Genesis 16 – Wij gaan zelf knutselen, God gaat verder

Hans Burger
Hans Burger
23 augustus 2008

Genesis 16 – Wij gaan zelf knutselen, God gaat verder

image_pdfimage_print
  • Voorzang Gez 164
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 139,1.11
  • Wet
  • Zingen Ps 1,1.2
  • Gebed
  • Lezen en tekst: Genesis 16
  • Zingen: Gez 47,1.5.6
  • Preek
  • Zingen Gez 163
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 162
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 16 – Wij gaan zelf knutselen, God gaat verder

Geloven als Abram (3)

Gemeente van Jezus Christus, broers en zussen,

1. Wachten.

Wanneer vind jij het vervelend om te wachten?

(WC als je nodig moet, trein als ’t ie weer eens vertraging heeft en je van de NS baalt)

Wachten is soms zo vervelend.

En wat doe je dan, als je moet wachten?

Wachten is vervelend. Zeker als je moet wachten op iets dat belangrijk is. Iets wat je heel graag zou hebben. Zoals Abram en Sarai.

Abram en Sarai moeten ook wachten. Wachten op een kind. Al tien jaar. Het overkomt niet alleen Abram en Sarai. Als ik om me heen kijk, in mijn vriendenkring, in de gemeente.  Het zijn er nogal wat. Het worden er steeds meer, zeggen ze. Wachten op een kind.

Je zou zo graag in verwachting willen zijn. Voor het eerst, of nog een keer. Om je heen raken anderen wel zwanger. Je ziet ze op straat lopen met hun buik. Maar je raakt niet zwanger. Elke maand weer die spanning. Na verloop van tijd ga je samen naar de dokter. En je belandt in de medische molen. Onderzoeken. Behandelingen.

En dan soms, als je weet aan wie het ligt, het schuldgevoel. Waarom word ik niet zwanger? Of het stille verwijt.

Maar altijd het verdriet. De teleurstelling. Wachten en hopen. Steeds verder in de medische mallemolen. Tot je het zeker weet: we krijgen geen kind.

Kun je je voorstellen dat Sarai na 10 jaar de moed op geeft? Ik wel. God had gezegd dat ze zwanger zou raken. Maar na 10 jaar ziet ze het niet meer zitten. Er is geen kind. Ze trekt de conclusie: ‘De HEER houdt mijn moederschoot gesloten.’

Wat is dan de weg van de HEER? Hij had het beloofd!

Wat doe je dan?

Tegenwoordig heb je dan KID: Kunstmatige Inseminatie met zaad van een Donor. Je kunt op zoek naar een al of niet anonieme donor om zo toch zwanger te worden. In het Midden-Oosten vroeger kon je er een vrouw bijnemen. Ten einde raad is dat ook Sarai’s oplossing. Abram, als je Hagar nu eens neemt. Zij is mijn slavin. Als je nu eens met haar slaapt. Misschien is dat wel de weg van God. Zou God ons zo een kind willen geven?

2. God had het gezegd: Abram, jij zult zelf een kind verwekken. Maar het wachten duurt zo lang. Je bidt – maar luistert God wel? Je hoopt dat Hij wat doet – maar waar wacht hij dan op? Moeten we het dan toch maar zelf oplossen?

Die vraag komt niet alleen op bij Sarai.

Soms maak je moeilijke dingen mee. Moet je lang wachten. En dan komt die vraag: Gaat God nog iets doen? Of moet ik het zelf oplossen?

Herken jij dat?

Die neiging om niet op God te wachten, maar zelf te gaan knutselen. Doe-het-zelven. Want als je op God moet wachten?

Misschien moet je nu denken aan reageerbuisbevruchting. IVF, of ICSI. Is reageerbuisbevruchting ook een vorm van zelf gaan knutselen? Is dat ook doe-het-zelven? Ben je net als Abram en Sarai als je daarvoor gekozen hebt?

Maar dat lijkt me toch echt iets anders dan wat hier bij Abram en Sarai gebeurt. God heeft ons niet belooft: Ik geef jullie een kind. Als er dingen niet vanzelf gaan, mogen wij dankbaar zijn voor onze techniek. Ingrijpen doen we ook bij een geboorte. Als ik denk aan de geboorte van Boaz. Zonder technisch ingrijpen was hij niet geboren. Dankzij een keizersnee is hij een gezond jongetje en leeft Janneke nog. Daar ben ik dolblij om. Techniek is niet zomaar verkeerd. Ook een techniek als IVF en ICSI niet. Al zitten er wel risico’s en lastige kanten aan die technieken. Je krijgt bijvoorbeeld nogal wat hormonen in je lijf, en dat kan vervelende gevolgen hebben. Maar dan hebben we het over iets heel anders dan bij Abram en Sara.

Wat Abram en Sarai doen lijkt wel op KID – Kunstmatige Inseminatie met zaad van een donor. Een derde partij, van buiten het huwelijk. Ik kan het niet anders zien dan dat die weg ingaat tegen wat God zegt. Een huwelijk is iets van één man en één vrouw. En zij krijgen samen een kind, als God het geeft.

Waar gaat het bij Abram en Sarai om?

God heeft een duidelijke belofte gegeven. Er komt een kind.

Alleen dat duurt lang. En als het zo lang duurt dat je gaat denken: God doet niet wat hij zegt… Dan gaan ze zelf aan het knutselen. Ze nemen niet meer serieus wat God heeft gezegd. En ze kiezen een andere weg.

Daar gaat het om: God zegt ik ga met jullie langs deze weg. Maar als het lang duurt, zeggen wij vaak: Ik zoek zelf wel een andere weg. Een weg die niet Gods weg is.

3. Maar laten we wel wezen: dat is zo herkenbaar. Ook als je nooit hebt gewacht op een zwangerschap, op een kind. Als je wacht op heel iets anders. Geloven als Abram. Het is soms zo moeilijk. Net zo moeilijk als het voor Abram en Sarai was. Daarom staan deze verhalen ook in de bijbel. Als je ergens naar verlangt. Als je steeds maar weer moet wachten.

Om dan te blijven geloven. Om je dan vast te blijven houden aan wat God zegt. Hij wijst je een weg. Hij belooft je iets te geven. Maar als het lang duurt? Wat zou jij doen? Herken je bij jezelf die neiging om te gaan doe-het-zelven? Om zelf te gaan knutselen?

Dat kan op allerlei manieren. Niet alleen zoals bij Hagar.

Je huwelijk is vastgelopen. Je bidt al jaren of God verbetering wil geven. Of jullie huwelijk zich mag herstellen. Maar het gebeurt niet. En dan kom je die ander tegen. Je hebt zo goed contact! Eindelijk voel je je begrepen. Dit klikt beter dan ooit. Dit voelt goed. Zou dit de weg van de HEER zijn? Vast! En voor je het weet kies je voor die ander. Is je huwelijk kapot. God zegt dat je trouw moet zijn. Maar je kiest voor een eigen weg.

Of je bent gokverslaafd. Niemand weet het. Je worstelt er mee. Je moddert maar door. Je weet dat je er alleen niet uitkomt. God zegt dat je elkaar je zonde moet bekennen. Hij zegt dat Hij je hart nieuw wil maken. Dat hij je bevrijder wil zijn. Maar je durft niet naar een ander toe te stappen. Je doet het niet. Je schaamt je tegenover God. Je blijft zelf knutselen.

Of, een derde voorbeeld. Allemaal hebben we behoefte aan veiligheid. Jezus zegt: Wees niet bezorgd. Je Vader zorgt voor je. Zoek je veiligheid bij God. Maar je vergeet te bidden. En je bent wel bezorgd. Je regelt zelf je eigen veiligheid. Verzekeringen; een huis in een goede buurt; inbraakbeveiliging. Je zorgt dat je voor de dag kunt komen met modieuze kleren en – als je vrouw bent – onberispelijke make-up. Maar zo sluit je je op achter je eigen muren. In plaats van op God te vertrouwen. Laat staan erop uit te trekken om getuige van Jezus te zijn.

Wees eerlijk: we doen het toch allemaal? Soms, of vaak voor je er erg in hebt?

God zegt tegen ons: ik wijs je een weg. Ik zorg voor je. Ik wil je hart veranderen.

Maar Hij laat je soms ook wachten.

Wat jij wilt, gebeurt niet meteen. Wat doe jij dan?

Blijf jij geloven?

Vaak lijken we op Sarai en Abram.

Je gaat zelf knutselen. Je kiest voor doe-het-zelven.

4. Sarai neemt Hagar en geeft haar aan Abram. En Abram slaapt met haar. En het gaat van van kwaad tot erger.

Hagar wordt wel zwanger.

En Hagar is er trots op dat ze zwanger is. Zij wel – Sarai niet. Dat straalt ze uit. Leedvermaak om Sarai? Minachting? Ze laat het Sarai subtiel voelen.

Sarai pissig natuurlijk Dat was niet de bedoeling! Haar slavin wel zwanger en zij niet? Het is maar een slavin – en ze gedraagt zich alsof het omgekeerd is. Hagar de vrouw van Abram – Sarai de slavin. Ze behandelt me als een voetveeg!

Sarai naar Abram. Abram, jij wilde zo nodig een kind. Ik heb je mijn slavin gegeven. En kijk nu eens wat er van komt! De HEER zal over ons oordelen. Dit kan zo niet! En dat is jouw schuld.

En Abram – wat moet hij hier nou weer mee? Abram doet of zijn neus bloedt. Het is jouw slavin – kijk maar wat je er mee doet. Hij stelt zich lekker passief op en trekt zich terug.

Sarai grijpt haar kans. Ze zal die Hagar eens lekker laten voelen wie hier de baas is. Ze mag dan zwanger zijn, ze is en ze blijft haar slavin. Werken zul je, kreng! Ze kleineert haar. Ze treitert haar.

Maar Hagar denkt: Dit pik ik niet! En ze loopt weg.

Als wij zelf gaan knutselen, dan laat God ons ook aanmodderen. Jullie wilden zo graag doe-het-zelven? Ga je gang. En het wordt een zootje. En allemaal zorgen ze ervoor dat het van kwaad tot erger gaat. Abram, Sarai en Hagar. Allemaal zijn ze teleurgesteld in de anderen. Gekwetst. Iedereen maakt het erger dan het al is. Onredelijke verwijten. Steken onder water. Het loopt uit de hand, het wordt onbeheersbaar. En de bom barst.

Je komt er zomaar in terecht. Als je reageert zonder je af te vragen: Wat wil Jezus dat ik doe? Dan escaleert het zomaar.

In wie herken jij je het meest? In Sarai? In Abram? Of in Hagar?

Wij hebben zo ook onze conflicten. Bij ons lopen dingen soms ook uit de hand. Ook in de gemeente: rond het kosterschap, rond een talstelling. Je kunt deze geschiedenis niet zo maar op onze gemeente leggen. Je kunt niet zomaar zeggen: die conflicten gebeuren omdat wij zelf aan het knutselen slaan, los van God. Maar stel je zelf wel de vraag: Leef ik in geloof? Of sla ik zelf aan het knutselen, aan het doe-het-zelven?

Want dan gaat het mis. Een doe-het-zelf geloof is geen geloof. Het is kleingeloof.

5. En God – hoe reageert God?

Hij laat ze eerst doe-het-zelven. Hij laat het uit de hand lopen. Maar daarna gebeuren er twee heel mooie dingen. Twee dingen waar we hoop uit mogen putten.

Misschien herken je je in Hagar. Waarin lijk jij op Hagar? Mensen lopen over je heen. Er wordt met je gesold. Ja, en dan reageer je ook verkeerd. Hoe doe jij dat? Wat is jouw manier van weglopen?

En kijk dan eens wat God doet. Ik vind dat zo iets prachtigs. Zo bemoedigend. Kijk eens wat God doet. Hij zoekt juist Hagar op. De zwakste schakel. En let op: Het is de eerste keer in de bijbel dat de engel van de HEER aan iemand verschijnt. En heel speciale bode van God. Als de engel van de HEER aan je verschijnt, dan ben je een bevoorrecht mens.

En dan staat het er drie keer – kijk maar in de NBG-51: En de engel van de HEER zei tegen haar. En de engel van de HEER zei tegen haar. En de engel van de HEER zei tegen haar. Met nadruk. God zoekt Hagar op – en haar heeft hij geweldige dingen te zeggen.

Hij zoekt niet Abram op. Niet Sarai. Maar Hagar. De slavin. Degene die zo maar in bed belandt bij Abram – niet om gevraagd. Die zwanger wordt. Die gekleineerd wordt door Sarai. Het slachtoffer van het hele gebeuren.

Ok, ook zij heeft verkeerd gereageerd. Minachting voor Sarai, weglopen – het is niet goed. Dat proef je als hij haar aanspreekt. Hagar, slavin van Sarai.

Hagar voelt het stille verwijt. Ze zegt het eerlijk: Ja, ik ben weggelopen.

Hagar, je moet terug.

Maar dat is niet het belangrijkste wat God te zeggen heeft. Hij laat Hagar zien: Hagar, ik zie jou. Ik zie het onrecht dat je aangedaan is. Het is niet ongedaan te maken. Hagar blijft zwanger. En Ismael zal een lastig mens zijn. Lastig voor zichzelf en voor zijn omgeving. Wat wil je ook met zo’n geschiedenis. Maar jij en je zoon – jullie zullen delen in de zegen voor Abram. Abram krijgt ontelbaar veel nakomelingen – jij krijgt ontelbaar veel nakomelingen. En je zoon, die moet je Ismael noemen – dat betekent: God luistert. Als herinnering. Hagar, Ik heb je gehoord.

Ben jij als Hagar – de wegloper? Kom terug! Maar onthoud vooral: God laat merken: Ik hoor je. Ik heb het onrecht gezien dat ze je aangedaan hebben. God zal je zegenen.

6. En dan het tweede wat ik ook zo bijzonder vind aan deze geschiedenis.

God gaat verder met allemaal. Abram, Sarai, Hagar.

Abram, Sarai, Hagar: ze hebben allemaal boter op hun hoofd. Allemaal hebben ze schuld aan wat er is gebeurd. Allemaal hebben ze te weinig in God geloofd. Allemaal zijn ze los van God zelf aan de slag gegaan. Maar God gaat met alledrie verder. God stuurt Hagar terug. Ze moeten bij elkaar blijven. Abram krijgt een zoon bij Hagar – Ismael. En Ismael deelt in de zegen voor Abram. Hij zal kinderen krijgen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. Een enorme familie.

In het volgende hoofdstuk zoekt God Abram weer op. Opnieuw sluit hij een verbond met Abram. En Abram en Sarai krijgen straks samen een zoon. Isaak. God gaat vooral verder met Abram en Sarai, ondanks hun geknutsel. Ondanks dat ze zijn gaan doe-het-zelven.

Waarom? Omdat God een verbond had gesloten met Abram. Omdat Abram met vallen en opstaan in God geloofde. Omdat Sarai met vallen en opstaan in God geloofde. Lees maar Hebreeën 11:11:

Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan.

Dan gaat God toch met ons verder.

Ja, ook met ons. Daarmee mag ik jullie vanmorgen bemoedigen.

Ook met ons heeft God een verbond gesloten. Een nieuw verbond in Jezus Christus. Toen ging God verder met Abram. Nu gaat hij verder met Jezus Christus. De nakomeling van Abram. Toen ging God verder met Hagar als ze bij Abram bleef. Nu gaat God verder met ons allemaal als wij bij Jezus blijven. Als we samen lichaam van Jezus Christus willen zijn.

Verval jij soms in dat doe-het-zelf geloof? Sla je zelf aan het knutselen?

Ook al heb je er een puinhoop van gemaakt. Ook al lopen wij als gemeente tegen problemen aan.

Het gaat om God. God die ziet. God die luistert. God die Hagar opzoekt. God die zijn verbond niet breekt. God is trouw. Je kunt op hem aan. Wij slaan zelf aan het knutselen, maar God gaat verder. Met ons. Al weet je van te voren niet waar hij je brengt.

Kom en ga mee. Met Jezus Christus.

Geen doe-het-zelf geloof. Maar geloof als Abram.

Geloof in Jezus Christus.

  •