Marcus 15,33-34 – Waarom?

Hans Burger
Hans Burger
10 april 2009

Marcus 15,33-34 – Waarom?

image_pdfimage_print

Goede vrijdag

Liturgie

Voorzang: Gez 89,1.4
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 6,1-3
Gebed
Bijbellezing: Marcus 15,20b-39
Stilte
Zingen: Ps. 22,1-3
Preek over Marcus 15,33-34
Zingen: LB 181,1.3.4.5
Gebed
Collecte
Avondmaalsformulier
Geloofsbelijdenis
Zingen Ps 22,11.12
Viering
Zingen Ps 22,13
Dankgebed
Zingen LB 192,1.2.3.6
Zegen
De kerk in stilte verlaten

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 15,33-34 – Waarom?

1. Waarom? Waarom?

Het is een vraag die vaak gesteld wordt. Waarom moet ik dit meemaken? Waarom krijg ik nu dit weer over me heen?

Het is een vraag die in onze tijd vaak gesteld wordt. Waarom is er al dat lijden in de wereld? Waarom doet God er niks aan? Het lijkt wel of we juist in ons welvarende werelddeel steeds minder goed om kunnen gaan met pijn, met tegenvallers, met risico’s.

Maar de vraag is terecht. Weet je dat die vraag ook in de Bijbel klinkt? Kijk in Job. In de Psalmen. Een en twintig psalmen, die jou en mij de vraag leren stellen: Waarom HEER? Hoe lang duurt het nog, HEER?

Waarom bent u er niet als het moeilijk is? Hoe lang duurt het nog dat u mij vergeet? Hoe lang nog zullen mijn goddeloze vijanden het van me winnen? Waarom verstopt u zich en bent u zo ver weg?

Bijvoorbeeld in psalm 22:

Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en u redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit.

Daar is het een uitroep van David. David kent God, weet dat zijn familie op God vertrouwd heeft, weet dat God voor hem gezorgd heeft vanaf dat hij als baby geboren werd.Maar nu wordt hij bespot, gepest, uitgestoten. Vol leedvermaak kijkt iedereen toe. Hij roept het uit: Waarom bent u zo ver weg? Waarom redt u mij niet? Bevrijd mij, red mij!

De Bijbel is daar dus heel eerlijk over. Herken je het dat God ver weg lijkt? Soms snap je er helemaal niets van: Waarom gebeurt dit allemaal? Als je zelf tegen pijn aanloopt, mislukking, ziekte. Als je leven kapot gaat. Als je gepest wordt. Als mensen die dichtbij je staan je zo teleurstellen. Als je ziet hoeveel er kapot gaat door zonde. Hoe het kwaad van de één anderen meesleept. Hoe kinderen beschadigd raken door hun ouders. Hoe de een altijd wat heeft, tegenslag op tegenslag. Terwijl het de ander voor de wind gaat.

Mijn God, hoelang moet dit nog duren? Mijn God, waarom blijft u zo ver weg?

2. Je zult maar het beste gezocht hebben voor je volk. Mensen waren onder de indruk en liepen met je weg. Je had volgelingen. Maar anderen wilden je niet begrijpen. Gingen je haten, zonder reden. Wilden je dood. Maar wat heb je verkeerd gedaan? En dan is het een van je eigen volgelingen die je verraadt. De anderen laten je in de steek. Zeggen dat ze je niet kennen en niet bij je horen. Iedereen sart je, bespot je. Je wordt geslagen. Gemarteld. Je krijgt geen eerlijk proces. Van te voren staat al vast wat de uitkomst is: hij moet dood. Weg met die man.

Zo ging het met Jezus. Het ene moment werd hij toegejuicht. Het volgende moment slaan ze de spijkers door zijn handen en zijn voeten. Zijn kapotgeslagen rug schuurt tegen het ruwe hout van het kruis waaraan ze hem hangen. En ze lachen vol leedvermaak. Ze bespotten hem. He Messias, waar blijf je? Je kwam toch om mensen te redden? Nou, red jezelf, dan zullen we naar je luisteren.

Het moet Jezus door merg en been gegaan zijn. Zijn lijf, zijn ziel, overal werd hij diep gekwetst. Maar het ergste: altijd had hij dichtbij God geleefd. Altijd was hij God gehoorzaam geweest. Hij was een rechtvaardige. Hij was voor God gegaan, door dik en dun. Hij had mensen opgeroepen: Gods rijk is nabij. Bekeer je. Richt je op God!

En waar is God nu? Ze staan om Hem heen: wilde stieren. Roofzuchtige leeuwen. Zijn lijf gaat kapot. Zijn tong is een lap leer die aan zijn gehemelte kleeft. En de pijn, van die spijkers die zijn hele lijf kapot trekken…

God is zijn sterkte Maar waar is Hij dan? De hemel wordt donker als de nacht. Al het licht verdwijnt. Bidden is schreeuwen tegen een muur. God luistert niet. Hij laat het gebeuren. Hij doet niets!

Jezus schreeuwt het uit. Hij valt terug in het aramees, zijn moederstaal. Hij valt terug op die woorden uit de psalmen die hij zo goed kent. Hij schreeuwt het uit: Eloï, eloï, lema sabachtani? Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

Jezus lijdt onschuldig. Maar Hij blijft trouw aan God. Zelfs nu schreeuwt Hij het naar God toe uit. Zie je dat? Zelfs nu nog geeft Hij ons een voorbeeld: Blijf in je lijden God zoeken. Ook al lijkt het of God er niet is, blijf Hem roepen.

3. Zo wordt God in Jezus Christus één met mensen die verscheurd worden door lijden. Met anderen roept hij het uit: ‘Mijn God, waarom?’ In Christus lijdt God met ons. In Jezus Christus zoekt God ons op, mensen die lijden.

Maar er is meer. Ons lijden komt door de zonde van ons allemaal. Het is onze zonde die ons eigen leven en de levens van anderen om ons heen kapot maakt. We sleuren anderen mee, maken onszelf en anderen kapot.

Zonde maakt ook relaties kapot. Zie je het niet om je heen? Zonde maakt mensen soms toch diep eenzaam?

Neem Judas. Hij heeft Jezus verraden. Hij ziet wat er van komt: Jezus is ter dood veroordeeld. En dan krijgt hij spijt. Hij is Jezus kwijt. Hij is zijn vrienden kwijt, de andere leerlingen van Jezus. Hij schaamt zich, voelt zich schuldig en hij is alleen. De leiders van het volk kan het niet schelen. Ze zeggen: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!’ Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord.

Maar het kan ook minder extreem. Petrus heeft gezegd dat hij niks met Jezus heeft. Ik ken hem niet! Dan kraait de haan. Petrus herinnert zich wat Jezus gezegd heeft: ‘Voordat een haan tweemaal heeft gekraaid, zul je mij driemaal verloochenen.’ Als hij zich dat herinnert, begint hij te huilen. Wat moet Petrus zich alleen gevoeld hebben.

Herken je die eenzaamheid?

Die komt er vanzelf. Zonde maakt relaties kapot. Wie zondigt, beschadigt zijn relatie met God en raakt God kwijt. Zonde is ten diepste breken met God. Dan word je pas echt eenzaam. Leven zonder God is leven zonder levensbron, zonder hoop. Dan wordt leven wachten op de dood. De eeuwige dood.

In die eenzaamheid werkt de straf en de vloek op de zonde. God straft de zonde met de allerdiepste eenzaamheid. Verlaten zijn door God en mensen, en eeuwig sterven. Overgeleverd worden aan haat. Leven in greep van de duistere machten. Gekweld worden door angst en pijn. De hel…

Dat is waar Jezus belandt. Hij wordt meegesleurd door de zonde van die mensen om Hem heen die Hem verwerpen. Hun zonde maakt Hem kapot. Maar Hij wil dat ook laten gebeuren. Hij sterft voor ons. Hij wordt door God tot zonde gemaakt. Jezus Christus neemt de gevolgen ervan voor zijn rekening: de vloek, de straf.

Dat is een bekend verhaal. Maar we mogen er nooit aan wennen. Nooit. Dan neem je de schreeuw van Jezus niet serieus. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Wie daar een goedkoop antwoord op geeft, zo van ‘Zo wilde God het zelf toch, Jezus wist toch dat hij op zou staan’, slaat de plank helemaal mis. Hier past eerst de verbijstering om het kwaad, om onze zonde.

Wij hebben Jezus meegesleurd in onze val. Wij hebben zijn leven kapot gemaakt. Zijn schreeuw, zijn verbijstering was oprecht. Juist voor hem was die eenzame godverlatenheid een verschrikking. Wij zijn het die hem die verschrikking aangedaan hebben.

Maar waarom? En waarom was dit Gods weg? Op die vragen moeten wij ten diepste het antwoord schuldig blijven.

4. Maar: sinds die kreet van Jezus is er wel iets fundamenteel veranderd.

Ik zei net al: God is in Jezus Christus is een geworden met mensen die verscheurd worden door lijden.

Wat je daar aan hebt? Het betekent iets geweldig moois: wie in Jezus Christus gelooft, is in zijn lijden nooit meer alleen. Als jij je diep eenzaam voelt – ziek in het ziekenhuis, gepest of in de steek gelaten, ’s avonds huilend alleen in bed – dan wil God je in de Bijbel toch bemoedigen. Ons lijden wordt een lijden met Christus. En Christus voelt met ons mee.

De Hebreeënbrief zegt:

Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan. (2,18)

En:

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. (4,15)

In ons lijden is de Here Jezus bij ons. Misschien voel je het niet. Maar toch belooft hij het. Als iemand achter je staat, zie je hem niet. Voel je hem ook niet. Maar Hij is er wel. Zo is Jezus ook bij ons, of je het nu voelt of niet. Toch is hij er. Geloof in Jezus!

En daar komt iets bij. Jezus Christus heeft voor ons die totale eenzaamheid, die diepste godverlatenheid doorstaan. En tot het einde toe hield Hij God vast. Tot het einde toe richtte Hij zich op God. Hij riep niet tegen mensen: Waarom gebeurt dit? Waarom laat God dit toe? Hij richtte zich op God zelf: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Hij sprak God zelf aan.

En doordat Jezus trouw bleef aan God, zijn wij voor altijd verlost van die totale eenzaamheid. Hij is door God verlaten, zodat wij nooit meer door God verlaten zouden worden. Nooit meer die totale allerdiepste godverlatenheid. Nooit meer.

Voor Jezus was het een eenzaamheid zonder bodem. Zonder grond onder de voeten. Voor ons geldt altijd: Heer, u bent mijn leven, de grond waarop ik sta. Ook als je eenzaam bent. Ook als je lijdt.

Jezus riep het uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Zo was Gods Zoon in het lijden bij ons.Zo doorstond Gods Zoon de diepste godverlatenheid voor ons. Zo brengt Gods Zoon ons weer bij God, is Hij zelf God bij ons. Voor altijd. Voor ieder die in Hem gelooft.