Marcus 11,1-11 – Gejuich of een afknapper?

Hans Burger
Hans Burger
5 april 2009

Marcus 11,1-11 – Gejuich of een afknapper?

image_pdfimage_print

Palmpasen
Doop Annemarije van Dijk

Liturgie 5 april: Palmpasen

  • Welkom + mededelingen
  • Voorzang: - Hosanna in de hoge (Opw.298)-
  • Wees stil voor het aangezicht van God (GK171)
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: psalm 118,1.9.10
  • Gebed
  • Wet: gezongen
  • Zingen: GK 23
  • Verhaal voor de jongsten
  • Meezingen: Kleine ezel uit de stal (Elly en Rikkert)
  • Schriftlezing: Marcus 11,1-11
  • Preek over Marcus 11,1-11
  • Zingen: LB 120
  • Doop van Annemarije van Dijk
  • Zingen: Vrede van God (Opw 602)
  • Aanbieden doopkaart
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Wij zullen opstaan, en met Hem meegaan (E&R …)
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 11,1-11 – Gejuich of een afknapper?

Gasten en familie, broertjes en zusjes, broeders en zusters,

[dia 1]1. Ben je wel eens naar het ziekenhuis geweest? Omdat je ziek was en geopereerd moest worden? Dan vertellen je papa en mama van te voren natuurlijk wat er gaat gebeuren. Maar als je ’s morgens wakker wordt en moet eten – ik denk dat ik geen zin in eten zou hebben. En in de auto naar het ziekenhuis heb je buikpijn van de spanning. Hoe voel jij je, als je gespannen bent en bang? Wat zou jij dan doen? Lekker wegkruipen bij mama of papa?

Zo gaat Jezus naar Jeruzalem. Wat zal er in Jeruzalem gaan gebeuren? De mensen bij Jezus zijn bang. Zijn leerlingen zijn ongerust. Kijk maar in 10,32. Ze hadden vast ook buikpijn van de spanning.

Waarom? De leiders van het volk waren niet blij met Jezus. Vaak als Jezus iets zei werden ze kwaad. Het klopte niet wat Jezus zei, vonden ze. Naar Jeruzalem gaan was dus gevaarlijk. Daar woonden de leiders van het volk. Zouden ze Jezus gaan doden?

Dat had Jezus zelf net gezegd. Het staat in 10,32-34. Jezus had gezegd dat hij in Jeruzalem gedood zal worden. Maar hij zal ook weer levend worden, opstaan uit de dood.

Hoe zou Jezus zich gevoeld hebben? Wat zou Jezus doen?

 

2. Let maar eens op. Ze klimmen steeds verder omhoog. Ze zijn bijna bij twee dorpjes, Betfage en Bethanië. Dan ben je bijna boven op de Olijfberg. En als je helemaal boven bent, dan zie je beneden Jeruzalem liggen. Ze zijn er bijna! Hoe zou Jezus zich gevoeld hebben? Wat zou Jezus doen?

Jezus kruipt niet weg. Jezus verstopt zich niet. Nee. Jezus doet wat een koning moet doen. Hij geeft een opdracht aan twee leerlingen. Ze moeten naar Betfage gaan.

Jezus laat zien: ik weet alle dingen. Hij vertelt precies wat er gaat gebeuren. Ze zullen aan de rand van het dorp een ezeltje zien. Er heeft nog nooit iemand op gereden.

Jezus laat merken: ik ben de hoogste baas. Ze moeten het ezeltje gewoon meenemen. Wat mensen er ook van zeggen. De Heer heeft het nodig.

[dia 2]Het gaat allemaal precies zoals Jezus gezegd heeft. Kijk – daar is de ezel al.

En nu laat Jezus weer zien: ik ben de nieuwe koning. Want er had nog nooit iemand op die jonge ezel gereden. Het is bijzonder als je de allereerste bent die op zo’n ezel mag rijden. Vroeger mocht de koning dat doen. Kijk eens wat er nu gebeurt – ze leggen jassen op de ezel – dan kan Jezus er op gaan zitten. Zo gaat Jezus nu als eerste op deze ezel rijden – een echte koning.

Begrijp je wat Jezus laat zien? Ik weet alles. Ik weet dat het zo meteen moeilijk wordt. Maar ik ga er voor. Ik geef een opdracht – en het gebeurt. Want ik ben de nieuwe koning. Zie je wel? Koning Jezus laat zich niet afschrikken. Hij staat er boven en houdt het allemaal in zijn hand.

Ben jij wel eens bang? Of verdrietig? Weet je wat dan zo mooi is? Dan is de Here Jezus er ook. Dat mogen jullie ook aan Annemarije leren. Soms ben je bang of verdrietig. Maar Jezus is altijd dichtbij. En Jezus weet precies wat gaat gebeuren. Het gaat zoals hij het wil. Daar zorgt hij voor. Want Hij is de koning. Alles komt uiteindelijk goed. Dat is toch prachtig?

[dia 3]3. Daar gaan ze. Jezus rijdt op de ezel! Hij doet precies wat een goede koning doet.

Alleen – ziet hij er uit als een koning? Hij is niet rijk en draagt geen koningskleren. Hij rijdt op een ezel, en niet op een paard. En het is maar een geleende ezel. Als je niks van Jezus af wist, wat zou je dan gezegd hebben? Ziet hij er uit als een koning?

Nee. Maar voor de leerlingen maakt dat niet uit. Zij weten wie Jezus is. Zij houden van hun here Jezus. Eerst waren ze bang, bezorgd. Nu zijn ze blij! Jezus wordt koning!

En dan? Mensen leggen hun mooie schone jassen op de weg! Net als jullie hier vanmorgen deden. Precies zoals Mirjam’s vader in het verhaal. Je jas op de weg leggen? Dan wordt hij vies! Dat doe je alleen bij … een echte koning!

En als de jassen op zijn? Dan trekken ze takken van de bomen, vol met bladeren. En die leggen ze ook op de weg. Een prachtige koningsweg. Kleurig van al die jassen. Groen van de takken vol bladeren.

[dia 4]En ze beginnen te roepen:

Hosanna! Gezegend deze koning. Hij wordt koning namens God. Hij is de Zoon van David! Hosanna!

Van de week kwamen Wesley, Julia, Joukje en Angelien bij mij, om het bidden voor te bereiden. Toen hadden we het ook even over de preek. En ik vroeg ze: Zouden jullie mee juichen voor koning Jezus? Ja, zeiden ze allemaal. Dat is toch prachtig mooi?

Juich mee – Hosanna voor de nieuwe koning!
Jezus loopt niet weg. Hij weet dat het gevaarlijk wordt. Hij gaat sterven. Maar Hij weet ook: ik word weer levend. Hij gaat er voor – voor ons.Zo wil hij onze koning worden: hij heeft zelfs zijn leven voor ons over! Dat is nog eens een koning!

Jezus komt nog een keer, misschien zo meteen wel. Wat doen jullie dan? Sta jij dan klaar om hem toe te juichen? Zeg je dan: ja, ik houd van de Here Jezus? Ik juich mee!

Wat is het mooi als ook Annemarije mee gaat juichen straks. Ze moet natuurlijk eerst leren praten. Maar dan mogen jullie het haar gaan leren: juichen voor Jezus. En we mogen het zelf vandaag al doen: Jezus toejuichen. Want Jezus is koning. Juich mee – Hosanna!

[dia 5]4. De leerlingen juichen. Zij geloven in Hem – dit is onze koning.

Maar de mensen in Jeruzalem? Ze kijken uit hun raam. Ze zien een groep mensen. Een man op een ezel. Ach, zo zijn er vaker groepen in Jeruzalem. Het is er nu zo druk, het is bijna Pesach, het grote feest. De hele stad is vol en onrustig. En ze gaan weer verder met hun werk.

Jezus ziet er ook niet uit als een koning. Al roepen zijn leerlingen enthousiast: Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. In het rumoer van de stad valt het helemaal niet op.

En dan? Als een koning op werkbezoek gaat Jezus naar de tempel. Hij kijkt hoe het er daar allemaal uit ziet. Wat er goed gaat en wat niet. Het gejuich is dan al verdwenen. En dat is het dan! Verder gebeurt er niets.

[dia 6] Aan het eind van de dag is Jezus alleen over met zijn twaalf leerlingen. Er is geen paleis waar hij kan slapen. De leiders van het volk hebben hem niet ontvangen. Jezus moet zijn eigen slaapplek zoeken. Hij gaat ’s avonds met zijn twaalf leerlingen terug naar Bethanië.

Ze zien de stad liggen in de avond. Er is niets veranderd. Wat een afknapper. Jezus kwam als koning. Maar niemand in Jeruzalem reageert.Niemand heeft het door: hier is onze nieuwe koning!

Zo is het nu nog steeds. Ook daar heb ik het van de week over gehad met Wesley, Julia, Joukje en Angelien. De meeste mensen geloven niet in Jezus, zeiden we tegen elkaar. Wij vieren hier elke zondag, dat Jezus is opgestaan. Dat Jezus voor ons is gestorven. Maar de meeste mensen? Ze reageren niet. Boeiuh!

Waar sta jij? Ontvang jij Jezus juichend in je leven? Is hij welkom in jouw huis? Sta je klaar om te juichen als Jezus terugkomt? Of denk je: Jezus? Nee, dank je wel. Geen interesse.

Is het soms niet ook heel lastig? Wat is er nu te zien aan Jezus? Gewoon een man op een ezel, en een groep mensen erom heen die wat roepen – dat heb je wel vaker. Wat is er nu te zien van Jezus – behalve mensen die naar een kerk gaan. Denk jij dat wel eens: stelt het allemaal wel wat voor, die Jezus, die kerk?

5. Vergis je niet! Jezus is meer dan je denkt. Het leek niks te worden. Jeruzalem reageerde niet. Ze riepen een paar dagen later zelfs: Weg met die man. Kruisig hem! En zo ging Jezus dood.

[dia 7] Maar God heeft hem levend gemaakt. Jezus is opgestaan uit de dood. Als overwinnaar. En Jezus regeert in de hemel. Hij is de koning van het komende koninkrijk, waar de mensen over zongen. En overal wordt het geroepen, in de hemel en op de aarde: Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Jezus is koning en hij regeert! Straks komt hij terug. En dan kan niemand er om heen. Jezus is koning!

Vraag het aan zijn volgelingen. Als de Heilige Geest in je woont en als je dicht bij Jezus Christus leeft, dan krijg je nieuw leven, en vrede in je hart. Dan leer je leven in liefde. Let op: dat is een vernieuwing van binnen uit. Je ziet het aan iemands ogen. Aan de rust die iemand krijgt. Dat iemand kan vergeven. Ondertussen leven we in een wereld waarin nog heel veel kapot is. Maar verkijk je daar niet op: Jezus regeert als overwinnaar.

Waarom laten jullie Annemarije dopen, Gerwin en Mieke? Jullie willen graag dat Annemarije bij die Jezus hoort. Dat zij mee gaat juichen voor Jezus.

Bij de intocht van Jezus zie je: Juichen voor Jezus gaat niet vanzelf. Even was hij populair. Even waren de mensen enthousiast – maar even later niet meer.

Nu vieren we feest. Hier in de kerk. Buiten op straat niet, veel mensen zien niet eens wat hier gebeurt. Vandaag juichen we voor Jezus. Maar na vandaag? Wordt het een afknapper, of blijven we juichen? Gaat Jezus straks weer eenzaam weg, en is er niets veranderd – ben jij voor Jezus een afknapper? Of heeft hij in ons, in jullie leven een plaats waar hij mag wonen?

Laat dit doopfeest van Annemarije geen afknapper worden! Natuurlijk: voor zover jullie daar invloed op hebben. Dat zij er is, het is een geschenk om dankbaar voor te zijn. Jezus regeert ook jullie leven.

Houd veel van elkaar. Zorg dat je huwelijk sterk is, je gezin stabiel. Bied Lukas en Annemarije een veilig thuis.Vertel ze over Jezus. Vertel ze ook dat er veel is wat je nog niet ziet. Je ziet Jezus nog niet. Je ziet soms maar weinig van wat Jezus doet, lijkt het. Leer ze zien wat Jezus wel doet. Help ze om leerlingen van Jezus te worden die juichen – omdat ze geloven in Jezus. Omdat ze heel van de Here Jezus houden.

Want Jezus Christus regeert in de hemel. En hij doet veel meer dan je zo zou denken. Hij maakt mensen nieuw, van binnen uit. En hij komt terug, als koning, als overwinnaar!