Ruth 4 – Zegen bij Gods verlosser: een naam en een plaats

Hans Burger
Hans Burger
23 december 2012

Ruth 4 – Zegen bij Gods verlosser: een naam en een plaats

image_pdfimage_print

Vierde adventszondag

Doop Daniël Hendrik Veurink

Liturgie

Voorzang LB 120,1.2.3
Aansteken vierde adventskaars
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Opwekking 520
Gebed
Lezen: Ruth 4
Zingen: Ps 1,1.2.3.
Preek over Ruth 4
Zingen: Zingend gezegend 265,1.2.3
Kinderen terug
Zingen: Projectlied,1.3.4
Wetslezing
Zingen: Gez 78,1
Doopformulier
Zingen: Gez 124,1.2.3
Doop van Daniël Veurink
Zingen Gez 124,4.5
Aanbieding kinderbijbel
Gebed
Collecte – tijdens collecte Ps 145 Psalmen voor nu
Zingen Opwekking 585
Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Ruth 4 – Zegen bij Gods verlosser: een naam en een plaats

1. Mensen hebben rechten, toch? Nederland erkent de universele verklaring van de rechten van de mens. [dia 2]

 

Waar heb je dan recht op?

Volgens de Rooms-Katholieke kerk zijn er een paar basisrechten:

Mensen hebben recht op leven; het recht om te leven in een gezin dat één is; recht om je eigen verstand en wil te gebruiken; het recht om vrij een gezin te stichten en om kinderen te ontvangen, of recht op vrijheid van godsdienst.

Maar, er is met die mensenrechten iets geks aan de hand. Het gaat allemaal goed als je een paspoort hebt. Als je officieel burger van een nationale staat bent. Dan kun je aanspraak maken op je rechten.

Maar als je op de vlucht bent? En je paspoort kwijt bent? Als je kunt bewijzen dat je burger van een nationale staat bent?

Zo zijn ze er. Een Irakese vluchteling in Nederland. Hij is hier 13 jaar en heeft hier jaren op school gezeten. Maar hij heeft geen geboortebewijs. Hij bestaat niet.

Iemand uit Kazachstan. Hij heeft geen familie en zwerft door Nederland. Zijn ID-kaart is hij kwijt. Hij is niemand. [dia 3]

Er zijn veel meer voorbeelden. Wereldwijd miljoenen. In Nederland duizenden. Bijvoorbeeld de onuitzetbare vluchtelingen in de vluchtkerk in Amsterdam. En tot voor kort op de Koekamp in Den Haag.

Zij zijn kwetsbaar.

Zij hebben bescherming nodig.

Wat hebben zij aan mensenrechten?

Niks.

Hoe moeten zij beroep doen op hun rechten?

Als het om mensenrechten gaat, heb je er niks aan om mens te zijn.

Hier hoor je niet, je wordt uitgezet. Waar naartoe? Naar je eigen land. Maar dat heb je niet of daar word je niet toegelaten. Wat dan?

Rechteloos ben je – wie kijkt er naar je om?

Heb je nog een naam? Heb je nog een plaats?

Is er een God die naar hen omkijkt?

Wie is God voor hen?

Doet God iets voor hen?

Doen wij iets voor hen?

Wie garandeert eigenlijk dat mij niet net zoiets zou overkomen? Hoe weet ik dat er een plek voor mij blijft, dat ik iemand blijf?

Ten diepste geen mens – ook ik kan een statenloze vluchteling worden. Ook jij.

Maar [dia 4] Ruth 4 laat zien: bij God vind je een naam en een plaats.

Bij God ben je iemand. Word je weer iemand. Ben je veilig.

God roept je bij de naam  – Daniël Hendrik Veurink, gedoopt in de naam van God.

Bij God krijg je weer een plek.

2. Tenminste, dat wil God. Dat wil God doen door mensen. [dia 5 – zwart]

God had het goed geregeld in Israël. Het kan gebeuren dat iemand klem komt te zitten. Echtscheiding, hoge alimentatie, huis met verlies verkopen, en ook nog je baan kwijt. Dan ben je zo maar dakloos. Zoiets als Naomi en Ruth. Ze hadden op het verkeerde paard gewed – brood uit Moab.

Dan waren er regels in Israel. Om ervoor te zorgen, dat er voor jou een plaats en een naam bleef. Je had er recht op om je eigen land terug te krijgen. Je had zelfs recht op kinderen. Kinderen waren belangrijk: zij zouden later voor je zorgen. Dus, zoals bij Naomi: haar eigen zoons waren dood, kinderloos gestorven. Dan kon een familielid met Ruth trouwen. En Ruth kon alsnog kinderen krijgen. En dan hebben Naomi en Ruth toch een zoontje / kleinzoontje.

De regels waren goed.

Maar… om regels uit te voeren heb je mensen nodig.

Zo heb je hier in Ruth meneer die-en-die. We hebben het verhaal gelezen. Hij ziet het wel zitten: land kopen voor Ruth en Naomi? Dat betekent extra land, ach, en Ruth en Naomi eten geven, dat overleef je ook wel. Meneer die-en-die kan wel wat extra land gebruiken. Hij wil Ruth en Naomi wel helpen (… dan helpt hij immers ook zichzelf!)

‘Wil je dan ook met Ruth trouwen, meneer die-en-die?’

‘Wat?

Trouwen? Een kind krijgen? Dus dan… is het land niet voor altijd mijn land?’

‘Precies’

‘Ja, maar dan heb ik er niks aan. Dan word ik er niet beter van. O. Wil jij het doen, Boaz?’

De regels waren goed. Maar meneer die-en-die wil geen extra moeite doen. Hij heeft geen oog voor Ruth en Naomi. En wat dan? Pech gehad… Als er tenminste niet iemand anders is.

Jezus zegt [dia 6]:

Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden.

Je ziet het gebeuren: meneer die-en-die was bang zijn leven te verliezen. Hij ging voor zichzelf. Maar hij verliest zichzelf. Zoals de goddeloze in Psalm 1 als kaf wegwaait, zo dwarrelt hij hier uit het verhaal weg. Naamloos.

Hoe doen wij dat in Nederland met vluchtelingen?

Hebben wij echt oog voor hen als mens?

Zolang het ons geen extra moeite kost, mag je blijven.

Maar moeten we meer doen dan het gewone? Tja…

Dan zwerf je maar rond als de grote onbekende. Je dwarrelt uit ons leven weg…

3. Advent betekent: Jezus komt terug.

Stel dat hij straks vraagt: wat deed je voor mij, toen ik naamloos door Nederland zwierf?

Als ik daar over na denk, dan schrik ik. Lijk ik op meneer die-en-die?

Het gaat prima met mij – maar als ik voor mijn eigen welvaart ga, mijn leven behoud, en het daarna alsnog eeuwig kwijtraak?

Heer, ontferm u over ons!

Wat hebben wij een verlosser nodig…

[dia 7 - zwart] Gelukkig voor Ruth en Naomi was er een losser.

Hij was rijk. Maar hij gebruikte zijn rijkdom voor anderen.

Boaz kocht land van Naomi en Ruth, zodat ze vrij van schuldeisers zijn.

Ze kunnen weer leven van hun eigen land. Ze hebben een plek voor zichzelf.

Maar Boaz doet meer.

Hij trouwt ook met Ruth.

Wat moest zij? Een vrouw alleen, zonder kinderen, met haar oude schoonmoeder?

Ze was enorm kwetsbaar.

Maar niet meer als Boaz met haar trouwt!

En ze krijgen ook nog een zoon – Obed.

Dat kind zal later voor hen zorgen. Hun oude dag is ook veilig gesteld. Kinderen verliezen hun waarde niet, zoals pensioenen. Kinderen zijn goud waard, kinderen worden alleen maar meer waard! Elimeleks familie blijft bestaan. Boaz en zijn zoon Obed – twee lossers!

Op wie lijk jij?

Op meneer die-en-die of op Boaz?

Boaz kreeg een zoon, Obed. Obed kreeg een kleinzoon, David. David krijgt een zoon, Jezus Christus.

Jezus lijkt juist niet op meneer die-en-die. Maar wel op zijn voorvader, Boaz.

Jezus was rijk – maar hij werd arm. Hij gebruikte zijn rijkdom voor ons.

Jezus ging niet voor zichzelf – kopen wat je uitkomt. Zonder echt oog te hebben voor anderen.

Hij zag ons juist. Hij schrok er niet voor terug om ons ook nog als zijn vrouw te trouwen.

Nee: wij – zijn kerk – wij zijn Jezus’ bruid, zegt de Bijbel. Straks komt de bruiloft en trouwt Hij met ons – de bruiloft van het lam.

Jezus Christus lijkt op Boaz!

Bij Hem vind je bescherming. [dia 8]

Hij roept je bij de naam – dat laat de doop zien: Daniël Veurink.

In Hem ondergedompeld vind je een plaats, een veilige plek.

Als alles verandert. Als je op een andere plek woont. Als je leven er opeens heel anders uit ziet.

Als je op de vlucht bent. Als je niet meer weet waar je bij hoort. Misschien niet meer weet wie je bent.

Als je schrikt van jezelf – ‘wat lijk ik op meneer die-en-die’ – en U Heer die als vluchteling op mijn stoep ligt, u zie ik niet…

Schuil bij Jezus – Hij kent je naam. Hij geeft je een veilige plek.

4. Die veilige plek is een plek waar je dan ook nog eens gezegend wordt. Kijk maar in vers 11 en 12. Als Boaz in de poort meedeelt aan de oudsten van Bethlehem: ik koop het bezit van Elimelech, Kiljon en Machlon; en ik trouw met Ruth; dan wensen de oudsten hem en Ruth Gods zegen toe: [dia 9]

De HEER geve dat de vrouw die in uw huis komt zal zijn als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan. Moge uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda, en wel door de kinderen die de HEER u bij deze jonge vrouw zal geven.’

Al die namen hier zijn veelbetekenend, zeker als je weet hoe de geschiedenis verder gaat.

Rachel en Lea, dat zijn de vrouwen van Jacob, de stamvader van Israel. De oudsten wensen dat Ruth zal zijn als deze twee stammoeders van het volk van God. Juda was door zijn vader aangewezen als de oudste van zijn broers, in de plaats van Ruben, Simeon en Levi, kijk maar in Genesis 49. Peres, de zoon van Juda en Tamar, was in de stam van Juda weer de belangrijkste geworden. Het lijkt wel of alle belangrijke namen uit de geschiedenis van het volk verbonden worden met Boaz en Ruth. Zij zullen zo gezegend worden als de moeders van Israel, als de belangrijkste zoon uit de belangrijkste stam. Je voelt ‘m al aankomen: zou hier nog eens een koning uit komen? Precies: Obed krijgt later een kleinzoon die koning wordt: David.

De trouw en rechtvaardigheid van Boaz worden beloond – met een grote zegen.

De toewijding van Ruth aan Naomi, haar veiligheid zoeken bij Boaz als losser worden beloond – met een grote zegen.

Boaz en Ruth worden beide gezegend.

En als je wat meer van een afstand kijkt:

Als je bedenkt dat God via Abraham en Israël de volken wil zegenen.

Als je bedenkt dat God via Jezus, de zoon van Abraham en de zoon van David daadwerkelijk alle volken zegent.

Dan zie je: de lijn van de zegen van Abraham gaat hier lopen via Boaz en Ruth. [dia 10] ‘In jou zullen de volken gezegend worden’.

 

God geeft een losser aan Ruth en Naomi: Boaz. En Obed.

Zo worden zij gezegend.

Zij mogen ook de zegen van Abraham doorgeven aan alle volken.

Via hun zoons: Obed – David – Jezus.

5. In Jezus worden alle volken van de aarde gezegend.

Als jij je geeft aan Jezus Christus, zoals Ruth zich geeft aan Boaz,.

Als je gedoopt wordt en jouw naam wordt uitgesproken – Daniel Hendrik Veurink!

Dan krijg je de zegen van de Heer!

Zegen – wat moet ik me daar bij voorstellen?

Nou, kijk naar Naomi.

Ze had op het verkeerde paard gewed en ze had alles verloren.

Ze had een man, twee zoons, ze waren geëmigreerd, ze hadden te eten – alles wat hun hartje begeerde.

Maar ze was alles kwijtgeraakt. Alleen met schoondochter Ruth kwam ze terug.

Een mislukt leven.

Zegen? Nou, nee. Helemaal niet.

‘De HEER heeft zich tegen me gekeerd, de Ontzagwekkende heeft me kwaad gedaan’, zegt Naomi.

Herken je daar iets van?

Ik – gezegend? Echt niet!

Heb je het gevoel dat God met boze ogen naar je kijkt?

Mijn naam wil ik niet meer, noem mij maar Mara, bitter.

Door het leven bitter geworden. Voor mij is geen hoop meer.

Zo is het soms…

Kijk dan hoe Naomi aan het slot de HEER leert kennen!

Waar alles verdort is en doods, daar kan de HEER alles anders maken.

Naomi heeft het ervaren!

Jullie weten hoe het is om oma te worden.

Geweldig – je dochter, je zoon, krijgt een kind.

Je houdt je kleinkind in je armen.

Je bent oma!

Voor Naomi had dat een nog veel diepere betekenis.

De HEER kent mij.

God heeft oog voor mij – zijn ogen kijken niet kwaad, maar vriendelijk.

Bij Hem ben ik veilig!

Er gebeuren wonderen!

Wat wens ik jullie dat allemaal toe, die ervaring.

Gekend, gezien, gezegend te zijn door de HEER zelf.
Wat een diepe blijdschap geeft dat.

Toch? Herken je dat?

Lieve mensen, of je dat nu wel of niet herkent: bij Jezus Christus mag je dat vroeg of laat gaan ervaren. [dia 11]

Wie Jezus Christus zijn of haar verlosser laat zijn;

die gaat merken: in Jezus krijg ook ik de zegen van Abraham, de zegen van de HEER zelf!

Ook mij ziet de HEER!

Niemand is zo’n erg hopeloos geval dat dat niet kan. Niemand.

Naomi zag het niet meer zitten met zichzelf.

Tegenslag op tegenslag kreeg ze. Misschien dachten de mensen wel: waarom krijgt iemand als Noami zoveel over zich heen? Het is zo oneerlijk verdeeld…

Maar God ziet haar – en zegent haar, wonderlijk onverwacht.

Geloof het: zo kent en ziet God ook jou!

Bij Jezus Christus is er voor jou ook de zegen van de Heer!

6. OK – maar dan terug naar de vluchtkerk in Amsterdam.[dia 12]

Naomi en Ruth waren vluchtelingen die geholpen werden. Maar zij hadden een paspoort – Naomi hoorde bij het volk Israël.

Zegent God echt? Is er een naam en een plaats voor statenloze vluchtelingen?

Lekker makkelijk! Hier in de kerk kun je je veilig voelen. Je steekt geen hand uit, maar je schuld wordt vergeven. Jij bent veilig in Christus – heerlijk voor jou. Maar wat hebben ze daaraan in de vluchtkerk?

Drie dingen wil ik daarover zeggen.

1: We mogen er dolblij mee zijn dat er in Christus voor ons een veilige plek is. Onze wereld is oneerlijk en krom. In die wereld is Daniël geboren.

Jezus komt en zal oordelen. Hij zal vragen: Wat deed jij voor mij toen ik als een statenloze vluchteling door Nederland zworf?

Veel te vaak lijk ik op meneer die-en-die. Wat ben ik blij dat ik mag geloven dat die oude Hans met Christus sterft als naamloze meneer die-en-die. Hij wordt met Christus veroordeelt en sterft. Naamloos dwarrelt hij weg uit mijn bestaan.

Dat is het wonder van de doop: Daniël Veurink, geboren in een oneerlijk systeem, jij mag sterven met Christus. Hij droeg jouw veroordeling.

Gelukkig maar! [dia 13]

2. Advent betekent: Jezus komt en Hij zal oordelen om recht te doen.

Statenloze vluchtelingen werkelijk helpen, en verder alle problemen definitief oplossen, dat betekent: de hele wereld nieuw maken. Dan is alles nieuw.[klik]

Advent is: daar naar uitkijken.

Nu verliezen mensen nog hun plaats en hun naam.

Zoals Jezus stierf, sterven er nog steeds mensen.

Alsof er niks verandert is.

Maar Jezus is opgestaan en Hij komt terug. De doden zullen opstaan.

Dan zul je het zien: alles wat krom is en wat niet klopt, Jezus zet het recht!

Hij kan dat. Hij is meer dan Boaz. Meer dan David. Hij is God.

3. Tot die tijd leeft Jezus al in ons.

Wij mogen gaan lijken op Boaz en Ruth. [klik]

Meneer die-en-die sterft. Boaz en Ruth staan op, dat wil zeggen: de nieuwe mens staat op, we mogen als nieuwe mensen gaan leven.

Ook dat markeert de doop: jij, Daniël, mag Gods zegen krijgen, en doorgeven.

Dat mogen jullie, Mark en Hanneke, hem leren

Zorgen voor weduwen.

Vluchtelingen helpen.

Je rijkdom gebruiken voor anderen.

Meer doen dan alleen voor jezelf zorgen.

Advent is: uitkijken naar Jezus die komt om alles recht te zetten.

Wees kinderen van Advent – mensen door wie Jezus nu al heel kan maken wat kapot is. Recht kan zetten wat krom is. Doe als Boaz en Ruth en wees tot een zegen! Want Christus woont in je.