1 Petrus 4,6 – Gastvrijheid

Hans Burger
Hans Burger
14 juni 2009

1 Petrus 4,6 – Gastvrijheid

image_pdfimage_print

Avondmaal

Liturgie

Voorzang: Gez 156,1.2.4
Welkom
Stil gebed.
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 84,1.2
Wet
Zingen: Ps 135,3.12
Gebed
Schriftlezing:
- Genesis 18,1-10a
- 1 Petrus 4,7-11
Preek over 1 Petrus 4,9
Zingen: LB 106
Kinderen
Gebed
Avondmaalsviering:
- Formulier
- Zingen: LB 360
- Viering
- Zingen: Ps. 103,1.3.4.5
Collecte
Zingen: Ps 150
Zegen


Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 4,9 – Gastvrijheid

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen, maar natuurlijk ook u die bij ons te gast bent,

1. Gastvrijheid.

Waar denk je dan aan?

Ik moet dan denken aan Abraham. Genesis 18, we hebben het gelezen. Abraham staat met zijn tenten bij de eiken van Mamre.

Ben je wel eens midden in de zomer in Zuid-Frankrijk of Spanje geweest? Dan weet je: midden op de dag kun je maar beter in de schaduw zitten. Als je midden op de dag toch mensen actief ziet, zijn het meestal Nederlanders, of andere vakantiegangers.

Abraham zit lekker in de schaduw. Dan ziet hij drie mannen staan. Abraham wacht niet af, maar rent naar ze toe om ze uit te nodigen. ‘Loop niet langs mijn huis zonder bij mij te komen! Maak het u makkelijk hier onder de bomen. Ik zal water halen waarmee u zich kunt verfrissen. En ik zorg voor een lekkere maaltijd.’ Abraham zoekt een mooi kalf met mals vlees. Terwijl Sara uitstekend eten klaar maakt, brengt hij ze fris water. Hij zet ze drinken voor en vraagt vol belangstelling wie ze zijn. De reizigers genieten van de rust en de schaduw.

Als het nu zo gegaan zou zijn? Abraham ziet in de verte drie mannen. Hij draait zich om zodat hij ze niet meer kan zien. Maar de drie mannen komen toch naar zijn tent. Abraham zucht. Doen of hij niets ziet kan niet meer. Een van de mannen vraagt al: Mijnheer, hebt u even iets te drinken voor ons? Chagrijnig staat Abraham op. Waarom moeten ze nu juist bij hem zijn? Hij laat zijn gasten staan en sloft naar binnen. Hij zorgt er wel voor dat hij ze in de gaten kan houden. Stel je voor dat ze iets jatten. Met één beker lauw water loopt hij terug. Wat opgelaten staan de drie mannen buiten in de hete zon op hem te wachten. Ze drinken samen de beker leeg. Abraham staat ongeduldig naar ze te kijken. Gelukkig, ze gaan weer verder.

Ben je gastvrij? Dat je het leuk vindt als iemand jouw gast is? Dan stap je op die ander af, met liefde in je hart. Misschien is het wel een onbekende. Je nodigt de vreemdeling uit in je huis. Voelt hij zich er wel thuis? Je zet hem wat lekkers voor. Je bent geïnteresseerd. Je zorgt dat hij het goed bij je heeft en op adem kan komen.

Hoe gastvrij ben jij?

Houd jij anderen het liefste op afstand? Stel je voor dat ze je pijn doen. Je kunt anderen als een bedreiging gaan zien; lastig. Dat herken ik wel. Dan lukt het niet om gastvrij te zijn.

Of nodig je ze uit? Wat zou ik ze kunnen geven? Dan ben je in anderen geïnteresseerd. Hoe zou je hun leven mooier kunnen maken? Dat wil ik graag. En jij? Hoe gastvrij ben jij?

2. Laten we het eens concreet maken aan de hand van een punt dat in onze gemeente in discussie is.

 We hebben in april een gemeenteavond gehad over onze gemeente. Een van de punten die daar naar voren kwam was het koffiedrinken na de kerkdienst. Is dat wel nodig, iedere zondag? Vroeger kwam iedereen bij iedereen op de koffie. Nu gebeurt dat niet meer. Zou dat niet komen doordat we elke zondag koffiedrinken?

Daar wordt over na gedacht. Maar nu al kun je aan de hand daarvan een paar dingen zeggen over gastvrijheid.

In dat koffiedrinken komt uit wat wij met elkaar willen: een gastvrije gemeente zijn. Voor elkaar, en voor gasten. We hopen dat iedereen zich hier welkom voelt. Waarom? Omdat we allemaal welkom zijn bij God.

Wat heb jij zelf liever, als je ergens voor het eerst bent: dat je voor de dienst een tikje op je schouders krijgt ‘mevrouw, u zit op mijn plaats’? Dat je weggekeken wordt? Of dat je bij de deur welkom geheten wordt, na de dienst uitgenodigd wordt voor koffie?

Dat is de waarde van het koffiedrinken. Het past bij Gods gastvrijheid.

En dat werkt het beste, als wij – dan heb ik het even tegen de belijdende leden – zelf gastvrij zijn.

Daarom is het een mooie test voor je eigen gastvrijheid.

Als er een onbekende in de koffiekamer komt, stap jij er dan op af? Of praat je alleen met je vrienden en zie je de rest niet staan? Met je eigen generatie, of ook iemand die juist veel jonger is, of veel ouder? Of ga je direct naar huis zonder dat je behoefte hebt aan anderen?

En dan als het gaat over bij elkaar thuis koffie drinken.

Dat er hier in de kerk koffiedrinken is, hoeft niemand tegen te houden om anderen mee te vragen op de koffie. Of je gaat eerst samen hier koffiedrinken en daarna mee – kun je tegelijk samen lunchen. Wie heb jij het afgelopen jaar thuis uitgenodigd? Om koffie te drinken, om te blijven eten? Niemand houd je tegen om vandaag te beginnen: nodig elke drie week iemand op de koffie uit. Steeds iemand die nog nooit bij jou thuis geweest is.

Vraag dan echt hoe het met elkaar gaat. Misschien is die ander alleen; weduwe of weduwnaar. Hebben ze geen kinderen, of zijn ze misschien wel bezig met adoptie. Wat weet je van elkaar? Laat aan elkaar merken: ik heb jou innig lief.

Dat zegt Petrus: Heb elkaar innig lief. Dat wil zeggen: wees gastvrij voor elkaar zonder te klagen.

3. Maar waarom? Moet ik weer wat. Ik ben al blij als ik even rust voor mezelf heb. We hebben het allemaal al zo druk.

Waarom is het belangrijk om gastvrij te zijn?

Stel dat wij het allemaal zo druk hebben dat er geen energie over blijft om gastvrij te zijn, wat voor leven hebben we dan met elkaar? Dan krijg je toch een harde wereld vol eenzame mensen. Leven we dan nog wel in de vrijheid van Christus? Of ben je dan een slaaf van je agenda, van je werk? Christus maakt ons juist vrij om lief te kunnen hebben. Om gastvrij te kunnen zijn.

Waarom gastvrij zijn?

‘Wees gastvrij’, zegt Petrus. Kijk naar God: God is zo gastvrij dat hij zijn vroegere vijanden bij zich aan tafel uitnodigt. We vieren avondmaal vanmorgen! ‘Zonder klagen’, zegt Petrus. Kijk: Onze Vader in de hemel klaagde zelfs niet, toen die gastvrijheid hem zijn Zoon kostte. God blijft gul uitdelen. Zodat we elke zondag lekker even tot rust kunnen komen. In de schaduw van de eeuwige sabbat.

God geeft een overvloed van genade. En veelsoortige gaven, zegt Petrus.

Wat is het mooiste? Als wij daarvan doorgeven. Als wij laten zien: God heeft zoveel gegeven dat ik jou weer kan geven. Dat is leven voor Gods eer – vers 11.

Dan kan de ander in jouw gastvrijheid Gods gastvrijheid terugzien.

Kijk maar wat Petrus zegt in vers 11.

God spreekt – we horen Gods woorden. God nodigt ons uit, jou en mij. Hier aan deze tafel. In zijn vaderhuis. Gods woorden zijn uitnodigend. Stellen ons op ons gemak. Jou, maar ook die ander. Als jij iets zegt, laten Gods woorden daar dan in door klinken. Wees gastvrij in wat je zegt.

God geeft kracht. Daarom kun jij gastvrij zijn. Help de ander vanuit de kracht die God geeft.

En als je nu echt geen puf hebt om gastvrij te zijn?

He hallo! Gastvrijheid begint niet bij jou thuis. Gastvrijheid begint bij God, aan het avondmaal. Ga eerst zelf maar weer eens genieten van Gods gastvrijheid. Kom, vier het avondmaal mee. Kom eerst zelf maar weer eens op adem. Luister wat God tegen jou zegt. Bid dat de Geest je nieuwe kracht geeft. God weet het wel, als jij geen puf hebt. Van God krijg je de tijd. Het mag groeien. Je mag veranderen. Dat wil Hij je juist geven: dat jij geleidelijk verandert in een prachtige gastheer of gastvrouw.

4. En laat je verrassen. Wie weet wat je gasten voor jou meenemen. Via jouw gasten kan God jou verrassen met dingen die je nooit verwacht had. Vind je een gast lastig? Een bedreiging? Ben je band dat het een dief is?

Kijk dan eens hoe het afloopt in Genesis 18.

Abraham ontving de drie mannen. Op een gegeven moment belooft één van hen: Over een jaar zal je vrouw Sara een zoon hebben. Stel dat Abraham hen niet ontvangen had…

Als je geniet van Gods gastvrijheid, kunnen er mooie dingen gebeuren.

Volgens mij merken we dat toch ook in onze gemeente.

Afgelopen week waren we als kerkenraad twee keer bij elkaar. Maandag voor kerkvisitatie, dinsdag voor een kerkenraadsvergadering. De wisseling van de wacht. Met lekkere koeken erbij. Vincent van Leijen en Henk Gunnink waren er voor het laatst, Ben Buisman en Arie Troost waren er voor het eerst na hun bevestiging. Arthur Tolsma en Fred Bakels konden er niet bij zijn.

Op die vergaderingen hebben we teruggekeken op het afgelopen seizoen. De laatste anderhalf jaar waren niet makkelijk. Er spelen dingen die echt lastig zijn. Maar we zijn hier Gods gasten. Dat blijft staan. We hebben van de week tegen elkaar gezegd: God heeft ons niet in de steek gelaten. Dat merk je toch? Jullie hebben je ingezet, Vincent, Henk, Arthur. Klaas blijft nog aan. Nu krijgen we Ben, Arie en Fred – gaven die de Geest aan onze gemeente geeft.

We zijn Gods gasten – hier aan de avondmaalstafel. Door Jezus Christus mogen wij bij God komen. Thuis zijn bij God.

Wij hebben zoveel reden om God te danken en te prijzen, om vol verwachting te zijn. Halleluja!

Misschien zie je er wel tegen op. Mensen ontvangen. Op mensen afstappen. Investeren in contact.

Kom dan hier aan tafel. Geniet van alles wat God je geeft. Kracht, liefde, inspiratie, om met elkaar verder te gaan. Genezing voor pijn en beschadigd vertrouwen. Je krijgt wat je nodig hebt.

Dan is er innige liefde – innige liefde die tal van zonden bedekt. Dan heb je energie om je gaven die je van God gekregen hebt te gebruiken voor de anderen.

En denk aan wat er met Abraham gebeurde. Wie dan zelf gastvrij is, die krijgt zulke mooie dingen van zijn gasten. Als ik terugdenk aan dat koor uit Roemenië: wat was het mooi om hen te ontvangen. Om twee koorleden thuis te mogen ontvangen.

Daarom staat er in Hebreeën 13,1 en 2:

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

Heb jij wel eens een engel gezien? Wees gastvrij! Wie weet hoeveel engelen je in huis mag ontvangen!