Psalm 56:4-5 | Voor niemand bang

Ben je wel eens bang? Voor wat mensen van jou en van je geloof vinden? Psalm 56 is een gebed van David die in het nauw zit. Van hem kun je leren hoe je vrijmoedig christen kunt zijn, zelfs als de druk groot is je geloof voor jezelf te houden.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2, 3, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 67 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 4 : 1 – 31
Zingen: GKB/NLB Psalm 118 : 2, 3 en 5
Luisterlied: Psalmen voor Nu 56
Preek over Psalm 56 : 4 – 5
Zingen: Opwekking 717
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 6 : 1 – 6 en 16 – 18
Zingen: NLB Gezang 912 : 1, 2, 3, 4, 5 en 6
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Psalm 146c : 1, 2 en 3
Zegen

Voor niemand bang

Inleiding
dia 1 – zwart
Het klinkt stoer en onverschrokken:
‘ik ben niet bang’, ‘angst ken ik niet.’
Dat lijkt mij iets voor superhelden,
niet voor gewone mensen.

dia 2- asterix en de noormannen
Ik moest in ieder geval direct denken
aan het stripboek ‘Asterix en de Noormannen’,
later verfilmd als ‘Asterix en de Vikingen.’
De Noormannen kennen geen angst.
En daarmee bedoel ik niet alleen dat ze nergens bang voor zijn,
ze hebben gewoon geen idee wat angst is.
Iedereen is altijd maar bang voor hen,
maar ze hebben geen idee hoe dat nou voelt: bang zijn.

Ik zou denken: wees blij,
het is echt geen pretje om bang te zijn,
maar daar denken die Noormannen anders over.
Zij hebben ergens opgevangen dat angst je vleugels geeft.
Dat lijkt ze wel wat!
Dus ze gaan op zoek naar iemand
die hen kan leren wat het is om bang te zijn.
Hoe dat afloopt, dat moet je zelf maar lezen.
Het gaat me nu even om die stoere, onverschrokken kerels,
die gewoon geen idee hebben wat het is om bang te zijn.

dia 3 – voor niemand bang
Ik ben niet zo’n held.
En jullie ook niet, vermoed ik.
Wat angst is, dat weten we allemaal.
Ook als het gaat om geloof zijn we vaak niet zo heldhaftig.
Ik zou in ieder geval wel een minder bange christen willen zijn,
die vrijmoedig voor zijn geloof uitkomt,
en die het oprecht geen moer kan schelen wat anderen daar van denken.
Maar daarvoor ben ik te gevoelig voor wat mensen van me vinden.

Vandaag gaat het over de vraag:
hoe kun je zo’n christen zonder angst worden?
Het antwoord op die vraag lezen we in Psalm 56:4-5:
‘In mijn bangste uur vertrouw ik op u.
Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?’
We duiken vandaag in dat antwoord met het thema: ‘voor niemand bang’,
en ik hoop dat dit antwoord jouw en mijn angst weg mag nemen!

1. Bedreiging
dia 4 – David: bedreigd door Saul en de Filistijnen
Psalm 56 is een Psalm van David, en David heeft alle reden om bang te zijn.
David is op de vlucht, voor koning Saul.
In de oorlogen met de Filistijnen heeft David zich bewezen als een held.
Nu is David de rijzende ster van Israël: de mensen lopen met hem weg.
Maar koning Saul kan het niet langer verdragen:
de mensen zouden hem, de koning, moeten bejubelen,
niet dat snotjong dat achter de schapen is weggetrokken!
Saul ziet David als grote concurrent,
iemand die hem nog eens van de troon zal stoten.
Saul zal pas gerust zijn als David dood is.
Als David dat beseft, als hij ontdekt dat het Saul menens is, slaat hij op de vlucht.

Zo belandt David in Gat, waar een zekere Achis de dienst uitmaakt.
Achis is één van de Filistijnse stadsvorsten.
Ja, een Filistijn.
In zijn loopbaan in Sauls leger
heeft David heel wat Filistijnen vernederd.
Je kunt je dus voorstellen dat David in Gat geen graag geziene gast is:
hij heeft zich bij Filistijnen vrij onmogelijk gemaakt.
Je zou je zelfs kunnen afvragen wat David daar te zoeken heeft:
je vlucht toch niet naar je grootste vijand?
Blijkbaar is het de veiligste plek die David kan bedenken,
maar gastvrij wordt hij er niet onthaald.
De Filistijnen grijpen hem – dit is hun kans om wraak te nemen!
Maar als David doet alsof hij kierewiet geworden is,
laten ze hem met rust.

Je kunt dit verhaal nalezen in 1 Samuël 21.
Dit verhaal staat op de achtergrond van Psalm 56.
David wordt bedreigd, van alle kanten.
Saul wil van hem af, de Filistijnen ook.

dia 5 – Petrus en Johannes: de eerste christenvervolging
Vandaag is het de zondag voor de vervolgde kerk.
Want wereldwijd worden christenen om hun geloof bedreigd.
Dat is niets nieuws.
Vorige week vierden we Pinksteren,
vierden we dat de Geest muren afbreekt,
zodat het goede nieuws van Jezus naar alle volken gaat.
Maar zodra dat gebeurt, zodra christenen over Jezus gaan vertellen,
roept het direct weerstand op.

In Handelingen 4 lees je het allereerste verhaal van christenvervolging.
Petrus en Johannes vertellen iedereen over Jezus,
maar dat wordt hen door de Joodse leiders niet in dank afgenomen.
Ze mogen zich voor de Joodse raad verantwoorden.
Maar voor ze die kans krijgen,
mogen ze eerst een nachtje in de gevangenis doorbrengen.
Met een beetje geluk, volgens de Joodse leiders dan,
zullen ze na die nacht braaf ja en amen zeggen op alles wat de leiders willen.
Bedenk dat de cel in die tijd nog veel minder een pretje was dan bij ons.
Geen keurige eenpersoonscellen met toilet en bed.
Nee, een muffe ondergrondse ruimte die je deelt met misdadigers en ongedierte,
je behoeftes doe je maar ergens in een hoekje,
en slapen kan op de harde grond.
Als je tenminste slapen kunt,
want de stank is niet harden en het is er vies warm.
Daar mogen Petrus en Johannes de nacht doorbrengen,
zodat ze het voortaan wel laten nog over die Jezus te beginnen.

dia 6 – Nederland: druk om geloof privé te houden (prive)
Dit soort dingen gebeurt nog altijd – maar niet in Nederland.
Toen ik vanochtend naar de kerk liep,
hoefde ik niet steeds over mijn schouder te kijken,
of in de spiegelende etalageruiten,
om te zien of ik door iemand gevolgd werd.

Toch hebben we, ook in Nederland, wel degelijk met druk te maken.
Er is sociale druk om je geloof vooral voor jezelf te houden.
Wat je gelooft is privé, iets voor achter de voordeur.
Prima als je gelooft, moet je zelf weten, maar val anderen er niet mee lastig.
Natuurlijk, die sociale druk is van een heel andere orde dan vervolging,
maar ook dit is een vorm van bedreiging:
als je je als christen niet aan deze ongeschreven regels wilt houden,
lig je er gewoon uit.
En het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: we houden onze mond.
Want dat is het doel dat de vijand, de duivel, met christenvervolging heeft:
dat christenen hun geloof voor zichzelf houden.
Ook zonder fysieke bedreigingen
is de sociale druk al genoeg om ons koest te houden.
En dat terwijl na Pinksteren het goede nieuws van Jezus de wereld over moet!

2. Bang? Of toch niet?
dia 7 – de logische reactie: angst
Van al die bedreiging, van al die druk, wordt je bang.
Dat is de logische reactie.
David vraagt het zo mooi:
‘wat kan een sterveling, wat kan een mens mij aandoen?’
Nou, dan kan ik wel een paar dingen bedenken.
Mensen kunnen je pijn doen,
met hun vuisten, maar ook met hun woorden.
Mensen kunnen je in de steek laten en verraden.
Mensen kunnen de vreemdste dingen van je vinden.
Natuurlijk wordt je daar bang van!

David kan erover meepraten.
Al die dingen waar ik bang voor ben,
zijn voor David de dagelijkse realiteit.
En David doet ook niet alsof het niets voorstelt:
‘in mijn bangste uur vertrouw ik op u’.
‘Mijn bangste uur’: David is dus ook bang!
In de woorden van de Psalm voor Nu: ‘als ik bang ben.’
Christenen zijn geen Noormannen die geen idee hebben wat angst is.

dia 8 – niet bang voor mensen
Maar David gaat verder:
‘als ik bang ben, reken ik op u,
op God en op zijn Woord, op hem vertrouw ik.
Ik ben niet bang, wat kan een mens mij doen.’
Hoor je het? ‘Als ik bang ben… Ik ben niet bang!’
David is bang, maar toch ook niet.

De reden die David geeft: het zijn maar mensen.
Mensen kunnen dan wel heel bedreigend overkomen,
maar het gaat niet om mensen!
Jezus zegt dat ook, in Matteüs 10:
‘wees niet bang voor hen
die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden.
Wees liever bang voor hem die in staat is
én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.’
Net als David zegt Jezus: wees niet bang voor mensen.

Dat heeft Petrus zich goed in de oren geknoopt.
In Handelingen 4 is bij Petrus geen spoor van angst te bekennen.
Misschien wel omdat hij geleerd heeft
van toen hij bang was er voor uit te komen dat hij bij Jezus hoorde,
en daarom Jezus maar vervloekte.
Nu is van die Petrus niets meer over:
voor de Joodse raad staat een man die geen angst kent.
Het interesseert Petrus niets dat hij wordt aangeklaagd:
hij ziet dit als een kans de leiders over Jezus te vertellen,
en hén zelfs aan te klagen omdat ze Jezus afwijzen.
Je moet het maar durven!
Als Petrus en Johannes dan toch worden vrijgelaten,
maar wel een spreekverbod meekrijgen,
leggen ze dat naast zich neer met deze woorden:
‘kunnen wij het tegenover God verantwoorden
om wel naar u te luisteren en niet naar hem?’
Daar heb je hem weer:
het gaat niet om wat mensen van ons vinden,
het gaat om wat God van ons vindt.

Mensen kunnen van je vinden wat ze willen,
maar God heeft het laatste woord.
Daar is David, en ook Petrus, diep van doordrongen.
En God vergeet niet wat jij moet doormaken.
God vangt je tranen op in zijn kruik:
hij bewaart je verdriet, er wordt wat mee gedaan.
‘Staat het niet alles in uw boek?’ vraagt David.
Daarbij bedoelt hij in dit geval niet dat God alles bij voorbaat al weet,
maar dat God alles bijhoudt wat gebeurt, om eens recht te doen.
Daar bidt David om, met heftige woorden:
‘toon uw toorn, God, en sla dat volk neer.’
En David vertrouwt erop, zo sterk dat hij het opschrijft alsof het al is gebeurd:
‘als ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’

dia 9 – want God is voor ons
Het gaat niet om wat mensen vinden, maar wat God vindt.
Maar dat is op zich nog geen reden niet bang te zijn.
Want wat vindt God eigenlijk?
Is God niet ook een van de tegenstanders om bang van te worden?
Voor David is het geen vraag.
In alles wat hij meemaakt, waar al zijn zekerheden onderuit gehaald worden,
blijft een ding als een paal boven water staan: God staat mij terzijde.
Dát is het geheim van niet bang zijn, voor niemand niet.

Het doet denken aan Romeinen 8:
‘Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven,
ons met hem niet alles schenken?’
Daar zie je ook direct dat het helemaal niet zo logisch is dat God vóór je is.
Daar heeft God een afschuwelijke prijs voor betaald.
Door Jezus mogen wij het David nazeggen: ‘God staat mij terzijde.’
Dat is niets minder dan een wonder!
Het is geen vanzelfsprekendheid dat God ons wel steunt:
God is een onverwachte medestander!
Jezus heeft het onmogelijke gedaan: door hem is God vóór ons.

Als je dát beseft, dan kun je zo’n christen zijn die niet bang is
voor wat anderen mensen van jou en jouw geloof vinden.
En dat is dan geen stoerdoenerij,
dat jij voor niets of niemand bang bent,
omdat jij overal boven staat, zoals die Noormannen die geen angst kennen.
Nee: het is omdat Gód overal boven staat.
Het gaat dan ook niet om jouw of mijn heldhaftigheid,
maar om die van God!

3. Focus op God
dia 10 – camera
Ik stelde aan het begin de vraag:
hoe kun je een christen zonder angst zijn?
Dat kun je als je niet bang bent voor mensen
omdat je weet dat God vóór ons is.

Dat is iets wat je zomaar weer vergeet.
Je bent druk met van alles,
je komt heel wat mensen tegen,
die dan ook weer van alles van je vinden,
of ze het nu tegen je zeggen of niet.
Wat mensen van je vinden, dat komt vanzelf wel binnen.
Maar om te ontdekken wat God van je vindt
-wat dus de sleutel is om niet bang te zijn-
moet je tijd nemen, moet je focussen.

Dat doe je bijvoorbeeld als je foto’s maakt.
Je hebt iets wat je op de foto wilt zetten,
bijvoorbeeld je hond – dat is dan het onderwerp,
en je hebt een achtergrond.
Het onderwerp en de achtergrond
krijg je niet tegelijkertijd scherp op de foto.
Net zoals wanneer je je hand op 10 centimeter van je gezicht houdt,
je niet tegelijkertijd je hand en alles wat daar achter is scherp kunt zien.
Dan moet je focussen: scherpstellen op het onderwerp,
dat waar je foto echt om gaat.
Ook als christen moet je focussen:
steeds weer scherpstellen op waar het wél om gaat – wat God vindt,
zodat wat mensen vinden niet meer is dan vage ruis op de achtergrond.

dia 11 – Bidden: hét recept tegen angst
David merkt ook dat als hij op God focust, zijn angst verdwijnt:
‘in het uur dat ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’
Want als je God aanroept, leer je dat hij voor je is.
In Handelingen 4 zie je dat ook gebeuren.
Als Petrus en Johannes weer vrij zijn,
gaan ze samen met de andere leerlingen bidden.
Nadat ze hun verhaal hebben gedaan, roepen ze God aan.
In het hele bijbelboek Handelingen zie je steeds mensen bidden.
En heel bijzonder: dan bidden ze niet dat er een einde aan de vervolging komt,
maar ze bidden: ‘stel ons in staat vrijmoedig over uw boodschap te spreken.’
Door te blijven bidden kunnen ze zich eraan blijven vasthouden:
wij staan er niet alleen voor, God is met ons!

Dus wil je niet langer bang zijn?
Wil je vrijmoedig over je geloof kunnen praten?
Dan moeten we bidden!
Samen: in de kerkdienst, op de kring, in een gebedsgroep.
Maar ook alleen: op vaste momenten van de dag,
maar ook in de auto, in de trein, op de fiets, onder het stofzuigen –
voortdurend gefocust op God.
En dan mogen we bidden voor onszelf:
dat we niet vergeten dat God vóór ons is,
dat we niet bang zijn voor mensen,
en dat God laat zien met wie we het evangelie kunnen delen.
Maar ook bidden voor anderen,
en dan denk ik vandaag vooral aan die vervolgde kerk.

dia 12 – opwekking
Bidden, tijd met God, is noodzakelijk:
je focust op wat er echt toe doet.
Dus neem daar elke dag zo’n uur voor, of een half, of twee.
En soms misschien ook even wat meer.
Zelf was ik afgelopen week op een predikantencongres,
om elkaar te bemoedigen om op God gericht te blijven.
Velen van jullie waren vorige week op Opwekking,
wat je enorm kan helpen op God te focussen.
Maar een stilteweekend kan net zo goed zo’n vorm zijn
om buiten het drukke leven om
je eens extra op God te richten.

dia 13 – Psalm 56: op God vertrouw ik
Hoe je het ook doet: roep God aan!
En dan hoop ik dat je gaat merken dat je het David kunt nazeggen:
‘Op God vertrouw ik, angst ken ik niet!’
Amen.




Handelingen 5:41 | Lijden om Jezus: een eer

Waar word je blij van? Waarschijnlijk niet van lijden… De apostelen wel: ze zijn blij dat ze mogen lijden om Jezus. Hoe kan dat? En wat als je niet of weinig lijdt om je christen-zijn?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 124 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 585 : 1, 2, R, 3 en R
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 5 : 17 – 42
Zingen: Psalm 40 : 3 en 4
Preek over Handelingen 5 : 41
Zingen: Psalm 66 : 3 en 5
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: ‘Aan uw tafel’ (Sela) : 1, 3 en 4
Onderwijs (5) en viering avondmaal
Zingen: LvK Lied 440 : 1 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 163 : 1, 2 en 3
Zegen

Lijden om Jezus: een eer

Inleiding
dia 1 – zwart
Wie was er bij, maandagmiddag?
Als je er bij was, hoef ik je niet eens te zeggen wat ik bedoel.
Ik heb het natuurlijk over het bezoek
van koning Willem Alexander en koningin Maxima aan Franeker.
Wie was er bij?
Steek even je vinger op!

dia 2 – koninklijk bezoek
Ik was er zelf helaas niet bij,
ik zat in de auto op weg naar een vergadering.
En ik houd al zo veel van vergaderen…
Toen ik weer thuis kwam, werd het me op Facebook nog even lekker ingewreven:
mijn hele tijdlijn stond vol met foto’s van het koninklijk bezoek.
Is er trouwens nog iemand in geslaagd een selfie te maken
met Willem Alexander of Maxima?
Of om ze een hand te geven?

Hoe dan ook, het is een hele eer als de koning en koningin lanskomen.
Ik bedoel, we noemen ze dan wel Willem Alexander en Maxima,
gewoon met hun voornamen, alsof het je buren zijn,
maar ze blijven toch de koning en de koningin.
Bijzonder dat zij de moeite nemen om naar Franeker te komen!

Daar werd dan ook alles voor uit de kast getrokken:
het centrum werd hermetisch afgesloten,
overal hingen de vlaggen uit,
het Raadhuisplein en de Voorstraat waren voor de gelegenheid tip-top,
en het zou me niet verbazen als de koning, die toch bekend staat als bierliefhebber,
nog een paar flesjes van het nieuwe Franeker Planeten-pils heeft meegekregen.

dia 3 – lijden om Jezus: een eer
We voelden ons vereerd met het hoge bezoek.
Maar wat heeft dat nou met Handelingen 5 te maken?
Eigenlijk heel simpel: de apostelen voelen zich ook vereerd.
Maar dan niet met hoog bezoek, maar omdat ze lijden om Jezus!
Hoe je dat ooit als een eer kunt beschouwen,
daar staan we vanmorgen bij stil.

1. Wat maakt je blij?
dia 4 – wat maakt je blij?
Vorige week hebben we het gehad over Petrus en Johannes
die door het Sanhedrin op het matje worden geroepen.
Dit keer zijn alle apostelen aan de beurt:
de elf die altijd met Jezus waren meegegaan en Mattias, de vervanger van Judas.
Het Sanhedrin heeft een appeltje met hen te schillen.
Als ze dan uiteindelijk mogen gaan,
staat er dat ze ‘verheugd’ zijn: ze zijn blij!
Laten we het eens van die kant bekijken: wat maakt je blij?

dia 5 – mona
Toetjesfabrikant Mona heeft het tot slogan gemaakt: ‘daar word je blij van!’
En dat is nog niet eens zo gek gedacht:
van lekker eten kun je best blij worden.
Maar er zijn natuurlijk veel meer dingen waar je blij van kunt worden.
Bijvoorbeeld als je deze week door je school bent gebeld
en te horen hebt gekregen dat je bent geslaagd.
Ook daar wordt je blij van.
Gefeliciteerd trouwens!
En waar ik zelf blij van word: morgen heb ik vakantie.
Nee, niet dat ik het zo verschrikkelijk vind om te werken,
ik ben blij dat ik in jullie midden predikant mag zijn,
maar het is ook fijn om even afstand te kunnen nemen en op te laden.
Ongetwijfeld kun je nog veel meer bedenken waar je blij van kunt worden:
goede gezondheid, fijne vrienden, leuke baan, genoeg geld, enzovoort.
Als je het hebt, wees er dan ook vooral maar blij mee.

dia 6 – blij met lijden?!
Maar wat je ook allemaal kunt bedenken aan dingen waar je blij van wordt,
ik denk niet dat er hier ook maar iemand is
die zegt: ‘lijden, daar word je blij van’.
En niet eens omdat je dat antwoord bent vergeten,
zo van: ‘o ja, lijden, daar kun je ook blij van worden.’
Nee: hoe zou je van lijden nu blij kunnen worden?
Is blij zijn niet het tegenovergestelde van lijden?
Als je lijdt, dan kun je toch niet meer blij zijn?

dia 7 – apostelen hebben reden blij te zijn: vrij
De apostelen zijn blij.
Ze hebben ook een reden om blij te zijn:
ze zijn net vrijgelaten, terwijl het net zo goed de doodstraf had kunnen worden.
De vorige keer waren Petrus en Johannes er nog vanaf gekomen
met de opdracht niet meer over Jezus te praten.
Daar hadden ze zich niet aan gehouden,
en nu zitten ze nog dieper in de problemen.
Weer mogen ze een nacht in de cel doorbrengen,
maar dit keer worden ze op een wonderbaarlijke manier door een engel bevrijd,
net als later, in Handelingen 12, Petrus, waar we het in de gezinsdienst over hebben gehad.
De volgende dag worden de apostelen alsnog opgehaald
om voor het Sanhedrin hun opwachting te maken.
De sfeer is grimmig: het Sanhedrin heeft er schoon genoeg van.
Dit kan niet langer zo doorgaan, er moet een grens gesteld worden.
Ze willen de apostelen ter dood brengen, allemaal.

Maar dan staat Gamaliël op.
Hij roept op om geen overhaaste dingen te doen:
dat gepraat over Jezus waait vanzelf wel weer over.
En mocht het toch van God komen, dan kun je maar beter niets doen.
Nu is op de woorden van Gamaliël best wel wat af te dingen,
Gamaliël blijft een Farizeeër die van Jezus niet wil weten,
maar waar het om gaat is dat door zijn toedoen de apostelen vrij komen,
en dan ook verder kunnen gaan met het vertellen over Jezus.
Met zo’n onverwachte bondgenoot mag je best blij zijn!

dia 8 – blij met lijden om Jezus
Maar dat staat er dus niet!
De apostelen zijn blij, niet omdat ze zijn vrijgelaten,
maar om de vernedering die ze mochten ondergaan!
Ze zijn blij dat ze mogen lijden om Jezus.
Kun je je het voorstellen?

2. Lijden om Jezus: een eer
dia 9 – lijden om Jezus: een eer
Hoe kan lijden nu een reden zijn om blij te zijn?
Waarom wordt van alle redenen die er voor de apostelen zijn om blij te zijn,
en die redenen zijn er best: ze zijn net vrijgelaten,
waarom wordt dan precies die ene reden genoemd
dat ze verheugd zijn dat ze waardig zijn bevonden
deze vernedering te ondergaan omwille van de naam van Jezus?
Het antwoord ligt in het woordje ‘waardig’:
ze zien het als een grote eer om te lijden om Jezus!

dia 10 – apostelen krijgen een zware straf
Voor alle duidelijkheid: geleden hebben ze!
Het is niet zo dat ze er makkelijk vanaf zijn gekomen.
Gamaliël zegt dan wel dat het Sanhedrin hen maar beter kan laten begaan,
en het Sanhedrin neemt die conclusie ook over,
maar voordat de apostelen hun vrijheid terug krijgen,
worden ze nog wel even gegeseld.
En dat doet serieus pijn!
Hun rug ligt open, en het duurt weken voor dat hersteld is.
Bij elke verkeerde beweging werden ze er weer aan herinnerd.
Ze komen er niet met een symbolische straf van af:
geselen is het serieuze werk, het waterboarden van die tijd.

En toch zijn de apostelen blij.
Beter gezegd: juist om deze marteling en vernedering zijn ze verheugd.
Het Sanhedrin ziet geen andere weg meer
dan de apostelen bang te maken met lichamelijke straffen:
dat zal die apostelen toch wel leren dat ze maar beter stil kunnen zijn over Jezus.
Maar de apostelen zien het heel anders:
ze zien het als een eer dat het Sanhedrin hen zo vernedert,
dat ze waardig bevonden zijn om te lijden.

dia 11 – het is een eer net als Jezus behandeld te worden
In Johannes 15, op de laatste avond die Jezus met de apostelen doorbrengt,
de volgende dag wordt hij gekruisigd,
in Johannes 15 zegt Jezus:
‘Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie. (…)
Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester.
Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen.’
Jezus heeft het al gezegd, dat ze zullen lijden om hem.
Nu gebeurt het.
Jezus wekte de woede van de Joodse leiders op,
nu worden de apostelen met diezelfde woede geconfronteerd.
Voordat Jezus werd gekruisigd, kreeg hij er van langs met de gesel,
nu is het de beurt aan de apostelen.
Jezus is hun Koning, hun Redder en Heer,
en nu krijgen zij dezelfde behandeling als hij.
Daarom voelen ze zich vereerd.

Waar word je blij van?
Van Mona-toetjes, een diploma of vakantie?
De apostelen zouden een heel ander antwoord geven.
Waar ze pas echt blij van worden, is leven met Jezus.
Dat is alles!
En als daar lijden bij komt kijken, dan is het een grote eer:
blijkbaar hebben mensen dan iets van Jezus in je herkend.

3. En als je niet lijdt?
dia 12 – en als je niet lijdt?
Tja, en wat dan als je niet lijdt?
Christenen in Nederland hebben het makkelijk:
als christen wordt je misschien wel eens vreemd aangekeken,
mensen snappen niet waarom je in Jezus gelooft,
maar of je christen bent, dat moet je vooral zelf weten, het staat je vrij.
Moet je dan maar beter je best doen om te lijden?

dia 13 – wees blij met godsdienstvrijheid
Nee, wees maar blij met Nederland.
Wees blij met de vrijheid van godsdienst die we hebben,
dat je de ruimte krijgt om christen te zijn,
dat er buiten geen politie staat te wachten om ons te intimideren,
en dat veel mensen het eerder interessant vinden dat je christen bent
dan dat ze er boos om worden.

dia 14 – trek je niet terug in christelijke wereld
Maar gebruik die vrijheid niet om je terug te trekken in de christelijke wereld.
Als de apostelen worden vrijgelaten,
krijgen ze weer de opdracht om de naam van Jezus nooit meer te noemen.
Je zou zeggen: de schrik moet er nu toch wel in zitten,
nu zullen ze toch wel even dimmen.
Niets daarvan: ze trekken er zich niets van aan!
De volgende dag staan ze gewoon weer te vertellen in de tempel over Jezus.
Ze krijgen boze blikken toegeworpen van de tempelpolitie
en van de leden van het Sanhedrin die langs komen,
maar ze doen wat ze altijd al deden: Jezus bekend maken.

Misschien zitten we wel te veel in het christelijk wereldje om te lijden.
Ik heb hier in Franeker nog nooit iemand gesproken die zei:
‘geloof jij in Jezus? je bent gek!’
Terwijl ik zeker weet dat er ook in Franeker mensen zo over denken.
Maar ik ken ze niet, alleen van TV.
In de talkshow van Jeroen Pauw krijgen christenen wel eens de wind van voren,
maar ik ken geen mensen persoonlijk die denken zoals hij.
Wat gaat er dan mis?
Misschien is het omdat ik predikant ben,
dan ontmoet je automatisch wat meer christenen.
Maar stel je toch eens de vraag: trek ik me in een veilige christelijke wereld terug?

dia 15 – ben je lijden waard?
En dan is er nog iets.
Van de apostelen wordt gezegd dat zij ‘waardig zijn bevonden’.
Is dat misschien het probleem: dat wij niet waardig bevonden worden?
Dat vervolging helemaal niet nodig is,
omdat je toch al een verwaterd geloof hebt,
dat je gelooft als het je uitkomt?
Ik zeg het maar even scherp, omdat ik denk dat daar wel iets zit.
Wij willen graag én én, de blijdschap van Mona, diploma en vakantie
én de blijdschap van Jezus.
Geloof je dat de blijdschap van Jezus veel meer is dan die andere dingen?
Dat als het geloof in Jezus je die gewone dingen zou kosten,
dat je het er dan graag voor over hebt?
Wat maakt jou nou echt blij?

4. Jezus, daar word je blij van!
dia 16 – Jezus, daar word je blij van!
Velen geloven dat je pas blij kunt zijn als het goed met je gaat,
als je leven op de rit is, als je succesvol bent, enzovoort.
Blij ben je als alles in je leven loopt zoals jij het wilt,
als er geen lijden is in je leven.
Dat kun je gerust een godsdienst noemen,
en als je daar een naam op wilt plakken:
het is de godsdienst van het hedonisme, van het genieten.
Ik denk dat we er allemaal een tik van hebben meegekregen.
Maar het is een genadeloze godsdienst:
je kunt het lijden niet blijven ontlopen,
en wat is je leven dan nog waard, kun je dan nog blij zijn?

Bij Jezus is geluk dat veel verder gaat,
dat niet van je af te pakken is.
Blijdschap ligt niet in dat er geen lijden in je leven is,
ook niet in dat er wel lijden in je leven is,
maar in het omarmen van Jezus als je Redder en Heer.
Dat betekent nog geen makkelijk leven,
misschien levert het zelfs wel lijden op,
maar het is het waard, het is een eer.
Daarom vieren we avondmaal,
om er voor uit te komen waar het echt om gaat.
Bij Jezus vind je zin, vind je een doel, vind je geluk.
Jezus, daar wordt je pas blij van!
Amen.




Handelingen 12:1-19 | Vervolgd? Jezus is het waard!

In veel landen is het gevaarlijk om christen te zijn. Voor de eerste christenen was dat ook zo: Petrus zit in de gevangenis om zijn geloof. Wat kunnen we van hem en andere vervolgde christenen leren?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom en mededelingen
Zingen: -‘Door de kracht’ (Kids Opwekking 31)
-‘Vuur uit de hemel’ (Elly en Rikkert, te vinden in E&R 313)
-‘Liefde, blijdschap, vrede’ (Kids Opwekking 70)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Breng dank aan de Eeuwige’ (Opwekking 331)
Gebed
Lezen: Handelingen 12 : 1 – 19 (uit Bijbel in Gewone Taal)
Zingen: Psalm 43 : 1, 3 en 4
Sketch
Preek
Zingen: ‘Stil, mijn ziel wees stil’ (Opwekking 717)
Smokkelspel
Zingen: ‘Sta eens even op’ (Kids Opwekking 100)
Leefregel: Matteüs 5 : 3 – 12 (uit Bijbel in Gewone Taal)
Zingen: ‘Uw woord is een lamp’ (GKB Gezang 23)
Gebed
Collecte (met kaartjes)
Zingen: ‘Wat de toekomst brenge moge’ (LvK Gezang 293 : 1 en 2)
Zegen

Vervolgd? Jezus is het waard!

Inleiding = Sketch
Sketch is gebaseerd op een verhaal van stichting Open Doors
Personages: Tan-Qi (TQ), agent (A), moeder (M)
Attributen: verband om hand Tan-Qi, pen, papier, eventueel politiekleding
Setting: kamer in het politiebureau, tafel met aan beide kanten een stoel

A: zo, daar zit je dan… hoe heet je?
TQ: ik heet Tan-Qi
A: en nog brutaal ook hè?
TQ: hoe bedoelt u, ik snap u niet
A: heb je geen manieren geleerd ofzo? o nee, daar doen jullie christenen zeker niet aan… nou, laat ik duidelijk zijn: hier in mijn politiebureau spreek je met twee woorden. is dat begrepen?
TQ: eh, ja, meneer de politieagent
A: nee, niet zo overdreven, gewoon ‘ja meneer’ is genoeg
TQ: ja meneer

A: goed, laten we dan maar beginnen, Tan-Qi
TQ: ja meneer
A: snap je waarom je hier zit?
TQ: nee meneer, ik heb toch niets verkeerds gedaan?
A: o nee, waarom zit dat verband dan om je hand?
TQ: juf heeft me op mijn hand geslagen meneer, dat was een paar dagen geleden, maar het doet nog steeds pijn
A: en waarom heeft juf jou geslagen Tan-Qi?
TQ: (kijkt ongemakkelijk) omdat ik naar de zondagschool ga meneer
A: zeg dat nog eens
TQ: ik ga naar de zondagsschool meneer
A: precies, dat wilde ik horen, snap je nu waarom je hier zit?
TQ: ik denk het wel meneer

A: juf heeft toch gezegd dat je nooit meer naar de zondagschool moest gaan?
TQ: ja, maar hoe weet u dat meneer?
A: juf is naar ons toegekomen omdat ze zich zorgen over je maakte. ze vertelde ons over die gevaarlijke zondagschool
TQ: gevaarlijk? dáár ben ik nog nooit geslagen hoor!
A: niet zo brutaal! als ik zeg dat het daar gevaarlijk is, dan ís het gevaarlijk. en praat met twee woorden. begrepen?
TQ: ja meneer
A: mooi, dan kunnen we verder, vertel eens over die zondagschool?
TQ: het is daar echt heel fijn meneer! we horen daar altijd zulke mooie verhalen!
A: o ja, waarover dan?
TQ: nou eh, over Jozef en over Simson en over Jona en over Petrus
A: gaat het ook wel eens over Jezus?
TQ: ja, natuurlijk, het gaat elke keer over Jezus
A: en toen wij kwamen, wat waren jullie toen aan het doen?
TQ: we waren aan het zingen meneer, ‘Jezus is de goede herder’, kent u dat liedje? zal ik het voor u zingen?
A: nee, nee, nee, houd je mond! snap je niet dat jullie heel stom waren?
TQ: waarom bent u zo boos op mij meneer?
A: omdat je met Jezus bezig bent, jullie zijn slechte mensen. weet je wat, ik geef je strafwerk. dat heb ik met de anderen ook gedaan. je moet honderd keer opschrijven: ‘ik geloof niet in Jezus’
TQ: maar ik geloof wel in hem!
A: kan me niet schelen, je hebt me gehoord. honderd keer ‘ik geloof niet in Jezus’. anders mag je hier niet weg

(Tan-Qi begint te schrijven, even later komt moeder binnen)
A: zo mevrouw, mooi dat u er bent, u bent de moeder van Tan-Qi?
M: ja, dat klopt
A: u weet waarom uw dochter hier is?
M: nee, maar dat kunt u mij vast vertellen
A: uw dochter was op de zondagschool
M: dus?
A: snapt u niet dat dat heel gevaarlijk is voor kleine kinderen?
M: om eerlijk te zijn: nee, dat snap ik niet
A: als ik het niet dacht… christenen zijn verraders mevrouw! de kinderen hebben allemaal strafwerk geschreven. ze hebben honderd keer opgeschreven ‘ik geloof niet in Jezus’. voor u geldt hetzelfde mevrouw: u krijgt u dochtertje pas mee als u zegt dat u niet in Jezus gelooft
M: maar dat kan ik niet! dat kunt u niet menen!
A: dat meen ik wel. de andere ouders hebben dat ook gedaan
TQ: nee, dat is niet waar!
A: denk je dat ik hier sta te liegen?!
TQ: maar dat zouden ze nooit doen
A: echt wel! net als jullie. jullie hebben toch ook strafregels geschreven? kijk!
(agent pakt stapel papieren erbij, strafregels van de kinderen, bladert er doorheen en zijn gezicht betrekt)
A: wat is dit?! stelletje etterbakken! alle kinderen hebben opgeschreven dat ze in Jezus geloven! verdwijn! en neem je dochter mee! en zorg ervoor dat ik jullie hier nooit meer zie! wegwezen, nu!

1. Vervolgd?
dia 1 – vervolgd?
Dat liep nog maar net goed af!
En dit soort dingen gebeurt dus echt!
Wij kunnen ons dat misschien moeilijk voorstellen,
in Nederland is de politie je beste vriend, daar kun je op vertrouwen,
maar dat is dus echt niet overal zo!
Hoe zou jij reageren, als je zoals Tan Qi op het politiebureau zit,
en je pas mag vertrekken als je zegt dat je niet in Jezus gelooft?
Durf je dan nog voor Jezus te staan?

dia 2 – Petrus in gevangenis
Petrus wel.
Daarom zit hij in de gevangenis.
Het is niet de eerste keer…
De mensen in Jeruzalem hebben een verschrikkelijke hekel aan christenen.
En Petrus, dat is de allerergste.
Zonder Petrus zouden er nooit zoveel christenen zijn.
Ze haten Petrus.

Petrus zit in de gevangenis, de best bewaakte gevangenis van Israël.
Zelfs een terrorist zou nog niet uit deze gevangenis kunnen ontsnappen.
Petrus heeft een cel diep onder de grond, in de kerkers.
Als je daar uit kunt komen, ben je echt heel knap.
Maar Petrus krijgt extra bewaking.
Bij de deur van zijn cel staan twee soldaten,
en met kettingen zitten Petrus’ armen vast aan twee andere soldaten.
Nog één nacht, want koning Herodes heeft gezegd dat Petrus dood moet.
Morgen zal Petrus de doodstraf ontvangen.

In de gevangenis denkt Petrus aan Jezus.
Deze week wordt het Paasfeest gevierd.
Een paar jaar geleden kreeg Jezus op het Paasfeest de doodstraf.
Nu is Petrus aan de beurt, weer op het Paasfeest.
De mensen haten Petrus en de andere christenen
al net zo veel als ze Jezus hebben gehaat.

dia 3 – vervolging Pakistan
Ze kunnen moeilijk alle christenen arresteren.
Dat past niet in de gevangenissen in Jeruzalem.
Daarom pakken ze de leiders.
Dat gebeurt nog altijd, in Pakistan bijvoorbeeld.
Er zijn daar predikanten die elke maandagochtend naar het politiebureau moeten.
Daar worden ze geslagen met een stok, op hun rug en in hun gezicht.
Dan mogen ze weer naar huis,
maar volgende week moeten ze zich weer melden voor een pak slaag…

Vervolging van christenen, het is nog altijd een groot probleem!
De duivel wil de kerk kapot maken.
Hij wil het ons moeilijk maken om te geloven.
Het allerliefste wil hij dat je zegt:
‘als geloven in Jezus mij wat kost,
als ik erom vervolgd wordt, als mensen mij erom haten
of als ik er dingen voor moet opgeven,
dan geloof ik maar niet meer.’

2. Jezus is het waard!
dia 4 – Jezus is het waard!
Zou het de duivel lukken?
Soms helaas wel.
Sommige christenen geven hun geloof maar op.
Maar heel veel andere christenen blijven juist geloven,
hun geloof wordt er zelfs sterker van!

dia 5 – wachtrij
Waarom doen ze dat?
Omdat ze geloven dat Jezus het waard is!
Ben je wel eens in een attractiepark geweest?
En moest je dan ook wachten in een wachtrij?
Echt, ik heb een hekel aan wachten…
Je staat maar in de rij, soms kun je weer een klein stapje naar voren,
maar het duurt zo lang!
Toch is de wachtrij de moeite waard:
aan het einde van de wachtrij mag je in de achtbaan.
Een wachtrij is niet leuk, maar wel de moeite waard.
Dat is met vervolging ook zo: niemand wil straf omdat je gelooft in Jezus,
maar Jezus is zo mooi, dat hij het wel waard is.

dia 6 – slapen
Dat vindt Petrus ook.
Petrus weet dat hij morgen vermoord wordt.
Ik zou dan heel boos worden.
Ik zou schreeuwen dat het niet eerlijk is,
dat ze me vrij moeten laten, dat ik niets verkeerd heb gedaan!
Ik zou schoppen en daarna heel bang worden en huilen.
Maar hoor je Petrus?
Sst, luister goed, hoor je het?
Petrus slaapt.
En zijn gesnurk is zo rustgevend dat de soldaten ook in slaap vallen…

Petrus is niet boos, Petrus is niet bang.
Het kan hem niet schelen wat ze met hem doen,
Jezus kunnen ze toch niet van hem afpakken!
Misschien droomt hij wel over dat hij weer bij Jezus is.
Dat is alles wat Petrus wil.
Dus slaapt Petrus heerlijk.

dia 7 – zwart
Vervolgde christenen laten je zien hoe bijzonder Jezus is.
Geloven in Jezus is zo mooi, dat ze er alles voor over hebben.
Zelfs hun leven!
Ze hebben ontdekt dat Jezus het allerbeste is dat je kunt krijgen.
Dat mogen wij van hen leren.

3. Leer te bidden
dia 8 – bidden
Er is nog iets wat we van hen kunnen leren: bidden.
Want terwijl Petrus in de gevangenis zit,
zijn de christenen in Jeruzalem druk aan het bidden.
En dat zijn er nogal wat!
Die passen niet in één huis.
Overal in Jeruzalem zijn groepjes christenen aan het bidden.
Ook al is het midden in de nacht,
ze piekeren er niet over om te gaan slapen.
Bidden is nu even belangrijker dan slapen!
Ze bidden voor Petrus in de gevangenis.
Ze bidden dat de doodstraf voor Petrus niet door hoeft te gaan,
ook al durven ze er eigenlijk niet om te hopen.
Ze bidden voor de kerk in Jeruzalem
Ze bidden ook voor de mensen die christenen haten:
dat ze mogen ontdekken wie Jezus is.

Als ik aan het bidden ben, ben ik meestal in 5 minuten klaar.
Soms, bijvoorbeeld als ik een wandeling maak,
kan ik langer bidden, een uur ofzo.
Maar de hele nacht door?!
Dat doen ze in Jeruzalem.
Om de beurt bidden ze, dan is het weer even stil,
en dan gaat de volgende verder.
Ze denken niet ‘nu heeft God het wel gehoord, nu weet hij het wel,
nu is het tijd om te slapen.’
Nee, ze blijven bidden!

dia 9 – bidden 2
Ik vind dat mooi.
Zij weten dat er pas echt iets verandert als God iets doet.
Neem er een voorbeeld aan.
Bid om een sterk geloof.
Bid voor de kerken in Franeker.
Bid dat nog veel meer mensen Jezus leren kennen.
Bid voor vervolgde christenen.

Nee, ik bedoel niet dat je vanavond niet naar bed hoeft,
omdat je de hele nacht moet bidden.
Jammer hè? Sorry!
Maar leer wel van die christenen in Jeruzalem
dat je voor bidden tijd mag nemen.
Als je samen bidt, bedenk dan bijvoorbeeld eerst eens met elkaar waar je voor gaat bidden,
dat iedereen twee dingen noemt om voor te bidden.
Dan kun je daarna bidden.
Het is echt niet erg als het eens langer dan twee minuten duurt…

4. God opent deuren
dia 10 – God opent deuren
Het verhaal van Petrus is nog niet afgelopen.
Hij is klaar om te sterven voor Jezus.
Maar God heeft andere plannen,
en dan gaan de deuren voor Petrus letterlijk open.

dia 11 – engel
Weet je nog, terwijl alle christenen in Jeruzalem bidden,
ligt Petrus te slapen in zijn cel.
Opeens is het licht en staat er een engel bij Petrus.
Petrus draait zich nog een keer om, hij wil verder slapen.
Dat is dus niet de bedoeling…
De engel schudt Petrus heen en weer:
‘Petrus, wakker worden, ik kom je bevrijden.’
‘Wat gebeurt hier’, denkt Petrus, ‘droom ik ofzo?
Opeens voelt hij dat zijn armen lichter worden:
de kettingen vallen er vanaf.
Ze vallen rinkelend op de grond,
maar de soldaten hebben niets door: ze zijn diep in slaap.

De engel wenkt Petrus: ‘kom met me mee’.
Zachtjes sluipt Petrus naar de deur van zijn cel.
De soldaten daar liggen ook al te slapen.
De deur gaat gewoon voor hen open.
De volgende deur ook, en de volgende ook.
En dan staat Petrus buiten!
Pas als de engel weg is, beseft Petrus dat dit echt is.

dia 12 – Rhode
Petrus weet waar hij heen moet:
naar één van de huizen waar christenen aan het bidden zijn.
Net als Petrus kunnen ze het daar eigenlijk niet geloven.
Niemand had erop gerekend dat Petrus bevrijd zou worden.
Het meisje dat Petrus op de deur hoort kloppen, vergeet open te doen,
en de anderen geloven haar niet eens.
Maar Petrus staat er echt!
Iedereen is superblij.

dia 13 – open deuren
God opent deuren, nog altijd.
Er zijn allerlei verhalen van vervolgde christenen die het gemerkt hebben.
Dat ze op een wonderlijke manier konden ontsnappen.
Of dat hun vijanden tot geloof kwamen.
Het gaat niet altijd zo.
Een tijdje voordat Petrus in de gevangenis kwam,
was Jakobus, een andere leerling van Jezus, wel gedood.
Voor Petrus blijft het ook gevaarlijk:
hij vertrekt zo snel mogelijk uit Jeruzalem.

Waarom God de een wel bevrijdt en de ander niet, dat weet ik niet.
Ik weet wel dat God altijd wint.
Hij is sterker dan de vijand, de duivel.
De duivel probeert de kerk uit te roeien,
hij wil dat niemand in de wereld in Jezus gelooft.
Maar hoe zwaar christenen ook vervolgd zijn en nog altijd worden,
het is de duivel nog altijd niet gelukt.
Het zal hem ook nooit lukken.
Er zullen altijd mensen tot geloof blijven komen.
God opent deuren voor Jezus.
En met Jezus staat de deur van de hemel wijd open.
Amen.