Micha 2

Hans Burger
Hans Burger
21 oktober 2006

Micha 2

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Franeker zondagmorgen 22 oktober 2006  
  • Voorzang: Ps 2,1.2
  • Votum & Groet
  • Zingen: Ps 2,3.4
  • Wet: Lev. 19 een aantal gedeeltes
  • Zingen: Ps 1,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing: Micha 2 en 1 Kon 21,1-16
  • Zingen: Ps. 14,3-5
  • Tekst: Micha 2
  • Preek
  • Zingen: LB 294,1.2.4.5.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 68,1.3.13 
  • Zegen

Preek over Micha 2

 

 1. Het was mooi voorjaarsweer. De zon scheen en verspreidde een aangename warmte. Het was gelukkig nog niet de tijd van zomerse hitte. Dan moest je hier niet staan, dacht Willem Alexander. Hij stond op een dakterras boven op zijn paleis en keek uit over Wassenaar. Wat lag het paleis toch mooi, net buiten het dorp, in het bos.

Kijk, daar kwam een pickup aan met lekkere verse voorjaarsgroente in de achterbak. Willem Alexander kreeg trek. Het was toch jammer dat de groentetuinen zo ver van het huis af lagen. Dit huis was mooi, absoluut. Maar wat meer eigen land dichtbij zou erg gemakkelijk zijn. Hij draaide zijn hoofd en zag de tuin van zijn buurman. Dat was eigenlijk de perfecte plek voor een mooie moestuin. Hij moest eens met die Nabot gaan praten.  

Een paar dagen later lag Willem Alexander ’s nachts wakker. Nabot wilde zijn tuin niet verkopen. Maar hij wilde die tuin gewoon hebben. Woest was hij vanmiddag bij Nabot weggegaan. Kon hij iets bedenken om die tuin in handen te krijgen? 

Als Maxima aan Willem Alexander zou vragen wat er aan de hand was, zou zij niet kunnen doen wat Izebel allemaal bedacht. Gelukkig niet. Nederland heeft een rechtsstaat en een overheid die eigendomsrechten van individuele burgers beschermt.

Dat is iets om God dankbaar voor te zijn.  Er zijn wel landen in de wereld waar de overheid nog wel zo te werk gaat. Corrupte regimes, die hun macht en invloed gebruiken om er zelf beter van te worden. Ze gedragen zich alsof ze een bezettingsmacht in eigen land zijn. De gewone burger is niet veilig op zijn land en in zijn huis.

Maar gelukkig is er in veel landen een goed georganiseerde rechtsstaat, waar praktijken zoals Micha ze beschrijft niet meer mogelijk zijn. Ver van je bed dus, zo’n hoofdstuk? Of zouden dergelijke vormen van machtsmisbruik op een wat subtielere manier nog steeds te vinden zijn?  

Denk eens aan de keiharde concurrentie in het bedrijfsleven. Stel je voor dat je een kleine buurtsuper hebt, een eigen winkel, en je komt terecht in een prijzenslag tussen prijsvechters en de andere grote supermarkten die Nederland rijk is.            

Of denk aan een multinational, die geld genoeg heeft om via een vijandig overnamebod andere bedrijven op te kopen; die zijn activiteiten zo verdeelt dat het hoofdkantoor daar staat waar het belastingtechnisch zo gunstig mogelijk is; de productie is daar waar geen milieuregels zijn, of waar geen arbeidsinspectie is.   

 

2. Ja, hoe ver van je bed is dit, wat Micha beschrijft? Kwaad heeft de neiging om zich te verstoppen. Zonde zoekt het liefst een plekje ergens achter de schermen, waar je niet opvalt maar wel veel invloed hebt. En dan heb je een profeet als Micha nodig om het onrecht aan de kaak te stellen.  

Wat dat betreft verschilt onze tijd niet van die van Micha. Toen waren het grootgrondbezitters die land bij land voegden, nu zijn het multinationals die nietsontziend kunnen opereren.

Zolang religie over prettige dingen gaat is het ok. Maar als het over geld, economie of macht gaat, wordt het ingewikkelder. Zijn macht, en geld niet twee van de afgoden van onze tijd? Ga eens naar Amsterdam-Zuid en rijdt over de A10 langs de Zuid-As. Je ziet het WTC, het ING kantoor, het hoofdkantoor van de ABN-AMRO. Je ziet de macht van het geld, van de economie.            

Net als in de tijd van Micha geldt: als je macht hebt om te doen wat je wilt, dan doe je dat. Een tijdje geleden haalde de Probo Koala het nieuws – dat schip met chemisch afval dat door een Nederlands bedrijf naar Ivoorkust werd gestuurd om daar de troep te dumpen, met dodelijke slachtoffers tot gevolg. Hoe vaak zouden zulke dingen gebeuren zonder dat ze het nieuws halen?

Als je de macht hebt om te doen wat je wilt – wie staat je in de weg? Zou God iets vinden van onrecht dat begaan wordt? God is toch liefde?

Ik vind de tegenwerpingen in vers 7 griezelig herkenbaar. Zou God oordelen? God heeft toch het goede met ons voor? Zou God zo snel zijn geduld verliezen, hij is toch een God die vergeeft? God wil toch dat we gelukkig worden? En sneaky verplaats je het gesprek van je eigen falen naar een religieuze discussie: God is toch liefde…! 

En dan vers 11. Dat is ironie. Wat Micha aan de kaak stelt, dat zijn die voorgangers die alleen maar een prettige vorm van religie verkondigen. Religie waar je blij en vrolijk van wordt, maar die voorbij gaat aan de echte problemen. Wijn en drank, daarbij moet je denken aan iets als ‘bubbelbad-christendom’: Christenen die lekker bubbelen in een prettige boodschap van aanvaarding en dat is het dan.  

Ook zo herkenbaar is de manier waarop het kwaad ontstaat. Je ligt op je bed, en je begeerte neemt je mee. Dit wil ik – hoe krijg ik het voor elkaar? En als de begeerte bevrucht is, dan baart ze zonde schrijft Jakobus. Als je dan ook nog de macht hebt om de dingen naar je hand te zetten, dan doe je het zo maar. Macht corrumpeert. Hoe ver van je bed is dit, wat Micha beschrijft?   

 

3. Micha keert zich tegen mensen die anderen geen ruimte gunnen om te leven. Geen ruimte, dat wil zeggen: geen middelen van bestaan, geen ruimte om te wonen, geen plek voor gezelligheid of geluk. In hoeverre doen wij dat ook, op een subtiele manier? 

Wie van jullie heeft wel eens gehoord van de ‘ecologische voetafdruk’? De ecologische voetafdruk, dat is de hoeveelheid oppervlakte van de aarde die nodig is om de levensstijl van iemand, of van een gebied, mogelijk te maken. Hoeveel land is er nodig om alles wat je eet en koopt en verbruikt te produceren, en om al het afval dat je achterlaat kwijt te raken?  Waardoor wordt die ecologische voetafdruk bepaald? Dan moet je denken aan gebruik van landbouwgrond, gebruik van ruimte voor huizen en wegen, gebruik van energie, de hoeveelheid afval die je produceert, de hoeveelheid brandstof die je verbruikt enz.  

Per wereldbewoner is er momenteel 1,7 ha beschikbaar voor de ecologische voetafdruk. In India, meet de gemiddelde voetafdruk 0,8 ha. In de Verenigde staten is de gemiddelde voetafdruk 8,5 ha. De gemiddelde Nederlander gebruikt 4,7 ha. Onze gezamenlijke voetafdruk in Nederland is 21 keer zo groot als Nederland, zo groot als Frankrijk ongeveer. 25 % van de wereldbevolking hoort bij de rijke landen. De voetafdruk van die rijke landen samen is al groter dan het totale beschikbare aardoppervlak.  Als alle mensen op deze aarde op dezelfde manier zouden gaan leven als mensen in de rijke landen, dan ging de aarde volledig naar de maan. Oftewel: wij leven hier in een rijk land als Nederland op kosten van de ruimte van mensen in armere landen. 

Nu kun je zeggen: ok, maar zo’n ecologische voetafdruk dat is maar een rekenmodel. In het echt valt het wel mee. Maar ga eens na. Je voetafdruk wordt bepaald door:- de hoeveelheid benzine die je verbruikt- of je al of niet op vliegvakantie gaat - of je streekproducten eet, of voedsel dat twee of drie keer half europa doorgesleept is op weg naar de goedkoopste productie-faciliteiten- hoe energiebewust je leeft- verpakkingsmateriaal dat je weggooit- eten dat je weggooit- of je spullen lang gebruikt en repareert, hergebruikt, of dat je zodra een trend voorbij is en iets niet meer in de mode is, iets nieuws koopt en het oude weggooit En dan hebben we het nog niet eens gehad over iets dat hier los van staat: het onrecht begaan door internationale bedrijven dat wij mee in stand houden door hun producten te blijven kopen.   

 

4. Wereldwijd gezien horen wij Nederlanders bij de rijken. Rijken lopen altijd het risico om te weinig oog te hebben voor de minderbedeelden. Dat kan op een heel brute manier, zoals Micha het beschrijft. Het kan ook meer op een subtiele manier, via onze ingewikkelde economische systemen. 

Wat kunnen wij doen om mensen in armere landen hun levensruimte niet te ontnemen of terug te geven?  

Daar wil ik drie dingen over zeggen:

- economische systemen zijn niet de baas. Het kan lijken dat de economie niet te veranderen is en je tegen de markt niet op kunt. Maar boven alle machten staat Jezus Christus. Hij is de Heer van alle Heren, ook van directeuren van multinationals. Dat wil zeggen: geef je niet gewonnen aan hoe de wereld op dit moment economisch in elkaar zit. Zoek naar mogelijkheden om dingen anders te doen. Dat brengt bij het tweede:

- alleen kun je niet veel, maar samen wel. Wanneer groepen consumenten samen bepaalde produkten gaan kopen, of bedrijven boycotten, dan heb je macht als consument. Bijvoorbeeld: als ik geloof 15% van alle Nederlanders koffie met een Max Havelaar keurmerk gaat kopen, is daarmee een koffiegigant als DE al gedwongen om zelf eerlijke koffie te gaan verkopen. Anders verliezen ze teveel marktaandeel. Er loopt nu wereldwijd een Micha-campagne. Sluit je daarbij aan. Koop eerlijke koffie, eerlijke kleding, andere eerlijke produkten. Koop eens wat minder zodat je de wat duurdere eerlijke produkten kunt betalen.

- verklein je ecologische voetafdruk door sober te leven. Soberheid is niet alleen goed voor je portemonee, of voor het milieu. Het is ook een heel bijbelse deugd. Paulus schrijft: wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. Door sober te leven neem je bovendien minder ruimte in deze wereld in. Laat je ruimte voor mensen in armere landen om ook te leven. Sober leven, dat wil zeggen: wees zuinig met energie. Bezoek eens een kringloopwinkel of marktplaats.nl en koop eens iets tweedehands ipv nieuw. Laat je auto eens staan, maak minder kilometers. En die vliegvakantie, is dat nu echt nodig?  

Overigens: het is niet zo dat ik hier zonder zonde ben. Ook voor mij is deze Micha-campagne weer een stimulans om soberder te gaan leven. Laten we het samen proberen en elkaar erin meenemen. Let hierbij op het slot van vers 7. Micha geeft een belofte: als je de rechte weg gaat, dan betekenen zijn woorden voorspoed.   

 

5. Waarom zouden we ons eigenlijk iets aantrekken van onrecht, van ongelijkheid in de wereld? Ik heb hier mijn eigen huis, mijn eigen tuin, mijn eigen baan, mijn eigen spullen. Wat heb ik dan met de rest van de wereld te maken? Micha laat zien dat je je vergist, als je zo denkt. Je moet hem wel even goed lezen.

Kijk eens in vers 4. Daar gaat het over een erfdeel; het stuk land dat je zeg maar van God in erfpacht hebt gekregen. In Israèl wisten ze: ons land is niet van onszelf. De hele aarde is van God. En wij hebben het land Israël van God gekregen om in te leven. Iedereen krijgt een stukje land in erfpacht, een erfdeel. Dat wil zeggen: je mag het gebruiken om van te leven, maar God blijft de eigenaar.

En kijk eens naar vers 9. Het gaat daar over de luister waarmee God kinderen heeft bekleed. Het is God, de schepper die hen bekleed.  Oftewel: God is schepper van deze wereld, en tegelijk haar eigenaar. De christelijke traditie kent hier het begrip ‘rentmeester’. Wij zijn geen eigenaar van ons bezit, we zijn rentmeester.  

Een rentmeester is een beheerder van een landgoed dat niet van hemzelf is. Een graaf of zo, iemand van adel, heeft een stuk land, maar hij beheert het niet zelf. Het beheer geeft hij in handen aan een rentmeester. En die eigenaar die vindt iets van hoe de rentmeester zijn landgoed beheert. Hij is tevreden wanneer er goed voor het landgoed gezorgd wordt. Maar als de rentmeester het land verwaarloost, vruchtbare stukken grond laat overwoekeren met onkruid, dan wordt het een ander verhaal.  

Zo is het ook met God. Deze aarde is van God. En God vindt iets van de manier waarop wij met de aarde omgaan. Vandaar dat God Europa, en het rijke westen zal oordelen. Als je de rechte weg gaat, dan hoef je daar niet bang voor te zijn. En als je onder de voet gelopen wordt door mensen die rijker en machtiger zijn dan jij, dan heb je iets om naar uit te kijken: God zal jou in je recht herstellen. Maar als je die rechte weg niet gaat, ja, dan kon het wel eens zijn dat je een probleem hebt. Laten we dat niet met vrome praatjes buiten de deur houden, zoals dat in vers 6-7 gebeurt. Wij geloven dat Jezus Christus terug zal komen om te oordelen de levenden en de doden.   

 

6.Die naam van Jezus Christus brengt me bij het slot van de tekst, vers 12 en 13. En tegelijk bij de vraag: hoe ga je als rijke westerling, die op veel te grote voet leeft, om met de dreiging van Gods komende oordeel? Want als je ontdekt dat je ecologische voetafdruk veel te groot is, en dat je mensen in armere landen de levensruimte beneemt en onder de voet loopt, wat doe je dan?

Laten we eerst eens naar vers 12-13 kijken. Opeens, na een stuk waarin Micha oordeel aankondigt, volgt er een heilsprofetie. Er is een overblijfsel dat het oordeel zal overleven. Dat overblijfsel zal samengebracht worden binnen een omheining. Vermoedelijk wordt daar de ballingschap in Babel mee bedoeld. Opvallend genoeg: dat overblijfsel is toch nog een grote groep mensen.  

En dan: deze groep mensen zal uitbreken, onder leiding van hun koning, sterker nog, onder leiding van de HEER zelf. Dat slaat op de terugkeer uit de ballingschap, maar tegelijk op veel meer. Het gaat niet alleen om de terugkeer uit de ballingschap in Babel, maar ook om de terugkeer uit de ballingschap van de zonde. En dat schaap dat een bres slaat, dat is Jezus Christus, die de dood overwint. Die koning, die tegelijk de HEER zelf is, dat is de beloofde Messias, God en mens.  

Bij hem ligt ook de oplossing voor ons: hoe gaan wij om met onze levensstijl, als rijke westerse mensen? Wat doe je als je je schuldig weet vanwege je veel te grote ecologische voetafdruk?  

Voor mijzelf ligt het geheim in wat Luther zegt: dat we in Christus tegelijk zondaar en rechtvaardige zijn. We zijn zondaar, we staan schuldig vanwege ons deelnemen aan onze consumptiemaatschappij. Tegelijk mogen we in Christus rechtvaardig zijn. Ook al leven we met vuile handen, we hoeven hier niet onder te bezwijken. Christus is immers ook bezweken onder onze te luxe levensstijl.            

Daarmee loop ik het gevaar dat ik Gods oordeel en mijn eigen schuld te makkelijk naast me neerleg. Daarom heb ik me de afgelopen tijd ook voorgenomen hierbij iets anders te bedenken: wat Paulus zegt: we moeten met Christus sterven en opstaan. Onze rijke westerse consumptieve levensstijl moet sterven. Een soberder manier van leven kan in de kracht van Christus’ opstanding ontstaan.  Als je weet dat Christus ook bezweken is onder onze luxe en onder onze afvalberg, dan mag je geloven dat Christus ook is opgestaan. Voor onze onschuld, voor ons nieuwe leven. Leef dat nieuwe leven! De koning gaat ons immers voor, de HEER zelf gaat aan het hoofd.