Psalm 62, 6 – Word rustig bij God, mijn ziel

Viering van het Heilig Avondmaal

Liturgie

  • Voorzang: Ps 42,1.3
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 43,4.5
  • Wet
  • Zingen LB 358,1
  • Gebed
  • Lezen: Psalm 62
  • Zingen Ps 62,3.4
  • Preek over Psalm 62,6
  • Zingen Gez 163,1.2
  • Gebed Formulier Gebed
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen LB 358,2.3.5
  • Viering
  • Zingen Ps 103,1.2.9
  • Dankgebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 141,1.3
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

           

Preek over Psalm 62,6 – Word rustig bij God, mijn ziel

1. Lezen jullie wel een over relaties, in de bladen, op internet? Wat mij dan opvalt: Gevoel is enorm belangrijk. Ik heb hier een printje van een blog op internet over verboden liefde.

Een gescheiden vrouw gaat op haar werk een relatie aan met een getrouwde man. De vrouw weet dat de man getrouwd is. Ze verwacht verder niets van hem – en de relatie geeft haar een goed gevoel. Twee collega’s komen er achter en maken er zo nu en dan afkeurende opmerkingen over. Ze vindt het vervelend dat ze zich steeds weer moet verantwoorden. Zij weet immers heel goed in wat voor situatie ze zit, het voelt goed, en ze heeft er daarom geen probleem mee.

Voelt het goed? Dat is voor veel mensen een enorm belangrijke vraag. Dat laat zien hoe belangrijk we ons gevoel vinden. Ga op je gevoel af – dat is een veelgehoorde tip. Het is belangrijk kompas geworden: Voelt het goed? Zeker in de liefde.

Ons gevoel – het lijkt soms wel heilig. Ik heb er een goed gevoel over en daar mag een ander geen kritiek op hebben.

En als je je onrustig voelt. Of lusteloos. Teleurgesteld. Wat doe je dan? Ook dan is de reactie vaak: Zo voel ik me nu eenmaal. Je gevoel lijkt dan een gegeven waar je geen invloed op hebt.

Geloof is een liefdesrelatie. Ook daar speelt gevoel een belangrijke rol. Veel mensen denken: geloof is hetzelfde als een goed gevoel.

Wat nu als geloven vroeger heel goed voelde? Maar tegenwoordig ben je het gevoel kwijt?

Als het over gevoel gaat, heeft de bijbel het over je hart, maar ook over je ziel. En je ziel, die kun je toespreken. Wees blij, mijn ziel. Loof de HEER, mijn ziel. Zo gebeurt het ook in deze psalm. Mijn ziel, zoek rust bij God alleen.

Praten tegen je ziel. Praat jij wel eens tegen je ziel?

Wat denk jij als je iemand ziet die in zichzelf praat? Die is een beetje gek. Praten tegen jezelf, dat doe je niet?

In de bijbel gebeurt het wel. Praten tegen je ziel. Je ziel aanspreken.

Ik vind dat eigenlijk heel mooi.

Waarom?

Omdat het laat zien dat je gevoel niet alles is. Soms voel ik me rot. Soms heb ik nergens zin in. Of onrustig. Ik zoek afleiding, er komt niets uit mijn handen. En dan? Dat is dan zo – zo voel ik me nu eenmaal? Wachten tot het weer overgaat?

Nee. Je gevoel is niet heilig.

Spreek je ziel aan!

2. Wat is je ziel?

Je ziel, dat is de binnenkant van je leven. De kern.

Die kern is kwetsbaar. En er zit beweging in.

Ik heb wat in de psalmen zitten zoeken: hoe komt de ziel in de psalmen ter sprake?

De ziel heeft allereerst te maken met wat door je keel naar binnen gaat. Je kunt denken aan iemand die enorme dorst heeft. Niet maar een beetje een droge mond, maar echt dorst. Dan heeft je ziel dorst, smacht je ziel naar water.

Maar als je dan in de hitte water krijgt, dan voel je je weer mens worden. Je ogen staan weer helder. Je ziel is weer opgefrist.

Bij je ziel, denken de psalmen aan honger en dorst, aan je ellendig voelen van misselijkheid of juist lekker in je vel zitten. En dat is dan letterlijk zo maar ook figuurlijk.

Stel je dan maar voor dat je iets teleurstellends meemaakt. Je hoort dat je je examen niet gehaald hebt. Je kunt niet aan je nieuwe opleiding beginnen. Je toekomst valt in duigen. Terneergeslagen zit je in de kamer. Oftewel: je ziel buigt zich naar beneden. Dat kan ook om andere redenen. Zo kan je ziel wegkwijnen. Door verdriet. Je ziel kan huilen. Je ziel kan verlangen naar God. Je ziel kan vol zijn van weemoed, van verdriet. Dan buigt je ziel zich naar beneden.

Maar je ziel kan ook weer levend worden. Je zit er helemaal door, maar je krijgt een arm op je schouder. Je ziet ogen die je liefdevol aankijken. Een ziel die wegkwijnt kan verkwikt worden en opleven. Een ziel die huilt kan bemoedigd worden met kracht. Zo kan een ziel die op de grond gebogen ligt, weer overeind komen. Een ziel kan zich weer oprichten.

Je ziel kan onrustig zijn. Maar je ziel kan ook rust vinden.

En daar ben je dus zelf bij. Je kunt tegen jezelf zeggen: Kom overeind, mijn ziel. Zoek rust mijn ziel. Juich, mijn ziel.

En dat vind ik heel belangrijk.

Je kunt voor je eigen ziel zorgen.

Je kunt je eigen ziel tot de orde roepen.

Kun jij voor jezelf zorgen?

Wat gebeurt er met je als je alleen bent, bang, eenzaam? Kwijn je dan weg?

En wat doe je dan? Ik voel me rot – dus ik ga zitten zappen achter de TV. Ik vreet me vol. Ik trek een fles alcohol open. Ik dood mijn tijd…

Of kun je de knop omzetten? Zo zeggen wij dat: De knop omzetten.

De bijbel vraagt dan: Zorg jij voor je eigen ziel? Kun jij je eigen ziel aanspreken?

3. Zorgen voor je ziel, hoe doe je dat?

Dan is heel belangrijk wat hier in Psalm 62 staat. Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen.

En kijk dan eens in de psalm. Hij begint in vers 2 zo: Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust. Heel stellig.

Herken je dat in je leven met God?

Soms heb je bijvoorbeeld heel intens gebeden, samen met anderen. Al biddend besefte je steeds sterker: Ik heb God nodig. En na het gebed voel je een enorme rust. Je ervaart: God draagt me. Leven met God, het voelt goed.

Herken jij dat – dat die momenten er zijn dat je ziel rust vindt bij God?

Maar dan?

Dan komt er een vervelend telefoontje. Geërgerd over dat telefoontje word je knorrig. Dat reageer je af op je omgeving.

Je zonde wil je meenemen.

Je voelt dat de duivel aan je trekt.

En dan?

Waar is dat goede gevoel?

Het is weg.

Soms kun je je dan zo leeg en onrustig voelen.

Herken je dat ook? Dat je het weer kwijtraakt?

Alleen bij God vindt mijn ziel rust – maar hoe houd ik het vast?

Laten we elkaar niet voor de gek houden.

Het leven is onrustig. In onze ziel zit een stuk onrust.

Het heeft geen zin om te wachten tot je leven rustig wordt.

Bovendien: je ziel is niet vanzelf op God gericht. Er zijn zoveel dingen waarvan je een goed gevoel kunt krijgen.

En daarom is en blijft het een gevecht: rust vinden bij God.

Wat doe jij als je die rust die God geeft kwijt bent?

Als het goede gevoel verdwenen is?

Wat leer je hier?

Je bent er zelf bij.

Spreek je ziel aan. Mijn ziel, richt je op God.

Je wordt wakker en je ziet tegen vandaag op. Je hebt straks een lastige vergadering. Je ziet er tegenop om je collega daar tegen te komen. Je bent onrustig.

Zeg het tegen jezelf: Mijn ziel, zoek rust bij God.

Doe jij dat wel eens? Of vind je dat raar?

Je kunt het oefenen. Je ziel richten op God.

Avondmaal vieren is zo’n oefening.

Probeer vandaag zo eens avondmaal te vieren.

Mijn ziel heeft honger naar God.

Mijn ziel dorst naar het levende water van de Geest.

Mijn ziel waait alle kanten op.

Maar ik richt mijn ziel op God.

Ik zeg tegen mijn ziel: Zoek God.

Zo ga ik naar de tafel.

Ik pak het brood. Ik eet.

Ik pak de beker. Ik drink.

En mijn ziel word verzadigd van het goede – psalm 103.

Mijn ziel leeft weer op.

En ik zeg: Loof de HEER, mijn ziel.

Loof de HEER, mijn ziel. En vergeet niet één van zijn weldaden.

4. Want ik blijf alles van God verwachten.

In die zin proef je dat niet alles meteen opgelost is. Ik blijf alles van God verwachten. Het is er niet meteen. Leven met God heeft te maken met hopen. Met blijven hopen. Met in tegenslag zeggen: En toch, en toch houd ik mij aan God alleen vast.

Er is genoeg strijd. Er is genoeg tegenslag. Er is genoeg wat tegenvalt.

Maar toch, misschien wel tegen de klippen op, ik blijf alles van God verwachten.

Er zijn twee redenen waarom dat belangrijk is.

Als eerste: je ziel heeft God nodig. De ziel, dat is de binnenkant van je leven. Daar leven je behoeftes, daar ben je kwetsbaar, daar zit je verlangen. Als je in de Psalmen iets ontdekt is het dit: onze ziel kwijnt weg zonder God. Onze ziel is rusteloos zonder God. Onze ziel dorst naar God, smacht naar God.

Dat willen we niet altijd weten. Maar de psalmen willen je de ogen er voor openen. Als dat zo uit de bijbel naar je toe komt, kun jij het daarmee eens zijn?

Kun jij het met overtuiging meezingen:

Als een hert dat verlangt naar water zo verlangt mijn ziel naar u?

Weet het: je ziel verlangt naar God. Je ziel gaat dood zonder God.

Je ziel heeft God nodig.

Want, dat is het tweede: God is de enige die van wie je ziel echt iets te verwachten heeft. Van God heb je alles te verwachten. Alles. Van Hem alleen en van niemand anders.

Het is zo makkelijk en zo verleidelijk om ergens anders afleiding te zoeken.

Harde muziek.

Shoppen en geld uitgeven.

TV en internet.

Snoep, lekker eten.

Druk bezig zijn

Praten en roddelen

Medelijden met jezelf hebben.

Je huis schoonmaken en zorgen dat alles weer netjes is.

Maar het zijn illusies.

De psalm zegt niet voor niets: Zoek rust mijn ziel, bij God alleen.

En dat blijf ik doen. Ook al is het een gevecht. Dat is het – natuurlijk.

Maar juist omdat Hij alleen je rots is, je redding, je burcht – Geef niet op. Er is geen ander.

Daarom vieren we zo avondmaal.

Mijn ziel, hoe gaat het echt met je?

Alleen bij God kan mijn ziel rust vinden.

Mijn ziel heeft dorst.

Mijn ziel heeft honger.

Alleen het bloed van Jezus kan die dorst lessen.

Alleen het lichaam van Jezus Christus kan die honger stillen.

Vier zo het avondmaal:

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen.

Van Hem blijf ik alles verwachten.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding.

Mijn burcht. Ik zal niet wankelen.




Handelingen 5,1-11 – Heilig is Hij – Hij kent mij

Voorbereiding voor het heilig avondmaal

Liturgie

  • Voorzang Ps 50,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 50,3.4
  • Wet
  • Zingen Ps 50,7.10.11
  • Gebed
  • Lezen: Handelingen 4,32-5,16
  • Tekst: Handelingen 5,1-11
  • Preek
  • Zingen Ps 139, 1.3.11
  • Voorbereiding op het avondmaal
  • Zingen Gez 125,1.2.4.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 170,1.2.3
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 5,1-11 – Heilig is Hij – Hij kent mij

1. Het begon zo mooi. We kwamen een tijdje geleden bij de gemeente. En we waren onder de indruk. Toen we hier kwamen, voelden we ons welkom. Mensen hadden oog voor ons. We voelden ons verbonden. We proefden: hier is God.

We vonden onze plek. We waren een hechte groep met elkaar. We zijn gegroeid in ons geloof. Het was allemaal zo bijzonder! Als er iets was, je kon altijd ergens terecht. We hoefden ons geen zorgen te maken, nergens over. De gemeente was ons vangnet.

Maar wat er nu gebeurt. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.

Hebben jullie het al gehoord?

Wat er nu gebeurd is?

Er zijn twee doden gevallen. Een man en een vrouw.

Wat is er gebeurd?

De Heilige Geest van God is uitgestort. Er is een groep mensen ontstaan – duizenden mensen – die Jezus erkenden: Hij is de Messias, Hij is Heer. Ze loven God. Ze zijn een hechte gemeenschap. Ze delen alles met elkaar. Er gebeuren wonderen in de naam van Jezus. Er waren wel aanvallen van buitenaf, maar intern is het zo bijzonder. Dichtbij God, dichtbij elkaar. Ze wijden hun leven aan God. Helemaal. Heilig leven.

En dan is er die man. Ananias.

Hij komt bij de apostelen, bij Petrus. Hij heeft ook een stuk land verkocht. En hij geeft ook al het geld aan de gemeente.

Indrukwekkend, dat mensen dat doen. Een stuk land verkopen en al het geld weggeven.

Nu dus ook Ananias. Knap, als je dat kunt. Je bezit, je toekomst, je inkomsten, je eten, delen met anderen. Helemaal. Weer zo iemand om een voorbeeld aan te nemen. Daar heb ik respect voor.

Maar hij komt bij Petrus. En dan…

Het eerste wat Petrus zegt: Ananias, waarom heb je je hart laten vullen door satan? Waarom heb je de Heilige Geest bedrogen? Je hoefde geen land te verkopen. Je hoefde niet alles hier te brengen. Maar nu doe je net alsof. Je doet of je alles geeft. En het is maar een deel. Besef je dat je God bedrogen hebt?

En Ananias valt dood op de grond!

Ter plekke!

Moet je nagaan. Dat gebeurt in deze geweldige gemeente.

We hebben het zo goed met elkaar.

We leven zo dichtbij God.

En nu …

Ananias, en ook Saffira zijn vrouw later op de dag.

Allebei dood.

Dat is schrikken.

Is God gevaarlijk?

Is God als een hoogspanningskabel, waar je maar niet in de buurt moet komen?

2. Hoe zou jij gereageerd hebben?

Word jij bang van dit verhaal?

Wat doe je als je in een gemeente zit waar zulke ingrijpende dingen gebeuren?

Wat zouden zij gedaan hebben, toen?

En wat zouden zij van God gedacht hebben?

Weg hier – dit is niet veilig?

Wat denk jij dat dit verhaal over God zegt?

En als wij dit met elkaar mee zouden maken, wat voor effect zou dat op onze gemeente hebben?

Ook wij maken met elkaar ingrijpende dingen mee. Anders dan bij Ananias en Saffira, maar ook ingrijpend. En zo is er de afgelopen vijf jaar van alles gebeurd.

Het is bemoedigend om te zien dat vanaf het begin zulke dingen gebeuren. Vanaf Handelingen 5 zijn er regelmatig ingrijpende dingen binnen de gemeente. Hier twee mensen die sterven. Later conflicten, ruzies, meningsverschillen, mensen die zich verwaarloosd voelen. Zo snel al na het mooie begin gaat het intern mis. Het lijkt wel of de bijbel wil zeggen: Wen er maar aan.

Maar wat vooral bemoedigend is: God gebruikt zo’n crisis. Als test en beproeving. Hoe reageer je erop? Wat voor effect heeft het op je? Als loutering ook. Vuur dat vuil wegbrandt. Gods heiligheid die onze zonde weg schroeit. Soms moet het mes er in; moet er iets weggesneden worden. En denk dan allereerst maar aan jezelf. In jou, in mij, zijn dingen die dood moeten. Mijn zonde moet dood. Sterven met Christus. Dat moeten we aan het kruis slaan. Zo moet er ruimte groeien voor het nieuwe leven.

We kunnen God niet voor de gek houden. God prikt overal doorheen. Verstoppertje spelen heeft bij God geen zin. Gelukkig maar. Nu kan Hij ons genezen. Hij weet wat Hij in ons leven weg moet snijden. Hij weet waar het mes erin moet. Hij weet ook hoe Hij ons genezen kan.

Want dat is wat God wil: ons leven genezen. Ons groei geven. Verdieping.

We zitten met elkaar in een impasse.

Ik weet niet waar God ons brengt als gemeente.

Maar ik doe wel een oproep op jullie. Gebruik deze situatie zoals God Hem gebruikt.

Of je er nu midden in zit of verbaasd zit te kijken: Wat gebeurt hier?

Gebruik deze situatie zoals God hem gebruiken wil.

En zo wil ik met jullie op weg naar het avondmaal nadenken over Handelingen 5. Wat doet het daar met de gemeente? Wat doet het met mensen? Er gebeuren ingrijpende dingen – wat is het effect daarvan op jou, op mij?

Wees er zeker van: God wil niets liever dan dat je geloof in Jezus Christus zich verdiept. Dat er in je leven meer ruimte komt voor de Heilige Geest. Dat je groeit in overgave en toewijding aan God.

 

3. Wat is het effect van de dood van Ananias en Saffira?

Iedereen die het hoort, schrikt.

En dat kun je je voorstellen.

Natuurlijk schrik je als je dit hoort.

Mensen schrikken in de bijbel vaker van God.

God is God.

God is groot in majesteit, in luister, in heerlijkheid.

God is heilig.

En die heilige God wil bij mensen wonen. Hij zoekt ons weer op – onheilige zondaren. Dat deed Hij altijd al. Dat deed Hij in het Oude Testament in de ontmoetingstent, de tabernakel. De grote heilige God woont bij mensen in een tent. Door Jezus Christus, onze heilige verlosser, verlost Hij ons. Jezus maakt ons heilig. En dan sinds Pinksteren komt God niet maar bij ons wonen. God komt in ons wonen, in onze harten. Daar woont de Heilige Geest. En de gemeente is tempel van de Heilige Geest.

Heilig – dat is typisch voor God.

Als mensen Gods troon mogen zien, zien ze ook bijzondere wezens bij Gods troon die roepen: Heilig – heilig – heilig.

Gods heiligheid is precies waardoor Hij anders is dan wij.

Hij is God en geen mens.

Hij is volmaakte liefde en geen zondaar.

Hij is stralend licht en geen duisternis.

Hij is – heilig.

Groot – indrukwekkend – onvoorstelbaar.

En daarom is het zo bijzonder wat God wil: de Heilige wil bij, wil in mensen wonen.

Want Hij wil dat wij heilig worden.

Volmaakt.

Liefdevol.

Stralend.

Licht.

Hoe reageert God als dat mooie voor het eerst kapot gemaakt wordt?

God geeft iets onvoorstelbaars: de Heilige Geest woont in mensen.

Als die mensen dan de Heilige Geest bedriegen.
Als er een eerste kras komt op dat geweldig mooie.

Dan laat God zien: Ik ben heilig. Ik laat niet met me spotten.

Zo reageerde God ook in het Oude Testament toen de ontmoetingstent net klaar was. Iets geweldig moois: God woont bij zijn volk. Twee zonen van Aäron brachten verkeerd reukwerk op het altaar. Een felle vlam kwam uit het heiligdom. Ze stierven ter plekke. Kijk maar in Leviticus 10. Hij is heilig en wil serieus genomen worden. Als God.

Hoe reageer jij als je dat ontdekt – Heilig is Hij?

Ben jij eigenlijk wel eens geschrokken van God? Diep onder de indruk geraakt van zijn grootheid?

Of denk je: God is liefde. Hij vergeeft wel. Ik kan altijd bij Hem terecht. En ondertussen loop je over Hem heen. Ga je je eigen gang.

Heb jij door wie God is?

De Heilige?

Laat de impasse waar we als gemeente inzitten, je tot bezinning brengen.

Heb ik wel door wie God is?

Heilig – heilig – heilig is Hij…

4. Laat de impasse waar we in zitten, je tot bezinning brengen. Bovendien: we vieren volgende week zondag avondmaal. Kijk daarom naar Ananias en Saffira, naar wat er met hen gebeurt. En ga na hoe je tegenover God staat.

Kijk goed: je kunt de Heilige Geest niet voor de gek houden. De Heilige Geest laat zich niet bedriegen. God prikt door de schone schijn heen. Ananias en Saffira verkochten een stuk land. Van buiten zag het er allemaal prachtig uit. Land verkopen, geld weggeven, alle opbrengst zelfs. Gelovige mensen die de daad bij het woord voegen. Van buiten ziet het er mooi uit. Maar God ziet dat ze zich mooier voordoen dan ze zijn. Dat ze als superchristen bekend willen staan. Maar ondertussen bedriegen ze de boel. Van buiten kan het er mooi uitzien – God ziet wat er in jouw hart is. Je kunt de Heilige Geest niet voor de gek houden.

Misschien houd jij wel een christelijk image op. Van buiten klopt het allemaal. Het ziet er mooi uit. Je leeft volgens christelijke of zelfs gereformeerde gewoontes. Maar wat zit daaronder? Waar is je hart vol van? Proeven anderen dat je van Jezus houdt, je Heer?

Stop met toneelspelen! Weg met alle maskers.

Tegenover God is er alleen plek voor complete eerlijkheid. Alles ligt open voor Hem.

Gelukkig maar.

Mensen die iets te verstoppen hebben, die zijn niet gelukkig.

Geheimen, verborgen kamertjes, ze gaan aan je knagen.

Toegedekte rottigheid gaat zweren.

Gelukkig ziet God alles.

Soms moet dan het mes er in.

Maar dat is goed. Als we eerlijk zijn en alles open leggen voor God, dan kan Hij ons genezen. Zijn Geest kan overal komen en alles aanraken. Alles heel maken.

Maar dan is wel de vraag:

Mag de Geest je hele hart bewonen? Daar gaat het uiteindelijk om.

Bij Ananias en Saffira ook. Ze waren niet echt toegewijd aan God met hun hele hart. Ze wilden van twee walletjes eten. God en het geld. En zo heeft satan hun hart gevuld. Want dat stond er in de vorige vertaling van 1951, en dat staat er ook in het grieks. Waarom heeft satan je hart gevuld zodat je gelogen hebt tegen de Heilige Geest? Zo ver kwam het, dat ze de Heilige Geest trotseerden; dat ze de Geest bedrogen.

En daardoor kwam het, dat ze iets achter hielden. Dat ze zich mooier voordeden dan ze waren.

Wat houd jij achter?

Mag de Heilige Geest in jouw hart wonen? Mag Hij in je hele hart wonen? Of zijn er stukken in je hart waar staat: Verboden toegang voor de Heilige Geest? Want daarachter liggen je afgoden – je eigen image, het geld wat je nog moet verdienen, seks en porno, macht en invloed, je eigen emoties, je pijn, je verdriet?

Bedrieg je de Geest? Of bid je steeds weer: Heer, geef dat ik me laat leiden door uw Geest? Wilt u me steeds weer vullen?

Stel dat je nu denkt: ja, er zijn wel dingen die ik eigenlijk liever achterhoud. En daar wil ik mee stoppen.

Ik zou zeggen: geweldig!

Ga bidden, thuis alleen of met een ander gelovig iemand samen. Je kunt het gewoon tegen God zeggen. Zeg eerlijk tegen God hoe je Hem buiten de deur houdt. Vraag om vergeving. En vraag de Heilige Geest om je hart te vullen. Dan kan God grote dingen gaan doen!

Maar ook als je dat niet denkt.

Bid dat je de Geest alle ruimte geeft. Zoals het in psalm 139 staat:

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,

peil mij, weet wat mij kwelt,

zie of ik geen verkeerde weg ga,

en leid mij over de weg die eeuwig is.

5. Wat was het effect van de dood van Ananias en Saffira?

Schrik. Dat wil zeggen: verdieping van het ontzag voor God. Heilig is Hij.

En de gemeente bleef groeien.

Er bleven wonderen gebeuren.

De mensen stroomden toe met hun zieken.

Vanaf het eerste begin gebeuren er in de kerk ingrijpende dingen. Kijk maar in Handelingen.. Lees de brieven maar. Misschien is het goed om tegen elkaar te zeggen: Wen er maar aan.

Alleen: die ingrijpende dingen willen niet zeggen dat de kerk er niet meer is.

Want God is er. Heilig is Hij. Hij geeft zijn Heilige Geest. Hij wil ons heilig maken. Helemaal toegewijd aan Hem. Totale toewijding.

Laat je daardoor bemoedigen.

Je ziet bij Ananias en Saffira: God kent je helemaal. Je kunt hem niet voor de gek houden. Voor de mensen kan het wat lijken – God prikt er door heen. God kent je helemaal. Dat betekent net zo goed: De mensen kunnen je ook onterecht afschrijven – maar God weet wie je echt bent. Hoe God ons ziet, blijft onafhankelijke van wat mensen zeggen.

God kent je helemaal.

En Hij wil niets liever dan in ons hart wonen. Hij heeft er geen plezier in als mensen dood gaan. Hij is geen wrede God die Ananias en Saffira eens even lekker te pakken neemt. Hij wil juist ons leven genezen. Weg met de leugen. Weg met de satan. Weg met de zonde. Daarom vindt Hij het zo erg wat Ananias en Saffira doen. De Heilige Geest bedonderen. Hun hart open stellen voor satan.

Hij wil het tegenovergestelde. Handelingen gaat over Jezus Christus die regeert. Het goede nieuws van koning Jezus gaat de hele wereld over. Alle machtige mensen horen ervan. Ananias en Saffira veranderen daar niets aan.

Want God is heilig. Hij kent ons helemaal en Hij wil ons heilig maken.

Hij wil ons mensen maken uit één stuk.

Mensen met een diepe passie voor God en voor een eerlijke wereld.

Mensen die lijken op hun God.

En niet alleen ons, nog veel meer mensen.

Wij kunnen in een impasse belanden.

Jezus Christus niet.

Hij gaat door. Hij is overwinnaar.

Dat is het enige wat telt.

Daarom vieren wij volgende week het heilig avondmaal.

Wij kunnen in een impasse belanden. Ingrijpende dingen meemaken.

Jezus Christus wil die dingen gebruiken. Hij is Heilig. Hij kent ons.

En Hij wil hierdoor ons laten groeien. Hij wil de crisis gebruiken als loutering.

Laat dat je bemoedigen.

Maar stel jezelf dan ook de vraag: Krijgt de Heilige Geest alle ruimte in mijn leven?

Heb ik diep ontzag voor God?

Laat het je bemoedigen: Heilig is Hij. Hij kent mij – en jou.




Lucas 23,44-49 – Jezus’ dood: een offer van aanbidding en vertrouwen

Liturgie

  • Voorzang: Gez 88 (uit ‘Het lam dat ons doet leven’)
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 25,1.7
  • Gebed
  • Schriftlezing: – Lucas 23,44-56-
  • Psalm 31,1-17
  • LB 177,5.6
  • Preek over Lucas 23,44-49
  • Zingen: Hij is de weg gegaan (uit ‘Het lam dat ons doet leven’)
  • Zingen LB 183,1.3.4
  • Avondmaalsviering
  • Zingen Gez 157
  • Zingen Gez 91
  • Collecte
  • Zingen Gez 89,3.4
  • Zegen

Preek over Lucas 23,44-49 – Jezus’ dood: een offer van aanbidding en vertrouwen

Zusters en zussen, broeders en broers,

1. Het werd die middag opeens donker. Onverwachts, de kranten hadden niet voor een zonsverduistering gewaarschuwd. Dat moet diepe indruk hebben gemaakt. Drie uur lang was het donker.

Het kan letterlijk donker worden. Letterlijk donker, daar draaien we onze hand niet voor om. Je doet het licht aan. Maar het kan ook figuurlijk donker worden. Als je even aan je eigen leven denkt, waar denk jij dan aan? Hoe is het donker geworden of geweest in jouw leven?

En wat doe jij dan?

Stel je voor. Je zit niet zo lekker in je vel, bent wat depressief. Op je werk heb je wat problemen met collega’s. Je meldt je ziek. En je wordt eruit gewerkt. De rechter komt eraan te pas, je krijgt wat geld mee, maar je zit wel thuis, zonder baan. Je vereenzaamt. Mensen zien je niet staan. Thuis loopt het ook minder. Je relatie was de laatste jaren al niet super, maar nu je thuis komt te zitten wordt het alleen maar erger. De ruzies thuis stapelen zich op. En in de kerk? Ach, praat me niet van de kerk. En God. Waarom laat hij dit allemaal gebeuren?

Wat zou dat met je doen?

Stel je voor dat je een Joodse rabbi bent. In het begin was iedereen van je onder de indruk. Maar je collega-rabbi’s worden steeds wantrouwender. Ze praten niet meer met je, het valt juist stil als je eraan komt. Ze vinden je gevaarlijk, net zoals de leiders van je volk. En je houdt van je volk. Je wil niets liever dan dat je volk weer oog krijgt voor zijn God. Je was voor je God gegaan, maar wat had het opgeleverd? Dat volk van God, wat je ook zegt, het lijkt wel of het niet tot ze doordringt. Ze lopen achter je aan, maar begrijpen ze je boodschap wel? Het ene moment zijn ze blij met je, het andere moment roepen ze ‘Kruis hem’. En waar loopt het op uit – je hangt daar. Je handen scheuren onder je eigen gewicht. Pijn – pijn.

Wat zou dat met je doen?

Wat zou dat doen met hoe je tegenover God staat?

Die dag lang geleden werd het donker, letterlijk en figuurlijk. Want toen hij gearresteerd werd, zei Jezus: Dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis. Figuurlijk werd het donker. Nu hij daar hangt, aan het kruis, wordt het ook letterlijk donker. God trekt zich terug. Het is de tijd van het oordeel. De tijd van de macht van de duisternis.

2. Wat doet Jezus als het donker is?

Zijn God trekt zich terug. Van Jezus, maar ook uit de tempel. Het voorhangsel in de tempel scheurt doormidden. Offers brengen heeft geen zin meer. De tempel is voortaan onbewoond. Een leegstaand pand zonder functie. Het wordt helemaal donker, letterlijk en figuurlijk. Het uur van de macht van de duisternis.

Wat doet Jezus als het donker is geworden?

Let dan even op. We lezen het lijdensverhaal uit Lucas dit jaar. En wat wil Lucas ons duidelijk maken? Hij vertelt het verhaal anders dan Marcus en Matteüs.

Lucas vertelt niet dat Jezus roept ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Lucas vertelt andere dingen. Hij vertelt hoe Jezus voor zijn moordenaars bidt. Hij vertelt hoe Jezus ook aan het kruis nog oog heeft voor mensen, voor wat God in mensen doet. De preek van zondagmorgen.

En ook nu vertelt Lucas iets bijzonders wat de andere evangeliën niet vertellen. Hierdoor laat hij zien dat Jezus tot het eind de volmaakte mens is. De koninklijke mens.

Lucas vertelt dat Jezus roept: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’

Woorden uit Psalm 31. David zingt daar:

‘In uw hand leg ik mijn leven,

HEER, trouwe God, u verlost mij.’

Psalm 31 is een psalm waar een groot vertrouwen op God uit spreekt. God is mijn rots, mijn vesting, mijn toevlucht. Die psalm maakt Jezus tot de zijne vlak voor hij sterft. Vader, in uw handen leg ik mijn geest.

Het is helemaal donker geworden in Jezus’ leven. Hij staat op het punt om te sterven. Maar zelfs dan blijft Jezus trouw aan zijn Vader. Hij blijft vol vertrouwen. Zelfs nu hij sterven gaat en je zou denken: nu is het helemaal afgelopen. Dood is immers dood. Maar juist nu geeft Jezus zich helemaal over aan zijn Vader. Laat zijn Vader oordelen of hij onschuldig is of niet. Laat die hem weer levend maken en hem bevrijden uit de dood.

Zo was Jezus hele leven: een leven vol vertrouwen op God. Een leven helemaal gewijd aan zijn Vader. Zijn hele leven. Vanaf het begin tot het einde. Ondanks tegenslag. Ondanks het uur van de macht van de duisternis.

Zo was heel zijn leven, zo is zijn dood: een offer gewijd aan God. Want wat is een offer? In Hebr 9,14 staat dat Jezus door de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen aan God als een offer zonder smet. Dat doet Jezus hier, als de climax van heel zijn leven. Hij geeft zich helemaal aan God, vol vertrouwen, een en al aanbidding. Een offer zonder smet, een rechtvaardige. Hij sterft voor ons om een offer voor ons te zijn.

God verlaat de tempel. Het is donker geworden op aarde. Maar tegelijk offert Jezus zichzelf aan God. Tegelijk gaat de weg naar God op een nieuwe manier open. Jezus sterft en baant zo de weg naar God – voor ons.

3. Zie je Jezus sterven?

Kijk die romeinse officier daar eens staan. Hij was verantwoordelijk voor wat er gebeurde. Hij heeft Jezus laten kruisigen. Hij heeft misschien wel mee gespot. Gelachen.

Maar hij heeft het ook allemaal zien en horen gebeuren. Jezus die bidt voor de soldaten – Vader, vergeef het hun. Hij heeft gemerkt dat Jezus niet terugschold, niet vloekte. Deze gekruisigde, daar was iets mee.

Hij was er bij toen het donker werd. Ik kan me nog goed de zonsverduistering van 1999 herinneren. Ik was toen met Janneke samen in Brugge, in België. Midden op de dag werd het op eens schemerig. Alle mensen stonden te kijken. Het licht was onwezenlijk. Toen wist iedereen ervan en stond klaar met eclips-brilletjes. Nu had niemand het aangekondigd. Opeens werd het drie uur donker. Dat is lang – drie uur. Probeer je eens voor te stellen wat dat met die officier gedaan heeft. Van 12 tot 3 uur was het donker. Vogels reageren er op, worden stil.

De centurio, zeg maar een sergeant-majoor of een luitenant, het heeft diepe indruk op hem gemaakt. Hier gebeurde iets bijzonders. Deze gekruisigde stond dicht bij God. Zo toegewijd aan God. Deze man is oprecht, eerlijk, goed. Hij was onschuldig. Tegenover mensen maar vooral ook tegenover God. Wat was dit voor een man?

En dan gebeurt er iets wonderlijks. Die romeinse officier, hij gaat God aanbidden. Eerbiedig maakt hij God groot.

Hoe reageer jij op de dood van Jezus? Raakt het je? Aanbid je God? Onder de indruk van Jezus?

Zometeen gaan we avondmaal vieren. We vieren dat Jezus dood ging. Dat klinkt gek. Je viert iemands dood – dat lijkt op leedvermaak. Vieren dat iemand er niet meer is.

Maar we vieren anders. Jezus werd alleen gelaten, door God en mensen. Het uur van de duistere machten kwam over hem. Maar hij bleef trouw aan God. Tot in zijn dood was zijn leven een offer van aanbidding en vertrouwen.

Offeren in de tempel had geen zin meer, daar was God niet meer.

Maar Jezus wordt het laatste grote offer als hij sterft.

Hij brengt ons definitief bij God.

De weg naar God is open. Het gordijn dat tussen ons en God in hing, is weg. We kunnen zo naar God toe gaan, het heiligdom in, naar Gods troon.

Vier je het mee met ons, vanavond?

Vol aanbidding – Jezus kon wat wij niet konden.

Hij kon zichzelf aan God wijden als een offer van aanbidding en vertrouwen.

En hij deed dat voor ons.

Vier het mee, vol eerbiedige aanbidding.

We eten zijn vlees, en we drinken zijn bloed.

Zie je wat er dan gebeurt?

Hij komt in ons. Zijn vlees komt in ons. Zijn bloed gaat door onze aders stromen.

Wij aanbidden hem. Wij vieren zijn dood.

En dan gebeurt er zo iets moois: zijn aanbidding wordt onze aanbidding.

Ons leven wordt een dankoffer aan God. Een offer van aanbidding.

Vier je het mee?

4. Zie je Jezus sterven?

Kijk die mensen eens naar huis gaan. Ze hebben gekeken. Gelachen om de grappen en de grollen. De botte humor van die spotters.

Ze hebben het ook donker zien worden, drie uur lang.

Ze hebben Jezus zien sterven.

En het heeft ze geraakt. Wat gebeurt hier? Hij is dood – Jezus van Nazareth. Wat is dit? Wat hebben we gedaan?

We hebben het laten gebeuren. Kritiek en wantrouwen hebben geleid tot een moord – weg met Hem. Ze waren erbij geweest. Maak Jezus verdacht. Schop hem eruit. Er is iemand opgeofferd voor – ja, waarvoor eigenlijk? Waarom was er geen ruimte meer voor hem? Waarvoor was dit nodig? Nu is hij dood! En hij was onschuldig. En het is niet meer terug te draaien.

Wat hebben we gedaan?

En er gebeurt iets moois – ze schamen zich. Ze voelen zich schuldig. Ze krijgen berouw.

Zo komt er ruimte voor bekering.

Ruimte voor de opstanding. Voor een nieuw begin – zo mooi.

Ruimte voor de Heilge Geest. Voor verandering en vernieuwing – wie zou dat bedenken?

Het is niet terug te draaien – behalve door God. God, die doden levend maakt. God, die het teruggedraaid heeft.

Hoe reageer jij op de dood van Jezus?

Met berouw? Schaam je je? Voel je je schuldig?

Dan komt er ruimte om te zien: hij stierf voor mij.

Zijn offer, een offer van aanbidding en vertrouwen, het bedekt mijn zonde.

Ik verdien het te sterven.
Maar hij stierf.

Vier je het met ons mee, vanavond?

Vol vertrouwen – Jezus deed wat wij niet konden.

Hij kon zichzelf aan God wijden als een offer van aanbidding en vertrouwen.

Hij stierf voor onze zonden.

Vier het mee, vol ootmoedig vertrouwen.

We eten zijn vlees, en we drinken zijn bloed.

Zie je wat er dan gebeurt?

Hij komt in ons. Zijn vlees komt in ons. Zijn bloed gaat door onze aders stromen.

Wij vertrouwen op hem. Wij vieren zijn dood.

En dan gebeurt er zo iets moois: zijn vertrouwen wordt ons vertrouwen.

Ons leven wordt een dankoffer aan God.

Een offer van aanbidding en vertrouwen.

Vier je het mee?




Lucas 23,26-34 – Huilen om Jezus of om jezelf?

5e zondag van de Lijdenstijd

Avondmaal

Liturgie

  •   Voorzang Ps 50,1
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 50,2.11
  • Wet in een nieuwtestamentische versie
  • Zingen Ps 51,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing – Lucas 23,26-34 – 1 Petrus 4,12-19
  • Preek
  • Zingen LB 360,1.2
  • Lezing avondmaalsformulier Viering omlijst door zingen: LB 356,1.2.3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 133
  • Zegen

 

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Lucas 23,26-34 – Huilen om Jezus of om jezelf?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Huilende mensen, ze zijn er. Een journaal-item over een aardbeving of een zelfmoordaanslag in het Midden-Oosten. En je ziet ze, die vrouwen zoals ze hier ook zijn: ze slaan zich op de borst, ze roepen, ze huilen. Weeklagende vrouwen, dat kennen wij niet zo, maar in Turkije, in Iran, daar kom je ze tegen net zoals hier in het verhaal.

Wij huilen anders, maar ook wij huilen. Een kind, dat in het ziekenhuis beland door een ongeluk. Een goede vriendin die gevochten heeft voor haar relatie, en die nu hoort dat haar man een ander heeft, en die gaat scheiden. Je kunt het je voorstellen dat mensen huilen in deze wereld. Dat zul je vast wel herkennen. Huil je zelf wel eens? Waarom huil je dan?

Ook hier huilen vrouwen, ze weeklagen, ze slaan zich op de borst. En je kunt het je voorstellen.

Daar staan ze te kijken, twee vrouwen. Toen Jezus langs hen gelopen was, liepen ze mee. De groep wordt steeds groter. Ze voelen allebei de tranen in hun ogen branden. Kijk, daar gaat Jezus. Zo jong nog. Weet je nog hoeveel indruk hij op je maakte? Weet je nog hoe hij je zoon genas? Weet je nog dat we bijna ruzie met elkaar kregen, toen die keer toen je dacht dat hij de beloofde Messias was? Moet je hem nu zien. Het is toch erg.

Jezus – hij leek de Messias. De mensen liepen met hem weg. Zijn mooie verhalen. Al die keren dat hij zieken beter maakte. Soms was hij zo ongrijpbaar, maar juist daarom zo speciaal. Het lef om de Farizeeërs aan te pakken. Maar waarom was hij niet wat gematigder? Waarom had hij zich zo gehaat gemaakt. Kijk nu wat er van komt. Alle hoop wordt de bodem in geslagen. Je voelt de tranen opkomen. Waarom gebeurt dit?

Zo huilen die vrouwen om Jezus. Ik kan het me voorstellen dat ze huilen. En jij?

Jezus hoort ze huilen. Tenminste, zou hij het nog horen? Zou het hem goed doen? Of zou het niet tot hem doordringen.

Maar dan?

Jezus staat stil. Hij draait zich om naar die huilende vrouwen.

En hij zegt: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen?’

Huil niet om mij, maar om jezelf?

Hoezo?

Daar staan we samen vanmorgen bij stil. Huil niet om Jezus, maar om jezelf. Waarom?

2. Om Jezus te kunnen volgen, is het eerst belangrijk dat je snapt wat hij zegt.

Het zijn dreigende woorden. ‘De tijd zal komen dat de mensen zullen zeggen: Gelukkig ben je als je geen kinderen hebt. Dan zullen ze tegen de bergen zeggen: Val op ons. Tegen de heuvels: bedek ons.’

Het zijn woorden die komen uit Hosea 10. Daar wordt Gods oordeel aangekondigd: het moment dat God komt, boos over zonde, boos over ontrouw, boos op zijn volk. Dood en verwoesting worden aangekondigd. Want de HEER komt om te straffen.

En Jezus zegt: Als ze dit al doen met het groene hout, wat zullen ze dan met het dorre hout doen?

Snap je wat Jezus bedoelt?

Hijzelf is het groene hout. Hij is nieuw en levend hout. Dat kap je niet om maar laat je staan. Het brandt niet, want het zit nog vol vocht. Zo is Jezus onschuldig. Hij is het nieuwe levende hout dat uit de afgehakte stronk van Isaï groeit. Hij moet groeien. Maar ze straffen hem als een opstandeling, een crimineel. Maar dat is hij helemaal niet. Toch wordt hij behandeld als brandhout.

Als hij al zo aangepakt wordt, wat zal er dan gebeuren met het verdorde hout? Het echte brandhout? De onschuldige Jezus heeft al zo te lijden. Wat zal er dan gebeuren met de mensen die echt straf verdienen?

Deze vergelijking kun je betrekken op verschillende dingen.

Als eerste zegt Jezus hier iets over wat er veertig jaar later zal gebeuren met zijn eigen volksgenoten. Jezus wordt hier door de Romeinen gekruisigd als een opstandeling. Zijn volk wil hem niet, en kiest voor de weg van nationalisme en geweld. Het wil niet inzien dat die weg geen oplossing biedt. Verblind zijn ze, en veertig jaar laten komen ze in opstand tegen Rome. En die Joodse opstand is wreed afgestraft. De onschuldige Jezus is gekruisigd. De Joden die hun koning verwierpen en kozen voor geweld, voor opstand, die zullen de consequenties ervan dragen. Zo is het gegaan: de tempel is verwoest, veel Joden zijn gedood, gekruisigd. Hun stad met de grond gelijk gemaakt.

Maar Jezus’ woorden gaan dieper. Ze gaan ook over het oordeel van God over deze hele wereld. Denk aan 1 Petrus 4. ‘Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen.’ En daarna gaat het de hele wereld over. Iedereen wordt door God geoordeeld.

Zo stelt Jezus ons allemaal voor de vraag: Waar huil jij om?

Om mij? Om de wereld? Om die ander? Om de kerk?

Of om jezelf?

Jezus zegt het tegen ons allemaal: Huil maar om jezelf. Want je zult getroffen worden door Gods oordeel. En berg je dan maar!

3. Die woorden mag je niet zo maar naast je neer leggen. Zo van ‘Ik hou niet van donderpreken’. Of ‘God is toch liefde?’

Stel je voor: Jezus is een nacht lang getreiterd, gepest, geslagen, gemarteld, verhoord, uitgescholden. En dan nog vindt hij het belangrijk genoeg om die vrouwen te waarschuwen. Zelfs op weg naar het kruis is hij nog met anderen bezig. Zelfs dan nog wil hij ons waarschuwen, ons de ogen openen. Hij blijft de profeet die zijn volk blijft waarschuwen – tot het bloedige einde toe. Luister dus naar wat Jezus zegt.

Jezus zegt dit niet uit wraak. Zo is Jezus niet. Kijk maar hoe Jezus even later bidt voor de soldaten. Ze slaan de spijkers dwars door zijn handen en zijn enkelgewrichten. En weet je wat Jezus dan bidt? ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen’.

Zo is Jezus. Hij heeft hart voor anderen. Voor jou, voor mij.

Maar hoe passen die harde woorden daarbij?

Omdat die harde woorden iets zeggen over Jezus, en over ons.

Ze zeggen iets over Jezus. Petrus schrijft dat Gods oordeel begint bij Gods eigen volk. Dat weet Jezus ook. Hij weet: Mijn volk zal geoordeeld worden. Zij zijn het dorre hout. Zij verdienen de straf van criminelen en opstandelingen. Maar Jezus zegt: Laat het oordeel maar beginnen bij mij, het groene hout. Ik, de koning, ga voor mijn volk uit. Ik zal hun straf ondergaan. Laat mij maar een opstandeling zijn, een rover, een brute crimineel. Laat mij maar als eerste getroffen worden door Gods oordeel. Laat mij maar sterven voor hun zonden.

Hoor je dat Jezus dat zegt? Ik wil voor jou sterven. Jouw straf ondergaan. In jouw plaats getroffen worden door Gods oordeel.

En dan zeggen die harde woorden ook iets over ons.

Jezus wil niets liever dan dat je snapt: inderdaad, ik ben het dorre hout. Ik verdien Gods straf. Als je dat niet snapt, dan huil je misschien om Jezus. Dan vind je het erg wat hier gebeurt. Maar er verandert niets in je leven. Terwijl als je om jezelf huilt, als je snapt: Ik ben het verdorde hout; dan sta je ook open voor Jezus als je verlosser. Als je weet dat je Gods straf verdient, dan kun je je bekeren. Dan kan er iets veranderen. Dan kan Jezus je verlossen. Alleen de zieken hebben een dokter nodig. Wie gezond zijn niet.

4. We vieren zo meteen het avondmaal. We staan stil bij het lijden en de dood van Jezus. Zie je Jezus lopen? Murw geslagen, bloedend na de geseling. Zo strompelt hij naar de executieplaats. Wat doet het met je?

Jezus staat stil, keert zich om. Hij kijkt je aan.

Hij zegt: Huil niet om mij. Maar huil om jezelf.

Kun je je voorstellen dat je om jezelf huilt? Besef je dat je niet zonder Jezus kunt? Daar gaat het Jezus om, dat je dat ontdekt: ik ben brandhout, ik leef alleen door Jezus.

Waarom zou je om jezelf huilen?

Het kan zijn dat je iets gedaan hebt waardoor je je eigen leven en dat van anderen kapot gemaakt hebt. Iets stoms, en je wilt dat het nooit gebeurd zou zijn. Maar je hebt het gedaan en je kunt het niet meer terugdraaien.

Of je merkt dat het je steeds bij de handen afbreekt. Je wilt wel het goede doen, liefdevol zijn, maar het lukt niet. Je zegt toch iets dat een ander pijn doet. Je geeft toch toe aan je chagrijn en de sfeer is weer kapot.

Het kan ook zijn dat je van buiten een keurige christen bent. Maar je weet: diep in mijn hart heb ik een minachting voor God. Als ik toch weer even wil genieten van mijn lievelingszonde. En geen zin heb om me er tegen te verzetten – even genieten zonder God.

God heeft ons gemaakt om volmaakt te zijn en lief te hebben, Hem lief te hebben – maar wat brengen we ervan terecht?

Kun je je voorstellen dat je om jezelf huilt? Doe je het wel eens?

Laat je alsjeblieft door Jezus aan het denken zetten. Hij zegt het niet voor niets: huil niet om mij, maar om jezelf!

Want dan snap je ook waarom hier die tafel staat. Deze tafel laat zien: huil om jezelf.

En huil niet om Jezus – wees juist dolblij met hem. Kom dus hier aan tafel, juist als je huilt om jezelf!

Hij heeft hart voor je. Hij wil niets liever dan dat we snappen: Ik heb Jezus nodig.

En hij wil voor jou sterven. Hij wil voor ons een Barabbas worden, een misdadiger onder de misdadigers. Hij wil de straf dragen. Hij, de koning, wil het oordeel over zijn volk als eerste ondergaan.

Zo wordt door hem Gods oordeel een nieuw begin.

Een plaats van vrijspraak.

Een plaats om zijn lichaam te eten. Om zijn bloed te drinken.

Hier, aan deze tafel.

Als je hier zit. Met de tranen in je ogen om jezelf.

Dan hoor je hier ook de stem van de rechter: ‘Onschuldig!’

Dat gebeurt alleen hier, aan de tafel van Jezus Christus. Alleen bij de koning, dat groene hout, die voor ons Gods straf wilde ondergaan.

Het geldt altijd: huil niet om mij, maar om jezelf.

Maar hier aan tafel geldt: huil om jezelf en niet om mij. Wees dolblij met mij. Vier avondmaal. Vier feest. Om Jezus. Je koning. Je redder.




Handelingen 2,37-42 – De methode van de Heilge Geest

Voorbereiding avondmaal – bevestiging van een diaken

Liturgie

  • Voorzang: Gezang 171
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 95,1.3.4
  • Wet gecombineerd met avondmaalsformulier: zelfbeproeving
  • Zingen: Gezang 157 (NG 80)
  • Slot formulier 739-740
  • Gebed
  • Lezen: Handelingen 2,29-42
  • Tekst: Handelingen 2,37-42
  • Preek
  • Zingen: Gez 105,1-5 (’s Middags: Geloofsbelijdenis Zingen: LB 477)
  • Bevestiging ambtsdragers Halverwege zingen: Ps 133 Daarna opdracht
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 165 (NG 85)
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl.

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

Preek over Handelingen 2,37-42 – De methode van de Heilige Geest

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Stel je voor – daar staan ze dan. Al die vrome en minder vrome Jeruzalemmers. Ze zien en ze horen van alles wat ze niet kunnen plaatsen. Het geluid van een enorme wind; mensen met vlammen op hun hoofden; simpele Galileërs die opeens allerlei talen spreken. En dan steeds weer de naam van die Jezus. Ze hadden zich nooit echt door die Jezus laten meeslepen. Ze waren ook blij dat hij weg was. De rust was weergekeerd in hun mooie stad.

Maar dan die Petrus. Nog zo’n stinkende Galileër. Alleen, het hakt er wel in wat hij zegt. Jullie hebben Jezus gekruisigd. Maar ten onrechte. Hij is geen godslasteraar. Hij is geen misdadiger. Hij is geen revolutionair. En dat zeg ik niet – dat zegt de bijbel. Dat zegt God zelf. God heeft hem levend gemaakt. God heeft hem aangesteld als Heer en als Messias.

Daar sta je dan met je goede gedrag en je goede bedoelingen. Als dat echt waar is… Ze waren allemaal Joden die verlangden naar de Messias. Hadden ze die Messias werkelijk gedood? Wat nu?

Diep geraakt vragen ze: Wat moeten we doen? Hebben we ons werkelijk zo vergist? Hebben we Gods gezalfde gedood – onze eigen verlosser? Zijn wij de godslasteraars, de moordenaars van God? Zijn wij de opstandelingen, die Gods koning gedood hebben? Wat moeten we doen?

Bij dit gedeelte staan we stil een week na Pinksteren. Je ziet hier de kracht van de Heilige Geest werken. Het evangelie wordt uitgedragen, als een boodschap van verlossing, maar ook als een boodschap met een vlijmscherpe rand. En de boodschap treft doel. De Heilige Geest geeft aan deze woorden van Petrus een onvoorstelbare kracht. En met resultaat – ze worden geraakt. Zo is de Heilige Geest.

Bij dit gedeelte staan we stil op weg naar het avondmaal van volgende week zondag. Wij hebben Jezus niet gedood. Maar je ziet in dit gedeelte heel mooi wat de weg is die de Heilige Geest met mensen wil gaan. Een weg die uitloopt op het samen breken van het brood. Daarom is het ook voor ons belangrijk om te kijken wat hier gebeurt. Hoe loopt de weg naar het avondmaal toe? Welke methode gebruikt de Heilige Geest om ons daar te brengen? Laten we kijken naar die methode van de Heilige Geest.

2. Het eerste wat de Geest hier doet is: mensen raken tot in het diepst van hun hart. Het is alsof er een mes door je hart heen gaat. Diep getroffen.

Ja wacht even. Toen, met Pinksteren in Jeruzalem was daar natuurlijk een duidelijke aanleiding voor. Zij hadden de Messias gedood – stom stom stom. Maar wij toch niet?

Zo kun je het op veilige afstand houden.

Maar wat zou de Geest ons willen laten zien?

Die mensen in Jeruzalem leken meer op ons dan je zou denken. Ze hadden het misschien met goede bedoelingen gedaan. Ondanks hun goede bedoelingen hadden ze Gods Messias eruit gekickt.

Als ik naar mezelf kijk, dan weet ik: dat ligt voor mij helemaal niet zo ver weg. Met goede bedoelingen Gods Messias buiten de deur houden; of zonder goede bedoelingen natuurlijk. Met je goede gedrag leven zonder Jezus echt als je Heer te erkennen.

De Geest wil ons laten zien dat we helemaal niet zo anders zijn. De bijbel zegt dat wij allemaal geboren zondaars zijn. Er zit iets in ons waar je zo nu en dan enorm van moet schrikken.

Wat wil de Geest ons dan laten zien?

Nou, bijvoorbeeld dat wij God zo snel uit het oog verliezen. Wat vergeten we snel dat God ons liefheeft. Wat leven we ontzettend snel weer op onszelf. Ik kan zelf, als een klein kind. Los van Jezus Christus.

En wat gebeurt er dan? Dan word je moedeloos.. Klagerig. Je zoekt niet meer de kracht van de Heilige Geest, de kracht van de opstanding van Jezus Christus. En je zakt weg. Dan hoor je mensen zeggen: ‘Dat kan ik niet meer opbrengen.’

Wat zijn wij voor mensen – en daar schaar ik mezelf bij in?

Waarom laat ik me zo uit het veld slaan?

Waarom leef ik zo snel weer zonder Gods genade?

Als ik eerlijk ben proef ik bij mezelf soms ook een stuk minachting voor God. Nu even niet, God. Ik heb nu even zin om lekker bij u weg te lopen. Lekker tegen u in te gaan. Bij God kan ik toch altijd terugkomen. Hij vergeeft toch wel. En dat wijst de bijbel ons ook aan. Dat is ons diepste probleem – die minachting. Diep in ons hart zit iets van: we verachten God.

En let eens op hoe God dan met ons om gaat. Ook dat wil de Geest ons laten zien. Hij heeft ons lief. Door onze minachting sterft zijn Zoon, maar Hij wordt opgewekt uit de dood. God zoekt ons hart. Hij biedt ons vergeving aan en een nieuw begin.

Wat een verschil. Als je zo jezelf tegen over God ziet staan, dan schrik je toch van jezelf?

Dit is toch om te huilen?

Diep getroffen.

Ik heb wel eens van die momenten van inzicht; ontroering over Gods liefde en schaamte over mezelf. Momenten dat de tranen in je ogen branden, of over je wangen rollen.

Hoe vaak heb je gehuild om wie je bent – je eigen zonde, je eigen onwil, je eigen traagheid?

En dat meen ik letterlijk – huilen.

Dat is het eerste wat de Geest ons wil geven: dat we diep getroffen zijn door dat grote verschil. Het verschil tussen Gods liefde. En ons gebrek aan liefde.

Dat is toch om te huilen?

3. Wanneer ben je voor het laatst goed van jezelf geschrokken?

Je hebt het nodig dat de Geest je zo nu en dan goed laat schrikken. Want alleen dan kun je jezelf tot God bekeren.

Dat is de tweede stap in de methode van de Heilige Geest. Bekering, en daarbij horen doop en het ontvangen van vergeving.

Bekering – wat is dat?

Bekering begint met diep geraakt zijn, de eerste stap. Dat is al het halve werk.

Bekering heeft dus alles te maken met je emoties.

Boosheid op jezelf. Wat ben ik voor iemand?

Diep verdriet om hoe je jezelf tegenvalt. Hoe je vooral God tegenvalt.

En daarna een omkeer: weg van jezelf, je richten op Jezus Christus. En daar hoort een diepe opluchting bij. Een verwonderde blijdschap.

Stel je voor. Je ontdekt hoe je Jezus buiten de deur gehouden hebt. Je ontdekt je eigen minachting voor God. En dat is niet het einde!

Want wie maakt je dat duidelijk: de Heilige Geest, die je juist bij Jezus Christus wilt brengen. En die je zo bij God brengt. Liefde, verzoening, herstel, vergeving. In plaats van minachting, gekrenktheid, straf.

Stel je voor: die confronterende boodschap is tegelijk een boodschap van vergeving. Wat is Gods liefde wonderlijk groot.

Bekering, dat wil zeggen: je daar niet meer tegen verzetten, maar je eraan overgeven. Ren niet weg voor Jezus. Doe voor God niet de deur op slot. Stap over je aarzelingen heen. Loop naar Jezus Christus toe. Ren terug naar huis. Laat je omhelzen door de Vader. Geniet van Gods liefde. Geniet van het nieuwe dat je krijgt. Geniet van de diepe vrede in je hart, omdat alle onrust uit je bestaan verdwijnt.

Geweldig! Zo’n God.

Niet meer het oude leven, maar vergeving en overnieuw beginnen.

Niet alleen verdriet kan tranen oproepen. Ook een diepe, diepe blijdschap kan dat doen. God heeft mij toch lief. Het houdt niet op voor mij. Ik mag overnieuw beginnen. Ik wil overnieuw beginnen. God heeft mij lief – en ik merk dat ik van hem ga houden. Ook daar passen tranen bij. Tranen van verwondering.

4. Misschien denk je wel – tjonge, wat een emo-preek. Heeft die dominee de afgelopen tijd teveel emotie-TV gezien?

Wees niet bang. Ik ben op zich helemaal niet zo van het publiek vertonen van emoties. Een van de dingen die we in onze spreekkamer eerst echt vergeten waren, was de doos met tissues.

Maar het is wel belangrijk om zelf deze diepe emoties te kennen, te hebben. Want je krijgt een nieuw hart, zegt de bijbel. Daarom gaat het in bekering en wedergeboorte. Vanuit je hart, dus ook vanuit je emoties word je vernieuwd.

En dan kom je bij de derde stap in de methode van de Heilige Geest. Hij wil je redden uit dit verdorven mensengeslacht.

De weg naar het avondmaal wordt zo een weg van wereldmijding. Ja schrik niet. Misschien denk je nu wel: wereldmijding, daar is toch iets mis mee? Wereldmijding, dat is toch juist verkeerd?

Ik denk dat de Geest wil dat we juist wat meer aan wereldmijding zouden doen. Petrus zegt immers: laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht.

Verdorven, is dat niet veel te zwaar?

Wij gingen pas voor een oppas ’s avonds op zoek naar een tijdschrift. De winkels waren al dicht, dus we gingen naar het tankstation vlakbij. Heb je wel eens gezien wat er bij een tankstation in het tijdschriftenvak ligt? Erotiek, sex, nog meer sex; en verder nog mee leegte: glamour, lijf en sport, mode, geld, auto’s, huizen en interieur. Wat een troep ligt daar eigenlijk. Je wilt er helemaal niet voor staan te kijken. Of je komt in een tankstation en je merkt dat je blik er onweerstaanbaar naar toegetrokken wordt, voor je er erg in hebt. Wat zegt zo’n tijdschriftenvak over onze tijd? Is dat niet een signaal van verdorvenheid? Genieten, dat is wat iedereen wil. Genieten moet zelfs. En dan moet eigenlijk ook alles kunnen. Let’s party! De grote afwezige overal: God.

Vergis ik me – of is het zo dat we het erger vinden om wereldvreemd te zijn dan om God uit het oog te verliezen?

Lieve mensen, broers en zussen: het gaat na Pinksteren wel ergens om. Met Pinksteren zijn de laatste dagen begonnen. Op de tekenen van Pinksteren volgen duisternis, bloed, vuur en rook. Jeruzalem is inmiddels al door Gods oordeel getroffen, wanneer Lucas Handelingen schrijft. De tempel in Jeruzalem is alleen nog maar een ruïne. Zo komt Gods oordeel ook over ons, als Jezus en de Geest ons er niet van redden.

De duivel wil je laten geloven dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. God vergeeft toch wel, en we zijn allemaal zondaars. Maar houd jezelf niet voor de gek. Het is of Jezus, of de wereld. Laat je redden uit die slechte wereld.

5. Nu is het nog de tijd dat die oproep klinkt. Laat je redden uit die slechte wereld. Dat is ook wat de Geest ons wil geven. De vierde stap in de methode van de Geest is immers dat nieuwe leven.

Ben je diep geraakt door de boodschap van de apostelen? Geschrokken van jezelf? Geef je jezelf over aan Jezus Christus? Wil je gered worden uit onze slechte wereld?

Dan is er hoop. Dan is er een geweldige belofte. Daarin zie je Gods gulheid. Iedereen die door God geroepen wordt, die krijgt de Heilige Geest. Iedereen, ook de mensen die ver weg zijn. Ook mensen in Franeker. Over heel de wereld worden mensen geroepen en krijgen mensen de Heilige Geest.

De uitwerking van die belofte zie je meteen op Pinksteren al. 3000 mensen bekeren zich en wijden voortaan hun leven aan Jezus Christus. 3000 mensen die een nieuw leven gaan leiden.

Stel je voor. Je begint met 120 mensen, minder dan de helft van onze gemeente. En dan ineens 3000 erbij. Dan zouden we voortaan beter ’s zondags de Trije kunnen huren. Zo sterk is de Geest van God!

Over dat nieuwe leven zou veel te zeggen zijn. Laten we nu uitgaan van hoe Lucas het omschrijft in vers 42. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.

Iets over twee elementen daaruit:

Trouw blijven aan het onderwijs van de apostelen en je wijden aan het gebed.

Het is niet makkelijk om in onze tijd samen een gemeente te zijn. Samen koers te houden. Elkaar niet uit het oog te verliezen. Juist die twee elementen zijn dan van groot belang.

Trouw blijven aan het onderwijs van de apostelen. Dat is het eerste. Dat onderwijs is onze band met Jezus Christus en met de Heilige Geest. Willen we trouw blijven aan dat onderwijs, dat je vindt in het NT? Of willen we vooral niet wereldvreemd overkomen? Trouw blijven, dat wil zeggen: het nieuwe testament bestuderen. Blijven leren. Niet denken dat je het al wel weet, maar groeien in kennis en inzicht. Nieuwe vragen verbinden met dat oude onderwijs van Jezus’ leerlingen. Hoeveel mensen in onze gemeente doen er niet aan bijbelstudie? Het gaat niet om ons en onze inzichten, onze meningen, onze gevoelens, onze belevenissen. Die moeten steeds kritisch bekeken worden in het licht van de bijbel. We kunnen alleen samen gemeente zijn wanneer dat onderwijs van de apostelen centraal staat.

En je wijden aan het gebed. Dat is sterk gezegd: je wijden aan het gebed. Maar je wijden aan God en je wijden aan het gebed horen bij elkaar. Gebed is quality time met God. Samen zijn. Genieten van zijn aanwezigheid en Hem dat zeggen. Tegen Hem zeggen hoe geweldig je Hem vindt. Hem alles voorleggen wat je bezighoudt. Bidden voor mensen om je heen.

Laten we dat gebed de komende week als trainingsdoel nemen op weg naar het avondmaal. Bidden is niet makkelijk, ook niet voor een dominee. Train je in gebed de komende week. Daarom ligt er op de stoelen een kleine enquête. Bidden is niet iets voor een kleine groep fanatiekelingen. Dat zou je soms denken als je kijkt wie er op de bidstonden komen. Bidden is iets voor ons allemaal. Vul die enquête in als je wilt en lever hem in in de hal. En gebruik het als een aanleiding en stimulans om je meer aan het gebed te wijden.

6. Volgende week vieren we avondmaal. De Heilige Geest gebruikt zijn eigen methode om ons daarop voor te bereiden. En vandaag wordt onze broer Emil Stoelwinder bevestigd als diaken.

Dat avondmaal en de diakenen, die brengen me bij de gemeenschap. Volgende week gaan we die gemeenschap samen vieren aan het avondmaal. Dan staan we ook stil bij het vervolg van Handelingen 2. Maar nu toch iets over gemeenschap.

Binnen die gemeenschap treffen we diakenen aan. Vanaf vandaag word jij, Emil, ook zo’n diaken.

Met elkaar een gemeenschap vormen, dat gaat niet vanzelf. Hier in Franeker ook niet. Het valt mij op dat er door onze gemeenschap een paar diepe scheuren lopen. Samenleven, naar elkaar omzien, elkaar dienen, dat gaat dan niet vanzelf.

Daarom zijn er diakenen. Niet om het werk allemaal alleen te doen. Niet om in je eentje gemeenschapje te gaan spelen. Maar om ons samen in de wijken te helpen om echt een gemeenschap te zijn. Een gemeenschap waarin gastvrijheid, blijdschap, liefde de toon aangeven.

Om dat te kunnen doen Emil, heb je uiteindelijk precies hetzelfde nodig als wij allemaal. Wij hebben het allemaal elke dag nodig als christenen. En speciaal op weg naar het avondmaal, en als je een bijzondere taak krijgt als diaken:

De boodschap van de apostelen

Het luisteren naar die boodschap, met in je hart een gebed dat die woorden je mogen raken.

Bekering: verdriet over je zonde en blijdschap over Gods wonderbaarlijke liefde.

Je afwenden van de wereld. En een nieuw leven beginnen. Een leven in de Geest. Een leven in het spoor van de apostelen, Een leven van gebed.

Dat wens ik jou toe.

Dat wens ik jullie allemaal toe.

Zodat door je geloof Christus in jouw en jullie harten kan wonen, en jullie geworteld en gegrondvest blijven in de liefde.

Amen




Matteüs 26,28 – Het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten

De betekenis van het kruis van Christus (2)

Liturgie

  • Voorzang: Gez 90 (was GK 15)
  • Votum/groet
  • Zingen: Ps 113,1.2
  • Wet
  • Zingen: Gez 155,3.4.5 (was GK17)
  • Gebed
  • Lezen: Matt 26,17-30
  • Zingen Ps 116,1.2.6.7
  • Preek
  • Zingen Gez 69 (was GK 18)
  • Gebed
  • Avondmaalsformulier
  • Zingen LB 203,5.6.7
  • Viering
  • Zingen: Gez 139,4.5 (was GK 30)
  • Collecte
  • Zingen Ps 117
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matt 26,28– het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. In deze lijdenstijd staan we stil bij de betekenis van de kruisiging van Jezus Christus. Twee weken geleden stonden we stil bij het wonder van het kruis, een wonder van Gods liefde. Vandaag vieren we het avondmaal. We gedenken dat Jezus zijn lichaam en zijn bloed voor ons gegeven heeft. We eten het brood en drinken de beker.

Eén van die twee, het bloed, is een belangrijk motief als het gaat om het kruis van Jezus Christus. Als de betekenis van het kruis door de apostelen wordt aangeduid, gaat het vaak over ‘bloed’.

Jezus heeft ons gekocht met zijn bloed. Door zijn bloed krijgen we vergeving van zonden. Het bloed geeft ons vrede en brengt ons weer bij God. In de brieven van Paulus komt het een aantal keren naar voren, en zeker in de brief aan de Hebreeën. Juist die brief gaat over de betekenis van het bloed van Christus, het offer dat hij heeft gebracht als de grote hogepriester.

Vanmorgen staan we samen stil bij juist dat aspect van het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten. En we doen dat naar aanleiding van Jezus’ woorden bij de beker: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden’.

Stel het je voor hoe Jezus het zegt. Hij weet dat het niet lang meer duurt voor hij zal sterven. Hij heeft zoveel verzet opgeroepen, dat zijn dood nu onafwendbaar is geworden. Maar hij wil ook sterven. Niet om zelfmoord te plegen. Niet om een martelaar te zijn. Hij weet dat hij de knecht van de Heer is, de beloofde Messias. Hij weet dat zijn dood onze verlossing betekent. Hij wil sterven, voor velen, voor ons.

Stel je voor. Hoor hem het zeggen: ‘Mijn bloed’, ‘voor velen vergoten’. Zo bekend. Maar ook zo bijzonder: Jezus heeft het over zijn eigen bloed.Hij geeft zijn eigen leven voor ons!Hoor hem het zeggen, als je straks uit de beker drinkt. ‘Drinkt allen hier uit, dit is mijn bloed, vergoten voor jou’.

Maar voordat we het avondmaal gaan vieren, staan we eerst wat langer stil bij de betekenis van dat bloed. Voor Jezus en zijn leerlingen had dat bloed een betekenis die het voor ons niet vanzelf meer heeft. Laten we daarom samen nagaan, waaraan zij dachten bij ‘bloed’.

2. Wanneer zegt Jezus het eigenlijk, ‘Dit is mijn bloed’? Dat is van belang om te begrijpen waaraan zijn leerlingen dachten toen hij het zei.

Jezus en zijn leerlingen vierden het Pesach-feest. Dat feest herinnerde aan de uittocht uit Egypte. God had zijn volk uit de slavernij bevrijd. Het was een bevrijding door het oordeel heen. Gods oordeel had Egypte getroffen, in de tien plagen. Gedeeltelijk had dat oordeel het volk Israël wel getroffen, gedeeltelijk niet. Bij de laatste plaag waren allen oudste zonen in Egypte gedood. Alle oudste zonen, behalve de oudste zonen van het volk Israël. Waarom hun zonen niet?

Vanwege bloed. Het bloed van het Pesach-lam hadden de Israëlieten aan hun deurposten gesmeerd. Waar HEER op zijn nachtelijke tocht door Egypte bloed zag, ging hij niet naar binnen. In andere huizen doodde hij wel de oudste zonen. Door het bloed van het Pesach-lam ging Gods oordeel aan Israël voorbij.

Het Pesachfeest, dat was het feest van bevrijding, uit slavernij, maar ook bevrijding van het oordeel. Dankzij het bloed van het lam.

Tegelijk was het een feest van hoop. Wat was er over van het volk Israël? Een rest was er nog, in Juda en Galilea, teruggekeerd uit ballingschap. Maar het herstel van het volk Israël, het herstel van het koningschap van David, de komst van Gods rijk, daar werd nog op gewacht. Het Pesach-feest riep verlangen op naar een nieuwe bevrijding.

En op dat feest neemt Jezus de beker, laat de discipelen eruit drinken, en zegt: dit is mijn bloed. Jezus trekt alle lijnen naar zichzelf toe. Zelf gaat hij in het midden staan. Het gedenken van die bevrijding uit de slavernij van Egypte van lang geleden; het verlangen naar definitief herstel van het volk Israël, definitieve terugkeer uit de ballingschap – het krijgt zijn vervulling in Jezus. Bevrijding uit slavernij, terugkeer uit ballingschap, het herstel van het volk Israël: het komt er door het bloed van Jezus Christus.

Daarmee doet Jezus hier een enorme claim. Je kunt er op twee manieren op reageren. Je kunt weggaan en Jezus verraden, zoals Judas. Je kunt Jezus erom uit de weg ruimen, zoals de geestelijke leiders en de Romeinse overheid deden.

Je kunt ook de beker aannemen, en drinken. Dit is Jezus bloed, gegeven voor mij. Zijn dood het is mijn bevrijding, het is het einde van mijn slavernij, het is het herstel van Gods volk en van de hele schepping.

Drink zo de beker, als we straks avondmaal vieren.

3. Maar waarom heeft dit bloed dan zo’n grote betekenis? Israël vierde het Pesach-feest omdat ze uit Egypte geleid werden en naar het beloofde land werden gebracht. Daar werd de bevrijding heel concreet. Hoe kan dat bloed van Jezus, vergoten toen hij gekruisigd werd, zo’n grote impact hebben? Is zijn dood echt vergelijkbaar met de uittocht?

Het staat ver van onze leefwereld af – bloed, offers, een altaar, een priester. Sinds Jezus zijn er geen offers meer nodig, maar daardoor moeten we ook meer moeite doen om te begrijpen waarom zijn offer nog wel nodig was; wat de betekenis was van zijn bloed.

Daarom hebben we het OT nodig, om te weten wat Jezus’ leerlingen gedacht hebben toen Jezus zei: ‘Dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.’ Daarom staan er in het leesrooster voor deze week een aantal gedeelten uit het OT, waarin duidelijker wordt wat dat bloed voor betekenis had.

Bloed.

Bloed doet iets met zonde, met schuld. Het lijkt wel of bloed zonde, vervuiling, onreinheid, onheiligheid, schuld, absorbeert en in zich op neemt. Bloed bedekt zonde. Bloed verzoent onze schuld. Het leven van het offer wordt gegeven in de plaats van het leven van de zondaar. Zo wordt het offer getroffen door Gods doodsvonnis. Het offer sterft en neemt door zijn bloed de zonde als het ware mee in zijn dood. Met als effect: de barrière die er tussen ons en God is, wordt opgeruimd. Er is een muur die ons van God scheidt: onze zonde. Het bloed ruimt die zonde op. Door het bloed worden we zo weer bij God gebracht. Het offer sterft in plaats van de zondaar, de zonde wordt bedekt, en de relatie met God wordt hersteld.

Dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden, zegt Jezus.

En zijn discipelen zouden het kunnen snappen. Ik hoop dat jullie er nu ook iets meer van snappen. Tussen mij, tussen ons en God in, stond die muur. De muur van de zonde. Het bloed van Jezus bedekt die zonde. Jezus neemt die zonde mee in zijn eigen dood. De zonde, de muur is weg. Door Jezus’ bloed staat er niets meer in tussen God en ons.

Avondmaal vieren is: de beker nemen en drinken. Zijn bloed vergoten tot vergeving van mijn zonden. Zijn bloed ruimt mijn zonde op en brengt mij zo weer bij God.Dat is de echte bevrijding van slavernij. Dat zorgt voor echte terugkeer uit ballingschap. Daar wordt echt het leven genezen.

Drink zo de beker, als we straks avondmaal vieren.

4. Jezus zegt nog iets. Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond. Dat herinnert opnieuw aan de uittocht uit Egypte. God had Israël bevrijd uit de slavernij. Daarna werd er bij de Sinaï een verbond gesloten. God had zijn wet gegeven. Mozes had voorgelezen uit het boek van het verbond. Daarna nam Mozes het bloed van het verbond, en besprenkelde daar het volk mee. Het gedeelte waarin dit beschreven wordt, is ook opgenomen in het leesrooster. Dat was het bloed van het Oude verbond.

Nu zegt Jezus: Drink uit deze beker, dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond. Het oude verbond was stukgelopen, verbroken door het volk. De profeten hadden een nieuw verbond aangekondigd. Jezus zegt: ik breng dat nieuwe verbond.

Dat nieuwe verbond is een verbond dat niet meer stuk kan. Nu is de bevrijding uit de slavernij van de zonde definitief. Nu is de terugkeer uit de ballingschap van de schuld een terugkeer voor altijd. De zonde is verzoend door het bloed van Jezus. Onze relatie met God is een nieuw verbond. Een verbond dat niet stuk kan, als je leeft in eenheid met Christus, als de Geest in je woont. Dan kan onze relatie met God niet meer stuk.

Avondmaal vieren is: de beker nemen en drinken. Door zijn bloed opgenomen in het nieuwe verbond. Ik, wij, we hebben door Jezus Christus en de Heilige Geest een relatie met God die niet meer stuk kan. Wij delen in het nieuwe verbond.

Stel je voor: dat allemaal door het bloed van Jezus. We hebben het niet zomaar over bloed. We hebben het over het bloed van Jezus Christus. Gods lieve Zoon. Hij wist dat zijn volksgenoten hem zouden doden. En hij wilde zich laten doden. Hij wilde voor hen sterven. Voor ons. Hij wilde door zijn bloed onze zonde bedekken. Hij wilde door zijn bloed ons bevrijden. Hij wilde door zijn bloed ons weer bij God brengen, in een nieuw verbond. Daarom wilde hij sterven.Stel je voor: hij wilde sterven.

Wij vieren feest. We drinken de beker van de dankzegging. We toasten op Gods goedheid.

Stel je voor: wij vieren feest – dankzij het bloed. Dankzij de dood van Jezus. Zijn dood, zijn bloed – het is ons leven.

Avondmaal vieren is: je verbazen over zijn dood – voor jou, voor u.

Wat een liefde.

Wat een wonder.

Wat een Heer hebben wij.