Lucas 22,39-46 – Jezus bidt

Hans Burger
Hans Burger
16 februari 2008

Lucas 22,39-46 – Jezus bidt

image_pdfimage_print

Tweede zondag van de Lijdenstijd

Gezinsdienst

Liturgie

  • Lied: opwekking 489
  • Lied: opwekking 430
  • Votum / groet
  • Lied: psalm 22:1,5
  • Gebed
  • Wet
  • Lied: E&R bundel 245: 1,2,3
  • Lezing: Lucas 22: 39-53
  • Lied “U bracht het heil voor ons op aard” vers 1,2,3,8
  • Preek over Lucas 22,39-46
  • Lied: Opwekking 268
  • Gebed
  • Collecte
  • Lied: E&R bundel 230
  • Zegen

Opmerking:  ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 22,39-46 – Jezus bidt

Broertjes en zusjes,

1. Thomas moet naar het ziekenhuis. Hij is nog maar zes jaar. Hij heeft last van zijn voet. Er zit een plekje bij zijn hak. Het gaat maar niet over. Het plekje doet pijn. Daardoor gaat hij mank lopen. En dat moet niet.

Daarom moet Thomas naar het ziekenhuis. De dokter wil er naar kijken. De dokter wil in zijn voet gaan snijden. Hij wil proberen om de zere plek weg te halen. Maar de dokter weet nog niet of het goed zal lukken.

Vandaag was Thomas voor het laatst op school. Vandaag heeft de juf het op school aan zijn klas verteld. Hij mocht in de kring naast de juf zitten. En zij vertelde dat Thomas naar het ziekenhuis moet. Nu weten alle kinderen in zijn klas er van. Ze weten dat hij een plekje onder zijn voet heeft. Ze weten dat het pijn doet.

Morgen wil hij weer naar school. Maar dat kan niet. Morgen moet hij naar het ziekenhuis. Nee, niet het ziekenhuis hier vlakbij, maar naar het ziekenhuis in de grote stad. Morgen is een bijzondere dag. En nu moet Thomas naar bed. Voor deze keer brengen papa en mama hem samen naar bed!

Maar Thomas wil helemaal niet naar bed. Hij wil ook niet naar het ziekenhuis. Hij huilt, hij roept: ‘Ik wil morgen naar school!’ Papa en mama gaan op bed zitten, met Thomas er tussen in. Ze kijken samen naar het plekje onder op zijn voet. Ze vertellen wat de dokter gaat doen.

Thomas vraagt: Maar dat doet toch pijn?

Nee, zegt papa. Je voelt er niets van. Ze zorgen er voor dat je slaapt.

Maar word ik dan wel weer wakker? vraagt Thomas?

Ja, zegt mama, je wordt weer wakker.

Thomas is bang. Hij huilt. ‘Ik wil het niet, ik wil bij jullie blijven.’

Papa en mama slaan allebei een arm om hem heen. Ze zeggen dat het best eng is. Maar ze gaan mee naar het ziekenhuis. En God gaat ook mee. Daarom gaan ze nu samen bidden. Ze vertellen God dat Thomas bang is. Dat hij niet naar het ziekenhuis wil. En dat het toch moet. Of de Heer mee wil gaan met Thomas. Of hij voor hem wil zorgen. In het ziekenhuis. Tijdens de operatie. Na de operatie.

Thomas wordt er rustig van. Hij krijgt een slaap lekker-kus. En hij gaat slapen.

2. Bidden is belangrijk, altijd. Bidden is ook belangrijk als je bang bent. Als het moeilijk wordt. Daarom gingen papa en mama met Thomas bidden. Maar Jezus deed het ook. Altijd. Maar zeker toen het moeilijk werd.

Jezus wist dat Judas een spion was, een verklikker.

Judas was weggegaan.

Judas wist dat Jezus en zijn leerlingen elke nacht op de olijfberg sliepen, op een geheime plek.

Ze gingen terug naar die plek. Dat was gevaarlijk. Jezus wist het. Hij wist: vannacht komen ze me oppakken. Morgen zullen ze me doden. Morgen is mijn laatste dag. Ik ga sterven.

Waarom ging Jezus dan terug naar die gevaarlijke plek?

Zo wilde God het.

Jezus wilde voor ons vechten. Vechten met de duivel. Vechten met de zonde. Vechten met de dood.

Want er gebeuren nare dingen in de wereld. Wij doen zelf nare dingen. De duivel is er. De zonde. Mensen gaan dood. Daar moest iets mee gebeuren. Jezus wilde er een eind aan maken. Hij wil ons bevrijden. Zodat er een nieuwe wereld komt waar geen nare dingen meer gebeuren.

Net als bij Thomas. Thomas had een zere plek aan zijn been. Daar moest in het ziekenhuis iets aan gedaan worden. Maar leuk is dat niet, als je geopereerd moet worden. Thomas was bang.

Jezus was ook bang. Het zou een zwaar en moeilijk gevecht worden. Het zou ontzettend pijn doen. Jezus zou zelfs sterven. Voor jou en voor mij.

Maar kon het niet anders? Kon het niet zonder dat hij zou sterven?

En dus deed Jezus het beste wat je dan kunt doen.

Hij gaat bidden.

Hij zoekt een plek op waar hij alleen is, loopt weg bij zijn vrienden.

Hij knielt op de grond

Stel je voor – daar ligt Jezus, onze Heer, op z’n knieën. Op de grond.

En hij bidt. [biddende Jezus opplakken]

Vader, kan het niet anders?

Vader, moet ik op deze manier sterven?

Vader, ik ben bang!

Zou jij het ook doen, zo bidden?

Bidden als het moeilijk is?

Of denk je: Bidden helpt toch niet?

Jezus wist dat bidden enorm belangrijk is. Hij deed het altijd. Hij zocht een plekje waar hij alleen was. Alleen met God. Een plek om te bidden. En dat deed hij dan ook. Bidden.

Jezus wist dat bidden enorm belangrijk is als het moeilijk wordt.

Hij wist ook dat God luistert als we bidden.

En dat zie je hier ook.

God luistert naar Jezus.

Hij zegt niet: We kiezen voor een andere manier. Maar God stuurt wel een engel naar Jezus toe. Die geeft Jezus kracht. Nu weet Jezus dat het niet anders kan. Hij moet sterven. Maar hij heeft wel kracht gekregen voor het gevecht dat gaat komen.

Broertjes en zusjes, ik wil graag dat jullie dat onthouden.

Jezus laat zien dat bidden enorm belangrijk is.

Altijd. Maar vooral als het moeilijk is. Bidt, want God luistert naar je. Net zoals bij Thomas: Thomas moet geopereerd worden aan zijn voet. Hij ging bidden. En hij werd rustig. God zorgt voor je. Altijd.

3. Maar ja, grotere broers en zussen, dan zijn de problemen niet opgelost.

De engel is gekomen om Jezus kracht te geven. Vanaf dat moment weet Jezus dat de beker niet weggenomen zal worden. Die beker, die moet hij drinken.

Die beker is een symbool voor de straf van God over onze zonde. In die beker zit Gods boosheid. En Jezus gaat die beker helemaal leegdrinken. Een dodelijke gifbeker is het.

Let op. Zoals Lucas het vertelt, heeft Jezus twee keer gebeden. Eén keer of het niet anders kon. En na de engel kwam er een tweede gebed. Het heeft nu geen zin meer om te bidden: Neem deze beker van mij weg. Wat zou Jezus nu gebeden hebben? Wat valt er nog te bidden?

Nu wordt Jezus pas echt bang. Heel zijn lijf protesteert. Ik wil niet dood!

Wat zou jij dan doen?

Als je met een probleem zit. En je merkt dat God het probleem niet voor je wegneemt. Maar wil dat je er door heen gaat.

Teleurgesteld stoppen met bidden?

Zou je dan boos op God worden?

Zet je je schrap om het zonder God uit te knokken – ik kan het zelf?

Jezus is doodsbang, maar hij blijft bidden. Wat valt er nog te bidden?

Bidden is veel meer dan vragen of het anders kan of vragen om kracht.

Bidden is ook: je gevoelens, je angst, je doodsangst, bij God neerleggen. Met God delen wat er in je hart is.

Bidden is ook: jezelf helemaal aan God overgeven. Merken dat je tegenstribbelt, dat je een andere kant op wilt dan God. Dat bij God brengen en vragen om overgave.

En dat was nodig. Jezus geeft ons hier een voorbeeld van hoe we mogen bidden. Maar hij is veel meer dan een voorbeeld. Hij gaat zich zometeen geven als een offer voor ons. En een offer, dat is volstrekte levenswijding aan God. Gehoorzaamheid met de volle 100% procent. Van harte liefhebben. Een offer, dat moet gaaf, uit één stuk, volmaakt zijn. Een offer dat tegenstribbelt, dat halfslachtig is, dat is geen volmaakt offer.

Jezus kan geen offer voor ons zijn als hij niet van harte hetzelfde wil als God. Als hij Gods weg niet gaat met volledige instemming.

Dat is er niet vanzelf, zeker niet als je doodsbang bent.

Zelfs bij Jezus niet, de volmaakte mens.

Houd je dus niet groot tegenover God. Laat het hem zien als je bang bent. Als je tegenstribbelt. Wees eerlijk, in elk geval tegenover God: wij willen niet zo maar hetzelfde als God. Misschien gaan we de weg van God wel, maar lang niet altijd met een hart uit een stuk.

Daarom blijft Jezus bidden. Hij vecht met zijn angst, met zichzelf, met God. Hij bidt tot hij klaar is. Tot hij in kan stemmen met Gods weg. Tot hij van harte, vol liefde, een offer kan zijn. Voor ons.

4. Dan staat hij op. Hij loopt naar zijn leerlingen terug.

Zouden ze bidden, net zoals Jezus? Dat had Jezus tegen ze gezegd. Ze zouden nu zonder hem verder moeten. Hij had gezegd: Bid, dat jullie niet in beproeving komen’. Het kwam er nu op aan, voor Jezus, maar voor hen net zo goed. Ook zij moesten bidden.

Maar van verdriet waren ze in slaap gevallen. [slapende leerlingen opplakken]

Waarom slapen ze? Juist nu het erop aan komt, bidden ze niet maar slapen ze.

Wat zou jij gedaan hebben?

Blijven bidden, zoals Jezus?

Of was je opgehouden met bidden, of in slaap gevallen, zoals de leerlingen?

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik vind mezelf vaak zo’n slechte bidder. Ik bid wel, maar als ik dan zie hoe intens Jezus bidt in Getsemane. Dan denk ik toch weer: Heer, leer me bidden! Met diezelfde intensiteit.

Bidden om echt hetzelfde te willen als God.

Zodat ik niet halfslachtig doe wat hij zegt. Of niet eens doe wat hij zegt.

Maar zodat ik met de volle 100% sta achter wat God zegt en doet. Voor de volle 100% achter Jezus aan ga.

Hoe is dat bij jou?

Als je jezelf tegenvalt, laat je dan bemoedigen door Jezus gebed.

Om drie redenen:

1. Omdat Jezus is blijven bidden, is Hij het volmaakte offer voor ons. Hij is voor ons gestorven. Hij kon de beker leegdrinken. De beker, die ook gevuld is door Gods boosheid over mensen die niet kunnen bidden. En die beker is nu voor altijd leeg.

2. Omdat Jezus kan bidden, kan Hij ook nu voor ons bidden. Hij zit direct naast God de Vader in de hemel. En hij bidt ook nu voor jou en voor mij. Zijn gebed gaat door, ook als wij in slaap vallen zoals de leerlingen.

3. Omdat Jezus voor ons is gestorven, mogen wij ook bidden. Jezus zag in Getsemane op tegen het moment dat God hem niet meer zag, niet meer luisterde. Maar door Jezus is onze relatie met God hersteld! Wij mogen met Jezus mee gaan bidden. Van hem leren bidden. Maar ook geeft hij ons zijn Geest, die in ons bidt. Hij wil ons veranderen in biddende mensen.

Verbaas je.

Aanbid Jezus.

Jezus is in Getsemane blijven bidden. Tot hij er van harte achter stond. Tot hij een volmaakt offer kon zijn. Gewijd aan God. Uit liefde voor jou en voor mij!

Dank mijn Heiland, voor uw lijden

Voor uw bittre bange nood

Voor uw heilig biddend strijden

Voor uw trouw tot in de dood

Voor al ’t heil aan mij geschiedt

Prijst u eeuwiglijk mijn lied.