Exodus 18 – Een gemeenschap zoals God het wil – lessen van Jetro voor onze gemeente

Hans Burger
Hans Burger
4 oktober 2009

Exodus 18 – Een gemeenschap zoals God het wil – lessen van Jetro voor onze gemeente

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang: LB 465,1.4
Votum / groet
Zingen Ps 122,1.3
Wet
Zingen Ps 24,1-3
Gebed
Zingen: LB 321,1-3
Preek over Exodus 18,8-23
Zingen: LB 320
Kinderen
Gebed
Collecte
Zingen Gez 64
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl.

Preek over Exodus 18,9-23 – Een gemeenschap zoals God het wil – vijf lessen van Jetro voor onze gemeente

1. Ze waren bij de Sinaï aangekomen, bij de berg van God. Israël was bevrijd uit Egypte. Door de woestijn waren ze steeds verder getrokken. Ze hadden gemopperd op God. Maar steeds merkten ze weer: God zorgt zo goed voor ons!

Toen ze brood wilden, kregen ze manna, brood uit de hemel. Toen ze vlees wilden eten, kwamen er vogels. Toen ze dorst hadden, kregen ze water uit een rots. Steeds kwam God op een wonderlijke manier toch met een oplossing. God doet bijzondere dingen. Hij is groot en machtig.

Nu zijn ze bij de berg van God gekomen, de Sinaï. Zou nu het grote moment komen? Zou God nu verschijnen op zijn berg? Mogen ze nu God zien in zijn grootheid?

Maar dan komt er iemand naar Mozes toe. ‘Mozes, bij de rand van het kamp staan mensen voor je. Je schoonvader Jetro en je vrouw en je twee zoons!’ Mozes krijgt bezoek.

Even iets heel gewoons. Familie-bezoek voor Mozes.

Tijdens dat bezoek begint schoonvader Jetro over Mozes’ werk. ‘Je hebt veel te veel hooi op je vork! Je moet het anders organiseren.’

Hele gewone dingen – hoe geef je leiding aan een groot volk? Hoe richt je de organisatie in?

Waarom komt dat tussendoor? Laat mij mooie verhalen horen over indrukwekkende dingen die God doet. Maar dit soort huis-tuin-en-keuken gebeurtenissen? Een zakelijk advies over hoe Mozes zijn werk moet organiseren? Wat moet ik met zulke onbenullige dingen?

Maar let op, wat Jetro zegt in vers 19. Als je het zo doet, moge God je dan terzijde staan. En in vers 23: Als je het op deze manier aanpakt, en … als God het wil.

God heeft dus ook een mening over de organisatie van het volk Israël.

God doet bijzondere dingen.

Maar God leert ons ook hele gewone dagelijkse dingen.

En dus: hoe wij onze gemeente organiseren, dat heeft alles met God te maken. Want je kunt uit het advies van Jetro heel veel leren over de vraag: hoe regelen wij het in onze gemeente?

Wij willen graag kerk van Jezus Christus zijn. We verlangen naar geestelijk leven. We willen graag Gods grootheid zien, samen verbonden zijn, Gods licht laten schijnen, een gastvrije gemeenschap zijn. Prachtige verlangens.

Om zo gemeenschap te zijn, moeten we over onze organisatie nadenken. Als we het goed regelen, dan loopt het lekker, wordt niemand chagrijnig.

Daarom vanmorgen Exodus 18: God wil een goede organisatie. Vijf lessen van Jetro voor onze gemeente.

2. De eerste les die we van Jetro leren: Gods bevrijding maakt ons één.

Jetro is gekomen omdat hij gehoord heeft wat God heeft gedaan. Hij wil weten of dat waar is. Ze hebben natuurlijk in spanning gezeten. Mozes ging alleen terug naar Egypte. En dat was gevaarlijk. Jetro bleef als schoonvader achter met zijn dochter en twee kleinzoons. Hoe zou het Mozes vergaan in Egpypte?

Opgelucht komen ze nu naar Mozes toe. Ze willen horen wat er allemaal gebeurd is. En als Mozes alles verteld heeft, is Jetro diep onder de indruk. Hij prijst God, vers 10 en vers 11.

Daar kunnen wij een belangrijke les uit halen.

Het volk Israël had niet bestaan als God hen niet bevrijd had. Ze werden onderdrukt. Ze werden geminacht. Zelf konden ze niet op tegen Egypte – een machtig land. Maar God is machtiger! Machtiger dan heel dat land en dan al zijn zogenaamde goden. Zonder Gods bevrijding was er geen volk van Israël geweest. Daarom zijn ze één volk: omdat ze door God bevrijd zijn.

Voor ons geldt hetzelfde: zonder Gods bevrijding in Jezus Christus waren wij er niet geweest. Zonder Jezus was er in Nederland nooit één kerk ontstaan. Zonder de Geest van Christus waren ze nooit blijven bestaan. Wij – kijk om je heen – zijn hier dankzij Jezus. Dankzij de bevrijding door Hem. Daarom zijn wij één gemeente: omdat we allemaal leven door Jezus Christus.

Dat is geen bijzaak als het gaat om de organisatie van onze gemeente.

Wij hebben elkaar niet uitgekozen.

God heeft ons bij elkaar gebracht.

God heeft ons aan elkaar gegeven.

God is de bron van alles wat we zijn en doen.

God heeft deze gemeenschap gesticht en gebouwd.

Dat betekent: het heeft geen zin om bezig te gaan met wijken, met groepen, als we dat niet beseffen. Daarom houd ik niet op om het te benadrukken. Dat mogen we niet vergeten. Hier begint het: in Jezus Christus alleen vinden we alles wat we nodig hebben om gemeente te zijn.

Neem daarom een voorbeeld aan Jetro. Zijn voorbeeld helpt je om steeds weer je op God te richten.

Wees blij met wat God geeft – vers 9.

Prijs God om wat hij gedaan heeft – vers 10.

Geloof dat Jezus Christus en zijn Vader machtiger zijn dan wie ook maar – vers 11.

Dan raak je steeds weer van God onder de indruk. Bij Hem vind je motivatie en energie om in de gemeente aan de slag te gaan.

3. Die kracht en energie heb je soms hard nodig. Daarom is het slim er verstandig mee om te gaan.

Jetro ziet hoe het bij Mozes gaat. Hij staat tussen God en het volk in. Hij spreekt met God. Hij kan vragen aan God voorleggen. En dus komt iedereen naar Mozes toe. Ze staan in lange rijen om hem iets te vragen.

Mozes heeft geen tijd meer voor iets anders. Eten met z’n familie, het schiet er bij in. Tijd om zijn schoonvader of zijn zoons te spreken, hij heeft het niet. Voor zijn vrouw heeft hij ook nauwelijks tijd. En als hij wel tijd neemt, worden de mensen chagrijnig. Ze staan al zo lang in de rij te wachten. Kom op Mozes, schiet eens op!

Aan het eind van de dag is Mozes op. Een deel van de mensen gaat ontevreden naar hun tent: hebben ze Mozes nog niet gesproken, maar wel uren in de rij gestaan.

En dus zegt Jetro: Mozes, waar ben je mee bezig? Zo raak je burn out. Je moet je richten op een paar kerntaken. Jij bent degene die tussen God en het volk in staat. Dat moet je blijven doen. Geef aan het volk door wat je van God hoort. De rest van je taken moet je afstoten. Jij kunt niet alles alleen doen!

Mozes krijgt een duidelijk afgebakende taak.

Daar zit een belangrijke les in voor ons: een voorganger van een gemeente kan niet alles alleen doen. Geef ook hem een duidelijk afgebakende taak.

Anders dan Mozes. Een voorganger, een predikant, is Mozes niet. Kijk naar vers 19: Het volk bij God vertegenwoordigen en hun geschillen aan hem voorleggen. Daarbij denk ik eerder aan Jezus dan aan een dominee. Die is Jezus niet. Jezus vertegenwoordigt de kerk bij God. Jezus bidt voor de kerk bij God.

Maar wat er in vers 20 staat is nog zo gek niet als inspirerend voorbeeld. Wat doet de predikant vooral: Gods woord, zijn evangelie, het onderwijs van Jezus en zijn leerlingen, maar ook de wet en de profeten inprenten en leren van daaruit te leven.

Dat neem ik voor mezelf hieruit mee. Dat mag ik zijn: dienaar van Gods woord. En dan is mijn kerntaak: Gods woord uitleggen en toepassen, in persoonlijke gesprekken, in groepen en op catechisatie, en in kerkdiensten.

Verder moet er veel meer gebeuren. Maar dat ligt bij ons allemaal. Samen de schouders er onder.

4. Anderen krijgen ook een taak. Dat is de derde les van Jetro die ik uit dit gedeelte haal.

Wie zijn die anderen? Ze hebben bepaalde eigenschappen – kijk wat Jetro zegt in vers 21:

- doortastend. Mensen met durf om beslissingen te nemen. Die niet aarzelen maar zo nodig knopen door hakken.

- vroom. Mensen die dichtbij de Here Jezus leven. Die God kennen als hun Vader. Die door de Heilige Geest hun leven wijden aan God.

- betrouwbaar. Mensen op wie je aan kunt en die je niet teleurstellen. Mensen uit één stuk.

- niet omkoopbaar. Niet corrupt. Het maakt bij hen niet uit of je arm bent en zielig. Of rijk en machtig. Ze zijn recht door zee.

Zulke mensen had Mozes nodig om zijn last te verlichten en die last samen met hem te dragen, zoals het in vers 22 staat. Sommigen krijgen wel 1000 mensen onder zich, anderen geven leiding aan een groep van 100, of 50 of 10.

Zulke mensen hebben wij ook nodig.

Mensen die ouderling worden of diaken. Die in een wijkteam mee draaien. Die leiding geven aan een groeigroep of een bijbelstudie-groep.

Het is mooi als jij zo iemand bent. Of wordt. En dan kijk ik ook naar de jongeren. Paulus schrijft in 1 Tim 3: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven. Ik ben bang dat wij zouden zeggen: als iemand ouderling wil worden, mooi, dan hoef ik het niet te doen.

Ben je gek als je dominee wilt worden? Of ouderling? Of diaken? Of kerkelijk werker?

Daar zou een heleboel over te zeggen zijn. Ik beperk me nu even tot een persoonlijke vraag.

Verlang jij er zelf naar om bekend te staan als doortastend, vroom, betrouwbaar, en niet omkoopbaar? Of is het een schande om zo iemand te zijn?

We hebben mensen nodig die ernaar verlangen om zo te zijn. We hebben mensen nodig die er in hun leven ruimte voor maken om iets in de kerk te kunnen doen. Maak ruimte in je leven om je voor God in te zetten. Zorg dat niet alles vol zit met werk, werk, werk – voor zover je daar invloed op hebt.

En je bent zeker niet gek als je iets in de kerk wilt doen. Het is prachtig om erbij te zijn als God aan het werk is met mensen. Ik heb prachtig werk, als dominee. Ik had een prachtige taak, toen ik ouderling was. Janneke doet mooi werk als kerkelijk werker. Je inzetten voor God: het is mooi om te doen.

5. Dan wordt iedereen in groepen ingedeeld. Groepen van 1000, van 100, van 50 en van 10. Elke groep krijgt een leider. De leider is een combinatie van rechter-wijkagent-buurtwerker-oudste. Conflicten oplossen, voor elkaar zorgen, naar elkaar omzien. Die leiders krijgen de verantwoordelijkheid voor een groep.

Die groepen worden hier bij Mozes gewoon ingedeeld. Er is geen vrije keus. Je wordt ingedeeld in een groep. Dat vindt vast niet iedereen leuk.

Maar hier moet dat. Zo krijg je een als groepsleider een taak die behapbaar is. Je bent verantwoordelijk voor 50, voor 10 mensen, en niet voor meer. Dat is te overzien.

Je kunt niet op basis van wat hier bij Jetro gebeurt zeggen: zo en zo moeten we het doen. Maar het geeft wel te denken.

Ik leer hiervan: iedereen in groepen indelen is zo gek nog niet. Het is geen nieuwlichterij. We doen het ook al heel lang. Ouderlingenwijken van zo’n 50 mensen zijn al weet ik hoe oud. En 100 jaar geleden, hoe ging het toen? Als het even kon was je lid van een jongelingsvereniging. Een knapen- of meisjesvereniging. Een mannenvereniging. Een vrouwenvereniging. Eigenlijk zijn dat gewoon kleine groepen.

Een ander punt: een groep heeft een leider nodig. Wij hebben allerlei bijbelstudie-groepen, wijken, verenigingen. Dank God er voor! Maar we zijn verschrikkelijk democratisch. In de groepen zijn niet echt leiders. Bij Mozes wel. Bij de verenigingen van vroeger ook. En ze werden toegerust en gecoacht, in een hele organisatie van bijbelstudie-bonden. Die hele toerustingsstructuur is verdwenen. De groepsleiders ook.

Maar wat zie je in boeken over werken met groepen altijd terugkomen? Zorg voor goede groepsleiders, die toegerust en gecoacht worden. Elke bijbelstudiegroep, elke wijk: een leider, die het voortouw neemt, die zelf bemoedigt en gecoacht wordt. Je weet wie verantwoordelijk is voor een rooster. Er is iemand die een gesprek kan leiden. Het werkt gewoon beter.

En nog een punt: Als je hier nieuw binnen komt, en je geeft je makkelijk, je neemt initiatief, dan kom je er zo tussen. Met een beetje mazzel nodigen meerdere groeigroepen je uit. Doe je mee, dan word je binnen no time voor allerlei dingen gevraagd.

Maar als je wat afwachtender bent? Niet zo maar op iedereen afstapt? Dan heb je het hier moeilijker. Je wordt niet gevraagd door een groeigroep. Je valt zomaar tussen wal en schip. Hoe kom je er dan tussen?

Zoals Jetro het aan Mozes adviseert, vond misschien niet iedereen het leuk. Maar niemand kon tussen wal en schip vallen. Iedereen had een plek. Naar iedereen werd omgekeken.

6. Tot slot het vijfde punt. Die groepen dragen verantwoordelijkheid voor hun leden. Het zijn groepen bedoeld om conflicten te voorkomen en op te lossen.

Durven wij nog verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen?

Wij zijn allemaal mondige mensen. We houden er niet van dat iemand ons de les leest. En we durven de ander nauwelijks ergens op aan te spreken. Of is dat te negatief?

Ik merk zelf dat ik anderen niet makkelijk ergens op aan spreek – en dan zullen jullie zeggen: Jij bent de dominee! Ik merk dat het me veel energie kost. Het is spannend. Herkennen jullie dat? Maar laten we van de weeromstuit elkaar dan niet los? Vrijblijvend, onverschillig?

Tegelijk kiezen we om ons heen mensen uit die bij ons passen. Gelijkgezinden waarmee we geen grote meningsverschillen hebben. Nu zeg ik het even heel bot. Ben je een oudere vrouw en een beetje behoudend? Dan ga je naar vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’. Ben je vrouw, wat jonger, hou je van studeren, en in voor vernieuwing? Dan ga je naar ‘Woord en wandel’. Ben je nog niet getrouwd maar wel ouder dan 16? Dan ga je niet naar een groeigroep, maar is er een speciale club voor jongeren tussen de 16 en de 25. Ben je getrouwd en jonger dan 40? Dan heb je je groeigroep, die met een beetje mazzel een vriendengroep geworden is.

En zo kies je de mensen uit die bij je passen, die niet al te kritisch op je zijn, van wie je al weet wat ze ongeveer denken.

Laten we eerlijk zijn: door onze zonde wordt elke gemeenschap, elke vereniging, groep of wijk, op den duur een gesloten groep. Leuk voor de mensen die er in zitten. Maar niet leuk voor de mensen die er niet bij horen. In elk boek over groepswerk kom je dat tegen als een grote valkuil. Wij zijn met elkaar duidelijk in die valkuil getrapt.

Wat betekent dat?

Nieuwkomers of anderen die niet direct populair zijn, blijven eenzaam over. De gastvrijheid gaat ontbreken. Het omzien naar elkaar versmalt: we zien alleen om naar onze eigen groep gelijkgezinden.

Maar wat wil God ons geven? God is een God van gemeenschap. Warm, open, gastvrij, liefdevol, zorgzaam, eerlijk en dus soms ook kritisch. Gemeenschap zijn is liefdevol verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Willen leren van iemand die heel anders is dan ik.

Wat past er bij de liefde van Christus? In die liefde krijgen we prachtige dingen. Van die liefde mogen we genieten, maar we krijgen er een opdracht bij: laat weer anderen erin delen en geef die liefde door!

Laten we leren wat echte liefde is. Wat gastvrijheid is. Dan zijn we een gemeenschap zoals God het wil.