2 Korinte 5,21-6,2 – Wees geen zondaar, maar word vandaag nog een vredestichter

Hans Burger
Hans Burger
24 mei 2008

2 Korinte 5,21-6,2 – Wees geen zondaar, maar word vandaag nog een vredestichter

image_pdfimage_print

Verzoening – gedreven door de liefde van Christus (jaarthema 4)

Liturgie

  • Voorzang: Ps 95,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 95,3.4
  • Lezen: Matteüs 5,13-16.21-26.38-48
  • Zingen: Gez 157
  • Gebed
  • Lezen: 2 Korinte 5,14-6,2
  • Zingen: Ps 85,1.4
  • Preek over 2 Korinte 5,21-6,2
  • Zingen: EL 316 O God, die mij hebt vrijgekocht
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 167
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting, vragen en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

- deze preek is de vierde preek in een serie over 2 Korinte 5 naar aanleiding van ons jaarthema ‘Verzoening – gedreven door de liefde van Christus’

Preek over 2 Korinte 5,21-6,2 – Wees geen zondaar, maar word vandaag nog een vredestichter

Gemeente van Jezus Christus, broers en zussen,

1. Eerlijk gezegd ervaar ik het als bijzonder dat ik voor deze zondag de laatste preek over het jaarthema gepland had. ‘Verzoening – gedreven door de liefde van Christus’. Dat mogen we als leiding van God zien: God wil ons vanmorgen met de neus op deze verzen drukken. Vandaag. Vandaag is de dag van de redding.Ik sta hier dus niet namens mezelf. Ik sta hier namens Christus. En ik preek ook tegen mezelf.

De afgelopen weken zijn we als kerkenraad druk geweest met de talstelling. Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheden in dit proces. Ook de kerkenraad. In dit proces zijn fouten gemaakt.

Dat drukt mij met mijn neus op mijn eigen kleinheid. Ik heb de tijd die ik hier werk gemerkt dat er een veenbrand van wantrouwen is binnen de gemeente. Er hoeft maar iets te gebeuren, of het vuur laait weer op. Mensen hebben tegen me gezegd: Hier heerst het boze oog. De Heilige Geest is hier niet. Deze gemeente is slecht in vergeven. Dat is te negatief, als je ziet wat er voor moois gebeurt. Maar zulke opmerkingen geven wel iets aan. Ik had me voorgenomen om te werken aan herstel van vertrouwen. Aan verbetering van de onderlinge verhoudingen.

Als ik de afgelopen weken iets geleerd heb, is het dit: ik kan dat niet. Ik sta hier dus niet als de rechtvaardige, maar als een kleine zondaar. Ik kan die veenbrand van wantrouwen niet wegnemen.

Ik heb ook geleerd dat ik dat niet hoef te doen. Er is er maar één die dat kan. God zelf. En zo mag ik hier staan als dienaar van een boodschap die veel groter is dan mijzelf. Ik kan maar één ding doen: jullie het goede nieuws van Jezus Christus voorhouden. Met de vraag erbij: geloof je echt in Jezus Christus? Geloof je echt dat het vandaag de dag van de redding is? Wil in verbondenheid met Jezus leven?

En zo staan we vanmorgen met elkaar stil bij 2 Korinte 5,21-6,2. Ik heb de preek als titel gegeven: Wees geen zondaar, maar word vandaag nog een vredestichter.

2. Vergeving – is dat eerlijk?

Als mij iets aangedaan is. Stel, ik fiets op een avond naar huis en ik word aangereden. Door iemand die teveel op had. De ambulance moet me naar het ziekenhuis brengen. Via de operatietafel en een revalidatie-oord kom ik hier weer terug. Maar het podium moet aangepast worden. Want ik moet met mijn rolstoel het podium op kunnen rijden.

Is het eerlijk om dan van mij te vragen die dronkelap te vergeven?

Of stel nu dat ik het zelf doe. Ik heb teveel op. En ik rijd iemand aan die in een rolstoel belandt. Misschien kan die ander het mij vergeven. Maar kan ik het mezelf vergeven? Kan ik mezelf vergeven dat iemand door mijn schuld levenslang in een rolstoel moet zitten? Is dat eerlijk?

Nee. Vergeving is niet eerlijk. Oog om oog, tand om tand is eerlijker.

Net zoals het niet eerlijk is wat God heeft gedaan.

Jezus was de enige mens zonder zonde. Paulus zegt dat Jezus degene is ‘die de zonde niet kende’. Deze perfecte mens heeft God één gemaakt met de zonde, zoals het in de tekst staat. De onschuldige heeft God tot zonde gemaakt. God heeft Jezus als de grootst mogelijke zondaar behandeld.

Is dat eerlijk?

Nee, natuurlijk niet. Dat is niet eerlijk.

Maar: is het daarom oneerlijk?

Als je ziet dat iemand in een moeras beland is. Is het dan oneerlijk om die ander in het moeras op te zoeken om hem uit het moeras te redden?

Oftewel: als God ziet dat wij in het moeras vastzitten. Het moeras van zonde, ellende, rottigheid. Wij zitten vast. Is het dan oneerlijk wanneer God – schoon en veilig in de hemel – in de viezigheid van het moeras stapt om ons eruit te redden?

Dat is toch niet oneerlijk – dat is onvoorstelbaar. Dat is een wonder!

En wat betekent dat?

Dit: als je bij Jezus hoort, zit je niet meer in het moeras.

En tussen jou en het moeras staat Jezus. Hij is in het moeras onder gegaan, maar er ook weer uitgekomen. Nadat hij ons eruit getild heeft.

Tussen mij en het moeras staat Jezus. Tussen mij en de zonde. Tussen mij en deze wereld vol ellende.

Dat wil zeggen: tussen mij in een rolstoel en die dronkelap staat Jezus. Als ik die dronkelap in elkaar zou willen trappen met mijn verlamde benen, in machteloze woede, dan staat Jezus daar – mijn redder. En misschien ook wel de redder van die dronkelap. En Hij houdt van mij.

Dat wil zeggen als door mijn schuld iemand anders in een rolstoel belandt: tussen mij en mijn schuld staat Jezus. Als ik me enorm schuldig voel, zelf wel in een rolstoel zou willen zitten, berouw heb. Dan staat Jezus daar. Jezus, die het hele leven zal genezen. Ook verlamde benen van een verkeersslachtoffer. En Jezus houdt van mij.

Is dat eerlijk?

Nee, natuurlijk niet. Dat is liefde. Liefde overstijgt al onze ideeën van eerlijkheid. Liefde is veel mooier dan eerlijkheid.

3. Jezus staat tussen jou en het moeras. Hij die zonder zonde is, is zonde geworden. God heeft hem behandeld als de grootst mogelijke zondaar. En dus: tussen jou en jouw zonde staat Jezus.

Maar in hoeverre dringt dat echt tot je door?

Hoe kun je dat testen?

De grote test is: Als jij iets verkeerd hebt gedaan, kun je dat dan toegeven? Kun je iemand recht in de ogen kijken en zeggen: Ik heb dit en dat verkeerd gedaan. Ik was fout.

Zonder maar.

Ik was fout, maar jij hebt het uitgelokt.

Ik was fout, maar dat kwam doordat ik slecht geslapen had.

Ken jij er zo nog een paar? Wat zijn jouw beste maar-en?

Als je echt eerlijk bent zeg je:

Ik was fout. En niet:

Dit verdiende misschien geen schoonheidsprijs.

Achteraf bekeken was het slimmer geweest om het anders te doen, maar …

Nee, ik was fout. Ik heb jou gekwetst.

Wat heeft dat hiermee te maken?

Nou dit: als Jezus tussen mij en mijn fout in staat, dan houdt Hij van mij ondanks mijn fout. En hij verlost mij van mijn fout. Dan kan ik dus anders omgaan met mijn fouten. Dan is er een uitweg, als ik mezelf klem zet.

En dan kan ik er dus eerlijk zijn over mijn fouten. Want Jezus redt! Prijs zijn grote naam!

Ik denk, dat wij allemaal veel te weinig beseffen dat Jezus tussen jou en je fouten instaat.

Hoe moeilijk is het soms, om ruiterlijk fouten toe te geven.

En nog veel moeilijker: daaraan toevoegen: Wil je het me vergeven?

Dat hoor ik mezelf bijna nooit zeggen.

Ik hoor het anderen ook bijna nooit zeggen.

Kun jij dat?

Kun jij een fout toegeven?

Zonder maar, zonder het kleiner te maken dan het is?

Kun jij iemand anders vragen: Wil je het me vergeven?

Als er drie mensen ruzie hebben, en jij bent een van hen. En alle drie hebben fouten gemaakt. Kun jij dan als eerste je fouten toegeven, zonder de anderen verwijten te maken?

Het maakt niet uit wat anderen doen, als ik een fout maak, moet ik die fout als eerste toe kunnen geven.

Ik zal jullie eerlijk zeggen: Er zijn momenten dat ik dit verrotte moeilijk vind. Als eerste je fouten toegeven zonder de ander direct ook een verwijt te maken.

Volgens mij is er maar één conclusie mogelijk: Wij beseffen allemaal nog veel te weinig, dat Jezus tussen ons en onze zonden in staat. En dat wij dus eerlijk kunnen zijn over onze fouten. Zelfs als dat gezichtsverlies betekent. Want Jezus houdt van je.

4. Maar Jezus wil ons niet alleen uit het moeras van de zonde verlossen. Hij wil niet alleen dat wij eerlijk zijn over de zonde. Hij laat ons niet druipend en koud aan de rand van het moeras staan. Hij heeft ook iets moois met ons voor. Benieuwd wat hij ons geven wil? Luister dan verder!

Wat dan?

In de NBV staat: zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden.
Maar vroeger stond er: opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods.

Wij moeten Gods gerechtigheid worden. Dat gaat veel verder dan ‘wij worden rechtvaardig’.

Dat ook: wij zijn onze zonden kwijt en zijn onschuldig. Jezus staat tussen mij en mijn zonde in. Mijn, jouw zonden: ze zijn weg!

Maar het gaat verder: wij kunnen Gods gerechtigheid belichamen, zichtbaar maken, tastbaar maken. En wat is ‘Gerechtigheid van God’?

Als Paulus die woordcombinatie gebruikt, ‘Gerechtigheid van God’, dan gaat het om de macht van God die onrecht recht zet, die kwaad wegdoet, en die bevrijdt, vrede sticht. Gods gerechtigheid, dat is twee dingen tegelijk: Het kwaad straffen en vrede stichten.

En wat heeft God nu voor ons in zijn hoofd?

Dat wij, zoals in 6,1 staat, Gods medewerkers worden. Mensen die vrede stichten. Geen zondaren meer, maar vredestichters.

Wij waren zondaren, vijanden van God. Wij hadden ruzie met God gemaakt. Maar wij worden Jezus’ vrienden. Gods kinderen zelfs. Dat is wat de Heilige Geest ons wil geven. De gezindheid van Jezus Christus. De gezindheid van een vredestichter. Dat gaat veel verder dan vergeving. De Heilige Geest wil ons mensen maken die vrede verkondigen, afbidden, voorleven. Door ons heen wil God vrede stichten op aarde.

Broers en zussen, ik had deze preek lang geleden gepland. Ik heb het idee dat ik dit vandaag moet zeggen.

Wij zeggen tegen elkaar: als er een conflict geweest is, moet je vergeven. Maar vrienden worden, dat hoeft natuurlijk niet.

Deze week ontdekte ik: Dat is een halve waarheid en dus een hele leugen.

Wat is Gods ideaal? Als er een conflict geweest is, vergeven en daarna nog betere vrienden worden dan voorheen. Als er een conflict geweest is, vergeven en daarna nog betere vrienden worden dan voorheen.

Dat is het voorbeeld dat God geeft, Gods gerechtigheid. En dat mogen wij belichamen. Dan zullen we groeien als kerk. Dan zullen mensen om ons heen zien wie God is.

En natuurlijk kunnen wij dat niet.

Maar weet je hoe dat heet? Zonde. Niet anders. Dat is zonde. Het verschil tussen ons en Gods volmaakte voorbeeld.

En dan blijft er nog maar een ding over: een gebed: Heer, ontferm u over ons.

5. Bid je dat wel eens? Heer, ontferm u over mij?

Of berust je in dat verschil: wij zijn toch onvolmaakt. Laat maar. Wij zijn toch maar zondaars.

Weet je hoe dat heet, die houding? Ook dat heet ‘zonde’.

Er worden soms dingen over onze gemeente gezegd, door gemeenteleden. De Heilige Geest is hier niet. De liefde van Christus is hier helemaal niet. Dat is te negatief.

Maar laten we helder zijn: als we allemaal Gods gerechtigheid zouden belichamen, als we allemaal vredestichters waren, dan waren we een andere gemeente. Dan was er geen veenbrand van wantrouwen. Dan werd er niet geroddeld. Dan werd er niet zo makkelijk geoordeeld. Dan waren er geen mensen die wegbleven. Geen mensen die zich onveilig voelden. Vast ook geen mensen die zich onttrokken. Wij allemaal, wij schieten tekort in het tastbaar maken van Gods gerechtigheid. Wij blinken niet uit als vredestichters.

En dat noemt de bijbel: zonde. Het grote verschil tussen Gods volmaaktheid en wat wij ervan bakken.

En tussen ons en die zonde, daar staat Jezus. En hij houdt van ons. En als je dan even doorleest in het begin van hoofdstuk 6, dan staat daar: Laat de goedheid die hij u bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: ‘Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van de redding help ik je.’ Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.

Wij zitten met problemen. En dan zegt God vandaag tegen ons: Nu is de dag van de redding.

Hou vandaag op met mopperen over anderen die moeten ophouden met zeuren. Dat is niet het belichamen van Gods gerechtigheid. Dan ben je geen vredestichter.

Hou vandaag op met oordelen, met roddelen, met naar anderen wijzen.

Hou vandaag op met anderen negeren, wegkijken.

Bij wie kwam je vroeger wel over de vloer, maar nu niet meer? Zoek ze weer op.

Wie zag je vroeger wel in de kerk, maar nu niet meer? Maak een afspraak en ga er langs.

Er zijn mensen die de afgelopen weken gezegd hebben: Nu moet er eens wat gebeuren.

Ik denk dat dat klopt.

Dan moet er één ding gebeuren: Jij en ik, wij moeten zelf vredestichters worden.

En nu is het moment. Kies er voor om Jezus te volgen – meer dan je tot nu toe deed. Vraag de Heilige Geest om in je hart te wonen. Je hart opnieuw te vullen. Met vrede, met de gezindheid van een vredestichter.

Wij allemaal, jij en ik, onze eerste verantwoordelijkheid is: Vrede stichten. Je ervoor inspannen dat je vijanden je vrienden worden.

Dat bedenk ik niet, dat zegt God tegen ons.

Want de oproep komt van God zelf: Wees geen zondaar, maar wordt vandaag nog een vredestichter.

6. Maar hoe kan dat?

Hoe kan ik van een zondaar veranderen in een vredestichter?

Drie dingen daarover:

Als eerste: tussen jou en jouw zonde staat Jezus. Laat dat tot je doordringen. Ik denk dat we het met elkaar eens kunnen zijn dat wij allemaal te weinig beseffen dat dit zo is. Jezus staat tussen mij en mijn zonde. Werk er aan dat je dat wel tot je door laat dringen.

Schrijf bijvoorbeeld op een briefje: ik was een zondaar, ik mag door Jezus een vredestichter zijn. Begin elke dag met dat briefje. Voor je onder de douche stapt, voor je je gaat scheren, voor je in de spiegel kijkt: lees eerst dat briefje. Zodat het doordringt.

Als tweede: tussen jou en de zonde van de ander staat Jezus. Jezus, die zegt: ik houd van jou, maar ook van die ander. Laat ook dat tot je doordringen.

Maar het belangrijkste vind ik het derde. In 5,21 staat letterlijk: wij worden gerechtigheid van God in Hem, in Christus.

Als wij in Christus zijn, als wij dichtbij Jezus Christus zijn, dan wordt Gods vrede zichtbaar. Voor onszelf allereerst. Vergeving en liefde voor mij! Maar ook voor anderen. Als de Geest van Jezus ons hart vult, dan is daar vrede. Dan worden wij vredestichters. Dan wordt Jezus Christus de hoofdpersoon in ons leven. Dan zien mensen Jezus Christus in ons leven. Wij zijn in Hem en Hij is om ons heen. Dan zien anderen niet ons, maar Jezus, de grote vredestichter.

Hoe word je van zondaar vandaag nog een vredestichter? Door je zonde te belijden. Door in Jezus Christus te zijn. Door heel dichtbij Jezus te leven. Door de Heilige Geest te vragen je te vullen. En dat kun je vandaag doen.

Vandaag is het de dag van de redding, zegt de bijbel.

Vandaag is de dag om uit te roepen: Heer, ontferm u over mij. Je zonde te belijden.

Vandaag is de dag om opnieuw te besluiten: ik wil Jezus volgen.

Vandaag is de dag om te bidden: Heilige Geest, vul mijn hart.

Ik wil geen zondaar zijn, ik wil een vredestichter zijn. Heilige Geest, verander mij.

Als je God in je leven aan het werk laat, zul je het merken: vandaag is de dag van de redding.

Dat verzeker ik jullie in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.