NGB Artikel 7 | Woord en Geest: wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?

De bijbel is een oud boek. Hoe kun je de bijbel vandaag toepassen? Dat is het werk van de Geest: zonder hem is de bijbel een dode letter, met hem hoor je Gods stem voor vandaag. Deze preek is 3e in een serie van 3 over de bijbel.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Psalm 19 : 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 687
Gebed
Lezen: Nehemia 7:72b – 8:12, Lucas 24 : 13 – 35 en NGB Artikel 7
Zingen: GKB Gezang 118 : 2 en 3
Preek
Zingen: GKB Psalm 25 : 2, 4 en 7
Geloofsbelijdenis
Zingen: Opwekking 461
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 481 : 1, 2 en 4
Zegen

Woord en Geest: wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?

Introductie voor lezing
Even het geheugen opfrissen.
Vanmiddag is de laatste leerdienst over de bijbel.
2 Weken geleden zijn we begonnen met de vraag: waar leer je God kennen?
We hebben het toen gehad over de schepping en Gods Woord.
Vorige week gingen we verder: waarom zou je de bijbel serieus nemen?
De bijbel presenteert zichzelf als meer dan een menselijk boek.
Natuurlijk blijft dat een kwestie van geloof,
maar er zijn wel degelijk argumenten te geven
voor dat de bijbel is wat het zegt dat het is.

En dan komen we bij het thema van vandaag:
wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?
Kijk, als de conclusie van vorige week was geweest
dat de bijbel een aardig boek is, maar geen boek van God,
dan zouden we die vraag helemaal niet hoeven te stellen.
Maar juist als je zegt dat de bijbel gezag heeft,
dan moet je ook wat met wat de bijbel zegt.
Of het je nu aanstaat of niet.

2 Weken geleden zei ik al dat een van de aanleidingen voor deze serie
de discussie is over vrouwelijke ambtsdragers in de kerk.
Als je de bijbel toch al geen gezag toekent,
dan is dat helemaal niet zo’n ingewikkelde vraag:
natuurlijk mogen vrouwen ambtsdrager zijn, dat snapt toch iedereen?!
Maar als je de bijbel serieus wilt nemen,
dan loop je aan tegen teksten van Paulus waarin hij onder andere schrijft
dat het een vrouw niet is vergund te spreken in de gemeente
Wat moet je daar dan mee?

Daarover gaat het vandaag.
Nee, niet over vrouw en ambt.
Die vraag laat ik bewust liggen.
Wel over de achterliggende vraag:
hoe kun je wat in de bijbel staat naar vandaag vertalen?

We gaan nu eerst lezen:
Nehemia 7 : 72b – 8 : 12, over een hernieuwde kennismaking met Gods Woord,
Lucas 24 : 13 – 35 over wat er gebeurt als Jezus de bijbel uitlegt
en Artikel 7 uit de NGB, over de duidelijkheid van de bijbel.

Inleiding
dia 1 – camera
Laatst kwam ik deze tegen: mijn oude fotocamera.
Deze camera kocht ik toen ik 15 was.
Een jaar lang heb ik al mijn inkomsten opzij gelegd
om deze camera te kunnen kopen.
Wat was ik er blij mee!

Laatst kwam ik hem weer tegen.
Verstopt achterin een kast.
Al jaren niet meer aangeraakt.
Dus enigszins weemoedig, dat wel, heb ik hem maar op marktplaats gezet.
Ik heb 1 bieding gekregen: 20 euro. Inclusief verzending.
Dat vond ik te weinig.
Zoals jullie zien: ik heb hem nog altijd niet verkocht.

Maar waarom niet?
Wat is er mis met deze camera?
Nou, heel simpel: hij is analoog.
Je stopt er een fotorolletje in, van 24 of 36 foto’s,
is het rolletje vol, dan stop je hem in een donker kokertje,
breng je hem naar Kruidvat om te laten ontwikkelen,
en een week later zie je eindelijk hoe je foto’s geworden zijn.
Ik heb deze camera op het verkeerde moment gekocht:
net voor de opkomst van de digitale fotografie.
Dat maakt deze camera waardeloos.
Leuk voor de nostalgische waarde, leuk voor excentrieke hobbyisten,
maar niet meer geschikt voor gewoon gebruik.
Zo snel kan het gaan…

dia 2 – zwart
Nu is deze camera nog maar 15 jaar oud.
Ga je verder terug in de tijd, dan wordt het alleen maar erger.
Wie gebruikt er nou nog een autotelefoon?
Nee, geen carkit, maar een heuse telefoon aan boord.
Wie doet de was nou nog met een wasbord?
Wie laat zich nou opereren door een arts die een handboek uit 1512 gebruikt?
Precies: helemaal niemand!

dia 3 – Woord en Geest: wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?
Maar de bijbel is nog veel ouder!
Hoe kun je de bijbel vandaag serieus nemen?
Daar gaat het vanmiddag om: wat moet je toch met de bijbel?
Dan kom je uit bij het werk van de Geest,
want door Geest is de bijbel geen dode letter.
Daarom is het thema:
Woord en Geest – wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?

1. Een verouderd boek?
dia 4 – de bijbel: interessant maar onbruikbaar?
De bijbel is een oud boek.
Het laatste bijbelboek is nog voor het jaar 100 geschreven.
Is de bijbel niet gewoon een verouderd boek?
Boeiend voor wie in geschiedenis geïnteresseerd is,
maar niet bruikbaar voor het dagelijks leven in de 21e eeuw.

Nu is het een beetje flauw om alleen maar op leeftijd af te gaan.
Iemand van 70 kan zich geestelijk nog 30 voelen,
en naar het schijnt blijven vooral mannen graag eeuwig kind.
De leeftijd van de bijbel zegt niet alles:
een oud boek kan wel degelijk verfrissend blijven.
Kijk dan liever naar de inhoud van de bijbel.

dia 5 – regels die ver van ons af staan
Maar of het daar beter van wordt?
Want wat staat er zoal in die bijbel?
Nou, bijvoorbeeld bouwvoorschriften:
‘als u een huis bouwt, moet u het dak voorzien van een balustrade.’
Nu gelden in Nederland uitgebreide woningbouwwetten,
maar voor zover ik weet is deze bepaling daar niet in opgenomen.
Nu is dit tenminste nog een regel waar niemand aanstoot aan zal nemen.
Maar wat met een regel als: ‘een oog voor een oog, een tand voor een tand’?
Dat komt op ons nogal ongeciviliseerd over.
Zo gaan we toch niet met elkaar om?
Sterker nog: in het Nederlands recht valt dat onder eigenmachtig optreden,
en daar kun je zelfs voor bestraft worden!
Of nog een graadje erger:
regels voor hoe om te gaan met buitgemaakte vrouwelijke krijgsgevangenen.
Maar die regels zouden wij al zien als grove schending van de mensenrechten.

Dat is het Oude Testament, maar het Nieuwe Testament kan er ook wat van.
Die regels over de plek van de vrouw in de gemeente bijvoorbeeld.
Maar ook over haar plek in het huwelijk – onderdanig aan haar man.
Die mannen mogen dan weer meerdere vrouwen hebben,
al moeten ambtsdragers het volgens 1 Timoteüs 3 bij 1 vrouw houden.

dia 6 – afstand van tijd en cultuur
Je kunt nog veel meer voorbeelden noemen.
Dat ga ik niet doen, ik wil graag een stapje verder zetten vandaag.
Maar laat duidelijk zijn dat er een enorme afstand zit tussen de bijbel en ons leven.
Een enorme tijdsafstand, van minstens 1900 jaar,
en misschien nog wel belangrijker: een gigantische culturele kloof.
Zoals wij het al moeilijk vinden om de cultuur van bijvoorbeeld asielzoekers te begrijpen,
zo is het nog veel moeilijker om de wereld van de bijbel echt te begrijpen.

2. Verhaal van God en mens
dia 7 – verhaal van God en mens
Tóch is de bijbel geen verouderd boek!
Met het opsommen van een paar vreemde regels
doe ik namelijk geen recht aan de bijbel.
De bijbel is geen regelboek,
in de bijbel lees je het verhaal van God en mens.

dia 8 – geen boek van regels, maar van gebeurtenissen
Neem een willekeurig religieus boek, en je zult vooral regels aantreffen.
Dat is wat veel mensen die niet met de bijbel bekend zijn
verwachten als ze de bijbel gaan lezen:
een boek vol wijze lessen, met advies voor het leven.
Maar zo’n boek is de bijbel niet!

De bijbel staat niet vol met regels,
maar met gebeurtenissen, met geschiedenis.
Het gaat over hoe God met mensen omgaat,
over hoe mensen op God reageren – en dat is meestal niet best –
over hoe God zich niet door mensen laat afschrikken,
over zijn reddingsplan voor de mensheid en de hele schepping.
Het gaat over wat God gedaan heeft, doet en gaat doen.
Oftewel: het verhaal van God en mensen.

dia 9 – niet wat wij doen, maar wat God doet
De bijbel gaat niet over wat wij allemaal moeten doen,
maar over hoe ver God voor ons gaat!
Daarom staat in artikel 7 ook dat we in de bijbel
alles leren wat nodig is om behouden te worden.
Met de woorden van Handelingen 4:
de bijbel vertelt dat we door niemand anders dan Jezus kunnen worden gered,
want zijn naam is de enige op aarde die redding biedt!

Dat is ook wat Kleopas en zijn vriend in Lucas 24 leren.
Jezus legt hen de bijbel uit, zonder dat zij weten dat het Jezus is.
Maar wat worden ze getroffen door wat Jezus zegt!
Jezus laat zien dat de hele bijbel over hem gaat.
Zelfs de wetten van Mozes,
waar de meesten van ons niet zo veel mee zullen kunnen,
zelfs die wetten gaan over Jezus!
In Nehemia 8 zie je daar ook iets van.
Als het volk weer kennismaakt met Gods Woord,
barsten ze in huilen uit: ze beseffen wat een potje ze ervan hebben gemaakt.
Maar ze worden opgeroepen feest te vieren:
als je Gods Woord gaat begrijpen is er allereerst reden tot dankbaarheid!

De bijbel is geen regelboek,
maar vertelt over Gods weg met mensen.
Juist daarom raakt de bijbel nooit verouderd.
In de bijbel leer je God kennen, en zijn Zoon, Jezus Christus.
Dat raakt nooit achterhaald!

dia 10 – er is wel een vertaalslag nodig
Ja, in de bijbel staan ook veel regels, maar dat is niet de kern.
Dat is belangrijk om bij allerlei discussies over regels te beseffen:
de kern is Jezus Christus, zijn kruis, zijn opstanding en zijn koninkrijk.
Want die regels zijn onderdeel van dat grotere verhaal van God en mens.
Die regels zijn geen tijdloos briefje uit de hemel
waarin God afkondigt hoe wij hebben te leven.
Steeds vertelt God in specifieke situaties, midden in het leven,
wat daar en dan zijn weg is.
Dat kun je niet rechtstreeks naar vandaag trekken:
die regels moeten altijd vertaald worden.
Dat is wat Jezus doet in Lucas 24.
Dat is wat de priesters doen in Nehemia 8:
zij geven uitleg bij de wet, omdat anders niemand er wat mee kan.
Steeds weer moet de bijbel vertaald worden
om te ontdekken hoe God vandaag tot je spreekt.

3. De vertaalslag
dia 11 – driehoek
Maar hoe doe je dat?
Hoe maak je die vertaalslag?

Een manier om dat een beetje inzichtelijk te maken,
dat zijn deze 2 driehoeken, een grote en een kleine.
Eerst de kleine driehoek.
Bovenaan staat tekst – de bijbeltekst dus.
Die tekst klinkt in een bepaalde situatie: de context.
In die context zijn er mensen die die tekst horen: de lezers.
De grote driehoek staat er omheen.
De bijbeltekst blijft altijd gelijk,
maar onze situatie is niet de situatie van de eerste lezers,
en daarom horen wij wat anders in de tekst.

Als je wilt weten wat een bijbeltekst jou vandaag te zeggen heeft,
begin dan altijd in die kleine driehoek.
Probeer informatie te vinden over de situatie van de eerste lezers.
Dan ga je ook begrijpen hoe een tekst bij hen overkwam.
Vervolgens ga je naar je eigen situatie,
en zoek je naar wat God in die nieuwe situatie tot je zegt.

Laat ik het met een voorbeeld duidelijk maken.
Ik noemde al die tekst dat mannen meerdere vrouwen mogen hebben,
behalve als ze ambtsdrager zijn.
Zou je die tekst 1 op 1 naar vandaag trekken,
dan zou de conclusie zijn: polygamie is toegestaan.
Maar laten we de driehoeken er eens op loslaten.
Dan is de eerste vraag: in welke situatie schrijft Paulus dit?
In die tijd was er nog geen gevestigde kerk,
en kwamen velen van buiten de kerk tot geloof.
Buiten de kerk was polygamie algemeen geaccepteerd.
Wat moet je dan als kerk wanneer een man met zijn vrouwen tot geloof komt?
Hem dwingen 1 vrouw te houden en de rest weg te sturen?
Dat zou niet eerlijk zijn naar die vrouwen,
die daarna geen leven meer zouden hebben.
Dus werden ze verwelkomd in de kerk.
Maar polygamie is nooit het ideaal geweest:
daarom die opdracht van Paulus dat ze geen ambtsdrager kunnen worden.

Onze situatie is heel anders.
In Nederland is polygamie verboden.
Een grote meerderheid in Nederland vindt polygamie ‘not done’.
In die situatie moeten we niet doen alsof Paulus polygamie goedkeurt:
Paulus heeft daar juist ernstige bezwaren tegen!
De boodschap voor ons is een heel andere.
Die moet je zoeken in toetreders tot de gemeente
die misschien een andere levensstijl hebben dan wat in de kerk gebruikelijk is.
Dan is de opdracht vandaag:
geef hen ruimte, zonder te zeggen dat alles maar moet kunnen.

dia 12 – tabel
Dat over de driehoeken.
Er is nog een hulpmiddel.
Je kunt de geschiedenis van God met mensen opdelen in bepaalde fasen.
Fase 1 is het leven in het paradijs,
fase 2 de opstand van mensen tegen God,
fase 3 Gods reddingsplan door Abraham en zijn nakomelingen, Israël,
fase 4 Gods reddingsplan door Jezus,
fase 5 de kerk sinds de Geest is uitgestort,
en fase 6 de komst van Gods nieuwe wereld.
Bij het toepassen van de bijbel maakt het nogal uit
over welke fase een bepaalde bijbeltekst gaat.
Wij leven in fase 5, die van de kerk,
dezelfde fase als die van de brieven in het Nieuwe Testament.
Die brieven mogen we rechtstreekser toepassen
dan wat God door de profeten in het Oude Testament zegt.

Bijvoorbeeld Jesaja 43, waar staat:
‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zo veel van je.’
Een prachtige tekst!
Maar let op: doe niet alsof die tekst rechtstreeks over jou gaat!
Daar is een vertaalslag voor nodig.
God zegt het tegen Israël, niet tegen willekeurig alle mensen.
Houd je rekening met die verschillende fasen,
dan kun je zeggen dat God het uiteindelijk tegen zijn Zoon zegt.
En dáárom geldt het ook voor Jezus’ volgelingen.
Dus je mag die mooie woorden wel op jezelf toepassen,
maar besef wel dat dat alleen door Jezus Christus kan!

dia 13 – Shakespeare
Tom Wright zegt over die fasen:
je kunt ze vergelijken met een toneelstuk.
Stel, er wordt een verloren gewaand toneelstuk van Shakespeare gevonden.
Er is alleen een probleem:
van het laatste bedrijf is alleen het begin bewaard gebleven.
Wat als je het toneelstuk toch wilt uitvoeren?
Dan zul je moeten improviseren.
Dat betekent niet dat je het stuk elk willekeurig eind kunt geven.
Het einde moet recht doen aan Shakespeare en passen bij de vorige bedrijven.
Zo, zegt Wright, en ik vind dat sterk, is het met de bijbel ook.
Het verhaal van God met mensen gaat door.
Het is aan ons, geleid door de Geest,
om trouw te zijn aan het verhaal dat ons bekend is,
en op basis daarvan in onze eigen tijd te zoeken naar wat we moeten doen.

4. Doen we te moeilijk?
dia 14 – doen we te moeilijk?
Ik kan me voorstellen dat iemand denkt:
doen we zo niet veel te moeilijk?
Moeten we niet gewoon lezen wat er staat?
Volgens artikel 7 is de bijbel volkomen, volmaakt en volledig.
De bijbel is duidelijk!
Maken we het nu dan niet veel te moeilijk?

Dat de bijbel duidelijk is,
betekent nog niet dat je alles direct snapt,
en je je niet hoeft te verdiepen in wat er staat.
De bijbel bestaat nu eenmaal niet uit hapklare Twitterberichten.
Petrus zegt in 2 Petrus 3 dat de brieven van Paulus moeilijk te begrijpen zijn.

dia 15 – duidelijk: de bijbel is genoeg
Waar het om gaat als we als kerk zeggen dat de bijbel duidelijk is,
is dat we niet meer nodig hebben dan de bijbel.
De bijbel vertelt ons alles wat nodig is om God te kennen.
De achtergrond van dit artikel
is dat in die tijd gezegd werd dat je op grond van de bijbel alles kunt verdedigen.
‘Elke ketter heeft zijn letter.’
Daarom zou er meer nodig zijn dan de bijbel:
je zou God pas leren kennen als de kerk de bijbel uitlegt.
Dan zegt artikel 7: nee, de bijbel is genoeg!

Tegelijk is het een waarschuwing: ga steeds terug naar de bijbel.
‘We hebben het altijd zo gedaan’,
of ‘de dominee zegt het, dus dat geloof ik’,
dat zijn geen argumenten.
Of, eentje die we vandaag waarschijnlijk vaker tegenkomen:
‘mijn gevoel zegt…’
Dan zegt artikel 7: luister niet naar je gevoel,
luister naar wat God in de bijbel zegt.
Daar gaat het om.
Mooi vind ik hoe de mensen in Nehemia 8 dat ook beseffen:
zodra de wet wordt voorgelezen, gaan de mensen staan.

dia 16 – niet: een antwoord op al onze vragen
Waar het bij de duidelijkheid van de bijbel dus niet om gaat,
is dat de bijbel pasklare antwoorden zou geven op al onze vragen.
Bijbellezen is niet altijd makkelijk,
maar blijf toch steeds naar die bijbel gaan.

5. Geleid door de Geest
dia 17 – door de Geest horen we wat God vandaag zegt
Ik zei al: dat kan niet zonder de Geest.
Dat je vanuit de bijbel altijd een vertaalslag naar vandaag moet maken,
betekent nog niet dat alleen geleerde theologen de bijbel kunnen begrijpen.
Sterker nog: zij kunnen de plan behoorlijk misslaan.
Je kunt de bijbel pas begrijpen als je wordt geleid door de Geest.
Dat is geen kwestie van intelligentie,
maar van eerbiedig naar God willen luisteren.

Niet voor niets bidden we elke zondag voordat de bijbel open gaat
om Gods Geest, zodat we Gods stem voor vandaag horen.
In de Catechismus kom je een paar keer Woord en Geest samen tegen.
Bijvoorbeeld in zondag 21:
de Zoon van God vergadert, beschermt en onderhoud zijn kerk
door zijn Geest en Woord.
De Geest staat dan zelfs voorop!
Dat is ook wat die Emmaüsgangers ervaren:
wanneer Jezus de bijbel uitlegt, staat hun hart in vuur en vlam.
Opeens zien ze hoe ze de bijbel moeten lezen.
Zonder de Geest is de bijbel een ouderwets boek,
een dode letter die interessant is voor wat vakidioten.
Maar wanneer de Geest ons leidt,
horen we er wie God is en wat hij ons vandaag zegt.

Dat betekent ook dat het uitleggen van de bijbel
niet in wat regels te vatten is.
Die modellen voor de vertaalslag, die kunnen je helpen,
het ís belangrijk om oog te hebben voor de situatie,
het ís belangrijk om oog te hebben voor verschillende fasen,
maar wat God vandaag door de bijbel tegen ons zegt,
dat kunnen we alleen horen als de Geest ons vult.

dia 18 – bid om de Geest!
Dus zoek naar Gods stem voor vandaag,
laat je in het lezen van de bijbel leiden door de Geest.
Bid dat je het mag begrijpen.
Bid dat het bij je mag binnendringen.
Bid dat je erdoor gegrepen wordt.
En vertrouw op deze belofte van Jezus:
‘als jullie je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal de Vader in de hemel
dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’
Amen.




NGB Artikel 3 en 5 | Woord en gezag: waarom de bijbel serieus nemen?

De bijbel is niet alleen stof tot nadenken of inspirerend – in de bijbel is God zelf aan het woord! Waarom zou je dat geloven? Waarom zou je de bijbel serieus nemen? En wat is dat dan? Deze preek is de 2e in een serie van 3 over de bijbel.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 18 : 9 (LvK=GKB)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 689
Gebed
Lezen: Jesaja 55 : 6 – 13, 2 Timoteüs 3 : 10 – 17 en NGB artikel 3 en 5
Zingen: GKB Psalm 29 : 2 en 4
Preek
Zingen: LvK Gezang 1 : 1, 2, 3 en 4
Zingen: GKB Gezang 123 : 1
Apostolische geloofsbelijdenis middendeel
Zingen: GKB Gezang 123 : 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: GBK Psalm 33 : 1, 3 en 8
Zegen

Woord en gezag: waarom de bijbel serieus nemen?

Introductie voor lezingen
Vandaag denken we, net als vorige week, na over de bijbel.
Toen ging het over de vraag: waar leer je God kennen?
Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis op 2 manieren:
in zijn schepping en in zijn Woord.
Daar zijn we dieper ingedoken,
met ook de vraag wat je dan moet als die 2 elkaar lijken tegen te spreken –
dat ligt dan aan wat wíj ervan begrijpen,
niet aan dat God tegenstrijdige dingen zou zeggen.
Vandaag gaan we verder: als God zich in zijn Woord bekend maakt,
kun je er dan van op aan dat de bijbel Gods Woord is?
Vandaag is het thema ‘Woord en gezag: waarom zou je de bijbel serieus nemen?’
Als we daar een antwoord op hebben, kunnen we ook door naar de volgende vraag:
hoe neem je de bijbel dan serieus?
Dat is het thema voor volgende week: wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?

Maar nu dus over Woord en gezag.
Daarbij lezen we 3 dingen:
Jesaja 55 : 6 – 13, over wat Gods Woord uitwerkt,
2 Timoteüs 3 : 10 – 17, een belangrijke tekst als het over het gezag van de bijbel gaat,
en de artikelen 3 en 5 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

1. Een menselijk boek?
dia 1 – woord en gezag: waarom de bijbel serieus nemen?
Waarom zou je de bijbel serieus nemen?
En wat betekent dat eigenlijk, de bijbel serieus nemen?
Daar gaan we het vanmiddag over hebben:
over het gezag van de bijbel.

dia 2 – LOTR
Vorige week noemde ik al dat geen boek zo vaak verkocht is als de bijbel.
Dus boekhandelaren mogen blij zijn dat er een bijbel is…
Maar wat maakt de bijbel nou zo anders dan andere boeken?
Ook hoog in de lijst tijdloze bestsellers
staat de Lord of the Rings trilogie van Tolkien.
Dat is ook zonder meer een mooi boek.
Wel stevige kost: je moet het vaker lezen om het echt te gaan begrijpen.
Ook een overeenkomst met de bijbel:
de bijbel bestaat niet uit hapklare brokken,
geen Twitterboodschappen van 140 tekens,
de bijbel moet je juist steeds weer lezen om nieuwe verbanden te zien.

dia 3 – fans
Toch heeft Lord of the Rings lang niet zoveel invloed als de bijbel.
Ja, er is een grote Tolkien-fanclub.
Sommige fans verkleden zich zelfs in de stijl van Midden-aarde,
de wereld die Tolkien in zijn boeken schept.
Maar er is niemand die Gandalf of Frodo vereert.
Niemand die gelooft dat Frodo’s heldendaad
iets voor het leven van vandaag betekent.
En als er wel iemand zou zijn die dat zou geloven,
dan zou Tolkien zich, als overtuigd christen, omdraaien in zijn graf.
Want Midden-aarde en Lord of the Rings
zijn ontsproten aan de fantasie van Tolkien.
Een puur menselijk boek, waar je van genieten kunt,
een boek dat je ook aan het nadenken kan zetten, het kan je zelfs inspireren,
maar geen boek waarin God zelf spreekt.

dia 4 – een boek van mensen over God?
Waarom zou het met de bijbel anders zijn?
Waarom zou je de bijbel zien als Woord van God,
een boek om van A tot Z serieus te nemen,
niet als een menselijk boek?
Want dat is het toch gewoon?
Het is deels door Mozes geschreven, deels door David, deels door Paulus,
en zo kun je nog een hele rij bijbelschrijvers noemen,
dus waarom nemen we het dan niet gewoon als een menselijk boek.
Zoals die uitspraak van Harry Kuitert,
‘al het spreken over Boven komt van beneden.’
Oftewel: de bijbel is een boek waarin mensen over God nadenken,
geen boek waarin God zelf spreekt.

Of zoals ik ergens anders las:
de bijbelboeken zijn ontstaan in verschillende perioden van de geschiedenis,
hebben onderling een zeer divers karakter,
gaan met elkaar in discussie, of zijn zelfs tegenstrijdig.
Waar je dan uitkomt, is dat je met de bijbel in gesprek kunt gaan.
De bijbel zegt iets, dat brengt jou op een idee, of je verzet je er juist tegen,
en in gesprek met de bijbel hoop je dichter bij God te komen.
En een preek wordt dan een serie overwegingen bij een tekst:
niet wat God door een tekst heen wil zeggen, maar wat de tekst bij ons oproept.
Dat is de bijbel als een menselijk boek.

2. Gezag van God
dia 5 – gezag van God
Die kant wil ik niet op vanmiddag.
Ik geloof dat God zelf ons in de bijbel aanspreekt.
De bijbel is geen boek waar je het mee eens of oneens kunt zijn,
het is een boek dat met gezag spreekt.
In de kerk hebben we daar een woord voor: Schriftgezag.
Waarom je dat zou geloven, daar kom ik zometeen op,
maar eerst moeten we het hebben over wat dat precies betekent.

dia 6 – God spreekt met gezag
In het bijbels taalgebruik horen gezag en macht bij elkaar:
iemand die gezag heeft is iemand met macht.
Ik heb bijvoorbeeld gezag over mijn kinderen:
ze luisteren naar mij – tenminste, dat hoop ik maar,
ze willen mijn gezag ook nog wel eens in twijfel trekken –
maar ik ben ook voor hen verantwoordelijk.
In Matteüs 28 zegt Jezus:
‘mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’
Daar mag je dus ook lezen: ‘mij is alle gezag gegeven.’
Dus niet: ‘nu ik wegga,’ want Jezus staat op het punt naar de hemel te gaan,
‘nu ik wegga moeten jullie het met de bijbel doen,
dat is voor jullie nu het hoogste gezag,’
nee: Jezus heeft het hoogste gezag, nog altijd.

Zo is het in de hele bijbel: Gód heeft gezag.
Dat betekent dat als God iets zegt, het ook gebeurt.
Zoals Genesis 1: ‘God zei: er moet licht komen, en er was licht.’
Dat is nog eens spreken met gezag!
Je ziet het ook in Psalm 29, die we net zongen: ‘machtig is des Heren stem.’
Ook Jesaja 55 spreekt ervan: wat God zegt, wat uit zijn mond komt,
dat komt niet vruchteloos terug, maar dat heeft effect!
En wát voor effect.
De laatste verzen van dat hoofdstuk vertellen
wat er gebeurt als God zijn gezag laat gelden:
doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken.
Het gaat over Gods nieuwe schepping,
waar je je handen niet meer open haalt aan die mooie bos rozen.
Dát gebeurt als God alleen maar zijn mond open doet!

dia 7 – de bijbel: afgeleid gezag
Ja, de bijbel spreekt met gezag,
maar dat is van een heel andere orde dan Gods eigen gezag.
De bijbel wijst slechts naar God, heeft geen gezag in zichzelf.
Om het met Tom Wright te zeggen, van wie ik dit geleerd heb:
het gezag van Jezus wordt op een of andere manier uitgeoefend door middel van de bijbel.
De bijbel is een middel, niet meer.
Christenen geloven dan ook niet in de bijbel, zoals moslims in de Koran geloven:
de bijbel zelf is niet goddelijk, die eer komt alleen God toe.
Wél geloof ik de bijbel als Gods Woord.

3. De bijbel over de bijbel
dia 8 – ‘geïnspireerd’: God zelf spreekt
Dan is de vraag: waarom?
Waarom zou je die bijbel serieus nemen?
Ik wil beginnen met het antwoord dat de bijbel zelf geeft.

De 2 klassieke teksten daarover hebben we al gelezen:
2 Timoteüs 3, over dat elke schrifttekst door God geïnspireerd is,
en 2 Petrus 1, die in artikel 3 werd aangehaald,
dat profetie nooit van mensen zelf is gekomen,
maar dat mensen die namens God spraken werden gedreven door de Geest.
Dus waarom zou je de bijbel serieus nemen?
Omdat de bijbel geen menselijk boek is, zoals Lord of the Rings,
maar door God ‘geïnspireerd’ is.
Wat dat wil zeggen, daar kom ik straks op terug.
Maar voor nu: God zélf spreekt in de bijbel.

dia 9 – ‘er staat geschreven’: de bijbel heeft gezag
Maar er is veel meer over te zeggen dan die 2 teksten.
In de bijbel zelf wordt al teruggegrepen op oudere bijbelteksten.
Vooral in het Nieuwe Testament
kom je allerlei verwijzingen naar het Oude Testament tegen.
Bijvoorbeeld Matteüs 1.
Maria is zwanger van Jezus, en Jozef overweegt haar stiekem te verlaten.
Dan komt een engel bij Jozef, die hem vertelt wat er aan de hand is.
De engel sluit af: ‘Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan
wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd:
de maagd zal zwanger zijn en een zoon baren,
en men zal hem de naam Immanuel geven,
wat in onze taal betekent: God met ons.’
Dus om zijn boodschap te onderstrepen verwijst de engel naar de bijbel!

Of neem 1 Korintiërs 15,
Paulus’ betoog dat Christus echt is opgestaan,
en dat dat het hart vormt van het christelijk geloof.
Hij zegt dan: ‘Christus is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat,
hij is begraven en op de derde dag opgewekt, zoals in de Schriften staat.’
Paulus doet een beroep op de bijbel: dat Christus is opgestaan is geen nieuwlichterij,
God heeft altijd al gezegd dat het zou gebeuren!
Trouwens, hier zie je ook dat er al een vaststaande bijbel is: de Schriften.
Geen losse boeken, maar een verzameling, die we nu als het Oude Testament kennen,
waarvan werd erkend dat God door die boeken heen sprak.
In 2 Petrus 3:16 vind je zelfs al een aanwijzingen
dat de brieven van Paulus datzelfde gezag hebben:
Petrus stelt die brieven op een lijn met de andere Schriften.
Ook Jezus citeert veelvuldig de bijbel.
Wanneer de duivel Jezus in de woestijn op de proef stelt, Matteüs 4,
reageert Jezus op elke uitdaging van de vijand met: ‘er staat geschreven.’
Wat geschreven staat is het einde van alle tegenspraak!

Dit wordt het interne getuigenis van de Schrift genoemd:
de bijbel zelf is er heel duidelijk in dat je het niet als menselijk boek moet lezen,
maar als een boek waar God spreekt.

4. Is de bijbel betrouwbaar?
dia 10 – is de bijbel betrouwbaar?
Dat heeft alleen wel iets van een cirkelredenering.
‘De bijbel is waar, kijk maar, het staat in de bijbel!’
Is dat niet een soort: ‘wij van WC-eend adviseren WC-eend’?
Ik wil niets afdoen aan wat de bijbel over zichzelf zegt,
maar het zijn nog niet echt argumenten om de bijbel serieus te nemen.
Uiteindelijk is het een geloofszaak dat de bijbel meer dan een menselijk boek is.
Maar er is meer te zeggen dan wat de bijbel over zichzelf zegt.
Argumenten dat de bijbel betrouwbaar is.

dia 11 – 1 veel verschillende schrijvers, één boodschap
Neem bijvoorbeeld de ontstaansgeschiedenis van de bijbel.
De meeste boeken worden door 1 schrijver geschreven.
Meestal in een paar maanden, soms is het een kwestie van jaren,
en bij hoge uitzondering is een schrijver zijn leven lang met een boek bezig.
Voor de boeken die ten grondslag liggen aan de wereldreligies geldt hetzelfde:
geschreven in een korte tijdsperiode, door 1 of een kleine groep schrijvers.
De bijbel is totaal anders!
Wanneer de eerste letters van de bijbel aan het papier zijn toevertrouwd is onbekend,
maar het zal al snel meer dan 1000 jaar voor Christus zijn geweest.
Het laatste bijbelboek is waarschijnlijk iets voor het jaar 100 geschreven.
De bijbel is in een enorme tijdsspanne ontstaan.
Bovendien is de bijbel door veel en totaal verschillende auteurs geschreven.
En tóch is de bijbel een eenheid!

De bewering dat de bijbel een boek vol tegenstrijdigheden is, klopt gewoon niet.
Er zit een heel duidelijk lijn in.
Natuurlijk, als je bijbel leest, loop je tegen dingen aan.
Soms snap je niet hoe bepaalde bijbelgedeelten tegelijkertijd waar kunnen zijn.
Hoe kan het dat de oprechten voorspoed wordt beloofd,
en ondertussen Job door afschuwelijke rampen wordt getroffen?
Maar ik geloof dat dat geen tegenstrijdigheden zijn:
het heeft veel meer te maken met dat God midden in het weerbarstige leven spreekt.
De bijbel, met alle boeken, is duidelijk 1 boek.

dia 12 – 2 een controversiële boodschap
Een misschien nog sterker argument voor de betrouwbaarheid van de bijbel
is dat de bijbel een controversiële boodschap heeft
en totaal niet aansluit bij verwachtingen die mensen hadden.
De boodschap van het evangelie is volgens de bijbel voor mensen dwaas.
De eerste volgelingen van Jezus werden zwaar onder druk gezet
om dat idiote verhaal over de opgestane Jezus terug te nemen,
maar ze gaven er niet aan toe.
Daarom werden ze uitgescholden, mishandeld, opgesloten en zelfs gedood.
Voor een verhaal dat je zelf verzonnen hebt, doe je dat niet!
Dat doe je alleen als het van God komt.

dia 13 – 3 ervaar het zelf!
Maar de allerbeste reden om de bijbel serieus te nemen: probeer het maar gewoon.
Lees de bijbel, en merk wat voor kracht erin zit.
Als jij nog nooit carrot-cake hebt gegeten,
en je daar ook geen behoefte aan hebt,
omdat jij denkt dat het niet lekker kan zijn,
en ik je toch wil overtuigen, wat moet ik dan doen?
Ik kan het met argumenten proberen,
dat zelfs onze kinderen het lekker vinden,
maar ik kan je beter gewoon een klein stukje laten proeven:
dan merk je het snel genoeg.
Zo is het met de bijbel ook: probeer het maar.
Laat de heilige Geest je er maar van overtuigen
dat de bijbel van God komt, zoals artikel 5 zegt.
De Geest getuigt in je hart – dáárom kun je de bijbel serieus nemen.

5. Gods adem en de bijbel
dia 14 – Gods adem en de bijbel
We moesten nog terugkomen op wat het betekent dat de bijbel geïnspireerd is.
Gek woord is dat: ‘geïnspireerd.’
Dat betekent niet dat de bijbel een inspirerend boek, al is de bijbel dat zeker.
Het woord dat in de bijbel met ‘geïnspireerd’ is vertaald,
betekent letterlijk: ‘God geademd.’
In Gods adem is leven, en die adem zit achter de bijbel.
God ademt de bijbel, en daarom kun je ook wel zeggen dat de bijbel God ademt.

dia 15 – niet: woord voor woord door God geschreven
Het betekent niet dat God de bijbel woord voor woord geschreven heeft.
Er is maar 1 gedeelte dat rechtstreeks van God komt:
volgens Exodus 31:18 zijn de 10 woorden
door Gods eigen vinger op twee stenen platen geschreven.
Voor al het andere maakte hij gebruik van mensen.
Mensen die vol van God waren, die door God geademd werden,
maar wel gewoon mens bleven,
met een eigen schrijfstijl, eigen mogelijkheden en eigen onmogelijkheden.
De bijbel is niet foutloos.
Een heel klein voorbeeld: in Matteüs 27 zegt Matteüs dat hij Jeremia aanhaalt.
Maar de tekst die dan volgt, is uit Zacharia.
Een vergissing van Matteüs: dat kan gebeuren.
Maar dat betekent nog niet dat de bijbel onbetrouwbaar is!
De bijbel kan wel tegen een stootje:
met dit soort dingen mag je ontspannen omgaan.
Want God schakelt beperkte mensen in.
En dat vind ik mooi: hij komt niet met een boek uit de hemel,
maar laat het boek door mensen schrijven, midden in de wereld.

dia 16 – wel: God spreekt je aan met zijn grote daden
Maar in alles wat al die schrijvers hebben geschreven, spreekt God.
Dát is wat 2 Timoteüs 3 zegt.
Daarom spreekt de bijbel met gezag.
Bij iemand die gezag heeft, denken wij aan iemand die je vertelt wat je moet doen.
Als de bijbel gezag heeft, dan zal die wel vertellen hoe je moet leven.
Maar dat is niet de centrale boodschap van de bijbel:
het allesbepalende is wat Gód doet!
De bijbel is geen boek vol regels om uit te voeren,
maar een middel om in aanraking te worden gebracht met Gods grote daden,
om zo ook zelf te mogen delen in de verlossing door Jezus Christus.
Dat is wat de hele bijbel ademt, wat God de hele bijbel heeft ingeademd.

6. Gezag en jij
dia 17 – 1 ga steeds terug naar de bijbel
In de bijbel spreekt God, en als hij spreekt, is het met gezag.
En dan is de vraag: wat betekent dat gezag voor jou?
Daar wil ik mee afsluiten.
Drie dingen daarover.

Het eerste: ga steeds terug naar de bijbel!
In de bijbel horen we Gods stem,
in plaats van al die menselijke stemmen.
Als ik catechisatie geef, krijg ik regelmatig de vraag:
‘maar waar staat dat dan in de bijbel?’
Van die vraag wordt ik blij,
want er zit een verlangen in naar wat van God komt,
in plaats van naar allerlei menselijke dingen.
God heeft het voor het zeggen,
ga daarom steeds terug naar de bijbel.

dia 18 – 2 knip niet in de bijbel (westerse bijbel)
Het tweede: knip niet in de bijbel.
In 2006 verscheen de westerse bijbel,
waar alle teksten die ons niet zo goed liggen zijn uitgeknipt.
Deze bijbel wilde aan het nadenken brengen:
neem je de hele bijbel serieus, of alleen wat je aanstaat?
Timoteüs is er duidelijk in: élke schrifttekst.
Ga niet knippen in de bijbel, daar wordt de bijbel krachteloos van.
Je maakt dan je eigen god.
In elke bijbeltekst zit een boodschap,
ik geloof dat ik over elk bijbelgedeelte een preek kan houden,
en me er niet vanaf mag maken met wat eigen gedachten bij de tekst
en de opmerking dat de bijbel wel meer kan zeggen, maar…
God zelf spreekt, daar kun je niet in knippen!

dia 19 – laat de bijbel je veranderen
En het laatste: laat de bijbel je veranderen.
Zoals Jesaja zegt dat Gods woord altijd effect heeft.
Niet met alles wat je in de bijbel leest, kun je direct iets.
Volgende week hoop ik daar verder op in te gaan.
Maar het lezen vormt je.
Gods Geest wil in jou werken, wil jou bij Jezus Christus brengen.
Voeg je onder Gods gezag.
Laat de Geest door de bijbel heen zijn werk in jou mogen doen.
Amen.




NGB artikel 2 | Woord en schepping: waar leer je God kennen?

In de schepping leer je God kennen. Maar tegenwoordig lijkt het er eerder op dat hoe meer je je in de natuur verdiept, hoe moeilijker het is om in God te geloven. Alsof Gods schepping en Gods Woord verschillende dingen zeggen. Wat moet je daarmee? Deze preek is de 1e in een serie van 3 over de bijbel.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 158
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 104 : 1, 5 en 7 (LvK=GKB)
Gebed
Introductie serie
Lezen: Psalm 19 : 1 – 15, Romeinen 1 : 19 – 25 en NGB Artikel 2
Zingen: Psalm 119 : 40 en 66 (LvK=GKB)
Preek
Zingen: LvK Gezang 479 : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 145 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

Woord en schepping: waar leer je God kennen?

Introductie serie
De bijbel: het is het best verkochte boek aller tijden.
Ergens is dat helemaal niet zo gek:
de bijbel gaat al heel wat jaren mee,
dus heeft de bijbel een flinke voorsprong in de verkoopstatistieken kunnen opbouwen.
Maar ook in de 20e eeuw,
de eeuw waarin steeds meer mensen het christelijk geloof loslieten,
is geen boek meer verkocht dan de bijbel.

Over dit boek gaan we het in 3 leerdiensten hebben.
Ik heb dit onderwerp gekozen om 2 redenen.
Eerste reden is ons ‘jaarthema’ bijbellezen.
We hebben een leesproject gedaan rond het boek Job,
en er volgen later dit jaar nog projecten over Hebreeën en Rechters.
Als kerk vinden we bijbellezen belangrijk,
maar we merken ook dat het er steeds minder van komt.
Daarom wil ik ook in deze leerdiensten aandacht aan de bijbel geven.
De andere reden, dat zijn de hete hangijzers onder christenen.
Afgelopen jaar is er weer heel wat gediscussieerd.
De onderwerpen die het meest in het oog springen, zijn:
‘vrouw en ambt’ en ‘schepping en evolutie’.
Maar er zijn er nog wel meer, bijvoorbeeld ‘kerk en Israël’.
Bij al deze discussies speelt op de achtergrond een andere vraag:
hoe lees je nou eigenlijk de bijbel?
Dáár gaan deze leerdiensten over.

Het zijn er 3.
Vandaag over Woord en schepping: waar leer je God kennen?
Volgende week over Woord en gezag: waarom zou je de bijbel serieus nemen?
En we sluiten af met Woord en Geest: wat heeft de bijbel vandaag te zeggen?
Vandaag dus over Woord en schepping.
Daarbij lezen we Psalm 19, Romeinen 1 : 19 – 25
en Artikel 2 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis,

Wat vertelt de natuur?
dia 1 – de natuur vertelt over God!
Artikel 2 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis
gaat over de vraag: hoe kun je God kennen.
Uiteraard leer je God kennen door in je bijbel te lezen,
dat lijkt me niet zo’n grote verrassing.
Verrassender vind ik dat in Artikel 2 nog iets staat,
sterker: daar begint het zelfs mee!
Dat is dit: dat je God leert kennen door zijn schepping.
Kijk om je heen, maak een mooie wandeling in de natuur,
en overal kom je God tegen.
Want de natuur vertelt over God!

Datzelfde kom je tegen in Psalm 19, direct de eerste zin:
‘de hemel verhaalt van Gods majesteit.’
Dus de hemel, en daarmee bedoelt David de zon, maan en sterren,
de hemel vertelt het verhaal van God.
Romeinen 1 zegt precies hetzelfde:
‘Gods onzichtbare eigenschappen
zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken,
zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.’
Dus: de natuur vertelt over God.

dia 2 – of vertelt de natuur dat er geen God is?
Maar in onze tijd lijkt het wel precies andersom.
De natuur vertelt helemaal niet over God,
de natuur vertelt ons juist dat er geen God is!
Met dank aan de natuurwetenschap
weten we tegenwoordig heel erg veel over de natuur.
Maar hebben we daardoor God beter leren kennen?!
Het lijkt er eerder op dat die kennis
heel wat mensen heeft laten twijfelen aan God.
Hoe verder de natuurwetenschap kwam, hoe leger de kerken werden.
En voor mensen die het geloof wél hebben vastgehouden,
is natuurwetenschap toch vaak een probleem.
Alsof de natuurwetenschap de bijbel ontmaskert als ‘fake news’.

Daarbij kun je uiteraard denken aan de evolutietheorie.
De bijbel vertelt over de schepping van hemel en aarde,
maar de natuurwetenschap heeft een heel ander verhaal.
Geloof je de bijbel, of geloof je wat wetenschappers in de natuur hebben ontdekt?

dia 3 – zonsopkomst
Maar niet alleen het hele evolutieverhaal maakt geloven lastig.
We weten nu zoveel over de natuur,
dat we God er helemaal niet meer voor nodig hebben.
De natuur houdt zichzelf wel in stand.
In Psalm 19 verwondert David zich over de zon,
die elke dag weer opkomt,
en aan het einde van de dag weer ondergaat.
Alsof God de zon aan het begin van elke dag een seintje geeft:
‘toe maar, nu ben jij weer aan de beurt.’
Tegenwoordig hebben we God daar niet voor nodig:
we weten precies hoe het met de zonsopkomst werkt.
Hoezo vertelt de natuur over God?

Geloof en natuurwetenschap
dia 4 – christelijk geloof stimuleert natuurwetenschap
Toch heeft juist het christelijk geloof
een enorme boost gegeven aan de natuurwetenschap.
De gedachte dat de schepping over God vertelt,
dat je in de schepping God kunt leren kennen,
is natuurlijk een geweldige uitnodiging
om die natuur te gaan onderzoeken!
We bestuderen de bijbel om God beter te leren kennen,
dus waarom zouden ook niet de natuur beter bestuderen?!

Artikel 2 noemt de schepping een ‘prachtig boek’.
Aan de ene kant zegt het dat de natuur zelf niet goddelijk is.
Als jij gelooft dat in de natuur goddelijke krachten zitten,
een geloof dat zeker in de Middeleeuwen heel veel voorkwam,
dan láát je het wel om de natuur te onderzoeken: dat is veel te gevaarlijk!
De gedachte dat de natuur een boek is, waarin God vertelt wie hij is,
gaf dat mensen het dúrfden de natuur te onderzoeken.
De natuur is zelf niet goddelijk, maar vertelt óver God.

Aan de andere kant zegt het ook dat de natuur er toe doet.
Dat klinkt misschien als een open deur, maar dat is het niet.
Heel wat Griekse filosofen waren van mening
dat je lichaam en de aarde, de hele natuur,
een soort gevangenis waren waar je geest uit bevrijd moest worden.
De natuur was volgens hen minderwaardig: de echte wereld was geestelijk.
En die gedachte is zeker niet met de oude Grieken uitgestorven:
in bijvoorbeeld het boeddhisme is die gedachte nog springlevend!
Dan heeft het helemaal geen zin de natuur te onderzoeken: dat is tijdverspilling.
Maar als je gelooft dat de natuur een boek is, waarin God vertelt wie hij is,
dan zou je wel gek zijn als je dat boek dicht laat!

dia 5 – Jezus laat de natuur aan het woord (lelies)
Jezus sloeg dat boek dan ook regelmatig open.
Jezus laat niet alleen de bijbel spreken, hij laat ook de natuur spreken!
Bijvoorbeeld in Matteüs 6.
Jezus laat de vogels aan het woord: ‘kijk eens naar de vogels in de lucht:
ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren,
het is jullie hemelse Vader die ze voedt.’
En even later de lelies: ‘kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld.
Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.’
Jezus legt het ook uit: ‘kijk naar de vogels en de bloemen,
ze vertellen jullie dat God voor je zorgt!’
Jezus had datzelfde ook met bijbelteksten kunnen zeggen, geen probleem,
maar hij koos de natuur om het duidelijk te maken.

dia 6 – natuurwetenschap tot eer van God (Kepler)
De natuur is een prachtig boek van God.
En, zoals ik al zei, die gedachte heeft de natuurwetenschap een enorme boost gegeven.
De eerste natuurwetenschappers waren vaak overtuigd christen,
die met hun werk als natuurwetenschapper God de eer wilden geven.
Eén van hen is deze meneer: Johannes Kepler.
Hij is onder andere bekend van de ‘wetten van Kepler’, naar hem vernoemd.
Die gaan over de bewegingen van de hemellichamen om elkaar heen,
dus bijvoorbeeld de beweging van de aarde om de zon.
Dus eigenlijk waar Psalm 19 het ook over heeft,
maar dan vanuit een heel andere invalshoek.
Maar de conclusie van Kepler is níet dat God niet meer nodig is
omdat we het nu ook zelf kunnen verklaren.
Zelf zegt Kepler: ‘Ik was alleen Gods gedachten na hem aan het denken.
Aangezien wij astronomen priesters zijn van de allerhoogste God
ten aanzien van het boek der natuur (heb je hem weer!),
doet het ons nut om bedachtzaam te zijn,
niet gericht op de glorie van onze gedachten,
maar enkel en alleen op de heerlijkheid van God.’

Het Woord onmisbaar
dia 7 – probleem: we sluiten God buiten
Je zou bijna denken: waarom zijn dan niet alle natuurwetenschappers christen?
Als je elke dag met de natuur bezig mag zijn, elke dag dat boek van God mag lezen,
dan kom je hem toch steeds tegen?
Dan kan het toch niet anders dan dat alle natuurwetenschappers diepgelovige mensen zijn?
Toch is dat niet zo.
Ja, er zijn diepgelovige natuurwetenschappers, nog altijd!
Maar er zijn er misschien nog wel meer die overtuigd atheïst zijn.
Hoe kan dat?

Het antwoord van Paulus in Romeinen 1 is dit:
‘Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor een leugen;
ze vereren en aanbidden het geschapene, in plaats van de schepper.’
Dat schreef Paulus in een wereld vol goden,
maar het geldt voor ons net zo goed.
Als we doen alsof de natuur alles is,
alsof alleen die dingen echt zijn die wij kunnen bewijzen,
dan aanbidden we het geschapene en sluiten we God buiten.

Dat is, sinds Adam en Eva tegen God in opstand kwamen,
precies onze natuurlijke toestand.
Adam en Eva wilden zelf God zijn,
en duwden God daarmee weg uit hun leven.
Sinds de zondeval proberen we zonder God te leven,
dat is onze ‘gevallen staat’.
Paulus schrijft dat God in zijn werken zichtbaar is,
en dat daarom niemand te verontschuldigen is.
Het probleem is alleen dat het een automatisme is geworden dat we God niet wíllen zien.
Als wij de natuur onderzoeken,
dan is het onze standaardinstelling dat we God erbuiten houden,
dat we wat we in de natuur zien bij God vandaan interpreteren.

dia 8 – Gods Woord: God wil dat je hem kent
En daarom die 2e manier waarop God zich bekend maakt: zijn Woord.
De schepping zou genoeg moeten zijn, maar is het niet meer.
Maar God zegt niet: ‘nou, dan doe je het toch lekker zonder mij?’
Dan maakt God zich wel op een andere manier bekend!
Ook dat zie je in Psalm 19.
In vers 8 kantelt de Psalm:
opeens gaat het niet meer over de natuur, maar over Gods wet, Gods woorden.
En daarover is David nog enthousiaster dan over die natuur:
Gods woorden hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht, nog sterker dan goud!

God maakt zich in zijn Woord bekend.
Daar maken we al snel van: God maakt zich in de bijbel bekend.
Maar dat is toch niet helemaal hetzelfde.
Gods Woord is meer dan wat in de bijbel is opgeschreven.
Als een moslim een visioen krijgt waarin hij Jezus ziet – dat gebeurt! –
dan is dat ook het Woord van God.
Ik geloof dat God nog steeds rechtstreeks spreekt, buiten de bijbel om.
Maar gebruik dat nooit als excuus om de bijbel aan de kant te schuiven,
omdat jij meer met de Geest hebt dan met de bijbel.
Het eerste wat die moslim doet als hij zo’n visioen gehad heeft,
is op zoek gaan naar een bijbel!
Hij wil niets liever dan die bijbel indrinken:
dit is de schat waar hij zijn hele leven naar op zoek was!

Om God te leren kennen, is het Woord onmisbaar.
De bijbel is onmisbaar.
En Jezus is onmisbaar.
Want volgens Johannes 1 is Jezus Christus het vleesgeworden Woord.
God wil niets liever dan dat wij hem kennen.
Daarom heeft hij profeten gestuurd, om zijn woorden over te brengen.
Maar het hielp nauwelijks: naar de meeste profeten werd niet geluisterd.
Dus gaat God nog verder: brengt hij zijn boodschap niet meer in woorden,
maar in eigen persoon: Jezus Christus.
Hij maakt zich duidelijker dan ooit bekend,
allemaal omdat wij het maar niet willen zien,
maar hij er naar blijft verlangen dat jij hem kent als persoon!

Als je zo God leert kennen,
door de bijbel, en vooral door zijn Zoon,
dán zie je hem opeens ook in de schepping.
Voor wie niet gelooft, zal de natuur daar weinig aan veranderen.
Maar als je God hébt leren kennen,
dan leer je hem in zijn schepping nog veel meer kennen!

Geen tegenstellingen maken
dia 9 – geen tegenspraak van Gods hand en Gods mond
Maar wat moet je dan met al die natuurwetenschap?
Moet je alles wat niet-christelijke wetenschappers vinden met wantrouwen bekijken,
omdat die wetenschappers Gód niet willen zien?
Is het zo dat natuurwetenschap onbetrouwbaar is en de bijbel betrouwbaar?

dia 10 – vd Brink
Nee!
Dan kom je weer bij Artikel 2 en Psalm 19:
God maakt zich op 2 manieren bekend – in de schepping en in zijn Woord.
Gijsbert van den Brink, professor in de theologie,
heeft zich daar uitgebreid in verdiept.
Afgelopen jaar verscheen van hem het boek ‘en de aarde bracht voort’.
Hij zoekt naar een antwoord op de vraag:
stel dat die hele evolutietheorie klopt, wat betekent dat dan voor het christelijk geloof?
Hij wil er niets van weten dat natuurwetenschap onbetrouwbaar is.
Hij zegt: ‘als het werkelijk waar is dat de natuur naar God verwijst,
dan kan datgene wat we daarin aantreffen ons geloof alleen maar verrijken.
Het kan het geloof in elk geval niet ondermijnen,
want de werken van Gods hand en die van Gods mond
kunnen nu eenmaal niet met elkaar in tegenspraak zijn.’
Laten we geloof en wetenschap niet tegen elkaar uitspelen!

dia 11 – goed lezen is een kunst
Dat is wel lastig, want soms lijken die 2 het tegenovergestelde te zeggen.
Dan is het een kunst om goed te lezen.
Dat geldt voor de bijbel op zich al: soms lijken in de bijbel tegengestelde dingen te staan
en kom je dingen tegen waarvan je denkt ‘hè, staat dát in de bijbel?!’
Maar het geldt ook als de bijbel en de natuur verschillende dingen lijken te zeggen.
Goed lezen is een kunst!

Dus inderdaad: er wordt door wetenschappers veel beweerd,
maar klopt het allemaal?
Goede wetenschappers blijven daar ook altijd vragen bij stellen.
Tegelijk, als het over evolutie gaat:
de overgrote meerderheid van de wetenschappers is het daarover eens,
veel christelijke wetenschappers ook, en ze komen met goede argumenten.
Dan kun je het niet zomaar als onzin afdoen.
En aan de andere kant: klopt het wel hoe we de bijbel hebben uitgelegd?
Vaak wel, mag ik hopen, maar soms ook niet.
Dat is helemaal geen schande,
de bijbel is geen makkelijk boek met pasklare antwoorden,
maar wees wel zo eerlijk dat onder ogen te zien.
Er is niets mis met voortschrijdend inzicht.
Misschien zeggen we over 50 jaar:
‘onbegrijpelijk dat we zo moeilijk deden over evolutie,’
en komt de evolutie in dezelfde rij als de ontdekking dat de aarde om de zon draait.
Of misschien zeggen we: ‘evolutie? wat is dat voor achterhaald idee!’
Hoe dan ook: als we de bijbel én de natuur bestuderen,
dan past het op een of andere manier in elkaar.

God maakt zichzelf bekend
dia 12 – gebruik de boeken om Gód te kennen!
Want God maakt zichzelf erin bekend!
Romeinen 1:19: ‘wat een mens over God kan weten
is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt.’
Daar gaat het om: in de schepping en in zijn Woord leren we Gód kennen.

Wij willen vaak meer.
Dan maken we misbruik van die middelen.
Van de schepping: dat we de schepping bestuderen
zonder op zoek te zijn naar de Schepper die erachter zit.
Maar ook van de bijbel: dat we de bijbel gebruiken als een antwoordenboek,
waar God op al onze vragen een passend antwoord geeft.

Maar daar gaat het niet om!
De bijbel is niet geschreven om ons te vertellen
hoe het allemaal gegaan is aan het begin van de wereld.
De bijbel is geschreven omdat God zélf zich bekend maakt!
Gebruik de bijbel waar hij voor bedoeld is: om God te leren kennen.
Wij gaan vaak met onze vragen naar de bijbel,
in plaats van dat we luisteren naar wat God ons wil vertellen.
Laat je daar maar door verrassen!
Wees maar nieuwsgierig naar wat God te zeggen heeft:
in de natuur, in de bijbel, in Jezus Christus.
Stel je daarin steeds de vraag:
hoe leer ik hierin God kennen?

dia 13 – Woord en schepping: lees en leef!
Want dat is leven.
Jezus zegt, in Johannes 17, ‘het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen,
de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.’
En daarom: blijf lezen!
De schepping. Gods Woord. En leef!
Amen.




HC Zondag 45 | Bidden, waarom zou je?

Bidden. Voor veel christenen is het lastig. Je zou wel een beter gebedsleven willen hebben, maar het komt er niet van. Waarom zou je eigenlijk bidden? Daar zijn allerlei redenen voor te geven, maar het begint met dat Gód het wil! Dat is ene stevige basis onder je gebedsleven.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 141 : 1 en 2 (LvK=GKB)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 123 : 1 en 2 (LvK=GKB)
Gebed
Lezen: Deuteronomium 8 : 1 – 18
Lezen: 1 Tessalonicenzen 5 : 12 – 24
Lezen: HC Zondag 45
Zingen: LvK Gezang 78 : 1 en 2
Preek
Gebed, afgesloten met ‘onze Vader’
Zingen: Opwekking 520
Mededelingen
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 68 : 1, 2 en 3
Zegen

Bidden, waarom zou je?

Bidden, waarom zou je?
dia 1 – bidden, waarom zou je?
Bidden, waarom zou je?
Over die vraag denken we vanmiddag na.
De catechismus vraagt:
‘waarom is het gebed voor christenen noodzakelijk?’
Vrij vertaald: ‘bidden, waarom zou je?’

Misschien is het voor jou helemaal geen vraag.
Natúúrlijk bid je!
Bidden is ademhalen,
bidden is rechtstreeks contact met je Vader in de hemel,
dan is het toch helemaal geen vraag waarom je zou bidden?
Als jij zo iemand bent: gefeliciteerd.
En dat bedoel ik niet cynisch.
Bidden ís prachtig,
en als je dat ook zo ervaart is dat een heerlijke zegen.

dia 2 – voor de meeste christenen gaat bidden niet vanzelf
Maar ik ga er vanuit dat de meeste mensen bidden moeilijk vinden.
Ik in ieder geval wel.
Er zijn momenten dat ik graag bid,
dat ik voel: ‘ik wil nu bidden!’,
maar er zijn net zo goed momenten
dat ik me er echt toe moet zetten.
Bidden gaat bij mij niet vanzelf.

Als je op internet zoekt op ‘gebedsleven’,
dan kom je allemaal tips tegen
over hoe je je gebedsleven een nieuwe impuls kunt geven.
Dat zal wel niet voor niets zijn:
blijkbaar zijn veel christenen niet tevreden met hun gebedsleven.
Dát zijn dan nog de christenen
die zich daar in ieder geval niet bij willen neerleggen.

Er zijn er ook die het bidden maar helemaal opgeven.
Ik kwam een onderzoekje uit 2014 tegen
onder evangelische christenen in Engeland,
en daaruit blijkt dat 90% van hen regelmatig uit de bijbel leest,
maar slechts 31% dagelijks tijd neemt voor gebed.
En áls ze dan bidden zijn het vooral kleine schietgebedjes.
Dat vind ik best schokkend!

En tegelijk ook weer niet.
Want bidden is vreemd!
Je doet je ogen dicht,
om je even af te sluiten van de buitenwereld,
je vouwt je handen en praat met God,
zonder dat God iets terugzegt.
Wie zegt dat je niet maar wat in de lucht praat?
Is bidden niet gewoon de christelijke variant van mindfullness,
een manier om even stil te staan,
om in je chaotisch leven orde aan te brengen?
Maar wees dan eerlijk en laat God erbuiten!
Bidden is niet vanzelfsprekend.
Daarom is er alle reden om die vraag te stellen:
bidden, waarom zou je?

Bidden: omdat het verschil maakt?
dia 3 – bidden: omdat het verschil maakt?
Ik denk dat veel antwoorden op die vraag
uiteindelijk op hetzelfde neerkomen:
bidden doe je om wat je er aan hebt.

dia 4 – zoeken naar: Gods zegen
Je bidt bijvoorbeeld omdat je iets van God wilt.
Dat kan van alles zijn.
Het kan een gebed om genezing zijn,
terwijl dat er volgens artsen niet in zit.
Het kan een gebed zijn om Gods kracht voor deze dag.
Het kan een gebed zijn om meer geloof.
En het hoeft ook helemaal niet voor jezelf te zijn,
het kan een gebed zijn voor je ouders of grootouders,
een gebed voor je kinderen of kleinkinderen, enzovoort.
Je bidt omdat je iets van God wilt.

dia 5 – Gods wil
Iets anders is dat je kunt bidden om duidelijkheid.
Je staat voor een keuze,
en je wilt God in die keuze betrekken,
dus je vraagt God of hij je de weg wil wijzen.
Of je weet dat je Gods liefde wilt doorgeven,
maar je weet niet zo goed hoe,
en vraagt God of hij je het wil laten zien.

dia 6 – Gods rust
Je kunt ook bidden omdat je dan tot rust komt.
Dan gaat het er niet om dat God iets moet doen,
maar gewoon het praten met God is al fijn en bemoedigend.
Als je bidt, voel je je dicht bij God, en daarom bidt je graag.
Door te bidden kun je je zorgen even loslaten
en bij God zijn waar het goed is.

Er zijn vast nog wel meer redenen te bedenken om te bidden,
ik laat het nu even bij deze.
Vooropgesteld: het zijn mooie redenen om te bidden!
Als je zulke redenen hebt om te bidden
geloof je in de kracht van het gebed.
Houd dat vast!

dia 7 – maar wat als: het niet werkt?
Maar als deze redenen de enige zijn,
dan is dat een wankele basis.
De redenen om te bidden
kunnen zomaar redenen worden om níet te bidden.
Je wilt iets van God, maar God geeft het niet.
Heeft bidden dan wel zin?
Je zoekt duidelijkheid, maar krijgt het niet.
Het voelt alsof God jouw vragen negeert.
Je zoekt contact naar God, wilt dicht bij hem zijn,
maar ervaart alleen maar afstand.

dia 8 –je alles al hebt?
Of nog iets anders:
je hebt alles al en bent tevreden met je leven.
Er is niet direct iets dat je van God wilt, het leven is wel prima zo.
Dat is Deuteronomium 8.
Mozes blikt daar vooruit.
Het volk Israël is nog in de woestijn,
maar het duurt niet lang meer of ze zullen het beloofde land binnentrekken.
In de woestijn waren de Israëlieten heel direct van God afhankelijk.
God gaf hen eten: manna uit de hemel.
God zorgde ervoor dat hun kleren niet versleten.
Moet je nagaan: 40 jaar met 1 set kleding doen!
Maar in het beloofde land wordt alles anders.
Daar komt het eten niet uit de lucht maar van het land.
De kleren zullen weer gewoon slijten, maar gelukkig kun je nieuwe kleren maken.
Het leven zal heel anders worden,
‘maar,’ waarschuwt Mozes, ‘vergeet God niet!’
Dat is geen overbodige waarschuwing.
Als de Israëlieten straks gesetteld zijn,
als alles in het beloofde land draait, z’n gangetje gaat,
dan zouden de Israëlieten God zomaar kunnen gaan vergeten…
De geschiedenis leert ons dat dat inderdaad gebeurde.
Je komt het ook tegen in Psalm 103:
‘prijs de Heer mijn ziel, vergeet niet een van zijn weldaden.’
Blijkbaar is zo’n oproep nodig,
omdat wij geneigd zijn Gods weldaden te vergeten…
Wij zijn geneigd te stoppen met bidden
zodra we niet meer merken dat bidden verschil maakt.

dia 9 – uit jezelf: een wankele basis
Waarom zou je bidden?
Je kunt bidden omdat je er wat aan hebt,
omdat je merkt dat bidden je verder helpt.
En het is prachtig als je dat ervaart.
Maar maak je gebedsleven er niet van afhankelijk!
Als de reden om te bidden uit jezelf moet komen,
uit het verschil dat het gebed in jouw leven maakt,
dan maak je je gebedsleven veel te veel afhankelijk van jezelf.
Daar kun je geen gebedsleven op bouwen!

Bidden: omdat God het wil!
dia 10 – bidden: omdat God het wil
Bidden, waarom zou je?
Bidden is niet vanzelfsprekend,
en er kunnen best redenen uit jezelf zijn om te bidden,
maar die redenen alleen zijn niet genoeg.

dia 11 – stevige basis: omdat God het wil
Wat zegt de catechismus eigenlijk?
‘Omdat het gebed het voornaamste is
in de dankbaarheid die God van ons eist.’
Dat is heel andere taal!
Waarom zou je bidden? Omdat God het wil!
Bidden is een opdracht van God.
In de bijbel staan heel wat oproepen om te bidden,
en de meest veelomvattende hebben we gelezen in 1 Tessalonicenzen 5:
‘bid onophoudelijk.’
Waarom? Omdat God het zegt!

Dat klinkt misschien een beetje autoritair: ‘omdat ik het zeg!’
Er is ook wel meer over te zeggen,
de catechismus gaat ook verder met ‘bovendien’,
en geeft dan nog een reden om te bidden,
maar het begint wel híer: bid omdat God het wil!
Dát is een stevige basis voor je gebedsleven.
Dan hangt het niet meer af
van of jij het gevoel hebt dat bidden werkt,
of jij ervaart dat God naar je luistert.
Nee, God belooft dat hij luistert,
ook al voel jij daar soms helemaal niets van.
Maar toch blijf je bidden, omdat God het zegt.

Bidden gaat niet om wat wij er aan hebben.
Bidden moet je niet doen om er zelf beter van te worden.
Bidden draait om God, je doet het voor hém!
Gód wil graag dat je bidt, dat je met hem praat,
ook als dat jou niet direct iets oplevert.
In Psalm 141 staat:
‘laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk,
mijn geheven handen als een avondoffer.’
Een offer is voor God,
laat ons gebed dat ook zijn!

dia 12 – soms komt het niet uit jezelf, maar blijf bidden!
Dat betekent dat je soms bid tegen je gevoel in.
Dat er uit jezelf geen enkele reden is om te bidden.
Soms voelt God ver weg,
soms voelt het alsof God je in de kou laat staan,
soms voelt het alsof je God niet nodig hebt.
Uit jezelf heb je dan geen reden om te bidden.
Maar God wil het, dus doe het wel!
In de afgelopen weken zijn we met Job bezig geweest.
Wat heeft Job gebeden!
Maar het leek wel alsof zijn gebeden niet aankwamen.
Job voelde zich alleen.
Als Job zou bidden omdat bidden werkt,
dan had hij al heel snel de handdoek in de ring gegooid.
Maar Job bleef zichzelf voorhouden dat God luistert,
ook al voelde hij er niets van.
Dus blijf bidden, ook als het zinloos voelt.
En de ene keer bid je dan vol overgave en vol overtuiging,
de andere keer weifelend en twijfelend,
maar blijf met je hemelse Vader praten!

Bidden = Leven
dia 13 – bidden = leven
Bidden, waarom zou je?
Omdat God het wil!
Maar is dat alles?
Is bidden ook nog ergens goed voor?
Ik zei al: er valt meer te zeggen,
de catechismus gaat verder met ‘bovendien’.
‘Bovendien wil God zijn genade en zijn heilige Geest
alleen geven aan hen die van harte en zonder ophouden
hem daarom bidden en daarvoor danken.’
Anders gezegd: bidden is leven.

dia 14 – een experiment… (Bell)
Wat zou er gebeuren als je helemaal stopt met bidden?
Ik zou zeggen: don’t try this at home…
Een voorganger in de Verenigde Staten,
een zekere Ryan Bell, wilde het weten:
welk verschil maakt het christelijk geloof nu echt?
Hij besloot een jaar lang te leven als atheïst,
dus ook een jaar lang niet te bidden,
om te ontdekken wat hij nou echt zou missen.
Zijn conclusie: helemaal niets.
Hij vond zijn jaar als atheïst zo overtuigend,
dat hij nu definitief atheïst geworden is.

Wat moet je met zo’n verhaal?
Zelf zegt Bell dat hij tot de ontdekking is gekomen
dat geloven hem is aangepraat.
Dat is een manier om er tegenaan te kijken.
Ik wil er ook graag van een andere kant naar kijken.
Kun je verwachten dat als je een jaar lang niet bidt,
je geloof nog altijd overeind staat?
Ik denk het niet!
Geloven is een relatie met God hebben.
Als je die relatie een jaar lang parkeert,
is het dan gek dat God een vreemde voor je is geworden?!
Als ik mijn huwelijk een jaar zou parkeren,
onder het motto ‘een man weet pas wat ie mist als ze er niet is’,
dan is de kans klein dat dat huwelijk nog te redden is…
Een weekendje zonder elkaar, dat kan nog best positief zijn,
maar een jaar lang bewust alle communicatie stopzetten?!

dia 15 – bidden is léven met Jezus
Want dát is bidden: communiceren met God,
investeren in je relatie met hem.
Bidden maakt het verschil
tussen geloven dat er wel ‘iets’ is, een hogere macht ofzo,
omdat het er niet in wil dat dit alles is,
én een relatie hebben met God.
En díe relatie, dát is leven!
Jezus zegt in Johannes 11:
‘Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft,
en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.’
In Jezus geloven, Jezus kennen,
en dan niet van horen zeggen, maar als persoon, dát is leven.
Bidden gaat om die relatie.

dia 16 – bidden en dankbaar leven: een wisselwerking
Bidden heeft ook alles te maken met dankbaar leven.
De catechismus maakt die koppeling,
maar ook in 1 Tessalonicenzen 5 staat het naast elkaar:
‘Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden.’
‘Bid onophoudelijk’, dat is een vreemde opdracht
als je denkt aan dat je dan de hele dag met God praat.
Waar het om gaat is dat je relatie met God de hele dag door gaat,
dat er steeds een open lijn met hem is,
en dat begint met dankbaarheid.
Dat werkt 2 kanten op.
Aan de ene kant is het zo dat als je God dankbaar bent, je het hem ook vertelt.
Daar nodigt God je toe uit.
God heeft jou alles gegeven: je leven, je bezit, je relaties,
maar ook zijn liefde en genade, zelfs zijn Zoon.
Bidden is God antwoorden,
is allereerst God danken voor alles wat hij gedaan heeft!

Maar het werkt ook andersom:
wanneer je bidt, groeit ook je dankbaarheid.
In Deuteronomium 8 werd gewaarschuwd: vergeet God niet.
Bidden is een fantastische manier om God én jezelf te herinneren
aan alles wat God voor je gedaan heeft.
Als het eten op tafel staat kun je direct aanvallen,
maar je kunt ook eerst God danken:
dat helpt om te beseffen dat eten niet vanzelfsprekend is.

Dan kun je ook altijd verheugd zijn, zoals Paulus dat zegt.
Niet omdat God je alles geeft wat je vraagt,
niet omdat het in jouw leven zo voorspoedig gaat,
maar omdat God zijn Zoon voor jou heeft gegeven,
omdat hij je kent en een relatie met je wil,
omdat hij jou echt, eeuwig leven geeft!

Praktijk: gebedsleven
dia 17 – praktijk: gebedsleven
Bidden is voor christenen onmisbaar.
Tegelijk blijft staan: veel christenen vinden bidden moeilijk.
Het wordt alleen maar moeilijker als het uit jezelf moet komen,
en je direct moet zien wat je er aan hebt.
Ik denk dat het dan wel verder helpt
dat bidden een opdracht van God is.
Ik wil nog twee dingen zeggen
over wat dat voor je concrete gebedsleven kan betekenen.

dia 18 – niets mis met structuur! (klok)
Het eerste: met structuur is niets mis.
Wacht niet met bidden
tot je zelf spontaan de behoefte voelt om te bidden.
Bidden moet je gewoon doen, het is een opdracht.
Soms voel je in alles dat je wilt bidden,
en zulke ervaringen zijn heerlijk,
maar soms moet je je er ook toe zetten
en bid je omdat dat je gewoonte is.
Daar is niets mis mee!
Speel vaste momenten om te bidden en het spontaan gebed niet tegen elkaar uit.
Natuurlijk is het mooi als je spontaan de behoefte voelt te bidden,
doe dat dan ook vooral, stel het niet uit,
maar denk niet dat een gebed pas goed is als het spontaan is.
Bidden moet je volhouden, ook als je het verschil niet zo merkt.
Neem in de bijbel bijvoorbeeld Daniël:
hij had de gewoonte elke dag op vaste tijdstippen 3 keer te bidden.
De ene keer zal hij daar meer behoefte aan hebben gevoeld dan de andere keer,
maar hij dééd het gewoon.
Dus zorg voor structuur.

dia 19 – niets mis met vaste woorden
Het tweede: met vaste woorden is ook niets mis.
Wij kunnen de lat wel eens heel hoog leggen:
dat een gebed pas goed is als de woorden rechtstreeks uit je hart komen.
Misschien vinden we het daarom ook zo spannend
om in het openbaar te bidden.
Maar is dat zo?
Zijn vaste gebeden mindere gebeden?
Als de leerlingen van Jezus in Lucas 11 aan Jezus vragen: ‘leer ons bidden’.
Dan zegt Jezus niet:
‘als je wilt bidden, laat dan de woorden rechtstreeks uit je hart komen.’
Het is mooi als dat gebeurt, daar niet van,
maar vaste formuleringen zijn ook goed.
Op de vraag van de leerlingen reageert Jezus met vaste woorden: het Onze Vader.
Nu zou je kunnen zeggen dat dat gebed vooral als model bedoeld is,
maar dat zégt Jezus niet.
Hij zegt gewoon: ‘wanneer jullie bidden, zeg dan’
en dan volgt het Onze Vader.
Soms komen de woorden vanzelf in je op, bid dan met die woorden,
maar soms weet je niet wat je moet zeggen:
gebruik dan gerust vaste woorden.

Slot
dia 20 – God wil dat jij leeft!
Bidden, waarom zou je?
Dat was de vraag.
Kijk niet te veel naar wat jij aan bidden hebt.
Gód wil graag dat je met hem praat.
Want hij wil dat jij leeft.
Bid je mee?
Amen!




Leerdienst | Avondmaal: wegkijken van jezelf

Voor wie is het avondmaal? Wat is de dresscode? Daar kunnen we heel druk mee zijn. Maar avondmaal is geen kwestie van (je geloof) demonstreren, maar een kwestie van ontvangen! Durven we van onszelf weg te kijken? Met praktische toespitsing over voorbereiding, kinderen en buitenstaanders.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 113 : 1 en 2 (GKB=LvK)
Gebed
Lezen: Matteüs 22 : 1 – 14
Lezen: 1 Korintiërs 11 : 27 – 34
Lezen: HC Zondag 30 v/a 80 en 81
Zingen: LvK Psalm 15 : 1 en 2
Preek
Zingen: Opwekking 369
Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 140 : 1 en 3
Zegen

Avondmaal: wegkijken van jezelf

Introductie
We vervolgen onze ontdekkingsreis in de wereld van het avondmaal.
Vandaag de laatste etappe, en ik hoop dat ook dit een spannend stukje reis wordt:
dat je iets nieuws mag ontdekken.
Ik heb het al eerder gezegd:
het is niet mijn bedoeling dat jullie straks precies zo over het avondmaal denken als ik.
Ik heb best wat praktische suggesties gedaan, dat ga ik vandaag weer doen,
maar zie deze diensten vooral als een prikkel om zelf na te denken
en het gesprek over het avondmaal met elkaar te voeren!

Even opfrissen waar we gebleven waren.
De eerste etappe ging over de vraag: wat is de meerwaarde van het avondmaal?
We zagen toen dat God niet alleen in woorden met ons wil omgaan,
maar ook in de ervaring van het avondmaal.
De tweede etappe ging over de inhoud van het avondmaal: is het somber of feest?
We hebben verschillende kanten van het avondmaal bekeken,
die je kunt samenvatten in dat we aan het avondmaal het leven vieren.
Het is een feestelijke maaltijd waar we ook elkaar tegenkomen.
Vandaag de laatste etappe: voor wie is het avondmaal eigenlijk?

Daarbij gaan we verschillende dingen lezen.
We beginnen met een gelijkenis, Matteüs 22:1-14.
Deze gelijkenis gaat niet rechtstreeks over het avondmaal,
maar wel over wie er op het feestmaal komen.
Daarna een gedeelte dat wél direct over het avondmaal gaat: 1 Korintiërs 11:27-34.
Ten slotte uit de catechismus, Zondag 30 vraag en antwoord 80 en 81.
Daar zeg ik direct bij dat antwoord 80 omstreden is,
waarschijnlijk het meest omstreden antwoord van de catechismus.
Het gebeurt zelden dat een synode wordt gevraagd een deel van de belijdenis te herzien,
maar juist bij antwoord 80 wordt daar met enige regelmaat een pleidooi voor gevoerd.
Goed, laten we gaan lezen!

Inleiding
dia 1 – vraag: zijn er voorwaarden om het avondmaal te mogen vieren?
Dat waren pittige lezingen, en een pittige Psalm!
Je zou zomaar gaan denken
dat je een supergelovige moet zijn om avondmaal te mogen vieren…
Dat brengt me direct bij de vraag waar ik mee wil beginnen.
Een vraag, wederom, aan jullie:
zijn er voorwaarden om het avondmaal te mogen vieren?
Bespreek die vraag eens met degene naast je.

Je zou die vraag, met die gelijkenis van Jezus in het achterhoofd,
ook op een andere manier kunnen stellen:
wat voor kleren moet je dragen voor de feestmaaltijd?
Wat is de dresscode?

dia 2 – dresscode
Misschien ben je wel eens uitgenodigd bij een feestje waar een dresscode gold.
Een chique gelegenheid misschien, een gala ofzo,
waar de dames geacht worden in galajurk te verschijnen,
en de heren in smoking, of nog beter: een rokkostuum.
Of een ludieke dresscode: iemand die een verjaardag viert,
en wil dat alle gasten in jaren ’70-stijl verschijnen…
Of dat je volledig in het rood gekleed bent.

Ik vind dat maar ongemakkelijk…
Sterker nog: een dresscode kan voor mij een reden zijn
een feestje aan me voorbij te laten gaan!
Met een dresscode is de grote vraag of je er aan voldoet.
Die vraag kan je zelfs tijdens zo’n feest bezig houden:
dat je steeds jezelf met anderen aan het vergelijken bent.
Je bent zo druk met de dresscode, dat je het feest niet meer meemaakt.

dia 3 – Avondmaal: wegkijken van jezelf
Dat kan met het avondmaal ook gebeuren.
Dat er een dresscode is die zoveel aandacht vraagt, dat je zo druk bent met jezelf,
dat je het feest van het avondmaal niet meer meemaakt.
Terwijl de dresscode aan het avondmaal zo simpel is: Christus!
Wat kunnen we in onszelf gekeerd zijn, en daardoor het feest missen.
Maar het avondmaal gaat niet om ons, om hoe wij eruit zien, maar om Christus!
Daarom is het thema vanmiddag: avondmaal is wegkijken van onszelf.

Demonstreren of ontvangen?
dia 4 – demonstreren of ontvangen?
Dat omstreden antwoord uit de catechismus heeft daar alles mee te maken.
Onze Rooms-Katholieke broeders en zusters van vervloekte afgodendienst betichten,
dat doet de catechismus niet fraai.
Maar daarachter zit wel een wezenlijk punt: wat is het avondmaal eigenlijk?
Wie is er in het avondmaal aan zet:
is het allereerst een maaltijd waarin mensen iets doen,
of is het allereerst een maaltijd waarin God iets doet?
Is het een maaltijd waar wij ons geloof demonstreren,
of is het een maaltijd waar we Christus ontvangen?

In de tijd van de Reformatie, waarin de catechismus is ontstaan,
zijn over die vraag hele discussies gevoerd: een heuse avondmaalstrijd…
Tussen de verschillende soorten kerken,
maar ook tussen de reformatoren, de voormannen van de Reformatie:
Luther, Calvijn en Zwingli.
Die oude discussie kan ons vandaag op weg helpen.
We duiken dus maar eens de geschiedenis in.

dia 5 – tabel: Rooms-katholiek
Allereerst de Rooms-katholieke visie.
Je kunt hem lezen in dat catechismusantwoord,
maar dat is dan wel de katholieke visie door protestantse bril…
Katholieken zelf zullen niet zeggen dat Christus in de mis dagelijks geofferd wordt,
en dat ze alleen daardoor vergeving van zonden kunnen krijgen.
Wel zeggen ze dat het offer van Christus tegenwoordig wordt gesteld, wordt vernieuwd,
ja zelfs dat het offer van Christus wordt opgedragen.
Op de vraag wie er in het avondmaal aan zet is,
is het katholieke antwoord: de kerk, of de priester – hij draagt het offer op namens de kerk.

dia 6 – Luther en Calvijn
Volgens de reformatoren had dat weinig te maken
met hoe Christus het avondmaal had ingesteld.
Maar hoe moet het avondmaal dan wel gevierd worden?
Eerst Luther en Calvijn.
Tussen hen kun je verschillen aanwijzen, maar ze denken in dezelfde lijn.
Zij willen er aan vasthouden dat Christus in het avondmaal aanwezig is.
Maar dan niet op de katholieke manier, dat wij Christus opdragen.
Nee: aan het avondmaal ontvangen we Christus.
Het avondmaal wordt niet door ons aan God opgedragen,
we vieren er juist wat we van God ontvangen.
En dan krijg je een heel ander antwoord op de vraag wie aan zet is:
in het avondmaal zijn niet mensen aan zet, maar God!
God geeft zich aan ons.

dia 7 – Zwingli
Ik liet het woord ‘avondmaalstrijd’ al vallen.
Dat heeft te maken met de derde reformator: Zwingli.
Hij verzet zich tegen het idee
dat Christus op een bijzondere manier in het avondmaal aanwezig is,
op een andere manier dan bijvoorbeeld in de natuur.
Zwingli komt heel anders uit:
voor hem is het avondmaal een vreugdevolle herinneringsmaaltijd,
waar we bij Christus bepaald worden.
Aan het avondmaal meedoen is belijdenis doen.
Uiteindelijk is het de individuele gelovige die aan zet is.

De catechismus volgt Luther en Calvijn:
bij het avondmaal is God aan zet,
het is geen kwestie van demonstreren, maar van ontvangen!
Daarom staan alle vragen en antwoorden over het avondmaal,
en dat zijn er nogal wat,
in het deel van de catechismus dat over de verlossing gaat,
niet in het deel over de dankbaarheid.
Avondmaal is iets wat wij van God krijgen, niet iets wat wij voor God doen.
Daarmee kom je heel dicht bij de kern van het christelijk geloof:
het gaat niet om wat wij doen,
het gaat om wat God voor ons gedaan heeft en doet!

Wegkijken van onszelf
dia 8 – wegkijken van onszelf
Genoeg geschiedenis, terug naar vandaag.
Is avondmaal voor ons demonstreren of ontvangen?
Het gereformeerde antwoord is dus: ontvangen!
Dat vind ik een heerlijk antwoord: volgens mij hebben ze dat toen goed gezien.
Maar in de praktijk geven we onszelf en ons eigen geloof best een grote rol.
Kunnen we nog wegkijken van onszelf?

dia 9 – gevaar dat je op jezelf wordt teruggeworpen
Ik denk dat we in de praktijk veel dichter bij Zwingli zitten,
het avondmaal als een maaltijd waar we Christus in herinnering brengen,
dan bij Luther en Calvijn.
We lopen een risico, dat ook in boeken wel wordt beschreven,
dat de aandacht steeds meer verschuift van Christus die zich geeft,
naar de individuele christen met zijn of haar geloof.
Van de Gastheer naar de gasten met hun dresscode.
Dan komt de schijnwerper op ons geloof te staan, en stellen we daar hoge eisen aan.
Uiteindelijk wordt je op jezelf teruggeworpen.

Terug naar het begin: ik vroeg naar voorwaarden om avondmaal te vieren.
Maar in het avondmaal gaat het niet om voorwaarden!
Voorwaarden zorgen er voor dat we met onszelf bezig blijven.
Terwijl het avondmaal je juist oproept:
kijk niet naar jezelf, kijk naar Jezus Christus!
Natuurlijk, geloof is belangrijk, maar voorop staat dat God een gevende God is.
De catechismus heeft het ook over ons geloof,
maar dat is het allerlaatste wat nog over het avondmaal gezegd moet worden,
absoluut niet de kern van wat de catechismus over het avondmaal wil zeggen!
We hebben de plek van persoonlijk en bewust en bereflecteerd geloof te groot gemaakt.
Alsof het avondmaal draait om ons geloof.

dia 10 – samen naar Christus kijken
Het gevaar is dat we zo druk zijn met onszelf dat we het feest missen.
Dat het geen maaltijd meer is van ons als gemeente,
maar een maaltijd van ieder voor zich.
Wat maken we het onszelf moeilijk!
Waarom moeten we onszelf steeds afvragen hoe echt ons geloof is,
in plaats van gewoon mee te doen en te ontvangen?
We komen samen aan het avondmaal:
de een helemaal vol van God,
de ander die vol vragen zit en het even niet meer weet.
En de volgende keer zijn de rollen omgedraaid.
Maar samen kijken we weg van onszelf, naar Christus,
en ontvangen we nieuwe kracht.

De plaats van geloof
dia 11- de plaats van geloof
Maakt het dan niets uit hoe je het avondmaal viert?
De gedeelten die we hebben gelezen suggereren iets anders…
Wat is de plaats van geloof bij het avondmaal?

dia 12 – de dresscode: Jezus Christus
Eerst die gelijkenis van Jezus.
Ook al gaat het over een feest, het is niet zo’n feestelijke gelijkenis…
Nogal wat mensen zijn niet welkom op het feest:
‘velen zijn geroepen, slechts weinigen uitverkoren.’
Jezus is in gesprek met de Joodse leiders, die hem maar niet willen accepteren.
Ze zijn uitgenodigd voor de bruiloft, maar willen niet komen.
Daar tegenover staan de mensen op straat: tollenaars, hoeren, verlamden
– iedereen die door de samenleving werd uitgespuugd.
Zij accepteren Jezus wel, en komen graag op het feest.

En die man die zich niet aan de dresscode hield?
Paulus schrijft in Romeinen 13:14:
‘omkleed u met de Heer Jezus Christus.’
Dát is de dresscode, je kleden met Jezus!
Aan het avondmaal gaat het er niet om hoe goed of hoe slecht je bent,
niemand is goed genoeg om avondmaal te vieren,
maar of je je met Christus wilt kleden: hij maakt je waardig.
Christus als dresscode: dat betekent dat jij van hem bent
en dat hij in jou bezig mag om je een nieuw mens te maken.
Anders heb je op het feest niets te zoeken.
Zoals die man die eruit wordt gezet.

dia 13 – dan Jezus ook volgen in je leven
In Korinte wordt dat pijnlijk duidelijk.
Typerend is hoe het bij het avondmaal gaat, wat daar onderdeel is van een maaltijd.
Als de armere gemeenteleden eindelijk klaar zijn met hun werk en aanschuiven bij de maaltijd,
vinden ze de hond in de pot en hun rijkere gemeenteleden in aangeschoten toestand.
Zo mag het in de gemeente niet gaan!

Christus volgen betekent jezelf klein maken.
De rijken van Korinte maken niet zichzelf klein, maar de armere gemeenteleden.
Dit zijn mensen die Jezus Christus belijden,
maar in de praktijk heeft Jezus geen invloed op hun leven.
Het is niet dat ze Jezus wel wíllen volgen, maar dat het niet lukt:
ze zien er het probleem gewoon niet van in!
‘Ik mag toch wel mijn eigen gang gaan?!’

dia 14 – ‘je een oordeel eten’: niet de kleingelovigen, maar de huichelaars
Dan wordt het moeilijk avondmaal vieren.
Je viert Christus, maar je wilt Christus helemaal niet.
Op zulke mensen is Paulus fel.
Op zulke mensen is ook de catechismus fel: de huichelaars.
Dán vallen die zware woorden: je eet jezelf een oordeel.
Als je zegt dat je christen bent, maar in je leven geen boodschap aan Christus hebt.
Het gaat dan dus niet over of je wel genoeg beseft wat je doet,
en ook niet over wie twijfelt en een klein geloof heeft.

Ja: geloof is belangrijk aan het avondmaal.
Avondmaal is geen magisch middel:
dat als je het maar neemt, het weer goed zit tussen God en jou…
Het avondmaal ontvang je in geloof.
Als je vrome praatjes hebt over je geloof,
en ondertussen bij jezelf zegt: ‘ja, dag, het is mijn leven
daar heeft Jezus niets mee te maken’,
dán roep je je veroordeling over jezelf af.
Maar als je Jezus wilt volgen, dan hoef je niet bang te zijn dat je niet goed genoeg bent:
Jezus zelf maakt je waardig!

Praktijk: voorbereiding
dia 15 – praktijk: voorbereiding
Het wordt tijd voor praktijk.
Ik wil 3 dingen bespreken:
de voorbereiding op het avondmaal, de plaats van kinderen en de plaats van buitenstaanders.
Eerst de voorbereiding.

dia 16 – maar 1 vraag: wil je je met Jezus Christus kleden?
Dat komt van Paulus:
hij zegt tegen de Korintiërs dat ze eerst zichzelf moeten toetsen,
en pas daarna eten en drinken.
Dat ligt helemaal in het verlengde van wat ik net zei.
Het gaat om de vraag:
geloof je niet alleen met je mond in Jezus, maar wil je hem ook in je leven volgen?
Met vallen en opstaan, natuurlijk, we zijn geen perfecte christenen,
maar willen we zijn leerlingen zijn en groeien?
Wil je met Jezus leven, dan ben je welkom!

dia 17 – Jezus, niet Jezus+
Wij hebben dat verder uitgebreid, met een voorbereidingszondag,
en de oproep om jezelf te onderzoeken.
Het avondmaalformulier geeft daarbij een drieslag,
precies de drieslag die ook in de catechismus wordt genoemd:
je onderzoekt jezelf op het besef van zonde,
op het geloof in verlossing, en het verlangen voor God te leven.
Het zijn vragen die je, als het goed is, bij Jezus brengen.
Maar ze kunnen ook een eigen leven gaan leiden: een ‘Jezus-plus’-geloof.
Alsof je in Jezus moet geloven, plus dat je moet beseffen hoe slecht je bent.
Of in Jezus geloven, plus je aan de regels houden.
Dan brengt het je niet meer bij God, maar werpt het je op jezelf terug.

Ik kwam een mooie uitspraak van Calvijn tegen:
‘waardigheid heb je niet vóór de deelname, maar ontvang je tijdens het avondmaal.’
Je hoeft niet aan allerlei voorwaarden te voldoen!
Of durven we niet te geloven dat het zo simpel is?

Praktijk: kinderen
dia 18 – praktijk: kinderen
Het volgende punt: de plaats van kinderen.
Daar hangt wel eens een sfeer omheen van:
als kinderen aan het avondmaal worden toegelaten, is de kerk de weg kwijt.
Aan de andere kant wordt het gesprek erover steeds meer gevoerd.
De vraag past helemaal bij het onderwerp van vandaag:
als avondmaal niet het demonstreren van je geloof is, maar Christus ontvangen,
als je niet aan allerlei voorwaarden hoeft te voldoen,
waarom kunnen kinderen het avondmaal dan niet vieren?

Ik wil jullie, alweer, meenemen in de geschiedenis.
Daar mag je je eigen conclusie dan aan verbinden.
Wat ik in ieder geval wil laten zien, is dat de vraag naar kinderen aan het avondmaal
niet een typische nieuwerwetse frats is.
Toen ik dat ontdekte, was dat voor mij echt een verrassing:
het is al heel oud thema!

dia 19 – tabel: bijbel
In de bijbel staat nergens expliciet wat de plaats van kinderen bij het avondmaal is:
niet dat kinderen meedoen, ook niet dat ze niet meedoen.
Net als bij de doop dus.
Natuurlijk kun je op grond van de bijbel er wel iets over vinden,
maar de bijbel geeft geen rechtstreeks antwoord.

dia 20 – 200-1200
Dan begint de kerkgeschiedenis.
Met een grote verrassing: in de eerste eeuwen van de kerk
was het vanzelfsprekend dat de kinderen meededen met het avondmaal!
Vanaf dat ze gedoopt waren, waren ze welkom.
Dus vierden baby’s het avondmaal mee!
Jezus zegt toch dat je moet geloven als een kind?
Dan horen kinderen er bij het avondmaal helemaal bij!

dia 21 – 1200-1550
In deze situatie komt pas verandering vanaf ongeveer 1200.
De kerk heeft een grote scheuring meegemaakt:
de Oosters-orthodoxe en Rooms-katholieke kerk zijn uit elkaar.
De Oosters-orthodoxen zijn tot en met vandaag doorgegaan met de oude praktijk:
gedoopte baby’s doen er mee bij het avondmaal.
In de katholieke kerk werd het anders.
Daar werden brood en wijn steeds meer vereerd.
Het werd zo heilig, dat er een leeftijd wordt ingesteld: de jaren des onderscheids.
Rond 7 jaar gingen kinderen aan hun eerste communie.

dia 22 – 1550-1800
Luther en Calvijn braken in veel dingen met de katholieke visie,
maar de leeftijd hielden ze ongeveer gelijk.
Bij Luther deden kinderen belijdenis als ze 7 waren,
bij Calvijn als ze 10 waren.
De gereformeerde synode van Dordrecht in 1578
beklaagt zich erover dat er jongeren zijn van 15 jaar
die nog steeds niet het avondmaal vieren…

dia 23 – 1800-heden
Pas later werd dat gewoon.
Vooral de afgelopen 200 jaar: jongeren doen steeds later belijdenis.
Het argument dat daar vooral bij gegeven wordt
is dat er rondom het avondmaal allerlei dingen gedaan worden:
gedenken, verkondigen, toetsen, enzovoort,
en dat je daarvoor goed moet weten wat je doet.

Zelf vind ik dat niet zo overtuigend: ik denk dat we kinderen hiermee tekort doen.
Al vind ik het al geweldig dat kinderen tegenwoordig mee lopen en een zegen krijgen.
Ik denk dat het goed is er weer een thema van te maken:
mogen kinderen zodra ze gedoopt zijn het avondmaal vieren,
op het geloof van hun ouders – net als bij de doop?
Of kunnen kinderen van, zeg, 8 jaar, een soort simpele belijdenis doen,
waarna ze aan het avondmaal mogen, zonder dat ze direct lid in volle rechten en plichten zijn?

Praktijk: buitenstaanders
dia 24 – geen hoge drempel opwerpen
Het laatste praktische punt: hoe ga je om met buitenstaanders?
Wat als je zonder christelijk geloof bent opgegroeid,
ermee in aanraking bent gekomen,
en het avondmaal graag mee zou willen vieren?
Er zijn kerken waar dat als eerste stap wordt gezien van belijdenis doen:
als je aan het avondmaal meedoet, zeg je dat je erbij wilt horen.
Maar dan wordt avondmaal dus wel weer dat demonsteren.
In de vroege kerk werden buitenstaanders weggestuurd als het avondmaal werd gevierd.
Dat is weer een heel ander uiterste!
Zelf houd ik dan toch liever vast aan de volgorde:
eerst belijdenis doen en gedoopt worden, dan het avondmaal vieren.
Het avondmaal is voor wie met Christus wil leven.
Als je dat wilt, waarom zou je daar dan geen belijdenis van doen?
Dan is het wel belangrijk dat we daar als kerk niet allerlei drempels voor opwerpen!

De blik op Christus
dia 25 – de blik op Christus!
Genoeg om over na te denken!
Houdt in ieder geval dit vast:
het avondmaal is niet een maaltijd waar we ons persoonlijke geloof demonstreren,
het is een maaltijd waar we als gemeenschap de aanwezigheid van Christus ontvangen.
Avondmaal is wegkijken van onszelf, de blik op Christus.
Avondmaal is pure genade.
Dat hebben we nodig, steeds weer.
Nee, het avondmaal is geen wondermiddel,
waardoor geloven opeens vanzelf gaat en de gemeente gaat bloeien.
Maar onderschat de kracht van het avondmaal niet:
het kan in onszelf en in de gemeente iets in beweging zetten.
Ons dichter bij Christus brengen, en bij elkaar.
Amen.




Leerdienst | Avondmaal: het (L/l)even vieren

Kun je het avondmaal vergelijken met 4 mei of met 5 mei? Is het een sombere maaltijd, of juist een feestmaaltijd? Een sleutelwoord is ‘gedenken’: we worden er zelf bij gehaald. We vieren dat Christus ons verleden, heden en toekomst is! In een doodse wereld vieren we het leven.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 502
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 121 : 1, 8 en 9
Gebed
Lezen: Exodus 13 : 3 – 10
Lezen: 1 Korintiërs 10 : 16 – 17 en 11 : 23 – 26
Lezen: HC Zondag 28 v/a 75
Zingen: GKB Psalm 116 : 7, 8 en 10
Preek
Zingen: GKB Gezang 179a (geloofsbelijdenis, beurtzang)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Psalm 118 : 6, 8 en 9 (GKB=LvK)
Zegen

Avondmaal: het (L/l)even vieren

Introductie
Vorige week begonnen we een spannende ontdekkingsreis
in de wereld van het avondmaal.
Ja, ik blijf het maar even zo noemen: een spannende ontdekkingsreis.
Vorige week ging het over het belang van het avondmaal:
wat zouden we missen als we het niet meer zouden vieren?
We kwamen uit bij dat Christus niet alleen in woorden met ons omgaat,
maar ook in de ervaring van het avondmaal.

Ik wilde jullie graag prikkelen, uitdagen en laten delen
in mijn nieuw ontdekte enthousiasme voor het avondmaal:
het is zó mooi dat ik het elke week zou willen vieren!
Maar er zijn nog wel wat open eindjes.
Geeft niets, daarom nemen we ook 3 diensten de tijd.
Eén van die open eindjes is of avondmaal wel zo’n feest is.
Daar gaan we vandaag mee bezig: de inhoud van het avondmaal.
Waar gaat het eigenlijk over, hoe beleef je het?

Laten we de bijbel en belijdenis er eerst op naslaan.
Eerst Exodus 13:3–10, over de instelling van het Pesachmaal,
de voorloper van het avondmaal.
Dan uit 1 Korintiërs, 10:15-16 en 11:23-26.
Ten slotte de catechismus, Zondag 28 vraag en antwoord 75.

Inleiding
dia 1 – vraag: waar past het avondmaal beter, op Goede Vrijdag of op Pasen?
Net als vorige week, begin ik met een vraag aan jullie:
wanneer past het beter om het avondmaal te vieren,
op Goede Vrijdag of op Paaszondag?
Witte Donderdag laten we voor het gemak even buiten beschouwing.
Goede Vrijdag of Pasen, waar past het avondmaal beter?
Allebei kan ook, maar waarschijnlijk heb je wel een voorkeur.
Denk er even over na, overleg met elkaar,
en dan gaan we zo kijken wat eruit komt.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien niet zo’n spannende vraag:
Goede Vrijdag of Pasen.
Wanneer je het avondmaal viert, is ook maar een vorm.
Maar wel een vorm waar iets achter zit.
Je voorkeur voor één van beide
kan heel goed iets zeggen over hoe je het avondmaal beleeft.
Bij Goede Vrijdag past stilstaan bij het lijden en sterven van Jezus
met daarbij ook het besef van onze zonden.
Met Pasen krijg je een andere beleving:
het avondmaal als maaltijd om je verlossing te vieren.

dia 2 – 4 mei
Je zou het kunnen vergelijken met 4 en 5 mei.
Op beide dagen staan we stil bij de bevrijding van Nederland,
maar beide dagen hebben ook een heel eigen beleving.
4 Mei is plechtig en ingetogen.
Met een kranslegging, toespraken en 2 minuten stilte.
Het hele land ligt even stil.
Ter nagedachtenis aan hen die gesneuveld zijn in de strijd voor vrijheid.
Het is een echte herdenkingsbijeenkomst, een moment van bezinning.
Op 4 mei gaat het om de prijs van vrijheid.

dia 3 – 5 mei
5 Mei is totaal anders.
Dan vieren we dat we vrij zijn, en dan mag het ook echt feest zijn.
Met bevrijdingsfestivals, optochten, rommelmarkten, de vlag in de top.
De ingetogen sfeer van 4 mei
maakt plaats voor een uitbundig feest van de vrijheid.
Nu gaat het niet om de prijs, maar om het resultaat.

dia 4 – Avondmaal: het (L/l)even vieren
Moet je avondmaal nu vergelijken met 4 mei of met 5 mei?
Gaat het om de prijs, Goede Vrijdag, of het resultaat, Pasen?
In de OnderWeg, een kerkelijk opinieblad, las ik dit over een gemeente:
‘tot vorig jaar vierden we in onze gemeente in de dienst op Goede Vrijdag het avondmaal.
Dit jaar is voor de paasmorgen gekozen,
omdat het brood en de wijn ons verbinden met de opgestane Heer.
En iedereen die persoonlijk aan hem verbonden is,
heeft hij aan elkaar verbonden om samen te leven in de christelijke gemeente.’
Daarmee hebben we de kern van vandaag ook wel ongeveer te pakken.
Met avondmaal vieren we het leven,
het Leven met een hoofdletter en het leven met een kleine letter.
Waar ik jullie graag op ontdekkingsreis in mee wil nemen
is dat het avondmaal een feestelijke maaltijd is,
die met Goede Vrijdag gevierd kan worden, maar zeker óók met Pasen.

Gedenken: wat is dat?
dia 5 – gedenken: wat is dat?
Jezus zegt: ‘doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
Gedenken: dat is een belangrijk woord voor dit onderwerp.
Wat is gedenken?

dia 6 – herdenken: herinnering aan de prijs
Voordat ik aan de diensten over het avondmaal begon,
heb ik jullie via het kerkblad en facebook gevraagd mee te denken.
Iemand stelde de vraag: vieren we het avondmaal niet te somber?
Dat herken ik.
We zeggen altijd wel dat we het avondmaal vieren,
misschien beleef je het van binnen ook wel als een feest,
maar van buiten ziet het er niet heel feestelijk uit.
We kijken strak voor ons uit, misschien in gedachten verzonken,
en op de begeleidende orgelmuziek na is het stil.
Jongeren merken dat ook op: dat het er somber aan toegaat.
Het wekt meestal niet het verlangen zelf ook mee te doen.
Ik geef nu een paar jaar belijdeniscatechisatie,
maar op de vraag waarom je belijdenis zou willen doen,
hoor ik niet vaak het avondmaal als antwoord.

Misschien klopt die waarneming wel:
beleven we het avondmaal niet als feest.
Dat heeft alles te maken met hoe we ‘gedenken’ opvatten.
Van ‘gedenken’ maken we namelijk heel snel ‘herdenken’.
Daarmee kom je in die 4-mei-sfeer, die inderdaad niet feestelijk is.
Avondmaal is dan terugdenken aan wat er op Goede Vrijdag gebeurde,
het wordt volledig aan het lijden van Jezus verbonden.
We worden herinnerd aan wat Jezus voor ons gedaan heeft,
aan zijn lijden en sterven, de hoge prijs voor onze zonden.
Jezus is voor mijn zonden gestorven,
dat is wat je aan het avondmaal herdenkt, waar je over nadenkt,
en dat is natuurlijk niet feestelijk!
Ik las ergens: ‘we lopen het gevaar Jezus’ dood los van zijn opstanding te zien,
dan krijgen we een beklemmende maaltijd die ons op onszelf terugwerpt.’

In de bijbel krijg je dat beeld niet.
Daar zie je geen sombere avondmaalsbeleving.
Ook het besef van zonde
speelt in de avondmaalsvieringen in de bijbel nauwelijks een rol.
Het wordt gevierd, zie Handelingen 2, in een geest van eenvoud en vreugde.
Het avondmaal is er niet om ons een schuldgevoel aan te praten:
het is een maaltijd van hoop en vreugde!

dia 7 – gedenken: je doet mee in het resultaat
Gedenken is echt iets anders dan herdenken.
Dat zie je bijvoorbeeld in Exodus 13.
De Israëlieten zijn jarenlang slaven geweest in Egypte, maar God heeft hen bevrijd.
Die bevrijding moeten ze elk jaar vieren.
God geeft Mozes aanwijzingen om dat te blijven doen,
ook als de Israëlieten in het beloofde land zijn aangekomen.
Dan gaat het dus om een heel nieuwe generatie.
De Israëlieten die de bevrijding uit Egypte zelf niet hebben meegemaakt,
vieren het feest van het ongedesemde brood,
en leggen dat aan hun kinderen zo uit, vers 8:
‘zo gedenk ik wat de Heer voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.’
Huh?! Hoezo ‘toen ik wegtrok uit Egypte?’
Dat hadden ze toch niet zelf meegemaakt?
Maar dát is dus precies wat gedenken is:
je maakt het je eigen, je bent even bij die uittocht uit Egypte.

Bij het avondmaal komt dat gedenken terug:
we eten het brood en drinken de wijn tot Christus’ gedachtenis.
Bij het avondmaal denk je niet terug aan iets van vroeger,
je wordt erbij gehaald: verleden, heden en toekomst schuiven in elkaar.
Je maakt je Jezus Christus eigen, het wordt persoonlijk, het gaat om jouw bevrijding.
En dat gedenken is dan niet iets wat zich allemaal in je gedachten moet afspelen:
het brood eten en de wijn drinken is al gedenken,
waar we niet alleen in gedachten maar ook in werkelijkheid aan Christus worden verbonden.
Gedenken is dat jij meedoet, dat jij erbij bent!

Het (L/l)even vieren
dia 8 – het (L/l)even vieren
De volgende vraag is dan natuurlijk: waar ben je bij?
Wát gedenken we dan met het avondmaal?
Samengevat zou ik het zo zeggen: we vieren het leven.
Het leven dat Christus geeft, en Christus die het leven is.
Paulus zegt dat we één worden gemaakt met Christus’ lichaam en bloed:
wij krijgen deel aan hem.
We gedenken en vieren dat we het niet van onszelf verwachten,
maar van Christus die alles voor ons gedaan heeft.

dia 9 – Christus gedenken: die was – God heeft mij bevrijd
Daar zitten verschillende kanten aan.
Ik verdeel het vanmiddag in drieën:
we gedenken Christus, die was, die is en die komen zal.
Eerst Christus die was.
Met het avondmaal worden we meegenomen in wat Jezus voor ons gedaan heeft.
We zitten als het ware met Jezus’ leerlingen aan tafel
als Jezus het avondmaal instelt.
We worden meegenomen naar het kruis, waar Jezus zijn lichaam en bloed geeft.
We horen zijn stem: ‘het is volbracht’.
We beseffen, zoals de catechismus zegt, ‘het is voor mij’.
Jezus geeft zichzelf, om vrede te sluiten tussen God en ons,
om ons vrij te maken van de macht van het kwaad.
Aan het avondmaal zien we de prijs,
is er het verdriet dat Jezus zo moest sterven,
maar is het niet de bedoeling dat we bij dat verdriet blijven hangen.
Jezus heeft zijn leven niet gegeven om ons aan te klagen,
maar om ons de vrijheid te brengen.
We gedenken Christus die was: God heeft mij bevrijd.

dia 10 – die is – we zijn één met Christus
Aan het avondmaal gedenken we ook wie Christus ís.
We mogen de eenheid met Christus vieren: hij is onze Heer, wij zijn van hem!
Ook de catechismus kijkt verder dan alleen het lijden en sterven van Jezus:
‘ hij voedt en verkwikt mijn ziel’ – dat is wat hij vandaag doet!
We zijn verbonden met de levende Christus:
met hem opgestaan in een nieuw leven.

Over de beker zegt Jezus:
‘deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.’
Het avondmaal is een verbondsmaaltijd,
een maaltijd die een dikke streep zet onder de relatie tussen God en ons.
Samen eten is samen leven.
Als in onze tijd belangrijke afspraken worden gemaakt,
dan gaat dat met een handtekening, en is er daarna een maaltijd.
Met verdragen tussen landen, maar ook bij een huwelijk.
In de tijd van de bijbel ging dat anders: de maaltijd wás de handtekening.
Ik werd deze week gewezen op Genesis 14,
de geschiedenis van Abram en Melchisedek.
Abram en Melchisedek worden bondgenoten,
en dan laat Melchisedek brood en wijn brengen.
Als later God een verbond met Israël sluit,
wordt dat ook met een maaltijd bekrachtigd.
In Exodus 24:11 staat dat de leiders van de Israëlieten God zagen, aten en dronken.
Zo is het avondmaal de maaltijd van het nieuwe verbond,
elk avondmaal weer wordt daar een dikke streep onder gezet.
We gedenken Christus die is: we zijn één met Christus!

dia 11 – die komen zal – we leven al een beetje in de toekomst
Dan Christus die komen zal.
Gedenken is niet alleen achteruit kijken, ook vooruit.
Het avondmaal is een maaltijd voor onderweg, zoals Paulus zegt: ‘totdat hij komt’.
We zijn onderweg naar de bruiloft van het Lam.
Maar wat lijkt dat ver weg, iets voor een verre toekomst!
Met die toekomst ben ik vaak helemaal niet zo bezig,
alsof het leven hier en nu alles is.
Aan het avondmaal worden bij onze hoop bepaald.
Het avondmaal is er een voorproefje van.
Vergelijk het maar met een aperitiefje voor een maaltijd:
je wordt alvast warm gemaakt voor het diner.
Zo wekt het avondmaal ons verlangen naar Gods koninkrijk.
Het helpt ons om anders naar de wereld te kijken,
om te beseffen dat Jezus Christus Heer is.
Dat is hij vandaag al, zijn koninkrijk is onder ons, en tegelijk moet het nog komen.
Midden in die spanning,
in het leven, met alle twijfel, moeite en verdriet, kijken we vooruit.
We gedenken Christus: we leven al een beetje in de toekomst.

Praktijk: mee met kerkelijk jaar
dia 12 – praktijk: mee met kerkelijk jaar
Wat ik met dit hele verhaal wil aangeven,
is dat het avondmaal heel veel verschillende kanten heeft.
Maar elke kant is uiteindelijk een feest: we vieren het leven.
Vorige week had ik het over een wekelijks avondmaal.
Daar moet je dit verhaal wel in meenemen:
als avondmaal herdenken is, dan is elke week veel te vaak!
Dat wordt te zwaar, dat kun je niet meer meemaken.
Maar als avondmaal gedenken is, we het leven vieren,
dan wordt het een ander verhaal!
Natuurlijk kun je niet al die verschillende kanten elke viering meemaken.
Maar dan kun je bijvoorbeeld met het kerkelijk jaar meegaan:
in de lijdenstijd focus je meer op het lijden van Jezus, waarmee hij ons vrij maakt,
op Goede Vrijdag met een sfeer van verstilling en bezinning, dan mag het 4 mei zijn,
met Pasen en daarna juist uitbundig, met de focus op de Levende,
en in de adventstijd focus je op het verlangen naar de wederkomst.

Eén met elkaar
dia 13 – Christus is niet los verkrijgbaar
Als we het leven vieren, dan hoort daar nog iets bij:
je kunt het niet alleen vieren, het is altijd met elkaar!
Paulus zegt: ‘omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam.’
Als we aan het avondmaal één worden gemaakt met Christus,
dan ook met elkaar: Christus is niet los verkrijgbaar!
Paulus gebruikt het woord ‘lichaam’ op verschillende manieren:
aan de ene kant heeft hij het over het lichaam van Christus, wie Christus is,
aan de andere kant gebruikt hij dat woord ook voor de gemeente van Christus.
Deel hebben aan Christus en deel hebben aan de gemeente:
het loopt bij Paulus door elkaar heen.

dia 14 – in de gemeenschap begint het nieuwe leven
Het avondmaal vier je niet alleen.
Het is een maaltijd samen met je broers en zussen in Christus.
Aan de maaltijd worden we aan elkaar gegeven.
In Korinte is dat zelfs de grote vraag: of ze dat wel willen.
De rijke gemeenteleden hebben het goed met elkaar,
en houden de minder goed bedeelde gemeenteleden op afstand.
Paulus zegt dan: je maakt je schuldig tegenover het lichaam van Christus!
En dan komt hij met het eerst jezelf toetsen,
wat dus vooral om die vraag gaat: willen we samen één zijn?
Als dat zo is, als we een gemeenschap zijn, elkaar liefhebben,
dan wordt het leven dat we vieren, het nieuwe leven, het leven van het koninkrijk,
al een stukje werkelijkheid!

Juist als we het avondmaal niet alleen aan Goede Vrijdag verbinden,
is er ook ruimte om elkaar te zien staan.
Bij het herdenken is het toch vaak ieder voor zich met zijn eigen gedachten,
net zoals je op 4 mei elkaar misschien nog met een knikje begroet,
maar geen uitgebreid gesprek begint.
Maar als we het leven vieren, dan zijn we niet alleen met onze gedachten,
dan komen we elkaar tegen!

Praktijk: eenheid benadrukken
dia 15 – praktijk: eenheid benadrukken
Tijd voor wat praktijk.
Avondmaal kun je op allerlei manieren vieren,
en er zijn ook vormen die de eenheid extra benadrukken,
en het direct wat feestelijker maken.
Overigens blijft het avondmaal ook altijd iets eenvoudigs houden,
al was het maar omdat het met brood en wijn is, niet met gebak en champagne.
Hoe je het ook viert, het avondmaal blijft een heilig moment.
Ik noem maar gewoon wat vormen die er bij passen.

dia 16 – collecte
Wat we al hebben, dat is de avondmaalscollecte.
De gedachte daarachter is dat als we aan elkaar gegeven zijn,
dat we dan ook voor elkaar zorgen.
Het is dus niet zomaar een gegroeid ritueeltje om de begroting op orde te houden!
Het gaat erom dat niemand tekort komt, en dat dat onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is!
Trouwens, die verantwoordelijkheid kun je natuurlijk niet afkopen met een collecte:
het avondmaal vraagt ons onze verantwoordelijkheid te nemen.

dia 17 – handdruk
Iets anders: in sommige kerken is het de gewoonte
elkaar bij het avondmaal de vrede van Christus toe te wensen.
De CGK had die gewoonte, de GKv niet,
maar als je elkaar de hand drukt en vrede toewenst,
dan ben je je er al veel meer van bewust dat we het avondmaal samen vieren.
Bovendien gaat er ook wat spanning vanaf.
Begroeten met de heilige kus, zoals Paulus ergens schrijft,
zou ook mogen, maar geeft denk ik weer nieuwe spanning…

dia 18 – brood
Dan het brood.
Als we avondmaal vieren zeg ik het regelmatig:
‘omdat het één brood is…’
Ondertussen ligt er niet een brood, maar repen en stukjes brood.
Dat kan ook anders: we hoeven het avondmaal niet met Casino-wit zonder korst te vieren!
Je kunt ook een homp brood gebruiken, waar de stukken worden afgescheurd.
En de wijn, dat mag ook druivensap zijn: dat is een kwestie van rekening houden met elkaar.

dia 19 – maaltijd
Als je samen eet, geeft dat verbondenheid.
Oorspronkelijk was het avondmaal deel van een maaltijd.
Tijdens een gezamenlijke maaltijd was er een moment
waarop het brood werd gebroken en de wijn geschonken.
Bij ons is het meer een ritueel in een kerkdienst geworden,
maar dat zou ook best anders kunnen.
Door bijvoorbeeld na een avondmaalsdienst een gezamenlijke maaltijd te organiseren.
Of, nog een stapje verder, door het avondmaal in de kring te vieren.
Dan moet je wel goed nadenken hoe je dat gaat doen,
ook over wat de plek van ambtsdragers is,
maar principieel is er niet zoveel tegen.
Avondmaal met je vrienden of familie is wat mij betreft een ander verhaal:
dan ga je zelf kiezen met wie je het wilt vieren,
terwijl we in de kerk juist aan elkaar gegeven zijn.

Hoopvol contrast
dia 11 – Avondmaal: een hoopvol contrast
Waar het om gaat: het avondmaal is vol hoop – Christus is ons leven@
En dan is het ook een statement, een contrast met de wereld.
Daar wil ik mee afsluiten.

Ik heb zelf in verschillende kerken avondmaal gevierd,
maar de meeste indruk maakte een viering in Straatsburg, Frankrijk.
We waren daar met een groep theologiestudenten,
en op zondag gingen we naar de kerk, een kerk door Johannes Calvijn gesticht.
We kwamen erachter dat het avondmaal werd gevierd,
en vroegen of we mee mochten doen.
Ze begrepen de vraag niet eens: natuurlijk mocht dat.
We gingen in een grote kring staan, langs de buitenrand van de kerkzaal.
We keken elkaar in de ogen, gaven elkaar een hand
en baden hardop het ‘notre pêre’.
Er ging een homp brood rond.
We braken er een stuk vanaf, niet om zelf te eten,
maar om uit te delen aan degene naast je.
Hier gebeurde iets.
Natuurlijk, in het buitenland ben je extra gevoelig voor dit soort dingen, maar toch!
Ik werd getroffen door het diepe en feestelijke besef
dat wij ergens anders voor leven.
Juist in Frankrijk is de kerk ver in de marge gedrukt, nog meer dan in Nederland.
Daar stonden we, in de kring, vonden elkaar in Christus.

Het avondmaal is een statement.
Paulus heeft het over verkondigen.
Aan het avondmaal vieren we de eenheid met Christus en elkaar,
tegenover een wereld vol machten die ons willen beheersen.
We vieren het avondmaal, we gedenken Christus, tegen de stroom in:
we verwachten het van hem, we hebben oog voor zijn werkelijkheid,
en kijken daarom anders naar de wereld.
Wij leven van de hoop, dat houdt ons op de been!
Zo mogen we avondmaal vieren:
als de hoopvolle maaltijd van een gemeenschap
die midden in een doodse wereld het leven heeft gevonden.
Amen.




Leerdienst | Avondmaal: Christus ervaren

Waarom vieren we eigenlijk avondmaal? Wat zouden we missen als we ermee zouden stoppen? In Handelingen 2 blijkt dat het avondmaal geen extraatje is, maar ook niet extra bijzonder. Met praktische uitstapjes naar het gebruik van formulieren en hoe vaak we het avondmaal vieren.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 42 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 34 : 1 en 3
Gebed
Introductie serie
Lezen: Handelingen 2 : 37 – 47
Lezen: HC Zondag 28 v/a 76
Lezen: fragment NGB Artikel 35 (‘nu is het’ t/m ‘niet te begrijpen’)
Zingen: LvK Psalm 25 : 6 en 7
Preek
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela) : 1, 2, R, 3, 6 en R
Gebed
Mededelingen
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 161 : 2, 3 en 4
Zegen

Avondmaal: Christus ervaren

Introductie serie
Vanmiddag beginnen we met een spannende ontdekkingsreis.
Ik zou ook kunnen zeggen:
we beginnen met een serie van drie leerdiensten over het avondmaal.
Maar dan klinkt het zo saai.
Het avondmaal, is daar niet veel te veel over gezegd?
Wat een theologische discussies zijn er over het avondmaal geweest!
Avondmaal, moet je dat niet gewoon doen?
Ik kan me voorstellen dat je dan niet direct denkt aan een spannende ontdekkingsreis.

Toch noem ik het zo.
Een ontdekkingsreis: dat is het in ieder geval voor mijzelf.
Want het avondmaal brengt ons bij de kern!
Over het avondmaal spreken we volgens mij niet zoveel met elkaar,
en als we het al doen, gaat het om allerlei problemen rondom het avondmaal.
Ik hoop dat ik jullie mee kan nemen op een ontdekkingsreis.
Want met het avondmaal heeft God ons iets geweldigs gegeven.

Het is ook spannend.
Ik zelf vínd het ook spannend om over het avondmaal te spreken.
Want wat een meningsverschillen zijn er rondom het avondmaal!
En dan bedoel ik niet de meningsverschillen in de tijd van de Reformatie,
maar gewoon verschillen binnen onze gemeente.
We beleven het avondmaal heel verschillend,
en dan is het wel zo veilig er maar niet over te praten.
Maar veilig is niet altijd goed!

Het betekent wel dat we het niet altijd eens zullen zijn.
Dat zeg ik maar bij voorbaat.
Voel je vrij het niet met mij eens te zijn!
Ik wil niet dat iedereen na afloop van die spannende ontdekkingsreis
er net zo over denkt als ik.
Wel hoop ik van harte dat deze diensten je helpen
om zelf over het avondmaal na te denken
en vooral om met elkaar in gesprek te blijven!

Rondom het avondmaal spelen praktische vragen,
maar er zijn ook diepere achtergronden.
Bij die laatste wil ik beginnen.
Vandaag over de vraag wat de toegevoegde waarde van het avondmaal is.
Ik hoop dat we elkaar op dat niveau kunnen vinden.
Van daaruit maak ik ook praktische uitstapjes,
vandaag naar het gebruik van formulieren en hoe vaak we avondmaal vieren,
maar laat daar vooral ruimte zijn voor gesprek.
Ik zal niet verstoppen hoe ik denk en waarom,
maar besef dat mijn woord niet het laatste is.

Genoeg vooraf: laten we de bijbel en de belijdenissen eens induiken.
Eerst Handelingen 2:37-37,
dan vraag en antwoord 76 uit de Catechismus
en ten slotte en fragment uit artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Inleiding
dia 1 – vraag: wat raken we kwijt als we het avondmaal niet meer zouden vieren?
Met enige regelmaat vieren we het avondmaal.
Wat zou er gebeuren als we daar mee stoppen?
Ik wil jullie vragen daar zelf even over na te denken:
wat raken we kwijt als we het avondmaal niet meer zouden vieren?
Denk er even over na, voor jezelf, met je buurman of buurvrouw,
en dan geef ik zo gelegenheid wat van die antwoorden te delen.

dia 2 – skype
Wat raak je kwijt als je geen avondmaal viert?
Je kunt het vergelijken met een relatie op afstand.
Jij bent gewoon in Nederland,
maar je man of vrouw, vriend of vriendin, broer of zus
is voor langere tijd in het buitenland.
Je kunt er niet zomaar even naartoe.
Gelukkig kun je met hulp van de techniek wel contact houden.
Een telefoonverbinding is overal beschikbaar, en vaak ook internet.
Via Skype kun je hele gesprekken voeren en elkaar zien.
Maar er mist natuurlijk wel iets:
via zo’n webcam blijft het elkaar vreemd aankijken,
en elkaar aanraken behoort al helemaal niet tot de mogelijkheden.

dia 3 – avondmaal: Christus ervaren
Geloven zonder het avondmaal te vieren is een beetje zoals zo’n Skype-relatie.
Dat is al heel wat: je kunt in gesprek zijn met God!
Je luistert naar wat hij jou zegt en deelt met hem het diepste wat in je hart leeft.
Maar er mist wel iets: dat je niet alleen hoort maar ook ervaart dat God er is.
Dat je ook lichamelijk met hem omgaat.
De waarde van het avondmaal,
en dat is ook de centrale boodschap vanmiddag,
is dat je er Christus mag ervaren.

Verlangen naar ervaring
dia 4 – verlangen naar ervaring
Met het avondmaal hebben we echt iets bijzonders in handen!
We leven in een ervaringscultuur,
we verlangen naar ervaringen, belevenissen, en ook rituelen.
Het avondmaal sluit prachtig bij die behoefte aan.

dia 5 – van de ene ervaring naar de andere (vliegtuig)
In onze wereld valt heel wat te beleven.
Vroeger was het al een hele onderneming
om op vakantie te gaan naar Ameland.
Nu is Ameland steeds een populaire bestemming,
ook voor dagjesmensen om te fietsen,
maar zo bijzonder als vroeger, is het niet meer.
Nu valt er zo ontzettend veel te beleven,
en is het ook voor iedereen toegankelijk.
Voor een zonvakantie in Griekenland hoef je echt geen miljonair te zijn!
Elke vakantie willen we weer nieuwe dingen ontdekken, nieuwe dingen beleven.
We rollen van de ene ervaring in de andere.

In zo’n wereld passen ook rituelen goed.
Rituelen gaan verder dan woorden, je moet ze meemaken.
Neem bijvoorbeeld de duizenden mensen langs de snelweg
om de laatste eer te bewijzen aan de slachtoffers van de vliegramp in Oekraïne.
Of iets heel anders: een bruiloftsfeest.
De meeste mensen kiezen ervoor eerst te gaan samenwonen,
maar uiteindelijk trouwen best veel mensen.
De reden?
De behoefte aan een bijzondere dag, een dag vol rituelen en belevenissen.

dia 6 – verlangen God te ervaren
In de kerk is het niet anders.
Ook wij zoeken beleving.
We willen niet alleen over God horen, we willen God ervaren!
Een verlangen dat overigens ook in de bijbel onder woorden wordt gebracht.
Maar in de kerk zijn we dat aspect van belevenissen wel wat kwijt geraakt.
Katholieken hebben tenminste nog het carnaval, wat echt een belevenis is,
maar dan ook het askruisje en de vastentijd.
Juist dat laatste spreekt ook steeds meer protestantse christenen aan.
Maar de omgang met God is in de kerk vaak vooral een omgang met woorden.
We spreken gebeden uit, we lezen de bijbel,
we luisteren naar een preek, we zingen: het zijn allemaal woorden.

dia 7 – Joods feest
Ik snap heel goed dat christenen verlangen naar meer beleving,
en het op allerlei manieren zoeken.
Bijvoorbeeld gedoopt te worden door onderdompeling,
terwijl je als kind ook gedoopt bent.
Het is een verlangen naar Gods tastbare aanraking.
Ik denk niet dat de doop daarvoor bedoeld is,
maar het verlangen erachter snap ik!
Of neem onze feesten.
In de kerk lijken we te denken
dat het al feest is als we een extra kerkdienst houden…
Daar hoefde je bij de Joden echt niet mee aan te komen!
Wat is een feest zonder eten, drinken en muziek?!
In die feesten, bijvoorbeeld het loofhuttenfeest of het pesachfeest,
zat ook weer allerlei prachtige symboliek.
Ik snap dat sommige christenen die feesten willen vieren,
want daar valt een stuk meer te beleven dan in een kerkdienst:
je hele lijf doet mee!

Avondmaal: geen extraatje
dia 8 – avondmaal: geen extraatje
Als we nu eens met dit in het achterhoofd naar het avondmaal gaan kijken.
Laat dan allereerst duidelijk zijn dat het avondmaal geen extraatje is.
Dat we écht iets missen als met het avondmaal zouden stoppen.

dia 9 – vaak wordt avondmaal niet als onmisbaar ervaren
Bij mij is het zo dat als ik erover nadenk,
ik er van overtuigd ben dat het avondmaal belangrijk is,
maar dat het in de praktijk niet eens zo veel verschil maakt.
Een avondmaalsdienst is mooi,
maar voor mijn geloofsleven hoort het niet bij de wezenlijke dingen.
Dat kan natuurlijk mijn zwakte zijn,
maar er is recent ook onderzoek gedaan
naar hoe christenen uit vrijgemaakte kerken het avondmaal beleven,
en daar kwam dat ook uit:
het avondmaal wordt vaak niet als onmisbaar ervaren.

dia 10 – avondmaal hoort bij de ‘basics’ van de kerk
Je kunt het avondmaal als een aardig extraatje ervaren.
Dat stukje uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat we lazen, gaat daar tegenin:
‘het is volstrekt zeker dat Jezus Christus het avondmaal niet voor niets heeft voorgeschreven.’
Avondmaal vieren we niet voor de aardigheid, het is fundamenteel.
Dat lees je ook in Handelingen 2,
over de allereerste kerk in de geschiedenis, die in Jeruzalem.
In vers 42 wordt een soort profielschets gegeven van die kerk.
4 Elementen: onderwijs, gemeenschap, breken van het brood en gebed.
Nu zou je bij dat breken van het brood nog kunnen denken aan samen eten,
maar als je dan doorleest in vers 46, staan ze naast elkaar:
het brood breken en de maaltijden gebruiken.
Het brood breken, daarmee wordt het avondmaal bedoeld.
Die 4 dingen waren wezenlijk voor de kerk in Jeruzalem.
Als ik het naast onze situatie leg:
onderwijs en gebed, de dingen die je met woorden doet,
zijn voor ons gemeentezijn wezenlijk.
Maar die andere 2, de gemeenschap en het avondmaal?
Natuurlijk hoeven we geen kopie te zijn van die kerk in Jeruzalem,
maar het geeft wel te denken dat wat voor hen de basis was,
in onze beleving vaak een extraatje is geworden.

dia 11 – Christus is aanwezig in brood en wijn
Het avondmaal is geen extraatje
omdat God in meer dan woorden met ons om wil gaan.
Het leven met Christus is zoveel meer dan woorden,
zo veel meer dan ons verstand: God wil ons hele wezen aanspreken!
In Johannes 1 staat dat Jezus het vleesgeworden Woord van God is.
Laten we dat Woord niet opsluiten in woorden!
Brood en wijn zijn veel meer dan een plaatje bij het praatje:
ze staan voor de gemeenschap met Christus.

Het avondmaal past geweldig bij dat verlangen naar Gods tastbare aanwezigheid.
In brood en wijn is Christus aanwezig, mag je hem ervaren.
Paulus zegt in 1 Korintiërs 10:
‘maakt de beker waarvoor wij God loven en danken
ons niet één met het bloed van Christus?
Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?’
Aan het avondmaal worden wij één met Christus!
De catechismus zegt dat ook:
‘we worden door de heilige Geest met Christus’ heilig lichaam verenigd.’
Hoe dat precies gebeurt, hoe Jezus Christus in het avondmaal aanwezig is,
dat is een mysterie, een geheimenis.
Weer de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘het gaat ons verstand te boven.’
Daar zijn hele discussies over gevoerd,
ik zal niet zeggen dat die discussies onbelangrijk waren,
maar uiteindelijk is het niet te bevatten.
Maar vast staat dat we in het avondmaal Christus mogen ervaren.
Het is dus geen extraatje.

Praktijk: formulieren
dia 12 – praktijk: formulieren (formulier) – mag het avondmaal een geloofsmysterie zijn?
En dan komen we bij een praktisch punt:
het gebruik van formulieren rond het avondmaal.
Aan het avondmaal mogen we Christus ervaren,
op een andere manier met hem omgaan dan met woorden,
maar dan staan de formulieren vol woorden over het avondmaal…
Kan het zo zijn dat al die woorden rond het avondmaal
de ervaring van eenheid met Christus verdringen?
Is het echt nodig eerst onderwijs over het avondmaal te geven?
Of mogen we het avondmaal ook gewoon beleven,
mag het ons overkomen?

Natuurlijk, in Handelingen 2 wordt zowel onderwijs als het avondmaal genoemd.
Aan onderwijs komen wij niets tekort.
Maar moet er ook bij elke avondmaalsviering onderwijs over het avondmaal zijn?
Of zijn we ook klaar om avondmaal te vieren
als we het onderwijs van het evangelie hebben gehoord?
Iemand vertelde me eens
dat hij na de preek verlangde het avondmaal te vieren,
maar na het formulier was dat verlangen verdwenen…

Die formulieren zijn er natuurlijk niet zomaar.
Ze zijn ontstaan in een tijd dat mensen niets wisten over het avondmaal:
natuurlijk is dan onderwijs nodig!
Bovendien geven die formulieren vastigheid:
de viering van het avondmaal hangt niet af van wat een voorganger te melden heeft.
In onze tijd is originaliteit een doel in zichzelf geworden,
maar vastigheid kan een heel stuk rust geven!

Maar dan nog: laten de woorden nog ruimte voor ervaring?
De formulieren zeggen mij te veel, ook de kortere nieuwe formulieren.
Moet elke avondmaalsviering een afgeronde avondmaalstheologie klinken?
Daar heb ik mijn vraagtekens bij.
Mag het avondmaal nog een geloofsmysterie zijn?
Waar je iets van God ervaart,
zonder dat het in woorden gevat moet worden?

Avondmaal: niet extra bijzonder
dia 13 – avondmaal: niet extra bijzonder
Er is nog een praktische vraag:
als het avondmaal geen extraatje is, waarom vieren we het dan niet vaker?
Maar voor we met die vraag bezig kunnen,
moeten we nog een ander inhoudelijk punt bespreken.
Namelijk dat het avondmaal niet alleen geen extraatje is,
maar ook niet extra bijzonder.

dia 14 – avondmaal werd niet bewaard voor bijzondere gelegenheden
Die sfeer kan wel om het avondmaal ontstaan.
Dat het avondmaal zo bijzonder wordt,
dat het avondmaal niet alleen ervaring toevoegt, maar ook extra heiligheid,
dat we daarom terughoudend zijn met vieren.
Als ik het even heel scherp zeg:
dat we het avondmaal gebruiken als een magisch middel,
waar je voorzichtig moet zijn met de krachten die daarbij loskomen.

In Handelingen 2 merk je niets van zo’n sfeer.
Onderwijs, gemeenschap, brood breken en gebed gaan er samen.
De viering van het avondmaal was niet beladen:
elke dag kwamen ze samen,
braken het brood en gebruikten hun maaltijden,
in een geest van eenvoud en vol vreugde – vers 46.
Net als het onderwijs en de andere dingen
hoorde het avondmaal bij het dagelijks leven van de gemeente.
Het avondmaal werd niet bewaard voor bijzondere gelegenheden.

dia 15 – het avondmaal staat niet boven de woordverkondiging
Voor het gemak beperken we het even tot het onderwijs en het avondmaal:
hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
Als het avondmaal extra bijzonder is,
dan staat het avondmaal boven het onderwijs, wat voor normale gelegenheden is.
Het avondmaal is ook bijzonder, je mag er Christus in ontmoeten,
maar niet extra bijzonder: ook in het onderwijs mag je Christus ontmoeten.
Het avondmaal is een sacrament,
en de catechismus zegt daarover in Zondag 25:
‘de heilige Geest werkt het geloof door de verkondiging van het evangelie
en versterkt het door de sacramenten.’
De verkondiging staat dus voorop!
Het avondmaal kan je nooit tot geloof brengen,
het kan je geloof wel verdiepen.
Daarmee is het avondmaal niet minderwaardig,
maar het is wel iets dat bíj het Woord, bíj het onderwijs komt.
Vergelijk maar weer met die Skype-relatie: zo’n relatie is niet ideaal.
Andersom moet ik ook niet denken aan een relatie
die alleen maar uit aanraken bestaat,
zonder dat er ooit een woord wordt gewisseld.
Wat ik wil zeggen:
maak van het avondmaal niet iets extra bijzonders,
alsof de woordverkondiging niet bijzonder en heilig is.

dia 16 – het avondmaal is heilig, zoals de gemeente heilig is
Een tekst die wel aanleiding geeft voorzichtig te zijn met het avondmaal, is 1 Korintiërs 11.
Paulus zegt daar: ‘Iemand die op onwaardige wijze van het brood eet
en uit de beker van de Heer drinkt,
maakt zich schuldig tegenover het lichaam en bloed van de Heer.’
En even verder: ‘daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen
en zijn al velen onder u gestorven.’
Oeps!
Wat is hier aan de hand?
Paulus schrijft dit met het oog op partijvorming in de gemeente.
De misstanden aan het avondmaal daar,
staan voor het geheel van misstanden in de gemeente.
Maar toch: heftig, die koppeling aan ziekte en dood!
Maar Paulus zegt niet: vier het avondmaal maar niet meer.
Ook niet: wees voorzichtig, vier het spaarzaam.
Paulus zegt: beproef jezelf, eet en drink.
Uit Paulus woorden kun je niet afleiden dat het avondmaal extra bijzonder is.
Wel dat het avondmaal heilig is,
net zoals de lezing uit het Woord heilig is,
en de gemeente heilig is!

Praktisch: hoe vaak avondmaal?
dia 17 – hoe vaak avondmaal?
Terug naar die vraag:
als het avondmaal geen extraatje is, waarom vieren we het dan niet vaker?
Zoals gezegd: het is niet mijn bedoeling dat na deze preek
iedereen er hetzelfde over denkt als ik.
Wat ik wel wil is het gesprek op gang brengen.
Daarom een stelling: (dia 18)
‘het avondmaal is voor een kerkdienst net zo onmisbaar als de zegen’.
Ja, ik wil jullie graag prikkelen.
Wie wil reageren?

dia 19 – vaak avondmaal was lang vanzelfsprekend
Zelf ben ik het grotendeels met de stelling eens,
zeker als het om de morgendienst gaat.
En ik bevind mij in goed gezelschap.
Johannes Calvijn, je zou kunnen zeggen: een van onze kerkvaders, schreef:
‘wat zouden we graag zien
dat de communicatie van het Heilig Avondmaal van Jezus Christus
minstens elke zondag genoten kan worden.’
Een hoge inzet: mínstens elke zondag, het liefst nog vaker!
Het is er niet van gekomen bij Calvijn:
het stadsbestuur zag het niet zitten, en vond 4 keer per jaar genoeg.
Daar komt onze gewoonte dus vandaan!
Niet uit theologische overwegingen, maar de politieke van een stadsbestuur…
Voor de eerste christenen, zie Handelingen 2, was het vanzelfsprekend:
avondmaal is iets voor elke dag!
Het is ook de enige aanwijzing die Jezus zelf voor onze kerkdiensten gegeven heeft:
‘doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’

Als je het avondmaal elke week zou vieren,
dan heeft dat best wat voeten in de aarde.
Wordt de dienst niet te lang?
En als er een keer geen predikant is?
Maar volgens mij zijn dat niet de doorslaggevende dingen.
Interessanter is de vraag of het avondmaal dan geen sleur wordt.
Dat hangt er maar net vanaf hoe je relatie met Christus is!
Vergelijk het maar met een huwelijk: is het sleur om elke dag getrouwd te zijn?
Als de relatie met Christus goed is, wordt het avondmaal nooit sleur.
Wel een middel om aan die relatie te bouwen.
En ja, mensen komen dan niet meer speciaal voor de avondmaalsviering.
Maar waarom zo’n onderscheid maken tussen diensten waarin het Woord wordt geopend,
en bijzondere diensten met avondmaal?

dia 20 – dan wordt avondmaal wezenlijk voor ons gemeentezijn
Als we het avondmaal vaker vieren, dan gaat er meer veranderen.
Dan kun je het avondmaal niet meer als extraatje zien,
maar wordt het een wezenlijk onderdeel van ons gemeentezijn.
Misschien helpt het om alle discussies en rationele vragen even te parkeren,
weg te komen van activisme in de kerk,
steeds weer bij de kern bepaald te worden
en elkaar in de ogen te kijken.
Ik ben heel benieuwd wat er gaat gebeuren
als we het avondmaal veel vaker zouden vieren!

Christus ervaren
dia 21 – in het avondmaal mogen we Christus ervaren! (avondmaal)
Tijd om af te ronden.
We kunnen over van alles van mening verschillen, en dat mag.
Maar ik hoop zo dat we weer gaan verlangen naar het avondmaal.
Als kinderen van onze tijd verlangen we naar beleving,
en bij het avondmaal lijkt het zo vaak dat we het gewoon laten liggen!
Vinden we het dan gek dat geloven theorie blijft
en we het zo moeilijk vinden om elkaar vast te houden?
Juist aan het avondmaal mogen we de aanwezigheid van Christus ervaren!
Worden we boven ons verstand en onze woorden uitgetild,
en krijgen we deel aan Jezus Christus en zijn lichaam: de kerk.
Amen.




HC Zondag 38 – Heb God lief: ga met hem om!

Stilstaan: dat is nog niet zo makkelijk. Ook in onze vrije tijd zijn we vaak druk. God geeft de opdracht om stil te staan bij hem: niet zomaar een vrije dag, maar een dag aan God gewijd. Bij Jezus kun je echte rust vinden.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: DoorSpreken.

Liturgie
Welkom
Zingen: Psalm 36 : 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 462
Gebed
Lezen: Jesaja 58 : 1 – 14 en HC Zondag 38
Zingen: Psalm 92 : 1 en 2
Preek
Zingen: LvK Lied 473 : 1, 4, 5 en 10
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 161 : 1 en 3
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Lied 320 : 1, 3 en 4
Zegen

Heb God lief, ga met hem om!

Inleiding
dia 1 – klok
Elke dag telt 24 uur en die kun je maar één keer besteden.
Dat betekent: keuzes maken!
Soms is het goed om bij die keuzes een handje geholpen te worden…
Zo hadden wij thuis regels over de computers.
Voor schooldingen mocht je hem zo lang gebruiken als maar nodig was,
maar verder zat er een tijdslimiet op:
maximaal een uur per dag voor jezelf achter de computer.

dia 2 – rollercoaster
Ik heb dat altijd een stomme regel gevonden.
In die tijd speelde ik veel het spel ‘Rollercoaster Tycoon’,
en iedereen die dat spel wel eens gespeeld heeft,
weet dat een uur daarvoor lang niet genoeg is.
Je eigen pretpark ontwerpen,
achtbanen en andere attracties bouwen,
zorgen dat je klanten tevreden zijn,
door te zorgen voor korte wachtrijen, voldoende toiletten en prullenbakken,
en dan ook nog winst maken zodat je kunt uitbreiden,
daarvoor is een uur veel te kort.
En ja, je kon het spel wel opslaan waar je gebleven was,
maar het liefst speelde ik het in een keer uit.
Een verslavend spel dus.

Natuurlijk werd dat uur wel eens wat gerekt.
Mijn ouders hielden niet met de minuut bij
hoe lang ik het al achter die computer uithield.
Maar het gebeurde wel met enige regelmaat
dat ik er achter weg werd gestuurd:
‘nu heb je wel lang genoeg achter de computer gezeten.’

dia 3 – zwart
Zoals ik al zei: het was niet mijn favoriete regel.
Toch ben ik er achteraf wel blij mee:
zou die regel er niet zijn geweest,
dan was ik helemaal in die wereld van pretparken bouwen opgegaan.
Zelfs met mijn beperkte computertijd,
viel ik al wel eens in slaap met de gedachte aan een nog mooiere achtbaan…
Ik zou hele avonden nergens anders meer te vinden zijn
dan achter dat beeldscherm.
Geen tijd meer voor andere dingen,
en vooral geen tijd meer voor mijn familie.
Je kunt je tijd maar één keer besteden.

dia 4 – heb God lief: ga met hem om!
Ook het 4e gebod is zo’n regel over tijdsbesteding.
Ik lees het maar even voor uit Exodus 20:
‘houd de sabbat in ere, het is een heilige dag, (…)
een rustdag, die gewijd is aan de Heer, uw God.
Dan mag u niet werken.’
Bij dat gebod om te stoppen staan we vanmiddag stil:
heb God lief: ga met hem om!

1. Stoppen: niet makkelijk
dia 5 – stoppen: niet makkelijk
Een gebod dus over stoppen.
Dat is nog niet zo makkelijk…
We hebben al veel te weinig tijd,
en dan zouden we ook nog tijd moeten verspillen aan stilstaan?!
Wij gaan liever door!

dia 6 – een probleem van alle tijden
Voor een deel heeft dit te maken met de tijdgeest van de 24-uurseconomie.
Toch is dat niet het hele verhaal:
moeilijk kunnen stoppen is niet alleen een probleem van de 21e eeuw.
In Jesaja 58 kom je het net zo goed tegen,
terwijl er toch meer dan 2500 jaar tussen Jesaja 58 en ons zit.
Zo nieuw is het probleem dus niet.

De mensen in Jesaja 58 kunnen hun dagelijkse bezigheden niet zo goed loslaten.
Ze willen best wat extra voor God doen, daar maken ze ook echt werk van,
maar zaken zijn zaken!
Ze drijven handel, ze beleggen vergaderingen,
want de tijd tikt natuurlijk wel gewoon door.
Zelfs tijdens hun dienst aan God kunnen ze hun werk niet loslaten.
Om het even naar vandaag te vertalen:
ze zitten al multitaskend in de kerk,
ze luisteren met één oor naar de preek,
terwijl ze ondertussen hun e-mail afhandelen
en misschien zelfs wel een mooie order binnenslepen.

dia 7 – onze tijd: we hebben het druk (datumprikker)
Het is moeilijk om van het gewone leven los te komen.
Dat is van alle tijden,
maar ik denk dat er in onze tijd in ieder geval twee dingen zijn
die het extra moeilijk maken: we hebben het druk en we hebben onrust in ons.
Eerst dat druk hebben: we hebben geen tijd om stil te staan.
Als je aan iemand vraagt hoe het gaat,
is het antwoord: ‘goed, maar wel druk’.
Zelfs van gepensioneerden hoor ik regelmatig
dat ze zich geen moment vervelen.
Dat heeft onder andere te maken met dat er ook buiten het werk om van alles te doen is.
Een website als datumprikker.nl voorziet in een grote behoefte.
Voor wie het niet kent: als je iets met een groep wilt plannen,
bijvoorbeeld een vergadering, of het vieren van een feestje,
kun je via die website iedereen vragen wanneer die kan.
Wie wel eens met zo’n website heeft gewerkt,
heeft ongetwijfeld gemerkt dat het nog niet zo makkelijk is
een datum te vinden waarop iedereen kan.
We hebben het druk.

dia 8 – we hebben onrust in ons
Bovendien hebben we onrust in ons.
Als we dan eens niets te doen hebben,
weten we niet wat we daarmee aan moeten, zeker de jongere generatie.
We kunnen slecht tegen stilte, tegen nietsdoen.
We zijn overprikkeld, doordat we altijd met de wereld in contact staan,
en hebben een behoorlijk korte spanningsboog.
Ikzelf betrap mij er wel eens op dat ik op zondag mijn werk-e-mail bekijk,
terwijl dat net zo goed tot maandag kan wachten.
We zijn snel verveeld en stilstaan is saai…

Het drukke en onrustige leven is verslavend, net als zo’n computerspel.
Daar kunnen we moeilijk mee stoppen.
Maar tegelijk verlangen we er ook naar:
snakken we ernaar om op adem te komen,
om rust te vinden in een wereld
waar je van de ene naar de andere ervaring wordt geslingerd.

2. Ga met God om
dia 9 – waarom geeft God opdracht om te stoppen?
Stoppen, dat is nog niet zo makkelijk.
Toch geeft God die opdracht in het 4e gebod: sta eens even stil!
En dan is de vraag: waarom?
Je voelt hem waarschijnlijk al aankomen:
daar mogen jullie eerst zelf even over nadenken.
Waarom geeft God opdracht om te stoppen?
Bespreek het even met je buurman of buurvrouw.

dia 10 – goed voor ons en tijd voor God
Op die vraag, waarom God wil dat we stoppen,
zijn twee soorten antwoorden mogelijk:
antwoorden in de richting dat het goed is voor ons,
en antwoorden in de richting dat het voor God zelf is.
Het is niet goed voor jezelf om altijd maar door te gaan,
en als je dat wel doet heb je geen tijd voor God.
Net zoals dat ik maar een uur per dag achter de computer mocht:
dat was beter voor mijzelf, om zo’n spel niet mijn leven te laten zijn,
en het gaf tijd voor andere dingen en mijn familie.
In het 4e gebod zelf zie je dat ook:
het gaat over rusten, maar ook over een dag die aan God gewijd is.

dia 11 – (onderstreping)
Uiteindelijk gaat het om tijd voor God.
Niet voor niets wordt dit gebod ingedeeld bij de geboden over God liefhebben.
Het gaat om het loslaten van je dagelijkse bezigheden
om daarmee ruimte te maken voor God.
De kern van het 4e gebod is: ga met God om.
Daarom zegt de catechismus niets over een dag om uit te rusten
maar gaat het helemaal over hoe je met God omgaat,
op zondag, in de kerkdiensten, en dan ook in je hele leven.

dia 12 – God wil je onverdeelde aandacht
Natuurlijk, je bent niet gemaakt om zeven dagen in de week te werken,
dat is ongezond en houd je niet lang vol.
Je hebt een dag van rust nodig, en de zondag kan zo’n dag zijn.
Maar een normale werkweek in Nederland telt vijf dagen,
dan heb je al twee rustdagen.
Waar het om gaat: hoe vul je die tijd in?
Ook in je vrije tijd kun je door van alles worden opgeslokt
en ben je nog steeds te druk om met God om te gaan.

Je hebt vast wel eens meegemaakt
dat je met iemand een gesprek voert die ondertussen met iets anders bezig is.
Irritant is dat!
Als iemand op zijn telefoon speelt,
en ondertussen half naar jou luistert.
Of als je bij een kassa afrekent,
en de caissières het onderling heel gezellig hebben
en je het gevoel krijgt dat je ongelegen komt…
God wil niet dat we zo met hem omgaan,
hij wil graag onze onverdeelde aandacht,
dat we onze tijd gebruiken om met hem om te gaan.
Dat is ook Gods klacht in Jesaja 58:
dat hij geen onverdeelde aandacht krijgt,
maar de aandacht moet delen met de dagelijkse bezigheden.

dia 13 – juist bij God vind je rust
Het 4e gebod gaat dus niet over hoe goed het is om stil te staan,
maar over dat God je aandacht wil.
Ja, het gaat over rust, en echte rust vind je alleen bij God.
Vrije tijd zonder God helpt je nog niet om rust te vinden:
je gaat je tijd weer met andere dingen invullen,
je blijft druk en het voelt leeg.
Je vindt geen rust als je met jezelf bezig blijft,
je vindt rust als je bij God komt om rust te ontvangen.

3. Jezus is onze sabbat
dia 14 – Jezus is onze sabbat
Tijd maken dus, om met God om te gaan.
Maar waar is die sabbatdag dan gebleven?
In het grootste deel van de wereldwijde kerk
wordt de sabbat al lang niet meer gevierd.

dia 15 – Kolossenzen 2
Het ligt voor de hand om te denken dat de zondag die plek heeft overgenomen:
dit is de dag die christenen voor God bestemmen.
De bijbel zegt iets anders, in Kolossenzen 2:16-17:
‘Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken
of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en’ – nu komt het – ‘sabbat.
Dit alles is slechts een schaduw van wat komt:
de werkelijkheid is Christus.’
De Joodse wet staat vol voorschriften, ook over de sabbat,
bijvoorbeeld over extra offers die dan gebracht moesten worden.
Paulus zegt: het is niet meer dan een schaduw van Christus.
Niet de zondag is in plaats gekomen van de sabbat, maar Jezus:
met Jezus hebben we geen sabbat meer nodig.

dia 16 – Jezus geeft meer dan een pauze: echte rust
Maar wat hebben sabbat en Jezus nou met elkaar te maken,
en waarom is Jezus zoveel beter?
De sabbat was een dag om met God om te gaan en zo rust te vinden.
Maar omgaan met God, dat gaat zomaar niet!
Elke sabbat moesten daarvoor offers worden gebracht.
De rust dat het goed is met God,
moest elke week weer door die offers tot stand worden gebracht.
En nu Jezus: door hem mogen we met God omgaan,
niet door onze offers, maar door zijn bloed:
door Jezus is de toegang tot God vrij.
Daarom kan Jezus ook echte rust geven.
Hij zegt zelf in Matteüs 11:
‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan,
dan zal ik jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
Dan zullen jullie werkelijk rust vinden.’
De sabbat is een pauze van de dingen die je leven beheersen,
maar Jezus maakt je er echt vrij van.

dia 17 – zondag: herinnering aan Jezus
En de zondag dan?
Nergens in de bijbel staat een opdracht voor een nieuwe rustdag.
Wel kom je op verschillende plaatsen in de bijbel tegen
dat christenen op de eerste dag van de week bij elkaar kwamen.
Bijvoorbeeld in Handelingen 20:
‘Op de eerste dag van de week kwamen we bijeen voor het breken van het brood.’
Maar een vrije dag was de zondag niet, dat gebeurde pas zo’n 300 jaar later.
De zondag moet niet een soort christelijke sabbat worden:
wij mogen rust vinden bij Jezus.
Wel is de zondag een goede manier om daar steeds weer aan herinnerd te worden,
want de verleiding om op te gaan in je bezigheden en geen tijd voor God te hebben,
is in al die eeuwen niet kleiner geworden.

Echte rust kun je vinden bij Jezus.
Die rust gaat veel verder dan even niets doen.
Het gaat ook veel verder dan jezelf leegmaken,
zoals bijvoorbeeld bij het populaire mindfullness.
Jezus doet veel meer: hij vult je.
Bij hem verdwijnt je dagelijks leven niet even buiten beeld,
maar wordt je dagelijks leven gevuld met zijn rust.

4. Jezus’ rust in je leven
dia 18 – Jezus’ rust in je leven
Je rust is niet afhankelijk van één dag in de week:
je vindt rust als je met Jezus omgaat.
Maar wat is dat: leven vanuit de rust van Jezus?
En wat moet je dan met die zondag?

dia 19 – echte rust komt niet van vrije zondag (24/7)
Ik noemde het al even: we leven in een 24-uurseconomie.
Ook in Franeker zijn de supermarkten tegenwoordig elke zondag open.
Dat vind ik jammer: het is goed voor de mens
om een dag te hebben om even uit het systeem te stappen
van dat het leven een kwestie van kopen, verkopen en consumeren is.
Maar: wekelijks een dag stilleggen is nog geen invulling van het 4e gebod
als de ruimte die daarmee ontstaat niet wordt gebruikt om God te zoeken.
Het is niet goed om altijd maar door te gaan,
maar een vrije dag lost dat probleem nog niet op:
het wordt pas een rustdag als je Jezus zoekt.
Ja, ik denk dat christenen mogen opkomen voor de vrije zondag,
maar wees er bescheiden in:
zonder Jezus wordt het al snel moralistisch: een dag waarop niets mag.

Wat nu als van jouzelf gevraagd wordt om op zondag te werken?
Ik ben bang dat daar steeds minder aan te ontkomen valt,
net zoals in de eerste eeuwen van de kerk,
toen de zondag gewoon een werkdag was,
en de gemeente in alle vroegte samenkwam, voor het werk aan.
Uiteindelijk ligt je rust niet in een dag maar in Christus.
Maar dat is wel lastiger vorm te geven als je op zondag moet werken:
je mist dan het samenzijn als gemeente.
Het gevaar is dan groot om alsmaar door te rennen,
dat van rust in je leven niets meer terecht komt.
Als je echt niet onder werken op zondag uit kunt komen:
wees je dan in ieder geval van dit gevaar bewust.

dia 20 – zondag helpt wel om stil te staan bij God
Zoek rust bij God, juist op zondag.
In onze hectische wereld is het belangrijk om bewust stil te staan,
bij Jezus Christus tot rust te komen.
Door Jezus mogen we met God omgaan,
en dat is wat in elke kerkdienst gebeurt:
we gaan als gemeente met God om.
God spreekt ons met zijn liefde en genade aan,
en wij aanbidden God en dienen onze naaste.
Natuurlijk zijn er meer manieren om met God om te gaan dan een kerkdienst,
en doe dat vooral ook, beperk God niet tot de kerkdienst,
maar het begint wel als we als gemeente samen zijn!

De zondag is niet bedoeld als uitslaapdag.
Als je op zondag geen energie meer voor een kerkdienst hebt,
omdat je moet bijkomen van een drukke week,
vraag je dan eens af of de rest van je week niet te vol is.
De zondag is een goede dag om de verslaving aan drukte te doorbreken,
om te leren stil te worden en tijd te maken voor God en elkaar.
En dat is echt niet saai!
Maak van de zondag maar een feestje.
Wij hadden thuis elke zondag taart,
en dat hebben we nu zelf ook maar ingevoerd:
genieten van wat God geeft en tijd voor elkaar.

dia 21 – elke dag rust met Jezus in je leven
Dat stopt niet bij één dag:
God wil geen weekendrelatie met je…
Op zondag word je extra bij hem stilgezet, maar het gaat de hele week door.
Als je met Jezus leeft, mag je rust in je leven hebben.
Het is prachtig, en ik hoor dat ook wel eens,
als christenen bekend staan om de rust die van hen uitgaat.
Als mensen aan je merken dat je rust in je hebt omdat God voorop gaat in je leven,
dat je ontspannen bent omdat je leeft uit de overtuiging:
Jezus moet groter worden, niet ik.

dia 22: bevrijdend: bij Jezus Christus is rust
Heb God lief: ga met hem om.
Ook dit is een bevrijdend gebod:
laat God je verslaving aan de drukte van de wereld doorbreken
en vind rust in Jezus Christus.
Amen.




HC Zondag 36 – Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Bij ‘Gods naam misbruiken’ gaan de gedachten al snel uit naar ‘vloeken’. Maar het 3e gebod gaat over veel meer: dat je God niet voor je karretje spant. Daar is zijn naam te mooi voor: in Gods naam is redding.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: DoorSpreken.

Liturgie
Welkom
Zingen: GKB Gezang 70 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 145 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Jeremia 23 : 16 – 32 en HC Zondag 36-37
Zingen: Psalm 141 : 2 en 3
Preek
Zingen: LvK Lied 481 : 1 en 3
Geloofsbelijdenis
Zingen: LvK Lied 434 : 1 en 5
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 : 1 en 2
Zegen

Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Inleiding
dia 1 – vloeken
Vloeken, daar heb ik nooit de lol van ingezien.
Ik snap die behoefte niet om Jezus’ naam als stopwoord in te zetten.
Dat zegt misschien nog wel meer over de omgeving waarin ik ben opgegroeid,
over mijn familie en over mijn vrienden, dan over mijzelf.
Dat ik niet vloek, is gewoon aangeleerd gedrag.
Dat ik elke vloek hoor, dat elke vloek bij mij binnenkomt, is dat ook.
En, laat dat duidelijk zijn, ik ben blij dat ik dat zo heb geleerd!

Maar niet iedereen groeit in zo’n omgeving op.
Als je overal om je heen hoort vloeken, ga je het vanzelf overnemen.
Dat is geen kwestie van kwade wil,
maar weinig mensen vloeken om christenen dwars te zitten,
ook dit is aangeleerd gedrag, en daar kom je niet zomaar vanaf.

Bij een vakantiebaantje had ik eens zo’n collega.
Een fijne kerel, met wie je kon lachen,
die respect had voor ieders overtuigingen,
maar er wel met enige regelmaat een harde vloek uit knalde…
Gelukkig wist hij het wel van zichzelf,
en vond hij het erg vervelend als hij anderen kwetste.
Hij was er al vrij snel achter dat ik christen ben,
trouwens, niet omdat ik iets over zijn vloeken had gezegd,
en hij zei direct: ‘ik vloek nogal veel, maar ik probeer erop te letten,
want het is niet mijn bedoeling om je te kwetsen.
Dus zeg er ook gerust wat van als ik vloek.’
Daar was ik wel blij mee: tof dat iemand zich zo opstelt!
Dat hij zoveel vloekt, heeft hij maar aangeleerd,
maar fijn dat hij zich realiseert dat dat voor mij een probleem kan zijn,
en dat hij zich daarom aan mij wil aanpassen.
Ik geloof trouwens niet dat ik ooit wat van zijn vloeken heb gezegd,
al kwam er best wel eens een voorbij…

dia 2 – zwart
Maar is die opstelling eigenlijk wel zo mooi?
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat die collega boven mij komt te staan.
Ík heb een probleem met vloeken, dat is mijn zwakheid,
hij heeft dat probleem niet, maar hij wil er voor mij wel op letten.
Ik moet als christen ontzien worden,
en hij als atheïst is de goedheid zelve door rekening met mij te houden.
Christenen worden de zwakke partij,
en atheïsten krijgen de kans te laten zien dat ze echt de kwaadsten niet zijn.
Lekker getuigenis geef je daarmee als christen…
Wat gaat hier mis?!

dia 3 – heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!
Vanmiddag staan we stil bij het derde gebod: misbruik Gods naam niet.
Vorige week hebben het tweede gebod gehad: laat God zichzelf zijn.
Vandaag gaan we verder met het derde:
heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

1. Gods naam misbruiken?
dia 4 – Gods naam misbruiken?
Misbruik Gods naam niet,
waar hebben we het dan eigenlijk over?
Wat is dat, Gods naam misbruiken?
Laten we daarmee beginnen.

dia 5 – gaat over veel meer dan vloeken
Ik kan het fout hebben, ergens hoop ik dat ook,
maar volgens mij gaan de gedachten bij dat derde gebod al snel uit naar ‘vloeken’.
Naar zo’n collega die Gods naam als stopwoordje gebruikt.
Ik weet natuurlijk ook niet hoeveel je zelf vloekt,
maar ik schat in, en nu hoop ik dat ik het niet fout heb,
dat de meesten van jullie nauwelijks vloeken,
hooguit eens een afgeleide vloek als ‘jeetje’, wat is afgeleid van Jezus.
Dan is het derde gebod mooi makkelijk: je mag niet vloeken, geen punt!
Vervelender is dat de catechismus er nog iets bij zegt:
je mag je er ook niet door zwijgen of toelaten mee schuldig aan maken!
Dus als een ander vloekt, en jij zegt er niets van, telt het alsof je zelf hebt gevloekt.
Dan krijg je dus dingen als:
‘ik moet er eigenlijk wat van zeggen, maar het heeft toch helemaal geen zin?
Ze weten dat ik vloeken vervelend vind, maar moet ik echt op elke vloek reageren?
Ze zien me aankomen: heb je hem weer, met zijn belerende vingertje…’

Maar gaat het derde gebod daar wel over?
In de catechismus lijkt het er wel op:
vloeken is daar zo ongeveer het eerste wat genoemd wordt.
Maar in de catechismus gaat het over iets anders dan Gods naam als stopwoord gebruiken.
Eén van de opstellers van de catechismus, Zacharius Ursinus,
heeft bij de catechismus een dik boek geschreven,
waarin hij de catechismus verder uitlegt.
Als je dat leest, kom je erachter dat hij met ‘vloeken’ ‘vervloeken’ bedoelt.
Vervloeken is dat je iemand in Gods naam iets slechts toewenst.
Dat is wel even wat anders!

dia 6 – grootste misbruik: Gods naam voor je karretje spannen
Ik bedoel niet dat we nu allemaal maar moeten gaan vloeken:
met elke vloek misbruik je Gods naam.
Maar denk niet dat je, als je niet vloekt,
het derde gebod ook maar weer mooi kunt afvinken,
of dat je dan toch in ieder geval het belangrijkste hebt gehad.
Het derde gebod gaat over iets veel groters:
dat je God niet voor je karretje mag spannen,
dat je Gods naam niet gebruikt om mee te manipuleren,
om dingen naar jezelf toe te praten.
Dat is veel grover misbruik van Gods naam
dan een vloek als stopwoord door iemand die niet beter weet.

Over dát misbruik van Gods naam gaat het in Jeremia 23.
Jeremia is profeet van God in een tijd dat maar weinigen van God willen weten.
Tenminste, mensen willen nog wel geloven dat God aan hun kant staat,
maar God moet vooral niet te veeleisend worden.
Er zijn allemaal zelfbenoemde profeten actief
die de mensen naar de mond praten.
Ze weten precies wat de mensen willen horen,
ze praten alles goed en zetten het kracht bij door te verzekeren
dat ze spreken in de naam van de HEER.
Ze misbruiken Gods naam om er zelf beter van te worden.
Wat God wil, vinden ze niet zo interessant,
ze spreken liever over wat ze zelf willen, en plakken Gods naam erop.

dia 7 – gesp
Het is pure manipulatie.
Alsof Gods naam een soort toverwoord is waardoor je gelijk zult krijgen.
Denk aan de kruistochten, bloederige oorlogen tegen de Arabieren, uit naam van God.
Denk aan kampbewakers in de tweede Wereldoorlog,
met de tekst ‘Gott mit uns’ op hun uitrusting.
In Gods naam zijn de meest verschrikkelijke dingen gedaan.

dia 8 – maak God geen buikspreekpop
Gods naam misbruiken: het is jouw wil als die van God presenteren.
Dat is het probleem van dat vervloeken en zweren,
waar de catechismus uitgebreid op in gaat.
In onze tijd speelt dat niet zo’n grote rol meer,
maar God voor je karretje spannen wel!
Bijvoorbeeld als christenen discussiëren over homoseksualiteit of vrouwen in de ambten,
en daarbij over hun standpunt zeggen: ‘zo wil God het’.
Prima om te discussiëren, maar doe niet zulke grote uitspraken!
Of gewoon in je eigen leven, dat jij iets graag wilt,
en er van maakt dat God het wil.
Wees bescheiden: maak God niet je buikspreekpop!

2. God maakt zich in zijn naam bekend
dia 9 – waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Misbruik Gods naam niet: gebruik zijn naam niet om mee te manipuleren.
Dat is waar het in het derde gebod om gaat.
In de wet, in Exodus 20, wordt dat zwaar aangezet:
‘wie zijn naam misbruikt, laat hij niet vrijuit gaan.’
De catechismus zegt zelfs dat geen zonde groter is dan deze.
Nu is dat wel heel stellig gezegd,
maar laat in ieder geval duidelijk zijn dat God het derde gebod serieus neemt.
Waarom? Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Daar mogen jullie eerst zelf even over nadenken,
net als vorige week in groepjes van twee of drie.
Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?

dia 10 – Gods naam staat voor God zelf
Voor een antwoord op die vraag gaan we kijken in Exodus 3.
Daar wordt Mozes door God aangesteld om de Israëlieten weg te leiden uit Egypte.
Mozes vraagt: ‘stel dat ik naar de Israëlieten ga
en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft,
en ze vragen: “wat is de naam van die God?”, wat moet ik dan zeggen?
Toen antwoordde God hem: “ik ben die er zijn zal.
Zeg daarom tegen de Israëlieten:
IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toegestuurd.”
God maakt zijn naam aan Mozes bekend: JHWH, IK ZAL ER ZIJN.
God heeft een naam, en wat voor één: de naam zegt precies wie God is!
Gods naam is niet zomaar een naam: het staat voor God zelf.
Wie Gods naam misbruikt, misbruikt God!

Je naam is belangrijk.
Misschien houd je niet zo van je naam
misschien ken je wel honderd mensen die dezelfde naam hebben,
en toch is je naam bijzonder.
Het eerste wat je doet als je met iemand kennismaakt, is je naam zeggen.
Die naam is belangrijk voor wie je bent.
Als je een paar weken later die persoon weer tegenkomt,
dan voel je je gekend als hij je naam heeft onthouden.
Maar als je naam op een negatieve manier op internet belandt,
dan kun je daar heel veel last van krijgen.
Je naam hoort bij je.

dia 11 – Gods naam maakt een relatie mogelijk
Bij God is dat nog sterker: in zijn naam geeft hij zichzelf bloot.
Hij stelt zich voor, en met zijn naam is alles al gezegd.
God maakt zich in zijn naam bekend.
Net als onze namen, maakt Gods naam een relatie mogelijk.
Als iemand in de verte schreeuwt ‘hé, jij daar!’,
dan denk ik: ‘het zal wel voor een ander zijn bedoeld.’
Maar als iemand roept: ‘Mark, Mark, wacht even,’
dan keer ik me om en kijk wie daar is.
God geeft zijn naam, zodat wij hem kunnen aanspreken,
zodat wij kunnen bidden en God prijzen.

dia 12 – Gods naam staat voor zijn reputatie
Aan een naam zit ook een imago vast.
Zo zijn in het bijbelboek Jozua
de inwoners van het land Kanaän doodsbang voor de Israëlieten,
omdat ze gehoord hebben wat God allemaal voor hen gedaan heeft.
Met deze God valt niet te spotten.
Maar die profeten in Jeremia 23 bezorgen God een heel ander imago:
‘ga vooral je gang, God zal je wel zegenen’,
alsof God een God is die alles wel best vindt.
Gods naam wordt misbruikt, en daardoor wordt Gods reputatie aangetast.
Wie aan Gods naam zit, zit aan God zelf!

3. Jezus: de naam die redding biedt
dia 13 – Jezus: de naam die redding biedt
Dat klinkt allemaal nog negatief: het is oppassen met Gods naam!
Maar God heeft zijn naam niet bekend gemaakt
zodat wij onze vingers eraan zouden branden:
dan had hij ons beter niets kunnen vertellen.
Hij heeft zijn naam bekend gemaakt omdat hij met ons om wil gaan!
In het Nieuwe Testament wordt dat nog mooier:
door de naam van Jezus biedt God redding!

dia 14 – in Jezus wordt Gods naam mens
Vorige week, toen het ging over beelden van God,
hebben we het erover gehad dat Jezus hét beeld van God is,
die al onze beelden overbodig maakt.
Met Gods naam is net zoiets aan de hand:
in Jezus wordt Gods naam mens.
We mogen JHWH kennen als Jezus Christus.
Jezus is Gods naam op aarde.

dia 15 – Filippenzen 2
In Filippenzen 2 wordt die naam bezongen:
‘Daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen,
in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
en elke tong zal belijden: “Jezus Christus is Heer”,
tot eer van God, de Vader.’
Jezus heeft de hoogste naam, Gods naam: hij is JHWH.
dia 16 – Jesaja 45
Dat wordt nog duidelijker als je Jesaja 45:23 erbij pakt.
Kort daarvoor heeft God gezegd dat hij de Heer is, JHWH,
en dan: ‘voor mij zal elke knie zich buigen
en elke tong zal bij mij zweren.’
Precies dezelfde woorden als in Filippenzen 2:
wij mogen Gods naam kennen in Jezus Christus.

dia 17 – Jezus’ naam brengt redding
Dat is geen naam om bang voor te zijn.
In Handelingen 4 worden Petrus en Johannes op het matje geroepen door de Joodse leiders
omdat ze een verlamde man hebben genezen.
De leiders vragen zich af wat hier aan de hand is,
door welke kracht of in wiens naam ze dit gedaan hebben.
Petrus antwoordt dat ze uit de naam van Jezus handelen.
Jezus’ naam brengt bevrijding!
En dan sluit Petrus af:
‘Door niemand anders kunnen wij worden gered,
want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’
De naam van God, van Jezus,
is geen naam die je moet misbruiken om je zin te krijgen,
om God naar je hand te zetten,
maar de naam die je redding brengt, de naam die je hoop is!

Het is ironisch dat juist het misbruiken van Gods naam
de grond is geweest om Jezus tot de kruisdood te veroordelen.
Jezus antwoordt bevestigend op de vraag of hij de Messias is,
de Zoon van de Gezegende –
want Joden hebben de gewoonte Gods naam niet uit te spreken.
De hogepriester scheurt zijn kleren en zegt:
‘waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
U hebt de godslastering gehoord; wat is uw oordeel?’
Jezus staat toe dat hij misbruikt wordt, om zo de wereld te redden.

4. Gods naam bekend maken
dia 18 – Gods naam bekend maken
Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam.
In zijn naam ontmoet je God die je wil redden.
Maar wat moet je dan wel met zijn naam?
Als we Gods naam misbruiken, gebruiken we hem voor onze doelen.
God wil juist ons gebruiken voor zijn doel:
dat we zijn naam bekend maken!

dia 19 – houd Gods naam hoog
Houd Gods naam hoog, in heel je leven.
God heeft je gemaakt om hem te eren.
God heeft zijn naam bekend gemaakt,
zodat we hem kennen, met hem omgaan, en hem aanbidden.
We lazen net Filippenzen 2: ‘elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer.’
Houd zijn naam hoog, in je woorden, en ook in je daden.
De catechismus zegt:
gebruik Gods naam zo dat hij in al onze woorden en daden geprezen wordt.
Aanbid God met woorden, en laat in je leven zien dat dat oprecht is.

dia 20 – spreek elkaar hierop aan
En als anderen dat dan niet doen?
Volgens de catechismus ben je dan medeplichtig aan het ontheiligen van Gods naam.
Wat moet je daar dan mee?
Wat moet je met die vloekende maar vriendelijke collega?
Daar heb ik geen pasklaar antwoord op.
Natuurlijk doet het pijn als anderen vloeken,
en het is ook goed als mensen weten dat jou dat pijn doet,
maar je kunt God er ook een verkeerd imago mee bezorgen.
Bovendien is het veel ernstiger als binnen de gemeente
Gods naam wordt gebruikt om mee te manipuleren,
als wij Jezus naar onze hand zetten.
Laten we daarmee beginnen: dat we elkaar helpen om Gods naam hoog te houden,
elkaar helpen om Jezus met onze woorden én daden te eren.

dia 21 – maak bekend dat Gods naam de moeite waard is
God heeft zijn naam aan ons verbonden, christenen dragen Gods naam.
Wij mogen Gods naam bekend maken.
Welke reputatie bezorg jij God?
Geeft jouw leven anderen aanleiding om Gods naam te prijzen?
Of is jouw leven voor anderen aanleiding om niets van God te willen weten?
En als het gaat om vloeken: waar sta je als christen om bekend?
Sta je erom bekend dat je moeite hebt met vloeken?
Of sta je bekend om je liefde en trouw,
en bezorg je daarmee God het imago dat zijn naam echt de moeite waard is?
Pas dan kun je vloeken op een goede manier bespreekbaar maken.

dia 22 – Bevrijdend: Gods naam staat voor je redding!
Ik weet het: wij zijn niet de beste vertegenwoordigers van Gods naam.
Maar al te vaak brengen wij God reputatieschade toe.
Toch wil God jou gebruiken om zijn naam bekend te maken!
In de naam van Jezus is vergeving, ook voor al ons gestuntel met Gods naam.
Want ook het derde gebod is bevrijdend:
Gods naam staat voor je redding!
Amen.




HC Zondag 35 – Heb God lief: laat hem zichzelf zijn!

Iedereen maakt zich een voorstelling van God, heeft een beeld van God. Toch waarschuwt God voor het gevaar van beelden: je maakt al snel een God op maat. God heeft je iets veel mooiers te bieden: in Jezus Christus, zijn perfecte beeld, laat hij zich kennen!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: DoorSpreken.

Liturgie
Welkom
Zingen: GKB Gezang 171 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 457 : 3 en 4
Gebed
Introductie preek
Lezen: 1 Samuël 4 : 1b – 11 en HC Zondag 35
Zingen: Psalm 86 : 4 en 5
Preek
Zingen: LvK Lied 75 : 1 en 3
Geloofsbelijdenis
Zingen: Opwekking 349
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Psalm 33 : 2 en 8
Zegen

Heb God lief: laat hem zichzelf zijn!

Introductie
Bij ons thuis verbieden we van alles.
‘Daniël, je mag niet gaan slapen.’
‘Niet je brood opeten hoor.’
‘Nee, ik wil geen knuffel van je.’
Het blijkt de makkelijkste manier om bij Daniël iets voor elkaar te krijgen.
Regels zijn er per slot van rekening om te overtreden…

Regels en wetten belemmeren je in je vrijheid, dat hebben kinderen al door.
Toch gaan we het over regels hebben, Gods regels.
In drie leerdiensten staan we stil bij de wet.
Ook die regels zijn niet altijd geliefd,
en soms wordt dat met een beroep op Paulus verpakt
in dat we door Jezus vrij zijn en daarom de regels niet meer nodig hebben.
Maar is dat zo?
Beknotten Gods regels je vrijheid?
Of zijn die regels misschien wel bevrijdend?

De tien geboden kun je in tweeën delen.
De eerste vier geboden zeggen: ‘heb God lief’,
de andere zes: ‘heb je naaste lief’.
Over die eersten gaan we het hebben: ‘heb God lief.’
Het eerste gebod, ‘vereer geen andere goden’, slaan we over.
Dat gebod kun je zien als een overkoepelend gebod:
elk volgende gebod heeft daar wel iets mee te maken.
Wij gaan het aan de hand van het tweede, derde en vierde gebod
hebben over God liefhebben:
over Gods beeld, Gods naam en Gods dag.
Dat kan je helpen om liefde voor God vorm te geven,
want liefde is zoveel meer dan een gevoel.
En als je er maar gewoon mee aan de slag gaat,
dan hoop ik dat je mag merken wat zo veel mensen hebben gemerkt:
dat het gevoel van liefde voor God vanzelf meegroeit!

Drie diensten dus over het thema ‘heb God lief!’
Vandaag over het tweede gebod: ‘maak geen godenbeelden’.
We lezen eerst 1 Samuël 4 : 1b – 11 en daarna Zondag 35 van de Catechismus.

Inleiding
dia 1 – fresco origineel
‘God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden.’
En toch begin ik met dit plaatje…
Het is een schilderij, een fresco, van Jezus.
Geschilderd rond het jaar 1930 door de Spaanse schilder Elias Garcia Martinez.
Hoe dan ook: een afbeelding van Jezus.
Heb ik soms liggen slapen toen ik uit de catechismus voorlas?

Wees gerust, ik ben er helemaal bij vanmiddag, en niet van plan in slaap te vallen.
Ik ben ervan overtuigd dat dit soort afbeeldingen niet tegen dat tweede gebod ingaan.
Zou dat wel zo zijn, dan hebben we grotere problemen…
Dan moet je alle kinderbijbels zo snel mogelijk de deur uit doen,
nee, je zou ze moeten verbranden,
zodat je ook geen anderen tot zonde zou verleiden.

Laten we er dus maar even vanuit gaan dat zo’n fresco wel door de beugel kan.
Het is te zien in de dorpskerk van Borja, een dorp in Spanje met zo’n 5000 inwoners.
Het is geen bijzonder kunstwerk:
de katholieke kerk heeft duizenden van dit soort fresco’s.

Dat verandert in 2012.
Zoals je ziet is het fresco in niet al te beste staat.
Tijd dus voor een restauratie.
Eén van de dorpsbewoners, een vrouw van 81, kan niet langer aanzien
dat dit fresco met het jaar verder afbladdert.
Ze had al wel meer geschilderd, mooie schilderijen,
dus de plaatselijke priester heeft er wel vertrouwen in.
Het resultaat was, eh… nou ja, oordeel zelf maar.

dia 2 – fresco resultaat
Schilderen op koude en natte stenen
is wel wat anders dan schilderen op een droog doek.
De verf is alle kanten uitgelopen,
en opeens werd het fresco wereldberoemd.
Het uitgestorven Borja is opeens een toeristische attractie van formaat.
Waar een mislukte restauratie al niet goed voor kan zijn…

Het zal duidelijk zijn: deze restauratie was geen verbetering.
Het was allemaal goed bedoeld,
maar goede bedoelingen maken nog geen goed schilderij.
Het resultaat werkt op je lachspieren
en doet op geen enkele manier recht aan het origineel.

dia 3 – heb God lief: laat hem zichzelf zijn!
Daarmee komen we terug bij dat tweede gebod.
Onze beelden van God kun je met die mislukte restauratie vergelijken.
Met de beste bedoelingen maken we God onherkenbaar.
Beelden kunnen geen recht doen aan God.
Daarom houdt het tweede gebod ons voor:
heb God lief: laat hem zichzelf zijn!

1. Behoefte aan beelden
dia 4 – behoefte aan beelden
Dat klinkt nogal logisch.
Waarom zou je God niet zichzelf laten zijn?
Waarom zou je een beeld van hem maken?
Toch hebben wij een grote behoefte aan beelden, ook van God.

dia 5 – soorten beelden: godenbeeldjes
Het lijkt mij goed om eerst even duidelijk te krijgen
waar we het over hebben als we het over ‘beelden’ hebben.
In de bijbel wordt in het tweede gebod het woord ‘godenbeelden’ gebruikt.
Het tweede gebod gaat allereerst over het maken van beeldjes,
van bijvoorbeeld hout, steen of brons.
En dan niet zomaar beeldjes, maar godenbeelden:
beeldjes die een god vertegenwoordigen en waar je voor knielt alsof het de god zelf is.
Dat is de meest letterlijke betekenis van ‘beelden’.
Ik denk dat zulke beelden bij ons nauwelijks voorkomen.

dia 6 – afbeeldingen
Toch geloof ik niet dat het tweede gebod over datum is.
De catechismus geeft een tweede betekenis aan dat woord ‘beelden’:
daar gaat het niet over godenbeeldjes, maar over afbeeldingen.
De catechismus is in een heel andere tijd geschreven:
midden in de kerkstrijd in de 16e eeuw tussen katholieken en protestanten.
Katholieke kerken zaten vol afbeeldingen, van God en van de heiligen.
Wat de gewone mens over God wist, had hij uit die afbeeldingen gehaald.

dia 7 – denkbeelden
Beeldjes, afbeeldingen, daar houdt het nog niet mee op:
er zitten denkbeelden achter.
Dat is de derde betekenis van ‘beelden’, de diepere betekenis.
Het tweede gebod gaat ook over beelden in je hoofd,
je een voorstelling maken van wie God is.
Dat is waar beeldjes en afbeeldingen beginnen.

dia 8 – wat voor denkbeelden van God kom je tegen?
Denkbeelden, je een voorstelling van God maken,
kunnen jullie voorbeelden van geven van waar je dan aan kunt denken?
Wat voor denkbeelden van God kom je tegen?
(antwoorden verzamelen)
Ik denk dat we allemaal wel zulke beelden hebben,
en dat het tweede gebod ons dus allemaal iets te zeggen heeft.

dia 9 – beelden halen God dichterbij
Maar waarom hebben we zo’n behoefte aan beelden?
Dat wordt duidelijk in 1 Samuël 4.
Het is oorlog tussen de Israëlieten en de Filistijnen.
De Israëlieten hebben zware verliezen geleden
en voelen zich door God in de steek gelaten.
Daarom besluiten ze de ark van het verbond te laten halen.
Als de ark er maar is, dan zal God wel met hen zijn!
Op deze manier wordt de ark zo’n beeld van God.
Ze doen alsof de ark God zelf is.
God is ongrijpbaar, daar kunnen ze niets mee,
en daarom gebruiken ze de ark om God wat dichterbij te halen.

Dat is precies waarom we beelden van God maken:
we willen God graag concreet maken, dichtbij halen.
Als je een voorstelling van God hebt, als je hem voor je ziet,
dan lijkt het makkelijker om met hem om te gaan.
Beelden geven duidelijkheid en maken God herkenbaar.

Juist in onze tijd is die behoefte enorm.
In onze wereld wordt alles in beelden verpakt.
Een beeld zegt meer dan 1000 woorden.
En als je dan toch woorden gebruikt, dan moet het beeldend zijn:
in hapklare brokken zodat je het direct voor je ziet.
Anders haak je af.
Niet gek dus, dat je je ook van God een voorstelling wilt maken.

2. Gevaar van beelden
dia 10 – wat is er gevaarlijk aan beelden?
Toch zegt het tweede gebod: maak geen beelden van God!
Waarom eigenlijk?
Wij zitten toch gewoon zo in elkaar dat we beelden nodig hebben?
Wat is nou het gevaar van beelden?
Over die vraag mogen jullie even met elkaar overleggen.
Doe dat in twee- of drietallen.
Wat is nou zo gevaarlijk aan beelden en denkbeelden?

dia 11 – beelden laten God niet zichzelf zijn
Wat is het gevaar van beelden?
Het gevaar is niet dat we God dichtbij halen:
God geeft dit gebod niet omdat hij graag op afstand wil staan
en niet wil dat we ons iets bij hem kunnen voorstellen.
Het probleem is dat onze beelden nooit recht doen aan God.
Beelden die je van God hebt, laten God niet zichzelf zijn.
Dat is waar het de Catechismus uiteindelijk ook om gaat:
dat we God niet op onze maar op zijn manier vereren.

Beelden, hoe mooi ook, doen God altijd tekort.
God kun je niet in een beeld vatten,
hij is altijd groter, schitterender en veelzijdiger.
Meestal is het zo dat je met beelden
de werkelijkheid mooier kunt laten lijken.
Als je bijvoorbeeld op zoek bent naar een vakantiehuisje,
ziet het er op de foto’s bijna altijd ruimer uit dan het is.
Een goede fotograaf kan het allemaal nog net wat mooier maken.
Met God kan dat niet: God past niet in ons voorstellingsvermogen.
God is de Schepper, alles wat wij kennen heeft hij gemaakt.
Als we een beeld van hem maken, trekken we hem naar beneden, in de schepping.

dia 12 – beelden van God zijn eenzijdig
Maar: is het wel mogelijk, leven zonder beelden van God?
Het lijkt mij niet, dan zou ik direct moeten stoppen met preken…
In elke preek zet ik een beeld van God neer.
Trouwens, God zelf gebruikt ook allerlei beelden.
Lees maar eens wat er allemaal voor kunst in de tempel staat.
En God vergelijkt zichzelf met van alles:
hij is een Rots, een Herder, een Rechter, een Vader, een Arts, enzovoort.
Allemaal beelden.

Volgens mij slaat de Catechismus dan ook een beetje door,
met dat we op geen enkele manier beelden van God mogen maken.
Trouwens, wel te begrijpen vanuit de achtergrond van die Catechismus.
Het zet zich af tegen de Katholieke kerk van die tijd,
waarin hele diensten in het Latijn werden afgestoken,
maar het gewone volk het met fresco’s en raamschilderingen moest doen.

Maar beelden op zich zijn niet het probleem.
Het probleem is dat beelden al snel een eigen leven gaan leiden.
Beelden van God zijn altijd eenzijdig.
Het is onmogelijk om te geloven zonder een beeld van God te hebben.
Maar beperk je dan niet tot een eenzijdig beeld.
Niet voor niets gebruikt God heel verschillende beelden voor zichzelf.
In de veelheid van beelden kan God zichzelf zijn.

dia 13 – beelden passen God aan je wensen aan
Het gevaar is dat je die veelheid niet meer ziet,
en God beperkt tot een of twee beelden.
Je kiest zelf de beelden uit waardoor je het meest wordt aangesproken,
en maakt zo je eigen God op maat.
Dat gebeurt in 1 Samuël 4.
God wordt klein gemaakt, tot een God die overwinnaar in een oorlog is.
De Israëlieten willen van de Filistijnen winnen,
en gebruiken God als een soort mascotte
die aan hun wensen tegemoet moet komen.
Daar doet God dus niet aan mee!

En zo’n mascotte-God is dichterbij dan je zou denken.
Op diezelfde manier kun je ook Gods liefde misbruiken.
Je hebt het beeld: ‘God is liefde’,
en vervolgens kun je daar mee aan de haal gaan om je eigen gedrag goed te praten.
‘God houdt toch van me?
Hij wil toch dat ik gelukkig ben?
Dan vindt hij het ook goed dat ik…’ vul zelf maar in!
Mag God ook nog zichzelf zijn?!

3. Jezus Christus als Gods beeld
dia 14 – Jezus Christus als Gods beeld
Ook al ontkom je er niet aan dat je beelden van God hebt,
toch is het met beelden altijd oppassen:
voor je het weet heb je je eigen God gemaakt.
Maar hier houdt het niet op: God zelf geeft ons een beeld
zodat wij geen beelden meer hoeven te maken.
Gods beeld is Jezus Christus!

dia 15 – God komt dichtbij in zijn Zoon
Lees maar mee in Kolossenzen 1:15:
‘Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping’.
Jezus Christus is hét beeld van God.
Maar door hun eigen beelden hebben velen hem niet herkend.
Hij lijkt niet op die God die oorlogen wint.
Hij lijkt niet op de koning die de mensen verwachten.
Hij lijkt ook niet op die God die alles goed vindt wat je doet:
hij haalt stevig uit naar mensen die denken dat ze wel goed zitten.

Deze Jezus is Gods beeld.
God wil niet op afstand staan, hij wil dichtbij komen!
Maar een beeld, in wat voor vorm ook,
of het nu een beeldje, een afbeelding of een denkbeeld is,
is daarvoor veel te klein.
God wil dichtbij je komen, niet in een beeld maar in zijn Zoon.
Jezus als persoon leren kennen, dat is veel mooier dan welk beeld ook!
Door Jezus komt God dichtbij, wordt hij concreet, kun je met hem omgaan.
Paulus zegt in Efeziërs 3:12:
‘in Christus Jezus hebben wij vrijelijk toegang tot God.’
Daar hebben we onze beelden niet voor nodig!

dia 16 – Jezus kennen door de aanspraak van Gods Woord
Maar hoe leer je Jezus dan kennen?
Dan kom ik toch weer bij de Catechismus uit:
‘door de levende verkondiging van zijn Woord.’
Als je Jezus wilt leren kennen,
dan is omgang met Gods Woord onmisbaar.
Dan gaat het niet om de bijbel als boek op zich,
sterker nog: dat kan ook weer beeldendienst worden.
Als je God als God van een boek ziet, heb je toch weer een beeld van hem gemaakt.
Het gaat om ‘levende verkondiging’:
door de Heilige Geest word je in Gods Woord zelf aangesproken.
Als je het voor jezelf leest, maar ook als we dat samen in de kerk doen.
Als je je steeds door Gods Woord laat aanspreken, leer je Jezus kennen.
En beelden kunnen er best aan bijdragen dat die verkondiging zich vastzet.

dia 17 – Jezus niet eenzijdig benaderen
Trouwens, het blijft dan nog wel oppassen
dat je niet Jezus eenzijdig gaat benaderen.
Je leert hem niet alleen kennen in Marcus,
maar ook in 1 Samuël en in Openbaring, om maar eens wat te noemen.
Van Jezus worden ook weer beelden gemaakt.
Denk bijvoorbeeld aan de jaarlijkse uitvoering van The Passion,
waar het lijdensverhaal van Jezus uitgebeeld wordt
en ondersteund met liedjes van nu.
Ik denk dat er beroerdere manieren zijn om iets van Jezus te laten zien,
maar wees je er wel van bewust dat zoiets eenzijdig is.
Het is prachtig als het mensen aan het nadenken kan zetten
over wie Jezus is en waarom je leeft,
maar het is niet meer dan een begin.
Jezus is veel meer: niet alleen gekruisigd voor ons,
maar ook opgestaan en naar de hemel gegaan,
vanwaar hij regeert in glorie.

4. Gods beeld dragen
dia 18 – Gods beeld dragen
Beelden maken God klein: we passen God aan onszelf aan.
Beelden zijn ook niet nodig: Jezus Christus is Gods beeld,
in hem komt God naar je toe.
En dan gebeurt er iets wonderlijks:
in plaats van dat wij God op ons laten lijken, laat God ons op zichzelf lijken!
God maakt ons dragers van zijn beeld.
Wij passen God aan ons aan, maar God past ons aan zichzelf aan!

dia 19 – God past ons aan zich aan!
Luister maar naar Paulus, in 2 Korintiërs 3:18:
‘Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.’
Wij mogen Gods beeld dragen!

dia 20 – laat God zichzelf zijn
Stop daarom met God aan jezelf aan te passen:
laat hem zichzelf zijn!
Dat is iets wat we wel snel doen.
Dat we sommige gedeelten uit de bijbel maar liever overslaan,
omdat we er gewoon niet zoveel mee hebben.
Dat we voor God proberen te denken: ‘als God liefde is, dan…’
Terwijl we eigenlijk vooral in ons eigen straatje denken.
‘Ik kan me niet voorstellen dat God…’
nee: het gaat er niet om wat ik me kan voorstellen.
Als God in mijn voorstellingsvermogen past, blijft er niet veel over.
Het is niet te voorkomen dat je beelden van God hebt,
maar laat die beelden steeds weer door God corrigeren!
Luister naar wat hij over zichzelf zegt,
naar hoe je Jezus op elke bladzijde van de bijbel ontmoet.

dia 21 – draag Gods beeld
En draag dan Gods beeld.
Zo heeft God je gemaakt.
Helemaal aan het begin, je leest het op de eerste bladzijde van je bijbel,
zegt God: ‘laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.’
Wij zijn gemaakt om God op aarde te vertegenwoordigen.
In die opdracht hebben we gefaald, maar in Jezus Christus begint God opnieuw.
Jezus maakt het waar: hij is Gods beeld op aarde,
en nu herstelt hij door zijn Geest Gods beeld in ons.

dia 22 – munt
In Marcus 12 wordt Jezus door een aantal Farizeeën op de proef gesteld.
Ze vragen aan Jezus of het toegestaan is om de keizer belasting te betalen.
Jezus vraagt hen om een geldstuk.
‘Wiens afbeelding staat hierop?’ vraagt hij.
‘Dat van de keizer,’ antwoorden de Farizeeën.
Dan volgt een raadselachtige uitspraak van Jezus:
‘geef wat van de keizer is aan de keizer,
en geef aan God wat God toebehoort.’
Het is een oproep om Gods beeld te dragen.
Het beeld van de keizer staat op een muntje, daarom is het voor hem,
maar het beeld van God staat op ons: wij zijn van God!
Denk daar maar aan, de volgende keer dat je met een muntje betaalt.

dia 23 – Laat God zichzelf zijn: een bevrijdende regel!
‘Maak geen beelden,’ is dat zo’n regel die je vrijheid beknot?
Ik denk het niet.
God wil je iets veel mooiers dan een beeld geven: zichzelf!
Wil jij dat zien en zijn beeld dragen?
Dat is bevrijdend!
Amen.