Marcus 1,29-39 – Het geheim van Jezus’ macht

Hans Burger
Hans Burger
8 februari 2009

Marcus 1,29-39 – Het geheim van Jezus’ macht

image_pdfimage_print

Doop Hieke Wester

Liturgie

Voorzang: Gez 167
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Gez 148,1.2.4 (’s Middags: Gez 167)
Wet
Zingen: Ps 25,5.7
Gebed
Lezen: Marcus 1,21-39
Zingen: Abba, Vader (‘s Middags Ps. 89,8.10.11)
Preek over Marcus 1,29-39
Zingen: Gez. 115
(’s Middags
Geloofsbelijdenis
Zingen: Gez 161,1.4)
Doop:
- lezen doopformulier
-: zingen Gezang 161
- vragen & gebed
- Marloes Wester leest gedicht
- doop Hieke Ytsje Wester
- zingen: Gez 124,4,5
- doopkaart
Gebed
Collecte
Zingen: Ps 89,1.7.8 (’s middags allen 1 en 7)
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 1,29-39 – Het geheim van Jezus’ macht

Beste mensen, gasten en familie, gemeente van Jezus Christus,

1. Bij wie hoor jij?

Stel je voor. Hieke is op schoolreisje naar de dierentuin. Dus ze hoort bij de groep van haar school. Ze blijft wat te lang bij de apen staan, en opeens is ze haar groep kwijt. Ze schrikt, wordt bang. ‘Straks gaan ze weg zonder mij en blijf ik hier alleen achter!’ Hieke begint te huilen en loopt naar een kraampje toe waar ze knuffels verkopen. ‘Ik ben mijn groep kwijt.’ Gelukkig staat er een aardig meisje achter het kraampje. Ze vraagt: ‘Waar hoor je bij? Hoor je bij een school? Hieke noemt de naam van de school, en die wordt even later omgeroepen. Daar komt al een meester aangerend! Gelukkig, Hieke is weer terug.

Je zult maar nergens bij horen… Dan ben je alleen. Dan kan niemand je helpen. Niemand zorgt voor je.

Bij wie hoor jij? Wie zorgt er voor jou? Wie kan jou helpen?

Bij welke groep, bij welke mensen hoor jij? Bij je gezin – je vader, je moeder, je broer, je zus? Bij je vriend of je vriendin, man of vrouw?

Je kunt ook bij een kerk horen. Bij Jezus horen. Straks na de preek wordt er een klein meisje de kerk in gedragen. Hieke Wester heet ze. Ze wordt hier binnengebracht en daarna gedoopt. Vanaf dat moment is ze doop-lid van de gemeente. Ze wordt hier bij Jezus gebracht. De doop laat zien: ook dit kleine meisje mag bij Jezus horen.

En elke zondag komen er hier mensen bij elkaar. Waarom? Al die mensen komen bij elkaar op zondag omdat ze bij Jezus horen. En via Jezus horen ze bij God.

Waarom willen we hier in de kerk eigenlijk bij Jezus horen? Dan maakt het nogal wat uit wie die Jezus is. Jullie, Jacob en Baukje, willen dat Hieke bij Jezus hoort. Jullie, gemeenteleden, jullie komen hier omdat jullie bij Jezus willen horen. Maar wie is die Jezus eigenlijk?

Dat maakt nogal uit. Als hij iemand is waar je bang voor moet zijn; of iemand met een grote bek waar je niks aan hebt, waarom zou je dan bij hem willen horen? Maar als hij heel rijk is, of heel sterk, dan is het juist handig.

Daarom staan we daarbij stil: wie is die Jezus? Waarom zou je bij Jezus willen horen? In dit verhaal uit Marcus zie je dat hij machtig is. Laten we eens kijken wat hij allemaal doet en hoe het komt dat hij zo machtig is.

2. Jezus begint net met zijn publieke loopbaan.

Eigenlijk direct zijn de mensen van Jezus onder de indruk. Misschien is het dus zo gek niet om bij Jezus te horen! Wat is er zo indrukwekkend aan Jezus? Eigenlijk zijn hele manier van optreden. Als hij praat en onderwijs geeft, straalt hij iets uit. Hij is overtuigd van zijn boodschap, hij spreekt met gezag.

Nu heb je die mensen meer. Grote stellige woorden. Maar als het erop aankomt, heb je d‘r niks aan. Heb je wat aan Jezus’ grote woorden?

Kijk maar es.Jezus is naar de synagoge geweest, zeg maar naar de kerk. Na kerktijd gaat hij meteen met Simon Petrus mee naar zijn huis. Simon is getrouwd en woont vlakbij de synagoge. Simons schoonmoeder is er ook. Nee, nu komt er geen grap over schoonmoeders. Ze heeft koorts. Vraag maar eens na bij iemand die pas flinke koorts gehad heeft: daar ben je goed ziek van. Je wordt er in elk geval slap en moe van. Meteen als ze thuis komen beginnen ze er over. Jezus gaat naar haar toe. Hij pakt haar hand en helpt haar overeind. De koorts is weg! Dus Jezus zegt: Zo, je bent beter; ga maar lekker slapen zodat je weer sterk wordt? Nee, dat zegt Jezus niet. Ze is niet moe, of slap in de benen; maar meteen weer helemaal de oude. Ze is er weer helemaal, vol energie.

Onvoorstelbaar toch? Net in de synagoge had Jezus ook al iemand beter gemaakt. Het was man in wie een onreine, duivelse geest woonde. Jezus had die geest weggestuurd en de man was weer helemaal beter.

En nu: een zieke in bed overeind helpen – en ze is weer helemaal de oude! Als dat bekend wordt, ja, dan komt de hele stad met z’n zieken naar het huis van Petrus toe. Allemaal zieken. Allemaal verschillende ziektes. En demonen die mensen in hun greep houden. Dat zou jij toch ook doen? Jezus geneest ze allemaal!

Zo kan niemand het. Dit doet niemand Jezus na.

Horen bij Jezus, wat heb je daar aan? Kijk dan maar hoe machtig Jezus is.

Hij vertelt over het koninkrijk van God. Hij zegt tegen de mensen dat ze zich moeten bekeren. God zal alles nieuw maken. Mooie praatjes? Nee dus! Jezus laat zien dat Hij er inderdaad voor kan zorgen: Alles wordt nieuw. Genezen. Niemand is zo machtig als Jezus. Daar wil je toch bij horen, bij die Jezus! Dat wil je je kind toch meegeven?

3. Nou ja – het is een mooi verhaal, maar hoe weet ik dat het zo echt gegaan is? Marcus kan het wel mooi vertellen, maar is het echt gebeurd?

Daar wil ik wel iets over zeggen. Want weet je wat zo grappig is bij Marcus? Waarschijnlijk heeft Marcus veel met Simon Petrus gepraat. Hij heeft de verhalen van Petrus zelf gehoord en ze direct opgeschreven. En dat kun je merken als je goed op let. Marcus vertelt hier allerlei dingen waardoor je merkt: hij heeft gepraat met iemand die erbij was. Simon zelf!

Kijk maar eens mee.

Vers 30. Daar staat in het grieks: Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze zeggen het tegen Jezus. In plaats van ze zeiden. Je hoort het Simon zelf zeggen. ‘Ze lag ziek in bed. Dus wij zeggen tegen Jezus…!’

Vers 31. Jezus wordt door Simon Petrus naar het bed van zijn schoonmoeder gebracht. Het staat bij Simon nog op z’n netvlies gebrand: Jezus pakt haar hand vast en helpt haar overeind. Alleen in Marcus wordt verteld dat het zo ging. Je ziet het gebeuren!

Vers 32. Simon weet het nog precies. Het was op een sabbat. Dus overdag bleven de mensen allemaal thuis. Ze mochten op sabbat niet met hun zieken sjouwen. ’s Avonds is de sabbat voorbij. Dan mag je weer sjouwen. En dus brengt iedereen ’s avonds zijn zieken naar het huis van Simon. Simon ziet het nog voor zich: hij loopt naar de deur toe. En heel de stad staat voor de deur! Dat vertelt alleen Marcus. Je hoort het Simon zelf vertellen.

Hoe kijk jij tegen de bijbel aan? Als je zo’n verhaal leest, wat denk jij dan? Mooi verhaal, maar het zal wel wat overdreven zijn? Of: ik geloof er niks van dat dit allemaal echt gebeurd is? Of: ik wou dat ik er bij geweest was?

Je ziet aan dit verhaal van Marcus dat de bijbel zo’n gek boek nog niet is. Als je deze geschiedenis leest, hoor je het verhaal van Simon zelf. Hij was er bij. Het gebeurde allemaal bij zijn eigen huis! Jezus logeerde bij hem thuis. Het was zijn schoonmoeder. Heel de stad stond bij zijn voordeur. Hij heeft het zelf gezien: al die genezingen.

Marcus verzint geen sprookjes. Marcus vertelt wat hij van Simon Petrus zelf gehoord heeft!

Jezus is echt machtig! Wat is er mooier dan gedoopt worden en bij Jezus horen?

4. Wat maakt Jezus zo bijzonder, zo machtig?

Nou, Marcus vertelt verder. De hele avond is Jezus bezig geweest: zieken genezen, uitdrijven van demonen. Het zal wel laat geworden zijn. Maar Jezus sliep de volgende dag niet uit. Voor de zon op komt gaat hij naar buiten: naar een plek, waar hij helemaal alleen is.

Als Simon wakker wordt, merkt hij: Jezus is weg! Hij maakt de anderen wakker. Hé, Jezus is weg! We moeten hem gaan zoeken. Ze stropen de hele omgeving af. Waar is Jezus?

Ze vinden Jezus terwijl Hij aan het bidden is. Voor Jezus is bidden niet alleen iets van de sabbat, de zondag. Ook op maandag begint zijn dag met bidden. Hij gaat er vroeger voor uit bed.

Waarom? Omdat de band met God, zijn Vader, het geheim van zijn leven is en van zijn macht. Ze horen bij elkaar, en ze hebben ook wat met elkaar. Jezus leeft met God. Zijn band is een levende omgang met God. Die band met zijn Vader is de bron van zijn leven, zijn identiteit, van wat Hij doet en zegt. Bij zijn Vader vindt Jezus liefde, energie, inspiratie. Van zijn Vader krijgt Hij zijn opdracht. Zijn Vader is alles voor Hem.

Daarin was Jezus bijzonder, maar Hij is tegelijk een voorbeeld voor ons.

Misschien denk jij wel: ‘Ik merk zo weinig van God. Ik kom Hem nooit tegen. Hij laat mij nooit eens merken dat Hij er is.’

Als je getrouwd bent maar altijd werkt en druk bent, dan kom je je partner niet tegen. Dan merk je weinig van elkaar. Zou het bij God anders zijn?

Daarom vraag ik je: leg je eigen leven eens naast dit voorbeeld van Jezus. Hoe is jouw band met God en met Jezus? Hoe vaak sta je door de week eerder op om bij Jezus te zijn, bij God? Een stuk uit de bijbel lezen en dat op jezelf betrekken? Daarbij bidden: danken voor wat je leest, vragen om wat je belooft wordt?

Zo hebben wij een vriend met een goeie baan ergens als directeur. Hoe kan hij zijn drukke baan volhouden? Zo zegt hij het zelf: alleen doordat hij elke dag vroeg op staat om bij zijn bureau te bidden, de bijbel te bestuderen en aantekeningen te maken.

Het werkt wat dat betreft bij ons niet anders dan bij Jezus. Tijd nemen om bij God te zijn, het is het geheim van Jezus’ macht.

Dat zeg ik niet omdat ik dat zo goed voor elkaar heb. Maar wel omdat dit ook het geheim is van ons leven als christen. Neem een voorbeeld aan Jezus. Dan deel je in zijn geheim: een leven dichtbij God.

5. Misschien hebben Simon en de anderen even bedremmeld staan kijken.

Maar lang duurde dat niet. Je hoort Simon zelf vertellen: ‘En toen vonden we hem. Dus we zeggen tegen hem: Iedereen zoekt u!

Alleen Marcus vertelt dat Simon op zoek ging en dit zegt. Matteüs en Lucas vertellen het niet. Dit moment is ook wat gênant voor Simon. Wel eerlijk dus dat hij het vertelt! Hij ziet niet dat dit het geheim is van Jezus’ optreden. Jezus’ gebed wordt ruw verstoord. ‘Iedereen is naar u op zoek!’

Ze willen dat Jezus terug komt naar Kafarnaüm. Er zijn nog meer zieken om te genezen. Iedereen zoekt Jezus!

Maar Jezus wil niet. Hij wil naar de andere dorpen. Jezus wil iets anders dan Simon en de rest.

Je kunt Jezus zoeken. Dat wil niet zeggen dat je Jezus wilt volgen.

Ik ben eens bij iemand thuis geweest en daar zag ik een briefje op een deurpost geprikt. ‘Wie Jezus wil volgen moet hem wel eerst voor laten gaan.’ ‘Wie Jezus wil volgen moet hem wel eerst voor laten gaan.’ Jezus zoeken is niet zo moeilijk. Iedereen zoekt Jezus.

Jezus, kom mee. Jezus, u moet dit doen. Jezus, wat vindt u hiervan?

En dan zegt Jezus: Laten we ergens anders heen gaan. M

oet Jezus doen wat jij wilt? Moet hij in jouw straatje passen? Of laat je Jezus voorgaan en wil je Jezus volgen?

Wat moet Jezus volgens jou doen? Wonderen, genezingen, demonen uitdrijven? Spectaculaire dingen doen? Zo kun je op allerlei manieren vasthouden aan jouw ideeën over Jezus.

Dat kunnen ideeën zijn over hoe het in de kerk moet gaan. Moet het blijven zoals het altijd geweest is? Moet het allemaal vernieuwend zijn?

Het kunnen ook ideeën zijn over wat Jezus voor jou moet doen. Moet Jezus jouw problemen oplossen en het verder jou naar de zin maken? En eventueel jouw zonden vergeven?

Zoek Jezus niet alleen, maar volg Jezus ook. Hij gaat eerst. ‘Wie Jezus wil volgen moet hem wel eerst voor laten gaan.’

Dat betekent dat je vraagt: Heer, wat wilt u? Bespreek met anderen wat Jezus zou willen dat jij doet. Of probeer je voor te stellen dat Jezus bij je in de kamer zit. Wat zou hij zeggen als je je keuzes met hem bespreekt? Kun je hem recht in de ogen kijken en zeggen: Ik heb mijn keuzes met u gemaakt? Wat doe je als hij zegt: En nu gaan we iets anders doen?

Laat Jezus voorop gaan. En ga met Hem mee, waar Hij heen gaat.

6. Jezus begint met zijn optreden. Meteen is de duivel er ook bij. Het lijkt wel of er in de tijd van Jezus extra veel mensen waren waar een boze geest in woont. Die bezeten mensen schreeuwen Jezus toe. ‘Wat moet je, Jezus van Nazareth?’ Ze proberen hem belachelijk te maken. Hem bang te maken.

Maar Jezus is machtiger. Hij verbiedt de demonen iets over Hem te zeggen. Ze moeten stil zijn, kijk maar in vers 34.

Tegelijk werkt de duivel ook onopvallend. Ook zijn eigen leerlingen, Simon als eerste, leiden hem af. Jezus, kom terug! Iedereen zoekt u. Terwijl Jezus zit te bidden. Hij neemt tijd om bij zijn Vader te zijn. Zijn leerlingen maken de stilte kapot.

Jezus laat zich niet afleiden. Hij is sterk door zijn band met zijn Vader. Daar put hij kracht, ook om nu weer verder te gaan. Dus zegt Hij: Nee Simon, niet terug naar Kafarnaüm. Laten we ergens anders heen gaan. Ik moet ook in al die kleine dorpjes het goede nieuws brengen. Daar ben ik voor gekomen. Jezus houdt vast aan zijn opdracht, ondanks tegenwerking.En die opdracht is: Mensen in Gods koninkrijk brengen.

Naar aanleiding daarvan twee dingen: Laat je daardoor bemoedigen. Er kan tegenstand zijn in je leven. Van demonen, van ziekte. Je wordt moedeloos. Waarom gebeuren er zoveel heftige dingen met mij? Maar het kan ook tegenstand zijn van mensen die heel dichtbij je staan. Iemand van wie je houdt maar die je bij Jezus weg trekt. Die je stille tijd verstoort. Je wilt tijd nemen voor God. Maar het lijkt wel of het je niet gegund wordt. Of iets anders wat daarop lijkt. Weet dan: Jezus is machtig. En jij bent sterk in Hem, als je dichtbij Hem blijft. Volg Jezus, blijf bij Hem. Dan houdt Hij je vast.

En als tweede: Jezus houdt ondanks tegenstand vast aan zijn opdracht. Hij maakt het Simon en de anderen niet naar de zin. Jezus komt niet om het ons naar de zin te maken. Hij komt met een opdracht. Wij zijn er ook niet om het elkaar naar de zin te maken. Ook wij hebben een opdracht: Mensen bij Jezus brengen! Ze dopen. Samen dichtbij Jezus blijven. Laat je niet afleiden, maar houd vast aan die opdracht. Want bij Jezus horen is het mooiste wat er is. Als jullie dat meegeven aan Hieke, als wij daar als gemeente om heen staan en meedoen, dan geven we haar het mooiste en het belangrijkste mee wat we haar kunnen meegeven.