1 Johannes 2,12-14 – Hij is een God van jong en oud

Hans Burger
Hans Burger
7 juni 2008

1 Johannes 2,12-14 – Hij is een God van jong en oud

image_pdfimage_print

Radiokerkdienst Zendtijd voor Kerken (20 juli radio 5)

Preekverwerking 01 Matt 20,28a 2007 03 18 (78.5 KiB)

Liturgie

  • Gezang 158
  • Votum en groet
  • Ps 118,1.5
  • Gebed
  • Schriftlezing: 1 Johannes 2,1-17
  • LB Gezang 397,1-4
  • Tekst: 1 Joh 2,12-14
  • Preek
  • Psalm 146,1.3.8
  • GK Geloofsbelijdenis
  • Opwekking 518
  • Gebed
  • Collecte
  • Gezang 166 Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

1. Zomer.

Vakantietijd.

Ik heb vrienden die hun vakantie gebruiken om een onbekend stuk wereld te bekijken. Ver weg. In Afrika, in Zuid-Amerika. Ze vliegen ergens naar toe, Lonely planet op zak. Dat is een reisgids. Zo trekken ze een paar weken rond met de rugzak op.

Zomer, vakantietijd: als je jong en sterk bent is dat de tijd van avontuur. Of tijd voor sport. Feestvieren en uitgaan.

Maar mijn oma, toen die nog leefde, had longemfyseem. De zomer was voor haar warmte en benauwdheid. Hopen dat het niet te warm zou worden. Rustig aan doen. Zitten. Een eenzame periode ook. Als iedereen op vakantie gaat, krijg je minder bezoek. Wel kaarten, maar je ziet minder mensen.

Zomer, vakantie tijd: het kan ook de tijd zijn dat je je overbodig voelt. Eenzaam.

Zo betekent de zomer voor iedereen weer wat anders. Voor u als luisteraar betekent de zomer wat anders dan voor mij. Of voor mijn dochter van 3. Zij gaat lekker buiten spelen. Mijn vrienden kiezen voor avontuur. Ik ga lekker naar een stacaravan op Terschelling met mijn gezin. En u? Gaat u op vakantie? Of zit dat er voor u niet meer in?

Zomer – voor iedereen betekent het wat anders.

Johannes schrijft niet over de zomer. Maar over God. Ook God betekent voor iedereen wat anders. En dat snapt Johannes. Je hebt kinderen, jongeren en ouderen. Maar aan elke groep heeft hij wat te zeggen. Iets wat past bij de fase waar ze in zitten.

Zo meteen wil ik graag met u nadenken over wat Johannes precies zegt. Alleen eerst ben ik eigenlijk best wel benieuwd wat God voor jullie, voor u betekent. Maar ja, terugpraten lukt niet bij een radio-uitzending. Weet u het zelf?

Wat de zomer voor je betekent, dat is best makkelijk om te zeggen – denk ik.

Maar God: wie is God voor u, voor jou?

Als je jong bent, in de kracht van je leven – of toen u jong was, vroeger:

Het heeft mij zelf best wel moeite gekost om te zeggen: ik heb God nodig. Alsof je er zelf niet uit komt. Is het geen zwaktebod, geloven in God?

Is God eigenlijk overbodig voor jou, of heb je Hem juist heel erg nodig?

En als je ouder bent, minder kunt. Misschien ben je je idealen wel kwijt. Teleurgesteld.

Is uw geloof in God gegroeid, verdiept? Of bent u ook in God teleurgesteld?

We kunnen het niet uitwisselen. Maar ik hoop dat u het wel weet, voor uzelf. Want dan kun je jezelf vergelijken met wat Johannes zegt. Tegen kinderen, tegen ouderen, en tegen jongeren. En ik hoop zo, dat u snapt wat Johannes wil laten zien. Hij is een God van jong en oud. Niet alleen voor kinderen, niet alleen voor ouderen. Nee, voor iedereen: voor kinderen, voor mensen die midden in het leven staan, en ook voor ouderen, als het avond wordt en je steeds minder kunt. Hij is een God van jong en oud.

2. Ik begin bij de kinderen. Dat doet Johannes ook. En het gekke is: Johannes zegt eigenlijk: wij zijn allemaal kinderen. Kinderen, zo noemt hij al zijn lezers. Hij is hun vader in het geloof. Ze zijn zijn eigen kinderen, zou je kunnen zeggen.

Maar ik moet er meer over zeggen. Want Johannes zegt ook: kinderen, jullie kennen de Vader. Daarom zijn we allemaal kinderen. Omdat God Vader is. Jullie kennen God als Vader, dat zegt Johannes.

Dat weet hij. Hij kent ze. Hij weet aan wie hij schrijft. Hij weet dat ze God hebben leren kennen als Vader.

Ik weet dat niet. Ik ken jullie, u, luisteraars thuis niet. Ik weet niet wat God voor jullie betekent.

En dat vind ik ook wel mooi. Ik mag het jullie als vraag voorleggen: Zijn jullie zonden je vergeven? Kent u God, en ken je God als Vader?

En als dat nu niet zo is? Dan heb je nog twee geweldige dingen te ontdekken. Zolang je leeft is het daarvoor niet te laat. Of je nu avontuurlijk en sportief bent, of in een bejaardenhuis zit.

Twee dingen: God wil je zonden vergeven om de naam van Jezus Christus. En je mag God leren kennen als je Vader. Beide horen bij het ABC van het christelijk geloof. Bij de eerste dingen die je leert als christen. Over beide wil ik iets zeggen.

Zonde – wat is dat? Zonde maakt je relatie met God kapot. Zonde, dat wil zeggen: niet op God vertrouwen, niet naar God luisteren, niet van God houden, doen wat God niet wil. Zonde maakt ook de schepping kapot. Zonde maakt mensen kapot. Zonde maakt jezelf kapot. De bijbel zegt: alle mensen leven in de zonde. Alle mensen – ook u thuis achter de radio. Allemaal zitten we vast in het moeras van de zonde. Voor ons allemaal geldt: je relatie met God is kapot gegaan.

Maar de bijbel zegt nog iets veel mooiers: God wil jou je zonde vergeven, in de naam van Jezus Christus.

En dan – dan kunnen we zelfs kinderen van God worden. En wordt Hij onze Vader.

Daarin staan we als mensen allemaal naast elkaar. Allemaal doen we er aan mee, dat onze wereld kapot gaat.

Maar Jezus Christus komt ook naar ons allemaal toe. En Hij geeft ons vergeving van zonden. Bevrijding uit het moeras. Een nieuwe wereld die weer heel is. Maar Hij wil ons ook bij God  brengen. Als zijn broers en zussen, als kinderen van God. En God? God, die we allemaal genegeerd hebben, links hebben laten liggen? God wil onze Vader zijn. Zo mogen we Hem leren kennen – als Vader.

Vader en kind – dan moet ik denken aan m’n zoontje van bijna anderhalf. Hij is bezig te leren lopen. Als ik thuis kom, de kamer inloop, dan komt hij naar me toe gekropen. Hij steekt z’n handen uit. Hij wil opgetild worden. Of hij wil dat ik hem een hand geef en dat we samen gaan lopen.

Bent u een kind? Zijn uw zonden u vergeven? Kent u God als Vader? Ik mag u hiermee bemoedigen. Er is vergeving. God wil uw Vader zijn. Voor iedereen die de naam van Jezus Christus aanneemt.

3. En dan de ouderen. Johannes zegt twee keer tegen de ouderen: U kent hem die er is vanaf het begin.

Dat vind ik mooi.

Waar denkt u aan bij ouder worden?

Ik moet dan denken aan iemand die na een paar jaar WAO nu 65+ is, en op een flatje woont. Ze had toekomstdromen, maar die zijn nooit werkelijkheid geworden. Lichamelijk komen er klachten, ze kan minder dan vroeger. En de wereld verandert. Met een computer kan ze niet overweg. En wat gebeurt er in de kerk? Jongeren gaan weg, de kerk verandert… Waar is God?

Bij ouder worden denk ik aan ontdekken dat je zelf niet uitkomt. Hulp nodig hebben. Je idealen van vroeger kwijt zijn geraakt. Merken dat je leeftijdsgenoten sterven. Merken dat je niet meer alle ontwikkelingen bij kunt houden.

En wat doet dat met je?

Word je karakter mooier bij het ouder worden? Milder, vriendelijker? Minder hoekig?

Of word je mopperig, een zuurpruim? Komen er juist scherpe lijnen in je gezicht te staan?

Kun je daartussen kiezen? Ja, dat kan. Dat kan als je serieus neemt wat Johannes speciaal tegen ouderen zegt. U kent Hem die er is vanaf het begin. Dat zegt hij tegen christenen. U kent God. Maar ook als u geen christen bent kunt u God nog leren kennen, God die er is vanaf het begin.

God is er.

Als je hulp nodig hebt. Zo komt God toch altijd al naar ons toe? Zonder mij kom je er niet uit. Ik moet je helpen. Dat was vroeger zo, dat is nog steeds zo. Als u lichamelijk minder wordt, merkt u wat wij allemaal moeten ontdekken: Zonder Gods hulp lukt het niet.

Als je je idealen en je toekomstdromen moest opgeven. God had ons toch al lang geleerd dat Hij alleen ons toekomst geeft? Uw leven heeft geen toekomst zonder God. Als u dat ontdekt bij het ouder worden, ontdekt u iets wat wij allemaal moeten ontdekken: zonder God hebben wij geen toekomst.

God was er altijd al. Hij is er ook nu, ook als u ouder wordt. Gelooft u dat?

Dan kunt u een wijze oudere worden. Iemand die jongeren iets mee te geven heeft. Mild en vriendelijk.

Maar ook voor wijze ouderen geldt: u kent Hem die er is vanaf het begin. Uw wijsheid is een geschenk. Uw kennis hebt u van God gekregen. Ontzag voor God, dat is het begin van de wijsheid.

Ouder worden, hoe doet u dat?

En nogmaals: als u bejaard bent maar geen christen – het is nooit te laat om God te leren kennen. Het is nooit te laat om kind van God te worden. Jezus Christus is het gezicht van God. In zijn naam is er vergeving van zonden. Door Hem wordt God onze Vader. Geloof in Jezus Christus!

En als u christen bent:

Laat God niet teleurgesteld los, raak niet verbitterd bij het ouder worden.

U kent God toch, die er vanaf het begin bij geweest is? Hij blijft bij u – tot in het eeuwige leven.

4. Als laatste noemt Johannes de jongeren.

Wat zegt Johannes tegen jongeren?

Hij zegt eerst: u hebt hem die het kwaad zelf is, overwonnen.

En daarna: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen.

Wat denkt u, zou Johannes dit bewust tegen jongeren zeggen?

Ik denk het wel. En ik vind het ook heel passend.

Jongeren blijven niet staan bij vergeving alleen. Ze kennen God als Vader. Maar ik zie ze voor me: jonge, enthousiaste christenen. Ze gaan voor Jezus. Ze willen de Heilige Geest graag in hun leven aan het werk zien. En ze zijn sterk. Ze hebben energie. Vol idealen.

Maar dan valt het soms zo tegen. Ik weet nog hoe ik zelf tegen mijn eigen grenzen op liep. Ik kon niet alles. Maar ik ken ook jongeren die balen van de kerk, van die ouderen die alles altijd zo gedaan hebben. Die oplopen tegen structuren. Voor je gevoel krijg je geen poot aan de grond. Je bent enthousiast, maar je kunt het niet kwijt.

En wat doe je dan?

Johannes wil je bemoedigen: Jullie hebben de duivel overwonnen. Jullie horen bij Jezus, en dus ben je sterker dan het kwaad. Ga niet bij de pakken neerzitten. Er komt tegenslag, maar wij zijn overwinnaars!

Johannes laat ook zien waar je moet zijn: bij God. Je bent nu misschien sterk en sportief. Maar echte kracht, waar vind je die?

Sterk word je, als het woord van God in je blijft.

Dat is ook belangrijk als je moedeloos wordt. Hoe houd ik het vol, een leven als christen? Ik ben nu al moedeloos, hoe houd ik het dan vol tot mijn 70e?

En dan zegt Johannes: Jullie zijn sterk, want het woord van God blijft in jullie. Let op hè, hij zegt niet: Zorg dat het woord van God in u blijft. Hij zegt: het woord van God blijft in u. Dat is zo. Daarin ligt je kracht, in het woord van God.

Ach, en dan staan jongeren en ouderen ook weer naast elkaar. Hoe voorkom je dat je moedeloos wordt, in het bejaardenhuis? Ook dan ligt hier je kracht: in het woord van God dat in je blijft.

Zomer is vakantietijd. De tijd dat de één geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. Als je oud bent loop je tegen andere dingen aan dan als je jong bent. Als je oud bent heb je God op een andere manier nodig dan toen je jong was. Het mooie vind ik, dat God daar oog voor heeft. Hij is een God voor jong en oud. Of je nu jong of oud bent: God ziet je. God kent je. God heeft oog voor wat jij nodig hebt.

De zomer is de tijd dat de een geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. God is er voor jong en oud. En tegenover God staan we uiteindelijk allemaal naast elkaar.

Zoek God, en leef heel dicht bij Hem!

Amen