Lucas 7,11-17 – Jezus: een bewogen hart, en sterker dan de dood

Hans Burger
Hans Burger
26 januari 2008

Lucas 7,11-17 – Jezus: een bewogen hart, en sterker dan de dood

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang Ps 87,1.4.5
    Votum / groet
  • Zingen Ps 33,1.8
  • Wet in verkorte versie
  • Lezen Ef 5,1-20
  • Zingen Gez 154,1.3.4
  • Gebed
  • Lezen Lucas 7,1-17
  • Zingen Gez 54
  • Tekst: Lucas 7,11-17
  • Preek
  • Zingen LB 462
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Ps 56,3.4
  • Zegen

Opmerking:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 7,11-17 – Jezus: een bewogen hart en sterker dan de dood

Broers en zussen, broertjes en zusjes, gemeente van onze Heer,

1. Ik weet nog goed dat ik in de eerste klas zat, nu groep 3. We zaten samen met groep 4 in een lokaal. En de juf vertelde aan het begin van de dag over gister. Ze was naar de begrafenis geweest van de moeder van een jongetje uit groep 4. Ik weet nog goed dat ze op het bord tekende hoe de kist er uit zag.

Hoe zou die jongen wakker geworden zijn op de dag van de begrafenis? Hij wist: vandaag wordt mama begraven. Je ziet papa, hij heeft gehuild. Mama is er niet meer. Bijna allemaal hebben jullie het zelf ook meegemaakt, een begrafenis van iemand van wie je houdt. Zo moest Bauke vd Meer van de week zijn moeder begraven, al was die veel ouder.

Zo was die weduwe ook wakker geworden. Haar man had ze een tijdje geleden al begraven. Toen was haar zoon er nog. Hij werd al wat ouder en kon zorgen voor eten op tafel nu papa er niet meer was. Maar hij is nu zelf dood. Vandaag moet ze van haar huis door de straten van de stad lopen. Door de poort, de stad uit. Naar die plek die ze zo goed kent – die plek waar haar man ook al ligt. Aan wat er daarna moet gebeuren, kan ze niet eens denken. De toekomst is één groot zwart gat. Er is niemand meer die voor haar het geld verdient. Er zijn geen uitkeringen. Er is geen weduwen-pensioen.

Een nieuwe dag begint, en je ziet er als een berg tegenop. Je weet niet hoe je de dag door moet komen en het eind van de dag moet halen.

Allemaal kom je voor zulke situaties te staan, en niet alleen begrafenissen – soms is het minder extreem. Herken je dat – dat je enorm opziet tegen de dag die komt? Dat je niet meer weet hoe het verder moet? Het niet meer ziet zitten?

Kun je voor jezelf een voorbeeld bedenken?

Een voorbeeld dat er iets gebeurd, waardoor je moedeloos wordt?

Kun je je voorstellen dat je dan juist op die dag Jezus ontmoet?

Precies zoals het met die weduwe gebeurde?

Wat zou er dan gebeuren?

Laten we daar samen over nadenken vanuit dit verhaal. Je mag geloven dat Jezus er is. Om je te helpen. Net zoals toen bij de vrouw uit Naïn.

2. Jezus is er, en hij is met ons bewogen.

Laat je daardoor bemoedigen, door dit verhaal.

Want het is natuurlijk belangrijk dat je zelf Jezus zoekt en in Hem gelooft. Het verhaal hier voor laat zien hoe belangrijk geloof is. Als de centurio gelooft dat Jezus zijn knecht kan genezen, en dat het genoeg is dat Jezus spreekt, dan is dat genoeg. Meer dan geloof in Jezus heb je niet nodig.

Maar dit verhaal laat iets anders zien. Dit laat zien hoe bewogen Jezus met ons is. Hoe hij naar ons toekomt.

Die weduwe die doet helemaal niks. Die verwacht ook helemaal niets van Jezus. Het was ook nog nooit gebeurd: een dode die levend wordt. Jezus kan een doodzieke beter maken, maar een dode opwekken?

Ze heeft helemaal niets meer over. Ze heeft niets in te brengen. Ze is alleen maar iemand zonder hoop, iemand wiens leven ingestort is. Geen man meer, geen zoon meer, alleen overgebleven in een harde wereld.

En dat ziet Jezus. Het raakt hem diep. Zijn gezicht laat zien hoe hij getroffen is. Zijn ogen staan vol medelijden – zo is zijn hart vol medelijden met deze vrouw. Misschien voelt hij de tranen wel branden achter zijn ogen.

Dat medelijden van Jezus is in dit verhaal enorm belangrijk. Doordat Jezus zo diep geraakt is, wordt alles anders. Hij is diep bewogen met deze vrouw. Daarom komt hij in actie.

Nou en – dat was toen. Wat heb ik daar aan?

Maar dit is typisch Jezus: naar ons toe gekomen om ons te redden. Zijn drijfveer om dat te doen is bewogenheid, medelijden, liefde. Hij is bewogen met mensen in nood. Hij ziet met medelijden mensen die vastlopen. Zoals je Hem hier ziet, zo is Hij. Een verlosser met een hart vol bewogenheid en liefde. Voor jou, voor mij, voor ons allemaal.

Wat zou jij doen? Als je er net zo voor staat als die weduwe? Als je op weg moet om iets verschrikkelijks te gaan doen?

Niet verder kunt kijken dan je eigen tranen, wat doe je dan? Maar ook als het minder erg is, en je ziet het niet meer zitten?

Dit verhaal laat zien: je hoeft niet eens wat te doen.

Reken op Jezus. Vertrouw op zijn medelijden.

Weet: Jezus ziet me! En het laat Hem niet koud.

Hij heeft hart voor me.

Zijn ogen staan vol met liefde, met medelijden, met zorg en aandacht.

Reken op Jezus – Hij is er en hij is met ons bewogen.

3. En daarom geldt: dat Jezus er is – dat maakt alles anders.

Je zou verwachten dat Jezus respectvol blijft staan om de rouwstoet te laten passeren.

Maar wat doet hij nu? De rouwauto rijdt stapvoet, de begrafenisondernemer er voor, de stoet erachter. Jezus loopt naar de begrafenisondernemer toe. Hij zegt: Blijf staan. Hij loopt naar de huilende weduwe direct achter de auto en zegt: Hou op met huilen.

Hij loopt naar de rouwauto, gebaart dat de achterklep open moet en trekt de kist naar buiten. De schroeven gaan los, het deksel gaat er af.

Wat het toen extra schokkend maakte: een Jood zou nooit de draagbaar waar het lijk op lag aanraken. Laat staan de dode zelf. Dan was je onrein.

De hele begrafenisstoet, alle mensen die met Jezus meegegaan zijn, allemaal houden ze hun adem in. Wat gaat hij nu doen?

En dat is ook precies het bijzondere wat hier gebeurt. Jezus alleen mag dit doen, mag dit zeggen, omdat Hij het is. Omdat Hij er is.

Als hij het niet was, als hij er niet zou zijn, zou het stuitend zijn om zijn voorbeeld te volgen. Stel je voor, dat je op een begrafenis tegen iemand zegt ‘Huil niet’. Dat is bot. ‘Niet huilen’ – dan ben je een slechte trooster.

Troost elkaar als je verdriet hebt, maar niet op een goedkope manier.

Hoe doe je dat, een ander troosten?

Zeg je dan – Je moet verder, het is nu al zo lang geleden?

Of ‘De tijd heelt wonden?’

Of ‘We hebben allemaal wel eens wat – ieder huisje heeft zijn kruisje?’

‘Het gaat wel weer over?’

Maar dat is geen echte troost. Wees eerlijk – zulke dingen zeg je vaak omdat je zelf geen raad weet met de tranen van de ander. Maar als zoiets tegen je gezegd wordt, dan voel je toch dat je niet serieus genomen wordt?

Maar wat is dan echte troost?

Echte troost is dat je iemand brengt in de nabijheid van Jezus Christus. Je brengt iemand bij Jezus, bij zijn hart vol liefde en medelijden. Door zelf bewogen te zijn zoals Jezus. Door samen een verhaal over Jezus te lezen uit de bijbel. Door samen voor die ander te bidden. Door die ander aan Jezus op te dragen. Jezus, die je ziet, die je verdriet peilt. Bij wie je mag huilen.

Want dat het is belangrijkste: dat hij er is – wat er daarna ook gaat gebeuren. Hij die al mag zeggen ‘Huil niet meer’ voordat er iets veranderd is. Dat Jezus er is – dat maakt alles anders.

4. Want alleen al het spreken van Jezus doet wonderen.

Misschien denk je wel: Wat maakt het uit, of Jezus er is? Wat heb je eraan, om elkaar bij Christus te brengen als je verdriet hebt?

Nou, kijk hoe het verder gaat. De dragers blijven stilstaan. En Jezus zegt: ‘Jongeman, ik zeg je: Sta op.’

Daar ligt een dode. Zijn hart klopt niet meer. Zijn oren werken niet meer. Zijn spieren zijn koud en krachteloos. Bleek en stijf. Hij is zo ontzettend dood.

Jezus bidt niet. Hij doet geen ingewikkelde dingen. Een eenvoudig bevel, dat is genoeg. Dat was genoeg om de knecht van de centurio te genezen. Op afstand – Jezus beveelt en het gebeurt. Maar dus ook als het om een dode gaat. Jezus beveelt de jongen te gaan zitten. En het gebeurt!

Dit is verbijsterend. Onvoorstelbaar. Hij is absoluut uniek. Zoals hij is er niemand. Spreken, bevelen, en het gebeurt! Dat is Jezus. Kijk hoe Jezus wonderen doet. En wat voor wonderen. Hij doet het niet in naam van een ander. Hij doet het zelf – simpel met een enkel woord. En dat doet niemand hem na.

Alleen, wat heb je hier aan als je nu vandaag bij een dode staat – jonggestorven, in de kracht van zijn leven?

Het betekent niet dat die dode direct weer levend zal worden. Trouwens, Jezus heeft in totaal maar drie mensen weer levend gemaakt: deze jongen, een meisje – het dochtertje van Jaïrus, en Lazarus, een vriend van Jezus. En allemaal zijn ze weer gestorven.

Maar dit wonder geeft wel hoop. Als je bij Jezus bent, dan mag je nu rekenen op zijn medelijden, zijn bewogenheid. Zijn aanwezigheid, die troost geeft, en hoop. Hij peilt je verdriet echt, en het raakt hem. En hij zal er wat aan doen. Want zo meteen, als Jezus terugkomt, dan zal hij opnieuw spreken. Want hij heeft de sleutels van  het dodenrijk. Hij zal de graven open doen. En spreken: ‘Ik zeg jullie, sta op’. En de doden zullen opstaan.

Ook vandaag worden er wonderen gedaan, wonderen in de naam van Jezus. Maar vergeleken bij dit grote wonder zijn het allemaal nog maar kleine wonderen. Niemand wekt vandaag de dag nog doden op. En al die wonderen, groot en klein, verwijzen naar dat grote wonder dat komt. Wacht op dat grote wonder: Jezus komt en hij zal alle doden levend maken. Want het spreken van Jezus, dat doet wonderen.

5. Jezus verlost waar helemaal geen hoop meer is.

Niemand had Jezus iets gevraagd. Niemand verwachtte hier ook meer iets. Zo is het soms toch? Dat je niet voor kunt stellen dat het nog iets wordt. Je hebt zelf vast wel eens zulke dingen meegemaakt. Stel je voor, dat je daar zit: En nu houdt alles op…

Maar waar Jezus Christus is, daar houdt het niet op. Want hier in dit verhaal zie je wat Jezus wil. Waar hij voor gaat. Waar niemand meer iets verwacht, daar laat hij zien: Maar ik ben er nog.

En ik schep nieuw leven in de dood. Ik kom. Ik meng mij onder de doden. Ik raak die onreine baar aan. Dat doet mij niks. Ik sterf straks als een zondig mens. Ik word misdadiger onder de misdadigers. Ik word zelf een dode onder de doden. Straks lig ik in mijn graf. Straks is het Maria die achter de draagbaar van haar zoon aanloopt.

Maar ik zal de dood overwinnen. En zo spreekt Jezus hier al: Sta op. En stel je voor, het gebeurt. Jezus heeft de kist uit de rouwauto getrokken. Hij heeft het deksel open geschroefd. En daar, de kist nog half in de rouwauto, daar gaat de dode zitten. En hij begint te praten alsof hij nooit dood geweest is.

Maar wat heb ik daar nu aan? Jezus is in de hemel en niet meer bij ons. We wachten tot Jezus komt en alle graven open maakt, alle doden op laat staan. Tot die tijd kunnen we toch alleen maar wachten en verandert er toch niets?

Maar zie je dan niet wie Jezus is, en wat hij wil? Hij geeft de jongen terug aan zijn moeder. Ze heeft weer toekomst. Stel je voor – haar wereld is ingestort, en even later heeft ze weer toekomst. Ze kan weer verder.

Zie hoe hij bewogen is met die weduwe. Dan zit hij niet nu in de hemel afstandelijk af te wachten en niets te doen. Jezus is altijd en overal dezelfde – en zijn hart is hetzelfde hart – hij verlost ons ook vandaag. Hier en nu.

Daarom is er ook nu al hoop. Geloof dat. Laat je bemoedigen door de opwekking van deze jongen uit Naïn. Die hoop mag ik jullie vanmorgen voorhouden.

Wie je ook bent – hoe vastgelopen je leven ook is. Hoe uitzichtloos, hoe zwart het er ook uit ziet. Jezus is bewogen met je. Hij zal je redden. Jezus verlost waar helemaal geen hoop meer is.

6. De mensen zijn verbijsterd. Begrijpelijk. Een dode die weer levend wordt – wie heeft dat ooit meegemaakt? Overal wordt het rondverteld. Ze loven God. Ze zeggen: Er is een groot profeet onder ons opgestaan.

En toch, als Johannes de doper het even later hoort, dan weet hij het niet meer. Doden worden opgewekt, maar Johannes zit in de gevangenis. Lucas vertelt daarover in de volgende verzen. En met Johannes waren er veel anderen – wel onder de indruk, maar echt geloven in Jezus? Dat kwam er niet van.

Misschien herken je dat wel. Doden die levend worden, geweldig. Maar die Jezus, daar kan ik niets mee. Een mooi mens, maar geloven in Jezus? Hij is zo anders dan je zou willen. Of je zou willen dat hij de dingen anders doet. Geloven in Jezus Christus – die man die zich laat kruisigen? Die man waar we nu al 2000 jaar op wachten? Die man die mij gewoon bij een graf laat staan? Die mijn zieke niet genezen heeft? Herken je dat – dat je je ook aan Jezus kunt ergeren?

Zo maar steekt er ongeloof in ons hart de kop op. Twijfel. Ergernis over hoe Jezus doet.

En toch, ook dan mag ik jullie bemoedigen met dit verhaal. Wijzelf zijn hopeloze mensen, dood door zonde en ongeloof.

Maar het goede nieuws van de opstanding van de doden heeft juist daar nu al betekenis. Jezus spreekt niet alleen die dode jongen aan, lang geleden op die draagbaar. Hij spreekt ons allemaal aan, dode hopeloze mensen. Zoals we laten uit Efeze 5:

 ‘Ontwaak uit uw slaap

Sta op uit de dood

En Christus zal over u stralen.’

Word wakker. Sta op uit de dood van zonde en ongeloof.

Laat je aanspreken. En blijf niet liggen.

Misschien denk je nu wel: Maar ik kan het niet opbrengen om Jezus te volgen.

Ok, jij hebt de kracht niet om overeind te komen. Maar Jezus spreekt je aan, hier en nu. ‘Kom overeind.’ En hij heeft die kracht wel. Geloof in zijn kracht. Blijf niet liggen. Ga zitten. Kom overeind. Vol verbazing en ontzag. God doet wonderen! Leef een nieuw leven.

En spreek. Vertel. Zing. Juich.

Loof God. Hij bekommert zich om ons. Zoals Hij Israël verloste uit Egypte. Zo verlost Hij ons uit de dood. Zo verlost hij nu al. Zo is God!

Verspreid het nieuw in de wijde omtrek, ook hier in Franeker en omgeving.

Jezus Christus is er – een geweldige verlosser.

God ziet ons, Hij is met ons bewogen – Hij maakt alles anders!