1

Psalm 47:6 | Trots op Jezus

Hemelvaart is een feest dat er vaak maar wat bij hangt. Misschien zelfs een dag van teleurstelling: Jezus is vertrokken. Maar ook Hemelvaart mag een uitbundig feest zijn! We vieren dat Jezus onze held is, en daarom brengen we hem hulde!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2 en 5 (lied van de maand)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 334
Gebed
Lezen: Matteüs 28 : 16 – 20
Zingen: GKB/NLB Psalm 99 : 1, 2 en 4
Lezen: Psalm 47 : 1 – 10
Zingen: GKB Gezang 100 : 1
Preek over Psalm 47 : 6
Zingen: Opwekking 366 en Opwekking 764
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 47 : 1, 3 en 4
Zegen

Trots op Jezus

Inleiding
dia 1 – zwart
Het is een feestelijke Psalm!
Klap in de handen, juich, zing –
de blijdschap en de vrolijkheid spatten er vanaf!
Het is een uitbundigheid die wij,
nuchtere Nederlanders die we zijn,
misschien niet zo goed kennen.
Behalve als het gaat om sport – dan kunnen we het opeens wel.

dia 2 – huldiging
Want als onze sporters het goed hebben gedaan,
dan verdienen ze een huldiging.
Ik ben er één keer bij geweest, alweer 12 jaar geleden, in 2006.
In dat jaren waren de Olympische Winterspelen in Turijn.
Dat betekende ook toen al: veel schaatsmedailles voor Nederland.

Natuurlijk waren er ook veel Nederlandse fans in Turijn,
ik bedoel: je gaat makkelijker voor een paar dagen naar Turijn,
dan naar Pyeongchang, waar de spelen dit jaar waren.
Maar de meeste Nederlanders, waaronder ik,
volgden de spelen van een afstandje, voor de tv.
Terwijl onze sporters topprestaties neerzetten
en de Nederlandse eer verdedigden,
zat ik te studeren in een of andere dikke theologische pil,
en keek ik ondertussen met een schuin oog naar de tv,
om even een rondedansje te doen wanneer we weer eens succes hadden.
Bij wijze van spreken dan…

We waren trots op wat onze sporters presteerden,
dus verdienden ze bij hun terugkomst een feestelijk onthaal.
Dat werd dat jaar georganiseerd op station Zwolle,
waar de sporters per trein arriveerden.
Een enorme mensenmassa had zich op het stationsplein verzameld,
en ik was er bij.
Wat een feest was dat!
Vlaggen, spandoeken, een luid gejuich toen de sporters het podium opkwamen,
en trots hun medailles aan ons lieten zien.
Wat waren we trots op onze helden,
en dat lieten we met deze huldiging zien.

dia 3 – trots op Jezus
Over zo’n huldiging gaat Psalm 47.
Daar worden geen sporters gehuldigd, maar God.
Psalm 47:6: ‘onder luid gejuich steeg God omhoog,
de Heer steeg op bij hoorngeschal.’
Vandaag, op Hemelvaartsdag, duiken we wat dieper in die woorden.
Want ze gaan over Jezus, over onze held!
Hij verdient, nog veel meer dan die sporters, onze trots.
Daarom is het thema: trots op Jezus.
En ik hoop dat je vandaag iets van die trots gaat voelen.

1. Hemelvaart: een teleurstelling?
dia 4 – Psalm 47: een uitbundig overwinningslied
Psalm 47 hoort bij Hemelvaart.
Elke Hemelvaartsdag laat ik deze Psalm zingen.
‘God vaart voor het oog met gejuich omhoog.’
Zeg nu zelf: dat is toch precies Jezus’ Hemelvaart?
Maar ja, toen Psalm 47 werd gedicht moest Jezus nog geboren worden.
En dat zou nog heel lang duren.

De Korachieten, de songwriters die ons deze Psalm hebben nagelaten,
hadden Hemelvaartsdag niet in gedachten toen ze deze Psalm schreven.
Ze schreven de Psalm als overwinningslied.
Er was een oorlog gevoerd, de oorlog was gewonnen,
en nu was het tijd voor een uitbundige huldiging.
Net zoals wij onze topsporters hulde brengen.
Zo veel verschil is er ook niet tussen onze sporttoernooien en de oorlogsvelden van toen:
wij willen nog altijd graag de strijd met Duitsland aangaan en winnen,
maar doen het op een iets beschaafdere manier
door 22 man de strijd met een bal te laten uitvechten.

Wat wel bijzonder is in Psalm 47
is dat het niet de soldaten zijn die worden gehuldigd.
Dat zou je verwachten: zij hebben een topprestatie geleverd.
Maar over Israëls helden geen woord.
Er is slechts 1 held die er toe doet: God!
Niet het leger van Israël, maar God heeft de overwinning gehaald.
En daarom die woorden: ‘onder gejuich steeg God omhoog.’

dia 5 – ark
Waarschijnlijk moet je daarbij denken aan de ark,
de heilige kist van Israël waarin de 10 geboden lagen,
de kist die stond voor de aanwezigheid van God.
Soms werd die ark in oorlogen meegenomen.
Het ‘omhoogstijgen’ in Psalm 47 zou dan zijn
dat de ark omhoog gedragen werd, de berg Sion op.

dia 6 – Hemelvaart lijkt helemaal niet zo uitbundig
Hoe dan ook: in Psalm 47 is het groot feest voor God,
omdat God overwinnaar is.
Maar past dat feestelijke en uitbundige wel bij Hemelvaart?
In Handelingen 1 wordt verteld over dat Jezus voor de ogen van zijn leerlingen
wordt opgenomen in een wolk en zo naar de hemel gaat.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken
dat het er daar helemaal niet zo uitbundig aan toe gaat.
De sfeer is eerder bedrukt.
Net was Jezus er nog, en nu is hij verdwenen.
De leerlingen turen de hemel af,
in de hoop ergens nog een laatste glimp van Jezus op te vangen.
Met hun blikken zouden ze hem weer naar beneden willen trekken:
‘laat ons toch niet in de steek Heer, blijf toch bij ons!’
Maar Jezus blijft niet.
Dus die uitbundigheid lijkt toch een beetje ongepast.

Is Hemelvaart wel zo’n feest?
Is dit wel de dag om trots te zijn op Jezus?
Is het niet veel meer een teleurstelling?
Want wat zou het geweldig zijn
als Jezus nog altijd op aarde rondliep!
Zou geloven in Jezus dan niet veel makkelijker zijn?
Als je hem kunt zien, ja zelfs kunt aanraken?
Hemelvaart kan wel eens voelen als dat Jezus ons alleen heeft gelaten.
Valt er op Hemelvaartsdag wel wat te juichen!

2. Trots op Jezus
dia 7 – Hemelvaart: je mag trots zijn op Jezus
Nou en of!
Psalm 47 past uitstekend bij Hemelvaartsdag,
en niet alleen om dat zinnetje dat God omhoog stijgt.
Hemelvaart is een uitbundig feest voor Jezus,
waar we trots mogen zijn op onze held.
In Handelingen 1 zie je dat misschien niet zo,
maar in Lucas 24 wordt ook over Hemelvaart verteld.
Dan staat er: ‘ze brachten hem hulde,
en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem.’

dia 8 – 1 Jezus heeft gewonnen
Maar waarom zou je Jezus huldigen, trots op hem zijn?
Vanuit Psalm 47 wil ik 3 redenen geven.
De eerste: Jezus heeft gewonnen!
Psalm 47 is een overwinningslied.
De oorlog is gewonnen, niet door soldaten, maar door God.
Het staat in vers 4: ‘volken dwong hij voor ons op de knieën,
naties legde hij aan onze voeten.’
Psalm 47 is een feestlied voor God, de overwinnaar.

Dat kun je ook van Jezus zeggen: hij is overwinnaar.
Hij heeft het kwaad verslagen, hij heeft de dood verslagen.
Met Pasen wordt duidelijk dat Jezus gewonnen heeft.
Maar het moet nog doordringen.
In eerste instantie kunnen zijn leerlingen het niet eens geloven.
In de kerk vieren we Pasen graag als een uitbundig feest,
maar die eerste Paasdag was het op zijn hoogst een aarzelend halleluja.
Maar nu, met hemelvaart, wordt zijn overwinning nog eens gevierd:
het is de huldiging van Jezus die na zijn overwinning weer naar huis gaat.
Ik stel me zo voor dat niet alleen Jezus’ leerlingen jubelden,
maar dat Jezus in de hemel door een enorme massa engelen werd onthaald.

dia 9 – 2 wij hebben verloren
Reden 2 om trots te zijn op Jezus, is een beetje een vreemde: wij hebben verloren.
De volken in Psalm 47 hebben namelijk een merkwaardige dubbelrol.
Eerst worden ze opgeroepen om in de handen te klappen,
maar later wordt gezegd dat de volken door God op de knieën zijn gedwongen.
Het zijn de volken die door God overwonnen zijn, die voor God moeten juichen.
Vreemd: als het Nederlands elftal een belangrijke wedstrijd van Duitsland verliest,
dan piekeren we er niet over voor Duitsland te juichen.
Nee, we zijn dan juist collectief chagrijnig.
Je gaat toch niet juichen om je nederlaag?
Maar in Psalm 47 dus wel!

Want op de knieën gaan voor God is geen afgang.
Het is eerder een opluchting.
Wij willen alles graag zelf doen,
die drang naar onafhankelijkheid zit er vanaf het begin al in,
en uit onszelf zitten we niet te wachten op een God
die zich met ons leven bemoeit.
Maar als je je dan overgeeft aan Jezus,
toegeeft dat jij er een puinhoop van maakt,
dat je jezelf niet gelukkig kunt maken en God tekort hebt gedaan,
dan is dat een bevrijding!
Dan is de winst van Jezus ook jouw winst, ook al heb je verloren.
Nog meer reden om te juichen voor Jezus.

dia 10 – 3 Jezus is koning
En de laatste reden: Jezus is koning!
Luister maar weer naar Psalm 47: ‘God is koning van heel de aarde.’
Dat is nogal een uitspraak!
In de tijd waarin Psalm 47 geschreven is, had elk land zijn eigen landgod.
Al die goden hadden hun eigen terrein.
De goden van de Filistijnen hadden in Israël niets te zeggen,
en de goden van de Assyriërs konden in Egypte niets beginnen.
Maar de God van Israël is geen landgodje: hij is koning van heel de aarde!
Dat is ook de reden dat niet alleen Israël, maar alle volken voor God moeten juichen.

In Matteüs 28 komt dat terug.
Ook daar is het Hemelvaart: het zijn Jezus’ laatste woorden
voor hij aan het zicht van de leerlingen wordt onttrokken.
En wat zegt Jezus dan?
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’
Dus Jezus is koning van heel de hemel en heel de aarde!

Dat is Jezus nu al: Hemelvaart is het feest dat Jezus de troon bestijgt,
zijn taak als koning van hemel en aarde oppakt.
Maar het is nog niet zo dat iedereen voor Jezus juicht.
In Psalm 47 ook niet:
de volken worden wel opgeroepen mee te doen in het feest,
maar dat betekent nog niet dat ze het ook doen.
In Matteüs 28 zegt Jezus er daarom iets bij:
‘ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.’
Jezus is koning en iedereen moet dat weten!

dia 11 – Hemelvaart: deze Jezus is onze held!
En dát alles vieren we vandaag.
Dat Jezus, die gewonnen heeft en koning is, ónze held is.
Psalm 47 past perfect bij hemelvaart,
niet alleen dat zinnetje over God die opstijgt:
we vieren vandaag het overwinningsfeest van Jezus,
we huldigen hem, nog veel meer dan die olympische sporters.
Want eerlijk is eerlijk: ik zou niet meer weten voor wie ik toen stond te juichen.
Voor sporters is er maar een kort ‘moment of fame’.
Maar Jezus is nog altijd jouw en mijn hulde waard!
Vandaag is een dag om trots te zijn:
‘kijk toch naar Jezus, wat een held!
En deze Jezus is mijn Jezus, mijn koning!’

3. Uit volle borst
dia 12 – uit volle borst
Laat het vandaag dus groot feest zijn.
Wees maar trots op Jezus.
Zoals Psalm 47 het zegt: klap in de handen, juich en zing!
En doe het maar uit volle borst.

dia 13 – ben je trots op Jezus?
Die uitbundigheid, ik zei het al, die zijn we niet zo gewend.
We vinden het al snel overdreven.
Maar het feest voor Jezus kún je gewoon niet overdrijven!
Sporthelden die gehuldigd worden, die kun je te veel eer geven,
maar bij Jezus is dat risico niet aanwezig.

Hoe we Jezus huldigen,
of we in onze handen klappen, de handen omhoog steken,
een dansje doen, of rustig zitten te genieten,
daar gaat het helemaal niet om.
Wel of je die uitbundigheid van Psalm 47 kunt meemaken:
die blijdschap, die vrolijkheid, die bewondering – voel je dat voor God?
Ben je trots op Jezus, intens gelukkig dat jij bij deze held mag horen?
Zie je hoe geweldig het is dat Jezus je Heer is,
of is geloven voor jou vooral een last?

dia 14 – uitbundigheid versterkt die trots
Dan denk ik dat juist dat uitbundige kan helpen.
Want wat je met je lichaam doet, versterkt wat je voelt.
Vlak voor Pasen hebben we hier een dienst van verootmoediging gehad.
We gingen toen bij het kruis op onze knieën –
en die houding hielp om je ook van binnen klein te maken voor God.
Zo is het hier ook: als je uitbundig meedoet,
met heel je lichaam voor God juicht,
dan helpt dat ook om die trots voor Jezus te voelen.

We gaan hem uitbundig loven, met 2 liederen.
Een traditioneel lied, Kroon hem met gouden kroon,
en een nieuw lied, Zegekroon.
Zing het in ieder geval uit volle borst mee,
om te voelen hoe geweldig Jezus is.
En laten we er ook bij gaan staan:
bij een huldiging blijf je niet op je stoel zitten.
Als je wilt klappen, klap dan lekker mee.
Wil je je handen heffen, doe dat dan.
Als je wilt dansen: dat mag ook!
Want we vieren feest voor Jezus,
vandaag juichen we voor Jezus,
we huldigen onze held!
Amen.




Kolossenzen 3:1b | Uit het oog, in je hart?

Hemelvaart: Jezus verdwijnt uit het oog. Niet om het ons moeilijk te maken, maar om te regeren. Nu is het de tijd dat hij zijn macht gaat uitoefenen. En overal waar hij regeert wordt het hemelse leven al een beetje werkelijkheid.
Deze preek is gehouden op Hemelvaarstdag 2016, toen Hemelvaart en Bevrijdingsdag samenvielen.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 68 : 13
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 569
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 1 : 4 – 11
Zingen: GKB Gezang 68 : 1, 2 en 3
Lezen: Kolossenzen 3 : 1 – 4
Zingen: Psalm 110 : 1 en 2
Preek over Kolossenzen 3 : 1b
Zingen: Psalm 47 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 366
Zegen

Uit het oog, in je hart?

Inleiding
dia 1 – bevrijdingsdag
Vandaag vieren we niet 1 maar 2 feesten: Hemelvaart en de bevrijding.
Dat deze 2 feesten op precies dezelfde dag vallen, komt maar weinig voor.
In 2005 gebeurde het voor het eerst in de geschiedenis,
vandaag gebeurt het voor de tweede keer,
en de volgende keer, dat duurt nog wel even…
Dat is in het jaar 2157!
Dit zal dus wel de laatste keer zijn in je leven
dat je na de hemelvaartsdienst direct door kunt naar Leeuwarden voor het bevrijdingsfestival.
Eigenlijk is dat jammer, want het is best een mooie combinatie!

dia 2 – bevrijding Franeker
Laten we eens naar 1945 gaan: het jaar dat Nederland werd bevrijd.
In de internetarchieven vond ik er een foto van.
Wie weet waar deze foto gemaakt is?
Het is een foto uit Franeker,
je ziet de trappen van het stadhuis en de Koornbeurs.
Leuk detail: ook toen al gold op het Noord eenrichtingsverkeer.
Oke, we gaan het iets moeilijker maken:
wanneer is deze foto genomen? (kort na de bevrijding)
En waar zie je dat aan? (onder andere aan bord ‘council hall’)
Nog een stapje moeilijker: wie staan er op de foto?
Iemand een idee? Of herken je zelfs iemand?
(Een Canadese commandant houdt een toespraak,
naast hem staan onder andere de burgemeester en een wethouder,
onderaan op de foto, in uniform, de leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten,
en verder veel inwoners van Franeker.)

Natuurlijk ook belangrijk is wie er niet op de foto staan: Duitsers.
Geen Duitse soldaten: Nederlanders en Canadezen hebben het overgenomen.
Ook de NSB-burgemeester is ingeruild voor een waarnemend burgemeester
die aan de kant van de Nederlandse regering staat.
Door de bevrijding viel Franeker niet langer onder de Duitse regering,
maar had de Nederlandse regering, koningin Wilhelmina en haar kabinet,
het weer voor het zeggen.
De bevrijding is een wisseling van de macht:
de Nederlandse regering neemt de macht over.

dia 3 – uit het oog, in je hart?
Een wisseling van de macht: dat is Hemelvaart ook.
Hemelvaart gaat over de vraag: wie heeft de macht?
Het is het feest dat Jezus gaat regeren,
dat hij de macht overneemt van de donkere macht van het kwaad.
Jezus mag dan wel uit het oog zijn, hij is Koning,
hij regeert over de hele wereld.
Regeert hij ook in jouw hart?

1. Uit het oog…
dia 4 – uit het oog…
Hemelvaart kun je best met bevrijdingsdag vergelijken.
Het is dus ook een feestelijke dag.
In theorie tenminste…
Want in de praktijk is Hemelvaart het minst feestelijke christelijke feest.
Hemelvaart zegt ons vaak niet zoveel…

dia 5 – Jezus is afwezig: is dat wel feest?
Wat de feestvreugde er ook niet groter op maakt,
is dat Hemelvaart het feest is dat Jezus vertrekt.
Nadat Jezus was opgestaan, hebben zijn leerlingen Jezus nog vaak ontmoet.
Daar komt nu een einde aan.
Jezus verdwijnt uit het oog.
Hemelvaart betekent dat we Jezus niet kunnen zien.
Jezus is afwezig: hij is niet langer op aarde, maar in de hemel.
Volgens Paulus is Jezus ‘boven’.
Dat zijn wij niet, wij zijn gewoon op aarde,
en kunnen op z’n beste onze gedachten op Jezus richten.

Jezus is vertrokken, is dat nou zo’n feest?
Ik zag eens ergens bij een voordeur een tegeltje hangen:
‘bezoek brengt altijd vreugde aan,
zo het niet bij het komen is, dan bij het gaan.’
Daar is geen speld tussen te krijgen: sommige mensen zie je liever vertrekken.
Maar om Jezus nou onder die mensen te rekenen…
Nee: als het aan mij had gelegen, was Jezus nooit vertrokken.
Wat zou het fijn zijn als je Jezus gewoon kon zien
en als je hem gewoon je vragen kon stellen!
Hoe dan ook: Hemelvaart voelt alsof Jezus ons in de steek laat.
Hij gaat naar de hemel, en wij moeten het op aarde maar uitzoeken…

Jezus’ leerlingen staan in Handelingen 1 ook niet te springen van blijdschap.
Na Pasen zou alles anders worden, dachten ze.
Jezus had laten zien dat hij alle macht had, dat niets of niemand hem kon stoppen.
Volgens de leerlingen wordt het tijd om eens iets met die macht te doen,
om de macht in Israël van de Romeinen over te nemen.
Maar Jezus vertrekt…
Daar hadden ze niet op gerekend!
Ze zien Jezus verdwijnen in een wolk en staren hem beteuterd na.

dia 6 – uit het oog, uit het hart?
Jezus verdwijnt uit het oog.
Volgens het spreekwoord verdwijnt hij dan ook uit het hart.
Zo gaat dat vaak.
Als jongetje van 4 speelde ik vaak met de kinderen van de overburen.
Maar zij gingen verhuizen.
Het meest verschrikkelijke was nog wel dat mijn ouders gingen helpen met verhuizen.
Ik vond dat verraad…
Wilden zij dan niet dat ze tegenover ons bleven wonen?!
Maar al vrij snel was ik de overburen vergeten.
Ook zonder hen kon ik me prima vermaken.
Uit het oog, uit het hart.

Met Jezus kan dat ook zomaar gebeuren.
Je gelooft wat je ziet, dat heeft invloed op je leven.
Maar Jezus?
Is hij er wel?
Wat merk je nou eigenlijk van hem?
Kun je niet beter zonder Jezus verder?

2. Hemelvaart: Jezus gaat regeren
dia 7 – Hemelvaart: Jezus gaat regeren
Maar Jezus vertrekt niet om het ons moeilijk te maken.
Hij vertrekt met een doel: hij gaat regeren.

dia 8 – nu is het tijd dat Jezus de wereld regeert
We gaan even terug naar 1945.
De oorlog is voorbij, de macht is overgenomen door de Nederlandse regering,
en koningin Wilhelmina is weer in het land.
Ze konden weer het land in,
hun gezicht laten zien en mensen een hart onder de riem steken.
En dat is goed, dat is belangrijk.
Maar het zou niet goed zijn als ze dat zouden blijven doen.
Als de koningin en de regering jarenlang op tournee zouden zijn,
en daardoor aan hun echte werk niet toekwamen:
een land regeren, de opbouw coördineren.
Er is werk te doen!

Hemelvaart kun je daarmee vergelijken.
Jezus is opgestaan, hij heeft alle macht,
en nu is de tijd aangebroken dat hij die macht wereldwijd gaat uitoefenen.
Jezus is niet opgestaan om zich aan iedereen te laten zien.
Hij heeft ander werk: regeren.
Paulus zegt dat Jezus ‘aan de rechterhand van God’ is:
dat is de taal van de bijbel om te zeggen dat Jezus regeert.
Hemelvaart is dat Jezus koning wordt.
In zekere zin hebben de leerlingen in Handelingen 1 dan ook gelijk,
als ze vragen of Jezus nu koning over Israël wordt.
Ze denken alleen veel te klein:
Jezus is niet alleen koning van Israël, maar van de hele wereld.
Nu is het tijd dat het goede nieuws dat Jezus leeft,
het goede nieuws dat je niet leeft om te sterven, de wereld in gaat.
Daar geeft Jezus de leiding aan.

dia 9 – vanuit de hemel: te groot om te bevatten
Maar waarom moet dat vanuit de hemel,
of, zoals Paulus het noemt, ‘boven’?
Kon Jezus niet gaan wonen in een mooi paleis op aarde?
Dan zou hij toch mooi weer een stukje dichterbij zijn…
Want bij ‘de hemel’ denken we al snel aan ver weg.
Terwijl we ook best weten dat je miljarden kilometers kunt reizen,
maar dat we de hemel nog altijd niet gevonden hebben.
De hemel is helemaal niet ver weg!
Vanuit de hemel kan Jezus juist overal op aarde tegelijk zijn!
Daarom is juist de hemel zo’n goede plek om te regeren,
ook al kun je je er niets bij voorstellen.

dia 10 – televisie
Stel je de hemel in ieder geval niet voor als een plek aan de rand van ons universum.
En ook niet als een plek die alleen maar geestelijk is:
Jezus is met lichaam en al naar de hemel gegaan.
Wij kunnen die hemel gewoon niet bevatten:
het is groter dan de werkelijkheid die wij kennen.
Wij leven in een driedimensionale wereld: we kennen lengte, breedte en hoogte.
Stel je nou voor dat je in een tweedimensionale wereld zou leven,
dus dat je zou leven in een soort groot tv-scherm.
Dan kun je niets met de derde dimensie, met diepte:
mensen komen dan altijd van links, rechts, boven of beneden,
maar nooit van voor of van achter, dat bestaat dan namelijk niet.
Zoiets kun je over de hemel ook zeggen:
die is groter dan wij met onze dimensies kunnen vatten.
Onze werkelijkheid is maar een klein stukje van Gods werkelijkheid.

3. Jezus verandert mensen
dia 11 – Jezus verandert mensen
Oke, Jezus ging dus naar de hemel om te regeren,
om plaats te nemen aan de rechterhand van God.
Maar wat merk je daar nou eigenlijk van?
Is de wereld na Hemelvaart echt anders geworden,
zoals Nederland na de bevrijding echt anders werd?
Ik ben bang van niet…
Regeert Jezus wel?

dia 12 – koning op een onverwachte manier
Ja, maar niet op de manier waarop je het misschien zou verwachten.
In ieder geval niet op de manier waarop Jezus’ leerlingen het verwachtten.
Zij vroegen: ‘gaat u het koningschap over Israël herstellen?’
Dat is wat ze al die tijd van Jezus verwachtten, en ze hopen er nog steeds op:
dat Jezus Israël bevrijdt uit de handen van de Romeinen,
dat Jezus Israël bevrijdt van de Joodse religieuze leiders,
dat Jezus zorgt voor nieuwe welvaart voor Israël,
een Israël waarin niemand tekort heeft.
Vervang ‘Israël’ voor ‘onze wereld’, en je herkent het direct:
als Jezus regeert, dan verwachten we wereldvrede en dat het met iedereen goed gaat.

Maar Jezus geeft nog één keer een raadselachtig antwoord:
‘Het is niet jullie zaak…
Jullie zullen kracht ontvangen en van mij getuigen.’
Jezus zegt niet: ‘nee, ik word geen koning.’
Jezus zegt: ‘ik word koning, maar op een andere manier.
Geen aardse koning, zoals jullie verwachten.
Ik word koning over de hele wereld,
en waar jullie van mij getuigen en mensen tot geloof komen in mij,
daar zie je dat ik regeer.’

dia 13 – Jezus regeert waar mensen tot geloof komen
Misschien wel het beste bewijs dat Jezus regeert, is de kerk.
Niet alleen hier, maar overal op de wereld.
En die kerk groeit ook nog eens: elke dag komen mensen tot geloof in Jezus.
Normaal gesproken is het ‘uit het oog, uit het hart.’
Jezus is al bijna 2000 jaar uit het oog,
maar nog altijd niet uit het hart te krijgen.
Ondanks vervolging, ondanks aanvechting, ondanks gedoe in de kerk.
Hoe is dat mogelijk als Jezus niet regeert?

Jezus regeert op zijn eigen manier.
‘Verborgen’ noemt Paulus het.
Jezus zet de wereld niet naar zijn hand, Jezus verandert mensen.
Niet door het af te dwingen, maar door mensen voor zich te winnen,
door te laten zien hoe mooi zijn vrijheid is, zodat mensen bij hem willen horen.
Jezus regeert waar mensen anders gaan leven omdat ze Jezus kennen.
Waar mensen ontdekken dat Gods liefde het leven de moeite waard maakt.
Waar mensen, met de woorden van Paulus,
zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Je ziet Jezus’ macht waar het hemelse leven al een beetje werkelijkheid wordt.
En als je weet hoe je moet kijken, zie je het overal.

dia 14 – citaat
Augustinus, een kerkleider uit de 4e eeuw in Noord-Afrika, zei het zo:
‘u voer voor onze ogen ten hemel
en we keerden bedroefd terug om u terug te vinden in onze harten.’
Dát is waar Jezus regeert!

4. …In jouw hart?
dia 15 – …in jouw hart?
Jezus is dan wel uit het oog verdwenen, juist vanuit de hemel regeert hij.
Niet door de wereld te veranderen, maar mensen.
Jezus is uit het oog, regeert hij ook in jouw hart?

dia 16 – niet: met je hoofd in de wolken
‘Streef naar wat boven is,’ dat klinkt best zweverig, toch?
Alsof je met je hoofd in de wolken moet lopen,
je steeds bedenkt hoe mooi het daarboven wel niet moet zijn,
en daarom met een glimlach van oor tot oor door het leven gaat…
Dat is dus niet de bedoeling!
Als Jezus al niet meer te zien is, staren zijn leerlingen nog steeds omhoog.
Twee engelen zetten hen weer met beide benen op de grond:
ze moeten weer om zich heen kijken, in plaats van omhoog.
‘Streven naar wat boven is,’ dat betekent niet dat het aardse leven onbelangrijk is.
Het gaat over hoe je dat aardse leven leeft.

dia 17 – Wilhelmina
Jezus regeert, maar je kunt nog kiezen of je je door hem laat regeren of niet.
Hij heeft alle macht, maar dwingt het niet af.
Nog 1 keer een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog.
Koningin Wilhelmina woonde tijdens de oorlog in Londen.
Voor de Nederlanders was ze uit het oog.
Voor sommigen was ze daarmee ook uit het hart:
we moesten maar wennen aan de nieuwe situatie,
waar Nederland een onderdeel was van het Duitse rijk.
Maar voor veel anderen bleef ze de koningin.
Vanuit Londen heeft ze verschillende radiotoespraken gehouden op Radio Oranje,
met uitspraken als:
‘wie op het juiste ogenblik handelt, slaat den Nazi op zijn kop, ik heb gezegd.’
Op die manier bleef ze regeren.
Mede door zulke uitzendingen bleven mensen moed houden
en durfden ze zich ook tegen de Duitsers te verzetten.
Wilhelmina was dan wel uit het oog, maar echt niet uit het hart!

dia 18 – wel: laat je door Jezus regeren
In die tijd hadden mensen in Nederland tegen elkaar kunnen zeggen:
streef naar wat in Engeland is.
Dat zou dan geen oproep zijn om allemaal de boot naar Engeland te pakken,
maar een oproep om naar Wilhelmina te luisteren, om haar te laten regeren.
Zoiets bedoelt Paulus ook als hij zegt ‘streef naar wat boven is’:
laat je door Jezus regeren!

Sinds 1945 is Nederland vrij.
Het is prachtig dat de meesten van ons niet eens beter weten.
Hoe gebruik je die vrijheid?
Gebruik je die om je te richten op wat op aarde is?
Op geld verdienen en weer uitgeven?
Op luxe en statussymbolen?
Op gemak en de nieuwste technologie?
Op seks en je prestaties?
Het zijn allemaal dingen waar de wereld sinds 1945 enorm in veranderd is.
Of richt je je op Jezus?
Is hij het die je leven zinvol maakt?
Ga je delen, dienen, geven en vergeven?
Dan wordt het al een beetje hemel op aarde.
Dan heb je een vrijheid die veel groter is dan leven in een vrij land.

dia 19 – vrijheid geef je door
Als Jezus regeert in je hart,
dan ben je een vertegenwoordiger van de hemel op aarde.
Door jou heen wil Jezus zijn regering verder brengen,
totdat iedereen op aarde ervan weet.
Het thema van Bevrijdingsdag dit jaar
is precies de opdracht van Jezus’ hemelvaart:
vrijheid geef je door!
Amen.




Johannes 14:1-3 en 28 – Hemelvaart: op weg naar thuis

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: LvK Lied 457 : 1, 3 en 4
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 47 : 1, 3 en 4
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: Johannes 13 : 36 – 14 : 14 en 14 : 27 – 31
  • Zingen: Psalm 84 : 1 en 2
  • Preek over Johannes 14 : 1 – 3 en 28
  • Zingen: Opwekking 520
  • Kinderen terug
  • Kinderlied: ‘Zeg het voort’
  • Lezen wet
  • Zingen: GKB Gezang 164 (canon)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Opwekking 366
  • Zegen

Preek: Hemelvaart: op weg naar thuis

Inleiding
dia 1 – zwart
‘Ik wil nog niet naar huis!’
Dat heb ik heel vaak gezegd.
Bijvoorbeeld als we gingen logeren bij mijn opa en oma.
Ik had het daar zo naar mijn zin dat ik echt niet terug naar huis wilde.
En wat was het een teleurstelling als we toch weg moesten!
Ik heb heel wat keren huilend in de auto gezeten.
Gelukkig was dat na een paar minuten dan wel weer over,
en was ik ook wel weer blij als we weer thuis waren.

dia 2 – regen
Thuis is een bijzondere plek.
En als je lang in de auto hebt gezeten
of als je door de regen naar huis moest fietsen, ben je blij dat je er bent.
Als je in het ziekenhuis ligt, ben je blij als je weer naar huis mag.
Of stel je voor dat je soldaat bent, en een paar maanden naar een ver land moet,
wat is het dan fijn om weer thuis te komen!

‘Thuis’, daar worden veel liedjes over gezongen.
Laten we er even eentje luisteren,
een van mijn favorieten in de auto op weg naar huis,
het liedje ‘thuis’ van Elly en Rikkert.

dia 3 – filmpje

dia 4 – zwart
‘Thuis is meer dan een huis.’
Veel beter kan ik het ook niet zeggen.
Thuis is je eigen plek, een plek waar het veilig is,
waar je precies weet waar alles staat, en waar je je thuis voelt.
Pas als je een tijdje weg bent geweest, besef je weer goed hoe bijzonder thuis is.
Niets kan op tegen thuis.

1.Jezus komt thuis
dia 5 – Jezus komt thuis
Vandaag vieren we hemelvaartdag.
Met Pasen hebben we gevierd dat Jezus is opgestaan uit de dood.
In de weken na Pasen heeft Jezus zich nog verschillende keren laten zien.
Maar met hemelvaart komt daar een einde aan:
Jezus is niet meer in ons midden.
In Johannes 14 bereidt Jezus zijn leerlingen daar op voor.
Jezus vertelt dat hij niet lang meer bij de leerlingen zal zijn.
Wat Jezus zegt is: ‘ik moet naar huis,
hier ben ik niet thuis, dat ben ik in het huis van mijn Vader.’
Hemelvaart is dus heel simpel: Jezus komt thuis.

Dat kunnen we heel moeilijk maken
door te vragen waar Jezus dan precies is.
De hemel, het huis van de Vader, waar is dat?
Is dat ver achter de sterren?
Of in een of ander parallel-universum?

dia 6 – thuis is geen gebouw of plek
Maar dat is niet waar het om gaat.
Denk nog maar even terug aan dat liedje:
‘thuis is meer dan een huis.’
Je kunt in een luxe huis wonen op een prachtige plek
en je er toch niet thuis voelen.
Dan heb je wel een huis, maar geen thuis.
Thuis is een plek waar het veilig is.
In een ander liedje over thuis zien,
je kent het misschien van IKEA-reclames, wordt gezongen:
‘home is wherever I’m with you’,
thuis is overal waar ik bij jou ben.
Voor mij klopt dat in ieder geval wel:
ik voel me thuis als ik bij Hanneke en Daniël ben,
als we bij familie zijn,
maar ook als we koffie drinken na de kerkdienst,
of als we, zoals vanmiddag, een gemeentedag hebben.
Thuis is geen plek, geen gebouw,
thuis heeft alles te maken met relaties,
dat je niet alleen bent, dat je veilig bent bij elkaar.

dia 7 – thuis is bij de Vader
Bij hemelvaart is dat ook zo.
Jezus komt thuis.
Dan gaat het er niet om dat hij naar een bepaalde plek gaat.
Het gaat er om dat hij weer bij zijn Vader is.
Thuis is waar de Vader is.
Vader en Zoon worden herenigd.

Dat is lang geleden: Jezus is al heel lang niet thuis geweest.
Met het kerstfeest vieren we elk jaar dat Jezus mens is geworden.
Jezus verliet zijn thuis om bij mensen te komen wonen.
Met hemelvaart gaat hij eindelijk weer terug naar zijn eigen plek,
waar zijn Vader is en waar het veilig is.
Hoe langer Jezus op aarde is, hoe meer hij naar huis verlangt.
In Johannes 17, vlak voor Pasen, bidt Jezus er ook om:
‘Vader, verhef mij nu tot uw majesteit,
tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.’
Jezus is niet mens geworden om altijd in ons midden te blijven.
Zijn missie is volbracht, nu mag hij thuiskomen,
zijn plek bij de Vader weer innemen.

2.Gescheiden van Jezus
dia 8 – hemelvaart vieren: vreemd?
Dat is mooi, voor Jezus.
Hij is lang weg geweest, maar nu eindelijk thuis.
Maar hij laat wel mensen achter.
Zelfs zijn beste vrienden kunnen niet met hem mee!

Ik vind hemelvaart de moeilijkste van de christelijke feesten.
Dat Kerst een feest is, snap ik, de geboorte van Jezus is prachtig,
dat Goede Vrijdag een feest is, snap ik, want dat is het feest van Jezus liefde,
dat Pasen een feest is, snap ik, de dood heeft niet meer het laatste woord,
en dat Pinksteren een feest is, snap ik ook, God laat ons niet alleen.
Maar hemelvaart?!
Wat kun je daar nu aan vieren?

Elke keer als het hemelvaartsdag is, denk ik:
was Jezus maar nooit vertrokken.
Waarom laat hij ons achter?
Hemelvaart voelt een beetje aan als een begrafenis.
Het is het feest dat Jezus er niet meer is…
Het zou toch geweldig zijn als Jezus nog gewoon onder ons was?!
Wat een discussies had ons dat bespaard!
En de wereld had er vast ook heel anders uitgezien.
Het is maar vreemd om met hemelvaart feest te vieren.

dia 9 – was dat het dan?
Petrus zit ook met die vraag.
Hij vraagt Jezus: ‘waarom kan ik u nu niet volgen?’
Petrus zegt wat iedereen denkt.
Ze snappen er niets van: Jezus is toch juist voor hen gekomen?
Waarom zou hij dan nu al afscheid moeten nemen?
Jezus zegt steeds dat hij naar huis gaat,
en de gezichten van de leerlingen betrekt.
Ze worden ongerust, bang en moedeloos.
Is dit het dan?

Als het zo ver is, kunnen ze er nog steeds niet bij.
Ze zijn er bij als Jezus omhoog ‘zweeft’.
Ze staren in de lucht om niets van deze laatste momenten te verliezen.
Ook als Jezus al lang aan het zicht onttrokken is blijven ze staren,
ze hopen nog een glimp van Jezus te kunnen zien.

Jezus gaat naar huis.
Hij laat de leerlingen en ons achter.
Het is prachtig voor Jezus dat hij thuis is,
maar wij zijn van hem gescheiden.
Is hemelvaart wel zo´n feest?

3.Jezus brengt thuis
dia 10 – hemelvaart is geen ‘einde verhaal’
Jezus beseft dat het afscheid moeilijk zal zijn.
Hij weet dat het allerlei vragen zal oproepen.
Daarom bereidt Jezus zijn leerlingen er in Johannes 14 al op voor.
Hemelvaart lijkt misschien helemaal niet zo feestelijk.
Maar Jezus houdt het steeds weer voor:
‘wees niet ongerust, vertrouw, verlies de moed niet, wees blij.’
Want hemelvaart is niet het einde.

Eén ding doet Jezus niet:
op de waaromvraag van Petrus gaat hij niet in.
Petrus vraagt waarom we Jezus nu niet kunnen volgen.
Jezus geeft er geen reden voor.
Ik ga daar dus ook niet naar raden.
Jezus doet wel iets anders.
Hij weet wat achter de vraag van Petrus zit.
Petrus is bang om Jezus definitief kwijt te raken.
Petrus denkt dat als Jezus thuis is, het ‘einde verhaal’ is.
Jezus stelt hem gerust.

dia 11 – Jezus’ thuis wordt ons thuis
Jezus gaat naar huis, ja, maar hij doet meer:
hij wil ons ook thuis brengen.
Jezus’ thuis bij de Vader wordt dan ook ons thuis!
Hemelvaart is niet ‘die zien we nooit meer terug’.
Jezus trekt zich niet terug van de wereld
om weer goede tijd samen met zijn Vader te hebben.
Hij is er juist bezig een plaats voor ons te maken,
om ons thuis te brengen.
Wat je je daar precies bij voor moet stellen, weet ik niet,
maar waar het om gaat: we mogen Jezus volgen.
Zijn thuis wordt ons thuis.

dia 12 – we zijn nu nog niet thuis
Maar dan zijn we nu dus nog niet thuis!
Hoe mooi je huis in deze wereld ook is,
je geld, je prestaties, je imago, het is niet thuis!
Hemelvaart vertelt dat je niet thuis bent.
Zo lang je niet bij de Vader bent, ben je niet thuis.
Je hoort niet bij een wereld waar het recht van de sterkste geldt.
Je hoort niet bij een wereld waar geld gelukkig maakt.
Je hoort niet bij een wereld waar ieder zijn eigen leven probeert te maken.
Thuis is bij de Vader.

Inmiddels zijn er al heel wat jaren verstreken.
Jezus heeft beloofd dat hij terugkomt, maar het wachten duurt lang!
Dat kan je best onrustig maken.
Wat mij dan wel helpt is te bedenken
de mensen na Adam en Eva nog veel langer op Jezus hebben moeten wachten.
Houd de moed er in!

4.Verlangen naar thuis
dia 13 – verlangen naar thuis
Als je door de regen moet fietsen,
wil je graag snel thuis zijn.
In die regen leven we allemaal:
we wachten op Jezus die ons thuis brengt.
Hemelvaart is een uitnodiging om te verlangen naar thuis.

dia 14 – er mist iets
Soms vraag ik mijzelf af of ik wel naar dat thuis verlang.
Want ik voel me hier in Franeker ook best thuis!
Er zijn zo veel mooie dingen om voor te leven.
Ik zou dat allemaal niet willen missen.
Wat ik heb, dat ken ik,
en wat ik krijg, dat moet ik maar afwachten.
Als het leven een beetje meezit, is het leven ook wel prima zo.

En dat mag!
Verlangen naar thuis betekent niet dat je alles op aarde stom moet vinden.
God heeft het gemaakt, hij vindt het zelf ook waardevol!
Zo waardevol dat zelfs Jezus een lichaam kreeg.
Dat lichaam is hem nooit meer afgepakt.
God wil verder met deze aarde en met onze lichamen.
Maar het is pas thuis als hij er is.
Verlangen naar thuis betekent dat je dat mist,
dat je het heel goed naar je zin kunt hebben,
maar verlangt naar de Vader.
Er is meer dan het leven dat je kent.

dia 15 – richt je hart op thuis
Dat verlangen bepaalt hoe je in het leven staat,
hoe je naar de wereld kijkt.
Als je graag thuis wilt zijn,
dan is het niet zo belangrijk hoe veel geld je hebt,
of wat je in je leven hebt gepresteerd.
Daar hoef je niet meer in op te gaan.
Je hart is niet op die dingen gericht, maar op thuis.
Waar God is, waar echte liefde is.

dia 16 – laat zien wat thuis is
En dat is niet maar afwachten
tot Jezus ons uit deze ‘grote boze wereld’ komt verlossen.
Als je niet thuis bent, kun je nog wel laten zien wat je thuis is,
en hoe het er thuis aan toe gaat.
Een Nederlander in Frankrijk kan bijvoorbeeld iets van Nederland laten zien
door stamppot te maken voor zijn Franse vrienden.
Als het goed is, is aan christenen ook te zien wat hun thuis is:
een plek waar het goed is tussen God en ons en tussen elkaar.
De kerk is een beginnetje daarvan.
Van niet opgaan in alle dingen van de wereld,
maar te leven met God en met elkaar,
en zo ook dat verlangen naar huis te voeden.
Amen




Matteüs 28:16-20 – Afscheid met een opdracht

Bij deze preek is een blad met verwerkingsvragen beschikbaar: Samen GROEI-en.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Psalm 47 : 1 en 2

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Opwekking 366 : 1 en 3 (Kroon hem met gouden kroon)

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Handelingen 1:1-11

Zingen: Psalm 47 : 3 en 4

Lezen: Matteüs 28:16-20

Preek over Matteüs 28:16-20

Zingen: LvK Lied 234 : 1 en 2 (Al heeft hij ons verlaten)

Kinderen terug

Kinderlied

Lezen wet

Zingen: GKB Gezang 68 : 1, 2 en 3 (Wij knielen voor uw zetel neer)

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 147 : 1, 3 en 4 (Maak muziek voor God de Vader)

Zegen

Preek: Afscheid met een opdracht

Afscheid

dia 1 – camping

Er zijn maar weinig dingen zo leuk als op vakantie gaan.

Ik ben vast niet de enige die dat vind.

Vakantie is heerlijk!

Even geen gezeur aan je hoofd,

niet naar school, niet werken,

en als je gaat kamperen, hoef je niet eens te stofzuigen.

Alle tijd om te wandelen, te zwemmen, uit te slapen of puzzels te maken.

Van mij mogen vakanties heel lang duren!

Dat duren ze meestal niet…

Vakanties gaan veel te snel voorbij!

Terwijl je het gevoel hebt dat je er nog maar net bent,

moet je alweer inpakken.

Behalve als je vakantie in het water is gevallen,

is dat toch altijd de vervelendste dag.

Het is een dag van afscheid nemen.

Je neemt afscheid van het uitzicht op de bergtoppen.

Voor de laatste keer maak je een mooie strandwandeling.

Het loopje naar het toiletgebouw ga je missen.

Dat geldt zelfs voor die zingende overbuurman.

Je neemt afscheid van de mensen die je hebt leren kennen.

Misschien wissel je nog wat persoonlijke gegevens uit.

De meesten zie je nooit meer terug.

Aan alle leuke dingen komt een einde.

dia 2 – afscheid

Afscheid nemen, dat is niet leuk.

Een wijze Fransman heeft eens gezegd:

‘afscheid nemen, het is een beetje sterven.’

Heftig is een afscheid helemaal rondom de dood.

Met vakantievriendjes aan de andere kant van de wereld

kun je nog contact houden.

De dood maakt dat definitief onmogelijk.

De dood brengt scheiding.

dia 3 – zwart

Soms is er dan de mogelijkheid om heel bewust afscheid van elkaar te nemen.

Om nog één keer te zeggen dat je van iemand houdt.

Misschien ook om nog een laatste opdracht mee te geven:

‘zorg goed voor je moeder als ik er niet meer ben.’

Of om samen uit de bijbel te lezen.

Die laatste momenten, die laatste woorden, die zijn heel bijzonder.

Als je daarbij bent geweest, blijft het je altijd bij.

Vandaag vieren we Hemelvaartsdag.

En het lijkt een beetje gek om dat te vieren:

Hemelvaart is juist afscheid nemen.

Afscheid van Jezus op aarde.

Nee, Jezus is niet dood, hij leeft!

Maar hij lijkt wel erg ver weg…

dia 4 – afscheidswoorden van Jezus

De laatste veertig dagen van zijn leven op aarde,

heeft Jezus zijn leerlingen op dit afscheid voorbereid.

Er kan geen misverstand zijn over hoe de leerlingen verder moeten

als Jezus niet langer in hun midden is.

De allerlaatste woorden van Jezus staan in Handelingen:

‘jullie zullen van mij getuigen (…) tot aan de uiteinden van de aarde.’

Maar ook in Matteüs 28 is Jezus met zijn afscheid bezig.

Je kunt dat dan ook prima zien als de afscheidswoorden van Jezus.

Die laatste, dierbare woorden, om steeds weer aan terug te denken.

Jezus wil dat deze woorden ons bijblijven.

1.Jezus heeft alle macht

dia 5 – alle macht

Het eerste wat Jezus dan zegt is:

‘mij is alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde’.

Als er een ding is wat de leerlingen, en ook wij,

moeten onthouden, dan is het dat wel:

Jezus heeft alle macht!

Juist hemelvaartsdag is een goede dag om daarbij stil te staan.

Hemelvaart wordt ook wel de troonsbestijging van Jezus genoemd:

Jezus gaat naar zijn Vader in de hemel om daar zijn plek als koning in te nemen.

En dan niet een koning zoals Willem Alexander die linten mag doorknippen

en misschien achter de schermen nog wat invloed kan uitoefenen.

Jezus is een koning met alle macht.

Vanaf zijn troon in de hemel regeert hij over de hele wereld.

dia 6 – treinramp

Tenminste…

Dat is wat Jezus zijn leerlingen meegeeft.

Maar je hoeft niet ver om je heen te kijken

om daar je vraagtekens bij te zetten.

Als Jezus echt alle macht heeft,

zou de wereld er dan niet veel beter uitzien?

Dan had hij er toch gewoon voor kunnen zorgen

dat die giftrein in België niet ontspoorde?

Dan had hij er toch gewoon voor kunnen zorgen

dat deze wereld zo’n goede plek is

dat er niemand asiel in een ander land hoeft aan te vragen?

Het is heel gemakkelijk om die woorden van Jezus te vergeten:

‘mij is alle macht gegeven.’

Dat lijkt helemaal achterhaald: gewone mensen zijn veel machtiger.

Maar van Jezus waren het geen overmoedige woorden, geen opschepperij.

Hij kan dit echt zeggen.

dia 7 – machtiger dan mensen

O ja, mensen hebben heel veel macht.

En als je kijkt naar alles wat wij kunnen,

wat onze voorouders 200 jaar geleden niet konden…

Afstanden stellen tegenwoordig niets meer voor.

Met het vliegtuig kom je overal,

en anders zijn er wel kabels en satellieten

om contact met de andere kant van de wereld te hebben.

Sommige ernstige ziektes hebben we weten uit te roeien.

En ga zo maar door.

Mensen zijn machtig.

Maar Jezus is nog veel machtiger.

Hij kan mensen zonder medicijnen genezen.

Hij kan een storm laten liggen.

Hij weet wat er in mensen omgaat.

En nog wel het machtigste:

hij kon opstaan uit de dood.

Dan kunnen wij, mensen, misschien veel,

maar winnen van de dood, dat kunnen wij nooit.

Jezus wel: hij heeft alle macht.

Toch gebruikt hij die macht blijkbaar niet

om alle problemen in de wereld op te lossen.

Hij laat dingen gebeuren die hij gemakkelijk had kunnen voorkomen.

En waarom?

Ik weet het ook niet.

dia 8 – leerlingen maken

Jezus wil tegen zijn leerlingen niet zeggen:

‘ik heb alle macht, dus nu wordt de wereld zoals ik wil.’

Jezus zegt: ‘ik heb alle macht, maak dus leerlingen.

Ik heb alle macht, maar veel mensen kennen die macht nog niet.

Ik wil dat iedereen mijn macht erkent.’

Natuurlijk zou Jezus dat kunnen afdwingen,

maar zo werkt hij niet.

Hij wil dat mensen hem vrijwillig, met hun hart, erkennen.

Dat mensen denken:

‘wauw, dat is nog eens een Koning, daar wil ik bij horen!’

En daarom geeft hij aan de leerlingen, en ook aan ons, die taak:

‘maak alle volken tot mijn leerlingen.

Laat hen zien dat ik Koning ben,

vertel hen over alles wat ik heb gedaan,

dat ik zelfs machtiger ben dan de dood.’

Dit is de reden waarom iedereen van Jezus moet horen.

Jezus geeft die opdracht zodat iedereen zijn macht zal erkennen.

2.Opdracht aan kwetsbare leerlingen

dia 9 – kwetsbare leerlingen

Bij zijn afscheid geeft Jezus dus een grote opdracht mee.

Het staat ook wel bekend als het zendingsbevel.

Met het jaarthema ‘uitdelen van Gods liefde’

kun je eigenlijk niet om deze woorden heen:

‘maak alle volken tot mijn leerlingen.’

Maar wat een enorme opdracht is dat!

Hoe kun je nou leerlingen voor Jezus maken,

als je er elke dag weer achter komt hoe moeilijk het is om Jezus te volgen?

Is dit niet te hoog gegrepen?

Wie ben jij, dat jij dit zou kunnen?

dia 10 – de elf leerlingen

Ik denk dat deze vragen helemaal niet zo gek zijn.

Sterker nog: Jezus’ discipelen zaten er zelf ook mee.

De schrik van de afgelopen weken zit er bij hen nog goed in.

Er is zo veel gebeurd!

Jezus was gestorven, maar opeens was hij ook weer opgestaan.

Ze kunnen er helemaal niet bij.

Ze dachten dat ze Jezus kenden,

maar ze moeten weer van voor af aan beginnen om hem echt te leren kennen.

Worden zij nu door Jezus de wereld ingestuurd?

Waar wij gemakkelijk overheen lezen,

is dat Jezus spreekt tot de élf leerlingen.

Dat getal, elf, laat goed zien hoe ze er aan toe zijn.

Ze waren met z’n twaalven, maar een van hen was een verrader.

Judas komt nooit meer terug, hij heeft een einde aan zijn leven gemaakt.

Er is nu nog maar een gehavende groep leerlingen.

Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen?

Ze weten het allemaal ook niet meer.

Ze hebben het idee dat ze midden in een onwerkelijke droom zitten.

Als Jezus naar ze toekomt, bewijzen ze hem eer,

ook al twijfelen sommigen ook nog.

Die leerlingen, die er door Jezus op uit gestuurd worden, die twijfelen nog!

En vind je het gek?!

Hun hele wereldbeeld is op de kop gezet.

Langzaam begint een heel klein beetje

-ik gebruik maar voorzichtige woorden-

door te dringen wie Jezus is en wat het betekent om hem te volgen.

Ze zullen wel gedacht hebben:

wie zijn wij om mensen over Jezus te vertellen?

dia 11 – zulke mensen

Herken je het?

Dat je denkt: ‘moet ík aan anderen vertellen hoe het zit?

Ik snap zelf nog niet de helft van Jezus!

Wat moet ik nou over Jezus vertellen?

En wat als mensen nou eens vragen stellen waar ik ook het antwoord niet op weet?

Nee, laat dat maar over aan mensen die wat sterker staan!’

Juist zulke mensen stuurt Jezus op pad.

Geen mensen die op elke vraag het antwoord weten,

maar mensen met hun aarzelingen en twijfels.

Mensen die nog veel kunnen leren.

Ze worden zelfs zo genoemd: leerlingen.

Je kunt wel wachten tot je alles over God weet,

maar dan zul je nooit toekomen aan die opdracht van Jezus.

Ik zou zelfs willen zeggen: gelukkig niet.

Gelukkig kan ik God niet begrijpen, snap ik niets van hem!

En ik hoop dat God mij ervoor bewaart dat ik dat ooit nog ga denken.

Natuurlijk kan ik God niet begrijpen, hij is daarvoor veel te groot!

Als ik zou denken dat ik uitgeleerd ben, houdt ik een hele kleine God over…

Je hoeft niet alles te weten, je mag ook twijfelen.

Als leerling van Jezus heb je niet alle antwoorden,

maar ga je naar Jezus toe met je vragen.

Wees maar gewoon zo’n leerling.

Niet groot en sterk, maar klein en kwetsbaar.

3.Leerlingen maken leerlingen

dia 12 – leerlingen maken leerlingen

Zulke leerlingen kan Jezus gebruiken.

Mensen die denken: wie ben ik, om over Jezus te vertellen?

Mensen die op moeilijke vragen geen ander antwoord weten dan:

‘ik weet het ook niet, vraag het Jezus maar.’

Maar wel vast blijven houden aan Jezus.

dia 13 – TU

Toen ik nog theologie studeerde,

kreeg ik natuurlijk ook te maken met allerlei moeilijke vragen,

zoals bijvoorbeeld die vraag waarom Jezus zijn macht niet gewoon gebruikt

om een einde aan alle ellende in de wereld te maken.

In mijn studeerkamer heb ik allerlei boeken staan waar ik antwoorden kan zoeken.

Maar daar heb ik niet het meeste van geleerd.

Het meeste heb ik geleerd van professoren die zeiden dat ze het ook niet wisten.

Natuurlijk, ze konden best wat zinnige dingen zeggen,

maar hét antwoord, dat hadden ze niet.

Aan het einde van een college konden we dan bidden:

‘God, wij weten ook niet hoe het zit, maar we weten wel dat u onze God bent

en dat u veel groter bent dan wij kunnen bedenken.

Al onze vragen, we leggen ze bij u neer.’

Ik ben veel meer onder de indruk van mensen die,

hoe veel ze ook geleerd hebben,

eerlijk toegeven dat ze ook niet alles weten

en met hun vragen naar God toe gaan,

dan van mensen die alle antwoorden op een rijtje hebben.

dia 14 – onzekerheid

Waarom ik dit vertel:

je hoeft niet alles te weten om over Jezus te vertellen.

Het is juist heel krachtig als mensen aan je merken

dat je geen antwoord weet op hun vragen,

en er toch op vertrouwt dat God het antwoord wel heeft.

Maak dus maar leerlingen, hoe onzeker je ook bent.

Dat is ook de opdracht die Jezus hier meegeeft.

dia 15: de opdracht

Die opdracht van Jezus heeft drie delen.

De eerste is: maak alle volken tot mijn leerlingen.

Doe dat door mensen nieuwsgierig te maken naar Jezus.

Nodig mensen uit om naar Jezus op zoek te gaan,

zoals je ook zelf nog altijd op zoek bent.

Het tweede is: doop hen.

Door de doop ga je bij de groep van leerlingen horen.

De doop is dus niet voor mensen die op alles een antwoord weten.

Het is voor mensen die achter Jezus aan willen gaan

en hun vragen bij hem neer willen leggen.

En daar hoort dan ook het derde bij: onderwijs hen.

Jezus noemt het onderwijs dat hij zelf gegeven heeft,

en de leerlingen zullen ongetwijfeld hebben gedacht aan de bergrede:

woorden die Jezus uitsprak op dezelfde berg als waar ze nu staan.

Leerlingen van Jezus leren Jezus steeds meer kennen,

leren Jezus te volgen in alles in hun leven.

Dat leren ze ook gewoon van elkaar.

De elf leerlingen hebben zo leerlingen gemaakt.

Die nieuwe leerlingen op hun beurt, vertelden het ook weer verder,

en maakten zo ook weer leerlingen.

Dat is een geweldig principe: leerlingen maken leerlingen.

Die elf hoefden het niet allemaal zelf te doen.

Al snel waren er honderden die met hen meededen om leerlingen te maken.

Mensen die net tot geloof waren gekomen,

en iedereen om hen heen over Jezus vertelden.

Laten wij in dat spoor verder gaan.

4.Jezus is er zelf bij

dia 16 – Jezus is er zelf bij

Het is een hele opdracht.

En dan kan het wel waar zijn dat Jezus ons daar goed genoeg voor vindt,

maar daar wordt de opdracht nog niet gemakkelijker van.

Gelukkig sluit Jezus af met een bemoediging: ik ben met jullie, alle dagen.

Die opdracht kunnen we alleen maar omdat Jezus bij ons is.

Dat laat ook weer zien hoe bijzonder hemelvaart is.

Jezus neemt afscheid van zijn leerlingen,

maar niet zoals iemand die gaat sterven.

‘Ik ben met jullie’, zegt hij.

Dat kan hij alleen maar zeggen omdat hij leeft.

Jezus gaat een andere plek innemen, in de hemel,

maar hij blijft dezelfde Jezus.

En hij blijft bij iedereen die leerling van hem wil zijn.

dia 17 – anders onmogelijk

Zonder dat Jezus erbij is, zouden we nooit leerlingen kunnen maken.

Want Jezus heeft alle macht, niet ik.

Als het aan mij zou liggen, was ik die opdracht al lang weer vergeten.

Was ik zelfs Jezus al lang weer vergeten.

Als ik naar mijzelf kijk, dan maakt zo’n opdracht me bang:

anderen over Jezus vertellen, wat zullen ze wel niet van me denken?

En wat moet ik eigenlijk zeggen?

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Jezus dan, ‘ik ben met je!’

En als Jezus er niet bij zou zijn,

dan konden we nog zo ons best doen om leerlingen te maken,

het zou nooit lukken.

Onze taak is om mensen over Jezus te vertellen.

Maar we kunnen geen mensen voor Jezus laten kiezen.

Als iemand voor Jezus kiest,

dan geloof ik dat Jezus zelf daar de hand in heeft gehad.

Want hij is met ons.

Laat dat je maar bemoedigen:

leerlingen maken, je hoeft het niet alleen te doen.

dia 18 – juist als je evangelie deelt

Die belofte van Jezus, die geldt juist als je het evangelie deelt.

Natuurlijk, Jezus is overal bij, hij is altijd met ons.

Maar dat is niet direct waar hij het hier over heeft.

Het gaat erom dat als je met zijn opdracht bezig bent,

je juist dan ook mag weten en ervaren dat je daarin niet alleen staat.

Ik zou zeggen: probeer het maar!

‘Ik ben met jullie, tot de voltooiing van deze wereld.’

Er komt een moment dat die opdracht klaar is.

Dat we niet langer leerlingen hoeven te maken.

Want hemelvaart is niet het einde: Jezus komt terug.

En dan wordt alles nieuw.

Amen.




Johannes 20,17 – Hemelvaart: Jezus is onze weg naar de Vader!

Hemelvaart en Alphadienst

Liturgie

Voorzang Opw 488
Kaars aansteken
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 167
Gebed
Schriftlezing:
– Hand 1,1-14
– Johannes 20,11-18
Zingen: LB 234
Preek over Johannes 20,17
Zingen: Gez 68
Geloofsbelijdenis
Zingen: Gez 99,1.2
Gebed
Ervaringen met Alpha – een van de cursisten
Zingen Opw 585
Collecte
Zingen Ps 68,7.8.13
Zegen

Opmerkingen:

– ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl .

– bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Johannes 20,17 – Hemelvaart: Jezus is onze weg naar de Vader!

Beste Alpha-cursisten, gasten, gemeenteleden

[Dia 1] 1. Of broers en zussen, dat zeggen we dan ook tegen elkaar, hier binnen de gemeente. Waarom – dat komt in deze preek nog wel naar voren. Maar dat komt straks.

Eerst maar eens even dat vers uit Johannes 20. Jullie hebben op de Alpha-cursus je al eens over deze tekst gebogen. Sommigen van jullie vonden het moeilijk – Wat is hier de bedoeling van?

Is Jezus opgestaan uit de dood, mag Maria hem zien, en wat hoort ze dan? Houd me niet vast – ik ga weg. Wordt Maria dan eigenlijk niet blij gemaakt met een dode mus?

Pasen – Jezus is opgestaan – daar kun je je iets bij voorstellen – dat is een mooi feest. Maar waarom gaat Jezus dan direct daarna al weer weg? Wat heb je dan aan Pasen?

Ik moest daarbij denken aan het kaatsspel. Van de week was het Sjukelân weer eens afgezet met blauw doek vanwege een wedstrijd. Als je naar een kaatswedstrijd kijkt, en je kent de spelregels niet, dan snap je niet wat er gebeurd. Je ziet ballen heen en weer vliegen, je hoort mensen juichen, je ziet zo’n rood-wit bord waar ballen aan hangen – waar slaat het allemaal op? Pas als je de spelregels kent, kun je van het spel gaan genieten. Als je begrijpt wat er gebeurt.

Zo is het ook met vers uit Johannes 20. Als je het verhaal niet kent, snap je er niks van. Waarom moet Maria gaan vertellen dat Jezus weggaat? Waarom gaat Jezus niet met haar mee om samen de leerlingen te verrassen? Wat is dit voor gebeuren?

Ik ken de hele geschiedenis al wel. En dan vind ik het een heel mooi vers. Het laat heel mooi zien wat de betekenis van hemelvaart is. Ik hoop dat jullie vanmorgen uit te leggen. En dan hoop ik dat je hier straks weggaat en denkt: Mooi dat we juist met hemelvaart deze Alpha-kerkdienst hadden. Nu snap ik tenminste waarom hemelvaart een feest is!

2. Laten we eerst eens kijken: in welke geschiedenis heeft die ontmoeting van Jezus en Maria z’n plekje?

Johannes begint te laten zien: De mensen zijn bij God weggelopen. Daardoor raken wij ons leven kwijt – allemaal gaan we vroeg of laat dood. God heeft alles gemaakt, maar wij mensen, we kennen Hem niet meer. Toen heeft God iemand gestuurd –Zijn eigen Zoon. Zijn enige Zoon.

God heeft Hem de wereld ingestuurd. Met een duidelijk doel. God wil die kloof overbruggen. Geen afstand meer tussen ons en God. God wil ons nieuw leven geven, eeuwig leven. Geen dood meer. God en mensen weer samen – samen eeuwig leven.

Jezus is een tijd op aarde. Hij trekt rond, hij vertelt over God, hij doet wonderen. Maar dan komt er een moment dat Hij zegt: Ik zal weer weggaan. Ik wil een paar stukjes met jullie langslopen, waarin hij dat aan zijn leerlingen uitlegt.

Eerst Johannes 12 vers 23-24. [Dia 2]

Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.

Daar zegt Jezus dus: ik ga sterven als een graankorrel. Die ene graankorrel sterft maar het levert een plant op met een aar vol met graankorrels. Daarmee heeft Jezus het over zijn dood – hij gaat sterven, en daardoor zal er iets moois ontstaan.

Daarna, zegt Jezus, word ik tot majesteit verheven. Wat betekent dat?

Even later, in Johannes 14 zegt Jezus ook weer dat Hij weg zal gaan. Hij gaat naar het huis van God de Vader terug. [Dia 3]

In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben.

Dus Jezus zegt: ik ga terug naar het huis van mijn Vader. Ik zorg dat daar ook plek voor jullie is. Als ik daar klaar mee ben, kom ik terug om jullie op te halen.

En dan Johannes 17 vers 24.

[Dia 4]

Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.

Jezus gaat terug naar de Vader, weer naar de grootheid die hij eerst had. Daar heb je die majesteit van Jezus weer. En wat wil Jezus? Dat wij bij hem zijn – in die hemelse grootheid en majesteit.

Dus wat krijg je dan als je alles op een rijtje zet? Kijk maar even mee

[Dia 5]

•        Jezus komt uit Gods grootheid en majesteit

•        Hij zoekt ons – mensen van God los

•        Hij komt om ons weer bij God te brengen

•        Hij sterft – wij kunnen weer bij God komen

•        Hij staat op uit de dood

•        Hij gaat terug naar het huis van de Vader, naar Gods majesteit, Gods grootheid

•        Hij maakt daar kamers voor ons klaar

•        Hij komt straks terug om ons op te halen

[Dia 6] Waar zitten we als Maria Jezus ontmoet? Wat denk je?

Na zijn opstanding, en voor hij terug gaat naar zijn Vader. Kijk maar op de dia: [klik] het zwarte is al gebeurd, het rode [klik] moet nog gaan gebeuren.

Als je dat ziet, dan kun je ook beter begrijpen waar Johannes 20 vers 17 over gaat.

3. Het eerste waar ik jullie op wil wijzen: [Dia 7] Jezus zegt hier hele mooie dingen over God.

Jezus zegt: God is ‘mijn Vader, die ook jullie Vader is’, en ‘mijn God, die ook jullie God is’

In de eerste 19 hoofdstukken van Johannes gaat het wel over God die Vader is. Maar dan alleen: de Vader van Jezus. Niet onze Vader.

Stel je dat eens voor. Ik weet niet hoe gewoon jullie dat vinden, dat we als christenen God ‘Vader’ noemen. Ik denk dat het ons vaak niet opvalt. We zijn er als christenen in elk geval aan gewend. God is onze Vader. Natuurlijk.

Nee dus. Dat is helemaal niet natuurlijk. Hier in Johannes 20 wordt dat voor het eerst gezegd. Mijn Vader, zegt Jezus, dat is ook jullie Vader.

En Jezus zegt: ik ga naar mijn God, die jullie God is. Daar geldt hetzelfde voor. We zijn er aan gewend, God is onze God. Logisch, zou je haast zeggen.

Nee dus. Dat is helemaal niet logisch. Hier wordt het juist expliciet gezegd.

Zonder Jezus waren wij van God los. Bezig voor eeuwig dood te gaan. Mensen zonder God en zonder hoop. God was niet onze God – niet in positieve zin.

Heb je daar wel eens bij stil gestaan? Stel je voor dat het zo zou blijven. Dan blijft God een grote, verre, bedreigende God. Niks geen gevoel van veiligheid. Geen mooi gedicht over voetstappen in het zand, misschien ken je dat gedicht wel. Geen God die je draagt als het moeilijk is. Dan is het ploeteren door het zand in je eentje tot je er dood bij neervalt. Zo is ons leven zonder Jezus.

Maar door Jezus is dat helemaal anders.

Als jij in Jezus gelooft, dan zegt Hij het ook tegen jou:

Ik ben opgestegen naar mijn Vader, die ook jullie Vader is. Naar mijn God, die ook jullie God is.

Wij hebben dezelfde God als Jezus. Onze God is Hij.

Maar ook: Wij hebben dezelfde Vader als Jezus! Eigenlijk is dat nog veel bijzonderder. Dat God onze God is, ok. Maar onze Vader? God is niet de Vader van de apen, de neushoorns, of de olifanten. Wel hun schepper.

De grote God – hij adopteert jou en mij als zijn kinderen! Daarom noemen we elkaar hier – samen geloven we in Jezus Christus – broers en zussen – van Jezus en van elkaar. Alleen daarom: we zijn kinderen van één Vader. Kijk maar eens om je heen: dan zie je broers en zussen van Jezus!

4. Prachtig – maar waarom moet Jezus dan opstaan en direct weer weggaan? Waarom kan hij daar niet bij Maria blijven – hier bij ons op aarde? Dan kan God toch ook onze God en Vader zijn?

Vergelijk het eens hier mee.

Een groep Nederlanders zit al een tijd gevangen in Afganistan. Koningin Beatrix is diep begaan met hun lot. Ze stuurt daarom Willem Alexander naar Afganistan toe om hen te bevrijden. De prins vindt de groep Nederlanders. Hij ontdekt dat ze in de macht zijn van een krijgsheer die ergens anders woont. Hij praat met de gevangenen, en bemoedigt ze. Dan zegt hij: ik ga nu weg, maar ik zorg dat jullie in Nederland terugkomen. Hij vertrekt naar die krijgsheer. Daar krijgt hij het voor elkaar dat de groep Nederlanders vrijgelaten wordt. Blij gaat hij terug naar de groep Nederlanders. Hij vertelt ze opgetogen dat ze vrij zijn. Tegelijk zegt hij: En dan heb ik nog een grote verrassing: Beatrix adopteert jullie als haar eigen kinderen! Zelf ga ik alvast naar Nederland terug. Ik laat een paar van mijn mensen hier bij jullie om jullie terug te begeleiden naar Nederland. Daar zien we elkaar thuis op paleis Huis ten Bosch, en dan vieren we groot feest, samen met de Koningin – jullie nieuwe moeder!

Niemand zou verwachten dat ze met z’n allen in Afganistan zouden blijven. Ze willen allemaal terug naar Nederland. Ze willen met de koningin feest vieren op Huis ten Bosch. In hun nieuwe thuis, bij hun nieuwe moeder!

Wij lijken wel op die groep Nederlanders in Afganistan.

Wij waren mensen van God los – ver weg van God, ver van Gods paleis, gevangen.

Wie zorgt er voor dat dat anders wordt? Dat doet alleen God zelf. God de Vader stuurt zijn Zoon weg van huis. Met een duidelijke opdracht: ons bij Hem in zijn paleis brengen.

Hoe doet Jezus dat? Door zichzelf bekend te maken. Door een oproep te doen: geloof in mij.

Door te sterven. Hij bevrijdt ons uit de macht van de krijgsheer die ons gevangen houdt. Maar dat niet alleen. Hij blijft niet dood, dan zouden we er nog niks aan hebben. Hij staat op en komt het vertellen aan Maria en zijn leerlingen. Ook wij horen ervan: Jullie zijn vrij! Ik ga terug naar het paleis van mijn Vader. En daar komen jullie straks ook naar toe!

Dan kan Jezus natuurlijk niet op aarde blijven na zijn opstanding. Dat zou zijn alsof die groep Nederlanders in Afganistan bleef, ver van het paleis van Beatrix. Nee, we moeten met zijn allen naar Gods paleis. Naar de majesteit en grootheid van God waar Jezus vandaan gekomen is.

Daar gaat Jezus, de Zoon van God, naar toe. Terug naar waar Hij vandaan gekomen is. En daar wil Hij ons ook brengen!

Een belangrijk verschil met die Nederlanders in Afganistan is dan, dat je met het vliegtuig terug kunt vliegen. Maar je kunt geen vliegtuig nemen naar God toe.

Ook dan kun je niet zonder Jezus. Jezus zelf is de weg terug naar God. Hij legt die weg zelf aan. Hij baant een weg terug naar God. Door zelf die weg te gaan, kunnen wij weer bij God zijn. Zo maakt Hij God onze God, onze Vader. Door mens te zijn op aarde, door op te roepen tot geloof in zichzelf, door te sterven, door op te staan, en door naar de hemel te gaan, daardoor brengt Hij ons bij God.

Met hemelvaart overbrugt Jezus de afstand tussen ons en de hemel. Zonder hemelvaart waren we als die Nederlanders die in Afganistan zouden blijven. Zonder hemelvaart komen we niet in Gods paleis. Ook door hemelvaart is Jezus de weg naar de Vader.

5. Dus: hoe is Jezus voor ons de weg naar de Vader? [dia 8]

Als je de preek tot nu toe samenvat kom je op vier punten:

•        Door ons te zoeken: mensen van God los

•        Door ons op te roepen: geloof in Mij – ik breng jullie thuis

•        Door te sterven en op te staan: Hij maakt ons vrije kinderen van God

•        Door naar de Vader terug te gaan: Hij slaat de laatste brug naar het hemelse paleis

Jezus is de weg naar de Vader – ook door zijn hemelvaart!

Snap je nu waarom Maria Jezus niet vast moest houden? Stel je voor dat ze hem vast bleef houden, dan kon niemand horen wat er gebeurd was. Dan wist niemand hoe het nu verder zou gaan. Dan zouden ze allemaal in hun gevangenis in Afganistan blijven.

Maar Jezus kwam niet alleen om Maria te bevrijden! Jezus kwam om ons allemaal te bevrijden. En we moeten het allemaal horen! Daarom moest Maria het verder vertellen. En daarom vertellen wij het verder – hier in de kerk. Via een Alpha-cursus.

En zo zeg ik het nu tegen jullie:

Besef jij dat je lijkt op die Nederlanders, gevangen in Afganistan? Wij zijn mensen van God los – als Jezus niet zou komen. En dat betekent: je bent een bloem die afgeknipt is. Op een vaas blijft het even mooi, maar dan ga je dood. Eeuwig dood.

Maar Jezus is gekomen. Hij zoekt jou. Hij zegt: geloof in mij!

Geloof jij dat Jezus je vrijheid geeft, je leven is? Geloof jij dat Jezus jouw bij God brengt?

Ga naar Hem toe! Anders blijf je dood, krijg je geen nieuw leven.

Vraag Hem: Heer, neem mij ook mee!

Dan heb je een geweldig vooruitzicht:

Waar Jezus is, daar zul jij ook zijn.

Bij God – zijn God en jouw God.

Bij de Vader – zijn Vader en jouw Vader.

Thuis in het paleis van God – in Gods majesteit, in Gods grootheid, in Gods heerlijkheid.

Dat is voor eeuwig feest!




Marcus 16,19-20 – Jezus helpt vanuit de hemel

Hemelvaart

Alpha-dienst

Liturgie

  • Voorzang Opwekking 354
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 101,1.3.4
  • Gebed
  • Schriftlezing: Marcus 16,9-20
  • Zingen: Ps 47,3.4
  • Tekst: Marcus 16,19-20
  • Kinderen
  • Preek
  • Zingen: Gez 68
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen LB 234
  • Gedicht gelezen door één van de Alpha-cursisten
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 111
  • Zegen

Opgevaren       

Opgevaren in een wolk

is Hij ten hemel ingegaan

Als pleiter voor het volk,

met wiens lot Hij was begaan.

Tot ons heeft Hij toen gezegd:

Breng de dwalenden terecht

Werpt Uw brood uit op het water

Uw loon dat vindt U later.

Zaai ‘t zaad in de morgenstond

en trek des avonds Uw hand niet af

Bewerk de akker, ploeg de grond

zaai wel koren en geef geen kaf.

Velen zijn toen heengegaan

Op straten en door stegen

Maar wie neemt nog zijn boodschap aan

Wie zit om Hem verlegen?

Heer, kom spoedig weer terug

De wereld kan ons zo benauwen

Kom in ons hart, en sla de brug.

Wil Uw tempel in ons bouwen!

Uit: M. Rink, Met lege handen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 16,19-20 – Jezus helpt vanuit de hemel

Beste Alpha-cursisten, gasten, gemeente van Jezus Christus

1. De Alpha-cursus is weer voorbij. Vorige week woensdag hebben jullie met elkaar een feestavond gehad. Jammer genoeg kon ik er niet bij zijn. Maar op de kerkenraad hebben we die woensdagavond van jullie toetje mee mogen genieten! Als ik op het toetje afga, hebben jullie een lekkere avond gehad.

Maar het gaat natuurlijk niet om het eten alleen. Ik heb een reactie mogen lezen van iemand die de cursus gevolgd heeft. Mooi om te lezen dat zij genoten heeft van de goede sfeer. Dat zij  antwoord gevonden heeft op bepaalde levensvragen en op vragen over het geloof zelf. Daar word ik blij van, als ik dat lees. We mogen God heel dankbaar zijn dat we steeds weer een Alpha-cursus kunnen organiseren.

En nu zit de cursus er weer op. Je bent een tijd intensief met elkaar opgetrokken, bezig geweest met waar het christelijk geloof over gaat. En nu?

Wat eigenlijk wel heel mooi is: deze Alpha-dienst valt samen met hemelvaart. We vieren vandaag het feest van Jezus die naar de hemel gegaan is. Ergens kun je hemelvaart wel vergelijken met het einde van een Alpha-cursus. Er zijn natuurlijk ook grote verschillen. Als je de Alpha-cursus hebt gedaan ben je nog niet één van die speciale groep van elf, die leerlingen van Jezus. Maar aan de andere kant: met hemelvaart kwam er voorgoed een einde aan de cursus die zij bij Jezus gevolgd hadden.

Geen tien avonden, maar drie jaar waren ze met Jezus opgetrokken. Ze hadden veel met hem meegemaakt. Vooral het einde was dramatisch: Jezus was gedood door de leiders van zijn eigen volk. Toen kwamen die mensen die zeiden dat Jezus uit de dood was opgestaan. Ze konden het niet geloven. En dan opeens, als ze samen met z’n elven aan het eten zijn, is Jezus er zelf. Moet je je eens voorstellen wat er toen met hen gebeurde. Opeens staat die dode Jezus daar – hij is niet dood! Maar dat betekende niet dat ze weer met Jezus zouden gaan rondtrekken. Jezus gaat naar de hemel.

Hoe zouden ze zich gevoeld hebben?

Wat zou er door jou heengaan als je het had zien gebeuren: de Heer Jezus wordt opgenomen in de hemel? Je staat met hem te praten, en dan zie je hem verdwijnen. In Handelingen, een ander bijbelboek, wordt ook over hemelvaart verteld. Daar staat: ze zien dat hij omhooggeheven wordt. Hij wordt meegenomen door een wolk. En ze zien hem niet meer. De cursusleider is voor altijd weg.

2. Dat is raar… Jezus is er weer, opgestaan uit de dood. Maar meteen daarna is hij ook weg.

Toch, als iemand weg gaat maakt het wel uit waar hij heen gaat. Het kan zijn dat je afscheid moet nemen van één van je volwassen kinderen. Dan maakt het verschil of dat bijvoorbeeld is omdat hij een wietplantage opgezet heeft, en gepakt is; of omdat hij voor ontwikkelingswerk naar het buitenland gaat. In beide gevallen zul je elkaar lange tijd niet meer zien. Maar in het ene geval is dat omdat hij achter de tralies verdwijnt. In het andere geval omdat hij iets goeds gaat doen voor anderen.

Waar gaat Jezus eigenlijk heen?

Hij gaat naar de hemel waar hij plaats neemt aan de rechterhand van God. Wat moet je je daarbij voorstellen? Iemand gaf bij de preekvoorbereiding aan: Dit roept verwarring op. Jezus gaat weg en blijkt toch aanwezig en nabij. Ik kan me die verwarring goed voorstellen, zeker als je niet weet wat daarmee bedoeld wordt: de rechterhand van God. Waar moet je dan aan denken?

De rechterhand van God is een ereplaats. Het is het hoogst denkbare erepodium. Jezus zit aan Gods rechterhand als beloning voor alles wat hij gedaan heeft. Hij heeft zijn missie volbracht. Dat hij daar zit is het bewijs ervan.

God heeft Jezus hoog verheven. Hij staat boven alles en iedereen. Dat is eervol. Het betekent ook dat Jezus macht krijgt. Want de rechterhand van God is Gods machtige hand. God regeert hemel en aarde. Hij heeft alle macht. En Jezus? Vanaf nu heet Jezus ‘heer’. Jezus krijgt een eretitel. Daarmee krijgt hij ook macht. Vanaf nu regeert Jezus hemel en aarde.

Dus waar gaat Jezus heen? Niet naar een gevangenis om daar achter de tralies te verdwijnen, waar hij voor niemand iets kan betekenen. Hij zit maar niet in het hoofdkantoor van een multinational, of in het regeringsgebouw van een wereldmacht. Hij zit naast God zelf. Dat is een plek waar hij geweldig veel goeds kan doen. Ook voor ons!

Hoe kan het dus dat Jezus weg gaat en toch zo nabij is? Dat komt door de plek waar hij zit. Bij de voorbereiding van deze preek heeft het veel van jullie, cursisten, geraakt. Jezus is weg en toch is hij er voor ons. Hij helpt je. Hij is heel nauw op ons betrokken. Wonderlijk mooi!

3. Hemelvaart is dus goed nieuws. Daarom zegt Jezus vlak voor zijn hemelvaart tegen de elf: nu moeten jullie de hele wereld rond. Maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.

Wat is dan dat goede nieuws? Hoe kunnen gebeurtenissen van zo lang geleden nu nog steeds goed nieuws zijn? Ik zal proberen daar iets over te zeggen.

In het begin van Marcus wordt gezegd wat het goede nieuws is: het koninkrijk van God is nabij. Wat is dat koninkrijk van God?

Wat dat koninkrijk van God is, zie je in Marcus 16 aan hemelvaart en aan de tekenen die in vers 17-18 genoemd worden. Pak je Bijbel er maar even bij.

Het koninkrijk van God betekent dat God zijn vijanden heeft overwonnen. Die vijanden, dat zijn de duivel en zijn demonen. Vandaar dat christenen in de naam van Jezus demonen hebben mogen uitdrijven (vers 17). Die vijand, dat is ook de dood. Jezus is opgestaan uit de dood en heeft zo bewezen: ik heb de dood overwonnen. Die vijand, dat is ook de zonde. Zonde, dat is alle vuiligheid en puinzooi die tussen ons en God in staat. Jezus is gestorven voor onze zonde en heeft de zonde in zijn dood meegenomen en opgeruimd. Dus: in Jezus Christus heeft God zijn vijanden de doodsteek gegeven. Jezus is overwinnaar.

Het koninkrijk van God betekent ook dat God een koning aangesteld heeft. Wie is die koning? Vanaf hemelvaart is dat Jezus, de overwinnaar van Gods vijanden.

Het koninkrijk van God betekent verder dat alles wat Gods vijanden kapot gemaakt hebben, weer heel gaat worden. Denk maar aan ziekte in je leven: die gaat verdwijnen. Daarom hebben christenen zieken gezond mogen maken door ze de handen op te leggen (vers 18 eind). Gif en slangen hoeven niet meer dodelijk te zijn (vers 18 begin).

Het koninkrijk van God betekent tenslotte dat mensen elkaar weer begrijpen zullen. Zitten mensen niet vaak in hun eigen wereld? Begrijp jij de ander altijd? Ik spreek Nederlands, een ander chinees – en daar kan ik niks van maken. Gods koninkrijk gaat die taalgrenzen laten verdwijnen. Er komt vrede op aarde. Vandaar dat christenen in onbekende talen hebben mogen spreken, zodat grenzen verdwijnen (vers 17 eind).

Samengevat: wat is het goede nieuws?

a. Gods vijanden zijn overwonnen en Gods koning regeert over hemel en aarde.

b. Daardoor wordt door Jezus de relatie tussen God en mensen hersteld.

c. En daardoor zal alles op aarde weer goed worden: alles wat kapot gegaan is, zal weer heel worden, er komt straks vrede op aarde.

4. Maar is dat inmiddels geen oud nieuws? Het is al zo’n 2000 jaar geleden dat Jezus Christus is gestorven, opgestaan en naar de hemel gegaan.

Dat zou je misschien denken. Maar nog lang niet iedereen op aarde heeft door wat dat goede nieuws is. Terwijl het voor iedereen van belang is. Heb jij al door wat het voor jou betekent?

Kijk bijvoorbeeld naar die vijanden. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou vrijheid van de machten van het kwaad. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou dat je uit de dood op zult staan. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou vergeving van zonden. En wat het mooiste is: daardoor wordt jou relatie met God weer hersteld. Jij mag bidden en weten dat God luistert. Zoals God luistert naar Jezus naast hem, zo luistert hij naar jou als jij bidt in de naam van Jezus. Stel nu dat jij op de Alpha-cursus daarvan iets ontdekt hebt? Dat is toch nieuws!

Jezus belooft zijn leerlingen: ik zal jullie helpen. En dat doet hij. Een van de vragen voor de preekvoorbereiding was: wat raakt je in deze tekst? Ik vond het heel mooi om te zien hoe veel Alpha-cursisten daar opschreven dat hemelvaart betekent: Jezus helpt vanuit de hemel. Jezus is altijd bij ons. Jezus geeft kracht. Jezus is vanuit de hemel heel nauw betrokken op ons. Juist vanuit de hemel kan hij dat doen!

Prachtig vind ik dat. Jezus is in de hemel. En van daaruit helpt hij. Hij is van alle tijden. Overal kan hij mensen helpen.

Misschien ben je wel bang dat je na deze Alpha-cursus in een gat valt. Dat had met de discipelen toch ook kunnen gebeuren? Maar Jezus heeft hen geholpen.

Zou hij ook jou en mij helpen? Misschien denk je wel: Zou Jezus oog voor mij hebben? Zou Jezus op mij betrokken zijn?

He, wat voor mensen denk je eigenlijk dat Jezus’ leerlingen waren? Eerder in Marcus 16 verwijt hij ze nog ongeloof en halsstarrigheid. Dat zijn stevige verwijten toch? Jezus helpt die ongelovige en halsstarrige leerlingen. Zou hij dan jou en mij niet helpen?

Je ziet de leerlingen veranderen. Ze gaan op weg. Vol geloof. Ze dragen het grote nieuws uit. En hun verkondiging wordt enorm krachtig.

Zo kan iedereen veranderen. Van een ongelovig en halsstarrig typje in iemand die vol geloof is en voor Jezus gaat. Als je niet in Jezus gelooft, dan hoef je niet op zijn hulp te rekenen. Want geloven is: zeggen Jezus ik verlang ernaar dat u mij helpt. Ik heb u nodig. Zonder u wordt het niets met mij. Niet geloven is: zeggen Heer, wat moet ik met u? Dan helpt hij je ook niet. Geloof daarom in Jezus!

5. Op één grote vraag ben ik nog niet ingegaan. Er staat in vers 20: Jezus zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen. Hebben jullie het wel eens gezien: demonen die uitgedreven worden, mensen die in nieuwe talen spreken, slangen oppakken, gif drinken zonder dat ze er last van hebben, zieken die gezond worden?

Waar zijn die tekenen? Waar mogen wij op rekenen? Ik heb er van de week weer over na zitten denken. Waarom gebeuren die tekenen niet allemaal in onze gemeente? Ik heb daar geen compleet antwoord op.

Wel wil ik wat dingen noemen die voor een antwoord van belang zijn.

a. In vers 17 staat letterlijk niet ‘de gelovigen zullen herkenbaar zijn aan deze tekenen’. Letterlijk staat er: ‘deze tekenen zullen de gelovigen volgen’. In onze vertaling lijkt het of alle gelovigen altijd en overal aan deze tekenen te herkennen zijn. Maar dat wordt niet beloofd. We kunnen er niet automatisch op rekenen. Zo kan het gaan, en in de tijd van de apostelen is het ook gebeurd. Ook nu gebeurd het nog: genezingen, demonen die uitgedreven worden.

b. De tekenen hebben een speciaal doel: kracht geven aan de verkondiging voor mensen die nog niet geloven. Die tekenen gebeuren niet voor de lol, als een stunt. Ze zijn een teken van iets anders – Gods rijk dat voor de deur staat. Om een missionair getuigenis te onderstrepen.

Blijft staan: vanuit de hemel helpt Jezus ons als we op weg gaan en het goede nieuws bekend maken.

Voor alle duidelijkheid: na een Alpha-cursus ben je nog geen apostel. Misschien ben je nog maar net over het geloof na aan het denken. Hemelvaart is dan vooral een uitnodiging en een bemoediging: Jezus wil ook jou helpen vanuit de hemel. Geloof in Jezus en ontdek verder wie Hij voor jou is!

Maar we zitten hier ook met elkaar als gemeente. Wij worden er als gemeente wel op uitgestuurd – om bijvoorbeeld een Alpha-cursus te geven, of een Emmaüs-cursus. Om gasten uit te nodigen voor onze kerkdiensten.

Jezus’ leerlingen waren ongelovig en halsstarrig. Dat kan ons dus ook overkomen. Hoe ongelovig, hoe halsstarrig ben jij? Als je er niet op uit trekt, zul je niet merken hoe Jezus je daarbij wil helpen. Terwijl je de hulp en de kracht van Jezus juist zult ervaren als je dat wel doet.

De kracht van Jezus ervaar ik vooral dan als ik aan anderen uitleg wat het goede nieuws inhoudt. Tijdens een preek, een gesprek, een catechisatie. Dan merk ik het vooral: Jezus helpt mij. En dat is ook precies wat hier staat: de Heer hielp hen daarbij – dat is bij het bekend maken van het goede nieuws.

Wil jij Gods kracht ervaren? Trek er vol geloof op uit, en maak het goede nieuws van Jezus Christus bekend! Wie weet wat je nog aan grote tekenen zult zien!




Lucas 24,50-52 – Wees blij: koning Jezus zegent je

Hemelvaart

Liturgie

  • Voorzang: Gez 167
  • Votum / groet
  • Zingen: Opwekking 181
  • Zingen: Ps 97,1.3
  • Gebed
  • Lezen: Lukas 24,36-53
  • Zingen: Gez 64,1.3.4
  • Preek over Lukas 24,50-53
  • Zingen Gez 101,1.3.5
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen LB 234
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Ps 68,2.8
  • Zegen

Opmerkingen:

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

– bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Lucas 24,50-52 – Wees blij: koning Jezus zegent je

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus

1. Dat was een mooi feest gister. Janneke was met Christi in de stad, ik heb het met Boaz thuis achter de TV meegemaakt. Heb je ze allemaal ook gezien? Al die gemeenteleden met mooie plekjes waar ze iedereen vlakbij langs konden zien komen? Greetje Lap, en Gerlean Lap, eerst bij de erehaag van padvinders; en later Gerlean weer die een prins uitlegt hoe hij knopen moet leggen? Christi die moest zingen met Tomke en de andere peuters? En dan Sjirk Kuyper en Eric Hagg als Franeker professoren van lang geleden – prachtig om te zien. Tjibbele en Dingeman waren er geloof ik ook bij, maar die heb ik op TV gemist. En ik heb natuurlijk Johan en Jannie Zijlstra gezien, mooi vooraan bij de Frieslandbank. Ook Willem en Willemien Dobma hadden een prachtige eersterangs plek in de buurt van de Blokker.

Het was een mooi feest met een spetterend einde, toen Nynke Lawerman op het Sjukelân een van haar Fado’s zong. Speciaal voor Maximá in een mix van Fries en Spaans.

Koninginnedag 2008. Alles wordt uit de kast gehaald. Franeker is weer eens goed schoongemaakt. Bijvoorbeeld de grachten. Heb je gezien hoe hoe mooi schoon de kademuren bij Sjirk en Ria voor zijn geworden? Ik geloof dat Sjirk en Ria zelfs nog hun ramen hebben gewassen de dag voor koninginnedag. Dan mag de koningin wel vaker naar Franeker komen.

We vierden het dit jaar een dag voor hemelvaartsdag. Gister was de dag van Koningin Beatrix. Vandaag is de dag van koning Jezus. Een nog veel mooier feest.

Maar ook een gewoner feest – we vieren het elk jaar. En de troep van gister ligt nog in de stad.

En toch, het is een mooier feest om te vieren. Wat is er mooier – het feest voor koningin Beatrix die een half uur door Franeker loopt? Die als je haar eten aanbiedt op de Bredeplaats ook voor je het weet al weer doorloopt? Of het feest dat Jezus koning is geworden? Gister was het een feest met een spetterend einde door het slotoptreden van Nynke Lawerman. Dit feest van koning Jezus is zelf een spetterend einde. Zo vertelt Lukas het ook hier in Lukas 24: een spetterend einde van de geschiedenis van Jezus Christus.

Laten we vanmorgen samen nadenken over het slot van Lukas. En feest vieren – want Jezus is koning.

2. Jezus heft zijn handen op en zegent ons. Jezus had al afscheid genomen van zijn leerlingen voor zijn dood. Nu, na zijn opstanding neemt hij opnieuw afscheid. Hij maakt ons duidelijk: ik leef, ik ben opgestaan. Hij opent ons verstand om de bijbel te begrijpen en om te begrijpen hoe het Oude Testament over hemzelf gaat. Hij vertelt wat er verder moet gebeuren: de boodschap van inkeer en vergeving in Jezus’ naam gaat de wereld over. En daarvoor beloof hij de Heilige Geest.

Daarna gaan ze de stad uit. Jezus heft zijn handen op en zegent. Dat is het laatste wat er van hem gezien is. Zo stijgt hij op van de grond en wordt hij opgenomen in de hemel. Terwijl hij ons zegent. Dat is Jezus ten voeten uit. Jezus heft zijn handen op en zegent ons. Zegent jou en mij.

Zie je jezelf ook zo?

Zeg je wel eens over jezelf:

‘Jezus zegent mij’.

‘Ik ben een gezegend mens’.

Als jullie op mij lijken, dan vergeet je dat zo maar. Lijken jullie op mij – wat dit betreft dan?

Kijk eens naar jezelf – zie jezelf hier zitten – en bedenk: Ik ben een gezegend mens. Want Jezus zegent mij.

En kijk eens om je heen – zie elkaar zitten – en bedenk: Wij zijn gezegende mensen. Want Jezus zegent ons.

Wat betekent dat – ik ben een gezegend mens?

Dan moet ik denken aan twee bijbelgedeeltes. Aan de ene kant psalm 127,1

Als de HEER het huis niet bouwt,

vergeefs zwoegen de bouwers;

als de HEER de stad niet bewaakt,

vergeefs doet de wachter zijn ronde.

En aan het slot van 1 Korinte 15:

Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.

Zegen, dat is heilzame kracht geven. Kracht die bevestigt en ondersteunt wat wij doen, wie we zijn. Door Gods zegen zijn mijn inspanningen niet voor niets. Dan bouwt God ons huis, dan waakt Hij over ons. Dan is mijn leven niet voor niets. Of denk je dat dat niet zo is? Ga je af op tegenvallers en teleurstellingen? Zie je vooral ons gerommel en gepruts? Denk je: Ik ben een mislukkeling?

Geloof het: Jezus zegent ons. Dan ben ik, dan ben jij, waardevol in Gods ogen. Dan is wat jij doet, wat ik doe van betekenis. Het is allemaal niet voor niets.

3. Zo wordt hij onze koning – een koning die ons zegent. Die al zegenend naar zijn troon toegaat. En dat is typisch voor Jezus. Zegenen. Daarvoor is hij gekomen – om tot een zegen te zijn.

En zo is hij dus ook onze koning – een koning die tot een zegen is. Hij is heilzaam voor ons. Zoals zegen heilzame kracht is. Zo was zijn leven op aarde. Gekomen om aan armen het goede nieuws te brengen, vrijlating voor gevangenen, te zorgen dat blinden weer kunnen zien, dat onderdrukten bevrijd worden. Hij komt om Gods genade af te kondigen. En zo heeft hij geleeft. Zo heeft hij onderwijs gegeven aan zijn leerlingen. Om ons de weg te wijzen naar het koninkrijk van God. Zo was hij vol zorg voor wat verloren is.

Betrek dat eens op jezelf – wat betekent Gods heilzame kracht voor jou? Goed nieuws – hoe brengt Jezus jou goed nieuws? Vrijlating, genezing, bevrijding, genade – wat betekent dat in jouw leven? Zorg, zoeken wat verloren is – ben jij de verlorene die hij zoekt?

Zo wil hij dus ook jouw koning zijn – een koning die tot een zegen is. Daarom heeft hij geleden en is hij gestorven. Hij heeft zijn lichaam voor ons gegeven. Hij heeft zijn bloed voor ons uitgegoten. Hij sluit zo het nieuwe verbond. Dat was lang voor hij kwam belooft. Hij zorgt ervoor dat het er komt. Een nieuw verbond, mensen met een nieuw hart, Gods Geest die in mensen komt wonen. Geloof je dat Jezus zo over heel de wereld regeert? Voor altijd. Een koning die tot een zegen is?

Hij is koning. Al gaat dat op een andere manier dan wij zouden denken. Denk dan bijvoorbeeld aan drie zondagschoolleraressen uit Indonesië die twee jaar gevangen zaten: Eti, Radna en Rebekka, misschien heb je wel over ze gehoord. Toen ze vrijgelaten werden, stonden medegevangenen te huilen. De drie vrouwen hadden hun extra eten met anderen gedeeld. Ze hadden de sfeer in de gevangenis verbeterd door hun positieve instelling. Weer vrij en uit de gevangenis vertellen ze over wat ze in de gevangenis geleerd hebben. ‘Ik weet nu dat goede én slechte tijden uit de hand van de Here Jezus komen.’ En: ‘De gevangenis is een school voor het geloof. Hier vocht ik voor mijn geloof, zodat ik deel kan uitmaken van Gods plan. Het is geen toeval dat ik hier terecht ben gekomen.’ Ze hebben mogen ervaren dat hun koning hen niet vergat. Ze kregen kracht, ze werden gesteund door medechristenen die kaarten schreven. In de gevangenis merkten ze dat Jezus regeert, ook al zaten zij gevangen. Jezus gaf zijn Geest die in hen woont. Ze waren heilzaam voor hun omgeving. Zo is Jezus onze koning.

4. Jezus zegent ons. Zo is hij ook onze koning geworden: een redder, een bevrijder. Een koning die tot een zegen is.

Bedenk dan ook even dat Lukas zijn boek bewust hiermee eindigt. Zijn verhaal gaat over Jezus’ weg naar de troon van David. In het begin zegt de engel tegen Maria dat Jezus geboren zal worden. Hij zal de troon van zijn vader David krijgen.

Stel je dan voor dat je een welgestelde Romein bent. Lukas schrijft zijn boek voor jou. Je heet Theofilus. Je hoort bij je keizer. Een goddelijke keizer. Die keizer is de baas in Israël.

Kan Jezus dan koning worden voor eeuwig? Een goddelijke koning?

De Romeinse keizer is toch de baas. En koning Herodes. En namens Augustus de stadhouder Pontius Pilatus?

Het hele boek van Lukas door is dat de grote spannende vraag: Wie regeert er? De keize van Rome, Augustus of Tiberius? Regeert zijn stadhouder Pilatus, die Jezus laat kruisigen en doden?

Of komen die woorden van de engel uit? Wordt Jezus inderdaad een groot man, Zoon van de Allerhoogste, koning voor eeuwig?

En dat is nog steeds de grote spannende vraag: Wie is de baas in deze wereld?

Amerika – dat welvarende machtige land met die onzekere economie?

China – wereldmacht in opkomst?

Heeft Geert Wilders gelijk dat we bang moeten zijn voor Moslims? Of Rita Verdonk, dat we weer trots moeten zijn op Nederland?

Of zijn het de grote multinationals die doen wat ze willen? Die zich vestigen waar ze het zo makkelijk mogelijk hebben?

Wie is de baas in deze wereld?

Jezus, zegt Lukas. Jezus is opgestaaan uit de dood. Zijn lijden en sterven zijn de vervulling van het Oude Testament. En hij regeert vanuit de hemel over heel de aarde. Hij zorgt ervoor dat zijn boodschap de hele wereld over gaat. Alle volken, of ze nu Moslim zijn of Chinees, of ze nu arm zijn of steenrijk, alle volken worden opgeroepen om tot inkeer te komen, opdat hun zonden vergeven worden.

En Jezus is opgenomen in de hemel. Al zegenend ging hij weg. Naar de troon van David die nu nog in de hemel staat. Niet in Jeruzalem op aarde. Maar in Jeruzalem in de hemel.

Wie is de baas in deze wereld?

Jezus is de baas. Niet keizer Augustus regeert, of keizer Tiberius. Niet Beatrix of Alexander. Niet China. Wees niet bang voor Moslims. Wees niet trots op Nederland, maar wees er dolblij mee dat je bij Jezus hoort. Want Jezus regeert. Hij is koning. En hij zegent je!

5. Breng hem hulde.

Dat is wat de discipelen doen – vers 52: hem hulde brengen.

Voor Theofilus was dat veelzeggend: je stond als Romein voor de keus. Breng je de Romeinse keizer hulde, of koning Jezus, die Joodse Messias?

Wat is dat eigenlijk – hulde brengen?

Wij denken dan aan een huldiging van een kampioen – een olympisch kampioen in haar woonplaats, een voetbalteam. Wij denken vanuit populariteit – de koningin doet het goed, want ze is nog steeds erg populair, bleek gister uit een enquete. Maar iemand hulde brengen – een minister-president, een koningin? We mopperen vaak op die haagse kaasstolp. Balkenende is zomaar een Bak Ellende. Als je het niet goed doet in de media, dan kun je het wel schudden. Misschien heb je wel die twee filmpjes gezien op Geen Stijl: Rutger Castricum die minister Ella Vogelaar ‘interviewt’. Zonder enig respect voor de minister maakt hij haar kapot. En dat onder het mom van ‘ze weet niet met de media om te gaan – haar fout’.

Waar denkt Theofilus aan als hij leest over hulde brengen aan Jezus?

Hulde brengen, dat wil zeggen: Jezus erkennen als degene die het over je te zeggen heeft. Respect en eer aan Jezus geven. Je aan hem onderwerpen. Zeggen: Jezus, u bent mijn Heer. Ik moet u gehoorzamen. Ik ben van u afhankelijk.

Maar ook: Hem – en niet een Romeinse keizer – aanbidden als Zoon van God. Hem bewonderen, je koning, je bevrijder. Diep respect voor Hem hebben, en dat uitspreken. Hem toejuichen. Hem groot maken.

Zoals we zongen:

Majesteit, groot is zijn majesteit; lof zij Jezus

en glorie, hulde en eer.

Doe jij dat? Hoe vaak breng jij Jezus hulde – je koning, je Heer?

Hoe zie je Jezus eigenlijk? Als een soort Willem-Alexander? Die je net zo goed ‘Willem-Lex’ kunt noemen? Die nu populair is, maar later misschien weer niet?

Theophilus zou er niets van begrijpen, zoals wij omgaan met Balkenende, Bea en Willem-Lex. Nu is dat niet het grootste probleem, we leven in een andere tijd. Maar wij zijn wel gewend aan respectloosheid. En daardoor heb je ook zomaar te weinig respect voor Jezus. Stel jezelf de vraag: Hoe ga jij om met Jezus Christus? Kun je het – hem eren?

Lieve mensen, kijk naar de discipelen. En leer van hen. Breng Jezus hulde.

Ga voor Hem op de knieën – letterlijk en figuurlijk. Als je bidt, als je blij bent, als je het ergens moeilijk mee hebt.

Erken Hem als je meerdere, je Heer.

Laat Hem de Baas zijn in je leven.

Aanbid Hem vol ontzag.

Hij is je verlosser, je bevrijder.

Je koning, die je zegent.

6. En wees blij en loof God. Dat was ook wat de discipelen deden. Jezus was weg maar zij waren dolblij. Jezus regeert! En steeds gingen ze naar de tempel. Ze loofden God.

Hemelvaart lijkt een raar feest. Koninginnedag is een feest – nu ligt buiten de troep nog op straat. Ruikt het op straat nog naar bier? Gister was Franeker vol mensen, dan zijn wij hier maar met een kleine groep. En het is hemelvaart. Wie is er nu koning?

Maar lieve mensen, broers en zussen, hemelvaart is een veel mooier feest dan koninginnedag. Een feest om blij te zijn. Om in grote vreugde weer naar huis te gaan straks.

Wees blij – en waarom? Omdat Jezus zijn doel heeft bereikt. Hij is niet verslagen. Integendeel. Hij heeft voor ons geleeft. Hij is de laatste Adam. Adam zondigde. Adam werd verslagen door de duivel. Adam stierf. Jezus heeft niet gezondigd, maar heeft ons van de zonde verlost. Jezus heeft de duivel overwonnen. Jezus was sterker dan de dood. En nu regeert hij. Een koning die tot een zegen is. Een zegenende koning. Een koning die terugkomt om te oordelen en alles recht te zetten.

Hemelvaart is de spetterende ontknoping van Jezus’ leven op aarde. Dat vraagt geloof – zonder meer. Kijk maar op straat, vergelijk Franeker vanmorgen met Franeker gister. Maar als je gelooft en het gaat zien – is er dan niet zoveel meer reden om blij te zijn? Dan is het juist erg dat zoveel mensen het niet zien.

En loof God, net als de apostelen doen. Ook daar komen we terug bij het begin van Lukas. Hij begint in de tempel. Bij Zacharias, de hogepriester die niet gelooft. Die niet meer kan praten. Die niet kan zegenen.

Waar eindigt Lukas? Opnieuw in de tempel. Bij Jezus Christus, de priester-koning die overwinnaar is. Bij uitstek geloofwaardig. Hij praat wel. Hij zegent. Wat Zacharias niet mocht – dat mag hij juist wel. Hij zegent je. Hij is je koning.

En dat is dankzij God. Loof Hem. Aanbid Hem. Vier feest!




Efeze 1,20-23 – Bemoedigd door hemelvaart

Hemelvaart

Liturgie

  • Voorzang Ps 47,1.2
  • Votum / Zegengroet
  • Zingen: Ps 47,3.4
  • Gebed
  • Lezen: – Handelingen 1,1-11 – Efeze 1
  • Zingen: Gez 100 (GK 23),1.6
  • Tekst: Ef 1,20-23
  • Preek
  • Zingen Gez 101 (GK 24),1.3.5
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen Gez 162 (NG 83),3.4
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 139 (GK 30),1-3
  • Zegen

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Efeze 1,20-23 – Bemoedigd door hemelvaart

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus

1. Ik weet niet hoe jullie hemelvaart precies ervaren, maar naar mijn idee is het een feestdag die er een beetje bij hangt. Een doordeweekse dag met één kerkdienst. Vroeger toen ik klein was viel het me al op dat in de kerk allerlei mensen op zondag keurig in pak waren. Maar met hemelvaart kwamen ze sportiever gekleed in de kerk. Het is zo’n dag dat je ’s morgens naar de kerk gaat, en ’s middags trek je er op uit. Of heb je een gemeentedag.

Ik heb het idee dat we er minder mee uit de voeten kunnen dan met Pasen. Vergelijk alleen maar de rubriek hemelvaartsliederen en de paasliederen in het kerkboek en het liedboek. Er zijn veel meer paasliederen dan hemelvaartsliederen.

Hemelvaart is het feest van een vertrek. Met Jezus’ hemelvaart komt er een einde aan zijn verschijningen. Vanaf hemelvaart is Jezus onzichtbaar. De discipelen vragen: Heer, gaat u binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen? En Jezus zegt dat zijn Vader daarover beslist. Dan is hij weg, meegenomen door een wolk.

Het lijkt wel zoiets: je hebt mensen op bezoek gehad, het was een gezellige dag. Je neemt afscheid, je loopt samen naar buiten. Je staat nog even te praten bij de auto. En dan gaan de deuren dicht. Door de open raampjes roep je nog wat. Je zwaait naar elkaar, de auto toetert. En dan loop je weer naar binnen. Tijd om af te wassen en op te ruimen.

Met Pasen heb je wat te vieren: Jezus Christus is opgestaan. Hij is niet dood, maar hij leeft. Hij heeft de dood overwonnen. Maar met hemelvaart? Wat vieren we dan?

En dan Paulus in Efeziërs. Hij bidt voor zijn lezers. Hij wenst ze inzicht toe. Hij wil ze bemoedigen. De opstanding van Jezus noemt hij dan haast terloops als bemoedigend voorbeeld. Maar vooral bemoedigd hij zijn lezers met de verhoging van Jezus Christus in de hemel.

En om die verhoging gaat het. Die verhoging zit ook al in bij Pasen. Het is al vóór hemelvaart dat Jezus volgens Matteüs tegen zijn leerlingen zegt: ‘Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde.’ Opstanding en verhoging horen bij elkaar. Maar als we met hemelvaart iets te vieren hebben, dan is het de verhoging van Jezus Christus.

Bemoedigd door hemelvaart, hoe kan dat? Daarover gaat deze preek. Laten we eens kijken hoe Paulus zijn lezers bemoedigt met de verhoging van Jezus Christus.

2. Daarbij is het goed om even op te merken: vers 20-21 zijn eigenlijk onderdeel van een langere zin, die begint in vers 18. Zo’n lange Paulus-zin, die doormidden geknipt is. Paulus schrijft dus: Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien … hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is. En die macht blijkt in de opstanding maar vooral in de verhoging van Jezus Christus in de hemel.

Het eerste dat Paulus aanvoert als de bemoediging van hemelvaart is de kracht van God die erin blijkt.

En die kracht is van belang. Hij schrijft in vers 19 over krachtige werking van Gods macht, die overweldigend groot is. Gods macht is echt heel groot, dat wil Paulus laten zien.

Is Gods macht echt zo groot? Waar zie je die macht dan?

Die vraag kan je soms bekruipen. Soms kun je zo ontmoedigd raken door dingen die je meemaakt. Mensen, christenen, je broers en zussen in de gemeente, ze kunnen je teleurstellen. Doordat je in de gevangenis zit zoals Paulus toen hij deze brief schreef. Het spreekt niet vanzelf dat je de grootheid van Gods macht ziet. Zomaar verlies je die uit het oog.

Daarom schrijft Paulus ook. Daarom wenst hij het zijn lezers toe: Moge jullie hart verlicht worden, zodat jullie zullen zien hoe overweldigend groot die kracht van God is. Laat dat ook ons gebed voor elkaar zijn. Dat wens ik jullie ook toe: dat je God niet uit het oog verliest. Maar dat je net als Paulus onder de indruk bent van de grootheid van Gods macht. We zijn vaak zogenaamd nuchter als we het over God hebben. Maar Paulus voert de verhoging van Jezus Christus aan als voorbeeld om uitbundig uit te kunnen pakken. De krachtige werking van Gods macht is overweldigend groot!

En dat is geen interessant wetenswaardigheidje. Die macht werkt voor ons die geloven. God zet die macht niet voor iedereen in. Hij heeft het over de mensen die God geroepen heeft, de heiligen, degenen die geloven.

Als je daar bij hoort: dan zet God die geweldige macht dus voor ons in.

Laat dat even goed op je in werken.

Paulus gaat er haast van stotteren. De woorden buitelen over elkaar. Zo is hij onder de indruk. Zo groot is Gods macht dus ook. En die macht, die gebruikt God in ons leven. En die zal Hij voor ons gebruiken bij de voltooiing van de tijd, bij de definitieve overgang naar de toekomstige wereld.

3. Allemaal mooi. Maar laten we concreet worden. Zeggen dat iemand sterk is, is prachtig. Zeggen dat hemelvaart bemoedigend is, klinkt mooi. Maar waarin blijkt dat dan?

Paulus noemt drie elementen van de verhoging van Jezus Christus die bemoedigend zijn.

Het eerste is: Jezus Christus kreeg in de hemelsferen een plaats aan Gods rechterhand.

Daar lopen we aan tegen een verschil tussen het wereldbeeld van Paulus en het wereldbeeld van de mensen om ons heen. Wij leven in een wereld waarin verteld wordt over een Russische kosmonaut, Joeri Gagarin, die terug komt van een ruimtereis. Weer op aarde zou hij gezegd moeten hebben dat hij goed had rondgekeken in de ruimte. Maar God had hij niet gezien, dus die bestond niet.

We weten van alles over een enorm heelal. Maar God en de hemelsferen zijn in onze cultuur buiten beeld verdwenen. Alle kennis over het heelal kan ons voorzichtig maken om te zeggen waar de hemel zich bevindt. Ik zal jullie eerlijk zeggen: ik weet het niet.

Maar de hemelsferen zijn er wel. Misschien wel dichterbij dan we denken. Normaal onzichtbaar, maar de hemelen kunnen ook open gaan. Dan zien mensen opeens legers van engelen, zoals Elisa tijdens het beleg van Dotan – lees het maar eens na in 2 Koningen 6. Of dat ziet Stefanus opeens Jezus Christus aan de rechterhand van God, lees maar in Handelingen 7.

Er is meer dan ons zichtbare heelal. Er is niet alleen onze schepping, er is ook de hemel, de plaats waar God woont. De hemel, dat is de plek die alle aardse regelkamers, regiehokjes en controle-ruimtes overtreft. Dat is de plek die de Trèveszaal, het Kremlin of het Witte Huis in de schaduw zet. De hemel, dat is de plek waar God woont en waar Hij de aarde regeert.

En daar heeft Jezus Christus de ereplaats gekregen. En dat is niet alleen maar een symbolische plek met een ceremoniële functie. Wie in het oude nabije oosten aan de rechterhand van de koning of de keizer mocht zitten, die was na de koning of de keizer de belangrijkste in macht. Zo zit Jezus Christus aan de rechterhand van God, in de hemelsferen. In Gods paleis, in het machtscentrum van heel de zichtbare en onzichtbare wereld, daar is Jezus Christus.

Probeer je dat voor te stellen: Jezus Christus in de hemelsferen aan Gods rechterhand. De machtigste man in hemel en op aarde.


4. Het tweede wat Paulus noemt is een verdere invulling van het eerste. Jezus Christus heeft een plek gekregen aan Gods rechterhand. Maar dat zegt nog niet alles.

Je kunt president van Amerika zijn en wonen in het Witte Huis. Maar ondertussen plegen je tegenstanders de ene na de andere zelfmoordaanslag in Irak en lukt het niet om dat land stabiel te krijgen. Je kunt wonen op Downingstreet 10 als premier van Groot-Brittannië, en tot de ontdekking komen dat je je populariteit kwijt bent en je macht los moet laten.

Hoe zit Jezus aan Gods rechterhand? Zit Hij samen met zijn Vader te kniezen, zich te beklagen over de puinhoop die ze er in hun schepping van gemaakt hebben? Hoe is de stemming in de hemel – treurig, terneergeslagen om de ene na de andere tegenslag?

Er zijn mensen die dat willen geloven. Als God er is, dan is hij een machteloze oude man. De hemel moet een trieste boel zijn. Jullie zeggen natuurlijk allemaal dat je het daar niet mee eens bent. Maar onderschat niet de zuigkracht van zo’n beeld. De duivel wil ons dolgraag doen geloven dat God de wereld ook niet kan veranderen. Als God er is, dan maakt het niets uit.

Want als de duivel iets niet wil weten, dan is het wel dat juist Jezus aan Gods rechterhand zit. En hoe zit hij daar?

Niet triest en terneergeslagen, maar krachtig en strijdlustig. Hij is immers overwinnaar van zonde en dood. Hij heeft de duivel en zijn machten verslagen. Volgens Paulus zijn die machten er dus. Er zijn allerlei zichtbare en onzichtbare machthebbers. Goede en slechte. Ze zijn er in deze wereld, ze zullen er ook in de toekomstige wereld zijn. Vorsten en heersers, machten en krachten noemt hij ze hier. Al die machthebbers moeten Jezus Christus erkennen als hun meerdere, of ze nu willen of niet. Vroeg of laat moeten ze hem erkennen als hoogste heer en koning. Hij is de machtigste man in hemel en op aarde.

Probeer je dat voor te stellen. Jezus van Nazareth. De messias. Degene in wie wij geloven. Degene bij wie wij horen.

Die Jezus, van wie je houdt – jouw Jezus, mijn Jezus, onze Jezus – Hij is het hoofd van alles. Alles ligt aan zijn voeten. Weer zo’n oud oosters beeld: alle machten liggen aan zijn voeten. Letterlijk onder-worpen.

5. En dan gebeurt er iets aparts.

Paulus gebruikt eerst het beeld van Jezus Christus als hoofd, als machthebber over alle machten. Alle machten liggen aan zijn voeten. Hem moeten ze erkennen als hun meerdere. Ze moeten voor hem buigen.

Maar wat zit er tussen je hoofd en je voeten? Je lichaam.

En dat is het derde bemoedigende punt wat Paulus noemt. Jezus Christus is verhoogd. Hij heeft de positie gekregen van de machtigste man in hemel en op aarde. Dat heeft gevolgen voor zijn lichaam, de gemeente! Als Jezus Christus verhoogd wordt, dan wordt het lichaam van Christus, de gemeente, daarin meegenomen.

Dat is bijzonder! Met hemelvaart vieren we niet alleen dat Jezus Christus de hoogste mogelijke positie die je je voor kunt stellen heeft gekregen. Er komt nog iets bij: Jezus Christus neemt ons daarin mee.

Jezus is koning en priester – wij zijn koningen en priesters.

Jezus staat boven alle zichtbare en onzichtbare machten van de kosmos – wij staan boven alle zichtbare en onzichtbare machten van de kosmos. Wij delen in de positie, in de autoriteit van Jezus. Zoals Jezus voor ons bidt, zo mogen wij in de naam van Jezus Christus voor elkaar bidden. Zoals Jezus Christus de zonde overwonnen heeft, zo mogen wij in Christus overwinnaars zijn.

Dit gaat heel ver.

Paulus wil laten zien: Gods kracht is zo groot, en die kracht gebruikt hij ook voor ons.

Hier zegt Hij: Jezus Christus is de machtigste man in hemel en op aarde, en die positie gebruikt hij voor ons. Maar dat niet alleen, het gaat nog veel verder: wij delen in die positie.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet overzie wat ik daarmee zeg.

Wij delen in de positie van Jezus Christus als koning en hogepriester aan Gods rechterhand.

Dat zegt iets over de macht van het gebed.

Dat zegt iets over de macht van de naam van Jezus.

Dat zegt iets over hoe wij in de geestelijke strijd staan.

Het is niet voor niets dat Paulus verderop schrijft: God is bij machte oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken (3,20).

Oneindig veel meer. Dat is de bemoediging van hemelvaart.

Gods kracht is zo groot. Jezus Christus is overwinnaar. Hij zit aan Gods rechterhand. Hij regeert alle dingen. Alles ligt aan zijn voeten, hij is het hoofd van de hele schepping. En dat voor ons! En tussen zijn hoofd en zijn voeten – daar zijn wij, het lichaam van Christus.

6. Zo zijn wij het lichaam van Christus. Dat wil zeggen volgens Paulus: wij zijn de volheid van hem die alles in allen vervult. God wil alles vullen met zijn volheid. Hij is bezig in Christus de hele wereld te vullen met zijn aanwezigheid. En dat doet hij door ons.

Dat wil zeggen: dat doet Hij door de kerk.

De kerk kampt met een negatief imago. Kun je niet geloven zonder de kerk? Moet je nu wel twee keer per zondag naar de kerk? Zie je wel wat er in naam van de kerk aan fouten gemaakt zijn?

Laten we vanuit hemelvaart naar de kerk kijken.

De kerk: dat zijn Gods geroepen heiligen. De kerk, dat zijn de gelovigen in wie Gods macht werkt. De kerk, dat is de plek waar Gods aanwezigheid tastbaar wordt. Dat is de plek waar Gods macht werkt. Daar moet je zijn – buiten de kerk is geen heil, zeiden ze in de eerste eeuwen van het christendom. Daar werkt Gods kracht. De kerk is het begin van Gods nieuwe wereld.

Kun je geloven buiten de kerk? Dat is eigenlijk een rare vraag.

De kerk is de plek waar God bezig is om de hele kosmos te vullen met zijn aanwezigheid. De kerk groeit uit, tot kerk en kosmos samenvallen. De kerk is dus Gods bouwplaats. Het is immers Gods tempel in aanbouw – wie vraagt er dan of God ook buiten die bouwplaats aan het werk is? De kerk is het lichaam van Christus – tussen het hoofd en de voeten van Jezus Christus – wat heb je dan aan een losse vinger, een losse teen? Laten we niet proberen om de chaos die de kerk geworden lijkt, nog groter te maken. Het einddoel is juist: een wereldwijde kerk, waar alleen alle gelovigen bij horen. Gods nieuwe schepping, zichtbaar voor iedereen.

Misschien denk je nu: maar wat bedoel je met de kerk? Laten we zeggen: de kerk dat zijn alle mensen die in Jezus Christus geloven, die bij elkaar komen om Gods woord te horen, die gedoopt zijn en die avondmaal vieren met elkaar. Dat zijn de mensen die in de positie van Jezus delen.

De rest niet. Voor hen is hemelvaart geen bemoediging. God zal uiteindelijk alles in allen vervullen, maar er zullen ook mensen zijn die daar niet meer bij horen. Zij sterven de tweede dood. Ze horen niet bij de nieuwe mensheid, ze verliezen hun bestaansrecht. Hoor je bij die nieuwe mensheid?

Laat je bemoedigen door hemelvaart! Laten we vanuit hemelvaart naar de kerk kijken. Laten we vanuit hemelvaart naar elkaar kijken. Niet roddelen, maar met de ogen van Christus elkaar zien. Niet afhaken, maar meedoen. Niet onszelf ongeloofwaardig maken door laksheid en gemakzucht. Elkaar niet ontmoedigen maar elkaar meenemen. Niet wegblijven van de samenkomsten, maar elkaar bemoedigen. Bidden om inzicht in de geweldige grootheid van Gods macht. En laat die macht werken in ons bestaan!

Laat jezelf niet ontmoedigen. Wees bemoedigd door hemelvaart: Jezus Christus zit aan Gods rechterhand – voor ons, zijn lichaam, de volheid van God die in Christus alles in allen vervult.

Amen