Genesis 12,1-9 – Ga achter Abram aan en krijg Gods zegen

Geloven als Abram (1)

Radiokerkdienst Radio Eenhoorn

Liturgie

  • Voorzang: Ps 134
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 135,1.12
  • Gebed
  • Lezen: – Genesis 11,27-12,9 – Hebr 11,8-12
  • Zingen: Gez 3
  • Tekst: Gen 12,1-9
  • Preek
  • Zingen: LB 434,1.2.5
  • Wet / geloofsbelijdenis
  • Zingen: Ps 117
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen LB 465,1.4.5
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 12,1-9 – Ga achter Abram aan en krijg Gods zegen

Geloven als Abram 1

1. Ben je weggeweest met vakantie deze zomer? Hoe was het om weer thuis te komen?

Je bent de reis helemaal zat. Papa doet de deur open, en je kunt naar binnen. Het huis is nog net zoals toen jullie weggingen. Er zijn alleen stapels post bij gekomen. Je rent meteen de tuin in. Lekker om weer thuis te zijn. Slapen in je eigen bed. Je eigen spullen, je eigen speelgoed.

Net na de vakantie lezen we vanmorgen een verhaal in de bijbel over Abram. Maar Abram ging niet op vakantie. Hij gaat verhuizen.

Hou jij van verhuizen? Ik niet. Alles inpakken – en weer uitpakken. Alles van de muur halen – en weer op een nieuw plekje terughangen. Verschrikkelijk.

Als je gaat verhuizen, dan weet je meestal waar je naar toe gaat. Er is een nieuw huis. Je ouders hebhen lopen klussen en verven. En na al die weken van onrust, klussen, inpakken, afscheid nemen, dan is het ook wel best. Nu moet het maar gebeuren. Vooruit met de geit.

Ja, vooruit met de geit. Abram had nog al wat geiten. Schapen. Kamelen. Hij had geen verhuisauto. Alle spullen werden op de dieren geladen, of op karren. En de mensen zaten op kamelen of op ezels. Op weg. Maar Abram wist niet waarheen.

Hij ging gewoon maar. Hij ging naar een land dat …

Hij ging naar een land dat God hem zou wijzen.

Hoe kan dat nou – dat God je een land zal wijzen?

Toch gebeurt het bij Abram. Hij hoort Gods stem. Het gebeurt nog steeds: God wijst mensen een weg. Juist dit Bijbelgedeelte heeft voor mij en Janneke, mijn vrouw, een rol gespeeld toen we naar Franeker gingen. We konden kiezen: gaan we in een gemeente werken dichtbij? Lekker vertrouwd, vrienden vlakbij? Of gaan we verder weg – verder van familie, uit de bekende omgeving, naar Franeker? En juist toen lazen we ‘toevallig’ Genesis 12. En toen hadden we het idee dat God ons zo een weg wees. Naar het voor ons onbekende Franeker.

Abram hoort Gods stem. En God zegt tegen Abram: Ga weg hier uit je vertrouwde omgeving. Weg bij je familie. Ga naar een onbekend land, dat ik je zal laten zien.

Waarom zou je dat doen? Je weet wat je hebt, en waar kom je terecht?

Zou jij dat doen? Zou jij op weg gaan? Net als Abram?

2. Van de week kwam er iemand bij ons lunchen. We hadden hem een tijdje geleden uitgenodigd. Maar toen hij thuis bij zijn ouders wegging, zag hij dat ze thuis pannekoeken gingen eten. Stel je voor – eten ze pannekoeken thuis en juist dan ga je weg. Dat is balen! Zul je zien dat je alleen maar broodjes met pindakaas krijgt of zo. Maar toen kwam hij bij ons eten. En wat blijkt? Janneke had bedacht: Ik ga pannekoeken voor hem bakken. Dus dat kwam helemaal goed.

Toen dat gebeurde moest ik denken aan Abram. Je weet wat je hebt. Maar je gaat weg . Met pijn in je hart laat je van alles achter. Wat krijg je er voor terug? Straks valt het enorm tegen!

Maar zo is God niet. Kijk maar hoe het bij Abram gaat. God zegt tegen Abram: Ga weg uit je vertrouwde omgeving. Dat is eng. Dat is spannend.

En dan – dan volgt er een enorme belofte.

Moet je eens kijken wat God tegen Abram zegt.

‘Ik zal je tot een groot volk maken.’

Hij is een oude man zonder kinderen. Maar er zal een groot volk uit hem groeien.

‘Ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven.’

Zegenen.

Dat is zo’n woord uit de kerk, uit de bijbel. Wat betekent dat eigenlijk?

Zegenen, dat is iets wat God alleen kan doen.

Als God je zegent, dan is God zelf in je leven erbij.

Dan ligt er een glans over je leven.

Dan is er groei.

Dan is er nieuw leven, nieuwe mogelijkheden.

Zegen, dan werkte Gods kracht in je leven – de scheppende levensbron.

Abram, gewoon een oude man uit Haran in Zuid-Turkije.

Maar hij zal aanzien krijgen.

En dan: ‘een bron van zegen zul je zijn.’

Die zegen is niet alleen voor hem. Gods zegen is zo gul en overvloedig. Abram zal zegen om zich heen verspreiden. Hoor je bij Abram, dan word je ook gezegend.
Mocht je denken: mooie woorden, maar wat heb je daar aan als je op reis gaat?

Lees dan verder:

‘Ik zal zegenen wie jou zegenen,

wie jou bespot, zal ik vervloeken.’

Abram krijgt Gods bescherming. Kom je aan Abram, dan kom je aan God.

Dus wat zie je bij Abram?

God roept hem weg uit zijn vertrouwde omgeving.

Maar God laat Abram niet in de kou staan. Hij belooft hem dat hij veel meer terugkrijgt dan hij had. Hij wordt er alleen maar beter van, als hij met God mee gaat.

3. Heeft God jou gezegend? Waar denk je aan, bij zegen in jou leven?

Of denk je – het is een mooi verhaal over Abram. Maar Abram leefde lang geleden. En ik ben Abraham niet.

Nee, dat klopt. Ik ook niet.

Abram was inderdaad een heel bijzonder iemand. Als je het eerste deel van het bijbelboek Genesis leest, dan zie je dat het niet goed ging met de wereld. Vanaf hoofdstuk 3 tot 11 was het huilen met de pet op. De wereld ligt onder een vloek. En kijk eens om je heen, op het journaal – dan herken je dat toch nog steeds? Wat een lijden. De wereld ligt onder de vloek.

Maar bij Abram begint God opnieuw. Hier gaat het over zegen. Via Abram wil God zegen verspreiden over de hele wereld. Via Abram wil God jou zegenen. En mij.

Wat?

Ja, dat hoor je goed.

Kijk maar wat God als laatste tegen Abram zegt:

‘Alle volken op aarde zullen wensen

gezegend te worden in jou.’

Dan lees ik vers even wat anders dan in de vertaling staat. (De voetnoot laat al zien dat er wat met dat vers aan de hand is.)

Als je het verhaal van de bijbel verder volgt, dan zie je dat gebeuren. Uit Abram ontstaat het volk Israël. En uit het volk Israël wordt Jezus Christus geboren. En in Jezus doet God wat Hij hier al tegen Abram zegt.

Abram is een bron van zegen geworden.

Door Jezus Christus. In Abram, in Jezus Christus wil God ons zegenen.

Jij en ik –gezegend in Abram.

Dus gaat dit verhaal niet alleen over Abram. Dit verhaal gaat ook over mij, over jou. En als je dan wat gaat snappen van Hebreeën 11, dat stuk uit het tweede deel van de bijbel dat we gelezen hebben, dan zie je: Eigenlijk lijken wij heel veel op Abram. Abram was de eerste bij wie God opnieuw begint. Maar met elkaar zijn we nog steeds op weg naar de stad van God. De stad die God zelf aan het bouwen is.

Zoals God Abram roept, zo roept hij jou en mij.

Ga weg uit je vertrouwde omgeving.

Ga met mij mee – ik wil je God zijn.

Ik wil je zegen geven.

Ik wil je zegenen in Abram.

In Abrams nakomeling – Jezus Christus.

Ik wil je wat laten zien.

De stad met fundamenten, die ik zelf aan het bouwen ben.

Ik wil je zegenen, zo overvloedig, dat je zelf zegen mag verspreiden.

4. Wat denk je nu?

Zou je gegaan zijn als je Abram was?

Wat zou Abram gedacht hebben?

Hij is 75 jaar. Nu nog gaan emigreren?

Ik was van de week bij Johannes en Tjallie de Vries. Hij is bijna 75. Hun huis wordt binnenkort gerenoveerd. Er komt CV, scheuren in de gevel worden gerepareerd, al het behang wordt vernieuwd, nieuwe keuken, nieuwe badkamer. Voor een renovatie van een paar weken moet er een complete verhuizing plaatsvinden. Dat wens ik niemand toe op z’n 75e. Ok, daarna is je huis opgeknapt en ziet alles er weer tip top uit. Maar dat doe je als je jonger bent.

God vraagt nogal wat van Abram en Sarai. Flexibiliteit en vertrouwen. Weg uit je vertrouwde omgeving. Alles inpakken. Op weg naar een onbekend land. Emigreren.

En dan een gezin gaan stichten op je 75e.

Wat zou jij gedacht hebben? Wat een onzin. Sarai was onvruchtbaar. Een 75 jarig stel zonder kinderen krijgt geen kinderen meer. Wordt zeker geen groot volk. Zo oud en dan nog gaan reizen, aanzien krijgen?

Herken je je in Abram? Misschien bent u zelf al wel 75, of ouder. Misschien is er in jouw leven ook niets bijzonders gebeurd. Is er een gemis dat pijn blijft doen. Je denkt: ‘Het kan met mij toch niks meer worden.’ Of: ‘Mijn leven is wel prima zo’.

En dan komt God en hij zegt: Ga met mij mee en ik zal je allemaal mooie dingen geven. Ik zal je zegenen.

God vraagt flexibiliteit. Misschien bent u zelf wel 75, of ouder. Hoe flexibel bent u? En die vraag geldt voor ons allemaal. Of je flexibel bent ligt niet aan leeftijd. Ben je flexibel genoeg om met God mee te gaan?

God vraagt vertrouwen. Abram had alle reden om te denken: Wat een onzin. Is dat de stem van God? Voor mij is er geen hoop meer. Kan God aan mijn leven iets veranderen? Laat mij maar in Haran achter. Voor mij hoeft het allemaal niet meer. Voor mij is het te laat.

Wees eerlijk: bent u flexibel genoeg om met God mee te gaan? Ziet u toekomst met God? Of gelooft u het allemaal wel?

Paulus zegt in de bijbel over Abraham: hij vertrouwde op God die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat (Romeinen 4,17).

Ten diepste is dat wat Gods zegen geeft: nieuw leven in de dood. Een nieuw begin waar je niets meer te verwachten hebt.

5. Geloof je dat? Gelooft u dat?

God wil ons zegenen. Dat wil zeggen: Hij wil een nieuw begin geven waar wij niets meer te verwachten hebben.

Dat wil zeggen: Hij geeft kinderen aan een onvruchtbare oude vrouw. Maar vooral wil het zeggen: Wij allemaal – dode mensen – mogen opnieuw geboren worden. Geboren worden uit God. Als Gods kinderen. En hij houdt van ons! Dat is de zegen van Abram. Dat geeft God ons in Jezus Christus.

Gelooft u dat? Geloof jij dat? En ga je op weg – met God mee?

Ja, waar naartoe?

Abram moest naar het land dat God hem zou laten zien.

En Abram ging. Hij geloofde in God. Hij geloofde dat God hem zou zegenen.

God heeft hem het land laten zien.

En toen Abram er was, zei God tegen hem: dit land zal ik aan jou kinderen geven.

Zou Abram wel eens gedacht hebben: Wat heb ik daar nu aan? Hij heeft nog 25 jaar moeten wachten voor er een kind kwam. Al die 25 jaar heeft hij rondgetrokken. Hij mocht het land zien dat ooit zijn nageslacht als eigendom zou krijgen. Maar hij heeft er alleen maar rondgezworven. Hij zag het land, maar hij had er niets aan. Alleen kijken, niet aankomen.

Volgens de bijbel lijk je op Abram als je in God gelooft.

We zijn op weg naar de stad die God voor ons ontworpen heeft, de stad die God voor ons bouwt. De stad met fundamenten. Zo staat het in Hebreeën 11.

Wij allemaal, als we geloven in God, wij allemaal zijn naar die stad op weg.

Hij was al in het land van de belofte – en toch nog niet. Hij zag het land al, maar hij zag nog niet dat dit land zijn eigendom geworden was.

Als je gelooft in Jezus, lijk je op Abram.

We zien al iets van de belofte. En heel veel zien we nog niet.

Lastig hè?

Wij willen zo graag iets zien. Ervaren. Beleven. Voelen. En daar is niks mis mee. Het is toch ook het mooiste om te zien dat God je gezegend heeft. Niet meer iets om naar te verlangen, maar gewoon – bij God zijn en merken hoe heerlijk dat is. Genieten van het leven. Daarvoor zijn we geschapen!

Maar we zijn nog op weg. Net als Abram.

Soms zien we al iets van de belofte. En heel veel zien we nog niet.

Schrik daar niet van. Zo hoort het. Zo zit ons leven nu nog in elkaar.

6. We zwerven nog rond. Net als Abram. Maar er zijn momenten dat je Gods zegen ervaart. Er zijn momenten dat je het nieuwe leven leeft. En het mooiste: er zijn momenten dat je God ontmoet.

Onthoud die momenten. Koester ze. Wissel ze uit met elkaar.

Het is mooi om samen met God te leven!

Samen Jezus volgen – dat is geweldig om te doen.

Gemeente van Jezus Christus zijn – het is een voorrecht.

Vergeet het niet!

Maar vooral: vergeet niet wat God je belooft. God belooft ons de zegen van Abram. God belooft ons in Jezus Christus te zegenen. God belooft: Jullie mogen een bron van zegen voor je omgeving zijn.

Het geheim daarvan?

Dat zijn de momenten dat je God ontmoet.

We zwerven nog rond. En toch mogen we God ontmoeten.

Dat was het geheim van Abram. God verschijnt aan Hem. God spreekt Hem aan. Met een belofte van rijke zegen. En Abram, die zwerver, hij pauzeert. Hij bouwt een altaar voor God. Hij roept de naam van de HEER aan.

Ken jij dat geheim? Die heerlijke pauzes. God ontmoeten. Zijn stem horen. Bij Hem zijn. Hem aanroepen.

Dan ken je God.

Dan ben je al een gezegend mens.

Dan mag je een bron van zegen worden.

In Abram. In Jezus Christus.

Ken jij dat geheim?

Hoe zou ik je dat kunnen uitleggen?

Je ziet er iets van bij Abraham. Hij hoort woorden van God. Zo kan het bij jou ook gaan. Bijvoorbeeld door een Bijbelwoord dat je leest en dat je raakt. Met bemoediging, of troost, of zegen. Soms een confronterend woord – tegen jezelf aanlopen. Maar altijd: een woord dat goed doet. Een woord waarin je proeft: God is goed. God wil mij zegenen. God wil mij.

Dan kun je een zwerver zijn zoals Abraham. Op weg zijn. Al iets zien maar heel veel ook nog niet. Het maakt niet uit. Die heerlijke pauzes, die ontmoetingen met God. Daardoor kun je het leven aan. Daardoor ben je nu al een gezegend mens.

Herkent u dat? Herken jij dat?

En als dat nu niet zo is: Dan is de boodschap van deze preek voor jou: denk niet dat het met jou niks meer kan worden. Denk aan Abram: God kan zelfs nog wat met iemand van 75 jaar, iemand die kinderloos is. Denk aan wat Paulus zegt: God maakt doden levend. Gods stem roept je: Zoek mij  – en je zult mij vinden. Want alle volken op aarde: God wil ze zegenen. In Abram. In Jezus Christus.

Amen