Lucas 1,8-20 – Advent: het komt aan op geloof in God

Hans Burger
Hans Burger
15 december 2007

Lucas 1,8-20 – Advent: het komt aan op geloof in God

image_pdfimage_print

Derde zondag van de Adventstijd

Liturgie

  • Voorzang: LB 23,1.3
  • Kaars aansteken
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 169,1-3
  • Wet
  • Zingen Ps 65,1.2
  • Gebed Stadsomroeper
  • Schriftlezing Lucas 1,5-25
  • Zingen: Gez 48,1.4 (GK 8)
  • Preek over Lucas 1,8-20
  • Zingen: Gez 80 (NG 44)
  • Kinderen terug,
  • adventslied vers 1, 2 en 3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen LB 477
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Lucas 1,8-20 – Advent: het komt aan op geloof in God

Zussen en broers, zusjes en broertjes, gemeente van Jezus Christus,

1. In de tijd van Advent merk je: het komt aan op geloof in God. En geloven is niet altijd makkelijk. Dat heeft Zacharias gemerkt, misschien wel tot zijn eigen schrik. Zacharias was priester, zijn vrouw kwam uit een priesterfamilie. Heel hun leven draaide om God. Vrome en gelovige mensen. Natuurlijk zouden ze allebei zeggen: het komt aan op geloof in God.

Zacharias en Elisabeth hadden geen kinderen. Ze hadden er vast lang om gebeden. Maar ze bleven kinderloos. Wat zou dat met Zacharias’ geloof gedaan hebben? Kon hij nog geloven dat God een wonderen kan doen? In dit verhaal zie je dat er sluipend iets veranderd is. Zacharias was oud geworden en kon niet meer geloven dat God nog iets aan zijn leven zou veranderen.

Als er dingen zijn die minder goed gaan, dan blijkt geloven lastig. Er kunnen dingen gebeuren waar je moedeloos van wordt. Lukt het dan ook om te geloven in God?

Wat doe je bijvoorbeeld als je ruzie hebt, en het blijft ruzie? Als je het gevoel hebt dat je er kapot aan gaat, en er verandert niets? Als het lijkt of God er niet is, hoe hard je ook bidt?

Vorige week hadden we het over God, die leven geeft in de woestijn. Prachtig. Maar die woestijn, dat is ook de plek waar je geloof op de proef gesteld wordt. In de woestijn moet je wachten op God. Wat doe je als dat lang duurt?

Ze zeggen wel eens dat geloven vooral moeilijk is voor jongeren. En dat is ook zo: jullie leven in een wereld waar op allerlei manieren aan je getrokken wordt. Iedereen om je heen leeft erop los, en jij? Daarom is het prachtig dat jullie hier vanmorgen zitten. Maar geloven is net zo goed lastig voor ouderen. Toen u ouder werd, wat gebeurde er toen met dat jeugdige enthousiasme? Er gebeuren dingen in je leven die je niet gewild had. Je loopt aan tegen de gebrokenheid van  het leven. Wat heeft dat met jouw, uw geloof gedaan?

Geloven is voor iedereen lastig.

Voor jongeren. Voor ouderen. Ook voor priesters en dominees. Kun je dominee zijn en blijven geloven, als in je gemeente dingen niet vanzelf gaan?

Het verhaal van Zacharias laat zien dat het op geloven aan komt. Juist in de Adventstijd is het belangrijk om daarbij stil te staan. Het komt aan op geloof in God. Daar staan we in deze preek met elkaar bij stil.

(Advent: het komt aan op geloof in God

I. Het komt aan op geloof in God

II. Het komt aan op geloof in God )

I. Het komt aan op geloof in God

2. Zacharias had samen met Elisabeth gebeden om een kind, jarenlang. En nu mag hij hier in de tempel het offer brengen. Hij staat hier als priester, namens het volk dat buiten aan het bidden is. Het reukoffer staat symbool voor hun gebeden. Waar zouden ze om gebeden hebben? Om de komst van Gods rijk, om de Messias, om het herstel van Israël? En dan staat daar die engel, die zegt: je gebed is verhoord. Zijn persoonlijk gebed en het gebed van het volk, beide worden verhoord.

In de Adventstijd zie je: God verhoort gebeden, en hoe. Stel je eens voor dat je Zacharias bent. Je hebt gebeden om een zoon, en tegelijk ben je vroom en gelovig, en verlang je naar de Messias. En nu is er die engel die tegen je zegt: het zal allebei gebeuren. En jouw zoon zal een hoofdrol krijgen bij de komst van de Messias. Stel je voor dat tegen een vader hier in de kerk gezegd zou worden: Jouw kind zal de voorloper zijn van de Messias zijn. Als Jezus terugkomt zal jouw kind vooraan staan. Dat zegt de engel: Jouw kind, Zacharias, zal groot zijn in de ogen van de Heer, veel mensen zullen enorm blij worden van zijn geboorte. En dan, als klap op de vuurpijl, zal eindelijk de Messias komen! De Messias wordt niet expliciet genoemd door de engel. Maar Zacharias wist wel wat de woorden van de engel betekenden: als de bode van de Heer komt, als de Heer zelf komt, dan komt de Messias, dan wordt Israël hersteld. Dan komt Gods rijk. Een geweldige gebedsverhoring! God zal ingrijpen.

Of denk je nu: ja, maar dat was toen. Nu grijpt God niet meer in.

Daar zal ik straks meer over zeggen. Overigens: dat is wel precies de reactie van Zacharias. Grijpt God in? Hoe kan ik weten of dat waar is? Maar straks meer daarover.

Advent wil zeggen: God heeft onze gebeden om hulp, om verbetering, om verlossing echt gehoord. Hij laat ons soms lang wachten. Zo lang dat je er – helaas – niet meer in gelooft soms. Maar daar wordt God niet anders van. Advent laat zien: de definitieve oplossing van al onze problemen komt eraan. God hoort onze gebeden, en Hij doet er wat mee. Soms in het klein, als voorschot, maar in elk geval in het groot. God verhoort onze gebeden, en hoe.

3. Maar die engel vertelt iets wat helemaal niet kan. Zacharias en Elisabeth zijn twee mensen die geen kinderen kunnen krijgen. Toch? En nu gaat die engel hier vertellen dat er nog wel een kind komt.

Ja, en dat laat iets heel belangrijks zien. Zonder Gods ingrijpen wordt het niets. Dat proef je wel als je doordenkt over wat er gaat gebeuren.

Het was vaker gebeurd wanneer God met mensen bezig ging: denk aan Abraham en Sara, die pas heel laat Izaak kregen. Of Manoach en zijn onvruchtbare vrouw, die onverwacht Simson kregen.

Die geboortes hebben een betekenis. Ze laten zien: als God niks doet, dan wordt het niks. Dat er toch prachtige dingen gebeuren, dat is alleen door God zelf. Zo is het ook hier. Dat er verlossing komt, dat de Messias komt, dat is alleen omdat God ervoor zorgt. En dat geldt overal.

Wij zijn gewend geraakt aan een welvaart en luxe. Maar kunnen we nu nog wel omgaan met tegenvallers? We willen comfort, geen lijden. Waar zijn de echte doorzetters gebleven, de volhouders?

Hoe vaak zie je het niet gebeuren – als het lastig wordt, dan loop je weg. In je huwelijk bijvoorbeeld moet je elkaar gelukkig maken. En als je geen liefde meer voelt, als je elkaar ongelukkig maakt, dan ga je weg. Het lijkt wel of we zijn gaan denken dat we recht hebben op geluk en warmte. Geeft je partner die niet meer, dan zoek je een ander. Maar waarom zou je niet doorzetten, en zoeken naar een nieuwe manier om de ander gelukkig te maken?

De invloed van die manier van denken, daar hebben we allemaal mee te maken, ook ik. Alsof we recht hebben op geluk. We willen comfort, warmte, genot, luxe.

Maar het is een leugen. Deze wereld is geen wereld van warmte en comfort. Luxe en comfort zijn uitzonderingen. Leven is lijden. En dat blijft zo. Want zonder God wordt het niets. Pas als Gods rijk op aarde komt, dan maakt God alles anders. En tot die tijd belooft de bijbel ons geen luxe paradijs. Jezus zegt juist, dat je zult lijden net als de meester. Natuurlijk is God bij ons en krijgen we de Heilige Geest. Ons innerlijk leven is warm, rijk, liefdevol, vredevol. Maar onze wereld blijft een gevallen wereld. Tot God alle dingen nieuw maakt.

Advent is een tijd om je dat opnieuw te realiseren. Doe dat dan ook. Wij leven in een gevallen wereld. Een wereld die bij wijze van spreken geen kinderen kan krijgen. Een wereld zonder toekomst. En er is er maar één die daar verandering in zal brengen, en dat is God. Zonder Gods ingrijpen wordt het niets. Maar dankzij Gods ingrijpen is er hoop.

4. Dat het zonder Gods ingrijpen niets wordt, zie je ook aan wat de zoon van Zacharias moet gaan doen: herstelwerk verrichten. Er is herstel nodig voor Gods volk: herstel van verhoudingen en bekering van zonde. Zacharias’ zoon is een belangrijke profeet. Hij moet de mensen vertellen dat ze zich moeten bekeren. En dan komt de Heer zelf – de Messias.

‘Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’

Twee punten waar herstel nodig is. Twee punten waar je ziet: zonder Gods ingrijpen wordt het niets. Maar dankzij Gods ingrijpen wordt het anders, is er hoop en uitzicht.

Het eerste, dan gaat het om herstel van verhoudingen tussen mensen. Wij zijn mensen die altijd weer aanlopen tegen generatie-conflicten. De nieuwe garde en de oude garde, die elkaar niet meer vertrouwen – kijk maar in onze eigen gemeente. De ouders die nog wel naar de kerk gaan en de jongeren die dat niet meer doen – vraag het na om je heen. Ook onder Gods volk, onder christen wordt het niets, als God niet ingrijpt. Dat is niet deprimerend. Want we leren het van God zelf, die als enige dit probleem echt op kan lossen. Johannes kan komen in de geest en de kracht van de profeet Elia. En dat is de Heilige Geest, God zelf.

Het tweede, dan gaat het om bekering van zonde. Daarin staan we allemaal naast elkaar. Allemaal vallen we tegen. Allemaal moeten we gedoopt worden – doe boete en kom tot inkeer, zal Johannes de Doper later tegen iedereen zeggen. Ook hier geldt: dat is niet deprimerend, maar bevrijdend. Want God valt niet tegen. Als er voor een onvruchtbare hoop is, als God leven kan geven in de dood, dan is er voor iedereen hoop. Voor mij, voor jullie, voor Franeker, voor heel deze wereld.

En God zal ons herstellen. God veroordeelt ons niet in Christus, God roddelt niet over ons. Verhoudingen worden hersteld, als we ons weer op God richten, en vanuit God ook weer oog krijgen voor elkaar.

Advent is een tijd om je dat te realiseren. Ga na waar het in jouw leven niets wordt zonder God. Ga na waar jouw leven hersteld moet worden. Ga na waar zijn Geest moet werken. En geloof in God. Hij kan verandering brengen.

Herstel is nodig – herstel van verhoudingen en bekering van zonde.

II. Het komt aan op geloof in God

5. Zacharias, die gelovige man, hij kan het niet geloven. Dit kan toch helemaal niet? Zelfs vrome gelovige mensen blijken soms opeens niet te geloven als God ingrijpt.

Het valt me op dat mensen heel snel zeggen ‘Ja, maar ik geloof nog wel.’ Als mensen kerkelijk wegzakken, niet meer in de kerk komen, met dingen worstelen en daardoor bij God wegglijden, dan blijven ze zeggen ‘Ja, maar ik geloof nog wel’.

Maar dan is de vraag: wat geloof je dan precies? Geloof je echt dat God ingrijpen kan en alles anders kan maken? En leef je dan op een manier waarin blijkt dat je dat gelooft?

Als je in God gelooft, dan geloof je dat God echt verschil maakt. Dat hij de dingen in je leven echt kan veranderen. En dat jij daar dus anders van wordt.

Dat wil zeggen:

Als je in God gelooft, geloof je dat Hij je liefdevol maakt. Stel nu dat er iemand hier in de kerk is die je al lang niet meer groet. Dan betekent in God geloven: je over je gevoelens van afkeer heen laten tillen, weer contact zoeken, weer gaan groeten.

Of als je oud wordt, hoe word je dan oud? Net als Zacharias, die vroom en gelovig was, maar uiteindelijk helemaal niet geloofde dat God in kan grijpen en dat dan alles anders wordt? Trek je je teleurgesteld terug? Of blijf je geloven?

En als je met een bepaalde zondige gewoonte worstelt: geloof je dan dat God je echt kan helpen om je zonde te overwinnen? Dat niemand verslaafd hoeft te zijn aan een bepaalde zonde? Je bent immers dood voor de zonde door Christus, niet meer verplicht om te zondigen. Geloof je dat echt – of toch niet?

In al die situaties geldt: ga je voor jezelf en leef je los van God en los van de ander? Of geloof je dat God in je hart in kan grijpen en je echt tot een ander mens kan maken? Dat deze wereld van teleurstellingen bezig is te verdwijnen en Gods nieuwe wereld komt?

En alsjeblieft, denk niet: dat overkomt mij niet. Ik geloof toch? Wie had verwacht dat Zacharias zo zou reageren? Hij was een priester, een vroom en gelovig man. Er was niets op hem aan te merken. Had je verwacht dat Hij zo zou reageren?

Allemaal hebben we momenten dat de duivel ons op een punt brengt waar we kunnen stoppen met geloven. Zelfs vrome, gelovige mensen blijken soms opeens niet te geloven, dat God ingrijpt.

6. En dan zegt de engel: geloof je niet dat God dit kan? Omdat je het niet gelooft zul je niet meer kunnen praten. Hij had een prachtige boodschap gekregen. Als priester mocht hij zijn volksgenoten vertellen dat de Messias zou komen, dat zijn bloedeigen zoon voorloper van de Messias zou worden. Hij mag die boodschap niet doorgeven aan anderen. Hij kon zelfs de zegen niet meegeven.

Dat was een straf voor Zacharias. Maar het laat ook een diepe waarheid zien: Wie niet gelooft, heeft ook niets meer te zeggen. Dat laat zien hoe belangrijk geloof is.

Bij Zacharias was het een straf die hij van de engel opgelegd kreeg. Hij geloofde niet, en mocht niets meer zeggen.

Maar ik herken er wel iets van bij mezelf. En jij?

Als je niet gelooft, en het komt erop aan; je raakt je werk kwijt en heel je carrière-droom valt in duigen. Wat gebeurt er dan? Wat heb je nog te zeggen, als je bang wordt, of de moed verliest? Je kunt beledigd gaan schelden, of zuur gaan klagen. Maar in positieve zin heb je niets meer te zeggen. Je woorden worden leeg. En als je niets meer te zeggen hebt, dan worden er ook geen positieve verbindingen tussen mensen gelegd. Dan gaan relaties kapot. Dan drijven mensen uit elkaar. Herken je dat?

Wie niet gelooft, die heeft niets meer te zeggen. Die laat zich meeslepen door teleurstelling, door negativiteit, door roddel. Zo werkt het toch – ik herken het wel? Je voelt onbehagen, zo kan het eigenlijk niet. Je zou het wel anders willen, maar je ziet niet hoe het anders kan. En je houdt geen rekening met God, die alles anders kan maken. En je doet mee, of je blijft stil.

Maar God is er. Hij is bij ons als de Heilige Geest, met de geest en de kracht van Elia. Hij is gekomen om ons te verlossen, in Jezus Christus. Voor ons gestorven en opgestaan.

Als wij wat willen met elkaar, als we gemeente willen zijn met uitstraling, als je thuis als gezin een positieve sfeer wilt uitstralen, dan is uiteindelijk maar één ding belangrijk: geloof in God, die alles anders kan maken. Geloof in God, die hoop en uitzicht geeft. Geloof in God, naar wie we verlangen en die we zullen zien. Dan heb je elkaar wat te zeggen. Dan kun je de sfeer zetten op een positieve manier. Dan kun je ook elkaar in de gemeente bemoedigen.

God houdt van ons – van jullie, van mij.

Jezus is onze verlosser. Hij is voor ons gestorven en opgestaan. Als het ons bij de handen afbreekt, dan is dat niet het einde. Dan is er altijd een nieuw begin mogelijk.

De Heilige Geest is bij ons. De Geest en de kracht die Elia ook had, die weer mensen bij elkaar brengt.

We gaan ergens voor samen – op weg naar Gods rijk. Op weg naar de komst van Jezus.

Geloof – en spreek. Uiteindelijk mocht ook Zacharias weer spreken, toen zijn zoon geboren werd. Spreek als hij, zodat vreugde en blijdschap ons ten deel zullen vallen, wat de engel zegt tegen Zacharias. Zodat anderen zich over jou verheugen. Zodat je mensen terug mag brengen bij God.