Lucas 23,44-49 – Jezus’ dood: een offer van aanbidding en vertrouwen

Hans Burger
Hans Burger
20 maart 2008

Lucas 23,44-49 – Jezus’ dood: een offer van aanbidding en vertrouwen

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang: Gez 88 (uit ‘Het lam dat ons doet leven’)
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 25,1.7
  • Gebed
  • Schriftlezing: – Lucas 23,44-56-
  • Psalm 31,1-17
  • LB 177,5.6
  • Preek over Lucas 23,44-49
  • Zingen: Hij is de weg gegaan (uit ‘Het lam dat ons doet leven’)
  • Zingen LB 183,1.3.4
  • Avondmaalsviering
  • Zingen Gez 157
  • Zingen Gez 91
  • Collecte
  • Zingen Gez 89,3.4
  • Zegen

Preek over Lucas 23,44-49 – Jezus’ dood: een offer van aanbidding en vertrouwen

Zusters en zussen, broeders en broers,

1. Het werd die middag opeens donker. Onverwachts, de kranten hadden niet voor een zonsverduistering gewaarschuwd. Dat moet diepe indruk hebben gemaakt. Drie uur lang was het donker.

Het kan letterlijk donker worden. Letterlijk donker, daar draaien we onze hand niet voor om. Je doet het licht aan. Maar het kan ook figuurlijk donker worden. Als je even aan je eigen leven denkt, waar denk jij dan aan? Hoe is het donker geworden of geweest in jouw leven?

En wat doe jij dan?

Stel je voor. Je zit niet zo lekker in je vel, bent wat depressief. Op je werk heb je wat problemen met collega’s. Je meldt je ziek. En je wordt eruit gewerkt. De rechter komt eraan te pas, je krijgt wat geld mee, maar je zit wel thuis, zonder baan. Je vereenzaamt. Mensen zien je niet staan. Thuis loopt het ook minder. Je relatie was de laatste jaren al niet super, maar nu je thuis komt te zitten wordt het alleen maar erger. De ruzies thuis stapelen zich op. En in de kerk? Ach, praat me niet van de kerk. En God. Waarom laat hij dit allemaal gebeuren?

Wat zou dat met je doen?

Stel je voor dat je een Joodse rabbi bent. In het begin was iedereen van je onder de indruk. Maar je collega-rabbi’s worden steeds wantrouwender. Ze praten niet meer met je, het valt juist stil als je eraan komt. Ze vinden je gevaarlijk, net zoals de leiders van je volk. En je houdt van je volk. Je wil niets liever dan dat je volk weer oog krijgt voor zijn God. Je was voor je God gegaan, maar wat had het opgeleverd? Dat volk van God, wat je ook zegt, het lijkt wel of het niet tot ze doordringt. Ze lopen achter je aan, maar begrijpen ze je boodschap wel? Het ene moment zijn ze blij met je, het andere moment roepen ze ‘Kruis hem’. En waar loopt het op uit – je hangt daar. Je handen scheuren onder je eigen gewicht. Pijn – pijn.

Wat zou dat met je doen?

Wat zou dat doen met hoe je tegenover God staat?

Die dag lang geleden werd het donker, letterlijk en figuurlijk. Want toen hij gearresteerd werd, zei Jezus: Dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis. Figuurlijk werd het donker. Nu hij daar hangt, aan het kruis, wordt het ook letterlijk donker. God trekt zich terug. Het is de tijd van het oordeel. De tijd van de macht van de duisternis.

2. Wat doet Jezus als het donker is?

Zijn God trekt zich terug. Van Jezus, maar ook uit de tempel. Het voorhangsel in de tempel scheurt doormidden. Offers brengen heeft geen zin meer. De tempel is voortaan onbewoond. Een leegstaand pand zonder functie. Het wordt helemaal donker, letterlijk en figuurlijk. Het uur van de macht van de duisternis.

Wat doet Jezus als het donker is geworden?

Let dan even op. We lezen het lijdensverhaal uit Lucas dit jaar. En wat wil Lucas ons duidelijk maken? Hij vertelt het verhaal anders dan Marcus en Matteüs.

Lucas vertelt niet dat Jezus roept ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Lucas vertelt andere dingen. Hij vertelt hoe Jezus voor zijn moordenaars bidt. Hij vertelt hoe Jezus ook aan het kruis nog oog heeft voor mensen, voor wat God in mensen doet. De preek van zondagmorgen.

En ook nu vertelt Lucas iets bijzonders wat de andere evangeliën niet vertellen. Hierdoor laat hij zien dat Jezus tot het eind de volmaakte mens is. De koninklijke mens.

Lucas vertelt dat Jezus roept: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’

Woorden uit Psalm 31. David zingt daar:

‘In uw hand leg ik mijn leven,

HEER, trouwe God, u verlost mij.’

Psalm 31 is een psalm waar een groot vertrouwen op God uit spreekt. God is mijn rots, mijn vesting, mijn toevlucht. Die psalm maakt Jezus tot de zijne vlak voor hij sterft. Vader, in uw handen leg ik mijn geest.

Het is helemaal donker geworden in Jezus’ leven. Hij staat op het punt om te sterven. Maar zelfs dan blijft Jezus trouw aan zijn Vader. Hij blijft vol vertrouwen. Zelfs nu hij sterven gaat en je zou denken: nu is het helemaal afgelopen. Dood is immers dood. Maar juist nu geeft Jezus zich helemaal over aan zijn Vader. Laat zijn Vader oordelen of hij onschuldig is of niet. Laat die hem weer levend maken en hem bevrijden uit de dood.

Zo was Jezus hele leven: een leven vol vertrouwen op God. Een leven helemaal gewijd aan zijn Vader. Zijn hele leven. Vanaf het begin tot het einde. Ondanks tegenslag. Ondanks het uur van de macht van de duisternis.

Zo was heel zijn leven, zo is zijn dood: een offer gewijd aan God. Want wat is een offer? In Hebr 9,14 staat dat Jezus door de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen aan God als een offer zonder smet. Dat doet Jezus hier, als de climax van heel zijn leven. Hij geeft zich helemaal aan God, vol vertrouwen, een en al aanbidding. Een offer zonder smet, een rechtvaardige. Hij sterft voor ons om een offer voor ons te zijn.

God verlaat de tempel. Het is donker geworden op aarde. Maar tegelijk offert Jezus zichzelf aan God. Tegelijk gaat de weg naar God op een nieuwe manier open. Jezus sterft en baant zo de weg naar God – voor ons.

3. Zie je Jezus sterven?

Kijk die romeinse officier daar eens staan. Hij was verantwoordelijk voor wat er gebeurde. Hij heeft Jezus laten kruisigen. Hij heeft misschien wel mee gespot. Gelachen.

Maar hij heeft het ook allemaal zien en horen gebeuren. Jezus die bidt voor de soldaten – Vader, vergeef het hun. Hij heeft gemerkt dat Jezus niet terugschold, niet vloekte. Deze gekruisigde, daar was iets mee.

Hij was er bij toen het donker werd. Ik kan me nog goed de zonsverduistering van 1999 herinneren. Ik was toen met Janneke samen in Brugge, in België. Midden op de dag werd het op eens schemerig. Alle mensen stonden te kijken. Het licht was onwezenlijk. Toen wist iedereen ervan en stond klaar met eclips-brilletjes. Nu had niemand het aangekondigd. Opeens werd het drie uur donker. Dat is lang – drie uur. Probeer je eens voor te stellen wat dat met die officier gedaan heeft. Van 12 tot 3 uur was het donker. Vogels reageren er op, worden stil.

De centurio, zeg maar een sergeant-majoor of een luitenant, het heeft diepe indruk op hem gemaakt. Hier gebeurde iets bijzonders. Deze gekruisigde stond dicht bij God. Zo toegewijd aan God. Deze man is oprecht, eerlijk, goed. Hij was onschuldig. Tegenover mensen maar vooral ook tegenover God. Wat was dit voor een man?

En dan gebeurt er iets wonderlijks. Die romeinse officier, hij gaat God aanbidden. Eerbiedig maakt hij God groot.

Hoe reageer jij op de dood van Jezus? Raakt het je? Aanbid je God? Onder de indruk van Jezus?

Zometeen gaan we avondmaal vieren. We vieren dat Jezus dood ging. Dat klinkt gek. Je viert iemands dood – dat lijkt op leedvermaak. Vieren dat iemand er niet meer is.

Maar we vieren anders. Jezus werd alleen gelaten, door God en mensen. Het uur van de duistere machten kwam over hem. Maar hij bleef trouw aan God. Tot in zijn dood was zijn leven een offer van aanbidding en vertrouwen.

Offeren in de tempel had geen zin meer, daar was God niet meer.

Maar Jezus wordt het laatste grote offer als hij sterft.

Hij brengt ons definitief bij God.

De weg naar God is open. Het gordijn dat tussen ons en God in hing, is weg. We kunnen zo naar God toe gaan, het heiligdom in, naar Gods troon.

Vier je het mee met ons, vanavond?

Vol aanbidding – Jezus kon wat wij niet konden.

Hij kon zichzelf aan God wijden als een offer van aanbidding en vertrouwen.

En hij deed dat voor ons.

Vier het mee, vol eerbiedige aanbidding.

We eten zijn vlees, en we drinken zijn bloed.

Zie je wat er dan gebeurt?

Hij komt in ons. Zijn vlees komt in ons. Zijn bloed gaat door onze aders stromen.

Wij aanbidden hem. Wij vieren zijn dood.

En dan gebeurt er zo iets moois: zijn aanbidding wordt onze aanbidding.

Ons leven wordt een dankoffer aan God. Een offer van aanbidding.

Vier je het mee?

4. Zie je Jezus sterven?

Kijk die mensen eens naar huis gaan. Ze hebben gekeken. Gelachen om de grappen en de grollen. De botte humor van die spotters.

Ze hebben het ook donker zien worden, drie uur lang.

Ze hebben Jezus zien sterven.

En het heeft ze geraakt. Wat gebeurt hier? Hij is dood – Jezus van Nazareth. Wat is dit? Wat hebben we gedaan?

We hebben het laten gebeuren. Kritiek en wantrouwen hebben geleid tot een moord – weg met Hem. Ze waren erbij geweest. Maak Jezus verdacht. Schop hem eruit. Er is iemand opgeofferd voor – ja, waarvoor eigenlijk? Waarom was er geen ruimte meer voor hem? Waarvoor was dit nodig? Nu is hij dood! En hij was onschuldig. En het is niet meer terug te draaien.

Wat hebben we gedaan?

En er gebeurt iets moois – ze schamen zich. Ze voelen zich schuldig. Ze krijgen berouw.

Zo komt er ruimte voor bekering.

Ruimte voor de opstanding. Voor een nieuw begin – zo mooi.

Ruimte voor de Heilge Geest. Voor verandering en vernieuwing – wie zou dat bedenken?

Het is niet terug te draaien – behalve door God. God, die doden levend maakt. God, die het teruggedraaid heeft.

Hoe reageer jij op de dood van Jezus?

Met berouw? Schaam je je? Voel je je schuldig?

Dan komt er ruimte om te zien: hij stierf voor mij.

Zijn offer, een offer van aanbidding en vertrouwen, het bedekt mijn zonde.

Ik verdien het te sterven.
Maar hij stierf.

Vier je het met ons mee, vanavond?

Vol vertrouwen – Jezus deed wat wij niet konden.

Hij kon zichzelf aan God wijden als een offer van aanbidding en vertrouwen.

Hij stierf voor onze zonden.

Vier het mee, vol ootmoedig vertrouwen.

We eten zijn vlees, en we drinken zijn bloed.

Zie je wat er dan gebeurt?

Hij komt in ons. Zijn vlees komt in ons. Zijn bloed gaat door onze aders stromen.

Wij vertrouwen op hem. Wij vieren zijn dood.

En dan gebeurt er zo iets moois: zijn vertrouwen wordt ons vertrouwen.

Ons leven wordt een dankoffer aan God.

Een offer van aanbidding en vertrouwen.

Vier je het mee?