2 Korinte 5,14a – Wat drijft je?

Hans Burger
Hans Burger
15 september 2007

2 Korinte 5,14a – Wat drijft je?

image_pdfimage_print

2 Korinte 5,14a – Wat drijft je? -

Gedreven door de liefde van Christus (jaarthema – 1)

ds. Hans Burger

Liturgie

  • Voorzang: Gez 158 (nieuw)
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 16,1.3
  • Wet
  • Zingen Gez 157 (NG 80)
  • Gebed
  • Schriftlezing – Rom 5,1-11 – 2 Kor 5,11-15
  • Zingen: Ps 63,1.2
  • Tekst 2 Kor 5,14a
  • Preek
  • Zingen: Gez 140,2.3 (was GK 36)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 85,3.4
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting, vragen en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over 2 Kor 5,14a – Gedreven door de liefde van Christus (1): Wat drijft je?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat drijft je? Waarom doe je de dingen die je doet?

Neem nu Rita Verdonk. Wat zou haar gedreven hebben om die opmerking te maken, over de VVD die in het vreemdelingendebat de bal is kwijtgeraakt aan Geert Wilders? (Stel dat ze het zo gezegd heeft) Teleurstelling – in mijn tijd als minister stond de VVD midden in de schijnwerpers; en nu hoor je steeds over die Geert Wilders? Geldingsdrang – hadden ze mij maar lijsttrekker gemaakt, dan was het anders gegaan? Ik weet het niet.

Wel kun je nog dieper doorvragen op haar drijfveren. Er zijn mensen die zeggen dat ze premier wil worden.

En daar kun je ook weer op doorvragen – waarom wil iemand premier van Nederland worden?

Nu gaat het me niet om Rita Verdonk. Je kunt zulke vragen ook aan mij stellen, of aan jezelf. Waarom ben ik hier dominee geworden? Uit liefde voor Christus? Of is er iets anders wat me drijft?

Er kan van alles zijn dat je drijft. In het klein, en in het groot. Verlangen naar materiële beloning. Naar macht en invloed. Of naar sociale contacten. Status.

Je kunt gedreven zijn door haat. Je doet iets omdat je een afkeer van iemand hebt. Of door wrok. Wraak willen nemen. Door teleurstelling. Tegenwerken omdat het niet gaat zoals je wilt. Maar ook door dwaasheid of verveling. Gewoon iets doms doen omdat je niets beters te doen hebt en zin hebt om te pesten.

Zo is het in het gewone leven, maar zo is het ook in de kerk.

Je kunt gedreven zijn door de liefde van Christus – dat is natuurlijk het mooiste, dat willen we. Maar er kan ook veel anders zijn dat je drijft. .

Je kunt gedreven worden door een verlangen naar gezelligheid. Een warme gemeenschap waar we het goed hebben met elkaar.

Of door een verlangen naar rust en zekerheid. Een stabiele club van bekende mensen waar het gaat zoals het altijd ging.

Of naar momenten dat je diep geraakt wordt en iets beleefd. Bijzondere ervaringen waar je warm en blij van wordt.

Je kunt ook gedreven worden door pijn en teleurstelling. Mensen hebben je teleurgesteld, het gaat niet meer zoals vroeger.

Of door een verlangen naar macht. Je wilt de dingen naar je hand zetten en ervoor zorgen dat het zo gaat als jij het wilt.

Of je wilt opvallen, een christen zijn waar mensen tegen op kijken.

2. Als het om drijfveren gaat, loop je tegen een groot probleem aan: het hart van de mens. Met ons hart is iets grondig mis, tenminste, het hart van een zondaar. Het kwaad zit in ons eigen hart.

En hoe komt dat?

Er is één relatie die fundamenteel is voor ons leven: je relatie met God. Dat is de relatie met de bron van je leven. Die relatie geeft je leven stabiliteit, grond onder de voeten.

En in die relatie is iets mis gegaan. Dat heet: zonde. Zonde is een kapotte relatie met God, je schepper. De gevolgen zijn ingrijpend.

Er is van alles in ons bestaan gekomen wat er vroeger niet was: angst, ten diepste de angst om er niet meer te zijn, de angst dat er een eind komt aan je leven. Onzekerheid – ons leven is onzeker geworden. En een diepe honger, naar vastigheid, naar liefde, en ten diepste naar God.

Wie je ook bent, wat je drijfveren ook zijn, uiteindelijk geldt voor ons allemaal dat onze ziel dorst naar God. Alleen God kan ons hart vervullen, zoals we in het begin zongen. Volgens C.S. Lewis hebben wij mensen een gat in ons hart. Alleen God kan dat gat vullen. En zolang dat gat niet gevuld is, hebben we allemaal honger.

En die honger doortrekt alles. Die honger maakt dat we ten diepste allemaal op ons zelf gericht zijn. Tenminste, zolang we los van Jezus Christus leven. En daarna zul je ook steeds weer merken dat het ons in het bloed zit, ook in de kerk. Dat je jezelf steeds weer tegenvalt.

Herken je dat bij jezelf?

Angst – voor God, of voor de dood, of voor wat mensen van je zullen vinden.

Bezorgdheid – het gaat nu goed met me, maar blijft dat zo? Hoe moet ik verder?

Onzekerheid – word ik gewaardeerd? Doe ik het goed? Wat moet ik doen, wat wil ik eigenlijk?

Maar dan ook je neiging om al die onrust buiten beeld te houden, te bezweren, controle terug te krijgen.

Het kan zijn dat je zoekt naar rust en zekerheid. Geen verandering, je weet wat je hebt, en het is wel prima zo. Ik neem geen risico’s.

Of het uit zich in geldingsdrang. Ik zal me niet laten kisten. Ze zullen me zien staan, ik zal mezelf bewijzen.

En daaronder, willen we niet allemaal gezien worden? Gewaardeerd? Herken je dat niet ook bij jezelf, een diep verlangen naar liefde? Een verlangen naar God?

 

3. Maar God is in de persoon van Jezus Christus naar ons toe gekomen. Gedreven door liefde. Dat is het grote keerpunt. Dat kan het grote keerpunt worden – of het is het al – in jouw leven.

In de persoon van Jezus Christus laat God zien: hij houdt van ons. Waarom maakt dat alles anders?

Stel je jezelf voor, een eenzaam en hongerig mensje. Bezig te overleven. Al lang niet onder de douche geweest. Een zwerver in oude kleren; ze stinken. Je hamstert, want je moet in elk geval zeker zijn dat je te eten hebt. Pakken wat je pakken kan. Een verloren zoon of dochter.

En dan komt Jezus naar je toe. Je ziet zijn ogen – vriendelijke ogen. Je hoort zijn stem – een prettige stem. Je wilt voor hem weglopen, maar je proeft dat het hem menens is. Hij is echt in je geïnteresseerd. In mij? Ja, in jou.

Hij zegt: Ik geef mijn leven voor jou. Ik wil je schoonwassen met mijn bloed. Je zonden neem ik mee in mijn dood. Je schuld betaal ik. Je bent vies en je stinkt, maar dat zal niet lang meer duren. Van mij krijg je nieuwe kleren. Een nieuwe mens – trek die maar aan.

Maar hij zegt ook: ik ben het levende brood. Ik wil je honger stillen. De leegte vul ik op. De onzekerheid neem ik weg. Ik draag je en ik geef je nieuw leven, dus je hoeft niet meer bang te zijn dat je in het niets zou verdwijnen. Ik geef je alles wat je nodig hebt, en nog veel meer. Wat je over hebt, hoef ik niet terug, dat geef je maar aan iemand die het nodig heeft.

En hij belooft je: je bent nu een zwerver. Ik breng je thuis. Thuis bij God, je Vader. Je zult God zien. De diepste verlangens van je ziel, die zal ik vervullen. Je zult leven met een diepe vrede. Met diepe rust. Leven met God, voor altijd.

Die diepe honger, die al onze drijfveren doortrekt, die stilt hij.

Hij houdt van je. Sterker nog: hij is het bewijs dat God van je houdt.

Hij brengt je weer bij God. Hij herstelt je relatie met je Vader.

Hij geeft je bestaan zekerheid. Door zijn dood en opstanding mag je leven met God. Niet meer bang of schuldig, geen loser meer. Door hem ben je iemand – zoon of dochter van God zelf.

Die liefde van Christus is het keerpunt. Is die liefde het keerpunt in jouw leven? Dat wens ik jullie van harte toe – dan gaan er mooie dingen gebeuren.

4. En over die liefde heeft Paulus het hier. Wat hem drijft, is de liefde van Christus.

Die liefde stopt dus niet bij je bekering. De liefde van Christus gaat door. Je wordt een middel om die liefde door te geven, zelf gedreven door die liefde.

De liefde van Christus, waar gaat het dan om?

Je zou misschien denken: Paulus heeft zelf net zo’n soort liefde als Jezus Christus. Hij is aangestoken door het vuur, het enthousiasme van Jezus zelf. En nu gaat hij er ook voor. Mooi voor Paulus, maar ik heb dat niet zo.

Maar laten we dan nog eens kijken wat Paulus eigenlijk zegt. Hij heeft het over ‘de liefde van Christus’.

Dat wil zeggen: de liefde die Jezus zelf had, die hij zelf in praktijk bracht, die liefde drijft Paulus. Denk aan wat hij schrijft in Romeinen 5: de Heilige Geest giet de liefde van God in onze harten. Het gaat hier dus maar niet om de liefde van Paulus zelf. Het gaat hier om de liefde van iemand anders.

Op zich een rare gedachte. Hoe kan ik nu mijn liefde in jouw hart overbrengen? Liefde is toch geen water, dat je uit kunt gieten?

Het gaat hier inderdaad om een goddelijk geheim. De liefde die Jezus zelf heeft, die wordt in ons hart gelegd. Dat overkwam Paulus, maar het overkomt nog steeds mensen. De ervaring dat je een diepe vrede in je hart krijgt. Of dat je als ouderling of als dominee ergens op bezoek gaat en bid of Christus’ liefde me wilde doortrekken – en je merkt dat je boven jezelf uitgetild wordt. Als Christus’ liefde je drijft, dan word je gestuurd door een liefde die niet van jezelf is. En dat kan met ons allemaal gebeuren.

De liefde die Jezus had, die wordt je drijfveer.

Dat wil zeggen: zijn liefde voor God. Hij hield van zijn Vader. Hij ging voor zijn Vader. Zijn toewijding aan God was volmaakt. Niets liever wilde hij dan doen wat zijn Vader wilde. Hij wilde zelfs zijn leven afstaan, als zijn Vader dat wilde. Die toewijding kan onze drijfveer worden.

Maar het is ook zijn liefde voor zijn leerlingen, je broers en zussen in de kerk. Probeer je voor te stellen met hoeveel liefde Jezus van jou houdt. Kijk dan eens naar degene naast je, of voor je. En denk je in: met net zoveel liefde houdt Jezus van hem of haar.

En het is zijn liefde voor de mensen op straat. De mensen die er nog niet zijn. De verloren zonen en dochters, eenzaam en vies misschien. Die liefde, die kan je drijfveer worden.

5. Is dat niet te groot? Kunnen wij zo liefhebben?

Ik ben de preek inderdaad begonnen met onze eigen drijfveren. En die schieten vaak tekort. Onze liefde is maar klein. Hoe moet het dan ooit wat worden? Kan het wel – die liefde van Christus als drijfveer? Kunnen we niet beter zeggen – dat kan niet? Dat moet je ook niet willen, daar frustreer je elkaar alleen maar mee.

Een voorstelbare vraag.

Ik wil er een paar dingen over zeggen.

Als eerste: onze liefde is te klein. Wij zijn van binnen altijd niet zo liefdevol. Liefde opbrengen is soms vermoeiend, en soms is de energie op. Let er daarom op: Paulus heeft het hier ook niet over zijn eigen liefde. Paulus zegt niet dat zijn liefde volmaakt is. Hij heeft het over de liefde van Christus. We hebben een stuk uit Romeinen 5 gelezen, ik noemde het net ook al. Daaruit weten we dat volgens Paulus de Heilige Geest een liefde in ons hart kan leggen. Een soort liefdestransplantatie, liefdestransfusie. Wij hebben kleine liefde. Maar de Geest legt nieuwe liefde in ons hart, de liefde van iemand anders, van Jezus Christus.

Maar dan moet je toch iets van die liefde in je hart merken? Moet er dan geen gevoel zijn?

Wel, in de bijbel is liefde geen gevoel. Wij denken dat vaak wel. En dan heb je het gevoel of je hebt het niet. Heb je het niet, dan houd het op. En dat is soms ook wel makkelijk…

Maar liefde heeft ook te maken met willen, volhouden, kiezen. En dan is het belangrijk dat Paulus hier in 2 Korinte niet het beeld gebruikt van een liefdestransplantatie of liefdestransfusie. Dan verandert er iets van binnenuit. En dat gebeurt ook. Maar er is meer. Paulus zegt hier: hij wordt bestuurd door, aangedreven door, beheerst door Jezus Christus zelf – en door zijn liefde. De liefde van Christus is ook een duw in de rug, een stimulans, een voorbeeld. Het is ook een kracht van buiten. De liefde van Christus is een geheel dat veel groter is dan jij en ik, veel meer dan mijn en jouw gevoel. De liefde van Jezus Christus, Jezus Christus zelf tilt je over je eigen beperkte liefde heen, je dubbele drijfveren, je soms halfhartige motieven. De liefde van Jezus Christus is een kracht die ons op sleeptouw neemt, ons meeneemt.

Hoe word je iemand gedreven door de liefde van Christus?

Daar wil ik in de volgende preek meer over zeggen. Nu beperk ik me tot een kort antwoord: lees en herlees Romeinen 5,1-11. Laat tot je doordringen wat Paulus hier zegt. Bid dat je het mee kunt maken. Bid om de Heilige Geest. Bid om een liefdestransplantatie, om steeds weer een nieuwe liefdestransfusie. Bid dat de liefde van Christus je raakt. Dat je het mee zult maken en kunt zeggen: ik ben gedreven door de liefde van Christus.

6. Want wij hebben samen als gemeente zulke mensen nodig. En onze maatschappij heeft zulke mensen nodig.

Mensen die niet zeggen: iedereen roddelt, waarom zou ik als eerste er mee ophouden?

Iedereen klaagt en moppert, wat kom je dan bij mij dat ik dat niet zou doen?

Iedereen bewaart afstand, waarom zou ik me dan kwetsbaar opstellen?

Ik weet hoe lastig het is om in te gaan tegen een negatieve sfeer in een groep. Hoe eng het soms is om in positieve zin eruit te springen en een goed voorbeeld te geven.

En toch, iemand moet de eerste zijn. Jezus Christus was de eerste. Hij wil niets liever dan dat jij met hem mee doet. En dan het liefst niet alleen, dat is veel te zwaar. Maar samen. Samen met een paar mensen een positief voorbeeld geven – zo kan het ook. Samen met een paar mensen je gewonnen geven, zodat de liefde van Christus jou aanstuurt.

En ze zijn er, zulke mensen, ook in onze gemeente. Mensen om je aan op te trekken. Inspirerende voorbeelden. Zoek ze op en laat je meenemen.

We hebben ze nodig – als gemeente; allemaal op tijd. Misschien ben je soms een voorbeeld voor anderen, op een ander moment heb je iemand nodig om je aan op te trekken. En Nederland heeft meer van zulke mensen nodig. Overtuigde christenen, gedreven door de liefde van Christus, die een goed voorbeeld durven geven. Die zich niet met de massa mee laten sleuren, steeds verder van het hellend vlak af. Maar die tegen de stroom in durven gaan. En die in Christus de kracht vinden om dat te doen.

Mensen die er staan. Die ervoor gaan: liefhebben.

God liefhebben – de bron van je leven. De bron ook van al je liefde. We hebben mensen nodig die durven getuigen van hun liefde voor God. Die kunnen laten proeven: ik ben diep onder de indruk van de grootheid van God. Die God gewoon gehoorzamen.

Je broers en zussen liefhebben, in de gemeente. Als Jezus net zoveel van hen houdt als van jou, waarom jij dan niet? We hebben mensen nodig, die verbondenheid stichten. Die zich inzetten voor de verbetering van relaties. Die een sfeer positief kunnen beïnvloeden.

En die mensen op straat, die Jezus nog niet kennen. Heb ze lief. God heeft geen plezier in de dood van zondaren. We hebben mensen nodig die op de straten op zoek gaan. Mensen die anderen Gods bewogenheid laten voelen.

Laat de liefde van Christus je grote drijfveer zijn!

Amen