Kolossenzen 3,18-4,6 – Het nieuwe leven in de praktijk

Hans Burger
Hans Burger
19 april 2009

Kolossenzen 3,18-4,6 – Het nieuwe leven in de praktijk

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang Gez 95,1.4Stil gebedVotum / groetZingen: Zingen: Ps 16,1.3.5’s Morgens: – Wet met Kol 3,1-17- Zingen: Ps 119,47.49GebedLezen: Kol 3,18-4,6 (’s middags Kol 3,1-4,6)Zingen: LB 106 Preek over Kol 3,18-4,6Zingen: LB 481Kinderen ’s Middags : – Geloofsbelijdenis- Zingen: Ps 135,1.8.12GebedCollecteZingen: Gez 164 in canonZegen

 

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en vragen; zie onder downloads/preekverwerking.

- deze preek is de derde preek in een serie over Kolossenzen 3 naar aanleiding van ons jaarthema ‘Het nieuwe leven’

 

Preek over Kolossenzen 3,18-4,6 – Het nieuwe leven in de praktijk

 

Beste mensen: gasten, broers en zussen, gemeente van Jezus Christus

1. Vorige week hebben we Pasen gevierd. Jezus is opgestaan! Halleluja!

Dat Jezus leeft, betekent direct iets voor ons leven. Wie in Jezus gelooft en Jezus als Heer aanvaart, die krijgt nieuw leven. Want dan ben je één met Jezus Christus. En dat betekent: omdat Jezus uit de dood is opgewekt, zijn ook wij met Christus uit de dood opgewekt! Dat Jezus is opgestaan, is dus goed nieuws voor ons allemaal.

Maar als ik jullie zou vragen: nieuw leven, wat betekent dat voor jou in de praktijk? Wat zou je dan zeggen? Vind je het makkelijk om uit te leggen wat nieuw leven betekent in alledaagse situaties? En lukt het ook om op een nieuwe manier te leven?

Ik kan me voorstellen dat je dat helemaal niet altijd zo makkelijk vindt. Bij mij gaat het in elk geval niet vanzelf. Christen zijn op je werk, hoe doe je dat? En in je gezin, in de opvoeding – heeft dat met christen-zijn te maken?

Op deze eerste zondag na Pasen staan we daar met elkaar bij stil: wat is nieuw leven in de praktijk? Daarmee sluiten we het jaarthema van dit jaar af: ‘het nieuwe leven’ naar aanleiding van Kolossen 3.

We hebben Kolossenzen 3 gelezen. Ik wil een paar kernpunten daaruit naar voren halen. Paulus wil laten zien dat de opstanding van Jezus betekent dat wij een nieuw leven gaan leiden. Op twee manieren maakt hij dat duidelijk. Kijk maar even mee in je Bijbel. De eerste: Paulus zegt dat wij met Christus opstaan. Laat daarom sterven wat aards is, wat niet bij Christus hoort – vers 1 en vers 5. De tweede manier: Paulus gebruikt een beeld: je verkleden. Oude kleren uittrekken – de oude mens met zijn manier van leven. En nieuwe kleren aan doen – de nieuwe mens. Kijk maar in vers 9 en 10.Daarbij geeft hij  veel voorbeelden. Bij de oude mens denkt Paulus bijvoorbeeld aan ontucht, zedeloosheid, hartstocht, hebzucht, liegen, schelden, vloeken (vers 5-9); daardoor gaan relatis kapot. Bij de nieuwe mens aan meeleven, goedheid, geduld, vergeven, liefde (vers 12-14); daar worden relaties juist sterker van.

Nu gaat hij verder met vier praktijksituaties: je huwelijk, je gezin, je werk, je omgang met niet-christenen. We zullen ze alle vier langslopen met elkaar.

Let er op wat Paulus steeds doet. Hij wil laten zien: Christus is je Heer, je bent met Hem verbonden. Die Jezus zet hij midden in het gewone leven neer. Wat gebeurt er dan? Wat verandert er in je huwelijk, je gezin enz. als je bij Jezus hoort? Let daar op. Als je dat snapt, dan helpt je dat om altijd als christen te leven.

 

2. Als eerste: het huwelijk. Ik was pas op een feestje ter gelegenheid van een huwelijksjubileum. Maar wat hoorde ik daar? Dat drie huwelijken van mensen die ik min of meer kende op een echtscheiding uitgelopen waren. Daar schrok ik van, ook al weet ik dat heel veel huwelijken stuklopen.

Mannen en vrouwen verschillen. Zo kun je elkaar aanvullen, maar ook kapot maken. Even wat stereotypen: vrouwen zijn meer op relaties gericht, zijn ontvankelijker, aanhankelijker. Mannen zijn meer ondernemend, er op uit om grenzen te verleggen, te streven naar vrijheid.

Langzaam kunnen dingen scheefgroeien en kun je elkaar kwijtraken. Neem Suzan en Andre. Andre heeft een drukke baan, en hij is gesteld op zijn vrijheid. Tegelijk is hij wel dominant. Suzan verlangt gewoon naar gezelligheid en aandacht. Maar hij is er vaak niet. Alles in huis komt bij haar te liggen. Ze offert zich op, maar voelt zich ook steeds meer overbelast. Als Andre thuis komt, gaat ze steeds meer aan hem trekken. Hem manipuleren. Andre reageert allergisch en ontloopt Suzan. Suzan verlangt naar liefde, Andre wil een stuk waardering. Maar zij wordt een draak van een vrouw, hij een eenzame robot. Zo loopt hun relatie langzaam stuk.

Stop, zegt Paulus. Wat past er nu bij de verbondenheid met de Heer? Heb je jezelf die vraag wel eens gesteld als je getrouwd bent? Jij als man, jij als vrouw – beide ben je een met Jezus Christus. Wat betekent het voor jullie huwelijk dat je allebei één bent met Christus?

Kijk eens om je heen: dan zie toch dat de oude mens huwelijken kapot maakt? De nieuwe mens zorgt juist dat huwelijken sterker worden. Lees Kolossenzen 3 thuis nog maar eens door en bedenk wat voor effect oude en nieuwe mens op een huwelijk hebben.

Paulus zegt: de man is de eerste, hoofd, de vrouw is de tweede. Als die eerste moet de man zijn vrouw liefhebben en niet bitter zijn. Dus geen dominante man. Geen man die wegloopt en afwezig is. Nee: neem als man je verantwoordelijkheid. Dat is: Van je vrouw houden. Je vrouw zien en trouw blijven. Voor haar zorgen. Haar hart zoeken. Zelf hart voor haar hebben, geen bitter hart. Tijd voor haar nemen. Van elkaar willen genieten. Mannen, heb je je vrouw al gekust vandaag?

Voor de vrouw betekent het: laat je man de eerste zijn. Spreek hem daar desnoods maar op aan: ook hij moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Hij is de eerste, maar niet ten koste van alles. Wat past er bij je verbondenheid met de Heer?

Dan kom je als man en vrouw allebei tot bloei. Omdat je allebei één bent met Jezus Christus.

 

3. En dan ouders en kinderen. Het gaat steeds slechter tussen Heidi en haar vader. Ze heeft het gevoel dat hij haar altijd zit te controleren. Of ze haar huiswerk wel maakt. Waar ze met haar vriendinnen naar toe gaat. Nooit is het goed genoeg wat ze doet. Commentaar op haar kleding, haar make up. Laatst had ze de tafel gedekt en had hij opmerkingen over hoe ze het bestek had neergelegd. Altijd heeft hij wat te zeuren. Nooit laat hij merken dat hij in haar geïnteresseerd is. Na school en in het weekend is ze steeds vaker bij Sacha, haar beste vriendin. Of ze zitten in een kroeg. En daar heeft hij niks mee te maken! Laatst hadden ze knallende ruzie – nou, hij zoekt het maar uit!

Maar als je bij Jezus hoort? Wat is de wil van de Heer voor ouders en kinderen?  Paulus begint bij kinderen. Mooi vind ik dat: hij begint steeds bij diegenen die makkelijk in de knel komen. In het gezin zijn dat de kinderen.  Tegen

Heidi en andere kinderen zegt hij: vraag je af wat de Heer wil. Als je ouders je iets vragen, wat wil Jezus Christus dan? God geeft jou je ouders. Je ouders krijgen de opdracht om jou de weg te wijzen in het leven. Ze hebben de taak om jou te vertellen wie God is. Ze mogen je vertellen wat een leven met Jezus Christus betekent. Dat kunnen ze alleen als jij naar ze luistert. Bedenk daarom: achter je ouders staat Jezus.

Maar ouders vallen soms tegen. Daarom komt er iets bij: kijk naar je ouders vanuit de genade van Jezus Christus. Als ze fouten maken, het zijn en blijven je ouders. Voor Heidi betekent dat: gehoorzaam je vader en heb geduld met hem, ook als hij lastig is.

Maar ook Heidi’s vader heeft met Jezus te maken en met Jezus’ genade. Zonder de genade van Jezus zie je de fouten van je kind. Ben je kritisch. Is het misschien nooit goed genoeg. Wat betekent de genade van Jezus voor hem en andere christelijke ouders? Dit: leer naar je kind kijken vanuit die genade van Christus. Dat betekent: laat je kind voelen dat Jezus van haar, van hem houdt. Neem tijd voor je kind. Heb oog voor zijn of haar gevoelens. Verbitter ze niet, maar wijs ze een weg die goed is. De weg van Jezus Christus. Bemoedig en stimuleer ze. Vol liefde. Vanuit de genade van Christus.

 

4. En dan je werk. Paulus heeft het over slaven en meesters. Die hebben wij niet meer. Maar we zijn wel bijna allemaal of werknemer of werkgever. Tenminste, in ons werkende leven.

Wat kan er ook daar makkelijk iets mis gaan. Ik weet nog goed dat ik als vakkenvuller in een supermarkt werkte met een baas waar ik helemaal gek van werd. Wat vond ik die man irritant. En hij mij, geloof ik. Vul zelf maar in wat er fout kan gaan. Hoe loopt het tussen jou en je baas, tussen jou en je medewerkers? Loopt het lekker, of juist niet? Stel je voor dat je een baas hebt die zijn beloften niet nakomt. Die dreigt met ontslag. Hoe zou je dan reageren? Hoe vaak heb jij in stilte op je baas gescholden? En als jij de baas bent: wat doe jij als je chagrijnig wordt van iemand uit je personeel?

En dan is het Pasen. Jezus is opgestaan, het nieuwe leven begint. Wat betekent dat op je werk?

Weer zet Paulus die levende Jezus midden in het dagelijks leven neer. Jezus leeft – jij krijgt nieuw leven door Jezus – en dus veranderen er ook dingen op de werkvloer.

Nu zegt Paulus: Jezus is Heer, meester, de hoogste baas, van werknemers en werkgevers. Denk daar eens op door. Wat zou je doen als Jezus bij jou op het werk rond zou lopen? Wat betekent dat voor de baas, en voor zijn personeel?

Voor personeel wil het zeggen: doe je werk niet voor je baas, maar voor Jezus. Paulus zegt in vers 23/24: Doe maar net of Jezus zelf je baas is. Niet alleen werken als je baas het ziet, niet de kantjes ervan aflopen. Ook geen dienstklopper zijn in de hoop dat je daar zelf beter van wordt. Niet werken met bijbedoelingen. Maar: werken vanuit je hart. Oprecht jezelf inzetten. Alsof het voor Jezus zelf is. Alsof Jezus er zo aan komt lopen om te kijken hoe het gaat.

En de baas, die heeft net zo met Jezus te maken. Wie is de directeur, wie is de werkgever? Dat is Jezus Christus. Jij als baas moet zelf verantwoording af leggen tegenover Jezus. Bedenk maar eens wat dat betekent. Goed voor je personeel zorgen. Ze geven waar ze recht op hebben. Een veilige werkplek. Een eerlijk salaris. Je beloftes nakomen. Zo dat jij je kunt verantwoorden tegenover de directeur in de hemel.

Ook op de werkvloer is Jezus aanwezig. Als Heer, de hoogste baas.

 

5. Dat is nieuw leven. Als je met Jezus leeft, dan ken je Gods grote geheim. Je mag de kracht van de opstanding ervaren en zelf de nieuwe mens aantrekken. Je gaat je inzetten voor betere verhoudingen tussen mensen. Leven zoals God het wil.

Wat zou het mooi zijn als iedereen dat geheim kent. Vind je niet?

Paulus verlangt daar naar, dat proef je. Daarmee kom je bij de vierde situatie. Er zijn ook buitenstaanders. Dat zijn mensen die het geheim van Christus nog niet zelf ontdekt hebben. Paulus wil zo graag dat dat verandert! Wat zou het geweldig zijn als nog veel meer mensen dat nieuwe leven ontdekken!

Ook hier denkt Paulus aan twee partijen. Je hebt mensen met een speciale roeping: mensen als Paulus die het geheim van Christus uitleggen. En de rest van de gemeente. Ook hier heeft hij voor beiden iets te zeggen.

De voorgangers, de evangelisten, de zendelingen: zij hebben speciaal de opdracht om over Jezus Christus te vertellen. Dat wil zeggen: zoeken naar open deuren, naar momenten dat mensen benieuwd zijn naar Jezus en open staan voor Gods goede nieuws. En dan komt het er natuurlijk op aan. Zeg je dan het goede, ‘onthul je het mysterie van Christus zoals het moet’ – zegt Paulus in vers 4 – of niet?

Alleen, Paulus schrijft vooral aan de rest van de gemeente. Die rest hoeft niet zelf fulltime evangelist te worden. Maar werkeloos aan de kant staan hoeft ook niet. Zij – jullie – kunnen bidden voor voorgangers, evangelisten, zendelingen. Doe je dat standaard, regelmatig? Hoe vaak bid jij voor zendelingen, voor evangelisatie-projecten, voor dominees, voor kerkplanters in Nederland? Doen, het is echt belangrijk. Lees het blad ‘Naast’, bedenk waar je voor kunt bidden, en steun hen met je gebed! Dat gebed is zo nodig. Ik heb dat nodig, en anderen hebben dat net zo hard nodig: gebedssteun van mensen om je heen.

En het tweede: jullie zijn wel allemaal minstens deeltijd getuigen van Jezus. Jullie komen allemaal mensen tegen die niet in Jezus geloven. Op je werk, met sporten, in je buurt, op school, noem maar op. Wat doe je dan? Wat zegt Paulus? Nou, dit: benut elke gelegenheid. Elke gelegenheid waarvoor? Wat denk je? Het gaat hier om de gelegenheid om iets te vertellen over wie Jezus voor je is. Je hoeft niet te pas en te onpas over Jezus te vertellen. Maar als het past – doe het dan. En hoe: vriendelijk maar beslist. Twee dingen dus: wees niet lomp of onnodig confronterend. Maar sta wel voor je geloof en wees helder over wie Jezus Christus is: de weg, de waarheid en het leven.

 

6. Nu heb ik één vers overgeslagen en bewust voor het laatst bewaard. Hoofdstuk 4 vers 2.  Want misschien word je wel een beetje moe van alles. Nieuw leven, dat is dit en dit en dit en dit – hoe moet ik dat allemaal voor elkaar krijgen?

Daarom sluit ik af met 4 vers 2 en zo gaan we weer terug naar wie Jezus voor ons is. Want nieuw leven begint bij Jezus. Begint bij de Heilige Geest, die je hart verandert, in je komt wonen, die eerst jou van binnen uit nieuw maakt. Daar begint nieuw leven, nergens anders. En daarom zegt Paulus drie dingen: blijf bidden, blijf waakzaam, blijf dankbaar.

Blijf bidden. Dat wil zeggen: houd je de relatie met Jezus levend. Vraag de Heilige Geest steeds weer om je te vullen. Bid om de kracht van de opstanding van Jezus Christus. Bid dat je het oude laat afsterven. Bid dat je de oude mens uittrekt en de nieuwe mens aan doet. Bid dat je steeds verder nieuw mag worden.

Is dat nodig dan? Ja, dat is nodig. Leven als nieuwe mens gaat niet vanzelf; bij mij niet in elk geval. Waarom zou Paulus anders dat hele hoofdstuk Kolossenzen 3 geschreven hebben?  Die oude mens wil heus niet dood. Die vecht voor zijn leven! Dat herken je toch wel, hoop ik? Dat hoe meer jij Jezus wilt volgen, hoe meer er ook tegenkrachten zijn? Leven vanuit de opstanding van Jezus Christus, dat betekent: er komt een gevecht in je leven. Geestelijke strijd.

Dus zegt Paulus: blijf waakzaam. Op je hoede voor de vijand. Wie is dat, die vijand? Dat is de duivel. Maar het is net zo goed je eigen zonde, die oude mens in ons. Die oude mens is een kat in het nauw. Die heeft helemaal niks met Jezus. Let op dat je niet van Jezus wegglijdt. Blijf dichtbij Jezus Christus.

Dus zegt Paulus: blijf dankbaar! God geeft ons zo geweldig veel. Vergeet het niet: je bent met Jezus uit de dood opgewekt. Je mag weer leven, vrij van zonde! Je hoort bij Jezus Christus. Je mag de nieuwe mens aantrekken. Leven in liefde. Dat is allemaal zo prachtig mooi! Wen er niet aan en vergeet het nooit. Voor mij als dominee wordt het zomaar gewoon, maar dat is niet goed. Je kunt niet zonder een hart dat geraakt is en dankbaar. Blijf bij dat geweldig grote cadeau van God: Jezus Christus – onze Heer. Hij leeft – Hij is ook jouw en mijn leven.