Marcus 14,22 – Jezus deelt zichzelf uit aan zwakke mensjes

Hans Burger
Hans Burger
13 september 2008

Marcus 14,22 – Jezus deelt zichzelf uit aan zwakke mensjes

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang Ps 23,1
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 23,2.3
  • Wet
  • Zingen Ps 61,2.3.6
  • Gebed
  • Lezen: Markus 14,17-31
  • Preek over Markus 14,22
  • Zingen Gez 90
  • Jezus-project
  • Opwekking 461 Mijn Jezus, mijn redder
  • Gebed
  • Collecte
  • Avondmaalsviering: Zingen LB 356,1.2
  • Aan tafel Zingen LB 356,3
    Zingen Gez 119,1.2.5
    Zegen

Opmerking: Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

 

Preek over Marcus 14,22 – Jezus deelt zichzelf uit aan zwakke mensjes

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus onze Heer,

De eerste week van het 30 dagen project ‘Leven vanuit Jezus’ zit er op. Vorige week zondag zijn we gestart. Verderop deze dienst staan we daar nog even expliciet bij stil.

We zijn het gaan doen omdat we graag Jezus Christus centraal willen zetten. Waarom? Als Hij centraal staat in ons leven, dan zorgt Hij er voor dat God centraal staat in ons leven. Pas dan komt je leven tot bloei.

Ik vind het mooi om juist nu samen avondmaal te vieren. Maar ik vind het ook wel raar. We doen het project met een heleboel mensen uit de gemeenten. Ouderen en jongeren. De ouderen gaan zo meteen avondmaal vieren, de jongeren niet.

Ik kan dat niet veranderen. Avondmaal vier je nadat je hier voor in de kerk hebt gezegd: Ik wil van Jezus houden. Ik wil bij Christus horen. Ik zeg ‘ja’ tegen God. Daar moet je aan toe zijn. Bij ons zijn we gewend dat pas vanaf een jaar of 17-18 te doen. Het zou ook wel eerder kunnen. Maar ook als je eerder belijdenis zou doen blijft er een groep die wel meeviert en een groep die niet meeviert. Zoals gezegd, ik kan dat niet veranderen. Toch is het nu wel jammer – we zijn samen bezig, en zo meteen doet een deel wel mee en een deel niet.

Want het is natuurlijk het mooiste als je meeviert. En tegelijk: ook als je nog niet meedoet, kun je wel iets aan het avondmaal hebben. Dat wil ik proberen jullie duidelijk te maken.

Ook als je niet mee viert zegt het avondmaal iets tegen je.

Wat zegt het avondmaal dan? Daar gaat deze preek over.

En dan moet je eerst eens even goed kijken naar het stuk wat we gelezen hebben, vers 17-31. Je kunt dit stuk in drieën verdelen – hoe zou je dat doen?

Waar gaat het eerste deel over, waar het tweede, waar het derde?

Dus wat zie je: het stuk over brood en wijn staat tussen twee andere stukken. En die twee stukken gaan over discipelen die Jezus zullen verraden, in de steek zullen laten, zullen verloochenen.

Zo zet Markus het avondmaal in een kader: Jezus viert het avondmaal met geniepige en laffe mensen. Kleine zwakke mensjes die tegenvallen. Dat laat iets zien wat ik heel mooi vind. Jezus gaat sterven voor kleine zwakke mensjes. Hij hield al lang van ons, juist toen wij nog zo verschrikkelijk tegenvielen.

2. Denk jij wel eens: Hoe kan Jezus nu van mij houden?

Val ik hem niet verschrikkelijk tegen?

Mag ik bij die Heer horen? Dat kan toch niet?

Als je weer dezelfde fout gemaakt hebt, weer naar hem toe gaan om vergeving te vragen.

Of kijk nou naar zo’n Jezus project.

Een gewetensvraag; ik zal jullie niet vragen je hand op te steken: Wie is het al twee keer of vaker vergeten of er niet aan toe gekomen om het stukje van de dag te lezen? Als dat bij jou zo is, dan kan ik me voorstellen dat je van jezelf baalt.

En als je het nog elke dag gedaan hebt: Nu ben je er druk mee bezig. Maar straks? Hoe vaak denk je dan aan Jezus? Val je jezelf dan weer tegen?

Lieve broers en zussen, broertjes en zusjes, we vieren geen avondmaal omdat we zo goed meedoen met dat 30 dagen project. Dat was de eerste keer al niet zo. Het gaat in Markus 14 over Jezus verraden. Over Jezus in de steek laten.

Jezus zit met mensen te eten die ook van zichzelf hebben gebaald. Die ook zichzelf tegenvielen. Stel je alleen Petrus maar voor – hij heeft om zichzelf gejankt toen hij Jezus had verraden. Jezus weet dat nu al. Zegt hij: Petrus, ga jij nu even weg?

Nee, Jezus pakt een stuk brood.

Hij zegent het brood.

Hij breekt dat gezegende brood in stukken.

Het wordt gebroken voor die mensen die tegenvallen. Laf, gemeen misschien wel. Hij breekt het in stukken zodat ze allemaal een stukje kunnen krijgen.

En hij deelt dat gezegende brood uit.

Jezus deelt uit. Al zijn leerlingen krijgen een stuk.

Zo gaat het zo meteen ook.

En dan moet je niet op mij letten. Ik mag daar staan namens Jezus. Probeer Hem te zien.

Hoe hij brood pakt.

Hoe hij daar aan tafel het brood zegent.

Stel je voor – Jezus die dat brood breekt voor ons.

Het wordt gebroken voor kleine zwakke mensen. Mensen die tegenvallen.

Waarin val jij tegen – weet jij dat?

Wat zou Jezus zeggen als hij hier was? Toen had hij het over verraden. Over verloochenen. Over in de steek laten. Wat zou hij tegen jou zeggen? Bedenk eens zo’n moment van tegenvallen. Bedenk eens wat Jezus tegen jou gezegd zou hebben.

Maar let op: voor mensen zoals jij en ik breekt Jezus dat gezegende brood in stukken.

Hij deelt het uit.

Jij en ik – hier voor aan tafel krijgt iedereen een stukje.

Nou, nee dus. Niet iedereen.

Toen waren er maar twaalf mensen bij. Twaalf mensen die echt leerling van Jezus waren geworden. Terwijl er veel meer mensen met Jezus mee gingen.

Zo is het nu ook nog. We vieren het avondmaal met mensen die echt leerling van Jezus zijn geworden. Die daar zelf ‘ja’ op hebben gezegd.

Maar let op: die leerlingen, we blijven mensen die soms van onszelf balen. Die onszelf tegenvallen – of niet?

3. Ok, alleen de 12 leerlingen van Jezus zitten aan tafel.

Zo ook bij ons: alleen diegenen die hier voorin de kerk hebben gezegd: Ja, ik wil leerling van Jezus zijn.

Maar als je nog niet zover bent?

Je zou in deze preek toch uitleggen hoe je ook wat aan het avondmaal kunt hebben als je niet meeviert? Je lijkt wel een dominee – aan het begin van de preek allemaal vragen oproepen en de meeste vragen niet beantwoorden.

Goed punt. Het gaat inderdaad om die vraag: hoe kun je ook als je niet meeviert iets aan het avondmaal hebben.

Daarom kijken we nu naar wat Jezus verder doet. Hij zegt iets.

Hij zegt: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’

Wat zie je daar?

Jezus deelt brood uit.

Maar het gaat niet om dat brood.

Het gaat erom wat Jezus wil laten zien door dat brood te zegenen, te breken, te geven.

Door jou uit te nodigen: eet hiervan.

Waarom doet Jezus dat: brood zegenen, breken, uitdelen?

Jezus wil iets duidelijk maken – aan zijn leerlingen, aan iedereen die deze geschiedenis hoort, aan jullie allemaal.

Over zichzelf.

Over wat hij doet.

En over wat dat voor jou betekent, voor mij.

Ik geef jullie brood – dat wil zeggen: Ik geef mijzelf aan jullie.

Ik word genomen. Gearresteerd.

Ik word gebroken. Gebroken aan het kruis.

Ik word gegeven. Overgegeven in de dood.voor jullie.

Ik ben voor jou dat gezegende stuk brood. Ik ben voor jou een bron van zegen.

Ik word uitgedeeld aan jullie allemaal. Ik wil in jullie het leven zijn. Ik wil jullie leven zijn.

Dat wil Jezus duidelijk maken.

Of je nu mee viert en zelf brood eet of niet.

Of je nu al ja gezegd hebt – Ja, ik wil leerling zijn van de Heer, Jezus Christus – of niet.

Jezus wordt voor ons overgegeven en gebroken.

Jezus deelt zichzelf uit.

Hij wil zichzelf ook aan jou geven!

Daar gaat het avondmaal over.

En dat is een boodschap die jullie allemaal op jezelf mogen betrekken. Of je nu meeviert of niet.

Jezus is voor ons gestorven toen wij nog goddeloos waren. Zondaren. Schuldig.

Hij wist voor wie hij stierf.

Hij wist het.

Mensen die kunnen verraden.

Mensen die in de steek kunnen laten.

Mensen die kunnen verloochenen.

Hij wist het – lees Markus 14 maar.

Daarom gaf hij juist zichzelf.

Daarom nam hij brood, zegende het, brak het, gaf het, en zei:

Neem hiervan, dit is mijn lichaam.

Hij geeft zichzelf aan jou en mij.

Als je in Hem gelooft dan wil hij in je wonen.

Blijven wonen.

Zodat je een nieuwe mens wordt.

4. Neem dus hiervan – van dit brood.

Ik zeg dat nu.

Maar hoor daarachter alsjeblieft de stem van Jezus zelf klinken.

Jezus is niet iemand op afstand.

Iemand over wie je boekjes kunt lezen van Yaconelli en Douma en Murray.

Iemand die je van horen zeggen kent.

Iemand die je nooit tegenkomt

Hij komt juist naar je toe.

Hij nodigt je uit

Wees mijn leerling.

Volg mij.

Zeg ‘Ja’ tegen mij.

En kom aan mijn tafel.

Vier het mee.

Kijk – hier is brood.

Neem hiervan

Dit is mijn lichaam.

Die uitnodiging is voor jullie allemaal.

Of je nu meedoet met het 30-dagen project of niet.

Of je nu vaak in de kerk komt of niet.

Of je hier nu bent, of misschien wel niet – en we missen je.

Hij nodigt jullie allemaal uit.

Wees mijn leerling. Volg mij. Geloof in mij.

En als je denkt: Nu kan ik 30 dagen met hem bezig zijn, maar straks als het voorbij is, dan vergeet ik hem weer.

Als je jezelf tegenvalt.

Als je het je niet voor kunt stellen: Houd Jezus van mij? Mag ik bij Jezus horen?

Moet ik mezelf niet eerst bewijzen? Eerst laten zien dat ik toch wel echt van hem houd?

Alsjeblief, onthoud dit van Marcus 14: Jezus viert het avondmaal voor het eerst met mensen die tegenvallen – al zijn het zijn 12 leerlingen.

Vergeet nooit: Jezus is de eerste. Eerst is het Jezus zelf die naar je toekomt.

En ons Jezus-project houd na een maand weer op. Maar er is een project dat altijd doorgaat: kerkdiensten, avondmaalsvieringen.

En hij zegt het: Hier ben ik.

Ik geef mezelf aan jou. Dit is mijn lichaam.

Neem hiervan.

Of je nu avondmaal meeviert of niet: Jezus wil zichzelf aan jou geven. Zijn gezegende leven in jou.

Laat Hem in je komen.

Eet hem. Letterlijk – door brood te eten en wijn te drinken.

Maar natuurlijk vooral figuurlijk, geestelijk. Bid dat Hij in je komt en blijft.

Zeg het bijvoorbeeld aan het begin van elke dag:

Jezus Christus, mijn Heer,

Wilt u ook vandaag in mij wonen?

Wilt u ook vandaag mij vullen met uw Geest?

Heer, laat uw leven in mij zijn.

U houdt toch van mij?

Neem, eet, geloof.

Amen