Handelingen 16,25-34 – Vertel het door

Hans Burger
Hans Burger
7 november 2010

Handelingen 16,25-34 – Vertel het door

image_pdfimage_print

Gezinsdienst ‘Vertel het door!!’ met kinderkoor ‘De Ljochtpuntsjes’

Liturgie

Welkom
Stil gebed
Votum en zegengroet
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: ‘Alles wat je wilt’
Gebed
Zingen: Gez 158
Schriftlezing: Handelingen 16,25-34
Preek over Handelinge 16,25-34
Zingen: Ps 117
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: ‘Kom aan boord’
Gedicht over de wet
Kinderversie van de wet
Zingen: Gez 38 Zoek eerst het koninkrijk van God
Gebed
Collecte
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: Ben je groot of ben je klein?
Zingen: Gezang 64 Vrede zij u
Zegengroet en amen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar(kan op verzoek via de mail toegestuurd worden)

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 16,25-34 – Vertel het door

[dia 1] Wie weet wie dit is?

Hetty Bloem.

Waar werkt Hetty Bloem?

In Zuid Afrika, in Kriel bij Pretoria.

Zij is vanuit Nederland naar Zuid-Afrika gegaan om daar over de Here Jezus te vertellen. En om een kindertehuis op te zetten.

Bidden jullie vaak voor haar? Of geef je haar wel eens geld?

Maar er zijn nog veel meer mensen in Zuid-Afrika aan het werk om over de Here Jezus te vertellen. Wist je dat?

Lees maar in het zendingsblad (Naast laten zien). Er zit ook altijd speciale kinderpagina’s in. Hier in de kerk betalen wij mee aan wat zij doen. [dia 2] Hier zie je ze allemaal. Sommige komen uit Nederland, anderen komen uit Zuid-Afrika.

Bidden jullie wel eens deze mensen? Je kunt ook geld geven voor hun werk. Als het goed is doen je papa en mama dat: dat is de zendingsbijdrage, die we elk jaar betalen.

[dia 3] Dominees, die noemen ze daar een ‘moruti’. Hier zie je moruti Boersma. Hij werkt in Akasia, dat ligt ook ergens bij Pretoria in Zuid-Afrika.

In Akasia wonen Mosa en zijn vriendje Rirosang. Ze kennen de moruti wel, en ook zijn vrouw, de mmamoruti.

Mosa  kent de moruti van zondag, in de kerk. Daar komt hij wel eens. Zijn ouders gaan nooit naar de kerk, maar hij gaat wel eens met Rirosang mee. De moruti preekt dan over Jezus. Soms snapt hij er niet veel van, maar soms ook wel.

Hij kent de moruti ook van de kinderclub. [dia 4] Net als het Visnet hier bij ons. Daar gaat hij vaak op vrijdagmiddag naar toe. Mosa en Rirosang zijn altijd als eersten bij de garage van de moruti. Daar wordt de kinderclub gehouden. De deur gaat pas open als ze beginnen. Spannend!

Dan mogen ze naar binnen [dia 5] Het is altijd leuk op kinderclub, bij de mmamoruti. Vooral de verhalen over Jezus vindt Mosa zo mooi.

Wie van jullie neemt er wel eens een vriendje of vriendinnetje mee naar het Visnet?

Zo doet Rirosang het dus ook. Mosa is maar wat blij dat hij met Rirosang mee mag.

Maar het is nog geen vrijdagmiddag. Het is vrijdagmorgen. Mosa gaat naar school, zie je wel?

[dia 6] Op vrijdag hebben ze bij Mosa op school altijd een weeksluiting. Vandaag ook. Alle kinderen – het zijn er wel 600! – gaan naar buiten. Ze gaan netjes met hun klas in een rij staan. In hun speciale schooluniform. [dia 7] Mosa  heeft een oranje bloes aan, net als al de andere jongens. Wie zou er vandaag iets komen vertellen? He, wat is dat? Mosa ziet de moruti! En de mmamoruti is er ook!

Wat stoer: de moruti komt bij hen op school! De meesters en juffen op school gaan weinig naar de kerk en vertellen bijna nooit over Jezus. Zijn papa en mama vertellen ook nooit over Jezus. Wat zou de moruti gaan doen?

[dia 8] De moruti heeft een boek in zijn hand. Het is een Bijbel. Hij vertelt een verhaal over een andere moruti: Paulus.

Paulus zat in de gevangenis. Samen met Silas.

Waarom zitten ze gevangen? Omdat ze over de Here Jezus hebben verteld. En omdat ze een mevrouw hebben genezen. Oneerlijk hè?

En moet je voorstellen: ze kunnen hun voeten niet bewegen. Die zitten vast in een blok hout. Au, dat doet pijn.

Ze zijn op hun blote rug geslagen. Au, het doet nog veel meer pijn. En er zitten geen pleisters op.

En het is helemaal donker. [dia 9]

Hoe zou het met ze zijn?

Ze hebben pijn, ze zijn misschien wel boos, ze zijn vast bang.

Wie van jullie is wel eens er bang in het donker?

Wat doe je dan?

Paulus en Silas kunnen niet het licht aan doen.

Ze kunnen ook niet naar iemand toe gaan – ze zitten vast.

Roepen? Niemand van het bewakers komt naar ze toe.

Ze doen iets wat jij en ik ook kunnen doen: bidden en zingen.

Doe jij dat wel eens, als je bang bent?

Je hoeft niet bang te zijn

Al gaan de lichten uit

God is er en Hij blijft

Als jij je ogen sluit.

Van zingen over God word je rustig.

Van zingen over God word je blij.

Nou, dat doen Paulus en Silas.

En ze gaan hardop zingen: lofliederen voor God.

God, wat bent u machtig.

God, u bent onze redder.

Ze gaan hardop bidden.

Vind je dat gek?

Peuters, die doen dat soms hè: op straat, of in de winkel zingen. Een liedje over Jezus.

Als je groter wordt, doe je dat dan nog?

Wie van jullie zou op straat, of in de bus, of in de winkel een liedje over Jezus zingen?

We leren elkaar: dat is raar joh. Dat doe je niet.

Maar eigenlijk schaam je je dan voor Jezus.

Jammer hè? Dat hoeft helemaal niet!

Paulus en Silas schamen zich niet. Ze zingen hardop.

Zodat iedereen het kan horen.

De andere gevangenen vinden het bijzonder.

En ze luisteren. Wat doen die mannen?

Ze zingen over hun God!

Ze laten merken: we zijn bang, maar we vertrouwen op God.

God is er altijd, ook in het donker.

God zal ons helpen. Ook al weet ik niet hoe.

Laat gewoon merken dat je op God vertrouwt.

Laat gewoon zien: ik ben bang, ik kan wel janken, ik weet niet hoe het moet – maar ik heb iemand die me helpt: Jezus.

En gek hè, dat maakt indruk.

Maar wat is dat?

Hou je vast. De vloer beweegt! Plotseling een aardbeving. Pas op, straks stort de gevangenis in! Straks vallen er stenen op je hoofd! Gaan we nu dood?

Nee! Niemand gaat dood. Alle kettingen breken. [dia 10] Alle boeien springen open. De blokken hout vallen op de grond. Ze zijn allemaal vrij!

Wow! Zie je dat wel?

Ze bidden, ze zingen, en God helpt! Ze zijn los!

Dat is God.

Je hoeft niet bang te zijn

Al gaan de lichten uit

God is er en Hij blijft

Als jij je ogen sluit.

Dat is niet maar een liedje. Het is echt zo.

Als jij je ogen dicht doet. Als jij bang bent in het donker. Als jij het heel erg moeilijk hebt: God is er. En hij helpt! Wat hebben wij een bijzondere God!

Maar de bewaker, die schrikt wakker. Alle gevangenen ontsnapt?

Zo wil ik niet meer leven!

Hij wil zichzelf dood maken.

‘Ho, stop, doe dat niet!’ roepen Paulus en Silas.

‘Maak jezelf niet dood, we zijn er allemaal nog!’

De bewaker rent naar Paulus en Silas toe [dia 11] Hij valt op de grond, diep onder de indruk.

Heren, wat moet ik doen?

En dan mogen Paulus en Silas opeens over de Here Jezus vertellen.

De bewaker wil alles weten.

Hij is diep onder de indruk.

Hij heeft gemerkt: Jezus is sterker dan de gevangenis.

Jezus is de allerhoogste koning. Hij moet wel de redder zijn!

Bij die Jezus wil ik horen.

Wil jij dat ook?

En je vriendje dan? Wil die het ook?

Dat vraagt je moruti ook aan de kinderen. [dia 12] Rirosang weet het wel: hij wil het ook – net als zijn papa en zijn mama.

Maar Mosa, zou die het ook willen?

Gelooft Mosa wel in Jezus?

Mosa is nog niet zo oud. Hij is niet gedoopt. Maar hij gaat wel graag mee naar de kerk, naar de moruti en de mmamoruti.

Wie weet, wordt hij later ook gedoopt. En hoort hij ook bij Jezus!

Mosa gaat wel eens mee met zijn vriendje. Naar de kerk, naar kinderclub.

Neem jij wel eens een vriendje mee naar de kinderclub? Of naar de kerk?

Of durf je dat niet?

Zou het helpen?

Zie je deze meneer? [dia 13] Het is een dominee. Een professor zelfs, professor Herman Selderhuis. Hij geeft les aan studenten die dominee willen worden. Maar weet je? Toen hij nog een jongen was, toen was hij niet gedoopt. Zijn vader geloofde niet. Zijn moeder had geen belijdenis gedaan. Hij hield van voetbal. Op zijn kamer hing een poster van Willem van Hanegem, dat was toen hij jong was nog geen trainer, maar een hele goeie voetballer.

Hij ging wel eens met een vriendje mee naar de kerk. Dat vond hij wel mooi.

En op school had hij een meester. Die kon prachtige verhalen vertellen uit de Bijbel, verhalen over Jezus.

Toen hij een jaar of 14, 15 was, zei hij: ‘Mama, ik wil gedoopt worden.’

Hij was gewoon met een vriendje meegegaan.

Maar nu wilde hij zelf bij de kerk horen. En hij werd gedoopt. Hij werd dominee. Hij werd professor.

[dia 14] En weten jullie wie dit is? Ze zit hier bij ons in de kerk: Marry Pietersma. Ze ging wel eens mee met een vriendinnetje naar kinderclub. Ze ging wel eens mee naar de kerk. En ze had later een klasgenoot die naar de kerk ging – Geeske. En ze kreeg verkering met de broer van Bert. En nu hoort ze bij onze gemeente. Ze heeft belijdenis gedaan, nog niet zo lang geleden.

[dia 15] Zoals Mosa, Herman Selderhuis, Marry Pietersma, zo zijn er veel meer.

Misschien is het later wel jouw vriendje of vriendinnetje.

Misschien ben jij het zelf wel.

Dus: vertel het verder.

Schaam je niet. Of je nu klein bent, of groot.

Durf het te laten merken dat je op God vertrouwt. Daar hoef je niet geleerd voor te zijn. Juist mensen die niet heel geleerd zijn kunnen het soms veel beter laten zien: ik hou van de Here Jezus. Hij is voor mij de allerbelangrijkste.

Gek hè? Dat maakt soms meer indruk dan een heel verhaal.

En neem je vrienden maar mee. Naar het Visnet. Naar de kerk. Dan kunnen zij ook horen over Jezus. Want Jezus is de allerbelangrijkste!