Lucas 23,33-43 – Open je ogen, zie je koning!

Hans Burger
Hans Burger
15 maart 2008

Lucas 23,33-43 – Open je ogen, zie je koning!

image_pdfimage_print

6e zondag van de Lijdenstijd

Palmzondag

Liturgie

  • Voorzang: Gez 88 refrein
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 118,7-9
  • Wet omlijst door 1 Petr 2,4-10.19-25
  • Zingen: Gz 40,3.4
  • Gebed
  • Lezen: Lucas 23,33-43 Ps 22,7.8
  • Preek
  • Zingen: Gez 90,1.2
  • Kinderen terug: Paaslied vers 6 en 8
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 162,1.2.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 23,33-43 – Open je ogen, zie je koning!

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat doe je als iemand vloekt?

Wat best wel vaak gebeurt, is dat iemand zegt: Wat je zegt, dat kwetst mij. God, of Jezus betekent heel veel voor mij. En je vraagt anderen om niet te vloeken omdat het jou kwetst.

Pas hoorde ik over iemand die ergens werkt, waar soms gevloekt wordt. Ze zei dat het eigenlijk best raar is wat er dan gebeurt. Haar collega’s maken excuses tegen haar. Want het idee is: Als er gevloekt wordt, wordt zij gekwetst. Maar dat is helemaal niet het belangrijkste.

Of mensen gekwetst worden door een vloek, is dat zo belangrijk?

Veel belangrijker is de vraag als iemand vloekt: Besef je dat je God hiermee beledigt?

En dan loop je tegen een probleem aan. Iemand die vloekt, beseft vaak niet dat hij God hiermee beledigt. Het zal hem vaak ook worst zijn. Is er een God dan? Vloeken wordt pas een probleem, als je ontzag voor God hebt. Maar als je blind bent voor God – waarom zou je dan niet vloeken?

In het verhaal in Lucas gaat het over mensen die spotten met Jezus. Lucas vertelt over mensen die spotten met God, en het niet doorhebben. Ze zijn blind voor God.

Blind zijn voor God. Blind zijn voor wat God doet. Het is een kwaal die veel voorkomt.

Allemaal zijn we van onszelf blind voor God. Allemaal hebben we één grote blinde vlek: van onszelf zien we niet hoe God om ons heen aan het werk is. Tenzij God onze ogen opent.

En dat is wat Lucas wil: je laten zien wie Jezus echt is. Niet iemand om te bespotten, maar iemand om te aanbidden, vol ontzag.

Hoe blind ben jij? Daar gaat de preek over.

Laten we eens kijken naar de mensen die hier bij het kruis staan. Op wie lijk je het meest? In wie herken je je?

En dan gaat het er natuurlijk om: Kijk beter dan al die mensen die spotten. Doe je ogen open. Ontdek Jezus, hou van hem, bewonder hem, aanbid Hem.

Daar gaat deze preek over: Open je ogen, zie je koning.

2. Bijna alle mensen in het tekstgedeelte zijn blind voor God. Het volk dat toe staat te kijken. Ze lijken er te staan als neutrale toeschouwers. Ze staan erbij en ze kijken ernaar. Wat zouden ze denken? Lachen ze om de grappen van de anderen? Zijn ze geschokt? Afgestompt?

Wat ze in elk geval niet hebben: oog voor Jezus. Hart voor Jezus. Ze zijn blind voor wat hier gebeurt.

Wat zou er door Jezus heen gaan als hij ze allemaal ziet? Zijn volk, dat voor hem juichte: Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de HEER’?

En dan de leiders van het volk. De bisschoppen, de dominees, de ouderlingen, de theologen. Het spreekt niet vanzelf dat je oog hebt voor God als je veel van de bijbel weet. Als je in een kerk een belangrijke functie hebt. Geestelijke leiders kunnen helemaal de mist in gaan.

Hoor ze spotten. Jij wilde de beloofde Messias zijn? Jij wilde de uitverkorene van God zijn, de Mensenzoon? Jij wilde aan Gods rechterhand zitten?

Wat loop je te bazelen!

Jij kunt toch mensen genezen en weer levend maken?

Zorg dan voor jezelf!

Wat zou er door Jezus heen gaan als hij dit hoort? Hij moet zich ontzettend eenzaam gevoeld hebben. Hij doet iets wat niemand anders kan: sterven voor je volk om ze te verlossen. En niemand ziet het. Niemand steunt je of bemoedigt je. Je bent bezig om anderen te redden. En dan zeggen ze tegen je: Jij kon toch zo goed mensen redden? Nou, red jezelf nu dan maar!

En dan die soldaten. Ze weten waarom hij hier hangt. Hij wilde koning van de Joden zijn. Een opstandeling. Tenminste, dat wordt gezegd.

Een van hen wil wel even spelen dat hij de Koninklijke schenker is. De lakei die als enige de koning zijn beker met wijn aan mag reiken. ‘Majesteit, vandaag schenk ik u een voortreffelijke wijn’. Maar het is een goedkope rotwijn, zuur, bocht voor het klootjesvolk.

‘Majesteit, uw wijn.’

Pak hem dan aan! He koning, pak je wijn es aan! O, zit je hand vast?

Jij bent toch een koning? Red jezelf dan!

Ach man, je kunt jezelf niet eens redden. Je kunt niet eens een beker aanpakken! We moeten je zelfs helpen drinken.

Wat zou er door Jezus heen gaan?

3. Allemaal zijn ze blind voor Jezus. Maar Lucas wil je laten zien: dit is de hogepriester, die bidt voor zijn moordenaars. Dat is zo belangrijk, zo verbazingwekkend.

Jezus bidt: ‘Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen.’

Stel je voor dat je daar ligt. Je kunt geen kant op, hoe je je ook in bochten wringt. Ze houden je hardhandig op je plek. Je rug, open en bloederig tegen het ruwe hout. En dan die grote spijker onderaan je hand. De hamer slaat.

En ze spotten – red jezelf! Jij kunt toch zo goed mensen redden?

Terwijl de enige reden dat je daar ligt is dat je dat aan het doen bent: mensen redden!

Om mensen te redden laat je het gebeuren, die spijkers in je handen en je voeten.

Wat zou jij doen?

Je kunt niets. En ze doen je zo pijn, letterlijk en figuurlijk.

Machteloze woede, dat voel je dan toch? Wat doe je dan? Je zou ze toch wegvloeken?

Maar Jezus wordt gekruisigd als de grote hogepriester.

En hij bidt: Vader, vergeef hun.

Denk je eens in wat er gebeurd zou zijn als Jezus dat niet gebeden had.

Moet God machteloos toezien hoe zijn eigen Zoon doodgemarteld wordt? Zou het Hem niet door merg en been gaan? Zou Hij niet met een bliksemschicht al die soldaten kunnen doden? Of zelfs alle mensen in één klap dood?

Maar Jezus is de grote hogepriester. Niemand heeft oog voor Hem. Maar Hij vraagt juist niet om Gods ingrijpen. Hij neemt het voor ze op. Hij gaat voor al die mensen staan. Zijn moordenaars. Die spotters. Mensen die vloeken. Die mensen die alles willen zien en nergens voor gaan. In elk geval niet voor God. Jezus gaat voor ze staan. Dat wil ook zeggen: Jezus gaat voor jou staan, voor mij. Tussen ons en God in.

Vader, vergeef het hun, want ze zijn blind. Blind voor wie ik ben, blind voor wie u bent.

En dat betekent:

Vader, als u mij wilt, dan alleen met al die andere mensen.

Ik en die mensen, we horen bij elkaar. Ik hoor bij die spotters, die moordenaars, die opstandelingen, die zondaren uit Franeker. Als u mij wilt verlossen, dan alleen met hen erbij.

Ik kan wel zeggen dat ik Jezus hierom enorm bewonder. En het is ook zo. Maar tegelijk zijn het zulke lege woorden. Ze kunnen bij lange na niet uitdrukken wat hierbij past. Hier past alleen maar aanbidding vol verwondering.

4. Allemaal zijn ze blind voor Jezus. Maar Lucas wil je nog iets anders laten zien: de koning op weg naar zijn troon. Die iemand een gunst verleent.

De Romeinse soldaten maken Jezus belachelijk. Wat is dat nu voor koning? Ze verdelen zijn kleren alsof het een kostbare buit is. Ze hangen een bordje boven zijn hoofd: Kijk eens joden, dat is jullie koning. En ze bieden Jezus wijn aan: Majesteit, uw wijn. O, u kunt zichzelf niet eens redden? Wat ben je dan voor koning?

En Jezus hangt daar. Machteloos.

Hoe zou jij reageren?

Wat wij vaak doen?

Je sluit je af voor alles en iedereen.  Ik heb het zwaar, ik heb alleen nog maar oog voor mezelf. Of agressiever: als jullie mij niet willen, zoek het dan ook allemaal zelf maar uit met elkaar!

Lucas wil je laten zien dat Jezus anders is. Hij ziet die man die er naast hem hangt. Hij is niet blind. Hij heeft oog voor mensen. Voor wat God in mensen doet.

Want er gebeurt iets heel bijzonders met die moordenaar. Hij komt tot inzicht. Hij ziet het in: Jezus is onschuldig. Ik ben schuldig en hang hier terecht. Hij krijgt ontzag voor God. En zelfs gaan hem de ogen open voor wie Jezus is: Gods koning, op weg naar het koninkrijk van God.

En dan vraagt hij aan Jezus: Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt. Hij vraagt heel weinig. Hij vraagt niet om van het kruis bevrijd te worden. Daar hangt hij terecht. Hij vraagt niet om ook in dat koninkrijk te zijn. Hij vraagt alleen: denk aan mij – Jezus mag invullen wat dat is.

En nogmaals: wat er nu gebeurt is heel bijzonder. Bijzonder genoeg om er even goed bij stil te staan. Jezus zegt niet: Zeur niet. Hij gromt niet: Ik zal eens kijken wat ik voor je kan doen. Hij schiet niet in z’n achteruit: Iedereen wil gered worden vlak voor hij sterft – waarom zou ik jou moeten redden?

Opnieuw vind ik het zo bewonderenswaardig wat Jezus doet. Hij gedraagt zich als een echte koning, een echte redder. Iedereen maakt hem belachelijk – ben jij nu een koning? En ondertussen zijn ze blind voor wat hier echt gebeurt. Jezus is bijna koning. En zo verleent hij deze man een geweldige gunst. Jij zult nog vandaag bij mij in het paradijs zijn. Hij is de enige die daar over gaat. Hij is de enige redder.

5. Lucas wil natuurlijk dat je niet blind bent, maar ziet. Hij wil je ogen openen voor Jezus, je hogepriester, je koning.

Maar tegelijk vertelt hij over al die spotters. Zij zijn allemaal blind.

Zo legt Lucas ons allemaal de vraag voor: hoe blind ben jij? Hoeveel oog heb je voor wat God doet? Hoeveel oog heb je voor Jezus?

Wanneer ben je blind voor God? Ik wil nu drie dingen noemen die in de tekst naar voren komen.

Als eerste: je bent blind voor Jezus als je niet net als hij de vrede zoekt, maar ruzie en onrust. Zie je hoe Jezus met zijn moordenaars omgaat? Jezus is niet het type: iemand zet me een hak, ik zet hem een hak terug. Nee juist niet. Petrus schrijft: Hij werd gehoond en hoonde zelf niet. Hij leed en dreigde niet. Je bent blind als je daar niets van begrijpt. Als je niets snapt van de oproep van Petrus om Jezus’ voorbeeld te volgen.

Maar je bent juist niet blind als je inziet wat de weg van de liefde is: Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede (Rom 12,1).

Hoe blind ben jij? Zoek jij de vrede van Christus?

Als tweede: je bent blind voor Jezus als je alleen het lijden ziet. Als je niet ziet hoe God dat lijden gebruikt om iets geweldigs moois te doen. Als je blind bent, zie je alleen wat er mis gaat, bij Jezus, en in je eigen leven. Je ziet alleen maar een uit de hand gelopen conflict, verschrikkelijk lijden, een man die hangt te creperen. Je ziet alleen maar wat er mis gaat in je leven, wat er mis gaat in de wereld.

Maar open je ogen: God kan ons lijden gebruiken om iets geweldig moois te laten gebeuren. Hoor je hoe Jezus aan het kruis bidt voor zijn moordenaars? Zie je hoe een misdadiger voor het te laat is een nieuwe kans krijgt? Jezus ziet er niet uit. Maar hij brengt vergeving en genezing. En ook vandaag: zie je het mooie dat God doet in een wereld vol mislukking en lijden?

Hoe blind ben jij? Zie je alleen het lijden, of zie je ook hoe God dat lijden gebruikt om iets moois tot stand te brengen?

En dan een derde punt. Je bent blind voor Jezus als je er moeite mee hebt dat Jezus houdt van irritante, lastige, vervelende mensen. Moet je zien, die misdadiger, die heeft het makkelijk!

Een crimineel die vlak voor hij sterft nog toegelaten wordt in het paradijs. En waarom? Alleen omdat hij in ziet dat hij fout zit; ontzag voor God krijgt; en Jezus vraagt: denk aan mij.

Geloof je dat Jezus dat aan jou wil geven? Of als jij keurig christen bent, moeite doet voor God, gun je die ander – o, zo irritant – echt Gods genade?

Hoe blind ben jij? Ben je er blij mee als God op het laatste moment een irritante schurk eeuwig leven geeft?

6. Wees niet blind! Open je ogen. Neem een voorbeeld aan die gekruisigde misdadiger.

Dan zijn er vier dingen belangrijk.

Als eerste: hij heeft ontzag voor God. Wie ontzag heeft voor God, die is onder de indruk van God. Die heeft eerbied voor God. Een diep respect. Die wil God aanbidden. Die heeft oog voor Gods grootheid. En die ziet wie hij zelf is tegenover God: niet meer dan een klein schepsel. Heb ontzag voor God!

Als tweede: hij weet dat hij zijn straf verdiend heeft. Hij kent zijn zonde en geeft die openlijk toe. Dat is niet makkelijk. Laatst gaf ik in een gesprek toe dat ik een fout gemaakt had en terugnam wat ik gezegd had. Maar later bedacht ik: een ruiterlijk excuus, vragen om vergeving, daar kwam ik niet toe. Je zonde erkennen – kun je dat, tegenover God en tegenover mensen om je heen? Wees eerlijk over je zonde!

Als derde: hij is geraakt door wie Jezus is. Het kan niet anders of iets in Jezus heeft hem diep getroffen. Hij is diep onder de indruk gekomen van Jezus. Jezus is onschuldig, hij wordt gekruisigd, en hij bidt voor zijn moordenaars. Jezus is de koning die door het vuur gaat voor zijn volk. Hij sterft voor ons…

Raak onder de indruk van Jezus!

En tot slot: hij gelooft in Jezus want hij vraagt: Heer, zie mij, denk aan mij. Dat Jezus je ziet en aan je denkt. Dat Jezus voor je zorgt, dat is het belangrijkste. Dan brengt hij je in het paradijs.

Geloof in Jezus!

Vier belangrijke dingen: ontzag voor God, je zonde kennen, geraakt zijn door Jezus, geloof in Jezus.

Ik kan het je niet geven. Het ontstaat alleen als je zelf Jezus ontmoet. Maar ik wil natuurlijk wel dolgraag hetzelfde als Lucas: dat jullie ogen steeds meer open gaan. Door de bijbel, door een preek, door aanbidding, een lied, door andere christenen, door gebed. Bid erom. Zoek en je zult vinden. Klop en je zal opengedaan worden.