Marcus 9,2-13 – Verkijk je niet op Jezus!

Hans Burger
Hans Burger
8 maart 2009

Marcus 9,2-13 – Verkijk je niet op Jezus!

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang: Ps 23
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 43,3.4
  • WeT
  • Zingen: Ps 81,1.4.8
  • Gebed
  • Lezen: Marcus 9,2-13
  • Preek over Marcus 9,2-8
  • Zingen: Gez 68.1.3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez. 69
  • Avondmaalsviering: Formulier IV
  • Gebed
  • Geloofsbelijdenis: Zingen Gez 179b
  • Viering
  • Zingen: LB 178,1.4
  • Dankgebed
  • Zingen: LB 15,1.3.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 9,2-13 – Verkijk je niet op Jezus!

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

1. Wat moet je met Jezus? Misschien vraag je dat wel eens af. Om je heen zie je zoveel moois: mooie jongens, mooie meisjes. Je gaat naar de film, je gaat naar de disco. Je ziet mooie dingen, mooie kleren, mooie auto’s. Wat denk je dan? Had ik maar het geld om het allemaal te kopen? Je ziet zoveel mensen met een heerlijk leven, zonder Jezus.

Wat moet je dan met Jezus? Je weet het allemaal wel wat hier gebeurt. Special effects, die kom je hier niet tegen. De mensen hier – prima, maar niks bijzonders. Avondmaal, je zit er maar bij te wachten tot het over is. Het doet me niks.Waarom zou je dan niet stoppen met de kerk, met Jezus? …

Ik wil vanmorgen één ding benadrukken: verkijk je niet op Jezus. Trek je conclusies niet te snel.

Misschien ken je het sprookje van de kikkerkoning. Er was eens een prinses met een gouden bal. De prinses speelde met haar gouden bal bij een bron in het bos, dichtbij het paleis. Ze gooide de bal de lucht in en ving hem weer op.

Maar dan… De prinses ving hem niet: de bal rolde regelrecht het water in. De bal verdween in de bron … Ze huilde en bleef maar huilen. Opeens hoorde ze een stem. Waarom huil je, prinses? Ze keek om zich heen en zag een kikker. ‘Ach ben jij het, lelijke kikker. Ik huil omdat mijn gouden bal in de bron is gevallen.’

De kikker wil de bal wel opduiken, maar alleen als de prinses iets belooft: hij wil haar vriendje zijn, naast haar aan tafel zitten, eten van haar gouden bordje drinken uit haar gouden bekertje, en slapen in haar bedje. De prinses denkt: Die domme kikker kan natuurlijk nooit mijn vriend zijn. Dat kan ik makkelijk beloven. Dus ze belooft het, en de kikker duikt in de bron. En hij komt weer boven, met de gouden bal.

Dolgelukkig rent de prinses terug naar het paleis. Zonder de kikker.

De volgende dag als de prinses zit te eten, wordt er op de deur geklopt. ‘Prinses, doe open!’ De prinses doet de deur open en schrikt – daar is de kikker! Weg met dat beest!

Maar als haar vader, de koning, alles hoort, moet ze de kikker aan tafel laten zitten, laten eten van haar gouden bordje, laten drinken uit haar gouden beker, en meenemen naar haar prinsessebed. Verschrikkelijk! Met een vies gezicht neemt ze de kikker mee naar boven. Ze gooit hem keihard tegen de muur boven haar bed.

En dan… ligt er een knappe prins op haar bed. De kikker was een betoverde prins!

Wat had de prinses zich verkeken op die kikker!

2. Zo kun je je ook op Jezus verkijken.

Kijk maar naar Petrus. Hij lijkt wel wat op die prinses. Hij is blij met Jezus, net zoals de prinses met haar gouden bal. Enthousiast heeft hij het gezegd in Marcus 8,29: U bent de Messias. Alleen dan komt de grote tegenvaller. Jezus begint zijn leerlingen duidelijk te maken: Ik zal veel moeten lijden. Ik zal verworpen worden door de leiders van het volk. Ik zal gedood worden. Daar kan Petrus helemaal niks mee. Het spel met de gouden bal is verpest. Nu zit hij met die stomme kikker. Petrus kan niks met een Messias die moet lijden en sterven. Hij wordt boos op Jezus omdat Hij vertelt dat Hij moet lijden. Petrus begint hem fel terecht te wijzen. Daar wordt Jezus boos van. Jezus wijst Petrus streng terecht: Ga weg, satan!

Wat zou Petrus gedacht hebben? Wat moet ik met die Jezus? Misschien denk jij ook wel: wat moet ik met Jezus? Wat moet ik met die saaie kerk? Het zegt me niks! Dat rare kruis, dat vervelende avondmaal…Hoe is dat bij jou?

Maar let dan op hoe het verder gaat. Verkijk je niet op Jezus!

Want Petrus verkeek zich wel op Jezus. Dat merkt hij zes dagen later. Jezus neemt Petrus, Jacobus en Johannes mee, een hoge berg op. En als ze helemaal alleen zijn… Dan verandert Jezus van gedaante.

Ik heb al eens eerder gezegd: Marcus heeft waarschijnlijk het verhaal opgeschreven dat Petrus zelf hem vertelde. Hier zie je opnieuw dat Petrus er zelf bij geweest is. Hij weet nog precies wat er gebeurde en hoe het er uit zag. Jezus werd blinkend wit. Zelfs zijn kleren veranderden. Geen enkel wasmiddel kan kleren zo wit maken. Geen stoffenfabriek maakt zulk wit textiel. Stralend wit – zo straalt alleen Gods heerlijkheid, Gods luister.

Even wordt er een tipje van de sluier opgelicht. Even zien ze dat Jezus goddelijk is – God is. Hemels. Groot en machtig is Hij.

Moet je voorstellen dat je dat meemaakt. Sommige mensen maken een bijna dood-ervaring mee. Ze zien vaak een prachtig, stralend wit licht. In de Bijbel mogen mensen soms een blik in de hemel slaan. Ook dan zien ze een stralend witte wereld. Gods heerlijkheid is stralend als de zon. Denk aan hoe ’s winters sneeuw de zon weerkaatst. Stel je voor dat terwijl jij erbij staat Jezus zo van uiterlijk verandert. Wat zou dat met je doen? Je moet je ogen dichtknijpen vanwege het licht. Je hebt geen skibril op. Jezus die je kent. Jezus verandert. Jezus wordt hemels! Wat zou je dan doen?

3. Petrus ontdekte iets geweldig moois: die Jezus die gekruisigd wordt, die gaat sterven, die is echt de Zoon van God! Die is zelf God. Van Hem zelf gaat hemels licht uit.

Hier op aarde hebben we het over knappe hunk’s en babe’s. Jong en aantrekkelijk. Je ziet een auto, een cabrio of een snelle coupé, en je denkt: die wil ik ook. Je verlangt misschien wel naar veel geld, om schoenen, kleren, sieraden te kunnen kopen, om uit te kunnen gaan. Rijk en aantrekkelijk zijn. Sterrenstatus.

Als je dan Jezus Christus daarnaast ziet – hemels stralend. En je moet kiezen tussen Jezus en al die andere dingen? Dan kies je toch voor Jezus? Je mag bij Jezus horen – daar zeg je toch geen nee tegen?

Want weet je, het gaat niet alleen om Jezus. Kijk maar wat er verder gebeurd: er komt een wolk. Weet je wat dat betekent? Als God laat zien dat Hij bij ons wil wonen, dan komt er een wolk. Vroeger, in de woestijn, had Israël een tent gemaakt als heiligdom waar God zou wonen: de tabernakel. Toen die tent klaar was, werd hij in gebruik genomen. Bij die inwijding van de tabernakel kwam er een wolk die de tabernakel vulde. God liet zien: door deze tent wil ik bij jullie wonen.

Later bouwde koning Salomo een tempel in Jeruzalem. Als die tempel in gebruik genomen wordt, vult een wolk de tempel. Zo laat God zien: hier wil ik bij jullie wonen.

Zo gaat het nu ook. Jezus is Gods Zoon. Dat betekent dus iets geweldigs: Door Jezus wil God bij ons zijn. Vandaar die wolk.

En natuurlijk die stem. Dat is net zo bijzonder. Petrus en de anderen horen de stem van God zelf. God zegt speciaal tegen hen: Deze Jezus is mijn Zoon. Bij Hem moet je zijn. Luister naar Hem. Ook als hij dingen zegt die je niet snapt, over lijden en sterven. Als je denkt: wat moet ik met die Jezus?

Denk jij dat ook wel eens? Er zijn veel meer mensen die zich dat afvragen. Vlak na zijn geloofsbelijdenis snapte Petrus er niks meer van. Hij kon niks met Jezus.

God weet dat wij het soms kwijt zijn. Wat moet ik met die Jezus? Misschien denk je dat wel juist bij het avondmaal. Niks geen special effects. Een tafel. Een stukje brood. Een slokje wijn. Een verhaal over Jezus die voor onze zonden moet sterven. Die zich laat mishandelen. Die met zich laat sollen. Die dood gaat.

Je kunt denken: is dit het nu? Moet ik hier wel zijn, in de kerk? Wat moet ik met die Jezus?

4. Verwacht niet van mij dat ik in een korte preek jullie uit ga leggen waarom een leven met Jezus de moeite waard is. En waarom het belangrijk is dat God door Jezus voor altijd bij ons wil zijn. Dat zul je uiteindelijk ook zelf moeten ontdekken.

Ik beperk me nu tot een paar dingen die in Marcus 9 naar voren komen, die je kunnen helpen op je eigen ontdekkingstocht.

I. Ga niet af op de eerste indruk, maar kijk verder. Kijk niet alleen naar brood en wijn, maar zoek met je hart Christus in de hemel.

II. Onthoud hoe je Jezus in dit verhaal mag zien. Zo is Hij nu ook in de hemel. Jezus was maar niet een lelijke zwakkeling. Een mislukte Messias. Je ziet hier even meer van Jezus dan er normaal van Hem te zien is. Hij is de Zoon van God en Hij regeert als koning. Je zult het eens met eigen ogen zien. Als je sterft, en als Jezus terugkomt. Hij is in hemelse heerlijkheid. Helder stralend wit. Zo wit als we het hier op aarde niet kunnen krijgen. Bij Hem mag je horen. Hij is onze toekomst!

III. Denk aan die wolk: door Jezus wil God zelf bij ons wonen. God de Vader, en Jezus Christus, ze houden van ons! Ze hebben zo veel voor ons over. Ze hebben echt het beste met je voor – beter kun je het niet treffen.

IV. Vergeet niet wat God zelf hier tegen ons zegt: Bij Hem moet je zijn. Luister naar Jezus Christus! Wees en blijf zijn leerling. Verkijk je niet op Jezus. Met Hem leven is eeuwige liefde. Zonder Hem wordt het leven een hel. De hel.

Daarom: zie Jezus voor je: helder hemels wit. En aanbid Hem met heel je hart.