Micha 3,8

Hans Burger
Hans Burger
11 november 2006

Micha 3,8

image_pdfimage_print

Liturgie

 Voorzang: Psalm 52,1.5.6
Votum / groet
NG 85
Schuldbelijdenis met Ps 51,1.4
Genadeverkondiging: 1 Petr 2,9-10
LB 15,1.2
Gebed
Schriftlezing:
2 Tim 1,6-10;
Micha 3
Ps 82,1.2
Tekst: Micha 3,8
Preek
Zingen: LB 95,1.3
Wet
Gez 38,3-5
Gebed
Collecte
Gez 26a,1.2
Zegen      

Preek over Micha 3,8

 Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus  

1. De Micha-campagne vraagt om sterke mensen. Het vraagt erom dat we ruggegraat hebben, en ons eigen spoor durven trekken. Een spoor van recht doen, trouw liefhebben, en ootmoedig met God wandelen. Om dat te doen moet je sterk in je schoenen staan. Loskomen van onze maatschappij, van wat daarin gewoon is, nodig lijkt. En dat is lastig – wij zitten meer aan deze maatschappij vast dan we denken. 

Aan het eind van onze tijd in Kampen viel me dat weer eens op. We hadden het prima. Een aantal van onze vrienden had het nog wat beter. En zij gingen auto’s en huizen kopen, terwijl wij nog niet zover waren. Als je studeert en niemand heeft een auto, iedereen reist met openbaar vervoer, en woont op kamers, is het geen enkel probleem als je ook geen auto hebt en op kamers woont. Maar wat gebeurt er als je leeftijdsgenoten, eerder dan jij, auto’s en huizen gaan kopen? Toen viel me opeens op hoe auto’s en huizen status geven. En voor ik er erg in had, zonder dat ik het wilde, merkte ik ook dat ik daar gevoelig voor was. Alsof je minder voorstelt als je nog geen auto en geen huis hebt. En nu is het allemaal weer gladgestreken, heb ik een auto en een huis. In theorie wist ik het natuurlijk wel – bezit geeft status. Maar toen merkte ik het opeens ook bij mezelf – als mijn omgeving die statussymbolen heeft, dan wil ik ze ook. Zo vast zitten we kennelijk aan onze maatschappij. Om daarvan los te komen, moet je sterk zijn.  

Maar ook om onrecht aan de kaak te stellen, moet je sterk zijn. Als je in een bedrijf werkt en je loopt er tegen aan dat er onrecht gepleegd wordt; dat dingen worden geproduceerd ten koste van anderen; dat het milieu vervuild wordt, wat doe je dan? Meestal is er geen klokkenluiders-regeling. Ben je dan sterk genoeg om aan de slachtoffers van het onrecht een stem te geven? 

Om als christen in je omgeving een licht te zijn en buitengewone liefde te laten zien, trouw, ootmoed, eerbied voor God; ook dan moet je sterk zijn. Als je bang bent dat het christelijk geloof saai en achterhaald is, dan wil je ook niet als christen bekend staan. Als je op wilt vallen omdat je Jezus volgt en net als hij je vijanden liefhebt, dat vraagt om innerlijke kracht.  

Zo was het ook bij Micha. Hij had moed nodig om zijn volk te confronteren met hun onrecht. Een boodschap als die van Micha vraagt om sterke mensen.   

2. Micha was sterk. Stel je voor. Micha was gewoon een boer. En hij gaat naar Jeruzalem, zeg maar Den Haag, het Binnenhof. Hij stapt de ministerraad binnen en begint de hoge heren de les te lezen. En niet zomaar, hij windt er geen doekjes om.  

Jullie haten het goede en houden van het kwaad, zegt hij. Het is nogal plastisch hoe hij omschrijft wat ze doen: de mensen van het volk stropen ze de huid van het lijf. Het vlees halen ze van de botten af. Wat doen die leiders? Hun volk slachten ze af om er een stoofpot van te maken die ze lekker op gaan zitten eten.  

Het oordeel dat hij aankondigt is ook niet mals: God zal jullie verlaten. Hij kondigt een godsverduistering aan. God zal niet meer spreken tegen jullie profeten, jullie zieners en waarzeggers. Ze denken dat het allemaal goed zal gaan. Ze denken dat God in hun midden is. Jeruzalem, Sion, daar woont God. Wat kan ons gebeuren? Maar Sion is gebouwd op bloed, en Jeruzalem op onrecht. Sion zal worden omgeploegd als een akker, Jeruzalem wordt een ruïne.  

Waar haalt hij het lef vandaan? Gewoon iemand uit de provincie, die in het regeringscentrum van leer trekt. Hoe durft-ie? Het lijkt wel of hij denkt dat hij de waarheid in pacht heeft.

Bescheiden is hij ook nog niet. Tegenover die profeten, die Gods stem niet meer zullen horen en die af zullen gaan, plaatst hij zichzelf: Jullie horen niets meer van God, maar ik ben vol van kracht, ik ben vol van de Geest van de HEER. 

Daar ligt het spannende punt: is deze man arrogant? Overschreeuwt hij zichzelf? Of is hij inderdaad spreekbuis van iemand anders? Heeft hij niet de waarheid in pacht, maar is het Gods Geest die hem vult en die door hem spreekt?   

In onze tijd hebben mensen het niet zo op iemand die de waarheid in pacht heeft. Iemand die zijn eigen gelijk verabsoluteerd.  

Mensen hebben de waarheid ook niet in pacht. Maar als Gods Geest in iemand woont en door iemand spreekt, dan hoor je de Geest van de waarheid in eigen persoon spreken. Dan is het ook niet gek dat Micha sterk is. Dat is de reden waarom hij vol van kracht is, waarom hij de moed heeft om zo op te treden tegen zijn volksgenoten. Hij is vol van de Geest van de HEER. Daarom is Micha sterk genoeg om zo op te kunnen treden.   

3. Hoe sterk zijn wij, postmoderne christenen?

Veel vrijgemaakt-gereformeerden zijn hun ideologische veren kwijtgeraakt, net zoals dat bij anderen in Nederland het geval is. Weg met de grote verhalen… Betekent dat ook dat we een stuk oriëntatie kwijt zijn? Wat betekent het eigenlijk om Gereformeerd te zijn? Christenen raken in Nederland in de minderheid, terwijl de Islam in opkomst is. Dat kan leiden tot een gevoel van onveiligheid. Maar ook tot de vraag: waarom ben ik eigenlijk christen en geen Moslim? Moslims geloven toch ook in God? 

De grote verhalen zijn we kwijt, maar we zijn wel allemaal ons gevoel heel belangrijk gaan vinden. En heel makkelijk voelen we een stuk onbehagen. Als het om christenen gaat: of je nu aan de rechterkant kijkt, of aan de linkerkant, of het nu gaat om mensen voor wie er in de kerk veel te veel verandert of om mensen voor wie de verandering niet snel genoeg kan doen, beide groepen beroepen zich op hun gevoel. Ik voel me hier niet prettig bij. Je trekt je terug op je eigen gevoel, daar mag niemand aankomen, maar meer dan een eigen gevoel is het soms ook niet. Een gesprek over meningsverschillen wordt hier heel lastig door. We zijn ons gevoel veel belangrijker gaan vinden – maar zijn we daar sterker door geworden?Ik denk het lang niet altijd. Het kan ten koste gaan van oriëntatie en overtuiging, tot verdeeldheid leiden en het brengt ons dus niet verder. Je kunt niet alleen op je gevoel koersen. 

 Micha heeft het in vers 5 over mensen die over vrede praten zolang ze te eten hebben, maar die iedereen die hun niet op hun wenken bedient, de oorlog verklaren. Dat doet mij direct denken aan postmoderne Nederlanders. Zolang het goed gaat, is het gezellig. Maar onder de oppervlakte van lekker eten en gezellige TV gaat een immense leegte schuil. Een diep gevoel van onbehagen. Een verlies van oriëntatie en angst voor de toekomst. Er hoeft maar iets te gebeuren, of de stemming slaat om. De moord op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh hebben dat laten zien. En het kan zo weer gebeuren.  

Hoe postmodern zijn wij, christenen? Hoeveel leegte gaat er schuil onder onze mooie kerkelijke buitenkant?  Zouden wij zo op durven treden als Micha? Durf je het van jezelf te zeggen: Ik ben vervuld van kracht? Ik heb de Geest van de HEER? Ikzelf lang niet altijd.   

Wij mensen zijn niet automatisch gevuld met kracht, gevuld met Gods Geest. Laten we daarom alsjeblieft eerlijk zijn voor onszelf: hoe leeg zijn wij? Daarvan hangt het immers af, hoe sterk we zijn als postmoderne christenen.  

4. Stel nu dat je schrikt en constateert: ik ben niet sterk, ik zou dit nooit van mezelf durven zeggen. Ik zie in mijzelf inderdaad een stuk leegte.  Wat dan? Gaan we dan ontmoedigd naar huis – mooi voor Micha, maar niet haalbaar voor mij? Micha was een echte profeet, hij leefde dicht bij God. En wij, wij zijn maar gewone christenen… 

Dat is dus niet Gods bedoeling. God wil je niet ontmoedigen, wanneer je leest over Micha. We hebben ook uit 2 Timoteüs gelezen. Paulus zegt daar iets tegen Timoteüs, maar dat geldt niet alleen voor Timoteüs, dat geldt voor alle christenen.God heeft ons niet een Geest van lafhartigheid gegeven, maar een Geest van kracht, liefde en bezonnenheid.  

Onze zwakheid heeft niet het laatste woord! Kom op. Laat Micha je niet ontmoedigen. God heeft ons geen geest van lafhartigheid gegeven. God heeft ons een andere Geest gegeven. Het is Pinksteren geweest. In de christelijke kerk woont de Geest van God. Tempel van Gods Geest mogen we immers zijn.

Micha was een profeet, vol van de Geest van God. Jezus Christus was een profeet, vol van de Geest van God. En Jezus Christus doopt ons met de Heilige Geest, zodat wij christenen zijn, profeten net als hij en net als Micha. Die Geest die in Micha woonde, dat is ook de Heilige Geest die God ons gegeven heeft. Ja, gegeven heeft. In iedereen die in Jezus Christus gelooft, woont de Heilige Geest.  

Lees deze tekst uit Micha dus niet als een ontmoediging. Het is juist een stimulans – zo sterk als Micha was, zo sterk kan ik ook zijn. Micha was niet sterk omdat hij nu zo bijzonder was, hij was sterk omdat de Geest van God in hem woonde. En dus kan ik net zo sterk zijn, omdat diezelfde Geest ook aan mij beloofd is en ook in mij woont.  

Zoek daarom je kracht in God. Je kunt doen alsof de Geest van God je niet gegeven is. Je kunt denken: ik geloof niet dat die Geest in mij woont. Dan zul je ook de kracht van die Geest niet ervaren. Geloven dat die Geest in je woont, wil zeggen: er van uit gaan dat het zo is. Je kracht bij God, bij Gods Geest zoeken. En dan ga je er ook iets van merken – Gods Geest woont inderdaad in mij, net als in Micha.   

5. Gods Geest is de enige die onze leegte kan en wil vullen.Mensen zijn net blikjes frisdrank. Als je twee blikjes naast elkaar zet, de een is leeg, de ander is nog vol, en je probeert beide blikjes te verfrommelen, wat zie je dan? Het lege blikje knijp je zo in elkaar, maar bij het volle blikje lukt je dat niet.

Micha heeft het er hier over dat hij gevuld is, vol van kracht, vol van de Geest van de HEER, vol van recht en moed. In de NGB-51 zie je dat beter dan in de NBV. Als je vol bent, dan lijk je op een vol blikje frisdrank. Niet fijn te knijpen. Maar als je leeg bent, dan ben je zo verfrommeld. Dan ben je niet sterk genoeg voor iets als een Micha-campagne. Dan ben je sowieso niet sterk genoeg om als christen overeind te blijven in deze maatschappij. Pas als we gevuld zijn, kunnen we ook sterk zijn. 

Maar, mensen zijn blikjes die lek zijn. Iedereen die christen is, heeft de Geest ontvangen. Dat mogen we geloven. Laten we dat ook geloven. Dat wil zeggen: in mij, christen, woont de Heilige Geest. Maar niet iedereen in wie de Geest woont, is ook vol van de Geest. En als je vol bent van de Geest, blijf je niet automatisch vol van de Geest. Integendeel, wij mensen lijken op blikjes die lek zijn. Wij zijn blikjes die leeglopen. Eenmaal vol is niet altijd vol. Daarom is het dan ook dat Paulus kan zeggen in Ef 5,18: laat de Geest van God u vervullen. Steeds weer moeten wij vol worden van de Geest van God.  

Hoe doe je dat?
Wat je niet moet doen is de Geest teleurstellen. Dingen doen die tegen de Geest van God ingaan. Wat je ook niet moet doen is het vuur van de Geest uitdoven, door te zondigen en door te leven in een geest van lafhartigheid. Verder werk je de Geest tegen wanneer je de duivel de ruimte geeft. 
 

Nee, geloof dat de Geest van God ook aan jou gegeven is. Geloof dat de Geest van God ook in jou woont. Je bent toch christen? Je kunt alleen in Jezus Christus geloven wanneer je de Geest gekregen hebt. Bid de Geest om je hele leven te vullen. Om overal aanwezig te zijn, je helemaal te doortrekken. Om je te stempelen. Strek jezelf uit naar God, vol verlangen, steeds weer. En bid elke dag: Heilige Geest, vul mij opnieuw. Gods Geest is de enige die onze leegte kan vullen.  

6. Gods Geest is een Geest van integriteit, recht en kracht. Gods Geest kun je niet zien, maar je kunt wel de vrucht van de Geest zien. Kracht, rechtvaardigheid, moed, zegt Micha. Kracht, liefde en bezonnenheid, schrijft Paulus aan Timoteüs. Of kijk naar de vrucht van de Geest die Paulus beschrijft in Galaten 5: liefde, dat wil zeggen: vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 

En dat is maar goed ook. Want misschien denk je wel: ik wil wel vervuld worden met de Geest, maar het lukt me niet. Ik voel niets bijzonders, er gebeurt niets.  

Denk dan aan wat Jezus zegt in Johannes 3: de Geest is als de wind. Je ziet hem niet, maar je ziet wel wat de wind doet: je hoort zijn geluid, je ziet de bomen bewegen. Je kunt de Geest niet zien of voelen. Wel kun je de effecten van de aanwezigheid van de Geest opmerken. Dat kan een gevoel zijn, maar ook iets anders.

Of denk aan de gelijkenis van de talenten: de Geest is als talenten die je krijgt. Als je ze in de grond stopt, gebeurt er niets. Waar het om gaat is dat je de Geest gebruikt, zoals je die talenten moet gebruiken. Leef met de Geest, bid steeds weer om zijn aanwezigheid, en leef in de Geest. Dat wil zeggen: leef in geloof. Leef in het spoor van Jezus Christus. Leef met de bijbel. Leef met God.  

En geloof het: we hebben geen Geest van lafhartigheid gekregen. Dat wil zeggen: doe niet alsof je laf hoeft te zijn. 

Geloof, reken erop, ga ervan uit, vertrouw erop dat de Geest van God in je woont. Zie je dan niet hoe de vrucht van de Geest in je leven rijpt? Dan is de Geest er toch! Een Geest die hart heeft voor gerechtigheid, voor een eerlijke wereld. Een Geest die hart heeft voor armen. Een Geest van liefde. Een Geest van bewogenheid en medelijden. Een Geest van creativiteit. Een Geest met oog voor wie zwak is en hulp nodig heeft. Een Geest die niet tegen zonde en onrecht kan. Een Geest die je maakt tot mensen uit één stuk. Integer, vol van recht. Vol van moed en kracht.   

Die Geest, die we nodig hebben om sterk te zijn – die Geest is de Geest die in MIcha woonde. Het is de Geest van Jezus Christus.  

Geloof dat je die Geest ontvangen hebt. Geloof dat die Geest in je woont. En laat die Geest je steeds weer vullen.