Marcus 1:22 – Jezus maakt je vrij

Vrij zijn: in onze samenleving een belangrijke waarde. Maar in de praktijk valt het tegen: allerlei machten beïnvloeden je leven. Jezus wil je echt vrij maken. Nee, hij verandert niet de wereld, maar wel jouzelf!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en

Liturgie
Zingen: Psalm 23 : 1 en 3 (Frysk) (i.v.m. overlijden Tjibbele Miedema)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 331
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Marcus 1 : 21 – 38
Zingen: Psalm 29 : 2 en 4
Preek over Marcus 1 : 22
Zingen: LvK Lied 435 : 1, 2 en 4
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 734 = Psalmen voor Nu 145
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 105 : 1, 20 en 21
Zegen

Jezus maakt je vrij

Inleiding
dia 1 – plastic tasjes
Plastic tasjes.
Bij al je aankopen kreeg je er een mee,
of je het nu wilde of niet.
Soms werd wel gevraagd: ‘zal ik er een tasje omheen doen’,
maar voordat ik kon antwoorden, zat er meestal al een tasje om.
Als je geen tasje wilde, moest je echt je best doen.

Zo ging het tot kort geleden.
Want op 1 januari is een nieuwe wet van kracht geworden:
winkels mogen geen gratis plastic tasjes meegeven,
behalve voor versproducten zoals groente en fruit.
Je krijgt nu standaard geen tasje meer mee,
en als je er wel een wilt, moet je ervoor betalen.
Een hele verbetering, als je het mij vraagt.

dia 2 – plasticsoep
Milieuorganisaties proberen ons al jaren lang duidelijk te maken
dat al die plastic tasjes niet goed voor het milieu zijn.
Want er slingert veel te veel plastic rond in de wereld.
In de oceanen drijven hele eilanden van plastic afval.
En die eilanden worden alleen maar groter,
want plastic wordt niet door de natuur afgebroken.
Die milieuorganisaties hebben wel een punt
in hun strijd tegen de plastic tasjes.
Mij hadden ze in ieder geval al overtuigd.
Maar ja, als ik dan in een winkel kom,
en er zit al een tasje om mijn aankoop voordat ik kan protesteren…
Milieuorganisaties kunnen je bewust maken van een probleem,
maar ze kunnen het niet oplossen.

dia 3 – tasjesverbod
De regering kan dat wel: die heeft het gezag dat daarvoor nodig is.
Milieuorganisaties kunnen praten over hoe het zou moeten,
maar de regering kan het daadwerkelijk veranderen.
Als de regering een wet aanneemt, gebeurt er écht iets.
En ook al betaal je in sommige winkels maar 3 cent voor je tasje,
toch is het vanzelfsprekende van dat je een tasje meekrijgt er wel vanaf.

dia 4 – Jezus maakt je vrij
Het gaat vanochtend over gezag.
Een regering spreekt met gezag, en daardoor veranderen dingen.
Zo is het ook met Jezus.
We hebben net gelezen dat hij met gezag spreekt.
Zijn woorden werken iets uit, veranderen je leven:
Jezus maakt je vrij.

1. Geleefd worden
dia 5 – geleefd worden
Dat klinkt natuurlijk mooi, wie wil er nou niet vrij zijn,
maar dat betekent dus ook dat je zonder Jezus niet vrij bent!
Je kunt het ook anders zeggen: je wordt geleefd.
Westerse mensen geloven graag dat ze vrij zijn,
dat ze hun eigen leven bepalen.
Maar in de praktijk wordt je leven vooral bepaald
door dingen waar je helemaal geen invloed op hebt.
Gevangen in machten die je leven beheersen.

dia 6 – geleefd door de Romeinen
Net als de inwoners van Kafarnaüm,
een dorp in Galilea, in het noorden van Israël.
Sinds kort is Kafarnaüm een nieuwe inwoner rijker.
Het is Jezus, uit Nazareth, een dorpje vlakbij Kafarnaüm.
Nadat Jezus door Johannes gedoopt was in de woestijn van Judea,
is Jezus teruggegaan naar Galilea en heeft zich in Kafarnaüm gevestigd.

Zijn nieuwe stadsgenoten hebben al wel iets van Jezus gehoord.
Jezus vertelt overal dat hij goed nieuws heeft
en dat het koninkrijk van God dichtbij is.
De inwoners van Kafarnaüm zijn nieuwsgierig:
zal deze man hen hun vrijheid terug kunnen geven?
Zal er dan eindelijk iets veranderen?

De mensen in Kafarnaüm voelen zich vooral machteloos.
Jezus heeft het steeds over dat koninkrijk van God,
maar zij hebben dagelijks met een heel andere macht te maken:
het wereldrijk van de Romeinen.
Kafarnaüm is bezet gebied: de Romeinen hebben het er voor het zeggen.
En die Romeinen zijn niet bepaald geliefd.
De Romeinen krijgen de schuld van alles wat fout gaat:
van de hoge belastingen, van de lage lonen, van het harde bestaan,
van de slechte zorg en bijbehorende lage levensverwachting,
en misschien krijgen de Romeinen zelfs wel de schuld
van familieruzies waar ze niets mee te maken hebben…
De Romeinen zijn zo ongeveer hun leven.

Wat hen op de been houdt,
is de hoop dat God de Romeinen zal verjagen.
Sabbat aan sabbat gaan ze naar de synagoge
en horen daar de schriftgeleerden vertellen over hoop,
over God die orde op zaken zal stellen en weer zal omzien naar zijn volk.
Maar nu is daar nog niets van te merken:
ze worden geleefd door de Romeinen.

dia 7 – machten die ons leven bepalen
Van dat Romeinse rijk is tegenwoordig niet meer over dan indrukwekkende ruïnes,
maar verder is er niet zo gek veel veranderd.
De Romeinen hebben plaats gemaakt voor andere machten,
en het leven in Nederland in de 21e eeuw is ongetwijfeld aangenamer
dan een leven in Kafarnaüm in de 1e eeuw,
maar vrij, dat zijn we nog altijd niet.
We zijn onderdeel van een kapitalistische wereld,
en dat beïnvloedt ons leven op allerlei manieren.
Het is een veeleisende wereld waar je jezelf bewijzen moet,
een wereld waar geld en prestaties tellen,
een wereld die zorgt voor een overvolle agenda.
Het is een wereld waarin je net zo goed geleefd wordt.
Zo veel invloed heb je niet op je leven.

Je zou er cynisch van worden.
En dat zie je ook overal: dat we gaan mopperen.
Mopperen op het systeem.
Mopperen op de politiek: ‘ze doen maar, daar in Den Haag.’
Mopperen op de kerk: ‘het was weer niets.’
We kruipen graag in de slachtofferrol: ‘ze’ hebben het allemaal gedaan.
Je zit gevangen in je eigen kleine wereldje.

2. Jezus maakt je vrij
dia 8 – Jezus maakt je vrij
We geloven graag dat we vrij zijn,
maar in de praktijk worden we door van alles geleefd.
We hebben geen macht, geen gezag, over ons eigen leven.
Jezus heeft dat wel: hij spreekt met zijn gezag,
en het is een bevrijdend gezag: Jezus maakt je vrij!

dia 9 – als Jezus spreekt, gebeurt er iets
Net als de andere Kafarnaümmers gaat Jezus op de sabbatsdag naar de synagoge.
Maar Jezus gedraagt zich niet als de gemiddelde nieuwkomer.
De meeste nieuwkomers proberen eerst de sfeer te proeven,
ze kijken nog even de kat uit de boom, en zetten zichzelf niet op de voorgrond.
Jezus is heel anders: het is zijn eerste zondag in Kafarnaüm,
maar hij neemt direct het woord en onderwijst de mensen.
Ze hadden al over Jezus gehoord, maar nu horen ze hem zelf.
Als Jezus begint te spreken wordt het muisstil.
Hij heeft de aandacht van iedereen te pakken.
Hier gebeurt iets wat ze nog nooit hebben meegemaakt!

Als Jezus spreekt, gebeurt er wat.
Zijn woorden zijn veel meer dan woorden.
Vergelijk het maar met die plastic tasjes:
milieuorganisaties kunnen van alles zeggen over de gevaren van plastic,
maar pas als de regering iets zegt, verandert er wat:
wetten die door de regering worden uitgeschreven hebben gezag.
Met Jezus woorden is dat ook zo.
De schriftgeleerden kunnen mooie teksten uit de bijbel uitleggen,
en als ze hun werk goed doen kunnen ze de mensen hoop geven,
maar hun woorden veranderen niets aan het leven van vandaag.
Jezus’ woorden doen dat wel.
De toehoorders in de synagoge merken:
dit zijn meer dan alleen woorden, hier verandert echt wat!
Of, met de woorden van Marcus: Jezus’ woorden hebben gezag.

dia 10 – Jezus brengt bevrijding in je leven
Daarom hangt iedereen aan Jezus’ lippen.
Jezus vertelt, zoals hij het overal in Galilea vertelt:
‘de tijd is aangebroken, Gods koninkrijk is nabij.’
Hier is die vrijheid waar iedereen zo naar verlangt:
God neemt de macht over van al die machten die je leven beheersen.
Als Jezus dat zegt, wordt het voor de mensen tastbaar.
De mensen voelen zich bevrijd als ze naar Jezus luisteren,
ze ervaren dat Gods koninkrijk in hun midden is.
Jezus praat niet over vrijheid in een verre toekomst,
hij brengt die vrijheid met zich mee.
Jezus zelf is vrij, hij wordt niet geleefd door van alles,
en de mensen zien het aan hem:
dat al die dingen waar zij zichzelf zo druk om maken
bij Jezus verdwijnen.

Ik zou er graag bij zijn geweest, bij zo’n preek van Jezus.
Alhoewel, ik ben bang dat ik daarna nooit meer zou durven preken…
Maar we zullen er nooit bij zijn.
Toch brengt Jezus nog altijd vrijheid.
Het is toen begonnen, maar gaat nog altijd verder.
Jezus maakt je vrij, dat is het goede nieuws dat we in de kerk steeds weer vieren.
Nieuws dat we elkaar doorvertellen.
Nieuws dat nog altijd mensen verandert.
Want geloven is niet alleen hoop voor de toekomst:
Jezus maakt je vrij, vandaag al.

3. Wat is die vrijheid dan?
dia 11 – wat is die vrijheid dan?
En dan is het tijd voor de nuchtere vragen.
Wat is die vrijheid dan?
Worden die mensen in Kafarnaüm nu echt bevrijd van de machten in hun leven?
Die Romeinen, die ze zo verafschuwden, blijven gewoon aan de macht,
en ze gaan de inwoners van Kafarnaüm echt niet vriendelijker behandelen!
Hoezo maakt Jezus vrij?!

Voor ons geldt dat net zo goed.
Je kunt wel geloven dat Jezus je vrijmaakt,
maar ondertussen verandert er niets aan de wereld,
word je er steeds weer mee geconfronteerd dat je geleefd wordt.
Wil je in deze wereld iemand zijn,
dan moet je wel meedoen met hoe het hier gaat.
Blijven geld en prestaties machtig in je leven.
Wat is dan die vrijheid van Jezus?

dia 12 – Jezus verandert niet de wereld, maar jou!
Jezus bedoelt niet dat er nu een einde komt
aan al die machten waardoor je geleefd wordt.
De Joden hopen dat Jezus de Romeinen zal verdrijven,
maar dat is nooit de bedoeling van Jezus geweest.
Als je denkt dat Jezus de wereld verandert, zit je ernaast.
In Johannes 18 zegt Jezus:
‘mijn koningschap hoort niet bij deze wereld.’

Jezus verandert niet de machten van de wereld, hij verandert mensen!
Het gezag van Jezus gaat allereerst over jezelf:
Jezus bevrijdt je niet van het systeem,
maar wel van dat het systeem je leven bepaalt.
Jezus zelf was ook gewoon een onderdaan van het machtige Romeinse rijk,
en toch stond dat zijn vrijheid op geen enkele manier in de weg.
De Romeinen, ze hoorden er voor Jezus gewoon bij, maar ze waren zijn leven niet!
Jezus laat je anders naar de wereld kijken:
geld en prestaties, de machten van de wereld, die zijn je leven niet.
Jezus zelf is je leven.

dia 13 – Jezus maakt Gods koninkrijk zichtbaar
Jezus verandert mensenlevens, dat zie je ook in het vervolg.
Jezus drijft boze geesten uit en geneest mensen.
Bevrijding wordt voor deze mensen zo heel tastbaar.
Maar de mensen in Kafarnaüm gaan ermee aan de haal.
’s Avonds, zodra de sabbat voorbij is, loopt het hele dorp uit naar Jezus’ huis.
Ze hebben al hun zieken en bezetenen meegenomen.
Maar dat is niet de bedoeling van Jezus.
De volgende dag vertrekt hij uit Kafarnaüm,
want hij is niet gekomen om alle zieken beter te maken,
maar om het goede nieuws van bevrijding te brengen.

Toch geneest Jezus wel mensen.
Hij laat ermee zien dat geloven meer is dan hoop voor de toekomst.
Gods koninkrijk is niet een mooie theorie, het is echt!
En overal waar mensen geloven dat Jezus vrijheid brengt,
wordt dat koninkrijk van God zichtbaar.
Misschien in uitdrijvingen of in genezingen.
Het zou best kunnen dat we daar te weinig rekening mee houden.
Het wordt in ieder geval ook zichtbaar in liefde,
wat misschien nog wel het grootste wonder is.

Jezus verandert niet de wereld maar mensen.
Dat doet hij nog elke dag.
Soms op een heel radicale manier:
dat iemand Jezus leert kennen en zijn leven 180 graden draait.
Vaak is het ook kleiner:
dat Jezus je bevrijdt van dat het allemaal om jou zou gaan,
dat Jezus je vrij maakt van een verslaving,
of dat Jezus je de ogen opent voor mensen om je heen.
Jezus geeft je leven een nieuw doel.

4. Leef de vrijheid
dia 14 – leef de vrijheid
Jezus maakt je vrij:
dat niet de machten van de wereld het voor het zeggen hebben in je leven,
maar het koninkrijk van God.
Leef die vrijheid!

dia 15 – Franciscus
Een tijdje geleden las ik over Paus Franciscus
dat hij een bezoek ging brengen aan de Centraal Afrikaanse Republiek.
Het is daar nogal gevaarlijk, er woedt een burgeroorlog.
Er geldt ongetwijfeld een negatief reisadvies voor dat land,
maar daar trok de Paus zich niets van aan.
Het werd hem van verschillende kanten ontraden,
maar de Paus vond dat hij moest gaan.
Toch had hij er wel begrip voor dat niet iedereen van zijn reisgezelschap mee durfde.
Tegen de piloot van het vliegtuig schijnt hij te hebben gezegd:
‘ik moet erheen, als je er niet durft te landen: prima, dan neem ik wel een parachute.’
Ik zie het al voor me, de Paus die in vol ornaat uit het vliegtuig springt…

dia 16 – ontspannen met de wereld omgaan
Of hij het echt had gedaan, weet ik niet, maar ik acht hem ertoe in staat.
Hoe dan ook: het is een mooi voorbeeld van de vrijheid leven.
Je kunt helemaal vast komen te zitten
als je bedenkt hoe weinig invloed je op je leven hebt.
Je kunt verbitterd raken, mopperen op alles wat anders gaat dan je zou willen,
en jezelf als slachtoffer van de boze wereld zien.
Jezus maakt je vrij: die dingen zijn je leven niet.
Dat verandert de wereld niet, maar wel jezelf.
Dan kun je anders met diezelfde wereld omgaan.
Kijken waar je liefde kunt geven, genade mag brengen.
Ontspannen, omdat je leven er niet vanaf hangt.

dia 17 – zelf deel worden van het goede nieuws
En als je de vrijheid leeft,
word je zelf ook deel van het goede nieuws voor de wereld.
Jezus trekt niet meer rond van stad tot stad,
maar hij gebruikt zijn volgelingen om zijn koninkrijk overal te brengen.

Nee, dat betekent niet dat wij van de wereld een betere plaats maken.
Dat is voor mij wel eens een valkuil:
dat ik de lat zo hoog leg dat het alleen maar verlammend werk.
Ik kan geen einde maken aan alle oneerlijkheid in de wereld!
En dan vind ik het wel bemoedigend dat Jezus dat ook niet deed.
Dat bedoel ik niet als een excuus om mee te doen aan onrecht en uitbuiting,
maar het geeft wel ontspannenheid:
wees zelf maar gewoon eerlijk, leef vanuit de vrijheid, vanuit liefde,
zonder dat je daarmee de wereld moet veranderen.
Als je dat doet, kan het zomaar zo zijn
dat Jezus door jou heen mensen verandert.

Wij mogen vrijheid verder brengen.
Vertrouw daarbij maar op God.
In 1 Korintiërs 2 schrijft Paulus:
‘De boodschap die ik verkondigde, overtuigde niet door wijsheid,
maar bewees zich door de kracht van de Geest.’
Zo brengt Jezus door ons heen zijn vrijheid, overal.
Amen.




Daniël 4:28-29 – God schrikt hoogmoedigen op

Het leven in Nederland is goed. Maar hoe vanzelfsprekend is dat eigenlijk? Je kunt doen alsof we dat gewoon verdiend hebben. Dat is hoogmoed. Jezus leert je nederigheid: erkennen dat het van God komt.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK 479 : 1 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 3 : 31 – 4 : 34
Zingen: Psalm 131 : 1, 2 en 3
Preek over Daniël 4 : 28 – 29
Zingen: Opwekking 689
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: Psalm 1 : 1, 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 72 : 6, 7 en 10
Zegen

Preek: God schrikt hoogmoedigen op

Inleiding
dia 1 – postbode
Het is altijd leuk als de postbode iets in je brievenbus stopt.
Zo vaak gebeurt dat niet meer,
bijna alles gaat tegenwoordig digitaal,
dus dat maakt het extra bijzonder als je papieren post krijgt.
Vanuit mijn studeerkamer kan ik de brievenbus goed in de gaten houden,
en als er iets in komt, kan ik mijn nieuwsgierigheid meestal niet bedwingen,
maar kijk ik direct wat de postbode heeft gebracht.
Meestal is het onbelangrijk, reclame en nieuwsbrieven,
soms is het echt leuk…

dia 2 – envelop
…en soms is het post uit Leeuwarden.
O ja, er komt wel vaker post uit Leeuwarden,
maar ik bedoel die post die je liever niet wilt hebben:
van het Centraal Justitieel Incasso Bureau, het CJIB.
Als je daar een brief van krijgt, weet je wel hoe laat het is:
je moet betalen omdat je een verkeersovertreding hebt gemaakt.
Dat is jullie natuurlijk nog nooit overkomen, maar mij wel…
Tot nog toe, en ik heb nu bijna 10 jaar mijn rijbewijs,
staat de teller op 2 enveloppen.
Dat is dus 1 in de 5 jaar.
Zeg eens eerlijk: wie heeft er meer?

Maar goed, terug naar de laatste keer dat ik die beruchte envelop kreeg.
‘Huh, een brief van het CJIB?!
Maar ik heb toch helemaal niet hard gereden?’
Ongelovig staar ik naar de envelop, bekijk hem nog eens van alle kanten,
maar ik durf hem niet te openen.
Uiteindelijk moet het maar, en ja hoor:
het is een bekeuring wegens te snel rijden, bijna 90 waar je 80 mag.
Toch geloof ik het nog niet:
er is vast ergens iets misgegaan op dat kantoor in Leeuwarden.
Misschien hebben ze het kenteken niet goed gefotografeerd, dat kan toch?
Of is de boete eigenlijk voor iemand die mij inhaalde?
Hè, vervelend, zo’n fout…
Of heeft Hanneke misschien te hard gereden,
dat zou alles ook kunnen verklaren…

Toch maar eens goed kijken: waar en wanneer is de snelheidsovertreding gemaakt?
Op een zondagmiddag op de weg van Sneek naar Franeker,
en precies op die zondagmiddag had ik in Sneek een kerkdienst.
Het is dus echt mijn eigen stomme fout, maar dat wil ik niet zien.
En om er maar zo snel mogelijk van af te zijn, betaal ik de boete direct,
zodat ik het weer kan vergeten.
Gelukkig wrijft Hanneke het me niet nog extra in.

dia 3 – God schrikt hoogmoedigen op
Gek is dat: zo’n brief is zo duidelijk als het maar kan,
en toch probeer ik het te ontkennen.
Houd ik mijzelf voor de gek omdat ik er niet aan wil.
Dat is ook wat Nebukadnessar doet: zichzelf voor de gek houden.
Maar God schrikt hoogmoedigen op.

1. In verwarring
dia 4 – in verwarring
Schrikken, dat doet Nebukadnessar wel in Daniël 4.
Hij krijgt een droom te zien,
en na de droom blijft hij in verwarring achter.

dia 5 – trots op wat je hebt bereikt
Nebukadnessar, we kwamen hem in de vorige hoofdstukken ook al tegen,
hij is de machtigste man op aarde,
maar hij komt steeds weer in aanraking met de God van Israël.
Het lijkt erop dat hij er weinig van geleerd heeft.
Nu gaat het dus weer over deze Nebukadnessar,
en het bijzondere: wat we hebben gelezen is zijn eigen verklaring.

Nebukadnessar heeft het allemaal goed voor elkaar.
Hij is rijk, is machtig, heeft geen zorgen.
Hij heeft een luxe leven in een schitterend paleis.
Nebukadnessar is tevreden, en nog wel het meest met zichzelf.
Want hij heeft hard gewerkt om dit voor elkaar te krijgen.
Hij is er trots op!

dia 6 – een verwarrende droom
Het is een droomleven, maar een droom zet zijn leven op z’n kop.
Voor Nebukadnessar geen post uit Leeuwarden,
maar een droom uit de hemel.
Hij droomt over een boom.
Niet zomaar een boom, maar een hoge en stevige boom.
Het is een belangrijke boom, een bron van leven voor alle dieren,
die bij de boom veilig zijn en kunnen eten van zijn vruchten.
Als een psycholoog aan Nebukadnessar zou vragen om een boom te tekenen,
dan had hij precies deze boom getekend.
Deze boom is hoe Nebukadnessar graag tegen zichzelf aankijkt:
een bron van leven, onmisbaar voor zijn land.
Er is geen twijfel mogelijk: deze droom gaat over de koning zelf.
Maar de droom loopt niet goed af…
Die machtige boom wordt gekapt, alleen de stronk blijft staan.
De dieren vluchten weg en de boomstronk moet net als de dieren leven.

De droom loopt vreemd af,
en ik kan me goed voorstellen dat je het niet precies begrijpt.
Maar de boodschap van de droom is toch wel duidelijk:
Nebukadnessar is de boom die wordt omgehakt,
zijn koningschap wordt hem afgenomen.
Nebukadnessar wil er niet aan.
Hij zoekt uitvluchten: ging die droom wel over hem,
heeft hij de droom wel goed begrepen,
heeft hij het zich niet gewoon maar ingebeeld?
De droom laat hem in verwarring achter.
Want de boodschap die zo voor de hand ligt, daar wil hij niet aan.

dia 7 – niet aan een duidelijke boodschap willen
Ik weet niet of je wel eens zo’n droom hebt gehad.
Ik zelf in ieder geval niet, dus dit verhaal staat voor mij ver weg.
Maar dat gevoel van verwarring, dat herken ik wel.
Daar heb ik geen dromen voor nodig.
Ik heb het als ik op de bank zit en tv kijk,
met in m’n hand een glas cola en naast me een zak chips,
en dan beelden van de rest van de wereld zie.
Van woedende Grieken van wie het geld op is.
Van kinderen die worden uitgebuit in fabrieken.
Van vluchtelingen die nergens veilig zijn.
En ik schenk nog maar een cola in…
Het is verwarrend: moet ik iets anders doen?
En de duidelijke boodschap, dat mijn luxe niet vanzelfsprekend is,
dat de wereld een harde wereld is en we in Nederland puur geluk hebben,
die wil ik liever niet horen…

2. God schrikt hoogmoedigen op
dia 8 – God schrikt hoogmoedigen op
Je kunt je afsluiten voor dingen die je niet wilt horen.
Dat is een kwestie van wegzappen…
Maar Nebukadnessar kan dat niet: de droom laat hem niet los.
God staat niet toe dat hij de droom vergeet,
want Nebukadnessar moet worden opgeschrikt.

dia 9 – bang om slecht nieuws te brengen
Na de droom kan Nebukadnessar niet slapen.
Steeds als hij gaat liggen komen de beelden in alle heftigheid terug.
Zo kan het niet doorgaan, er moet iets gebeuren.
Hij roept hulp in van zijn professionele dromenuitleggers.
Hij vertelt ze de droom, dit keer wel.
De uitleggers schrikken: wat een verschrikkelijke droom is dit!
Niemand durft het de koning uit te leggen,
want ze willen niet de brenger van slecht nieuws zijn.
Inmiddels weten ze een beetje hoe de koning daarmee omgaat.
In plaats daarvan houden ze het vaag: ‘tja, koning, dat kan van alles betekenen…’

De koning herinnert zich Daniël: hij moet de droom toch wel kunnen uitleggen?!
Hij laat Daniël ophalen en vertelt zijn droom.
Ook Daniël schrikt, de gedachten razen door zijn hoofd.
Hoe kan hij ooit de koning deze boodschap vertellen?
De koning heeft door dat Daniël schrikt.
Hij wil het nu toch echt weten: ‘Daniël, zeg het me, wat betekent de droom?’
‘Koning, het is verschrikkelijk.
Was het maar zo dat deze droom ging over uw vijanden.
Maar de droom gaat over u!’

dia 10 – God werpt hoogmoed omver
Het hoge woord is eruit, en Daniël kan vertellen.
‘Koning, u bent die boom.’
Nebukadnessars vermoedens worden bevestigd.
‘Koning, die boom staat voor uw hoogmoed.
U bent tevreden met uzelf, tevreden met alles wat u hebt bereikt.
U hebt het hoog in de bol: u denkt dat iedereen van u afhankelijk is,
en dat u recht hebt op uw machtige en luxe leventje.
U denkt dat u een fantastische koning bent.
God denkt daar anders over.
Als u zo doorgaat koning, wordt de droom werkelijkheid.
Dan gaat de boom omver, wordt uw koningschap afgepakt.
U zult worden als een dier, dat leeft in het open veld.
Dus koning, bekeer u, alstublieft!’

De koning bedankt Daniël.
Zijn verwarring trekt weg, hij voelt de rust terugkomen.
En er gebeurt niets…
Al snel is de koning de droom vergeten en gaat gewoon verder.
Hij is ingenomen met zichzelf en zijn prestaties: alles gaat om hem.
Dan grijpt God in.
De koning draait door en eindigt tussen de dieren.
Daar leeft hij zeven jaar lang.

dia 11 – hoogmoed laat geen ruimte voor genade
Moet je je voorstellen dat God dat bij jou zou doen…
Dat hij alles afpakt waarvan je dacht dat je het zo goed voor elkaar hebt.
Maar ook als God dat niet doet, heeft hij wel een duidelijke boodschap:
God kan niet tegen hoogmoed, want dan is er geen ruimte voor genade.
Als ik denk dat ik recht heb op mijn luxe leven,
dat ik het verdiend heb om een avond met chips en cola op de bank te zitten,
dan doe ik God geen recht: erken ik niet dat het zijn genade is.

God zegt: het draait niet om jou.
Hoogmoed maakt je lelijk.
Je bent alleen nog maar met jezelf bezig, alsof je het middelpunt bent van de wereld.
En dat is niet prettig, niet voor anderen, maar ook niet voor jezelf:
je moet steeds beschermen wat je hebt.
Maar op veel dingen heb je helemaal geen invloed.
Laat je opschrikken, doe niet alsof jij jouw leventje verdient!

3. Mag je trots zijn?
dia 12 – mag je trots zijn?
Maar mag je dan helemaal niet trots zijn?
Moet je als christen dan superbescheiden zijn,
en elk compliment direct relativeren?
Alsof je nergens goed in mag zijn…

dia 13 – wat goed is mag gezegd worden!
Er is niets mis met bescheidenheid, maar het kan doorslaan.
Dan wordt het valse bescheidenheid.
Soms kun je iets gewoon goed, en dat mag dan ook gezegd worden!
Ik heb bijvoorbeeld een goed verstand.
Volgens IQ-tests hoor ik bij de 2,5% van de intelligentste mensen.
Dat zeg ik niet om op te scheppen, het ís gewoon zo.
Nederig zijn is niet dat je ontkent dat je iets kunt.
Daarmee doe je God namelijk ook geen recht.
Als ik zou zeggen: ‘ach, mijn verstand, zo bijzonder is dat niet,’
dan beledig ik God: ik heb het van hem gekregen,
maar doe alsof het er niet is.
Nederig zijn betekent niet dat je nergens goed in mag zijn.
Het betekent wel dat je God er de eer voor geeft.
In mijn geval: ik heb een goed verstand van God gekregen.

dia 14 – geef jezelf er niet de eer voor
Want daar gaat het vaak fout, en dan wordt het hoogmoed:
als je jezelf er de eer voor geeft.
Als ik mijn verstand zou zien als een prestatie,
alsof ik het verdiend heb door er hard voor te werken.
Als je je rijkdom ziet als iets waar je recht op hebt,
omdat je er zoveel voor hebt gedaan.
Er is niets mis met cola, chips en tv kijken,
maar wel als je vindt dat jij nu eenmaal beter verdient dan die vluchtelingen op tv.

Dat is het probleem van Nebukadnessar.
Er is niets mis met dat hij koning is en veel voor het land heeft betekent.
Dat ís gewoon zo!
Onder zijn koningschap is het goed gegaan met Babylonië.
Hij heeft het werk van zijn vader afgemaakt en Babylonië goed op de kaart gezet.
Hij heeft enorm veel gebouwen op zijn naam staan,
waar hij de opdracht voor heeft gegeven en voor heeft betaald.
Het dak van zijn paleis, waar hij hoogmoedig rondwandelt en wordt gestraft,
dat dak wás indrukwekkend!
Om zijn vrouw een plezier te doen,
heeft Nebukadnessar een prachtige daktuin aangelegd.
Later staat dat bekend als de hangende tuinen van Babel,
één van de zeven meest indrukwekkende bouwwerken ooit.
Nebukadnessar heeft alle reden om trots te zijn.
Maar het probleem is dat hij alle eer naar zichzelf trekt:
dat hij dit verdiend heeft, omdat hij nu eenmaal de beste is.

Van zulke hoogmoed komt weinig goeds.
Dan maak je jezelf groter en groter,
neem je meer en meer ruimte in,
en kun je nooit tevreden zijn.
Dan kun je niet meer samenleven.

4. Leer nederigheid van Jezus
dia 15 – leer van Jezus nederigheid
Ik denk dat in iedereen wel iets van die hoogmoed zit,
van de gedachte dat het om jou gaat.
Dat je het normaal vindt wat je allemaal kunt,
dat je recht hebt op luxe,
zonder het als een cadeau van God te zien.

dia 16 – Jezus overwint alle hoogmoed
Nebukadnessar kreeg een harde les.
Kunnen wij onze hoogmoed opgeven als we niet zo hard worden aangepakt?
Ik geloof dat het kan door Jezus Christus.
Jezus is het tegenovergestelde van Nebukadnessar.
Nebukadnessar maakte zich groot, Jezus maakte zich klein.
Nebukadnessar vindt zijn weelderige leventje al heel wat,
maar Jezus had nog veel meer:
een plek in de hemel, aan de rechterhand van de Vader.
Nebukadnessar wordt door God op zijn plek gezet.
Jezus kiest ervoor om klein te worden, ook al is hij groot.
Tijdens zijn leven op aarde ging Jezus niet op zijn strepen staan,
hij vroeg niet om een voorkeursbehandeling omdat hij nu eenmaal God was.
Hij nam genoegen met weinig.
Nebukadnessar ging het om zichzelf, Jezus gaat het om jou.
Dát is nederigheid.

Die nederigheid werd zijn dood.
Paulus schrijft in Filippenzen 2:
‘en als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam
tot in de dood – de dood aan het kruis.’
Maar het gaat verder:
‘daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’
God maakt de nederige groot,
met zijn nederigheid heeft Jezus de hoogmoed verslagen.
God zou je op je knieën kunnen dwingen om je hoogmoed op te geven.
Maar hij doet het veel mooier: hij wordt nederig voor jou.
Met Jezus is je hoogmoed gekruisigd.

dia 17 – delen als medicijn tegen hoogmoed
Leer van Jezus wat nederigheid is.
En daarbij kan het advies van Daniël aan Nebukadnessar ook helpen:
wees vrijgevig en ontferm je over de armen.
Geven helpt je om nederig te zijn, om niet vast te zitten aan wat je hebt.
De luxe waar ik in leef, de dingen waar ik goed in ben,
dat zijn geen dingen die ik verdiend heb, het is Gods genade.
Daar mag je van genieten, maar ook uitdelen:
waarom zou ik meer recht op een gemakkelijk leven hebben dan een ander?
Misschien dat God daarom die vluchtelingen ook wel zo dichtbij brengt:
zodat wij leren om uit te delen, leren dat dit mensen net als wij zijn.
Dat is een geweldig medicijn tegen hoogmoed!

Toen ik 12 was kreeg ik een flinke zakgeldverhoging.
Er was 1 voorwaarde: ik moest ook een deel aan een goed doel geven.
Ik ben blij dat mijn ouders dat zo gedaan hebben:
zo leerde ik dat geld een cadeau is dat niet alleen voor jezelf is.
Zo geeft God ook: niet om alles voor jezelf te houden, alsof het jouw verdienste is.
Het is toch helemaal niet gek om een deel van je geld en talenten te delen?
Nee, delen is vaak niet makkelijk…
Maar houd jezelf niet voor de gek:
van delen wordt je echt een mooier mens.
Kijk maar naar Jezus.
Amen.




Handelingen 6:3-4 – Meedoen is winnen

Wie voetbalt, wil niet op de reservebank zitten. In de kerk van Jeruzalem stonden mensen aan de zijlijn, die graag wilden worden ingeschakeld. Maar in de kerk is iedereen nodig!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en.

Liturgie
Zingen: Opwekking 462
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 66 : 1 en 5
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 6 : 1 – 15
Zingen: Psalm 56 : 1, 2 en 4
Preek over Handelingen 6 : 3 – 4
Zingen: LvK Lied 106 : 1, 2, 3 en 4
Kinderen terug
Lezen wet: Romeinen 12 : 1 – 13
Zingen: ‘Ik Ben’ (Sela) : 3, 4, 5 en 6
Onderwijs over ambtsdragers
Bevestiging
Zingen: GKB Gezang 10
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 481 : 1, 2 en 3
Zegen

Meedoen is winnen

Inleiding
dia 1 – laminaat
Een half jaar geleden hebben wij onze logeerkamer opgeknapt,
zodat het ooit eens Tims kamer wordt.
Verduisterende rolgordijnen, stoere jongensgordijnen ervoor,
fris behangrandje met auto’s, bussen en vliegtuigen,
en, het kan haast niet missen, een laminaatvloer erin.
Wie heeft het niet, zou ik bijna zeggen…

Bij de IKEA kun je alles halen, dus ook laminaatvloeren.
Direct een leuk uitje.
In de IKEA ziet het allemaal heel simpel uit:
iedereen zou laminaat moeten kunnen leggen.
In werkelijkheid kom je handen tekort.
Dus wij hebben maar hulp ingeschakeld.
Op een mooie zaterdagochtend hebben Bert en Harmen een handje geholpen.

dia 2 – koffiezetapparaat
Dat ging zo snel, dat ik bijna niets meer hoefde te doen.
Heerlijk, zulk personeel!
Wie nog een laminaatlegger zoekt…
Ik heb mij maar nuttig gemaakt met plinten, afval opruimen en koffie zetten.
Anders zou ik alleen maar in de weg lopen…
En daar gaat het mij nu even om.
Het gevoel dat je niet nodig bent,
dat is best fijn als het laminaat voor je wordt gelegd,
maar niet als je altijd het gevoel hebt dat je overbodig bent.

dia 3 – mok
Bij het ontbijt drink ik graag uit deze mok van FC Knudde.
Een van de spelers komt aanlopen met een kussen onder zijn arm.
‘Wie zegt dat jij reserve bent?’ vraagt de trainer.
‘Niet?’ antwoordt de speler verbaasd.
Je kunt je als die speler voelen: overbodig.
Dat je toch alleen maar op de reservebank zit,
dus net zo goed kunt gaan slapen.

dia 4 – meedoen is winnen
In de kerk is dat dus niet zo!
Dat er alleen ruimte is voor een paar mensen om zich nuttig te maken.
In de kerk loop je niet maar in de weg, iedereen is er juist nodig!
In de kerk is meedoen winnen.

1. Aan de zijlijn
dia 5 – aan de zijlijn
Tenminste, zo zou het moeten zijn.
In de kerk in Jeruzalem worden mensen vergeten.
Het probleem in Handelingen 6 is dat een groep weduwen aan de zijlijn staat:
ze krijgen geen kans zich in te zetten.

dia 6 – een andere manier van lezen
Wacht even, dat gedeelte dat we hebben gelezen, dat ging toch over iets heel anders?
Ik kan natuurlijk geen gedachten lezen,
maar de meeste mensen vatten het verhaal zo op:
‘in de kerk van Jeruzalem wordt gezorgd voor de armen,
voor hen is er een soort voedselbank,
maar een groep weduwen wordt daarbij overgeslagen.
Daarom worden er diakenen aangesteld
om ervoor te zorgen dat niemand wordt vergeten.’
Nou, wie dacht inderdaad dat het verhaal zo ging?

Ik zelf dacht dat eerst ook, op deze manier wordt het verhaal vaak uitgelegd,
en onze bijbelvertaling stuurt je ook die kant op.
Maar het is wel een beetje vreemd:
als inderdaad niet goed voor die weduwen wordt gezorgd,
zou je verwachten dat de diakenen eten gaan rondbrengen.
Maar dat doen ze dus niet!
Stefanus, één van die mannen, doet even later van alles:
hij preekt, hij doet wonderen, maar over eten uitdelen lees je niets…
Om een lang verhaal kort te maken,
ik heb een andere manier gevonden om dit verhaal te lezen,
en daar wil ik jullie graag in meenemen.

dia 7 – problemen met de organisatie van maaltijden
We gaan naar de kerk van Jeruzalem.
Met Pinksteren waren er 3000 mensen tot geloof gekomen,
en dat was nog maar het begin.
De kerk bestaat nog maar net en is in korte tijd razendsnel gegroeid.
Ja, dan gaat er wel eens wat mis,
want wie kan daar nu nog het overzicht over houden?
Wat het extra lastig maakt,
is dat er christenen zijn die hun leven lang al in Israël wonen en Aramees spreken,
maar ook christenen die uit andere delen van de wereld komen en Grieks spreken.
De twaalf apostelen, de groep waar het allemaal mee begon, spraken Aramees.
Niet zo gek dat ze het Griekse deel wat minder goed kennen.

Elke dag waren er gezamenlijke maaltijden:
de kerk is heel wat meer dan diensten op zondag.
Die maaltijden waren niet alleen voor de liefhebbers,
iedereen deed er aan mee.
Aan tafel klopte het hart van de gemeente.
Maar zulke maaltijden houden, dat vraagt natuurlijk wel wat organisatie.

dia 8 – verlangen om ook mee te doen
Dan komen de weduwen in beeld.
Vrouwen die er alleen voor staan.
Dat is nooit makkelijk, en toen al helemaal niet.
Maar het is niet goed om alleen maar te kijken naar wat mensen niet kunnen!
Verderop in het Nieuwe Testament krijgen weduwen zelfs een officiële functie:
ze staan niet aan de zijlijn maar zijn juist nodig.
In dit geval bij het organiseren van de maaltijden.
Maar de Griekse weduwen worden over het hoofd gezien.
De twaalf apostelen schakelen vooral mensen in die ze al kennen,
net zoals wij ook de neiging hebben om steeds dezelfden te vragen…
De Griekse weduwen willen ook meedoen!

dia 9 – mok
Wat een fantastisch probleem is dat eigenlijk: mensen die meer willen doen!
Niks geen ge-emmer over vacatures die niet worden ingevuld…
Bij ons is dat wel anders,
maar toch hoop ik dat je iets van dat verlangen herkent om mee te doen:
dat je niet aan de zijlijn wilt staan,
en bij wijze van spreken je kussen al meeneemt naar de kerk,
omdat je er toch overbodig bent…
Nee: jouw bijdrage is waardevol!

2. Een goede verdeling
dia 10 – een goede verdeling
Het is niet goed als sommige mensen alles doen
en anderen niet eens de gelegenheid krijgen iets te doen.
Om dat probleem op te lossen, worden zeven mannen aangesteld.
Zo ontstaat er een goede verdeling van wat moet gebeuren.

dia 11 – ambtsdragers moeten niet alles doen
Het probleem wordt serieus genomen:
natuurlijk moeten die Griekse weduwen worden ingeschakeld!
Maar daarvoor moet er wel meer veranderen.
Op dit moment moet alles door de twaalf apostelen geregeld worden.
Wat er ook maar aan de hand is, zij moeten het oplossen.
Maar het wordt gewoon te veel.
En aan hun echte taak, bidden en verkondigen,
daar komen ze veel te weinig aan toe.
Dat moet anders!

Dat lijkt me voor vandaag ook belangrijk.
Dingeman, Minze en Arie, we zijn blij dat jullie de kerkenraad komen versterken!
Maar het is dus niet de bedoeling dat jullie alles maar gaan doen.
Sterker nog: als je alles gaat doen wat op je afkomt,
maak je jezelf te belangrijk en onmisbaar.
Zorg dat je niet verzuipt in allerlei bijzaken,
houd juist, net als de apostelen, je kerntaak in de gaten.
Zometeen, voor jullie bevestiging, staan we daar nog bij stil.

dia 12 – ambtsdragers schakelen de gemeente in
De apostelen gaan het probleem niet zelf oplossen,
maar roepen de gemeente samen en geven een opdracht:
‘wijs zeven mannen aan, zeven leiders.’
Zo gebeurt het: er worden zeven mannen gekozen,
en als je op hun namen af mag gaan
zijn het allemaal mannen uit het Griekse deel van de gemeente.
Wat zij nou precies moeten doen, staat er niet,
ze moeten er in ieder geval voor zorgen dat de Griekse weduwen worden ingeschakeld.
Zie ze maar als een soort hulpapostel.
De apostelen hadden geen zicht op de hele gemeente,
deze zeven mannen kunnen hen goed aanvullen.
Samen zorgen ze ervoor dat iedereen in de gemeente iets kan bijdragen.
Dus geen praktische hulpen die pannen eten rondbrengen,
maar juist mannen die de gemeente inschakelen.

Dat betekent ook wat voor ons.
Die ouderlingen en diakenen,
die zijn er om jullie, de gemeente, in te schakelen!
Zij moeten het overzicht over de gemeente houden.
Niet alleen het overzicht van wie er hulp nodig heeft,
maar juist ook het overzicht van wie welke gave in kan zetten.
Zij moeten stimuleren dat we een echte gemeenschap zijn,
waar ieder zijn plek inneemt en zijn gave inzet,
zodat niemand aan de zijlijn staat en vergeten wordt.

3. Kerk zijn we samen
dia 13 – kerk zijn we samen
Maar zitten we daar wel op te wachten?
Is het niet gewoon fijner om toe te kijken?
Dat die Griekse weduwen iets willen doen, dat is prachtig,
maar zelf heb je het al druk genoeg!
Moet je dan ook nog je gaven voor de gemeente inzetten?
Waarom kunnen de ouderlingen en diakenen
er niet gewoon voor zorgen dat het allemaal draait, zonder dat extra gedoe?

dia 14 – kerk als theater?
Dat hangt er vanaf hoe je naar de kerk kijkt.
Twee voorbeelden die ik deze week tegenkwam, wil ik graag aan jullie doorgeven.
Je zou de kerk kunnen vergelijken met een theater.
Dan gaat het vooral om wat je er haalt.
Je wilt er vermaakt worden, iets leren, gevoed worden,
dus hoop je maar dat de predikant een beetje een goed verhaal heeft
en dat de muziek goed is en naar jouw smaak.
Van jezelf vraagt het helemaal niets.
Zo is de kerk dus niet: anders hadden we wel van die wegzakstoelen in de kerkzaal.

dia 15 – kerk als voetbalteam!
Je kunt de kerk beter vergelijken met een voetbalteam.
Voetballers doen niets liever dan spelen,
de reservebank is een teleurstelling.
In een voetbalteam is iedereen nodig,
en ieder heeft zijn eigen specialiteit.
De een kan goed koppen, de ander geeft mooie voorzetten,
en weer een ander rent iedereen eruit.
Samen spelen ze het spel.

dia 16 – samen Christus’ lichaam op aarde
Zo is de kerk ook: we moeten het met elkaar doen.
Ja, de kerk is er ook om je geloof te voeden,
maar dat geloof wordt pas echt gevoed als je een deelnemer bent.
Voetballers worden ook geen betere voetballers als ze langs de kant liggen te slapen…
De kerk is het lichaam van Christus op aarde,
dat is wat we samen zijn en waar we voor trainen.
In Handelingen wordt volop getraind:
er wordt geschreven over de kerk als een éénheid, als je nieuwe familie,
waarin de deelnemers met elkaar meeleven,
met elkaar eten en het avondmaal vieren.
Iedereen heeft daarin zijn eigen specialiteit.
Een jongere heeft misschien enthousiasme en goede kritische vragen.
Een oudere heeft misschien levenswijsheid
en weet dat er meer is dan de rages van vandaag.
Samen zijn we een gemeenschap.

Die weduwen voelden zich aan de zijlijn staan,
terwijl ze graag iets wilden doen.
Niet omdat dat van hen verwacht werd,
maar omdat ze graag wilden meedoen en bijdragen.
Laten wij daar ook beginnen:
bij het verlangen om samen het lichaam van Christus te vormen,
om het huisgezin van God te zijn.
Het verlangen naar iets veel beters,
dan een wereld waar ieder voor zich leeft.

dia 17 – zo groeit de kerk
Dat is in Handelingen ook het succesverhaal van de kerk.
De kerk groeit, omdat mensen zien dat de kerk iets bijzonders heeft:
mensen verbinden zich aan elkaar omdat ze in Christus één zijn.
Als wij, hier in Franeker, betekenis willen hebben voor onze omgeving,
moeten we het niet zoeken in super-professionele diensten,
maar in dat we een eenheid zijn.
Daar zetten die zeven mannen zich voor in, en met succes.
Met zo veel succes dat de Joden er bang van worden.
Het wordt Stefanus zijn dood.

4. Doe je mee?
dia 18 – doe je mee?
En dan is de vraag: doe je mee?
Wil je zo’n deelnemer zijn in de kerk?
Actief deel zijn van de gemeenschap,
net zoals die weduwen ingeschakeld wilden worden?

dia 19 – ambtsdragers kunnen niet zonder de gemeente
Zonder jullie, gemeente, kunnen de ouderlingen en diakenen hun werk niet doen.
Ja, ze krijgen een bijzondere verantwoordelijkheid.
Zometeen horen we er nog wat meer over.
Maar het is niet zo dat de ouderlingen en diakenen het maar moeten doen:
het is juist hun opdracht iedereen in te schakelen.
Ze zijn er niet om jullie te verzorgen,
maar om jullie te helpen voor elkaar te zorgen,
en daar hoort ook voor elkaars geloof zorgen bij.
De ouderlingen en diakenen kunnen niet zonder jullie,
daarom vraag ik straks niet alleen van hen een ja-woord,
maar ook van de gemeente.

dia 20 – hoe kun jij bijdragen?
Vraag jezelf eens af: hoe kan ik een bijdrage leveren?
Want je hoeft er niet iemand anders voor te worden:
je hebt je eigen gaven gekregen waar je iets mee kunt.
Net zoals je je eigen onmogelijkheden hebt.
Die weduwen waren bijvoorbeeld niet rijk,
maar een maaltijd organiseren, dat deden ze graag.
Bedenk eens waar jouw mogelijkheden liggen.
Misschien heel praktisch, in muziek, koken, schoonmaken of organiseren.
Misschien in meeleven, bemoedigen, waarschuwen of motiveren.
Hoe dan ook: ieder kan bijdragen,
niemand kan hier gemist worden.

dia 21 – aan tafel
En als je dit nog te vaag vindt: ga gewoon samen eten.
Een jaarlijkse kringbarbecue is fijn,
maar waarom zou je niet vaker samen eten?
Je kunt de kerk heel moeilijk maken,
maar in Handelingen is het heel simpel:
aan tafel kun je heel makkelijk met elkaar meeleven,
kun je delen in elkaars leven.

dia 22 – durf offers te brengen
Dat vraagt wel om betrokkenheid,
om bereidheid om in elkaar te investeren.
Met een oud woord: het vraagt offers.
Soms moet keuzes maken.
Van een keuze voor de gemeente kun je zelf minder worden: dat is een offer.
Maar God ziet dat offer, en Paulus schrijft in Romeinen 12 dat God dat met vreugde ziet.

Zullen we er samen voor gaan?
We moeten het met elkaar doen.
Doe je mee?
Dan ben je een winnaar!
Amen.




Efeziërs 4:26-27 – Opstaan uit je boosheid

Pasen heeft alles met je dagelijks leven te maken. Bijvoorbeeld met hoe je met boosheid omgaat. Boosheid is normaal, soms ook terecht. Maar koester je boosheid niet. Door Jezus kun je op een nieuwe manier met boosheid omgaan.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een preekverwerkingsblad beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie
Zingen: Psalm 141 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 215 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Efeziërs 4 : 25 – 5 : 20
Zingen: Psalm 4 : 2 en 3
Preek over Efeziërs 4 : 26 – 27
Zingen: LvK Lied 462 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: Opwekking 689
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 96 : 1, 2 en 5
Zegen

Opstaan uit je boosheid

Inleiding
dia 1 – zwart
Het gaat vanmorgen over ‘boos zijn’.
Misschien vind je het wel lekker om soms even boos te zijn,
want dat kan je best opluchten.
Maar het kan ook dat je bijna nooit boos bent, en daarom denkt:
‘ik hoef vanmorgen niet te luisteren, het gaat toch niet over mij.’
Luister toch nog maar even verder!

dia 2 – rijdende rechter
Bij boze mensen denk ik aan het tv-programma ‘de rijdende rechter’.
Ik verbaas me er altijd over hoe boos mensen kunnen worden
om een rijtje coniferen dat 20 centimeter teveel naar voren staat…
Totdat het mijzelf een keer overkomt,
dan wil ik toch ook wel erg graag dat ik krijg waar ik recht op heb…
Hoe dan ook, de emoties kunnen bij ‘de rijdende rechter’ hoog oplopen.
Vooral op de hoorzitting.
Eerst heeft mr. Frank Visser met deskundigen een kijkje ter plaatse genomen,
in de hoorzitting komen eiser en beklaagde uitgebreid aan het woord.
Tenminste, als ze elkaar laten uitpraten, en soms is dat heel moeilijk…
Dan legt de een net uit wat zijn probleem is,
en dan schreeuwt de ander er alweer doorheen ‘dat is niet waar!’
En daarna gaan ze demonstratief met de armen over elkaar zitten
en blijven de hele hoorzitting boos ‘nee’ schudden.

dia 3 – boos
Daar denk ik dus aan bij ‘boos zijn’.
Maar boosheid is veel meer.
Je kunt boos zijn op de computer omdat die zo langzaam opstart.
Je kunt boos zijn op iemand die op een onhandig moment belt,
helemaal als het weer eens zo’n callcenter is dat je iets wil aansmeren.
Je kunt boos zijn omdat iemand zich niet aan afspraken houdt.
Je kunt boos zijn omdat iemand je niet serieus neemt.
Je kunt boos zijn omdat zoveel vluchtelingen omkomen in de Middellandse Zee.
Dat is allemaal boosheid, en je kunt die lijst nog veel langer maken.
Het gaat vanmorgen niet over een klein gedeelte van de mensen
dat het lastig vindt om hun boosheid te beheersen.
Misschien is het zelfs nog wel veel gevaarlijker
om niets van je boosheid te laten merken.
In ieder geval durf ik wel te zeggen dat iedereen regelmatig boos is.
Of, als je het liever anders noemt: geërgerd of geïrriteerd.

dia 4 – opstaan uit je boosheid
De vraag is: hoe ga je met je boosheid om?
Vorige week ging het erover dat het Pasen in je leven mag zijn:
niet alleen Jezus is uit de dood opgestaan,
met Jezus mogen wij ook opstaan in een nieuw leven.
Dat is natuurlijk nog best abstract,
wat is er dan zo anders aan dat nieuwe leven?
Vandaag maken we het wat concreter:
wat betekent opstaan met Christus voor je boosheid?
Het thema is daarom: opstaan uit je boosheid.

1. Boosheid koesteren
dia 5 – boosheid koesteren
Paulus schrijft over boosheid:
‘laat de zon niet ondergaan over uw boosheid.’
Waarom Paulus dit schrijft, weten we niet.
In ieder geval wordt er wel duidelijk van
dat Paulus niet alleen maar met z’n hoofd bij God zit:
hij weet ook heel goed dat de kerk niet perfect is,
dat mensen het vaak best moeilijk vinden om goed met elkaar om te gaan,
ook al zijn ze door hun geloof aan elkaar verbonden.
Blijkbaar ziet Paulus dat ook de christenen in Efeze
niet goed met hun boosheid omgaan: ze koesteren hun boosheid.

dia 6 – boos zijn is normaal
Met boosheid op zich is niets mis.
Paulus begint met ‘als je boos wordt’:
het is voor hem vanzelfsprekend dat mensen boos worden,
dat is geen enkel probleem.
Boos zijn is normaal, boos zijn hoort gewoon bij het leven.
Je kunt boosheid verstoppen, maar daarmee is de boosheid nog niet weg.

dia 7 – parlement Italie
Ik denk trouwens dat Nederlanders daar ook best goed in zijn, boosheid verstoppen.
Vergelijk een vergadering van onze Tweede Kamer maar eens
met een vergadering van het Italiaans of Brits parlement:
daar zijn vergaderingen echt vuurwerk, met veel geschreeuw,
in Nederland zijn ze heel braaf.
We houden het graag netjes, maar dat betekent niet dat we geen boosheid hebben.
Het komt alleen wat anders naar buiten, bijvoorbeeld door te mopperen,
en daar zijn Nederlanders dan weer heel goed in!

dia 8 – goede redenen om boos te zijn
Er kunnen heel goede redenen zijn om boos te zijn.
Jezus was ook boos,
bijvoorbeeld als de Farizeeën met hun regeltjes mensen van God weg hielden.
De meeste goede veranderingen beginnen met mensen die boos zijn:
zonder boosheid was de slavernij nooit afgeschaft,
hadden vrouwen nog altijd geen stemrecht
en waren er nauwelijks sociale voorzieningen.
Het is goed om boos te zijn als je onrecht ziet,
als mensen misbruik van elkaar maken
of als je hoort hoe vluchtelingen worden behandeld.

dia 9 – koesteren: je houdt je boosheid voor jezelf
Boosheid zit in ons allemaal, de vraag is alleen: hoe ga je er mee om?
Het is nog niet zo makkelijk om goed met boosheid om te gaan.
Voor je het weet, ga je je boosheid koesteren.
Als je bijvoorbeeld een probleem hebt met iemand uit de kerk,
omdat die een vervelende opmerking tegen je maakte,
dat je dan die persoon gewoon maar even ontloopt.
Of dat je vriendelijk doet, dat is namelijk wel zo beleefd,
maar ondertussen voel je de boosheid van binnen wel.
Je houdt je boosheid voor jezelf, die boosheid blijft met je meegaan,
hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je jezelf gelijk geeft:
je omarmt de boosheid.
Dat is dus iets heel anders dan een opvliegend karakter,
deze vorm van boosheid is nog veel venijniger: hij blijft bij je.
Daarover heeft Paulus het: je boosheid koesteren.

2. Boosheid koesteren houdt je van Jezus af
dia 10 – boosheid koesteren houdt je van Jezus af
En dáárvan zegt Paulus: dat is niet goed.
Natuurlijk ben je regelmatig boos,
maar koester dan je boosheid niet.
Want je boosheid koesteren, dat houdt je van Jezus af.

dia 11 – het evangelie verandert hoe je met boosheid omgaat
Ik vind dat spannend:
geloven in Jezus Christus heeft dus ook met zulke dingen te maken!
Het gaat niet alleen over hoe je tegenover Jezus staat,
maar ook over alledaagse dingen zoals boosheid.
Het gaat niet alleen over dat God van je houdt,
maar ook over dat God je leven verandert.
Paulus zegt: ‘laat u door niemand met loze woorden misleiden.’
Loze woorden stellen je gerust,
laten je denken dat God het wel prima vindt als jij op jouw manier leeft.
Maar het evangelie verandert ook je dagelijks leven,
ook hoe je met boosheid omgaat.

Boosheid koesteren hoort bij het oude leven, het leven zonder Jezus.
Paulus waarschuwt: ‘laat je boosheid er niet voor zorgen
dat je zondigt en dat je de duivel een kans geeft.’
Als je je boosheid koestert, doe je dat.
Het past niet bij het opstaan met Jezus,
het nieuwe leven is juist dat je ook opstaat uit het koesteren van boosheid.

dia 12 – boosheid koesteren verwoest relaties
Want boosheid die je koestert doet lelijke dingen.
In je boosheid zeg en doe je dingen waar je achteraf spijt van hebt.
Maar boosheid kan nog meer doen.
Het gaat tussen jou en anderen instaan, ook als het maar om kleine ergernisjes gaat.
Boosheid kan je trots voeden, dat je je meer voelt dan anderen.
Als je boosheid koestert, gaat het een heel eigen leven leiden:
je negeert elkaar, heb oordelen over elkaar, en gaat langs elkaar heen leven.
Als je boosheid voor jezelf houdt, verwoest het je relaties.
Terwijl frustraties juist een hele goede gelegenheid zijn
om echt met elkaar in gesprek te zijn en te groeien in liefde.

Boosheid geeft zelfs de duivel kans om in je leven binnen te komen.
Het Griekse woord dat Paulus hier voor de duivel gebruikt, betekent ook ‘leugenaar’.
Met boosheid kunnen leugens in de wereld komen.
De duivel verdraait de waarheid graag.
Als je boos bent, blijf je meestal niet bij de feiten, maar ga je voor een ander invullen.
Iets kleins kan een eigen leven gaan leiden,
bijvoorbeeld als iemand op straat je niet groet,
en jij denkt dat die iets tegen je heeft,
en vervolgens ga je inbeelden wat die ander allemaal over je denkt.
Terwijl hij in werkelijkheid je gewoon niet gezien had.
Geef de duivel geen kans door zo met je boosheid om te gaan!

dia 13 – boosheid mag niet in de plaats van Jezus komen
Boosheid die je koestert, gaat je leven beheersen.
Je houding wordt er een van irriteren en mopperen.
Dat staat ook je leven met Christus in de weg.
Boosheid verzuurt je, in plaats van dat je in Christus vreugde vindt.
Voor je het weet is boosheid de drijfveer van je leven,
je boosheid wordt bepalend voor je keuzes.
Dan komt boosheid in de plaats van Jezus te staan.

3. Jezus rekent met je boosheid af
dia 14 – Jezus rekent met je boosheid af
Je boosheid koesteren is gevaarlijk.
Tegelijk denk ik dat iedereen het in bepaalde mate wel doet.
Paulus geeft in deze hoofdstukken veel regels, best zinnige regels,
maar hoe kun je daar ooit aan voldoen?
En nog iets anders:
een beetje psycholoog zal ook zeggen dat je boosheid niet moet koesteren.
Wat is er dan zo typisch christelijk aan goed omgaan met boosheid?
Ja, je kunt op een nieuwe manier met je boosheid omgaan,
en ja, Jezus heeft daar alles mee te maken.
Jezus rekent met je boosheid af.

dia 15 – God heeft reden om boos te zijn (raam)
Laten we maar eens kijken hoe God met boosheid omgaat.
Als er iemand reden heeft om boos te zijn, is het God wel.
Wij worden al boos als iemand aan je spullen zit,
als iemand bijvoorbeeld een steen door je raam gooit.
Terecht dat je dan boos bent.
God heeft een prachtige wereld gemaakt waar alles goed was.
Tot de mensen ermee bezig gingen…
Dat gaat wel even wat verder dan een steen door een raam:
zonder ophouden maken we kapot wat God zo mooi gemaakt heeft.
Natuurlijk is God boos!

dia 16 – in Jezus rekent God met de boosheid af
Maar God koestert zijn boosheid niet.
God maakt werk van zijn boosheid.
Hij laat zich niet door zijn boosheid beheersen.
In plaats van zijn terechte boosheid op ons af te reageren,
of zich maar terug te trekken en ons voortaan te negeren,
neemt God de boosheid op zichzelf!
Aan het kruis draagt Jezus alle boosheid, en trekt zelfs God zich van hem terug.
En deze Jezus is opgestaan!
Dat betekent dat hij gewonnen heeft, ook van de macht van de boosheid.
Wij, mensen, blijven elkaar lang dingen nadragen.
God is anders: voor wie bij Jezus horen is zijn boosheid klaar.
Dat gaat heel wat dieper dan uit beleefdheid vriendelijk met ons omgaan:
God heeft alles op alles gezet om een echte relatie met je te hebben.

dia 17 – Jezus wil je boosheid dragen
In hoe God met jou omgaat, geeft hij het goede voorbeeld.
Maar het is nog meer:
omdat Jezus is opgestaan, is er ook echt iets veranderd voor je eigen boosheid.
Als je boosheid terecht is, mag je weten dat God met jou boos is.
Ook die boosheid heeft Jezus al ondergaan en overwonnen.
De boosheid die ik nog koester doet daar alleen maar afbreuk aan.
God doet recht, niet ik.

Jezus geeft je een nieuw leven, een nieuwe toekomst.
Veel boosheid komt uit angst voort.
Angst voor hoe anderen tegen jou aan kijken,
angst dat het anders gaat dan op jouw manier,
angst dat je niet krijgt waar je recht op hebt.
Jezus wil je angst dragen, er een einde aan maken.
Paulus zegt: ‘de Heilige Geest is het stempel
waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.’
Je hoort bij Jezus, bij zijn nieuwe wereld: het koninkrijk van God,
en met die hoop hoef je je niet door boosheid te laten leiden.

4. Laat boosheid je niet beheersen
dia 18 – laat boosheid je niet beheersen
De vraag was: hoe ga je met boosheid om.
Boosheid is normaal, maar het gaat fout als je het gaat koesteren.
Bij Jezus kun je kracht vinden om op een nieuwe manier met boosheid om te gaan:
laat boosheid je niet beheersen!

Dat is niet perse makkelijk.
Het zit zo in mensen ingebakken hun boosheid te koesteren,
dat het een bewuste keuze moet zijn om dat niet te doen.
Maar hoe vaker je dat doet, hoe meer het ook automatisch gaat:
boosheid gaat je steeds minder beheersen.
Wat Paulus eerder al zei, dat je met Christus bent opgewekt,
wordt dan in je leven ook steeds meer werkelijkheid.
Oude gewoonten moeten sterven, en nieuwe gewoonten moeten opstaan.

dia 19 – geef de duivel geen kans in de gemeente:
Dat begint hier, in de gemeente.
Vlak voor het gedeelte dat wij hebben gelezen,
heeft Paulus het erover hoe belangrijk het is elkaar lief te hebben
om zo naar Christus toe te groeien, die het hoofd is van de gemeente.
In de kerk mag boosheid niet tussen mensen in staan.
En daarbij kun je ook denken aan ergernisjes en irritaties.
Het is onvermijdelijk dat die er zijn, maar koester ze niet,
geef de duivel geen kans om tussen ons in te komen.
Daarmee maak je het lichaam van Christus kapot!

dia 20 – spreek goede woorden
Wat moet je dan wel?
Het begint in ieder geval met een goede omgang met elkaar.
Paulus zegt: ‘laat goede en waar nodig opbouwende woorden over je lippen komen,
die goed doen aan wie ze hoort.’
Geef geen aanleiding tot boosheid,
door slechte woorden te spreken, door altijd iets aan te merken te hebben,
door met woorden af te breken in plaats van op te bouwen.

dia 21 – maak werk van je boosheid
En als er dan wel boosheid is?
Niet alle irritaties zijn groot genoeg om uit te praten.
Laat het dan los: iets gaat niet op jouw manier, maar ook niet alles hoeft op jouw manier.
Laat het dan ook écht los: laat het niet sluimeren,
zodat het later alsnog naar boven komt.

In andere situaties is het beter om je boosheid uit te praten.
Dat is een kunst op zich.
Want wat begin je makkelijk vanuit je boosheid:
‘moet je eens horen, jij hebt me gekwetst, dat moet je terugnemen!’
Je dropt je boosheid, en de ander moet zich er maar mee redden…
Dat heeft dus niets te maken met uitpraten!
Uitpraten is veel moeilijker: je moet naar elkaar luisteren,
eerlijk bespreken wat er is gebeurd, zonder alle vooroordelen die je erbij hebt bedacht,
elkaar leren te begrijpen en dan samen verder gaan.
Dan is er uit je boosheid iets moois gekomen: liefde.

Helaas lukt uitpraten niet altijd.
Laat het dan wel los, laat het aan God over.
Je hoeft het niet te vergeten, maar laat je boosheid je niet beheersen.
Dat geldt ook voor boosheid over grote wereldproblemen:
laat je boosheid maar aan God over.
Dat neemt niet weg dat je je natuurlijk wel kunt inzetten voor de goede zaak.

dia 22 – nog voor je gaat slapen
En dan geeft Paulus nog goede praktische raad:
‘laat de zon niet ondergaan over je boosheid.’
Doe iets met je boosheid voor je gaat slapen,
en waarschijnlijk slaap je dan nog beter ook.
Want van uitstel, van wachten op een betere gelegenheid,
komt vaak alleen maar afstel.
Je boosheid gaat nog meer een eigen leven leiden.

Laat het Pasen zijn in je leven:
leef het nieuwe leven dat Jezus geeft
en sta op uit je boosheid.
Amen.




Lucas 15:31-32 – Jezus, hij wacht zondaars op

Maak Jezus geloven niet te goedkoop? Is genade niet te gemakkelijk? Met die vraag zitten de Farizeeën. Jezus reageert met het verhaal over een vader en zijn twee zonen. Het is een uitnodiging: wees niet jaloers op anderen maar geniet van Jezus!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 177 : 1 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 428
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Lucas 15 : 1 – 2 en 11 – 32
Zingen: Psalm 126 : 1, 2 en 3
Preek over Lucas 15 : 31 – 32
Zingen: Psalm 103 : 4, 5 en 9
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: LvK Lied 436 : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 89 : 1 en 4
Zegen

Jezus, hij wacht zondaars op

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik ben het oudste kind van mijn ouders,
ik ben dus een echte oudste zoon.
Het schijnt dat je plaats in het gezin
ook invloed heeft op je karakter.
Oudste kinderen staan bekend als plichtsgetrouw en verantwoordelijk.
Voor mij gaat het in ieder geval wel op,
en dat is zowel een kracht als een valkuil.
Het betekent in ieder geval dat ik mij kan ergeren
aan mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen.

dia 2 – boeken
Toen ik nog studeerde, moest ik regelmatig scripties schrijven.
Dat was soms best pittig:
een onderzoeksvraag bedenken, informatie zoeken en sorteren,
het schrijven zelf, en dan ook nog nauwkeurig zijn met voetnoten.
En dat dan in een paar weken tijd.
Want er was ook altijd een deadline.
Had je je scriptie niet voor een bepaalde datum ingeleverd,
dan kreeg je puntenaftrek of moest je het volgend jaar maar over doen.

dia 3 – deadline
Voor mij, als verantwoordelijke jongen, werkt dat goed.
Mijn scripties waren altijd keurig op tijd klaar.
Soms was ik niet echt tevreden over mijn scriptie,
maar de beschikbare tijd was gewoon om,
en dan moet je genoegen nemen met wat je in die tijd kunt doen.

Anderen waren minder onder de indruk van deadlines.
Dat waren trouwens ook altijd dezelfden.
Steevast leverden zij hun scripties een paar weken te laat in.
Zij bepaalden zelf wel wanneer zij tijd hadden voor die scriptie.
En nu komt het: dat werd gewoon geaccepteerd.
De dreiging van puntenaftrek was altijd een loos dreigement.
Sterker nog: omdat deze klasgenoten meer tijd voor de scriptie hadden genomen,
gebeurde het regelmatig dat ze beloond werden met een hoog cijfer.
Dan dacht ik altijd: ‘ja, zo kan ik het ook,
als ik onbeperkt tijd mag nemen, dan haal ik ook 2 punten hoger.’
Ik vond dat mijn klasgenoten er veel te makkelijk mee wegkwamen.
Dat vind ik nog steeds, maar inmiddels heb ik ontdekt
dat dat misschien wel meer over mij zegt dan over mijn klasgenoten.
Maar ik kan mij er nog steeds over opwinden.

dia 4 – Jezus, hij wacht zondaars op
Over die opwinding gaat het vanmorgen:
Jezus laat zondaars veel te makkelijk wegkomen, hij wacht hen zelfs op!
Ondertussen worden mensen die wel hun verantwoordelijkheid nemen
er niet eens voor beloond.
Hoe kan dat nou?

1. Veel te makkelijk
dia 5 – veel te makkelijk
De Farizeeën en schriftgeleerden hebben weer eens kritiek op Jezus.
Het zal ook eens niet…
Maar hun kritiek is volgens mij heel begrijpelijk.
Jezus is op weg naar Jeruzalem, om daar met Pasen te zijn,
en onderweg trekt Jezus een bepaald soort mensen aan.
Corrupte ambtenaren, losbollen, drankmisbruikers, hoeren,
voor de Farizeeën is het allemaal een pot nat.
En wat doet Jezus?
Hij staat met open armen op hen te wachten,
zegt dat hun zonden vergeven zijn en dat het goed is met God.
De Farizeeën zijn geïrriteerd:
zo makkelijk mogen die zondaars er toch niet mee weg komen?!
Dit is onverantwoord!
De Farizeeën kunnen het niet met hun geweten rijmen.

dia 6 –jongste zoon: denkt alleen aan zichzelf
Jezus hoort het gemopper van de Farizeeën,
en hij grijpt de kans aan om verhalen te vertellen,
onder andere het verhaal over een vader en zijn twee zonen.
De jongste zoon is typisch zo’n zondaar waar de Farizeeën moeite mee hebben.
Hij vraagt zijn vader om het geld waar hij recht op heeft als zijn vader sterft.
‘Papa, ik kan niet wachten tot je dood bent,
verkoop je bezit maar, alleen je geld kan me interesseren.’
Wat een narcistische hork!
Geld kan nooit op tegen het hebben van een vader die van je houdt.
Twee weken geleden is mijn schoonvader overleden,
en daardoor besef ik alleen maar meer hoe waardevol vaders zijn.
Als ik zijn leven terug kon kopen, zou ik het direct doen!
De jongste zoon niet: hij wenst zijn vader dood, voor zijn geld.
Dat egoïsme verbijstert mij.

Zijn vader is nog zo gek ook om hem het geld mee te geven.
Zoonlief vertrekt, laat zijn vader en broer ontredderd achter,
en gaat een nieuw leven tegemoet, ver van huis.
Van geld blijkt hij niet veel verstand te hebben,
hij jaagt het er in mum van tijd doorheen.
Feestjes, drugs, alcohol, vrouwen, het is allemaal niet gratis…
Al snel is het geld op,
en meneer de levensgenieter eindigt tussen de varkens,
de onreinste dieren die je kunt bedenken.
Dieper kun je niet zinken.

dia 7 – terugkomst: ontroerend of te makkelijk?
Het geeft hem in ieder geval de tijd om na te denken.
Al snel is voor hem duidelijk: dit is geen leven,
ik moet maar terug naar huis.
Zijn vader, eerder nog door hem dood gewenst,
staat met open armen op zijn jochie te wachten.

Ontroerend mooi? Of gaat dit wel erg makkelijk?
Op dit punt in zijn verhaal brengt Jezus ook de Farizeeën in.
Er is namelijk nog een zoon,
een verantwoordelijke man, iemand op wie vader trots kan zijn.
Grote broer wil niets van zijn broertje weten:
‘meneer heeft eerst iedereen geschoffeerd,
al zijn schepen achter zich verbrand,
en komt nu met hangende pootjes terug?!
En vader beloont hem nog ook?
Laat dat joch toch eerst de ellende die hij heeft aangericht terugbetalen!
Dit kan toch niet, dit is veel te makkelijk.’

dia 8 – andere christenen wantrouwen
De oudste broer, de Farizeeën, zij weten wel hoe het moet.
Ze wantrouwen de jongste broer, de zondaars.
Want voor je het weet verwatert het geloof,
wordt het een vrijblijvende bende.
Laat iemand zich als christen eerst maar bewijzen!
Iedereen die het anders doet dan jij, bekijk je met wantrouwen.
‘Als je christen bent,
dan kun je toch niet naar de bioscoop de film 50 Shades of Grey kijken?’
‘Als je op zondag boodschappen doet, dan zal je geloof wel oppervlakkig zijn.’
Ik denk dat veel mensen, ikzelf voorop, zulke oordelen hebben.
Geloven moet niet te makkelijk zijn.
En Jezus, die maakt het veel te makkelijk…

2. Jezus wacht ook jou op
dia 9 – Jezus wacht ook jou op
Tot zover is het voor de Farizeeën een bekend verhaal.
Maar het verhaal is nog niet afgelopen.
Het verhaal heeft nog een moraal.
Jezus zegt: ‘beste plichtsgetrouwe zoon, ik ben er ook voor jou!’

dia 10 – oudste zoon: geen liefde maar plichtsbesef
Als de oudste zoon is uitgeraasd, neem vader het woord.
Wat direct opvalt: hij gaat niet tegen zijn zoon in,
hij gaat niet uitleggen waarom het wel eerlijk zou zijn,
en dat hij het heus niet te gemakkelijk heeft gemaakt.
Het antwoord van vader gaat niet over de jongste zoon, maar over de oudste:
‘mijn jongen, jij bent altijd bij me, alles wat van mij is, is van jou.
Waarom ben je zo boos, terwijl je altijd bij mij bent?’
Deze vraag is een confronterende spiegel,
voor de oudste broer in het verhaal,
en voor de Farizeeën aan wie Jezus het verhaal vertelt.
Laten wij ook maar in die spiegel kijken.

Waarom is die oudste zoon zo boos?
Ja, omdat hij vindt dat de jongste er te makkelijk vanaf komt,
maar waarom is dat voor hem een probleem?
Het antwoord is heel simpel: hij is ontevreden, voelt zich tekort gedaan.
Hij is altijd bij zijn vader gebleven, maar is er nooit voor beloond.
Alsof het een vervelende opgave is om elke dag met vader op te trekken,
en daar ook eens wat tegenover moet staan.
Zo beleeft die oudste zoon het inderdaad:
hij is niet thuis gebleven omdat hij zo graag bij zijn vader wil zijn,
maar uit plichtsbesef en het vooruitzicht van een beloning.

dia 11 – jaloers op zijn broertje
En als je zo ontevreden bent, dan ga je vergelijken.
Als je tevreden bent, dan kan het je niet schelen wat je buurman heeft.
Juist ontevreden mensen gaan vergelijken.
Die oudste zoon ook: ‘waarom krijgt mijn broertje een feest en ik niet?’
Hij is jaloers, en niet zo’n beetje ook!

Die oudste zoon lijkt veel meer op de jongste dan hij wil toegeven.
Hij had zich ook wel eens helemaal te buiten willen gaan.
Zijn broertje heeft gewoon gedaan waar hij altijd van is blijven dromen.
Hij heeft zich ingehouden, maar is er nooit voor beloond.
In zijn hart is hij al duizend keer zijn broertje achterna gegaan,
maar hij heeft het niet gedaan.
Waarom eigenlijk niet?
Nu wordt ‘papa’s kleine jochie’ er nog voor beloond ook.
Mooi is dat… niet dus!

Eigenlijk kan zijn vader hem ook gestolen worden.
Hij is thuis gebleven, niet voor zijn vader, maar voor zichzelf.
Zodat hij er trots op kon zijn dat hij een goede zoon was,
in tegenstelling tot die mislukkeling van een broertje.
Juist door altijd gehoorzaam te zijn aan zijn vader,
heeft hij zijn vader op afstand gezet.
Praktisch is zijn vader zijn werkgever geworden en hij een goede knecht.
Hij wil iets van zijn vader verdienen,
en daarom kan hij niet blij zijn, zit hij vol wrok en kritiek, op alles en iedereen.

dia 12 – het gaat om Jezus zelf
Als je jezelf een beetje herkent in die oudste zoon,
als je je ergert aan mensen die in jouw ogen te gemakkelijk geloven,
als je in God gelooft om beloond te worden,
dan is dit verhaal van Jezus een uitnodiging: ‘kom alsjeblieft thuis!’
Jezus wacht niet alleen de zondaar maar ook de Farizeeër op:
‘laat mij je toch liefhebben, alles wat van mij is, is van jou.’
Als het je om Jezus zelf gaat, is dat alles wat je wilt.
Dan ben je blij met iedereen die bij Jezus komt,
en is je jaloersheid nergens voor nodig.
Christelijk geloof is geen kwestie van wel of niet keurig leven,
maar van leven met Jezus.

3. En zonde dan?
dia 13 – en zonde dan?
Maar had die oudste broer, hadden die Farizeeën,
niet ook ergens wel een punt?
Wordt het zo niet erg makkelijk, erg goedkoop.
De oudste broer is pijnlijk op zijn plek gezet,
Jezus heeft de Farizeeën ontmaskerd,
maar dat neemt niet weg dat die jongste heel wat op zijn kerfstok heeft.
Komt hij er zo niet wel heel makkelijk vanaf, alsof er niets gebeurd is?
Moet hij niet met meer komen dan ‘sorry’.
Want ‘sorry’ zeggen, dat kan iedereen, maar ‘sorry’ doen…
Kan hij dan niet een soort proeftijd krijgen,
waarin hij zich eerst maar eens moet bewijzen?
Want je moet toch niet over zonde heen walsen?

dia 14 – zonde doet ertoe
Dat is ook niet de bedoeling.
De jongste zoon heeft zijn leven verprutst.
Hij heeft zijn vader figuurlijk vermoord
en zijn vermogen verkwanseld aan de hoeren.
Dat is niet alleen hoe de oudste zoon er tegenaan kijkt,
de jongste is het daar helemaal mee eens.
Met lood in de schoenen gaat hij naar huis,
en onderweg repeteert hij steeds wat hij tegen vader zeggen zal:
‘ik heb gezondigd, ik ben het niet waard uw zoon te zijn.’
In zijn hoofd herhaalt hij het, de hele reis lang.
Het is voor hem niet makkelijk om naar huis te gaan,
als hij denkt aan hoe vader zal reageren, wordt hij heel benauwd.
Hij weet dat hij fout zat, goed fout.

dia 15 – de omhelzing is duur
Voor vader is dat genoeg:
het zwarte schaap van de familie hoeft zich niet te bewijzen.
En dat is niet gemakkelijk, niet goedkoop.
Wat moet die vader zich over veel heen zetten:
zijn zoon is er vandoor gegaan met zijn bezit,
zijn zoon heeft alles gedaan wat God verboden heeft
en zijn zoon heeft hem dood gewenst.
De hele stad spreekt er schande van.
De eer van vader is aangetast,
en er is maar een manier om die eer te herstellen:
de jongste zoon hard af te straffen.
Maar nee, vader onthaalt zijn zorgenkindje met open armen.
Daarmee maakt hij zich onsterfelijk belachelijk.
De schande van zijn zoon wordt zijn eigen schande.
Het ziet er lief en ontroerend uit, die omhelzing,
maar wat is het een dure omhelzing.

Jezus wacht je op, met open armen.
Dat is niet goedkoop en makkelijk.
Of je jezelf nu meer herkent in de oudste of in de jongste zoon,
we zijn allemaal van die kinderen die meer om zichzelf geven dan om Jezus.
Dat Jezus toch staat te wachten, kan alleen tegen een hoge prijs.
De Farizeeën zien een Jezus die het voor zondaars gemakkelijk maakt,
als een soort profeet met een goedkope boodschap.
Het probleem is dat ze Jezus niet zien zoals hij is:
de Zoon van God, de Verlosser.
Jezus biedt geen goedkope vergeving aan, hij biedt zichzelf aan.
Als Jezus dit verhaal vertelt, is hij op weg naar Jeruzalem om zijn leven te geven.

dia 16 – Jezus: een heel andere oudste broer
Als iemand het recht heeft om zondaars te veroordelen, dan is het Jezus wel.
Maar Jezus is een heel andere oudste broer.
Niet zo een die jaloers is op zijn jongere broertjes en zusjes die alles maar kunnen maken.
Hij is een broer die achter je aan gaat om je terug te halen,
ook al moet hij ervoor naar de aarde komen.

4. Kom thuis!
dia 17 – kom thuis!
Het verhaal van Jezus heeft een open einde.
Hoe de oudste zoon op de woorden van zijn vader reageert vertelt Jezus niet.
Niet omdat dat niet belangrijk is, dat is het wel.
Maar voor het einde van het verhaal heeft Jezus jou nodig.
Hoe reageer jij op die woorden van Jezus?
Jezus nodigt je uit: ‘kom naar mij, dan ben je thuis,
dan hoef je nooit meer ontevreden te zijn,
dan ben je veilig en geborgen, dan is het goed.’
Jezus kijkt met evenveel liefde naar de oudste zoon als naar de jongste,
hij staat op de uitkijk met open armen te wachten.
Niet verwijtend, maar uitnodigend.

dia 18 – welk eind krijgt jouw verhaal?
Welk eind krijgt jouw verhaal?
Blijf je geloven uit plichtsbesef en verwacht je een beloning,
of gaat het je om Jezus zelf?
Sta je voor fatsoen en gehoorzaamheid,
of sta je voor Jezus’ liefde?
Vergelijk je jezelf met anderen die in jouw ogen zo makkelijk geloven,
of ben je intens tevreden omdat je met Jezus mag leven?

dia 19 – laat je vrij maken!
Jezus nodigt je uit: ‘kom bij mij!
Geloof toch niet omdat dat van je verwacht wordt,
maar geloof om wie ik ben!’
Oudste zonen raken verzuurd.
Hun plichtsbesef, hun trots, hun status, dat is alles voor hen.
Jezus zegt: ‘lever het toch in en laat mij alles voor je zijn.’
Oudste zonen kunnen niet vrolijk en spontaan zijn,
ze zijn kritisch op anderen en bang voor God.
Jezus wil je er graag van bevrijden.
Je hoeft geen slaaf te zijn: je bent een kind.

De jongste zoon is teruggevonden, tot leven gekomen, en het is feest!
Jezus wil graag dat je mee komt feesten,
want hij zit ook op jou te wachten.
Blijf niet op afstand mopperen, maar ga naar binnen.
Vier feest, samen met al je andere verloren en teruggevonden broers en zussen,
oudsten en jongsten.
Vier het feest van het leven dat Jezus geeft.
Amen.




Nehemia 5:9 – Vrijgevig uit liefde

Nehemia roept op om in alles ontzag voor God te hebben. Dat maakt verschil in hoe je met geld omgaat. Het maakt je vrijgevig en gul. En juist in een wereld die door geld wordt geregeerd, kunnen christenen daarin verschil maken.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en.

Liturgie
Zingen: Psalm 62 : 1 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 145 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Nehemia 5 : 1 – 19
Zingen: Psalm 132 : 7, 8 en 9
Preek over Nehemia 5 : 9
Zingen: LvK Lied 465 : 1, 3 en 5
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: Opwekking 378 : 1, 2 en 5
Avondmaal
Lezen formulier 2
Viering
Zingen: GKB Gezang 167 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 72 : 6 en 7
Zegen

Vrijgevig uit liefde

Inleiding
dia 1 – zwart
Een tijdje geleden hoorde ik van iemand een verhaal
waar ik enorm van ben geschrokken.
Het ging over een echtpaar, laten we hen Jelle en Tessa noemen,
die lid zijn van een kerk ergens in Nederland.

dia 2 – blut
Jelle en Tessa hebben financiële problemen.
Elke maand gaat er meer geld uit dan dat er binnen komt.
Jelle is arbeidsongeschikt en Tessa heeft een deeltijdbaan.
Jelle doet wel veel vrijwilligerswerk,
maar ja, daarvan is nog nooit iemand rijk geworden…
Ze staan bijna standaard rood, en zitten bijna aan hun limiet.

Ze hielden hun probleem altijd voor zichzelf:
wat heeft een ander met je geldzaken te maken?
Maar omdat het steeds slechter gaat, stappen ze over de drempel.
Op een bijeenkomst van hun kring vertellen ze over hun problemen.
Eén van de leden van de kring vraagt:
‘hoeveel geld komen jullie nu precies tekort?’
Tessa en Jelle kijken elkaar even aan.
Dat moet dan maar, en Tessa antwoord dat er zo’n 3000 euro nodig is.
Er valt een ongemakkelijke stilte,
tot iemand zegt: ‘dat kunnen jullie wel van mij lenen.’
Maar hij gaat verder: ‘dan wil ik wel een onderpand hebben,
ik zat te denken aan jullie auto.’

dia 3 – schuldenlast
Jelle en Tessa hebben geen andere keuze, dus ze accepteren het aanbod.
En als ze twee maanden later de auto willen terugkopen,
blijken ze opeens 500 euro rente te moeten betalen.
Dat hebben ze niet.
Langzaam verkopen ze al hun spullen, tot zelfs het bankstel uit huis verdwijnt.
Uiteindelijk besluiten ze maar in slavendienst te gaan bij een rijk gemeentelid.
Ze kunnen bij hem in een verbouwd schuurtje wonen,
en hebben tenminste onderdak en eten.

dia 4 – vrijgevig uit liefde
Ik hoop dat je het al doorhebt: dit verhaal is niet echt gebeurt.
Ik heb het uit mijn duim gezogen.
Het zou schandalig zijn als we elkaar in de kerk zo uitbuiten.
Toch gaat het in Nehemia 5 over zo’n situatie!
Rijke Joden buiten hun arme geloofsgenoten uit.

Vorige week ging het over dat geloven verschil maakt,
en dat we ervoor mogen vechten om de moed erin te houden.
Vandaag gaat het over een concreet verschil dat geloof maakt:
vrijgevig zijn uit liefde.

1. Zelfverrijking
dia 5 – zelfverrijking
De situatie in Nehemia 5 is schrijnend.
Nehemia is naar Jeruzalem gekomen om de stad te herbouwen,
maar hij wordt tegengewerkt.
Vorige week hebben we Nehemia 4 gelezen:
vijanden van buiten proberen de bouw stil te leggen.
Die crisis is nog maar net opgelost, of de volgende crisis dient zich aan.
Dit keer is het van binnen.
De rijke Israëlieten verrijken zichzelf
over de rug van hun arme volksgenoten en geloofsgenoten.
En weer wordt de bouw van Jeruzalem bedreigd…

dia 6 – rijke Israëlieten buiten arme Israëlieten uit
Wat is er nu precies aan de hand?
Een behoorlijk deel van de Israëlieten heeft het niet breed, ze zitten in de schulden.
Onder leiding van Nehemia hadden ze een nieuwe start kunnen maken.
Ze hadden zichzelf als slaaf aan buitenlanders verkocht,
maar door de invloed van Nehemia hadden rijke Israëlieten hen vrijgekocht.
Het zag er weer hoopvol uit!
Maar al snel blijkt dat de arme Israëlieten er alleen maar op achteruit waren gegaan.
Om rond te komen moeten ze weer geld lenen, en dat tegen een hoge rente.
In die tijd was het heel normaal om omgerekend 20% rente per jaar te betalen.
De schulden stapelen zich dus alleen maar verder op.
De rijke Israëlieten leggen beslag op hun huizen en land,
en breiden zo hun eigen bezit uit.
Zij kunnen de verleiding van grotere rijkdom niet weerstaan,
en dat leidt tot schrijnende situaties.
Sommige ouders moeten nu zelfs hun kinderen verkopen.
Nota bene aan hun eigen volksgenoten: vernederender kan het niet!

dia 7 – geldproblemen als persoonlijk probleem?
In De Voorhof buiten we elkaar gelukkig niet zo uit.
Zouden we dat wel doen, dan konden we deze avondmaalstafel maar beter afruimen.
Dat verhaal dat ik had bedacht over Jelle en Tessa is gelukkig niet echt gebeurd.
Maar één ding uit dat verhaal is heel gebruikelijk: je praat niet over geldproblemen.
Schulden zijn een taboeonderwerp.
En ik denk dat als je wel weet van de financiële problemen van een ander,
we geneigd zijn dat als iemands persoonlijke probleem te zien,
en niet als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Net zoals die rijken in Nehemia 5.

dia 8 – wereld draait om geld (kledingfabriek)
De kloof tussen arm en rijk, die is groter dan ooit.
Kort geleden werd door Oxfam Novib, een hulpverleningsorganisatie,
een onderzoekje gepresenteerd.
Daaruit bleek dat de rijkste procent van de wereldbevolking
net zoveel bezit als de overgebleven 99%.
De meesten van ons horen niet bij die rijkste procent,
maar komen er wel dicht bij!

Geld is een belangrijke macht.
Sterker nog: de wereld wordt geregeerd door geld.
Onze hele samenleving draait om geld.
Hét argument achter veel politieke keuzes is geld.
En voor persoonlijke keuzes geldt dat net zo goed.
Nee, onze medekerkleden buiten we niet uit,
maar we hebben wél slaven, op een veilige afstand.
Onze slaven zorgen voor goedkope bananen, koffie en T-shirts.
Ze worden uitgebuit omdat wij, de westerse maatschappij,
meer van de eigen portemonnee houden
dan van de rechten van een ander in een ver land.

2. Ontzag voor God in alles
dia 9 – ontzag voor God in alles
Als Nehemia hoort van die uitbuiting wordt hij woedend.
Hij heeft alles opzij gezet voor de bouw van Jeruzalem,
en dan dreigt dat te stranden omdat sommige Israëlieten
niet verder kunnen kijken dan het belang van hun eigen portemonnee?!
Nehemia ziet heel scherp wat het probleem is:
gebrek aan ontzag voor God.

dia 10 – ontzag voor God maakt verschil in je leven
Nehemia roept een volksvergadering samen.
Deze situatie moet zo snel mogelijk worden opgelost!
Nehemia spreekt zijn rijke volksgenoten aan:
‘het kan toch niet waar zijn dat door jullie schaamteloze zelfverrijking
we nu zelfs volksgenoten van jullie moeten vrijkopen?!’
Op die vraag is maar één antwoord mogelijk,
en dat weten die vermogende Israëlieten heel goed.
Ze doen er wijselijk het zwijgen toe.

Dan maakt Nehemia duidelijk waarom dit echt niet kan.
Dat doet hij niet met een beroep op medemenselijkheid,
wat je misschien wel zou verwachten.
Want het is toch onmenselijk om zo met elkaar om te gaan?
Maar Nehemia zegt iets anders:
‘heb toch, bij alles wat u doet, ontzag voor onze God.’
Ontzag voor God betekent dat je hem liefhebt
en dat je dat in je leven ook laat zien.
Het kan niet anders dan dat ontzag voor God
verschil maakt in hoe je met geld omgaat.

dia 11 – ontzag voor God geeft getuigenis
Het kan niet, ontzag hebben voor God en jezelf verrijken.
En als je dat zelf niet zo ziet, dan zien mensen van buiten dat wel.
Wat moeten Israëls vijanden een plezier hebben
als de Israëlieten zo met elkaar om gaan!
Wat een belabberd getuigenis van God geven we
als we zo op onze centen zitten!

dia 12 – ontzag voor God geeft mensen een kans
Ontzag voor God geeft de doorslag.
Daarom roept Nehemia op tot vrijgevigheid,
en daarin gaat hij verder dan volgens de wet nodig was.
Rente was volgens de wet verboden, maar onderpanden en slaven niet.
In Leviticus 25 staat wel een wet
die ervoor zorgt dat de schulden niet van generatie op generatie worden doorgegeven.
Elk 49e jaar is een jubeljaar, dan worden alle schulden kwijtgescholden,
komen alle onderpanden weer in bezit van de familie en zijn alle slaven vrij.
Nehemia zegt: ‘dit is het moment om zo’n nieuwe start te maken.’

Dat is voor Nehemia meer dan een mooie theorie.
Nehemia was ook rijk en had geld uitgeleend.
Iedereen die een schuld bij hem heeft, wordt het kwijtgescholden.
Hij brengt in de praktijk wat hij van anderen vraagt, hij gaat zelfs nog verder.
Want als gouverneur van Juda heeft hij het recht om belasting te innen,
zodat hij zelf ook een goed inkomen heeft.
Uit ontzag voor God maakt Nehemia er geen gebruik van.
Het belang van het volk gaat boven zijn eigen portemonnee.
Door het goede voorbeeld van Nehemia volgt de rest ook.

3. Gods vrijgevigheid
dia 13 – Gods vrijgevigheid
Maar hoe kun je vrijgevig worden?
Hoe kom je los van het ‘als ik het maar goed heb?’
Wat voor verschil maakt ontzag voor God precies?

dia 14 – vrijgevig zijn begint met Gods vrijgevigheid zien
Twee dingen daarover.
Het eerste: vrijgevig zijn begint met Gods vrijgevigheid zien.
Ik noemde net al even de wet uit Leviticus 25 en 26 over het jubeljaar.
Als je die hoofdstukken gaat lezen,
kom je steeds tegen dat God Israël uit Egypte heeft bevrijd.
God heeft de Israëlieten de vrijheid gegeven, God is een vrijgevige God,
en dat is de reden om zelf ook vrijgevig te zijn.
Als God mensen bevrijdt, kunnen diezelfde mensen elkaar toch niet uitbuiten?
Nehemia heeft begrepen dat het om meer dan een wet gaat: het gaat om God zelf.

In het Nieuwe Testament komt dat ook naar voren.
Johannes schrijft in 1 Johannes 3:
‘Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan,
maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?’
Gods vrijgevigheid, Gods liefde, dát is de sleutel!
Nog veel meer dan Nehemia mogen we die liefde kennen:
Jezus Christus is gekomen om ons vrij te maken.
Hoe kun je dan nog je eigen geld boven de vrijheid van anderen laten gaan?!

dia 15 – liever in Gods macht dan in de macht van geld
Het tweede: liever in Gods macht dan in de macht van geld.
In onze samenleving worden heel veel keuzes gemaakt op basis van geld.
Geld heeft dus macht over ons.
Nehemia trekt zich daar niet zoveel van aan.
Dat kan hij omdat hij iets beters heeft: het gaat hem er niet om dat hij rijk wordt,
het gaat hem erom dat Jeruzalem wordt herbouwd.
En daarachter zit een nog groter doel: dat Gods koninkrijk wordt gebouwd.
Nehemia leeft niet voor geld.

Met geld kun je veel dingen doen,
maar de andere kant is dat geld ook veel met jou doet.
Geld is een verslavende macht.
Die macht wil Jezus doorbreken.
Niet het geld maar Jezus is koning over de hele wereld.
En de vraag is: mag hij jou ook vrij maken van die macht van geld
en koning zijn in jouw leven?

4. Wees vrijgevig
dia 16 – wees vrijgevig
Van Nehemia mogen we leren
dat ontzag voor God, liefde voor God, vrijgevig maakt.
Wees vrijgevig!

dia 17 – vrijgevig binnen de gemeenschap van de kerk (avondmaal)
In Nehemia 5 is dat vrijgevigheid binnen de eigen gemeenschap.
Daar moeten wij ook beginnen: vrijgevig binnen de gemeenschap van de kerk.
Als we zometeen de maaltijd van de Heer vieren,
de vrijgevigheid van Jezus vieren,
dan moeten we ook vrijgevig zijn naar elkaar.
Als iemand geldproblemen heeft,
dan kunnen we onszelf er niet vanaf maken door te zeggen:
‘ja, dat is jouw probleem, daar heb ik niets mee te maken.’
Dat betekent niet dat we elkaar altijd maar geld moeten geven,
je moet kijken naar wat een goede en duurzame oplossing is,
maar de oplossing is in ieder geval niet
om het als ieders persoonlijk probleem te beschouwen.

dia 18 – vrijgevig in je uitgavenpatroon (bananen)
En wees dan ook vrijgevig buiten de kerk.
Natuurlijk kun je dan denken aan goede doelen,
dichtbij, zoals de voedselbank, en ver weg, zoals hulpverleningsorganisaties.
Maar denk ook eens aan hoe je geld uitgeeft.
Neem bijvoorbeeld bananen.
Die kun je bij veel supermarkten kopen voor 99 cent per kilo.
Daarnaast liggen ook bananen die bijna twee keer zo duur zijn.
Dat prijsverschil moet ergens vandaan komen.
Als je die bananen van 99 cent koopt,
dan kun je weten dat iemand daarvoor de rekening moet betalen:
de arbeiders op de bananenplantage.
Dit voorbeeld kun je op honderden producten toepassen.
Als je voor je portemonnee kiest, werk je ook mee aan de uitbuiting van anderen.

O ja, ik weet dat het niet te doen is om alleen maar eerlijke producten te kopen.
Voor de meesten van ons is dat onbetaalbaar.
Bovendien: ook bij dure producten weet je niet waar het geld terecht komt,
het prijsverschil komt in ieder geval niet allemaal bij de arbeider terecht…
Maar pak in ieder geval niet gedachteloos het goedkoopste product:
probeer je ervan bewust te zijn dat hoe jij koopt invloed heeft.

dia 19 – geniet van Gods vrijgevigheid
Fairtrade-producten worden wel eens gezien als hobby voor mensen die links stemmen.
Wat zou het mooi zijn als juist christenen het voortouw nemen in vrijgevigheid.
Juist in een wereld die helemaal draait om geld,
hebben christenen een prachtig alternatief om aan de wereld te laten zien.
Het gaat niet om mijn rijkdom, het gaat om God die bevrijdt.
Geniet van Gods vrijgevigheid, ook zometeen aan tafel.
En wees zelf vrijgevig, uit liefde voor God en mensen.
Amen.




Lucas 1:51-53 – Wees voorbereid op Jezus die recht doet

Kerst kan zomaar een ‘lief’ feest zijn. Het lied dat Maria zingt, is heel anders: Jezus komt om recht te doen in de wereld. Wie trots is, machtig of rijk, komt er niet goed vanaf. Is kerst voor ons dan wel zo’n feest?

 Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een blad beschikbaar met verwerkingsvragen: Samen Groei-en.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 47 : 1 en 6
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 136 : 1, 3, 18 en 21
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Lucas 1 : 39 – 56
Zingen: Psalm 12 : 1 en 3
Preek over Lucas 1 : 51 – 53
Zingen: LvK Lied 21 : 1, 5 en 6
Kinderen terug
Projectlied (melodie LvK 124)
Lezen wet (Bergrede)
Zingen: Opwekking 687 : 1, 2 en 3
Avondmaal
Lezen formulier 3
Viering
Zingen: Psalm 103 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 460 : 1 en 5
Zegen

Wees voorbereid op Jezus die recht doet

Inleiding
dia 1 – cafetière
Sommige voorwerpen kun je voor verschillende dingen gebruiken.
Zoals deze: een cafetière.
Mijn ouders hadden altijd al zo’n ding,
en gebruikten het om melk op te schuimen.
Lekker voor over de koffie!
Ik wist niet beter dan dat het een melkopschuimer was.

dia 2 – cafetière met koffie
Waar een cafetière echt voor bedoeld is,
daar kwam ik pas later achter,
toen ik al lang op kamers woonde.
Je kunt er koffie mee zetten!
Je doet wat gemalen koffie en kokend water in de kan,
daarna zet je het deksel erop en na een paar minuten duw je het filter naar beneden.
Klaar is je koffie, zonder koffiezetapparaat.
En, maar dat is waarschijnlijk persoonlijke smaak,
ik vind koffie uit een cafetière nog lekkerder,
voor bijzonder momenten om eens extra te genieten.
Of ik beeld het me in…
In ieder geval: jarenlang heb ik het punt gemist,
door te denken dat een cafetière een melkopschuimer is.

dia 3 – wees voorbereid op Jezus die recht doet
Het punt missen, dat doen we met kerst ook zomaar.
Kerst is voor ons vaak een aangenaam feest,
of dat is in ieder geval het ideaal:
kerst is een feest van samen zijn.
En op zich is daar niet zo veel mis mee,
kerst ís ook het feest van vrede op aarde.
Maar kerst is niet lief!
Kerst is juist strijd.
Bij Tim Vreugdenhil, predikant in Amsterdam,
kwam ik de volgende uitspraak tegen:
‘God is nu eenmaal niet voor de gezelligheid als mens geboren.’
Er is heel wat nodig om vrede op aarde te brengen.
Daarover zingt Maria in haar lied.
Jezus komt met een ware revolutie.
Wees voorbereid op Jezus die recht doet!

1. Nu gaat het gebeuren
dia 4 – nu gaat het gebeuren
Vorige week zijn we Maria al tegengekomen.
Een heel gewoon meisje uit Nazaret.
De engel Gabriël zette haar leven op de kop.
Hij vertelde Maria dat ze zwanger zou worden
en dat haar zoon de Zoon van God zou zijn.
Maria reageerde heel dienstbaar:
‘laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’
Vandaag gaat het over een Maria die uitzinnig van vreugde is,
die het uitzingt naar God.
Want nu gaat het echt gebeuren!

dia 5 – Maria is nu echt zwanger
Vlak nadat Gabriël bij Maria is geweest,
pakt Maria haar koffers en reist naar Elisabet.
Gabriël had gezegd dat zij ook zwanger is,
en Maria wil graag bij haar zijn.
Maria is helemaal ondersteboven van de boodschap van Gabriël,
en met wie zou ze daar nu beter over kunnen praten dan met Elisabet?

Maria wacht niet, ze gaat in grote haast naar Elisabet toe.
Ze zal wel binnen een week nadat Gabriël bij haar geweest is vertrokken zijn.
Ze heeft dus wel gehoord dat ze zwanger zal worden,
maar het is nog nergens aan te merken.
Aan haar buik kun je nog helemaal niets zien.
Ook aan andere dingen kan Maria nog niet merken dat ze zwanger is.
Ze heeft nog geen reacties op allerlei hormonen in haar lijf.
Daar is het nog te vroeg voor.
En als er in die tijd al zwangerschapstesten waren,
dan hadden die Maria waarschijnlijk ook nog niet kunnen vertellen dat ze zwanger was.
Maria weet niet of ze al zwanger is.

Dat verandert als Maria bij Elisabet komt.
‘Gezegend is de vrucht van jouw schoot,’ roept Elisabet uit.
Ook Elisabet kan niet zien dat Maria zwanger is.
Maar door God weet ze het, en mag ze het Maria vertellen.
Maria is zwanger, het is echt!
Het bezoek van Gabriël, Maria heeft het zich niet ingebeeld,
ze wordt nu echt de moeder van Gods Zoon!

dia 6 – daarom zingt Maria van vreugde
Daarom zingt Maria haar lied, juist nu.
Het gaat nu echt gebeuren,
vanuit dat enthousiasme begint Maria te zingen.
Nu gaat er wat gebeuren, met Maria, met Israël en met de wereld.
Maria is uitzinnig, en de woorden stromen.
Die heeft ze trouwens niet zelf bedacht.
Ze maakt gebruik van bekende woorden.
Van het loflied van Hanna, de moeder van Samuël.
Dat lied zong Hanna toen ze zwanger werd.
Maria gebruikt ook woorden uit Psalmen,
ook uit Psalmen die we vandaag zingen:
Psalm 103 en Psalm 147.
Ze pakt bekende liederen bij elkaar,
en maakt daar haar eigen lied van.

Dat enthousiasme van Maria, die nu weet dat ze echt zwanger is,
dat hebben wij natuurlijk niet.
Jezus is al lang geboren.
Maar hier, bij Maria, begint dat God de wereld niet aan zichzelf overlaat.
En juist in de adventstijd mogen we ons daar over verwonderen,
het laten doordringen, misschien wel opnieuw, en dankbaar zijn:
er gaat wat gebeuren, God grijpt in!

2. Jezus komt om recht te doen.
dia 7 – Jezus komt om recht te doen
Ja, nu gaat het gebeuren,
maar wát gaat er dan gebeuren.
Daarover zingt Maria,
als een soort profetie van wat Jezus later in zijn leven gaat doen.
Een profetie trouwens die ook helemaal past in de lijn van de bijbel.
Jezus komt om recht te doen.

dia 8 – Jezus rekent af met trots, invloed en geld
Jezus is geen allemansvriend,
hij komt om dingen recht te zetten,
dingen die in onze wereld verkeerd gaan.
God staat het niet toe dat zijn wereld ten onder gaat, verpest wordt, door mensen.
In het lied van Maria komen drie grote problemen van de wereld naar voren:
trots, invloed en geld.
Die dingen hebben zoveel macht in onze wereld,
die dingen maken zoveel kapot.
Dat komt Jezus rechtzetten.

Luister maar naar Maria:
‘hij drijft uiteen wie zich verheven wanen.’
Trots is een groot probleem, dat mensen zich beter voelen dan anderen.
Dat mensen het idee hebben dat de wereld om hen draait,
en anderen er zijn om jouw leven aangenaam te maken.
Maar ook dat het heel belangrijk is wat anderen van je vinden.
Jezus rekent er mee af.

‘Heersers stoot hij van hun troon.’
Nog zo’n groot probleem: invloed.
Dat mensen willen dat alles op hun manier gaat.
We willen graag macht en controle hebben.
Anderen moeten daar maar plaats voor maken:
wat is er een machtsmisbruik.
Jezus rekent er mee af.

‘Rijken stuurt hij weg met lege handen.’
Dat is het derde probleem dat Maria noemt: geld.
Misschien wel het grootste probleem,
want als je geld hebt, heb je invloed en ben je er al snel trots op.
Wat een slachtoffers worden er gemaakt door onze jacht op geld.
Armen worden uitgebuit zodat rijken nog meer kunnen kopen.
Jezus rekent er mee af.

dia 9 – Jezus eist de macht op
In onze wereld gaat het om trots, invloed en geld.
En dan brengt Jezus een ware aardverschuiving:
hij zet de wereld op zijn kop.
Kerst is niet voor iedereen feest.
Er zijn mensen die er heel slecht vanaf komen,
omdat Jezus komt afrekenen met hun manier van leven.
Wie trots is, wie invloed heeft en wie rijk is,
voor hen is kerst een nachtmerrie!

Kerst is dus geen lief feest, kerst is een revolutie.
De wereld mag niet langer in de macht zijn van trots, invloed en geld.
Jezus eist die macht op.
Zijn macht werpt de machtssystemen van de wereld omver.
Bij hem is geen plek voor die onrechtvaardige machten.
Daarom is kerst juist een feest voor hen naar wie de wereld nauwelijks omkijkt.
Jezus komt om recht te doen.

3. Wat merk ik van Jezus’ macht?
dia 10 – wat merk ik van Jezus’ macht?
Maar toch…
Wat merk je nu eigenlijk van Jezus’ macht?
Kijk om je heen, en wat zie je?
Volgens mij heel veel trots, invloed en geld.
Die zijn toch nog altijd aan de macht?
Daarmee schop je het ver in het leven.
Hoezo heeft Jezus daarmee afgerekend?

dia 11 – Jezus wil ons van binnen veranderen
Dat heeft alles te maken met de manier waarop Jezus werkt.
Vorige week hebben we het daar al over gehad:
dat Jezus niet wel even orde op zaken komt stellen,
maar dat hij levens overhoop trekt en claimt.
Het past bij Jezus dat hij tijd neemt.
Hij wil dat mensen van binnen veranderen.
Hij wil ons laten merken dat we met trots, invloed en geld niet verder komen,
en zet zijn macht er tegenover:
de macht van liefde en zelfverloochening.

dia 12 – zelfverloochening is sterker
Jezus heeft al laten zien dat die macht veel sterker is.
En volgens mij beseffen veel mensen dat ook.
Daarom zijn we veel meer onder de indruk van Paus Franciscus,
die liever in een klein appartement woont dan in een pauselijk paleis,
dan van iemand die aan alles laat zien hoe rijk hij is
en als impulsaankoop met een nieuwe Ferrari thuis komt.
Daarom zijn we veel meer onder de indruk van Nelson Mandela,
die jarenlang heeft vastgezeten, maar toen hij president werd van Zuid-Afrika,
alles heeft gedaan om de verschillende rassen met elkaar te verzoenen,
en nooit wraak wilde nemen op de oude blanke machthebbers,
dan van terroristen van ISIS,
die denken dat ze met geweren de wereld naar hun hand kunnen zetten.
Jezus’ macht is veel sterker.

Ja, er is veel onrecht in de wereld.
Maar Jezus heeft de machten van de wereld al lang verslagen.
Hij staat er ver boven.
Machthebbers wisselen elkaar af,
maar Jezus is koning voor eeuwig.
Ja, mensen benadelen elkaar nog altijd.
Maar er is veel meer dan wat ons in de wereld overkomt:
de liefde van God is de basis van het leven.

dia 13 – de macht van Jezus in jouw leven
In je eigen leven kun je de macht van Jezus ook merken.
Als je jezelf niet meer voelt dan anderen,
maar juist vrienden wordt met mensen die heel anders zijn dan jij.
Als je kunt bidden voor mensen die jou in de weg staan,
in plaats van dat je ze te slim af probeert te zijn.
Als je geen geld wilt besparen door anderen uit te buiten,
maar geld gebruikt om van te delen.
Dan ben je in de macht van Jezus.

4. Laat kerst feest zijn!
dia 14 – laat kerst feest zijn!
Kerst is dus niet lief.
Kerst gaat over de vraag: wie heeft de macht?
Jezus komt om recht te doen,
om de macht over te nemen.
Laat dat een feest voor je zijn!

dia 15 – staan we aan de verkeerde kant?
Want met de boodschap van het lied van Maria kun je twee kanten op:
het is mooier dan je mooiste dromen of erger dan je ergste nachtmerries.
Om met dat laatste te beginnen:
kerst is niet bepaald feest voor wie trots is, machtig en rijk.
Is kerst dan wel een feest voor ons?
We zijn trots, en denken dat we heel wat zijn,
we hebben invloed, proberen ons leven onder controle te houden,
en de meesten van ons zijn gruwelijk rijk.
Staan we voor kerst niet gewoon aan de verkeerde kant?

Wel als je denkt dat je wat voorstelt.
Als je in de macht bent van trots, invloed en geld.
Als Jezus daar misschien nog wel bij komt, om je zonden te vergeven,
maar er niets wezenlijks in je verandert.
Omdat je zo gehecht bent aan wat je hebt.
Dan is kerst voor jou geen feest:
Jezus werpt de machten in jouw leven omver, hij werpt jou omver.
Laat Jezus die machten ontmaskeren,
zodat hij de macht krijgt in je leven.

dia 16 – of is het feest omdat God ingrijpt?
Maar kerst kan ook feest voor je zijn.
En daar hoef je echt niet al je geld en macht en status voor in te leveren.
Als Jezus de macht heeft in je leven,
en als je daarom deelt van wat je hebt,
dan is kerst reden tot feest.
Als je woedend bent en van binnen huilt
om alles wat in deze wereld door onszelf kapot wordt gemaakt,
omdat wij van die nare zelfgerichte mensen zijn,
dan is kerst reden tot groot feest:
God laat ons niet aan onszelf over.

dia 17 – zing met Maria: prijs de Heer
En daarom kan Maria uitzinnig zingen:
‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder.’
Kerst is zoveel mooier dan een lief feest:
het is het feest dat God de macht heeft.
Daarom is er alle reden om de maaltijd van de Heer als een feest te beleven:
daar denken we dankbaar aan wat God voor ons doet en geven we hem alle eer.
Laat kerst feest zijn, en zing enthousiast met Maria mee: prijs de Heer.
Amen.




Prediker 10:1 – Hoeveel invloed heb ik op het leven?

Wie een beetje nadenkt kan ver komen. Maar is het leven een kwestie van je gezonde verstand gebruiken? Prediker ziet dat het leven niet zo maakbaar is. Dwaasheid doortrekt alles. Net als Gods koninkrijk.

 Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen GROEI-en Prediker 10

Liturgie
Zingen: Opwekking 331
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 479 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Prediker 9 : 13 – 10 : 20
Zingen: Psalm 2 : 1 en 4
Preek over Prediker 10 : 1
Zingen: Psalm 118 : 8, 9 en 10
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: GKB Gezang 38 (canon)
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 147 : 1, 4 en 7
Zegen

Hoeveel invloed heb ik op het leven?

Inleiding
dia 1 – boodschappen
‘Even snel boodschappen doen.’
Ik vind het vaak best leuk om boodschappen te doen,
maar er zijn ook nog zo veel andere dingen om te doen.
En dan is het fijn als het in de supermarkt een beetje opschiet.

dia 2 – boodschappenlijstje
Een goede voorbereiding is dan al het halve werk.
Als je voor de schappen nog moet bedenken
wat je vanavond toch eens wilt eten,
dan ben je nog wel even bezig.
Wordt het pasta, of toch aardappels?
Na lang twijfelen wordt het pasta.
Maar ja, wat doe je daar vandaag allemaal eens doorheen?
En lag er thuis eigenlijk nog gehakt in de diepvries?
Op die manier schiet het met boodschappen doen niet op.

Met een boodschappenlijstje gaat het al een stuk sneller.
Het denkwerk heb je thuis al gedaan,
nu hoef je alleen de boodschappen nog maar in je karretje te gooien.
En het kan nog sneller,
door je boodschappenlijstje slim te sorteren.
Dan moet je wel goed weten waar alles staat.
Je komt binnen bij de groente en fruit,
dus dat zet je bovenaan je lijstje.
Alles zet je er in de volgorde van je looproute op.
Zeg maar ‘de boodschappenlijstjes voor gevorderden.’

dia 3 – kassa
Dan heb je het allemaal heel goed bedacht.
Die boodschappen heb je zo gedaan!
Nou ja, je kunt natuurlijk ook pech hebben.
Er ligt geen broccoli in de schappen, en dat heb je echt nodig.
Je schiet een medewerker aan, die in het magazijn op zoek gaat.
Gelukkig neemt hij broccoli mee, maar daar gaat je kostbare tijd.
Of je kiest die rij die zo kort leek bij de kassa.
Maar de klant voor je vraagt zich af of alle korting wel goed is doorberekend,
hij denkt dat hij een foutje op de kassabon heeft gevonden,
en samen met de caissière zoekt hij dat uit.
Je denkt steeds: ‘zal ik toch nog naar een andere kassa gaan?’
Of, wat mij laatst is overkomen…
Wil je afrekenen, blijkt dat je je pinpas bent vergeten.
Contant geld had ik ook niet mee.
Dus heen en weer naar huis om die pinpas op te halen.
Behalve dat ik baalde van die stomheid, kostte het ook tijd.

dia 4 – hoeveel invloed heb ik op het leven?
Hoe goed je het ook allemaal bedacht hebt,
je kunt altijd pech hebben.
Dat is waar Prediker het over heeft.
Je kunt alles goed uitdenken,
maar hoeveel invloed heb je eigenlijk op je leven?

1. Kwestie van goed nadenken?
dia 5 – kwestie van goed nadenken?
Is het leven een kwestie van goed nadenken?
Zoals het spreekwoord zegt: ‘bezint eer ge begint’?
Het lijkt mij inderdaad handig om je niet overal direct in te storten,
maar eerst gewoon even na te denken.
Dat kan je veel ellende besparen.

dia 6 – wijsheid: praktische levenswijsheid
Prediker is het daar helemaal mee eens.
Hij noemt dat wijsheid.
‘De wijze’, zegt Prediker, ‘volgt altijd het goede spoor,
de dwaas ontspoort voortdurend.’
Je kunt dus maar beter wijs zijn!
Maar wat is wijsheid eigenlijk?

Wijsheid heeft niets te maken met je IQ.
Het is geen kwestie van hoe slim je bent.
Het is niet alleen weggelegd voor de allerslimsten.
Sterker nog: je kunt heel slim zijn, en toch een dwaas.
Wijsheid is iets anders, het heeft vooral met levenservaring te maken.
Wijsheid is een kwestie van je gezonde verstand gebruiken.
Bijvoorbeeld als je iets via Marktplaats koopt.
Als je voor 50 euro een elektrische fiets van nog geen jaar oud kunt kopen,
kun je gewoon weten dat er iets aan de hand is.
Óf de fiets is gestolen, óf hij doet het niet.
Het is dan wijsheid dat je die fiets niet koopt.

In de bijbel heeft wijsheid vaak ook met God te maken.
Echte wijsheid begint met ontzag hebben voor God.
Prediker is het daar ongetwijfeld mee eens,
maar hij heeft het in Prediker 10 toch over iets anders,
over praktische levenswijsheid.
Wijsheid is een kwestie van even nadenken.

dia 7 – wijsheid helpt om keuzes te maken
Zulke wijsheid helpt je in het leven.
Het helpt je om goede keuzes te maken.
Om invloed op je leven te hebben.
Het leven wordt er gemakkelijker van als je eerst even denkt.
Neem bijvoorbeeld weer die te goedkope elektrische fiets:
dat lijkt leuk, maar kan je problemen geven met de politie,
of een heel hoge rekening van de fietsenmaker.
Elke dag moet je keuzes maken,
en als je daar gewoon je verstand bij gebruikt,
als je een beetje vooruit denkt,
dan kun je in het leven heel ver komen.
Kun je van je leven wat moois maken.

Prediker verbaast zich over hoe weinig sommige mensen nadenken.
Hij heeft het bijvoorbeeld over een houthakker
die zijn bijl niet slijpt.
Ja, het kost even tijd om de bijl te slijpen,
maar daarna gaat het werk ook veel sneller
en heb je er veel minder kracht voor nodig.
Volgens Prediker heeft wijsheid veel voordelen.

dia 8 – garantie voor een mooi leven?
Maar is het leven een kwestie van goed nadenken?
Dat als je maar verstandige keuzes maakt,
je een geslaagd en succesvol leven hebt?
Hebben we echt zo veel controle over ons leven?
Dat zou wel een wrede boodschap zijn voor mensen die het niet hebben gemaakt:
‘eigen schuld, had je maar beter moeten nadenken.’
Is wijsheid een garantie voor een mooi leven?

2. Nadenken is niet alles
dia 9 – nadenken is niet alles
Hoe positief Prediker ook is over wijsheid,
in heel het bijbelboek komen dwazen er niet goed vanaf,
toch erkent Prediker dat wijsheid ook niet alles is.
‘Een beetje dwaasheid maakt de beste wijsheid ranzig.’
Hoe goed je ook nadenkt,
je hebt niet overal invloed op,
en juist dat heeft vaak grote gevolgen.
Nadenken is dus niet alles.

dia 10 – dwaasheid: er hoeft maar iets te gebeuren, en wijsheid helpt niet meer
Prediker laat dat zien aan de hand van een heel kort voorbeeld:
‘een kostbare zalf bederft al door één dode vlieg.’
Die zalf, waarschijnlijk een soort parfum, is met veel zorg gemaakt.
Daar zit veel werk in.
En dan is er zo’n dom vliegje
die bedenkt dat hij precies boven jouw pot zalf wel kan neerstorten.
Je kunt die zalf dan net zo goed weggooien.
Hoe goed die zalf ook is, op sommige dingen heb je gewoon geen invloed.

Voor wijsheid geldt dat ook.
Je kunt nog zo goed nadenken, maar dat is geen garantie op succes.
Er hoeft maar iets te gebeuren,
en je hebt niets meer aan de goede keuzes die je hebt gemaakt.
Dat noemt Prediker ‘dwaasheid’.
En dat is veel sterker dan wijsheid: dwaasheid doet de wijsheid teniet.

dia 11 – dwaasheid van jezelf, anderen en omstandigheden
Er zijn verschillende vormen van dwaasheid.
Dwaasheid kan zijn dat je zelf iets vergeten bent.
Zoals ik mijn pinpas vergat bij het boodschappen doen.
Aan een goed boodschappenlijstje heb je dan niet zo veel.
We kunnen van onszelf wel denken dat we heel wijs zijn,
dat we alles onder controle hebben,
maar wat moeten we toch vaak zeggen:
‘o, stom van me, dat ben ik helemaal vergeten.’

Je leeft ook niet alleen op de wereld.
Dwaasheid van anderen doet ook mee.
Je kunt wel altijd je licht aan hebben op de fiets,
maar er hoeft maar iemand meer aandacht te hebben
voor zijn smartphone dan voor het verkeer,
en je hebt wel een aanrijding.
Dat voorkom je niet door na te denken.

En dan zijn er nog omstandigheden waar je geen invloed op hebt.
Er kunnen allemaal onvoorspelbare dingen gebeuren.
Prediker heeft het over een andere houthakker.
Hout hakken is altijd gevaarlijk.
Er kan bijvoorbeeld een splinter van het hout af vliegen, recht in je oog.
Dat gebeurt gewoon, daar heb je geen invloed op.

dia 12 – het leven is niet maakbaar
Niet dat het helemaal niet uitmaakt wat voor keuzes je maakt.
Maar verwacht er niet te veel van.
Dwaasheid is overal, daar ontkom je niet aan.
Onze invloed op het leven is maar heel beperkt.
We geloven graag dat we alles onder controle hebben,
maar er hoeft maar iets te gebeuren…
Dat is niet ‘eigen schuld, had je maar beter moeten opletten.’
Het leven is niet maakbaar.

3. Gods dwaze koninkrijk
dia 13 – Gods dwaze koninkrijk
Toen ik bezig was met de voorbereiding voor deze preek,
liep ik op dit punt vast.
‘Het leven is niet maakbaar’,
zoveel wordt uit de woorden van Prediker wel duidelijk.
Maar wat dan?
Moeten we dan maar gewoon wat minder verwachtingen van het leven hebben?
En waar is God trouwens gebleven?
Prediker kijkt vanaf beneden, hij kijkt naar wat hij ziet.
Maar God doet daar wel wat mee!

We maken even een sprongetje in de tijd,
we gaan van Prediker naar Jezus.
In Matteüs 13 vertelt Jezus een hele korte gelijkenis,
die heel veel lijkt op die uitspraak van Prediker.
Het staat in Matteüs 13:33:
dia 14 – Matteüs 13:33
“Hij vertelde hun een andere gelijkenis:
‘het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem
die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd
tot alle meel doordesemd was.’”

dia 15 – Gods koninkrijk werkt net als dwaasheid: het doortrekt alles
Zuurdesem doet hetzelfde als gist:
het zorgt ervoor dat als je brood gaat bakken, het luchtig wordt.
En een heel klein beetje zuurdesem heeft al veel invloed, het doortrekt alles.
Als het meel in aanraking is gekomen met het zuurdesem,
dan kun je er maar beter heel snel broden van gaan bakken,
anders kun je het meel weggooien.
Net zoals die zalf met een dode vlieg erin.

Jezus zegt: zo is Gods koninkrijk, dat doortrekt alles.
Gods koninkrijk werkt net zoals die dwaasheid bij Prediker!
We hebben ons leven niet in de hand,
maar als we met Gods koninkrijk in aanraking komen,
dan doortrekt dat alles!
Net zoals dwaasheid dat doet.
Sterker nog, Paulus zegt in 1 Korintiërs 1 zelfs
dat het evangelie, Gods wijsheid, voor mensen dwaas is.
Wat bij Prediker nog heel negatief is, dwaasheid is overal,
daarvan maakt God iets heel moois.
Onze eigen wijsheid is maar heel beperkt,
maar Gods wijsheid gaat altijd verder,
en er is geen dode vlieg of andere dwaasheid die dat tegen kan houden!

dia 16 – voor mensen is Gods koninkrijk dwaas
Gods wijsheid is de wijsheid van het kruis.
De wijsheid van een God die als baby onder de mensen komt.
De wijsheid van een God die gekomen is om te dienen.
De wijsheid van een God die zich laat kruisigen.
Menselijk gesproken is hij een God die de verkeerde keuzes maakt, een dwaze God.
Zijn koninkrijk is al net zo.
De waarden van dat koninkrijk passen niet in deze wereld.
Dienen, liefhebben, vergeven, jezelf verloochenen.
En óf dat invloed heeft!

dia 17 – christenen maken dwaze keuzes
Dat de kerk na Jezus zo snel gegroeid is,
heeft alles te maken met de dwaze keuzes die christenen maakten.
Met christenen die niet bereid waren hun geloof af te zweren,
zelfs als ze daarvoor de doodstraf kregen.
Met christenen die zorgden voor de mensen die het niet gemaakt hadden,
ook al ging dat ten koste van hun eigen succes.
Want in Gods koninkrijk gaat het niet meer om jou.
Het gaat er niet meer om of jij wel of niet geslaagd bent.
Het gaat om liefde, hoe dwaas het ook is.

4. Wees dwaas voor mensen
dia 18 – wees dwaas voor mensen
Prediker heeft het over dat wijsheid beperkt is,
dat er overal dwaasheid is,
en dat leven niet een kwestie van goed nadenken is.
Ja, het is beter om wijs te zijn dan dwaas te zijn,
maar je hebt het leven echt niet in de hand.
Daarmee is je leven nog niet waardeloos.
Er is iets veel beters dan ons vertrouwde leven: Gods koninkrijk.
Dus wees dwaas voor mensen en zoek Gods koninkrijk!

dia 19 – het gaat niet om jouw leven maar om Gods koninkrijk
Dan gaat het niet meer om jouw leven,
maar om God en om zijn koninkrijk.
In de keuzes die we maken,
gaat het er niet om dat we er zelf beter van worden,
maar dat Gods koninkrijk alles in ons leven doortrekt.
Dan maken we keuzes die in de ogen van de wereld dwaas zijn.

Christenen in de eerste eeuwen deden dat heel duidelijk.
En ook verderop uit de kerkgeschiedenis,
zijn prachtige verhalen bekend van christenen die dwaze keuzes durfden te maken.
Bijvoorbeeld in de Middeleeuwen,
toen de pest rondging, een zeer besmettelijke ziekte.
Het waren christenen die de zieken durfden te verzorgen.
Van een Koreaanse student in Kampen
hoorde ik eens dat ze daar in de kerk elke ochtend om half zes bij elkaar komen
voor bijbelstudie en gebed.
Met mijn ochtendhumeur heb ik daar groot respect voor!

dia 20 – durf je dwaze keuzes te maken?
Ik ben wel eens bang dat wij dat verleerd zijn.
Verleerd om dwaze keuzes te maken,
verleerd dat het christelijk geloof ook best iets mag kosten,
ja, dat het je zelfs je leven kost.
Laat ik uitleggen waarom ik dat denk.

We hebben het druk met ons leven en de keuzes daarin.
We moeten van alles, en alles moet steeds beter.
Het lijkt wel alsof voor christenen
precies dezelfde dingen belangrijk zijn als voor niet-christenen,
alleen hebben christenen de kerk nog als extra.
Maar christenen zijn net zo goed druk
met school, werk, hobby’s, sport, vakanties,
uit eten, huis en hypotheek, auto en de nieuwste gadgets.
Begrijp me niet verkeerd: dat zijn geen slechte dingen en je mag succes hebben.
Maar we denken zo gemakkelijk dat dat het leven is.
Misschien herken je daar niets van, dat kan,
ik kan niet in je hart kijken.
Zelfs mijn eigen hart snap ik niet zo goed,
maar ik weet wel dat ik zomaar in die dingen op kan gaan.
En dan geldt wat Prediker zegt:
een beetje dwaasheid laat je zorgvuldig opgebouwde leven omvallen.

dia 21 – dan ben je wijs bij God
Jezus zegt: ‘zoek liever eerst het koninkrijk van God’.
Dat is voor mensen dwaas, maar wijs voor God.
Gods koninkrijk zoeken,
dat is niet pas voor als de rest van je leven een beetje op de rit is.
Je leven begint er juist mee.
Christenen mogen best wat wereldvreemd zijn, dat moeten ze zelfs.
Want Gods koninkrijk staat voorop, niet hun eigen succes.
En dan zegt Jezus er ook nog iets achteraan:
‘dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.’
Je hebt het leven niet in de hand,
maar in Gods hand is het veel beter!

Amen.




Johannes 20:29 – Is geloven naïef?

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie

  • Zingen: GKB Gezang 165
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 81 : 1, 2, 7 en 8 (in het Fries)
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: Johannes 20 : 19 – 31
  • Zingen: LvK Lied 328 : 2 en 3
  • Preek over Johannes 20 : 29
  • Zingen: GKB Gezang 94 : 1, 2 en 6
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: Psalm 84 : 3 en 6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: GKB Gezang 64 : 1, 2 en 3
  • Zegen

Preek: Is geloven naïef?

Inleiding
dia 1 – zwart
Er zijn twee soorten mensen.
Oke, iets te stellig gezegd, maar ik wil het hebben over sceptische en naïeve mensen.
Sommige mensen kun je van alles wijs maken, ze geloven je toch wel.
Ze vragen er bijna om dat je ze voor de gek houdt.
Zo iemand noem je naïef.
Andere mensen zeggen altijd ‘ja, maar…’,
zoeken altijd naar het addertje onder het gras.
Zo iemand is sceptisch.
Ik denk dat iedereen wel voorbeelden weet van allebei de ‘soorten’, toch?
Trouwens, de meeste mensen zitten er natuurlijk gewoon tussenin,
er zijn maar weinig mensen die altijd naïef of altijd sceptisch zijn.
Maar het gaat nu even om het verschil.

dia 2 – ringstaartmaki
Een tijdje geleden deed ik mee met een woordspelletje.
We moesten om de beurt een diersoort noemen,
en dat moest dan beginnen met de laatste letter van het vorige dier.
Dus het eerste woord is ‘olifant’, dat eindigt met een ‘t’,
de volgende moet dan een dier met een ‘t’ bedenken, bijvoorbeeld ‘tijger’.
Dat eindigt met een ‘r’, en dan ben ik aan de beurt,
en kan ik mijn favoriet voor dit soort spelletjes noemen: ‘ringstaartmaki’.
Goed, de spelregels zijn wel duidelijk.

dia 3 – dahlia
Terug naar het spelletje dat ik deed.
De ‘d’ was aan de beurt, en de makkelijke dieren waren al aan de beurt geweest.
Maar dan verzin je toch gewoon een dier?
Het volgende dier werd de ‘dahlia’…
Voor wie het niet weten: dat is een bloem, geen dier.
Maar de volgende die aan de beurt was, geloofde het direct.
Naïef dus…
Inmiddels hadden we wel door dat we elkaar voor de gek gingen houden,
en toen de ‘tureluur’ genoemd werd, geloofde de volgende er niets van.
‘De tureluur, ja hoor, verzin maar een echt dier!’
Onnodig sceptisch, want de tureluur bestaat echt!

dia 4 – zwart
Een beetje scepsis is best gezond,
anders kan iedereen je altijd voor de gek houden.
Als je reclames ziet of hoort,
dan kun je maar beter een beetje nuchter zijn.
‘Nu halen, pas in 2016 betalen.’
Ja, vast, tegen een hoge rente en andere extra kosten…
‘Winnen doe je bij de postcodeloterij.’
Ik geloof er niets van, de meeste mensen verliezen alleen maar
en blijven ervan dromen ooit miljonair te worden.
O ja, ik weet dat een deel van het geld naar een goed doel gaat,
maar steun dan gewoon rechtstreeks goede doelen.
Een goed doel waarvan 50 procent in de zakken van de directeur belandt,
daar zou iedereen schande over spreken,
maar als je zelf een zeer kleine kans maakt op dat geld, dan klaagt niemand meer…
Het moge duidelijk zijn: ik ben vaak sceptisch.

dia 5 – is geloven naïef?
Maar wat moet je dan met verhalen over de opstanding?
Met een bijbel en een kerk die zeggen dat Jezus leeft?
Is dat ook niet een mooi bedacht sprookje,
iets waar alleen naïeve mensen in geloven?
Daar gaat het vanmorgen over: is geloven naïef?

1.Te mooi om waar te zijn
dia 6 – houden we onszelf voor de gek?
Tomas is daar heel uitgesproken over.
Hij heeft de verhalen wel gehoord,
dat Jezus zou zijn opgestaan.
Maar hij denkt er het zijne van.
Jezus leeft, dat is toch te mooi om waar te zijn?

Christenen geloven dat Jezus inderdaad leeft.
En dan niet dat Jezus voortleeft in onze gedachten, of zoiets vaags,
maar dat Jezus lichamelijk is opgestaan en nog altijd leeft,
nu aan de rechterhand van zijn Vader in de hemel.
Maar is het niet ontzettend naïef om dat te geloven?
Het vliegt mij wel eens aan:
houden we onszelf niet gewoon voor de gek?
Geloven we niet in Jezus omdat we het nu eenmaal graag wíllen geloven?
In een sceptische bui twijfel ik eraan: leeft Jezus wel echt?

dia 7 – Tomas: een rasechte scepticus
Tomas wil zich in ieder geval niet voor de gek laten houden.
Hij is een rasechte scepticus.
Zelf zou hij liever zeggen dat hij een realist is.
Zo komt hij ook naar voren in eerdere hoofdstukken in Johannes.
Bijvoorbeeld in hoofdstuk 11, waar Jezus zijn vriend Lazarus uit de dood opwekt.
Daarvoor moet Jezus naar Betanië, een dorp dicht bij Jeruzalem,
gevaarlijk dicht bij de Joodse leiders die Jezus willen doden.
Als Jezus zich niet door het gevaar laat weerhouden,
merkt Tomas cynisch op: ‘laten wij dan ook maar gaan, om met hem te sterven.’

En nu komt de sceptische Tomas weer naar boven.
Hij had het altijd al gezegd: met Jezus kon het niet goed aflopen.
Hij heeft gelijk gekregen.
Blij is hij er niet mee, maar het is gewoon de werkelijkheid.
Maar de andere leerlingen van Jezus lijken hun ogen daarvoor te willen sluiten.
Ze vertellen elkaar verhalen over dat Jezus zou zijn opgestaan.
Ook Tomas hoort hun verhalen aan,
maar Tomas weet wel beter: de anderen zitten nog in de ontkenningsfase.
Trouwens, toen Maria vertelde dat ze Jezus had ontmoet,
hadden de andere leerlingen net zo gereageerd als Tomas.
Zo veel verschil zit er nu ook weer niet tussen Tomas en de rest.

Wat zou Tomas het graag willen geloven, dat Jezus leeft.
Dat zou fantastisch zijn, maar hij weet wel beter: het kan gewoon niet.
Ja, als Jezus voor hem zou staan en Tomas Jezus zou kunnen aanraken,
misschien dat dat hem zou kunnen overtuigen.
Maar Tomas houdt er geen moment serieus rekening mee.
Hij heeft medelijden met de anderen: ze zijn helemaal gek geworden.
Een week lang denkt Tomas dat hij de enige is die nog gezond na kan denken.

dia 8 – de bijbel neemt twijfel serieus
Geloven in Jezus lijkt naïef.
Ik ben blij dat in de bijbel zelf al aandacht is voor dat probleem.
In de bijbel wordt twijfel serieus genomen,
wordt niet gedaan alsof dat niet bestaat.
Want het is helemaal niet vreemd als je het maar moeilijk kunt geloven.

2.Gefeliciteerd als je gelooft!
dia 9 – gefeliciteerd als je gelooft
Jezus geeft daarvoor erkenning als hij zegt:
‘gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Geloven is moeilijk omdat je Jezus niet kunt zien,
als je tóch gelooft ben je volgens Jezus te feliciteren.
Waarom je zou geloven, daar kom ik zometeen nog wel op terug,
maar waar het nu eerst om gaat: geloven is een felicitatie waard.
Blijkbaar maakt het nogal verschil of je gelooft.

dia 10 – geloven maakt verschil
Terug naar Tomas.
De verhalen dat Jezus zou zijn opgestaan,
hij kan ze niet serieus nemen, maar ze laten hem ook niet los.
Bovendien voelt hij zich bij de andere leerlingen van Jezus
nog altijd meer thuis dan bij de Joden.
Een week nadat Jezus aan de leerlingen is verschenen
is Tomas er dus ook bij.

Het wordt een onvergetelijke avond.
Opeens staat Jezus in hun midden.
‘Ik wens jullie vrede,’ zegt hij, net als vorige week.
En dan richt hij zich tot Tomas.
Tomas wordt compleet overdonderd: ‘dus toch!’
Van de sceptische Tomas is weinig meer over, hij belijdt:
‘mijn Heer, mijn God.’

Je bent te feliciteren als je net als Tomas gelooft dat Jezus leeft.
Of je dat wel of niet gelooft, dat is niet om het even.
Geloven dat Jezus is opgestaan,
dat is niet dat je een waarheid aanneemt, een dogma.
De vraag of Jezus echt is opgestaan is belangrijk, niet als feitje,
maar omdat het een diepe persoonlijke betekenis heeft.
Tomas zegt ook niet zomaar ‘Heer en God’, maar ‘míjn Heer, míjn God’.
Dat Jezus leeft, verandert alles.

dia 11 – het gaat om wat Jezus doet
Ook voor Tomas, de scepticus.
Hij was Jezus drie jaar lang gevolgd.
Hoe kritisch Tomas ook kon zijn, door Jezus werd hij geïnspireerd.
Tomas heeft veel geleerd over liefde en zelfverloochening.
Jezus was voor hem een leraar, met wijze woorden.
Daarmee kan Tomas ook nu verder.
Ook al is Jezus er niet meer, zijn gedachtegoed zal voortleven.
Zonder opstanding is Jezus een geweldig voorbeeld.

Dat is Jezus ook, maar hij is meer!
Jezus alleen als voorbeeld is genadeloos, want dan ligt de lat heel hoog.
Dan moeten wíj werken aan een betere wereld…
De geschiedenis laat wel zien dat dat niet zo’n succes is.
Maar het belangrijkste is niet wat wíj terechtbrengen van Jezus’ onderwijs,
het belangrijkste is wat Jezus voor ons gedaan heeft.
Híj werkt aan die betere wereld.
Het onderwijs van Jezus geeft nog geen hoop, zijn opstanding wel:
Jezus gaat verder waar mensen niet verder kunnen.
Dat is waar Tomas door overrompeld wordt,
en je bent te feliciteren als je dát gelooft.

dia 12 – Jezus leeft: hij is je leven
‘Mijn Heer, mijn God.’
Tomas vindt niet alleen inspiratie in mooie woorden van Jezus,
hij geeft zich over aan de levende Heer.
Als je net als Tomas gelooft dat Jezus leeft, dan is Jezus je leven.
Je kunt met Jezus omgaan en hij maakt je een nieuw mens.
Je verwacht je geluk van hem, in plaats van het zelf te regelen.
Je hebt een toekomst in een nieuwe wereld met een nieuw lichaam.
Dat is geloven in de opstanding, en een felicitatie waard.

3.Waarom zien wij Jezus niet?
dia 13 – geloven zonder zien is moeilijker
Maar…
Als het dan zo veel verschil maakt of je gelooft dat Jezus is opgestaan,
waarom laat Jezus zich dan niet aan ons zien,
terwijl hij dat bij Tomas wel deed?
Voor Tomas was het toen natuurlijk niet moeilijk meer
om te geloven dat Jezus leeft.
Hij heeft het zelf gezien.
Waarom hij wel en wij niet?
Jezus weet toch ook wel dat we het veel makkelijker zouden geloven
als wij hem ook gewoon zouden zien?

Inderdaad, Jezus weet dat heel goed.
Hij zegt het ook.
‘Tomas, jij hebt mij nu gezien, en daarom geloof je het.
Ik heb je een bijzonder voorrecht gegeven.
Maar ik blijf niet lang meer in deze wereld.
Ik moet terug naar mijn Vader, en laat me niet meer zien.
Geloven wordt moeilijker: mensen zullen geloven zonder te zien.
Gelukkig zijn zij!’

dia 14 – persconferentie
Maar waarom krijgt Tomas dan deze voorkeursbehandeling?
Want zo mag je het toch wel noemen.
Laat ik eerst een voorbeeld geven.
Als je cameraman bent voor de landelijke televisie,
ontmoet je waarschijnlijk veel bekende mensen.
Cameramensen zitten natuurlijk altijd op de eerste rang.
Bij belangrijke gebeurtenissen zijn zij er altijd bij.
Ze worden er zelfs voor betaald.
Is dat oneerlijk?
Volgens mij niet.
Ze zijn daar niet voor zichzelf maar voor ons.
Zodat wij meekrijgen wat er gebeurt.

dia 15 – Tomas mag Jezus zien zodat wij kunnen geloven
Met Tomas is dat ook zo.
Hij mag Jezus zien, niet voor zijn eigen geloof, maar voor ons geloof.
Tomas is een van Jezus’ leerlingen van het eerste uur,
een van de twaalf apostelen.
Juist met deze groep heeft Jezus grote plannen.
Als hij er niet meer is, moeten zij van Jezus getuigen.
Deze groep apostelen moet de wereld in met de boodschap dat Jezus leeft.
Hun boodschap is niet dat Jezus een prachtig voorbeeld is,
maar dat Jezus leeft en de verlosser van deze wereld is.
Daarom moeten juist zij er diep van doordrongen zijn dat Jezus is opgestaan.
Met hen begint de kerk.

Camera’s waren er toen nog niet.
We moeten het doen met de verslagen van hen die erbij zijn geweest.
Dat Tomas Jezus ook heeft gezien, is een extra reden om het te geloven.
Als maar één van Jezus’ leerlingen de wereld in was gegaan
met de boodschap dat Jezus leeft,
zou je het nog makkelijk kunnen afdoen als een waanbeeld.
Maar dat de apostelen als groep zulke wanen zouden hebben,
en daar ook alles in hun leven voor geven,
dat is niet erg waarschijnlijk.
Dat zelfs Tomas het gelooft,
de realist bij uitstek, altijd op zijn hoede,
maakt het ook voor ons geloofwaardiger.

4.Geloof het ook!
dia 16 – geloof het ook!
Je bent te feliciteren als je gelooft dat Jezus leeft.
Johannes heeft deze geschiedenis ook opgeschreven met dat doel:
dat je het zelf ook gelooft.
Johannes, zelf ook een leerling van het eerste uur,
nodigt je uit: geloof het ook, samen met ons.

dia 17 – geloven: God is realiteit
Maar hoe kun je het geloven zonder dat je het zelf hebt gezien?
Is geloven niet gewoon naïef?
Er zijn best goede argumenten om te geloven.
Maar uiteindelijk gaat geloof niet om argumenten.
Ik heb een trouwring om mijn vinger,
en dat is een argument dat ik getrouwd ben met Hanneke.
Maar als ons huwelijk om zulke argumenten gaat, zou het niet best zijn…
Een huwelijk is een relatie, ik leef elke dag met Hanneke.
Met geloven is dat ook zo: argumenten kunnen je helpen,
maar geloven is iets anders dan argumenten hebben:
geloven is dat God echt is in je leven, elke dag weer.
Johannes zegt dat zo: door te geloven leef je.
Ik wil nu nog drie dingen zeggen die je kunnen helpen geloven.

dia 18 – luister naar de getuigen
Het eerste: luister naar de getuigen.
Johannes is een van hen en heeft alles opgeschreven,
precies met dit doel: dat je het zelf ook gelooft.
Dat zelfs Tomas, die overal addertjes onder het gras ziet,
vol overtuiging zegt: ‘mijn Heer, mijn God’,
is voor ons ook reden om te geloven.
Preken, boeken, gesprekken met christenen,
ze kunnen je allemaal helpen om te geloven.
Maar niets kan op tegen het verslag van de ooggetuigen.
Ik ben er niet bij geweest, zij wel.
Wil je het geloven, luister dan naar de getuigen.

dia 19 – blijf niet alleen
Dan het tweede:
als je het moeilijk vindt om te geloven, blijf dan niet alleen met je twijfels.
Tomas twijfelt ook, maar hij trekt zich niet op een eilandje terug.
Hij zoekt juist de andere leerlingen op, en daar ontmoet hij Jezus.
Het is goed om twijfel met anderen te delen.
Juist samen kun je met Jezus in aanraking komen.

dia 20 – laat je voorwaarden vallen
De laatste heb ik van Tim Keller.
Hij zegt: laat je voorwaarden om te geloven vallen.
Dat zie je bij Tomas heel mooi.
Eerst zegt hij: ‘ik geloof het pas als ik Jezus aanraak.’
Maar als hij Jezus ziet, overweldigt het hem,
en heeft hij het helemaal niet meer nodig Jezus aan te raken.
Je kunt allerlei voorwaarden bedenken om te geloven:
ik geloof het als … en vul maar wat in:
als ik de loterij win, als ik genees, als ik een wonder zie, als ik het kan voelen, enzovoort.
Dan worden die dingen je Heer en God, doe je daar alles voor.
Pas als je die voorwaarden laat vallen, kun je echt geloven.
Kun je elke dag weer leven met de levende Heer.

Amen




Johannes 11:25-27 – Wat heb ik aan de opstanding?

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar:


Liturgie

  • Zingen: Psalm 16 : 1, 3 en 5
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Opwekking 614
  • Lezen wet
  • Zingen: GKB Gezang 90 : 1 en 2
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: Johannes 11 : 17 – 44
  • Zingen: Psalm 29 : 2 en 4
  • Preek over Johannes 11 : 25 – 27
  • Zingen: LvK Lied 217 : 1, 3 en 4
  • Kinderen terug
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: GKB Gezang 111
  • Zegen

Preek: Wat heb ik aan de opstanding

Inleiding

dia 1 – gebarentaal

Op internet kwam ik deze week een filmpje tegen
over een vrouw die nooit heeft kunnen horen.
Ze heeft nog nooit een stem gehoord,
heeft nooit gewoon met haar ouders of vriendinnen kunnen praten.
Ik kan me er geen voorstelling bij maken.
Wat moet dat eenzaam zijn.
Iedereen om je heen praat met elkaar,
en jij hebt geen flauw idee wat mensen zeggen.
Als mensen iets tegen jou willen zeggen,
moeten ze schrijven of gebarentaal leren.

Deze vrouw, Joanne heet ze,
is op een of andere manier in contact gekomen met een arts.
Deze arts vertelde haar over een nieuwe behandelmethode,
waardoor ze misschien wel weer zou kunnen horen.
Ik heb geen idee hoe haar reactie daarop was.
Ik weet wel wat mijn eigen reactie zou zijn:
eerst zien, dan geloven.
Of in dit geval: eerst horen, dan geloven.

Als je nooit hebt kunnen horen,
als je geen idee hebt wat geluid is,
volgens mij durf je dan nog niet eens te hopen dat de behandeling lukt.
Je weet niet eens waar het over gaat.
Je weet dat mensen om je heen
blij zijn dat ze kunnen horen.
Dat ze daardoor met elkaar kunnen praten
en kunnen genieten van muziek,
maar daar kun je je geen voorstelling bij maken.
Voor jou is horen iets vaags.
‘Het zal wel.’

Daar komt nog bij dat er al zo veel geprobeerd is,
allerlei pogingen om je te laten horen,
en steeds is het niet gelukt.
Waarom zou het
dan nu wel lukken,
en niet de zoveelste teleurstelling in het rijtje zijn.
Het is gewoon te mooi om waar te zijn.

dia 2 – Joanne

Toch heeft Joanne zich laten behandelen.
En dit keer met succes.
Op de foto zie je hoe ze reageert.
Ze hoort!
Ze hoort stemmen, ze hoort deuren kraken,
ze hoort bladeren ritselen in de bomen,
ze hoort muziek, ze hoort zelfs stilte.
Er gaat een wereld voor haar open.
Onvoorstelbaar!

Vaag en ver

dia 3 – vaag en ver

Onvoorstelbaar, dat vinden Marta en Maria ook
van dat Lazarus uit de dood zal opstaan.
De opstanding uit de dood,
dat is voor hen heel vaag en heel ver weg.
Op dit moment hebben ze diep verdriet
om het verlies van hun broer, Lazarus.

dia 4 – Jezus is te laat

Vorige week hebben we al stilgestaan bij de dood van Lazarus.
Lazarus en zijn zussen, Marta en Maria,
zijn goed bevriend met Jezus.
Lazarus wordt ziek.
De ziekte gaat maar niet over.
Marta en Maria slepen hun broer mee naar artsen,
maar ook die kunnen niets doen.
Ten einde raad sturen ze een bericht naar Jezus:
‘alstublieft, kom snel, u kunt ons helpen.’
Maar Jezus wacht, twee volle dagen.
Pas als Lazarus al gestorven is,
gaat hij naar Betanië, het dorp waar Lazarus en zijn zussen woonden.

Jezus is te laat.
Hij heeft zijn vriend niet genezen.
Hij heeft niet eens afscheid kunnen nemen.
Lazarus is al 4 dagen dood.
Marta en Maria hadden gehoopt dat Jezus iets zou doen,
en ze snappen niet waarom Jezus niet direct kwam.
Met elkaar hebben ze het erover: ‘was Jezus er maar bijgeweest.’
En als Jezus dan eindelijk toch komt opdagen,
zeggen ze het ook tegen hem:
‘al u er was geweest, was Lazarus niet gestorven,
Jezus, u bent te laat.’

dia 5 – troosten met opstanding?

Er is een lege plaats, Lazarus is er niet meer.
De laatste hoop op een wonder is vervlogen,
nu is er alleen nog verdriet.
Verdriet om het gemis van een broer en vriend.
Er wordt gehuild, er wordt geschreeuwd.
Ook Jezus krijgt het te kwaad:
hij huilt en is boos op de macht van de dood.

Lazarus genezen kan niet meer.
Het enige dat nog kan is troosten.
En gelukkig zijn er veel mensen om Marta en Maria te troosten.
Ze slaan een arm om hun schouders.
Ze huilen mee.
En ze proberen een bemoediging te geven:
‘op een dag zal Lazarus weer opstaan uit de dood.’

Er is hoop.
Veel Joden in die tijd, zoals Marta en Maria,
geloven dat de dood niet het einde is.
Ooit, op de laatste dag, zullen de doden weer opstaan.
Maar het bemoedigt Marta en Maria niet echt.
Die opstanding is zo vaag en zo ver weg.
Een theorie die voor nu nauwelijks betekenis heeft.
Opstanding, het zal wel…
Zoals Joanne, die dove vrouw, zich niets bij geluid kon voorstellen.

En dan begint Jezus ook nog.
Hij troost Marta en zegt:
‘je broer zal uit de dood opstaan.’
Ja, dat heeft Marta al zo vaak gehoord.
Ze probeert zichzelf er ook mee te troosten.

dia 6 – wat heb je daar aan?

De gedachte dat de dood niet het einde is,
kan ons ook troost geven.
Ooit zul je elkaar weer zien.
Het is tenminste nog iets om aan vast te klampen.
Maar het is zo ver weg, zo onvoorstelbaar,
wat heb je aan de opstanding midden in je verdriet?
Is dat vooruitzicht wel genoeg?

Jezus is de opstanding

dia 7 – Jezus is de opstanding

Volgens Jezus niet!
Als hij het over de opstanding heeft,
dan heeft hij het niet over een vage theorie voor een verre toekomst.
Jezus heeft het dan over zichzelf: hij is de opstanding.
Voor Marta verandert dat alles.

Wat betekent die uitspraak van Jezus,

‘ik ben de opstanding en het leven’?
Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer je er in kunt ontdekken.
Ik wil er nu graag twee dingen uit halen:
De vage theorie wordt een persoon, en de verre toekomst wordt vandaag.

dia 8 – vage theorie wordt persoon

Marta geloofde in een opstanding, maar dat blijft wel een vage theorie.
Niet iedereen was het er ook over eens.
De twee belangrijkste groepen, de Farizeeën en de Saduceeën,
verschilden juist over de opstanding van mening.
De Farizeeën hebben veel studie gemaakt van wat de bijbel,
wat nu het Oude Testament is,
zegt over het leven na de dood.
Dat is niet zo veel, maar een paar bijbelgedeelten maken duidelijk dat er een opstanding is.
Ook de Saduceeën hebben studie gemaakt van dat onderwerp,
en zijn tot een andere conclusie gekomen: er is geen opstanding.

Het onderwerp leeft, toen, maar ook nu:
wat er na de dood gebeurt, is misschien wel de grootste vraag die mensen hebben.
Elke godsdienst houdt zich met die vraag bezig.
Er worden heel wat theorieën over het leven na de dood opgezet.
Maar theorieën blijven op afstand.
Met je verstand kun je er wel in geloven,
maar je kunt je er geen voorstelling bij maken,
en je er al helemaal niet aan overgeven.

Jezus zegt: ik ben de opstanding.
Wat voor Marta een vage theorie
was, wordt opeens een persoon.
Ze staat oog in oog met haar hoop.
Dat maakt nogal verschil!
Het is hetzelfde verschil als dat je wel kunt geloven in liefde,
dat je liefde als een mooi ideaal ziet,
waar we als mensen veel meer van zouden moeten hebben,
of dat iemand tegen je zegt ‘ik houd van jou’.
Dan is liefde niet meer iets om over na te denken, maar persoonlijk.
Zo persoonlijk maakt Jezus de opstanding.
Dat geeft Marta zekerheid, moed en vertrouwen.
De opstanding bestaat echt, en ik ken hem!

dia 9 – verre toekomst wordt vandaag

Het andere is dat de opstanding voor Marta iets voor een verre toekomst was.
Jezus verandert dat ook.
Hij zegt dat ieder die leeft en in hem gelooft nooit zal sterven.
Het leven van de opstanding is geen verre toekomst maar vandaag!
Als je Jezus hebt, zul je
niet sterven.

Vreemd…
Ik ken genoeg mensen die Jezus
hadden en toch zijn gestorven.
Blijkbaar bedoelt Jezus het anders.
En een paar hoofdstukken verder, in Johannes
17, wordt dat nog iets duidelijker.
Daar zegt Jezus:
‘het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige
ware God,
en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.’
Eeuwig leven, het leven van de
opstanding, dat is God kennen.

Als je God kent, als je met Jezus leeft, dan is het eeuwige leven al bezig.
Het gaat bij Jezus niet om het leven voor en na de dood,
alsof dat het grote moment is van het leven,
maar om het leven zonder of met hem.
Wij zijn vaak bang om dit leven te verliezen,
en Jezus zegt ook niet dat de dood niet heftig is.
Maar het leven met Jezus gaat door,
daar kan de dood niet tussen komen.
Als je met Jezus wilt leven, begint eeuwig leven vandaag.
En de dood dan?

dia 10 – en de dood dan?

Maar nu weer even met beide benen op de grond.
Leven gaat niet om ademhalen maar om Jezus.
Ondertussen gaan er wel mensen dood.
Doet dat er dan helemaal niet toe?

Jawel.
Marta is onder de indruk van Jezus woorden,
de opstanding is voor haar echt geworden.
Maar het wordt nog veel echter.
Als Jezus ziet wat de dood aanricht, wordt hij boos.
En dan geeft hij Lazarus zijn leven terug!
Lazarus mag weer ademhalen.
Marta en Maria kunnen hem weer omhelzen.

dia 11 – ook het lichamelijke leven telt

Maar waarom wordt Lazarus opgewekt,
en liggen er nu toch zo veel mensen op de begraafplaats,
die allemaal geliefden hebben achtergelaten?
Wat hebben aan de opstanding van Lazarus, zo’n 2000 jaar geleden?
Je zou het kunnen zien als
een krachtig teken
dat Jezus inderdaad de macht heeft over de dood.
Als een soort bewijs van wat Jezus heeft gezegd,
zodat we hem kunnen geloven.
Maar het is meer.
Jezus laat zien dat het echte leven
niet alleen maar een geestelijk leven is.
Echt leven is leven met een lichaam.

Later is Lazarus weer gestorven.
Jezus is nog niet klaar met Lazarus’ opstanding,
het is nog maar het halve werk.
De opstanding van Lazarus, maar ook wonderbaarlijke genezingen,
zijn krachtige tekens dat Jezus het leven geeft,
maar het is niet het einddoel.
Dat zie je bij Jezus zelf.

dia 12 – Jezus’ opstanding is niet tijdelijk

Een paar weken later stierf Jezus.
Maar Jezus’ dood kan het leven niet afpakken.
Ook hij staat op uit de dood.
Hij heeft niet iemand nodig die
hem opwekte, hij staat zelf op.
Lazarus moet uit de doeken bevrijd worden.
Jezus stapt er uit alsof ze er niet zijn.
Lazarus wordt nog vaker ziek en moet gewoon eten.
Jezus niet, hij kan zelfs door muren heen lopen.
Jezus is daarna niet meer gestorven, hij is in een wolk vertrokken.

dia 13 – roest

Een voorbeeld.
Veel dingen worden langzaam minder goed.
En het voorbeeld dat ik het beste ken, sorry voor mijn afwijking, zijn auto’s.
Als auto’s ouder worden, gaan ze bijvoorbeeld roesten.
Dat kun je proberen te voorkomen, door er allerlei dingen op te smeren,
maak vaak valt er niet aan te ontkomen.
Gisteren heb ik nog een deel van de auto opnieuw in de verf gezet,
maar ik zag direct al weer andere stukken die ook eens aangepakt moeten worden.
Je moet er steeds opnieuw mee bezig.
Het is nooit af.

dia 14 – leven zoals Jezus

De opstanding van Jezus is dat wel, dat is het echte werk.
Zo’n leven belooft Jezus aan iedereen die hem volgt.
Lazarus’ opstanding is maar tijdelijk, die van Jezus niet.
Bij Jezus is het geen cirkel van leven en sterven en leven en sterven.
Het is alleen maar leven.

Geloof en leef

dia 15 – geloof en leef

Jezus is de opstanding en het leven.
Daarom is de opstanding geen vage theorie en een verre toekomst.
Maar zo kan het nog steeds wel voelen.
Dat je denkt: ‘het klinkt wel mooi, daar wil ik ook wel in geloven,
met mijn verstand doe ik dat ook wel,
maar het voelt nog steeds vaag en ver weg.
Ik kan hier niets mee.’

dia 16 – het gaat om Jezus

Jezus vraagt aan Marta: ‘geloof je het?
Geloof je dat ik de opstanding en het leven ben?’
En dan is nogal een vraag, zeker op dat moment.
Haar broer Lazarus is 4 dagen geleden overleden,
Jezus had dat kunnen voorkomen, en dan durft Jezus te vragen:
‘geloof je dat wie in mij gelooft nooit zal sterven?’
Marta heeft toch net meegemaakt dat Lazarus is gestorven?

Maar ze gelooft.
Haar antwoord is een geweldig antwoord,
dat laat zien dat ze het
echt heeft begrepen.
Ze zegt niet: ‘ik geloof dat u Lazarus zult opwekken.’
Het gaat niet om wat Jezus doet, maar om wie hij is.
En dat antwoordt Marta:
‘u bent de messias, de Zoon van God, die naar de wereld zou komen.’
Zelfs al is Lazarus nog niet opgestaan als Marta dit zegt,
toch gelooft ze, vertrouwt ze Jezus, is de opstanding voor haar dichtbij gekomen.

dia 17 – laat Jezus geen theorie zijn maar een persoon

Hoe kan de opstanding ook voor ons dichtbij komen?
Dat kun je alleen vinden in een relatie met Jezus.
Als het in de bijbel gaat over God kennen,
gaat het niet alleen over weten wie hij is,
maar ook over een relatie met hem.
Wil je dat de opstanding dichtbij komt?
Laat Jezus dan geen theorie zijn, maar een persoon met wie je een relatie hebt.

Investeer in die relatie.
Je kunt niet zeggen: ‘nu weet ik wel hoe het zit,
ik heb het niet nodig om steeds met mijn geloof bezig te zijn.’
Dan is je geloof een theorie, in plaats van een relatie.
Een relatie met Jezus is
heel anders.
Dan wil je hem steeds meer leren kennen,
met hem omgaan en voor hem leven.
Dan wil je verder groeien.
Zo’n relatie betekent niet dat je Jezus altijd voelt,
net zoals in een gewone relatie het gevoel ook wel eens weg is.
Maar het betekent wel dat je volhoudt, en hem blijft zoeken.

In het Nederlands Dagblad stond deze week
een aangrijpend verhaal over Gerald Knoll.
Drie jaar geleden is zijn zoontje Melvin verongelukt.
Gerald vertelt over zijn leven daarvoor.
Een fijn gezin, mooie baan, druk met hobby’s.
Maar hij vertelt ook dat hij het verlossingswerk van Jezus
nooit echt scherp heeft gekregen.
De dood van Melvin veranderde alles.
Gerald is op zoek gegaan naar God.
De theorie werd persoonlijk.
Het heeft hem veel dichter bij God gebracht.
Nee, hij gunt niemand de weg die hij moest gaan,
maar wel zijn ontdekking van Christus.

Laat de opstanding geen theorie voor je zijn,
maar heb een relatie met Jezus.
Dan leef je.

Amen.