1 Petrus 1,3-9 – Blij met God, ook al word je beproefd

Hans Burger
Hans Burger
23 augustus 2009

1 Petrus 1,3-9 – Blij met God, ook al word je beproefd

image_pdfimage_print

Liturgie

 

  • Voorzang: Gez 171,1.2
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 134
  • Wet
  • Zingen: Ps 119,3.5
  • Gebed
  • Lezen: – 1 Petrus 1,1-13- 1 Petrus 4,12-19
  • Zingen: Ps 16,1.3.5
  • Preek over 1 Petrus 1,3-9
  • Zingen: LB 288,1.2.4.8(‘s MiddagsGeloofsbelijdenisPsalm 103,1.9)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 70
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens wordt gelezen. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 1,3-9 – Blij met God, ook al word je beproefd

 

1. Wie weet wat ik hier bij me heb?

Het zijn twee stukken lood. Ze liggen op mijn bureau. Weet je waarom? Mijn opa heeft ze gemaakt. Van lood dat er vroeger om wijnflessen heen zat. Tegenwoordig zit de kurk van een fles onder plastic, vroeger was dat lood. Mijn opa spaarde dat lood. Als hij genoeg had, pakte hij zijn oude pannetje en zette dat op het gasfornuis. Ik herinner me nog heel goed hoe hij dit stuk lood maakte. Die netjes opgevouwen stukjes donkerrood lood. Ze smolten in de pan. Dan kwam er op het lood zo’n schuimlaagje drijven. Vuil. Verf. Dat schepte hij er voorzichtig af. Wat je dan overhield, was puur lood. Dat goot hij in een vorm. En dan kreeg je dit: echt lood.

Door de warmte van het vuur werd de echtheid van lood getest. Het werd gereinigd, schoongemaakt. Het vuil kon je er zo van afscheppen. Wat je overhield, was echt lood.

Waarom vertel ik dat?

Ik moest eraan denken omdat Petrus het heeft over goud dat door het vuur wordt getest. Misschien denk je als het gaat over vuur, over een vuurproef aan die verschrikkelijke gebeurtenis in Kampen afgelopen week: kinderen die omkomen door het vuur. Daar gaan we straks zeker voor bidden. Petrus denkt aan iets anders: het vuur van een goudsmid – daar gaat het in de rest van de preek over: vuur dat gebruikt wordt om goud te smelten. Je schept het vuil eraf, en dan houdt je puur en echt goud over.

Het is een beeld voor wat er met ons allemaal gebeurt. We moeten beproevingen verduren, schrijft Petrus. Dat is net zo’n soort test. Wat wordt er getest? De echtheid van ons geloof. In de beproeving blijkt: wat is echt geloof? Wat is schuim waar je niets aan hebt? Vuiligheid, die weg moet? In de beproeving wordt het schuim en de vuiligheid weggeschept. En wat blijft er over? Geloof dat sterker is geworden, puurder en echter.

Dit gedeelte uit 1 Petrus vond ik mooi om zo direct na de vakantie over te preken. De vakantie is voorbij. Hoe begin je weer aan een nieuw seizoen?

Petrus zet een aantal dingen op een rijtje. Dingen die je helpen om op een goede manier te beginnen:

- realistisch: er zijn beproevingen

- vol hoop: Jezus is opgestaan

- vol geloof: gericht op iets geweldig moois

- vol blijdschap: God is onze redder!

Laten we er eens wat beter bij stilstaan en kijken wat God ons hier wil zeggen.

2. Petrus is realistisch: tot ons verdriet moeten we nu nog allerlei beproevingen verduren. Herkenbaar, of niet?

Conflicten thuis of op je werk. Problemen waar je niet uit komt. Zit je al weer bij de dokter, de zoveelste keer. Matheid en dorheid in je hart. Je zou aardiger willen worden, maar het lukt niet Vragen waarop je van God geen antwoord krijgt. Vul het zelf maar in. En Jezus zien we niet. Lastig hè?

Is al het lijden een beproeving van God? Niet vanzelf. Maar zo wil God het wel gebruiken. Lijden wat je meemaakt als christen wordt een beproeving, een test van je geloof.

Petrus zegt zelfs: je loopt misschien juist als christen tegen die beproevingen aan. Kijk maar in 1 Petrus 4: het oordeel van God begint bij Gods eigen mensen.

Waarom? Denk weer aan de goudsmid. Waar gaat de goudsmid mee aan de slag? Met goud, niet met waardeloos materiaal. Een goudsmid wil puur echt goud. Dus gaat hij smelten, reinigen, om goud van kwaliteit over te houden.

Waar gaat God mee aan de slag? Met de gelovigen. God wil zo ook echt geloof over houden. Hij wil ons geloof testen, reinigen, laten groeien. Hij gaat voor geloof van eerste klas kwaliteit. Bijzonder: dat geloof is veel meer waard dan goud!

God test mij, jou, ons: wat is geloof? En wat is vuil, zonde en ongeloof?

Maak jij beproevingen mee? Die hebben een doel: dat er puur geloof overblijft. En het andere uit je leven verdwijnt.

Werkt het bij jou ook zo? Wat gebeurt er als jij getest wordt?

Hoe stel je je op als je beproefd wordt, zodat je geloof er sterker uitkomt?

Nou, door te zeggen: Heer, beproef me maar. Ik wil graag van u leren. Ik wil graag groeien in geloof. Here Jezus, zonder u kan ik niets. Zoals het in het slot van psalm 139 staat:

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.

Dan wordt je geloof echter. Groter. Puur. En onheiligheid, ongeloof, zonde – ze worden weggesmolten.

Zeg dus niet:

Wat moet ik nu weer met deze beproeving? Heer, ik geloof nooit dat u dit kwaad voor iets goeds kunt gebruiken. Ik wil niet veranderen. Laat me nu toch eens.

Dan kies je juist voor ongeloof. Dan kies je in de beproeving juist tegen God en tegen het geloof in Jezus Christus. Terwijl dat juist moet verdwijnen!

3. Omdat ik de preek begon met dit stuk lood, ben ik bij de beproevingen begonnen. De vakantie is weer voorbij. Dan is het goed om te weten: ook het komende seizoen kunnen er beproevingen komen. Maar alsjeblieft: dat is niet het belangrijkste. Petrus begint niet bij de beproevingen.

Er is zoveel om God te prijzen. Om zo blij mee te zijn. Petrus vertelt bijvoorbeeld: wij zijn opnieuw geboren door de opstanding van Jezus Christus. Daardoor leven we in hoop – kijk maar in vers 3. Zo heeft Petrus het zelf meegemaakt.

Hij was wanhopig. Jezus dood! Heel zijn toekomst, zijn verwachting van Gods koninkrijk viel in duigen. Maar toen…

Die verhalen over verschijningen van Jezus. Wat kostte het een moeite voor het tot Jezus’ leerlingen doordrong. Ze moesten gewoon opnieuw geboren worden. Andere mensen worden. Maar ze konden er niet om heen. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Petrus en de andere leerlingen werden opnieuw geboren op Pasen.

Vanaf dat moment was alles anders. De dood is niet het einde. Jezus is geen loser, geen mislukking. Jezus is de beloofde redder. Je mag vol hoop beginnen aan een nieuw seizoen. Zelfs als je werkeloos bent. Als het niet goed gaat op school. Als je veel te weinig geld binnen krijgt. Door Jezus is er vrede met God. God is je Vader! God houdt van jou en van mij. En alles komt goed! Door Jezus komt er vrede op aarde. Door Jezus komt Gods rijk! Er is echt iets veranderd in deze wereld – dat kun je in je eigen leven merken!

Voor Petrus persoonlijk horen ze bij elkaar: Jezus’ opstanding, zijn nieuwe geboorte, zijn wedergeboorte, en leven in hoop. Wij maken de opstanding van Jezus niet direct mee zoals Petrus. Maar overal worden er mensen opnieuw geboren. Kijk maar in 1,21: wij kunnen opnieuw geboren worden uit onvergankelijk zaad, het blijvende en levende woord van God. Uit dat woord leren ook wij Jezus kennen. We horen dat Hij is opgestaan. Er is een nieuw leven, vol van hoop – voor jullie allemaal.

Ben jij opnieuw geboren? Toen dat mij voor het eerst gevraagd werd een jaar of tien geleden, schrok ik. Maar het is een terechte vraag. Ben jij opnieuw geboren? Door het woord van God, over Jezus Christus, over Gods rijk, over de opstanding, een nieuw mens? Levend in hoop en verwachting?

Luister naar het woord van God vol verwachting – en je wordt opnieuw geboren, dankzij de Heilige Geest. Want dat woord is het zaad van nieuw leven. En dan is er hoop. Geweldig mooi!

4. Er is hoop – dus je ziet nog niet! Let daar op. Kijk maar wat Petrus verder allemaal zegt. Pak je Bijbel er maar bij.

Hij schrijft over hoop, vers 3 – als je hoopt, dan heb je het nog niet. Hij heeft het over een erfenis in de hemel, vers 4-5. Onzichtbaar dus.

Hij schrijft: u ziet de redding tegemoet die aan het eind van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Vers 4-5. Opnieuw: die redding is nog onzichtbaar. Pas aan het eind van de tijd, op het allerlaatste moment wordt het zichtbaar.

Slot van vers 7: u verwerft lof, eer en roem, wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. We zien Hem nu niet, tot hij vanuit de hemel terugkomt.

Vers 8: we houden van iemand, we geloven in iemand die we nog nooit gezien hebben.

Wij willen graag zien, voelen, beleven. Zo gaat dat al tussen mensen. Als je geen liefde meer voelt, dan is de conclusie: de liefde is over. We houden niet meer van elkaar. Dus op zoek naar een ander. Maar liefde is niet als eerste een beleving, een supergevoel. Liefde is een keus voor een ander. Liefde is volhouden. Trouw zijn.

Zo is het bij God ook. We worden geprikkeld om te zoeken naar beleving. Ervaring.

Natuurlijk ervaren we wel dingen. Daar schrijft Petrus ook over. Tenminste: ervaar jij de dingen waar Petrus over schrijft? Dat wens ik jullie van harte toe!

We ervaren dat we andere mensen zijn geworden. Mensen zonder hoop zijn hoopvolle mensen geworden met een doel, een verlangen. Die verandering is zo groot dat het een nieuwe geboorte is.

Vers 4-5 het begin: we ervaren de kracht van God waardoor we overeind blijven in geloof.

Vers 6: we verheugen ons – we ervaren blijdschap. We ervaren zeker dingen.

Maar tegelijk: een heleboel is nog niet te zien.

We gaan weer aan het werk na de vakantie. Het gewone leven begint weer. School. Werk. Een nieuw seizoen in de gemeente. Misschien denk je wel: waar zie ik God in mijn gewone leven? Waar is Jezus als ik op school ben, aan het werk ga?

Zoek God waar je Hem nu kunt vinden. Je vindt God in de bijbel, het levende en altijd blijvende woord van God. God is er door zijn kracht. Jezus komt in je door de Heilige Geest. Maar Jezus zelf, je redding, je erfenis: je ziet het nog niet. Er is al wel blijdschap. Maar leven als christen is leven in hoop en in geloof.

5. Ik heb het steeds over hoop en geloof. Waar hopen we dan op? Waar mag je vol geloof naar verlangen?

Petrus gebruikt twee woorden: ‘erfenis’ en ‘redding’. Ze hebben alles met elkaar te maken.

Waarom? In dat woord erfenis klinkt van alles mee.

Eén: toen Israel na de bevrijding uit Egypte in het beloofde land kwam, kreeg iedereen zijn erfdeel. Je erfdeel dat was je eigen stukje van het land Israel. Daaraan zag je: ik hoor er bij. Ik ben deel van Gods volk.

Twee: die erfenis wordt een beeld voor het koninkrijk van God. Jezus vertelt in Matteus 21 en Lukas 20 een gelijkenis – de gelijkenis van de pachters in de wijngaard. In die gelijkenis gaat het ook over een erfenis. Die erfenis is Gods rijk.

Drie: een erfenis krijg je als kind. Een zoon krijgt de erfenis van zijn Vader. Jezus erft van God de Vader. Volgens de bijbel zijn de gelovigen net als Jezus kinderen van God geworden. Ze krijgen daarom ook een deel van de erfenis.

Dus die erfenis dat is wat je van God krijgt doordat je bij Jezus hoort. Jouw stuk van Gods rijk. Jouw deel van Gods heerlijkheid. Jouw stuk van het nieuwe beloofde land, de nieuwe aarde. Jouw redding.

In dat ene woordje erfenis klinkt dus van alles mee. Die erfenis zal een onuitsprekelijke hemelse blijdschap oproepen. Bevrijding. Alle problemen opgelost. Alle ziekte genezen. Vrede op aarde. Voor eeuwig dichtbij God leven. God heeft voor mij, voor jou speciaal iets klaarliggen! Echt iets om enorm naar te verlangen.

Kun je die erfenis ook mislopen? Stel je voor: je geeft er nu dingen voor op, en uiteindelijk krijg je niks van die hele erfenis.

Lees maar het begin van vers 4-5.

Weet je waar die erfenis bewaard wordt? Niet in een kluis op een bank waar niemand erbij kan. Maar in de hemel.

En hij zal niet wegschimmelen achter gesloten kluisdeuren. Die erfenis is onvergankelijk. Ongerept. Hij verwelkt niet. Onuitsprekelijk hemels.

En Petrus zegt: u wordt door Gods kracht beschermd omdat u gelooft. Dus degenen die in God geloven, die verlangen naar wat God zal geven, die hopen op God, die gehoorzaam zijn aan Jezus, die worden door God zelf beschermd. Door alle beproevingen, zelfs door de dood heen ben je veilig bij God.

Wat kan er nog mis gaan als je het van God verwacht? Wees doelgericht, met het oog op die erfenis!

6. Als je dat allemaal weet, hoe ga je dan na de vakantie weer aan het werk? Realistisch – er zijn beproevingen. Gelovig. Hoopvol. Doelgericht: de erfenis ligt klaar.

En dan zijn er nog twee dingen waar ik mee af sluit. Prijs God en wees blij.

Dat is ook wat Petrus doet en waar hij ons toe oproept. Het begin, vers 3: Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Vers 6: Verheug u.

Ben jij blij met God? Sta jij bekend als een blije christen?

Ik zou graag willen groeien in blijdschap. Petrus zegt gelukkig niet dat wij altijd blij zijn. Hij roept ons er juist toe op: Wees blij. Word blij.

Waarom is dat belangrijk? Als je blij bent met wie God is en wat Hij je geeft, dan raakt het echt je hart. Dan merk je dat je bij God een diepe voldoening vindt. God ziet dat. Anderen zien het aan je. Wie blij is met God, die is onder de indruk van God.

Maar is het dan niet: je bent het of je bent het niet? Nee, zo is het niet. Kijk nu naar mij. Ik ben ook niet zo’n blij typje. Maar je kunt wel in de stemming raken. Je hebt invloed op je gevoel. Je kunt je gevoel ergens op richten.

Wees blij! Hoe doe je dat? Niet door een blij gevoel te zoeken. Maar door God te zoeken.

Bidden dat de Heilige Geest je je gebrek aan vreugde wil vergeven en nieuwe blijdschap wil geven. Bidden dat de Geest je ogen en je hart weer open wil maken voor wie God is. En daarom blijven bidden.

Door God te prijzen. Ga ervoor zitten, stap over je drempel heen en doe het gewoon. Tegen God zeggen waarom je Hem geweldig vindt. Dingen te bedenken waarom je blij van God kunt worden. Bedenken waar je God dankbaar voor bent. Wij hebben nu thuis een bedankboekje waarin we elke dag dingen opschrijven waar we God voor willen bedanken. Kijk hoe Petrus het hier doet: het is een grote opsomming van dingen die God geeft en waar hij blij van wordt.

Wie blij is in God, wie blij is met wat God geeft, die kan het leven aan. Petrus heeft het immers over een onuitsprekelijke hemelse vreugde.De blijdschap en de voldoening die God geeft gaat dieper dan wie of wat ook maar. Prijs God daarom en wees blij in Hem!