Lucas 23,26-34 – Huilen om Jezus of om jezelf?

5e zondag van de Lijdenstijd

Avondmaal

Liturgie

  •   Voorzang Ps 50,1
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 50,2.11
  • Wet in een nieuwtestamentische versie
  • Zingen Ps 51,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing – Lucas 23,26-34 – 1 Petrus 4,12-19
  • Preek
  • Zingen LB 360,1.2
  • Lezing avondmaalsformulier Viering omlijst door zingen: LB 356,1.2.3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 133
  • Zegen

 

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 23,26-34 – Huilen om Jezus of om jezelf?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Huilende mensen, ze zijn er. Een journaal-item over een aardbeving of een zelfmoordaanslag in het Midden-Oosten. En je ziet ze, die vrouwen zoals ze hier ook zijn: ze slaan zich op de borst, ze roepen, ze huilen. Weeklagende vrouwen, dat kennen wij niet zo, maar in Turkije, in Iran, daar kom je ze tegen net zoals hier in het verhaal.

Wij huilen anders, maar ook wij huilen. Een kind, dat in het ziekenhuis beland door een ongeluk. Een goede vriendin die gevochten heeft voor haar relatie, en die nu hoort dat haar man een ander heeft, en die gaat scheiden. Je kunt het je voorstellen dat mensen huilen in deze wereld. Dat zul je vast wel herkennen. Huil je zelf wel eens? Waarom huil je dan?

Ook hier huilen vrouwen, ze weeklagen, ze slaan zich op de borst. En je kunt het je voorstellen.

Daar staan ze te kijken, twee vrouwen. Toen Jezus langs hen gelopen was, liepen ze mee. De groep wordt steeds groter. Ze voelen allebei de tranen in hun ogen branden. Kijk, daar gaat Jezus. Zo jong nog. Weet je nog hoeveel indruk hij op je maakte? Weet je nog hoe hij je zoon genas? Weet je nog dat we bijna ruzie met elkaar kregen, toen die keer toen je dacht dat hij de beloofde Messias was? Moet je hem nu zien. Het is toch erg.

Jezus – hij leek de Messias. De mensen liepen met hem weg. Zijn mooie verhalen. Al die keren dat hij zieken beter maakte. Soms was hij zo ongrijpbaar, maar juist daarom zo speciaal. Het lef om de Farizeeërs aan te pakken. Maar waarom was hij niet wat gematigder? Waarom had hij zich zo gehaat gemaakt. Kijk nu wat er van komt. Alle hoop wordt de bodem in geslagen. Je voelt de tranen opkomen. Waarom gebeurt dit?

Zo huilen die vrouwen om Jezus. Ik kan het me voorstellen dat ze huilen. En jij?

Jezus hoort ze huilen. Tenminste, zou hij het nog horen? Zou het hem goed doen? Of zou het niet tot hem doordringen.

Maar dan?

Jezus staat stil. Hij draait zich om naar die huilende vrouwen.

En hij zegt: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen?’

Huil niet om mij, maar om jezelf?

Hoezo?

Daar staan we samen vanmorgen bij stil. Huil niet om Jezus, maar om jezelf. Waarom?

2. Om Jezus te kunnen volgen, is het eerst belangrijk dat je snapt wat hij zegt.

Het zijn dreigende woorden. ‘De tijd zal komen dat de mensen zullen zeggen: Gelukkig ben je als je geen kinderen hebt. Dan zullen ze tegen de bergen zeggen: Val op ons. Tegen de heuvels: bedek ons.’

Het zijn woorden die komen uit Hosea 10. Daar wordt Gods oordeel aangekondigd: het moment dat God komt, boos over zonde, boos over ontrouw, boos op zijn volk. Dood en verwoesting worden aangekondigd. Want de HEER komt om te straffen.

En Jezus zegt: Als ze dit al doen met het groene hout, wat zullen ze dan met het dorre hout doen?

Snap je wat Jezus bedoelt?

Hijzelf is het groene hout. Hij is nieuw en levend hout. Dat kap je niet om maar laat je staan. Het brandt niet, want het zit nog vol vocht. Zo is Jezus onschuldig. Hij is het nieuwe levende hout dat uit de afgehakte stronk van Isaï groeit. Hij moet groeien. Maar ze straffen hem als een opstandeling, een crimineel. Maar dat is hij helemaal niet. Toch wordt hij behandeld als brandhout.

Als hij al zo aangepakt wordt, wat zal er dan gebeuren met het verdorde hout? Het echte brandhout? De onschuldige Jezus heeft al zo te lijden. Wat zal er dan gebeuren met de mensen die echt straf verdienen?

Deze vergelijking kun je betrekken op verschillende dingen.

Als eerste zegt Jezus hier iets over wat er veertig jaar later zal gebeuren met zijn eigen volksgenoten. Jezus wordt hier door de Romeinen gekruisigd als een opstandeling. Zijn volk wil hem niet, en kiest voor de weg van nationalisme en geweld. Het wil niet inzien dat die weg geen oplossing biedt. Verblind zijn ze, en veertig jaar laten komen ze in opstand tegen Rome. En die Joodse opstand is wreed afgestraft. De onschuldige Jezus is gekruisigd. De Joden die hun koning verwierpen en kozen voor geweld, voor opstand, die zullen de consequenties ervan dragen. Zo is het gegaan: de tempel is verwoest, veel Joden zijn gedood, gekruisigd. Hun stad met de grond gelijk gemaakt.

Maar Jezus’ woorden gaan dieper. Ze gaan ook over het oordeel van God over deze hele wereld. Denk aan 1 Petrus 4. ‘Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen.’ En daarna gaat het de hele wereld over. Iedereen wordt door God geoordeeld.

Zo stelt Jezus ons allemaal voor de vraag: Waar huil jij om?

Om mij? Om de wereld? Om die ander? Om de kerk?

Of om jezelf?

Jezus zegt het tegen ons allemaal: Huil maar om jezelf. Want je zult getroffen worden door Gods oordeel. En berg je dan maar!

3. Die woorden mag je niet zo maar naast je neer leggen. Zo van ‘Ik hou niet van donderpreken’. Of ‘God is toch liefde?’

Stel je voor: Jezus is een nacht lang getreiterd, gepest, geslagen, gemarteld, verhoord, uitgescholden. En dan nog vindt hij het belangrijk genoeg om die vrouwen te waarschuwen. Zelfs op weg naar het kruis is hij nog met anderen bezig. Zelfs dan nog wil hij ons waarschuwen, ons de ogen openen. Hij blijft de profeet die zijn volk blijft waarschuwen – tot het bloedige einde toe. Luister dus naar wat Jezus zegt.

Jezus zegt dit niet uit wraak. Zo is Jezus niet. Kijk maar hoe Jezus even later bidt voor de soldaten. Ze slaan de spijkers dwars door zijn handen en zijn enkelgewrichten. En weet je wat Jezus dan bidt? ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’.

Zo is Jezus. Hij heeft hart voor anderen. Voor jou, voor mij.

Maar hoe passen die harde woorden daarbij?

Omdat die harde woorden iets zeggen over Jezus, en over ons.

Ze zeggen iets over Jezus. Petrus schrijft dat Gods oordeel begint bij Gods eigen volk. Dat weet Jezus ook. Hij weet: Mijn volk zal geoordeeld worden. Zij zijn het dorre hout. Zij verdienen de straf van criminelen en opstandelingen. Maar Jezus zegt: Laat het oordeel maar beginnen bij mij, het groene hout. Ik, de koning, ga voor mijn volk uit. Ik zal hun straf ondergaan. Laat mij maar een opstandeling zijn, een rover, een brute crimineel. Laat mij maar als eerste getroffen worden door Gods oordeel. Laat mij maar sterven voor hun zonden.

Hoor je dat Jezus dat zegt? Ik wil voor jou sterven. Jouw straf ondergaan. In jouw plaats getroffen worden door Gods oordeel.

En dan zeggen die harde woorden ook iets over ons.

Jezus wil niets liever dan dat je snapt: inderdaad, ik ben het dorre hout. Ik verdien Gods straf. Als je dat niet snapt, dan huil je misschien om Jezus. Dan vind je het erg wat hier gebeurt. Maar er verandert niets in je leven. Terwijl als je om jezelf huilt, als je snapt: Ik ben het verdorde hout; dan sta je ook open voor Jezus als je verlosser. Als je weet dat je Gods straf verdient, dan kun je je bekeren. Dan kan er iets veranderen. Dan kan Jezus je verlossen. Alleen de zieken hebben een dokter nodig. Wie gezond zijn niet.

4. We vieren zo meteen het avondmaal. We staan stil bij het lijden en de dood van Jezus. Zie je Jezus lopen? Murw geslagen, bloedend na de geseling. Zo strompelt hij naar de executieplaats. Wat doet het met je?

Jezus staat stil, keert zich om. Hij kijkt je aan.

Hij zegt: Huil niet om mij. Maar huil om jezelf.

Kun je je voorstellen dat je om jezelf huilt? Besef je dat je niet zonder Jezus kunt? Daar gaat het Jezus om, dat je dat ontdekt: ik ben brandhout, ik leef alleen door Jezus.

Waarom zou je om jezelf huilen?

Het kan zijn dat je iets gedaan hebt waardoor je je eigen leven en dat van anderen kapot gemaakt hebt. Iets stoms, en je wilt dat het nooit gebeurd zou zijn. Maar je hebt het gedaan en je kunt het niet meer terugdraaien.

Of je merkt dat het je steeds bij de handen afbreekt. Je wilt wel het goede doen, liefdevol zijn, maar het lukt niet. Je zegt toch iets dat een ander pijn doet. Je geeft toch toe aan je chagrijn en de sfeer is weer kapot.

Het kan ook zijn dat je van buiten een keurige christen bent. Maar je weet: diep in mijn hart heb ik een minachting voor God. Als ik toch weer even wil genieten van mijn lievelingszonde. En geen zin heb om me er tegen te verzetten – even genieten zonder God.

God heeft ons gemaakt om volmaakt te zijn en lief te hebben, Hem lief te hebben – maar wat brengen we ervan terecht?

Kun je je voorstellen dat je om jezelf huilt? Doe je het wel eens?

Laat je alsjeblieft door Jezus aan het denken zetten. Hij zegt het niet voor niets: huil niet om mij, maar om jezelf!

Want dan snap je ook waarom hier die tafel staat. Deze tafel laat zien: huil om jezelf.

En huil niet om Jezus – wees juist dolblij met hem. Kom dus hier aan tafel, juist als je huilt om jezelf!

Hij heeft hart voor je. Hij wil niets liever dan dat we snappen: Ik heb Jezus nodig.

En hij wil voor jou sterven. Hij wil voor ons een Barabbas worden, een misdadiger onder de misdadigers. Hij wil de straf dragen. Hij, de koning, wil het oordeel over zijn volk als eerste ondergaan.

Zo wordt door hem Gods oordeel een nieuw begin.

Een plaats van vrijspraak.

Een plaats om zijn lichaam te eten. Om zijn bloed te drinken.

Hier, aan deze tafel.

Als je hier zit. Met de tranen in je ogen om jezelf.

Dan hoor je hier ook de stem van de rechter: ‘Onschuldig!’

Dat gebeurt alleen hier, aan de tafel van Jezus Christus. Alleen bij de koning, dat groene hout, die voor ons Gods straf wilde ondergaan.

Het geldt altijd: huil niet om mij, maar om jezelf.

Maar hier aan tafel geldt: huil om jezelf en niet om mij. Wees dolblij met mij. Vier avondmaal. Vier feest. Om Jezus. Je koning. Je redder.