Psalm 127 | Vrucht op je werk

Wat kunnen we druk zijn! Maar zonder Gods zegen is het zinloos gezwoeg. Psalm 127 leert van God vrucht op je werk te verwachten, en dan mag je gerust zijn.
Voor wie deze meditatie in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Bij deze meditatie is geen powerpoint beschikbaar.
Tijdens de dienst hebben 7 gemeenteleden iets verteld over hun eigen werk en daarbij een gebedspunt aangedragen.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 135 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 145 : 4 en 5
Gebed
Verhalen over werk – 1
Zingen: Psalm 104 : 4 en 8 (LvK=GKB)
Lezen: Psalm 127 : 1 – 5
Meditatie
Zingen: GKB Psalm 4 : 3
Verhalen over werk – 2
Zingen: LvK Gezang 48 : 5 en 9
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Vrucht op je werk

1. Zinloos gezwoeg
Deze Psalm roept bij mij dubbele gevoelens op.
Het begin is prachtig, over de rol van God in wat wij doen,
maar de tweede helft, over de zegen van kinderen, vind ik moeilijk.
Niet iedereen kent die zegen.
Dan lijkt deze Psalm zout in de wonden te wrijven.
Vandaar mijn dubbele gevoel.
Dat wilde ik eerst benoemen, zodat we dat nu ook kunnen parkeren
en de Psalm zelf kunnen gaan verkennen.

Het is een herkenbare Psalm.
Neem nou deze uitspraak:
‘vergeefs is het dat je vroeg opstaat,
je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood.’
Vroeg opstaan: nu staat de een eerder op dan de ander,
wat voor de een vroeg opstaan is, is voor de ander al uitslapen,
maar je tijd is te kostbaar om in bed te blijven liggen.
Vroeg opstaan oogst in ieder geval bewondering.
We verwachten het ook van kinderen en jongeren,
ook al hebben onderzoeken aangetoond
dat jongeren beter presteren als ze wat langer uitslapen…
Vroeg opstaan is de norm.

Het zet ook direct de toon voor de rest van de dag.
‘Je aftobben voor wat brood’, noemt Psalm 127 het.
We zwoegen wat af!
Met werk, misschien in de bouw of in het bewaken van de veiligheid,
zoals in de Psalm.
Met het draaiend houden van het huishouden, het zorgen voor kinderen,
een pittige opleiding, iets betekenen voor de kerk en de samenleving.
Onze agenda’s staan vol, elke dag kent een strakke planning:
er is geen tijd te verliezen!
Het lijkt zelfs wel alsof je leven pas de moeite waard is, als je druk bent.
Want drukke mensen, dat zijn belangrijke mensen.
Druk zijn is de norm.
’s Avonds gaat dat gewoon door.
Psalm 127: ‘je legt je laat te ruste’.
Een 9 tot 5 mentaliteit, daar moeten we niets van hebben.

‘Vergeefs’ noemt Psalm 127 het.
Al die drukte, al dat gezwoeg.
Dingen die op zich goed zijn:
het is niet de bedoeling dat we de helft van ons leven in bed doorbrengen,
en de andere helft op de bank of in een luie stoel.
Maar waar doe je het voor?
Waarom beulen we onszelf zo af?
Voor een mooi huis, waar je nauwelijks te vinden bent?
Voor een vakantie ver weg, waar je tot rust moet komen?
Om te laten zien dat je succesvol bent?
Dat is volgens Psalm 127 vergeefse moeite!

2. Vrucht op je werk
Maar Psalm 127 is geen klaaglied over hoe zinloos ons bestaan is!
Je bent te beklagen als je zonder de Heer je werk doet.
Maar als hij erbij is, mag je vrucht zien op je werk!

‘Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.’
Het werk van de bouwers is niet per definitie vergeefs:
dat is het pas als de Heer niet bouwt.
Daaruit spreekt afhankelijkheid:
wij kunnen nog zo zwoegen, maar zonder Gods zegen is het niets.
We leven niet van ons gezwoeg, onze drukte van vroeg tot laat,
maar van wat God geeft.
Als God zijn zegen geeft, dán is je werk vruchtbaar.
Daar bidden we vandaag om: dat ons werk vrucht mag dragen.
Zoals Jezus het zegt in Johannes 15:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.
Maar zonder mij kun je niets doen.’

O ja, is dat zo?
Kunnen we zonder Jezus niets?
Storten onze huizen in elkaar als God ze niet heeft gebouwd?
Of is het dan tenminste zo dat christelijke bouwvakkers
betere huizen bouwen dan hun niet-christelijke collega’s?
Van een christelijke bouwer mag je kwaliteit verwachten, zeker,
maar niet-christenen leveren ook kwaliteit!
En andersom: christelijke stellen krijgen niet automatisch kinderen.
Welk verschil maakt die zegen van de Heer dan?

Misschien dat juist in dat deel over kinderen het antwoord wel te vinden is.
Bij kinderen als geschenk van God denken wij snel aan kleine kinderen.
Maar Psalm 127 gaat niet over kleine kinderen,
het gaat over kinderen ‘verwekt in je jeugd’.
De kinderen zijn volwassen geworden!
De zegen is niet zozeer dat je van kinderen kunt genieten,
maar dat kinderen je toekomst zijn.
In het oude Israël waren kinderen een verzekering voor je oude dag.
Kinderen zorgden ervoor dat je naam blijft voortbestaan.
Je kunt nog zo bouwen en zwoegen,
maar waar bouw je aan, als het na je dood weer verdwenen is?

Zijn de dingen die jij doet voor God?
Dan heeft het blijvende waarde.
Dan tob je je niet af voor schamel brood,
dan leef niet voor het leven van vandaag en morgen.
Dan mag je werk vrucht dragen: doet het ertoe voor God.
Martin Luther King zei:
‘als iemand geroepen is straten te vegen,
laat hem straten vegen zoals Michelangelo schilderde,
zoals Beethoven componeerde, of Shakespeare schreef.
Zo, dat de engelen hun werk onderbreken en zeggen:
zie hier een groot stratenveger!’
Straten vegen zonder God is vergeefs gezwoeg,
maar met God draagt het vrucht.

Jezus had geen kinderen.
Maar hij kende de zegen van Psalm 127.
Zijn werk heeft blijvende waarde, voor altijd!
Zijn werk was zeer vruchtbaar, ook al bleef hij kinderloos.
In Psalm 127 hangt het nog van kinderen af dat je naam blijft bestaan.
Door Jezus mag jij een naam bij God hebben, die blijft.
Hoef je niet te zwoegen, maar kun je vruchtbaar zijn.

3. Welterusten!
Het leven hangt niet af van ons gezwoeg.
En daarom: welterusten!
Nee, niet nu direct, wacht maar even tot je thuis bent,
maar dan: welterusten!

‘Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.’
Met dat vroege opstaan en laat naar bed gaan,
elk uur van de dag nuttig gebruiken,
zou je vergeten dat je mag slapen.
We zwoegen voor een gelukkig leven, maar vergeten het van God te verwachten.
Geef je God nog wel de kans je gelukkig te maken?
Of ben je zo druk met jezelf,
dat je geen tijd meer hebt om van God te ontvangen?
Ga toch slapen, laat het los, en kijk wat God geeft.
Je hoeft jezelf niet over de kop te werken!
Als wij slapen, kan God grote dingen doen.
Sterker nog: toen Jezus in het graf lag,
gaf God hem de overwinning, de vrucht op Jezus’ werk!

In een voetnoot staat dat je ook anders kunt vertalen:
‘hij schenkt zijn lieveling de slaap’.
Tussen die twee vertalingen hoef je niet te kiezen,
ze vullen elkaar aan.
Slaap is een zegen.
De verleiding om door te gaan is groot:
even dit afmaken, even daarop reageren.
Morgen is er weer een dag: laat de boel de boel, durf te slapen!

Psalm 127 is een pelgrimslied:
het werd gezongen op weg naar Jeruzalem,
om daar voor God feest te vieren.
De mensen lieten hun werk los, namen tijd voor het feest,
tijd die ze op zoveel andere manieren hadden kunnen besteden.
Als we bidden voor gewas en arbeid,
besef dan dat het leven meer is dan werken!

Ik sluit af met Psalm 127 uit de Psalmen voor Nu:
‘al werken mensen zich kapot –
wanneer de Heer het huis niet bouwt, komt het niet af.
Al waakt de wachter dag en nacht –
wanneer de Heer niet waakt, dan valt de stad.
Je slooft je uit van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Je eet je zuurverdiende brood gehaast.
Gods vrienden krijgen liefde, brood en slaap.’
Amen.




Lucas 11:3 – Bidden om wat nodig is

Jezus leert te bidden voor ons dagelijks brood. Maar hoe kun je nu bidden voor wat je al hebt? Hoe kun je in grote welvaart ‘biddag voor gewas en arbeid’ houden?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Stil gebed
Votum en vredegroet
Zingen: GKB Gezang 37 : 1 en 2
Voorbede – Gods naam en koninkrijk: wereldwijd – Sjoukje Marloes Kok
Zingen: Psalm 87 : 5
Voorbede – Gods naam en koninkrijk: Franeker – Henk Brander
Zingen: LvK Lied 481 : 1
Lezen: Lucas 11 : 1 – 13
Meditatie over Lucas 11 : 3
Zingen: GKB Gezang 38 : 1 en 2 (canon)
Voorbede – dagelijks brood: gewas – Jaap Bosgra
Zingen: GKB Gezang 37 : 5
Voorbede – dagelijks brood: arbeid – Ellis Oost
Zingen: LvK Lied 473 : 1 en 2
Voorbede – dagelijks brood: gemeente – Sietske Broersma
Zingen: Psalm 80 : 10
Voorbede – vergeving en bescherming – Bert Kloeze
Luisterlied: Sela – Gebed om vergeving
Afsluitend gebed – Mark Veurink
Collecte
Zingen: GKB Gezang 108
Zegen

Bidden om wat nodig is

dia 1 – broden
“Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.”
Misschien heb je het al heel vaak gebeden, maar het blijft een vreemd gebed.
Hoe kun je nu bidden om wat je al hebt?
De tafel is al gedekt, er staat een grote pan met eten op tafel,
hoe kun je God dan nog bidden of hij eten wil geven?
Hoe kun je bidden voor het dagelijkse brood dat wij nodig hebben
als je in de diepvries voor een week brood op voorraad hebt?

Datzelfde gevoel bekruipt mij ook bij de biddag voor gewas en arbeid:
bidden om de opbrengst van het land en bidden voor het werk dat we doen.
In Nederland hoeft niemand van de honger om te komen.
De laatste keer dat er in Nederland een echte hongersnood was,
was de hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog, nu precies 70 jaar geleden.
O, natuurlijk, de opbrengst van het land valt wel eens tegen,
en economisch gezien zit het ook niet altijd mee,
sommigen kunnen daar ook zwaar door getroffen worden,
maar de meeste Nederlanders leven in zeer grote welvaart.
Waarom zou je bidden voor wat je al hebt, voor iets wat zo vanzelfsprekend is?
Hoe kunnen we bidden voor gewas en arbeid, voor dagelijks brood?

dia 2 – in dienst van Gods grotere plan
Het gebed van Jezus begint niet met het dagelijks brood.
Het begint met Gods naam en met Gods koninkrijk.
Dát is waar het gebed om gaat:
dat Gods naam groot wordt gemaakt,
dat iedereen God erkent als de God van hemel en aarde,
dat iedereen Jezus erkent als Heer en voor hem buigt.
En dat Gods koninkrijk komt,
dat Gods nieuwe wereld zich over de aarde verspreid,
en in volle glorie doorbreekt als Jezus terugkomt.
God is bezig met de toekomst,
en we bidden dat die toekomst op aarde meer en meer doorbreekt.
We bidden dat ook wij God groot maken en dat hij koning is in ons leven.

Het gebed om brood, en daarna ook het gebed om vergeving en bescherming,
heeft alles te maken met dat grotere doel.
Het is niet zo dat het gebed met God begon, maar nu gelukkig met ons verder gaat.
Je leeft niet om te eten, je leeft voor Gods naam en koninkrijk.
En dagelijks brood is een van de dingen die we daarvoor nodig hebben.
Eten is lekker, en God ziet graag dat je daar van geniet,
maar laat eten nooit een doel op zich worden:
gebruik je eten om voor God te leven.
Op die manier mogen we ook bidden voor gewas en arbeid:
dat het mag bijdragen aan Gods grotere plan.

dia 3 – delen van wat over is
En dan kom ik weer met die volle diepvries:
in Nederland hoeft niemand van de honger om te komen.
Sterker nog: onze overvloed kan er voor zorgen dat we Gods plan vergeten.
Dat we wel bidden: ‘geef ons te eten zodat we u kunnen dienen’,
maar ondertussen zo veel te eten hebben dat we God niet nodig hebben.
Niet voor niets heeft Jezus het over het brood ‘dat we nodig hebben’.
Dat is niet te weinig, maar ook niet te veel!
‘Maak me niet arm, maar ook niet rijk,
voed me slechts met wat ik nodig heb.
Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen,
zou ik kunnen zeggen: “wie is de Heer?”’
Dat is een gebed uit Spreuken 30.

Bidden voor gewas en arbeid is bidden om genoeg, niet om te veel.
In onze wereld is dat een spannend gebed!
Elk jaar moet het beter gaan dan het jaar ervoor,
want stilstand is achteruitgang.
Genoegen nemen met wat minder, wat is dat moeilijk!
Moeten we daar dan echt om bidden?
Als je overvloed in de weg staat om God te dienen, dan wel!
En anders: bedenk dat ook je overvloed er is voor Gods grote plan.
Gods naam wordt grootgemaakt en zijn koninkrijk wordt gebracht
als we van de overvloed delen met wie niet genoeg heeft.
Bidden voor het brood dat we nodig hebben
betekent ook delen van wat meer is dan nodig.

dia 4 – ontspannen voor de toekomst
Ja, elke dag is er genoeg te eten.
Dat is voor ons helemaal geen vraag.
Toch bidden we om het eten dat we elke dag nodig hebben.
Dat is ook een belijdenis: God zorgt voor mij met eten en drinken,
ook voor die hele gewone dingen ben ik van God afhankelijk.
Laat dat je ontspannen maken.
Wat kunnen we druk zijn met onze toekomst,
hoe je er over een jaar voor staat, of hoe je pensioen is.
Het is goed daar soms mee bezig te zijn, maar het is in Gods hand.
En God leert ons om dagelijks te ontvangen wat hij geeft.
Jezus leert ons niet te bidden:
‘geef ons genoeg brood voor de rest van ons leven,’
maar: ‘geef ons genoeg brood voor vandaag.’
Leef elke dag weer van wat je van God ontvangt.

En God zal het gebed verhoren.
Hij geeft alles wat nodig is.
In dat vertrouwen bidden we vanavond voor gewas en arbeid.
Het zijn geen verlanglijstjes voor grotere welvaart.
We belijden dat we van God afhankelijk zijn,
we bidden om wat we nodig hebben
zodat we ook met ons eten en met ons werk God groot kunnen maken.
‘Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht,
je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal de Vader in de hemel
dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen?’
Amen.




Jeremia 29:7 – Bidden voor bloei van de stad

Liturgie

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: GKB Gezang 37 : 1 en 2

Voorbede – Schepping

Zingen: Psalm 104 : 9

Voorbede – Onrecht

Zingen: Psalm 68 : 3

Voorbede – Christenen wereldwijd

Zingen: GKB Gezang 119 : 2

Lezen: Jeremia 29 : 1 – 7

Meditatie over Jeremia 29 : 7

Zingen: LvK Lied 37 : 2

Voorbede – Stad en land

Zingen: Psalm 72 : 1

Voorbede – Arbeid en wat we nodig hebben

Zingen: GKB Gezang 37 : 5

Voorbede – Gemeente

Zingen: GKB Gezang 119 : 1

Afsluitend gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 37 : 8

Zegen

Meditatie

Vandaag is het biddag.

Of, om volledig te zijn ‘biddag voor gewas en arbeid’.

Juist dat laatste stukje ‘gewas en arbeid’,

maakt dat ik me er een beetje ongemakkelijk bij voel.

Je kunt nooit te veel bidden,

maar zijn er geen betere dingen om voor te bidden

dan je eten en je werk?

Kunnen we God niet beter prijzen en danken en om vergeving bidden?

Biddag is nogal aards.

We bidden voor hele gewone dingen.

We vragen God om zijn zegen in ons dagelijks leven en in het leven van anderen.

Moeten we ons daar als christenen wel mee bezig houden?

In de bijbel wordt gezegd dat deze wereld voor ons een tijdelijke verblijfplaats is.

Bij God zijn we pas echt thuis.

Kunnen we ons niet veel beter daar op richten,

en de gewone dagelijkse dingen maar laten gebeuren?

Jeremia schrijft een brief aan de ballingen in Babel.

Zij waren daar niet vrijwillig.

Het waren Joden die door een vijandige koning, Nebukadnessar,

waren gedeporteerd, naar een plek ver van huis.

In de stad Babel moesten ze maar een nieuw bestaan opbouwen.

Je kunt je voorstellen dat deze ballingen veel last van heimwee hadden.

Ze wilden terug naar hun land, naar Jeruzalem en hun familie.

Babel is hun thuis niet.

Het is een plek waar ze tijdelijk verblijven.

Zodra ze de kans krijgen, gaan ze weer terug.

Maar ook al zijn die ballingen ver van huis,

toch schrijft Jeremia dat ze zich moeten bezighouden met hun bloei.

Het leven in Babel doet ertoe.

Ook daar kan God zijn zegen geven.

Wil hij bloei geven.

Ook al is deze wereld niet ons thuis,

dat betekent niet dat we ons niet met dagelijkse dingen bezig hoeven te houden.

God wil niet we ons terugtrekken van het gewone aardse,

om ons alleen maar met hoge, spirituele dingen bezig te houden.

Deze wereld is nu onze plek, God heeft ons daar neergezet.

Daarom doet voor God het leven van vandaag ertoe.

En daarom mogen we bidden.

Mogen we allerlei concrete situaties aan God voorleggen,

ook al weten we dat God met een hele nieuwe wereld gaat komen.

Bidden voor bloei, bidden voor gewas en arbeid,

dat is geen teken van ongeloof,

maar van vertrouwen dat God ook in deze wereld voor ons zorgt.

Er is nog iets anders met die brief van Jeremia.

Het gaat niet alleen over de bloei van de ballingen,

het gaat ook over de bloei van de stad.

Die twee worden aan elkaar verbonden:

de bloei van de stad is ook jullie bloei.

En daarom geeft Jeremia ook die opdracht:

bid voor de stad en zet je in voor haar bloei.

Je zou kunnen denken dat die Joden in ballingschap

zich maar zo ver mogelijk moeten terugtrekken van het leven van de stad.

Laat hen maar een bloeiende gemeenschap vormen,

met de stad hebben ze verder niet zo veel te maken.

Maar dat wil God niet.

Het lot van de ballingen is verbonden aan het lot van de stad.

Bloeit de stad, dan zullen ook de ballingen bloeien.

Dus niks terugtrekken in een gesloten Joodse gemeenschap!

God wil juist dat ze in de stad aanwezig zijn,

zich voor de stad inzetten en voor de stad bidden.

Christenen overkomt dat ook zomaar.

Dat ze zich terugtrekken in de kerkelijke gemeenschap.

In de kerk is genoeg te doen, en in de kerk is genoeg om voor te bidden.

De stad kan er zomaar bij inschieten.

Die brief van Jeremia is ook voor ons een aanmoediging:

christenen in Franeker, en in de dorpen, zet je in voor de bloei van de stad.

De bloei van Franeker is onze bloei.

Dat geldt in materieel opzicht:

als het goed gaat met de Franeker economie, plukken ook wij daar de vruchten van.

Maar het geldt ook in geestelijk opzicht:

als we als kerk in open contact staan met de stad en ons daarvoor inzetten,

dan werkt dat stimulerend voor ons eigen geloof,

omdat we zien hoe God in de wereld bezig is.

Daarom bidden we vandaag,

niet alleen voor onszelf, niet alleen voor andere christenen,

maar ook voor Franeker en haar bloei.

Amen.




Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

Biddag voor gewas en arbeid

Liturgie

Voorzang: Gez 172,1.4
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 149
Gebed
Lezen uit de Bijbel

-         Hebreeën 2,14-18

-         Hebreeën 4,11-16
Preek over Hebreeën 4,14-16
Zingen: Gez 155
Gebed afgewisseld met Gezang 37,1.3.5.7.8
Collecte
Zingen Ps 65,2.3.5.6
Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

1. Bidden. Het heeft iets vanzelfsprekends. Natuurlijk gaan we vanavond bidden. En heel veel mensen bidden. Bidden, dat kan iedereen. Over heel de wereld wordt gebeden, in alle godsdiensten. Je hoeft maar je handen te vouwen en je kunt beginnen. Toch?

Maar is elke manier van bidden gelijk?

Als je op internet eens op zoek gaat naar hoe Moslims bidden, dat zie je dat je op de voorgeschreven tijden moet bidden. Je moet beginnen met Allahoe Akbar, Allah is de grootste. Wat je moet zeggen, de verschillende houdingen, het is allemaal voorgeschreven. De nadruk ligt op het erkennen van de grootheid van Allah. Allah blijft op afstand.

Hindu’s moeten oppassen op welke dag ze iets doen. Je moet altijd rekening houden met de invloed van verschillende goden. Mantra’s moeten goed uitgesproken worden. Elke god heeft zijn eigen mantra’s – zinnen die je niet begrijpt als Nederlander. Zonder probleem heb je zomaar meer dan 30 goden bij elkaar. Er horen offers bij.

Moderne westerse mensen, soms kerkgangers, die bidden, kun je weer iets heel anders horen zeggen. Je bidt niet om God iets te vragen. Bidden is een vorm van meditatie, therapeutische meditatie. Je wordt er rustig van. Het verandert jou zelf en maakt dat je houding beter wordt, liefdevoller. Of er een god is die luistert, dat is nauwelijks van belang.

Lang niet alle gebeden zijn zo concreet en persoonlijk als wij het gewend zijn. Zoals we hier straks samen bidden – dat is totaal anders dan Moslims of Hindu’s het doen. Is het wel zo vanzelfsprekend, zoals wij hier bidden?

Daarom is het mooi dat het vanavond èn biddag is, èn het begin van de 40-dagentijd – de tijd waarin we nadenken over het lijden en sterven van onze Heer, Jezus Christus. Wij bidden als volgelingen van Jezus. Wij bidden dankzij zijn lijden en sterven. Bidden als christen is een heel eigen manier van bidden. Wat is dat dan? Wat heeft Jezus aan ons bidden verandert?

Daarover wil ik vanavond met jullie nadenken, naar aanleiding van Hebreeën 4,14-16. En we nemen in ons achterhoofd mee wat we gelezen hebben in Hebreeën 2.

2. Wat je proeft in de Islam en in het Hindoeïsme, dat is: god, het goddelijke, staat op afstand. En zo is het ook! God is op afstand komen te staan – en wij gaan een keer dood. Onze relatie met God is stuk gelopen – en daar waren we zelf bij. Het was onze eigen schuld. Zonde, noemt de Bijbel dat. Nu zijn we sterfelijke mensen geworden. Ons leven ligt in het donker – angst voor de dood, de macht van de duivel. Slaven zijn we geworden.

En dus kunnen we helemaal niet meer open en vrij met God omgaan – als er niks gebeurd.

We zijn zelf bang – zou God wel naar ons luisteren?

We schamen ons.

We voelen schroom, zegt Hebreeën.

Kom ik weer…

Zou God naar mij luisteren?

In de tabernakel, de tent van God in Israël, werd die afstand heel duidelijk. Alleen de priesters mochten offers brengen. Elke dag mocht maar één priester met reukwerk het heilige in. Eerbied, afstand. En maar één keer per jaar mocht de hogepriester voorbij het voorhangsel in  het allerheiligste komen. Eén keer per jaar maar, met bloed van een offer voor zichzelf, want anders zou hij het niet overleven. Afstand tussen zondige mensen en de heilige God.

Die afstand blijft er als je leeft zonder Jezus. Als je bidt zonder Jezus.

Dan blijft God op afstand.

Hij komt niet dichtbij.

Je hebt het gevoel: ik moet het goed doen. Anders luistert hij niet.

Zou het helpen om de woorden goed uit te spreken? Plechtige taal – zou Hij dan luisteren? Maar dat kan ik niet, daar heb ik niet voor geleerd. Kan ik dan wel bidden?

Misschien voelt het wel alsof je bidt tegen een muur. Een gesloten hemel.

Bidden is niet vanzelfsprekend!

3. Maar het is niet gebleven zoals het toen was. Het volk Israël had een tabernakel op aarde. Het echte heiligdom, zegt Hebreeën, is in de hemel. En nu is er voor het eerst een hogepriester die met een offer in dat heiligdom in de hemel binnengegaan is.

De Zoon van God zelf.

In Hem schittert Gods luister.

Hij is Gods evenbeeld.

En hij zag dat wij mensen van vlees en bloed een probleem hadden – een groot probleem. Gevangenschap, de macht van de duivel, doodsangst, sterven. Zondige mensen. En Hij is een mens geworden!

Stel je voor dat je een imker bent, en je hebt bijen. Misschien weten jullie dat bijen in Europa een groot probleem hebben: ze sterven ’s winters massaal. Het klinkt raar, maar denk je eens in: die imker is zo begaan met zijn bijen, dat hij alles wel wil doen. Hij wil dat probleem van de bijensterfte oplossen. Uiteindelijk kiest hij er voor om zelf bij te worden. En als een bij te sterven. Om zo hun problemen mee te maken en op te lossen. Bizar? Onmogelijk?

Wat God gedaan heeft in zijn Zoon is nog veel onwaarschijnlijker. Maar wel hiermee vergelijkbaar. De Zoon van God wordt mens. God wordt mens. En God wordt als mens op de proef gesteld. In elk opzicht, net als wij – kijk in 4 vers 16. De duivel heeft van alles geprobeerd om Jezus te laten zondigen. Gods Zoon is iemand geworden die net als wij weet wat het is om te worstelen. Met verleiding. Met jezelf. Met wat anderen je aandoen. Met ziekte. Met teleurstelling. Maar nooit is hij bezweken. nooit heeft hij gezondigd.

En hìj is onze hogepriester.

Hij heeft zelfs geleden – daar staan we de komende weken bij stil.

Geleden, en hoe. Onschuldig is hij door mensen uitgekotst. Weg met die man. Sla hem maar aan een kruis. Met spijkers aan een kruis vastgetimmerd.

Maar Hij is trouw gebleven aan God, zijn Vader. Hij is doorgegaan en heeft in de Heilige Geest als een offer zich aan God gegeven. Hij verzoent onze zonden. Bedekt ze. Doet ze weg. Neemt ze mee in zijn dood. Offert zichzelf.

Wat een wonder, dat offer. Zondag mogen we speciaal stilstaan bij Jezus’ dood, in het avondmaal. Wen er nooit aan! Laat zijn dood nooit vanzelfsprekend worden.

En met dat offer van zichzelf is hij – na zijn opstanding, met hemelvaart – de hemel doorgegaan. Kijk in 4,14. Jezus is als  hogepriester met zijn eigen bloed in het heiligdom naar binnen gegaan. Al onze zonde verzoent hij. Alle afstand overbrugt hij. Hij is bij God – voor ons!

Hij maakt de weg naar God open!

Nu kunnen we bidden!

4. Ja, nu kunnen we bidden. Dankzij Jezus onze hogepriester.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Kijk om je heen, hoe mensen die zonder Jezus leven bidden. Zonder Jezus is God op afstand.

Met Jezus wordt het zo anders.

Dan is Jezus er: de perfecte hogepriester die ons uitnodigt: Kom, kom naar de troon van God. En bid.

Wees niet bang. Denk niet dat God je niet ziet staan. Doe niet moeilijk alsof God alleen luistert als je de goede houdingen kent, de juiste technieken hebt geleerd, de goede mantra’s, de goede formules.

Denk je dat God daarvan onder de indruk zou zijn? Dat daardoor God dichterbij komt? Natuurlijk niet.

Jezus met zijn dood, zijn offer, Jezus overbrugt de afstand.

Door alle muren heen, voorhangsel of niet, door alle aardse tempels heen, over de grote kloof tussen God en mens heen, is Jezus naar God gegaan. En Hij is de weg! Wij mogen achter hem aan.

Daarom zegt Hebreeën 4,14: hou vast aan het geloof dat we belijden. Van het geloof in Jezus hangt heel je gebed af.

Want die hogepriester weet wel wie jij bent. Hoe jij en ik in elkaar zitten. Onze zwakheden. Als we onszelf of elkaar tegenvallen. Teleurstellen. Hij weet het uit ervaring – en hij voelt

met ons mee! En juist dan nodigt Hij ons uit: Kom, kom naar de troon van de Genadige.

Ga met Jezus mee, de hemel door, voorbij alle muren en voorhangsels. Direct naar de troon van God – de Genadige! Je Vader!

Bid vol vertrouwen. Zonder angst.

Bid – om hulp.

Bid – om barmhartigheid.

Bid – om genade.

Kom in Christus, kom in geloof.

Stort je hart uit bij God – in jouw woorden.

Leg je persoonlijke zorgen bij God neer.

Bid voor grote en kleine dingen. Ook voor je dagelijks brood. Ook voor gewas en arbeid.

God zal horen en helpen – op het juiste tijdstip. In de NBV staat dat er niet zo duidelijk, in het grieks en in andere vertalingen wel. God helpt en reageert – op het juiste tijdstip, als Hij weet dat het goed is.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Dankzij Jezus’ lijden en sterven mogen wij bidden.

En dus mogen we bidden.

Laten we straks dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we als we hulp nodig hebben op het juiste tijdstip barmhartigheid en genade vinden.




Johannes 14,13-14 – Zoek in je gebed de grootheid van de Vader

Biddag voor gewas en arbeid

Liturgie

Zingen: Ps 62,1.3
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Gez 168 in canon
Gebed
Lezen: Johannes 14,1-14
Zingen: Gez 39
Preek
Zingen: LB 380,2.4.5.7
Gebed
Zingen: Ps 65,1
- Bauke van der Meer – gewas, landbouw, milieu
Zingen: Ps 65,5
- Gerrit Pieter Deinum – werk, school
Zingen: Ps 67,1
- Sandra van Leijen – gemeente, koninkrijk
Zingen: Ps 67,3
Collecte
Zingen LB 393
Zegen

Opmerking:

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 14,13-14 – Zoek in je gebed de grootheid van de Vader

Broers en zussen, gemeente van Jezus onze Heer, gasten in ons midden,

1. Van de week zag ik een filmpje op internet. Een stuk uit een preek van John Piper, een Amerikaanse dominee. Hij benadrukt hoe belangrijk het is om gegrepen te zijn door de waarheid van het evangelie. Dan verspil je je leven niet, dan kun je als christen in deze wereld voor God van betekenis zijn. Maar, zegt hij: het trieste is: veel van jullie willen niet dat je leven verschil maakt. Alles wat jullie willen is leuk gevonden worden, leuke opleiding, een goede baan, leuke partner, lange weekenden, goede vakanties, gezond oud worden, een leuk pensioen, een makkelijke dood, en dan niet naar de hel. En het tragische is: je maakt je er niet druk om of je leven van betekenis is voor de eeuwigheid. De droom waar veel mensen voor leven is, bij wijze van spreken: vroeg met pensioen gaan, ergens een mooi huis, rondvaren op je motorcruiser, en schelpen verzamelen. Is dat dan wat je God aan te bieden hebt? Een mooie boot, een schelpenverzameling? Zo’n leven, het is diep tragisch – het heeft geen enkele blijvende betekenis. Ik heb het filmpje op mijn hyves-pagina gezet.

Wij komen hier vanavond om te bidden. Voor eten. Voor werk. Maar hoe doen we dat? Wat is jouw droom voor een mooi een geslaagd leven? Een leuk en comfortabel leven waarin je geniet en je vermaakt? Bid je daar om? Of een leven waarin, zoals Jezus het zegt, door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt? Bid je: Heer, hier ben ik. Geef me alles wat ik nodig heb om voor u beschikbaar te zijn? Het is mijn verlangen om u groot te maken. Geef me wat ik daarvoor nodig heb!

Je kunt op twee manieren bidden om hetzelfde. Eten. Drinken. Kleren. Een huis. Een opleiding. Een baan. Een partner. Het goede voor je kinderen. Gezondheid. Maar je leven is totaal verschillend. Hoe ga jij bidden? Zometeen? En hoe bid je straks, thuis?

Bidden is nodig en belangrijk. We zijn diep, diep van God afhankelijk. Voor alles. Ook voor eten, drinken, kleren, opleiding, werk – het lijkt wel alsof het allemaal vanzelf spreekt. Of het vooral van jezelf afhangt. Maar dat is een leugen. Als God ons leven niet zegent, dan kun je het zo maar kwijt zijn. Tegelijk is steeds weer die vraag belangrijk: hoe bid je? Waar ben je in je gebed op gericht?

Daarom staan we vanavond eerst stil bij die twee verzen uit Johannes 14.

2. In Johannes 14 zitten we midden in de laatste gesprekken die Jezus met zijn leerlingen heeft. Bijna is het zover dat zijn tijd gekomen is. Bijna zal Hij verhoogd worden aan het kruis en teruggaan naar zijn Vader. Het moment van afscheid is gekomen.

En dan? Als Jezus weg is? Blijven ze dan alleen achter? Wat moeten ze dan, zonder Jezus – Hij is alles voor hen!

Dan herinnert Jezus ons aan de betekenis van het gebed. Jezus gaat naar de Vader, en door het gebed houden we contact met Hem. Er blijft contact met boven. Heel speciaal contact zelfs: we mogen bidden in de naam van Jezus.

Het zijn van die vanzelfsprekende formules. ‘Dit bidden we u in Jezus’ naam’. ‘Om Jezus’ wil amen’. En dan weet je: nu mag je gaan eten. Nu gaan we naar huis. Nu begint het. ‘Om Jezus’ wil amen. OK jongens, wat gaan we doen?’

Maar weet je wat je zegt, met dat ‘in Jezus’ naam’?

Stel je voor dat onze demissionaire premier in het Torentje bij de hofvijver zit te werken. Er wordt geklopt. ‘Meneer Balkenende, er is iemand voor u.’

‘Wie, Wouter Bos?’

‘Nee, eh…’

‘Nou laat dan maar. Ik wil nu niet gestoord worden. Dan moeten ze maar een afspraak maken.’

‘Maar het is uw dochter, Amelie.’

‘O, maar dan is het anders, laat haar maar komen.’

Stel dat je vrienden bent met Amelie. Misschien kun je dan via haar ook wel bij de premier binnen komen, in het Torentje.

Jezus Christus is de Zoon van God. Hij en zijn Vader, ze kennen elkaar en ze houden van elkaar. Hij kan altijd rekenen op een luisterend oor bij zijn Vader. Stel dat je vrienden bent met Jezus. Dat is toch precies wat Jezus zegt, kijk in Johannes 15,14-15. ‘Ik noem jullie vrienden.’ Zo mogen wij met Jezus mee naar de Vader toe. We mogen een beroep op Jezus doen, op wie Jezus voor ons is en op alles wat Hij voor ons gedaan heeft.

Sta je er wel eens bij stil wat een voorrecht het is?

Te mogen bidden in Jezus’ naam?

Vader, ik wil u iets vragen namens Jezus?

Vader, ik heb een vraag voor u met beroep op uw lieve Zoon – Hij staat erachter?

Vader, luister alstublieft naar mij, alsof Jezus het zelf vroeg?

Dat voorrecht krijgen wij – omdat Jezus niet meer hier bij ons is.

Omdat Hij verhoogd is aan het kruis.

Omdat Hij de grootheid van zijn Vader zichtbaar heeft gemaakt.

Omdat Hij in de glorie en heerlijkheid van de Vader is, naast zijn Vader is.

Hij is weg.

Omdat Jezus daar is, in Gods heerlijkheid, daarom mogen wij bidden in Jezus’ naam.

3. Stel nu dat je zou bidden:

Vader, we bidden u in Jezus naam. Geef ons genoeg te eten, elke dag een goed diner. Wilt u zorgen dat we elk jaar een nieuwe garderobe kunnen kopen, genoeg geld voor kleren hebben? Zegen de aandelenmarkten, zodat onze beleggingshypotheek goed rendement oplevert en onze pensioenen minstens waardevast zijn. Zorgt u ervoor dat die lastige buren snel hun huis verkopen, en dat er aardige mensen voor in de plaats komen. En een wijnkelder onder ons huis, u weet dat we dat graag willen. Kunt u ervoor zorgen dat het er nog een keer van komt?

En dan zegt Jezus: Wat je maar in mijn naam vraagt, dat zal ik doen. Dus?!

Zou je dat kunnen bidden in Jezus’ naam?

Jezus, die zijn heerlijkheid bij de Vader verliet? Die een baby’tje werd?

Die stuitte op forse weerstand bij de Farizeeërs en de Joodse leiders?

Die dood moest, omdat Hij Lazarus levend had gemaakt?

Die steeds de wil van God zijn Vader zocht – en deed? Tot in de dood aan het kruis?

Zou je dat kunnen bidden en dan een beroep op Jezus doen? Het bij de Vader naar voren kunnen brengen alsof Jezus er achter staat?

Nee. Ik denk dat iedereen hier wel aanvoelt: dat klopt niet.

Zo bidden wij niet.

Maar wat zijn onze zorgen? Als ik me zorgen maak, verlangens heb, is dat zo anders?

Lekker eten – regelmatig nieuwe modieuze kleren – stabiele financiële markten, pensioenen en hypotheken die waardevast zijn – een nette buurt met aardige mensen om ons heen – leuke dingen erbij, uitgaan, vakantie, een wereldreis…

Wat zou er voor gebed uit ons hart opborrelen als we niet geleerd hadden dat het niet netjes is om hier allemaal voor te bidden?

Jezus leert ons: bidden in mijn naam betekent ook: hetzelfde belangrijk vinden als ik, Jezus. En wat is dat? Dat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.

Wat betekent dat voor hoe wij hier vanavond bidden? En thuis?

Zo bidden, dat in de gebedsverhoring die Jezus geeft, de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Zoals het er vroeger stond: dat de Vader verheerlijkt wordt in de Zoon.

Is dat mijn en jouw verlangen: dat ik zo leef, dat Christus in mij woont? Dat ik me door zijn Geest laat leiden? Dat zo God groot gemaakt wordt door mijn leven?

Let er op: dat is het verlangen dat past bij bidden in Jezus’ naam.

Weet je wat je dan bidt?

Vader, geef ons vandaag genoeg te eten en te drinken. Geef dat we genoeg hebben om te delen met anderen. En als we te weinig hebben, laat het dan waar zijn: zelfs al zou er geen schaap in de weide zijn, geen koe meer in de stal, dan nog zal ik mij in U verblijden!

Vader, geef me een baan, zodat er brood op de plank komt. Laat me dan zo werken dat ik in mijn bedrijf het licht van Christus kan laten schijnen – dat ik een prettige en betrouwbare collega ben, op wie ze aan kunnen. En dat ze aan me proeven dat ik bij U hoor. En als ik mijn baan kwijtraak, laat mijn leven dan gedragen worden door u. Dan stort mijn wereld niet in, maar weet ik me ook veilig als ik geen werk heb.

Vader, wilt u ons gezondheid geven. Dan kunnen we ons inzetten voor ons gezin, voor de kerk, voor uw koninkrijk. En als we ziek blijven, geef dat we dan samen met Jezus Christus ons kruis dragen. Want dan kan ook in onze ziekte uw naam groot worden, dan kunnen mensen zien dat U onze krachtbron bent, ook als wij geen kracht meer hebben.

Vader, help ons in het contact met die lastige overbuurman. We vinden hem soms zo irritant, help om hem lief te hebben, met uw liefde. Om hem te blijven groeten. Om niet over Hem te roddelen. Om te kijken hoe we Hem toch kunnen bereiken.

4. Van dat gebed mag je veel verwachten, heel veel.

Je mag bidden namens Jezus.

En Jezus zelf zal doen wat we hem vragen.

Hij doet het graag: ervoor zorgen dat in de Zoon de Vader groot gemaakt wordt.

Jezus is dan wel weggegaan bij ons hier op aarde, Hij is in de hemel des te beter in staat om al die gebeden van ons te verhoren.

Daarom zegt Jezus het zo stellig: vraag wat je wilt in mijn naam, en ik zal het doen! Zo is het – wij mogen meedenken en vragen – en Hij doet het, wat wij vragen.

En natuurlijk maakt Jezus dan zijn eigen afweging: hoe kan door wat ik als verhoring op het gebed geef, mijn Vader groot gemaakt worden? Want daar gaat het Hem om.

Maar onze gebeden worden verhoord.

Bovendien kunnen we groeien in onze manier van bidden.

Bid het maar, elke dag: Heer, leer mij zo bidden dat het past bij uw naam. Leer mij dat te verlangen, dat U grootgemaakt wordt, Here Jezus. En dat in u de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Richt mij steeds meer op die grootheid van de Vader.

Bid het elke dag, in Jezus’ naam.

Dat gebed wordt verhoord.

In dat licht mogen we ook bidden voor gewas en arbeid.

Bidden om eten en drinken, zodat in de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.

Bidden om onderwijs en werk, zodat in de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.

Bidden voor onze gemeente, zodat door ook hier de Vader verheerlijkt wordt in de Zoon.




Marcus 4,18-19 – Werk of geen werk, oogst of geen oogst: wees vruchtbare grond

Biddag

Liturgie

Voorzang: Gez 149
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 31,1.11.14
Gebed
Lezen: Marcus 4,1-20
Zingen: LB 328,1.3
Preek
Zingen: Gez 121,1.3.5.8
Gebed:
- Ingeleid met zingen: Gez 131,1
- Gebed
- Afsluiten met zingen: Gez 131,9
Collecte
Zingen: Ps 67
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 4,18-19 – Werk of geen werk, oogst of geen oogst: wees vruchtbare grond!

Gemeente van Jezus Christus, gasten, broers en zussen,

1. Zaaien is spannend. Het wordt zo voorjaar en dan begint het allemaal weer. Zaad strooien in de akkers en kijken wat het opbrengt. Hoe zal het gaan, dit jaar?

Is het zaaigoed niet te oud, ontkiemt het echt? Krijgen we genoeg regen als het zaad in de grond is beland? Vorig jaar was er geloof ik weinig regen na het zaaien. Toen was het spannend: zal het zaad ontkiemen of gebeurt er niks? En als het ontkiemt, moet het uitgroeien. Het moet genoeg water krijgen, maar ook niet te veel. Is het te droog, dan verdort het plantje. Wordt het te nat, dan verdrinkt het. Je moet geen ziektes krijgen. En het blijft spannend tot het eind: stel dat alles goed gegaan is maar op het eind krijg je teveel regen? Het graan wordt platgeslagen en kan niet meer geoogst worden. De akkers zijn zo nat dat de machines het land niet op kunnen om te oogsten. Dan verrot de oogst op het land.

Zaaien is spannend. Dat is het hier. Dat was het ook in Israël. Ze hadden nog niet zulke goeie landbouwmachines. Niet overal lag evenveel grond op de rotsen. Niet overal kon echt iets uitgroeien tot een plant die veel opleverde. En dan die zon. Je moest altijd maar afwachten of de planten niet door de zon verdorden. En het onkruid natuurlijk. Zonder onkruid-bestrijdingsmiddelen kon onkruid veel kwaad doen en planten verstikken. Zoals in de gelijkenis die Jezus vertelt, ging het veel vaker: maar een kwart van het zaad leverde opbrengst op.

Het was vroeger anders dan nu, maar het blijft altijd spannend: zaaien, wat levert het op?

Zo is het in het hele leven. Je ziet het nu met de economische crisis. De wereldhandel bloeide. Overal werd geld verdiend. Geld uitgeleend. Geld geïnvesteerd. En weer geld verdiend. Maar het lijkt wel of het instort als een kaartenhuis.

Ik las vandaag in de krant over Nederlandse baggeraars in Dubai. Het waren gouden tijden in Dubai. Ze hadden olie-dollars in overvloed. En dus kon het niet op: het ene baggerproject na het andere. Maar nu de wereldhandel inzakt, is er geen geld meer voor al die dure baggerprojecten. De baggeraars raken hun werk kwijt en moeten nog maar kijken of ze al hun geld krijgen.

Jouk Riemer zal wel blij zijn dat hij er niet meer werkt, anders was hij misschien binnenkort wel werkeloos. Ondertussen hoor ik het wel om me heen, ook hier in de gemeente: mensen die werkeloos raken. En vindt nu maar eens een baan. Werken in het bedrijfsleven is net zo spannend als werken als boer. Nu heb je zaad, maar wat heb je over een half jaar? Je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt.

2. We gaan vanavond bidden in een spannende tijd. Ze zeggen wel eens: Nood leert bidden. Maar ik vraag het me af of dat echt zo is. Zou het vanavond extra vol zitten in Nederlandse kerken met biddag? Misschien, maar zouden we dan ook leren bidden? En blijven bidden?

Zo makkelijk leven we immers of God er niet is. Het boerenleven bijvoorbeeld is een bedrijf geworden. Je moet enorme investeringen doen om boer te kunnen zijn: land kopen, quota kopen om te mogen produceren. Je hebt machines nodig, je moet een loonbedrijf betalen. Je zorgt voor mest, je koopt goed voer. Alles heeft te maken met geld en met techniek. En daarover maken we ons druk.

Zo is het met alles. Melk komt toch uit een melkfabriek? Daar maak je alles wat je nodig hebt: kaas, roomboter, noem maar op. Zo nodig kun je altijd wel ergens ter wereld melkpoeder kopen. Wij regelen alles wel met ons geld en met onze techniek. Wat heeft God dan nog te maken met mijn brood, mijn melk, mijn vlees, mijn groente? Wat kan God er aan doen als ik werkeloos word? Dan moet ik zelf zorgen dat ik snel een baan vind en weer geld verdien. En op school moet ik toch zelf mijn best doen?

Maar Jezus vertelt over de zaaier. En hij legt zijn gelijkenis uit. Er is zaad dat tussen de distels is gezaaid. Ze hebben het woord wel gehoord, maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft.

Hij heeft het over het koninkrijk van God. Er is een God. Maar je kunt die God kwijtraken door rijkdom en door zorgen over je bestaan. Je kunt leven alsof er geen God is. Maar dan hou je jezelf voor de gek! En al het mooie wat God je wil geven, gaat aan je neus voorbij.

Gaat dat over ons, over jou of over mij?

We zijn hier in Nederland rijk geworden. En we wilden rijk zijn. Twee banen per stel, tweeverdieners. Een hypotheek met veel belastingaftrek. Veel geld hebben om uit te geven. Altijd druk. Beleggen en speculeren. Een 9 tot 5 mentaliteit wordt niet gewaardeerd. Alleen wie geld heeft, die telt mee.

En nu blijkt die rijkdom geen vast fundament te hebben. Geld kan zomaar verdampen als aandelenkoersen instorten. Banken verliezen het vertrouwen in elkaar, vallen bijna omver. Het geld is opeens op. Handel en industrie zakken in. Banen verdwijnen.

3. Wat doet het met ons, de verleidingen van de rijkdom, de verlangens naar allerlei andere dingen, de zorgen om het dagelijks bestaan? Wat doet het met jou?

We zijn rijk geworden in Nederland. Heeft dat het zaad verstikt? We maken ons nu zorgen om de toekomst? Gaat ook dat het zaad verstikken?

Nood leert niet altijd bidden. Als je God vergeten bent toen je rijk was, sterft het goede zaad. Dat verandert niet opeens als je toekomst onzeker wordt.

Daarom: we kunnen het vanavond hebben over gewas en arbeid. Het is mooi en belangrijk om daarvoor te bidden. Maar veel belangrijker is het zaad en de vrucht waar Jezus het over heeft. Jezus vertelt dit verhaal. Daarmee stelt hij jou en mij een vraag. Wat voor grond ben jij? Ben jij vruchtbare grond, of grond waarin het zaad niks oplevert?

Vruchtbare grond, dat ben je als je luistert naar wat Jezus zegt. Luisteren. Dat wil zeggen: tijd nemen en ruimte maken voor wat Jezus zegt. Stil worden en niet zelf iets zeggen. Stoppen met praten en denken. Aandacht en concentratie hebben voor wat Jezus zegt. Als je afdwaalt, jezelf opnieuw op Jezus richten. Zijn woorden binnen laten komen. Geïnteresseerd en benieuwd zijn naar wat Jezus zegt. Zijn woorden proberen te begrijpen. Wat bedoelt u, Heer? Wat zegt u hier tegen mij, tegen ons? Zijn woorden overwegen en overdenken. Wat betekent dat voor mij en voor ons?

Toen ik leerde voor dominee, ontdekte ik dat er weinig zo moeilijk is als luisteren. Zo snel val je iemand in de rede. Ben je te snel met je oordeel, met je mening, met je oplossing. Zo snel is je hoofd druk met van alles en nog wat. Druk met zorgen om het dagelijks bestaan.Druk met de verleiding van de rijkdom.Druk met je verlangens naar allerlei dingen.

Zo is het ook met luisteren naar wat Jezus zegt. Zomaar doe je het niet echt. En de woorden van Jezus werken niet meer door in je leven. Je vergeet ze. Je aandacht verslapt. Je luistert niet meer. Je bent druk en met je eigen dingen bezig.

Kun jij luisteren naar het woord van Jezus? Ben jij vruchtbare grond?

Let er op: vruchtbare grond ben je puur door te luisteren. Niet door van alles te doen – goeie dingen, inzet, werk in de kerk, zorg voor je naaste. Vruchtbare grond ben je door naar Jezus te luisteren. Dan groeit er vanzelf iets in je leven – goeie dingen, inzet, werk in de kerk, zorg voor je naaste. Eerst luisteren naar Jezus. Dan groeit er vanzelf vrucht.

Ben jij vruchtbare grond voor Jezus’ woord? Als dat niet zo is: bekeer je dan. Maak je klein voor God. Ga terug naar Jezus Christus en luister naar wat Hij tegen je zegt.

4. Als je vruchtbare grond bent, dan vallen de dingen ook vanavond op hun plek. Luister daarom steeds weer naar wat Jezus zegt.

Dan vergeet je niet dat God er is en dat Gods rijk komt. Dan kun je niet meer leven alsof er geen God is. Alsof je het zelf wel redt – of zelf moet rooien. Nee, God de Vader zorgt voor ons. We hebben Hem nodig, voor elke ademhaling. We leven in Hem.Vind jij het moeilijk om rekening met God te houden? Om te leven dichtbij Jezus? Om je te laten leiden door de Heilige Geest? Als je luistert naar het woord van Jezus, zul je daarin groeien. Dan vergeet je niet dat Gods rijk komt. Dan vult Jezus’ Geest je hart en je leven.

Als je luistert naar Jezus, dan zijn er zorgen. Misschien ben je werkeloos geworden. Misschien staat je baan op de tocht. Misschien ben je de afgelopen tijd veel geld kwijtgeraakt of loopt je bedrijf slecht. Dan is de verleiding van de rijkdom er.. Als je rijk bent en meer dan genoeg hebt, dan ligt de verleiding op de loer. Of je wilt graag rijk zijn, geld verdienen, meer geld verdienen. Had ik maar het geld om … Vul het zelf maar in. Die verleidingen, die zorgen, die verlangens, die zijn niet weg. Maar je kunt er wel anders mee omgaan. Je bent sterk door het woord van Jezus. Je blijft groeien. Je leven draagt vrucht, hoewel er aan je getrokken wordt en de duivel je geloof kapot probeert te maken.

Als je luistert naar Jezus, dan leer je bidden. Je leert dat je in alles van God afhankelijk bent. En dus leer je bidden voor je werk, je school, voor de oogst, voor je eten, voor je kleren. Zo leerde Jezus zelf het ons toch: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’En je leert waar je als eerste voor moet bidden: Heer, geef mij een hart dat vruchtbare grond is voor uw woorden. Want werk of geen werk, oogst of geen oogst: het belangrijkste is dat jij en ik zelf vruchtbare grond zijn voor het woord van Jezus.