderen te krijgen? Kinderen die van je houden, waar je voor kunt zorgen?

Door altijd druk te zijn en voor anderen te zorgen? Want als ik voor niemand hoef te zorgen, wat moet ik dan?

Of druk je de stilte en je onrust steeds weer weg – met drank, met muziek, met games of TV, met seks?

Je kunt van alles bedenken. Maar weet jij het van jezelf: als jij niet het levende water drinkt wat God je geeft, wat voor stilstaand water drink jij dan? Hoe zorg jij dat je die geestelijke dorst niet meer voelt?

5. Maar stel je weer even voor. Jij bent die vrouw. En jij komt Jezus tegen. Bij de put. Eerst gaat het gewoon over water drinken. En dan opeens laat Jezus je voelen: er is een dorst die dieper gaat.

Alleen: daar gaat het Jezus natuurlijk niet om. Hij wil niet je luchtkastelen lek prikken. Zodat je je lekker rot voelt. Jezus is niet iemand die je eens lekker in je hemd zet. En die dan zegt: zoek het nu maar verder uit.

Laten we eens kijken wat Jezus zegt: [dia 10]

Het eerste: God wil je wat geven. Daarom heet hij ook Jezus. Jezus, dat betekent: God redt. Door Jezus wil God ons iets geven. Als je wist wat dat was…

En het tweede: Jezus is niet zomaar iemand. Weet je wel wie Hij is? Weet jij wie Jezus is? Heb je dat al ontdekt?

En dan het derde: Als je dat ontdekt hebt, doe je dan ook wat Jezus je aanraadt? Vraag je Hem om levend water?

Naar Jezus toegaan en hem vragen om levend water.

Naar Jezus toegaan en hem vragen om levend water.

Daar gaat het om.

Want Jezus is uniek. Door Hem wil God zelf ons wat geven. God, de bron van levend water. God wil ons door Jezus dat levende water weer geven. Door Jezus komen we terug bij God, die levensbron. Door Jezus krijgen we leven, eeuwig leven. Vraag hem om levend water – en je krijgt het.

Doe jij dat? Elke dag?

Ik zou willen dat je je dat na deze preek voorneemt: Jezus, mijn Heer, elke dag zal ik u vragen om levend water.

O wacht even – weet je niet wat Jezus daarmee bedoelt, met levend water? Wat is dat bronwater dan? Natuurlijk, daar moet ik iets over zeggen. [dia 11]

In Johannes 7 heeft Jezus het ook over dat levende water. Dan zegt hij hetzelfde als hier (7,37):

‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet.

Wat is dus dat levende water? Dat is de Heilige Geest. De Heilige Geest die Jezus ons geeft.

Jezus is de enige die dit kan: de Heilige Geest geven. Want Hij is verheven tot Gods majesteit, staat in Johannes 7,39. Hij is bij God, in Gods grootheid, in Gods heerlijkheid. Hij mag als enige ons de Heilige Geest uitdelen. Hij is de enige – de goddelijke bron van levend water. Daarom heet hij ook Jezus – God redt.

6. Ga dus naar Jezus toe. Vraag om levend water. [Dia 12] En drink. Drink, want Jezus maakt je leven anders.

Hij zegt het zelf: Als je dit water drinkt, krijg je nooit meer dorst. Het water wordt in je een bron waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft.

Geen dorst naar God meer. Want God woont in je. God is altijd bij je, diep in jou aanwezig. Dat gebeurt, als je levend water drinkt. Dat maakt je leven anders. Ik was op Terschelling met vakantie. Daar hoorden we over een vrouw die zich bij een gemeente had gevoegd. Het viel de mensen om haar heen op: wat is die veranderd!

Natuurlijk verander je dan. We hebben het hier over de Heilige Geest. God zelf komt in je wonen. God zelf. Hij is er – en hij blijft. Dan weet je het ook: hij blijft eeuwig bij mij. Eeuwig leven – met God. Als de Geest in je woont, in je blijft wonen, dan komt het goed met je.

Dat is toch geweldig? In ons allemaal woont een diep verlangen naar God. Onze ziel smacht naar God. We zijn dorstig land.

En wat doet God? Hij geeft maar niet een beetje water. Geen druppel op de gloeiende plaat. Niet een gieter per dag. God komt zelf in ons wonen. De Heilige Geest wil in u, in jou wonen. Helemaal vullen. En blijven vullen. Een bron waaruit steeds weer levend water opborrelt. Tot in het eeuwige leven toe.

Zie jij dat in je eigen leven?

Ja – geweldig! Dan ben je een gezegend mens.

Nee?

Luister dan naar wat Jezus zegt:

- ontdek wat God je wil geven in Jezus Christus

- ontdek wie Jezus is

- vraag om levend water, om de Heilige Geest

- geloof wat Jezus zegt: Ik zal het je geven!

- En drink! Drink!

Maar bedenk wel: een bron kan verstopt raken. Door stenen. Door vuil. Door onkruid. Door verwaarlozing. Dan is de bron er wel, maar het water kan niet stromen.

Als je het mist in je leven, die verandering. Neem dan serieus wat Jezus zegt. En als de bron verstopt geraakt is. Ruim het vuil dan op. Verwaarloos de Heilige Geest niet. Werk hem niet tegen. Maar geef hem alle ruimte. Bid elke dag opnieuw om met de Geest vervuld te raken. Drink het levende water. En leef – voor altijd!