Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

Hans Burger
Hans Burger
31 maart 2007

Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

image_pdfimage_print

Palmzondag

Liturgie

Voorzang Ps 8,1.2.6
Votum / Groet
Psalm 24,4.5
Wet
Gebed
Lezen: Matt 21,1-22
LB 42,1.3
Preek over Matt 21,1-17
Zingen Gez 40
Gebed
Collecte
Zingen LB 120
Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

29 april 2015.  Morgen is een bijzondere koninginnedag. 35 jaar na haar troonsbestijging zal koningin Beatrix afstand doen van de troon. Voor het eerst sinds lange tijd zal Nederland weer een koning hebben. Prins Willem-Alexander zal vanaf morgen koning Willem IV zijn. Willem IV, de grote zoon van de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Hij is de laatste jaren alleen maar populairder geworden. De roep om een nieuwe koning werd steeds sterker. Morgen is het dan zo ver. Hij is de koning van het volk.

Maar wat gebeurt daar? Gejuich klinkt vanaf het Malieveld. Al snel gonst het rond het Binnenhof. Willem-Alexander is op een open wagen gaan staan, getrokken door een tractor. Zo is hij de Koningskade afgereden en heeft hij zich laten toejuichen. Op het Malieveld heeft hij vanaf de wagen het volk toegesproken. Als een echte actievoerder. En nu, omringd door mensen, komt hij van het Malieveld over de Korte Voorhout richting de Hofvijver. Het lijkt wel een soort Prinsjesdag, maar dan een prinsjesdag van het volk.

De tractor rijdt om de Hofvijver heen, het Binnenhof op. Willem-Alexander staat op de open wagen en zwaait de mensen toe. Oranje boven! Oranje boven, wordt er gescandeerd. Op het Binnenhof aangekomen, springt hij van de wagen af. Door de kleine ingang van de Tweede Kamer, die daar is, gaat hij naar binnen. Bij de portier gekomen, rent hij diens hok binnen, gooit een monitor op de grond, trekt stekkers uit computers en gaat verder. Hij heeft zich kennelijk goed voorbereid. Hij weet stoppenkasten te vinden, en schakelt op een aantal punten de stroom uit. Hij rent over de roltrappen, die nu stilstaan, naar de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Daar is iedereen in verwarring. Het is er schemerdonker. Hij gooit de papieren van de aanwezige ministers op de grond en gaat achter het spreekgestoelte staan. Hij wacht tot een camera-man hem goed in beeld heeft. Dan roept hij: dit parlement heeft zijn langste tijd gehad! Het parlement, dat ben ik.

Buiten klinkt gejuich. Leve de koning! Leve de koning. Binnen is iedereen perplex.

Zo klonk er ook gejuich in Jeruzalem: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna! Maar in de tempel was iedereen perplex. Wat gebeurt hier? Het is vandaag Palmpasen.

Het verhaal is zo bekend: Jezus komt naar Jeruzalem en hij zit op een ezeltje. Hij gaat naar de tempel en treedt daar op. Maar wat doet Jezus eigenlijk?

2. Jezus van Nazareth claimt dat hij de beloofde koning is. Lange tijd heeft hij zich in de provincie opgehouden, in Galilea. Als mensen hem koning wilden maken, gaf hij ‘niet thuis’. Maar nu is het moment gekomen. Nu gaat hij naar de residentie van David, Jeruzalem, de stad van de tempel. Nu maakt hij overduidelijk: ik wil de beloofde koning zijn. Ik ben de grote zoon van David, de vader des vaderlands.

Hij doet dat door iets in scène te zetten. De profetie van Zacharia was bekend. De vredekoning, die naar Sion komt. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op het jong van een ezelin. Jezus wist wat er zou gebeuren als hij zo op een ezel naar Jeruzalem zou gaan. En precies dat zet hij doelbewust in scène. Vanaf nu treedt hij op als koning. Hij vordert een rijdier. Nouja, een rijdier? Het rijdier is niet echt koninklijk. Een koning rijdt op een paard. Dit is een lastdier, een ezel. Geen steigerend paard, waar je niet bij in de buurt durft te komen. Geen galopperend paard, dat al voorbij is voor je er erg in hebt. Zijn rijdier is een ezel: langzamer, lager, lelijker. Deze koning is toegankelijk. Je kunt dichtbij hem komen. Hij stuurt je niet weg. Hij wil geen indruk maken om ons op afstand te houden. Je kunt bij hem terecht. Hij is zachtmoedig. Vriendelijk en genadig. Een koning vol liefde.

Hij is dan ook geen koning met het zwaard in de hand. Bij hem geen mitrailleur aan de heup, geen hand aan de trekker. Hij is niet omgeven door marcherende soldaten, door tanks en rijdende raketwerpers. Integendeel. Cavalerie, of die nu bestaat uit paarden en wagens, of uit tanks, heeft zijn langste tijd gehad bij deze koning. Dit is de koning die wereldvrede brengt.

Jezus had van alles kunnen zeggen over zijn koningschap. Maar dit is veel effectiever. Wat Jezus hier doet is eigenlijk een soort gelijkenis. Jezus doet het precies volgens het Boek. En zo zegt hij meer dan duizend woorden kunnen zeggen.

Die beloofde koning uit Zacharia– dat ben ik. En ik ben niet zomaar een koning. Ik kom naar mijn stad. Jeruzalem is mijn residentie, mijn hofstad. Ik kom voor die oude troon, de troon van David. Ik kom als de beloofde Messias.  Ik ben de grote zoon van David. Ik kom Israël verlossen. Ik kom wereldvrede brengen. Zo is hij ook onze bevrijder.

3. Zo komt Hij Jeruzalem binnen. Daarna gaat hij naar de tempel van Sion. Net als andere koningen deden in het Oude Testament. Wat was er vaak een verval, en dat ging ten koste van de tempel. Als er dan een koning kwam die weer echt God wilde dienen, begon die vaak met de tempel. De tempel schoonmaken, de tempeldienst in ere herstellen. Ze begonnen met het belangrijkste. Wat zou het volk zijn zonder God? Zo is Jezus ook een koning die met het belangrijkste begint. Wat zijn de mensen zonder God?

En dus gaat Jezus in de stad van David naar de tempel. Denk je in wat de betekenis van die tempel is voor de Joden. Deze tempel is hun nationale trots. Op heel de aarde is er maar één God. En die éne God heeft maar één tempel, hier in Jeruzalem. Wat Mekka is voor de Islam, dat is de tempel in Jeruzalem voor de Joden. Dit is het enige heiligdom van de enige God. Dit is de enige plek op aarde waar mensen weer met God in het reine kunnen komen. Hier wordt immers geofferd. Hier, in Sion, ligt ook de hoop van de wereld. Vanuit Sion zal God de wereld verlossen.

En let dan goed op wat er vervolgens gebeurt. Uit Johannes weten we dat Jezus twee keer opgetreden is in de tempel. De eerste keer jaagt hij de handelaars de tempel uit. Met een touw drijft hij alle dieren uit het heiligdom. Maar deze tweede keer is Jezus radicaler. De tempel is een rovershol geworden. Een plek voor types als Barabbas. Nationalistische terroristen verschuilen zich hier. Hier past geen schoonmaak meer, hier past alleen maar een definitieve sluiting.

We noemen dit een ‘tempelreiniging’. Maar dat is het dus niet. Jezus legt de hele tempel stil. Als er geen geld meer gewisseld kan worden, kan niemand meer met tempelgeld betalen. Dan kunnen er geen offers meer gekocht worden. En waar geen offers meer gekocht worden, daar wordt niet meer geofferd. Markus vertelt dat Jezus niet toestond dat iemand ook maar een voorwerp over het tempelplein droeg.

Waarom zo radicaal? Dat proef je in wat volgt op de tekst. Sinds deze preek snap ik die verzen opeens. Jeruzalem met haar tempel is als een vijgeboom zonder vruchten. Laat die maar verdorren. Deze tempel levert niet echt wat op. Hier komen mensen niet dichter bij God. Hier is geen aanbidding vanuit het hart. Hier ontstaat geen echte toewijding. Laat die tempelberg maar in zee verdwijnen.

Vanaf nu komt er een andere tempel. De tempel, dat is Jezus Christus zelf. De tempel in Jeruzalem is verwoest, zoals Jezus hier voorspelde. Voortaan bestaat het huis van gebed in de persoon van Jezus Christus. Hij is het offer. Hij is de hogepriester. Hij is de plek waar God woont. Wil je God ontmoeten, wil je bij God zijn, dan moet je bij Jezus Christus zijn. Gods tempel, dat is het lichaam van Christus.

Wil je bij Hem zijn? Wil je God ontmoeten? Voortaan moet je niet meer naar Jeruzalem, en al helemaal niet naar Mekka. Voortaan ben je bij God als je bij Jezus Christus bent. Waar Hij is, daar is God.

4. Maar wie is Hij? Is hij wel zo zachtmoedig? Het begint zo mooi: de intocht op Palmpasen. Een koning op een ezelsveulen, zachtmoedig, een vredekoning. Maar wat is daar even later van over? Hard optreden in de tempel, een vervloeking van een vijgeboom die net als de tempel geen vrucht oplevert, harde woorden over de tempelberg: gooi hem maar in zee wat mij betreft. Wat is er dan nog over van zijn zachtmoedigheid?

Wat zou je denken van een koning Willem IV die naar de tweede kamer gaat en zegt: Dit parlement heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben het parlement?

Wat vind je dan van een koning Jezus, die naar de tempel gaat en zegt: Deze tempel heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben de tempel?

Jezus is inderdaad scherp. Net als de profeten kondigt hij Gods oordeel over de tempel aan. Hij heeft inderdaad twee gezichten. [Kinderen: kijk maar op je blad, op de achterkant. Daar zie je twee dieren] Jezus is een lam, maar Hij is ook een leeuw. Hij is beide tegelijk, een lam en een leeuw.

Hij komt als een lam. Toegankelijk, vriendelijk, zachtmoedig, in dienst van de vrede, de vrede tussen God en mens. Hij komt ook als leeuw. Scherp wijst hij de zonde aan. Hij confronteert je met jezelf, met je falen, met je onvermogen. En scherp is hij als je hem afwijst. Als je niet wilt dat Hij je koning is, dan brengt hij Gods oordeel.

Maar ook dan komt hij als lam. Dit harde optreden in de tempel heeft geleid tot zijn dood. Nu zijn de priesters en de bijbelgeleerden het zat. Deze Jezus moet dood. Hij is een gevaar voor ons land. Zijn optreden is het einde van onze godsdienst. En dan wil hij sterven voor zijn volk. Dan is hij opnieuw een lam, dat de zonden van de wereld wegneemt. Een echte vredekoning.

Totdat hij komt als leeuw. Als je het lam blijft afwijzen, als je niet door Hem van Gods woede verlost wilt worden, dan kom je opnieuw tegenover Jezus te staan. Dan zal Hij je oordelen.

Want hij komt namens God. Met pretenties: echte verlossing, echte vrede, echte oplossingen; en dat allemaal in opdracht van de enige echte God. Als God zelf op aarde.

Hij komt als lam. Alleen als je hem afwijst, dan is hij ook een leeuw. Dan brengt hij Gods oordeel.

5. En dan is dus de vraag: hoe sta je tegenover Jezus? [Kinderen: volgens mij is er een vraag die daarover gaat] In het verhaal reageren mensen op twee manieren op Jezus. De menigte die hem volgt, is dolenthousiast. Nu komt er eindelijk een koning die Gods volk zal verlossen. Israël wordt hersteld, de Romeinen het land uit. Nu komt het vrederijk.

De stad Jeruzalem daarentegen, de hofstad, raakt wel in opschudding. Maar mee juichen doen ze niet. Ze vragen: Wie is dat nu weer? Een koning uit Galilea hoeven ze niet. De leiders in de tempel zijn hevig verontwaardigd: waar haalt Hij het lef vandaan?

Ook na zijn kruisiging en opstanding blijft die tweedeling. Mensen die na de kruisiging bij Jezus terugkeren en inzien: deze mens is inderdaad de beloofde koning. God heeft hem aangesteld als koning en messias. Hij brengt echt vrede tussen God en mensen. Zijn zachtmoedigheid is mijn redding geweest.

Anderen blijven hem op afstand houden, desnoods tegen beter weten in. Deze Galileeër, dit mannetje uit de provincie, mijn koning? Zou zijn dood, gekruisigd als een rover, meer betekenen dan deze tempel, door hem weggezet als rovershol?

De keus blijft: hoe sta je tegenover Jezus? Is hij je koning, die jouw leven regeert, die je vrede geeft, die je in Gods koninkrijk brengt? Roep je van harte: Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer? Juist omdat je ziet hoe Hij als lam van God voor jou gestorven is?

Of wil je hem niet? Geen zachtmoedige vriendelijke koning?Geen koning die zo scherp ons onvermogen bloot legt? Geen koning met zulke pretenties – dat hij de nieuwe tempel van God is? Geen koning uit de provincie, zonder glamour, zonder geld, zonder groots machtsvertoon?

Jezus is een leeuw en een lam. Een lam, zachtmoedig, benaderbaar, toegankelijk. Een leeuw, die je scherp op je tekorten wijst. Gods lam, gestorven voor je zonden. Een leeuw, die je tegenover je kunt vinden als je Hem afwijst.

Hij stelt je voor de keus: Hosanna, of ongeloof. Je wordt voor die keus gesteld. Luister daar niet over heen, maar kies.

6. Kies je voor Hem, dan hoor je bij zijn lichaam, de gemeente. Wat dat betreft is het van belang te zien wat Jezus precies uit het OT citeert in vers 13. Jezus zegt: er staat geschreven: mijn huis moet een huis van gebed zijn. Dat staat in Jesaja 56. Jesaja schrijft (vers 7): Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. Voor alle volken. Ook voor vreemdelingen, ook voor allochtonen. En dan niet alleen voor Turken, Grieken, Egyptenaren, Italianen, Marokkanen; maar zelfs voor mensen die nog verder weg wonen: Nederlanders, Friezen.

Wij zijn volgelingen van de beloofde koning, de Zoon van David: Jezus Messias. Volgelingen uit de volken die vol verwachting naar het hemelse Sion komen. Daar staat immers de troon van David. Daar is de nieuwe tempel van de Heer. Jezus Christus is immers de nieuwe tempel.

Aanbid God dan ook in Jezus Christus. Via Hem kom je bij God, voorbij het voorhangsel, voor de troon in de hemel. Aanbid Jezus Christus zelf, God als mens op aarde. Juich Hem toe: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna in de hemel!

Maar je moet meer zeggen: het lichaam van Christus is de nieuwe tempel. [Even voor de kinderen: nu komt het antwoord op de laatste vraag op jullie blad] Wij, die in Jezus Christus geloven, wij zijn samen een nieuwe tempel voor de levende God. Dat is een geweldig voorrecht. God woont niet meer alleen op die ene berg in Jeruzalem. God woont overal waar de kerk van Jezus Christus te vinden is. De Heilige Geest woont immers in de gemeente. Een geweldig voorrecht!

Maar ook een opdracht van Jezus Christus zelf. Wat zijn we samen: een rovershol, of een huis van gebed? Wat zou Jezus doen als Hij hier kwam: de tent sluiten, of iedereen uitnodigen om hier te komen bidden?

Wees in Franeker een huis van gebed voor de volken. Voor arm en rijk, voor Turk, Nederlander en Surinamer, voor jong en oud, voor wie houdt van orgel en voor wie houdt van een combo. Een huis van eerbied, een huis gevuld door Gods Geest zelf, een huis waar het goede nieuws van Jezus Christus alles bepaald. Een huis van vrede. Wees als je koning: nederig, zachtmoedig. Toegankelijk en open, liefdevol en geduldig. Leef in dienst van zijn vrede!