Hebreeën 11:29 | Geen weg terug

De Israëlieten zijn vrij, maar hebben heimwee naar het slavenleven in Egypte. Bij de Rode Zee bevrijd God hen daarvan, zodat ze écht vrij zijn. Ook ons wil God echt vrij maken: zodat er geen weg terug is naar de slavernij van de zonde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: E&R-bundel 394 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer! Elly en Rikkert
Opwekking 240 – Hosanna, hosanna de Koning komt!
Stil gebed
Votum en Groet
Zingen: Opwekking Kids 46 – Jezus is..
Opwekking Kids 85 – Als ik mijn ogen sluit
Gebed door een kind
Wetslezing: De wet van Mozes uit de ‘KIJKbijbel’
Zingen: GKB Gezang 7 – De Koning van Egypteland
GKB/LvK Psalm 106 : 1, 3 en 4
Bijbelverhaal vertelling: Mozes en de rode zee (n.a.v. Exodus 14)
Zingen: Hoe kwam Mozes door de zee?
Preek over Hebreeën 11:29
Zingen: NLB 168 – Let my people go
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Collecte
Zingen: Sela: Juicht/ Hij is verheerlijkt
Zegen

Geen weg terug

Inleiding
dia 1 – ameland
Wie is er wel eens op Ameland geweest?
En hoe ging je er dan naartoe?
Precies: met de boot natuurlijk.
Je zou ook nog kunnen vliegen,
en soms kun je zelfs over de Waddenzee lopen.
Maar dan moet je wel iemand bij je hebben
die daar verstand van heeft: een gids.
Want anders moet je zwemmen…

dia 2 – auto waddenzee
Is iemand vorige week toevallig
bij de dijk bij Sint Jacobiparochie geweest?
Anders heb je misschien deze foto wel gezien: iemand?
Vorige week stond daar een auto in de Waddenzee.
Die hoort daar dus niet!
Ook al kun je Ameland daar aan de overkant zien liggen,
je kunt er niet met de auto naar toe!

Ik moest natuurlijk direct denken
aan de Farao met al zijn strijdwagens die ook in de zee zijn gestrand.
Dus werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze auto.
Laat ik met het goede nieuws beginnen:
de mensen in deze auto konden op tijd wegkomen,
en zijn dus niet zoals de Farao verdronken.

In de auto zaten een paar vrienden die dachten:
‘als je over de Waddenzee kunt lopen,
dan kun je er ook over rijden.’
Zo gezegd, zo gedaan, maar het ging mis: de auto kwam vast te zitten.
De vrienden hebben nog geprobeerd de auto met een andere auto los te trekken,
maar voor ze het wisten werd het vloed.
Ze hebben de auto achtergelaten en zijn naar de kant gerend.
In een interview zegt de eigenaar van de auto:
‘Het was echt heel stom.
Ik heb er veel van geleerd.
De komende tijd moet ik op mijn fiets naar mijn werk.’

dia 3 – Hebreeën 11:29
Je kunt niet zomaar door de zee,
daarover gaat het bijbelverhaal van vandaag.
De Israëlieten zitten in de val:
voor hen een zee waar ze niet doorheen kunnen,
achter hen de Farao met zijn beste soldaten.
Maar dan gebeurt er een wonder!
Dat staat ook in Hebreeën, de brief uit de bijbel waar we deze weken mee bezig zijn.
Hebreeën 11:29:
‘Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land;
toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen.’
Daar gaat het vanmorgen over.

1. Heimwee naar Egypte
dia 4 – woestijnreis
De Israëlieten zijn alweer een paar weken op reis.
Ze gaan van Egypte naar Kanaän,
het land dat zij van God mochten hebben.
Wat waren ze blij toen ze uit Egypte vertrokken!
Dat ellendige Egypte met die gemene Farao…
De Farao had een hekel aan de Israëlieten,
en liet hen heel hard werken, maar betaalde hen niet.
Luisterde je niet naar de Farao,
dan kreeg je met de Egyptische soldaten te maken.
Dat liet je dus wel uit je hoofd!
Maar nu zijn ze vrij!
Nooit meer werken voor Farao,
nooit meer bang voor zijn soldaten.
‘Wij gaan naar Kanaän!’

dia 5 – Sinaï
Vol goede moed gingen ze op reis,
ze liepen zingend de woestijn in.
Maar nu zijn ze door de liedjes heen.
Ze hebben alles al minstens 10 keer gezongen,
en ze zijn nog lang niet in Kanaän.
Het is geen leuke reis: ze gaan dwars door de woestijn.
Het is er warm, stoffig en droog.
Er zit altijd zand tussen je boterhammen
en je benen worden moe van al dat lopen.

Sommige mensen beginnen zich af te vragen:
‘waarom zijn we eigenlijk weggegaan uit Egypte?
Nee, die Farao was niet aardig,
maar verder was het er zo slecht nog niet!
We hadden huizen, we hadden genoeg te eten,
en je wist tenminste waar je aan toe was.
Nu lopen we maar wat door die woestijn.’
Ze beginnen heimwee te krijgen naar Egypte.
Gek he? Het was in Egypte helemaal niet fijn,
maar toch willen ze wel terug.

dia 6 – ingehaald
Maar het wordt nog erger.
Hoor je het al? Ssst…
Daar in verte: het klinkt als paarden.
O nee, kijk dan toch, wat een stofwolk!
Iemand schreeuwt: ‘help, de Egyptenaren!’
Ja hoor, het is het leger van Egypte.
Voor hen ligt de zee, achter hen zijn de Egyptenaren,
ze kunnen geen kant op, ze zitten als ratten in de val.
Iedereen zoekt Mozes:
‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte?
Waarom hebben we die praatjes van jou
over dat beloofde land geloofd?
In Egypte hadden we het veel beter.
Waren we er maar nooit aan begonnen!’

Zo kan het gaan.
Eerst zijn de Israëlieten superblij dat ze bevrijd zijn,
maar nu willen ze terug naar het slavenleven daar.
Het klinkt misschien gek, maar dat kunnen wij ook hebben.
Want volgens de bijbel waren wij ook slaven.
Niet van Egypte, maar van de zonde.
Soms wil je je misschien even niets van God aantrekken,
omdat het leven zonder God leuker lijkt.
Je valt terug in oude patronen.
Dan heb je ook een soort heimwee naar Egypte.

2. Geen weg terug
dia 7 – keer om
God wil dat niet.
God heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd,
nu moeten ze geen heimwee krijgen naar Egypte!
Daarom zorgt God ervoor dat er geen weg terug is.

Ja: God zorgt ervoor.
De Israëlieten kunnen geen kant op, ze zitten in de val.
Maar dat is geen domme pech!
God zelf heeft ervoor gezorgd dat ze ingesloten zijn.
God wijst het volk de weg door de woestijn,
maar God neemt wel een vreemde weg.
Ze hadden zo door kunnen lopen naar Kanaän,
maar van God moesten ze omdraaien.
Daardoor staan ze hier klem tussen de Egyptenaren en de zee.

dia 8 – kiezen
Weet God dan niet hoe gevaarlijk die Egyptenaren zijn?!
Waarom doet hij dit?
Omdat hij de Israëlieten van hun heimwee af wil helpen!
Nu kunnen ze kiezen.
Geven ze zich over aan de Egyptenaren?
Dan worden ze weer slaven, net als vroeger.
De Egyptenaren zijn wel boos op hen,
en misschien moeten ze nog harder werken dan eerst,
maar de Egyptenaren zullen hen niet vermoorden:
levend zijn ze veel nuttiger!
Of geven ze zich over aan God?
Vertrouwen ze God als hij zegt dat ze door de zee moeten lopen
en dat ze dan niet zullen verdrinken?

Israël kiest. Voor God.
In Hebreeën staat het heel stoer:
‘door het geloof trokken ze door de Rode Zee.’
Maar de Israëlieten klagen vooral!
Zo stoer en dapper waren ze niet.
Maar ze gaan wel!
Met z’n allen lopen ze naar de zee.
Ze zijn bang dat ze zullen verdrinken,
ze moeten maar hopen dat God daar iets aan zal doen,
maar ze gaan wel!
Dát is geloven.

dia 9 – doortocht
En dán komt God in actie!
Het is een spectaculaire redding!
De wolk van God schuift tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Het is nacht, maar voor de Israëlieten geeft de wolk licht.
Bij de Egyptenaren wordt het juist nog donkerder dan een normale nacht.
En als Mozes zijn stok boven de zee houdt, laat God het hard waaien.
Zo hard dat er een pad door de zee komt.
‘Kom met me mee’ roept Mozes, en daar gaan de Israëlieten.
Eerst kijken ze nog bang om zich heen,
naar het water dat door de wind wordt tegengehouden.
Wat als het stopt met waaien?
Maar het stopt niet en ze lopen naar de overkant, allemaal!

dia 10 – Egyptenaren
De Egyptenaren denken: dat kunnen wij ook!
Zij zijn nergens bang voor,
en rijden met hun wagens de zee in, de Israëlieten achterna.
Maar al snel komen ze vast te zitten, net als die auto in de Waddenzee.
Het wordt nog erger: de wind gaat liggen en het water komt terug.
Nu zitten de Egyptenaren in de val.
Ze kunnen geen kant op en verdrinken.

Nu is Israël écht vrij!
Israël heeft nu heel duidelijk voor God gekozen,
ze hebben Egypte nu echt losgelaten,
en God heeft met de Egyptenaren afgerekend.
Nu is er geen weg terug naar Egypte.
Nu kunnen ze echt op weg naar het beloofde land.

dia 11 – Pasen
Over 2 weken is het Pasen.
Dit bijbelverhaal lijkt daar misschien niet zoveel mee te maken te hebben.
Maar schijn bedriegt!
Dit verhaal gaat over echte vrijheid,
en dat is precies waar Pasen ook over gaat!
De Israëlieten worden gered terwijl dat onmogelijk leek. Jezus ook!
Toen Jezus werd gekruisigd, leek alles verloren.
Dit kon gewoon niet meer goed komen.
Het leek ook niet meer goed te komen, want Jezus stierf.
Tóch kwam het goed, toen niemand het nog durfde te geloven:
Jezus stond op uit de dood!
De Israëlieten ontsnappen door de Rode Zee,
Jezus ontsnapt door de dood heen.
Daardoor is er geen weg meer terug:
Jezus heeft afgerekend met de dood en met de duivel.
Zodat jij écht vrij kunt zijn!

3. Kies voor Jezus!
dia 12 – vertrouwen
In Hebreeën 11 gaat het niet alleen over de Israëlieten
die door de Rode Zee heen trekken:
het gaat over allemaal mensen die geloven.
Al die mensen, zegt Hebreeën,
de Israëlieten bij de Rode Zee ook, zijn voor ons een voorbeeld.
Ze zeggen allemaal: kies voor God, kies voor Jezus!
Durf jij dat?
Durf je te kiezen voor iets wat je niet ziet?
Want God kun je niet zien.
Je moet er maar op vertrouwen dat hij doet wat hij zegt.

Hebreeën zegt: doe dat!
Je kúnt God vertrouwen.
Hij heeft Israël gered van de Egyptenaren,
dwars door die zee heen!
Hij heeft Jezus zelfs door de dood heen gered!
God weet heel goed wat hij doet – vertrouw hem maar!

dia 13 – bij Jezus horen
Het verschil tussen Farao en onze vijand, de duivel,
is dat de duivel niet verdronken is.
Hij probeert je nog altijd te verleiden.
Probeert je weer slaaf te maken van de zonde.
Hij zegt tegen je dat je dom bent.
Of dat je lelijk bent.
Dat je nergens goed voor bent.
Of dat je te slecht bent voor God.
Geloof hem niet, trek je niets van hem aan!
Als jij bij Jezus hoort, heeft de duivel niets over je te zeggen.

Als je in Jezus gelooft, gaat God met je bezig.
Hij wil je helemaal vrij maken van de duivel,
zodat je nooit meer heimwee zult hebben naar de zonde.
Misschien brengt hij je in moeilijke situaties, net als Israël,
waar je keuzes moet maken zodat je geloof kan groeien.
Maar hoe moeilijk het ook wordt:
als God met je bezig is, is er geen weg terug!
Dan hoor je bij Jezus,
en kan niets of niemand de vrijheid van je afpakken,
zelfs de dood niet!
Dan is er geen weg meer terug,
want Jezus zegt: jij hoort bij mij!
Amen.




Lucas 2:10 | Kerst: nooit meer bang!

‘Wees niet bang,’ zegt de engel tegen de herders. Niet zo gek: God is een God om bang van te worden. Maar dat wil hij niet. Daarom komt hij naar ons toe als een ontwapenende baby. Wat een wonder!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Vooraf: orgelmuziek
Zingen: Opwekking 525 : 1 en 3
LvK Gezang 139 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 138 : 1, 2, 3 en 4 (1 en 4 samenzang, 2 en 3 door KR)
Filmpje: toen & nu
Zingen: Knoop het even in je oren
Ga je mee op zoek naar het koningskind
Gebed
Lezen: Lucas 2 : 1 – 20 (NBV)
Luisterlied: Mary did you know
Preek
Zingen: Opwekking 527
LvK Gezang 141 : 1 en 3
Filmpje: kerstpraatjes
Zingen: Stille nacht, heilige nacht (LvK 143 : 1, 2 en 3)
In een stalletje
Gebed
Mededelingen
Collecte met luisterlied
Zingen: LvK Gezang 135 : 1 en 3
Zegen
Zingen: Wonderbare raadsman
Ik wens jou

Kerst: nooit meer bang!

Inleiding
dia 1 – zwart
(Pan met knuffelslang neerzetten)
Zo, jullie zijn vast benieuwd naar wat hier in zit.
Ik zal het maar verklappen: ik heb een slang meegenomen.
Ik hoop dat er niemand bang voor slangen is…
Zijn hier ook van die echte helden die een slang wel durven te aaien?

Laten we eens kijken of mijn slang uit de pan wil komen.
(slang laten zien)
Dit is hem dus: mijn slang!
Voor deze slang is niemand bang, iedereen durft deze slang te aaien.
Je kunt er mee knuffelen, maar je kunt hem ook als sjaal om je nek doen.

Ik heb deze slang lang geleden gekregen omdat ik bang was voor slangen.
Vooral ’s avonds: ik was bang dat er een slang onder mijn bed zou liggen.
Totdat ik deze slang kreeg.
Deze slang mocht onder mijn bed, en ik was niet meer bang voor slangen,
want er lag al een andere slang onder mijn bed.
Ik kon weer lekker slapen.

dia 2 – bang
Waar ben jij bang voor, of waar was je bang voor?
Wie durft het te vertellen?

Je kunt voor heel verschillende dingen bang zijn.
Je kunt bang zijn voor slangen, of voor spinnen, of je hebt hoogtevrees.
Het kan ook dieper gaan:
dat je bang bent voor de toekomst, bang om er alleen voor te staan.
Maar het kan nóg dieper: dat je bang bent voor God.

dia 3 – Kerst: nooit meer bang
Daar gaat het vanmorgen over.
De engel zegt tegen de herders, Lucas 2:10:
‘jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws.
Het hele volk zal daar blij mee zijn.’
Vandaag vieren we het kerstfeest met als thema: nooit meer bang!

1. Bang voor God?
dia 4 – kampvuur
Het is een nacht als alle andere.
Even buiten Bethlehem brandt een groot kampvuur.
Het is van een groepje herders.
’s Middags, toen ze met de schapen op pad waren,
hadden ze hout verzameld voor het vuur.
Zo deden ze dat altijd, want vuur houdt je lekker warm
en zorgt ervoor dat de wilde dieren weg blijven.

Om de beurt mogen ze even slapen.
Een van de herders staat op wacht:
hij houdt in de gaten of alles goed gaat met de schapen.
De anderen liggen dicht bij het vuur
en hebben hun jassen als dekens over zich heen getrokken.

dia 5 – engel
Maar opeens staat er een engel.
De herder op wacht wil de anderen nog waarschuwen,
maar het heeft geen zin: ze zijn al wakker.
Ze schrikken zich rot en zijn bang!
Dat lijkt me niet zo gek!
De herders worden wakker van het felle licht,
en dat is een heel vervelende manier om wakker te worden.
Een paar jaar geleden lag ik ’s nachts heerlijk te slapen,
tot Hanneke per ongeluk het grote licht aandeed.
Ik was direct klaarwakker.
Maar dat is nog niet alles: in het licht zien de herders een engel!
Eerst denken ze dat het een droom is,
maar nee: er staat echt een engel.
Daar zou ik ook bang van worden!

De herders zijn bang voor de engel – da’s logisch!
Maar ze zijn niet alleen bang voor de engel.
Ze zijn ook bang voor God.
Het is niet zomaar een felle lamp die de herders wakker maakt:
het is het stralende licht van God!
De herders weten: ‘God is hier’, en daarom zijn ze zo bang.
Misschien vind je dat gek.
Waarom zou je bang zijn voor God?
God wil toch niet dat je bang voor hem bent?

dia 6 – zondeval
Nee: God vindt dat afschuwelijk!
Toch staat de bijbel vol met mensen die bang voor God zijn.
De allereerste mensen al, Adam en Eva.
In het begin waren ze helemaal niet bang:
ze vonden het juist fijn om bij God te zijn, daar genoten ze van.
Tot die ene dag…
Adam en Eva aten van de boom waarvan God had gezegd:
‘van deze boom mag je niet eten.’
Vanaf dat moment zijn Adam en Eva bang.
Ze weten dat ze iets verkeerds hebben gedaan,
en durven God niet meer te ontmoeten.
Als God ’s avonds naar hen op zoek gaat,
verstoppen ze zich voor God.
Zo bang zijn ze.

Dat gaat niet alleen over Adam en Eva:
het gaat ook over de herders, en over jou, en over mij.
God is, met een moeilijk woord, ‘heilig’.
Dat betekent dat God groot is, en goed, maar ook dat hij zonde haat.
Daarom zijn de herders bang voor God:
ze weten dat God te heilig is om te ontmoeten.
Het liefst zouden ze zich verstoppen.

2. Nooit meer bang
dia 7 – engel 2
Maar ja, waar moeten ze zich verstoppen?
Achter de schapen?!
Voor zo’n engel kun je je toch helemaal niet verstoppen?
Dat hoeft ook niet!
De engel zegt: ‘jullie hoeven niet bang te zijn.
Niet voor mij, ik doe jullie niets,
maar ook niet voor God: hij wil juist iets moois aan jullie vertellen.’

Weet je trouwens welke opdracht het vaakst in de bijbel staat?
‘Wees niet bang.’
God blijft het maar zeggen, en toch blijven mensen bang voor God.
De herders ook.
Die engel kan dat nou wel zeggen,
dat ze echt niet bang hoeven te zijn,
maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan…
Maar de engel gaat verder.
Hij vertelt de herders dat Jezus geboren is
en hoe ze Jezus kunnen vinden.

dia 8 – herders
Daar gaan de herders.
Ze laten de schapen achter, daar moet God maar even voor zorgen,
en ze gaan op zoek naar Jezus.
Wanneer ze Jezus gevonden hebben,
vergeten ze helemaal hoe bang ze waren.

Wie heeft er wel eens een baby vastgehouden?
Was je er bang voor?
Nee, voor baby’s hoef je niet bang te zijn.
Baby’s kunnen nog helemaal niks.
De herders worden er helemaal blij van.
‘Mag ik hem even vasthouden?’, vraagt een van de herders aan mama Maria.
Het mag.
De herder pakt Jezus uit zijn bedje, de voerbak, en knuffelt hem voorzichtig.
Baby Jezus wordt er helemaal rustig van, en de herder ook.
Met zijn kleine vingertjes prikt Jezus in de baard van de herder,
ze voelen zich bij elkaar helemaal op hun gemak.

Wat hier gebeurt is heel bijzonder!
Dit is niet zomaar een baby, dit is Jezus, de zoon van God.
God, waar de herders zo bang voor waren.
Maar voor een baby kun je gewoon niet bang zijn.
Een baby is ontwapenend.
Zó komt God naar ons toe.
Hij wordt een baby, zodat je gewoon niet meer bang voor hem kúnt zijn!
Want God wil niet dat we bang van hem worden!

En deze baby gaat ervoor zorgen
dat er geen enkele reden meer is om bang voor God te zijn.
De engel noemt Jezus de redder:
deze baby gaat alles tussen God en mensen goed maken,
zodat je je nooit meer voor God wilt verstoppen,
maar juist graag bij hem wilt zijn!

De herder heeft Jezus nog steeds in zijn armen.
Jezus is in slaap gevallen.
De herder aait het kleine hoofdje.
Hij kijkt nog eens goed.
‘Niet te geloven,’ denkt hij, ‘is deze baby de redder?!’
Niets wijst erop dat dit onschuldige, slapende mensje de Zoon van God is.
Maar de herders hebben Gods licht gezien, daarom geloven ze het.
Daarom zullen ze nooit meer bang zijn voor God.

3. Geef Jezus je angst
dia 9 – herders 2
Ook jij hoeft nooit meer bang te zijn.
Misschien ken je het liedje van Guus Meeuwis wel:
‘geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug,
geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug.’
Dat zingt Jezus voor jou: ‘geef mij maar je angst.’

God wil niet dat je bang voor hem bent.
God heeft er genoeg van dat we bang voor hem zijn –
dat is de boodschap van kerst.
God doet alles zodat jij niet bang meer hoeft te zijn!
Ook niet als je weer iets stoms doet.
Als je je weer eens voor jezelf schaamt,
en je je het liefst voor God wilt verstoppen.
Het hoeft niet: geef Jezus je angst!
Denk aan die kleine baby in de armen van de herder:
voor God hoef je niet bang te zijn.

Maar daar hoort nog wel wat bij:
laat het een wonder blijven dat je niet bang hoeft te zijn!
Het is niet normaal dat God van je houdt, dat is een groot wonder!
God is geen lieve knuffelbeer, die alles wat jij doet prima vindt.
Nee: God is heilig, een God om bang van te worden!
Toch wil deze God bij jou zijn.
Wil hij dat je van hem geniet, in plaats van bang voor hem bent.
Daarom komt hij naar ons toe als een ontwapende baby.
Geef Jézus je angst.

Dat is kerst.
Je hoeft nooit meer bang te zijn.
Wat een wonder!
Amen.




Genesis 4:1-16 | Een goede broer/zus

Broers en zussen: fijn om te hebben, maar niet altijd makkelijk. Hoe ga je als broers/zussen met elkaar om? Familieruzies zijn in ieder geval niet nieuw: in het eerste mensengezin loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Onze grote Broer laat zien dat het ook anders kan!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Deze preek is gehouden in een aangepaste dienst voor verstandelijk beperkten.

Liturgie
Welkom en aansteken kaars
Trafficlight: -Opwekking 82 (Kom laat ons zingen vandaag)
-Opwekking 764 (Zegekroon)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: DNP Psalm 133 : 1 en 2
Gebed
Preek met lezing: Genesis 4 : 1 – 16 BGT
Trafficlight: -This Little Light of Mine
-Geloofsbelijdenis
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 481 : 1, 2, 3 en 4
Zegen met 4-stemmig gezongen ‘Amen’
Trafficlight: vrije keuze

Een goede broer/zus

Inleiding
dia 1 – Bert van Leeuwen
Is er hier iemand die weet wie deze man is?
(Bert van Leeuwen)
Hij is alweer meer dan 30 jaar te zien op TV.
Wie noemt er eens een programma dat hij heeft gepresenteerd?

dia 2 – familiediner
Eén van die programma’s, misschien wel zijn bekendste,
is ‘het familiediner.’
In dat programma probeert Bert van Leeuwen familieruzies op te lossen.
Bijvoorbeeld ruzies tussen broers en zussen
die elkaar al meer dan 10 jaar niet meer gezien hebben.
Veel van die ruzies zijn heel klein en onnozel begonnen.
Doordat iemand iets heeft gezegd wat niet zo aardig was.
Of doordat iemand steeds probeert zijn zin te krijgen,
ook al heeft ‘ie het zelf niet door…
Zulke kleine dingen gaan een eigen leven leiden,
en voor je het weet willen broers en zussen elkaar nooit meer zien.

Je moet het maar durven:
proberen zulke families weer bij elkaar te brengen.
Dat doet Bert van Leeuwen dus in ‘het familiediner’.
En het lukt hem verrassend vaak:
broers en zussen die elkaar nooit meer wilden zien
geven elkaar eindelijk weer een dikke knuffel.

dia 3 – Genesis 4:1-16
Vandaag gaat het over zo’n familieruzie.
Een ruzie die ook voor Bert van Leeuwen een pittige klus zou zijn.
Het is een ruzie in de allereerste mensenfamilie:
het gezin van Adam en Eva.
Laten we het lezen, uit Genesis 4:1-16.

dia 4 – een goede broer/zus
Wat een treurig verhaal!
Dit is niet zomaar even een familieruzie:
de ene broer vermoordt de andere…
Vandaag gaat het over familie, over broers en zussen.
Van Kaïn leren we hoe het niet moet.
Maar hoe dan wel?
Hoe ben je een goede broer of zus?

Voor de vaste bezoekers van de kerkdiensten hier:
deze preek is een preek in de serie over relaties.
Vorige week ging het over verkering en huwelijk,
vandaag dus over de relatie tussen broers en zussen.

1. Concurrenten
dia 5 – wedstrijd
Twee broers dus.
Kaïn is de oudste, Abel de jongste.
Toen ze nog klein waren hebben ze vast samen gespeeld.
Tikkertje, voetballen, boomhutten bouwen.
Samen hebben ze papa Adam geholpen op het land.
Toch is het ergens misgegaan. Maar waar?

Het probleem is dat Kaïn overal een wedstrijd van maakt.
Er kan er maar één de beste zijn, en dat is natuurlijk Kaïn!
Want Kaïn is de oudste, en het lievelingetje van mama Eva.
Natuurlijk, Eva houdt ook van Abel,
maar op Kaïn is Eva echt trots:
Kaïn is een echte man, hij is de toekomst van de familie.

Kaïn wil altijd de beste zijn.
Of het nu gaat om een spelletje ‘mens-erger-je-niet’,
of om wie de beste zoon is.
Altijd weer wil Kaïn winnen.
Hij vindt het maar lastig dat hij een broertje heeft.
Hij ziet Abel als zijn grote concurrent.

dia 6 – offer
Dat gaat mis als Kaïn eens een keer niet wint.
Vandaag is Abel de beste!
Kaïn en Abel zijn groot geworden.
Ze brengen allebei een offer aan God.
Voor Kaïn is ook dit een wedstrijd:
hij wil dat God hem de beste vind.
Maar God ziet zijn offer niet eens!
God heeft alleen maar oog voor Abel en zijn offer.
Dat kan Kaïn niet hebben.
Abel mag niet winnen!

Wat is nou eigenlijk het verschil tussen die 2 offers?
Je zou het zo kunnen zeggen:
Kaïn offert aan het einde van de maand –
als Kaïn weet hoe veel hij over heeft, kan God ook nog wat krijgen.
Abel offert aan het begin van de maand –
hij geeft eerst het beste aan God,
zonder dat hij weet of hij die maand wel genoeg heeft.
Kaïn wil iets ván God: dat God hem de beste vindt,
Abel doet iets vóór God: hem het beste geven.
God ziet het, en Kaïn is stik jaloers.

Zo ontstaan ruzies vaker.
Als de een de beste wil zijn.
Als je elkaar als concurrent ziet, als tegenstanders.
Wie wil nou niet het lievelingetje zijn?
We willen toch allemaal graag de beste zijn?!

2. Uit de weg!
dia 7 – supermarktoorlog
Toch kan er maar een de beste zijn.
En als je dat niet bent, kun je 2 dingen doen:
zorgen dat jij de beste wordt, of je concurrent uit de weg ruimen.
Met je concurrent ga je het gevecht aan.
Net zoals supermarkten altijd blijven vechten om klanten:
als de Albert Heijn veel klanten heeft,
verlaagt de Jumbo de prijzen,
zodat de klanten weer naar de Jumbo gaan.

dia 8 – jaloers
Abel heeft het nooit zo bedoeld,
maar toch is hij de grote concurrent van Kaïn geworden.
En Kaïn wil daar wat aan gaan doen.
God heeft het door.
Hij ziet aan Kaïn dat hij slechte plannen maakt.
Daarom gaat God met Kaïn in gesprek:
‘Kaïn, waarom ben je zo boos?
Doe toch geen domme dingen!
De duivel wil graag dat je Abel uit de weg ruimt,
luister toch niet naar hem!’

Maar Kaïn luistert niet naar God.
Daarvoor is Kaïn te jaloers.
Het gaat al lang niet meer om een offer.
Dat offer zal Kaïn een zorg wezen.
Maar dat Abel Gods lievelingetje is…
Kaïn heeft het altijd al gedacht.
Want zo gaat dat: als je eenmaal jaloers bent,
dan ga je overal wat achter zoeken…
Kaïn is razend, en niet meer voor rede vatbaar.

dia 9 – broedermoord
‘Kom Abel, laten we een eindje lopen, net als vroeger.’
Abel heeft niets door en gaat mee.
Hij hoopt dat ze weer goede broers kunnen zijn.
Maar Kaïn wil zijn concurrent uit de weg ruimen.
Abel moet dood.
Dan zal Kaïn Gods lieveling zijn!

Niet dus.
Het lost niets op.
God gaat weer naar Kaïn.
‘Wat heb je gedaan?
Dacht je echt dat je zo je problemen kon oplossen?
Kijk dan: het bloed van je broer ligt hier op de grond!
Verdwijn Kaïn, ik wil jou hier niet meer zien.’
Toch blijft God mild, straft hij niet genadeloos hard.
Als Kaïn bang is, belooft God dat hij hem zal beschermen.
Kaïn, de eerste moordenaar, mag iets van Gods genade ervaren.

3. Onze Broer
dia 10 – kruis
Wij hebben ook een broer.
Hij heet Jezus.
Hij is zo’n broer die altijd beter is.
Wij willen misschien de beste zijn, maar Jezus ís de beste!
De lieveling van zijn Vader, en hij maakt geen enkele fout.
Hij is zo perfect dat het irritant is.
Je zou hem zomaar als concurrent kunnen zien,
die uit de weg geruimd moet worden.

Dat is precies wat met Jezus gebeurde.
De leiders van het Joodse volk,
de beste gelovigen die er waren,
werden jaloers op Jezus.
Dat zouden ze natuurlijk nooit toegeven,
ze zouden zeggen dat Jezus met God spotte,
maar eigenlijk waren ze jaloers.
Zo jaloers dat Jezus dood moest.
Aan het kruis met hem!

Wij hebben een broer.
Hij is de beste.
Wij hebben hem uit de weg geruimd.
Zijn bloed roept, net als het bloed van Abel.
Het staat in Hebreeën 12:
‘De eerste mens die gedood werd, was Abel.
Zijn verhaal wordt nog steeds verteld.
Maar de dood van Jezus is veel belangrijker.
Want door het bloed van Jezus
geldt nu Gods nieuwe afspraak met de mensen.’
Abels bloed roept om wraak, Jezus’ bloed om vergeving!

dia 11 – beschermer
Jezus is een goede Broer.
Hij zegt niet: ‘ik hoef toch niet op mijn broer te passen?’
Natuurlijk wel: daar ben je broers voor!
Deze broer wil jou beschermen.
Door zijn bloed mag ook jij een lieveling van God zijn!
Durf jij het deze broer niet te zien als concurrent,
maar als jouw beschermer?

4. Wat voor broer/zus ben jij?
dia 12 – broederschap
Wat zijn wij, mensen, toch snel jaloers!
Maar Jezus wil je daarvan bevrijden.
Hij wil je leren een goede broer en een goede zus te zijn.
In je familie, maar misschien nog wel meer in de kerk.
Want Jezus noemt de kerk zijn nieuwe familie,
die veel belangrijker is dan onze families.
Wat voor broer, wat voor zus, ben jij?

Geef de duivel geen kans,
zoals Kaïn dat deed.
Laat je niet wijs maken
dat je broer of zus, in je familie of in de kerk, een concurrent is,
waar je een wedstrijdje mee moet doen.

Nee, echte broers en zussen,
die willen het mooiste in elkaar naar boven halen.
Kijk maar naar Jezus.
Jezus wil niets liever
dan dat de Vader net zo veel van jou houdt als van hem.
Daar geeft Jezus alles voor op, zelfs zijn leven.
Haal dus het mooiste in elkaar naar boven.
Zodat als Jezus ons vraagt: ‘waar is je broer?’
je niet als Kaïn antwoord: ‘ik hoef toch niet op mijn broer te passen.’
Juist wel, en Jezus geeft het goede voorbeeld.

Jezus is onze grote broer.
Voor hem hoef je geen wedstrijdjes te doen:
hij houdt van ieder evenveel.
Dat is genade.
Amen.




Job 42 | Job krijgt gelijk

Ben je wel eens brutaal? Job was brutaal geweest tegen God. Toch wordt God niet boos op hem, maar op zijn vrienden! Job krijgt gelijk, en dan komt het weer goed met hem. Van Job mogen we leren dat het goed komt!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: -Bid, bid, zoek, zoek (Martin Koornstra)
-Hij alleen (Kids Opwekking 139)
-We zijn hier bij elkaar om de koning te ontmoeten (Opwekking 573)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 84 : 1 en 3
Gebed
Lezen: Job 42 : 7 – 17 (BGT)
Luisterlied: Good, good Father (Chris Tomlin)
Preek
Zingen: -Een plek op deze aarde (Kids Opwekking 277)
-God van trouw (Opwekking 542)
Onderwijs doop
Zingen: Zegenwens (Elly en Rikkert)
Bediening doop
Zingen: Groot is uw trouw o Heer (GKB Gezang 160)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Zijn trouw kleurt de morgen (Opwekking 711)
Zegen

Job krijgt gelijk

Inleiding
dia 1 – boos
‘Nee, ik heb geen zin!’
Loes is heerlijk aan het spelen, maar van papa moet ze opruimen.
En opruimen is stom!
‘Weet ik,’ zegt papa, ‘natuurlijk heb je geen zin om op te ruimen,
maar het moet wel gebeuren.
Dus ga toch maar even opruimen.’
‘Nee, ik zei toch ik geen zin heb!
Doe het lekker zelf!’
Dat is papa dus niet van plan.
‘Jij hebt ermee gespeeld,
dus dan moet je het ook zelf opruimen.’
Maar Loes heeft echt geen zin.
‘Dan laten we het toch gewoon lekker liggen,
morgen ga ik er toch weer mee spelen.’
Dat vind papa geen goed idee:
‘je weet best dat als je ergens mee speelt,
dat je het dan ook weer moet opruimen.
Dus nu niet langer zeuren, je had al lang klaar kunnen zijn.’
‘Jij bent stom, papa,’ zegt Loes.
‘En jij brutaal, en nu aan de slag.’
‘Nee, ik doet het niet!’
Nu heeft Loes de smaak te pakken:
‘jij wilt altijd dat het hier netjes is, dan ga je toch lekker zelf opruimen.
Ik vind het helemaal niet erg als het een rommel is!’
‘Loes…’ probeert papa nog, maar Loes luistert al niet meer.
‘Houd je mond papa,
ik heb het toch gezegd: ik doe het niet!
Ik luister lekker niet meer naar je.
Ik vind jou stom en ik vind mama stom.
Ik ga nooit meer opruimen,
het is kindermishandeling,
dat doen jullie maar lekker zelf.’
Loes stampt boos de trap op.
Papa roept nog: ‘maar Loes…’
Loes schreeuwt terug: ‘nee, ik luister niet,
je zegt toch alleen maar stomme dingen!’
En ze gooit de deur van haar slaapkamer hard achter zich dicht.
BAM!

Loes heeft gelijk, opruimen is stom,
maar ze doet wel een beetje brutaal…
Wie is er ook wel eens een beetje brutaal?
Tegen je ouders, tegen je juf, of tegen wie ook maar.
Wie is er wel eens brutaal?
O, en ik geloof er niets van dat alleen kinderen brutaal zijn!

1. Een beetje brutaal?
dia 2 – een beetje brutaal?
Vandaag gaat het ook over iemand die brutaal is.
Hij heet Job.
Job is de rijkste man van de hele wereld.
We hebben geprobeerd of Job vandaag bij ons in de kerk kon komen.
Job had best gewild, maar helaas lukte niet.
Maar hij heeft een van zijn vrienden naar ons toegestuurd,
volgens Job kan die vriend alles vertellen
over wat er met Job is gebeurd.
Dus kom er maar bij!

dia 3 – interview
I: dames en heren, jongens en meisjes,
ik stel u voor aan…
eh, wat was je naam ook alweer.
E: Elifaz.
I: Eli-wat?
E: nee, Eli-faz
I: wat een vreemde naam.
Goed mensen, nogmaals:
ik stel u voor aan Elifaz!

I: Elifaz, jij kent Job goed.
E: ja, dat kun je wel zeggen ja!
We waren de dikste vrienden op school,
Job en ik zaten altijd naast elkaar.
Maar Job was veel slimmer dan ik:
ik spiekte altijd bij Job, en zo heb ik mijn diploma gehaald.
I: en toen jullie van school af waren?
E: toen zagen we elkaar niet meer zo vaak.
Ik had het druk met mijn boerderij,
en Job had overal in het land boerderijen.
Job was vaak op reis, dan was hij weer hier, dan weer daar.
I: maar jullie zijn vrienden gebleven
E: ja, natuurlijk – niemand is zo’n goede vriend als Job!

I: ik hoorde dat het een tijdje niet zo goed ging met Job
E: niet zo goed, niet zo goed?! Het ging ronduit slecht!
Op een dag werd Job wakker en was er nog niets aan de hand,
maar ’s avonds was hij alles kwijt.
Zijn boerderijen, zijn dieren, zijn geld, zijn knechten, zelfs zijn kinderen.
I: wat erg!
E: ja, toen ik het hoorde schrok ik heel erg
I: dat kan ik me voorstellen
E: ik heb direct mijn kameel gezadeld en ben naar Job toe gegaan
I: wat goed van je!
E: ik kon niet anders, ik móest er gewoon zijn

I: en toen?
E: er waren nog 2 andere vrienden,
we hebben met Job gehuild, dat was goed,
maar toen begon Job te mopperen…
I: nou en? als je zoveel kwijt bent geraakt,
dan mag je toch wel mopperen?
E: ja, maar Job zei verkeerde dingen.
Job was echt boos op God
en zei tegen God dat God oneerlijk is!
Dat kan toch niet?!
I: dat is wel een beetje brutaal ja
E: precies! dat vond ik dus ook,
dus ik zei tegen Job dat hij het wel over God had,
en dat je voor God respect moet hebben.
I: en dat had Job niet?
E: nee! Job was zó brutaal.
En als het nou tegen zijn vader of moeder was,
maar Job was brutaal tegen God!
Dus daar heb ik wat van gezegd.
I: en, wat vond Job ervan?
E: Job werd alleen maar bozer en brutaler.

I: maar het is goed gekomen met Job!
E: ja, ik had het helemaal verkeerd.
Ik dacht dat God wel boos zou zijn op Job,
omdat Job zulke lelijke dingen over God had gezegd,
maar God werd niet boos op Job.
God werd boos op mij!
I: op jou?!
E: ja, op mij en mijn vrienden.
En toen heeft Job voor ons gebeden,
toen pas was God niet boos meer.
En daarna werd Job weer de rijkste man van de wereld.
I: dank je wel Elifaz.
Graag een applaus voor Elifaz!

2. God geeft Job gelijk
dia 4 – Jobs vrienden
Wat een vreemd verhaal hè?
Job flapt er van alles uit tegen God,
heeft dingen gezegd die hij niet had moeten zeggen,
en tóch krijgt Job van God gelijk!
En God weet heus wel dat Job brutaal was,
dat heeft God allemaal gehoord.
God heeft het zelfs tegen Job gezegd:
‘Job, hoe durf je aan mijn wijsheid te twijfelen.’
Dan moet God toch boos zijn op Job?
Maar nee hoor, nu zegt God:
‘mijn dienaar Job heeft goed over mij gesproken.’

dia 5 – gebed Job
Elifaz en zijn vrienden snappen er niets van.
‘Job gelijk? Hoe kan dat nou?!
En wij dan?
Wij zijn toch steeds voor God opgekomen?’
Maar God zegt: ‘Elifaz, ik ben boos op jou en je vrienden.’
‘Hè,’ denkt Elifaz, ‘boos op ons, wat gebeurt hier?!’
‘Ja, ik ben boos op jullie.
Jullie dachten dat jullie mij precies begrepen,
maar niemand kan mij begrijpen.
Wie denk je wel niet dat je bent?!
Jullie hebben Job aangevallen, terwijl hij jullie zo nodig had.
Nu wordt het omgedraaid: jullie hebben Job nodig.
Ik ben zo boos op jullie,
ik wil niet meer naar jullie luisteren.
Vraag Job maar of hij voor je wil bidden,
naar Job zal ik luisteren.
Alleen als Job het mij vraagt, zal ik jullie geen straf geven.’

Zo gebeurt het. Job bidt.
‘God in de hemel, vergeef mijn vrienden toch!
Ik wil niet dat u ze straft. Ze blijven mijn vrienden.
Alstublieft, God, vergeef hen!
Amen.’
En God luistert naar Job!

dia 6 – weer rijk
God geeft Job gelijk, daarom krijgt Job alles terug.
Nee, hij krijgt zelfs 2 keer zo veel!
In die tijd was het zo dat als je iets had gestolen
en je werd gepakt, dan moest je het dubbel terugbetalen.
Wie is er vandaag op de fiets naar de kerk gekomen?
Als ik nu jouw fiets steel,
en jij hebt het gezien en vertelt aan de politie dat ik het heb gedaan,
dan moet ik jou 2 fietsen teruggeven.
Zo ging dat in de tijd van Job.

Nu geeft God Job alles dubbel terug.
Daarmee zegt God: ‘Job, jij kon er niets aan doen,
het was niet jouw schuld dat je alles bent kwijtgeraakt.
Ík heb alles van je afgepakt,
probeer niet te begrijpen waarom,
maar denk niet dat ik je wilde straffen.
jij bent onschuldig, Job, je hebt gelijk!’

Het verhaal van Job loopt goed af.
Hij is weer de rijkste man van de wereld, net als vroeger.
Natuurlijk is Job veranderd.
Hij zal vast nog wel eens verdrietig zijn
om alles wat er gebeurd is.
Ik denk dat hij zijn kinderen nog elke dag mist.
En Job snapt het nog steeds niet allemaal,
maar dat hoeft hij ook niet:
hij vertrouwt dat God doet wat goed is.
Het zit goed tussen God en Job.
Dat is het mooie einde van Jobs verhaal.

Veel verder in de bijbel wordt Job weer genoemd.
Het is in een brief van Jakobus, een broertje van Jezus.
Hij schrijft: ‘Denk ook eens aan Job.
Jullie weten hoeveel geduld hij had.
En jullie weten hoe goed het met hem afgelopen is.
De Heer liet hem niet in de steek.
Want de Heer is goed en vol liefde.’

dia 7 – vragen
Soms is het leven verschrikkelijk oneerlijk.
Soms snap ik niets van God.
Wat kun je veel vragen hebben.
Waarom wordt ik gepest?
Waarom is opa dood?
Waarom hebben we geen geld voor vakantie.
Waarom snapt niet mij?
Waarom doet mijn been elke dag zeer?
Waarom ben ik zo alleen?
Waarom voel ik me somber?

dia 8 – wederkomst
Dan mag je van Job leren: het komt goed!
God wil ook niet dat het oneerlijk is,
en daarom doet hij alles om het goed te maken.
Met al die dingen in jouw leven die zo oneerlijk zijn,
maar ook met de grote problemen van de wereld.
God doet alles om het goed te maken.
Daarom kwam Jezus naar de aarde.
Daarom werd hij gekruisigd, en is hij opgestaan.
Jezus komt terug, en dan wordt het prachtig.
Jezus komt met een wereld waar we niet uitgekeken raken,
waar we van de ene verbazing in de andere zullen vallen.
Alles komt goed!

3. Ga naar God!
dia 9 – bidden
En daarom: ga naar God!
Ook als je niets van God snapt.
Ook als je, net als Job, het leven oneerlijk vindt.
Blijf met God praten, wat er ook gebeurt.
Het is beter om brutaal tegen God te zijn,
dan te denken dat het God toch niets kan schelen
hoe het met jou gaat.
God is te vertrouwen – laat hem niet los!

dia 10 – doop
André en Letty, vandaag laten jullie Samuël Manasse dopen.
Soms geef je een kind een naam
omdat je het gewoon een mooie naam vind.
Jullie hebben je zoon een naam met een bijzondere betekenis gegeven.
Ik vind dat een prachtig getuigenis.
Samuël betekent: God luistert!
Jullie hebben moeilijke dingen meegemaakt:
Letty, jouw ouders zijn overleden, en André, jouw moeder is overleden,
en toch zeggen jullie: God luistert!
Net als Job hebben jullie gemerkt
dat als je naar God blijft gaan, hij luistert!
En Manasse, dat betekent: God laat het verleden vergeten.
Natuurlijk denk je nog wel eens aan hoe het was,
maar jullie durven met God vooruit te kijken,
nieuwsgierig naar wat hij allemaal nog zal doen.
Vandaag wordt Samuël Manasse gedoopt:
het teken van een nieuw begin.
En met Jezus heeft hij, hebben jullie, hebben wij,
een prachtige toekomst!
Amen.




Matteüs 7:24-27 | Luister naar Jezus!

Wat doe je met wat Jezus zegt? Daar vertelt Jezus een verhaal over. Het gaat over 2 mannen die een huis bouwen. De één luistert, de ander gaat zijn eigen gang. Op welke bouwer lijk jij?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Kids Opwekking 57 (Vlammetjes)
Kids Opwekking 40 (Je hoeft niet bang te zijn)
Stil gebed
Zingen: Kids Opwekking 326 (Votum en groet)
Zingen: GKB Gezang 171 (Wees stil voor het aangezicht van God)
Gebed (door kind?)
Lezen: Matteüs 7 : 24 – 27 uit NBV en kinderbijbel
Zingen: Kids Opwekking 74 (Een wijs man)
Opwekking 160 (Don’t build your house)
Preek
Zingen: Kids Opwekking 156 (Jezus is de rots)
Psalm 1 (De Nieuwe Psalmberijming)
“Ken je Gods gebod” (melodie: Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht)
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Mededelingen
Collecte
Zingen: Joh. de Heer 150 (Welk een vriend is onze Jezus)
Zegen

Luister naar Jezus!

Inleiding
dia 1 – IKEA
Wie is er wel eens in de IKEA geweest?
Veel dingen die je bij de IKEA kunt kopen
moet je thuis zelf in elkaar zetten.
Dat vindt ik zelf het allerleukste van de IKEA:
dat als je thuis komt, je iets moois in elkaar mag zetten.
Een kast, een bureau, een stoel, dat soort dingen.
Wie heeft er wel eens zo’n IKEA-bouwpakket in elkaar gezet?
Of net zo’n pakket, maar dan van een andere winkel?
Helpen geldt trouwens ook!
Dus als je wel eens hebt geholpen met zo’n bouwpakket,
bijvoorbeeld door schroeven aan te geven,
steek dan je vinger ook maar op!

Aan wie mag ik daarover wel een paar vragen stellen?
Wat heb je in elkaar gezet?
En lukte het meteen, of heb je een fout gemaakt?
Hoe wist je eigenlijk hoe je het in elkaar moest zetten?

dia 2 – kast
Lang leve de handleiding.
Ik heb hier de bouwhandleiding van een kast die bij ons op de gang staat.
Er staat precies in met welke plank je moet beginnen,
welk schroefje in welk gaatje moet,
en hoe je dan verder moet.
Het ziet er heel simpel uit,
maar zonder die handleiding was het me nooit gelukt…

Is er hier toevallig ook iemand die dacht:
‘ach, die handleiding heb ik niet nodig,
het lukt me zo ook wel, zo moeilijk kan het niet zijn,’
en dat je er dan daarna achter kwam
dat die handleiding toch zo gek nog niet is?
-bij ja: vertel eens!
-bij nee: ik geloof er niets van dat niemand zo eigenwijs is!

dia 3 – luister naar Jezus!
Een handleiding vertelt je wat je moet doen.
Net zoals Jezus zegt wat je moet doen.
Daarover gaat het vandaag.
Jezus zegt hoe je moet leven.
Wat Jezus zegt is eigenlijk ook een soort handleiding.
En de grote vraag is: wat doe je met die handleiding?
Luister je naar Jezus of niet?

1. Jezus’ woorden: wat doe je ermee?
dia 4 – bergrede
Dat verhaal van Jezus,
over die verstandige en die eigenwijze man,
is niet zomaar een leuk verhaal.
Als Jezus een verhaal vertelt,
wil Jezus dat je iets van het verhaal leert.

Jezus vertelt dit verhaal
helemaal aan het einde van een lange toespraak.
Heel veel mensen luisteren naar Jezus,
omdat ze benieuwd zijn naar wat Jezus te zeggen heeft.
Dat gaan we nu natuurlijk niet allemaal lezen,
dat gaan we de komende weken nog wel doen,
maar even een paar dingen die Jezus zegt.
Jezus zegt:
‘het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.’
Jezus zegt ook:
‘Wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden.’
Of, nog zo’n leuke:
‘Verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet.’
En wat dacht je van deze:
‘Je moet niet proberen om rijk te worden op aarde.’

En nu is Jezus aan het einde gekomen van die lange toespraak.
De grote vraag is nu:
wat gaan de mensen er mee doen?
En wat ga jij er mee doen?
Luister je naar wat Jezus zegt?

2. Je bent verstandig als je luistert
dia 5 – meer
Daarom vertelt Jezus dat verhaal
over die twee mannen
die allebei een huis bouwen.
Ze bouwen geen IKEA-kast, maar een huis.
Zonder handleiding is het al best moeilijk zo’n kast in elkaar te zetten.
Zelfs als hij er van buiten goed uitziet,
kan het zomaar zijn dat je toch ergens een schroefje vergeten bent,
waardoor de kast minder stevig is.
Maar een heel huis in elkaar zetten zonder handleiding,
dát is natuurlijk nog veel moeilijker!

Jezus vertelt over een verstandige meneer.
Hij heeft een mooi plekje gevonden voor zijn huis,
echt een heel mooi plekje.
Het is op een heuvel, vlakbij een meertje.
Die meneer ziet het al helemaal voor zich:
elke ochtend lekker zwemmen in het meer.
Je hebt er ook een schitterend uitzicht over de bergen van Israël.
Vlak bij het huis staat een sinaasappelboom,
en laten sinaasappels nu net het lievelingseten zijn van deze meneer.

dia 6 – graven
Hij wil dus graag een huis bouwen, maar wel een goed huis.
Er is niet echt een handleiding over hoe je een huis moet bouwen,
maar er zijn wel allemaal boeken over huizen bouwen geschreven.
Deze verstandige meneer heeft heel veel van die boeken gelezen.
Hij wil goed weten waar hij aan begint.
Zelfs toen hij al die boeken gelezen had,
vond hij nog steeds dat hij niet genoeg wist.
Hij vraagt hulp van een architect en van een timmerman,
en leert van hen een heleboel.
En eindelijk begint hij met bouwen.
Hij heeft geleerd dat het niet slim is om op zand te bouwen.
Dus begint deze meneer te scheppen.
Hij graaft een groot gat, tot hij bij de rotsen onder het zand is.
Het is veel werk, hij wordt er heel moe van,
maar hij wil graag een stevig huis.
Dan begint hij een muur te metselen, op de rots.
Het is de fundering van het huis.
Hij bouwt, en bouwt, en bouwt,
en eindelijk is het huis klaar.

Maar wat is dat nou?
Deze meneer is niet de enige die hier wil wonen.
Het is ook zo’n mooi plekje!
Er is nog een meneer aan het bouwen.
Gezellig, een buurman erbij.

dia 7 – op zand
Maar buurman pakt het heel anders aan.
Hij houdt niet zo van werken, daar wordt hij zo moe van.
Hij heeft ook niet zoveel gelezen over huizen bouwen.
‘Zo moeilijk kan het toch niet zijn?’ denk hij,
dus hij begint maar gewoon met bouwen.
De verstandige meneer ziet het en loopt naar zijn buurman toe:
‘wat fijn dat je hier ook komt wonen.
Maar weet je, het is niet slim om op het zand te bouwen.
Als het dan gaat regenen, spoelt je huis weg!’
Maar zijn buurman wil er niets van weten:
‘ach, dat zal vast wel meevallen.
Trouwens, waar bemoei je je eigenlijk mee?!’
En hij bouwt rustig verder, houdt lange pauzes,
tot zijn huis eindelijk staat.

dia 8 – storm
Maar dan…
Donkere wolken, een flits, een harde wind.
Als dat maar goed gaat!
Die storm gaan we even nadoen.
Ik heb een paar mensen nodig die heel hard kunnen blazen!
Wie komt mij helpen?

We hebben de twee huizen nagebouwd,
en we gaan kijken wat er gebeurt als het stormt.
We beginnen met het huis van de verstandige meneer.
Zometeen, als ik het zeg, mogen jullie proberen het huis omver te blazen.
Jullie zijn de wind.
En de andere mensen zorgen voor het geluid:
het geluid van de storm, van de regen en het onweer.
Oke, daar gaan we: de storm begint.

Stop maar: dit huis is stevig!
Eens kijken wat er met het huis van de buurman gebeurt,
die niet wilde luisteren…
Laat het maar weer stormen!

En stop maar weer.
Die buurman had toch maar beter kunnen luisteren…

dia 9 – bergrede
Jezus zegt: ‘als je naar mij luistert, doet wat ik zeg,
lijk je op die verstandige meneer.’
Jezus wil dat als hij iets zegt, dat je het dan ook doet.
Het is verstandig om naar Jezus te luisteren.
Dan is Gods nieuwe wereld voor jou.

Maar als je niet naar Jezus luistert,
dan lijk je op die eigenwijze buurman.
Als je Jezus’ woorden wel hoort, maar er niets mee doet,
of er een paar dingen uithaalt die je wel mooi vindt,
en de rest gewoon lekker laat zitten,
dan ben je heel onverstandig bezig.
Als je Jezus niet serieus neemt,
en het gewoon op je eigen manier wilt doen,
dan raak je God kwijt!
Je kunt geen christen zijn,
en tegelijk niet naar Jezus luisteren.
Daar waarschuwt Jezus voor.

3. Dat lukt toch nooit?!
dia 10 – dat lukt toch nooit?!
Het klinkt heel logisch:
luister gewoon naar wat Jezus zegt!
Zo simpel is het.
En tegelijk is dat ook best moeilijk.
Want doen wat Jezus zegt,
dat lukt toch nooit?!
Wie heeft er nog nooit
lelijke dingen geschreeuwd in een ruzie?
… Precies, niemand, dat dacht ik al!

Nog iets anders,
en dat is denk vooral een vraag van grote mensen:
moet je je dan aan de regels houden
om bij God te kunnen horen?
Jezus redt ons toch?
Dan hoeven het toch niet zelf te doen?

dia 11 – vrede
Ja, alleen Jezus redt.
Die redding verdien je niet door te doen wat Jezus zegt.
Maar waar het om gaat is dit:
Jezus vergeeft je niet alleen wat je verkeerd hebt gedaan,
Jezus geeft je ook een nieuw leven.

In die lange toespraak van Jezus gaat het over dat leven.
Over het leven zoals God dat heeft bedoeld.
Het zijn geen regeltjes
waarmee wij kunnen bewijzen dat we Jezus’ liefde waard zijn.
Nee, Jezus zegt: ‘zo gaat het in de wereld waar ik koning ben.’
En wat een mooie wereld is dat!
Een wereld waar mensen geen ruzie maken
en geen lelijke dingen over elkaar zeggen:
daar wil ik graag wonen!

Wil je leven in zo’n wereld?
Dan zegt Jezus: begin er maar mee.
Nee, dat kun je niet zelf.
En het gaat vaak ook mis.
Maar Jezus zal je helpen, met zijn Geest.

4. Luister naar Jezus!
dia 12 – luister naar Jezus!
We kunnen het heel ingewikkeld maken, maar Jezus is duidelijk.
Hij zegt: ‘luister naar mij.’
Jezus geeft een handleiding.
Niet om een kast in elkaar te zetten,
niet om een huis te bouwen,
maar voor het leven.
Luister naar die handleiding, doe wat Jezus zegt.

dia 13 – bergrede
Als Jezus zegt: ‘het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘zonder God kan ik ook best gelukkig zijn.’
Als het dan gaat stormen, stort je huis in:
je komt erachter dat het zonder God niet lukt.

Als Jezus zegt: ‘wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ja, maar hij heeft het zelf verdiend dat ik kwaad op hem word.’
Misschien is dat wel zo,
maar jij hebt ook verdiend dat Jezus kwaad is op jou.
Toch vergeeft hij jou!

Als Jezus zegt: ‘verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ik laat niet met mij spotten.
Als je mij slaat, sla ik je terug!’
Want daar wordt het alleen maar erger van.

Als Jezus zegt: ‘je moet niet proberen om rijk te worden op aarde,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ja, maar met geld is toch niets mis?’
Dat is het ook niet, maar wel als je probeert veel te krijgen…

dia 14 – luister naar Jezus!
Luister naar Jezus!
Hij weet waar hij het over heeft.
Jezus deed zelf wat hij zei.
Als je doet wat Jezus zegt,
dan ga je steeds meer op hem lijken.
Dus luister naar Jezus, dan ben je verstandig!
Amen.




Lucas 10:33 | Voor Jezus ben je alles waard

Jij bent veel waard! Maar waarom eigenlijk? Niet omdat jij zo goed bent, je lijkt op de gewonde reiziger in het verhaal van Jezus, maar omdat God je heeft gemaakt. Jezus lijkt op de Samaritaan: hij geeft zelfs zijn leven voor je, zó veel ben je waard!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een K(erk)S(chool)G(ezins)-dienst met CBS de Korendrager.

Liturgie
Zingen: -‘Laat de kind’ren tot mij komen’
-‘Als je geen liefde hebt voor elkaar’
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Goedemorgen, welkom allemaal’
Gebed
Lezen: Lucas 10 : 25 – 37 (BGT)
Zingen: Psalm 103 : 3 en 5 (LvK=GKB)
Preek
Zingen: -‘Parel in Gods hand’
-‘Er is iets heel speciaals aan jou’
Uitleg over de doop
Toezingen door kleuters: ‘Kinderen van de Vader’
Doop
Zingen: ‘Wat de toekomst brengen moge’ (LvK Gezang 293 : 1 en 3)
Felicitaties
Gebed
Collecte
Zingen: ‘Samen in de naam van Jezus’ (GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3)
Zegen

Voor Jezus ben je alles waard!

Interview
Interviewer (I) interviewt de beroofde reiziger (R).

dia 1 – zwart
I:Hé, jij hier! Leuk je weer eens te zien!
Maar wat zie je eruit! Wat is er met je gebeurd?

R: Tja, dat is een lang verhaal, heb je even?

I: Vertel, ik wil het weten!

R: Ik was onderweg van Jeruzalem naar Jericho.
Je weet wel, die weg door de bergen.
Ik liep door een bocht,
en opeens stonden er vijf schreeuwende mannen om me heen.
Ze riepen: ‘als je in leven wilt blijven, geef ons dan alles wat je hebt!
Je portemonnee, je pincode, je sieraden, je I-phone: alles!’
Daar had ik niet zo veel zin in, ik probeerde te ontsnappen.
Maar ze waren veel te sterk voor me.
Ze hebben me in elkaar geschopt en alles van me afgepakt.
Het is een wonder dat ik nog leef!

I: Maar was er dan niemand die je kon helpen?

R: Nee, ik was helemaal alleen,
en m’n telefoon had geen bereik in de bergen.

I: Sorry hoor, ik vind het echt heel rot voor je,
maar was dat ook niet gewoon een beetje dom?
Die weg is levensgevaarlijk!
Dat heeft nu al zo vaak in de krant gestaan!
Dat wist je toch wel?

R: Tja, je hebt gelijk hoor.
Het was gewoon stom van mij.
Ik had wel eens wat gelezen over rovers op die weg,
maar dacht dat mij zoiets nooit zou overkomen.
Zulke dingen overkomen alleen anderen, niet mij.
Dacht ik…

I: En toen lag je daar, wat ging er door je heen?

R: Eerst dacht ik dat ik dood was.
Toen bedacht ik dat ik nog kon nadenken, dus ik was niet dood.
Toen dacht ik dat ik dood zou gaan, want ik had heel veel pijn.
Maar ik wilde nog helemaal niet dood!
Dus toen er een priester langs kwam, riep ik zo hard ik kon om hulp.
Hij hoorde me wel, maar liep gewoon om me heen.
En even later een hulppriester ook.

I: Wat?! Dat meen je niet! Stelletje hypocrieten!
Je zult wel boos op ze zijn!

R: Valt wel mee.
Ik denk dat ik in hun situatie hetzelfde had gedaan.
Weet je, het was ook gewoon levensgevaarlijk om mij helpen!
Misschien waren die rovers nog wel in de buurt!
Nee, ik snap wel dat ze zo snel mogelijk doorliepen.

I: Maar je hebt het overleefd, hoe dan?

R: Er kwam nog iemand aan, en ik riep weer om hulp.
Maar toen zag ik dat het een Samaritaan was…

I: Nou en, wat bedoel je?

R: Wij, Joden, hebben altijd ruzie met Samaritanen.
Net zoals jullie, Nederlanders, ruzie met de Turken hebben.
Op verjaardagsfeestjes vertellen wij graag Samaritanen-grappen.

I: Samaritanen-grappen?

R: Ja, een soort Belgen-moppen, eigenlijk helemaal niet grappig.
Maar die Samaritaan dus, stapt van zijn ezel af en loopt naar me toe.

I: Wat dacht je toen?

R: Ik dacht dat hij keihard ‘net goed!’ in mijn gezicht zou schreeuwen,
en mij daar zou laten liggen.
Maar ik had het fout:
het was de vriendelijkste man die ik ooit heb ontmoet.
Toen ik zijn ogen zag, wist ik het:
die stonden zo vol van liefde!
Hij heeft me gered!

I: Je begint er helemaal van te stralen, wat is er met jóu gebeurd?

R: Dat zeggen er wel meer: ik ben niet meer dezelfde.
Weet je, ik dacht altijd dat ik beter was dan iedereen.
Ik voelde me stoer, en keek op losers neer.
Maar toen was ik opeens zelf de loser.
De liefde van die Samaritaan had ik nergens aan verdiend!
Toch hielp hij mij.
Ik ben zo blij!

I: wauw, dat is nog eens een verhaal, dank je wel!

Voor Jezus ben je alles waard
dia 2 – voor Jezus ben je alles waard!
Ja, wat is het een mooi verhaal!
Het is een verhaal van Jezus.
Het is dus niet echt gebeurd, Jezus heeft het bedacht.
Hij wil met dit verhaal iets duidelijk maken.
Of eigenlijk wel meer dingen,
maar ik wil het vandaag bij één belangrijke les houden:
voor Jezus ben je alles waard!
Hij geeft zijn leven om jou te redden.

dia 3 – gewonde man
‘Jij bent veel waard’ – dat was het thema deze week op school.
Maar waarom ben jij zo veel waard?
Waarom houdt God zo veel van je?
Eigenlijk is het heel gek dat God van je houdt!

Het is leuk om te horen dat je bijzonder bent, dat je veel waard bent.
Daar kun je trots van worden.
Maar Jezus zegt iets anders.
Je lijkt op die gewonde man.
Die man die in de problemen zit door zijn eigen domme schuld.
Dáár lijk jij op! En ik ook!

Je bent niet overal goed in, dat kan niet.
Ik was altijd heel slecht in gym.
Ik kon geen bal vangen.
Elke gymles was ik bang voor wat we gingen doen.
Ben ik eigenlijk wel zoveel waard?
Of je durft niemand mee naar huis te nemen uit school:
wat zullen ze van je ouders denken?
Eigenlijk schaam je je een beetje,
en voel je je helemaal niet zo bijzonder.
O ja, en je doet natuurlijk ook wel eens gemeen.
Toch? Wie doet er wel eens gemeen?
Vingers graag!
Iedereen doet wel eens gemeen.
Waarschijnlijk zelfs vaker dan je denkt.
Misschien heb je er wel spijt van, en toch doe je het weer…
Het stomme is: het gaat ook niet over als je groter wordt!
Wat zijn we nu eigenlijk waard?
We maken een rommeltje van het leven!

dia 4 – Samaritaan
Tóch ben jij voor Jezus alles waard.
Dat is dus een groot wonder!
Jij lijkt dan misschien op die man die in elkaar is geschopt,
Jezus lijkt op de Samaritaan in het verhaal!
Die Samaritaan had geen enkele reden om die man te helpen.
Joden en Samaritanen hebben ruzie,
dat alleen al was genoeg reden om de man te laten liggen.
Het was bovendien ook nog zijn eigen schuld:
het is knap stom om in je eentje over die gevaarlijke weg te gaan.
En het is voor die Samaritaan ook nog eens levensgevaarlijk:
straks wordt hij ook nog in elkaar geschopt!

Het maakt de Samaritaan allemaal niet uit.
Aan de kant van de weg ligt een mens die hulp nodig heeft.
Voor de Samaritaan is ieder mens waardevol.
Daarom hoeft hij er niet over na te denken:
natuurlijk gaat hij helpen!

Voor Jezus ben jij alles waard.
Omdat je een mens bent.
God heeft je gemaakt, net als baby Marte.
God heeft je uniek gemaakt, van jou is er geen tweede.
Ook al maak je een rommeltje van het leven,
Jezus wil niets liever dan jou redden!
De Samaritaan wáágt zijn leven, Jezus gééft zijn leven.
Zo veel ben jij voor hem waard!

De les van de diamant
dia 5 – ruwe diamant
Wie weet wat dit is?
Het lijkt gewoon een steen.
Ik vind hem niet echt mooi of bijzonder.
Maar deze steen is heel veel waard!
Je kunt deze steen slijpen, en dan herken je hem vast.

dia 6 – diamant
Wie zie het nu?
Ja, het is een diamant.
Een ruwe diamant lijkt waardeloos,
maar als je hem slijpt zie je hoe bijzonder hij is.

Jij bent veel waard, net als die ruwe diamant.
Je lijkt misschien niet zo bijzonder, maar Jezus kijkt anders naar jou.
Niet naar wat er allemaal mis is,
maar naar hoe hij een schitterende diamant van je kan maken.
Een diamant die steeds meer op Jezus lijkt.
Amen.




Matteüs 2:1-12 | Wie is de koning?

De koning is geboren! Maar er is nog een koning: Herodes. Wie is nou eigenlijk de echte koning? Wie is de baas in deze wereld? Het lijkt wel eens alsof de Herodessen het voor het zeggen hebben. Maar Jezus is de enige echte!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Visnet: Kaarsgedicht
‘Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht’
Samenzang: ‘Kom vier het feest met mij’ (Sela)
Stil gebed
Votum en groet
Samenzang: LvK Gezang 143 : 1 en 3 (Stille nacht, heilige nacht)
LvK Gezang 134 : 1 en 2 (Eer zij God in onze dagen)
GKB Gezang 83 : 1 en 3 (Vrolijk zingen wij ons lied)
Gebed
Visnet en ‘t Doke:
‘Vrolijk kerstfeest iedereen’
‘Er is een kindeke’
‘We gaan op zoek’
Lezen: Matteüs 2 : 1 – 12 (BGT)
Luisterlied: ‘Dag koning Herodes’ //www.youtube.com/watch?v=OgExVkvW8eY
Luisterlied door kerkenraad: LvK Gezang 145 : 1, 2 en 3 (Nu zijt wellekome)
Preek
Samenzang: ‘Als je veel van iemand houdt’ (Elly en Rikkert)
‘Immanuël’ (Kids Opwekking 54)
Gedicht door Klaas Wiersma
Luisterliederen door Winy, Rianne en Jitske:
‘God rest ye merry, gentlemen’
‘The first Noel’
Gebed
Collecte
Samenzang: LvK Gezang 135 : 1, 2 en 3 (Hoor de engelen zingen de eer)
Zegen
Samenzang: GKB Gezang 50 (Ere zij God)
Luisterlied door Winy, Rianne en Jitske: ‘Joy to the world’

Wie is de koning?

Inleiding
dia 1 – zoeken
Ik wil graag met jullie op zoek.
De kinderen zongen het al:
‘ga je mee op zoek naar het koningskind’.
Laten we dat doen: op zoek naar de koning.
Maar als je de koning zoekt,
is het ook wel handig om te weten hoe je een koning herkent.
Laten we eens kijken of jullie daar een beetje goed in zijn.
Ik heb wat plaatjes,
en dan moeten jullie zeggen of het wel of geen koning is.

dia 2 – Willem Alexander
We beginnen even makkelijk: is dit een koning?
En waar zie je dat aan?

dia 3 – Stijn Schaars
Volgende: is dit een koning?
Waarom niet?

dia 4 – Elizabeth
En deze?
Dat was dus de instinkvraag:
dit is geen koning, maar een koningin.
Queen Elizabeth van Engeland, om precies te zijn.

dia 5 – Oyo
Volgende: is dit een koning?
Ja, dit is een koning.
Zijn naam: Oyo Nyimba Kabamba Uguru Rukidi IV.
Goed onthouden, want straks wordt je overhoord…
Waar kun je aan zien dat dit een koning is?

dia 6 – Eduard van Zuijlen
En deze, een koning?
Nee, het is ‘maar’ onze burgemeester, Eduard van Zuijlen.
Wie weet hoe je dat ziet?

dia 7 – Harald
De laatste: is dit een koning?
Ja, het is koning Harald van Noorwegen.

dia 8 – wie is de koning?
Zijn er mensen die ze allemaal goed hadden?
Mooi, dan kan het nog wel wat worden
met onze zoektocht naar de koning!
Jullie weten hoe je een koning herkent!
Al zoeken we vandaag een heel jonge koning,
hij is nog niet zo lang geleden geboren,
maar dat moet ook wel lukken, toch?!
Ik bedoel, ook de kroonprins woont in een paleis,
heeft een hele hofhouding aan bedienden,
en draagt dure kleren.

1. Op zoek
dia 9 – aankomst
Wij zijn vandaag niet de enigen die op zoek zijn.
Er zijn wijze mannen die de koning ook zoeken.
Misschien moeten wij maar gewoon achter hen aan gaan,
dan kunnen ze ons mooi de weg wijzen naar de koning!
Ze hebben er al een hele reis op zitten.
Ze komen uit een ver land.
Ze kunnen niet wachten om de koning te zien.

dia 10 – geboortekaartje
Die wijze mannen waren uitgenodigd.
Als ergens een baby wordt geboren,
dan sturen de ouders vaak een geboortekaartje.
‘Wij hebben een baby,
en we vinden het leuk als je komt kijken.
De koffie en beschuit met muisjes staan klaar.’
Die wijze mannen hadden ook een geboortekaartje gekregen.
Maar wel een bijzonder geboortekaartje.

dia 11 – ster
Het geboortekaartje van de koning was een ster.
Overdag deden die wijze mannen allerlei belangrijke en moeilijke dingen,
en ’s avonds pakten ze hun sterrenkijkers, en keken omhoog, naar de sterren.
Zij geloofden dat als er op de wereld iets belangrijks gebeurde,
dat het in de sterren te zien zou zijn.
De bijbel zegt daar iets anders over,
maar voor deze keer vond God het mooi om een ster te sturen.
En ja hoor, op een dag zagen de wijze mannen de ster.
Ze pakten hun boeken over uitleg van de sterren erbij,
en al snel waren ze erachter: de koning van de Joden is geboren.
Het geboortekaartje was aangekomen!

Best gek eigenlijk, dat ze op zoek gaan.
Ik bedoel, als jij een geboortekaartje krijgt
dat er in Hongarije, ik noem maar wat, een koning is geboren,
zou je er dan heen gaan?
Ik zou denken dat het kaartje niet voor mij bestemd is:
wat moet ik nou met een Hongaarse koning?!
Maar die wijze mannen gaan op reis!
Op zoek naar de Joodse koning.
Want als de sterren over een koning vertellen,
moet het wel een heel bijzondere koning zijn!
Hier gebeurt iets groots,
misschien wordt hier wel wereldgeschiedenis geschreven.
Daar moeten die wijze mannen bij zijn!

dia 12 – Jeruzalem
Maar waar moeten ze precies zijn?
In het geboortekaartje stond geen adres.
Het is niet zo dat ze die ster de hele reis gezien hebben.
Ach, zo moeilijk kan het ook niet zijn.
Een koning, die woont natuurlijk in een paleis.
En het paleis, dat staat vast in de hoofdstad, Jeruzalem dus.

Daar rijden ze, op hun kamelen, Jeruzalem in.
Ze vragen het direct aan de soldaten bij de poort:
‘wij komen voor de nieuwe koning, waar moeten we zijn?’
De soldaten halen hun schouders op: ze weten van niks.
Ze proberen het in de stad, vragen het aan iedereen.
‘Die nieuwe koning, waar kunnen we hem vinden?’
Maar niemand weet iets.
Die wijze mannen, ze snappen er niets van.
Zijn er in Jeruzalem dan geen geboortekaartjes gestuurd?
Zo worden die mannen zelf het geboortekaartje.

Geboortekaartjes zijn er in Franeker genoeg.
Bijna iedereen viert vandaag kerst.
Maar ga je mee op zoek?
Want kerst is niet een gezellig feest met een mooi verhaal.
Het gaat over een koning die je leven verandert.
Zoek je mee?

2. Wie is de koning?
dia 13 – Herodes
Niemand kan de wijze mannen verder helpen,
maar ondertussen heeft wel iedereen het over hen.
‘Heb je het al gehoord, van die mannen van ver?
Ze zoeken de nieuwe koning van de Joden!
Laat Herodes het niet horen, hij krijgt nog een hartverzakking…’
Tja, wie is de koning eigenlijk?
In Jeruzalem weten ze het wel: Herodes.

En ja hoor, Herodes krijgt er lucht van,
en hij schrikt zich een hoedje.
‘Een kindje, een koning?! Dat is er maar één!
En dat is Herodes, dat weet iedereen!’
En als Herodes schrikt, dan schrikt Jeruzalem ook.
Ze weten heel goed dat als Herodes boos is,
je maar beter bij hem uit de buurt kunt blijven!

Herodes is een ongelofelijke ijdeltuit.
Alles draait om hem, iedereen moet hem bewonderen.
Maar dat is nog niet het ergste.
Herodes is verslaafd aan macht.
Hij is de koning van de Joden, en waag het niet daar aan te komen!
Herodes durft niemand te vertrouwen.
Hij is bang voor mensen die zijn macht kunnen afpakken.
Zulke mensen liet hij uit de weg ruimen.
Zelfs zijn eigen vrouw, een aantal zonen en zijn schoonmoeder liet Herodes vermoorden.
De keizer van Rome, Augustus, heeft eens gezegd:
‘je kunt beter Herodes’ varken zijn dan zijn zoon…’
Nee, Herodes is geen fijne koning.
Hij is levensgevaarlijk!

dia 14 – audiëntie
Nu hoort deze koning over een nieuwe koning
die de koning van de Joden zou zijn.
Dat kan Herodes niet hebben.
In het geheim laat hij onze wijze mannen bij zich komen.
Ze zijn onder de indruk van het paleis,
het is prachtig, verleidelijk mooi,
maar ze weten heel goed dat ze hier hun koning niet gaan vinden.

Herodes doet allervriendelijkst.
Alsof hij de wijze mannen verder wil helpen.
‘Ik heb eens wat navraag gedaan’ zegt Herodes,
‘je zou het in Bethlehem kunnen proberen,
een paar kilometer verderop.
Ik denk niet dat er wat is hoor, maar proberen kan altijd.
Laat me trouwens even weten of jullie hem gevonden hebben.
Dan kan ik er ook naartoe en hem eren.’

Dat is dus niet Herodes’ bedoeling,
maar dat kunnen de wijze mannen moeilijk weten.
Herodes die een koning eert?
Houd toch op: hij wil zelf geëerd worden!
Er is geen ruimte voor twee koningen van de Joden.
Wie is nou eigenlijk de koning?
Herodes toch?

Wie is de koning?
Wie is nou de baas in onze wereld?
Zijn dat de mensen waar je bang van wordt?
Die willen dat je vol bewondering naar hen kijkt?
Pestkoppen?
Terroristen, zoals deze week in Berlijn?
Hebben mensen zoals Herodes,
mensen die nergens voor terugdeinzen,
het echt voor het zeggen?

3. De enige echte!
dia 15 – Bethlehem
De wijze mannen gaan verder.
Ze hebben wel door dat ze niet in Jeruzalem moeten zijn.
Herodes is niet de koning die ze zoeken.
Gelukkig niet…
Ze zoeken een andere koning.
Zoek je mee?

De mannen maken hun kamelen klaar en vertrekken naar Bethlehem.
Ze zijn Jeruzalem nog niet uit, of ze zien hem weer: de ster!
Maar deze keer wijst de ster de weg,
naar een heel gewoon huisje in een rustig straatje in Bethlehem.
Daar vinden ze Jezus.

dia 16 – huis
We zijn net in het paleis van Herodes geweest.
Het verschil kan bijna niet groter.
Herodes woont in een prachtig paleis,
om aan iedereen duidelijk te maken hoe belangrijk hij is.
Bij Jezus merk je aan niets dat hij belangrijk is.
Deze nieuwe koning lijkt niet op een koning.
Als er een foto van Jezus zou zijn,
en ik had die foto net aan jullie laten zien,
dan had iedereen gezegd dat hij geen koning is.
Je zou misschien verwachten dat Jezus,
na alle koninklijke pracht en praal van Herodes, een teleurstelling is.
Maar het tegenovergestelde is waar:
de wijze mannen zijn van de kleine Jezus
veel meer onder de indruk dan van die machtige Herodes.

dia 17 – cadeaus
Een koning is geboren, en ze hebben hem gevonden!
Nog nooit zijn de mannen zo blij geweest als nu.
Herodes deed wel alsof hij heel wat was,
maar koning Herodes liet hen koud:
dat soort koningen kennen ze inmiddels wel.
Maar Jezus is anders.
Ze trekken hun tassen open,
en daar komen de kraamcadeaus.

Wel een beetje vreemde cadeaus.
Ik zou andere cadeaus meenemen als ik op kraambezoek ga.
Rompertjes, schoentjes, speelgoed, dat soort dingen.
Maar goud, wierook en mirre?
Misschien weet je niet eens wat het is…
Goud wel, maar wierook en mirre?
Mirre is een soort olie en met wierook kun je het lekker laten ruiken.
Ik heb naar mirre gezocht, maar dat was erg duur: 1600 euro per liter…
Wierook heb ik wel.
Wie van de kinderen wil het eens ruiken?
(meegeven aan kinderen om thuis aan te steken)

Het zijn niet zomaar cadeaus.
Met deze cadeaus zeggen de mannen: ‘Jezus, u bent koning.
Wij willen uw onderdanen zijn.
Alstublieft, u bent ons alles waard.’

dia 18 – kroon en kruis
Jezus is misschien geen indrukwekkende koning.
Zijn geboorte wordt door bijna niemand opgemerkt.
Maar de wijze mannen hebben het gezien:
deze koning zal de wereld voorgoed veranderen.
Deze koning is de enige echte.
Geen koning als Herodes, die je leven opeist,
maar een koning die zijn leven voor je geeft.
Misschien wisten die wijze mannen dat.
De mirre die ze gaven, kijkt er al naar vooruit:
na zijn dood werd Jezus met mirre gezalfd.

Het lijkt wel eens alsof koningen zoals Herodes het voor het zeggen hebben.
Wie het hardste schreeuwt en de gemeenste wapens gebruikt, krijgt zijn zin.
Maar Herodes is geen echte koning.
De daders van die aanslag in Berlijn maken de dienst niet uit.
Ja, ze krijgen nog de ruimte.
Maar er is maar één echte koning: Jezus.
Wie is jouw koning?
Amen.




Genesis 41:38 | Het geheim van Jozef

Zou je wel belangrijk willen zijn? Jozef werd het. Maar niet omdat hij zo graag belangrijk wilde zijn. Zijn geheim is dat je pas echt belangrijk kunt zijn als je niet belangrijk wilt zijn. Jezus zegt dat ook: als je belangrijk wilt zijn, moet je de ander dienen.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: -‘Ben je groot of ben je klein’ – Kids Opwekking 18
-‘Hij alleen (de God van Abraham, Isaäk en Jakob)’ – Kids Opwekking 139
-‘Abba Vader’ – Opwekking 136 : 1 en 2
Stil gebed
Zingen: ‘Votum en groet’ – Kids Opwekking 326
Gebed
Introductie bijbellezing
Lezen: Genesis 41 (selectie uit kinderbijbel)
Zingen: ‘Jozef zoekt zijn grote broers’ – GKB Gezang 4 : 1, 3 en 4
Preek
Zingen: -‘Heer ik prijs uw grote naam’ – Opwekking 430
-‘God wijst mij een weg’ – Opwekking 429
Quiz
Leefregels
Zingen: ‘Here, maak mij uw wegen bekend’ – Kids Opwekking 153
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 146 : 1 en 3 (versie Levensliederen)
Zegen

Het geheim van Jozef

Introductie bijbellezing
Het gaat vandaag over Jozef, net als vorige week.
Is er misschien iemand die nog weet waar het toen over ging,
op de kinderclub en in de kerkdienst?
Jozef werd door zijn broers verkocht en belandt in Egypte.
Vandaag springen we 13 jaar vooruit.
Jozef zit in de gevangenis.
Maar op een dag wordt hij opgehaald.
Farao, de koning van Egypte, heeft vreemde dromen gehad.
Over mooie koeien die worden opgegeten door lelijke koeien.
En over dikke korenstengels die worden opgegeten door dunnen stengels.
Farao wil weten wat zijn dromen betekenen,
en hij hoort dat Jozef dromen kan uitleggen.
Daarom stuurt hij zijn knechten naar de gevangenis.
Daar begint ons verhaal.

Inleiding
dia 1 – bodyguards
Stel je eens voor…
Je zit op school in een saaie les,
maar dan wordt er opeens op de deur van het klaslokaal geklopt.
Juf loopt naar de deur, en daar staan 3 bodyguards.
Ze dragen een zwart pak,
hun ogen zijn verstopt achter een zonnebril,
en ze hebben zo’n koptelefoontje in,
om te kunnen overleggen met hun collega’s.
De bodyguards praten zachtjes met juf.
Helaas kun je er niets van verstaan.

Dan draait juf zich om en loopt de klas in.
Ze kijkt jou aan.
Ze loopt naar je toe en zegt:
‘jij mag met deze meneren meegaan.
De koning heeft je nodig.’

dia 2 – limousine
Daar ga je dan!
Op het schoolplein staat een limousine voor je klaar.
Onderweg kun je naar wel 5 tv’s tegelijk kijken en er is een koelkast vol met cola.
Onder politiebegeleiding rijden jullie naar Den Haag.
Voor en achter de limousine rijden 8 politiemotoren.
Speciaal voor jullie is de snelweg afgesloten voor ander verkeer,
zodat jullie 250 km/u kunnen rijden
en binnen 3 kwartier in Den Haag zijn.

dia 3 – koning
De limousine stopt voor een paleis.
De bodyguards nemen je mee, en opeens sta je voor de koning.
‘Je zult je wel afvragen waarom je hier bent’, zegt hij.
‘Ik wil dat jij mijn hulpkoning wordt.
Jij mag nieuwe wetten maken en bepalen wat er met ons geld moet gebeuren.
Hier heb je mijn kroon, die mag je dragen,
mijn stylisten zullen zorgen voor mooie kleren,
o, en misschien ook wel handig: mijn creditcard, alsjeblieft.’

Het zal je maar gebeuren!
Wat zou jij doen?
Wat zou je doen als je opeens superbelangrijk bent?
Wie durft?

dia 4 – maanreis
Het is nog niet zo makkelijk om superbelangrijk te zijn!
Wat een keuzes moet je maken!
Je zou er moe van worden…
Enne, als jij toch de baas bent en zoveel geld mag uitgeven,
waarom zou je dan niet ook wat voor jezelf uitgeven?
Aan een mooie vakantie op een onbewoond eiland,
of, nog beter, een reis naar de maan!

dia 5 – het geheim van Jozef
Dat is dus niet de goede manier om belangrijk te zijn.
Maar hoe moet het dan wel?
Dát is het geheim van Jozef.
En dat geheim wil ik jullie vanmorgen graag verklappen.
Luister je mee?

1. Jozefs promotie
dia 6 – Jozefs promotie
Jozef maakt ‘promotie’.
Misschien heeft je vader of moeder wel eens een betere baan gekregen,
dan heet dat ook ‘promotie’.
Als je overgaat naar de volgende groep op school,
is dat ook een soort promotie.
Jozef maakt ook promotie, een stap omhoog.

Maar het is niet zomaar een stapje.
Meestal gaat promotie in kleine stapjes.
Je gaat van groep 6 naar groep 7, niet opeens naar de brugklas.
Jozef maakt juist een hele grote stap:
Hij zat in de gevangenis,
en opeens is hij na de Farao de belangrijkste man van het land!

dia 7 – Jozef ontboden
Toen Jozef door zijn broers verkocht werd, was hij 17 jaar.
Hij heeft veel meegemaakt.
Eerst was hij een slaaf, later kwam hij in de gevangenis.
Nu is hij 30, en iedereen lijkt hem te zijn vergeten.
Tot op een dag…
‘Jozef, Jozef, je moet meekomen!’
De directeur van de gevangenis roept.
‘Er staan soldaten in mijn kantoor, en ze vragen naar jou.
De Farao heeft naar je gevraagd!’
Jozef loopt mee naar het kantoor van de directeur.
De soldaten kijken naar hem.
‘Wij nemen je mee, de koning wil je spreken.’

Daar gaat Jozef.
Maar voor hij voor de koning kan verschijnen
heeft hij wel een opknapbeurt nodig.
Jozef heeft weinig kleur op zijn gezicht,
heeft zich al maanden niet geschoren en zijn haar zit in de knoop.
Daar houdt Farao niet van.
Jozef moet eerst in bad, in het koninklijk badhuis,
vervolgens proberen de koninklijke kappers nog wat van zijn haar te maken,
en dan wordt Jozef doorgestuurd naar de visagie,
waar zijn gezicht gepoederd wordt.

Als Jozef de hele schoonheidsbehandeling heeft doorstaan
wordt hij bij Farao gebracht.
Gelukkig weet Jozef hoe je zo’n belangrijk persoon begroet: Jozef knielt.
‘Jozef, Jozef, ik heb al veel over u gehoord.’
Jozef heeft geen idee waar Farao het over heeft.
‘Ik heb mij laten vertellen dat u dromen uitlegt.
Welnu, ik heb gedroomd en ik heb u nodig om mijn dromen uit te leggen.’
Het moet niet gekker worden:
de machtigste man van heel de wereld
vraagt een gevangen buitenlandse slaaf om hulp.
Dat moet wel Gods humor zijn.

dia 8 – droom Farao
Jozef is voorzichtig: hij kan helemaal geen dromen uitleggen,
dat kan God alleen!
Het maakt Farao niet uit, als hij zijn uitleg maar krijgt.
Farao vertelt: ‘ik heb vannacht gedroomd.
Het waren zulke akelige dromen!
Ik zag zeven schitterende koeien,
maar ze werden opgegeten door de zeven lelijkste koeien die ik ooit gezien heb.
En even later had ik nog zo’n droom.
Jozef, wat zijn dit voor nachtmerries?
Wat is er toch aan de hand?’

Jozef is even stil.
Dan begint hij: ‘Farao, God wil u iets vertellen.
De komende zeven jaar is er meer dan genoeg,
maar daarna komt een grote hongersnood.’
Farao kijkt Jozef bang aan.
Jozef gaat verder: ‘misschien staat u me toe om u advies te geven.
U kunt voorzorgsmaatregelen treffen.
Als u nu eens de komende jaren wat opzij legt voor de moeilijke jaren.’
Farao kijkt alweer vrolijker.
‘Dat vind ik nog eens een goed idee!
Weet u wat, u lijkt mij de juiste man.
Vanaf nu bent u onderkoning!’

dia 9 – onderkoning
Wow, dat is nog eens een promotie.
Opeens is Jozef superbelangrijk.
Zou je dat ook wel willen?
Dat mensen jou belangrijk vinden?
Dat lijkt mij best leuk!
Maar wat is dan Jozefs geheim?
Het antwoord komt na de reclame.

2. Jozefs geheim
dia 10 – filmpje

dia 11 – Jozefs geheim
‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft,
word je vanzelf bijzonder.’
Ik heb geen idee of Klaverblad echt zo gewoon is,
het blijft natuurlijk reclame,
maar het lijkt wel het geheim van Jozef.
Laat ik Jozefs geheim maar verklappen:
je kunt pas echt belangrijk zijn als je niet belangrijk wilt zijn.
Nog een keer:
je kunt pas echt belangrijk zijn als je niet belangrijk wilt zijn.

dia 12 – droomuitleggers
Ik denk dat heel veel Egyptenaren jaloers zijn op Jozef.
Waarom geeft de Farao die buitenlander zo’n topbaan?
Zij proberen al hun hele leven hogerop te komen.
Mooi is dat…
De Egyptenaren aan het hof van Farao willen graag belangrijk zijn.
Daarom zijn ze niet altijd even eerlijk.
De Farao had ook zijn eigen droomuitleggers,
die heus wel wisten wat de dromen van Farao betekenden.
Maar niemand had zin om Farao zo’n vervelende boodschap te vertellen.
Straks gooit Farao je nog in de gevangenis!
Dus antwoorden ze één voor één:
‘hè? Wat een gekke droom! Nee, ik heb echt geen idee…’

dia 13 – gevangenis
Jozef is anders.
Of eigenlijk moet ik zeggen: Jozef is anders geworden.
Want toen Jozef 17 was, toen leek het hem wel wat.
Hij genoot van zijn dromen dat hij de baas zou zijn.
Jozef was een verwend nest.
Maar in 13 jaar is Jozef veranderd.
Hij hoeft niet meer zo nodig belangrijk te zijn.
Daarom hoeft hij ook niet moeilijk te doen over wat die dromen van Farao betekenen.
Ja, misschien stuurt Farao hem naar de gevangenis,
maar daar zat Jozef toch al!

Als slaaf en in de gevangenis heeft Jozef rust gevonden.
Nee, het was echt geen makkelijke tijd voor Jozef.
Maar Jozef heeft wel heel wat nagedacht over wat echt belangrijk is.
Jozef is nederig geworden:
in de gevangenis kon hij echt niet de baas spelen,
hij moest gewoon luisteren naar de bewakers.
Nu hoeft hij niet meer zo nodig de baas te zijn.
In de gevangenis komt Jozef veel dichter bij God.

dia 14 – Jozef aangewezen
Farao merkt het.
Jozef heeft het steeds over God.
Dat zet Farao aan het denken:
‘Als Jozef zo goed weet wat God wil zeggen,
dan moet Jozef wel heel dicht bij God leven.
Gods Geest moet wel in Jozef zijn!
Maar als dat zo is, als God aan de kant van Jozef staat,
dan moet ík Jozef aan mijn kant zien te krijgen!’

Daarom zegt hij:
‘Jozef, u lijkt mij de juiste man.
Ik benoem u tot onderkoning.
Uw plan is een wijs plan, dus ga uw gang.
Ik geef u alles wat u nodig hebt.
Ik geef u de macht over de schatkist, ja, over heel Egypte!’

Opeens is Jozef onderkoning.
Anderen zouden die macht misschien hebben misbruikt,
om vooral zoveel mogelijk voor zichzelf te regelen.
Als je zo snel carrière maakt, gaat het ook vaak mis.
Zoals voetballers of popidolen, die opeens wereldberoemd zijn,
maar niet met hun bekendheid kunnen omgaan.
Ze worden arrogant, krijgen sterallures.
Jozef heeft daar geen last van.
Want Jozef hoeft niet zo nodig belangrijk te zijn.
Dát is zijn geheim.

3. Ook jouw geheim?
dia 15 – ook jouw geheim?
Is het ook jouw geheim?
Jezus zegt in Matteüs 20:
‘Als je de belangrijkste wilt zijn, moet je de anderen dienen.
Als je de voornaamste wilt zijn, moet je de anderen dienen zoals een slaaf doet.’
Dat is dus precies dat geheim van Jozef:
je kunt pas echt belangrijk zijn, als je niet belangrijk wilt zijn.
Dat is wat Jezus ook tegen jou zegt.

dia 16 – voetwassing
Jezus zelf is daarvan het beste voorbeeld.
Jezus hoeft niet zo nodig groot te zijn, belangrijk te zijn.
Ja, natuurlijk, Jezus ís belangrijk.
Maar dat is hij omdat hij zichzelf eerst klein maakte.
Jezus ging zelfs de voeten van zijn leerlingen wassen!
Maar daar houdt het niet op:
bij Jozef is het de weg om onderkoning te worden,
bij Jezus is het de weg om koning van de hele wereld te worden!
Jezus is iemand die belangrijk is omdat hij dient!

dia 17 – Mandela
De grote mensen zullen deze meneer wel kennen.
Is er misschien ook iemand van de kinderen die weet wie het is?
Het is Nelson Mandela.
Hij is ook zo iemand die het geheim van Jozef kende.
Eigenlijk lijkt zijn verhaal best wel op dat van Jozef.
Mandela wilde graag belangrijk zijn,
hij wilde zijn land, Zuid-Afrika, veranderen.
Hij vond het niet eerlijk dat blanken veel meer mochten dan zwarten.
Maar Mandela kwam in de gevangenis.
Daar heeft hij jaren in gezeten.
Toen hij eindelijk vrij kwam, was hij een heel ander mens.
Hij werd president, een goede,
omdat hij niet belangrijk wilde zijn, maar wilde dienen.
Dat had hij in de gevangenis geleerd.

dia 18 – helpen
En jij?
Misschien wil je wel belangrijk zijn.
Lijkt het je wel wat om de baas te zijn,
dat iedereen naar jou luistert en dat alles op jouw manier gaat.
Of dat je steenrijk bent,
dat je alles kunt kopen wat je maar wilt.
Leer dan van Jozef dat je pas echt belangrijk kunt zijn
als je niet belangrijk hoeft te zijn.

dia 19 – verkeersborden
Maandag was ik in theater de Koornbeurs.
Daar was een presentatie over waarom mensen van buiten Franeker
naar Franeker moeten komen voor een dagje uit, een vakantie, of om te shoppen.
Iemand zei toen dat de verkeersborden in de binnenstad erg vies zijn,
en dat dat er niet zo uitnodigend uitziet.
Toen moest ik weer aan Jozef en Jezus denken:
is dit geen mooie kans om te dienen?
Dus ik ben er met mijn camera op uit gegaan,
en die meneer had wel gelijk: sommige verkeersborden zijn best groen…

We kunnen lang praten over dat het goed is om te dienen,
maar dat moet je vooral doen!
Ik sta morgen om 16:30 bij de kerk,
met een emmer, een sopje en een dweilstok.
Om Franeker een beetje mooier te maken.
Wie heeft er zin om mee te doen?
Het is maar een uurtje.
Vergeet niet een emmer mee te nemen,
en iets om bij die hoge verkeersborden te kunnen komen.
Morgenmiddag 16:30,
en dan hoop ik maar dat ik niet alle borden in mijn eentje hoef te doen…

dia 20 – belangrijk voor God!
Als je mensen wilt dienen, op wat voor manier dan ook,
als je niet zo nodig belangrijk hoeft te zijn,
dan heb je dat geheim van Jozef begrepen.
Dan heb je die Geest waar Jozef vol van is.
Dan ben je belangrijk in Gods koninkrijk.
Amen.




Handelingen 12:1-19 | Vervolgd? Jezus is het waard!

In veel landen is het gevaarlijk om christen te zijn. Voor de eerste christenen was dat ook zo: Petrus zit in de gevangenis om zijn geloof. Wat kunnen we van hem en andere vervolgde christenen leren?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom en mededelingen
Zingen: -‘Door de kracht’ (Kids Opwekking 31)
-‘Vuur uit de hemel’ (Elly en Rikkert, te vinden in E&R 313)
-‘Liefde, blijdschap, vrede’ (Kids Opwekking 70)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Breng dank aan de Eeuwige’ (Opwekking 331)
Gebed
Lezen: Handelingen 12 : 1 – 19 (uit Bijbel in Gewone Taal)
Zingen: Psalm 43 : 1, 3 en 4
Sketch
Preek
Zingen: ‘Stil, mijn ziel wees stil’ (Opwekking 717)
Smokkelspel
Zingen: ‘Sta eens even op’ (Kids Opwekking 100)
Leefregel: Matteüs 5 : 3 – 12 (uit Bijbel in Gewone Taal)
Zingen: ‘Uw woord is een lamp’ (GKB Gezang 23)
Gebed
Collecte (met kaartjes)
Zingen: ‘Wat de toekomst brenge moge’ (LvK Gezang 293 : 1 en 2)
Zegen

Vervolgd? Jezus is het waard!

Inleiding = Sketch
Sketch is gebaseerd op een verhaal van stichting Open Doors
Personages: Tan-Qi (TQ), agent (A), moeder (M)
Attributen: verband om hand Tan-Qi, pen, papier, eventueel politiekleding
Setting: kamer in het politiebureau, tafel met aan beide kanten een stoel

A: zo, daar zit je dan… hoe heet je?
TQ: ik heet Tan-Qi
A: en nog brutaal ook hè?
TQ: hoe bedoelt u, ik snap u niet
A: heb je geen manieren geleerd ofzo? o nee, daar doen jullie christenen zeker niet aan… nou, laat ik duidelijk zijn: hier in mijn politiebureau spreek je met twee woorden. is dat begrepen?
TQ: eh, ja, meneer de politieagent
A: nee, niet zo overdreven, gewoon ‘ja meneer’ is genoeg
TQ: ja meneer

A: goed, laten we dan maar beginnen, Tan-Qi
TQ: ja meneer
A: snap je waarom je hier zit?
TQ: nee meneer, ik heb toch niets verkeerds gedaan?
A: o nee, waarom zit dat verband dan om je hand?
TQ: juf heeft me op mijn hand geslagen meneer, dat was een paar dagen geleden, maar het doet nog steeds pijn
A: en waarom heeft juf jou geslagen Tan-Qi?
TQ: (kijkt ongemakkelijk) omdat ik naar de zondagschool ga meneer
A: zeg dat nog eens
TQ: ik ga naar de zondagsschool meneer
A: precies, dat wilde ik horen, snap je nu waarom je hier zit?
TQ: ik denk het wel meneer

A: juf heeft toch gezegd dat je nooit meer naar de zondagschool moest gaan?
TQ: ja, maar hoe weet u dat meneer?
A: juf is naar ons toegekomen omdat ze zich zorgen over je maakte. ze vertelde ons over die gevaarlijke zondagschool
TQ: gevaarlijk? dáár ben ik nog nooit geslagen hoor!
A: niet zo brutaal! als ik zeg dat het daar gevaarlijk is, dan ís het gevaarlijk. en praat met twee woorden. begrepen?
TQ: ja meneer
A: mooi, dan kunnen we verder, vertel eens over die zondagschool?
TQ: het is daar echt heel fijn meneer! we horen daar altijd zulke mooie verhalen!
A: o ja, waarover dan?
TQ: nou eh, over Jozef en over Simson en over Jona en over Petrus
A: gaat het ook wel eens over Jezus?
TQ: ja, natuurlijk, het gaat elke keer over Jezus
A: en toen wij kwamen, wat waren jullie toen aan het doen?
TQ: we waren aan het zingen meneer, ‘Jezus is de goede herder’, kent u dat liedje? zal ik het voor u zingen?
A: nee, nee, nee, houd je mond! snap je niet dat jullie heel stom waren?
TQ: waarom bent u zo boos op mij meneer?
A: omdat je met Jezus bezig bent, jullie zijn slechte mensen. weet je wat, ik geef je strafwerk. dat heb ik met de anderen ook gedaan. je moet honderd keer opschrijven: ‘ik geloof niet in Jezus’
TQ: maar ik geloof wel in hem!
A: kan me niet schelen, je hebt me gehoord. honderd keer ‘ik geloof niet in Jezus’. anders mag je hier niet weg

(Tan-Qi begint te schrijven, even later komt moeder binnen)
A: zo mevrouw, mooi dat u er bent, u bent de moeder van Tan-Qi?
M: ja, dat klopt
A: u weet waarom uw dochter hier is?
M: nee, maar dat kunt u mij vast vertellen
A: uw dochter was op de zondagschool
M: dus?
A: snapt u niet dat dat heel gevaarlijk is voor kleine kinderen?
M: om eerlijk te zijn: nee, dat snap ik niet
A: als ik het niet dacht… christenen zijn verraders mevrouw! de kinderen hebben allemaal strafwerk geschreven. ze hebben honderd keer opgeschreven ‘ik geloof niet in Jezus’. voor u geldt hetzelfde mevrouw: u krijgt u dochtertje pas mee als u zegt dat u niet in Jezus gelooft
M: maar dat kan ik niet! dat kunt u niet menen!
A: dat meen ik wel. de andere ouders hebben dat ook gedaan
TQ: nee, dat is niet waar!
A: denk je dat ik hier sta te liegen?!
TQ: maar dat zouden ze nooit doen
A: echt wel! net als jullie. jullie hebben toch ook strafregels geschreven? kijk!
(agent pakt stapel papieren erbij, strafregels van de kinderen, bladert er doorheen en zijn gezicht betrekt)
A: wat is dit?! stelletje etterbakken! alle kinderen hebben opgeschreven dat ze in Jezus geloven! verdwijn! en neem je dochter mee! en zorg ervoor dat ik jullie hier nooit meer zie! wegwezen, nu!

1. Vervolgd?
dia 1 – vervolgd?
Dat liep nog maar net goed af!
En dit soort dingen gebeurt dus echt!
Wij kunnen ons dat misschien moeilijk voorstellen,
in Nederland is de politie je beste vriend, daar kun je op vertrouwen,
maar dat is dus echt niet overal zo!
Hoe zou jij reageren, als je zoals Tan Qi op het politiebureau zit,
en je pas mag vertrekken als je zegt dat je niet in Jezus gelooft?
Durf je dan nog voor Jezus te staan?

dia 2 – Petrus in gevangenis
Petrus wel.
Daarom zit hij in de gevangenis.
Het is niet de eerste keer…
De mensen in Jeruzalem hebben een verschrikkelijke hekel aan christenen.
En Petrus, dat is de allerergste.
Zonder Petrus zouden er nooit zoveel christenen zijn.
Ze haten Petrus.

Petrus zit in de gevangenis, de best bewaakte gevangenis van Israël.
Zelfs een terrorist zou nog niet uit deze gevangenis kunnen ontsnappen.
Petrus heeft een cel diep onder de grond, in de kerkers.
Als je daar uit kunt komen, ben je echt heel knap.
Maar Petrus krijgt extra bewaking.
Bij de deur van zijn cel staan twee soldaten,
en met kettingen zitten Petrus’ armen vast aan twee andere soldaten.
Nog één nacht, want koning Herodes heeft gezegd dat Petrus dood moet.
Morgen zal Petrus de doodstraf ontvangen.

In de gevangenis denkt Petrus aan Jezus.
Deze week wordt het Paasfeest gevierd.
Een paar jaar geleden kreeg Jezus op het Paasfeest de doodstraf.
Nu is Petrus aan de beurt, weer op het Paasfeest.
De mensen haten Petrus en de andere christenen
al net zo veel als ze Jezus hebben gehaat.

dia 3 – vervolging Pakistan
Ze kunnen moeilijk alle christenen arresteren.
Dat past niet in de gevangenissen in Jeruzalem.
Daarom pakken ze de leiders.
Dat gebeurt nog altijd, in Pakistan bijvoorbeeld.
Er zijn daar predikanten die elke maandagochtend naar het politiebureau moeten.
Daar worden ze geslagen met een stok, op hun rug en in hun gezicht.
Dan mogen ze weer naar huis,
maar volgende week moeten ze zich weer melden voor een pak slaag…

Vervolging van christenen, het is nog altijd een groot probleem!
De duivel wil de kerk kapot maken.
Hij wil het ons moeilijk maken om te geloven.
Het allerliefste wil hij dat je zegt:
‘als geloven in Jezus mij wat kost,
als ik erom vervolgd wordt, als mensen mij erom haten
of als ik er dingen voor moet opgeven,
dan geloof ik maar niet meer.’

2. Jezus is het waard!
dia 4 – Jezus is het waard!
Zou het de duivel lukken?
Soms helaas wel.
Sommige christenen geven hun geloof maar op.
Maar heel veel andere christenen blijven juist geloven,
hun geloof wordt er zelfs sterker van!

dia 5 – wachtrij
Waarom doen ze dat?
Omdat ze geloven dat Jezus het waard is!
Ben je wel eens in een attractiepark geweest?
En moest je dan ook wachten in een wachtrij?
Echt, ik heb een hekel aan wachten…
Je staat maar in de rij, soms kun je weer een klein stapje naar voren,
maar het duurt zo lang!
Toch is de wachtrij de moeite waard:
aan het einde van de wachtrij mag je in de achtbaan.
Een wachtrij is niet leuk, maar wel de moeite waard.
Dat is met vervolging ook zo: niemand wil straf omdat je gelooft in Jezus,
maar Jezus is zo mooi, dat hij het wel waard is.

dia 6 – slapen
Dat vindt Petrus ook.
Petrus weet dat hij morgen vermoord wordt.
Ik zou dan heel boos worden.
Ik zou schreeuwen dat het niet eerlijk is,
dat ze me vrij moeten laten, dat ik niets verkeerd heb gedaan!
Ik zou schoppen en daarna heel bang worden en huilen.
Maar hoor je Petrus?
Sst, luister goed, hoor je het?
Petrus slaapt.
En zijn gesnurk is zo rustgevend dat de soldaten ook in slaap vallen…

Petrus is niet boos, Petrus is niet bang.
Het kan hem niet schelen wat ze met hem doen,
Jezus kunnen ze toch niet van hem afpakken!
Misschien droomt hij wel over dat hij weer bij Jezus is.
Dat is alles wat Petrus wil.
Dus slaapt Petrus heerlijk.

dia 7 – zwart
Vervolgde christenen laten je zien hoe bijzonder Jezus is.
Geloven in Jezus is zo mooi, dat ze er alles voor over hebben.
Zelfs hun leven!
Ze hebben ontdekt dat Jezus het allerbeste is dat je kunt krijgen.
Dat mogen wij van hen leren.

3. Leer te bidden
dia 8 – bidden
Er is nog iets wat we van hen kunnen leren: bidden.
Want terwijl Petrus in de gevangenis zit,
zijn de christenen in Jeruzalem druk aan het bidden.
En dat zijn er nogal wat!
Die passen niet in één huis.
Overal in Jeruzalem zijn groepjes christenen aan het bidden.
Ook al is het midden in de nacht,
ze piekeren er niet over om te gaan slapen.
Bidden is nu even belangrijker dan slapen!
Ze bidden voor Petrus in de gevangenis.
Ze bidden dat de doodstraf voor Petrus niet door hoeft te gaan,
ook al durven ze er eigenlijk niet om te hopen.
Ze bidden voor de kerk in Jeruzalem
Ze bidden ook voor de mensen die christenen haten:
dat ze mogen ontdekken wie Jezus is.

Als ik aan het bidden ben, ben ik meestal in 5 minuten klaar.
Soms, bijvoorbeeld als ik een wandeling maak,
kan ik langer bidden, een uur ofzo.
Maar de hele nacht door?!
Dat doen ze in Jeruzalem.
Om de beurt bidden ze, dan is het weer even stil,
en dan gaat de volgende verder.
Ze denken niet ‘nu heeft God het wel gehoord, nu weet hij het wel,
nu is het tijd om te slapen.’
Nee, ze blijven bidden!

dia 9 – bidden 2
Ik vind dat mooi.
Zij weten dat er pas echt iets verandert als God iets doet.
Neem er een voorbeeld aan.
Bid om een sterk geloof.
Bid voor de kerken in Franeker.
Bid dat nog veel meer mensen Jezus leren kennen.
Bid voor vervolgde christenen.

Nee, ik bedoel niet dat je vanavond niet naar bed hoeft,
omdat je de hele nacht moet bidden.
Jammer hè? Sorry!
Maar leer wel van die christenen in Jeruzalem
dat je voor bidden tijd mag nemen.
Als je samen bidt, bedenk dan bijvoorbeeld eerst eens met elkaar waar je voor gaat bidden,
dat iedereen twee dingen noemt om voor te bidden.
Dan kun je daarna bidden.
Het is echt niet erg als het eens langer dan twee minuten duurt…

4. God opent deuren
dia 10 – God opent deuren
Het verhaal van Petrus is nog niet afgelopen.
Hij is klaar om te sterven voor Jezus.
Maar God heeft andere plannen,
en dan gaan de deuren voor Petrus letterlijk open.

dia 11 – engel
Weet je nog, terwijl alle christenen in Jeruzalem bidden,
ligt Petrus te slapen in zijn cel.
Opeens is het licht en staat er een engel bij Petrus.
Petrus draait zich nog een keer om, hij wil verder slapen.
Dat is dus niet de bedoeling…
De engel schudt Petrus heen en weer:
‘Petrus, wakker worden, ik kom je bevrijden.’
‘Wat gebeurt hier’, denkt Petrus, ‘droom ik ofzo?
Opeens voelt hij dat zijn armen lichter worden:
de kettingen vallen er vanaf.
Ze vallen rinkelend op de grond,
maar de soldaten hebben niets door: ze zijn diep in slaap.

De engel wenkt Petrus: ‘kom met me mee’.
Zachtjes sluipt Petrus naar de deur van zijn cel.
De soldaten daar liggen ook al te slapen.
De deur gaat gewoon voor hen open.
De volgende deur ook, en de volgende ook.
En dan staat Petrus buiten!
Pas als de engel weg is, beseft Petrus dat dit echt is.

dia 12 – Rhode
Petrus weet waar hij heen moet:
naar één van de huizen waar christenen aan het bidden zijn.
Net als Petrus kunnen ze het daar eigenlijk niet geloven.
Niemand had erop gerekend dat Petrus bevrijd zou worden.
Het meisje dat Petrus op de deur hoort kloppen, vergeet open te doen,
en de anderen geloven haar niet eens.
Maar Petrus staat er echt!
Iedereen is superblij.

dia 13 – open deuren
God opent deuren, nog altijd.
Er zijn allerlei verhalen van vervolgde christenen die het gemerkt hebben.
Dat ze op een wonderlijke manier konden ontsnappen.
Of dat hun vijanden tot geloof kwamen.
Het gaat niet altijd zo.
Een tijdje voordat Petrus in de gevangenis kwam,
was Jakobus, een andere leerling van Jezus, wel gedood.
Voor Petrus blijft het ook gevaarlijk:
hij vertrekt zo snel mogelijk uit Jeruzalem.

Waarom God de een wel bevrijdt en de ander niet, dat weet ik niet.
Ik weet wel dat God altijd wint.
Hij is sterker dan de vijand, de duivel.
De duivel probeert de kerk uit te roeien,
hij wil dat niemand in de wereld in Jezus gelooft.
Maar hoe zwaar christenen ook vervolgd zijn en nog altijd worden,
het is de duivel nog altijd niet gelukt.
Het zal hem ook nooit lukken.
Er zullen altijd mensen tot geloof blijven komen.
God opent deuren voor Jezus.
En met Jezus staat de deur van de hemel wijd open.
Amen.




Marcus 14:32-52 | Zwak is sterk

Hoe reageer je als je straf krijgt die je niet hebt verdiend? Dan protesteer je toch? Jezus niet. Zijn vrienden willen voor hem vechten, sterk voor hem zijn. Maar Jezus laat het gebeuren. Want als je zwak durft te zijn, ben je pas echt sterk!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: God kent jou vanaf het begin (KidsOpwekking 77)
Een rivier vol van vrede (KidsOpwekking 144)
‘k Stel mijn vertrouwen (GKB Gezang 168)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Als ik mijn ogen sluit’ (KidsOpwekking 85)
Gebed
Zingen: ‘Lees je bijbel, bid elke dag’
Lezen: Marcus 14 : 32 – 52
Zingen: Psalm 109 : 2 en 9
Preek
Zingen: ‘Waarom bleef u zo stil’(Elly en Rikkert)
‘Kinderen van de Vader’ (KidsOpwekking 17)
Quiz
Zingen: 10 geboden (melodie: ‘Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht’)
Gebed (gebedspunten uit kerkzaal)
Collecte
Zingen: Opwekking 706
Zegen

Zwak is sterk

Inleiding
dia 1 – straf
Het gaat vanmorgen over straf.
Wie van jullie heeft er wel eens straf gehad?
Steek je vinger eens omhoog.

Als je je vinger niet omhoog had, geloof ik je eigenlijk niet.
Volgens mij heeft iedereen wel eens straf gehad. Ja toch?

Wie heeft zijn broertje of zusje wel eens gepest?
En wat voor straf kreeg je daarvoor?
Wie durft?

Soms heb je gewoon straf verdiend.
Als je je zus aan haar haren trekt,
als je speelgoed van je broertje afpakt,
of als je op de muur kleurt.
Als je door rood fietst,
als je op school spiekt bij een toets,
of als je punaises op de stoel van je juf legt.

Maar soms heb je een straf niet verdiend,
is het helemaal niet eerlijk dat je straf krijgt.
Wie heeft er wel eens straf gekregen voor iets wat je niet hebt gedaan?

Het is stom als je straf krijgt voor iets wat je niet hebt gedaan.
Ik kan daar heel slecht tegen.
Dat is zo oneerlijk, zo onrechtvaardig!
Daar wordt je toch boos van?!
Dan denk je toch niet: ‘nou ja, pech, dan krijg ik maar straf…’

dia 2 – zwak is sterk
In het bijbelverhaal van vandaag krijgt Jezus straf.
Hij wordt gevangengenomen door soldaten.
Maar Jezus heeft helemaal geen straf verdiend!
Het gekke is dat Jezus het laat gebeuren.
Jezus gaat niet vechten, Jezus laat niet zien hoe sterk hij is.
Want zwak is sterk bij God.
Dat is het thema vanochtend: zwak is sterk.

1. Sterk doen
dia 3 – sterk doen
Kennen jullie Petrus?
Petrus is één van Jezus’ vrienden.
Waar Jezus is, daar is Petrus ook te vinden.
Ook die nacht.
Petrus was erbij toen Jezus gevangen werd genomen.
Luist maar naar zijn verhaal.

dia 4 – Petrus
‘Tja, waar moet ik beginnen.
Eerst maar even voorstellen: ik ben Petrus.
Ik ben visser, maar nog veel liever vertel ik mensen over Jezus.
Wat heeft die man mijn leven op de kop gezet!
Ik was zijn vriend, ik dacht dat ik hem kende,
maar ik had het helemaal mis.
Daar ben ik die nacht wel achter gekomen.
Ik heb toen dingen gedaan waar ik me voor schaam,
maar ik wil het jullie toch vertellen,
want het gaat niet om mij, maar om Jezus.

dia 5 – Jezus bidt
Het was donderdagavond.
Een avond om nooit te vergeten.
Wat is er toen veel gebeurd!
Eerst hebben we met elkaar gegeten,
een feestmaaltijd, want het was Pesachfeest.
Na het eten maakten we een wandeling naar een mooie tuin: Getsemane.
Toen we daar waren vroeg Jezus aan Jakobus, Johannes en mij
of we met hem mee wilden gaan.
Natuurlijk zijn we met hem meegegaan, dat doe je toch voor een vriend?
Maar toen ging het mis.
Jezus ging bidden, we merkten dat hij het zwaar had.
“Abba, Vader, voor u is alles mogelijk.”
Maar wij vielen in slaap.
Stom he? Kon ik die avond maar overdoen…

dia 6 – Judas
Van slapen kwam daarna weinig meer terecht.
Jezus maakte ons wakker en riep de andere leerlingen erbij.
Maar terwijl wij ons nog uitrekten, even gaapten en de slaap uit de ogen wreven,
kregen we de schrik van ons leven.
Opeens, van alle kanten, kwamen er soldaten aan.
Ze hadden grote fakkels bij zich en maakten me toch een kabaal!
We konden geen kant meer op.
Nog voor we doorhadden wat er eigenlijk gebeurde,
stapte er tussen de soldaten een man naar voren.
Het was Judas.
Hij liep recht op Jezus af en kuste Jezus.
Voor de soldaten teken om Jezus aan te houden.
Dat geloof je toch niet?
Judas, een vriend van ons!

Wat moet je dan?
Je beste vriend wordt gevangengenomen door soldaten met wapens.
Moesten we dat zomaar laten gebeuren?
Maar Jezus had niets gedaan!
Jezus had geen straf verdiend.
Het slaat nergens op dat Jezus gevangen wordt genomen.
Het is zo oneerlijk!

Wat zou jij doen?
Als je beste vriend op school in elkaar gemept wordt,
dan kom je toch voor hem op?
Als iets zo oneerlijk is, dan laat je het toch niet gebeuren?
Dan moet je juist sterk zijn, dan moet je je vriend helpen.
Dat deden wij dus ook!

dia 7 – zwaard
Ach, ik weet wel, we konden niets beginnen.
Maar op zo’n moment denk je daar niet aan.
Ik kon nog maar één ding denken: ‘dit mag niet gebeuren.’
Ik had mijn zwaard bij me en heb geen moment getwijfeld.
Ik trok mijn zwaard, en in één beweging sloeg ik iemand zijn oor eraf.
Ja, ik kan wel eens wat opvliegend zijn…
Maar het was zijn eigen schuld:
hoe durf je Jezus zo oneerlijk te behandelen!
Ik wilde Jezus verdedigen, sterk zijn,
dat doe je toch voor een vriend?’

2. Jezus: zwak is sterk
dia 8 – Jezus: zwak is sterk
‘Zoals ik zei, ik heb dingen gedaan waar ik me nu voor schaam.
Ik dacht dat Jezus mijn hulp nodig had,
dat hij blij zou zijn dat er ten minste nog iemand voor hem opkwam.
Ik had het verkeerd.

dia 9 – overgave
Ik had het kunnen weten.
Jezus heeft het zo vaak gezegd:
“als iemand je een klap in je gezicht geeft,
draai je hoofd dan naar de andere kant zodat hij nog een keer kan slaan”,
“verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet.”
We dachten dat Jezus overdreef.
Maar Jezus meende het.
Voor Jezus hoef je niet sterk te doen,
want bij Jezus gaat het anders: zwak is sterk.

Die nacht deed Jezus wat hij altijd al had gezegd.
Wij stonden klaar om voor Jezus te vechten.
Maar Jezus bleef rustig.
Hij zei dat we niets moesten doen, dat we onze zwaarden moesten neerleggen,
en dat het goed was dat hij opgepakt werd.
Jezus liet het gewoon gebeuren,
zonder zelfs maar te mopperen liet hij zich arresteren.
Ik snapte er helemaal niets van!

Ik was trouwens niet de enige.
Zelfs de soldaten hadden zoiets nog nooit meegemaakt.
Ze waren op alles voorbereid.
Ze hadden gerekend op een stevige vechtpartij,
maar ze hadden hun wapens net zo goed thuis kunnen laten.
Jezus was helemaal niet onder de indruk van dat leger!
“Waar is dat nou allemaal voor nodig?” had Jezus gezegd.
“Ik ben toch niet gevaarlijk?
Doe die wapens toch weg, die heb je tegen mij niet nodig.
Hebben jullie echt zo weinig van mij begrepen?
Ik heb toch nooit gevochten?
Ik kom gewoon met jullie mee!”

Daar hadden de soldaten dus niet op gerekend.
En wij ook niet.
Trouwens, als Jezus niet mee zou willen,
hadden die wapens ook helemaal niets geholpen.
Jezus is toch veel sterker dan een paar wapens?
Maar dat is precies waar het om gaat:
‘als Jezus niet mee zou willen’ – maar Jezus wíl juist mee!
Dat snap je toch niet?!

dia 10 – berusting
O, nee, voor Jezus was het ook niet makkelijk.
Ik zag de pijn in zijn ogen.
Eerder die avond, toen wij lagen te slapen,
had Jezus het uitgeschreeuwd tegen zijn Vader:
“Abba, Vader, voor u is alles mogelijk,
houd dit zware lijden bij mij weg.”
Maar het moest zo gebeuren, en Jezus wist het.
Na zijn gebed had hij er rust bij.
Jezus geeft zich over.

Jezus lijkt een zwakkeling,
en pas later ontdekte ik hoe sterk Jezus was.
Schoppen en slaan is niet zo moeilijk.
Boos worden als je niet eerlijk wordt behandeld ook niet.
Het is veel moeilijker om rustig te blijven,
om niet te vechten en van je vijanden te houden.
Jezus heeft altijd gezegd dat liefde het allerbelangrijkste is,
en zelfs die nacht kon niemand Jezus verleiden om te vechten.
Jezus doet niet mee met dat geweld, en dat maakt hem de winnaar.
Hij lijkt zwak, maar hij is sterk!’

3. Ben je zwak?
dia 11 – ben je zwak?
‘Achteraf snap ik het.
Denk ik: hoe heb ik zo stom kunnen zijn dat ik het niet begreep?!
Maar ja, achteraf is het altijd makkelijker.
Dat heb je zelf vast ook wel eens.
Dat je bijvoorbeeld helemaal niets snapt van rekenen,
en dat als je juf het dan uitlegt, je denkt:
“waarom snapte ik dat niet direct?”
Ik zou willen dat ik Jezus toen al begreep.

dia 12 – Petrus’ berouw
Maar niemand begreep Jezus.
Toen ik merkte dat Jezus niet van plan was te vechten,
dat hij gewoon met die afschuwelijke mannen mee wilde gaan,
dacht ik: “dit kan niet waar zijn!
“Kom op, Jezus, zo mag het niet aflopen!
Laat dan zien hoe sterk je bent!”
Ik schaamde me voor hoe makkelijk Jezus zich liet pakken.
Dus ik ben weggerend.
Ja, ik ben weggerend: ik zei toch dat ik stomme dingen heb gedaan?
Weg van die soldaten, weg van Jezus.
Ik was een lafaard, ik liet Jezus in de steek, net als de anderen.
Jezus bleef alleen achter met de soldaten.

Ik was boos op Jezus, ik vond dat hij ons in de steek liet.
Wat zat ik er ver naast!
Pas toen Jezus met Pasen uit de dood is opgestaan,
begon ik het te begrijpen.
Toen begreep ik dat Jezus niet zwak was, maar sterk!
Het is veel makkelijk je te verzetten dan je over te geven.
Daar moet je pas sterk voor zijn!
Bij Jezus gaat alles anders.
Eerst was ik onder de indruk van zwaarden en andere wapens,
maar nu ben ik onder de indruk van Jezus!
Hij koos ervoor om niet te vechten,
omdat hij zijn leven voor jou en mij wilde geven.
Nu wil ik niets liever meer dan Jezus aanbidden:
“Jezus, wat bent u sterk!”

dia 13 – arrestatie Petrus
Jezus heeft mijn leven op de kop gezet.
Ik zal nooit meer van hem vluchten!
Ik heb zelfs al een paar keer in de gevangenis gezeten,
omdat mensen niet wilden dat ik over Jezus vertel.
Het gekke is: daarna ben ik alleen maar meer van Jezus gaan houden.
Ik hoef niet meer sterk te zijn,
want ik ben pas echt sterk als ik zwak ben!

Durf jij dat ook?
Bijvoorbeeld als iemand jou een blauw oog slaat.
Wat doe je dan?
Vroeger zou ik hem hebben teruggeslagen,
net zo lang tot hij sorry zou hebben gezegd.
Nu niet meer, nu zou ik rustig blijven, en het tegen juf zeggen.
Of als iemand lelijke dingen over je zegt.
Vroeger zou ik nog lelijkere dingen hebben teruggezegd,
want ik laat niet met mij spotten!
Nu laat ik het gewoon gebeuren, en blijf vriendelijk.

Nee, ik bedoel niet dat je alles maar over je heen moet laten komen.
Dat je niets mag zeggen als mensen oneerlijk tegen je zijn.
Maar van Jezus heb ik geleerd
dat ik niet altijd maar moet vechten voor mijn gelijk.
Ik probeer nu mijn vijanden lief te hebben,
net zoals Jezus van jou en mij houdt.
Dat is niet altijd makkelijk.
Maar het is wel de enige weg die werkt.
Ik geloof dat als iedereen dat zou doen,
de wereld een nog veel mooiere plek wordt.
Want zwak is sterk.
Kijk maar naar Jezus!’
Amen.