Psalm 58 – Bidden om wraak of voor je vijanden?

Jezus leert onze vijanden te vergeven. Maar in het Oude Testament lijk je heel andere geluiden tegen te komen: gebeden om wraak. Bijvoorbeeld Psalm 58. Kunnen christenen zulke psalmen eigenlijk wel zingen of bidden?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een blad beschikbaar met verwerkingsvragen: DoorSpreken.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 392 : 1, 3 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 93 : 1, 2 en 3
Gebed
Preek (tijdens preek lezing Psalm 58)
Zingen: Psalm 94 : 1, 10 en 11
Geloofsbelijdenis
Zingen: Opwekking 331
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 97 : 1 en 2
Zegen

Bidden om wraak of voor je vijanden?

Inleiding
dia 1 – overzicht serie
Vanmiddag komen we alweer aan het einde van de leerdiensten
over moeilijke kanten van God in het Oude Testament.
De vorige twee keren ging het over de vraag:
wie is God nu eigenlijk?
Is hij een God van oorlog of van vrede?
Een God van straf of van vergeving?
We hebben moeilijke bijbelteksten bestudeerd
en lijnen door de bijbel heen getrokken.
God is een God van vrede, maar dat betekent niet dat God geen geweld gebruikt,
het hoogtepunt van het geweld is het kruis van Jezus.
En God is een God van vergeving,
maar als zijn vergeving wordt afgewezen, straft hij wel!
Aan het kruis neemt hij het oordeel op zichzelf.
Dat waren de onderwerpen van de vorige twee diensten,
en ik hoop dat je er uit meeneemt
dat God niet iemand is die alles maar laat gebeuren,
dat hij geen lieve maar tandeloze God is.

Vandaag is de insteek iets anders.
De vraag van vandaag is of wij moeten bidden om wraak
of juist moeten bidden vóór onze vijanden.
Vorige week hebben we het al over Gods vergeving gehad.
Vandaag gaat het erover hoe wij met vijanden moeten omgaan.
Moeten wij hen ook vergeven?
De vraag stellen is hem beantwoorden: natuurlijk moeten wij vergeven!

Toch kom je in het Oude Testament ook de andere kant tegen:
het gebed aan God om wraak op je vijanden.
Dus je vergeeft iemand niet,
maar wenst hem juist verschrikkelijke dingen toe,
en je betrekt God erin, want God staat aan jouw kant.

dia 2 – scheidsrechter
Dat kun je nog het best met een bedreiging vergelijken.
Scheidsrechters op het voetbalveld krijgen die nog wel eens.
‘Krijg toch de tering!’
Dat is niet heel netjes, maar meestal ook niet gemeend.
Dat een voetballer een scheidsrechter werkelijk de tering toewenst,
dat komt gelukkig maar weinig voor.
En meent een voetballer het wel,
dan gebruikt hij wel andere woorden, die weinig te raden overlaten.
Heel soms lees je over een scheidsrechter die met de dood bedreigd wordt.
En iedereen is het erover eens: dat kan echt niet, dat moet worden aangepakt.
Dat je een hartgrondige hekel aan een scheidsrechter hebt, prima,
maar een doodsbedreiging, dat gaat te ver!
En als iemand dat dan ook nog in naam van zijn god doet,
zoals ‘jij bent een heiden, jij moet dood, in de naam van Allah’,
dan heb je natuurlijk helemaal de poppen aan het dansen.

dia 3 – Psalm 58
Gelukkig hebben christenen een heel andere God.
Alhoewel…
Laten we eens zo’n gebed om wraak lezen, Psalm 58.
Het is een gebed van David, en zijn gebed is heftig.

1. Barbaarse gebeden?
dia 4 – neem een vijand in gedachten
Laten we even tijd nemen om de heftigheid van deze Psalm mee te voelen.
Ik heb daar wat op bedacht.
Neem voor jezelf een vijand in gedachten.
Iemand waar je misschien een groot probleem mee hebt.
En wees gerust: ik ga je niet vragen om te vertellen wie je in gedachten hebt.
Dus neem even een vijand in gedachten.

En dan gaan we naar Psalm 58.
Stel je voor dat jij Psalm 58 bidt over de vijand die je net in gedachten hebt genomen.
Dus: ‘God, sla mijn vijand de tanden uit de mond,
verbrijzel de kaken van die leeuw, Heer.’
En: ‘in het bloed van mijn vijand, was ik mijn voeten.’
Wat doet het met je als je Psalm 58 zo toepast?

dia 5 – moeilijk om te bidden
Ik denk dat voor de meesten van ons geldt,
dat we dit gebed van David niet willen bidden voor onze vijanden.
Bij mij roept het heel veel weerstand op.
Ik wens niemand Psalm 58 toe.
Ik vind het al moeilijk om een vijand te bedenken.
Natuurlijk heb ik wel eens een meningsverschil met iemand,
maar deze psalm bidden…
En zelfs als ik denk aan de schurken van deze wereld,
bidt ik niet Psalm 58,
maar zou ik veel eerder bidden dat God hen tot inkeer wil brengen.

dia 6 – geen buitenbeentje
Is Psalm 58 misschien een buitenbeentje?
Een heftige uitspatting van iemand die heel diep in de put zit,
en niets beters meer weet dan deze Psalm te schrijven?
Nee: Psalm 58 is geen buitenbeentje.
In de vorige twee preken heb ik direct de allerheftigste teksten gepakt:
over Israël dat zeven volken moet uitroeien
en over kinderen die door berinnen verscheurd worden.
Daar konden we zeggen: dit is niet normaal, niet zoals het altijd gaat.
Maar Psalm 58 is wel normaal!
Oke, ik geef toe, ik heb die Psalm wel gekozen omdat het er daar dik bovenop ligt
en omdat verschillende dingen daar bij elkaar komen,
maar een gebed om wraak is heel normaal.
In de bijbel staan 150 psalmen.
Heef iemand een idee in hoe veel van die psalmen een gebed om wraak voorkomt?
Dat is in 100 psalmen!
Het komt ook voor in zeer geliefde Psalmen.
Neem bijvoorbeeld Psalm 139:
‘Heer, u kent mij, u doorgrondt mij, met al mijn wegen bent u vertrouwd.’
Prachtig, dat kunnen we uit volle borst meezingen.
Maar dan opeens:
‘God, breng de zondaars om, weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten.
Ik haat hen zo fel als ik haten kan.’
Dat zing je niet uit volle borst, misschien houdt je je mond zelfs even dicht.
En als ik als predikant de liederen uitzoek die we in een kerkdienst gaan zingen,
dan ga ik meestal zorgvuldig om die moeilijke teksten heen.
Straks gaan we trouwens wel zo’n psalm zingen.

dia 7 – problemen: vergeven, bloederig en wij/zij
Maar wat maakt een psalm als Psalm 58 nu zo moeilijk?
In ieder geval dat het zo anders lijkt dan wat Jezus zegt in Matteüs 5:
‘Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.’
Hij kan ik bidden dat God mijn vijanden straft,
als Jezus deze opdracht geeft?

Een ander probleem is hoe concreet Psalm 58 is.
Als er nou gewoon stond:
‘God, wilt u mijn vijanden straffen’,
dan was het al een stuk makkelijker als wat er echt staat:
of God ze de tanden uit de mond wil slaan,
of God hun kaken wil verbrijzelen,
en of God ervoor wil zorgen dat je je voeten kunt wassen in het bloed van de vijanden.
Dat klinkt toch gruwelijk en barbaars?
Zo plastisch, zo bloederig, dat is toch nergens voor nodig?

En nog een probleem:
het gaat in zulke psalmen steeds over goddelozen, wettelozen en vijanden.
Echte vijanden heb ik niet, ik probeer in vrede met iedereen te leven,
maar bij mensen zonder God en gebod kan ik me wel wat voorstellen.
Maar wat moet iemand die geen christen is maar wel nieuwsgierig,
een buitenstaander die een kerkdienst bezoekt,
wel niet denken bij zulke woorden?
Zijn zij de goddelozen en bidden christenen dat zij gestraft worden?
Op het eerste gezicht lijkt het in ieder geval wel zo.

dia 8 – kunnen christen Psalm 58 bidden?
Kunnen christenen Psalm 58 wel bidden?
Ik wil dat jullie daar even over nadenken.
Bespreek het even in kleine groepjes:
kunnen christenen Psalm 58 bidden?

2. 4 Denkrichtingen
dia 9 – boeken
Wat moeten we met wraakgebeden zoals Psalm 58?
Op zoek naar een antwoord werd ik vooral geholpen door 2 boeken:
‘Is dit onze Vader?’ door Hetty Lalleman, dat boek heb ik al eerder genoemd,
en ‘Wie is als Gij?’ door prof. Eric Peels.
Dus als je na vandaag nog meer over het onderwerp wilt weten:
koop eens een goed boek.
Die boeken hebben mij weer geholpen aan een aantal denkrichtingen,
dit keer zijn het er vier.

dia 10 – het gebed om wraak is een gebed om recht
De eerste denkrichting:
het gebed om wraak is een gebed om recht.
Psalm 58 is niet gericht op willekeurige persoonlijke vijanden.
Ik vroeg jullie net wel om een vijand in gedachten te nemen,
maar daar gaat het in die psalm niet over.
Het is geen psalm over scheidsrechters waar je een hekel aan hebt.
Er staat wel wat meer op het spel dan persoonlijke gevoelens die gekwetst zijn.
De Psalm is gericht op machtigen.
Zij krijgen de vraag: spreekt u werkelijk recht, beoordeelt u de mensen eerlijk?
Het antwoord is duidelijk: nee.
Het gaat om mensen die macht hebben en recht kunnen spreken,
maar hun macht voor zichzelf gebruiken.
Wat moet je als zelfs rechters geen recht meer doen?
In Exodus 23 staat hoe rechters moeten zijn:
ze moeten de rechten van armen eerbiedigen,
onschuldigen niet ter dood brengen en geen steekpenningen aannemen.
Maar in de bijbel zijn zat voorbeelden te vinden
van rechters die een loopje nemen met het recht.
In Amos 5 wordt over hen geprofeteerd:
‘ik weet hoe talrijk jullie misdaden zijn, hoe groot jullie zonden:
jullie keren je tegen de onschuldigen, jullie ontvangen steekpenningen,
jullie ontnemen de armen in de poort hun recht.’
Psalm 58 is geen gebed van wraakgevoelens,
maar een gebed of God zulk onrecht wil aanpakken.
Dus als je Psalm 58 naar vandaag trekt,
zie het dan als een aanklacht tegen het onrecht in de wereld.

dia 11 – de wraak is in Gods hand
Dan de tweede denkrichting:
de wraak is in Gods hand.
Misschien ken je de spreuk ‘ora et labora’ wel: bid en werk!
Meestal is dat goed om te bedenken:
als je bidt voor een goed cijfer op een toets, moet je er ook gewoon voor leren,
en als je bidt dat een hulpactie veel geld gaat opleveren,
dan zul je toch ook gewoon je eigen portemonnee moeten trekken.
Maar in dit geval gaat die spreuk niet op!
Als je God bidt om wraak, moet je God niet een handje gaan helpen.
Als je bidt om wraak, leg je het juist in Gods hand.
Dat zie je in het leven van David, de dichter van Psalm 58, ook:
koning Saul is zijn vijand, maar als David de kans krijgt hem te doden,
laat David die kans aan zich voorbij gaan: het is aan God.
Psalm 58 is geen oproep tot geweld.
Een vervloeking was in die tijd veel normaler dan vandaag,
en daarmee legde je het in de handen van God.
God is de enige die echt recht kan brengen.

dia 12 – het gebed om wraak heeft beeldspraak
Maar waarom moet dat dan met die bloederige woorden?
Daarover de derde denkrichting:
het gebed om wraak heeft beeldspraak.
Beeldspraak is bijvoorbeeld ‘het kind met het badwater weggooien.’
Als iemand dat zegt, bedoelt hij dat meestal niet letterlijk.
Anders wordt het wel heel gruwelijk…
Het is beeldspraak voor dat je met iets slechts ook iets goeds wegdoet.
In de bijbel kom je vaak beeldspraak tegen.
Jezus zegt bijvoorbeeld tegen de Farizeeën:
‘Blinde leiders zijn jullie,
die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.’
Dat zegt niets over hun eetgewoonten.
En nu terug naar Psalm 58.
Ook daar kom je beeldspraak tegen.
De machtigen worden eerst met slangen vergeleken,
en pas dan komt het gebed dat God hun de tanden uit de mond slaat.
De giftanden zijn het wapen van de slang,
het is een gebed dat God de slechte wapens uit handen neemt.
Met die kaken van de leeuwen is dat net zo:
de middelen waarmee de machtigen onrecht doen, die moeten worden verbroken.
Hoe het precies zit met het ‘voeten in bloed wassen’ weet ik niet,
maar ik vermoed dat het een soort gevestigde uitdrukking was.

dia 13 – het gaat uiteindelijk om de strijd tegen de duivel
Dan de laatste denkrichting:
het gaat uiteindelijk om de strijd tegen de duivel.
Dat is het grotere plaatje.
God heeft een plan met de wereld, en in dat plan had Israël een belangrijke rol.
Israël was het volk waar God zijn verbond mee had gesloten,
het volk dat met God leefde en mensen dichter bij God moest brengen.
Als dat verbond gesloten wordt,
gaat het ook over wat er gebeurt als Israël zich niet aan de verbondsregels houdt.
In Deuteronomium 27 en 28 kom je een lange lijst vervloekingen tegen.
Daar staat onder andere:
‘vervloekt is eenieder die de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen schendt.
Dan antwoordt heel het volk: “Amen.”’
In Psalm 58 gaat het niet om persoonlijke vijanden,
en het gaat om meer dan alleen onrecht: het gaat om aantasting van het verbond.
De machtigen in die psalm zetten God zelf aan de kant.
Het zijn geen goddelozen die God gewoon nog niet kennen,
zoals buitenstaanders vandaag,
het zijn mensen die God en zijn goede wetten bewust aan de kant zetten
en daarmee mensen van God weg houden.
Ze laten zich gebruiken door de grote tegenstander,
Gods eer staat op het spel!

3. Bidden om wraak?
dia 14 – bidden om wraak?
Moeten christenen bidden om wraak of juist bidden voor hun vijanden?
Met die vraag begon ik.
Ik hoop dat nu wat duidelijker is waarom die wraakgebeden in de bijbel staan.
Maar hoe moeten we daar vandaag mee omgaan?
Ik trek vier lessen.

dia 15 – bid om recht en Gods rijk
Les een: bid om recht en om Gods rijk.
In Psalm 58 gaat het niet om wraakgevoelens tegen persoonlijke vijanden.
Het is een gebed dat God onrecht aanpakt
en dat God zijn rijk, het rijk van vrede en recht, laat komen.
Het is een gebed tegen de macht van het kwaad.
Bid maar met Psalm 58 mee dat God het kwaad onschadelijk maakt.
En natuurlijk kun je dan denken aan grote situaties in de wereld.
Aan oorlogsgeweld en terreur, aan mensen die haat zaaien.
We mogen met kracht bidden dat God hun macht onschadelijk maakt.
Want God heeft oog voor slachtoffers.
Maar daarmee blijft het gebed nog veilig ver weg.
Ook in Nederland zijn machten die ons van God afhouden, van zijn rijk.
Wat een macht kunnen geld en geluk over ons hebben.
Bid dat God ook die machten afbreekt.

dia 16 – alleen in Christus staan wij recht
Les twee: alleen in Christus staan wij recht.
Jezus zegt dat hij de vervulling is van de Schriften, en ook Psalm 58 is in hem vervuld.
Daarmee bedoel ik dit: als het gaat over de strijd tussen goed en kwaad,
zet je jezelf altijd aan de goede kant.
De fout van de machtigen in Psalm 58 is net zo goed mijn fout:
beoordeel ik mensen wel eerlijk,
en gaat het geweld van mijn portemonnee niet net zo goed over de hele aarde?
Alleen Jezus staat aan de goede kant.
Gods vloek moet over jou en mij komen.
Maar Jezus, de enige rechtvaardige, neemt de vloek op zich.
Hij wil je wassen in zijn bloed, hij heeft recht gedaan.
Dus kunnen christenen Psalm 58 zingen? Niet zomaar!
Je bidt dan al snel het verkeerde.
Je kunt het alleen zingen als je ziet dat het in Christus vervuld is,
en dat je met Jezus mee mag zingen.

dia 17 – neem het recht niet in eigen hand
Les drie: neem het recht niet in eigen hand.
Een bekende uitspraak is ‘oog om oog, tand om tand.’
We horen daar al snel iets in als: neem gerust wraak.
Maar dat is nooit de bedoeling geweest:
het gaat over eerlijke rechtspraak, over straffen zonder aanzien des persoons.
Maar het werd wel gebruikt als regel voor wraak,
en daar gaat Jezus in Matteüs 5 tegenin:
‘jullie hebben gehoord dat gezegd werd:
“een oog voor een oog en een tand voor een tand”.
En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,
maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.’
Neem geen wraak, kom je vijand juist tegemoet.
Paulus zegt: dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd.
Je kunt veroordelen wat mensen doen, maar dat mag je aan God overlaten.
Voor mensen geldt: vergeef hen en bid voor hen.

dia 18 – wees geen wolf in schaapskleren
En tenslotte les vier: wees geen wolf in schaapskleren.
Ook al een voorbeeld van beeldspraak trouwens…
Ook in het Nieuwe Testament komen vervloekingen voor, net zo heftig als Psalm 58.
In Galaten 1:8 staat zo’n vervloeking:
‘Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb,
al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!’
Deze vervloeking gaat niet over buitenstaanders,
maar om mensen die zichzelf christen noemen,
maar met hun woorden of daden mensen van Christus wegdrijven.
Leef juist in dienst van het evangelie, en bidt om Gods hulp daarin.
Met de woorden van Zondag 48 van de Catechismus:
‘Regeer ons zo door uw Woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan u onderwerpen,
bewaar en vermeerder uw kerk,
verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen u opstaat,
verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden,
totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin u alles zult zijn in allen.
Amen.




2 Koningen 2:23-24 – God van straf of van vergeving?

Vergeving is prachtig. En de bijbel staat er vol mee. Maar wat moet je met straffen die God in het Oude Testament ook geeft? Vooral als ze onrechtvaardig aanvoelen, zoals dat 42 kinderen door 2 berinnen worden gedood? Daarover deze tweede leerpreek over moeilijke kanten van God in het Oude Testament.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een blad beschikbaar met verwerkingsvragen: DoorSpreken.

Liturgie
Zingen: Opwekking 369
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 6 : 1, 5 en 6
Gebed
Preek (tijdens preek lezing Exodus 34 : 1 – 9 en 2 Koningen 2 : 23 – 24)
Zingen: GKB Gezang 89 : 2 en 3
Apostolische geloofsbelijdenis, middendeel zingen: GKB Gezang 123 : 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 30 : 1 en 3
Zegen

God van straf of van vergeving?

Inleiding
dia 1 – overzicht serie
Vorige week zijn we begonnen met een serie van drie diensten
over moeilijke kanten van God in het Oude Testament.
Vorige week hebben we het gehad over dat God aan het volk Israël
de opdracht geeft om zeven volken in Kanaän uit te roeien.
Is hij een God van oorlog of van vrede?
Vandaag gaan we verder met een andere moeilijke kant van God:
is God een God van straf of van vergeving?
Volgende week sluiten we de serie af
met de vraag of we moeten bidden om wraak
of dat we juist moeten bidden voor onze vijanden.

dia 2 – Mandela
Vandaag gaat het dus over straf en vergeving.
Vergeving maakt vaak grote indruk.
Het is niet voor niets dat zo veel mensen het verhaal van Nelson Mandela,
de eerste zwarte president van Zuid Afrika, enorm inspirerend vinden.
Zo inspirerend dat het al een paar keer is verfilmd.

De kracht van Mandela is de kracht van vergeving.
In de jaren ’60 werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf,
omdat hij zich niet wilde neerleggen bij de Apartheid in Zuid Afrika,
waar alleen de blanken beter van werden.
Hij kwam op voor een goede zaak, maar deed dat ook door gewelddadige aanslagen.
Daarom is hij in de gevangenis terecht gekomen.
Er wordt wel gezegd dat je van een gevangenisstraf geen beter mens wordt,
maar als je het vooruitzicht hebt dat je de rest van je leven in de gevangenis doorbrengt,
dan kan het toch haast niet anders dan dat je een verbitterd mens wordt?
En als je dan toch vrij komt, dan wil je toch wraak?

Mandela niet.
Tijdens zijn gevangenschap probeerde hij in contact te komen met zijn blanke bewakers.
Hij leerde hen steeds beter kennen, hij leerde hun taal en hij leerde wat hun achtergrond was.
Mandela begreep: dit zijn ook mensen die bang zijn voor hun toekomst.
Hij nam hen serieus.

Na 25 jaar kwam hij vrij, en kort daarna werd hij verkozen tot president van Zuid Afrika.
Hij werd de machtigste man van het land,
en had alle gelegenheid om de oude blanke machthebbers te straffen
voor wat ze hem en de hele zwarte bevolking hadden aangedaan.
Maar Mandela koos voor een andere weg.
Hij stelde een regering samen van blanken en zwarten.
Hij heeft alles gedaan voor verzoening.
Er kwam een Waarheid- en Verzoeningscommissie.
Iedereen die daar de waarheid opbiechtte
over zijn of haar eigen misdaden in de tijd van de Apartheid,
zou daar niet voor vervolgd worden.
Mandela wilde dat de bevolkingsgroepen samen konden leven,
en zag in dat vergeving de enige weg was daar naartoe.

dia 3 – zwart
Vergeving is toch prachtig?
In de bijbel is dat ook zo.
Eén van de bijbelteksten die mij het meest raakt is als Jezus wordt gekruisigd,
en dan bidt voor de mensen die hem kruisigen:
‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’
Ik word daar stil van…
Als er één is die vergeving heeft voorgeleefd,
dan is het Jezus wel, nog veel meer dan Mandela.

Maar komen we in het Oude Testament niet een heel andere God tegen?
Wat een straffen staan daar!
Sommige van die straffen kun je nog wel begrijpen, maar andere straffen…
Soms kun je je afvragen: waar is Gods genade gebleven?
Daar gaan we vanmiddag naar kijken.
Eerst kijken we naar twee bijbelteksten,
en welke vragen die bijbelteksten bij ons kunnen oproepen.
Daarna reik ik, net als vorige week, een paar denkrichtingen aan.
En als laatste kijken we naar wat we vandaag kunnen
met moeilijke teksten over God die straft.

1. Onrechtvaardige straffen?
dia 4 – Exodus 34
We beginnen met een gedeelte uit Exodus.
Het volk Israël trekt met Mozes door de woestijn.
Daar hebben ze van God de wet gekregen,
die geschreven is op twee stenen.
Daarna roept God Mozes een berg op,
en tijdens zijn afwezigheid maken de Israëlieten een gouden godenbeeld.
God is woedend, en Mozes ook, hij gooit de wetsstenen kapot.
En dan begint het gedeelte wat ik nu wil lezen: Exodus 34 : 1 – 9.

dia 5 – onrechtvaardige straffen?
Dit gedeelte mag je wel het hoogtepunt van het Oude Testament noemen:
God vertelt hier wie hij is.
Het is een uniek gedeelte dat in de bijbel nog vaak wordt aangehaald.
En toch is het ook een moeilijke tekst:
het lijkt wel alsof God twee kanten heeft.
Aan de ene kant is God liefdevol en genadig,
een God die vergeeft.
Maar dan staat er direct ook dat God straft,
en dat zelfs kinderen en kleinkinderen
zullen boeten voor wat hun ouders en grootouders doen.

dia 6 – wat is straf, wat is vergeving?
Volgens mij is het nuttig om even stil te staan bij wat straf is en wat vergeving is.
Iedereen heeft daar wel een bepaald beeld bij,
maar het is wel handig als we het over hetzelfde hebben.
Eerst straf: wie kan een omschrijving geven van wat straf is?
Ik heb zelf Wikipedia erop nageslagen, daar staat het zo:
‘een straf is een onaangename maatregel
die aan de daders van onaanvaardbaar gedrag wordt opgelegd.’
En straf heeft verschillende doelen:
bescherming van de samenleving, iemand die gevangen zit kan geen overval plegen,
opvoeding, als je een boete krijgt voor te hard rijden, let je voortaan beter op je snelheid,
maar ook vergelding of genoegdoening,
het gevoel dat iemand niet ongestraft mag blijven.
En dan vergeving: wie kan omschrijven wat vergeving is?
Ook dat heb ik op Wikipedia opgezocht, daar staat:
‘het slachtoffer van een onterechte daad rekent deze daad niet meer toe aan de dader
en verlangt dan ook geen genoegdoening meer hiervoor.’
Met andere woorden: je ziet af van vergelding.

dia 7 – wraak als motief en kinderen gestraft
Nu weer terug naar Exodus 34.
Daar staat dat God niet alles ongestraft laat: God kan genoegdoening eisen.
In Nahum 1 staat zelfs:
‘De Heer is een woedende wreker, de Heer wreekt zich op zijn tegenstanders.’
En daar zit voor veel mensen een probleem:
wraak is toch nooit de oplossing?
Waar is Gods vergevingsgezindheid gebleven?
In het vers daarvoor staat het nota bene:
‘een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.’
Maar het volgende vers gaat al over straf: hoe kan dat?
Wat het extra moeilijk maakt,
is dat kinderen gestraft worden voor wat hun ouders doen.
Dat is toch gewoon onrechtvaardig?
Waarom moeten onschuldigen gestraft worden?
Wat is dit voor God?

dia 8 – 2 Koningen 2
En dan is Exodus 34 nog makkelijk in vergelijking met het gedeelte dat we nu gaan lezen.
Het speelt zich af in de tijd van de koningen van Israël.
Een tijd waarin Israël steeds verder van God afdwaalt.
Profeten roepen Israël op weer naar God terug te gaan.
Het gedeelte wat we nu lezen, speelt zich af als Elisa net profeet is.
We lezen 2 Koningen 2 : 23 – 24.

dia 9 – zeer heftige straf
Afschuwelijk!
Wat komen die kinderen op een wrede manier aan hun einde.
Kinderen nog maar, waarschijnlijk tussen de 10 en 12 jaar.
Ze worden gestraft door God.
En waarom? Omdat ze Elisa belachelijk maken.
Zo zijn kinderen toch gewoon?
Elisa had het hen toch ook gewoon even vermanend kunnen toespreken?
God had ze toch ook gewoon even kunnen laten schrikken,
in plaats van zo’n bloedbad aan te richten?
Waar is Gods geduld gebleven?
Is deze straf niet buiten alle proporties?

Dit lijkt nog het meest op Noord-Koreaanse toestanden.
Daar moet je het niet wagen om de dictator ‘kleintje’ te noemen.
Als de verkeerde mensen dat horen,
wordt je er direct hard voor gestraft.
Maar zelfs daar staat niet de doodstraf op het beledigen van de leider,
je komt er nog vanaf met opsluiting in een strafkamp.

dia 10 – als God zo straft, hoe kun je dan volhouden dat hij genadig is?
Wraak, kinderen die gestraft worden voor wat hun ouders doen, keiharde straffen,
dat is het probleem waar het vanmiddag om gaat.
Ik wil jullie vragen om in twee- of drietallen na te denken over de volgende vraag:
als God zo straft, hoe kun je dan volhouden dat hij genadig is?
Een minuut om met elkaar te overleggen.

2. 5 Denkrichtingen
dia 11 – 5 denkrichtingen
Net als vorige week geef ik vijf denkrichtingen.
God is niet na te rekenen,
wij hebben geen sluitende antwoorden op waarom God iets doet.
Hij vraagt je vertrouwen, ook als je hem niet begrijpen kunt.
Ik kan wel denkrichtingen geven, lijnen door de bijbel trekken,
en ik hoop dat ze je helpen om op God te vertrouwen.

dia 12 – Gods liefde gaat voorop
De eerste is direct een heel centrale lijn in de bijbel:
Gods liefde en vergeving gaan voorop.
In Psalm 30, we gaan het straks zingen, staat:
‘zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang.’
In Exodus 34 begint het met liefde, daar ligt alle nadruk op,
en straf komt pas op de tweede plaats.
Niet voor niets wordt in de bijbel gezegd dat God liefde ís.
Nergens staat dat hij woede of straf is.
Liefde is wie God ís,
en blijkbaar hoort daar bij dat hij soms een straf dóet.

dia 13 – het schrikeffect is ook de bedoeling
Dat is de brede bijbelse lijn.
Maar wat moet je dan met straffen die erg onrechtvaardig aanvoelen?
Daarover de volgende denkrichtingen.
Dat verhaal over de berinnen die de kinderen verslinden is heel heftig.
En dat is het ook altijd al geweest!
Dit verhaal past niet bij een God die opkomt voor de kleinsten.
Ook Elisa is geen vijand van kinderen:
juist Elisa is een profeet die veel voor kinderen en zwakken doet.
Dat kinderen hier zo zwaar gestraft worden,
dat moet je ook helemaal niet normaal vinden.
Het is juist de bedoeling dat je ervan schrikt!
Ook in die tijd riep deze gebeurtenis veel vragen op,
de mensen werden erdoor opgeschrikt.

dia 14 – Israël dacht sterk vanuit de familie
Dan de derde denkrichting,
over wat kinderen met de zonden van hun ouders te maken hebben.
In Israël in die tijd was familie veel belangrijker dan familie voor ons is.
In Nederland is het fijn als je op je familie terug kunt vallen,
in Israël was je familie van levensbelang.
Families woonden bij elkaar
en als kinderen een jaar of 18 waren, gingen ze niet een eigen leven opbouwen.
De invloed van families was dus ook veel groter.
Als de oudste van de familie besloot dat het geen kwaad kon
om ook eens een offer aan Baäl te brengen,
dan deed de hele familie daarin mee.
Dat God dan ook de derde en vierde generatie straft, is logisch:
zo veel generaties leefden tegelijkertijd, vormden de familie.
Met die kinderen bij Elisa is het ook belangrijk dat ze bij families horen.
Deze kinderen hoorden hun ouders altijd spottend praten over de profeet Elia.
Nu is er een nieuwe profeet, Elisa,
en de nieuwe generatie Israëlieten denkt er niet over om Elisa serieus te nemen.
Het blijft heftig dat kinderen gestraft worden,
maar omdat Israëlieten veel meer vanuit de familie dachten,
konden ze het ook makkelijker als rechtvaardig zien.
Bovendien krijgt iedereen wel een eigen kans, en ook een eigen verantwoordelijkheid.
Ezechiël schrijft daarover in Ezechiël 18:
‘iemand die zondigt zal sterven,
maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader,
en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon;
wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld,
en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.’

dia 15 – Het volk dat God kent, wordt het hardst gestraft
We gaan verder met de vierde denkrichting.
Dat is dat de straf van God het heftigst is als zijn liefde wordt afgewezen.
Gods eigen volk, Israël, het volk dat God kent,
het volk dat weet dat God een God is van liefde en van genade,
juist dat volk wordt het hardst gestraft.
Zij wisten van God, ze wisten wat hij van hen wilde,
ze wisten ook dat er bij hem altijd vergeving mogelijk is,
maar ze hebben God gewoon afgewezen.
Ze hoefden Gods liefde en vergeving niet.
Dan wordt God boos.
Israël moest aan alle volken laten zien hoe goed het is om met God te leven,
maar ze kiezen bewust tegen God.
Gods liefde gaat voorop, en God kan er niet tegen als dat wordt afgewezen.
Vergeving moet wel geaccepteerd worden.

dia 16 – Gods straf doet recht
En dan de laatste denkrichting.
Juist omdat God liefde is, straft hij.
Hij laat niet alles ongestraft, gelukkig maar!
Hij zegt niet: ‘zoek het maar uit daar beneden’,
zodat de mensen met de grootste bommen het voor het zeggen hebben.
In Romeinen 12 schrijft Paulus:
‘neem geen wraak, maar laat God uw wreker zijn,
want er staat geschreven dat de Heer zegt:
het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’
Dat God straft, betekent dat hij opkomt voor de rechten van de zwakken.
God is liefde, en daarom veroordeelt hij onrecht.
Als mensen wraak nemen, lost het niets op, dan gaat het van kwaad tot erger.
Maar mensen kunnen hun behoefte aan wraak negeren
omdat ze weten dat God er wel voor zorgt dat er recht wordt gedaan.

dia 17 – gelegenheid om te reageren
We kijken zo nog naar wat Gods straffen voor ons vandaag betekenen.
Maar eerst gelegenheid om te reageren:
zijn er over deze denkrichtingen nog vragen?

3. Gods straf en wij
dia 18 – Gods straf en wij
Vorige week zei ik al dat we ook in het Oude Testament
God leren kennen zoals hij is.
Daar hoort ook bij dat God straft.
Ik denk niet dat we in allerlei concrete dingen Gods straf moeten aanwijzen,
dat is een gevaarlijke bezigheid.
Maar uit die vele bijbelgedeelten over Gods straf,
kunnen we vandaag wel lessen trekken.
Ik noem er vier.

dia 19 – laat je waarschuwen
De eerste les: je mag van God schrikken.
Zijn straffen kunnen angstaanjagend zijn.
Laat het een waarschuwing voor je zijn!
Ook in het Nieuwe Testament waarschuwt Jezus regelmatig
voor het komende oordeel.
God laat niet met zich spotten!

dia 20 – wijs Gods vergeving niet af
De tweede les is dat God kennen en toch zijn vergeving afwijzen
de heftigste zonde is die er is.
Net als Israël vroeger, hebben christenen een voorbeeldfunctie voor de wereld.
Als christenen niet uit vergeving leven,
als ze God gebruiken om er status aan te ontlenen,
als ze vinden dat God niet te moeilijk moet doen over zonde,
of dat ze niet zoveel vergeving nodig hebben,
dan zijn ze een belabberd voorbeeld voor de wereld.
Petrus schrijft dat Gods oordeel begint bij Gods eigen mensen.
Als je God kent, rekent God het je des te meer aan als je zonder hem leeft.

dia 21 – zoek mensen die je goed beïnvloeden
De derde les: zoek mensen om je heen die je goed beïnvloeden.
In Israël had de familie een grote invloed.
Daarom hadden keuzes die je maakte invloed op de derde en vierde generatie.
Bij ons heeft familie vaak niet zo’n grote invloed,
je zoekt zelf wel de mensen uit die jou beïnvloeden: je vrienden.
Laat de kerk die familie zijn waar je op een goede manier wordt beïnvloed.
Ook buiten de kerkdiensten, door je geloof in gesprekken met elkaar te delen.

dia 22 – laat Jezus het oordeel dragen
Dan blijft er nog één les over, een belangrijke.
Gods woede gaat niet alleen over anderen, maar ook over jezelf.
Wat roep ik Gods woede vaak op!
En wat heeft God een geduld dat hij dat niet direct afstraft.
Er is maar een mogelijkheid om aan Gods woede te ontkomen: Jezus Christus.
In 2 Korintiërs 5 schrijft Paulus:
‘God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde,
zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’
In Christus heeft God zelf zijn woede gedragen.
In Johannes 3 zegt Jezus over zichzelf:
‘over wie in mij gelooft wordt geen oordeel uitgesproken,
maar wie niet in mij gelooft is al veroordeeld,
omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.’
Leg Gods liefde niet naast je neer, maar leef uit zijn genade!
Amen.




Deuteronomium 7:1-11 – God van oorlog of van vrede?

God is een God van vrede. Maar in Deuteronomium 7 geeft hij ook de opdracht om 7 volken uit te roeien. Hoe kan dat? Is God een wrede God die aanzet tot oorlogsmisdaden? Dit is de eerste leerpreek in een serie van 3 over moeilijke kanten van God in het Oude Testament.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een blad beschikbaar met verwerkingsvragen: DoorSpreken.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 285 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 46 : 1 en 3
Gebed
Preek (tijdens preek lezing Deuteronomium 7 : 1 – 11)
Zingen: Psalm 44 : 1 en 2
Geloofsbelijdenis
Zingen: Opwekking 354 : 1 en 2 (refrein 3x)
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 47 : 1, 2 en 4
Zegen

God van oorlog of van vrede?

Introductie serie
dia 1 – NBV
In 2004 verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling,
de bijbelvertaling die we in de kerk meestal gebruiken.
Kort daarna werd ik door een vriend gewezen op een leesrooster
om de hele bijbel in een jaar tijd te lezen.
Dat zijn elke dag ongeveer 4 hoofdstukken.

Die uitdaging ben ik aangegaan.
Ik was toen 17, en we lazen thuis vaak uit de bijbel.
Maar in korte tijd hele bijbelboeken lezen,
dat had ik nog nooit eerder gedaan.
Ik heb het gedaan en ik kan het je aanbevelen.
En als 1 jaar te kort is: er zijn ook roosters om de bijbel in 2 of 4 jaar te lezen.

Het mooie van zulke roosters, is dat je de hele bijbel leest.
En daardoor heb ik geweldige dingen ontdekt.
Het boek ‘Prediker’ had ik nog nooit bewust gelezen,
terwijl het een prachtig boek is.
Bekende verhalen gingen voor mij ook opnieuw leven,
ik weet nog dat ik erg onder de indruk raakte van koning Hizkia.

Maar er was ook een andere kant.
Vooral in het Oude Testament kwam ik best vaak dingen tegen
die ik het liefst zou willen doorstrepen.
Gedeelten over geweld, oorlog, wraak, straf,
en meer van dat soort onprettige dingen.
Dat past toch niet bij de God die liefde is?

In de tweede eeuw na Christus leefde een zekere Marcion.
Hij heeft die dingen inderdaad doorgestreept.
Hij kon niets met de God van het Oude Testament,
dus haalde hij het maar uit de bijbel.
In onze bijbel staat het Oude Testament wel.
Maar ik denk dat we in de praktijk vooral een bepaald deel lezen:
het Nieuwe Testament, een paar mooie Psalmen en wat bemoedigende profetieën.

dia 2 – overzicht serie
Wat moet je toch met die moeilijke kanten van God in het Oude Testament?
Bij dat onderwerp wil ik in drie leerdiensten stilstaan.
Vandaag over of God een God is van oorlog of van vrede.
Volgende week over of God een God is van straf of van vergeving.
En over twee weken over of we moeten bidden om wraak
of juist moeten bidden voor onze vijanden.

Deuteronomium 7
Vandaag dus over oorlog en vrede.
In de bijbel staan prachtige dingen over vrede.
Maar in het gedeelte wat we nu gaan lezen, Deuteronomium 7,
geeft God juist de opdracht om oorlog te voeren.
Zometeen, na het lezen van dat gedeelte,
stel ik jullie de vraag: wat roept dit gedeelte bij je op?
Dus houdt dat tijdens het lezen al in je achterhoofd.
We lezen: Deuteronomium 7 : 1 – 11.
dia 3 – bijbellezing

dia 4 – wat roept dit bijbelgedeelte bij je op?
Zoals aangekondigd, een vraag aan jullie:
wat roept dit bijbelgedeelte bij je op?
Wie wil daar wel iets over zeggen?
(Evt. wat het bij mijzelf oproept:
er staan prachtige dingen in over Gods liefde
maar ik heb vooral medelijden met de volken die uitgemoord moeten worden
en snap niet hoe het kan dat God zo’n opdracht geeft.)

1. Opdracht tot genocide?
dia 5 – opdracht tot genocide?
Dit soort gedeelten uit de bijbel roepen veel vragen op.
En misschien kun je er voor jezelf nog wel mee leven,
omdat je geaccepteerd hebt dat je God nu eenmaal niet altijd kunt begrijpen.
Maar christenen zijn niet de enigen die wel eens wat uit de bijbel lezen.
Niet-christenen lezen dit soort bijbelgedeelten ook,
en vragen christenen: ‘is dit jullie God?
Jullie geloven toch dat God liefde is?
Maar hier staat het toch gewoon, dat God opdracht geeft tot genocide?’

dia 6 – Pieter Derks
Ik wil even een stukje voorlezen uit een radiocolumn van Pieter Derks.
Pieter Derks is een cabaretier, iemand met een scherpe blik op de wereld.
Het is een column uit augustus 2014, het gaat over de opmars van ISIS in Syrië en Irak.
Daarover nu een stukje uit zijn column:

“We zijn al een paar maanden getuige van de opmars van ISIS.
Het is natuurlijk doodeng om te zien wat daar gebeurt,
en de vraag is vooral: waar gaat dit heen, waar gaat dit eindigen.
Ik heb al een paar weken het gevoel:
ik ken dit verhaal ergens van, het kwam mij zo vaag bekend voor.
Het deed me ergens aan denken,
het verhaal van een religieus figuur die met zijn volk door de woestijn trekt.
Een leger zonder land, op pad om te vuur en te zwaard een eigen rijk te stichten.
En ineens schoot het me natuurlijk te binnen: het verhaal van Mozes.
Hoe gruwelijk dit ook is, we zijn ineens allemaal live getuige van een bijbelverhaal.
Al Baghdadi kan als hij de strijd wint, zomaar de Mozes van deze tijd worden.
Dat is geen leuk verhaal, maar dit is hoe elk geloof begint.
Ik realiseerde me opeens: als ISIS wint, zijn wij dus over een paar eeuwen
de bad guys in hun bijbelverhalen.” (…)
“(Het geweld van) ISIS blijft natuurlijk gruwelijk,
maar ik vond het wel een indringende gedachte dat dit precies de ellende is
waar ook onze hele beschaving op gebaseerd is.
Ik kwam tijdens een kort rondje google deze religieuze opdracht tegen:
‘doodt al wat onder de jeugdigen van het mannelijk geslacht is,
en ook alle vrouwen die gemeenschap met een man hebben gehad, zult gij doden.
Maar alle jeugdigen onder de vrouwen,
die geen gemeenschap met een man hebben gehad,
zult gij voor u laten leven.’
En voor alle duidelijkheid: dit komt niet van de website van ISIS,
dit is de opdracht die Mozes en Aäron volgens de bijbel kregen.”

dia 7 – geeft God opdracht tot oorlogmisdaden?
Wow, het klinkt alsof er geen speld tussen te krijgen is:
de gruwelijke dingen die ISIS in het Midden Oosten doet,
zijn net zo gruwelijk als Gods opdrachten aan Israël.
En Pieter Derks houdt het voor christenen heel vriendelijk:
hij maakt christenen niet belachelijk dat zij in die God geloven.
De hele westerse beschaving is gebouwd op het christelijk geloof.
Ook al is hij zelf geen christen,
toch ziet hij Mozes als onderdeel van zijn eigen verhaal.

Maar klopt het?
Kun je het geweld dat Israël in opdracht van God doet, vergelijken met ISIS?
Of met andere zwarte bladzijden uit de geschiedenis:
de burgeroorlogen in Rwanda of Joegoslavië in de jaren ’90,
waar buren elkaar de meest verschrikkelijke dingen hebben aangedaan.
In Deuteronomium 7 lijkt het er wel op.
Er wordt een lijst gegeven van zeven volken, die volledig moeten worden uitgeroeid.
De motivatie: ze hebben een andere godsdienst dan Israël.
Vandaag zouden we dat religieus gemotiveerde genocide noemen, volkerenmoord.
Een grotere oorlogsmisdaad is niet te bedenken.

dia 8 – hoe zou jij op Pieter Derks reageren?
Ik wil jullie vragen om even in twee- of drietallen te overleggen.
Pieter Derks zegt: ‘we hebben een afkeer van wat ISIS doet,
maar in de bijbel staat toch gewoon hetzelfde?!’
Hoe zou jij op hem reageren?
Ik geef jullie een minuut, en haal dan wat dingen terug.

2. 5 Denkrichtingen
dia 9 – boeken
Het is nog niet zo gemakkelijk:
hoe kan God, die liefde is, opdracht geven om volken uit te roeien?
Wij zijn niet de eersten die daarover nadenken.
Er zijn ook boeken over geschreven.
Twee boeken hebben mij voor deze preek erg geholpen:
het boek: ‘is dit onze Vader?’ door Hetty Lalleman
en het boek: ‘de God die ik niet begrijp’ door Christopher Wright.
Als je meer over het onderwerp wilt weten,
kan ik deze boeken van harte aanbevelen.
Maar zelfs in die boeken wordt het probleem niet helemaal opgelost.
Er blijven altijd dingen over van God die wij niet kunnen begrijpen.
Er is geen sluitend antwoord, er zijn wel denkrichtingen.
Ik geef er vijf, die helpen om Deuteronomium 7 beter te begrijpen.

dia 10 – de opdracht is eenmalig
De eerste is dat Deuteronomium 7 ook direct de moeilijkste tekst is
over wat God met oorlog te maken heeft.
Het is niet zo dat het Oude Testament vol staat met zulke teksten.
Ja, in het Oude Testament worden veel meer oorlogen beschreven.
Maar die oorlogen waren gericht op de verdediging van het land.
Dat is natuurlijk wel iets anders dan een land binnen vallen.
En soms wordt zelfs gezegd dat Israël oorlog ging voeren terwijl God dat niet wilde.
In Deuteronomium 7 is dat anders:
Israël valt een gebied binnen en God zelf geeft de opdracht.
Maar het is niet zo dat God steeds zulke opdrachten geeft.
Dat maakt die opdracht in Deuteronomium 7 niet minder moeilijk,
maar geeft wel even het perspectief: het gaat om een eenmalige opdracht.

dia 11 – de bewoners van Kanaän worden gestraft
Dan de tweede.
Er worden zeven volken genoemd die uitgeroeid moeten worden.
Ik voel altijd al snel mee met de underdog.
Daarom ben ik ook voor SC Heerenveen, maar dat terzijde…
Je zou zomaar medelijden krijgen.
Het is toch zielig voor hen, die arme en weerloze volken,
tegen Israël maken ze toch geen schijn van kans?
Nou, in werkelijkheid is Israël de underdog: alleen door God kunnen ze het winnen.
En zielig, nee, niet bepaald, het waren bijzonder wrede volken.
Het zijn geen onschuldige burgers die door wrede strijders worden uitgemoord.
In Deuteronomium 12 wordt duidelijk wat hun ware aard is:
‘Wees niet nieuwsgierig naar hun goden. (…)
De Heer, uw God, verbiedt u dat.
Want zij hebben voor hun goden alles gedaan wat de Heer verafschuwt;
ze hebben zelfs hun zonen en dochters als offer voor hen verbrand.’
Ze offerden hun eigen kinderen.
Op andere plekken in de bijbel leren we nog meer over hen:
seks met dieren is voor hen normaal en van wat rechtvaardig is, trekken ze zich niets aan.
De bewoners van Kanaän zijn geen lieve volken!
God heeft hen lang hun gang laten gaan.
In de tijd van Abraham heeft God het al over hun misdaden,
maar pas in de tijd van Jozua, kondigt God al aan in Genesis 15,
‘hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’
De bewoners van Kanaän zijn niet zielig:
ze worden gestraft voor hun verschrikkelijke gedrag.

dia 12 – Israël wordt beschermd tegen verkeerde invloeden
Dan de derde denkrichting.
Die is te vinden in Deuteronomium 7 zelf, in vers 16:
‘Daarom moet u alle volken die hij aan u uitlevert vernietigen,
zonder medelijden te tonen.
Dien hun goden niet, want dat zou uw ondergang betekenen.’
Het gaat niet om zeven willekeurige volken,
het gaat om volken die leven in Kanaän, het beloofde land.
Als Israël tussen die volken zou gaan wonen,
is de verleiding te groot om hun goden te gaan vereren.
God wil Israël juist beschermen tegen verkeerde invloeden.
Het land moet worden schoongemaakt van afgodendienst,
alles wat aan de goden herinnert, moet worden vernietigd.
Daarom moeten die zeven volken ook uitgeroeid worden.
Trouwens, uiteindelijk is dat niet gebeurd.
En in Deuteronomium 7 gaat het daar ook al over:
als die volken toch blijven leven, mogen er geen gemengde huwelijken komen.
Israël mag niet onder de invloed komen van andere goden,
want God wil verder met Israël.
En als Israël wel onder die invloed komt,
later in de geschiedenis gebeurt dat ook,
dan wordt Israël daar net zo goed voor gestraft.

dia 13 – Israël mag niet pronken met oorlogen
De vierde denkrichting is de manier waarop Israël oorlog voert.
Wij kijken al snel door onze westerse bril,
en of in oorlogen tenminste het verdrag van Geneve wordt gehandhaafd.
Maar van bloederige oorlogen keek in die tijd niemand op: het hoorde erbij.
Regels over oorlogsvoering waren er niet.
Behalve in Israël!
In Deuteronomium 20 staat een uitgebreide oorlogswet.
Iedereen die een reden heeft om niet te vechten, is vrijgesteld van de oorlog.
Israël moet niet vertrouwen op soldaten, maar op God zelf.
Als er een stad wordt aangevallen, moet Israël eerst proberen een vredesregeling te treffen.
Dat soort dingen laat zien dat oorlog niet normaal is.
Die zeven volken zijn een uitzondering: daar moet Israël hard oorlog voeren.
Maar ook in die oorlog geldt dat God de overwinning geeft.
En als je verder gaat lezen in het boek Jozua,
dan worden de oorlogen beknopt weergegeven.
Als in die tijd een land oorlog voerde en won,
dan beschreven ze hun overwinning het liefst zo wreed mogelijk,
zodat iedereen van hen onder de indruk zou zijn.
Israël pronkt niet met het bloedvergieten.
Want oorlog is voor Israël, in tegenstelling tot andere volken in die tijd, geen ideaal.

dia 14 – het einddoel is vrede voor alle volken
Daarmee komen we al bij de laatste denkrichting.
Het uiteindelijke doel is vrede.
Volken in die tijd waren steeds bezig met de vraag: hoe kunnen wij ons land uitbreiden.
Zoals Putin dat doet met Oekraïne, Hitler dat deed met alle buurlanden,
en Nederland dat net zo goed deed met onder andere Indonesië.
Bij Israël is dat anders.
Zij zijn een volk zonder land,
maar God vertelt van tevoren al wat de grenzen zullen zijn.
Het doel is niet dat Israël steeds groter wordt,
het doel is vrede in het kleine gebied van Israël.
En wie de God van Israël kent, mag meedoen met die vrede.
Een hele wonderlijke tekst staat in Zacharia 9:
‘de Filistijnen zullen in Juda worden opgenomen,
en Ekron zal met ons verbonden zijn zoals de Jebusieten.’
Die Jebusieten waren een van de zeven volken,
opeens horen ze erbij!
En de Filistijnen ook al.
Het uiteindelijke doel van God is vrede voor alle volken.
Op de weg daar naartoe zijn oorlogen,
ook oorlogen waar God zelf opdracht voor geeft.
Maar in Jesaja 2 laat God het einddoel zien:
‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.’

dia 15 – gelegenheid om te reageren
Ik hoop dat deze 5 denkrichtingen je helpen.
Zometeen wil ik nog iets zeggen over wat het voor ons betekent
dat God hier opdracht geeft tot heftig geweld.
Maar eerst is er even gelegenheid om te reageren.
Helpt dit verhaal je verder?
Heb je nog vragen over?
Is er iets niet helemaal duidelijk?
Dan kun je het nu vragen.

3. Gods geweld en wij
dia 16 – Gods geweld en wij
Dan gaan we naar het laatste:
wat betekent het voor ons dat God die opdracht gaf om bepaalde volken uit te roeien?
Want dat moeilijke gedeelte staat wel in de bijbel.
Natuurlijk, dat was een opdracht die God toen aan Israël gaf,
niet een opdracht die God vandaag aan ons geeft.
Maar dat betekent niet dat als je in de bijbel leest,
je maar snel langs Deuteronomium 7 moet bladeren omdat het toch niet over ons gaat.
Ook in Deuteronomium 7 kun je God leren kennen.
Wat betekent het voor ons dat God geweld kan laten gebruiken?

dia 17 – er zijn bij God grenzen
Ik wil drie dingen noemen.
Het eerste: er zijn bij God grenzen.
God vindt niet alles maar goed.
Dat de bewoners van Kanaän de meest verschrikkelijke dingen doen,
kinderen offeren, de zwakken in de samenleving uitbuiten, daar kan God niet tegen.
God is liefde, en juist daarom moet hij ingrijpen.
Dat doet God niet impulsief, hij heeft meer dan 400 jaar geduld gehad.
Maar er komt een moment dat voor God de maat vol is.
En dat is niet typisch iets voor het Oude Testament.
In Romeinen 1 schrijft Paulus:
‘Vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht
van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen.’
God laat niet alles maar gebeuren, er zijn grenzen.
En dat is maar goed ook!
God komt op voor een rechtvaardige wereld, en soms is daar geweld bij nodig.
Voor ons betekent dat: denk niet te makkelijk over God, maak hem niet lief.
Het is God menens!

dia 18 – laat je niet verleiden
Het tweede: laat je niet verleiden.
De zeven volken moeten worden uitgeroeid,
zodat Israël door hen niet verleid wordt om afgoden te gaan dienen.
De bedoeling was dat Israël zou wonen in een land zonder verleiding.
Voor christenen is het niet de bedoeling om zich terug te trekken in een eigen land.
Een land zonder verleidingen, met alle christenen bij elkaar.
Christenen staan midden in de wereld, en krijgen met elke verleidende afgod te maken.
Deuteronomium 7 is voor ons een dringende oproep:
laat je niet verleiden om andere goden dan God te vereren,
zoals de god van het geld of de god van het lichaam.
Die afgoden moeten in je leven uitgeroeid worden.
Een heftige strijd!

dia 19 – onze vrede heeft een hoge prijs
En dan het laatste.
Pieter Derks, die cabaretier, zei al dat zulke moeilijke bijbelgedeelten
deel zijn van het verhaal van onze samenleving.
Voor christenen geldt dat nog veel meer:
Deuteronomium 7 is deel van het verhaal van de redding.
Dat komt mooi naar voren in Psalm 47, die we nog gaan zingen.
Dat begint met:
‘Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang.’
En waarom moeten de volken, moeten wij, voor God juichen?
‘Volken dwong hij voor ons op de knieën.’
Wij mogen juichen, ook om de God van Deuteronomium 7.
Want ook daar is God bezig met het grote einddoel:
vrede voor iedereen op een eerlijke wereld.
Een vrede met een hoge prijs:
in het Oude Testament veel oorlogen,
in het Nieuwe Testament zelfs het leven van Gods eigen zoon.
Aan het kruis op Golgota is de oorlog op zijn hoogtepunt.
Door het geweld heen brengt hij vrede.
Amen.