Marcus 10,13-16 – Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

Hans Burger
Hans Burger
15 februari 2009

Marcus 10,13-16 – Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

image_pdfimage_print

Gezinsdienst

Liturgie

Welkom en mededelingen
Voorzang:
- Gezang 132
- Opwekking 461
- Gezang 146
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Opwekking 488
Gebed
Verhaal
Zingen: Gezang 45
Lezen: Marcus 10,13-16
Preek (halverwege de preek: houten hart)
Zingen: E&R 417
Gezongen wet
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 91
Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

 

Preek over Marcus 10,13-16 – kleine en grote kinderen: welkom bij Jezus

Broertjes en zusjes,

[dia 1] Iedereen gaat naar Jezus toe.Weet je waarom? Ze willen er allemaal bij zijn als Jezus weer wat gaat doen. Mensen beter maken, verhalen vertellen. Ze willen allemaal bij Jezus zijn! Jij ook?

[dia 2] Jezus vertelt mooie verhalen. Bijvoorbeeld het verhaal over de goede herder. Ken je dat? Jezus zegt: Ik ben de goede herder. Jullie zijn de schapen. Jullie horen bij mij en ik hoor bij jullie. Luister je goed naar mij? Ik zorg voor je. Ik breng de schapen in de groene wei.

Jij wilt toch ook een schaapje van de goede herder zijn? Jezus kan zieken beter maken. Jezus heeft alles voor ons over. Als er een wolf komt, dan vecht hij voor de schapen. Hij gaat liever zelf dood dan dat hij jou kwijt raakt – zijn schaap.

[dia 3]De mensen gaan naar Jezus toe. Kijk – daar komt een groep papa’s aan en mama’s. Opa’s en oma’s. Ze hebben kinderen bij zich. Wat gaan ze doen met die kinderen? Ze willen Jezus iets vragen. ‘Jezus, wilt u de kinderen aanraken?’

Die kinderen zijn nog klein en zwak. Stel je voor dat ze ziek worden. Stel je voor dat ze zo ziek worden dat ze dood gaan! ‘Jezus, wilt u de kinderen aanraken?’ Want het is goed voor je als Jezus je aanraakt. Dan worden het mooie grote mensen. Dan worden het mensen waar God voor zorgt!

Zou jij dat ook wel willen – dat Jezus je aanraakt? Moet je eens kijken: Wie hier in de kerk is er gedoopt als kind? Dan hebben je ouders jou al bij Jezus gebracht. En Jezus heeft jou aangeraakt!

[dia 4]Oei – maar wat is dat? Daar komen leerlingen van Jezus aan. Ze kijken streng. De een lijkt wel op een boze schoolmeester. De ander kijkt net zo als een politieman. ‘Ho. Stop. Wat komen jullie doen?’

De papa’s en de mama’s, de opa’s en de oma’s, ze vragen: ‘Mogen wij deze kinderen bij Jezus brengen? We willen graag dat Jezus de kinderen aanraakt.’

De leerlingen zeggen: ‘Wat? De kinderen bij Jezus brengen? Denk je dat Jezus daar tijd voor heeft? Jezus heeft geen tijd voor kleine kinderen.’

Nou – dat is raar. De leerlingen sturen ze weg…Zo gaat dat soms – je wilt naar Jezus toe maar je mag niet! Of misschien is er iemand anders die geen tijd voor je heeft, die je wegstuurt. Wat voel je je dan rot. Maar denk je dat Jezus dat goedvindt?

[dia 5]‘Wat is daar aan de hand?’Ze horen opeens de stem van Jezus. ‘Sturen jullie die mensen weg? En die kinderen dan?’

De leerlingen zeggen: ‘U hebt het toch veel te druk. U bent geen kinderoppas. Moet u die kinderen aan gaan raken? Daar kunnen we niet aan beginnen!’

Jezus wordt boos op zijn leerlingen.‘Houd die kinderen niet tegen!’

Zie je dat? Jezus wordt niet boos op de kinderen en op hun ouders. Jezus wil niet dat je je alleen voelt. Dat je je rot voelt. Hij stuurt je niet weg.

[dia 6]‘Laat de kinderen juist bij mij komen. Ze willen hun kinderen bij me brengen? Laat ze maar komen. Jezus zegt: Ik houd juist van kinderen.

Hoor je dat? Jezus zegt: Kom hier bij mij. Niet de grote mensen die alles altijd beter weten dan Jezus. Niet de grote mensen die altijd druk zijn en voor Jezus geen tijd hebben.

Maar de kinderen mogen bij Hem komen. Jezus doet zijn armen wijd. Hij kijkt rond en ziet al de kinderen. Ook jullie. Babies, peuters, kleuters, nog oudere kinderen. En hij zegt tegen jullie allemaal: Kom maar bij mij. Ja, jij ook. Kom maar hier, je hoeft niet bang te zijn.

Zo ben je gedoopt, denk ik. Je ouders brachten je bij Jezus. Maar ook als je niet gedoopt bent: Jezus heeft tijd voor je. Hij luistert naar je. Hij houdt van je!

En de papa’s en de mama’s, de opa’s en de oma’s zijn blij. Die van jullie vast ook. Want Jezus neemt alle tijd voor kinderen! Ook voor jullie!

[dia 7]En weet je wat ik zo mooi vind? De mensen vragen: Jezus, raak de kinderen even aan, met uw hand.

Wat doet Jezus? Alleen maar aanraken? Welnee, veel meer. Hij pakt de kinderen één voor één. Hij gaat op z’n hurken bij ze zitten en slaat zijn armen om ze heen. Hij knuffelt ze. En bij allemaal legt Hij zijn hand op het hoofd. En hij zegent ze allemaal. Dat is mooi!

Weet je wat dat betekent, als Jezus je zegent? Dan zegt Jezus tegen je: Ik hou van je. Ik zorg voor je. Ik blijf altijd bij je. Bij mij hoef je je niet rot te blijven voelen. Bij mij ben je nooit alleen. Jezus houdt heel veel van jullie. Daarom mag je altijd naar Jezus toe gaan. Bijvoorbeeld hier in de kerk. Hier word je door Jezus gezegend.

Gister was het Valentijns-dag. Wie van jullie heeft er een kaart gestuurd? Wie heeft er een kaart gekregen?

Je zou kunnen zeggen: dit verhaal is ook een soort Valentijns-kaart. Je leest dit verhaal in de bijbel.In dit verhaal zegt Jezus tegen jullie: Ik houd van jou. Jij bent mijn Valentijn. En jij. En jij.

En daarom staat hier dit hart. Ellis zal even uitleggen wat precies de bedoeling is.

[HART]

[Dia 8]Dan heb ik nu nog voor de grote mensen een paar dingen.

Je ziet hier Jezus met een moeder, een kind, en een leerling van Jezus. Drie personen. In wie herken je je? Ik wil over alle drie nog iets zeggen.

1. Eerst de moeder. Zij brengt haar kind bij Jezus. Ze is helemaal gelukkig. Want Jezus heeft hen niet weggestuurd. Jezus heeft haar kind geknuffeld, handen opgelegd, gezegend. Veel meer dan ze gevraagd had of zelfs had durven hopen. Dat is toch prachtig mooi?

Nu staat er op dit plaatje een moeder. En in het liedje staat het ook: ‘Eens brachten de moeders / hun kinderen tot Jezus.’ Maar er staat in dit verhaal niet dat het alleen de moeders zijn. Vaders, jullie hebben net zo goed een taak als moeders. Je kunt het niet maken om dat aan je vrouw over te laten. Iedereen hier in de kerk, of je nu kinderen hebt of niet: je kunt kinderen bij Jezus brengen. Hier in de kerk. Kinderen van je buren. Van vrienden en collega’s.

Doen jullie dat ook? Breng jij kinderen bij Jezus? Je eigen kinderen, of de kinderen van anderen?

Hoe je dat doet?

Nou, door te bidden voor je kinderen. Je kleinkinderen. Nog weer andere kinderen. Als je bidt ga je naar Jezus toe. Vraag Jezus om voor ze te zorgen, ze in zijn hand te nemen, te omhelzen, te zegenen.

En door je eigen kinderen te laten dopen. Je kind laten dopen is je kind bij Jezus brengen.

Maar je kinderen bij Jezus brengen, dat doe je ook door ze over Jezus te vertellen. Kinderen kunnen zelf pas naar Jezus toe gaan als ze over Jezus gehoord hebben. Dus jullie, ouderen, vertel kinderen over Jezus. Dat kan door bijbelverhalen. Door een kinderclub, door ’t Visnet. Als ze naar de basis-school gaan: breng je ze naar een school waar ze de Here Jezus leren kennen? Of naar een school waar ze niet echt in Jezus geloven, of helemaal niet? Maar net zo belangrijk is wat je tussen door doet. Hoe stel je je op naar je kind? Ga jij net zo met kinderen om als Jezus dat zou doen? En als een kind zelf een vraag stelt over Jezus, hoeveel tijd en ruimte heb je daar dan voor? Of stuur je je kind weg bij Jezus en zeg je ‘Vraag dat maar aan de dominee’?

Als je zelf kinderen hebt: je kinderen bij Jezus brengen, dat is iets wat je als eerste zelf moet doen, wat je niet bij een ander neer kunt leggen. Daarom: papa’s en mama’s, opa’s en oma’s, volwassenen hier in de kerk: breng je kinderen en de kinderen van anderen bij Jezus!

2. Dan de leerling. Ik vind dat toch wel schokkend: juist de leerling van Jezus staat de kinderen in de weg. Elke leerling moet het zichzelf dus afvragen: sta ik de kinderen in de weg?

Dat kan doordat je gewoon vergeet om je kinderen bij Jezus te brengen. Je hebt het zo druk, met je werk, met de huishouding draaiend houden, met sport, met vriendjes en vriendinnetjes, dat je helemaal vergeet om je kind bij Jezus te brengen. Geen gebedje leren voor het eten en voor het slapen; je kind niet laten merken dat God belangrijk voor je is (is God belangrijk voor je?), enzovoort. En als kinderen naar een niet-christelijke kinderopvang gaan – wie neemt het dan van je over? Niemand!

Dat kan ook doordat je altijd op de kerk moppert. Altijd je kritiek op de kerk spuit waar je kinderen bij zijn. Nooit is het goed, altijd is er wel iets om op aan te merken. Laat jij aan je kinderen zien wie er achter de kerk staat – Jezus? Denk je dat kinderen Jezus leren kennen als ze niet leren: achter die kerk staat Jezus?

Het kan doordat je je zo druk maakt met grote mensen zaken, de grote mensen-ruzies, in de kerk, dat je de kinderen niet eens ziet. En de kinderen worden vergeten. Je bent misschien wel altijd druk voor Jezus, maar je kinderen raak je onderweg kwijt. Dat kan toch niet? Dit is een grote valkuil voor dominees – dus ik heb het ook tegen mezelf.

Het kan ook zijn dat je niets wilt weten van dingen in de kerkdienst die speciaal voor kinderen georganiseerd worden. Een kindermoment, een gezinsdienst. Als je denkt: Aandacht voor de kinderen in de kerk? Waar is dat voor nodig? Kijk dan naar Jezus. Waarom is aandacht voor kinderen in de kerk nodig? Omdat Jezus aandacht heeft voor kinderen.

Het zijn hier juist de leerlingen van Jezus die de kinderen in de weg staan. Daarom: lieve mensen, ook de ouderlingen, diakenen, de dominee en de kerkelijk werker: wees kritisch op jezelf.Sta jij kinderen in de weg of niet?

3. En dan het kind zelf. Het kind zelf… Misschien ben jij dat wel.

Wat als je hier zit en denkt: ik ben daar zo slecht in, kinderen bij Jezus brengen. Of: ik heb daarin zulke fouten gemaakt. Ik heb mijn kinderen in de weg gestaan. En nu geloven ze niet meer. Of je hebt zo je best gedaan, gedaan wat je kon naar je beste weten maar je kind heeft niks met Jezus. Ach, en zo kan er veel meer zijn. Ik heb geen kind. Ik ben niet eens getrouwd. Wat moet ik anderen over Jezus vertellen. Ik weet niet eens of ik zelf wel echt bij Jezus durf te komen.

Weet je wat dan zo mooi is? Jezus zegt niet alleen dat de kinderen bij Hem mogen komen. Iedereen mag bij Hem komen. Iedereen die Gods rijk wil ontvangen als een kind. Iedereen die Gods rijk zoekt en naar Jezus toekomt – iedereen is welkom bij Jezus. De kleine en de grote kinderen.

Jij – jullie allemaal – jij mag het voorbeeld van die kinderen volgen. Naar Jezus toegaan – Heer, wilt u me aanraken?

En dan merken hoe gul en liefdevol Jezus is. Hij slaat zijn armen om je heen. Sluit je in zijn armen. Natuurlijk wil ik dat. Ik hou van je!

Volg jij dat voorbeeld van de kinderen? Naar Jezus gaan? Of kun je dat niet meer – naar Jezus toegaan en het koninkrijk van God ontvangen als een kind?

Kinderen vinden het niet moeilijk om te krijgen. Grote mensen soms wel: ik kan mijn eigen broek wel ophouden. Ik heb geen hulp nodig. Ik red mezelf wel.

Kinderen vinden alles prachtig – een kinderhand is snel gevuld. Grote mensen zijn kritisch geworden. Niet snel tevreden. Ontevreden misschien wel, en afstandelijk.

Kleine kinderen zijn onbekommerd – ze denken nog niet na over zichzelf. Grote mensen vaak niet meer – wat zullen de anderen zeggen? Of: dat is vast niks voor mij.

Kinderen weten dat ze klein zijn. Grote mensen soms niet meer: die denken dat ze heel wat zijn. Trots, arrogant. Ze willen kopen, pakken, versieren, veroveren.

Ben jij geen kind meer? Het koninkrijk van God is voor wie als een kind naar Jezus toe gaat. Het rijk van God binnengaan: dat kan alleen als je het ontvangt als een kind.

Ben jij als een kind? Dan ben je welkom bij Jezus. Bid daarom dat de Geest je steeds weer maakt als een kind.Want of je nu een groot kind bent of een klein kind – iedereen is welkom bij Jezus.