Lucas 2:7b – Jezus maakt plaats, en jij?

Kerst: Jezus is geboren. Maar er is voor hem geen plaats… Is dat wel feest? Moeten we ons niet schamen dat we geen plaats voor Jezus hebben? Nee: Jezus kiest voor de laagste plaats om plaats voor jou te maken!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Intocht kinderen met lichtjes
Zingen: -LvK Lied 138 : 1, 3 en 4 (Komt allen tezamen)
-Opwekking 527 (Licht in de nacht)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 85 (Weet jij waarom Jezus hier op aarde kwam; in 2 groepen)
Lampjes-spel
Gebed
Kerstspel Lucas 2
Zingen: -‘Wijs mij de weg naar Bethlehem’ (Sela)
-Opwekking 549 (Ik kniel neer)
Preek over Lucas 2 : 7b
Zingen: LvK Lied 145 : 1 en 2 (Nu zijt wellekome)
Visnet Libdub
Zingen: -‘Luid klokje klingelingeling’ (a capella, instrumentjes)
-Kids Opwekking 123 (Goed nieuws)
-‘Vrolijk kerstfeest iedereen’
Afronding project kinderclub
Zingen: ‘Als je veel van iemand houdt’ (Elly en Rikkert)

Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 525 (Jubel het uit)
Zegen
Zingen: GKB Gezang 50 (Ere zij God)

Jezus maakt plaats, en jij?

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik heb 4 kinderen nodig voor een spelletje.
Steek even je vinger omhoog
als je vindt dat je nu al veel te lang stil moet zitten.
Wie wil er met het spelletje meedoen?
(4 kinderen aanwijzen, eventueel 5e als scheidsrechter)

dia 2 – stoelendans
Goed, we gaan een bekend spelletje doen: stoelendans.
Kennen jullie de spelregels?
Even kort: jullie zijn met z’n vieren,
maar er zijn maar drie stoelen.
Als zometeen de muziek start,
lopen jullie om de stoelen heen.
Als de muziek stopt, ga je zo snel mogelijk op een stoel zitten.
Maar voor een van jullie is geen plaats:
degene die geen plekje kan vinden, is af en mag bij mij komen staan.
Dan gaan we door met de volgende ronde,
totdat er nog maar één van jullie overblijft.
Duidelijk?
Oke, ga maar om de stoelen heen staan.
We starten de muziek.

(drie rondes, tot er nog maar een deelnemer overblijft)

dia 3 – winnaar
Dames en heren, we hebben een winnaar!
Mag ik een applaus voor (degene die is overgebleven)?
Maar… we hebben nog een winnaar!
Mag ik nog een applaus voor (de eerste afvaller)?
Ja, jij hebt ook gewonnen, want met kerst gaat het allemaal een beetje anders.
Laten we het maar de kerst-spelregels noemen.
En die moet ik misschien toch maar even uitleggen.

We vieren vandaag dat Jezus is geboren.
Maar voor baby Jezus was nergens plaats,
net zoals voor jou, (de eerste afvaller), geen plaats was.
En het is niet leuk als er geen plaats voor je is!
Maar omdat jij geen stoel had, konden de andere drie wel zitten.
Je maakte plaats voor hen.
Net als Jezus: hij zorgt dat er plaats is voor ons allemaal.
Als je geen plaats hebt, lijk je een beetje op Jezus.
En daarom ben jij ook winnaar!
Jullie mogen weer gaan zitten.

dia 4 – Jezus maakt plaats, en jij?
Kerst is de omgekeerde wereld:
voor de Zoon van God is geen plaats.
Toch is er goed nieuws: hij doet het voor ons.
Je kunt dat nieuws in één zinnetje samenvatten:
Jezus maakt plaats, en jij?

1. Geen plaats voor Jezus
dia 5 – voerbak
In een stal in Bethlehem ligt baby Jezus.
Nee, niet in een schoon wiegje met een zacht matrasje en een warme kruik.
Jezus ligt in een harde voerbak voor de dieren.
Niet de eerste plek waar je de Zoon van God zou zoeken…
Hij verdient zoveel beter,
op z’n minst het beste bedje van heel Israël.
Wat doet deze baby in zo’n armoedige voerbak?

dia 6 – een ongeplande reis (soldaten)
Daarvoor moeten we nog een klein sprongetje maken,
naar Nazareth, een paar weken eerder.
Nazareth is een stadje waar nooit wat bijzonders gebeurt.
De rest van Israël is al vergeten dat Nazareth ook nog bestaat.
Maar de Romeinen zijn het niet vergeten…

Het is een gewone dag als ze komen, de Romeinse soldaten.
Het is maar een klein groepje,
maar iedereen is nieuwsgierig wat ze in Nazareth te zoeken hebben.
Iedereen stopt met zijn dagelijkse bezigheden,
en als snel staat iedereen op het dorpsplein.
Eén van de soldaten haalt een vel papier tevoorschijn en leest voor:
‘Dit is een bevel van keizer Augustus.
Er zal een volkstelling worden gehouden.
Binnenkort gaan de tellingskantoren open.
Iedereen moet zich inschrijven in de plaats van zijn familie.’
De soldaat ruimt het papier weer op, en ze vertrekken.

Ook Jozef staat op het plein.
Een volkstelling, dat is wel het laatste waar hij op zit te wachten.
Nog even, en dan komt de baby.
Hij en Maria zijn er helemaal klaar voor.
Ze zijn niet rijk, maar Jozef heeft zelf een mooi bedje gemaakt.
Maar nu gooit keizer Augustus hun plannen overhoop.
De familie van Jozef komt niet uit Nazareth, maar uit Bethlehem.
Naar Bethlehem is een paar dagen reizen.
Wat moeten ze?
Wachten tot de baby er is?
Maar dan wordt de reis alleen maar moeilijker…
Nee, ze kunnen maar beter direct vertrekken.

dia 7 – geen plaats voor de baby (herbergier)
Zo gezegd, zo gedaan.
Jozef en Maria gaan op weg naar Bethlehem,
een klein stadje in de buurt van Jeruzalem.
Ze zijn niet de enigen.
Op de wegen rond Bethlehem is het druk.
Het kleine stadje kan die toestroom eigenlijk niet aan.
Het wordt overspoeld door mensen die een plekje zoeken om te slapen.
Voor Bethlehem is het een zware belasting.
Die keizer moest eens weten wat zijn bevel voor gewone mensen betekent.
Maar Bethlehem laat zich niet kennen:
overal stellen mensen hun huizen open.

Ook Jozef en Maria vinden een plekje.
Ze zijn moe van de reis,
en willen een paar dagen uitrusten voor ze teruggaan.
Maar het loopt anders.
‘Jozef,’ fluistert Maria, ‘Jozef, volgens mij kunnen we niet meer terug,
de baby komt, ik voel het!’
Ook dat nog!
Maar waar kan die baby dan geboren worden?
Voor Jozef en Maria was nog wel plaats,
maar voor de bevalling is het een ander verhaal.
Zo belandt Jezus in die voerbak in dat stalletje.
Er is geen plaats voor een huilende baby in het veel te volle Bethlehem.
Hij mag blij zijn met de stal!

dia 8 – te druk voor Jezus
Dat is niet eerlijk, maar dat is de wereld ook niet.
Jezus is niet de enige baby voor wie geen plaats is.
Elke dag worden baby’s geboren voor wie geen plaats is.
Miljoenen mensen lopen er elke dag tegenaan:
dat de wereld geen plaats voor hen heeft.
Misschien zou Jezus vandaag wel als asielzoekersbaby geboren worden,
op reis door de grillen van een of andere dictator.

Voor Jezus is geen plaats, want mensen hebben genoeg aan zichzelf.
Ik denk niet dat wij het er beter vanaf gebracht hadden.
Wat zijn we vaak druk,
wat zijn we veel met onszelf bezig,
wat zijn er veel dingen die om onze aandacht vragen.
Nee, voor Jezus is geen plaats, we zitten vol!

2. Jezus maakt plaats voor jou
dia 9 – koude douche
Wat een ontvangst krijgt Jezus…
Het lijkt een koude douche:
God zelf komt op aarde en dan wordt hij zo behandeld…
Waarom zouden we het kerstfeest nog vieren?
Hier is toch niets moois aan?
Is kerst geen reden om ons diep te schamen?
Nee, dat is het niet.
Dit is voor God geen koude douche.
Hij verwijt ons niet dat we geen plaats voor Jezus hebben.
God kiest er bewust voor om op deze manier naar ons te komen.
Zo wil hij plaats voor jou maken!

dia 10 – God wil geen voorkeursbehandeling (stal)
Het is geen stomme pech dat Jezus in een voerbak terecht komt.
Als de mensen hadden geweten
dat die arme baby in de voerbak niet zomaar een baby is,
maar de Zoon van God, de beloofde Messias,
dan was er meer dan genoeg plaats voor hem geweest.
Ik denk dat de mensen dan in de rij hadden gestaan:
‘Jozef en Maria, in mijn huis is nog wel plaats, ik slaap wel een nachtje in de stal.’
Want wat een eer zou het zijn als Jezus in jouw huis geboren wordt!
Iedereen wil graag iets voor Jezus doen.
Ze zouden geld inzamelen voor een koninklijk bedje,
en elk uur zou het worden verschoond.
Ze zouden van Jezus de meest vertroetelde baby van Israël maken.
Maar God wil het niet!

God wil geen voorkeursbehandeling.
Hij zorgt ervoor dat bijna niemand Jezus herkent, op de herders na.
Hij zit er niet op te wachten om als een prinsje vertroeteld te worden.
Jezus wil geen leven vol glitter en glamour tussen koningen en miljonairs,
hij wil een gewoon leven tussen gewone mensen.
Jezus wil met zijn poten in de modder staan.
Want hij is niet gekomen om een luxe plaats op te eisen,
maar om een plaats voor jou te maken!

dia 11 – Jezus doet het voor jou (kruis)
God wil dat dit vanaf het begin al duidelijk is.
Daarom ligt baby Jezus in die voerbak.
En later in zijn leven komt het steeds terug.
Jezus zegt eens tegen iemand:
‘Vossen hebben een hol en vogels hebben een nest.
Maar de Mensenzoon heeft geen plek om uit te rusten.’
Uiteindelijk hebben de mensen maar één plaats voor Jezus: het kruis.
Jezus doet het om plaats voor jou te maken,
om ervoor te zorgen dat je welkom bent bij God!

Jezus is geen prinsje voor wie zelfs het beste nog niet goed genoeg is.
Hij heeft genoeg aan een stal met een voerbak.
Wat een geweldig nieuws is dat
voor iedereen in de wereld voor wie geen plaats is!
Voor die miljoenen die op de vlucht zijn of in armoede leven.
Voor iedereen die niet mee kan komen met onze samenleving.
Jezus is ook zo iemand!
Dat is geweldig nieuws, voor ons allemaal.
God spaart zichzelf niet, om jou te winnen en een plaats te geven.
Op zo’n God kun je vertrouwen!

3. Maak jij plaats?
dia 12 – maak jij plaats?
Jezus maakt plaats, en jij?
Hij wil graag een plek in jouw leven.
Maak jij plaats?

dia 13 – wees tevreden
Hoe je plaats maakt, kun je van Jezus leren.
Jezus was tevreden, tevreden met zijn voerbak.
Ben jij ook tevreden met wat je hebt?
Wij denken heel snel dat we heel veel nodig hebben.
Iedereen een eigen slaapkamer,
elk jaar nieuwe kleren, ook als je oude kleren nog best kunnen,
minstens één keer per jaar op vakantie, enzovoort.
Maar dat heb je helemaal niet nodig, het is luxe.
Op zich is dat niet verkeerd, maar besef wel hoe rijk je dan bent,
en wees tevreden en dankbaar.
Maar vaak hebben we er niet genoeg aan.
Bij je vrienden hebben ze alles net weer wat mooier, en je wordt jaloers.
God zegt: ‘denk toch niet dat je zoveel nodig hebt.
Kijk maar naar die voerbak!
Je hoeft niet te vechten voor een goede plaats op aarde,
ik heb een nog veel mooiere plaats voor je!’

dia 14 – maak plaats voor mensen zoals Jezus
Maak jij plaats?
Jezus zegt in Matteüs 25: ‘alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters,
dat hebben jullie voor mij gedaan.’
De geboorte van Jezus kunnen we niet meer overdoen,
maar we kunnen wel plaats maken voor mensen net als Jezus,
mensen voor wie in onze wereld geen plek is.
Jezus zegt: ‘als je dat doet, maak je plaats voor mij!’

Dat hoeft helemaal niet moeilijk te zijn.
Misschien zit er wel iemand bij jou in de klas,
die altijd alleen zit en geen vrienden heeft.
Ga er dan gewoon eens naast zitten
of ga samen eens iets leuks doen.
Dan maak je plaats.

Op deze wereld zijn miljoenen mensen voor wie geen plaats is.
Je kunt ze niet allemaal helpen, dat kan alleen Jezus.
Maar maak je plaats, met je tijd, met je geld, met je relaties?
Niet alleen voor mensen die jou goed liggen,
maar ook voor mensen waar niemand plaats voor heeft?
Dan breng je hoop in mensenlevens.
Dan zegt Jezus: zo heb je ook voor mij plaats gemaakt.

dia 15 – Jezus maakt plaats voor jou!
Net als Jezus zelf.
Hij deed het: hij gaf zijn plaats op,
om plaats voor jou te maken.
Daarom is het vandaag feest.
Amen.




Daniël 3:1-30 – God is je liefde waard!

Machtige mensen spelen vaak in op angst, om je zo te dwingen hen te volgen. Nebukadnessar doet dat ook: wie niet buigt wordt verbrand in de oven. God is heel anders: hij dwingt je niet, hij geeft juist zichzelf!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Diep, diep, diep als de zee’ (Kids Opwekking 68)
‘Kom, laat ons zingen vandaag’ (Kids Opwekking 142)
‘Is je deur nog op slot’ (Kids Opwekking 4)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 165
Gebed
Lezen: Daniël 3 : 1 – 30 (BGT)
Zingen: ‘Ik ben niet bang’ (Elly en Rikkert)
Preek
Zingen: Psalm 97 : 1, 3 en 5
Quiz
Zingen: ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn’ (Kids Opwekking 7)
Gods regels (1 Johannes 4 : 7 – 12 en 17 – 18, BGT)
Zingen: ‘k Stel mijn vertrouwen’ (GKB Gezang 168 – in canon)
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 150 (versie ‘Levensliederen’)
Zegen

God is je liefde waard!

Inleiding
dia 1 – sjaal
Ik zal maar niet vragen wat dit is,
want dat zie je direct: een sjaal van FC Groningen.
Maar zou je zo’n sjaal dragen? (aantal kinderen vragen)
Ik wil even vingers zien: wie zou zo’n sjaal wel dragen?
Volgens mij kan FC Groningen nog wel wat extra fans gebruiken…

Stel je nou eens voor, ik weet dat het een beetje absurd is,
maar stel je eens voor dat vanaf morgen
iedereen verplicht voor FC Groningen moet zijn.
Daarom komen er een paar regels.
dia 2 – scherm
Regel 1 is dat je elke voetbalwedstrijd van de club kijkt.
In elke stad worden grote schermen opgehangen,
en als er een wedstrijd wordt gespeeld, wordt iedereen daar verwacht.
De winkels moeten dicht, de treinen rijden niet, want voetbal gaat voor.
dia 3 – fans
Regel 2 is dat je goed meeschreeuwt tijdens de wedstrijden.
Elke keer dat FC Groningen scoort, moet je hard juichen.
Met microfoons wordt gemeten of je wel hard genoeg meedoet.
En bij elk tegendoelpunt moet je minsten een minuut ‘boeh’ roepen.
dia 4 – romper
Regel 3 is dat je altijd herkenbaar bent als fan.
Je moet altijd iets groen-wits aanhebben.
Als je dat teveel gedoe vindt:
een tatoeage is ook toegestaan, maar dan wel op een zichtbare plek.
dia 5 – euroborg
Regel 4 is dat je elk jaar een bedevaart moet maken naar de Euroborg.
Natuurlijk is het nog mooier als je in Groningen gaat wonen,
maar één keer per jaar naar het stadion is toch wel het minimum.
Kun je direct de middenstip kussen.
dia 6 – spelers
En de laatste, regel 5, is dat je de spelers vereert.
Uiteraard moet je hun namen kunnen opdreunen, binnen 20 seconden.
Op een goed zichtbare plaats in je woonkamer moet de meest recente clubfoto hangen.
En als je een speler tegenkomt, moet je direct het clublied zingen.

dia 7 – politie
Dan zijn we nog niet helemaal klaar,
want er moet natuurlijk wel controle zijn of jij een goede fan bent.
Daarom wordt de clubpolitie opgericht,
die in de gaten moet houden of je je wel aan de regels houdt.
Als je dat niet doet, is het een enkele reis naar de gevangenis.
Dat zal je leren!

dia 8 – God is je liefde waard
Genoeg gefantaseerd…
Zo gaat het natuurlijk niet!
En zelfs als het zo zou gaan, wordt je niet echt fan, maar doe je alsof.
Maar in het bijbelverhaal vanmorgen gaat het wel zo!
De drie vrienden van Daniël moeten verplicht fan worden van de koning,
en als ze niet meedoen, worden ze verbrand.
Gelukkig is God heel anders dan de koning:
hij dwingt je liefde niet af, hij is je liefde waard!

1. Buigen verplicht…
dia 9 – beeld
Vandaag is het zo ver!
Maandenlang is er hard gewerkt, en vandaag is de feestelijke opening.
Nee, ik heb het niet over de nieuwe stationsbrug, ik heb het over een groot beeld,
30 meter hoog, zo hoog als een flatgebouw van 10 verdiepingen.
Allerlei bedrijven uit Babel hebben er aan meegebouwd, en nu is het klaar.
Hoe het beeld eruit ziet, is geen verrassing meer,
maar vandaag wordt het beeld officieel in gebruik genomen.

Alle belangrijke mensen zijn daarvoor uitgenodigd.
Ministers, onderministers, professoren, generaals van het leger, enzovoort.
Tussen al die hotemetoten staan drie vrienden:
Chananja, Misaël en Azarja, goede vrienden van Daniël.
Maar vandaag gebruiken ze hun Babelse namen:
Sadrach, Mesach en Abednego.

dia 10 – toespraak
Als iedereen een plekje heeft gevonden, gaat een man op het podium staan.
‘Geachte aanwezigen’, schreeuwt hij, want een microfoon heeft hij niet…
‘Welkom bij de opening van dit geweldige beeld.
We hebben een fantastische koning, Nebukadnessar…’
Hij kan z’n zin niet eens afmaken omdat iedereen begint te klappen.
Als het weer stil wordt, gaat hij verder:
‘het is voor mij een hele eer dat ik dit beeld mag openen.’
Hij pakt een schaar uit de binnenzak van zijn jas,
en knipt het lint door dat om het beeld hangt.

‘Het beeld is geopend!’ gaat hij verder.
‘Laten we knielen voor dit beeld, om zo onze koning de eer te bewijzen.’
De drie vrienden kijken elkaar verward aan.
Dat hele beeld hoefde van hen al niet zo nodig,
eigenlijk zouden ze hier helemaal niet willen zijn,
maar ja, ze konden het ook niet maken om weg te blijven.
Maar verstonden ze het nou echt goed?
Moeten ze buigen voor deze flauwekul?
De man op het podium praat verder:
‘zometeen horen jullie muziek.
Zodra jullie dat horen, buigen jullie allemaal!
O, en ik zou het ook maar wel doen,
want de oven staat al klaar voor weigeraars…
Natuurlijk buigen jullie.’

dia 11 – vrienden
‘Dus dat was het’, fluistert Chananja, ‘dat heeft ‘ie slim gedaan.’
‘Over wie heb je het?’ vraagt Azarja.
‘Over de koning natuurlijk!’, antwoordt Chananja, ‘snap je het dan niet?’
Azarja en Misaël schudden hun hoofd.
‘Kijk dan goed,’ zegt Chananja.
‘De koning vind zichzelf heel wat.
Hij doet alsof we niet zonder hem kunnen, alsof hij God is.
Als je zo buigt, geef je dat nog toe ook!
Dat geweldige beeld en dat enorme orkest,
ze staan er alleen maar zodat wij zo onder de indruk zijn dat we buigen.
Maar de koning geeft ons helemaal geen keuze, hij dwingt ons:
die oven staat er niet voor de sier!’

dia 12 – asielzoekers
Buigen, de koning aanbidden, het is verplicht.
Nebukadnessar laat niets aan het toeval over:
een indrukwekkend beeld en een oven om bang van te worden,
zo dwingt hij iedereen op de knieën.
In Nederland gebeurt dat gelukkig niet:
je mag zelf weten in wie je gelooft en voor wie je buigt.
Maar het wordt wel heel verleidelijk gemaakt om voor andere dingen dan God te buigen.
Dat zie je bijvoorbeeld bij vluchtelingen.
Geert Wilders wil je bang maken dat vluchtelingen gevaarlijk zijn en ons geld inpikken.
Door de druk van zulke bangmakerij kun je zomaar buigen!

2. Niets kan tegen God op
dia 13 – staan
Terug naar de drie vrienden.
Natuurlijk gaat zometeen iedereen buigen voor de koning.
Niemand wil in die oven!
Maar wat doen de drie vrienden?

Op het podium staat nog altijd dezelfde man.
Hij is uitgepraat en kijkt naar de muzikanten.
Het wordt muisstil.
Dan begint de muziek te spelen, en iedereen buigt.
Niet een klein beetje, nee, iedereen maakt een hele diepe buiging,
want de koning zou eens denken dat je niet echt buigt!
Maar Chananja, Misaël en Azarja, ze doen niet eens alsof.
Ze blijven recht overeind staan!
Wat een lef!

dia 14 – gesprek met koning
Al gauw weet de koning er ook van.
Deze mannen zijn niet alleen spelbrekers, ze nemen de koning niet serieus!
Deze mannen drijven de spot met de koning!
Daarom roept de koning hen op het matje.
‘Waarom knielen jullie niet?’ buldert hij.
‘Hebben jullie niet gehoord wat er werd gezegd?
Zitten jullie oren verstopt ofzo?
Eigenlijk zou ik jullie direct moeten verbranden!
Maar weet je wat, ik geef jullie nog een kans.
Zometeen is er weer muziek, en dan knielen jullie wel, begrepen?!’

Nu neemt Misaël het woord.
‘Koning, we hebben u echt wel begrepen,
maar wij kunnen niet voor het beeld buigen.
U bent geen god, dat weet u best, dus moet u niet doen alsof het wel zo is.
U kunt de muziek nog zo vaak laten spelen, maar wij buigen niet!
U maakt ons bang met die oven, maar daar doen wij niet aan mee.
Wij buigen alleen voor God, want hij is onze liefde waard.’
De koning was al woest, en nu loopt hij paars aan:
‘stook de oven nog heter, van deze mannen mag niets overblijven.’
De drie vrienden worden afgevoerd naar de oven.

dia 15 – kruis
Niets of niemand kan tegen God op, dat hebben de vrienden goed begrepen.
Nebukadnessar zou het willen, maar hij komt niet in de buurt.
Vergeleken met God is het beeld helemaal niet zo indrukwekkend.
Natuurlijk zijn ze bang voor die oven.
Maar ze weten ook dat God hen kan redden,
dat zelfs als ze het niet overleven, de dood niet het einde is.
Ze laten zich niet door hun angst leiden, dat is moedig!
Buig niet als je bang wordt gemaakt voor bijvoorbeeld vluchtelingen.
Want alleen God is het waard om voor te buigen!

Want God is heel anders.
Het beeld van Nebukadnessar is duur en schreeuwerig,
het is het beeld van een koning die roept ‘kijk mij nou’,
een koning die wil dat je alles voor hem geeft.
Het beeld van God is een simpel kruis,
het betekent dat Jezus zijn leven voor je heeft gegeven.
Hij roept niet ‘kijk mij nou’, maar hij ziet jou!
Hij geeft alles voor je, omdat hij van je houdt.
Daarom is hij je liefde waard!

3. God dwingt niet, hij redt!
dia 16 – oven
Soldaten duwen Chananja, Misaël en Azarja voor zich uit.
Ze komen steeds dichter bij de oven.
Ze voelen de hitte, eerst in hun gezicht,
maar al snel straalt het ook door hun kleren heen.
Ze staan nog helemaal achter hun keuze om niet te buigen,
maar wat is het vuur heet!
Ze kijken elkaar nog even aan.
‘Was dit het dan?’
Daar gaan ze, de oven in.

dia 17 – vier mannen
En dan…
Gebeurt er helemaal niets!
Ze voelen de vlammen niet,
ze kunnen rondlopen in de oven,
zelfs hun haren smelten niet!
Dat was niet helemaal de bedoeling van de koning…
Hij kijkt verbijsterd toe.
Dan krijgt hij de schrik van zijn leven.
Ziet hij het goed?
Lopen er echt vier mannen in het vuur?
Het zal wel aan zijn ogen liggen, maar het ziet er wel heel echt uit.
Zouden de anderen het ook zien?
Hij durft het bijna niet te vragen, maar doet het toch.
‘Zien jullie ook een vierde man?’
‘Ja’, fluisteren de mensen om hem heen.
De koning valt bijna flauw.
Opeens is het voor hem duidelijk.
Dit is geen gewone man, dit is een engel.
De God van Chananja, Misaël en Azarja heeft een engel gestuurd om hen te redden.
Zij hadden gelijk: hun God is veel beter dan Nebukadnessar.

Nee, het is niet zo dat altijd als je in een moeilijke situatie zit,
er een engel komt om je te redden.
Er zijn christenen verbrand om hun geloof,
en ook vandaag kunnen christenen in sommige landen de doodstraf krijgen.
Maar Jezus lijkt wel op die engel: hij gaat voor jou door het vuur.
Jezus haalt je niet uit alle moeilijke situaties,
maar hij wil je wel uit de dood halen, omdat hij van je houdt!

dia 18 – uit de oven
Helaas snapt koning Nebukadnessar niets van zulke liefde.
Hij is diep onder indruk, van de engel en ook van God.
Daarom vindt hij het nodig om God te beschermen:
iedereen die iets lelijks over God zegt,
zal in stukken worden gehakt en zijn huis zal worden afgebroken.
Alsof God Nebukadnessars hulp nodig heeft…
Nebukadnessar blijft geloven dat mensen gedwongen moeten worden.
Nu dwingt hij ze niet meer om te knielen voor zijn beeld,
maar wel om respect voor God te hebben.

dia 19 – liefde
Maar God wil mensen niet dwingen,
hij wil dat mensen in alle vrijheid van God houden!
God weet dat je liefde niet kunt dwingen.
Liefde kun je wel geven, en dat doet God: hij geeft zichzelf voor je.
Daarom is God je liefde waard.
En de hel dan?
Is die bedoeld om je bang te maken,
om je te dwingen om in God te geloven?
Nee: de hel is verder leven zonder God.
God doet er alles aan om je bij die hel weg te houden,
daarom moet Jezus sterven.
Dus geloof niet in God omdat het moet,
of omdat je bang bent voor God,
maar omdat God van je houdt.
Kijk maar naar dat kruis!
Amen.




Handelingen 19:23-40 – God is God!

Wat de Eifeltoren voor Parijs is, is de tempel van Artemis voor Efeze. Maar volgens Paulus is Artemis geen echte god. Dat is alleen God. Als je gelooft dat er maar één God is, kan het spannend worden!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom en mededelingen
Kinderkoor: Zingen maakt blij!
U bent erbij
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Klap in de handen van blijdschap’ (E&R 306)
Gebed
Kinderkoor: Een liedje voor U
Kijk uit waar je gaat!
Lezen: Handelingen 19 : 23 – 40 (BGT)
Zingen: Psalm 115 : 2, 3 en 6
Preek
Zingen: Kidsopwekking 10 (Zeg het voort)
Kinderkoor: 10-Woorden-rap
De liefde gaat nooit voorbij
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 (Samen in de naam van Jezus)
Zegen

God is God

Inleiding
dia 1 – quiz
Ik wil even een quizje met jullie doen.
Het is heel simpel:
ik laat een foto of een voorwerp zien,
en dan is de vraag: bij welke stad of bij welk land hoort het?
En als je het antwoord weet, dan mag je het roepen.
We beginnen even makkelijk.

dia 2 – Eifeltoren
Parijs, ja, natuurlijk: dit is de Eifeltoren.
Misschien wel het bekendste gebouw van de wereld.
Ik denk dat iedereen het nu wel snapt,
we gaan verder met de volgende.

dia 3 – toren Pisa
Deze toren staat in Pisa, in Italië.
De bekendste scheve toren van de wereld, maar zeker niet de enige:
in Leeuwarden weten ze ook niet hoe je een toren recht moet bouwen…
Door naar de volgende.

dia 4 – vrijheidsbeeld
Wat verder van huis: het vrijheidsbeeld in New York.
Amerikaanser kan het niet,
maar dit beeld was een cadeautje van Frankrijk aan Amerika.
De volgende.

dia 5 – vuurtoren
Van Amerika gaan we naar de vuurtoren van Ameland.
En zeg nu zelf:
waarom zou je nog naar New York willen
als wij zo dichtbij al zulke mooie gebouwen hebben?
De volgende.

dia 6 – Taj Mahal
Deze is wat moeilijker, een land noemen is genoeg.
Het is in India, de Taj Mahal.
Wie het goed had krijgt bonuspunten…
De volgende.

dia 7 – Big Ben
Hier krijg je dus geen bonuspunten voor.
Het is aan de overkant van de Noordzee:
de Big Ben in Londen.
Net zo bekend als de Eifeltoren, maar dan mooier.
De volgende.

dia 8 – us mem
Nu wel: Leeuwarden.
Iets bekenders dan dit uit Leeuwarden kon ik niet vinden…
De volgende.

dia 9 – piramides
Dat kan niet missen: het is Egypte.
Ook nog iemand die weet bij welke plaats deze piramides staan?
Ze staan bij Gizeh.
Dit zijn trouwens ook direct de oudste gebouwen uit deze quiz,
ze zijn ongeveer 4500 jaar oud.
En dan de laatste.

dia 10 – kaatsveld
Hoe kan het ook anders: we eindigen met ons eigen Franeker.
Wat je ook van het kaatsveld en die twee torens vindt,
elke ‘oprjochte’ Fries herkent het.

Is er iemand die ze allemaal goed had?
(Iemand die er maar een fout had?)
Gefeliciteerd, dan hebben jullie gewonnen.
En dan ben ik benieuwd of je de allerlaatste ook weet.

dia 11 – tempel Artemis
Dit is een tekening van hoe de tempel van Artemis in Efeze eruit zag.
Over die tempel ging het in het bijbelverhaal dat we hebben gelezen.
Deze tempel was voor Efeze net zo belangrijk
als de Eifeltoren voor Parijs en de piramides voor Egypte.
Het was een van de bekendste gebouwen in de wereld.
Deze tempel was voor de godin Artemis.
Maar als Paulus in Efeze komt,
vertelt hij dat God veel groter is dan Artemis: God is echt God.
Daarmee komen we in een spannend verhaal.

1. Goed voor elkaar
dia 12 – Efeze
Efeze is een grote stad,
en het ligt prachtig aan de kust van Turkije.
Elke dag komen grote schepen na een lange zeereis aan in Efeze.
De mensen aan boord hebben een indrukwekkend uitzicht op de stad.
Efeze is zo’n stad die je nooit meer vergeet.
Ze hebben het er goed voor elkaar.

dia 13 – wereldwonderen
Het mooiste van alles is de tempel van Artemis.
Als je Efeze ziet liggen, kijk je bijna automatisch naar de tempel.
Veel bezoekers kunnen het zich nauwelijks voorstellen:
kunnen mensen echt zoiets moois maken?!
Niet voor niets staat de tempel in het lijstje met bekendste gebouwen van toen:
het is één van de zeven wereldwonderen, net als de piramides,
en misschien wel de mooiste.

Wie Efeze zegt, zegt Artemis.
Artemis was een belangrijke Griekse godin.
Over Artemis kun je nog veel meer zeggen,
maar dat is nu even niet zo belangrijk.
Wel belangrijk is wat Artemis en de tempel voor Efeze opleveren.
De tempel van Artemis is een mooie bron van inkomsten.

dia 14 – Demetrius
Ik wil je voorstellen aan Demetrius, een echte Efeziër.
Demetrius verkoopt dure souvenirs.
Hij heeft een grote winkel vlakbij de tempel.
Als ’s ochtends de eerste mensen bij de tempel komen,
staat Demetrius alweer klaar:
‘tempeltjes te koop, tempeltjes te koop!’
Als hij mensen ziet aarzelen, ruikt hij zijn kans:
‘vindt u het niet prachtig meneer, die tempel van Artemis?
Wat jammer dat uw familie niet mee is en het niet kan zien.
Maar weet u, u kunt bij mij een klein tempeltje kopen,
dan kunt u thuis laten zien waar u geweest bent.
Een mooie herinnering toch?
U kunt er natuurlijk ook meer meenemen,
als cadeautje voor uw vrouw en kinderen.’
De mensen laten zich gemakkelijk door Demetrius overhalen,
hij en de andere souvenirverkopers doen goede zaken.
Ze hebben het goed voor elkaar, met dank aan Artemis.

dia 15 – zwart
Lekker toch, als je het goed voor elkaar hebt?
Wees er maar blij mee als jullie genoeg geld hebben
voor lekker eten, mooie kleren en leuke vakanties.
Het is fijn als je een dagje naar de dierentuin kunt met familie
en je leuk speelgoed hebt.
Dan heb je het, net als Demetrius, goed voor elkaar.

2. Andere keuzes
dia 16 – winstdaling
Maar de laatste tijd is Demetrius wat minder tevreden.
Hij verkoopt de laatste tijd minder dan vroeger.
Steeds meer mensen willen geen tempeltje.
Demetrius snapt er niets van:
‘het zijn toch prachtige tempeltjes,
van mooi en zuiver zilver gemaakt,
wie wil er nu niet zo’n souvenirtje voor thuis?’

Elke dag staat hij weer vroeg bij zijn winkel en roept:
‘tempeltjes te koop!’
Maar als er weer iemand voorbij loopt die niets koopt,
wil Demetrius meer weten.
‘Waarom koopt u niet zo’n tempeltje?
Vindt u ze te duur?
Is de kwaliteit niet goed genoeg?
Vertel het me!’
De man kijkt Demetrius even verbaasd aan, en zegt dan:
‘het zijn vast prima souvenirs, maar ik hoef ze niet:
ik ben christen geworden.’

dia 17 – Paulus
Nu snapt Demetrius er nog minder van.
‘Christen geworden’, wat is dat nu voor gekkigheid.
Hier moet hij meer over weten!
En dan hoort Demetrius over Paulus.
Paulus vertelt dat Jezus is opgestaan en de Zoon van God is.
Er zijn al veel mensen tot geloof gekomen!
Hij vertelt ook dat alleen God een echte God is:
goden die mensen zelf maken zijn geen echte goden.
Christenen geloven niet dat Artemis een echte godin is,
en daarom willen ze geen tempelbeeldjes.

Het zit Demetrius niet lekker, hij slaapt er slecht van.
Demetrius is niet blij met Paulus en die christenen:
ze zorgen ervoor dat hij minder verdient.
Prima als mensen in hun eigen god willen geloven,
dat moeten ze helemaal zelf weten,
maar het is niet eerlijk dat Demetrius daar de dupe van wordt.
Hij had het zo goed voor elkaar!
In dit bijbelverhaal zie je dat christenen andere keuzes maken,
omdat God de enige God is,
en dat ook mensen die geen christen zijn daar wat van merken.

dia 18 – bootvluchtelingen
Maar aan wat voor andere keuzes kun je dan denken?
Ik wil één voorbeeld geven: hoe ga je om met asielzoekers?
Veel mensen gaan op de vlucht voor oorlog in hun land.
Ze betalen veel geld om met de boot naar Europa te gaan.
Maar die boten zijn oud en onbetrouwbaar.
Soms zinken ze in de Middellandse Zee.
Misschien heb je er wel iets over gezien op het jeugdjournaal.

Zijn deze vluchtelingen welkom in Nederland?
Veel Nederlanders zijn bang voor vluchtelingen.
De regering gebruikt daar hele dure woorden voor:
‘te veel vluchtelingen zijn ontwrichtend voor de samenleving.’
Het betekent dat asielzoekers geld kosten,
en dat onze rijkdom dus iets minder wordt.
Het betekent ook dat mensen die anders zijn dan jij,
bij je in de straat komen wonen of bij je in de klas zitten.

Als je in God gelooft, is er geen reden om daar bang voor te zijn.
Het gaat er niet om hoe goed jij je leven voor elkaar hebt.
Dat kan zelfs een afgod zijn, net als Artemis.
Waarom zouden Nederlanders recht hebben op een mooi leven,
maar vluchtelingen niet?
Dus wees goed voor hen!

3. In gevaar
dia 19 – collegaoverleg
Terug naar Efeze.
Demetrius is dus niet blij met christenen.
Hij heeft het erover met zijn collega’s,
en die vinden het ook maar niks.
Hier moet wat aan gedaan worden!
Opeens zijn de christenen in gevaar.

De souvenirverkopers komen in actie.
Ze vertellen iedereen op straat over hoe gevaarlijk de christenen zijn:
‘volgens christenen is Artemis geen echte godin!
Straks willen ze nog de tempel van Artemis gaan slopen!
Dat soort ideeën is een bedreiging voor heel Efeze.’
Al snel gaat het als een lopend vuurtje rond,
en de mensen in Efeze worden boos.
Boos op Paulus en al die andere christenen.

dia 20 – theater
De Efeziërs gaan naar het stadion van de stad,
iedereen schreeuwt door elkaar heen.
In het stadion passen ongeveer 25000 mensen.
Even ter vergelijking:
dat is bijna net zoveel als in het Abe Lenstra stadion in Heerenveen.
Wat een herrie moet dat geweest zijn.
De woedende Efeziërs zoeken Paulus, hij heeft dit allemaal op zijn geweten,
maar ze kunnen Paulus niet vinden.
Ze vinden wel twee helpers van Paulus, die worden meegesleurd naar het stadion.
Het is twee tegen de rest.

dia 21 – oproer
De meeste mensen weten niet eens waar het om gaat,
ze houden wel van een relletje op zijn tijd.
Twee uur lang schreeuwen de mensen:
‘Leve Artemis van Efeze, leve Artemis van Efeze!’
De mensen voelden zich bedreigd door christenen,
en nu wordt het voor christenen echt gevaarlijk.

Niet iedereen is blij als je christen bent.
Als je je geloof voor jezelf houdt, dan is het wel prima,
maar als anderen er last van hebben…
In Nederland gaat het natuurlijk wel anders dan in Efeze,
christen zijn is hier niet echt gevaarlijk.
Maar als het goed is,
hebben christenen wel andere ideeën over wat in het leven belangrijk is.

dia 22 – naastenliefde
Ik noem maar weer die vluchtelingen.
Als christen mag je daar je stem in laten horen:
dat Nederland zich liefdevoller moet opstellen.
Mensenlevens zijn belangrijker dan de economie.
En natuurlijk moet je dan zelf ook liefdevol zijn tegenover asielzoekers.
Trouwens, gelukkig zijn er ook veel niet-christenen
die zich willen inzetten voor vluchtelingen!
En ik weet ook wel dat het best ingewikkeld is,
maar vluchtelingen laten verdrinken, dat is in ieder geval niet goed.
Te vaak is het argument
dat het beter voor óns is om weinig vluchtelingen op te nemen,
terwijl je als christen je moet afvragen: wat is beter voor de vluchtelingen?
En niet iedereen zal daar blij mee zijn.

4. God is God
dia 23 – bestuurder
Ondertussen ziet het er in Efeze nog steeds slecht uit.
Al twee uur langen schreeuwen de mensen:
‘Leve Artemis van Efeze!’
Maar hoe hard er ook geschreeuwd wordt, alleen God is God!

Er komt hulp uit onverwachte hoek.
Een bestuurder krijgt de mensen stil en houdt een toespraak.
Hij is geen christen, is ook niet van plan het te worden,
hij heeft heel eigen belangen.
De Romeinen zijn de baas over Efeze,
en als zij horen over de rellen die er geweest zijn, is hij zijn baan kwijt.
Daarom probeert hij iedereen een beetje gelijk te geven.
Natuurlijk hoort Artemis bij Efeze: haar beeld is uit de hemel gekomen.
Artemis is volgens hem dus geen god die door mensen is bedacht.
Daarom kan hij Paulus ook gelijk geven:
goden die door mensen zijn bedacht, zijn geen echte goden.
Alsof Artemis volgens Paulus wel een echte god is…
Die bestuurder vertelt grote onzin, maar het werkt wel: de rust komt terug.
Daarvan mag je best zeggen: God beschermt de christenen.
God geeft door die bestuurder onverwachte hulp.

dia 24 – ruïne
De Efeziërs zijn weer gerustgesteld: niemand kan tegen Artemis op.
Tenminste dat denken ze…
De tempel van Artemis bestaat al lang niet meer,
er is nog een zielig hoopje stenen dat eraan herinnert.
Van de zeven wereldwonderen zijn alleen de piramides overgebleven.

God is veel sterker dan Artemis.
Hij heeft het niet nodig dat mensen voor hem schreeuwen en vechten.
God kan wel voor zichzelf opkomen, Artemis niet.
Artemis heeft het nodig dat mensen haar aanbidden,
anders is het met haar afgelopen.
God niet: hij blijft God, ook als mensen hem niet erkennen.
Van Artemis is niets meer over, van God wel.
Elke dag komen er christenen bij,
juist ook in landen waar het gevaarlijk is om te geloven.
God is geen afgod, hij is God.

dia 25 – God is God
Je kunt beter voor God leven dan voor Artemis,
of voor de Artemisjes van onze eigen tijd.
Het belangrijkste is niet dat je het goed voor elkaar hebt.
Natuurlijk, dat is fijn, maar het gaat om God.
Wees niet bang om het wat minder goed te krijgen,
want God is zoveel meer:
God is God.
Amen.




Nehemia 8:10b – Feest met de wet

Je moet al zo veel, en dan moet je je van God ook nog aan zijn wetten houden? Hoe kun je nu blij zijn met de wet? Toch wordt in Jeruzalem feest gevierd als de wet gelezen is: met God mag je blij zijn.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Zingen: Dit is de dag (ELB 425)
Ben je groot of ben je klein (ELB 421)
Maak een vrolijk geluid voor de Heer (ELB 462)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 36 : 2
Gebed
‘Nehemia en de wet’
Zingen: GKB Gezang 159 : 1 en 2
De Here zegent jou (Kids Opwekking 185)
Filmpje
Zingen: Psalm 1 : 1
Lezen: Nehemia 7 : 72b – 8 : 12 (BGT)
Preek over Nehemia 8 : 10b
Zingen: Breng dank aan de Eeuwige (ELB 328)
Collecte
Zingen/luisterlied: De vreugde van u is mijn kracht (Opwekking 654)
Zingen: Lichtstad met uw paarlen poorten (ELB 413 : 1 en 3)
Zegen

Feest met de wet

Inleiding
dia 1 – perfect
Sommige mensen he, die lijken wel perfect.
Altijd hoge cijfers, kunnen supergoed sporten,
zien er leuk uit en maken de beste grappen.
Maar ik niet hoor, ik val behoorlijk tegen.
Als je dat niet gelooft: vraag maar na aan Hanneke…
Hoe het kan dat ze toch van me houdt, daar snap ik niets van.

dia 2 – krant
Een voorbeeld: we zitten ’s ochtends aan tafel, aan het ontbijt.
Ondertussen lees ik lekker de krant.
Op de achtergrond hoor ik nog wel de stem van Hanneke,
maar ik hoor het niet bewust.
Alsof ik de volumeknop omlaag heb gedraaid…
‘Mark, Mark, Mark, hoor je wel dat ik tegen je praat?’
‘Huh, eh nee, had je het tegen mij?’
Soms is het zelfs nog erger.
Dan weet ik dat Hanneke iets tegen mij zegt,
en ik zeg braaf ‘hmm, ja, ja, hmm’,
maar met mijn gedachten zit ik ergens in mijn eigen wereldje.
En dan val ik natuurlijk door de mand als Hanneke zegt:
‘luister je eigenlijk wel naar mij?’
‘Hmm, o, eh, nee, kun je het nog een keer zeggen?’
Wie heeft er ook van die ouders die nooit eens luisteren?

dia 3 – zwart
Nou ja, ik ben dus niet perfect.
Ik ben wel benieuwd: zijn hier meer mensen die niet perfect zijn?
Wie durft daar wel over te vertellen?
Misschien heb je een flinke blunder gemaakt, en wil je die wel vertellen.
Al was het alleen maar om mij het gevoel te geven
dat ik niet de enige ben die niet perfect is.
Wie durft?

Volgens mij is niemand perfect.
Ik wil graag een liedje laten horen over iemand
die een feestje wil houden met alleen maar perfecte mensen.
Luister maar mee.
dia 4 – filmpje

dia 5 – feest met de wet
Niemand is perfect… behalve God!
En als God nou eens een perfect feestje wil, zijn wij dan wel uitgenodigd?
Onthoud vandaag in ieder geval dit: God wil feest vieren,
en dat is geen feestje voor perfecte mensen,
maar voor gewone mensen zoals jij en ik, mensen die tegenvallen.
Het is feest met de wet.

1. Niet perfect
dia 6 – feest Jeruzalem
Het is druk in Jeruzalem, waar je ook kijkt, overal zijn mensen.
Het is lang geleden dat er zo veel mensen in Jeruzalem waren.
Vandaag is een bijzondere dag, een feestdag,
vandaag wordt het feest van de trompet gevierd.
Het is het begin van een maand vol met feesten.
Dit feest hebben de mensen al jaren niet gevierd.
Maar nu is Jeruzalem herbouwd, de hoogste tijd dus voor een feest!
Overal zie je vrolijke gezichten, de mensen zijn blij.

Ze zijn niet alleen blij met Jeruzalem, ze zijn ook blij met God.
God heeft hen naar Jeruzalem teruggebracht,
net zoals hij het volk vroeger uit Egypte heeft bevrijd.
Dat verhaal willen ze graag weer eens horen.
De meeste mensen kunnen zelf niet lezen,
dus ze vragen Ezra of hij hen wil voorlezen uit de bijbel.
Want Ezra is een priester, een soort dominee.

dia 7 – wet voorlezen
Natuurlijk doet Ezra mee.
Hij haalt de bijbel op en gaat op een podium staan.
Zo kan iedereen hem goed zien.
Ezra begint voor te lezen.
Over Mozes en de Farao van Egypte.
Over de reis door de woestijn.
Over de regels die God aan Mozes heeft gegeven.
Ezra gaat maar door en door, urenlang.
Er lijkt geen einde aan te komen.
Misschien lijkt je dat heel erg saai,
mij in ieder geval wel, een kerkdienst van een hele dag,
maar de Israëlieten vinden het prachtig,
ze willen alleen maar meer horen!

In die tijd waren er nog geen microfoons,
en er waren zoveel mensen, die konden Ezra nooit allemaal verstaan.
Daarom wordt Ezra geholpen door de Levieten.
Zij vertellen aan de mensen door wat Ezra heeft gezegd,
en dan leggen ze het ook uit,
zodat de mensen het niet alleen horen, maar ook begrijpen.
Even een voorbeeld: als ik tegen Daniël zeg dat we patat gaan eten,
dan begint hij te glunderen en te stuiteren, want hij vindt patat heel lekker.
Hij begrijpt dan heel goed waar ik het over heb.

De Levieten zorgen ervoor dat de Israëlieten de wet begrijpen.
Janneke heeft net een stukje uit de wet voorgelezen,
waar stond dat als je koren maait, je ook wat voor de armen moet laten liggen.
Maar wat als je nu eens geen akker met koren hebt?
Dat leggen de Levieten uit:
dan nog moet je delen met arme mensen.

dia 8 – regels
Maar als de mensen het begrijpen, moet opeens iedereen huilen.
Stel je voor, dat iedereen hier in de kerk aan het huilen is,
zelfs nog veel meer mensen!
De mensen huilen, omdat ze begrijpen:
wat zijn wij toch slechte mensen geweest.
We hebben niet gedaan wat God heeft gezegd.

Zo leuk is het niet om de wet te horen.
Je moet al zo veel, je moet je best doen op school,
je moet leuk zijn voor je vrienden,
en dan heeft God ook nog allemaal regels.
Is het nou nooit eens goed genoeg?
Volgens de wet ben je echt niet perfect, en dat is niet leuk!
Alsof iemand je vertelt wat je allemaal verkeerd doet.
Je ziet er stom uit, je lacht zo gek, je stelt je aan, en je doet niets goed.
Ik snap wel waarom die mensen gaan huilen!

2. Blij met God
dia 9 – zakdoekjes
Ezra schrikt ervan: dit is niet de bedoeling!
Hij zegt tegen de mensen:
‘ho, ho, stop met huilen, jullie snappen het niet helemaal.
Jullie moeten niet verdrietig zijn.
Wees juist blij met God en met zijn wet.
Pak een zakdoek en droog je tranen.’

De mensen kijken elkaar verbaasd aan, wat gebeurt hier?
Blij zijn, dat kan toch niet?
Ze zijn niet echt perfecte mensen.
Wat hebben ze een puinhoop van hun leven gemaakt!
Ze zijn God gewoon vergeten.
Hoe hebben ze zo stom kunnen zijn?
Hoe kun je vandaag nou blij zijn?

dia 10 – handen
Maar Ezra gebaart dat de mensen stil moeten zijn.
‘Ik snap heus wel dat jullie huilen,’ zegt hij,
‘want niemand is perfect, ik zelf ook niet.
We kunnen niet blij zijn omdat wij zulke goede mensen zijn.
Maar het gaat niet om ons, het gaat om God.
We mogen blij zijn met God!
Echt waar, God houdt van je, ook als je het niet goed doet,
en als je je daar misschien zelfs voor schaamt.
Als je baalt van jezelf, als je jezelf tegenvalt.
Als je alweer zo’n stomme opmerking hebt gemaakt.
Toch mag je blij zijn, omdat je God hebt.’

Op het plein in Jeruzalem wordt het heel stil.
Zou het echt zo zijn, zou God echt met hen verder willen,
ook al maken zij zulke stomme fouten?
Ze kunnen het maar moeilijk geloven.
Maar Ezra is nog niet klaar:
‘jullie hebben wel geluisterd,
maar hebben jullie wel gehoord waar het echt om gaat?
God houdt van ons!
Zo veel dat hij onze voorouders uit Egypte heeft bevrijd.
En steeds als zij niet deden wat God van hen vroeg,
kregen ze van God de kans een nieuwe start te maken.
Om weer met God verder te gaan, en met zijn mooie regels te leven.
Wij mogen ook een nieuwe start maken en blij zijn met God!’

Ook al vind je jezelf niet goed genoeg,
je mag altijd bij God komen.
Voor God hoef je niet perfect te zijn.
Hij wil je helpen, elke dag weer.
God is blij als je met hem verder wilt.

3. Feest!
dia 11 – kerkdienst
In Jeruzalem halen de mensen opgelucht adem.
Ezra heeft niet veel meer te zeggen,
hij heeft alleen nog een opdracht: ‘ga feestvieren voor God.’

Feest vieren voor God, hoe doe je dat eigenlijk?
Een verjaardagsfeestje vieren, dat is natuurlijk niet zo moeilijk.
Taart, lekker eten, muziek, iets leuks doen…
Maar feest voor God?
Kerkdiensten misschien?
Bij alle christelijke feesten zijn er kerkdiensten.
En die kunnen echt een feestgevoel geven, bijvoorbeeld door mooie muziek.
Ik vond kerst afgelopen jaar een groot feest.

dia 12 – feest
Maar feest vieren voor God is meer dan een kerkdienst.
Van de Israëlieten kun je goed leren wat een feest is.
Het is heel simpel: er moet eten zijn.
Als er geen eten is, is er geen feest.
Ezra stuurt de mensen naar huis en zegt dat ze een feestmaaltijd moeten klaarmaken.
De mensen nodigen elkaar uit, niemand hoeft alleen feest te vieren,
en ook aan de mensen die niets hebben wordt gedacht:
ook zij worden uitgenodigd om het feest mee te vieren.
De tafel wordt gedekt, het is al een feest om naar te kijken,
en dan smaakt het nog lekkerder.
De mensen zitten de hele avond aan tafel, de kinderen mogen opblijven,
ze eten en genieten, ze vertellen verhalen.
Iemand pakt een fluit erbij en begint muziek te maken, en al snel zingt iedereen mee.
En er wordt gedanst.
Allemaal voor God.
Dus ik zou zeggen: ga na deze kerkdienst nog even door met het feest.
Voor iets lekkers bij de koffie is in ieder geval al gezorgd.

dia 13 – dansen
Soms lijkt het wel alsof christenen altijd ernstig moeten zijn.
Maar christenen mogen ook vrolijk zijn!
Sterker nog, juist christenen hebben alle reden om vrolijk te zijn.
Voor God leven, dat is niet altijd piekeren en met een strak gezicht kijken,
altijd serieus en moeilijk,
nee, het is ook lekker eten, uitdelen, lachen en dansen!
Want met God mag je heel blij zijn.
Als je feest viert, dan hoor je niet alleen over God liefde,
dan proef je Gods liefde in het eten,
dan zie je Gods liefde als er gedeeld wordt,
dan voel je Gods liefde in muziek en dans.
Dat is nog eens een perfect feest!
Amen.




Exodus 17:8-16 – Geloven doe je samen!

5e Preek in het gemeenteproject ‘feest van genade’ bij het weekthema ‘verbondenheid’. De duivel wil je geloof graag aanvallen. Maar samen sta je sterk en kun je elkaar helpen te geloven.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een gezinsdienst: een dienst die is aangepast aan het niveau van kinderen.

Liturgie
Welkom
Zingen: Kinderopwekking 17, Psalm 133 en GKB Gezang 167
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela)
Gebed
Zingen: ELB 263
Lezen: Exodus 17 : 8 – 16
Sketch
Preek (met bingo)
Zingen: ELB 214, refrein ‘Lof, aanbidding’ (Sela) en ELB 344
Zingen: Apostolisch vermaan rond kerkzijn
Gebed
Zingen: ELB 455
Collecte
Zingen: Kinderopwekking 185
Zegen

Geloven doe je samen!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik heb even 2 lenige kinderen nodig.
Wie durft?
(2 of meer kinderen op podium)
Goed, dan wil ik graag dat jullie op het podium gaan zitten.
En dan komt nu de opdracht:
sta weer op, maar: je mag met je handen en knieën de grond niet raken!

Ik dacht dat jullie lenig waren…
Nee, beetje flauw, het is een onmogelijke opdracht.
Maar ik heb nog een opdracht.
Ga maar weer zitten, maar nu met jullie ruggen tegen elkaar.
En dan moeten jullie je armen in elkaar haken.
Probeer het nu nog eens:
sta op, zonder dat je handen en knieën de grond raken.

Dat gaat al een heel stuk beter!
Dank jullie wel, jullie mogen weer op je plek gaan zitten.
Gek is dat, in je eentje is het gewoon onmogelijk,
en met z’n tweeën is het heel makkelijk.
Je hebt elkaar nodig.
Nou, dat is het onderwerp van vandaag:
je hebt elkaar nodig om te geloven.

dia 2 – geloven doe je samen
Probeer het thuis ook maar eens,
opstaan zonder je handen en knieën te gebruiken.
En bedenk er dan bij: met geloven is het ook zo:
geloven doe je samen.

1. Een gevaarlijke reis
dia 3 – Amalekieten
‘Alarm! We worden aangevallen!’
Overal om ons heen klinken harde toeters.
Mensen komen uit hun tent, en kijken bang om zich heen.
Wat is er aan de hand?!
Iemand heeft een verrekijker en hij tuurt om zich heen.
‘Kijk, daar in de verte’, wijst hij, ‘daar zijn soldaten.’
‘Wie zijn het, wie zijn het?’ schreeuwt iemand.
‘Ze hebben een vlag bij zich.
O nee, het zijn de Amalekieten!’
Iedereen schrikt, de Amalekieten, daar hebben ze wel over gehoord.
Een wreed volk is het, en nu hebben ze het op Israël voorzien.

dia 4 – tentenkamp
We zijn in het tentenkamp van de Israëlieten in de woestijn.
Een jaar geleden woonden ze nog in Egypte.
Ze werden als slaven gebruikt en uitgescholden.
Maar ze zijn ontsnapt uit Egypte.
Weg van die ellendige Egyptenaren!
God heeft hen door Mozes bevrijd.
God heeft beloofd dat ze in een eigen land mogen wonen,
aan de andere kant van de woestijn.
En nu zijn de Israëlieten onderweg, door de woestijn.
Het is veel te ver om in één keer te lopen.
Soms lopen ze een dag,
en dan bouwen ze een tentenkamp op en rusten een paar dagen uit.

dia 5 – problemen
Het leven in de woestijn is niet altijd makkelijk.
De Israëlieten hebben al van alles meegemaakt.
Een paar weken geleden was er bijna geen eten en drinken meer.
Je kon zelfs geen droge boterham meer krijgen!
De reis naar het beloofde land is zwaar.

En nu de Amalekieten.
Wat moeten ze?
Hoe kunnen ze ooit van de Amalekieten winnen?
Hun soldaten zijn zo sterk en zo gemeen.
Zullen de Israëlieten dan allemaal sterven in de woestijn?
Wat is de weg naar het beloofde land gevaarlijk!

dia 6 – gebroken hart
En weet je, wij zijn ook op reis naar een beloofd land.
Nee, we wonen niet in een tentenkamp.
Maar God heeft wel gezegd dat we bij hem horen
en dat we bij hem mogen wonen.
Maar de weg er naartoe is gevaarlijk, net als de woestijn.
Onze vijand is niet Amalek, maar de duivel.
Hij wil niet dat je van Jezus houdt.

Onze reis is ook gevaarlijk.
Soms gebeuren er hele moeilijke dingen.
Bijvoorbeeld als je opa of oma dood gaat.
Dan ben je heel verdrietig.
En de duivel hoopt dat je God de schuld geeft.
Hij wil ook graag dat je verkeerde dingen doet.
Bijvoorbeeld als iemand uit jouw klas gepest wordt,
dat jij dan mee gaat doen met pesten.
Terwijl God dat niet wil.

2. Geloven doe je samen
dia 7 – verzamelen
We gaan terug naar het tentenkamp.
Iedereen is in rep en roer.
De schrik zit er goed in.
Naast ons is een jongetje bij zijn moeder op schoot gekropen:
‘mama, ik ben bang, ik wil niet dood.’
Z’n moeder probeert hem te troosten,
maar ze is zelf ook bang.

‘Iedereen verzamelen in het midden van het kamp!’
wordt er rondgeschreeuwd.
Nou ja, dat doen we dan maar.
Als we daar zijn, zien we Mozes staan.
‘Gelukkig’, zegt iemand, ‘Mozes weet vast wat we moeten doen.’
En inderdaad, Mozes spreekt de mensen toe:
‘er is geen tijd te verliezen.
Jozua zal met onze soldaten tegen de Amalekieten vechten.
De rest moet hier blijven, dicht bij elkaar.
En vergeet niet: God zal ons helpen!’

dia 8 – leger Jozua
We zien de soldaten achter Jozua aan lopen.
Zij gaan vechten voor het volk.
Gelukkig zijn er soldaten die ons beschermen.
Zonder die soldaten zouden we nooit in het beloofde land komen.

dia 9 – gevecht
Het blijft een tijd stil.
En dan opeens horen we in de verte toeters en trommels.
Het gevecht is begonnen.
Al snel worden de eerste gewonde soldaten naar ons toegebracht.
Vrouwen doen verband over de wonden
en kinderen brengen water naar de gewonden.

Maar waar is Mozes eigenlijk gebleven?
O, wacht, hij staat daar op de berg.
Maar wat doet hij daar toch?
Kom, laten we eens bij Mozes gaan kijken!

dia 10 – armen omhoog
We rennen de berg op en komen bij Mozes.
In zijn hand heeft hij zijn staf en zijn armen houdt hij in de lucht.
Hij kijkt omhoog, naar de hemel.
Het is alsof hij met zijn lichaam zegt:
‘God, u moet ons helpen, want het lukt ons niet alleen.’
Vanaf hier kun je heel goed zien hoe het gevecht gaat.
Jozua en de soldaten uit het kamp zijn duidelijk de sterksten.
Maar als Mozes zijn armen laat zakken,
worden de Amalekieten opeens sterker.
‘Mozes, houd je armen omhoog’, schreeuwen we.

dia 11 – hulp
Gelukkig zijn er nog twee mannen bij Mozes, Aäron en Chur.
Als het voor Mozes te zwaar wordt, helpen zij hem.
Ze duwen zijn armen omhoog,
zodat Mozes zijn armen naar God blijft uitstrekken.
Ze helpen Mozes, zodat hij op God gericht blijft.
En zo heeft iedereen een rol in de strijd tegen Amalek.
Vechten doe je samen!

dia 12 – kring
Vechten tegen de duivel doe je ook samen.
Jezus heeft ons aan elkaar gegeven,
om elkaar te helpen op weg naar het beloofde land.
Om te zorgen voor elkaars geloof.
Bijvoorbeeld als iemand het moeilijk heeft, omdat zijn opa is overleden.
Vraag dan gewoon hoe het gaat,
en of hij misschien iets over zijn opa wil vertellen.
En dan kun je luisteren en voor elkaar bidden.
Je kunt elkaar ook helpen om bijvoorbeeld niet te pesten.
Pesten begint vaak met een grapje, maar wordt steeds gemener.
Help elkaar om dat niet te doen!

Straks, als deze dienst bijna is afgelopen,
gaan we een zegenlied zingen voor elkaar.
Dan geven we elkaar de zegen van God.
Daarmee zorg je ook voor elkaars geloof.

En voor de grote mensen:
zorgen voor elkaars geloof, dat gaat veel dieper dan iemand vragen hoe het gaat.
Volgens mij zijn we daar helemaal niet zo goed in.
Dat je aan iemand vraagt: hoe gaat het met je geloof?
Of dat je zelfs elkaar je zonden belijdt.
Maar dat is wel een opdracht van Jezus!
De duivel wil maar al te graag dat je voor je eigen geloof zorgt,
en wat vindt hij het fijn als jij de enige bent die van je zonde af weet.
Dan maak je het hem wel erg makkelijk.
Geloven doe je samen,
en daarin mogen we, nee, moeten we veel verder gaan dan we gewend zijn.

3. Het is de moeite waard
dia 13 – gewonnen
Met de hulp van Aäron en Chur houdt Mozes zijn armen in de lucht.
En het werkt!
Jozua en zijn mannen dringen de Amalekieten steeds verder terug.
Aan het einde van de dag is duidelijk: Israël heeft gewonnen, hoera!
En als de laatste Amalekiet verdwenen is, laat Mozes zijn armen zakken.

Nu zijn we wel benieuwd, wat is er eigenlijk gebeurd?
Zullen we het aan Mozes zelf vragen?
We durven niet zo goed, maar Mozes heeft ons al gezien.
Hij wenkt ons naar zich toe.
‘Begrijpen jullie waarom we gewonnen hebben?’ vraagt hij.
‘Het heeft met uw armen te maken, denken we.’
Mozes moet lachen.
‘Ja, dat heb je goed gezien, maar het ging niet om mijn armen.
God heeft ervoor gezorgd dat we hebben gewonnen.
Mijn armen wezen naar God,
om te laten zien dat alleen God ons kon laten winnen.
En dat vond ik soms moeilijk, ik zag het ook even niet meer zitten,
maar deze mannen’, en Mozes wijst naar Aäron en Chur,
‘hebben me erbij geholpen.’

dia 14 – feest
‘Dus het ging erom dat we op God vertrouwden voor de overwinning?’ vragen we.
‘Precies,’ zegt Mozes, ‘God wil dat we op hem vertrouwen,
en gelukkig werd ik daarbij geholpen.
Kom, we gaan naar beneden,
dan gaan we een feest vieren.
En we bouwen een altaar, om God te bedanken.’

dia 15 – samen geloven
Wij zijn op reis naar het beloofde land.
Onderweg zijn allerlei gevaren.
Jezus zelf vecht voor ons, zoals Jozua voor Israël vocht.
Als je op hem vertrouwt, dan maakt dat alle verschil.
Dan is de reis misschien wel zwaar,
maar Jezus brengt je op je bestemming.

Als we elkaar helpen om op Jezus te vertrouwen,
dan komen we samen verder.
Als we voor elkaars geloof zorgen, is dat echt de moeite waard.
Komen we steeds dichter bij het beloofde land.
Dus probeer niet alleen te geloven, wees niet zo dom,
maar zorg goed voor elkaars geloof!
Wees tot zegen voor elkaar,
dan kunnen we de reis volhouden.
Amen.




Lucas 2:25-35 – Heb je geduld?

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen:          God kent jou vanaf het begin
  •                          Door de kracht van de Heilige Geest
  •                          Maak een vrolijk geluid voor de Heer
  • Stil gebed
  • Votum en Groet
  • Zingen: GKB Gezang 171 Wees stil voor het aangezicht van God
  • Gebed
  • Lezen: Lucas 2 : 25 – 35
  • Interview
  • Preek deel 1
  • Gebed met gebedspunten
  • Preek deel 2
  • Zingen: Liefde, blijdschap, vrede
  • Zingen: Lied van de 10 woorden
  • Doop
  •          Lezen formulier
  •          Doop Wisse Broersma
  •          Zingen: LvK Lied 293 Wat de toekomst brenge moge
  • Gebed
  • Afscheid kids kinderclub en Visnet
  • Zingen: De Here zegent jou
  • Collecte
  • Zingen: LvK Lied 252 : 1 en 2 Wat zijn de goede vruchten
  • Zegen

Preek: Heb je geduld?

 

Inleiding
dia 1 – oranje versiering
Het WK voetbal is in volle gang.
Sommige straten zijn helemaal oranje versierd.
Heel feestelijk!
Maar het gaat natuurlijk niet om de vlaggetjes,
maar om het voetballen.
Woensdag moest Nederland spelen.

dia 2 – wedstrijd
Weet iemand tegen welk land we moesten? (Australië)
Wie heeft die wedstrijd gezien? Steek je vinger maar omhoog!
En wie had er ook nog speciaal oranje kleren voor aangetrokken?
Dat zijn de echte fans!
En wie heeft de wedstrijd niet gezien?

Ik heb de wedstrijd niet gezien.
Ik moest naar een vergadering in Leeuwarden.
Ik ging daar met de auto heen,
en er waren maar weinig andere auto’s op de weg.
Ik kon overal direct doorrijden,
en heb er 10 minuten minder lang over gedaan dan normaal.

dia 3 – beker
Maar even terug naar het voetbal.
Weet iemand wanneer Nederland voor het laatst wereldkampioen is geworden? (nooit)
Nederland is wel een keer Europees kampioen geweest,
wie weet in welk jaar dat was?
1988, Dat is meer dan 25 jaar geleden, vlak voor mijn eerste verjaardag…
We wachten al heel lang tot Nederland een keer kampioen wordt,
en daar is heel veel geduld voor nodig!
En als Australië dan ook nog voor komt te staan…
Daar wordt je toch ongeduldig van?!
‘Kom op, Nederland, schiet er toch eens een doelpunt in,
doe niet zo sloom, speel de bal toch niet steeds terug op de keeper,
ga eens in de aanval, wij willen actie zien!’
Moeilijk om dan geduldig te blijven.

dia 4 – Heb je geduld?
Vandaag gaat het over geduld.
Geduld hebben is vaak best moeilijk.
Heb jij geduld?

1. Geduld is moeilijk
dia 5 – tempel
We gaan op reis, naar het oude Jeruzalem.
In Jeruzalem is veel te zien,
maar de meeste toeristen komen voor de tempel van Salomo.
Op bijna alle vakantiekaartjes die verstuurd worden, staat de tempel.
Maar Jeruzalem is een grote stad met heel smalle straten en steegjes.
Voordat je het weet ben je verdwaald.

dia 6 – verdwaald
Kijk, daar loopt een oude man, misschien kan hij ons de weg wijzen.
‘Meneer, meneer, wij zijn verdwaald,
we willen graag naar de tempel, weet u waar die is?’
De man begint te lachen.
‘Ja,’ zegt hij, ‘de tempel is goed verstopt,
maar het komt goed uit: ik ben net op weg naar de tempel,
loop maar met me mee.’

dia 7 – plattegrond
We raken aan de praat.
De man vraagt waar we vandaan komen.
‘We komen uit Nederland’, zeggen we.
Dat kent hij wel, van de oranje voetballers.
‘Maar wie bent u dan, meneer?’ vragen we.
‘Ik ben Simeon,’ antwoordt de man.
‘U weet de weg hier goed, woont u hier al lang?’
‘Zeg dat wel,’ zegt Simeon, ‘mijn hele leven al,
ik ken elk straatje van deze stad.’

dia 8 – boekrol
‘Waarom moet u eigenlijk naar de tempel?’, vragen we,
‘u gaat er vast geen foto’s van maken, zoals wij.’
‘Nee, dat klopt’, zegt Simeon.
‘Weet je, het is een heel verhaal,
maar laat ik proberen het kort te vertellen.
Ik ben een Jood, ik geloof in de God van Israël.
In Israël gaat veel verkeerd,
er is vaak oorlog en de mensen doen slechte dingen.
Maar God heeft al heel lang geleden beloofd
dat hij iemand zou sturen om ons te verlossen: de Messias.
Daar wachten we al heel lang op.
Maar ik heb een droom gekregen van God,
dat ik die Messias zou mogen zien.
En ik kan het heel moeilijk omschrijven,
maar ik heb het gevoel dat God zelf mij nu naar de tempel stuurt,
en dat ik daar de Messias mag ontmoeten.’

‘Wauw, dat is een bijzonder verhaal’, zeggen we.
‘Dus u wacht uw hele leven al op die Messias?
Dan hebt u wel veel geduld gehad zeg!’
‘Ja,’ antwoordt Simeon, ‘maar dat was niet altijd makkelijk hoor!’

dia 9 – wachtkamer
Geduld is moeilijk.
Toch Jurre? Jij moest lang wachten tot Wisse geboren werd.
Of je wilt heel graag dat het vakantie is,
maar je moet nog een paar weken naar school.
Of je zit bij de tandarts in de wachtkamer,
en je wilt graag naar huis om met je vrienden te spelen,
maar de tandarts schiet maar niet op.
Of je hebt ruzie met je zusje,
en in plaats van geduld met haar te hebben, word je boos.
Of, nog iets heel anders, er zijn zo veel slechte dingen in de wereld,
oorlogen, honger, overstromingen,
wanneer komt Jezus eindelijk terug?

Als dingen anders gaan dan jij wilt,
dan heb je geduld nodig.
Geduld is moeilijk, want je moet wachten.

2. Waarom geduld?
dia 10 – waarom geduld?
Waarom zou je eigenlijk geduld hebben?
Als het anders gaat dan jij wilt,
waarom zou je er dan niet gewoon boos om worden,
helemaal als je gewoon gelijk hebt?
Laten we het Simeon vragen, want hij heeft er ervaring mee.

dia 11 – liefde
‘Simeon, je vertelde dat je lang hebt gewacht op de Messias.
Maar waarom heb je je geduld bewaard?
Waarom heb je het niet opgegeven,
en tegen God gezegd dat hij eens moet opschieten?’
Simeon knikt, ‘dat is een goede vraag.
Ik heb er ook veel over nagedacht.
Volgens mij heb ik geduld omdat ik veel van God houdt.’

‘Huh? wat heeft dat er dan weer mee te maken?’
Simeon praat verder:
‘als het aan mij had gelegen, dan was de Messias al lang gekomen,
maar God moet dat beslissen.
God is de allerbelangrijkste in mijn leven.
En ik vertrouw erop dat God alles goed gaat maken.
Wat ik wil is niet zo belangrijk,
wie ben ik om tegen God te zeggen dat hij moet opschieten?!
Nee, ik wacht wel op God, dat is beter.’

Geduld is een vrucht van de Geest,
het heeft alles met vertrouwen op God te maken.
Als geen geduld hebt, zeg je: ‘alles moet op mijn manier.’
Geduld is juist dat je zegt:
‘niet alles gaat zoals ik het wil,
maar het gaat er niet om dat ik altijd mijn zin krijg,
God zorgt wel voor me.’

dia 12 – opschieten
Even een voorbeeldje om dat duidelijk te maken.
De kerkdienst is voorbij, en je wilt graag naar huis.
Maar je moeder blijft maar kletsen.
‘Schiet nou eens op ‘, denk je, ‘ik verveel me.’
En je begint te zeuren: ‘gaan we nou eens?’
Je wilt je zin krijgen: dat is ongeduld.

God wil juist dat je geduld hebt.
Ook als bijvoorbeeld je zusje vervelend doet.
Daar mag je best wat van zeggen,
maar accepteer ook dat je je zusje niet kunt veranderen.
Het gaat niet altijd zoals jij het wilt.

dia 13 – gebed
Dat is niet altijd makkelijk.
We gaan zo verder met Simeon,
maar eerst bidden we om geduld.
Ik wil de kinderen vragen om dingen te bedenken,
waar zij voor willen bidden om geduldig te zijn.
En je mag best even overleggen.
Waarvoor wil je bidden om geduld?

3. Wordt geluk beloond?
dia 14 – teleurgesteld
Terug naar Jeruzalem.
Simeon wijst: ‘kijk, daar heb je de tempel.’
En inderdaad, de tempel is al dichtbij.
Maar één ding willen we toch wel graag van Simeon weten:
‘u vindt geduld heel belangrijk,
maar stel je nu voor dat je ergens heel lang op wacht,
en het dan toch niet krijgt?’

‘Hoe bedoel je?’ vraag Simeon.’
‘Nou, sommige kinderen willen heel graag een broertje of zusje,
maar ze krijgen het niet.
En er zijn ook grote mensen die graag kinderen willen, maar ze niet krijgen.
Soms heb je toch helemaal niets aan geduld?’
Simeon denkt na.
‘Ik begrijp het, dat is een moeilijk probleem.
Geduld betekent niet dat God al je wensen laat uitkomen.
Dat maakt geduld ook zo moeilijk: je weet niet of je krijgt wat je wilt.
Maar ik geloof wel dat God voor ons zorgt,
ook als we niet krijgen wat we willen,
en daarom blijf ik geduldig.’

dia 15 – Simeon tempel
Inmiddels staan we bij de ingang van de tempel.
‘Komen jullie mee naar binnen?’ vraagt Simeon.
We lopen achter Simeon aan.
Simeon ziet een man en een vrouw met een baby.
Hij loopt naar hen toe, en begint te huilen van geluk.
We blijven maar even op afstand staan.

Even later kijkt Simeon naar ons, en roept ons erbij.
‘Kijk, deze baby, dit is de Messias!’
‘Is dat alles?’ vragen we.
‘Ja,’ zegt Simeon, ‘het lijkt misschien niet veel, maar dit is de Messias.
Nu weet ik zeker dat er vrede komt.
God is goed voor ons!’

Bijzonder is dat: Simeons geduld wordt beloond, hij is heel erg blij,
en tegelijk zal het nog lang duren totdat deze baby voor vrede zorgt.
Maar voor Simeon is het genoeg: hij weet dat er vrede komt,
hij weet dat alles goed komt.

dia 16 – wederkomst
Soms krijg je wat je graag wilt.
Jelmer en Jolanda, jullie hebben Wisse gekregen.
Een echt cadeau van God.
Dan heb je alle reden om God heel dankbaar te zijn.
En uiteindelijk wordt al ons geduld beloond.
Misschien niet op de manier waarop je het zelf had bedacht.
Maar God belooft dat alles goed komt als Jezus terug komt.
God belooft dat je met hem mag leven,
dat de Heilige Geest in je wil wonen.
Daarom mag je, net als Simeon, vrede hebben.

4. God heeft geduld
dia 17 – God heeft geduld
Geduld hebben is moeilijk.
Ik kan wel eens heel ongeduldig worden.
God niet: hij heeft geduld,
zelfs met mijn ongeduld.

dia 18 – gouden kalf
Simeon kan daar alles over vertellen.
‘In de bijbel staat heel vaak dat God geduldig is,
en het is echt zo!
Het volk waar ik bij hoor, het Joodse volk,
heeft het God heel erg lastig gemaakt.
Ze deden alles wat God verboden had,
en als ik God was geweest,
dan had ik het al lang opgegeven.
Maar kijk dan, God is doorgegaan, de Messias is er gewoon!
En dan denken wij dat wij zo veel geduld moeten hebben,
maar als er iemand is die geduld heeft, dan is God het wel!’

‘Maar waarom is God dan zo geduldig?’ vragen we aan Simeon.
‘Dat weet ik ook niet, dat is een groot raadsel,’ zegt hij.
‘In mijn leven heb ik geleerd dat ik niet altijd mijn zin hoef te krijgen,
dat ik van God afhankelijk ben, en daarom heb ik geduld.
Maar bij God is dat anders.
God heeft het recht om zijn zin te krijgen.
En tóch heeft hij geduld met ons.
Is het niet prachtig?!’

dia 19 – doop
Simeon straalt ervan.
‘Weet je, het lijkt misschien alsof ik een supergoed voorbeeld ben,
maar dat ben ik niet hoor.
Ik doe ook slechte dingen en ben vaak ongeduldig.
Soms heb ik helemaal geen zin om op God te wachten.
Ik verlies mijn geduld met God wel eens,
maar God verliest zijn geduld met mij nooit!
Dat belooft hij ook aan jullie.
En hij belooft het aan Wisse, als hij zo gedoopt wordt:
ik zal geduld met je hebben.’

Iemand kijkt op zijn horloge.
Hij schrikt: is het al zo laat?
De tijd met Simeon is voorbij gevlogen,
maar nu is het echt tijd om naar huis te gaan.
‘Simeon, bedankt voor je verhaal,
heb je misschien nog één tip voor als we het moeilijk vinden geduld te hebben?’
‘Dat is niet zo moeilijk,’ zegt Simeon,
‘denk dan maar gewoon aan Gods geduld.’
Amen.




Johannes 12:1-8 – Dichtbij Jezus

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: GKB Gezang 159 en 148
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Opwekking 502
  • Gebed
  • Bijbellezing: Johannes 12 : 1 – 8
  • Zingen: GKB Gezang 158
  • Preek
  • Zingen: Aan Uw voeten Heer
  • Gebed
  • Lezen wet
  • Zingen: GKB Gezang 23
  • Collecte
  • Zingen: ‘Als je veel van iemand houdt’ en Psalm 150:1 (hertaald)
  • Zegen

Preek: Dicht bij Jezus

Inleiding
dia 1 – papa en mama

Houd je van je ouders?
Misschien ben je wel eens boos op je ouders,
en zeg je zelfs dat je ze stom vindt.
Toch kan ik me eigenlijk niet voorstellen
dat je niet van ze houdt.

Maar zeg je het ook wel eens?
‘Papa, mama, ik houd van jullie.’
Of: ‘papa, mama, soms vind ik jullie irritant,
maar ik ben echt heel erg blij dat ik jullie heb!’
Nou, wie zegt dat wel eens?

dia 2 – zwart

Je kunt ook op andere manieren
aan je ouders laten zien dat je van hen houdt.
Wie heeft er nog een goed idee?
Ouders moeten trouwens nu even hun mond houden,
want jullie gaan natuurlijk allerlei klusjes bedenken die je kinderen kunnen doen.
Maar ik wil nu ideeën van de kinderen.
Hoe kun je aan je ouders laten zien dat je van hen houdt?
(ideeën vragen, doorgaan met idee van cadeautjes)

dia 3 – cadeautjes

Heb je
wel eens een cadeautje voor je ouders gekocht?
Vertel eens: wat voor cadeautje heb je gekocht?
(cadeautjes inventariseren)

dia 4 – spaarvarken

Sommige cadeautjes zijn natuurlijk duurder dan andere cadeautjes.
Is er iemand die wel eens al zijn zakgeld aan een cadeautje heeft besteed,
zodat er niets meer in je spaarpot zat?
Dat is het geen cadeautje meer, maar een cadeau.

dia 5 – zwart

Zo’n cadeau heeft Maria ook gekocht, voor Jezus.
En daarvoor heb ik even wat kinderen nodig.
Kom maar naar voren!

Wat heb ik hier? (parfum)
Ik heb twee soorten, één voor jongens en één voor meisjes.
Wie wil er wat parfum? (parfum spuiten)
Vertel eens, hoe ruikt het?

Nu heb ik jullie maar een heel klein beetje parfum gegeven,
en dat kun je al best goed ruiken.
Maar Maria had nog veel meer parfum. (flesjes pakken)
Maria had zo veel parfum dat je er 11 flesjes voor nodig hebt.
Stel je voor dat je al die parfum over je heen krijgt,
kun je je voorstellen hoe dat ruikt?!
(kinderen terug naar plek)

Maria geeft Jezus een heel groot cadeau.
Maar niet iedereen is daar zo blij mee.
Judas bijvoorbeeld.
Judas, vertel eens wat er is gebeurd!

Sketch 1: Judas
Ja, hallo allemaal, ik ben dus Judas.
Misschien heb je wel eens van mij gehoord.
Vaak denken mensen dat ik een schurk ben,
want ik heb Jezus verraden.
Maar het kon niet anders!
Die Jezus, die leek wel gek geworden!

Laat ik je vertellen wat er vandaag is gebeurd.
We zaten aan tafel, het eten was lekker.
En toen kwam daar opeens die vrouw, die Maria.
O, wat heb ik toch een hekel aan dat mens!
Is ze niet goed bij haar hoofd ofzo?
Echt, zulke idioten maken mij woedend!

Maar goed, waar was ik gebleven…
O ja, bij Maria.
We waren aan het eten, en opeens stond zij bij Jezus.
Ze had een grote fles parfum bij zich.
Niet zomaar parfum, maar hele dure.
Belachelijk, dat mensen zo veel geld aan parfum uitgeven…
30000 Euro voor een flesje, ben je helemaal gek geworden?!
En het ergste: toen brak ze het flesje kapot,
en heeft al die 30000 euro over Jezus uitgegoten.
Dan ben je toch gewoon getikt?
En stinken dat het deed!

Maar wat doet Jezus?
Helemaal niets.
Jezus vindt alles maar goed.
Laat Maria maar geld over de balk smijten.
Lieve mensen, denk toch na!
Zeg nu zelf, Jezus is gek geworden, toch?!

Weggegooid geld
Judas, bedankt voor je verhaal.
Goed om het ook eens van jouw kant te horen.

dia 6 – Judas

Ik weet niet hoe dat bij jullie is,
maar ik heb mijn oordeel over Judas altijd heel snel klaar:
Judas is een verrader, een slechterik.
Als hij moet kiezen tussen geld en vrienden,
kiest hij altijd voor geld.
Zo’n vriend zou ik niet graag willen hebben…

En toch snap ik Judas wel.
Als ik erbij was geweest,
had ik hem groot gelijk gegeven.
Judas ergert zich aan de geldverspilling van Maria.
Dit is toch gewoon weggegooid geld?

dia 7 – zwembad

De fles parfum was 300 denarie waard.
Dat is zo veel geld als je in een jaar kon verdienen.
Ongeveer 30000 euro.
Om je even een idee te geven van hoe veel dat is:
daarvan kun je een echt zwembad in de tuin maken.
Of je koopt een nieuwe fiets,
en voor al je klasgenoten koop je er ook één.
En dan heb je nog zo veel geld over,
dat je voor hen allemaal ook nog een i-Pad koopt.
En dan heb je
nog steeds heel veel over.
30000 Euro is heel veel geld!

dia 8 – geld

Maria koopt van dat geld parfum,
en giet het in één keer over Jezus heen.
Judas heeft toch gewoon gelijk dat dat niet normaal is?
Van dat geld kun je zoveel andere dingen doen!
Het is toch niet goed om zo met je geld om te gaan?
Judas vindt het weggegooid geld,
hij wordt er boos van,
en ik kan me dat goed voorstellen!

Maar Judas is niet alleen boos.
Judas is ook teleurgesteld.
Hij snapt niet waar Maria zo veel geld vandaan haalt.
Hij zou willen dat hij dat geld zelf had.
En toen hij leerling van Jezus werd,
hoopte hij daar ook op.
Dat Jezus hem rijk zou maken.

Judas houdt niet van Jezus, Judas houdt van geld.
En als Jezus niet zorgt dat hij rijk wordt,
dan hoeft het van Judas niet meer.
Volgens Judas heb je dan niets meer aan Jezus.
Dan kan Jezus maar beter sterven.

dia 9 – zwart

Judas houdt van geld,
en juist daarom is hij zo boos op Maria.
Maria
had geld en hij niet,
en dan gaat Maria daar zo dom mee om!
Dat is weggegooid geld.
Is Maria gek geworden?
Ze zal het ons nu zelf vertellen.
Maria, vertel eens wat er is gebeurd.

Sketch 2: Maria
Lieve mensen, dank jullie wel dat ik mijn verhaal mag vertellen.
Luister toch niet te veel naar die Judas.
Ik heb het echt met hem te doen.
Altijd maar bezig met geld,
maar van liefde heeft hij nog nooit wat begrepen.
Wat gun ik het hem toch graag!
Want liefde is zo veel mooier dan geld!

Maar goed, ik ben dus Maria.
Ik ben een zus van Marta en Lazarus.
Weet je, mijn broer Lazarus was dood.
En toen heeft Jezus hem weer levend gemaakt!
Bijzonder he?

Vandaag zaten we weer aan tafel, samen met Jezus.
Het eten kan mij niet zo veel schelen,
als ik maar naar Jezus kan luisteren!
Maar ik heb al een paar weken het gevoel dat Jezus het moeilijk heeft.
Jezus klinkt minder opgewekt dan normaal.
Zijn leerlingen hebben er niets van door, maar ik wel.
Moet je horen: Jezus zegt steeds dat hij dood zal gaan.
En volgens mij bedoelt hij niet dat hij over 50 jaar doodgaat, maar binnenkort.

Dat wil ik niet!
Ik wil hem niet verliezen, ik houd van Jezus!
Maar als Jezus het zegt, dan geloof ik het.
Maar ik wil hem niet zomaar laten gaan.
Ik wil hem nog één keer laten merken dat ik van hem houd.
Daarom heb ik die fles parfum gekocht.
Ja, die was duur, maar Jezus is het waard.
Ik voelde gewoon dat dit
hét moment was
om afscheid van Jezus te nemen.
En ik ben zó blij dat ik het heb gedaan!

Jezus is je liefde waard
Dank je wel, Maria.
Fijn dat je ons wat meer wilde vertellen!

dia 10 – hart Jezus

Laat Judas maar praten, Maria is niet gek!
Maria houdt van Jezus.
Zij weet ook wel dat het niet normaal is
om zo’n groot cadeau te geven.
Maar Maria weet ook
dat Jezus haar liefde waard is.

In de bijbel staan verschillende vrouwen met de naam ‘Maria’.
Over de Maria waar het
vandaag over gaat,
staan nog 2 andere verhalen in de bijbel.
En ik wil je wat over die verhalen vertellen.

dia 11 – Marta en Maria

Het eerste verhaal is het verhaal van Maria en haar zus, Marta.
Jezus komt bij hen op bezoek.
Marta heeft het er maar druk mee.
Ze zorgt voor koffie en taart,
en vraagt steeds of alles nog naar wens is.
Maar Maria heeft helemaal geen tijd om voor de gasten te zorgen:
zij wil alleen nog maar luisteren naar Jezus.

dia 12 – Lazarus

Het andere verhaal gaat over de broer van Maria, Lazarus.
Lazarus is gestorven.
Maar dan komt Jezus naar hen toe.
En als Jezus het zegt, wordt Lazarus opeens weer levend!
Jezus heeft Maria haar broer teruggegeven!
Dat heeft enorm indruk gemaakt op Maria.

dia 13 – hart en kruis

Maria houdt heel veel van Jezus.
Ze luistert heel graag naar hem.
En ze luistert ook goéd!
De meeste mensen begrepen Jezus niet, Maria wel.
Zij snapte dat Jezus je niet
rijk maakt, maar dat het gaat om liefde.
En dat Jezus heel veel liefde voor haar en jou heeft.
Zo veel liefde, dat Jezus er zelfs voor wil sterven.
En Maria weet: als Jezus iets zegt, dan gebeurt het ook.
Daarom houdt Maria met heel haar hart van Jezus:
ze merkt hoe veel Jezus van mensen houdt.

Maria had gelijk:
Jezus is inderdaad gestorven omdat hij van je houdt.
Hij maakt je niet rijk,
hij zegt niet dat als je in hem gelooft,
je een zwembad in je achtertuin krijgt en een i-Pad.
Maar Jezus belooft wel dat je eeuwig met hem mag leven.
Dicht bij Jezus, hij houdt van je.
Jezus is je liefde waard!

Laat het maar zien

dia 14 – Maria zalft voeten

Maria zegt dat niet alleen, ze laat het ook zien,
op een heel bijzondere manier.
Ze geeft al haar spaargeld uit aan een fles parfum.
Voor Maria maakt het niet uit wat het kost.
Natuurlijk had ze het geld op heel veel andere manieren kunnen besteden,
maar ze houdt van Jezus, en dat mag wat kosten.
Wat anderen ervan vinden kan haar niet schelen.
Liefde is geen kwestie van je gezonde verstand gebruiken.
Maria geeft alles wat ze heeft.
Omdat ze weet dat Jezus ook alles geeft wat hij heeft.

dia 15 – parfum

Jezus gaat sterven,
en daarom wil Maria nog één keer laten weten dat ze van hem houdt.
Ruiken jullie de parfum nog?
Die geur gaat niet zo snel weg.
Als je zoveel parfum hebt als Jezus,
dan ruik je het nog dagen lang.
Jezus wordt steeds aan Maria herinnerd.
Misschien zelfs wel als hij een paar dagen later gekruisigd wordt.
De geur geeft hem kracht.

Maria gaf haar cadeau op precies het goede moment.
Ze gaat niet eerst nog een paar weken nadenken
of ze dit nu wel zal doen.
Ze weet dat Jezus zal sterven.
Dat ze misschien geen andere kans krijgt
om Jezus haar liefde te laten zien.
Daarom wil ze nu afscheid van hem nemen met dit cadeau.
Nu kan het nog!

Het is trouwens wel een vreemd cadeau…
Als je mij nog eens een cadeautje wilt geven,
maak je mij niet blij door zo veel parfum over mij heen te gooien…
Maar het cadeau heeft een bijzondere betekenis.
Zo veel parfum werd in die tijd alleen gebruikt als iemand gestorven was.
Zodat je de geur van de dood niet ruikt.
Met het cadeau zegt Maria:
‘Jezus, dank u wel dat u voor mij gaat sterven.’

dia 16 – Jezus is de moeite waard

Jezus is gestorven, al lang geleden.
Maria kon Jezus dat cadeau geven,
een prachtig cadeau op het goede moment.
Wij kunnen dat cadeau niet geven.
Maar je mag wel van Maria leren
dat Jezus de moeite waard is!

Dat mag je zelf ook laten zien.
Liefde voor Jezus mag wat kosten.
Je kunt het bijvoorbeeld laten zien
door geld te geven aan een goed doel.
Net als Maria kun je met je geld van Jezus houden.
Of je kunt gewoon tegen Jezus zeggen
dat je van hem houdt.
En hem bedanken voor alles wat hij geeft.

Doe dat dan ook gewoon.
Als je bedenkt: dit wil ik voor Jezus doen,
denk er dan niet te lang over na,
want dan komt het er vaak niet meer van…
Wees ook niet bang wat anderen, bijvoorbeeld je klasgenoten, ervan vinden.

Jezus is de moeite waard.
Want hij geeft alles voor jou.
Dicht bij hem is het mooi.

Amen.




Jeremia 1:4-19 – Vertel het door!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: God kent jou vanaf het begin (Kids Opw 77)

Zie de zon, zie de maan (Kids Opw 23)

Uw woord is een lamp voor mijn voet (Kids Opw 69)

Sta es even op (Kids Opw 100)

Stil gebed

Votum en Groet

Zingen: Psalm 145 : 1 en 5

Gebed

Quiz

Lezen: Jeremia 1 : 4 – 19

Zingen: Je hoeft niet bang te zijn (Ev Liedbundel 448)

Preek

Zingen: U die mij geschapen hebt (Opw 355)

Gebed

Zingen: Ken je Gods gebod

Collecte

Zingen: Ga in vrede (Kids Opw 251)

Zegen

Preek: Vertel het door!

1.God heeft een plan

dia 1 – zwart

Het gaat vanmorgen over Jeremia.

We hebben net een bijbelverhaal over hem gelezen.

Over dat God tegen Jeremia zegt dat hij profeet moet worden.

En dan zegt God iets heel bijzonders:

‘al voordat jij was geboren,

had ik al het plan dat jij profeet zou worden.’

God kende je al toen je nog niet eens was geboren.

Hij wist toen al wat hij met jou van plan was.

dia 2 – WA

Moet je je voorstellen…

Kijk maar eens naar de foto op de schermen.

Je ziet een vrolijke baby met zijn knuffels.

Het is een hele gewone baby.

Het zou zomaar je broertje of zusje kunnen zijn.

Maar God had al een plan met deze baby.

Deze baby moest koning worden.

Het is koning Willem Alexander!

dia 3 – Obama

Of kijk eens naar dit kindje.

Hij vind het heel stoer dat hij op het hek mag zitten.

En hij vindt dat hij een lieve mama heeft.

Hij houdt van spelen.

Maar wat hij later gaat worden,

daar heeft hij nog geen flauw idee van.

God wel!

Dit jongetje is Barack Obama,

hij is nu president van Amerika.

dia 4 – Mark

God heeft niet alleen een plan met zulke beroemde mensen,

maar ook met gewone mensen, zoals jij en ik.

Hier zie je mij als baby.

Ik wist echt nog niet dat ik zou trouwen.

Ik wilde altijd bij papa en mama blijven.

En dat ik predikant zou worden…

Ik wist nog niet eens wat dat was!

En toen ik iets groter was,

toen wist ik in ieder geval heel zeker:

ik wil nooit predikant worden.

Blijkbaar had God een ander plan…

dia 5 – baby’s

Nog meer babyfoto’s.

Steek je vinger even op als jouw foto er tussen staat.

God heeft een plan met je.

Dat wist hij al toen je nog baby was.

Zelfs toen je nog niet eens was geboren.

Mooi toch?!

dia 6 – zwart

Met Jeremia heeft God ook zo’n plan.

Jeremia is een hele gewone jongen.

Ik denk dat hij ongeveer 12 jaar was,

misschien ietsje ouder.

Is er hier iemand die ook 12 is?

Jeremia was dus net zo oud als jij.

En dan vertelt God aan Jeremia dat hij een heel bijzonder plan met hem heeft:

Jeremia moet profeet worden.

2.Wat is een profeet?

dia 7 – wat is een profeet?

Wat is dat eigenlijk, een profeet?

Ik bedoel, ik ben nog nooit een profeet tegengekomen.

In de bijbel gaat het hele vaak over profeten.

Misschien kun je er wel een paar opnoemen.

Een hele bekende profeet was Elia.

En dan heb je nog Jesaja, en Samuël, en Johannes de Doper.

Maar zulke profeten hebben we nu niet meer.

dia 8 – boodschap van God

Wat is een profeet?

Een profeet is iemand die een boodschap van God heeft.

Jeremia is ook zo’n profeet.

God praat met Jeremia

en zegt tegen Jeremia wat hij tegen de mensen moet zeggen.

Jeremia moet Gods woorden doorvertellen.

Dat is een profeet.

dia 9 – geld

Een profeet kan dus niet zomaar alles zeggen.

Hij moet niet zeggen wat hij zelf wil, maar wat God wil.

Als ik profeet zou zijn,

en zou zeggen dat iedereen alleen nog maar blauwe kleren mag dragen

omdat ik blauw zo’n mooie kleur vind,

dan zou ik geen goede profeet zijn.

Of als ik zou zeggen dat jullie allemaal 1000 euro naar mij moeten overmaken

en dat God jullie daar dan voor zal belonen.

Dat zou ik alleen maar zeggen omdat ik meer geld wil hebben.

Een profeet vertelt niet wat hij zelf vindt,

of wat hij zelf graag van mensen wil,

hij vertelt een boodschap van God.

dia 10 – boodschap van God

God zegt dat ook tegen Jeremia:

‘zeg alles tegen de mensen wat ik je opdraag’.

God zegt zelfs dat hij zijn eigen woorden in Jeremia’s mond legt.

En Jeremia vindt dat heel belangrijk.

De mensen moeten niet naar Jeremia luisteren

omdat ze Jeremia aardig vinden of omdat ze het met Jeremia eens zijn,

maar omdat Jeremia een boodschap van God zelf heeft.

En de boodschap die Jeremia moet vertellen is niet makkelijk.

Hij moet tegen de mensen zeggen dat ze verkeerd bezig zijn.

En dat moeten profeten vaak zeggen.

Ze zeggen wat er verkeerd is en wat er anders moet.

Jeremia moet tegen de mensen zeggen dat ze God vergeten zijn

en dat God hen daarom zal straffen.

God wil die mensen zo nog een kans geven:

als ze luisteren naar Jeremia zal hij ze niet straffen.

Maar je kunt je voorstellen dat de meeste mensen

niet graag naar Jeremia luisterden.

Achter zijn rug om hebben ze vast veel over hem gepraat:

‘o nee, daar heb je die zuurpruim weer,

komt hij weer met dat verhaal over die God van hem,

hij denkt toch niet echt dat we naar hem luisteren?!’

3.Een moeilijke taak

dia 11 – Jeremia wil niet

Zou jij Jeremia willen zijn?

Zou jij mensen willen vertellen dat ze het fout doen

en dat God hen zal straffen?

En zou jij het leuk vinden als de mensen je daarom uitlachen,

en zelfs heel boos op jou worden?

Jeremia weet het in ieder geval wel.

Hier zit hij dus niet op te wachten.

Moet hij profeet worden?

Grapje zeker!

Dat kan God toch niet menen?!

Jeremia ziet het helemaal niet zitten om profeet te worden.

‘God,’ zegt hij, ‘u maakt vast een foutje.

Weet u wel hoe jong ik ben?

Ik ben nog maar 12!

Hoe kan ik dan profeet worden

en de mensen over u vertellen?

Dat slaat toch nergens op?

Ik kan nog maar net een spreekbeurt houden,

en dan wilt u al dat ik profeet wordt?!

Nee, God, dat lijkt me geen goed plan.

Trouwens, wat zullen de mensen wel niet denken?

Denkt u nu echt dat ze naar mij zullen luisteren?

Ze vinden me veel te jong, en ze hebben nog gelijk ook.

Ze vinden me maar een snotneus,

ze gaan me echt niet serieus nemen!’

Jeremia heeft groot gelijk!

En er zijn inderdaad maar weinig mensen die naar Jeremia luisteren.

Later in zijn leven worden er zelfs plannen gemaakt

om hem te vermoorden.

Zo irritant vinden de mensen Jeremia!

dia 12 – ongeschikt?

Jeremia vindt dat hij niet geschikt is om mensen over God te vertellen.

God kan daar beter iemand anders voor uitkiezen.

Misschien vind je dat ook wel van jezelf.

Dat je te jong bent om anderen over God te vertellen.

Of dat je vindt dat je daar veel te onzeker over bent.

Maar God gebruikt heel vaak juist zulke mensen,

mensen die vinden dat God beter iemand anders had kunnen vragen.

Misschien heeft God met jou wel een heel ander plan dan je had gedacht.

Als je mij 10 jaar geleden had vertelt dat ik predikant zou worden,

had ik je ook uitgelachen…

Voor God maakt het helemaal niets uit

dat Jeremia vindt dat hij het niet kan.

Dat Jeremia nog maar 12 is, maakt voor God niet uit.

Dat Jeremia niet goed weet wat hij zou moeten zeggen, maakt ook niet uit.

God vertelt Jeremia wel wat hij moet zeggen.

God zegt dat Jeremia niet bang moet zijn voor mensen,

omdat hij zelf Jeremia zal helpen.

En hij geeft Jeremia een heel bijzonder teken:

God raakt Jeremia’s lippen aan.

4.Luister naar profeten

dia 13 – luister

Jeremia is een profeet.

Hij moet mensen vertellen over God.

Hij moet vertellen wat God van mensen wil:

dat mensen voor God leven.

Maar het is al wel erg lang geleden dat Jeremia leefde.

Meer dan 2500 jaar.

Jeremia zit hier vandaag niet in de kerk

om ons te vertellen wat God van ons wil.

Hoe komen wij er dan achter wat God ons wil vertellen?

dia 14 – Jezus

We gaan even iets verder in de tijd.

Een paar honderd jaar na Jeremia werd Jezus geboren.

En Jezus is ook een profeet!

Natuurlijk is hij een hele andere profeet dan Jeremia,

Jezus is namelijk ook God,

maar Jezus vertelt de mensen over God.

Jezus vertelt dat God van mensen houdt.

Zo veel dat God Jezus naar de aarde heeft gestuurd.

Zo veel dat Jezus zelfs zijn leven geeft.

Jezus vertelt dat iedereen Gods straf heeft verdiend,

maar dat God jou graag wil redden.

Als je in Jezus gelooft,

dan hoef je nooit bang te zijn voor God.

Jezus zegt dat we hem moeten volgen.

Maar hoe doe je dat dan, Jezus volgen?

Daarover kun je veel lezen in de bijbel.

Maar je kunt soms ook stukjes uit de bijbel vergeten,

en je kunt natuurlijk ook niet elke dag de hele bijbel lezen…

dia 15 – profeet voor elkaar

Daarom mogen we ook elkaar helpen.

Je ouders kunnen bijvoorbeeld ook een soort profeten zijn.

Als je op school hebt gevochten en je een blauw oog hebt.

Dan kom je boos thuis.

‘Morgen pak ik hem terug’, schreeuw je naar je moeder.

Misschien zegt je moeder dan wel:

‘weet je wat je beter kunt doen?

Vergeef hem maar.

Vechten lost niets op.

En Jezus wil dat we elkaar vergeven.’

Nou, dan is je moeder even profeet.

dia 16 – schreeuwen

Maar het kan natuurlijk ook andersom.

Grote mensen moeten ook goed luisteren naar kinderen.

Als een meisje tegen je zegt:

‘meneer, Jezus zegt toch dat we van elkaar moeten houden,

waarom schreeuwt u dan altijd zo naar iedereen?’

Dan is dat meisje een profeet.

Grote mensen kunnen van Jeremia leren

dat ze ook naar kinderen en jongeren moeten luisteren.

Jeremia was ook nog maar een jongen.

5.Vertel het door

dia 17 – vertel het door

Durf je zelf ook zo’n profeet te zijn?

God wil dat graag.

Dat als je in Jezus gelooft,

je ook anderen helpt om in Jezus te geloven.

Dan maakt het niet uit hoe oud je bent.

Of je nu 8 bent, 45 of 91,

iedereen kan een profeet zijn.

Vertel het maar door.

Dat God van mensen houdt.

Dat Jezus je wil redden.

God wil dat iedereen die boodschap hoort.

En wees niet bang voor wat anderen daar dan van vinden.

Helemaal als anderen niet in God geloven,

is het best spannend om profeet te zijn.

Bijvoorbeeld als iemand morgen aan je vraagt:

‘wat heb je gisteren gedaan?’

Dan kun je denken:

‘ik vertel maar niet dat ik naar de kerk ben geweest

want dat vind hij vast heel gek.’

Maar maak er maar geen geheim van.

En misschien vraagt hij dan wel waarom je dat doet,

en kun jij vertellen over Jezus.

Dan ben je een profeet.

Als Jezus aan het einde van zijn leven op aarde

zegt dat we alle mensen over hem moeten vertellen,

dan zegt hij er ook bij dat we niet bang hoeven te zijn.

Want Jezus houdt van je, Jezus helpt je en hij is bij je.

Amen.




Exodus 2:1-10 – Gods is niet te stoppen!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen:

God kent jou vanaf het begin (Opwekking voor kids 77)

Hij is machtig, Hij is krachtig (Elly en Rikkert)

Dank U voor deze nieuwe morgen (Gz 132:1,4,5)

Stil gebed

Votum en zegengroet

Zingen: Heer ik kom tot U (Gz 156)

Gebed

Bijbelverhaal Exodus 2:1-10

Zingen: Klein klein kindje (Gez 5)

Preek ‘God is niet te stoppen!’

Zingen: De Heer is mijn herder (Marcel en Lydia Zimmer)

Het rieten mandje en het kruis

Gebed

Zaligsprekingen

Zingen: k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God (canon)

Collecte

Zingen: Dankt dankt nu allen God (Gez 141)

Zegen

Amen amen amen (Ld 456:3)

Preek: God is niet te stoppen!

Inleiding: gipsbeen

dia 1 – gipsbeen

Je been in het gips, wie heeft dat wel eens gehad?

Dat je met krukken moest lopen enzo?

Iemand die durft te vertellen hoe dat kwam?

dia 2 – krukken

Je been breken doet veel pijn,

en dan gaat de dokter er ook nog aan trekken om het weer goed te zetten: au!

Dan gaat het gips er omheen,

en dat mag er de komende weken ook niet van af.

Daar zit je dan…

In de pauzes moet je blijven zitten,

met de gymles kun je niet meedoen,

je kunt nergens gemakkelijk naar toe.

Gips is vervelend.

dia 3 – sip

Je kunt dan bij de pakken gaan neerzitten.

‘Had ik mijn been maar nooit gebroken.

Nu zit ik me maar te vervelen, de hele dag.

Ik kan alleen nog maar met krukken lopen.’

Het enige wat je nog doet is aftellen tot wanneer het gips er weer af mag.

dia 4 – Maxima

Maar je kunt er ook handig gebruik van maken.

Over twee weken komen koning Willem Alexander en koningin Maxima naar Friesland.

Als je ze goed wilt zien, moet je natuurlijk vooraan staan.

Met een gipsbeen is dat niet zo moeilijk.

Je moet gewoon zorgen dat je een rolstoel hebt,

en dan mensen vragen of je er langs mag.

‘Pardon mevrouw, ik heb mijn been gebroken,

en nu kan ik niet over de mensen heen kijken,

mag ik er misschien even voor langs?’

Voor je het weet sta je vooraan.

En dan kun je roepen:

‘Maxima, Maxima, wilt u uw handtekening op mijn gipsbeen zetten?’

Natuurlijk heeft ze medelijden met je,

ze maakt een kort praatje met je en zet haar handtekening op het gips.

dia 5 – God is niet te stoppen

Dan heb je van iets heel vervelends, dat je je been hebt gebroken,

iets heel moois gemaakt: dat je de handtekening van de koningin hebt.

Dat doet God in het verhaal over Mozes.

God laat zich niet door vervelende dingen tegenhouden,

hij maakt er juist iets moois van.

God is niet te stoppen.

Groot gevaar!

Kijk maar mee met Mirjam.

Een been in het gips is misschien vervelend,

maar wat zij meemaakt is veel erger.

dia 6 – geheim

Een paar maanden geleden had mama

haar en haar broertje Aäron bij zich geroepen.

‘Ik wil jullie iets vertellen,

maar jullie mogen het aan niemand doorvertellen, beloofd?’

Dat hadden ze beloofd.

‘Ik ben zwanger,’ had mama gezegd.

dia 7 – soldaten

Dan denk je misschien dat Mirjam heel blij zou zijn,

maar ze vindt het heel eng.

Mirjam en haar familie zijn Joden,

maar ze wonen in een vreemd land, in Egypte.

En de Egyptenaren zijn bang dat de Joden de baas over hen gaan spelen.

Daarom heeft de koning van Egypte, de Farao, iets bedacht:

alle Joodse jongetjes die worden geboren moeten in de Nijl worden gegooid.

dia 8 – bidden

Dus is Mirjam heel bang.

Want stel je voor dat ze een broertje krijgt?

Elke avond bidt ze:

‘Lieve God, wilt u alstublieft geven dat het een zusje wordt?’

Maar nee, het wordt een jongetje.

Het is zo’n lieve baby, zo onschuldig en kwetsbaar,

die kunnen ze toch niet verdrinken?!

Is die Farao helemaal gek geworden?

Mirjams broertje is in groot gevaar.

dia 9 – Noord Korea

Gelukkig is het voor ons niet zo gevaarlijk.

Je hoeft niet, zoals Mirjam, bang te zijn als je een broertje of zusje krijgt.

Maar er is wel een vijand, de duivel.

Die wil niet dat mensen God leren kennen.

In sommige landen is het heel gevaarlijk om christen te zijn.

Bijvoorbeeld in Noord-Korea:

daar kun je alleen stiekem naar de kerk,

en als je betrapt wordt krijg je een zware straf.

In Nederland is dat gelukkig niet gevaarlijk,

maar de duivel is wel blij dat er steeds minder mensen in God geloven.

vertrouwen op God

dia 10 – mozes in armen

Weer terug naar Mirjam.

Ze is bang: papa en mama gaan de baby toch niet echt in de rivier gooien?

Gelukkig zijn papa en mama dat helemaal met haar eens.

Ze hebben de baby van God gekregen

dus ze zullen er goed voor zorgen.

Dat bedoelt mama ook als ze zegt dat het een hele mooie baby is.

Natuurlijk, alle ouders vinden hun eigen baby de mooiste van de wereld.

Maar dat bedoelt Mirjams moeder niet.

Zij denkt terug aan dat God de hemel en de aarde gemaakt had.

Toen God dat had gedaan, zag hij dat het heel goed, heel mooi was.

Baby Mozes is ook heel goed, heel mooi, want God heeft hem gemaakt!

Daarom zullen ze alles voor Mozes doen.

De eerste drie maanden houden ze Mozes in huis.

Als hij gaat huilen geeft mama hem direct te eten.

Of Mirjam gaat haar kleine broertje troosten,

en daar wordt Mozes helemaal stil van.

Maar het is heel gevaarlijk, dit kan niet lang goed gaan.

Als de soldaten van Farao komen,

zullen ze Mozes meenemen.

dia 11 – mand maken

Daarom bedenken ze een plan.

‘Mirjam’, zegt mama, ‘kom je me helpen?

Dan maken we een mand die blijft drijven op het water.

Dat wordt een bootje voor Mozes,

en dan moet God er maar voor zorgen dat iemand Mozes vindt.’

Mirjam vindt dat wel moeilijk,

ze wil veel liever dat Mozes thuis blijft, maar het kan niet anders.

Dus helpt ze mama met het maken van de mand.

Als de mand klaar is, leggen ze Mozes erin.

Ze gaan naar de rivier, en zetten de mand neer aan de rand, in het riet,

op een plaats waar wel vaker mensen komen.

En ze laten het aan God over.

Ik vind dat heel dapper van hen.

Ze durven tegen het bevel van Farao in te gaan,

omdat ze God belangrijker vinden en op hem vertrouwen.

Durf jij ook voor God te kiezen

als andere mensen dat maar stom vinden?

Is God de belangrijkste voor je?

En als er moeilijke dingen gebeuren,

kun jij dan ook vertrouwen dat God voor je zorgt?

Gered van de dood

dia 12 – mirjam

Mama en Mirjam vertrouwen dus op God.

Ze zetten Mozes in het mandje in de rivier.

Mirjam blijft erbij, zij kan zich goed verstoppen in de struiken.

Ze zal opletten wat er met Mozes gebeurt.

dia 13 – vrouwen

Maar kijk nou eens, wie komen daar in de verte aan?

Mirjam kan ze nog niet heel goed zien,

maar ze ziet al wel dat het rijke vrouwen zijn.

Ze hebben dure jurken aan

en ze lopen heel deftig.

Ze komen dichterbij, en vlak bij het mandje, gaat een van de vrouwen het water in.

Maar wacht even, Mirjam kent die vrouw!

Dit is een prinses, een dochter van Farao.

Hoe kan dit nog goed aflopen?

dia 14 – prinses

En ja hoor, de prinses ziet het mandje,

en ontdekt de kleine Mozes.

Ze slaakt een gilletje en roept haar dienstmeisjes:

‘kijk nou, een Joods jongentje!’

Ze pakt Mozes uit het mandje,

en ziet de tranen in zijn ogen.

Ze weet dat ze het kind eigenlijk in de rivier zou moeten gooien,

maar ze heeft ook wel medelijden met de baby.

dia 15 – mirjam en prinses

Mirjam ziet het gebeuren en besluit om in te grijpen.

Ze loopt naar de vrouwen toe en zegt:

‘ohh, wat een lieve baby zeg, mag ik eens zien?

Is het een Joods jongentje?

Daar kunt u niet voor zorgen, u kunt hem geen eten geven.

Maar ik weet nog wel iemand hoor, zal ik haar even halen?’

Het is wel heel brutaal van Mirjam,

maar de prinses kan toch ook moeilijk ‘nee’ zeggen.

dia 16 – terug bij mama

Mirjam rent naar huis en haalt haar moeder op.

Als ze bij rivier komen, staat de prinses er nog.

‘A, daar bent u,’ zegt ze.

‘Ik hoorde dat u dit jongetje te eten kunt geven.

Wilt u voor hem zorgen totdat hij groter is?

Dan zal hij mijn zoon worden.

O, en natuurlijk zal ik u ervoor betalen.’

Mozes’ moeder krijgt betaald om voor haar eigen baby te zorgen.

En Mozes is veilig.

Mozes lijkt wel een beetje op Jezus.

Ook Jezus was als baby in groot gevaar:

koning Herodes wilde hem doden.

Maar net zoals Mozes kon Jezus ontsnappen.

Want God wilde dat Jezus bleef leven.

Zo mooi gaat het helaas niet altijd.

Niet alle jongentjes werden gered, zoals Mozes en Jezus.

En als je op God vertrouwt,

dan betekent dat niet dat er geen vervelende dingen meer gebeuren.

Maar je mag wel weten dat als God iets van plan is,

niemand hem kan tegenhouden.

Ook met jou heeft God een plan,

ook al weet je nog niet wat dat is.

Maar God zal daar voor zorgen.

God gaat verder

dia 17 – Mozes oud

Met Mozes heeft God een bijzonder plan.

Dit verhaal gaat niet alleen over een familie die wil dat hun baby blijft leven.

Het verhaal gaat ook over God die zijn volk wil bevrijden.

Dat wil hij door die kleine baby Mozes gaan doen.

De Farao kan God echt niet tegenhouden!

Sterker nog: zonder het te weten helpt hij God.

Als Mozes een paar jaar ouder is, gaat hij bij de prinses wonen.

Hij wordt opgevoed als een prins.

Hij krijgt dure kleding en hij mag naar school.

In die tijd was dat heel bijzonder: bijna niemand ging naar school.

Maar Mozes wel, hij leert van alles.

Hij leert lezen en schrijven,

maar ook hoe hij leiding moet geven aan mensen.

En alle dingen die hij leert,

komen later erg goed van pas

als hij het volk Israël uit Egypte mag bevrijden.

dia 18 – Farao

Farao denkt God te slim af te zijn,

maar God is niet te stoppen:

hij gebruikt Farao gewoon in zijn plan.

Farao heeft het niet eens door,

maar hij voedt Mozes zo op dat Mozes Israël kan bevrijden.

Dat is nog eens humor van God.

dia 19 – God is niet te stoppen

God gaat wel verder met zijn plan.

Hij laat zich door niemand tegenhouden.

Wat de vijand ook doet,

God kan er gewoon gebruik van maken.

Aan het begin hadden we het even over christenen in Noord Korea.

Wat de regering daar ook doet om christenen uit te roeien,

er komen daar alleen maar meer mensen tot geloof.

God is niet te stoppen.

God gaat wel verder met zijn plan.

Zijn plan was om Israël door Mozes uit Egypte te redden,

en dat heeft hij gedaan.

En zijn plan is om ons ook te redden door Jezus.

Hij wil een nieuwe wereld maken,

waar geen vervelende dingen meer zijn.

Geen ruzie, geen dood, geen christenvervolging.

En als je het moeilijk vindt om dat te geloven,

kijk dan maar naar Mozes en leer van hem:

God is niet te stoppen!

Amen.




Lucas 24:13-35 – Geloof jij het?!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: -Weet je dat de lente komt? (Elly en Rikkert)

-Psalm 118:9

-Klap in je handen van blijdschap (Elly en Rikkert)

Stil gebed

Votum en zegengroet

Zingen: GKB Gezang 171

Gebed

Quiz ‘Waar of niet waar’

Filmpje

Lezen: Lucas 24:13-35 (kinderbijbel)

Zingen: Twee mannen zijn op weg gegaan (Lam/ter Burg)

Preek

Zingen: GKB Gezang 111

Wet

Zingen: Kidsopwekking 27 Ik heb Jezus nodig Opwekking

Gebed

Collecte en luisterlied

Zingen: GKB Gezang 99 : 1, 2 en 3

Zegen

Preek: Geloof jij het?!

Inleiding

dia 1 – Eise Eisinga

Wie weet wie deze man is?

Een hint: hij was een bekende inwoner van Franeker.

dia 2 – planetarium

Hij woonde hier vlakbij, midden in het centrum, in dit huis.

De straat waar dit huis staat, is zelfs naar hem vernoemd:

Eise Eisinga.

Misschien ben je wel eens in zijn huis geweest,

het is nu een museum, het Planetarium.

Vorige week ben ik er geweest,

want als je in Franeker woont, dan moet je daar gewoon een keer geweest zijn.

Dus ik kan je nu alles over Eise Eisinga vertellen.

dia 3 – wolkammen

Weet er ook iemand wat het beroep van Eisinga was?

Ja, hij was een ‘wolkammer’.

Dat was iemand die van schapenwol een draad maakt,

zodat je er kleding van kunt breien.

Tegenwoordig wordt dat gewoon door machines gedaan.

Toen moest dat nog met de hand.

Het was niet heel moeilijk, maar wel zwaar.

dia 4 – woonkamer

Hij is dus een hele gewone man, die Eise Eisinga.

Niet iemand van wie je verwacht dat hij extreem slim is,

die alles van wiskunde en het heelal weet,

en het heelal ook nog kon nabouwen.

Geloof jij het?!

Dat kan toch niet, door zo’n gewone wolkammer?!

Volgens mij kun je dat pas geloven als je meer van hem weet,

als je hem echt leert kennen.

dia 5 – wiskunde

Eise Eisinga was namelijk geen gewone wolkammer.

Dat was hij omdat zijn vader dat ook was.

Maar hij was briljant.

In zijn vrije tijd was hij altijd met wiskunde bezig.

Toen hij 15 was, had hij al een boek over wiskunde geschreven van 650 bladzijden!

Jullie zullen het al wel een straf vinden om te lezen, maar schreef het gewoon!

En als hij niet met wiskunde bezig was, dan was hij wel met de sterren bezig.

Hij wist er alles van.

Zo veel dat hij zelfs nog professor werd aan de universiteit.

dia 6 – plafond

Nou, van zo iemand kun je wel geloven dat hij heelal kan nabouwen.

En dat kun je nog altijd zien in het Planetarium.

De aarde, de planeten, de zon en de maan,

en het beweegt ook nog.

Alles zelf gemaakt door Eise Eisinga.

dia 7 – geloven en kennen

Dat hij het Planetarium gemaakt heeft,

dat kun je alleen geloven als je hem een beetje kent.

En zo is het ook met Jezus.

Dat Jezus is opgestaan, dat klinkt eigenlijk best ongeloofwaardig.

Zoiets kan gewoon niet.

Dat kun je alleen geloven als je Jezus echt kent.

Daarover gaat dat verhaal van die mannen die op weg zijn naar Emmaüs.

Is Jezus wel opgestaan?

dia 8 – Golgotha

Ze zijn met z’n tweeën.

De een heet Kleopas, van de ander weten we zijn naam niet.

Ze komen uit Jeruzalem, waar ze waren om het Pesachfeest te vieren.

Dat wilden ze graag met Jezus en zijn vrienden vieren.

Ze waren zelf ook vrienden van Jezus.

Maar het is een heel andere weekend geworden.

Jezus, van wie ze zo veel verwachtten, is gestorven.

Ze hebben geen feest gevierd, ze hebben gehuild.

Vandaag vinden die twee het wel mooi geweest.

Het is zondag, de week begint weer, ze willen naar huis.

Weg van Jeruzalem, weg van dat verdriet!

Weg ook van die gekke mensen.

Die vrouwen die beweren dat Jezus nog leeft.

Wat een onzin zeg!

Zoiets geloof je toch niet?!

Die vrouwen zijn verdrietig, zo in de war,

dat ze niet eens meer doorhebben wat voor onzin ze uitkramen.

Jezus opgestaan? Houd toch op!

En dan geloven die domme discipelen het ook nog…

Nee, Kleopas en zijn vriend, ze willen zo snel mogelijk weg.

dia 9 – kaart

Daar wandelen ze.

Op weg van Jeruzalem naar Emmaüs,

een dorpje 11 kilometer verderop.

Als je lekker doorloopt een wandeling van 2 uur.

En ze praten met elkaar.

Waar ze het over hebben, daar hoef je niet naar te raden.

Natuurlijk praten ze over Jezus.

Wat waren ze van Jezus onder de indruk.

Wat had hij hen veel hoop gegeven.

Dat hij ze zou verlossen van die ellendige Romeinen.

En ook van de farizeeën en schriftgeleerden,

die misschien nog wel erger waren.

Jezus was hun held!

dia 10 – graf

Nu is Jezus dood.

En een ding weten ze heel zeker: dood is dood.

Dan kunnen die vrouwen en die ander discipelen zeggen wat ze willen,

maar Jezus kan niet opstaan.

Dat is gewoon onmogelijk.

Ze moeten die Jezus nu maar zo snel mogelijk vergeten.

Geloof jij het?!

Dat Jezus is opgestaan?

Kleopas en zijn vriend in ieder geval niet.

Volgens hen kan het gewoon niet.

Die vrouwen die vertelden over de opstanding,

die zijn gewoon zo verdrietig dat ze niet meer helder kunnen denken.

Die kun je niet vertrouwen.

Die hebben het vast allemaal verzonnen.

En Kleopas en zijn vriend, ze weten niet meer wat ze ermee moeten.

Dus lopen ze daar, weg van Jeruzalem, naar huis, naar Emmaüs.

2.Jezus leren kennen

dia 11 – 3 mannen

Dan komt er opeens een man naar hen toe.

Hij wil een eindje meelopen.

Nou ja, prima, daar hebben ze geen moeite mee.

De man is Jezus, maar ze herkennen hem niet.

Dat lijkt behoorlijk dom.

Ze kenden Jezus goed, ze hadden het zelfs net over heem,

maar toch hebben ze niets door!

Als ze nou gewoon goed kijken,

dan weten ze direct dat Jezus leeft.

Maar zo gaat het niet.

Want God wil niet dat het zo gaat.

Dat ze Jezus niet herkennen, dat is niet dom.

God wil dat ze hem nog niet herkennen.

dia 12 – romeinen

Het probleem van Kleopas en zijn vriend

is dat ze denken dat ze Jezus goed kennen,

maar dat ze hem eigenlijk helemaal niet zo goed kennen.

Ze denken dat Jezus Israël van de Romeinen zal bevrijden.

En als de Romeinen verslagen zijn, dan wordt Jezus de nieuwe koning van Israël.

Zo denken ze over Jezus.

Maar ze hebben het helemaal verkeerd.

Jezus krijgt geen mooie troon in een paleis in Jeruzalem.

Jezus is heel anders.

God wil dat Kleopas en zijn vriend daar eerst achter komen.

Voordat ze Jezus herkennen, moeten ze leren wie Jezus echt is.

dia 13 – boekrol

Dus zorgt God ervoor dat ze Jezus niet herkennen.

En Jezus vraagt ze: ‘waar hebben jullie het toch over?’

Ze vertellen over Jezus, en dat hij nu dood is.

Dan begint Jezus te vertellen.

Hij gaat de bijbel uitleggen.

Hij vertelt over Mozes en over de profeten,

en daarmee wordt het hele Oude Testament bedoeld.

Jezus legt uit dat de hele bijbel al over hem gaat.

Hij begint bij Genesis, over de schepping.

Jezus was er toen al bij!

En toen Adam en Eva zondigden,

was het al de bedoeling dat Jezus voor ons zou sterven.

Zo gaat Jezus de hele bijbel door,

en Kleopas en zijn vriend hangen aan zijn lippen.

Wat kan deze man vertellen!

Ze kenden al die verhalen al lang,

maar toch horen ze allemaal nieuwe dingen.

Ze horen ook dat het altijd al de bedoeling was dat Jezus zou sterven,

maar dat hij op de derde dag weer zou opstaan.

Ze horen dat Jezus niet alleen koning van Israël wil worden,

maar koning van een hele nieuwe wereld die komt.

Met open mond van verbazing, luisteren ze naar Jezus.

Ze komen erachter dat ze Jezus eigenlijk helemaal niet kenden.

Maar als ze die man horen vertellen,

dan weten ze: Jezus is veel groter dan wij dachten.

dia 14 – op weg

En als ze daar achter komen,

dan kunnen ze ook geloven dat Jezus is opgestaan.

Denk maar weer even terug aan Eise Eisinga.

Je kunt alleen geloven dat hij het Planetarium heeft gemaakt,

als je hem een beetje kent.

Nu Kleopas en zijn vriend Jezus echt leren kennen,

kunnen ze ook geloven dat hij is opgestaan.

Geloof jij het?!

Als je het moeilijk te geloven vindt dat Jezus is opgestaan,

dan kun je het beste Jezus zelf leren kennen.

Je kunt allemaal ideeën over Jezus hebben, net als Kleopas en zijn vriend,

maar je leert hem pas echt kennen als je luistert naar wat Jezus over zichzelf vertelt.

En als je Jezus dan echt leert kennen, dan kun je het ook geloven.

Jezus geloven op zijn woord

dia 15 – maaltijd

Inmiddels zijn ze vlak bij Emmaüs.

De twee vrienden nodigen Jezus uit om met hen mee te komen.

Jezus kan bij hen eten, en ze hebben ook wel een slaapplaats voor hem.

Ze willen nog geen afscheid nemen van deze man,

ze zijn veel te nieuwsgierig wat hij verder nog te vertellen heeft.

Jezus gaat met hen mee om samen met hen te eten.

Als de tafel gedekt is, bid Jezus om een zegen over het eten.

Dan pakt hij het brood, en geeft het aan Kleopas en zijn vriend.

En opeens hebben ze het door:

deze man, naar wie ze zo ademloos hebben geluisterd, hij is Jezus zelf!

Alle puzzelstukjes vallen op hun plek.

Opeens begrijpen ze waarom ze zo aan Jezus’ lippen hingen

tijdens die wandeling van Jeruzalem naar Emmaüs.

Nu begrijpen ze dat Jezus echt is opgestaan.

Dat het niet maar een verzonnen verhaal is van verdrietige vrouwen.

Nee, Jezus leeft echt!

Ze zien het toch met eigen ogen?!

En opeens is Jezus ook vertrokken.

Misschien vind je dat wel gek.

Waarom blijft Jezus niet gewoon even eten?

Waarom blijft hij niet om na te praten?

Maar nee, Jezus is direct vertrokken.

Zijn taak hier zit er op.

Hij heeft verteld wat hij wilde vertellen.

Jezus hoeft niet langer bij hen te blijven,

want de twee vrienden geloven nu dat Jezus is opgestaan.

dia 16 – bijbels

Waar het om gaat, is geloof.

Kleopas en zijn vriend moeten niet geloven omdat ze Jezus zien,

maar omdat ze zijn woorden geloven.

Alleen dan kunnen ze ook geloven als ze Jezus niet meer zien.

Ze moeten niet twijfelen als ze Jezus niet kunnen zien,

want Jezus’ woorden blijven altijd.

En die woorden van Jezus, die hebben hen veranderd.

In de bijbel staat:

‘brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de bijbel voor ons uitlegde?’

Dat is het belangrijkste voor hun geloof!

Geloof jij het?!

Wij kunnen Jezus niet zien.

Niemand van ons heeft Jezus ontmoet, zoals Kleopas en zijn vriend.

Maar de woorden van Jezus blijven!

Die kun je altijd teruglezen.

En in de hele bijbel mag je ontdekken wie Jezus is.

Als je zo Jezus leert kennen,

dan is dat ook genoeg om te geloven dat hij is opgestaan.

Amen.