1

Lucas 23,13-35 – De levende Heer is sterker dan teleurstelling en verwarring

Eerste Paasdag

Liturgie

  • Voorzang: Gez 171,1 en 3
  • Aansteken nieuwe paaskaars
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 95,1.3.4
  • Rom 8,11
  • Zingen: Gez 165
  • Gebed
  • Lezen: Luk 24,1-12
  • Zingen: Gez 97 in alle vroegte
  • Lezen: Luk 24,13-35
  • Zingen: LB 215,1.2
  • Preek over Luk 24,13-35
  • Zingen: Gez 99,1.2
  • Kinderen terug
  • Zingen: Paaslied vers 1 en vers 8
  • Zingen LB 87,1.4
  • Wet
  • Zingen LB 87,5
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Ps 150
  • Zegen

 

Preek over Lucas 24,13-35 – De levende Heer is sterker dan teleurstelling en verwarring

Broers en zussen, zusters en broeders, gasten bij ons, gemeente van de opgestane Heer,

1. Het is feest vandaag! Het grootste feest dat we als christenen te vieren hebben. Het graf is leeg, want Jezus ligt er niet meer. De levende heeft bij de doden niets meer te zoeken. De dood is overwonnen.

Tegelijk is er iets raars aan de hand met dit feest. Waarom viert niet iedereen het mee? Konden we Jezus maar laten zien… Konden we maar laten zien dat Jezus opgestaan is. Praat je op je werk wel eens met collega’s over het Paasfeest? Voor de een is het een feest van eieren schilderen, paastakken, voorjaar, een heerlijk uitgebreid paasontbijt, ei, jus d’orange, lekkere broodjes, paasbrood – en dat is het dan.

De ander is afgeknapt op de kerk. Die valt zo tegen. Wat zie je er nu van dat Jezus opgestaan is? Waar is de liefde, de warmte en de betrokkenheid?

Maar zo is het vanaf het begin geweest. Niet iedereen viert mee. Op de dag dat Jezus is opgestaan, dat engelen het aan een paar vrouwen vertellen, dat de vrouwen dolblij terugkomen; op die dag zijn er twee anderen die teleurgesteld weg gaan. Weg uit Jeruzalem, weg uit de stad van God. Terug naar hun gewone leven zonder Jezus.

Teleurgesteld zijn ze. We hadden zo veel van die Jezus verwacht. Zou Hij de grote bevrijder van Israël zijn? Hij was een machtig profeet, niet alleen in wat hij zei, maar ook in wat hij deed. Maar nu is hij dood. En dan zijn er van die doorgeslagen enthousiaste types, die met verhalen komen over engelen. Over opstanding. Ze zijn erdoor in verwarring gebracht.

Teleurstelling. Verwarring.

Allebei vind ik ze zo herkenbaar. En jij?

Mensen, christenen, die teleurgesteld zijn in andere christenen. En misschien ook wel in Jezus, in God. Al zul je dat misschien minder snel horen. Mensen, christenen, in verwarring.

Hoe zit dat dan met dat nieuwe leven? Waarom valt de kerk zo tegen? Heeft de kerk in Nederland nog toekomst? Waar is Gods koninkrijk? Wat is opstanding van de doden dan?

Teleurstelling en verwarring.

Je wilt toch niet dat ze je hoop en blijdschap afpakken!

Kwam Jezus dan maar een stuk met je meelopen…

Dan zou mijn hart weer gaan branden. Dan zou ik weer hoop krijgen. Blij worden.

Laten we eens kijken naar de ontmoeting van Jezus met die twee teleurgestelde mensen. Wat doet hij? En wat heb je daar vandaag aan? Hoe kun je vol worden en blijven van je opgestane Heer?

2. Wat is het eerste dat Jezus doet? Hij maakt zich niet bekend. Gek eigenlijk. Waarom niet?

Ze konden het niet zien. Ze waren veel te vol van hun eigen teleurstelling en verwarring. Zo werkt dat toch – je herkent het vast.

Ze denken helemaal vanuit hun eigen wereld. Dat zie je als Jezus een eerste voorzichtige vraag stelt: Waar praten jullie met elkaar over?

De reactie: Wat een domme vraag. Iedereen weet toch wat ons dwars zit? Begrijp je ons dan niet? Natuurlijk hebben we het over Jezus van Nazareth. Weet je dat dan niet?

Jezus vraagt verder. Wat dan? En hij krijgt de hele waterval over zich heen. Hij geeft ze alle ruimte om hun teleurstelling en hun verwarring op tafel te leggen. Zie je hoe goed Jezus kan luisteren? Hij zal ontwijfeld soms gedacht hebben: Jullie hebben het nog niet goed begrepen. Maar hij valt ze niet in de rede. Kijk eens goed naar het stuk in Lucas: het gesprek tussen Jezus en de twee leerlingen omvat 11 verzen. Daarvan worden er 8 gevuld door Kleopas. Dat is meer dan 70%. Jezus stelt alleen maar twee vragen. Hij laat ze praten – tot ze uitverteld zijn. Tot het einde toe corrigeert hij ze niet. Als eerste luistert Jezus.

Zij hebben nog helemaal geen oog voor Jezus. Ze zijn alleen nog maar vol van hun eigen teleurstelling en verwarring. Maar Jezus is zo anders. Hij heeft wel oog voor hen. Ze zijn teleurgestelde mensen, mensen in verwarring. Dat ziet Jezus.

En juist op de dag van zijn eigen opstanding zou je verwachten dat hij zegt: Vandaag geen teleurstelling. Vandaag even ophouden met zeuren. Vandaag geen verwarring. Hier ben ik – ik ben opgestaan. Ik wil dat jullie nu blij zijn.

Wie zit er hier nu in de kerk met het idee: ik moet vandaag blij zijn? Ik mag vandaag niet teleurgesteld zijn. Ik moet nu mijn eigen verwarring overschreeuwen. Op Pasen mag ik het niet laten zien.

Zo is Jezus dus niet. Jezus is niet bang voor teleurstelling of voor verwarring. Wees eerlijk – deze twee zijn teleurgesteld en verward. Wat zou het, dat zij teleurgesteld zijn in hem? Of verward door zijn dood? Jezus is er niet bang voor. Hij heeft net de dood overwonnen, de zonde, de duivel. Teleurstelling en verwarring, het zijn nog maar peanuts voor Jezus.

Wil je vol zijn van je levende Heer? Wil je een ander helpen om vol te zijn van onze levende Heer?

Het begint met een luisterend oor. De uitnodiging om eerlijk te zijn. Om ruimte geven aan gevoelens, aan gedachtenspinsels, aan hoe je tegen dingen aankijkt. Dat is wat Jezus ons biedt. Dat mogen we ook elkaar bieden in de Geest en de kracht van diezelfde Heer.

3. Maar dan?

Jezus wil niet dat we blijven hangen in teleurstelling en verwarring.

Wat zou jij nu vervolgens doen?

Wat is het tweede dat Jezus doet?

Hij zegt: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat je niet gelooft wat er in de bijbel staat?’

Zijn jullie nu echt zo dom? Snap je er dan helemaal niets van? Dan gaat het om hoe de zonde doorwerkt in hun verstand. Geestelijk gezien hebben ze gebrek aan inzicht. En daardoor wil het kwartje maar niet vallen. Hadden ze de bijbel begrepen, dan hadden ze ook geloofd.

Dit is scherp. Daar kun je boos van worden. Eerst al die mooie woorden over luisteren en begrip. En nu zo bot en confronterend zijn?

Jezus heeft geluisterd. En hij heeft het probleem haarscherp begrepen. Te weinig van de bijbel weten, geestelijke domheid, en daardoor gebrek aan geloof.

Als je boosheid voelt: Wees geen patient die van de dokter niet wil horen dat-ie ziek is.

Wat wil je? Blijven hangen in teleurstelling en verwarring? Of wil je dat je hart gaat branden?

Dan heb je domweg een stuk kennis van de bijbel nodig. En dan maar niet een paar losse bijbelgedeelten. Dan mis je de samenhang. De rode draad in de bijbel. Het valt me steeds weer op dat het dan inderdaad mis gaat. Als je Gods grote plan niet meer ziet, dan kun je slechter omgaan met tegenvallers. Dan raak je teleurgesteld. Verward.

Wat doet Jezus dan? Hij laat zien dat het eerste deel van de bijbel, het Oude Testament, onaf is zonder hemzelf. Er moet nog een grote climax komen. Die wordt aangeduid in het Oude Testament. Er worden voorzeggingen gedaan. De Messias komt. Die maakt Gods plan helemaal af. Maar wel op een bijzondere manier. Via een kruis, via lijden. En pas dan de opstanding. Dat grote plan laat Jezus zien. Dan zie je: de dood van Jezus was Gods plan.

Tegen ons zou hij erbij zeggen: Jullie leven nu tussen mijn hemelvaart en mijn tweede komst. Een tussentijd, met lijden, tegenvallers, moeite, kruisdragen achter Jezus aan. Het hoort erbij. De bijbel zelf verteld al over ruzies onder de apostelen, over partijschappen in de kerk.

Maar tegelijk bemoedigt Jezus ons. In die tussentijd geeft hij ons ook al de Heilige Geest, de kracht van God die doden levend maakt. De opgestane Jezus leeft in ons. Van binnenuit worden we vernieuwd en veranderd. Het is die boodschap van en het lijden en de opstanding waardoor er van binnen een vuur gaat branden. Zo is het toch ook? Mijn hart gaat sneller kloppen als ik het zie. Of de tranen branden achter mijn ogen.

Leer dat van deze ontmoeting op Pasen: hun harten gingen branden toen de bijbel echt voor ze open ging. Wil je bevrijd worden van je teleurstelling en verwarring? Jezus, de opgestane Heer neemt ze weg door je inzicht te geven in de bijbel. Hij zet je hart in vuur en vlam.

4. Maar hadden ze nu al ontdekt dat Jezus opgestaan was? Waren ze vol van hun levende Heer? Hun teleurstelling veranderde in een brandend hart – zou het echt zo zijn? Was het inderdaad zo dat Jezus moest sterven?

Ze hadden hun hart kunnen luchten. Ze hadden een stuk onderwijs gekregen en waren gegroeid in inzicht in de bijbel. Ze hadden hoop en uitzicht gekregen.

Maar voor je het weet blijf je daar hangen. Durf ik dit te geloven? Is dit echt waar? Kan ik mijn teleurstelling en verwarring loslaten?

Er is meer nodig dan een luisterend oor. Kennis en inzicht is niet genoeg. Je krijgt er geen relatie met de Heer zelf mee.

Wanneer gingen hun ogen wel open?

Toen ze samen met Jezus aten. Ze waren een stuk ontvankelijker geworden. Ze hadden hun verhaal kunnen doen. Ze begrepen meer van de weg van Jezus.

Ze voelden wel aan: Met deze man is iets. Die moeten we bij ons hebben. Die kan ons verder helpen. Ze komen op hun bestemming. Jezus wil doorgaan, maar ze dringen net zo lang aan tot hij bij ze blijft. En dan gaan ze eten.

En toen gebeurde het. Toen hij het brood zegende. Toen hij het brood brak. En uitdeelde. Samen eten, bij Jezus aan tafel. Toen zagen ze het opeens. Het is Jezus zelf! Hij is opgestaan!

En toen was hij weg. Maar dat maakte niet meer uit.

Het is Jezus zelf! Hij is opgestaan!

Herken je dat het zo werkt?

Ik hoorde de laatste tijd twee keer dat zussen het hier in onze gemeente zelf ook zo ervoeren. Je hoort een preek. En het raakt je. Maar pas als je daarna avondmaal viert, landt het echt. Je zit daar samen aan tafel. De tafel van je Heer. Je deelt met elkaar. Je eet hetzelfde brood en je drinkt dezelfde beker. Er wordt een toepasselijk lied op het orgel gespeelt. En het kwartje valt. Je ogen gaan open. Je ziet.

Herken je dat het zo werkt?

We vieren niet voor niets avondmaal.

Wat wil je nu liever, dan eten met je Heer?

Er zijn er onder ons die als ze teleurgesteld zijn, verward, maar geen avondmaal vieren. Hoe ga jij daar mee om?

Maar kom op, dat is de omgekeerde wereld! Het avondmaal is juist een van de dingen waardoor teleurstelling en verwarring verdwijnen! Geen betere plek dan aan de tafel van Jezus, die is opgestaan uit de dood.

5. Dat zeg je nu wel zo mooi, aan tafel bij Jezus. Maar zij zaten echt bij hem aan tafel. Zij hoorden Jezus zelf de bijbel uitleggen. Wij moeten het wel zonder Jezus doen.

Dat klopt.

Of nee, het klopt niet. Ze zijn zich misschien maar een paar minuten bewust geweest dat Jezus bij hen was. Toen was hij weg. En door de Geest is Jezus hier nu bij ons.

En precies die dingen die Jezus zelf doet, die wil hij nog steeds doen. Door zijn Geest in ons te laten wonen. Hij wil ons nog steeds bevrijden van verwarring en teleurstelling. De opgestane Heer is veel sterker. Door zijn Geest mogen wij het aan elkaar bieden. Een luisterend oor, verfrissende bijbeluitleg. En avondmaal vieren.

Zo zocht hij die discipelen toen. Zo zoekt hij ons nu. Hij zoekt je als je weggaat. Teleurgesteld en verward. Hij luistert naar je. Maar het doel is natuurlijk nooit: blijven hangen in teleurstelling en verwarring. Waarom legt hij je anders de bijbel uit? Waarom wil hij samen met je eten? Het doel is dat je terugkomt. Dolblij!

En dat we samen elkaar versterken. Niet in teleurstelling en verwarring. Hou elkaar niet gevangen met je teleurstelling en je verwarring. Jezus roept ze niet voor niets met de bijbel tot de orde. Nee, Jezus is opgestaan. Wees blij. Deel die blijdschap me elkaar. Vier samen feest!

Laat jullie blijdschap groeien, sterker worden, door het met elkaar te delen: je eigen ontmoetingen met Jezus. Vertel elkaar ook de positieve verhalen. Maak elkaar blij. Laat je blijdschap nog groter worden. Versterk elkaar en bemoedig elkaar – wordt steeds voller van je levende Heer!

Ik heb het de afgelopen week weer gemerkt. In gesprekken bij mensen thuis. Op de kerkenraad. Op de vespers. Toen ik bezig was met de preken voor vrijdag en voor vandaag. Luisteren naar elkaar en huilen van verwarring of teleurstelling, graven in de bijbel, avondmaal vieren, je blijdschap delen. Daardoor wordt je voller van de opgestane Heer. De bijbel is sterker dan onze verwarring en teleurstelling. En dat is logisch. Het is het boek van onze opgestane Heer. Hij is sterker! Laten we blij zijn en feest vieren.




Lucas 23,33-43 – Open je ogen, zie je koning!

6e zondag van de Lijdenstijd

Palmzondag

Liturgie

  • Voorzang: Gez 88 refrein
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 118,7-9
  • Wet omlijst door 1 Petr 2,4-10.19-25
  • Zingen: Gz 40,3.4
  • Gebed
  • Lezen: Lucas 23,33-43 Ps 22,7.8
  • Preek
  • Zingen: Gez 90,1.2
  • Kinderen terug: Paaslied vers 6 en 8
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 162,1.2.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 23,33-43 – Open je ogen, zie je koning!

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat doe je als iemand vloekt?

Wat best wel vaak gebeurt, is dat iemand zegt: Wat je zegt, dat kwetst mij. God, of Jezus betekent heel veel voor mij. En je vraagt anderen om niet te vloeken omdat het jou kwetst.

Pas hoorde ik over iemand die ergens werkt, waar soms gevloekt wordt. Ze zei dat het eigenlijk best raar is wat er dan gebeurt. Haar collega’s maken excuses tegen haar. Want het idee is: Als er gevloekt wordt, wordt zij gekwetst. Maar dat is helemaal niet het belangrijkste.

Of mensen gekwetst worden door een vloek, is dat zo belangrijk?

Veel belangrijker is de vraag als iemand vloekt: Besef je dat je God hiermee beledigt?

En dan loop je tegen een probleem aan. Iemand die vloekt, beseft vaak niet dat hij God hiermee beledigt. Het zal hem vaak ook worst zijn. Is er een God dan? Vloeken wordt pas een probleem, als je ontzag voor God hebt. Maar als je blind bent voor God – waarom zou je dan niet vloeken?

In het verhaal in Lucas gaat het over mensen die spotten met Jezus. Lucas vertelt over mensen die spotten met God, en het niet doorhebben. Ze zijn blind voor God.

Blind zijn voor God. Blind zijn voor wat God doet. Het is een kwaal die veel voorkomt.

Allemaal zijn we van onszelf blind voor God. Allemaal hebben we één grote blinde vlek: van onszelf zien we niet hoe God om ons heen aan het werk is. Tenzij God onze ogen opent.

En dat is wat Lucas wil: je laten zien wie Jezus echt is. Niet iemand om te bespotten, maar iemand om te aanbidden, vol ontzag.

Hoe blind ben jij? Daar gaat de preek over.

Laten we eens kijken naar de mensen die hier bij het kruis staan. Op wie lijk je het meest? In wie herken je je?

En dan gaat het er natuurlijk om: Kijk beter dan al die mensen die spotten. Doe je ogen open. Ontdek Jezus, hou van hem, bewonder hem, aanbid Hem.

Daar gaat deze preek over: Open je ogen, zie je koning.

2. Bijna alle mensen in het tekstgedeelte zijn blind voor God. Het volk dat toe staat te kijken. Ze lijken er te staan als neutrale toeschouwers. Ze staan erbij en ze kijken ernaar. Wat zouden ze denken? Lachen ze om de grappen van de anderen? Zijn ze geschokt? Afgestompt?

Wat ze in elk geval niet hebben: oog voor Jezus. Hart voor Jezus. Ze zijn blind voor wat hier gebeurt.

Wat zou er door Jezus heen gaan als hij ze allemaal ziet? Zijn volk, dat voor hem juichte: Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de HEER’?

En dan de leiders van het volk. De bisschoppen, de dominees, de ouderlingen, de theologen. Het spreekt niet vanzelf dat je oog hebt voor God als je veel van de bijbel weet. Als je in een kerk een belangrijke functie hebt. Geestelijke leiders kunnen helemaal de mist in gaan.

Hoor ze spotten. Jij wilde de beloofde Messias zijn? Jij wilde de uitverkorene van God zijn, de Mensenzoon? Jij wilde aan Gods rechterhand zitten?

Wat loop je te bazelen!

Jij kunt toch mensen genezen en weer levend maken?

Zorg dan voor jezelf!

Wat zou er door Jezus heen gaan als hij dit hoort? Hij moet zich ontzettend eenzaam gevoeld hebben. Hij doet iets wat niemand anders kan: sterven voor je volk om ze te verlossen. En niemand ziet het. Niemand steunt je of bemoedigt je. Je bent bezig om anderen te redden. En dan zeggen ze tegen je: Jij kon toch zo goed mensen redden? Nou, red jezelf nu dan maar!

En dan die soldaten. Ze weten waarom hij hier hangt. Hij wilde koning van de Joden zijn. Een opstandeling. Tenminste, dat wordt gezegd.

Een van hen wil wel even spelen dat hij de Koninklijke schenker is. De lakei die als enige de koning zijn beker met wijn aan mag reiken. ‘Majesteit, vandaag schenk ik u een voortreffelijke wijn’. Maar het is een goedkope rotwijn, zuur, bocht voor het klootjesvolk.

‘Majesteit, uw wijn.’

Pak hem dan aan! He koning, pak je wijn es aan! O, zit je hand vast?

Jij bent toch een koning? Red jezelf dan!

Ach man, je kunt jezelf niet eens redden. Je kunt niet eens een beker aanpakken! We moeten je zelfs helpen drinken.

Wat zou er door Jezus heen gaan?

3. Allemaal zijn ze blind voor Jezus. Maar Lucas wil je laten zien: dit is de hogepriester, die bidt voor zijn moordenaars. Dat is zo belangrijk, zo verbazingwekkend.

Jezus bidt: ‘Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen.’

Stel je voor dat je daar ligt. Je kunt geen kant op, hoe je je ook in bochten wringt. Ze houden je hardhandig op je plek. Je rug, open en bloederig tegen het ruwe hout. En dan die grote spijker onderaan je hand. De hamer slaat.

En ze spotten – red jezelf! Jij kunt toch zo goed mensen redden?

Terwijl de enige reden dat je daar ligt is dat je dat aan het doen bent: mensen redden!

Om mensen te redden laat je het gebeuren, die spijkers in je handen en je voeten.

Wat zou jij doen?

Je kunt niets. En ze doen je zo pijn, letterlijk en figuurlijk.

Machteloze woede, dat voel je dan toch? Wat doe je dan? Je zou ze toch wegvloeken?

Maar Jezus wordt gekruisigd als de grote hogepriester.

En hij bidt: Vader, vergeef hun.

Denk je eens in wat er gebeurd zou zijn als Jezus dat niet gebeden had.

Moet God machteloos toezien hoe zijn eigen Zoon doodgemarteld wordt? Zou het Hem niet door merg en been gaan? Zou Hij niet met een bliksemschicht al die soldaten kunnen doden? Of zelfs alle mensen in één klap dood?

Maar Jezus is de grote hogepriester. Niemand heeft oog voor Hem. Maar Hij vraagt juist niet om Gods ingrijpen. Hij neemt het voor ze op. Hij gaat voor al die mensen staan. Zijn moordenaars. Die spotters. Mensen die vloeken. Die mensen die alles willen zien en nergens voor gaan. In elk geval niet voor God. Jezus gaat voor ze staan. Dat wil ook zeggen: Jezus gaat voor jou staan, voor mij. Tussen ons en God in.

Vader, vergeef het hun, want ze zijn blind. Blind voor wie ik ben, blind voor wie u bent.

En dat betekent:

Vader, als u mij wilt, dan alleen met al die andere mensen.

Ik en die mensen, we horen bij elkaar. Ik hoor bij die spotters, die moordenaars, die opstandelingen, die zondaren uit Franeker. Als u mij wilt verlossen, dan alleen met hen erbij.

Ik kan wel zeggen dat ik Jezus hierom enorm bewonder. En het is ook zo. Maar tegelijk zijn het zulke lege woorden. Ze kunnen bij lange na niet uitdrukken wat hierbij past. Hier past alleen maar aanbidding vol verwondering.

4. Allemaal zijn ze blind voor Jezus. Maar Lucas wil je nog iets anders laten zien: de koning op weg naar zijn troon. Die iemand een gunst verleent.

De Romeinse soldaten maken Jezus belachelijk. Wat is dat nu voor koning? Ze verdelen zijn kleren alsof het een kostbare buit is. Ze hangen een bordje boven zijn hoofd: Kijk eens joden, dat is jullie koning. En ze bieden Jezus wijn aan: Majesteit, uw wijn. O, u kunt zichzelf niet eens redden? Wat ben je dan voor koning?

En Jezus hangt daar. Machteloos.

Hoe zou jij reageren?

Wat wij vaak doen?

Je sluit je af voor alles en iedereen.  Ik heb het zwaar, ik heb alleen nog maar oog voor mezelf. Of agressiever: als jullie mij niet willen, zoek het dan ook allemaal zelf maar uit met elkaar!

Lucas wil je laten zien dat Jezus anders is. Hij ziet die man die er naast hem hangt. Hij is niet blind. Hij heeft oog voor mensen. Voor wat God in mensen doet.

Want er gebeurt iets heel bijzonders met die moordenaar. Hij komt tot inzicht. Hij ziet het in: Jezus is onschuldig. Ik ben schuldig en hang hier terecht. Hij krijgt ontzag voor God. En zelfs gaan hem de ogen open voor wie Jezus is: Gods koning, op weg naar het koninkrijk van God.

En dan vraagt hij aan Jezus: Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt. Hij vraagt heel weinig. Hij vraagt niet om van het kruis bevrijd te worden. Daar hangt hij terecht. Hij vraagt niet om ook in dat koninkrijk te zijn. Hij vraagt alleen: denk aan mij – Jezus mag invullen wat dat is.

En nogmaals: wat er nu gebeurt is heel bijzonder. Bijzonder genoeg om er even goed bij stil te staan. Jezus zegt niet: Zeur niet. Hij gromt niet: Ik zal eens kijken wat ik voor je kan doen. Hij schiet niet in z’n achteruit: Iedereen wil gered worden vlak voor hij sterft – waarom zou ik jou moeten redden?

Opnieuw vind ik het zo bewonderenswaardig wat Jezus doet. Hij gedraagt zich als een echte koning, een echte redder. Iedereen maakt hem belachelijk – ben jij nu een koning? En ondertussen zijn ze blind voor wat hier echt gebeurt. Jezus is bijna koning. En zo verleent hij deze man een geweldige gunst. Jij zult nog vandaag bij mij in het paradijs zijn. Hij is de enige die daar over gaat. Hij is de enige redder.

5. Lucas wil natuurlijk dat je niet blind bent, maar ziet. Hij wil je ogen openen voor Jezus, je hogepriester, je koning.

Maar tegelijk vertelt hij over al die spotters. Zij zijn allemaal blind.

Zo legt Lucas ons allemaal de vraag voor: hoe blind ben jij? Hoeveel oog heb je voor wat God doet? Hoeveel oog heb je voor Jezus?

Wanneer ben je blind voor God? Ik wil nu drie dingen noemen die in de tekst naar voren komen.

Als eerste: je bent blind voor Jezus als je niet net als hij de vrede zoekt, maar ruzie en onrust. Zie je hoe Jezus met zijn moordenaars omgaat? Jezus is niet het type: iemand zet me een hak, ik zet hem een hak terug. Nee juist niet. Petrus schrijft: Hij werd gehoond en hoonde zelf niet. Hij leed en dreigde niet. Je bent blind als je daar niets van begrijpt. Als je niets snapt van de oproep van Petrus om Jezus’ voorbeeld te volgen.

Maar je bent juist niet blind als je inziet wat de weg van de liefde is: Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede (Rom 12,1).

Hoe blind ben jij? Zoek jij de vrede van Christus?

Als tweede: je bent blind voor Jezus als je alleen het lijden ziet. Als je niet ziet hoe God dat lijden gebruikt om iets geweldigs moois te doen. Als je blind bent, zie je alleen wat er mis gaat, bij Jezus, en in je eigen leven. Je ziet alleen maar een uit de hand gelopen conflict, verschrikkelijk lijden, een man die hangt te creperen. Je ziet alleen maar wat er mis gaat in je leven, wat er mis gaat in de wereld.

Maar open je ogen: God kan ons lijden gebruiken om iets geweldig moois te laten gebeuren. Hoor je hoe Jezus aan het kruis bidt voor zijn moordenaars? Zie je hoe een misdadiger voor het te laat is een nieuwe kans krijgt? Jezus ziet er niet uit. Maar hij brengt vergeving en genezing. En ook vandaag: zie je het mooie dat God doet in een wereld vol mislukking en lijden?

Hoe blind ben jij? Zie je alleen het lijden, of zie je ook hoe God dat lijden gebruikt om iets moois tot stand te brengen?

En dan een derde punt. Je bent blind voor Jezus als je er moeite mee hebt dat Jezus houdt van irritante, lastige, vervelende mensen. Moet je zien, die misdadiger, die heeft het makkelijk!

Een crimineel die vlak voor hij sterft nog toegelaten wordt in het paradijs. En waarom? Alleen omdat hij in ziet dat hij fout zit; ontzag voor God krijgt; en Jezus vraagt: denk aan mij.

Geloof je dat Jezus dat aan jou wil geven? Of als jij keurig christen bent, moeite doet voor God, gun je die ander – o, zo irritant – echt Gods genade?

Hoe blind ben jij? Ben je er blij mee als God op het laatste moment een irritante schurk eeuwig leven geeft?

6. Wees niet blind! Open je ogen. Neem een voorbeeld aan die gekruisigde misdadiger.

Dan zijn er vier dingen belangrijk.

Als eerste: hij heeft ontzag voor God. Wie ontzag heeft voor God, die is onder de indruk van God. Die heeft eerbied voor God. Een diep respect. Die wil God aanbidden. Die heeft oog voor Gods grootheid. En die ziet wie hij zelf is tegenover God: niet meer dan een klein schepsel. Heb ontzag voor God!

Als tweede: hij weet dat hij zijn straf verdiend heeft. Hij kent zijn zonde en geeft die openlijk toe. Dat is niet makkelijk. Laatst gaf ik in een gesprek toe dat ik een fout gemaakt had en terugnam wat ik gezegd had. Maar later bedacht ik: een ruiterlijk excuus, vragen om vergeving, daar kwam ik niet toe. Je zonde erkennen – kun je dat, tegenover God en tegenover mensen om je heen? Wees eerlijk over je zonde!

Als derde: hij is geraakt door wie Jezus is. Het kan niet anders of iets in Jezus heeft hem diep getroffen. Hij is diep onder de indruk gekomen van Jezus. Jezus is onschuldig, hij wordt gekruisigd, en hij bidt voor zijn moordenaars. Jezus is de koning die door het vuur gaat voor zijn volk. Hij sterft voor ons…

Raak onder de indruk van Jezus!

En tot slot: hij gelooft in Jezus want hij vraagt: Heer, zie mij, denk aan mij. Dat Jezus je ziet en aan je denkt. Dat Jezus voor je zorgt, dat is het belangrijkste. Dan brengt hij je in het paradijs.

Geloof in Jezus!

Vier belangrijke dingen: ontzag voor God, je zonde kennen, geraakt zijn door Jezus, geloof in Jezus.

Ik kan het je niet geven. Het ontstaat alleen als je zelf Jezus ontmoet. Maar ik wil natuurlijk wel dolgraag hetzelfde als Lucas: dat jullie ogen steeds meer open gaan. Door de bijbel, door een preek, door aanbidding, een lied, door andere christenen, door gebed. Bid erom. Zoek en je zult vinden. Klop en je zal opengedaan worden.




Lucas 22,54-71 – Jezus lijdt door ons en voor ons

Derde zondag van de lijdenstijd

Liturgie

  • Voorzang: Ps 111,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 111,3.6
  • Wet 1 Joh 3,14-17
  • Zingen: LB 178,1.6.
  • 7 Gebed
  • Lezen: – Lucas 22,54-71 (tegelijk de tekst) – Daniël 7,9-14
  • Zingen: Ps 110,1
  • Preek over Lucas 22,54-71
  • Zingen LB 181,3-6 (’s Middags geloofsbelijdenis Gez 109,1.2)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 115
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 22,54-71 – Jezus lijdt door ons en voor ons

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. De bel gaat. Het schooljaar zit er op. Juichend rent groep 7 naar buiten. Tim is blij dat de zomervakantie begonnen is. Straks, na de zomer gaat hij naar groep 8! Dan zijn zij de oudste kinderen op school! Met de anderen rent hij naar het fietsenhok. Opeens krijgt hij een duw. Hij valt bijna. Tim kijkt boos wie dat deed. Hij ziet Louis grijnzen. O, Louis weer. Met Louis heeft hij altijd ruzie. Gelukkig is het nu vakantie. Al die tijd ziet hij Louis niet.

‘Tim!’

Het is Daniël. Daniël is zijn grote vriend. Ze fietsen altijd samen naar school. En ze zitten in de klas naast elkaar. Daniël heeft zijn fiets al gepakt en staat klaar om naar huis te fietsen.

‘Tim, slome, schiet eens op!’

‘Ik kom!’

‘Gaan we nog voetballen vanmiddag?’

Een paar minuten later fietsen ze samen naar huis. Ze maken plannen voor de vakantie. Vakantie!

Maar het gaat anders. Tim gaat drie weken met vakantie. En Daniël twee weken. En hij gaat nog een week logeren bij een neefje. Precies als Tim thuis is, is Daniël weg. En als Daniël thuis is, is Tim weg! Ze zien elkaar nauwelijks, al die weken.

Dan is de vakantie voorbij. Tim is wat laat en fietst alleen naar school. Daniël was al weg. Als hij het schoolplein op fiets, gaat de bel al. Ook groep 8 gaat naar binnen. Tim en Daniël hadden af gesproken om weer naast elkaar te gaan zitten, net als vorig jaar.

Als één van laatsten komt Tim de nieuwe klas in gelopen. Hij zoekt Daniël. Dan valt hij om van verbazing. Daniël zit naast Louis. Zijn vriend zit naast die stomme jongen, die hem altijd zit te pesten! Hij loopt naar ze toe en zegt tegen Louis: Ik zit naast Daniël!

‘Nee,’ zegt Louis, ‘Daniël is mijn vriend.’

En Daniël zegt: ‘Ik ga naast Louis zitten.’

De tranen schieten Tim in de ogen. Hij gaat ergens anders zitten. Het wordt een rotdag voor Tim. Hij is zijn vriend kwijt! Daniël speelt alleen nog maar met Louis.

Louis zit hem vaak te pesten, maar ja, dat is Louis. Dat maakt niet zoveel uit. Maar dat Daniël hem in de steek laat, daar kan hij wel om janken.

Als iemand je pest en je kent hem niet, dat maakt niet zoveel uit. Maar als je vriend je opeens gaat pesten, dat doet ontzettend zeer!

2. Vanmorgen gaat het over Jezus die heeft geleden. Waarom moest Jezus lijden? Jezus die aan een kruis hangt, dat wil je toch helemaal niet?

De preek gaat vanmorgen over de vraag waarom Jezus geleden heeft. Daar kun je een heleboel over zeggen. Maar vergelijk het eerst maar eens met Tim. Tim die na de vakantie op school komt. En opeens is hij z’n vriendje kwijt. Hij kan niet naast Daniël zitten, want Daniël zit naast Louis.

Zo had Jezus ook een vriend. Petrus. Petrus hoorde bij Jezus. Toen Jezus opgepakt was, ging Petrus mee om te kijken wat er met Jezus zou gebeuren. Hij gaat mee naar het grote huis waar Jezus nu naar binnen gebracht wordt.

Wat zou Petrus gaan doen? Zou hij in de buurt van Jezus gaan zitten? Zou hij nog steeds zeggen: ‘Ik ben bereid om met Jezus de gevangenis in te gaan en te sterven?’ Dat had Petrus gezegd.

Maar Petrus gaat ergens anders zitten. Naast de vijanden van Jezus. En als ze vragen: He, jij hoort toch ook bij Jezus? Dan weet Petrus op eens van niks. Nee hoor, ik hoor niet bij Jezus. Drie keer houdt hij het vol. Ik ben geen vriend van Jezus.

Waarom moest Jezus lijden?

Omdat Petrus zijn rug niet recht hield. Alle beloftes was hij vergeten. Juist zijn vriend – die liet hem in de steek.

Wat zou jij gedaan hebben? Zijn wij zo anders dan Petrus? Wat doe je als het gevaarlijk wordt? Als voor Jezus kiezen betekent: in elkaar geslagen worden? Blijf je trouw aan Jezus? Ik ben bang, dat we allemaal best wel veel op Petrus lijken.

Maar let dan eens op hoe Jezus reageert. Als de haan kraait, kijkt hij Petrus aan. Het was precies gegaan zoals Jezus had voorspelt. Voor de haan kraait, zul je drie keer zeggen dat je mij niet kent. De profetie van Jezus was in vervulling gegaan.

Hij kijkt Petrus aan. Alsof hij wil zeggen: Petrus, kom tot jezelf. Wat heb je gedaan? Maar ik laat je niet los. Ik wil voor jou lijden en sterven. Ik wil jouw koning zijn. Jouw verlosser. Door mijn dood wil ik jou verlossen.

En zo kijkt hij ook jou aan, en mij. Stel je voor: Jezus kijkt om en zijn ogen zoeken jouw ogen. Een vragende blik. Wat zou jij doen als het gevaarlijk wordt? Zou je mijn lijden nog groter maken? Zou je mij in de steek laten?

Besef je dat ik door jou geleden heb?

Maar tegelijk ook: Besef je dat ik voor jou wilde lijden?

3. Waarom moest Jezus lijden? Dat kwam door Petrus, die zijn rug niet recht hield.

Het kwam ook door de bewakers. Tempelbewakers waren het, in dienst van de hogepriester. Ze hadden Jezus natuurlijk vaak in de tempel gezien. Ze hadden er misschien wel een paar keer bij gestaan als er weer een strikvraag werd gesteld door de Farizeeërs. Klaar om Jezus te arresteren. Die man die denkt dat hij een profeet is. Een Messias. Alsof hij boven de tempel staat – wat denkt-ie wel?

Wat ze niet doorhadden, was dat er net een profetie van Jezus in vervulling was gegaan. Jezus had het tegen Petrus geprofeteerd: Je zult mij drie maal verloochenen voor de haan kraait. En het was gebeurd. De woorden van de profeet waren in vervulling gegaan. Een bewijs van zijn profeet-zijn.

Misschien waren ze ook wel een beetje onder de indruk van hun gevangene. Stel je voor dat zijn profetie over de tempel uit zou komen: De tempel verwoest – Lucas 21. Wat zou dat voor hen zelf betekenen? Zouden zij ook doodsbang voor Israëls God wegvluchten?

Geen prettige gedachten. Die moet je zo snel mogelijk van je af schudden. En wat werkt er dan het beste? Jezus op afstand houden. Hem belachelijk maken, juist als profeet.

‘Weet je wat? We doen hem een blinddoek om, die profeet. En dan meppen we hem eens lekker in z’n gezicht. Laat hem dan maar eens profeteren wie het was! Hahaha!’

Waarom moest Jezus lijden?

Omdat zijn bewakers hem wilden treiteren.

Omdat zijn bewakers hem niet in hun hart toe wilden laten.

Zijn zij zo anders dan jij en ik?

Hun manier van pesten is zo herkenbaar. Je bent jaloers op iemand, omdat ze heel goed viool kan spelen. En dus ga je haar pesten en heb je het over ‘dat kattengejank’ en ga je een huilende kat nadoen.

Wat herken jij van die bewakers bij jezelf?

Jezus zegt niets tegen zijn bewakers. Hij gooit geen paarlen voor de zwijnen.

Maar Jezus wilde ook voor hen lijden. Wie weet, hoeveel van hen er tot bekering gekomen zijn. Met pinksteren. Of toen die bedelaar bij de tempelpoort genezen werd door Petrus en Johannes. Of toen ze voor de zoveelste keer al die volgelingen van Jezus in de zuilengang van Salomo hadden gezien en iets van de boodschap over Jezus’ opstanding opgevangen hadden.

Jezus wilde ook voor jou lijden. Als je iemand bent die kan genieten van dat gevoel van macht als je iemand pest. Iemand die graag steken onder water geeft om een ander zich rot te laten voelen. Iemand die God buiten de deur houdt met een spottende opmerking, een lompe grap. Jezus leed ook voor jou en mij.

4. Waarom moest Jezus lijden?

Door Petrus, die zijn rug niet recht hield. Maar ook voor Petrus.

Door die bewakers, die hem treiterden. Maar ook voor die bewakers.

Maar ook door de leiders van zijn eigen volk. Zijn eigen volk! Moet je nagaan: Jezus kwam om zijn eigen volk te redden. Maar juist de geestelijke leiders van zijn eigen volk wantrouwden hem. En dat wantrouwen werd zo groot dat ze besloten: hij moet dood.

Dat verwacht je toch niet? Net zoals Daniël bij Tim: iemand van wie je het niet verwacht, iemand die aan jouw kant hoort te staan. Net zoals Petrus – een vriend die je nooit in de steek zal laten. De leiders van zijn eigen volk wilde hem niet.

Ze komen bij elkaar, de rechters van Israel. Het gaat erom Jezus op een woord te vangen. Ze willen immers van hem af. Die man met zijn messiaanse pretenties maakte hun volk kapot. En vooral zouden zij hun mooie posities kwijtraken.

Herkenbaar toch?

Iemand op zijn woorden vangen zodat je je van hem af kunt maken?

‘Jij hebt dat en dat gezegd. En dus wil ik niets meer met je te maken hebben!’

Niet geïnteresseerd zijn in wat iemand echt zegt, maar zoeken naar iets waar je haar op af kunt rekenen. Wat zegt ze dat ik tegen haar kan gebruiken?

Door zulk gedrag moest Jezus lijden. Omdat wij mensen zo zijn, zulke dingen doen. Zulk gedrag veroorzaakte zijn lijden. Als die rechters van Israel toen niet van hem af hadden gewild, was Jezus niet veroordeeld.

Maar Jezus wilde ook voor hen lijden. Zulk gedrag, dat makkelijke oordelen, dat machtsmisbruik om je eigen positie veilig te stellen, dat wilde hij dragen. Hij wilde ons er van verlossen.

Jezus leed door zijn rechters, maar ook voor zijn rechters.

5. Waarom moest Jezus lijden?

Hij moest ook lijden omdat hij zichzelf bleef en zijn rug wel recht hield.

Hij was sterk genoeg om Petrus aan te kijken. Ongetwijfeld met een blik waarin pijn lag. Maar ook met een blik waar uit sprak: Ik heb het je gezegd. Kom tot inkeer, want straks heb ik je nodig. Straks moet jij je broeders sterken. Want dat was de hele profetie van Jezus tegen Petrus geweest, kijk maar in Lucas 22,32-34.

Hij was ook sterk genoeg om zijn rechters te laten voelen dat hij ze door had.

En dat moeten ze gevoeld hebben.

‘Wat vragen jullie me of ik de Messias ben? Jullie geloven het toch niet als ik het zeg. Jullie zijn helemaal niet geïnteresseerd in een eerlijk proces. Jullie willen gewoon van me af.’

Maar vooral is het belangrijk om te zien dat Jezus in God blijft geloven. Dat Hij gehoorzaam blijft aan zijn Vader. Hij weet dat dit zijn weg is. Een weg van lijden, pijn, mishandeling, onrecht. Maar hij weet ook: Dit is de weg naar de troon. Dit is de weg waarlangs ik koning en Messias van Israel wordt.

Let maar op wat hij zegt in vers 69: Jullie kunnen me nu wel veroordelen. Jullie kunnen mij nu wel de doodstraf geven. Maar het zal niets veranderen. Ik ben de Messias. En vanaf nu gaat Psalm 110 in vervulling. Ik, Davids zoon en Heer, zal zitten aan Gods rechterhand. En vanaf nu gaat Daniël 7 in vervulling. Ik, de mens uit Daniëls visioen, zal macht, eer en koningschap krijgen.

Daarom vinden ze hem onuitstaanbaar. Hij blijft de waarheid spreken, ook als het gevaarlijk wordt, haast zeker zijn dood tot gevolg zal hebben. Hij is met recht een koning en een Messias.

Zie je dat? Ze krijgen hem niet stuk. Hij zwicht niet voor laffe volgelingen. Hij breekt niet onder martelingen en pesterijen. Hij raakt niet van zijn stuk als de rechters van zijn volk oneerlijk en corrupt zijn. Hij knapt niet af op al die mensen die vlak bij hem staan en die hem allemaal laten vallen.

Want hij lijdt niet alleen door hen. Hij lijdt ook voor hen.

Hij lijdt niet alleen door ons. Hij lijdt ook voor ons.

Hij is met recht een koning en een messias. Hij laat ons niet vallen, ook niet als wij hem laten vallen. Hij is een leider die zich niet in bochten wringt om het gevaar uit de weg te gaan. Hij heeft zijn missie en hij voert die uit. Hij brengt Gods rijk door voor ons en onze zonden te sterven. Want zo komt er een rijk vol met mensen die verlost zijn van hun zonde.

6. Waarom moest Jezus lijden?

Dat kwam door Petrus – die vriend die tegenviel. Maar het was ook voor Petrus.

Dat kwam door die bewakers – die hem martelden en treiterden. Maar het was ook voor zijn bewakers.

Dat kwam door die rechters – leiders van zijn eigen volk die hem lieten vallen als een baksteen. Maar het was ook voor zijn rechters.

Er is een bekende uitspraak van Tim Keller uit New York. Hierin verwoordt hij de betekenis van het evangelie:

‘Je bent zondiger en gebrekkiger dan je ooit kunt geloven;

en tegelijk:

je bent meer geaccepteerd en bemind dan je ooit hebt durven hopen.’

Kijk in de spiegel van dit verhaal. Zie je het voor je?

Zeg het maar na voor jezelf: Ik (eigen naam) ben zondiger en gebrekkig dan ik ooit kan geloven en tegelijk ben ik meer geaccepteerd en bemind dan ik ooit heb durven hopen.

Kijk naar Petrus, naar de bewakers, naar de rechters. Zie je hoe je op ze lijkt? Hoe dichter je bij Jezus leeft, hoe meer je het gaat zien. Zo zijn wij mensen. Heer, ben ik dat? Zondiger en gebrekkiger dan ik al dacht? Zo veel zondiger en gebrekkiger?

Waarom moest Jezus lijden? Kwam het door mij? Ja, het kwam door mij.

Maar zie dan ook Jezus.

Hij kijkt je aan, net als Petrus. Kom tot inkeer. Precies om jouw zonde sta ik hier. Want ik hou van je. Ik wil je verlossen. Kom tot inkeer, want er zijn mensen in je omgeving die jij moet sterken.

Hij is de profeet die de waarheid spreekt en die pal staat voor die waarheid.

Hij is koning en Messias. Mentaal niet kapot te krijgen. Sterker zelfs dan de dood. En hij zit aan de rechterhand van God, de almachtige.

Waarom moest Jezus lijden? Het was ook voor jou en mij.

Weet en geloof:

‘Je bent zondiger en gebrekkiger dan je ooit kunt geloven;

en tegelijk:

je bent meer geaccepteerd en bemind dan je ooit hebt durven hopen.’




Lucas 22,7-30 – Jezus regeert, als hij sterven gaat en ook vandaag

Eerste zondag van de lijdenstijd

Liturgie

  • Voorzang Ps 105,1.3
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 105,5.21
  • Wet
  • Zingen LB 177,1.5.6
  • Gebed
  • Schriftlezing Luc 22,1-30 (tekst 7-30)
  • Zingen Gez 57
  • Preek
  • Zingen Ps 136,1 (A).2 (V).3 (M).18 (V).19 (M).21 (A)
  • Kinderen Lied ‘U bracht het heil voor ons op aard’,1.2
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 162,1.3.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lukas 22:7-30 – Jezus regeert, zelfs als hij sterven gaat en dus ook vandaag

Gasten hier bij ons, gemeente van Jezus Christus onze Heer, broers en zussen, broertjes en zusjes,

1. Jezus regeert alle dingen. Hij is koning. Soms zie je het helemaal voor je en ben je er diep van overtuigd. Soms kan de twijfel je ook bekruipen. Wie regeert deze wereld, of mijn leven? Loopt het Jezus niet uit de hand?

Dat kun je je af vragen door dingen die je persoonlijk meemaakt. Je zult maar na jaren van hard werken failliet gaan met je winkel, en bijna niets over houden. Opeens zit je in een huurhuis, en loop je er keihard tegen aan dat na al die jaren hard werken je huwelijk ook kapot is. Mislukkeling die je bent.

Sommige mensen hebben een leven waarin het allemaal prima gaat. Die lopen misschien niet zo tegen dit soort vragen aan. Tegelijk zijn er anderen die altijd weer wat hebben. Ziektes; sterfgevallen; problemen met kinderen; conflicten; noem maar op. En ook dat kan vragen oproepen: waarom gaat het met de een zo goed, en met de ander niet?

Of kijk in Kenia. Christelijke stammen die aan het vechten slaan, elkaar uitmoorden. Stel je voor, christenen! Mensen van de ene kant vluchten een kerk in en zijn zelfs daar niet veilig.

Onze wereld heeft zo iets onbeheersbaars, is onoverzichtelijk. Wat zullen de gevolgen van de Amerikaanse hypotheekcrisis zijn voor de Nederlandse banken en verzekeraars?

Ook in de kerk is het soms ingewikkeld en onoverzichtelijk. Je zou je vriend of je kind het geloof wel willen geven. Hij of zij heeft niet zo veel met God – en je voelt je zo machteloos – je kunt het niet veranderen.

Mensen die soms even afstand nemen. We hadden het er pas op kerkenraad over hoeveel het er zijn in onze gemeente, die even afstand nemen, even niet in de kerk komen, even niet te bereiken zijn.

En vul het zelf maar in, kleine en grote dingen.

We blijven mensen met elkaar. Klein, terwijl de wereld groot is en ingewikkeld. Machteloos als je bedenkt wat er allemaal zou kunnen veranderen. Niemand overziet het allemaal meer. Moedeloos als je ziet hoeveel er nog te doen is. De twijfel kan je om het hart slaan – is Jezus wel koning?

Laten we niet bij de pakken neer gaan zitten! We hebben een verhaal uit Lucas gelezen. Lucas wil steeds laten zien dat Jezus koning is en dat hij regeert. Hij wil laten zien: Jezus regeert, zelfs als hij gaat sterven. Daar leer je Jezus kennen Met die boodschap mag ik jullie bemoedigen. Jezus regeert, zelfs als hij gaat sterven, en dus ook vandaag.

2. Kijk maar hoe Jezus een maaltijd organiseert, in het hol van de leeuw.

Als we het nu hebben over een onbeheersbare situatie, over dingen die uit de hand dreigen te lopen, dan heb je hier een mooi voorbeeld.

Jezus was pas op een ezel Jeruzalem binnengetrokken. ‘Hosanna voor de zoon van David!’ Hij kwam als koning, en zo ging hij naar de tempel om daar alles plat te leggen. ‘Jullie hebben er een rovershol van gemaakt’. Maar de leiders van het volk moesten niets van hem hebben en wilden hem doden.

Daarachter zit een dieper conflict. Satan wil Jezus uit de weg ruimen. En hij heeft een geweldig succes geboekt: een van Jezus’ eigen leerlingen is overgestapt. Satan heeft een infiltrant: Judas!

Jezus is nu echt in gevaar. Jeruzalem is het hol van de leeuw geworden. Het had de stad moeten zijn van zijn paleis, het is het hoofdkwartier van zijn tegenstanders.

Maar Jezus wil nog een keer met zijn leerlingen het Pascha vieren, en dat moet in Jeruzalem. ’s Nachts. In vijandelijk gebied. Levensgevaarlijk! Judas ziet het al voor zich. Een kamer met dertien mensen, ’s nachts, geen massa volgelingen die hem beschermt. Een perfecte gelegenheid om hem te arresteren.

Wat zou Jezus nu doen? De veilige weg kiezen? Gaan voor zijn eigen hachje?

Maar kijk dan eens wat Jezus doet. Hier leer je hem kennen. Jezus is niet voor één gat te vangen. Toen niet, en ook vandaag niet. Zie je dat?

Twee vertrouwelingen van Jezus moeten de maaltijd voorbereiden. Jezus stuurt Petrus en Johannes op weg. Judas staat er bij en hoopt een adres op te vangen. Waar zouden ze vanavond eten? Maar hij hoort niets waar hij wat mee kan. ‘Volg een man met een kruik op zijn hoofd’. Daar kan hij bij zijn opdrachtgevers toch niet mee aankomen!

Wat Jezus doet is gevaarlijk, maar hij laat zich niet afschrikken. Dat is typisch Jezus. Hij is geen koning die wegloopt voor risico’s. Hij weet wat hij wil, en dat krijgt hij ook voor elkaar. Zo was het toen – zo is het nu. Kijk maar hoe het verhaal verder gaat. Kijk maar wat Jezus hier doet: hij organiseert een maaltijd in het hol van de leeuw.

3. En dat is een maaltijd waar hij naar verlangt heeft.

Het is Jezus gelukt. Zonder dat Judas het heeft kunnen verraden, zonder dat hij bij het vallen van de avond gearresteerd is, gaan ze samen eten. Met z’n dertienen liggen ze rond de tafel. Dan zegt Jezus dat hij er enorm naar deze maaltijd verlangd heeft.

Waarom zou dat zijn? Waarom wil Jezus juist deze maaltijd met hen eten?

Ik zei eerder al: Lucas wil laten zien dat Jezus, die vreemde koning, echt Gods koning is. Dat door Hem Gods rijk komt. Dat doet Lucas hier ook weer. Je zou deze maaltijd kunnen vergelijken met een laatste briefing vlak voor een grote veldslag. De bevelhebber laat zijn officieren bij elkaar komen om de plannen uit te leggen en iedereen instructies te geven. Jezus weet dat nu het moment is aangebroken dat de grote confrontatie gaat komen. Zo meteen komt het uur van de macht van de duisternis, Lucas 23,53. Hij gaat als Gods koning zo meteen echt het gevecht aan met de machten van de duisternis. En hij gaat dat zelf doen, alleen.

Daarna, na dat grote gevecht met de machten van de duisternis wordt zijn koninkrijk definitief werkelijkheid. Deze maaltijd is dus een bijzonder moment: het is de laatste keer voor de grote slag dat ze samen zijn. Het is de laatste mogelijkheid die Jezus heeft om zijn leerlingen voor te bereiden op de komende dagen. Het is ook zijn laatste mogelijkheid om hen te laten zien wat er gaat gebeuren.

Kun je het je voorstellen dat Jezus hiernaar verlangt heeft? Het is zo’n bekend verhaal. Waarom zou Jezus hier zo naar verlangt hebben?

Het is het moment dat hij echt kan laten zien wat er nu te gebeuren staat. In een laatste briefing hoef je niets meer geheim te houden. De komende dagen zal Jezus de duistere machten overwinnen. Hij zal zijn volk bevrijden en herstellen. Hij zal er voor zorgen dat Gods rijk komt. Hij belooft zijn leerlingen alvast dat zij straks met hem mogen regeren: de 12 leerlingen worden 12 koningen die recht spreken over het nieuwe Israël.

Het lijkt wel wat op de bevrijding lang geleden van het volk uit Egypte. Israël was in Egypte, slaven van Farao. Maar God bevrijdde hen. Hij kwam met tien plagen. En bij de laatste plaag moest Israël het Pascha vieren: bloed van een paaslam aan de deurposten, ongezuurde broden – matzes, bittere kruiden. Zoiets komt nu ook. Iets wat veel groter is. Daar verlangt Jezus naar: ons laten zien wat er nu gaat gebeuren.

4. Hij is immers het echte Paaslam, de echte bevrijder. Het Pascha vierden de Joden als herinnering aan de bevrijding uit Egypte. En dus gebruikt Jezus dat Pascha of Pesach in de NBV om zijn leerlingen duidelijk te maken wat nu gebeuren gaat. Om het ons, jullie, ook duidelijk te maken. Wat nu komt, dat is hèt grote moment waar iedereen naar verlangt heeft in Israël.

Kun je daar in komen? Opnieuw, het is zo’n bekend verhaal, maar kun je de intense spanning van dit moment meemaken? Dat is lastig hè, maar laten we daarom eens kijken wat Jezus met het Pascha doet. Hoe beter je dat begrijpt, hoe beter je ook de spanning van dit moment mee kunt voelen.

Vier dingen.

Als eerste, vers 16b: dat Pascha, dat was een bevrijding van lang geleden. Maar wat heb je daar nu aan? De Romeinen waren de baas. Stel je voor, dan laat Jezus zien: ik ga de echte bevrijding brengen. Ik ga jullie bevrijden  van de machten van de duisternis, van zonde en duivel. Als die machten verslagen zijn, dan is de echte bevrijding er, dan komt Gods koninkrijk. In dat rijk van God krijgt het Pascha zijn vervulling.

Als tweede, vers 16a en 18: Jezus zegt dat hij nu het Pascha viert, maar daarna niet meer, voordat het echt zo is. Geen wijn meer voor mijn rijk werkelijkheid is geworden. Oftewel: nu is het bijna echt zover. Het koninkrijk van God is geen toekomstmuziek meer. Nog één laatste confrontatie, en dan is het zover. Stel je voor: zo meteen is Gods rijk er. Dan is hij koning in het koninkrijk van God. En dus komt het er ook voor ons, wij die bij die koning horen.

Als derde, vers 19: Jezus pakt een ongegist brood, een matze. Ik heb er een meegenomen. Platte toastjes zijn het bijna. Jezus laat zien: Die broden zonder gist verwijzen naar mij .

Zonder gist, zoals ik zonder zonde ben. Jezus, zonder zonde, gaat zijn lichaam voor ons geven. Hij sterft voor ons en zo overwint hij de zonde, de satan.

En als vierde: Jezus pakt een beker. Die beker hoorde bij het oude verbond. Hij maakt er van de beker van het nieuwe verbond. Bij het oude verbond hoorde bloed van een dier, dat gevloeid had na de bevrijding uit Egypte, in de woestijn, bij de berg Sinaï. Het nieuwe verbond komt nu, door zijn bloed.

Zo laat Jezus zien: ik ben het echte Paaslam, de echte bevrijder.

5. Waar zijn we nu?

We hebben gezien hoe Jezus in het hol van de leeuw een maaltijd laat organiseren, zonder dat Judas het kan verraden.

Ik heb de maaltijd vergeleken met een briefing: vlak voor de grote confrontatie legt Jezus uit wat er gaat gebeuren: hij zal de machten die Israël gevangen houden verslaan, zodat Gods rijk echt kan komen.

En we hebben gekeken wat Jezus met het Pascha doet. Hoe laat hij aan de hand van het Pascha zien wie hij zelf is en wat hij gaat doen?

Maar dan is de vraag: wat is hierin bemoedigend? Wat heb ik hieraan vandaag?

Om dat te ontdekken moet je kijken naar de rol van Judas, en naar de rol van satan in dit verhaal. Kijk hoe Jezus met Judas en met satan om gaat.

Het deed me denken aan een vechtsport, Aikido. Als je meer wilt weten moet je maar eens met Otto en Hetty gaan praten. Het idee van die sport is dat je de aanval van je tegenstander gebruikt, ombuigt, om jezelf te verdedigen. Je laat hem aanvallen en je gebruikt zijn aanval zo, dat het zich tegen hemzelf keert.

Zo gaat Jezus om met Judas, en met satan. Satan – let daar op: satan zelf, Lucas 22,3 – heeft bezit genomen van Judas. Judas zal Jezus gaan verraden, en dat zal de dood betekenen van Jezus.

Maar Jezus gebruikt die aanval van satan. Hij laat zich verraden. Zo was het ook al bepaald door God. Er zat al lang een geweldig overwinningsplan achter. Jezus laat zich doden. Je zou denken: hij laat zich verslaan. Maar juist zo geeft hij zijn lichaam, zijn bloed. Juist zo komt er een nieuw verbond. Zo wordt de macht van de duisternis overwonnen. Satan lijkt te winnen, maar zo verliest hij. En Jezus staat op uit de dood. Als de grote koning, die sterker is dan de dood.

Zie jij de bemoediging daar van? Satan is er. Nooit leek hij dichter bij de overwinning dan toen. Hij had Judas, een spion, en dat zou Jezus’ dood betekenen. Zo lijkt het ook nu vaak dat satan gaat winnen. Toch? Maar dat is nu juist de tactiek van Jezus, ook nu. Hij geeft satan soms veel ruimte. Maar hij buigt de aanvallen van satan om, zodat satan tegen zijn wil mee moet werken aan zijn eigen ondergang. Als je bij Jezus hoort, zal het in jouw leven ook zo gaan. Het kwaad van satan wordt omgebogen en moet meewerken aan iets geweldigs moois. De macht van Jezus is niet meer te breken! Geloof je dat?

6. En dan een ander punt. Want let eens op de discipelen. Jezus laat zien wat er zometeen gaat gebeuren. Hij verandert de betekenis van het Pascha en richt alle dingen op zichzelf. Hij maakt duidelijk dat de grote bevrijding nu komt. Hij heeft het ook over zijn verrader. Hij weet er van. Hij houdt de regie in handen.

En wat doen de discipelen? Die gaan met elkaar in discussie over wie de verrader is. En daarna over wie de belangrijkste is.

Moet je voorstellen: ze zijn alleen maar met zichzelf bezig! Ze zijn niet onder de indruk van wat Jezus gezegd heeft. Ze prijzen God niet omdat nu de bevrijding komt. Ze bidden niet om een goede afloop, wensen Jezus zelfs geen succes. Ze zijn ook niet bang voor wat komen gaat. Ze zijn alleen maar met zichzelf bezig. Wie wordt straks de eerste minister van koning Jezus? Wie is de belangrijkste?

Wat moet Jezus zich ontzettend alleen gevoeld hebben. Als iemand hier moedeloos had mogen worden, dan hij zelf wel.

Kijk naar die leerlingen, en kijk dan naar jezelf. Waar heb jij meer oog voor, voor Jezus of voor jezelf?

Wij lijken zo op die leerlingen. Tegenwoordig zeggen we veel sneller dan vroeger: de mensen in de kerk vallen me tegen, ik neem even afstand, ik kom even minder. Als je dat zelf zegt, vraag je dan af: Waar heb jij meer oog voor, voor Jezus, of voor jezelf?  Ik weet het niet, maar wees er voor jezelf eerlijk over.

Zie je nog wel wat er aan het avondmaal gebeurt, of vergeet je dat? We hadden het laatst op de kerkenraad een keer over de vorige avondmaalsviering, over al die mensen die er niet waren. Sommigen konden er gewoon niet bij zijn. Maar die anderen? Als je er niet bij was: stel jezelf dan de vraag: deed ik net zo als die discipelen? Keek jij naar Jezus, of was je met jezelf bezig?

Beste mensen, broers en zussen, bedenk toch alsjeblieft: met jezelf bezig zijn, afstand nemen van Jezus, dat is niet bemoedigend. Daar vind je geen kracht. Kracht en bemoediging vinden jij en ik alleen bij Jezus Christus, die onze dienaar is geworden.

Denk weer aan die vechtsport, Aikido. Het gaat er niet om te heersen, macht te hebben, aan te vallen. Laat de tegenstander maar aanvallen, Jezus buigt die aanval om, en verslaat de satan. Als een dienaar. Wie voor zichzelf gaat, die verliest. Wie bij Jezus blijft, wie leeft als zijn dienaar, wie de minste wil zijn, die wint en komt in Gods koninkrijk.




Matteüs 28,6a – Jezus is opgestaan!

Pasen

Liturgie

Voorzang: Psalm 50,1.2.11
Votum / Groet
Zingen: LB 215
Gebed
Schriftlezing: Matteüs 28
Gez 95
Preek over Matteüs 28:6a
Gez 99
Wet
Zingen Psalm72,7.10
Gebed
Collecte
Zingen Psalm 134,2.3
Zegen
Zingen: Ga nu heen in vrede en maak het waar

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

– bij deze preek is een powerpoint-presentatie beschikbaar; mail voor meer informatie

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Matteüs 28,6a – Jezus is opgestaan!

Broers en zussen, gemeente, gasten hier bij ons,

1. Jezus is opgestaan! Ongelooflijk maar waar. Alle reden om feest te vieren. En dat doen we dus ook. Een Paasontbijt, een sing-in, een feestelijke kerkdienst. We komen samen, we zingen, geweldig. En we zijn blij, net als de vrouwen die Jezus gezien hebben op die morgen. [Teken maar een mooi blij gezicht op je blad!] We vieren feest, want Jezus leeft!

Wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen; dat doet onze God. Hij heeft Jezus levend gemaakt uit de dood. Het loopt niet dood op onze levens, op deze wereld. Er is een nieuw leven, er komt een nieuwe wereld. Laten we dus feestvieren; laten we zelf ook mooie, blije gezichten hebben – niet alleen tekeningen op het kinderblad, maar wij allemaal. Wees blij! Jezus leeft!

Maar het gekke is: er wordt vandaag in drie wereldgodsdiensten feest gevierd:. Allereerst het Joodse Pesach-feest. Dinsdag is het begonnen, en het loopt tot en met maandag. Een week lang feest vieren om erbij stil te staan hoe de God van Israël de voorouders van het Joodse volk bevrijd heeft uit hun slavenbestaan in Egypte. Vandaag is ook de geboortedag van Boeddha. In Japan dragen kinderen dan een bloem in hun haar. In Boeddha-tempels wordt vandaag door velen geurige thee over een beeld van Boeddha als baby gegoten. En wij, christenen, vieren vandaag het feest van de opstanding van Jezus Christus.

Christenen, Joden, Boeddhisten – allemaal vieren ze feest. En dan kunnen de vragen je opeens overvallen. Vieren we allemaal ons eigen feest? Maar is Jezus dan niet de beloofde Messias van de Joden?

En als je Jezus naast Boeddha zet: wij staan stil bij de opstanding van Jezus, Boeddhisten bij de geboorte van Boeddha. Twee feesten voor stichters van twee godsdiensten. Leuk voor als je bij die godsdienst hoort. Pasen – leuk voor als je christen bent? Maar wat als ik geen christen ben?

En dan wordt het de vraag: wat vieren we eigenlijk precies op Pasen? Daar staan we vanmorgen bij stil. We doen dat aan de hand van het verhaal dat Matteüs ons vertelt. Hij was Jood, tijdgenoot en leerling van Jezus. Hij heeft Jezus gezien na zijn opstanding. We letten vooral op wat de engel zegt: Hij is hier niet – hij is opgestaan – zoals hij gezegd heeft.

Ik hoop dat jullie na afloop van de preek het met me mee kunnen zeggen: Ik ben ervan overtuigd dat wij hier terecht Pasen vieren. En niet iets anders. Immers: Jezus is opgestaan.

2. Hij is hier niet, zegt de engel. De vrouwen kwamen naar zijn graf kijken. Terug naar de plek waar ze zijn lichaam dood achter hadden gelaten.  De begrafenis had overhaast plaats moeten vinden. Daarom komen ze nu terug om het werk af te maken. Een laatste eerbewijs.

En dan is het graf opeens open. En er zit een engel. En die zegt: Hij is hier niet. Teken maar een open graf op je blad.

Zo begint het verhaal van de opstanding. Een leeg graf. Niemand heeft gezien dat Jezus uit de dood opstond. Niemand had het vast kunnen leggen op foto of film. Nergens wordt er ook verteld hoe het in zijn werk is gegaan. Hij is hier niet.

En hier bij ons – hier is hij ook niet. We kunnen niet naar hem toe gaan om een foto van hem te maken. Dat is best lastig. We vieren een feest, en we doen dat vol overgave en uitgebreid, maar waar is de hoofdpersoon? We zien hem niet eens…

Zou het daardoor komen dat de wereld er niet anders van geworden is? Ja … is hij eigenlijk wel opgestaan? Of is het alleen maar een mooi verhaal?

Jezus is opgestaan in een nieuw, geestelijk lichaam. Wat het is om op die manier uit de dood te zijn opgestaan, dat weet alleen hijzelf. Hij heeft zichzelf maar een paar keer laten zien aan zijn volgelingen. Verder is hij verborgen, is hij bij God. De opstanding blijft daarmee een geheim, tot het moment dat Jezus Christus terugkomt,

Toen moesten de vrouwen het doen met die woorden van de engel. En met die verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen. Wij moeten het doen met de verhalen uit Matteüs en de andere evangeliën.

Gelukkig dat we die verhalen hebben. Dat God ervoor heeft gezorgd dat we weten wat de engel heeft gezegd. Dat zijn dus erg belangrijke woorden. En gelukkig dat Jezus zich heeft laten zien aan zijn volgelingen. Wij moeten het tenslotte doen met hun verhalen.

Maar als je niet wilt, dan kun je de opstanding van Jezus ook makkelijk ontkennen. En dat gebeurt dan ook in het verhaal dat we lazen. Jezus spreekt je niet tegen.

3. Alleen is er wel iets raars aan de hand met die mensen in het verhaal, die ontkennen dat Jezus is opgestaan. Ze schudden niet onverschillig hun hoofd – wat een onzin-verhaal. Nee, ze willen het niet weten. Desnoods worden er getuigen omgekocht.

Wat staat er dan op het spel voor die Joodse leiders? Dat is ook onze vraag: wat maakt het uit of Jezus nu wel of niet is opgestaan? Laten we proberen daar achter te komen. Wat betekende het toen, voor de Joodse leiders, voor die Joodse vrouwen, voor die Jood Matteüs, dat Jezus al of niet was opgestaan? We gaan na wat het antwoord van Matteüs daarop zou zijn geweest. Misschien gaan wij dan ook beter begrijpen wat het uitmaakt, of Jezus al of niet is opgestaan.

Laten we beginnen met wat het uitmaakt voor Jezus zelf. De oudsten en hogepriesters voelden dat natuurlijk donders goed aan: als Jezus zou opstaan uit de dood, hadden zij een nog veel groter probleem. Dan waren ze nog niet van Jezus af; en dan werd het alleen nog maar erger.

Waarom? Nou, ga maar na: zij vonden Jezus een bedrieger. Maar als hij opgewekt wordt uit de dood zoals hij heeft gezegd, dan is hij toch een profeet. En dan kon dat voor het besef van de Joden alleen maar door God zelf gedaan zijn. God heeft Jezus levend gemaakt. Dat zegt dus alles over hoe God de Vader tegen Jezus aan kijkt. Hij is geen verleider of godslasteraar. Geen opstandeling of bedreiging van de politieke orde.

Integendeel, Jezus is ten onrechte ter dood veroordeeld. Jezus is wel degelijk de Zoon van God. Hij is de beloofde zoon van David. In de opstanding wijst God hem aan: dit is mijn koning. Dit is de Messias door wie ik Israël en de wereld verlos. Hij krijgt van God alle macht in de hemel en op de aarde. Hij wordt de hoogste Heer, hoger dan koningen, keizers en presidenten.

En dat is voor iedereen van belang. Door Jezus Christus komt God zelf naar ons toe. Door Jezus Christus komt de mensheid weer bij God. Door Jezus Christus komt er wereldvrede. Door Jezus Christus leren we te leven in liefde.

Bij Hem moet je dus zijn! Hier vind je rust en vrede. Hier vind je God zelf. Je kunt het ontkennen. Als je zonder Jezus Christus verder wilt leven, dan merk je niet wat je mist. Maar als je in Hem gelooft en Hem volgt, dan zul je het ondervinden. Hij leeft!

Jezus is opgestaan. Dat betekent alles voor wie Jezus zelf is. Hij is door God zelf gestuurd en aangesteld. Hij is de beloofde Messias, door wie God Israël en de wereld verlost.

4. Hij is opgestaan, zegt de engel. Dat zegt niet alleen iets over wie Jezus is; het betekent ook iets voor God zelf en voor Gods koninkrijk.

Waar is God, vragen veel mensen. Misschien vraag je het jezelf ook af – waar is God? Waarom grijpt hij niet in? En waar is Gods koninkrijk waar Jezus het steeds over had? Als Jezus sterft, blijkt toch dat Gods rijk niet komt. Het wereldrijk van Rome heeft het voor het zeggen; of de machtspolitiek van enkele religieuze leiders. Uiteindelijk hebben het onrecht, de zonde, en de dood toch het laatste woord.

Zo lijkt het vaak – toch?

Maar de opstanding laat zien: zo is het niet!God heeft zijn Zoon naar de aarde gestuurd. Hij doet wat Hij heeft gezegd. En Hij laat het onrecht niet bestaan. Hij laat niet toe dat Jezus afgeschreven wordt als een mislukte koning die zichzelf overschat heeft.  Hij zet het recht. En op een heel bijzondere manier: Hij gebruikt dit grove onrecht ook nog om ons van onze zonden te verlossen. Hij maakt Jezus weer levend uit de dood. Gods koninkrijk is niet verslagen, Gods koninkrijk heeft overwonnen! Jezus Christus is overwinnaar!

De vijanden van Israël zijn verslagen. En daarmee ook onze vijanden. En dan gaat het niet maar alleen om een Romeins wereldrijk, of om machtsbeluste religieuze kopstukken. Hier behaalt Gods recht de grote overwinning op het onrecht. Hier overwint Gods liefde onze zonde. Hier is de schepper sterker dan de dood. God verslaat de kwade machten – de duivel is zijn macht kwijt.

En dus vieren we feest. Een feest dat iedereen aangaat. Dit is niet een feest voor mensen uit een specifieke godsdienst. God behaalt hier een enorm succes in het aanpakken van de problemen van de hele wereld, problemen waar ieder mens tegen aan loopt.

Onrecht. Machtsmisbruik en corruptie. Liefdeloosheid en zonde. Ziekte en lijden. Kwaad en absurditeit. De dood.

God staat er boven. Gods koninkrijk is nabij en zal komen. Jezus Christus is overwinnaar!

Maar mensen sterven toch nog steeds? Er zijn toch nog steeds mensen die elkaar pijn doen?
En – ik wil niet vervelend doen – maar zelfs in de kerk vind je toch liefdeloze mensen? Soms zijn Boeddhisten liefdevoller dan christenen.

Is de opstanding van Jezus Christus niet iets anders: God heeft zijn eigen zoon willen redden. Daarna hebben ze zich samen teruggetrokken. Want horen we ooit nog wat van ze? Wat betekent Pasen voor ons, hier en nu?

5. Met die vragen komen we bij een derde punt. Hij is opgestaan zegt de engel. Wat zegt dat over ons en over onze wereld? Wat zegt dat over mij?

Laten we het niet moeilijker maken dan het is. De bijbel is er heel helder over: Jezus Christus is opgestaan en naar de hemel gegaan. En daarom is het verhaal nog niet af. De enorme gevolgen van de opstanding van Jezus Christus zijn nog maar gedeeltelijk zichtbaar. Er is nog veel wat tastbaar moet worden, op het moment van de voltooiing van de wereld, als Jezus terugkomt. Wat zijn die enorme gevolgen dan?

Twee heb ik al genoemd. De eerste: Je moet bij Jezus Christus zijn. Hij heeft alle macht en hij regeert deze wereld. Hij is bezig alle wereldproblemen op te lossen. Zijn aanpak is grondig. Hij is bij de meest grote problemen begonnen: het kwaad, de zonde, de dood. En daar is de beslissing gevallen, toen Hij stief en uit de dood opstond.

Het tweede: God is er en God grijpt in. Als je ziet wat God al bereikt heeft, dan kun je er zeker van zijn: Gods koninkrijk zal hier op aarde komen. God trekt zich niet terug en blijft niet veilig buiten schot. Integendeel, zijn Zoon is mens geworden en is voor ons gestorven. Het gaat God om ons!

En dat heeft grote gevolgen voor mij, voor jou, voor onze wereld. Jezus Christus is opgestaan uit de dood en zijn graf was leeg. Hij heeft een nieuw lichaam gekregen – verbeterd, verlost, genezen. Als dat met Jezus kan gebeuren, dan ook met ons allemaal. Dan kunnen alle graven open gaan. En dat zal gebeuren. De opstanding van Jezus Christus laat zien: God laat zijn schepping niet los. Hij maakt een nieuwe schepping. Heel, gaaf, ongeschonden. Geen onrecht meer, geen oorlog meer, geen kapotte relaties meer. Wereldvrede. Dat is ons perspectief.

En daardoor zal er niet alleen straks iets veranderen. Er is nu al iets veranderd. Tot aan de voltooiing van de wereld, als alles nieuw wordt, is Jezus Christus zelf bij ons. De opgestane is niet ver weg, veilig opgeborgen in de hemel. Onze Heer is bij ons, hier en nu, door de Heilige Geest. In ons leven heeft Hij het voor het zeggen, en niet de zonde, niet de duivel. Er is nu al vrijheid. Er is nu al liefde. Door Jezus Christus.

6. Enorme gevolgen. Maar het hangt van een ding af: komt Jezus terug en krijgt de opstanding echt een vervolg als Jezus terugkomt? Of is het allemaal gebakken lucht?

En dan zijn we ook weer terug bij het begin van de preek. Wat maakt het uit of Jezus opgestaan is of niet? Wat maakt het uit of je vandaag Pasen viert, of een Joods pesach-feest, of de geboorte van Boeddha?

Kijk dan naar de laatste woorden van de engel waar we vanmorgen bij stilstaan: zoals hij gezegd heeft. Jezus Christus doet wat hij zegt.

Wie Boeddha volgt, volgt een spirituele weg naar innerlijke bevrijding. Wie Jezus volgt, de opgestane, gaat over een weg die God voor ons gebaand heeft. Een weg niet maar naar innerlijke bevrijding, maar naar een helemaal vernieuwde wereld – mens, maar ook aarde en natuur.

Wie het Joodse Pesach blijft vieren, staat wel stil bij Gods ingrijpen: lang geleden toen Hij Israël bevrijdde uit Egypte. Maar God is verder gegaan. Het volk Israël was een experiment dat mislukte. En bovendien: het gaat God niet alleen om de Joden, maar om heel de wereld. Dat hebben Gods profeten steeds tegen Israël gezegd, lees het OT maar na. Wie Pesach blijft vieren, ziet niet dat de beloofde messias gekomen is. Die ziet niet dat Pasen een nieuw bevrijdingsfeest is. Niet maar bevrijding uit Egypte, maar uit de zonde, de dood. Niet maar bevrijding voor het volk Israël, maar voor ieder die mee wil naar Gods nieuwe wereld.

In geen enkele godsdienst is er iemand als Jezus, die aankondigde te zullen sterven en op te staan. En bij wie het dan ook gebeurde. God heeft Hem weer levend gemaakt. In het christelijke Paasfeest blijkt dat de God van Israël naar ons, naar deze hele wereld, toekomt in Jezus Christus. Waar het Pasen wordt, daar zijn God en mensen weer bij elkaar. Daar is weer gemeenschap, daar is weer leven met God.

Jezus doet wat Hij zegt. Hij had gezegd dat Hij zou sterven, Hij had gezegd dat Hij op zou staan. En dat niet zomaar, als interessante stunt. Hij is Gods koning, door God zelf aangesteld, door wie Gods koninkrijk komt.

Betrouwbaar. Je kunt op Hem aan. Hij is een rots om op te bouwen, zelfs als je niets meer over houdt, zelfs als je sterft. Jezus Christus, de opgestane Heer, is je eeuwig houvast.

Hij regeert en is bij ons. Nu.

Hij komt. Zometeen.




Matteüs 27,37 – Is dat mijn koning?

Goede vrijdag

Liturgie

Voorzang Psalm 72:7
Votum / groet
Zingen: Psalm 61: 1, 2, 3
Gebed
Schriftlezing: Matt 27,27-50
Stilte
Zingen Gez 89 (was GK 14): 1,2,3,4
Preek over Matt 27:37
LB 181, 2-5
Gebed
Avondmaalsviering:
Zingen LB 358,1
Formulier 4
Zingen LB 358,2.3
Gebed
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen LB 358,4.5
Viering
LB 358,6
Dankgebed
Zingen Opwekking 545
Collecte
Zingen LB 294: 1,2 ,3, 6
Zegen

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Matteüs 27,37 – is dat mijn koning?

1. Daar hangt hij dan – die koning. ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’ had hij geroepen. In het begin had je nog wel eens gedacht dat hij wat was. Je had soms gedacht: zou hij inderdaad de messias zijn, de koning, de zoon van David? Bijzonder was hij beslist. Die genezing vergeet je nooit weer. Een man die niet kon lopen. Zo’n stinkende bedelaar – hij liep weer. Nee echt, het is geen grap – hij kon niet lopen, maar die Jezus trok hem overeind, en hij liep.

Maar nu wist je wel beter – wat een slapjanus. ‘Anderen heb je gered – kun je jezelf niet redden?’ Wat een messias… Je kunt jezelf ook overschatten. Natuurlijk, Jezus was bijzonder. Zo’n man als hij, die zie je niet elke dag. Hij zei mooie dingen. Hij had zieken genezen.

Maar het was hem in de bol geschoten. Zoon van God, wilde hij zijn. Wat een pretenties – op een ezeltje jezelf laten toejuichen alsof je de beloofde koning bent. Dat is vragen om moeilijkheden. Wat een zelfoverschatting, vind je niet?

Het is een mooie grap van de prefect – dat bordje op het kruis. ‘Jezus, de koning van de Joden’. Die Pilatus is trouwens ook een slapjanus, waait met alle winden mee. Je handen wassen in onschuld en dan toch die Jezus kruisigen als een politiek gevaar. Pilatus zag natuurlijk ook wel in dat die Jezus nooit echt gevaarlijk kon zijn. Maar juist daarom was dat bordje zo’n goeie grap ‘Jezus, de koning van de Joden.’ Net zoals die kroon van dorens.

Hé mooie koning, waar blijf je nou met al je verhalen over het koninkrijk van God? De mensen ergens lekker mee maken, mooie wonderen doen. Daar hang je nou. Kom maar van dat kruis af – dat zal nog es een mooi wonder zijn. Hoewel je gruwt van het gekreun, van de krampstuipen die door het naakte lijf trekken, moet je er toch om lachen. Een koning, een messias, een zoon van God – wat een grap.

Ja, je lacht. Maar volgens mij sta je je ook op te winden. Je maakt je kwaad op die Jezus, met z’n mooie praatjes. Zijn zelfoverschatting irriteert je. Natuurlijk, je bent te beschaafd om zelf met steentjes te gooien, zoals die jochies daar doen. Maar het klopt toch? Je staat je op te winden…

Daar hangt hij dan – een bespotte koning.

2. Een mislukte koning, die sterft als een slaaf.

Als er iets duidelijk was voor iedereen, Joden en Romeinen, dan was het dit: Jezus was als koning-in-spé volstrekt mislukt.

Ga maar na, wie werden er gekruisigd? Rovers, slaven die moeilijk gingen doen, opstandelingen. Mensen die een gevaar vormden voor de politieke orde, maar dan vooral arme sloebers, het gepeupel. Als je uit een belangrijke Romeinse familie kwam, zou je niet snel gekruisigd worden. Natuurlijk, het getuigt van lef als je probeerde je tegen de Romeinen te verzetten, koning wilde worden los van de keizer van Rome. Maar als je dan gekruisigd werd was het ook volstrekt helder: Rome maakt de dienst uit. Jezus werd ervan beschuldigd dat hij het volk in opstand wilde brengen. Pilatus was er niet echt van overtuigd, maar alla, een doodstraf meer of minder maakt niet uit. Deze ongevaarlijke man werd geëxecuteerd als opstandeling, als de volgende revolutionair die door armoede gedreven zich probeerde te verzetten tegen Rome’s oppermacht. Op een gruwelijke manier, de meest wrede vorm van doodstraf. Zo’n slavendood sterven – dan ben je als koning mislukt. Jezus is een mislukkeling.

Kun je dat wel zeggen – is dat niet oneerbiedig? Jezus wist toch dat hij zou sterven, hij was toch Gods Zoon, naar de aarde gestuurd om voor ons te sterven?

Zeg dat niet te snel. Vraag het een Israëliet die erbij was. Was Jezus de Zoon van God?Als er voor een Jood iets duidelijk was, dan was het dit: wie opgehangen wordt aan een kruis, die is geen Zoon van God. Als je daar hangt, dan ben je door God in steek gelaten. Dan ben je een gevloekte. Uitgekotst door de mensen, maar ook door God verworpen. Als je daar hangt, dan ben je in elk geval geen Messias. Als er iets absurd is, dan is het een gezalfde die tegelijk een vervloekte is.

Heel lang was het onduidelijk geweest – was Jezus nu iets, of niet? Was hij een profeet, of meer dan dat, misschien wel de beloofde Zoon van David, de Messias? Of was hij bezeten, een gek, een krankzinnige? Nu wist iedereen het: dit was een gestoorde godsdienstwaanzinnige. Denken dat je koning bent, zoon van God, messias, maar aan het kruis belanden – dan ben je als koning volstrekt mislukt.

3. Hier wordt zichtbaar dat we zo’n koning niet willen.

Joden, Romeinen, Grieken, Moslims, Nederlanders of wie ook maar – zo’n koning hoeven we niet. Iemand met zulke hoge pretenties, die zich zo te pakken laat nemen. Koning willen zijn, maar dan zonder enig verzet je laten arresteren – dan verdien je het om gekruisigd te worden. Een koning die zich laat arresteren, die met zich laat sollen, die niet wil dat anderen voor hem vechten – dat kan toch niets zijn?

Zo kijken mensen tegen Jezus aan. Wij willen een indrukwekkende koning. Wij willen een koning die in onze kaders past. Iemand die de wereld verbetert. We willen een sterke man, of iemand met een sociaal hart. Een politicus die de problemen aanpakt. Die al die slappe ambtenaren, managers, politici, en ministers in Den Haag eens laat zien dat het allemaal anders moet, beter kan.

Maar wil je een koning als Jezus? Jezus wijst niet naar de anderen, Jezus wijst naar jou en naar mij. Hij is geen koning bij wie ik in het gevlei kan komen, maar die door mijn pretenties heen prikt.

Een koning die de diepste problemen blootlegt en me met mezelf confronteert.Jezus belooft ons veiligheid, maar pakt ons onze afgoden af. Jezus laat zien dat God een liefdevolle Vader is, maar legt ook de vinger op ons wantrouwen. Wij vertrouwen God niet en kunnen ons niet aan hem overgeven. Wij willen best goed leven, maar volmaakte liefde… Hoe meer deze koning ons dicht op de huid komt te zitten, hoe feller ons verzet.

Wil je een koning als Jezus?

Wij zijn het kruis als een mooi symbool gaan zien. Maar hoor je er nog de aanklacht in – wij mensen hebben de koning van God gedood. Wij mensen – opstandelingen zijn we. Herken je dat?

Als het kruis iets laat zien, is het dat Jezus ons irriteert. Als het kruis iets laat zien is het dit: God is irritant. Gods koning willen we niet. Wij hebben hem gedood. Wat zijn wij voor mensen? Wat zit er diep in ons een minachting voor God. Wat kunnen we om ons heen gaan slaan wanneer we met onze diepste zwaktes geconfronteerd worden. De filosoof Nietzsche vertelde het verhaal over de dwaas die rondliep en riep: we hebben God gedood. Een christen weet dat Nietzsche ten diepte gelijk had: wij hebben Jezus gekruisigd. Wij wilden Gods koning niet. Wij hebben God gedood. Dit is onze zonde: dat we Jezus Christus niet wilden.

Het kruis laat zien, dat wij zo’n koning niet willen.

4. Terwijl hij een koning is die voor zijn onderdanen sterft. Jezus, de koning, de Messias, de Zoon van God – hij zelf is er ook nog.

Een koning? Een bespotte koning, een mislukte koning, een verworpen koning. Dat is hij. Dat wilde hij zijn. Een mislukkeling, slachtoffer van onrecht en pesterijen, een godslasteraar, een opstandeling, uitgekotst door de mensen, verlaten door God, een gevloekte.

In Hem werd God één van ons. Zo kwam God bij ons mensen – gepeste mensen, mislukte mensen, uitgekotste mensen. Mensen die lijden. Beschadigd, mislukt, vloekend, opstandig. Zondige mensen. Mensen onder een vloek.

Maar niet zomaar. God kwam in Christus niet bij ons om samen met ons onder te gaan in de dood. Jezus Christus kwam om echt onze koning te zijn. Een koning die naast zijn onderdanen komt staan. Een koning die ons bestaan draagt.

Een koning die ons op zijn rug neemt. Hij draagt ons allemaal op zijn rug. En dus staat hij helemaal onderop. In het diepste van de modder en ellende waar wij in zitten. Daar gaat hij staan. Daar tilt hij ons op. En vandaar neemt Hij ons mee. Weg uit die modder, die zooi van mislukking, weg uit de zonde. Hij draagt ons bestaan daar weg en brengt ons ergens anders. In het rijk van Gods vrede.

Jezus is de koning die ons in Gods koninkrijk brengt. Zijn dood vormt een dikke streep onder de inzet van zijn optreden: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’. Zijn dood laat ons zien wie we zijn: mislukte mensen, slaven van de zonde, zondaren op wie Gods vloek rust. Zijn dood is een aanklacht tegen onszelf: wij hebben hem gedood. Wij willen Gods rijk helemaal niet. We willen Gods koning niet. We willen God niet.

Hoor je dat in het kruis van Golgotha: Een aanklacht vanwege jouw onrecht, jouw opstand tegen God?Hoor je de oproep: kom tot inkeer?

Als je dat hoort, dan is het ook zijn kruis dat ons in het koninkrijk brengt. Alleen dankzij Jezus’ dood is het koninkrijk van de hemel ook werkelijk nabij. Alleen dankzij Jezus’ dood kunnen we gehoor geven aan Jezus’ oproep: kom tot inkeer, want het koninkrijk is nabij. Alleen omdat Jezus onze koning is, zijn we er diep van overtuigd dat we in Gods rijk zullen komen.

Geloof dat Jezus jouw koning is, die voor jou is gestorven en de losprijs voor je leven heeft betaald. Begin een nieuw leven omdat het koninkrijk nabij is.Geloof in Hem – de koning die ons brengt in Gods koninkrijk.




Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

Palmzondag

Liturgie

Voorzang Ps 8,1.2.6
Votum / Groet
Psalm 24,4.5
Wet
Gebed
Lezen: Matt 21,1-22
LB 42,1.3
Preek over Matt 21,1-17
Zingen Gez 40
Gebed
Collecte
Zingen LB 120
Zegen

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

– bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

29 april 2015.  Morgen is een bijzondere koninginnedag. 35 jaar na haar troonsbestijging zal koningin Beatrix afstand doen van de troon. Voor het eerst sinds lange tijd zal Nederland weer een koning hebben. Prins Willem-Alexander zal vanaf morgen koning Willem IV zijn. Willem IV, de grote zoon van de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Hij is de laatste jaren alleen maar populairder geworden. De roep om een nieuwe koning werd steeds sterker. Morgen is het dan zo ver. Hij is de koning van het volk.

Maar wat gebeurt daar? Gejuich klinkt vanaf het Malieveld. Al snel gonst het rond het Binnenhof. Willem-Alexander is op een open wagen gaan staan, getrokken door een tractor. Zo is hij de Koningskade afgereden en heeft hij zich laten toejuichen. Op het Malieveld heeft hij vanaf de wagen het volk toegesproken. Als een echte actievoerder. En nu, omringd door mensen, komt hij van het Malieveld over de Korte Voorhout richting de Hofvijver. Het lijkt wel een soort Prinsjesdag, maar dan een prinsjesdag van het volk.

De tractor rijdt om de Hofvijver heen, het Binnenhof op. Willem-Alexander staat op de open wagen en zwaait de mensen toe. Oranje boven! Oranje boven, wordt er gescandeerd. Op het Binnenhof aangekomen, springt hij van de wagen af. Door de kleine ingang van de Tweede Kamer, die daar is, gaat hij naar binnen. Bij de portier gekomen, rent hij diens hok binnen, gooit een monitor op de grond, trekt stekkers uit computers en gaat verder. Hij heeft zich kennelijk goed voorbereid. Hij weet stoppenkasten te vinden, en schakelt op een aantal punten de stroom uit. Hij rent over de roltrappen, die nu stilstaan, naar de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Daar is iedereen in verwarring. Het is er schemerdonker. Hij gooit de papieren van de aanwezige ministers op de grond en gaat achter het spreekgestoelte staan. Hij wacht tot een camera-man hem goed in beeld heeft. Dan roept hij: dit parlement heeft zijn langste tijd gehad! Het parlement, dat ben ik.

Buiten klinkt gejuich. Leve de koning! Leve de koning. Binnen is iedereen perplex.

Zo klonk er ook gejuich in Jeruzalem: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna! Maar in de tempel was iedereen perplex. Wat gebeurt hier? Het is vandaag Palmpasen.

Het verhaal is zo bekend: Jezus komt naar Jeruzalem en hij zit op een ezeltje. Hij gaat naar de tempel en treedt daar op. Maar wat doet Jezus eigenlijk?

2. Jezus van Nazareth claimt dat hij de beloofde koning is. Lange tijd heeft hij zich in de provincie opgehouden, in Galilea. Als mensen hem koning wilden maken, gaf hij ‘niet thuis’. Maar nu is het moment gekomen. Nu gaat hij naar de residentie van David, Jeruzalem, de stad van de tempel. Nu maakt hij overduidelijk: ik wil de beloofde koning zijn. Ik ben de grote zoon van David, de vader des vaderlands.

Hij doet dat door iets in scène te zetten. De profetie van Zacharia was bekend. De vredekoning, die naar Sion komt. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op het jong van een ezelin. Jezus wist wat er zou gebeuren als hij zo op een ezel naar Jeruzalem zou gaan. En precies dat zet hij doelbewust in scène. Vanaf nu treedt hij op als koning. Hij vordert een rijdier. Nouja, een rijdier? Het rijdier is niet echt koninklijk. Een koning rijdt op een paard. Dit is een lastdier, een ezel. Geen steigerend paard, waar je niet bij in de buurt durft te komen. Geen galopperend paard, dat al voorbij is voor je er erg in hebt. Zijn rijdier is een ezel: langzamer, lager, lelijker. Deze koning is toegankelijk. Je kunt dichtbij hem komen. Hij stuurt je niet weg. Hij wil geen indruk maken om ons op afstand te houden. Je kunt bij hem terecht. Hij is zachtmoedig. Vriendelijk en genadig. Een koning vol liefde.

Hij is dan ook geen koning met het zwaard in de hand. Bij hem geen mitrailleur aan de heup, geen hand aan de trekker. Hij is niet omgeven door marcherende soldaten, door tanks en rijdende raketwerpers. Integendeel. Cavalerie, of die nu bestaat uit paarden en wagens, of uit tanks, heeft zijn langste tijd gehad bij deze koning. Dit is de koning die wereldvrede brengt.

Jezus had van alles kunnen zeggen over zijn koningschap. Maar dit is veel effectiever. Wat Jezus hier doet is eigenlijk een soort gelijkenis. Jezus doet het precies volgens het Boek. En zo zegt hij meer dan duizend woorden kunnen zeggen.

Die beloofde koning uit Zacharia– dat ben ik. En ik ben niet zomaar een koning. Ik kom naar mijn stad. Jeruzalem is mijn residentie, mijn hofstad. Ik kom voor die oude troon, de troon van David. Ik kom als de beloofde Messias.  Ik ben de grote zoon van David. Ik kom Israël verlossen. Ik kom wereldvrede brengen. Zo is hij ook onze bevrijder.

3. Zo komt Hij Jeruzalem binnen. Daarna gaat hij naar de tempel van Sion. Net als andere koningen deden in het Oude Testament. Wat was er vaak een verval, en dat ging ten koste van de tempel. Als er dan een koning kwam die weer echt God wilde dienen, begon die vaak met de tempel. De tempel schoonmaken, de tempeldienst in ere herstellen. Ze begonnen met het belangrijkste. Wat zou het volk zijn zonder God? Zo is Jezus ook een koning die met het belangrijkste begint. Wat zijn de mensen zonder God?

En dus gaat Jezus in de stad van David naar de tempel. Denk je in wat de betekenis van die tempel is voor de Joden. Deze tempel is hun nationale trots. Op heel de aarde is er maar één God. En die éne God heeft maar één tempel, hier in Jeruzalem. Wat Mekka is voor de Islam, dat is de tempel in Jeruzalem voor de Joden. Dit is het enige heiligdom van de enige God. Dit is de enige plek op aarde waar mensen weer met God in het reine kunnen komen. Hier wordt immers geofferd. Hier, in Sion, ligt ook de hoop van de wereld. Vanuit Sion zal God de wereld verlossen.

En let dan goed op wat er vervolgens gebeurt. Uit Johannes weten we dat Jezus twee keer opgetreden is in de tempel. De eerste keer jaagt hij de handelaars de tempel uit. Met een touw drijft hij alle dieren uit het heiligdom. Maar deze tweede keer is Jezus radicaler. De tempel is een rovershol geworden. Een plek voor types als Barabbas. Nationalistische terroristen verschuilen zich hier. Hier past geen schoonmaak meer, hier past alleen maar een definitieve sluiting.

We noemen dit een ‘tempelreiniging’. Maar dat is het dus niet. Jezus legt de hele tempel stil. Als er geen geld meer gewisseld kan worden, kan niemand meer met tempelgeld betalen. Dan kunnen er geen offers meer gekocht worden. En waar geen offers meer gekocht worden, daar wordt niet meer geofferd. Markus vertelt dat Jezus niet toestond dat iemand ook maar een voorwerp over het tempelplein droeg.

Waarom zo radicaal? Dat proef je in wat volgt op de tekst. Sinds deze preek snap ik die verzen opeens. Jeruzalem met haar tempel is als een vijgeboom zonder vruchten. Laat die maar verdorren. Deze tempel levert niet echt wat op. Hier komen mensen niet dichter bij God. Hier is geen aanbidding vanuit het hart. Hier ontstaat geen echte toewijding. Laat die tempelberg maar in zee verdwijnen.

Vanaf nu komt er een andere tempel. De tempel, dat is Jezus Christus zelf. De tempel in Jeruzalem is verwoest, zoals Jezus hier voorspelde. Voortaan bestaat het huis van gebed in de persoon van Jezus Christus. Hij is het offer. Hij is de hogepriester. Hij is de plek waar God woont. Wil je God ontmoeten, wil je bij God zijn, dan moet je bij Jezus Christus zijn. Gods tempel, dat is het lichaam van Christus.

Wil je bij Hem zijn? Wil je God ontmoeten? Voortaan moet je niet meer naar Jeruzalem, en al helemaal niet naar Mekka. Voortaan ben je bij God als je bij Jezus Christus bent. Waar Hij is, daar is God.

4. Maar wie is Hij? Is hij wel zo zachtmoedig? Het begint zo mooi: de intocht op Palmpasen. Een koning op een ezelsveulen, zachtmoedig, een vredekoning. Maar wat is daar even later van over? Hard optreden in de tempel, een vervloeking van een vijgeboom die net als de tempel geen vrucht oplevert, harde woorden over de tempelberg: gooi hem maar in zee wat mij betreft. Wat is er dan nog over van zijn zachtmoedigheid?

Wat zou je denken van een koning Willem IV die naar de tweede kamer gaat en zegt: Dit parlement heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben het parlement?

Wat vind je dan van een koning Jezus, die naar de tempel gaat en zegt: Deze tempel heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben de tempel?

Jezus is inderdaad scherp. Net als de profeten kondigt hij Gods oordeel over de tempel aan. Hij heeft inderdaad twee gezichten. [Kinderen: kijk maar op je blad, op de achterkant. Daar zie je twee dieren] Jezus is een lam, maar Hij is ook een leeuw. Hij is beide tegelijk, een lam en een leeuw.

Hij komt als een lam. Toegankelijk, vriendelijk, zachtmoedig, in dienst van de vrede, de vrede tussen God en mens. Hij komt ook als leeuw. Scherp wijst hij de zonde aan. Hij confronteert je met jezelf, met je falen, met je onvermogen. En scherp is hij als je hem afwijst. Als je niet wilt dat Hij je koning is, dan brengt hij Gods oordeel.

Maar ook dan komt hij als lam. Dit harde optreden in de tempel heeft geleid tot zijn dood. Nu zijn de priesters en de bijbelgeleerden het zat. Deze Jezus moet dood. Hij is een gevaar voor ons land. Zijn optreden is het einde van onze godsdienst. En dan wil hij sterven voor zijn volk. Dan is hij opnieuw een lam, dat de zonden van de wereld wegneemt. Een echte vredekoning.

Totdat hij komt als leeuw. Als je het lam blijft afwijzen, als je niet door Hem van Gods woede verlost wilt worden, dan kom je opnieuw tegenover Jezus te staan. Dan zal Hij je oordelen.

Want hij komt namens God. Met pretenties: echte verlossing, echte vrede, echte oplossingen; en dat allemaal in opdracht van de enige echte God. Als God zelf op aarde.

Hij komt als lam. Alleen als je hem afwijst, dan is hij ook een leeuw. Dan brengt hij Gods oordeel.

5. En dan is dus de vraag: hoe sta je tegenover Jezus? [Kinderen: volgens mij is er een vraag die daarover gaat] In het verhaal reageren mensen op twee manieren op Jezus. De menigte die hem volgt, is dolenthousiast. Nu komt er eindelijk een koning die Gods volk zal verlossen. Israël wordt hersteld, de Romeinen het land uit. Nu komt het vrederijk.

De stad Jeruzalem daarentegen, de hofstad, raakt wel in opschudding. Maar mee juichen doen ze niet. Ze vragen: Wie is dat nu weer? Een koning uit Galilea hoeven ze niet. De leiders in de tempel zijn hevig verontwaardigd: waar haalt Hij het lef vandaan?

Ook na zijn kruisiging en opstanding blijft die tweedeling. Mensen die na de kruisiging bij Jezus terugkeren en inzien: deze mens is inderdaad de beloofde koning. God heeft hem aangesteld als koning en messias. Hij brengt echt vrede tussen God en mensen. Zijn zachtmoedigheid is mijn redding geweest.

Anderen blijven hem op afstand houden, desnoods tegen beter weten in. Deze Galileeër, dit mannetje uit de provincie, mijn koning? Zou zijn dood, gekruisigd als een rover, meer betekenen dan deze tempel, door hem weggezet als rovershol?

De keus blijft: hoe sta je tegenover Jezus? Is hij je koning, die jouw leven regeert, die je vrede geeft, die je in Gods koninkrijk brengt? Roep je van harte: Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer? Juist omdat je ziet hoe Hij als lam van God voor jou gestorven is?

Of wil je hem niet? Geen zachtmoedige vriendelijke koning?Geen koning die zo scherp ons onvermogen bloot legt? Geen koning met zulke pretenties – dat hij de nieuwe tempel van God is? Geen koning uit de provincie, zonder glamour, zonder geld, zonder groots machtsvertoon?

Jezus is een leeuw en een lam. Een lam, zachtmoedig, benaderbaar, toegankelijk. Een leeuw, die je scherp op je tekorten wijst. Gods lam, gestorven voor je zonden. Een leeuw, die je tegenover je kunt vinden als je Hem afwijst.

Hij stelt je voor de keus: Hosanna, of ongeloof. Je wordt voor die keus gesteld. Luister daar niet over heen, maar kies.

6. Kies je voor Hem, dan hoor je bij zijn lichaam, de gemeente. Wat dat betreft is het van belang te zien wat Jezus precies uit het OT citeert in vers 13. Jezus zegt: er staat geschreven: mijn huis moet een huis van gebed zijn. Dat staat in Jesaja 56. Jesaja schrijft (vers 7): Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. Voor alle volken. Ook voor vreemdelingen, ook voor allochtonen. En dan niet alleen voor Turken, Grieken, Egyptenaren, Italianen, Marokkanen; maar zelfs voor mensen die nog verder weg wonen: Nederlanders, Friezen.

Wij zijn volgelingen van de beloofde koning, de Zoon van David: Jezus Messias. Volgelingen uit de volken die vol verwachting naar het hemelse Sion komen. Daar staat immers de troon van David. Daar is de nieuwe tempel van de Heer. Jezus Christus is immers de nieuwe tempel.

Aanbid God dan ook in Jezus Christus. Via Hem kom je bij God, voorbij het voorhangsel, voor de troon in de hemel. Aanbid Jezus Christus zelf, God als mens op aarde. Juich Hem toe: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna in de hemel!

Maar je moet meer zeggen: het lichaam van Christus is de nieuwe tempel. [Even voor de kinderen: nu komt het antwoord op de laatste vraag op jullie blad] Wij, die in Jezus Christus geloven, wij zijn samen een nieuwe tempel voor de levende God. Dat is een geweldig voorrecht. God woont niet meer alleen op die ene berg in Jeruzalem. God woont overal waar de kerk van Jezus Christus te vinden is. De Heilige Geest woont immers in de gemeente. Een geweldig voorrecht!

Maar ook een opdracht van Jezus Christus zelf. Wat zijn we samen: een rovershol, of een huis van gebed? Wat zou Jezus doen als Hij hier kwam: de tent sluiten, of iedereen uitnodigen om hier te komen bidden?

Wees in Franeker een huis van gebed voor de volken. Voor arm en rijk, voor Turk, Nederlander en Surinamer, voor jong en oud, voor wie houdt van orgel en voor wie houdt van een combo. Een huis van eerbied, een huis gevuld door Gods Geest zelf, een huis waar het goede nieuws van Jezus Christus alles bepaald. Een huis van vrede. Wees als je koning: nederig, zachtmoedig. Toegankelijk en open, liefdevol en geduldig. Leef in dienst van zijn vrede!




Matteüs 21,33-44 – Het kruis van Christus: wonder van Gods liefde

De betekenis van het kruis van Jezus Christus (1)

Liturgie

  •   Ps 115,1.6
  • Votum / Groet
  • LB 177,1
  • Wet
  • LB 175,1-3
  • Gebed
  • Lezen: Jes 5,1-,7
  • Ps. 80,5.7.8
  • Tekst: Matt 21,33-46
  • Preek
  • Ps 118,1.8.9
  • Gebed (’s Middags: Geloofsbelijdenis met Gez 109,1.3.4 (GK19))
  • Collecte
  • LB 192,1.2.3.6
  • Zegen

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

 ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

– bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.   

 

Preek over Matteüs 21,33-44 – het kruis: wonder van Gods liefde

 Gemeente van Jezus Christus,   

1. Het is vandaag de eerste zondag van de lijdenstijd: de tijd waarin christenen stil staan bij het lijden van Christus, en toeleven naar Goede Vrijdag en Pasen. Zoals jullie in ‘De Voorbode’ hebben kunnen lezen, staan we in de kerkdiensten de komende tijd stil bij de vraag: wat is het goede nieuws van het kruis van Jezus Christus?

Wie van jullie draagt er een kruisje om de nek?

Je hebt allerlei kruisjes: kleine zilveren, grotere van hout, nog grotere van goud, prachtig versierd in kerken. Het kruis is een mooi symbool geworden. Een bekend christelijk symbool, embleem van het rode kruis bijvoorbeeld. Een glad en gepolijst symbool. Klein en hanteerbaar. Vraag een christen wat de kern van het christelijk geloof is, en grote kans dat je als antwoord krijgt: Jezus is voor onze zonden gestorven. Aan het kruis natuurlijk. We zijn er zo mee vertrouwd geraakt, dat we het risico lopen dat het niet meer tot ons doordringt wat er eigenlijk gebeurt.

Daarom wil ik in de komende weken met jullie steeds stilstaan bij één aspect van de betekenis van de kruisiging van Jezus Christus. Maar voordat ik allemaal mooie dingen ga zeggen, is het belangrijk om eerst iets anders voor ogen te hebben.

Hoe is het ooit ter wereld mogelijk dat het kruis een positief symbool geworden is? Hoe kunnen wij rondlopen met mooie gladde kruisjes om onze nek? Hoe kan een wrede marteldood een bron van vergeving en nieuw leven zijn? Hoe kan er uit een misdaad verlossing voort komen?

Laten we wel wezen: de kruisiging is een geperfectioneerde vorm van wreedheid. Hangen aan een kruis staat garant voor een optimale combinatie van pijn, lijden, volksvermaak, afschrikking, niet te snel sterven, maar uiteindelijk wel de doodstraf ondergaan. Als je aan een kruis kwam te hangen, was je een loser. Rome maakte heel helder: wij zijn de baas. En dit is een misdadiger, een revolutionair, een opstandeling. Maar een die verloren heeft.

Jezus, de gekruisigde. Dat is zoiets als een enge, gevaarlijke TBS-er die vooral niet moet ontsnappen.

Wij zijn er zo aan gewend geraakt, dat het niet meer tot ons doordringt: verlost door een gekruisigde? Wat een absurditeit. Hoe verzin je het. Wie aan een kruis komt te hangen, die heeft het niet goed aangepakt.

Laten we daarom er eerst eens bij stil staan, hoe bijzonder het is, dat juist dat kruis een positieve betekenis heeft gekregen.

2. We doen dat aan de hand van de gelijkenis van de pachters in de wijngaard. Jezus vertelt die gelijkenis nadat Hij op een ezelsveulen Jeruzalem is binnengehaald; nadat hij geldwisselaars en duivenverkopers de tempel uit gesmeten heeft.

Jezus liep al langer aan tegen wantrouwen, kritische vragen, en verzet van de kant van de Joodse leiders. Het besluit dat hij moest sterven, was al lang genomen. Al geruime tijd zwierf hij rond om zijn bedreigers voor te zijn. Hij wist dat deze acties zijn dood zouden betekenen.

De religieuze leiders komen bij Jezus en roepen Hem ter verantwoording. Opnieuw een uiting van hun verzet.Waar haalt u het lef vandaan om deze dingen te doen? Wie heeft u de bevoegdheid gegeven om zo op te treden?

Zeg nu niet te snel –die Joodse leiders ook met hun verzet. Gelukkig zijn wij anders.

Zijn wij anders? Hoe zouden wij nu op Jezus reageren? Haalt hij hun niet het bloed onder de vingers vandaan, door te zeggen dat de mensen in de Casino’s en in de Rosse buurten eerder Gods Rijk binnengaan dan al die vrome dominees?

Ze waren zo vroom. En Jezus waardeert hun ijver, hun gerechtigheid.Maar hij ontmaskert ze ook. Hij laat ze hun eigen tekorten zien. Ze denken dat ze het redelijk goed met zichzelf getroffen hebben. Maar Jezus confronteert hen met zichzelf. De dingen waaraan ze hun veiligheid ontlenen – hun sabbatsviering; hun status; hun volgelingen, die nu opeens met Jezus weglopen; hun indrukwekkende gebeden; hun gulheid waarvan iedereen onder de indruk was – Jezus prikt er dwars doorheen.

Au. Het zou mij ook pijn gedaan hebben. En jou?

Jezus prikt door alles heen en confronteert je met je hart. Vooral als je het goed met jezelf getroffen hebt, is dat niet leuk: afstand doen van je macht, je aanzien, je positie. Als iemand fijntjes laat zien dat je een blinde vlek hebt voor je eigen tekort. Je wilt het toch ook liever niet zien?

En dan zijn verhaal. Het legt hun harten open en bloot op straat. Het is een profetie: jullie zullen mij doden. Ik ben de laatste in een lange rij van profeten. Steeds hebben jullie de profeten afgewezen, genegeerd, gedood.

En nu kom ik – de laatste, en ook mij zullen jullie doden.Die Jezus willen ze niet. Hij vraagt teveel eerlijkheid. Wat is hier voor moois aan? Is het kruis van Jezus niet een tragische ontknoping van een triest conflict?

3. Is het kruis van Jezus niet een climax van een trieste geschiedenis?

Het is gewoon een verhaal, maar het is de religieuze leiders wel overduidelijk. Het knoopt aan bij een gedeelte van Jesaja, het lied van de wijngaard. Israël wordt vergeleken met een wijngaard. Maar die wijngaard levert geen vruchten op. Niet anders dan onrecht en rechtsverkrachting.

Gek genoeg gaat in het verhaal van Jezus de landheer weg. Daardoor komt de verantwoordelijkheid voor de wijngaard helemaal in handen van de pachters te liggen. De verantwoordelijkheid voor de vrucht van Israël komt zo bij de religieuze leiders te liggen. Of Israël vrucht oplevert, hangt voor een groot deel van hen af.

Maar dat is niet het enige wat gek is. Als je ziet wat er gebeurd, is het allemaal steeds verontrustender. Wat gebeurt hier?

De landheer wil natuurlijk iets terugzien van zijn wijngaard. Dus hij stuurt knechten om een deel van de opbrengst in ontvangst te laten nemen. Zo stuurde God profeet na profeet om zijn volk tot inkeer te roepen. Om te vragen naar vruchten. Zo kwam ook Johannes de Doper. ‘Breng vruchten voort die bij het nieuwe leven horen.’ Maar wat doen de pachters? Ze mishandelen, doden, en stenigen die knechten. ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd”, zal Jezus later zeggen.

Het meest opvallende is echter het gedrag van de landheer. Hij is zo onvoorstelbaar geduldig. Het heeft hem al vele knechten gekost. En hij blijft maar knechten sturen. Hij pakt ze niet hard aan, maar blijft de pachters een kans geven.

Uiteindelijk kiest hij voor de meest ontwapenende oplossing die hij kan bedenken. Hoewel hij al alle reden heeft om die pachters de laan uit te sturen, en andere pachters te zoeken. Knecht na knecht heeft het hem gekost. Maar hij kiest niet voor een harde aanpak, hij probeert hun hart te raken. Hij stuurt zijn eigen zoon. Kwetsbaarder kun je jezelf niet maken. Hij neemt het risico dat ze ook zijn zoon doden, net zoals ze al die knechten gedood hebben.

Zo is God dus! Zo geduldig. Zo goed. Zo ontwapenend. Zo kwetsbaar. Dat is liefde. Het liefste wat hij heeft, stuurt hij. Hij stuurt zijn bloedeigen zoon. Hij blijft de pachters een kans geven. Hij blijft ze vertrouwen geven. Ze hebben het niet verdiend – maar toch doet hij het. Is er ooit ergens grotere liefde getoond? Is er iemand die meer geduld heeft kunnen opbrengen?

4. Nooit is er groter liefde bewezen dan door God, die zelfs zijn eigen Zoon zond naar Israël. Des te schokkender is de reactie van de pachters. God kiest voor een oplossing die ontwapenend is. Hij wil de leiders van het volk niet kwijt. Ondanks alles wat ze zijn knechten aangedaan hebben. Hij vergeeft het ze. Hij blijft hun hart zoeken.

Jezus zet zichzelf zo tegenover de leiders van het volk neer. Ik ben de allerlaatste die God jullie kan sturen. Ik ben de zoon. In mij zoekt Gods liefde jullie hart. Proef je dat wel? Zie je dat wel?

Nee, jullie zien het niet. Ik kan niet doordringen tot jullie hart. Er staat een muur tussen mij en jullie, tussen God en jullie in. Jullie zullen mij doden, net zoals in het verhaal.

Dat is het meest schokkende in deze gelijkenis. De pachters zijn zo verblind, dat ze tegen elkaar zeggen: Die zoon, dat is de erfgenaam. Als we hem doden, is er niemand meer om de wijngaard over te nemen, als de landheer sterft. Dan is de wijngaard voor ons!

Een volstrekt absurde redenering. Ook al zou er geen erfgenaam meer zijn, nieuwe pachters zijn altijd te vinden. En als ze de zoon van de landheer vermoorden? Is er dan voor de pachters nog een reden om op welwillendheid van de landheer te rekenen?

Zo verblind zijn de pachters, dat ze ook de zoon doden. Zo verblind waren de religieuze joodse leiders, dat ze Jezus gedood hebben.

Zeg nu niet te snel: dat waren zij. Als het goed is, leer je als christen zien dat je niet zo anders bent dan die Joodse leiders. Wij zijn maar zondige mensen, mensen die geen vrucht dragen. En Jezus komt te dichtbij. Hij is te goed – ik wil niet in die spiegel kijken. Hij is te ontwapenend – ik wil mijn wapens niet kwijt. Hij is te kwetsbaar – ik moet hem wel kwetsen. Een christen leert zien: Het zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten, zoals Revius lang geleden dichtte. Wij mensen, wij hebben u gedood. Wij hebben Gods zoon gedood. Wij hebben Gods liefde afgewezen.

Wat is hier voor moois aan, aan die dood van Jezus?

De dood van Jezus – het is het einde van alle hoop. De moord op Jezus – het is het failliet van de mensheid. De dood van Jezus heeft geen positieve betekenis. Het is slecht nieuws, het slechtste nieuws dat je je voor kunt stellen.

5. Het verhaal gaat verder. En de preek gaat verder. Maar hoe – wat zal de landheer nu doen?

Er is maar een ding dat je redelijkerwijs kunt verwachten. Als liefde zo afgewezen wordt, dan knapt er iets. Als je je eigen zoon stuurt om het hart van mensen te bereiken; en als zij dan je zoon vermoorden, omdat zo stom zijn om te denken dat zij dan de eigenaars van de wijngaard zullen worden…

Dan kun je je niet anders voorstellen dan dat de landheer zijn woede botviert op die pachters. Op de meest wrede manier die je je voor kunt stellen zal hij ze doden. Iets anders kunnen de religieuze leiders zich dan ook niet voorstellen. Op een mensonwaardige manier zal hij die pachters ombrengen.

Dat is de meest logische reactie die je je voor kunt stellen. Als je daar op doordenkt, als je bedenkt hoe Jezus gedood is, als je beseft dat je zelf niet zo veel anders bent dan die Joodse leiders …

Wat zou dat betekent hebben voor de wereld? Voor ons? Niet veel moois. Besef dat goed, want des te meer besef je hoe wonderlijk het vervolg is.

Er wordt niets gezegd over een brute wraak op de pachters. Alleen dat zij geen pachters meer zijn. De joodse leiders raken hun functie kwijt. Maar die moord op Gods Zoon, dat is niet het einde. Dat is een nieuw begin. Gods liefde blijft de doorslag geven. Die vermoorde Zoon, die verworpen steen, Hij wordt de hoeksteen van een nieuw begin. Zijn dood blijkt een dood voor onze zonden. Hij opent voor iedereen, ook voor ons, de weg naar God.

Niet langer alleen de Joden, maar ook de heidenen. Ook de Nederlanders, ook de Friezen hier in Franeker en omgeving. De dood van Jezus heeft voor ons de weg naar God geopend.

Maar daar is niets vanzelfsprekends aan. Het is volstrekt ongedacht wat hier gebeurt. Dat die tragische geschiedenis deze ontknoping zou krijgen – dat kon niemand verzinnen.

Dit is dankzij de Heer gebeurd. De Heer, die uit liefde zijn Zoon stuurde. De Heer, die Jezus opwekte uit de dood. De Heer, die als enige in staat is om het kwaad ten goede te keren. De onwil van die religieuze leiders van toen, hun brute zonde, God heeft het gebruikt voor onze verlossing.

Toen ik hier was met het schrijven van de preek wist ik niet goed hoe ik verder moest: hoe kun je hier woorden aan geven – aan dit grote wonder?

6. En wat zijn wij mensen dan bot – Jezus is voor mijn zonden gestorven, maar wat gaan wij vaak over tot de orde van de dag. Alsof er niets gebeurd is! Alsof God niet mijn hart zoekt.

Maar God zoekt wel ons hart. God heeft ons lief, dat is het goede nieuws.

Wat is dan leven vanuit het evangelie? Drie dingen, 3 V´s:

1. Verontrusting. Die Joodse leiders die zijn een waarschuwing voor ons als gemeente. Israël, zolang het niet gelooft in haar Messias, blijft een waarschuwing voor de heidenen, de Nederlanders, die wel in Jezus Christus geloven. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat betekent: leven als gewaarschuwde mensen.

Jezus eindigt onheilspellend. Zijn woorden herinneren aan Daniël 2; als u het op wilt zoeken, het staat in Dan 2,31-35: Nebukadnezar ziet een groot beeld – machtige wereldrijken. Maar Gods rijk komt, als een grote steen, die aan komt rollen. Alle wereldrijken worden verpulverd door deze steen. Jezus Christus brengt Gods koninkrijk op aarde. Onheilspellend voor iedereen die niets met Jezus Christus te maken wil hebben. Wie zich stoot aan die bleke zwakkeling, die zich liet kruisigen, die zal zelf gebroken worden.

2. Verwondering. Maar gemeente-zijn vanuit het evangelie dat betekent vooral: leven als mensen die zich verbazen over die wonderlijke liefde.

De schrik moet je om het hart slaan, als je merkt dat het kruis je niets meer zegt. Als het een cliché geworden is, een mooi glad symbool dat verder betekenisloos is.

Ik hoop zo dat we allemaal steeds weer het wonder zien. Het wonder van het kruis van Jezus Christus. Het wonder van de liefde van God. Liefde voor vijanden. God heeft zijn vijanden lief, de moordenaars van zijn zoon. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat is: je bent een vijand van God, maar je ontdekt dat God van je houdt. Je ontdekt dat God onze grootste zonde – de moord op zijn Zoon – gebruikt om ons te verlossen. Wij, gestorven met Jezus Christus. Dood voor de zonde. Bevrijd en verlost. Wie kan dat bedenken? Wie zich niet aan de gekruisigde stoot, die vindt in Jezus het leven.

3. Vrucht. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat is wel vrucht dragen. Leven in de liefde. Liefde voor vijanden. Dat is niet altijd leuk – precies die liefde voor vijanden brengt een kruis met zich mee. Draag dat kruis achter Jezus aan. Bouw op de hoeksteen. Gods vermoordde zoon wordt de hoeksteen van een nieuwe tempel, de tempel van de Heilige Geest. Een tempel waarin iedereen die gelooft in Jezus Christus een levende steen is. Een gereinigde tempel, en geen rovershol. Een huis van gebed. Een plek, waar God wil wonen.