Genesis 15 – Geloven: vragen – verbond – vertrouwen – vallen

Hans Burger
Hans Burger
16 augustus 2008

Genesis 15 – Geloven: vragen – verbond – vertrouwen – vallen

image_pdfimage_print

Geloven als Abram (2)

 

Liturgie

  • Voorzang: – Gez 165 – Ps 105,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 105,3.4
  • Wet
  • Zingen: Ps 105,17.21
  • Gebed
  • Schriftlezing (en tekst): Genesis 15
  • Zingen: Ps 105,5.6
  • Preek Zingen Gez 169,1.2.3.5
  • (Geloofsbelijdenis Zingen Gez 168 ‘k Stel mijn vertrouwen)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen LB 409,1.2.3.5
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

 

Preek over Genesis 15 – Geloven: vragen – verbond – vertrouwen – vallen.

Geloven als Abram (2)

1. Ik heb even twee proefpersonen nodig: een vader en een kind. Klaas en Rients!

(Klaas staat achter Rients

Vraag: Klaas, vang jij Rienst op als hij zich laat vallen?

Rients laat zich achterover vallen.

Gesprekje: hoe was ‘t?

Als je vader had gezegd: Ik laat je vallen, zou je het dan doen?

Als je vader je nu toch had laten vallen, zou je het dan nog een keer doen?

Als er iemand achter je staat die je altijd zit te pesten, zou je het dan doen?)

Je achterover laten vallen, dat doe je niet zomaar. Dat doe je alleen, als er iemand staat die je op kan vangen. Iemand die je vertrouwt.

Iemand die tegen je zegt: Ik vang je op. En die het ook doet.

Vanmorgen gaat het weer over geloven als Abram. Geloven, dat is vertrouwen. Vertrouwen op God. Maar is God eigenlijk wel te vertrouwen?

Abram zwerft rond door een land dat niet van hem is. Hij heeft al een hongersnood meegemaakt; in Egypte is hij bijna zijn vrouw kwijtgeraakt; zijn neef Lot is overvallen door een stelletje warlords, krijgsheren die zich koningen noemen. Abram heeft hem dan wel bevrijd; tot nu toe is het steeds goed afgelopen; maar wat gebeurt er een volgende keer?

Dan krijgt Abram een visioen. God zegt: Wees niet bang. Ikzelf zal je beschermen als een schild. Je loon zal vorstelijk zijn.

Je zult zelf een vorst zijn, een koning. Voor die koningen hier hoef je niet bang te zijn.

Maar ja, denkt Abram – wat heb ik daar aan? Ik ben een ouwe man. Straks ben ik dood. Wat heb ik aan een beloning? Mooi voor mijn kind? Maar ik heb helemaal geen kind. God belooft wel van alles, maar wat zie ik er van?

God staat als het ware achter Abram. En Abram moet zich achterover laten vallen. God zegt: Ik zal je opvangen.

Maar doet God wel wat hij zegt? Hij heeft gezegd: Dit land is voor jouw nakomelingen. Waar zijn ze dan, die nakomelingen?

Abram aarzelt. Kan ik me achterover laten vallen? Kan ik God vertrouwen?

2. Vragen.

Herken je ze?

Doet God wat hij zegt?

Kun je je voorstellen dat Abram dacht: God belooft van alles, maar wat komt er van terecht?

Herken je ze niet – vragen zoals:

God heeft het goede met mij voor, maar waarom gebeurt dit dan?

God leidt mijn leven, maar hoe weet ik dan wat ik moet doen?

Abram wordt door God met een kind gezegend, waarom krijgen wij dan geen kinderen?

Dat zijn logische vragen! God zegt: Laat je maar achterover vallen. Ik vang je wel op. Maar dan wil je wel weten: Vangt u me echt op? Hoe weet ik dat u mij op zult vangen?

Wat doe je als je je dat afvraagt?

Het valt me steeds weer op: we bidden wel: Wilt u voor mij zorgen? Wilt u ons zegenen met kinderen net als Abram?

Maar als het niet direct gebeurt. Dan komen de vragen. Maar wie stelt die vragen ook hardop aan God? Kijk eens naar Abram. Hij zegt (vers 2 en 3):

‘HEER, mijn God, wat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus. U hebt mij immers geen nakomelingen gegeven; daarom zal een van mijn dienaren mijn erfgenaam worden.’

En in vers 8:

‘HEER, mijn God, hoe kan ik er zeker van zijn dat ik het land in bezit zal krijgen?’

Het valt me steeds weer op: Zulke dingen zeggen wij niet zo snel tegen God.

Zou jij het zeggen – Wat voor zin heeft het om dat aan mij te geven? Met mij wordt het toch niets meer.

Of: U zegt dat nu wel tegen mij, maar hoe kan ik daar zeker van zijn?

Stel, je bent getrouwd. En je voelt aan de ander: er is iets aan de hand. Je loopt ergens mee rond. Dan wil je dat die ander er over praat. Op een gegeven moment vraag je: He, je zit ergens mee. Wat is er?

Dat vraag je ook als je al wel aanvoelt waar ‘m de kneep zit. Je wilt dat die ander eerlijk tegen je is. Zo is het bij God ook. Hij heeft het liefste dat we eerlijk tegen hem zijn. Dat lucht op.

Abram is een voorbeeld voor gelovigen.

Neem een voorbeeld aan Abram. Stel je vragen aan God. Zeg tegen hem wat er in je om gaat. Je angst. Je twijfel. Hoe je je voelt.

Geloven zoals Abram. Dat is: je vragen eerlijk stellen.

3. Verbond.

Wat zou God doen in reactie op die vragen?

Zou hij verwijtend reageren?

Ik heb het je nu al zo vaak gezegd – moet ik het nu weer herhalen?

Zeg nu niet te snel: natuurlijk is God niet zo. Als je vaak in de kerk komt dat weet je wel wat de goede antwoorden zijn. Maar diep in je hart?

Hoe vaak ben je niet echt eerlijk tegen God? Hou je je op de vlakte? Omdat je denkt: Hij ziet me wel weer komen…

Kijk eens wat God doet. Hij doet juist veel moeite om te laten zien: Ik doe wat ik zeg. Abram moet mee naar buiten. Kijk eens naar de hemel, zegt God tegen Abram. Zie je de sterren? Het zijn er veel te veel om te tellen.

Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.

Sterren als teken van een geweldige belofte.

En daarna een verbond om die beloftes te onderstrepen. Abram moet dieren doormidden snijden: een koe, een geit, een ram. En de helften tegenover elkaar leggen. En dan ziet Abram een oven waar rook uit komt. En een brandende fakkel. Ze gaan tussen de helften van de dieren door.

Voor ons een raar teken. Maar voor Abram betekent het: God sluit een verbond. Hij zet zijn handtekening onder een contract: Ik doe wat ik zeg.

Zo komt God ook naar jou en naar mij toe. Met geweldige beloftes. Noem ze maar op:

Vergeving van zonde. Nieuw leven. Verlossing van de dood.

Ik hou van je en ik beloof: ik zal van je blijven houden.

Maar als je je afvraagt: hoe weet ik dat? Dan zegt God niet: Niet zeuren, geloof me nu maar.

Dan doet hij alles wat hij kan om ons ervan te overtuigen: je kunt op me aan.

Waar je dan aan moet denken?

Denk aan het Nieuwe verbond. Ook dat is een handtekening onder een contract. Ik doe wat ik zeg. Pak het er maar bij – als je zekerheid zoekt. Hoe je dat doet?

Nou, wat hoort er bij het nieuwe verbond?

1. De Heilige Geest. Het bewijs, de garantie, dat God doet wat Hij zegt is de Heilige Geest. Als je de Geest gekregen hebt, weet je zeker dat je de rest ook krijgt.
2. De dood van Jezus. Daardoor is het nieuwe verbond ontstaan. Wil je weten dat God van je houdt? Kijk naar Jezus. God geeft zijn zoon voor ons. Het kostbaarste dat hij heeft. Wat zou hij nog meer kunnen geven om te laten zien: Ik hou van jou?

3. Of denk aan je doop. Vier het avondmaal mee. Ze laten zien: God belooft je leven door Jezus Christus. Je kunt hem geloven!

Zoek je houvast in dat verbond. Ga naar buiten zoals Abram naar de sterren keek. Jaag de aasgieren weg, aanvallen van de duivel om je bang te maken. Denk steeds weer terug aan dat nieuwe verbond.

Geloven als Abram. Dat is: je houvast zoeken in Gods verbond.

4. Vertrouwen.

Je staat daar zoals Rients. Achter je zegt je vader: Laat je vallen. Ik vang je op.

Je laat je niet bij iedereen vallen. Je doet het alleen al je die ander vertrouwt.

En dus wil je dat weten: Kan ik je vertrouwen? Je zoekt naar houvast.

Je enige houvast is wat je vader belooft: Ik zal je opvangen.

Zo is het met Abram ook.

Hij zoekt naar houvast.

God belooft allerlei mooie dingen, maar kan ik er op aan?

En dus vraagt hij. Hoe kan ik er zeker van zijn? Wat voor zin heeft het? Doet u het echt?

En als God laat zien: Ik meen het echt. Ik doe echt wat ik zeg.

Dan vertrouwt Abram op de HEER. Hij laat zich achterover vallen tot God hem opvangt.

Abram wordt niet voor niets de vader van alle gelovigen genoemd. Wij mogen geloven zoals Abram.

Durf je dat?

Van de week heeft Janneke het eens geprobeerd. Ze liet zich vallen, en ik ving haar op. Ze vond het doodeng. Probeer het straks na de dienst maar eens uit.

Even ben je al je houvast kwijt. Je ziet niet wat er gebeurt.

Vertrouwen is eng.

We hebben het niet voor niets over loslaten. Over je overgeven.

En wij? Jij zoekt toch juist ook naar houvast?

God geeft dat houvast wat jij zoekt. In zijn belofte. In zijn verbond. Het kruis van Golgotha; de Heilige Geest; doop en avondmaal: ze zijn de handtekening van God. Ik doe wat ik zeg.

Maar de duivel – die stuurt zijn aasgieren. Die wil niet dat we ons overgeven. Hij zaait wantrouwen. Die belofte moet je niet zo letterlijk nemen. Pas op, straks word je teleurgesteld. Pas op, je weet wat je hebt. Laat dat niet los! Wantrouwen zaaien. Typisch de duivel.

Vertrouw jij op God?

Vertrouwen is niet makkelijk. Het is eng.

Maar wees daar eerlijk over. Dat is een eerste stap. Stel je vragen aan God. Eerlijk zijn lucht op.

En dan: laat God dan ook reageren. Luister naar Gods belofte. Vind je houvast in zijn verbond.

En dan – geef je over. Vertrouw. Laat je maar vallen in Gods handen. Je kunt op God aan, net zoals Rients op zijn vader.

Dan komt het goed.

Als jij op God vertrouwt, dan zit het goed tussen God en jou.

Dan gaat het bij jou net als bij Abram:

God rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad, zegt vers 6.

God houdt van mensen die op Hem vertrouwen. Heel simpel, gewoon op Hem vertrouwen. Als hij iets belooft, zeggen: Ik geloof dat u doet wat u zegt. Dan komt het goed.

Geloven als Abram – dat is vertrouwen op God.

5. Vallen

Geloven als Abram.

Dat is dus:

Vragen: stel ze eerlijk.

Verbond: zoek daar je houvast, in Gods belofte.

Vertrouwen op God.

En dan val je achterover. Dat is eng. Je kunt echt even bang zijn.

Bij geloven in God is dat nog sterker. Want dan hebben we het over God. De grote heilige God en wij kleine zondige mensen. God die heel onverwachts uit de hoek kan komen. Waar je soms van schrikt. God die soms duistere wegen gaat. Die zich verstopt en onzichtbaar is.

God laat Abram daar iets van proeven. Hij wil Abram veel geven. Hij wil die belofte zeker maken. Maar als Abram dan druk met die dieren in de weer is geweest – we hebben het verhaal gelezen, over dat merkwaardige gebeuren met die doorgesneden dieren…

Dan valt Abram in slaap. En hij wordt bang. Het is helemaal donker geworden. Het overvalt hem. Het grijpt hem bij de keel. Wat is dit…?

Wie zich achterover laat vallen, maakt heel even een vrije val.

Zo laat God ons soms door het donker gaan. Door een heel moeilijke periode. Herken je dat? Je krijgt onverwacht een bericht te verwerken dat in slaat als een bom. Alles staat opeens op losse schroeven. Hoe moet het nu verder? Kijk in onze gemeente – steeds weer duiken er moeilijkheden op.

Waarom?

Waarom overvalt Abram die duisternis?

Waarom maak je soms dingen mee waar je niets van begrijpt?

Waarom was het op Golgotha drie uur pikdonker, toen Jezus daar hing aan het kruis?

Petrus schrijft in zijn eerste brief, Hoofdstuk 4:18: De rechtvaardige wordt ternauwernood gered.

Waarom zou dat zijn?

Het heeft te maken met wie God is en wie wij zijn.

Je kunt op God aan – kijk maar wat hij tegen Abram zegt: Jij zult een mooi leven krijgen en een mooie dood sterven. God is goed.

Maar God wil ook dat we niet vergeten dat al dat mooie niet vanzelf spreekt. Een relatie met God spreekt nooit vanzelf. Wij denken dat zo maar.

Maar het is er alleen maar door de verdrukking heen. Zo was het voor Abrams directe kinderen. Door die rotperiode in Egypte heen. Zo is het ook voor ons. Alleen via het kruis is er een geweldige toekomst.

De schrik zit er goed in bij Abram. Dat is soms misschien wel goed: heilige schrik.

Misschien is het voor ons als gemeente ook wel goed. Om te vallen – waar is dan je houvast?

Geloven als Abram: dat is ook: vallen in het donker.

6. Weer: Verbond

Maar daar in het donker, daar gebeurt dan wel het meest belangrijke. In de duisternis daar klinkt de belofte van bevrijding. Daar in het donker, daar wordt een verbond gesloten.

Zo was het hier bij Abram. In het donker komt die rokende oven, die brandende fakkel en sluit God een verbond.

Zo was het met Israël. In het donker van 400 jaar Egypte komt de vuurkolom. De redding uit Egypte. Een verbond bij de Sinaï.

Zo is het met ons. In het donker van Golgotha, waar Jezus stierf aan het kruis, daar ontstaat het nieuwe verbond.

De vervulling van het verbond met Abram. Het ultieme bewijs dat God doet wat hij zegt.

Geloven als Abram.

Het is eng.

Het brengt je soms in het donker.

De duisternis kan beklemmend zijn.

Maar juist daar in het donker – daar gaat ook het licht aan. Het licht van een verbond.

Hebben jullie wel eens gehoord van Joni Erickson Tada? Toen ze een jaar of 20 was dook ze in ondiep water. Ze brak haar nek. Ze belandde in een rolstoel en kan haar handen niet meer gebruiken. De periode na het ongeluk, de revalidatie, het was een bijzonder donkere tijd. Als je leest wat ze erover vertelt, was het een verschrikkelijke tijd. En was ze zelf ook verschrikkelijk. Boos over haar handicap had ze vooral een hekel aan andere gehancicapten. Tot ze leerde nederig te zijn. Tot ze stierf aan zichzelf. Alles losliet. Toen kon ze echt van God gaan houden. Ze kon haar handicap accepteren. Ze kon juist van andere gehandicapten gaan houden, zich voor hen in gaan zetten. Janneke en ik lezen nu een dagboek van haar. Ze is een indrukwekkend christin geworden. Iemand met een krachtig geloof. Iemand met een leven waar een krachtig getuigenis van uit gaat.

Geloven als Abram

Het is

Vragen – stel je vragen eerlijk

Verbond – vind je houvast in Gods belofte en verbond

Vertrouwen op God

Vallen in het donker

Laat je maar vallen.

God zegt: Ik vang je op.

Laat maar los. Ik ben je houvast.

Juist in het donker – daar gebeurt ook het allermooiste.

Vertrouw op de HEER. Daar komt het op aan.

Op geloven als Abram. Want dat rekent God je toe als een rechtvaardige daad.