Exodus 14,8-18 – Ga door op Gods weg: God zal zijn grootheid laten zien

Hans Burger
Hans Burger
19 september 2009

Exodus 14,8-18 – Ga door op Gods weg: God zal zijn grootheid laten zien

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang: LB 294,1.2.6
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 106,1.2
Wetslezing ingeleid met vanuit Romeinen 8,1-5: Leviticus 19,1-4, 9-18 en 31-37
Zingen: Ps 106,3.4.5
Gebed
Lezen: Exodus 14,1-18
Zingen: Gez 6
Preek over Exodus 14,8-18
Zingen: Ps 77,4-6
Kinderen
Gebed
Collecte
Zingen: LB 476,3-5

Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een kinderblad  beschikbaar

 

Preek over Exodus 14,8-18 – Ga door op Gods weg: God zal zijn grootheid laten zien!

Gemeente van Jezus Christus onze Heer, broers en zussen,

1. We hebben gister een mooie dag gehad hier bij de kerk. De hele dag mooi weer. Op het Sjukelân een team van Athletes in Action. De kerk de hele dag open. Veel mensen die meededen. Veel mensen die in de kerk geweest zijn. Prachtig – alle reden om God te danken, zoals we gister aan het eind van de middag hier hebben gedaan.

Daar krijg ik energie van. Het geeft een goed gevoel. Maar hoe blijvend is dat?

Je kunt ook opeens inzakken en het weer kwijt zijn. Kijk naar Israël dat iets geweldigs meegemaakt heeft. Bevrijd uit Egypte. Een topervaring. Maar dan?

Topervaringen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, denk je dan. Zomaar vergeet je wat God gister deed. Zomaar ga je denken: God was er gister, maar vandaag niet.

Je herinnert je hoe gelovig je oma was. Als kind was je zelf ook van God onder de indruk. Maar bij het ouder worden zakte het weg. Als puber had je bijna allemaal vrienden die niet naar de kerk gingen. Je kon ook wel zonder.

Of – je maakte een bewuste keus voor God ergens na je 20e. Maar de mensen in de kerk vielen tegen. Zijn dat mensen die in Jezus geloven?  Je hebt het druk met je werk, met alles wat er op je afkomt. En het lijkt of God er niet meer is, je merkt zo weinig van Hem.

Wat als het je overvalt: was God er gister wel, maar vandaag niet meer? Wat blijft er dan over – heimwee?

En als er dan opeens iets ergs gebeurt? Als je vastloopt? Waar is God dan? God, waar bent u?

Kijk eens met die vragen in je achterhoofd naar Exodus 14.

Ik vind het heel herkenbaar wat hier gebeurt. Israël had een bevrijding meegemaakt. Maar ze zijn nog niet in het beloofde land. Wat als het dan tegenvalt?

Zo geloven christenen: God heeft ons door Jezus Christus bevrijd. En misschien heb je zelf ook allerlei mooie herinneringen. God was er in mijn leven! Maar we zijn nog niet in Gods koninkrijk. Jezus is nog niet teruggekomen. Het is nog niet af. Wat als het dan tegenvalt?

Dan kan het je zomaar overvallen. Is God er nu dan nog wel? Deed God alleen gister, vroeger, grote dingen?

2. Israël is bevrijd uit Egypte. Maar God laat ze een omweg maken. Ze belanden bij de zee. Het lijkt dat ze verdwaald zijn. Ze slaan hun kamp op. Wat nu?

Dan opeens. De Israëlieten zien stofwolken aan de horizon. Wat is dat? Het zijn ruiters, wagens, een heel leger! Het is de Farao. Ze zitten als ratten in de val. Ze zitten nu klem tussen Farao en de zee.

Wat nu? Ze kunnen geen kant op!

De angst slaat hen om het hart.

Ze roepen, ze schreeuwen het uit naar God.

Doodsbang.

Ze worden kwaad op Mozes. Gemeen en bot.

‘Wat hebben we aan jou? Ons uit Egypte weghalen om te sterven in de woestijn? Had ons toch met rust gelaten! In Egypte heb je tenminste de piramides en andere mooie graven. Daar krijg je een fatsoenlijke begrafenis. Nu zullen we hier vertrapt worden door paarden, overreden door wagens van Farao!’

En ze zijn helemaal vergeten wat God gedaan heeft.

Ze hebben de macht van God gezien.

Maar ze zien Farao’s leger – en het is allemaal weg.

Ik kan me dit zo goed voorstellen – en jullie?

Je hebt mooie dingen met God mee gemaakt. Dingen waardoor je weet: God is er. God heeft in mijn leven mooie dingen gedaan. Ik heb het zelf zien gebeuren.

En dan zit het tegen.

Je ziet God niet.

Je weet niet hoe het verder moet.

En binnen no time ben je helemaal vergeten wat God eerder allemaal gedaan heeft.

En je wordt bang. Waar moet ik heen?

Als je bang bent, vergeet je helemaal wat God vroeger gedaan heeft.

Het is zo menselijk:

Schrikken.

Vergeten wat God gedaan heeft – misschien gister!

Bang worden. Doodsbang.

Wat doe jij als je schrikt, als je bang bent?

Ze roepen de HEER luidkeels om hulp. Doe jij dat? Bidden om hulp?

Of word je agressief? Word je gemeen, als je bang bent? Ga je slaan, met je handen of met woorden?

En hoe snel vergeet jij wat God gedaan heeft – gister, vorige week, vorige maand? En langer geleden: toen Jezus stierf op Goede vrijdag? Met Pasen opstond uit de dood? Toen de Heilige Geest kwam op Pinksteren?

Zo snel roepen we: Wat merk ik nu van God? Waar is God nu?

God zal ons echt niet helpen. Was ik maar nooit met Hem meegegaan!

3. Hoe zou Mozes reageren? Zou hij ook de moed verliezen? Er tussenuit knijpen? Of het onmogelijke proberen: zonder wapens vechten tegen Farao’s leger?

Nee – kijk eens hoe Mozes reageert. Geen spoortje van wanhoop. Hij wordt niet boos, hij scheldt niet terug. Hij blijft rustig en kalm.

‘Wees niet bang. Wacht rustig af!’

Wacht rustig af? Mozes, hoe kun je dat zeggen?

Mozes weet meer. God heeft Mozes in vertrouwen genomen. De HEER heeft een uitgekiende strategie. Mozes wist daarvan. Kijk maar in het begin van hoofdstuk 14.

De HEER had tegen Mozes gezegd: Jullie moeten net doen of je verdwaald bent. Farao zal erin trappen. Ik zal ervoor zorgen dat Farao in zijn koppigheid achter jullie aan komt. Hij zal zijn eigen ondergang tegemoet gaan. Met een laatste klap op de vuurpijl zal ik laten zien wie ik ben. Ze zullen het voelen. Ik ben de HEER!

Mozes kent Gods plan. En – dat is niet minder belangrijk: Mozes kent God en vertrouwt erop dat God zijn plan ook uit kan voeren.

Daarom kan hij rustig blijven.

Daarom kan hij Israël bemoedigen. ‘Jullie zullen zien hoe de HEER vandaag voor jullie vecht. Die Egyptenaren? Jullie zullen ze nooit weer zien. De HEER zal winnen.’

En het werkt. De kalmte van Mozes, zijn bemoedigende woorden, zijn vertrouwen op God, het komt over. Al die wanhopige mensen, ze worden weer rustig.

Lijk jij op Mozes?

Ken jij het plan van God?

Ken jij God en vertrouw jij erop dat God zijn plan ook uit kan voeren?

Kun jij rustig blijven en anderen moed inspreken?

Dankzij Jezus Christus en dankzij de Heilige Geest kun jij op Mozes gaan lijken. Want op Mozes gaan lijken is tegelijk: op Jezus gaan lijken.

Mozes kende Gods plan.

Ook Jezus kent Gods plan en Hij wil het ons leren

Mozes kende God en vertrouwde op Hem.

Ook Jezus kent zijn Vader en vertrouwt op Hem. Hij vertrouwde erop dat God Hem zou redden uit de dood. Daarom durfde Hij het aan: gearresteerd worden. Gekruisigd worden. Sterven. Hij geloofde dat God Hem weer levend zou maken. Dat God Hem vast zou houden door de dood heen.

Als wij dicht bij Jezus leven – jij en ik – dan wordt ons vertrouwen op God groter. Geloof het: God kan zijn plan uitvoeren. God zal ook mij bevrijden. Niets kan mij scheiden van Gods liefde.

4. Nou – het klinkt mooi, maar ik vind het onzin. Hoe kan ik weten wat God van plan is? Ik ben Mozes niet!

Kunnen wij Gods plan kennen?

Wij kunnen God leren kennen – zeker wel. Wij kunnen God leren kennen uit de Bijbel. Daarom is vaak Bijbellezen zo belangrijk. Bestudeer je Bijbel. Lees de Bijbel met je hart. Dan leer je God kennen.

Maar ook de hoofdlijnen van Gods plan. Want als je de Bijbel bestudeert, ontdek je: God werkt steeds op dezelfde manier.

Hoe dan?

Nou, zo:

God laat ons bijna vastlopen.

Hij geeft onze vijanden de ruimte. Zonde. De duivel en de machten van het kwaad.

Het wordt overduidelijk: wij kunnen niet meer verder.

Er is geen redden meer aan.

En dan grijpt God in.

Hij verslaat de kwade machten.

Hij bevrijdt ons.

En er is maar één conclusie mogelijk: het is allemaal alleen dankzij God.

Niemand kan er meer om heen: De HEER is God.

Die weg ging God met Jezus Christus: hij stierf aan het kruis. Maar God heeft hem levend gemaakt.

Zo gaat het in onze levens.

God wil ons laten ontdekken. De HEER, alleen Hij is God.

Hij wil het via ons duidelijk maken aan onze omgeving, onze buren, onze vrienden.

Wie ik ben, wie jij bent: Het is allemaal uit en door en tot God.

Als wij te groot van mensen denken, kan God ons klemzetten.

We kunnen geen kant meer op.

Denk jij te groot van mensen? En te klein van God? Ben je onder de indruk van jezelf?

En als je terugkijkt op de afgelopen vijf zes jaar in onze gemeente. Het waren zware jaren, voor de gemeente, voor meerderen van ons persoonlijk. Heb jij te groot gedacht van jezelf, van mensen, van onze fijne gemeente? Te klein gedacht van God? Ik zeg niet dat het zo is – maar vraag het jezelf eerlijk af, wetend dat God je hart kent.

Het kan zijn dat God ons vast laat lopen.

Daarmee heeft Hij een duidelijk doel: weer laten zien wie Hij is. Wij vergeten het zomaar.

Dat is steeds weer het plan van God. Met dat plan mogen wij elkaar bemoedigen.

Want het betekent:

Dan is God er toch. Hij is machtig, groot, vol liefde. Hij is een God van redding en verlossing. En Hij kan en wil dan toch een weg openen. Zodat wij allemaal zien: Dat we verder kunnen, dat wij gister een mooie dag hadden hier met elkaar: het is alleen dankzij God.

5. Ga dus niet stilstaan om te roepen en te klagen. Ga verder, vol vertrouwen op God.

Er staat een heel raar zinnetje in Exodus 14, vers 15: ‘Waarom roep je mij te hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder moeten trekken.’

Wat loop je te roepen? Als je hier bij de pakken neer gaat zitten, sta je mij in de weg. Ga verder, ik ben aan het werk voor jullie.

Nu bang stilstaan, elkaar vertellen hoe erg het is, hoe goed het was in Egypte, negatief doen – het is gebrek aan geloof. God zegt: Trek verder.

Zelfs bidden kan kennelijk een uiting zijn van gebrek aan geloof.

Jezus waarschuwt ons om te bidden als de heidenen, Matteüs 6. Zij denken dat ze verhoord worden omdat ze veel en lang bidden. Dan geloof je niet echt. Je denkt: hoe meer ik bid, hoe groter de kans dat God naar me luistert. Zo is het niet. God luistert naar ons gebed, dankzij de Here Jezus. En dan stuurt hij ons op pad.

Bid – en geloof – en ga dus verder. Zet stappen in geloof.

Terwijl je nog geen weg ziet.

Israël moet naar de zee toegaan.

Verder op Gods weg.

Er is geen weg.

Maar jij loopt omdat God het belooft.

Dus dat betekent: ga op weg, terwijl je de weg nog niet ziet. Ga naar de zee – en ik zal een weg door de zee maken.

Die weg komt er alleen als Mozes zijn staf boven de zee houdt. Dan splijt de zee en  kunnen ze over het droge gaan.

Dat wil voor ons zeggen: Je gaat, terwijl anderen zeggen: Je bent gek. Er is helemaal geen weg. Kap ermee!

Je gaat achter Jezus Christus aan. Je gaat de richting op die Hij je wijst – in het vertrouwen dat Hij voor jou de weg zal zijn.

Die weg komt er alleen als je met je verstand èn met je hart luistert naar wat God zegt en gehoorzaam bent. Houd je dus aan wat God belooft en aan wat Hij ons opdraagt.

Bijvoorbeeld: God zegt: Heb elkaar lief. Er is iemand in de gemeente met wie je niks hebt. Je voelt niks voor haar. Maar je weet: ze is eenzaam. Je voelt je geroepen om naar haar toe te gaan, maar je hebt niet veel zin. Toch ga je, omdat God je roept. En je bidt dat de liefde van Jezus je mag vullen, zoals God beloofd heeft. En je merkt dat het gebeurt. Het levert een prachtige ontmoeting op. En na afloop voel je je voldaan. God heeft een weg gebaand.

6. En dan zal God voor ons de overwinning behalen. De zee splijt en Israël gaat over het droge. God baant niet alleen een weg. God zal ook onze vijanden verslaan In diezelfde zee verdrinken de Farao en zijn leger. Het is zeker dat het zal gebeuren. God zal al zijn vijanden overwinnen! En ook onze vijanden.

Hoe je je dat voor moet stellen?

Denk aan iemand die zwaar ziek is. Je kunt moedeloos worden. Je kunt artsen vragen er een eind aan te maken. Maar je kunt ook je kruis op nemen en je ziekte moedig dragen, achter Jezus aan. En dan merken dat God je een krachtig geloof geeft. Juist als zieke mag je dan een levende getuige zijn van de kracht van Jezus Christus. In jouw ziekte, in jouw zwakheid, wordt een kracht zichtbaar die alleen maar van God kan zijn. Want je weet: door mijn ziekte heen, door de dood heen houdt God me vast. En Hij brengt me thuis.

Denk aan iemand die teleurgesteld raakt in andere christenen. Het kan op allerlei manieren. Je eigen vader, mooie woorden maar hij was een slechte vader. Of je bent pas later bewust christen geworden, maar je belandt in een gemeente tussen mensen die zo tegen vallen. Gewoonte-christenen. Christenen die het wel prima vinden. Ruzie maken. Zondigen, grof zondigen. Maar jij blijft in geloof achter Jezus aangaan. Jij blijft geloven. Zodat jij aan iedereen kan vertellen: dat ik geloof, dat is niet te danken aan mijn ouders, niet aan mijn gezin, niet aan mijn christelijke vrienden. Het is alleen dankzij God.

En voor onze gemeente geldt het net zo goed: dat wij er zijn, dat wij de kracht vinden om door te gaan, om te vergeven, dat er genezing voor wonden is, dat wij gister een prachtige dag mochten krijgen; dat kan maar één ding betekenen: Hier is God zelf aan het werk.

Alleen, er komt iets bij. Wij zien uit naar het moment van de volledige overwinning. Het is al begonnen: Jezus Christus is opgestaan uit de dood. Hij is overwinnaar.

Maar straks, misschien morgen wel, komt Jezus terug. Je zult zien hoe Jezus Christus door jouw leven heen gewerkt heeft. Wat Hij in jou gedaan heeft.

In Christus mogen wij meer dan overwinnaars zijn.

Dan zullen we het zien: Jezus Christus is Heer. Hij is overwinnaar. Alles, ja alles is uit God door God, en tot God. De HEER, die is God!