Galaten 2,20 – Niet ik leef, maar Christus leeft in mij

Hans Burger
Hans Burger
6 september 2008

Galaten 2,20 – Niet ik leef, maar Christus leeft in mij

image_pdfimage_print

Startzondag / voorbereiding voor het heilig avondmaal

Liturgie

  • Voorzang Ps 62,1.3
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 91,1.8
  • Wet
  • Zingen: Gez 154,3.4
  • Gebed
  • Lezen: Galaten 2,15-21
  • Preek
  • Zingen: Gez 164 in canon (drie groepen)
  • Kinderen terug – zingen Is je deur nog op slot?
  • Begin Avondmaalsformulier lezen
  • Zingen Gez 125,1.4.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LB 95
  • Zegen

 

Opmerkingen:

  • Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Zeg het mee: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij

Broers en zussen,
Van de week stond er bij ons een Sesamstraat-CD aan. Bert en Ernie zingen in een liedje:
Maak er wat van, maak er wat van
Als je ontevreden bent
Nou doe daar dan wat an
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
Ik doe mee!
Een mooi liedje bij de start van een nieuw seizoen. Vorig seizoen zijn we blijven steken in een probleem – en nu gaan we met frisse moed weer verder. Maak er wat van! Als je ontevreden bent, nou doe daar dan wat an.
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>Wij beginnen dit seizoen bewust met een project ‘leven vanuit Jezus’. Mooi dat er zoveel mensen meedoen. Ik hoop dat jullie daar wat van gaan maken. Door thuis samen aan tafel het stukje van de dag te lezen en er over door te praten. Of door er zelf tijd voor te nemen, alleen. Of door hier in de kerk te komen samen met anderen.
Tegelijk: ik denk dat het heel goed en belangrijk is om het nieuwe seizoen te starten met een project ‘leven vanuit Jezus’. Ouderen en jongeren. Als we starten met jeugdwerk, als we starten met een nieuw seizoen in de gemeente, dan starten we met Jezus. Waarom? Zoals het op de flyer staat: Jezus zegt: Zonder mij kun je niets doen (Joh 15).
Kijk maar naar wat Paulus in de Galatenbrief schrijft. Twee jaar geleden zijn Janneke en ik hier gestart in de gemeente. Ik heb toen gepreekt over Galaten 4,19. Daar schrijft Paulus: Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u. Dat schrijft Paulus, maar dat blijft ook mijn verlangen, en ik hoop dat het het verlangen van jullie allemaal is: dat Christus gestalte in ons krijgt. Jezus moet zichtbaar worden in wie wij zijn. In wat wij doen. Wij mogen op Jezus gaan lijken!
Bert en Ernie zingen:
Maak er wat van, maak er wat van
Als je ontevreden bent
Nou doe daar dan wat an
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>
In Galaten 2 zegt Paulus: Ik leef helemaal niet meer. Christus leeft in mij.
Daar wil ik aan het begin van dit jaar met jullie bij stilstaan. We beginnen met een nieuw jaar. Dan is het maar niet: Maak er wat van!
Dan gaat het om iets veel mooiers: Laat Christus er wat van maken – door jou en mij heen!

2. Hoe zou jij dat eigenlijk aanpakken – een nieuw seizoen beginnen?
Hoe wil je er in je wijk iets van maken? Hoe ga je als ouderling of diaken aan de slag? Hoe wil je aan de slag op club, op je groeigroep?
Ik wil het nog iets breder trekken.
Om lekker bezig te gaan, is het belangrijk dat je het gevoel hebt dat je er mag zijn. Dat je iemand bent. Dat je lekker in je vel zit. Dat je je niet minderwaardig voelt, maar jezelf durft te presenteren – hier ben ik! Dat je verantwoordelijkheid neemt en ergens voor staat.
Hoe doe jij dat? Hoe zorg jij ervoor dat je lekker in je vel zit? Dat je iemand bent?
Eigenlijk gaat het in Galaten 2 over dat soort vragen. Paulus stelt hier de vraag: Hoe word je als rechtvaardige aangenomen? Door de wet na te leven – door er zelf wat van te maken – of door geloof in Jezus Christus? Dat wil zeggen: Hoe word je iemand? Iemand die er mag zijn?
Wij leven in een wereld zonder God. Dus zijn wij vaak vooral bezig met de vraag: Hoe zorg ik dat ik lekker in mijn vel zit? Hoe maak ik er wat van? Hoe ga ik er weer tegenaan?
Maar als je ontdekt dat God er ook is, dan krijgen die vragen een extra diepte. Hoe word ik door God als rechtvaardige aangenomen? Hoe krijg ik weer een goede relatie met God? Hoe zorg ik ervoor dat God mij niet als een zondaar straft en wegstuurt?
Vraag jij dat wel eens af?
Of je bij God mag horen?
Of er bij God een plek voor jou is?
Of ben je juist bang voor God?
Schaam je je tegenover God?
Wat dat laatste betreft: zeg niet te snel – Nee, ik schaam me niet tegenover God. Je kunt je schaamte voor God diep wegdrukken. Je groot houden. Doen alsof er niets aan de hand is. En natuurlijk dan ook God op afstand houden. Bidden wordt oppervlakkig – eerlijk zijn is te eng. Bijbellezen wordt lastiger – of je moet het echt op jezelf betrekken en dat doe je liever niet.
Schaam jij je tegenover God? Voel je je schuldig?
Wat doe je dan?
Waar kies je voor:
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
Of: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij?

3. Paulus zegt: Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Dus kan het helemaal niet meer – er zelf wat van maken. Ik ben immers tekort geschoten. Ik ben zondaar. Ik ben door de wet gestorven. Met Christus ben ik gekruisigd.
En nu leef ik niet meer, maar Christus leeft in mij.
Wat stel jij je daarbij voor?
Het heeft veel te maken met wat Jezus zelf zegt (Matteüs 10,38-39):
Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.
Je raakt hier aan het hart van je relatie met Jezus. Hoe krijgt Christus vorm in jou?
Twee dingen zijn dan dus belangrijk:
- jezelf verliezen omwille van Jezus – met hem gekruisigd worden
- en je leven behouden – omdat Christus in je leeft.
Dat eerste begint op Golgotha. Jezus wordt helemaal één met ons. Mislukte mensen. Schuldig voor God. Onder Gods oordeel.
Wij moeten vervolgens in geloof zeggen: Ik neem mijn kruis op mij. Ik geef mijn eigen leven op, hou op er nog wat van te maken. Ik zeg niet meer: Kijk eens wat je allemaal niet kan. Ik erken: Jezus, zonder u wordt het niets met mij. Ik wil met u sterven. Ik verdien dat ook.
Kun jij dat met Paulus meezeggen? Ben jij Jezus waard – zoals Jezus zelf zegt?
En als je zo kunt zeggen: Met Christus ben ik gekruisigd. Dan merk je ook meteen dat dat tweede gebeurt. Dat het al gebeurt is.
Dan zul je je leven vinden. Christus staat in jou op als de levende. Hij komt in de persoon van de Heilige Geest zelf in jou wonen.
In ons lichaam, waar van buiten nog niets aan verandert. Daar komt Hij zelf wonen. Van buiten zie je misschien vooral afbraak. Lijden. Kruis. Maar van binnen is er juist vernieuwing. Vergeving. Herstel. Genezing. Hij zelf komt in jou wonen. Met zijn leven. Met wie hij is. De kracht van zijn opstandingsleven, die is in jou zelf. Wat een energie, wat een spirit – letterlijk – komt er dan los. En wat een reden voor blijdschap! Yes!
Als je Hem vindt, de gekruisigde. Dan vind je hem ook als de opgestane die in jou leeft.
Hijzelf wil in jou wonen.
Hijzelf wil in jou leven.
Hijzelf wil in jou zichtbaar worden.
Hijzelf wil in jouw gestalte krijgen, zoals Paulus zegt.

Zijn kracht wordt jouw kracht.
Zijn karakter wordt jouw karakter.
Zijn liefde wordt jouw liefde!

4. Misschien denk je nu wel: Ja hallo, wat is dit? Moet ik dood?
Moet ik mezelf dan waardeloos gaan vinden? Krijg je hier geen minderwaardigheidscomplex van?
Enne, wat krijgen we dan? Word ik dan niet een heel saai iemand?
Een heilig boontje? Moet ik dan niet allemaal dingen gaan doen die ik helemaal niet wil?
Ik kan me voorstellen dat je zulke vragen op voelt komen.
Het is nogal wat, wat Paulus hier zegt: ikzelf leef niet meer. En wat komt er dan?
Ik kan die vragen niet allemaal beantwoorden. Maar ik wil één ding benadrukken. Eén ding dat voor al die vragen wel heel belangrijk is.
Wie wil er in jouw komen wonen? Wie is dat?
Wie is het die jouw leven als het ware overneemt?
Kijk eens wat Paulus zegt: dat is de Zoon van God, die van me houdt, die zich voor mij heeft prijsgegeven!
Je geliefde!
Hij houdt zoveel van je!
Het gaat hier om liefde. Als je dat niet door hebt, dan zul je het nooit snappen.
Als jij bij je lief bent – en je vindt het saai. Want je vind je liefje saai.
Of als jullie samen zijn maar jij voelt je niet veilig. Want je bent bang voor je liefje.
Dan wordt het toch tijd om achter je oren te krabben.
Kom op – het gaat hier om liefde.
Als er iemand is die blij met jou is, dan is het je vriend!
Als er iets is wat je leven geneest, dan is dat zijn liefde.
Jezus Christus, je Heer.
Toch?
Ook de liefde is soms eng. Maar saai?
In de liefde geef je jezelf – maar niet omdat je minderwaardig bent!
Jezelf kwijtraken? Niet bij degene die voor jou gestorven is.
Hoe meer je je voor Jezus’ liefde open stelt, hoe meer Hij ook in je kan komen wonen.
Laat de liefde van Jezus toe. Geef hem de kans om je te laten merken: Ik houd van jou. Ik heb toch mijn leven voor jou gegeven op Golgotha! Gebruik daar dat dertig-dagen-project voor.
Hoe werkt het tussen mensen? Hoe meer je met elkaar deelt. Hoe meer je je aan elkaar geeft. Hoe mooier de liefde wordt. Terwijl als je geheimen voor elkaar hebt. Als je je groot houdt voor elkaar. Dan raak je elkaar kwijt.
Zo werkt het ook bij Jezus Christus. Hij heeft zich helemaal voor ons gegeven. Letterlijk. Hij heeft zich niet grootgehouden, maar opgeofferd.
Hij zoekt je hart! Zie je dat?
Sluit je niet af! Heb geen geheimen voor Jezus. Maar geef je aan Hem. Laat Hem wonen in je hele hart! Je bent zijn geliefde!

5. En laat het zo zijn – niet ik, maar Christus in mij.
Dat wil zeggen, zegt Paulus: leef in geloof. In het geloof dat ik niet hoef te leven volgens de zonde, volgens mijn oude natuur. Niet ik – ik ben dood. Maar in het geloof dat Jezus in mij woont. Dat ik een nieuwe mens ben.
Wat betekent dat concreet?
Misschien ben je iemand die altijd wat van anderen vindt. En je roddelt makkelijk over anderen. ‘Moet je nu toch eens horen wat ik met ze gedaan heeft. Dat kan toch niet? Ze is ook altijd zo…’ Niet ik – maar Christus in mij.
Hij woont in je. Bid: Jezus, wilt u mij veranderen. Door mij heen leven. Waarom altijd zo negatief over anderen? Niet ik, maar u, Christus, in mij. Dat wil zeggen: juist liefdevol over anderen praten. Zoeken naar dingen die ze doen waar je blij mee bent. Voor hen bidden in plaats van over hen roddelen.
Misschien ben je in het verkeer ontzettend ongeduldig. Snel optrekken. Snel geïrriteerd over anderen. Schiet eens op! En na die dagelijkse rit naar je werk kom je altijd sacherijnig aan. Het eerste uur op je werk ben je niet te genieten.
Niet ik – maar Christus in mij. Hij woont in je. Bid: Jezus, help mij om anders in de auto te zitten. Neem de tijd in de file om Bijbelstudie te doen. Luister naar een CD met preken of met goeie toespraken. Aanbid God in je auto en zet worship op. Of zing mee met je geliefde psalmen en gezangen. Benut de tijd in het verkeer om als oefening in geduld. En stap uit de auto als een vriendelijk iemand.
Misschien ben je op school voor sommigen heel aardig. Degenen die je nodig hebt en bij wie je wilt horen. Terwijl je anderen subtiel pest. Steken onder water. Een verdeel-en-heers-type. Zorgen dat je bij die ene groep zit. Zorgen dat die anderen er beslist niet bij horen. Zo bouw je aan je image.
Niet ik – maar Christus in mij. Hij woont in je. Niet pesten en kleineren. Ga bidden voor je klasgenoten. En realiseer je: je bent niet iemand omdat jij er zelf iets van maakt. Je bent iemand omdat Jezus van je houdt. Omdat Hij in je woont. Probeer Jezus’ liefde door te geven aan je klasgenoten. Laat ze maar merken: ik ben een vriend van Jezus. Hij woont zelfs in mij.
Je gewoontes, je voorkeuren, je pleziertjes. Geef ze aan Jezus. Niet ik, maar Jezus in mij. Zijn gewoontes. Zijn voorkeuren. Zijn plezier.
 
6. Niet meer ik, maar Christus in mij. Zeg het mee.
Dat gaat niet vanzelf. We leven nu nog in het vlees, zegt Paulus (zie de NBG-51). Nu is er van buiten nog niets veranderd. We leven nog in een wereld vol teleurstellingen. Ons leven ziet er van buiten uit als Jezus – Jezus aan het kruis. Sterven. Lijden. Ziekte. Teleurstelling.
Herken jij dat?
Let niet alleen op die buitenkant.
Let vooral op Jezus. Op je eigen binnenkant, waar Jezus woont.
Ontdek: ook in mijn buitenkant wil Jezus zichtbaar worden. Zijn kruis, zijn lijden, zijn sterven, wordt zichtbaar in de afbraak van mijn buitenkant.
Maar van binnen – daar leeft Hij!
Let vooral op Jezus!
Daarom gaan we dat Jezus-project doen.
Daarom vieren we volgende week avondmaal, aan het begin van een nieuw jaar.
Ik hoop dat jullie van dat Jezus project iets gaan maken – maak er wat van. Maar wel om te ontdekken: het gaat om Jezus, niet om wat wij er van maken. Het gaat er om te ontdekken: Jezus, u moet door mij heen leven, dingen doen, zichtbaar worden in mij.
Neem elke dag de tijd om een stukje te lezen uit het boekje dat je gekozen hebt. En verwerk het. Laat het echt tot je doordringen. Maak het je eigen. Gebruik daarvoor het materiaal dat er is – het vragenboekje, gespreksvragen, praat er met anderen over als je dat wilt. Ik hoop en bid dat het voor jullie en voor onze gemeente een gezegend project mag worden.
Daarom vieren we ook het avondmaal.
Avondmaal vieren: dat is op de plaats van het kruis van Jezus Christus jezelf opgeven en Jezus in je laten komen. Ik heb honger, Heer, ik neem u tot me. Niet meer ik, maar u in mij.
Daarom vieren we avondmaal, om het steeds weer te leren zeggen: Niet ik, maar Christus in mij. Jezus, die van me houdt. Jezus, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. Jezus, die in me komt. Die in me woont.
We beginnen met een nieuw seizoen. Een nieuw jaar jeugdwerk. ’t Visnet. Catechisatie. Club. Een nieuw jaar in de wijken. Op groeigroep, vrouwenvereniging, mannenontbijt.
Hoe ga jij dat doen?
Ik wens jullie allemaal toe, dat je eerst op Jezus let.
Dat je daarom volgende week avondmaal wilt vieren.
En dat je het meezegt: niet ik, maar Christus in mij.