Job 1:21b | Dankbaar in voor- én tegenspoed

Je dankt God voor waar je blij mee bent. Maar als het tegenzit? Kan dankbaarheid dan nog steeds de grondtoon van je leven zijn?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Bij deze overdenking is geen powerpoint.

Liturgie
Welkom
Zingen: LvK Gezang 434 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 116 : 1, 3 en 6 (Levensliederen)
Gebed
Lezen: Job 1 : 13 – 22
Overdenking
Luisterlied: ‘Blessed be your name’
Getuigenissen
Zingen: Opwekking 733 (Frysk)
Slingergebed
Dankgebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 141 : 1 en 3
Zegen
Na afloop: bespreking en LvK Psalm 138 : 4

Dankbaar in voor- én tegenspoed

Vandaag danken we God.
En wat lezen we dan? Job…
Afgelopen 2 maanden hebben we ons met Job bezig gehouden,
zowel in de kerkdiensten
als met een leesrooster om thuis het boek Job door te lezen.
Ik hoop dat je het met me eens bent dat Job het lezen waard is.
Maar op dankdag?
Zouden we vandaag niet iets vrolijkers moeten lezen?
Job en dankdag, het is misschien een beetje een vreemde combinatie.

Maar dan wel minstens zo vreemd als dat vers uit Job:
‘de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.’
Het verhaal van Job moet nu zo onderhand wel bekend zijn.
Job is de rijkste bewoner van de aarde.
Maar van de ene op de andere dag zit Job aan de grond.
En dán komt die uitspraak:
‘de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.’

Stel het je even voor.
Je bedrijf gaat failliet – net als dat van Job.
Je gaat door een huwelijkscrisis – net als Job:
Jobs vrouw is hem niet bepaald tot grote steun.
Je moet je kinderen begraven – net als Job.
Je hebt de hele dag een niet te negeren pijn – net als Job.
En vul de tegenspoed uit jouw leven maar in.
Wat zeg je dan?
‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen’?!

Ok, wel eerlijk blijven: dit zegt Job in Job 1.
In de rest van het boek Job kom je déze toon niet meer tegen.
In het vervolg van het boek kom je vooral een Job tegen
die nog wel een appeltje met God te schillen heeft.
Maar Job zegt het hier toch maar mooi wel,
en herroept het nergens.

Hoe kun je het zeggen?
Hoe kun je de naam van de Heer prijzen, als je zo diep in de put zit?
Dat kan een vlucht zijn: de grote boze wereld is tegen jou,
maar gelukkig kun je altijd nog bij God terecht.
Maar Job zegt niet: ‘de Heer heeft gegeven,
de Sabeeërs, de bliksem, de Chaldeeën en de storm hebben genomen,
de naam van de Heer zij geprezen.’
Nee: ‘de Heer heeft genomen.’
Job houdt God verantwoordelijk.

En tóch prijst hij zijn naam.
Of beter: zegent hij de naam van de Heer.
Tot grote verbijstering van Satan die toekijkt.
Zegenen: in het Hebreeuws het woordje ‘barak’.
Je komt het nog wel eens als naam tegen:
Barack Obama of Ehud Barak.
Dat woordje, ‘barak’, is in Job al eerder gevallen.
Het komt uit Satans mond:
‘als u, God, aantast wat Job toebehoort,
zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’
‘Vervloeken’ – in de Statenvertaling staat ‘zegenen’.
Want dat zegt Satan letterlijk: ‘dan zal Job u zegenen.’
Satan bedoelt het ironisch:
‘natuurlijk zal Job u dan niet zegenen, hij zal u vervloeken!’
Maar Job doet het doet het écht: hij zegent de Heer.
Satan heeft het nakijken.

Job zegent de naam van de Heer.
Hij prijst zijn God.
Maar zegenen is meer:
het is uitspreken dat je wilt dat iedereen goed over God praat,
dat met dankbaarheid, verwondering en ontzag over hem gesproken wordt.
Job wil niet dat als mensen het verhaal van zijn leed horen
vervolgens negatief over God gaan praten:
‘wat is dat voor God die zijn dienaar zo laat zitten?’
Nee, God moet gezegend worden!

Hoe Job dat kan zeggen?
Omdat Jobs geloof niet draait om wat God geeft of neemt.
Het gaat Job om God zelf!
Job is geen aanhanger van het welvaartsevangelie,
dat je gouden bergen belooft als je maar gelooft.
Job is ook niet iemand die het wel zonder God afkan
maar als het noodlot toeslaat opeens gaat bidden.
Jobs gelooft, daar verandert zijn situatie niets aan.

Zo danken we vandaag God.
Niet omdat alles mee zit.
Het is niet dat we deze avond mooi weer spelen,
doen alsof het allemaal even fantastisch is.
Job dankt God niet voor alle tegenspoed.
Maar dankbaarheid blijft wel de grondtoon van zijn leven.

Soms kom ik bij mensen bij wie alles tegenzit,
en dan hoop ik dat ik iets van het licht van Christus kan laten zien.
Maar wat gebeurt er: ík kom er bemoedigd vandaan!
Dan heb ik iets gezien van dankbaarheid, van God zegenen,
ook al lijkt er op het eerste gezicht weinig te danken.
Met die dankbaarheid gaan we vandaag naar onze Heer.
Omdat, wat er ook gebeurt, we Jezus Christus mogen kennen.
Daarom kiezen we ervoor te zeggen: gezegend is de naam van de Heer.
Amen.




Psalm 67:7-8 | Zegen is om te delen

Dankdag: we danken God voor de oogst. De supermarkten liggen vol. Dat is zegen, dat is genade. Niet bedoeld om voor jezelf te houden, want Gods zegen is om van te delen.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Bij deze preek is geen powerpoint beschikbaar.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 393 : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 65 : 5 en 6
Gebed
Lezen: Psalm 67 : 1 – 8
Zingen: LvK Psalm 126 : 1, 2 en 3
Preek over Psalm 67 : 7 – 8
Luisterlied: The Psalm Project 67
Post-it-gebed
Zingen: GKB Gezang 132 : 2, 3, 4, 5 en 6
Dankgebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 47 : 1 en 4
Zegen

Zegen is om te delen

‘De aarde heeft een rijke oogst gegeven.’
Ik moet bekennen dat ik geen idee heb.
Ik heb geen idee of de aarde inderdaad een rijke oogst heeft gegeven.
Was het een jaar met goede opbrengsten van het land?
Was het een gemiddeld jaar?
Of viel het dit jaar eigenlijk een beetje tegen?
Ik heb geen idee…

Dat zegt natuurlijk iets over mij.
Mijn eten komt uit de supermarkt.
Daar hebben ze altijd genoeg,
of de oogst nu goed is geweest of niet.
En die enkele keer dat iets even niet op voorraad is,
dan baalt de supermarkt daar misschien nog wel meer van dan ik.
Het enige wat ik merk is of de appels wel of niet in de aanbieding zijn,
en als ze vaak in de aanbieding zijn, zal de oogst wel goed zijn geweest.

Ik denk dat ik niet de enige ben die niet zo veel merkt van de oogst.
Ik kom in ieder geval behoorlijk wat mensen tegen in de supermarkt.
En zelfs boeren, die in 1 of misschien 2 producten zijn gespecialiseerd,
komen voor de overige levensmiddelen gewoon in de supermarkt.
Heeft de aarde een rijke oogst gegeven?

Misschien moet je maar gewoon zeggen:
‘ja, die supermarkten bewijzen het.’
We leven in een heel andere wereld dan de wereld van Psalm 67,
maar we hebben het goed.
Laten we onszelf vooral niet aanpraten dat het slecht gaat met Nederland!
Ik denk dat het niet voor niets is
dat zo veel vluchtelingen juist naar Europa komen.
Uit oorlogsgebieden, zoals Syrië en Irak,
maar ook uit rustige landen zoals Tunesië en Marokko.
Misschien hebben ze te hoge verwachtingen,
Europa is het paradijs niet,
maar het leven hier is behoorlijk goed.

Zelf weet ik niet beter.
We zijn gewend aan volle supermarkten.
Maar het houdt niet op bij ‘de aarde heeft een rijke oogst gegeven.’
Het gaat verder: ‘God, onze God, zegent ons.’
Een rijke oogst, voorspoed, is niet vanzelfsprekend.
Het is zegen, het is genade, God geeft het.
We denken dat we recht hebben op van alles.
Maar het is geen kwestie van rechten, het is een kwestie van genade.
Ik verdien geen volle supermarkt,
en ik heb er al helemaal niet meer recht op dan een ander,
bijvoorbeeld die Tunesiër die hoopt het in Europa beter te krijgen.
Een rijke oogst, voorspoed, het is geen recht maar genade.
Een geschenk van God.

De oogst is dus een zegen.
Maar zegen is veel meer dan oogst.
Sterker nog: ook als de oogst tegenvalt,
of, even naar onze tijd gehaald, als de supermarkten leeg zijn,
of als je maar weinig geld hebt om in die supermarkten uit te geven,
dan kan Gods zegen er nog altijd zijn.
Psalm 67 begint met een gebed om zegen, en dan gaat het niet direct om de oogst.
‘Wees ons genadig en zegen ons,
laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.’
Misschien komen de woorden je bekend voor.
Dat kan kloppen: ze komen in de kerkdienst regelmatig langs,
het zijn woorden uit de priesterzegen uit Numeri,
de zegen die we ook aan het einde van deze dienst meekrijgen.

Échte zegen is als God met je is.
Als God genadig met je is.
Als het licht van zijn gelaat over jouw leven straalt.
Met andere woorden: als hij in je leven aanwezig is.
Ook als het een minder jaar is,
dat je weet dat je niet alleen bent,
dat je de liefde van God in je leven ervaren mag.
Dat is nog veel mooier dan een rijke oogst!
Die rijke oogst en volle supermarkten,
die worden pas echt mooi als je ziet dat God met je is,
als je het als zegen van God mag ervaren.

‘God, onze God, zegent ons.’
Maar zegent hij dan alleen ons?
Hebben de mensen met een rijke oogst, de mensen met volle supermarkten,
gewoon geluk gehad, en moet de rest het maar uitzoeken?
Psalm 67 gaat verder:
‘zodat men ontzag voor God heeft, tot aan de einden der aarde.’
En eerder in de Psalm ook al:
‘dat de volken u loven, God, dat alle volken u loven.’
Gods zegen heeft een doel: dat de hele wereld hem kent.
God zegent ons niet zodat wij alles voor onszelf kunnen houden,
zodat wij ons zo veel mogelijk kunnen toe-eigenen.
Het doel van Gods zegen is dat de hele wereld hem kent,
dat alle volken God prijzen.

Gods zegen is niet bedoeld om voor jezelf te houden.
Je houdt voor jezelf waar je recht op hebt.
Maar dat is nu juist het punt:
ik heb geen recht op een leven in overvloed, dat is genade.
Als je echt gelooft dat een rijke oogst, volle supermarkten en een goed leven van God komen,
dat je daar Gods genade in mag ervaren,
dan kún je het gewoon niet alleen voor jezelf gebruiken.
Het is Gods bedoeling dat hij door zijn zegen bekend wordt,
en dat wordt hij niet als wij er gierig mee omgaan!

Laten we de wereld delen in de zegen van God?
Ontvangen we zijn zegen om zelf tot zegen te zijn?
Tot zegen voor de samenleving,
door te laten zien dat de zegen van Gods genade prachtig is.
Dat het heerlijk is om voorspoed niet als recht te zien,
iets waar je keihard voor moet werken, wat je moet verdienen,
maar wat je ook zomaar kunt verprutsen.
Het is genade, en wat een ontspanning geeft dat!
Wat een zorgen scheelt dat voor de toekomst!
Dan hoef je niet te klagen dat het zo slecht gaat,
dat je tekort wordt gedaan,
dat Nederland hard achteruit holt,
maar dan kun je dankbaar zijn met wat je gekregen hebt.
Dát is God in je leven.

Het is ook dat je gul omgaat met de genade die je gekregen hebt.
Gods zegen krijg je om van te delen.
Het is niet Gods bedoeling om muren te bouwen om onze voorspoed,
om het af te schermen, om het te beschermen tegen buitenstaanders.
Om die vluchtelingen geen kans te geven.
God wil niet dat je anderen als bedreiging ziet voor jouw welvaart,
hij wil juist dat je ze delen laat in je welvaart!
Dankbaar zijn voor wat je van God hebt gekregen
betekent dat je er van wilt delen.
Bijvoorbeeld zometeen in de dankdagcollecte.
Maar ook door geld te geven aan goede doelen,
en dat mag je ook best in je portemonnee voelen.
En door gastvrij te zijn, vriendelijk.
Vergeet ook niet de grootste zegen te delen:
dat je met God mag leven.

Welke zegen zie je in jouw leven?
Waar ben jij God dankbaar voor?
Denk daar eens over na.
En bedenk dan hoe je hoe je met die zegen tot zegen kunt zijn.
Want zegen is om te delen.
Dan werk je mee aan die andere rijke oogst:
dat alle volken God loven.
Amen.




Prediker 9:7 – God danken door te genieten

Dankdag: een dag om stil te staan bij alles wat we van God krijgen en hem te bedanken. Maar danken, hoe doe je dat eigenlijk? Van Prediker mag je leren dat je God niet alleen met woorden bedankt maar ook door te genieten van wat God geeft.

 Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 145 : 1 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 146 : 1, 2 en 3
Gebed
Lezen: Prediker 9 : 1 – 12
Zingen: Psalm 104 : 4, 7 en 8
Preek over Prediker 9 : 7
Zingen: Opwekking 733
Post-it-gebed
Zingen: Psalm 68 : 2 en 8
Dankgebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 137 : 1 en 2
Zegen

God danken door te genieten

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag nemen we de tijd om God te bedanken.
Hem te bedanken voor alles wat we van hem krijgen.
Maar hoe doe je dat eigenlijk, danken?
Natuurlijk kun je God danken door een dankgebed uit te spreken
of door liederen van dankbaarheid te zingen.
Vanavond doen we dat ook.
Maar van Prediker kunnen we leren
dat we God niet alleen met woorden bedanken.
We danken hem ook door te genieten van wat hij geeft.

dia 2 – cadeautje
Als je een cadeautje geeft, vind je het fijn als iemand er echt blij mee is.
Als kind was ik weken van tevoren
al bezig met wat ik mijn moeder voor haar verjaardag zou geven.
Nu bedenk ik dat meestal veel te laat, maar dat terzijde…
Ik ging op zoek in winkels naar hét ultieme cadeau om mijn moeder blij te maken.
Uiteindelijk belandde ik bij de wereldwinkel,
en vond daar een houtsnijwerkbeeldje van volgens mij een giraffe.

En toen brak de grote dag aan: de verjaardag van mijn moeder.
Spannend: wat zou ze van mijn cadeautje vinden?
Natuurlijk zei ze: ‘dank je wel Mark, wat mooi!’
Maar het zou wat zijn als het daar bij bleef…
Dat het beeldje ergens in een kast vol rommel verdween,
of nog erger: in de afvalcontainer zou belanden.
Dat zou niet bepaald dankbaar zijn…
Gelukkig was mijn moeder wel dankbaar.
Het beeldje staat nog altijd in de vensterbank van mijn ouders.

dia 3 – God danken door te genieten
Met God is dat ook zo.
Dankbaar ben je niet alleen door ‘dank u wel’ te zeggen.
God danken doe je ook door te genieten!

1. Het leven is kort
dia 4 – het leven is kort
Prediker roept je op om te genieten.
Maar hoe komt hij daar eigenlijk bij?
In het gedeelte dat we gelezen hebben,
is Prediker lekker aan het somberen, zoals alleen hij dat kan:
‘Het leven is kort, voordat je het doorhebt is het voorbij,
en of je nu goed of slecht leeft,
dat verandert helemaal niets aan je toekomst.
Alles waar je je leven lang voor hebt gezwoegd,
is na je dood al snel weer vergeten.’
En wat ik zo mooi vindt: na al deze weinig opbeurende woorden,
geeft Prediker er opeens een heel positieve draai aan:
‘dus geniet van het leven.’
Hoe komt hij daarbij?!

dia 5 – we zijn druk met de toekomst…
Prediker is iemand die naar mensen kijkt.
In onze tijd zou hij misschien wel op een bankje op een druk station zitten
en mensen kijken: waar is iedereen toch mee bezig?
En Prediker denkt na over wat hij ziet.
Hij ziet mensen die rennen.
Mensen met dromen, mensen met idealen, mensen die een gelukkig leven zoeken.
Het zijn mensen die met hun toekomst bezig zijn.
We maken plannen voor later, en hebben het er maar wát druk mee!

dia 6 – …en vergeten vandaag
Prediker wordt er triest van.
Wat zwoegen mensen toch voor hun toekomst.
Maar uiteindelijk sterft iedereen.
Waar jij zo druk mee was, is dan zo weer vergeten.
Waarom maken we onszelf dan zo druk?
Het leven is al zo kort, en dan verspillen we het ook nog!
Want dat is waar Prediker naar toe wil.
Je kunt druk bezig zijn met de toekomst,
zo druk dat je vergeet vandaag te leven.
Je leeft voor de dingen die je wilt bereiken, voor de dingen die je niet hebt,
in plaats van dat je ziet wat je allemaal wél hebt en daarvan geniet.
Prediker heeft gelijk: dat is om triest van te worden.

2. Geniet van wat God geeft
dia 7 – geniet van wat God geeft
Prediker is niet somber over het leven: hij vindt het leven prachtig.
Prediker is wel somber over een leven waar je zo druk bent met de toekomst
dat je vergeet vandaag te leven.
Het leven is kort, dus vergeet niet ervan te genieten!
Kijk niet naar alles wat je nog eens wilt bereiken,
maar geniet van wat God je vandaag geeft!

dia 8 – kijk naar wat je hebt
God danken begint met kijken naar wat je hebt.
Prediker noemt van alles:
eten, drinken, kleding, een lekker geurtje en je levenspartner.
Hele gewone dingen.
Kijk maar goed om je heen wat je allemaal hebt, waar je blij mee bent,
en maak daar een feest van!

Misschien zit dat niet zo in je aard,
vind je het veel makkelijker om te zien wat je tekort komt.
Het kan ook zijn dat je denkt ‘ja, maar Prediker had makkelijk praten,
had ik maar werk of had ik maar een levenspartner,
dan had ik tenminste iets om van te genieten.’
Dan wil ik je graag uitdagen:
schrijf aan het einde van elke dag eens 3 dingen op waar je dankbaar voor bent.
Kijk eens met andere ogen naar je eigen leven,
niet naar alles wat er aan ontbreekt, maar naar wat je wel hebt.
Geniet van kleine en gewone dingen.

dia 9 – zie Gods hand erin
Daarin ziet Prediker de hand van God.
Alles wat je hebt, heb je van God gekregen.
Als je ervan kunt genieten, is dat een geschenk van God.
Zonder God zou er niets zijn om van te genieten.
God geeft ons dingen om van te genieten.
Geeft ons eten en drinken.
Geeft ons een lekker warme trui tegen de kou.
Geeft ons in de kerk aan elkaar als nieuwe familie.
Vandaag staan we stil bij al die zegeningen.
Vieren we feest om alles wat God ons geeft.

3. Daar geniet God van
dia 10 – daar geniet God van
En God vindt dat fijn!
God geniet ervan als wij genieten van wat hij ons geeft,
God geniet als wij daar feest om vieren.
Door te genieten bedanken we God.
Daarom hebben we voor deze dienst ook een maaltijd gehouden.
Die maaltijd was geen ‘opwarmertje’ voor deze dienst ofzo…
Nee: door samen te genieten van de maaltijd,
zijn we al begonnen met God te danken.
En als je het hebt gemist, hoop ik dat je thuis van de maaltijd hebt genoten.

dia 11 – God heeft je gemaakt om van te genieten
Als wij genieten van wat God geeft,
danken we God en geniet God daarvan.
Prediker zegt dat zo:
‘God ziet alles wat je doet al lang met welbehagen aan.’
Dat betekent niet dat God blij is met alles wat wij doen.
Onze zonde kan God echt niet ‘met welbehagen’ aanzien.
Het betekent wel dat God ons gemaakt heeft
zodat hij van ons kan genieten.
Hij geeft ons veel, heel veel, en hij wil dat je ervan geniet.
Dat ziet God met welbehagen aan.

dia 12 – dat feest wordt alleen maar groter
En het wordt alleen nog maar mooier.
Van Jezus wordt gezegd dat God hem ‘met welbehagen’ aanzag.
God geniet van zijn zoon.
En Jezus maakt de weg vrij, ruimt de zonde op,
zodat jij van God en God van jou kan genieten.
Als je Jezus volgt, kijkt God niet naar jouw zonden, maar naar Jezus.
Nog zo’n reden om dankbaar feest te vieren,
en een nog veel groter feest te verwachten.
Prediker heeft het over ‘vrolijke kleren’,
of, zoals het in oudere vertalingen stond, ‘witte kleren’.
In het bijbelboek Openbaring, hoofdstuk 3:5, gaat het ook over witte kleren:
‘wie overwint zal zich in het wit kleden.’
Het gaat daar over het feest dat komt als we bij God zijn:
op een dag zullen we bij God eten in onze feestkleren.

Naar dat feest kijken we uit, we hebben er zin in.
En we beginnen er nu al mee.
Door te genieten van alles wat God geeft en hem zo te bedanken.
Dus dank God, geniet!
Amen.




Johannes 6,1-15 – We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Dankdag voor gewas en arbeid

 

Liturgie

Voorzang LB 448,1.3.4
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Gez 146,1.2
Gebed
Lezen: Johannes 6,1-15
Zingen: Ps 33,2
Preek
Zingen: Ps 33,1.8
Dankgebed:
- inleidend zingen: gez Gez 159,1
- danken voor eten en gewas
- danken voor werk, pensioen, uitkering
- danken voor school en studie
- danken voor wat we als gemeente krijgen
- afsluiten met gez 159,2
Collecte
Zingen Ps 150
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 6,1-15 – We danken God, want Jezus zorgt voor ons!

1. Johannes 6 leek me een mooi gedeelte om vanavond over te preken. Ik wilde graag een gedeelte uit het Johannes-evangelie nemen. En dan is op dankdag deze geschiedenis een goede mogelijkheid. Toen ik ermee bezig ging, viel me op hoe bemoedigend dit verhaal is. We kunnen God danken, want Jezus zorgt voor ons!

Ik vind het mooi dat er zulke bemoedigende stukken in de Bijbel staan. Want misschien ben je hier wel heen gekomen met zorgen in je hart.

Kijk om je heen in onze gemeente en daarbuiten en je ziet de gevolgen van de economische crisis. Je leest hoe onzeker de toekomst is. Het afgelopen jaar was economisch een slecht jaar. En als je hier dan nu zit – werkeloos? Op zoek naar een baan? Als de fabriek waar je werkt failliet is gegaan?

Je hoeft het nieuws maar een beetje te volgen om te weten dat de boeren een veel te lage prijs krijgen voor hun melk.

En wat zijn de vooruitzichten voor komend jaar? Zo nu en dan zie je berichten dat de economie door het diepste dal heen is. Anderen spreken dat weer tegen. In de bouw, bij de overheid, in de zorg, moet de grote klap nog komen, zeggen ze.

Wie moet je geloven? Hoe ziet de toekomst er uit? En dan hier zitten om te danken? Kun jij God danken met een onbezorgd hart? Of kom je hier vol met zorgen?

Tegelijk: ik sprak vandaag Klaas Wiersma even om te horen hoe het landbouwjaar 2009 was. Hij vertelde dat het een prachtig seizoen geweest is. Het was mooi weer. De regen kwam steeds op tijd. En nu met dankdag staan de koeien nog buiten. Dat had hij nog nooit meegemaakt. De oogsten zijn goed: veel mais en gras, van goede kwaliteit. Alles is zonder problemen gelopen, het land is niet beschadigd door zware machines in te natte grond.

Economisch en financieel kun je je zorgen maken. Laten we ook zien wat we hebben gekregen van God, het afgelopen jaar. We hebben allemaal eten en drinken. Velen van ons zijn gezond. We hebben een huis om in te wonen. We mogen samen gemeente van Jezus Christus zijn – we hebben zeker reden om te danken.

Maar goed, de zorgen over de economische crisis blijven. Over de gevolgen op langere termijn. En als je dan naar Johannes 6 luistert, dan hoor je daar dingen die ik heel mooi en bemoedigend vind.

2. Je zult maar met een groepje van 13 je in de heuvels terug willen trekken. Even rust. En als je dan neerploft op een berg, zie je in de verte massa’s mensen. Duizenden mensen komen je achterna. In de middle of nowhere.

Ze komen voor Jezus. Jezus had wonderen gedaan: veel zieken had hij genezen. Ze willen meer!

Ze zijn in het gebied waar Filippus vandaan komt. Filippus weet dus de winkels wel te vinden. Dus Jezus vraagt aan Filippus: waar kunnen we brood halen voor al deze mensen?

Filippus slaat eerst eens aan het tellen en aan het rekenen. Hoeveel mensen zijn er? Wat eten ze per persoon? Hoeveel brood hebben we dan nodig? En wat kost dat? Nou, als ik een krappe berekening maak, kom ik uit op 200 denarie. 200 dagen werken. Je moet ruim een half jaar werken om al die mensen te eten te geven. En dan hou je zelf niks over om van te leven!

Dus Filippus zegt tegen Jezus: naar de winkel gaan? Dat hoeven we niet te proberen. Dat kunnen we nooit betalen voor al deze mensen!

Andreas hoort ze praten. Hij gaat op onderzoek uit om eens te kijken wat er eigenlijk in voorraad is. En dat is knap weinig. 5 gerstebroden. Beslist geen luxe broodjes. Gerstebrood, dat eten de armen. En nog twee visjes. Wat heb je daaraan voor zoveel mensen, zegt hij tegen Jezus.

Maar weet je wat Jezus aan het doen is? Hij is ze aan het testen: geloven jullie wel in mij? Zelf weet hij allang de oplossing. Hij heeft een plan.

Hoe is dat met jou? Lijk jij op Filippus of Andreas?

Filippus sloeg aan het rekenen. Hij hield geen rekening met wat Jezus kon doen.

Andreas begon te tellen. Wat Jezus kon doen, telde hij niet mee.

Je gaat rekenen, je gaat tellen. Je bekijkt de cijfers van de afgelopen maanden. Je maakt prognoses voor de toekomst. En je denkt: oei, dat wordt hem niet. We lopen helemaal vast!

Thuis. We krijgen te weinig binnen. Laten we de giften voor de kerk en zo maar even stopzetten. Even wat minder in de collecte.

In je bedrijf. We moeten gaan snijden, dit lukt nooit meer. Je ligt ’s nachts wakker van de zorgen.

In de kerk. Wat is er niet allemaal gebeurd? Kijk eens wat er nu weer speelt! Je verliest de moed.

3. Hoezo is Jezus ze aan het testen dan? Is de reactie van Filippus en Andreas niet zo logisch als wat?

Hun reactie is logisch, zolang je Jezus niet kent.

Maar Jezus weet al wat hij gaat doen. Hij doet alsof er niks aan de hand is. Vijf gerstebroden en twee vissen? Prima!

‘Laat iedereen maar gaan zitten.’

Het is voorjaar, de tijd voor Pasen. Overal is nog lekker fris groen gras. Dus zitten is geen probleem.

Als iedereen zit, neemt hij brood en vis en spreekt het dankgebed uit.

‘Geprezen bent u, Heer onze God, koning van de wereld, die brood uit de aarde tevoorschijn doet komen’.

Wat is dat voor raars? Jezus doet net alsof er geen probleem is! Hij maakt de mensen blij met een dooie mus! Nu denken ze dat ze eten krijgen. Maar er is helemaal geen eten!

Hij dankt God – terwijl hij zich juist zorgen moet maken.

Kan hij dan niet tellen? Niet rekenen?

Maar Jezus maakt zich geen zorgen. Onbekommerd dankt Hij God voor zijn gaven. Alsof er meer dan genoeg is.

Wat zou jij gedacht hebben van Jezus? Wat doet hij nu weer?

Maar Jezus gaat uitdelen. Stukken brood, stukken vis. Hij blijft uitdelen. Hij blijft uitdelen en het gaat maar door! Er zitten wel 5000 mannen in het gras, dus met vrouwen en kinderen erbij zijn het misschien wel 20.000 mensen. En ze krijgen allemaal te eten, zoveel als ze willen. Er is zelfs over. Uiteindelijk hebben ze aan het eind meer dan in het begin. Elke discipel kan er de komende tijd van eten: twaalf manden met stukken brood en vis.

Wat een maaltijd!

Je begint met te weinig.

Er is veel te weinig voor iedereen!

Maar je geeft het aan Jezus.

En met dat weinige kan Jezus iedereen meer dan genoeg geven.

Dat is toch geweldig bemoedigend?

Wij gaan rekenen en tellen. We maken een reële inschatting en we zien: dit gaat niet lukken.

Maar Jezus neemt dat in zijn handen. Het is maar weinig. Het lijkt nooit genoeg. Toch: Hij deelt het uit. En het wordt alleen maar meer. Hij blijft delen. Meer dan genoeg voor iedereen!

Wat zullen Filippus en Andreas gedacht hebben?

Hun rekenen, hun tellen, hun prognoses, wat blijft ervan over?

Het klopte allemaal, het was allemaal reëel – zo lang je geen rekening houdt met Jezus.

Als Jezus voor je zorgt, dan heb je nooit te weinig!

4. De mensen zijn laaiend enthousiast over Jezus. Hij moet koning worden!

Maar Jezus wil niet dat ze hem koning maken.

In z’n eentje gaat hij ervan door.

Dat moet ons aan het denken zetten.

Jezus kan veel met weinig. Dat onze mogelijkheden klein zijn, voor Jezus maakt het niet uit. Weinig geld, weinig capaciteit, weinig energie – Jezus kan er altijd wonderlijk veel uit halen.

Bemoedigend in een tijd van crisis.

Een opsteker in onze gemeente.

Maar: het gebeurt wel op de manier van Jezus.

Hoe ga jij daar mee om?

Mag Jezus zelf bepalen hoe Hij voor jou zorgt?

Ben jij alleen dankbaar als jouw verlanglijstje afgewerkt is?

Geloof je dat als Hij voor je zorgt, het goed met je zal gaan?

En dat is soms best lastig.

Wij leren immers: je moet eerst goed voor jezelf zorgen voordat je voor anderen kunt zorgen.

Eerst mijn eigen huis en hypotheek op orde. Eerst aan mijn eigen energie denken. Dan kan ik ook wat geven aan anderen, aan de kerk: tijd, geld, energie.

En dan gaan we rekenen. Tellen. Oei, te weinig…

Jezus leert ons iets anders: Kijk niet naar je eigen voorraad, maar kijk naar mij! Geef je hele voorraad, geef jezelf aan mij. Vertrouw me: als ik ervan uit ga delen, houd jij meer dan genoeg over.

Geloof in mij!

Wees onbezorgd.

Wees dankbaar.

Jezus laat zien: Ik ben er. Ik houd van jou. Ik zal goed voor je zorgen.

Laat je dat doordringen tot in je hart?

Geloof jij dat?

Vijf broden en twee vissen. Hij maakt er eten van voor duizenden mensen. En dan nog zijn er twaalf manden over. Jezus heeft dit niet voor niets gedaan. Als je verder leest in Johannes 6 dan zie je dat. Jezus wil laten zien: Ik ben het levende brood. Ik geef jou nog veel meer dan brood en vis. Ook ik geef mezelf – voor jullie.

Ook Jezus geeft zichzelf. Hij is voor ons gestorven aan het kruis. Hij zelf wil in ons wonen. We leven als we zijn lichaam eten en zijn bloed drinken. Door Hem mogen we leven als Hij in ons is en wij in Hem. Leven voor altijd.

Geloof in Jezus.

Dan krijg je altijd alles wat je nodig hebt. Misschien niet zo luxe: gerstebrood is ook goed. Maar wel meer dan genoeg om van te leven.

Dan kun je God altijd danken.

Dat gaan we doen. We danken God, want Jezus zorgt voor ons.




Psalm 65 – Dank God met de weilanden en de akkers

Dankdag

Liturgie

  • Voorzang: Ps 65,1
  • Stil gebed
  • Votum Groet
  • Zingen Ps 65,2.3
  • GebedSchriftlezing: Ps 65
  • Zingen: Ps 65,4
  • Preek
  • Zingen: Ps 65,5-6
  • Dankgebed:
  • Inleidend Gez 141,1
  • Dankgebed in vier delen
  • Afsluitend gezang 141,3.
  • Collecte en voedselpakketten
  • Zingen: Gez 166,1.2.4
  • Zegen

Preek over Psalm 65 – Dank God met de weilanden en de akkers

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1 . We komen hier bij elkaar om God te danken voor gewas en arbeid, zoals dat zo mooi heet. Dat gaan we straks doen.

Maar: hoe was het afgelopen seizoen eigenlijk? Is er reden om te danken? Bijvoorbeeld voor het gewas? Ik heb het eens even gevraagd aan de veeboeren in de gemeente. Het was een raar jaar door het weer. Het jaar begon wel goed. De eerste snee van het gras – de eerste keer grasmaaien – leverde goed gras op. Maar toen bleef het droog. Lang viel er geen regen. De maïs werd gezaaid in droge akkers. En het was de vraag: Kan de maïs wel ontkiemen? Of zaaien we voor niks? Door de droogte groeide het gras minder goed. Maar toen kwam de regen. En die bleef. Na een droog begin kwam een nat einde. De maïs ging groeien. Maar het werd wel spannend: is de akker niet te nat om te oogsten? Kunnen we wel oogsten? Gelukkig, dat kon. De maïs is geoogst en binnen. Op zich was het dus best een goed jaar. Genoeg om voor te danken. Met de koeien ging het goed. De maïs is gegroeid en geoogst. De boeren konden hun werk doen. Genoeg reden om dankbaar te zijn.

Maar ja, we collecteren voor de ZOA in Ethiopië. Daar zitten mensen in vluchtelingenkampen te wachten. Uitzichtloos. Het is de vraag of er voldoende eten en drinken is. Er zijn verschillende conflicten in het land. De situatie is niet stabiel. Vrede is altijd weer bedreigd.

En vandaag had ik Sietske Marinus aan de telefoon. Ook zij heeft het zwaar. Pijn. Toekomstplannen die je los moet laten. Accepteren dat je leven beschadigd is en blijft. Kan je dan danken? Als je ziek bent en wacht op de start van een behandeling…

Wat doe je dan? Afwegen wat goed gaat en wat niet? Plussen en minnen – de credietcrisis naast de verkiezing van Obama zetten? Hoe valt het dan uit – danken, of niet?

Danken gaat niet vanzelf. Herken je dat bij je zelf? Misschien wel, misschien ook niet. Maar het is een feit dat niet iedereen in Nederland vandaag God dankt. Danken gaat niet vanzelf. Danken? Wie moet ik danken dan? Danken? Waarvoor? Danken? In deze wereld?

Daarom staan we vanavond eerst stil bij Psalm 65. Het is een voorbeeld van een dankgebed. Wat kunnen we van die psalm leren voor ons eigen dankgebed zo meteen?

Voor alle helderheid: we lezen die psalm als een voorbeeld om van te leren. Niet om alle vragen op te lossen. Maar wel om ons te richten op het dankgebed van zo meteen.

2. Als je die psalm gaat lezen, kom je wel even in een ander kader terecht. Geen plussen en minnen. Nee, de psalm valt met de deur in huis.

‘U komt lof toe.’ God verdient het dat we Hem loven, en danken.

O ja? Waarom dan?

Misschien was er toen wel iets bijzonders gebeurd. Dan klopt het inderdaad. Stel je voor dat je een zwarte Amerikaan bent. En voor het eerst wordt er een Afro-Amerikaan president. Dan vier je feest. Dan ga je uit je dak. Hier wordt geschiedenis geschreven! Misschien was het hier ook wel zo. Dan kun je inderdaad zeggen: ‘U zult ontvangen wat u is beloofd’ – vers 2. Maar als ik iets heb gevraagd en niet heb gekregen? Als ik God helemaal niets beloofd heb?

Het is duidelijk – er is hier een gelofte gedaan. Iemand heeft gezegd: Ik zal u loven als … En dat is gebeurd!

Maar er is meer te zeggen. Er zijn meer redenen uit de psalm te halen om God te danken. Kijk maar even mee. En laat het dan ook eens tot je doordringen wat hier allemaal gezegd wordt. God verdient onze lof – om wie Hij is. Om wat Hij doet. Om hoe Hij met ons omgaat.

Vers 3: God luistert naar ons bidden. Hoeveel mensen kun jij tegelijk aanhoren? En hoeveel mensen denk je dat er naar God toekomen? God luistert naar het bidden van ons allemaal – onvoorstelbaar! Hoe vaak ben jij verstrooid of afwezig? God is niet afwezig of verstrooit, maar hoort ons.

Vers 4: God vergeeft onze misdaden. Heb jij wel eens met zonden rondgelopen die op je drukten? Een schuldgevoel dat je niet kwijtraakte? En ken je ook de opluchting als God je zonde weg neemt? Dat is wat God doet!

Vers 5: het is geweldig om bij God te horen. Je bent gelukkig als je bij God mag komen en bij God mag wonen. Want God is zo bijzonder. Ken je die momenten, dat je tot je door laat dringen: Ik mag bij God horen. En wonen bij God – dat is iets om van te genieten. Momenten dat je daardoor helemaal rustig wordt?

Vers 6: God luistert niet alleen, Hij doet ook wat. Hij reageert op een ontzagwekkende manier. Eerlijk. Hij doet recht. Hij redt. Hij geeft de wereld hoop.

Kijk naar psalm 65. Danken begint met je richten op God.

God verdient het dat we Hem loven, en danken.

U komt lof toe.

3. Ik had het net over Barack Obama, de nieuwe president van Amerika. Over hem zijn mensen laaiend enthousiast. Ze zien hem als een soort Messias, een verlosser, lijkt het wel. In Kenia vieren ze feest. Alexander Pechtold van D’66 is helemaal blij omdat Obama gekozen is. EU leiders prijzen Obama de hemel in.

Je weet nu al dat hij dat nooit allemaal waar kan gaan maken. Hij gaat mensen teleurstellen. Op het moment van zijn verkiezing geeft hij mensen hoop. Yes, we can! Nu gaan er dingen veranderen. Maar zoveel gaat er niet veranderen. Onze wereld is een oneerlijke wereld, krom en ingewikkeld.

En God? God verdient het dat we Hem loven – O ja? Wordt dat niet ook een teleurstelling? God als redder – wordt dat echt wat?

De einden van de aarde, de verten van de zee hopen op God. Maar gaat Hij die hoop niet net zo goed beschamen?

Kijk dan eens verder in psalm 65. Vers 7-9. Over wie hebben we het hier?

God heeft de bergen vastgezet. Ben je wel eens in de bergen geweest? Bergen van meer dan drie duizend meter hoog gezien? God is schepper van de aarde, die ook de bergen heeft gemaakt.

Heb je wel eens gezeild met meer dan windkracht vijf? Ik zelf niet, maar ik heb wel van mensen gehoord dat je dan wel echt onder de indruk komt van de kracht van de wind en het water. Bij windkracht 7 zijn de golven op de Noordzee zo’n 4 meter hoog. Bij windkracht 10 worden ze huizenhoog. Het geraas van de zeeën, het gebulder van de golven wordt door God tot bedaren gebracht. God is de schepper van de aarde, die boven het natuurgeweld staat.

Maar wat misschien nog veel belangrijker is: God brengt ook het tumult van de volken tot bedaren.

De Ethiopiërs en de Sudanezen.

De Joden en de Palestijnen.

De Sjiieten en de Soennieten in Irak.

De Taliban en de Amerikanen in Afganistan

Noem het maar op.

God is de schepper van de aarde die boven het tumult van deze oneerlijke wereld staat.

Over die God hebben we het hier. Dat is de God die we danken. Dat is God die lof toekomt.

Geloof je dat of geloof je dat niet? Geloof je in die God?

Het is die God die we straks gaan danken.

Onze schepper. Schepper van de natuur, het natuurgeweld, schepper van de volken.

Onze bevrijder ook. Machtiger dan het Joodse volk, het Romeinse rijk, de USA, of welk wereldrijk ook. Koning van de koningen – ook van Obama.

4. Die God danken we.

Dat doen we niet alleen. De schepping bestaat niet alleen uit mensen. Ook de rest van de schepping doet mee.

Kijk maar naar het slot van psalm 65:

De heuvels omgorden zich met gejubel,

De weilanden en de dalen zingen en juichen elkaar toe.

En dat is natuurlijk jubelen, zingen, juichen voor God.

Er is ook natuur die verdroogt. Er is woestijn. Er zijn onvruchtbare gebieden. Net zoals bij mensen is het ook in de rest van de natuur. Hier is bloei en vruchtbaarheid, daar is dorheid en schraalheid. Dat gaan wij hier niet oplossen met elkaar. Dat is aan God.

Maar het blijft staan: waar vruchtbaarheid is, waar het druipt van overvloed, waar de weilanden vol staan met kudden, waar de akkers met graan wuiven in de wind – daar zie je God aan het werk.

Het geldt altijd: God komt onze lof toe.

Het geldt ook als de natuur tot bloei komt. Als er regen is. Vruchtbaarheid. Als zaad ontkiemt in het voorjaar. Als maïszaad niet verkommert van droogte maar als er jong groen komt. Als de maïs geoogst kan worden. Als het gras groeit. Als de koeien gezond zijn en melk geven.

Het zijn allemaal goede gaven van God. Hem komt de lof toe.

Zing je mee met de weilanden? Met de akkers? Met de koeien op stal?

Zij zingen wel. Ze juichen en jubelen voor God.

Zing je mee, als je eettafel vol staat? Met verse groente, met brood, melk en karnemelk? Eieren en broodbeleg? Vlees of vis, aardappels en rijst, macaroni en spagetti?

Er zijn een heleboel problemen in onze wereld. Die lossen wij niet op – dat kan God alleen.

Maar als wij leven, ademen, eten, drinken, werken, naar school gaan.

Als er vruchtbaarheid is in de natuur.

Als wij kinderen krijgen en zien opgroeien.

Dan zien we de voetsporen van God. Waar Gods voeten gaan, daar is overvloed. God, de schepper van alle leven. Waar leven is, bloei, daar zien we God aan het werk.

Realiseer je je dat?

Realiseer je je dat God ons overvloed geeft? Meer dan genoeg om van uit te delen? Zoals hier gebeurt, waar die dozen klaar staan om weg te geven?

Dank God!

De akkers, de koeien, de weilanden, die doen het wel.

Maar de mensen?

Lieve mensen, God geeft ons overvloed. Vruchtbaarheid. Gods goede gaven.

Doe mee met de akkers en de weilanden,

Zing!

Juich!

Jubel!

Dank God.