Johannes 18-19 | De koninklijke weg

Wat laat Jezus’ weg naar het kruis zien? Van een afstandje lijkt Jezus het slachtoffer. Maar als je luistert naar wat Jezus zegt, hoor je een opmerkelijke kracht. Dit is de weg van een koning!
Voor wie deze meditaties in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1
Gebed
Introductie
Lezen: Johannes 18 : 1 – 11
Meditatie 1: Jezus en de soldaten
Zingen: GKB Psalm 27 : 1 en 2
Lezen: Johannes 18 : 12 – 24
Meditatie 2: Jezus en Annas
Zingen: LvK Gezang 178 : 1, 6 en 7
Lezen: Johannes 18 : 25 – 40
Meditatie 3: Jezus en Pilatus I
Zingen: LvK Gezang 281 : 1, 3 en 4
Lezen: Johannes 19 : 1 – 16a
Meditatie 4: Jezus en Pilatus II
Zingen: LvK/GKB Psalm 2 : 1 en 4
Lezen: Johannes 19 : 16b – 30
Doven Paaskaars
Meditatie 5: Missie volbracht!
Zingen: GKB Psalm 22 : 13 en 14
Lezen: Johannes 19 : 31 – 42
Zingen: LvK Gezang 195 : 1, 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 192 : 1, 2, 5 en 6
Zegen

De koninklijke weg

Introductie
Vanavond staan we stil bij het evangelie van het kruis.
We luisteren naar het verslag van Johannes 18 en 19,
en denken daar in verschillende meditaties verder over na,
naar aanleiding van verschillende uitspraken van Jezus.
Van een afstandje lijkt het misschien dat Jezus een weerloos slachtoffer is.
Maar in de uitspraken van Jezus schuilt een opmerkelijke kracht.
Jezus is geen slachtoffer, maar de koning op weg naar zijn troon.
De weg van het kruis is de koninklijke weg!

Jezus en de soldaten
Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen.
Vanavond zal Jezus niet ontsnappen.
De hogepriesters hebben een overmacht aan soldaten gestuurd
om er zeker van te zijn dat ze Jezus arresteren.
De ingangen van de Olijfgaard worden bewaakt,
voor het geval Jezus het in zijn hoofd mocht halen te vluchten.
Aan alles is gedacht, zelfs aan fakkels en lantaarns,
voor als Jezus zich in de tuin zou verstoppen.
Nee, dit kan niet meer mis gaan!

Of wel soms?
In de eerste confrontatie met Jezus wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen.
Jezus weet dat ze er aan komen,
neemt het heft in eigen handen, stapt op en af, en vraagt vriendelijk:
‘heren, zijn jullie naar iemand op zoek, kan ik jullie helpen?’
De soldaten zijn op hun hoede:
‘is dit hem nou of niet?
Hij lijkt op Jezus, maar hij zal toch niet zo stom zijn
om regelrecht onze armen in te lopen?’
Ze geven antwoord: ‘we zoeken Jezus uit Nazareth’.
Dan zijn ze aan het goede adres, en Jezus antwoordt: ‘ik ben het’.
Meteen vallen ze omver, op de grond.

Wat is dit?!
Ze waren nog wel met zo’n overmacht gekomen, zodat niets mis kon gaan.
maar nu heeft Jezus de touwtjes in handen!
Nu is er wel iets bijzonders met die woorden, ‘ik ben het,’ aan de hand.
Juist in Johannes komen die woorden ‘ik ben’ steeds terug.
‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ ‘ik ben de goede herder,’ enzovoort.
Steeds als Jezus ‘ik ben’ zegt, maakt hij zichzelf bekend.
Dan wordt iets van zijn majesteit zichtbaar.
Een verpletterende majesteit, die de soldaten op de grond werpt.
Tegenover Jezus zijn de machtige soldaten machteloos.

Maar Jezus loopt niet weg.
Eerder wel, in Johannes 8:
‘Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien.
Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.’
Dat kunstje had hij kunnen herhalen, maar hij doet het niet.
Hij wacht tot de soldaten weer zijn opgekrabbeld,
en het gesprek herhaalt zich: ‘ik ben het’.

Jezus neemt de leiding, en laat zich arresteren.
Daarbij bedingt hij nog een vrije aftocht voor zijn vrienden.
Maar zelf gaat Jezus met de soldaten mee.
Doelbewust: dit is de weg die hij gaan moet.
Hij moet de beker drinken die de Vader hem gegeven heeft.
De beker van vernedering, van lijden en van dood.
Want zo kan hij jou redden.

Jezus en Annas
Ook al heeft Jezus duidelijk laten merken dat hij heus niet zal ontsnappen,
toch wordt Jezus geboeid afgevoerd.
De eerste die hij te spreken krijgt is Annas,
een voormalig hogepriester.
Aan Annas de eer om Jezus aan het praten te krijgen.

Dat is nodig, want ze hebben niks.
Nou ja, ze hebben Jezus, maar er is geen aanklacht!
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat Jezus in de loop van de dag
alweer op vrije voeten gesteld moet worden.
Het is aan Annas Jezus te ondervragen, om te vissen naar strafbare uitspraken,
en dan de aanklacht klaar te maken.
Maar het oordeel ligt natuurlijk bij voorbaat al vast.

Annas wil je niet tegenover je hebben.
Hij kijkt dwars door je heen
met ogen waar werkelijk niets van af te lezen valt.
En je weet: hij kan met je doen wat hij maar wil,
je bent overgeleverd aan zijn genade,
en laat hij nou net niet om zijn genade bekend staan…

Maar Jezus is niet onder de indruk.
Zoals hij er bij zijn arrestatie boven stond, zo ook nu.
Annas stelt een algemene openingsvraag,
maar Jezus gaat er niet op in.
‘U weet toch wel waarom u mij hebt laten oppakken?
Ik heb geen geheimen, u vraagt naar de bekende weg.
U weet wie ik ben, u weet wat ik gezegd en gedaan heb,
dus waarom ondervraagt u mij nog?
En als u echt de aanklacht niet op orde hebt,
dan weet u toch wel dat niemand tegen zichzelf hoeft te getuigen?
Misschien kunt u beter andere getuigen oproepen!’

Jezus maakt duidelijk dat deze hele zitting niet deugt.
Maar daar laat hij het ook bij.
Jezus gaat niet in discussie.
Hij draagt geen redenen aan
waarom hij onmiddellijk vrijgelaten zou moeten worden.
Jezus heeft de touwtjes in handen,
en láát het onrecht over zich heenkomen.
Precies zoals hij het altijd onderwezen heeft.
Jezus kiest ervoor deze schijnvertoning te ondergaan.

Jezus en Pilatus I
Uiteindelijk wordt Jezus uitgeleverd aan Pilatus,
de stadhouder van de Romeinen.
Pilatus houdt zich graag verre van de Joodse godsdienst,
en met het Joodse volk heeft hij ook niets.
Hij baalt ervan dat hij naar Jeruzalem gedetacheerd is.

Pilatus zit niet op Jezus te wachten.
Zijn eerste vraag aan de Joodse leiders is dan ook:
‘waar wordt deze man eigenlijk voor aangeklaagd.?’
We hebben al gezien dat dat een gevoelig punt is: er is geen aanklacht.
De Joden komen dan ook niet met een aanklacht,
maar bluffen: ‘u weet toch wel dat we hem nooit bij u hadden gebracht
als hij geen misdadiger zou zijn?’
Uiteindelijk trekt Pilatus aan het kortste eind,
en moet ook hij Jezus ondervragen.

En dan komt voor het eerst in deze hoofdstukken het woord ‘koning’ voorbij.
Pilatus vraagt: ‘dus u bent de koning van de Joden?’
De vraag verraad dat Pilatus precies weet waarom de Joden Jezus uitleveren:
omdat Jezus beweert dat hij de messias is.
Maar in godsdienstige zaken heeft Pilatus geen interesse.
Voor hem telt maar één ding:
is deze koning een bedreiging voor de keizer?
Als hij dat niet is, is alles best.
Trouwens, nu Pilatus Jezus zo ziet
kan hij zich niet voorstellen dat Jezus een bedreiging zou zijn.

Weer laat Jezus merken dat hij er boven staat:
‘waarom stelt u deze vraag eigenlijk?
Kan het u werkelijk iets interesseren of ik de koning van de Joden ben,
of is deze vraag u door de Joden ingegeven?’
Schoorvoetend moet Pilatus toegeven.
Maar Jezus blijft welwillend:
‘terug naar de vraag: u wilde weten of ik koning ben.
Ja, dat ben ik, maar mijn koninkrijk is niet van hier.
Ik ben een ander soort koning.
Geen koning met politieke ambtities.
Anders had ik mijn vrienden wel voor me laten vechten in de Olijfgaard.
U weet wat daar gebeurt is toch?
Uw soldaten konden niet tegen me op, en toch ben ik meegegaan.
Want ik ben koning van Gods nieuwe wereld.
Dit hele proces kan dat niet tegenhouden.’

‘Mijn koninkrijk hoort niet bij deze wereld.’
Belangrijk om dat in de gaten te houden.
Om geen verkeerde, bijvoorbeeld politieke, verwachtingen van Jezus te hebben.
Ja, in deze wereld wordt al iets van zijn koninkrijk zichtbaar,
maar dat koninkrijk is niet van hier!

Jezus en Pilatus II
Het zal Pilatus allemaal een zorg wezen.
Nee, hij gelooft niet dat Jezus iets verkeerd heeft gedaan.
Maar als die Joden hun zinnen op hem hebben gezet,
dan krijg je het niet meer uit hun hoofd gepraat.
Hij zal de Joden hun zin wel weer geven.

Nu komen de Joden eindelijk wél met een aanklacht op de proppen:
Jezus heeft zich de Zoon van God genoemd,
en volgens de Joodse wet betekent dat dat Jezus moet sterven.
Nu krijgt Pilatus het Spaans benauwd.
Hij is helemaal niet blij dat er nu een aanklacht ligt.
Nee: hij vraagt zich juist af of hij hier zijn vingers wel aan wil branden.
Als Romein kende hij uit zijn eigen godsdienst
genoeg verhalen van goden die kinderen op aarde verwekten.
Zou Jezus in directe verbinding staan met de godenwereld?
Pilatus doet nog een laatste poging Jezus te redden.
Hij begint een nieuwe ondervraging, ‘waar komt u vandaan?’,
maar Jezus zwijgt.

‘Maar Jezus,’ zegt Pilatus, ‘weet je dan niet dat je in mijn handen bent?
Ik ben je laatste kans om het hier levend vanaf te brengen,
dus werk toch met me mee!’
En weer reageert Jezus koninklijk:
‘beste Pilatus, u kunt wel denken dat u machtig bent,
maar de enige macht die u hebt, is u door God gegeven.
U bent niet mijn laatste kans dit te overleven.
Ik ben in Gods handen, en wat hij wil, zal gebeuren.’
Pilatus wordt er radeloos van:
tegenover Jezus voelt hij zich helemaal niet zo zeker,
het lijkt wel alsof Jezus hem ondervraagt in plaats van andersom.

Wat Pilatus niet zal hebben beseft,
is dat Jezus hier verwijst naar zijn eerdere woorden, in Johannes 10:
‘Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf.
Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen –
dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Laat Pilatus zijn plek kennen!
Net als wij trouwens.
Laten wij ook onze plek kennen.
Beseffen dat God groter is dan wij,
en dat God niet van ons afhankelijk is.
Niet wij zijn koning, maar Jezus!

Missie volbracht!
Pilatus heeft zijn macht niet aangewend om Jezus van de kruisdood te redden.
Als Jezus niet meewerken wil, moet hij dat zelf weten,
maar Pilatus heeft hem in ieder geval een kans gegeven.
Zelf is Pilatus er wel klaar mee: hij heeft meer te doen vandaag.
Hij geeft Jezus mee aan de hogepriesters en zijn eigen soldaten,
om Jezus te kruisigen.
En zo gebeurt het.

Jezus lijkt slachtoffer,
van het Joodse complot en van Pilatus’ willekeur.
Maar vlak voor Jezus zijn hoofd buigt en de geest geeft,
maakt hij nog één keer duidelijk dat hij geen slachtoffer is,
maar dat dit de weg is die hij moest gaan.

Aan het kruis rondt Jezus zijn taken op aarde af.
Zijn taak om te sterven voor de schuld van de wereld.
Maar ook zijn taak om te zorgen voor zijn moeder,
van wie wordt aangenomen dat ze weduwe was.
De oudste zoon heeft de plicht voor zijn moeder te zorgen.
Die zorg draagt Jezus over aan zijn beste vriend: Johannes.
Als hij dat gedaan heeft, weet Jezus dat zijn werk klaar is.

Dat zijn ook Jezus laatste woorden: ‘het is volbracht’.
Dit is geen zucht van verlichting,
‘gelukkig, dat hebben we maar weer gehad’,
dit is niet het ongelukkig einde van een veelbelovende man.
Nee, Jezus roept uit: ‘mijn missie is volbracht!’
Zoals het in het Engels zo mooi klinkt: mission accomplished.
De taak, de missie, die de Vader Jezus te doen had gegeven is voltooid.
Denk niet dat dit Jezus overkomt: zijn sterven is zijn laatste daad.
Om nu voorgoed het kwaad van zijn kracht te beroven.
Nu is duidelijk dat Jezus niet alleen boven alle menselijke vijanden staat,
de Joodse hogepriesters, Pilatus,
maar zelfs boven de gevaarlijkste vijand: de duivel.

Nu kan Jezus zijn troon innemen, nu kan hij koning worden.
De weg van het kruis bleek de koninklijke weg.
Het laatste offer is gebracht, nu kan er iets nieuws beginnen!
‘Het is volbracht’: het is de overwinningskreet van Jezus.
Het is misschien wat vreemd,
op Goede Vrijdag zijn we niet in een jubelstemming,
maar met Jezus mogen we ook vandaag al juichen:
Jezus heeft zijn missie volbracht!




Hebreeën 11:29 | Geen weg terug

De Israëlieten zijn vrij, maar hebben heimwee naar het slavenleven in Egypte. Bij de Rode Zee bevrijd God hen daarvan, zodat ze écht vrij zijn. Ook ons wil God echt vrij maken: zodat er geen weg terug is naar de slavernij van de zonde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: E&R-bundel 394 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer! Elly en Rikkert
Opwekking 240 – Hosanna, hosanna de Koning komt!
Stil gebed
Votum en Groet
Zingen: Opwekking Kids 46 – Jezus is..
Opwekking Kids 85 – Als ik mijn ogen sluit
Gebed door een kind
Wetslezing: De wet van Mozes uit de ‘KIJKbijbel’
Zingen: GKB Gezang 7 – De Koning van Egypteland
GKB/LvK Psalm 106 : 1, 3 en 4
Bijbelverhaal vertelling: Mozes en de rode zee (n.a.v. Exodus 14)
Zingen: Hoe kwam Mozes door de zee?
Preek over Hebreeën 11:29
Zingen: NLB 168 – Let my people go
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Collecte
Zingen: Sela: Juicht/ Hij is verheerlijkt
Zegen

Geen weg terug

Inleiding
dia 1 – ameland
Wie is er wel eens op Ameland geweest?
En hoe ging je er dan naartoe?
Precies: met de boot natuurlijk.
Je zou ook nog kunnen vliegen,
en soms kun je zelfs over de Waddenzee lopen.
Maar dan moet je wel iemand bij je hebben
die daar verstand van heeft: een gids.
Want anders moet je zwemmen…

dia 2 – auto waddenzee
Is iemand vorige week toevallig
bij de dijk bij Sint Jacobiparochie geweest?
Anders heb je misschien deze foto wel gezien: iemand?
Vorige week stond daar een auto in de Waddenzee.
Die hoort daar dus niet!
Ook al kun je Ameland daar aan de overkant zien liggen,
je kunt er niet met de auto naar toe!

Ik moest natuurlijk direct denken
aan de Farao met al zijn strijdwagens die ook in de zee zijn gestrand.
Dus werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze auto.
Laat ik met het goede nieuws beginnen:
de mensen in deze auto konden op tijd wegkomen,
en zijn dus niet zoals de Farao verdronken.

In de auto zaten een paar vrienden die dachten:
‘als je over de Waddenzee kunt lopen,
dan kun je er ook over rijden.’
Zo gezegd, zo gedaan, maar het ging mis: de auto kwam vast te zitten.
De vrienden hebben nog geprobeerd de auto met een andere auto los te trekken,
maar voor ze het wisten werd het vloed.
Ze hebben de auto achtergelaten en zijn naar de kant gerend.
In een interview zegt de eigenaar van de auto:
‘Het was echt heel stom.
Ik heb er veel van geleerd.
De komende tijd moet ik op mijn fiets naar mijn werk.’

dia 3 – Hebreeën 11:29
Je kunt niet zomaar door de zee,
daarover gaat het bijbelverhaal van vandaag.
De Israëlieten zitten in de val:
voor hen een zee waar ze niet doorheen kunnen,
achter hen de Farao met zijn beste soldaten.
Maar dan gebeurt er een wonder!
Dat staat ook in Hebreeën, de brief uit de bijbel waar we deze weken mee bezig zijn.
Hebreeën 11:29:
‘Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land;
toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen.’
Daar gaat het vanmorgen over.

1. Heimwee naar Egypte
dia 4 – woestijnreis
De Israëlieten zijn alweer een paar weken op reis.
Ze gaan van Egypte naar Kanaän,
het land dat zij van God mochten hebben.
Wat waren ze blij toen ze uit Egypte vertrokken!
Dat ellendige Egypte met die gemene Farao…
De Farao had een hekel aan de Israëlieten,
en liet hen heel hard werken, maar betaalde hen niet.
Luisterde je niet naar de Farao,
dan kreeg je met de Egyptische soldaten te maken.
Dat liet je dus wel uit je hoofd!
Maar nu zijn ze vrij!
Nooit meer werken voor Farao,
nooit meer bang voor zijn soldaten.
‘Wij gaan naar Kanaän!’

dia 5 – Sinaï
Vol goede moed gingen ze op reis,
ze liepen zingend de woestijn in.
Maar nu zijn ze door de liedjes heen.
Ze hebben alles al minstens 10 keer gezongen,
en ze zijn nog lang niet in Kanaän.
Het is geen leuke reis: ze gaan dwars door de woestijn.
Het is er warm, stoffig en droog.
Er zit altijd zand tussen je boterhammen
en je benen worden moe van al dat lopen.

Sommige mensen beginnen zich af te vragen:
‘waarom zijn we eigenlijk weggegaan uit Egypte?
Nee, die Farao was niet aardig,
maar verder was het er zo slecht nog niet!
We hadden huizen, we hadden genoeg te eten,
en je wist tenminste waar je aan toe was.
Nu lopen we maar wat door die woestijn.’
Ze beginnen heimwee te krijgen naar Egypte.
Gek he? Het was in Egypte helemaal niet fijn,
maar toch willen ze wel terug.

dia 6 – ingehaald
Maar het wordt nog erger.
Hoor je het al? Ssst…
Daar in verte: het klinkt als paarden.
O nee, kijk dan toch, wat een stofwolk!
Iemand schreeuwt: ‘help, de Egyptenaren!’
Ja hoor, het is het leger van Egypte.
Voor hen ligt de zee, achter hen zijn de Egyptenaren,
ze kunnen geen kant op, ze zitten als ratten in de val.
Iedereen zoekt Mozes:
‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte?
Waarom hebben we die praatjes van jou
over dat beloofde land geloofd?
In Egypte hadden we het veel beter.
Waren we er maar nooit aan begonnen!’

Zo kan het gaan.
Eerst zijn de Israëlieten superblij dat ze bevrijd zijn,
maar nu willen ze terug naar het slavenleven daar.
Het klinkt misschien gek, maar dat kunnen wij ook hebben.
Want volgens de bijbel waren wij ook slaven.
Niet van Egypte, maar van de zonde.
Soms wil je je misschien even niets van God aantrekken,
omdat het leven zonder God leuker lijkt.
Je valt terug in oude patronen.
Dan heb je ook een soort heimwee naar Egypte.

2. Geen weg terug
dia 7 – keer om
God wil dat niet.
God heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd,
nu moeten ze geen heimwee krijgen naar Egypte!
Daarom zorgt God ervoor dat er geen weg terug is.

Ja: God zorgt ervoor.
De Israëlieten kunnen geen kant op, ze zitten in de val.
Maar dat is geen domme pech!
God zelf heeft ervoor gezorgd dat ze ingesloten zijn.
God wijst het volk de weg door de woestijn,
maar God neemt wel een vreemde weg.
Ze hadden zo door kunnen lopen naar Kanaän,
maar van God moesten ze omdraaien.
Daardoor staan ze hier klem tussen de Egyptenaren en de zee.

dia 8 – kiezen
Weet God dan niet hoe gevaarlijk die Egyptenaren zijn?!
Waarom doet hij dit?
Omdat hij de Israëlieten van hun heimwee af wil helpen!
Nu kunnen ze kiezen.
Geven ze zich over aan de Egyptenaren?
Dan worden ze weer slaven, net als vroeger.
De Egyptenaren zijn wel boos op hen,
en misschien moeten ze nog harder werken dan eerst,
maar de Egyptenaren zullen hen niet vermoorden:
levend zijn ze veel nuttiger!
Of geven ze zich over aan God?
Vertrouwen ze God als hij zegt dat ze door de zee moeten lopen
en dat ze dan niet zullen verdrinken?

Israël kiest. Voor God.
In Hebreeën staat het heel stoer:
‘door het geloof trokken ze door de Rode Zee.’
Maar de Israëlieten klagen vooral!
Zo stoer en dapper waren ze niet.
Maar ze gaan wel!
Met z’n allen lopen ze naar de zee.
Ze zijn bang dat ze zullen verdrinken,
ze moeten maar hopen dat God daar iets aan zal doen,
maar ze gaan wel!
Dát is geloven.

dia 9 – doortocht
En dán komt God in actie!
Het is een spectaculaire redding!
De wolk van God schuift tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Het is nacht, maar voor de Israëlieten geeft de wolk licht.
Bij de Egyptenaren wordt het juist nog donkerder dan een normale nacht.
En als Mozes zijn stok boven de zee houdt, laat God het hard waaien.
Zo hard dat er een pad door de zee komt.
‘Kom met me mee’ roept Mozes, en daar gaan de Israëlieten.
Eerst kijken ze nog bang om zich heen,
naar het water dat door de wind wordt tegengehouden.
Wat als het stopt met waaien?
Maar het stopt niet en ze lopen naar de overkant, allemaal!

dia 10 – Egyptenaren
De Egyptenaren denken: dat kunnen wij ook!
Zij zijn nergens bang voor,
en rijden met hun wagens de zee in, de Israëlieten achterna.
Maar al snel komen ze vast te zitten, net als die auto in de Waddenzee.
Het wordt nog erger: de wind gaat liggen en het water komt terug.
Nu zitten de Egyptenaren in de val.
Ze kunnen geen kant op en verdrinken.

Nu is Israël écht vrij!
Israël heeft nu heel duidelijk voor God gekozen,
ze hebben Egypte nu echt losgelaten,
en God heeft met de Egyptenaren afgerekend.
Nu is er geen weg terug naar Egypte.
Nu kunnen ze echt op weg naar het beloofde land.

dia 11 – Pasen
Over 2 weken is het Pasen.
Dit bijbelverhaal lijkt daar misschien niet zoveel mee te maken te hebben.
Maar schijn bedriegt!
Dit verhaal gaat over echte vrijheid,
en dat is precies waar Pasen ook over gaat!
De Israëlieten worden gered terwijl dat onmogelijk leek. Jezus ook!
Toen Jezus werd gekruisigd, leek alles verloren.
Dit kon gewoon niet meer goed komen.
Het leek ook niet meer goed te komen, want Jezus stierf.
Tóch kwam het goed, toen niemand het nog durfde te geloven:
Jezus stond op uit de dood!
De Israëlieten ontsnappen door de Rode Zee,
Jezus ontsnapt door de dood heen.
Daardoor is er geen weg meer terug:
Jezus heeft afgerekend met de dood en met de duivel.
Zodat jij écht vrij kunt zijn!

3. Kies voor Jezus!
dia 12 – vertrouwen
In Hebreeën 11 gaat het niet alleen over de Israëlieten
die door de Rode Zee heen trekken:
het gaat over allemaal mensen die geloven.
Al die mensen, zegt Hebreeën,
de Israëlieten bij de Rode Zee ook, zijn voor ons een voorbeeld.
Ze zeggen allemaal: kies voor God, kies voor Jezus!
Durf jij dat?
Durf je te kiezen voor iets wat je niet ziet?
Want God kun je niet zien.
Je moet er maar op vertrouwen dat hij doet wat hij zegt.

Hebreeën zegt: doe dat!
Je kúnt God vertrouwen.
Hij heeft Israël gered van de Egyptenaren,
dwars door die zee heen!
Hij heeft Jezus zelfs door de dood heen gered!
God weet heel goed wat hij doet – vertrouw hem maar!

dia 13 – bij Jezus horen
Het verschil tussen Farao en onze vijand, de duivel,
is dat de duivel niet verdronken is.
Hij probeert je nog altijd te verleiden.
Probeert je weer slaaf te maken van de zonde.
Hij zegt tegen je dat je dom bent.
Of dat je lelijk bent.
Dat je nergens goed voor bent.
Of dat je te slecht bent voor God.
Geloof hem niet, trek je niets van hem aan!
Als jij bij Jezus hoort, heeft de duivel niets over je te zeggen.

Als je in Jezus gelooft, gaat God met je bezig.
Hij wil je helemaal vrij maken van de duivel,
zodat je nooit meer heimwee zult hebben naar de zonde.
Misschien brengt hij je in moeilijke situaties, net als Israël,
waar je keuzes moet maken zodat je geloof kan groeien.
Maar hoe moeilijk het ook wordt:
als God met je bezig is, is er geen weg terug!
Dan hoor je bij Jezus,
en kan niets of niemand de vrijheid van je afpakken,
zelfs de dood niet!
Dan is er geen weg meer terug,
want Jezus zegt: jij hoort bij mij!
Amen.




Hebreeën 10b-13 | Blijf op reis met Jezus

Als je gelooft, wil je graag het verschil merken. De Hebreeën ook. Maar vergeet niet dat je als christen op reis bent! Hebreeën 10b-13 werkt uit wat het betekent dat je niet voor deze wereld leeft. Deze preek is de 3e in het leesproject over Hebreeën en gehouden in een dienst van verootmoediging.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 733
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 32 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 10 : 19 – 39
Zingen: LvK Gezang 103 : 1, 2 en 3
Lezen: Hebreeën 12 : 28 – 13 : 8
Zingen: GKB Psalm 97 : 2
Preek
Zingen: LvK Gezang 442 : 1, 2, 3 en 4
Kinderen terug
Zingen: GKB Gezang 155 : 1, 2 en 3
Gebed met verootmoediging
Zingen: GKB Gezang 155 : 4 en 5
Collecte
Zingen: Opwekking 706
Zegen

Blijf op reis met Jezus

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik houd van een goede voorbereiding – dat is het halve werk.
Dus als wij op vakantie gaan, lees ik me graag goed in.
Dat kan natuurlijk op internet,
maar ik geef de voorkeur aan de papieren reisgids.
Bijvoorbeeld deze, over Londen.

Natuurlijk kun je ook zonder reisgids op pad,
al denk ik dat je dan een groot deel van de voorpret mist.
Misschien nog wel belangrijker:
reken er maar op dat je ook de mooiste dingen mist.
Zonder reisgids kom je niet veel verder dan de platgetreden paden,
in Londen de Big Ben, de Tower Bridge en The London Eye.
Maar er is zoveel meer te zien, en wat minder massaal toeristisch.
Een reisgids vertelt waar je moet zijn.

Maar ook waar je niet moet zijn.
Zonder reisgids kun je in een museum belanden
dat er van buiten wel heel leuk uit ziet,
maar dat toch echt niet de moeite waard is – de entreeprijs trouwens ook niet.
Deze reisgids heeft bovendien een stadsplattegrond,
zodat je een handige route door de stad kunt nemen.
Zonder die plattegrond loop je heel wat extra kilometers.

Tot slot biedt een reisgids ook onmisbare informatie.
Bijvoorbeeld dat de auto’s in Londen links rijden.
Belangrijk bij het oversteken:
de auto’s komen van de kant waar je het niet van verwacht.
Je zult dat maar missen
en vervolgens in een Londense ambulance worden afgevoerd…
Ok, ook zonder reisgids weet je dat soort dingen wel,
maar het is essentiële informatie!

dia 2 – blijf op reis met Jezus
De laatste hoofdstukken van Hebreeën, hoofdstuk 10-13, lijken op een reisgids.
Volgens Hebreeën zijn we namelijk op reis, op weg naar de stad van God.
Net als een reisgids geeft Hebreeën ervaringsverhalen en praktische aanwijzingen,
allemaal om te weten waar je voor leeft.
Daarom is het thema vandaag: blijf op reis met Jezus!

1. Hier en nu
dia 3 – Hebreeën tot nog toe: Jezus is het beste
We zijn aanbeland in het slot van de brief.
Al 2 keer eerder hebben we het over Hebreeën gehad,
en het lijkt me goed daar even op terug te blikken
zodat we weer weten waar we in de brief zitten.

Hebreeën is een bijbelboek dat vol is van Jezus.
Dat is míjn grootste ontdekking van dit leesproject.
Ik wist dat Hebreeën een ingewikkeld bijbelboek is
waar steeds een vergelijking wordt getrokken tussen oud en nieuw,
maar dat het hele boek over Jezus gaat en over dat Jezus beter is dan al het andere,
dat was ook voor mij nieuw.

Jezus is beter dan profeten en engelen – dat was Hebreeën 1 en 2,
en daarom verdient zijn boodschap alle aandacht.
Jezus is beter dan Mozes – Hebreeën 3 en 4,
hij leidt ons naar het leven waar we naar verlangen.
Jezus is beter dan de priesters – Hebreeën 5-7,
hij is onze tussenpersoon bij God, de beste die we kunnen wensen.
En Jezus is beter dan alle offers samen – Hebreeën 8-10,
Jezus is de hogepriester die zichzelf offert,
en daarmee een nieuwe relatie met God mogelijk maakt.
Kortom: met Jezus heb je goud in handen!

Die boodschap hebben de Hebreeën nodig.
Want ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven.
Het zijn christenen met een Joodse achtergrond,
en ze dreigen terug te vallen in de klassieke Joodse godsdienst.
Geloven in Jezus kost hen te veel,
ze zijn hun eerste enthousiasme alweer verloren,
zijn het zat dat hun vroegere Joodse vrienden niet meer met hen willen omgaan.
Waarom zouden ze in Jezus blijven geloven?

Met die vraag staat dat moeilijke bijbelboek opeens helemaal niet meer zo ver weg!
Waarom zou je in Jezus blijven geloven? – dat is vandaag een veel gestelde vraag.
Altijd maar weer Jezus, mag het niet wat minder?
We hebben het gehad, 3 weken geleden,
over een ‘maar-ik-geloof-het-wel’-geloof.
Een geloof waar je in moeilijke tijden op kunt terugvallen,
maar wat verder geen dagelijkse werkelijkheid is.
En 2 weken geleden over een ander gevaar,
dat we het hele kerksysteem zo belangrijk maken
dat voor Jezus in de kerk geen plek meer is.
Hebreeën zegt: Jezus is allesbepalend,
Jezus is het beste dat ons kon overkomen,
dus wees niet zo stom Jezus aan de kant te zetten!

dia 4 – maar wat merk je daar vandaag van?
Daar in brief zitten we nu dus.
En ik stel me zo voor dat die Hebreeën met instemming hebben geluisterd:
het was allemaal wat weggezakt,
maar nu ze deze boodschap horen,
weten ze weer waarom ze het nieuws van Jezus
vroeger zo enthousiast hebben aangenomen.
Ze blijven alleen met één vraag zitten:
prachtig wie Jezus is en wat hij voor ons gedaan heeft,
maar wat merken we daar nu van?
De boodschap van Jezus is schitterend, maar wat komt er van terecht?
We worden om Jezus uitgelachen als het mee zit,
en om Jezus in de gevangenis gezet als het tegen zit.
Jezus kwam toch om een nieuw leven te brengen – is dit het nu?

De Hebreeën zouden graag zien dat ze hier en nu wat meer merken
van hoe geloven hun leven positief verandert.
Een herkenbaar verlangen.
Als je gelooft in Jezus,
dan wil je ook graag zien welk verschil dat maakt voor jouw leven nu.
En misschien zeggen we wel dat er meer is dan dit leven,
maar leven we in de praktijk gewoon voor deze wereld.
Gaat het christenen er net zo goed om
uit het leven te halen wat er in zit,
om hier en nu gelukkig te zijn, want je leeft maar één keer.
Dus wordt je blijer van een gezellige avond met vrienden,
van een dikke auto of van avontuurlijke reizen
dan dat je blij wordt van Jezus.

2. Blijf op reis met Jezus
dia 5 – treincoupe
Daarom introduceert Hebreeën een nieuw beeld: geloven in Jezus is een reis.
Als jij in de trein naar Londen zit, we houden maar even milieubewust,
en je leest in de trein die reisgids waar ik het over had,
dan weet je waar je naartoe gaat.
Dan kijk je niet rond in de treincoupé om je af te vragen: ‘is dit het nu?’
Natuurlijk niet: dit is Londen nog niet, dit is de reis!
Of als je in Londen bent aangekomen,
en toch de massa toeristen naar The London Eye bent gevolgd,
het giga-reuzenrad aan de Theems,
dan ga je je in de wachtrij ook niet beklagen dat het uitzicht tegenvalt:
straks wordt het mooi, daar heb je een lange wachtrij voor over.

dia 6 – geloven in Jezus is een reis
Zo is het met geloven in Jezus ook:
het leven hier en nu is de reis, niet de bestemming.
In de vorige hoofdstukken van Hebreeën komt dit niet voor,
maar vanaf hoofdstuk 10 opeens in elk hoofdstuk.
Daarom kun je de reis naar de nieuwe stad zien
als hoofdthema van het slot van de brief.
In hoofdstuk 10 nog wat verborgen, ‘laten we belijden waarop we hopen’,
en daarna explicieter: Abraham ‘zag uit naar een stad met fundamenten,
door God zelf ontworpen en gebouwd’ – hoofdstuk 11,
wij ‘staan voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God’, – hoofdstuk 12,
en hoofdstuk 13: ‘onze stad is immers niet blijvend,
wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’
Christen zijn op reis naar die nieuwe stad!

Dit deel van Hebreeën kun je in drieën delen.
De 2e helft van hoofdstuk 10, waar het slotdeel mee begint,
kun je zien als een soort inhoudsopgave waar alles wat daarna komt
alvast kort wordt aangestipt.
Hoofdstuk 11 en het begin van hoofdstuk 12
houden je voor dat je niet de enige bent op reis.
De 2e helft van hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13
maken het nog wat praktischer: hoe blijf je op de goede weg?

dia 7 – je bent niet de eerste op reis
Je bent niet de eerste op reis – dat is Hebreeën 11 en 12a.
Denk maar aan die reisgids: die staat vol met ervaringen van anderen.
Dus niet het gelikte reclamepraatje van de Londense PR, maar hoe het echt is.
Dat gebeurt in Hebreeën ook.
Er wordt een hele lijst genoemd van mensen die ook op reis zijn gegaan.
Als jij op reis bent, dan hoor je bij Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, enzovoort.
En dan staat er in vers 13 en 14: ‘zij allen zijn in geloof gestorven;
wat hun beloofd was, zagen ze geen werkelijkheid worden,
ze hebben slechts een glimp ervan begroet,
en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.’
Ze hadden een doel voor ogen,
zo mooi dat ze hun hele leven op aarde als een reis zagen.

Zulke moeilijke reizen zijn wij niet gewend.
Nog niet eens zo heel erg lang geleden
moest je een avonturier zijn om de wereld over te trekken.
Van mensen die emigreerden naar Canada
werd gedacht dat je ze nooit meer zou zien.
Nu stap je in het vliegtuig, en 9 uur later ben je er.
De wereld ligt aan je voeten.
Alleen de Floortje Dessings van deze wereld
weten nog dat je voor reizen moeite moet doen.
Maar de reis naar de hemelse stad is dus ook zo’n reis die niet vanzelf gaat.

Hebreeën wijst daarbij ook op Jezus:
‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag,
liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.’
Dus: ook de reis van Jezus, of zelfs júist de reis van Jezus, was zwaar:
aan het kruis, door God verlaten.
Hoe hield Jezus die reis vol?
Net als die mensen die eerder op reis gingen:
door zich te richten op de toekomst,
door te denken aan hoe mooi de bestemming zou zijn.
Die bestemming heeft Jezus bereikt, als eerste,
om zo ook ons het reisdoel te laten bereiken.

dia 8 – praktische aanwijzingen voor de reis
Dan, in Hebreeën 12b en 13, wordt het praktischer: hoe blijf je op reis?
Een reisgids geeft allerlei praktische aanwijzingen:
van hoe je je het beste door de stad kunt verplaatsen,
tot of je wel of geen paraplu moet meenemen.
Zo geeft Hebreeën ook aanwijzingen.
Die kun je in drieën verdelen.
Als eerste zijn er aanwijzingen
over dat je als reisgenoten aan elkaar verbonden bent.
Een citytrip naar Londen kun je nog wel in je eentje doen,
maar op de zwaardere reizen kun je niet zonder elkaar.
Zo is het met de christelijke reis ook: je hebt elkaar nodig.
Zelfs als het gevaarlijk is om samen te komen.
Bij de Hebreeën bleven sommige mensen weg uit angst voor vervolging,
en zij worden aangespoord: blijf niet weg, we moeten het samen doen!

Als tweede zijn er de aanwijzingen over heilig leven.
Als het gaat om seks, als het gaat om geld:
laat je leven nu al beheersen door het leven dat komt.
Als derde zegt Hebreeën: zorg dat Jezus centraal blijft staan.
Daarom die waarschuwing in Hebreeën 10
over dat er geen vergeving is als we willens en wetens blijven zondigen.
Daar kun je een preek op zich over houden,
maar kort gezegd gaat het erom dat je Jezus niet afwijst.
Hebreeën 13 zegt dat ook heel duidelijk: blijf bij Jezus,
in plaats van dat je een eigen versie van geloven maakt.

Al die aanwijzingen kun je zo samenvatten: leef voor je bestemming!
Christenen zijn vreemdelingen: als volger van Jezus leef je niet voor deze wereld.
Houd steeds het reisdoel voor ogen, ook als je het nog niet ziet.
Blijf op reis met Jezus!

3. En nu dan?
dia 9 – en nu dan?
Geloven in Jezus betekent niet dat je snel resultaat ziet.
Maar gaat geloven alleen over de toekomst?
Doet vandaag er dan niet toe,
maakt geloven nu geen verschil?

Zelf vind ik dat een lastige vraag.
Ik geloof niet dat geloven alleen over de toekomst gaat.
Geloven gaat ook gewoon over het dagelijks leven.
En niet eens alleen over hoe je dan moet leven.
Op een of andere manier is de toekomst al een beetje begonnen.

dia 10 – de toekomst breekt al door
Daarvan zie je in Hebreeën iets terug.
In hoofdstuk 10: ‘dankzij het bloed van Jezus
kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom.’
Er is dus nú al iets veranderd.
Nog het meest duidelijk staat het in Hebreeën 12:
‘u stáát voor de Sionsberg, de stad van de levende God.’
Nu al dus!

Hoe dat allemaal precies zit, dat weet ik niet.
Maar op een of andere manier breekt de toekomst al door.
We zitten midden in een lange en soms moeilijke reis,
maar als je dicht bij Jezus bent, ervaar je ook al wat van de bestemming.
Wat God geeft is niet alleen maar toekomstmuziek.
De nieuwe wereld breekt al door.
Des te meer reden om niet voor de oude wereld te leven.

4. Bij het kruis
dia 11 – bij het kruis
In de praktijk doen we dat vaak wel,
leven we alsof de oude wereld, het hier en nu, alles is.
Alsof we niet op reis zijn, maar de bestemming al hebben bereikt.
Daarom, met een moeilijk woord, ‘verootmoedigen’ we ons vandaag voor God.

dia 12 – verootmoedigen: je klein maken
Verootmoedigen – wat is dat?
Het is je klein maken voor God.
Hebreeën 12:29 zegt: ‘onze God is een verterend vuur.’
Als we zien hoe volmaakt en heilig hij is, zien we ook hoe onheilig wij zijn.
Als wij beseffen wie God is, dan willen we ons voor hem verstoppen –
zoals Adam en Eva deden.
Verootmoedigen is je klein maken,
tegen God zeggen dat je je voor hem schaamt.
Het is belijden waar wij tekort in schieten – als mensen en als gemeente.

Dat gaan we straks doen in ons gebed.
Aan de ene kant omdat bij de kerkenraad een vraag uit de gemeente kwam
waarin het verlangen werd uitgesproken ons samen te verootmoedigen.
Aan de andere kant omdat we wel eens vergeten ons te verootmoedigen,
en het juist in de lijdenstijd heel goed past ons klein te maken.

Vanuit Hebreeën alvast 2 dingen waarvoor we ons verootmoedigen.
Hebreeën zegt: je hebt elkaar nodig.
Zijn wij als gemeente echt een eenheid, een gemeenschap?
Is het zo dat als 1 lid lijdt, alle leden meelijden?
We doen ons best, maar wat schieten we tekort!
Wat zijn we allemaal druk bezig om ons eigen leventje te leiden,
waar we proberen de kerk ook nog een plekje in te geven.
En als het gaat om elkaar aanspreken op je geloof:
dat durven we gewoon niet, we laten elkaar los.
Hebreeën zegt ook: we verwachten de stad die komt.
Maar wat worden we in beslag genomen door deze wereld.
Wat zijn we druk om hier een mooi leven op te bouwen.
Alsof de oude wereld onze bestemming is.

dia 13 – kruis
Deze dingen, en meer, brengen we bij het kruis.
Want God is een verterend vuur,
maar Jezus heeft aan het kruis dat vuur voor ons ondergaan.
Hij ruimt alle al te menselijke rotzooi voor ons op.
Bij het kruis mogen we samen met Jezus verder op reis.
Amen.




Hebreeën 5-10a | Jezus, de ultieme tussenpersoon

Mensen houden graag vast aan systemen om met God om te gaan. De tempel was zo’n systeem, maar de kerk kan het ook worden. Dat we zo druk bezig zijn de kerk in stand te houden dat we Jezus vergeten. Hebreeën zegt: zoek het niet in een systeem, maar in Jezus! 2e Preek in leesproject over Hebreeën.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Via Dolorosa (Sela)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 177 : 1, 2 en 7
Leefregels
Zingen: DNP Psalm 40 : 3 en 6
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 7 : 11 – 28 en 10 : 11 – 18
Zingen: GKB Psalm 110 : 1, 2 en 4
Preek over Hebreeën 5 – 10a
Zingen: Opwekking 580
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 89 : 1, 3 en 4
Zegen

Jezus, de ultieme tussenpersoon

Inleiding
dia 1 – zwart
Het zijn weer mijn favoriete weken van het jaar.
Tja, waar zou ik het over hebben…?
Ik bedoel de belastingaangifte!
Dan denk je natuurlijk: ‘de belastingaangifte? wat is daar nou mooi aan?’
Nou, ik draag graag mijn steentje aan Nederland bij!

dia 2 – aangifte
Maar, moet ik eerlijk zijn,
liever ook niet méér dan het steentje dat ik moet bijdragen.
Daarbij wordt ik geholpen door mijn belastingadviseur.
Het technische verhaal zal ik jullie besparen,
maar voor predikanten is de aangifte een vak apart,
en daarom wordt ik erbij geholpen.

Zelf moet ik al mijn gegevens aandragen,
en hoe meer aftrekposten ik vind, hoe minder belasting ik betaal.
Daar ben ik de afgelopen weken dus druk mee bezig geweest,
en nee: dat is niet mijn favoriete bezigheid…
Niet alleen gemaakte kilometers kan ik aftrekken,
maar ook de koffie die ik bij de HEMA drink –
weten jullie direct waarom ik daar zo graag zit…
Ik maak een overzicht, stuur dat naar mijn belastingadviseur,
en die doet de rest.

Die belastingadviseur is een tussenpersoon.
Zij staat tussen mij en de belastingdienst in.
Ze zorgt ervoor dat het contact tussen de belastingdienst en mij soepel verloopt.
Zonder haar zou mijn jaarlijkse aangifte een ramp zijn!

dia 3 – Jezus, de ultieme tussenpersoon
Tussenpersonen zijn handig:
of het nu die klasgenoot is die jou en je geheime liefde koppelt,
iemand die een ingang heeft in een bedrijf en jou daarmee aan een baan helpt
of een hypotheekadviseur die namens jou naar de bank gaat.
En dan gaat het er vandaag over dat Jezus ook zo’n tussenpersoon is.
Dat is de boodschap van die 6 hoofdstukken, Hebreeën 5-10, samen.
Dus het thema vanochtend: Jezus is de ultieme tussenpersoon.

1. Hoe kom je bij God?
dia 4 – contact met God kan niet zomaar
Een tussenpersoon, de naam zegt het al, staat ergens tussen.
Dat is bij Jezus ook zo.
Hij staat niet tussen mij en de belastingdienst,
of al die andere dingen die ik noemde, maar tussen ons en God.

De vraag is namelijk: hoe kun je contact hebben met God?
Hebreeën gaat er vanuit dat rechtstreeks contact met God onmogelijk is.
Het zit niet goed tussen God en mensen, en dat valt niet zomaar op te lossen.
We zijn van God vervreemd.
We kunnen niet zomaar tegen God zeggen:
‘hallo God, daar zijn we weer,
sorry dat we u vergeten zijn, zand erover dan maar?’
Zo werkt het bij God niet.
Dat besef delen het Joodse en het christelijke geloof:
God is boos om onze zonden.
Ik weet dat dat in onze tijd een lastig thema is:
hoezo zou God boos op ons zijn?!
Daar wil ik straks nog iets meer over zeggen,
maar laten we er nu eerst maar even in meegaan:
we kunnen niet zomaar bij God komen.

dia 5 – achtergrond: tempeldienst (tempel)
Maar hoe dan wel?
Dat is waar de hele bijbel over gaat!
De bijbel die de Hebreeën zo goed kennen,
want even wat herhaling van vorige week:
de Hebreeën waren christenen met Joodse wortels.
Ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven,
en terug te gaan naar de Joodse godsdienst en Joodse manier van leven.
Het Oude Testament heeft voor hen geen geheimen,
en de schrijver van de Hebreeënbrief veronderstelt veel bijbelkennis.

Op die vraag, hoe kun je bij God komen,
was het Joodse antwoord heel duidelijk: de tempeldienst.
De tempel, dat was de plaats waar God woonde.
In de tempel was contact tussen God en mensen mogelijk.
Dat werd mogelijk gemaakt door tussenpersonen: priesters.
De priesters hadden namens het volk contact met God,
stonden letterlijk tussen God en de mensen in.
Voor dat contact moesten ze wel offers brengen,
wat dan ook een belangrijk onderdeel is van de Joodse godsdienst.
Offers in alle soorten en maten, met als hoogtepunt de Grote Verzoendag.
Op die dag, en alleen op die dag,
ging de hogepriester het heiligste van de tempel in,
om daar een offer te brengen zodat God de zonden vergeeft.
Een heel systeem dus, waar in ieder duidelijk wordt
dat vergeving, dat contact met God iets kost!

dia 6 – wat is onze ‘tempeldienst’?
Wij zijn de Hebreeën niet.
Vorige week zei ik al: als deze brief rechtstreeks aan ons geschreven was,
dan hadden er andere dingen in gestaan.
Die hele Joodse tempeldienst zegt ons weinig.
Maar wat zouden wij antwoorden op de vraag: ‘hoe kun je bij God komen?’
Wat is onze ‘tempeldienst’? Wat zijn onze priesters en offers?

Misschien is het wel ‘goed leven’.
Proberen wij God tevreden te stellen door goed te leven?
De meeste mensen beseffen best dat als er een God is,
hij niet alles zomaar goed kan vinden.
Prima als God boos is op machtige schurken als Assad en Kim Jong Un.
Maar niet op jou, want jij brengt het er toch best aardig vanaf,
en God ziet ook wel dat jij probeert goed te leven.
In de kerk hebben we dan nog een paar regels over wat goed leven is,
en als je je daar aan houdt, dan kan God tevreden zijn.
Is dat hoe we proberen bij God te komen?

De kerk zelf kan trouwens ook zo’n tempelsysteem worden.
Soms ben ik daar wel bang voor.
Wat is het toch dat we makkelijker over de kerk praten dan over Jezus?
Voor je het weet is de dominee weer een priester geworden,
een tussenpersoon tussen God en mensen.
We kunnen van de kerk een heel systeem maken,
van de regels, van de organisatie,
en denken dat als we dat systeem maar goed vasthouden,
dat het dan wel goed zit tussen God en ons.
Dan is de kerk onze manier om met God om te gaan.

2. Jezus, de ultieme tussenpersoon
dia 7 – Jezus, de ultieme tussenpersoon
Maar dan zouden we met Jezus uiteindelijk niets zijn opgeschoten!
Het is tempeldienst in een ander jasje.
Hebreeën 5-10 zegt: maar er is iets veel beters!
Vergeet die tempel, die priesters en offers,
vergeet al die systemen: Jézus is de ultieme tussenpersoon.

dia 8 – Windows
‘Beter’: dat woord kom je in Hebreeën vaak tegen.
Steeds wijst Hebreeën op het verschil tussen oud en nieuw.
De tempel, met alles er omheen, is oud, Jezus is nieuw.
Niet dat oud slecht is en nieuw goed: oud is goed, nieuw is beter.
Misschien is het te vergelijken met Windows op je computer.
Regelmatig verschijnt er een nieuwe versie van Windows.
Windows XP was een prima besturingssysteem.
Windows 10 is alleen zoveel beter
dat Windows XP gewoon achterhaald is.
Het heeft zijn nut bewezen maar nu verouderd.
Zo is het met Jezus en de tempel ook:
de tempel was prima, God zelf heeft die tempeldienst gegeven,
maar de tempeldienst was nooit bedoeld als Gods definitieve oplossing.
Met de komst van Jezus is die tempeldienst een achterhaald systeem.

dia 9 – Jezus: onze tussenpersoon in de hemel
Dat werkt Hebreeën uit in hoofdstuk 5-10.
Die hoofdstukken kun je weer in tweeën delen:
5-7 gaat over wie de tussenpersoon is,
8-10 over wat die tussenpersoon doet.
Om het nog ingewikkelder te maken:
in dat eerste stuk, 5-7, vind je nog een lang zijspoor
over dat je best moeite mag doen om meer van het christelijk geloof te begrijpen.
Dus laat je niet afschrikken door dat Hebreeën best een ingewikkeld boek is!

Eerst Hebreeën 5-7: wie is de tussenpersoon?
Daar wordt een uitgebreide vergelijking getrokken
tussen de priesters van Israël en Jezus.
Die priesters van Israël, zegt Hebreeën, waren ook maar gewone mensen.
Mensen die hun best deden, zeker,
maar ook mensen met hun fouten en hun zonden.
Voordat ze als tussenpersoon namens het volk offers konden brengen,
moesten ze een offer brengen voor hun eigen zonden.
Wat een verschil met Jezus: Jezus is zonder zonde!

Dan begint Hebreeën over Melchisedek.
Je komt hem voor het eerst tegen in Genesis 14.
Hij is een van de meest mysterieuze figuren uit de bijbel.
Hij is koning en priester tegelijk, hij zegent Abraham,
en verder weten we bijna niets van hem.
Maar in Psalm 110 duikt hij opeens weer op:
er zal een priester als Melchisedek komen.
Hebreeën zegt: dat gaat over Jezus!
Jezus is de nieuwe hogepriester die God ons geeft,
ook al komt Jezus niet uit een priesterfamilie.
Dat was voor priesters heel belangrijk:
alleen Joden die van Levi afstamden konden priester worden.
Maar Jezus staat daar, net als Melchisedek, boven:
Jezus is door God aangesteld als priester voor eeuwig,
niet in de tempel, maar in de hemel.

Best ingewikkeld allemaal…
Maar denk nog even terug aan die tussenpersonen,
die tussen 2 partijen in staan.
De beste tussenpersonen zijn die tussenpersonen
die dicht bij allebei de partijen staan.
Dus in het geval van mijn belastingadviseur:
die snapt wat de situatie van een predikant is,
maar die ook precies weet hoe het bij de belastingdienst werkt.
Dat maakt Jezus de tussenpersoon bij uitstek:
hij is mens geworden, hij begrijpt ons beter dan we onszelf begrijpen,
maar hij is ook kind aan huis bij God – dichter bij God kan niet!

dia 10 – de priester wordt het offer! (offer)
Vervolgens, in Hebreeën 8-10 gaat het over wat Jezus dan doet.
Priesters brengen offers, dus dan zal Jezus ook wel offers brengen…
Nou, om precies te zijn: 1 offer.
En dat offer, dat is hij zelf.
Deze priester wordt zelf het offer!
Om de logica daarachter te vatten moet je volgens mij God heten,
maar laat het even inwerken: Jezus offert zichzelf!
Het is het enige offer dat echt werkt,
dat het echt goed maakt tussen God en mensen.

Nog weer even die tussenpersonen.
Het is fijn als zo iemand met je meedenkt,
niet alleen doet waar je hem voor betaalt,
maar even een extra stap voor je zet.
En óf Jezus een extra stap voor je zet!
Hij doet nog veel meer:
als tussenpersoon geeft hij zijn eigen leven voor jouw zaak.
Dat maakt Jezus de ultieme tussenpersoon.

dia 11 – daardoor nieuwe relatie met God
Wat er dan gebeurt komt ook in Hebreeën 8-10 naar voren.
Door Jezus begint Gods nieuwe relatie met mensen.
God wil veel meer dan met mensen omgaan via een religieus systeem.
Die tempeldienst van vroeger houdt God ook op een afstand:
slechts een keer per jaar komt de hogepriester dicht bij God.
En wat in de tempel gebeurt staat los van het verdere leven.
Dat kan met de kerk ook gebeuren:
een mooi systeem, veilig en vertrouwd,
maar door het systeem houd je God op afstand.
Maar het nieuwe van Jezus is nu juist dat God écht met je wil omgaan,
niet in een of ander systeem, maar van hart tot hart!
Niet alleen in de tempel of kerk, maar altijd en overal.
Dat is wat Jezus doet: hij ruimt de rommel op zodat wij weer met God kunnen leven.

3. De hoge prijs
dia 12 – de hoge prijs
Jezus is beter dan religieuze systemen: hij is de ultieme tussenpersoon!
Alleen die prijs die hij betaalt, dat kruis…
Moet dat nou echt?
Ik zou nog terugkomen op dat wij moeite hebben
met de gedachte dat God boos op ons is.
Is dat offer van Jezus nou echt nodig?
Wil je daar wel aan?

dia 13 – zonde zit dieper dan we denken
Ik zou er in ieder geval graag onderuit willen komen!
Willen zeggen dat dat het kruis van Jezus een afschuwelijke vergissing was,
en me ervan distantiëren: ‘dat hebben ‘ze’ vroeger gedaan,
maar dat was fout, en daar wil ik niets mee te maken hebben.’
Zoals we tegenwoordig ook afstand nemen van bijvoorbeeld de VOC.

Wij zijn kampioenen in bagatelliseren.
‘Natuurlijk ben ik niet perfect, maar…’
‘Niet om het goed te praten, maar…’ en dan doe je het dus toch.
‘Dit kun je toch geen zonde noemen…’ Enzovoort.
We praten onszelf graag goed,
en hebben niet door hoe diep de zonde in ons zit.
Wij denken bij zonde misschien aan het overtreden van regels.
In de bijbel wordt zonde met overspel vergeleken:
je zoekt je geluk, je levensdoel of je identiteit bij een ander dan God.
Als wij denken dat we het zelf goed kunnen maken,
dan miskennen we hoe diep zonde zit.

dia 14 – het kruis geeft aanstoot
Maar bij het kruis kan dat niet meer.
Daar kun je niet meer zeggen: ‘ach, het valt wel mee…’
Daarom staat in de bijbel ook dat het kruis aanstootgevend is.
Jezus als voorbeeld, dat trekken we nog wel.
Jezus als priester, een tussenpersoon bij God,
daar valt nog wel mee te leven.
Maar Jezus als offer? Dat is een belediging!
De meeste Joden wilden er dan ook niet aan.
Ook de Hebreeën staan in de verleiding het op te geven.
Het kruis is een aanstoot – het is nooit anders geweest.
Het is de prijs voor de nieuwe relatie met God.

4. Wijs Jezus niet af
dia 15 – niet expliciet: door het te zeggen
Jezus is de ultieme tussenpersoon, dus wijs hem niet af!
Dat kun je expliciet doen.
Zeggen dat je Jezus niet nodig hebt,
dat je niet kunt accepteren dat Jezus voor jou gestorven is.
Dan zegt Hebreeën: wees niet zo dom de ultieme tussenpersoon af te wijzen.
Daarmee wijs je namelijk je beste en enige kans op een relatie met God af.
Jezus gaat tot het uiterste om dat mogelijk te maken –
zet dan je trots opzij en neem het aan!

dia 16 – niet impliciet: door het te doen
Maar Jezus afwijzen, dat kun je ook impliciet doen.
We kunnen de vroomste dingen zeggen,
en tóch Jezus naar de rand van de kerk drukken,
als iemand waar je op kunt terugvallen als je het wel heel bont maakt,
maar die je verder niet nodig hebt.

dia 17 – Heek
Ik las vorige week een interview met Gerbram Heek,
die binnenkort predikant wordt van onze zustergemeente in Buitenpost.
Hij was predikant in Mijdrecht,
en toen hij daar jaren geleden kwam,
trof hij een kerk aan die de deuren bijna kon sluiten.
Ze hadden van alles geprobeerd om te groeien,
tot aan advertenties in het Nederlands Dagblad aan toe
om vrijgemaakte gezinnen over te halen in Mijdrecht te komen wonen.
In het interview zegt Gerbram dat ze druk bezig waren de kerk in stand te houden,
maar dat het nauwelijks nog over Jezus ging.

Dat is ook voor ons een groot gevaar: dat we het systeem in stand willen houden.
We willen als gemeente graag groeien, maar waarom?
Willen we graag genoeg mensen om kerk te kunnen blijven zoals we gewend zijn?
Moet het systeem in stand gehouden worden?
Dan bid ik dat God ons zegent met krimp,
zodat we leren waar het in de kerk écht om gaat.
Of willen we mensen laten delen in de nieuwe relatie met God,
door iedereen op onze tussenpersoon te wijzen?
Dán bid ik dat God ons zegent met groei!

dia 18 – laat Jezus je tussenpersoon zijn!
Ik houd van de kerk.
Ik zeg niet dat alles anders moet.
Maar laat de kerk nooit de plaats van Jezus innemen!
Laat Jezus je tussenpersoon zijn!
Beter zul je het nooit vinden.
Amen.




Hebreeën 1-4 | Jezus opgeven? Ben je gek!

Geloven kan soms voelen als een opgave, wat meer kost dan oplevert. Waarom zou je volhouden, en je geloof niet op een lager pitje zetten? Hebreeën zegt: focus op Jezus, met hem heb je goud in handen! 1e Preek in leesproject over Hebreeën.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 192 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 44
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 23
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 1 : 1 – 4 en 2 : 1 – 3
Zingen: GKB Psalm 95 : 4 en 5
Lezen: Hebreeën 4 : 1 – 11
Zingen: LvK Gezang 446 : 1, 2 en 3
Preek over Hebreeën 1 – 4
Zingen: Ik Ben – Sela (1, T, 2, 3, T, 4, 5T, 6T)
Kinderen terug
Avondmaal – onderwijs en viering
Zingen: GKB Psalm 95 : 1, 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Jezus opgeven? Ben je gek!

Inleiding
dia 1 – zwart
Wel de lusten, niet de lasten – daar houden we van.
In ieder geval beter dan andersom: wel de lasten, niet de lusten.
Bij allerlei keuzes die wij maken speelt dat een rol:
we maken een afweging van kosten en baten.

dia 2 – Herman
Precies die afweging maakte een paar jaar geleden dat ik Herman heb verkocht.
Herman was mijn oldtimer, een blauwe Volvo 142.
Om je auto een naam te geven moet er wel een steekje bij je los zitten,
dat geef ik direct toe.

In ieder geval: toen ik hem kocht was het ‘wel de lusten, niet de lasten’.
Als student een auto rijden, dat leek mij onhaalbaar.
Maar deze auto kon ik betalen!
De aanschaf viel alles mee,
hij koste niet veel meer dan een fatsoenlijke nieuwe fiets,
en als oldtimer was hij vrijgesteld van wegenbelasting.
Dus kocht ik een auto, en ik voelde me de koning te rijk.
De lasten waren prima te overzien, en wat heb ik van die auto genoten!
Zeg nu zelf, zo’n onverwoestbare Volvo is toch veel leuker
dan een of ander koekblik
waarin je met windkracht 4 de Afsluitdijk niet eens op durft?
Ok, ook Herman was een avontuur om in te rijden,
het was hard werken zonder stuurbekrachtiging
en boven de 100 km/u kon je elkaar niet meer verstaan,
maar elke keer stapte ik met een grote glimlach uit mijn auto.

Maar hier in Franeker werd het steeds meer ‘wel de lasten, niet de lusten.’
Rijden in Herman is altijd een feest gebleven,
maar het kwam er steeds minder van.
Ondertussen bleken de jaren voor Herman wel te gaan tellen.
Dat was vooral aan die ellendige roest te merken.
Had ik net alle roest van een portier verwijderd,
helemaal kaal geschuurd, plamuur erop, glad gepolijst,
en met m’n verfroller weer afgewerkt,
was het volgende portier alweer aan de beurt.
En de kofferbak. En de wielkasten.
Het was niet meer bij te houden.
Herman werd een actiepunt die mij een schuldgevoel bezorgde.
Dus heb ik hem verkocht, opgegeven.

dia 3 – Jezus opgeven? Ben je gek!
Zo’n afweging van kosten en baten kun je maken als je een auto verkoopt,
maar je kunt zo’n afweging ook op je geloof loslaten.
Dat is wat de Hebreeën doen.
Het wordt hen steeds moeilijker gemaakt om te geloven,
de kosten stijgen alleen maar, terwijl het hen steeds minder oplevert.
Kunnen ze Jezus niet beter opgeven?
En dan is de boodschap van Hebreeën 1-4:
Jezus opgeven? Ben je gek!
Dat is het thema deze morgen,
en ik hoop dat deze boodschap je mag helpen vol te houden!

1. Opgeven?
dia 4 – Hebreeën: schrijver en lezers onbekend
Eerst over die ‘brief aan de Hebreeën’.
Wie heeft die brief eigenlijk geschreven? En aan wie?
Op beide vragen moet ik het antwoord schuldig blijven…
Niemand weet wie deze brief geschreven heeft.
Vroeger werd nog wel eens aan Paulus gedacht,
ook al komt zijn naam in de brief niet voor,
maar tegenwoordig is dat eigenlijk het enige waarover iedereen het eens is:
deze brief komt niet van Paulus.
Een naam die wel eens voorbij komt, is die van Barnabas,
Paulus’ reisgenoot tijdens zijn 1e zendingsreis, maar het blijft gissen.
Net zoals naar de ontvangers van de brief.
Het is in ieder geval waarschijnlijk dat de brief aan Joodse christenen is geschreven,
daarom ook die naam ‘Hebreeën’,
maar of het Joodse christenen in Jeruzalem zijn,
of heel ergens anders op de wereld: we weten het niet.

dia 5 – situatie: onder druk geloof op te geven
Waar we wel meer over weten, is hun situatie.
Als je het boek Hebreeën lees krijg je daar een aardige indruk van.
De brief zit vol aanmoedigingen: kom op, houd vol, niet opgeven!
Blijkbaar stonden de Hebreeën onder druk dat wél te doen.
Waarschijnlijk moeten we daarbij denken aan vervolging:
eerst de Joden en later de Romeinen moesten niets van die nieuwe godsdienst hebben,
dus werden christenen gewelddadig onderdrukt.

Even in termen van kosten en baten:
ze merken dat geloven in Jezus hen steeds meer kost,
terwijl hun eerste enthousiasme al een aardig eindje is weggezakt.
Het kost hen meer dan dat het hen oplevert,
en daarmee is de vraag: is het nog wel de moeite waard om te geloven?
De verleiding is groot om te kiezen voor de gemakkelijke weg: het geloof opgeven.
Want als je er steeds minder aan hebt, maar er een gigantische prijs voor betaalt,
waarom zou je het jezelf dan zo moeilijk maken?

dia 6 – geloven: ballast of zegen?
Wij hebben natuurlijk met heel andere problemen te maken dan de Hebreeën,
maar de vraag is dezelfde: als geloven je meer kost dan oplevert,
waarom zou je het jezelf dan zo moeilijk maken?
Ik heb Herman toch ook verkocht, en dat was een goede keuze!
Wat als geloven voor jou meer en meer een gewoonte is,
waar je veel tijd in stopt, waar je veel energie in stopt,
maar je komt tot de ontdekking dat het je niets oplevert.
Eerst probeer je die conclusie nog even weg te duwen,
je moet er niet aan denken je geloof kwijt te raken,
maar het blijft aan je knagen, en langzamerhand laat je de gedachte toe.
Jij stond altijd klaar, voor iedereen, maar wat heeft het je gebracht?
Elke zondag zit jij in de kerk, maar de dienst gaat langs je heen,
of je begint je steeds meer te ergeren aan kleinigheden.
Je leest elke dag uit de bijbel,
maar merkt dat het je ene oor in, je andere oor uit gaat.
Waarvoor doe je het nog?

En dan gaat het hard.
Je slaat een keer bijbellezen over.
Je bidt eens een dagje niet.
Je gaat eens een zondag niet naar de kerk.
En eigenlijk merk je het verschil niet.
Het voelt eerder als een bevrijding.
En nee: dit is niet alleen het verhaal van kerkverlaters.
Dit is de twijfel, de aanvechting, waar volgens mij elke christen mee te maken heeft.
Ik in ieder geval wel!
Is geloven wel zo’n zegen? Of is het onnodige ballast?

Wanneer de Hebreeën die conclusie trekken,
vallen ze terug in hun vorige, Joodse leven.
Dat is voor hen de makkelijke weg.
Bij ons is dat uiteraard een andere weg.
Je kunt je geloof afzweren en voortaan als atheïst door het leven gaan.
Maar dat is nog best een grote stap – waarom zo moeilijk doen?
Je kunt ook je geloofsovertuigingen vasthouden,
je gelooft in God, en in Jezus, en in het leven na de dood,
en je houdt vast aan de christelijke normen en waarden,
maar je zet je geloof gewoon op een wat lager pitje.
Een soort ‘wel de lusten, niet de lasten’-geloof.
Een geloof waar het dagelijks leven met God naar de achtergrond verdwijnt,
onder het motto: ‘maar ik gelóóf het wel.’

2. Jezus, Jezus en nog eens: Jezus
dia 7 – Jezus, Jezus en nog eens: Jezus
Wat moet je, als je zulke gedachten bij jezelf merkt?
Als geloven voor jou meer een last dan een lust is?
Wat is het medicijn daartegen?
Dát lees je in Hebreeën 1-4.
Het medicijn is Jezus, Jezus en nog eens: Jezus!

dia 8 – Jezus is het beste dat mensen kan overkomen
Als Jezus niet het middelpunt van je geloof is,
dan is er inderdaad alle reden om je geloof aan de wilgen te hangen.
Of op zijn minst aan een kleerhanger in je garderobekast,
tussen alle andere kledingstukken die je nooit meer draagt,
maar waarvan je maar nooit weet of ze nog eens van pas komen.
Wij kunnen allerlei kleine dingen heel belangrijk maken,
zo belangrijk dat we denken dat dat geloven is.
Of het nou fatsoenlijk leven, de invulling van de kerkdienst
of je inzet voor commissies is.
Door op allerlei bijzaken te focussen verdwijnt Jezus uit het hart van je geloof.
Er is maar één manier om vol te houden: focus op Jezus!
Want als je beseft wie Jezus is en wat Jezus gedaan heeft,
dan zou je wel gek zijn je geloof op te geven!

Dat wordt in de brief aan de Hebreeën verder uitgewerkt.
Als je deze week thuis al wat hoofdstukken hebt gelezen,
zul je gemerkt hebben dat Hebreeën geen makkelijk boek is.
Meer dan alle andere bijbelboeken grijpt Hebreeën terug op het OT.
De ene na de andere tekst wordt aangehaald,
en de schrijver gaat er vanuit dat het voor de lezer bekende kost is.
Maar als je er even goed voor gaat zitten, is het heel mooi.
Al die oude bijbelteksten overtuigen
dat Jezus het beste is dat de mensen ooit is overkomen en zal overkomen.

dia 9 – Jezus is meer dan: engelen – luister naar hem!
In Hebreeën 1-4 wordt dat op 2 manieren uitgewerkt.
In Hebreeën 1 en 2 wordt Jezus vergeleken met de engelen.
‘Hoezo engelen?!’ zul je misschien denken.
Nou, in het Jodendom van die tijd was veel aandacht voor engelen.
Engelen waren de boodschappers van God.
Een engel met een boodschap van God: veel dichter bij God kon je niet komen!
Maar dan zegt Hebreeën: Jezus is nog veel meer dan de engelen,
hij is Gods eigen Zoon!
Als je de boodschap van de engelen al zo belangrijk vindt,
dan verdient de boodschap van Jezus al helemaal alle aandacht!

Het is een unieke boodschap.
Engelen blijven op veilige afstand van mensen.
Ze brengen een boodschap over en zijn weer vertrokken.
Jezus niet – dat lees je in Hebreeën 2.
Jezus is mens geworden zoals wij,
‘om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel,
en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.’
Jezus brengt niet alleen een boodschap over: hij ís de boodschap!

dia 10 – Mozes – Jezus leidt in Gods rust
Dan de tweede vergelijking, in Hebreeën 3 en 4,
waar Psalm 95 een grote rol in speelt.
Daar wordt Jezus met Mozes vergeleken.
Mozes was met de Israëlieten op weg naar het beloofde land,
het land van Gods rust.
Maar de echte rust, die hebben de Israëlieten nooit gevonden.
Daarvoor moet je bij Jezus zijn, die veel groter is dan Mozes.
Jezus leidt ons in Gods rust!

Naar ons toe zou de schrijver het anders hebben opgeschreven.
Hij schrijft aan mensen voor wie de engelen en Mozes boven elke twijfel verheven zijn,
maar Jezus niet – dat ligt bij ons natuurlijk anders.
Bij ons zou de vergelijking niet met engelen zijn,
maar met filosofen of gelukwetenschappers.
Dat zijn de mensen die ons vertellen
hoe we gelukkig kunnen worden en een goed leven kunnen hebben.
Dan zou Hebreeën zeggen: ‘Jezus is veel beter dan al die deskundigen van jullie.
Jullie zoeken naar de waarheid over het leven.
Maar Jezus komt van de Waarheid in eigen persoon!
Niemand staat dichter bij de Waarheid dan Jezus.
En dan te bedenken dat deze Jezus zich één maakt met ons – wat wil je nog meer?!’

De vergelijking zou ook niet met Mozes zijn,
maar met onze leiders van wie we heel wat verwachten:
dat ze zorgen voor werkgelegenheid,
dat onze koopkracht elk jaar wat puntjes stijgt,
dat je je op straat veilig voelt,
dat ze zorgen voor tevreden burgers.
Je kunt het ook zo zeggen: we verwachten dat ze ons naar het beloofde land brengen.
Dan zou Hebreeën zeggen: ‘Jezus is veel beter dan al die leiders van jullie.
Jullie zoeken naar het beloofde land, naar echte rust.
Jullie proberen het op allerlei manieren te bereiken,
maar Jezus brengt het jullie gewoon!
Hoezo is geloven ‘moeilijk doen’: kijk dan wat Jezus allemaal doet!’

dia 11 – goud
Dat is wat steeds terugkomt:
waar je Jezus ook mee vergelijkt, Jezus is altijd beter.
Alle alternatieven steken bij Jezus bleek af.
Met een ‘maar ik gelóóf het wel’-geloof doe je Jezus én jezelf tekort.
Met Jezus heb je goud in handen!
In hem, zegt Hebreeën 1, schittert Gods luister.
Je bent toch niet gek, dat je dat zou opgeven?!

3. Houd vol!
dia 12 – 1. focus op Jezus!
Wat moet je doen als geloven sleur wordt,
als je merkt dat het je meer kost dan oplevert?
Vanuit Hebreeën 1-4 wil ik 2 dingen meegeven.

Het eerste: focus op Jezus!
Dat klinkt zo logisch,
maar wat is het belangrijk om dat steeds weer te zeggen,
om jezelf er steeds weer aan te herinneren!
Want voor je het weet is je geloof een prachtig systeem
of een indrukwekkende manier van leven geworden,
maar is het hart eruit verdwenen.
Je geloof drijft op plichtsbesef, angst of gewoonte,
in plaats van op liefde voor Jezus Christus.
Dat kun je vast wel even volhouden,
maar uiteindelijk raak je in een geloofs-burnout.
Dus stel jezelf de vraag: waarom geloof ik?
Waar gaat het in mijn geloof eigenlijk om?
Misschien moeten er dan heilige huisjes omver om weer bij de kern te kunnen komen.
Leer je niet druk te maken om bijzaken: focus op Jezus!

dia 13 – 2. geef niet op!
Het tweede: geef niet op!
Hebreeën 3 vertelt over de Israëlieten die dat niet deden.
Een dramatische geschiedenis.
Ze staan op het punt het beloofde land in te gaan,
maar nu puntje bij paaltje komt haken ze af.
Opeens lijkt de woestijn veel aantrekkelijker, want vertrouwder,
dan dat beloofde land met al zijn gevaren.
Ze vertrouwen niet op God en zinken in het zicht van de haven.
Hebreeën zegt: laat die Israëlieten een waarschuwend voorbeeld zijn.
We zijn op weg het beloofde rijk van God.
Zorg dat je niet op het laatste moment afhaakt.
Wees niet zo dom je geloof op te geven!
Jezus komt terug – sta jij dan op hem te wachten?

dia 14 – 4:16
Het zijn harde woorden, en dat kan je onzeker maken.
Daarom is de belofte waar Hebreeën 4 mee afsluit zo mooi:
‘laten we zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige,
waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.’
Vandaag zoeken we dat in het avondmaal.
Juist daar valt alle ballast weg, alles wat niet bij de kern hoort.
We komen met lege handen bij Jezus Christus.
Hij voedt ons met zijn leven.
We vieren zijn dood en opstanding en krijgen nieuwe moed!
Amen.




Psalm 22:26-27 | De tafel van leven

Overdenking bij een avondmaalsviering op Witte Donderdag. In Psalm 22 wordt de tafel gedekt, een tafel van leven. Net als bij het avondmaal.
Voor wie deze overdenking in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Zingen: Psalm 118 : 10 (GKB=LvK)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 175 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Matteüs 26 : 20 – 30
Zingen: LvK Gezang 364 : 1, 2 en 3
Lezen: Psalm 22 : 26 – 27
Overdenking
Luisterlied: Sela – Getsemane
Viering avondmaal (Dienstboek)
Zingen: Psalm 103 : 1, 4 en 9 (GKB=LvK)
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 116 : 1a, 3v, 5m, 7v, 8m en 10a
Zegen

De tafel van leven

In Psalm 22 wordt de tafel gedekt: een tafel van leven.
Ook wij zitten vanavond aan tafel.
Niet helemaal letterlijk, maar toch!
Onze tafel is gedekt met brood en wijn,
om daarin Christus te ontvangen.
Ook een tafel van leven!

De sfeer in Psalm 22 is helemaal omgeslagen.
Aan het begin van de Psalm leek het ondenkbaar
dat het zou uitlopen op een feestmaaltijd.
De eerste helft van de Psalm is één grote klacht.
Maar dan komt het: ‘u hebt mij geantwoord’.
Afgelopen zondag stonden we er bij stil.
En dan wordt het feest!

‘Van u komt mijn lofzang.’
Een beetje merkwaardig om het zo te zeggen.
Je maakt er al snel van: ‘mijn lofzang is vóór u’.
Dat staat er dus niet: de lofzang komt ván God.
God heeft geantwoord, God heeft David nieuwe moed gegeven,
David durft God weer te vertrouwen,
en daarom verdient God de lof.
‘Van u komt mijn lofzang’:
‘God, u hebt mij geantwoord, en daarom geef ik u eer.
Dat hebt u verdiend!’

Hoe doe je dat dan?
Je kunt het tegen God zeggen, je kunt het zingen,
maar bij David is het meer.
‘Mijn geloften los ik in.’
Blijkbaar heeft David God iets beloofd,
dat als God hem zou antwoorden,
dat David dan iets voor God zou doen.
Denk aan een dankoffer – dat past ook goed in Psalm 22.
In Leviticus 7 kun je over zo’n dankoffer lezen.
Het bestaat uit een offerdier, bijvoorbeeld een lam, samen met broden.
Een deel daarvan wordt verbrand, en zo aan God aangeboden.
Maar er bleef ook over, om zelf van te eten.
Bij een dankoffer hoort een feestmaaltijd!
En daarom: ‘zij zullen eten en worden verzadigd’.

David eet niet in z’n eentje, het is geen snelle hap voor de tv.
David brengt zijn dankoffer ‘bij wie u vrezen’:
het is een offer in de kring van wie ontzag hebben voor God.
Zij mogen mee-eten van Davids dankoffer.

Davids offer heeft betekenis voor anderen:
zij mogen mee-eten van de offermaaltijd.
Net als wij vanavond mee mogen eten
van de offermaaltijd van Christus.
Onze tafel is niet gedekt met gebraden lamsvlees:
Christus zelf is het offerlam.
Door brood en wijn te ontvangen, krijgen we deel aan zijn offer.
Geen dankoffer, maar een verzoeningsoffer.
Jezus geeft zijn leven niet uit dankbaarheid,
maar om vrede te stichten tussen God en mens.
Juist dat offer geeft ons ook alle reden dankbaar te zijn.

In de Katholieke kerk wordt het avondmaal de ‘eucharistie’ genoemd.
Dat is Grieks voor ‘dankzegging’.
Het avondmaal is geen dankoffer,
met het offer van Jezus is het afgelopen met de offers.
Het is wel een maaltijd waar we dankbaar delen in het offer van Christus.
Juist aan de avondmaalstafel wordt duidelijk: Jezus deed het voor ons!
Het wordt persoonlijk: ík mag delen in de overwinning die Jezus behaald heeft.
Hij stierf daar aan het kruis niet voor niets, hij stierf voor mij.
Daarom zegt hij: ‘neem, eet, dit is mijn lichaam.’

Van die maaltijd wordt je pas echt verzadigd.
Jezus zegt, in Johannes 6:
‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald;
wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.
En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
De tafel is gedekt, het is een tafel van leven!

Maar voor wie is de tafel?
Wie zijn de tafelgenoten, die in het offer mogen delen?
‘De vernederden zullen eten’, zegt Psalm 22.
‘De vernederden’ – wie zijn dat?
Het is ook maar net hoe je het vertaalt.
Je kunt ook zeggen: ‘de armen’, of: ‘de zachtmoedigen’.
Dan doet het mij denken aan de zaligsprekingen in Matteüs 5:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Of, in de oude vertaling:
‘Zalig de armen van geest,
want hunner is het koninkrijk der hemelen.’

Als er iemand arm van geest en nederig van hart is,
dan is het Jezus wel!
Hij dekt de tafel voor mensen die hem willen volgen,
van hem willen leren nederig en zachtmoedig te zijn.
Die dan wel midden in de wereld staan,
maar weten dat hun schat in Gods koninkrijk is.
Die niet langer roemen in zichzelf, maar roemen in Christus Jezus.

David sluit af met een tafelwens:
‘voor altijd mogen jullie leven!’
Een wens als ‘leve de koning’: dan wens je de koning leven toe.
Zo’n wens is dit ook: David wenst zijn tafelgenoten leven voor altijd toe.
Precies waar het avondmaal op wijst.
Jezus zelf legt die verbinding:
er komt een dag dat hij met zijn tafelgenoten opnieuw wijn zal drinken
in het koninkrijk van zijn Vader.

Bij een feestelijke maaltijd hoort een toost.
‘Ik wil graag een toost uitbrengen op…’
Zo sluit David af:
‘laten we drinken op het leven voor altijd!’
Ook wij gaan zo drinken.
Laat het een toost zijn op het eeuwige leven!
Wij komen aan de tafel van leven.
Eet, drink, en leef in eeuwigheid!
Amen.




Psalm 22:22b | Jezus is Gods antwoord

Een vraag vraagt om een antwoord. Ook onze vragen aan God. Maar wat is eigenlijk een antwoord? Verhoort God gebeden pas als hij ingrijpt? God grijpt niet altijd rechtstreeks in ons leven in. Wél geeft hij zijn Zoon. Dat is het grootste ingrijpen. Uiteindelijk is Jezus Gods antwoord!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 117 : 1 (LvK=GKB)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1 en 2
Gebed
Luisterlied: Psalm Project 22
Kinderen naar club
Lezen: Psalm 22 : 20 – 25 en Matteüs 27 : 50 – 56
Zingen: Opwekking 176 (2x)
Preek over Psalm 22:22b
Zingen: Psalm 118 : 1, 7 en 9 (LvK=GKB)
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 168 (canon)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Psalm 67 : 2 en 3
Zegen

Jezus is Gods antwoord

Inleiding
dia 1 – vragen
Bij ons thuis worden heel wat vragen gesteld.
Vooral Daniël is een echte vragenkampioen.
Dat varieert van: ‘waarom mag ik mijn boterham niet zelf smeren?’
met het antwoord: ‘dat duurt te lang, we moeten over 5 minuten naar school’,
tot de vraag: ‘wanneer komt Jezus nou eens terug?’
We hebben Daniël namelijk verteld dat als Jezus terugkomt, opa ook weer bij ons is.
Hoe dan ook, een antwoord op die vraag moeten we hem schuldig blijven…

De leukste vraag van de laatste tijd:
‘waarom zeggen jullie zo vaak daarom?’
Toen ik niet direct een antwoord gaf, had Daniël er zelf al één bedacht:
‘ik denk dat jullie dan bedoelen dat je er nog even over na moet denken.’
Onder andere, ja, maar ook omdat we wel eens moe worden van zoveel vragen…

‘Daarom’ is natuurlijk geen antwoord.
En Daniël heeft zijn nieuwsgierigheid niet van een vreemde!
Ook ik wil alles weten.
Ik kan me helemaal in vragen vastbijten,
tot ik de antwoorden gevonden heb.
Bijvoorbeeld voor een preek als deze:
voor jullie duurt die zo’n 20 minuten,
maar voor mij zijn daar heel wat vragen aan vooraf gegaan.
Maar ik wil net zo goed snappen hoe de wereld in elkaar zit.
Ik wil antwoorden!

dia 2 – Jezus is Gods antwoord
De afgelopen weken stonden we stil bij vragen uit Psalm 22.
Nu is daar opeens het antwoord!
Vandaag gaat het over Gods antwoord.
Jezus is Gods antwoord!
Dat doet me denken aan het verhaal van een predikant die een kindermoment deed.
Hij vroeg de kinderen: het is bruin, het klimt in bomen en heeft een grote staart.
De kinderen bleven een tijdje stil, tot eindelijk iemand zei:
‘het klinkt als een eekhoorn, maar het zal Jezus wel weer zijn…’
Jezus kan een gemakkelijk antwoord worden.
Is hij echt het antwoord op onze vragen?
En wat betekent dat dan?
Vandaag gaan we op zoek, jawel, naar een antwoord.

1. Een antwoord?
dia 3 – een antwoord?
Bij een antwoord hoort natuurlijk een vraag.
Een antwoord op een vraag die niemand stelt,
die zelfs bij niemand opkomt, dat is geen antwoord.
Een antwoord is altijd érgens een antwoord op.

dia 4 – de vraag: ‘waarom’ en ‘help me dan’
Dat is in Psalm 22 niet anders.
De vorige keren ontdekten we al
dat het niet alleen Davids vragen zijn,
maar ook de vragen van Jezus en van onszelf.
David heeft het er moeilijk mee
dat God hem, in ieder geval voor zijn gevoel, in de steek laat.
Het wordt er ook nog eens ingewreven door zijn tegenstanders:
‘waar is die God van je dan?’.
En David vraagt God: ‘waarom?!’
Net als Jezus, die ook nog eens te grazen is genomen,
aan het kruis hangt, in afwachting van zijn dood.
Ook Jezus vraagt: ‘waarom?!’

Een herkenbare vraag.
Waarom is de wereld zo verrot?
Waarom doet het leven zo’n pijn?
Neem nu dat ongeluk in Harlingen, 2 weken geleden.
Een vader en een zoontje uit het leven gerukt door een trein.
Dan breekt mijn hart: ‘waarom, mijn God, waarom?’

De waarom-vraag is niet de enige in Psalm 22.
Er is nog een levensgrote vraag: ‘help me dan!’
Die vraag stelde David al eerder in de Psalm,
maar in het gedeelte van vandaag heel uitgebreid.
‘Blijf niet ver weg, grijp toch alstublieft in!
Laat me niet alleen, doe toch iets!’
David vraagt het nog:
blijkbaar heeft hij de moed nog niet helemaal verloren.

dia 5 – Psalm 22 kantelt: ‘u hebt mij geantwoord’
En dan kantelt de Psalm: ‘U geeft mij antwoord.’
Eén zinnetje maar, je leest er zomaar overheen.
Toen we met Psalm 22 begonnen, 5 weken geleden,
hebben we de versie van Psalmen voor Nu geluisterd.
Daarin wordt dit zinnetje steeds herhaald.
Het heeft ook een eigen melodie,
om te benadrukken dat de Psalm hier omslaat.

Waar ik dan heel benieuwd naar ben is: wat verandert er dan?
God geeft antwoord, maar wat ís dan het antwoord?
Wat is het antwoord, op al die waarom-vragen?
Wat is het antwoord, wanneer we God smeken om in te grijpen?
Psalm 22 laat het bij dat zinnetje: u geeft mij antwoord.
Eigenlijk nog sterker: u hébt mij geantwoord.

dia 6 – wat is dan het antwoord?
Is de situatie opeens veranderd?
Greep God opeens in?
Psalm 22 zegt er niets over.
Ik vind het ook niet erg waarschijnlijk.
Misschien stel ik het me verkeerd voor, dat kan natuurlijk,
maar ik stel het me zo voor dat David zich ergens verstopt heeft,
en in zijn schuilplaats Psalm 22 schrijft, als een gebed.
Ik neem aan dat David die Psalm in 1 keer heeft geschreven,
en dat de situatie niet tijdens het schrijven veranderd is.
Maar wat is dan het antwoord?

Voor Jezus geldt dat ook:
zijn vragen aan God veranderen zijn situatie niet.
Jezus sterft aan het kruis, God houdt dat niet tegen!
Tóch kan ook Jezus zeggen: God heeft mij geantwoord.
Waar het om gaat: wat is een antwoord?
Is het pas een antwoord als God de situatie veranderd?
Ik denk het niet!

2. Jezus is Gods antwoord
dia 7 – Jezus is Gods antwoord
Maar wat dan wel?
Wat is Gods antwoord onze vragen?
Onze waarom-vragen, en onze gebeden om hulp?
Uiteindelijk is Jezus het antwoord dat we van God krijgen!
In Psalm 22 mag je dat ook lezen.

dia 8 – Davids antwoord: nieuw vertrouwen op God
Dat is natuurlijk niet het antwoord dat David krijgt.
In mijn eerste preek over Psalm 22 zei ik:
‘Davids vragen komen tot rust.’
In die richting moet je het antwoord zoeken.
Davids situatie verandert niet, maar David zelf wel!
Al biddend, al smekend, vindt David nieuw vertrouwen op God.
Ik zei al: ‘u geeft mij antwoord’ is nog wat te zwak,
‘u heeft mij geantwoord’ is beter.
Even technisch: in het Hebreeuws kun je, als je ergens heel zeker van bent,
zeggen dat het al gebeurd is.
David is er opeens heel zeker van dat God antwoord geeft,
dat God hem niet in de steek laat.
David vertrouwt God volledig, dát is het antwoord.
Dat zit al in hoe David God noemt: ‘mijn sterkte’.
David zit in grote problemen, maar God is zijn kracht!

dia 9 – gebed om kracht
Hoe geeft God antwoord?
Hoe verhoort God gebeden?
Daar hoeft God de situatie dus niet voor te veranderen!
Misschien ken je dit gedicht wel:
“Ik vroeg om kracht, en God gaf me moeilijkheden om me sterk te maken.
Ik vroeg om moed, en God gaf me angsten om te overwinnen.
Ik kreeg niets waarom ik vroeg, ik kreeg alles wat ik nodig had.”

dia 10 – Jezus’ antwoord: God is met iets bezig!
Ook Jezus krijgt antwoord.
Het zit zelfs al in de vraag: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Dat is niet alleen een vraag: het is de eerste regel van Psalm 22.
Ze hadden toen nog niet zo’n systeem dat alle Psalmen een nummertje kregen.
In plaats daarvan gebruikten ze de eerste regel als titel.
Aan losse coupletten deden ze toen ook al niet.
Wij zingen niet zo vaak een Psalm in zijn geheel,
voor de Joden was het juist ondenkbaar een Psalm op te knippen.
Als Jezus dus vraagt: ‘waarom?’, komt heel Psalm 22 mee.
Inclusief het veel vrolijkere slot!
Met de vraag geeft Jezus woorden aan zijn lijden,
maar er zit ook al een antwoord in.
Niet om de vraag te relativeren:
dat Jezus verlaten werd, dat is echt!
Denk ook niet: ‘ach, hij wist toch wel dat hij weer zou opstaan.’
Maar Jezus blijft hopen, blijft geloven dat God met iets bezig is!

Even later sterft Jezus,
maar daarmee is het vertrouwen van Jezus niet beschaamd.
Hij wíst dat hij zou sterven, dat God dat niet zou veranderen,
en tóch blijft hij vertrouwen!
Jezus gelooft dat zijn dood niet voor niets is: dat is zijn antwoord.

dia 11 – Jezus als antwoord: God gaat naast je staan
God laat je niet zitten met je vragen.
Hij kijkt niet weg als je in de problemen zit, dat is Psalm 22:25.
Dat doen wij wel: als het te heftig is, te dichtbij komt,
dan zetten we de tv gewoon uit.
God doet dat niet.
Sterker nog: hij komt er bij, hij ondergaat de problemen zelf.
Dat is Jezus: God identificeert zich met de zwakke!

Jezus is Gods antwoord.
Jezus is God die niet wegkijkt.
Jezus is God die in jouw vragen komt.
God geeft antwoord!
Ook als hij je niet direct uit de problemen haalt.
God kan situaties veranderen, en dat dóet hij ook.
Maar niet altijd.
Wat God wel altijd doet: hij gaat naast je staan.
Dát is Jezus.
Door hem mag je erop vertrouwen: het komt goed!

3. Is dat wel een antwoord?
dia 12 – is dat wel een antwoord?
Maar is dat eigenlijk wel een antwoord?
Wat heb je hieraan, als alles je is afgepakt?
Is het geen dooddoener: Jezus als oplossing voor al je problemen?
Het klinkt soms zo makkelijk…
Ik zou het niet snel zeggen tegen iemand die diep in de put zit,
die terecht allerlei vragen aan God stelt of zelfs woest is op God.
Dan kun je toch niet zeggen:
‘joh, ik snap je probleem, maar Jezus is het antwoord.’
Dat gaat natuurlijk veel te snel!

dia 13 – na Jezus’ dood gebeurt er van alles
Is er wel een antwoord?
Daarom hebben we dat vreemde gedeelte uit Matteüs 27 er bij gelezen.
Na de dood van Jezus gebeurt er van alles!
Psalm 22 heeft een kantelpunt, maar Matteüs ook!
Dít is het kantelpunt in Matteüs.
Het ging alleen maar bergafwaarts,
het leek op een grote teleurstelling uit te lopen
waar Jezus als een mislukkeling sterft,
maar dan verandert alles!
Jezus’ vertrouwen was terecht, zijn dood is niet voor niets.

Het voorhangsel van de tempel scheurt.
Opeens ligt het heiligste deel van de tempel open.
Want nu Jezus gestorven is, is de tempel overbodig geworden.
De aarde beeft, en allerlei mensen staan op uit de dood.
Matteüs is de enige die het noemt, en we weten er maar weinig van.
Ze verschijnen, maar verdwijnen ook weer.
Verderop in de bijbel lees je niets meer over deze mensen.
En ze zullen toch niet voor een tweede keer gestorven zijn?
Het lijkt op Jezus na zijn opstanding:
ook hij is er opeens, en dan is hij ook weer vertrokken.
Hoe dan ook: Jezus blaast zijn laatste adem uit,
en direct komen gestorven mensen tot leven!
God heeft geantwoord.
Dat merkt de Romeinse centurio ook:
opeens beseft hij dat Jezus geen gewone man was, maar Gods Zoon.

dia 14 – de wereld is nooit meer hetzelfde!
Is die Jezus voor jou een antwoord?
Matteüs wil duidelijk maken: de wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.
De dood van Jezus verandert alles!
Je hoeft je niet meer neer te leggen bij een wereld die door en door verrot is,
want de dingen die wij kunnen zien, hebben niet langer het laatste woord!
Jezus is geen antwoord in de categorie waar wij onze antwoorden zoeken.
Jezus is een veel groter antwoord.
Daarom is het soms moeilijk dit antwoord te vinden.
Daarom kan het soms zelfs een dooddoener worden,
die de goede vragen wegdrukt.
Jezus is geen makkelijk antwoord en ook geen antwoord dat je makkelijk vindt.
Maar als je het vindt, dan is het een beter en echter antwoord
dan welk antwoord je ook maar kunt krijgen!

dia 15 – wat betekent Jezus voor jouw vragen?
Nee, Jezus is niet een makkelijk antwoord op al onze vragen.
Al helemaal geen antwoord om de vragen van anderen niet serieus te nemen.
Soms is het beter geen antwoord te geven.
Om maar gewoon te zeggen: ‘ik weet het niet’.
Ja, ik geloof echt dat Jezus het antwoord is,
daarom vertrouw ik God,
maar dat betekent niet dat ik op al mijn vragen een antwoord heb.
Jezus is geen antwoord om anderen mee om de oren te slaan.
Zoek liever uit: hoe is Jezus voor mij een antwoord?
Wat betekent Jezus voor míjn vragen?

4. Een wereld gaat open!
dia 16 – open lucht
Op grauwe, mistige dagen,
ben je haast vanzelf wat meer in jezelf gekeerd.
Geluiden op straat klinken een stuk zachter,
je kunt niet zo ver kijken,
je kunt er zelfs somber van worden.
Het lijkt even alsof je alleen bent.
Heerlijk als dan de mist optrekt, de lucht openbreekt,
en je opeens alles in het zonlicht ziet.
De wereld gaat voor je open!

dia 17 – antwoord haalt je uit jezelf
Ik hoop dat je het vinden mag:
dat Jezus ook een antwoord op jouw vragen is.
Dan gaat er een wereld voor je open!
Je problemen en je vragen zorgen er vaak voor dat je in jezelf gekeerd bent.
Je hebt het al druk genoeg met jezelf,
en je moet er niet aan denken ook nog iets met de problemen van anderen te moeten…
Je trekt je terug, want dat is het veiligste.
Je leeft in een soort mist.
David heeft dat ook: het enige wat hij nog ziet, zijn leeuwen en beren.
Gods antwoord is als de zon die doorbreekt.
Hij haalt je uit jezelf,
je hoeft niet meer vast te zitten in de problemen.

Als David dat ontdekt,
als hij zijn vertrouwen op God terugkrijgt,
is hij opeens niet meer alleen op de wereld.
Hij is niet meer omringd door stieren, honden en leeuwen,
en meer tegenstanders die hem naar het leven staan,
maar ziet opeens de kinderen van Jakob, het volk van Israël.
De mist is opgetrokken!
Gods antwoord is niet iets tussen David en God:
zodra David antwoord heeft, moet hij denken aan zijn volksgenoten.
Hij wil dat iedereen weet dat hij antwoord heeft gekregen.
Want Gods antwoord is niet alleen voor David,
iedereen moet het weten!

dia 18 – samen God loven, doe je mee?!
In Hebreeën 2 gaat het over de weg van Jezus.
Jezus moest door het lijden heen,
maar is nu met eer en luister gekroond.
En dan wordt Psalm 22 in Jezus’ mond gelegd:
‘Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters,
u loven in de kring van mijn volk.’
Jezus heeft antwoord gekregen, en dan trekt de mist op:
Jezus’ gedachten gaan naar ons uit!

Als God antwoordt, houdt het dan niet voor jezelf!
Als je bij Jezus rust vindt, deel het dan!
Doe maar mee, met vers 24:
‘loof hem, allen die de Heer vrezen, breng hem eer!’
Want God hoort.
Hij liet zijn Zoon niet voor niets sterven.
Jezus is het antwoord dat God ons geeft.
Geef hem alle eer!
Amen.




Psalm 22:15 | De ontmanteling van de mens

Psalm 22 sluit naadloos aan bij het lijden van Jezus. Jezus wordt onmenselijk behandeld. Maar wie er pas echt ontmanteld wordt, dat zijn wij! Bij het kruis wordt zichtbaar waar mensen toe in staat zijn. Durf je te kijken, als stap naar heling?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 177 : 1, 2 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 392 : 1, 3 en 5 (Frysk)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Psalm 22 : 15 – 19 en Matteüs 27 : 27 – 38
Zingen: LvK Gezang 183 : 2 en 3
Preek over Psalm 22 : 15
Zingen: Opwekking 706
Kinderen terug
Leefregels (wet als belofte)
Zingen: Psalm 144 : 2 en 6 (GKB=LvK)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

De ontmanteling van de mens

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag staan we voor de derde keer stil bij Psalm 22.
En de Psalm blijft pijnlijk!
Eerst ging het over de pijn van het door God verlaten zijn.
Daarna over de pijn van het bespot worden.
In de verzen van vandaag is de pijn lichamelijk.
Hier wordt iemand letterlijk gesloopt.
Zoals je een auto sloopt.

dia 2 – Olav
Bij auto’s hoort dat er nu eenmaal bij:
na 20, 25 jaar trouwe dienst
belanden de meeste auto’s op de sloop.
Bijvoorbeeld Olav, onze eerste echte auto.
We waren zo blij dat we überhaupt een auto hadden,
dat we hem een naam hebben gegeven.
De lak vertoonde barstjes,
de achterbumper had een andere kleur dan de rest van de auto,
maar voor 600 euro kun je niet al te kritisch zijn.

We hebben heel wat plezier van Olav gehad,
maar uiteindelijk werd het tijd voor een andere auto.
Voor Olav kregen we nog 100 euro terug.
En ja, Olav belandde op de sloop.
Of, zoals het zo mooi heet, bij het ‘demontagebedrijf’.
De ontmanteling van Olav kon beginnen!

dia 3 – sloop
Ik was er niet bij,
maar ik stel me zo voor dat ze eerst de waardevolle onderdelen verwijderd hebben.
Ik had in ieder geval al een begin gemaakt door de autoradio er uit te halen.
De velgen waren nog wel wat waard,
de stoelen, het dakraampje, het motorblok misschien.
Olav werd steeds verder uitgekleed,
om uiteindelijk tot een blok staal te worden geperst.

dia 4 – de ontmanteling van de mens
Met dingen gaat dat zo.
Maar met mensen?!
Psalm 22 beschrijft het!
Ik gebruikte net al het woord ‘ontmanteling’.
Dat woord vat dit gedeelte van Psalm 22 heel aardig samen.
Het gaat hier over de ontmanteling,
niet van een auto, maar van de mens!

1. De ontmanteling van Jezus
dia 5 – de ontmanteling van Jezus
In Psalm 22 wordt een mens ontmanteld,
ontleed, tot er niets meer van hem over is.
Alle menselijke waardigheid verdwijnt.

dia 6 – Psalm 22 past – alweer – naadloos bij Jezus
Het is een Psalm van David,
maar de woorden van vandaag zijn in Davids leven niet terug te vinden.
David had zijn vijanden, David is jaren op de vlucht geweest,
maar dit is hem bespaard gebleven.
Zijn tegenstanders hebben hem nooit te pakken gekregen,
hebben de kans niet gekregen David op gruwelijke wijze te doden.
Misschien zingt David hier over zijn grootste angst,
maakt hij het in gedachten al mee.
Ik weet het niet.

Wat ik wel weet, is dat ik direct Jezus herken.
Jezus moest het meemaken.
Wéér past Psalm 22 naadloos bij Matteüs 27.
Trouwens, wel opvallend dat hoe verder we in Psalm 22 komen,
hoe verder het terug is in Matteüs, maar dat terzijde.
Het barst van de overeenkomsten,
laten we ze maar gewoon eens langs gaan.

dia 7 – vs 16: dorst
We beginnen in vers 16.
‘Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.’
Het kost geen enkele moeite Jezus hierin te herkennen.
Hij roept het zelf aan het kruis: ‘ik heb dorst!’
Het lijkt vriendelijk van de soldaten dat ze Jezus iets te drinken aanbieden..
Maar ze spelen een spelletje met Jezus.
Jezus doet daar niet aan mee: hij weigert te drinken.

dia 8 – vs 17a: een woeste bende
Het ‘spel’ van de soldaten komt terug in vers 17:
‘Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in.’
Nu ben ik bang voor honden,
dus ik zie ze al op me af komen en me tegen de grond werken.
Bedenk in ieder geval dat in Israël honden niet als huisdier werden gehouden.
Iemand voor ‘hond’ uitmaken, was zo ongeveer de grofste belediging.
Honden waren onreine dieren, een bron van ziektekiemen.
Denk aan smerige zwerfhonden die gewend zijn te vechten voor hun leven.

Deze honden spelen graag een spelletje met Jezus.
‘Jij bent toch de koning?!
Hier heb je je koningsmantel.
O, wacht even, een koning zonder kroon, dat kan natuurlijk niet.
Dan maken we er zelf wel een!’
Van doorntakken maken ze een kroon en zetten hem Jezus op.
Dat zal niet zachtzinnig zijn gegaan, de kroon is ongetwijfeld stevig aangedrukt.
In een kring staan ze om Jezus heen: ‘gegroet, Jodenkoning.’
Ze duwen hem tegen de grond, spugen op hem, en slaan hem in het gezicht.
Jezus is voorwerp van hun spelletje.

dia 9 – vs 17b: handen en voeten doorboord
Psalm 22 gaat verder: ‘zij hebben mijn handen en voeten doorboord.’
Het is heel moeilijk dan níet aan Jezus te denken!
De volgende stap in de ontmanteling van Jezus.
Het kruis is de wreedste manier om iemand te executeren.

dia 10 – vs 19: kleren verdeeld
En dan die kleren.
In de Psalmen voor Nu: ‘mijn kleren hebben ze alvast verdeeld’.
De spijker op zijn kop: ‘alvast’.
Jezus is nog niet dood, maar zijn kleren zijn al afgepakt.
Op schilderijen wordt Jezus dan vaak nog afgebeeld
met een bedekkende doek om de schaamstreek.
Reken er maar op dat Jezus daar naakt hangt!
Ontmanteld in de meest letterlijke zin: zijn kleding is afgenomen.
Zijn laatste waardigheid.
Normaal worden mensen in hun mooiste kleren begraven.
Jezus wordt het afgepakt, nog voor hij gestorven is.

dia 11 – totale vernietiging!
Het komt allemaal samen in vers 15:
‘als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf.’
Dit is de totale vernietiging.
Als je het je voorstelt, doet het pijn aan je ogen.
Dit is niet te beschrijven, zó ontluisterend!
Jezus wordt ontleed, tot er niets van hem over is.

2. De ontmanteling van de mensheid
dia 12 – de ontmanteling van de mensheid
Toen ik me in dit stukje van Psalm 22 begon te verdiepen,
viel ik van de ene in de andere verbazing:
wat sluit deze Psalm naadloos aan bij wat Jezus doormaakt!
Maar is Jezus de enige die hier ontmanteld wordt?

dia 13 – mensen laten zich van hun lelijkste kant zien
Ik begon plaatsvervangende schaamte te voelen,
voor hoe de soldaten met Jezus omgaan.
De mens laat zich hier van zijn akeligste kant zien!
Voor Jezus moet het afschuwelijk zijn geweest,
maar wat mankeert die soldaten?!
Hoe kunnen zij er plezier in hebben een mens zo te zien lijden?
Hoe bestaat het dat je daar een spel van maakt?
Als Jezus dan zo nodig uit de weg geruimd moet worden,
mag Jezus dan niet tenminste de kans krijgen om waardig te sterven?

Maar Jezus krijgt de kans niet.
Geen snelle dood: zijn lijden wordt nog even uitgerekt.
De soldaten hebben graag nog wat lol van Jezus.
Ze spelen koninkje met hem, uiteraard volgens hun spelregels.
Jezus moet het over zich heen laten komen.
Ze genieten van zijn pijn.
En dan het verdelen van de kleren:
hadden ze niet tenminste het fatsoen kunnen hebben
daarmee te wachten tot Jezus dood was?
Dit is grafroof nog voor de dood is ingetreden.
Dat een mens sterft, doet er niet toe,
maar een kans om jezelf te verrijken kun je natuurlijk niet laten liggen…

Dit is een ordinaire lynchpartij.
Mensen die alle remmen los gooien.
Ze worden vast opgejut door elkaar, maar dat kan toch geen excuus zijn?
In wat hier gebeurt, is niets menselijks meer te ontdekken.
Niet alleen Jezus wordt hier ontmanteld,
van alle menselijke waardigheid ontdaan.
Het geldt net zo goed voor de soldaten en de omstanders:
de mensheid laat hier het ware gelaat zien.
De mensheid heeft haar menselijkheid verloren, is failliet.

dia 14 – het kwaad zit diep in ons
Nee, ik was niet een van die soldaten.
Nee, wij waren niet de omstanders.
Maar zij staan voor de mensheid.
Het begon met Adam, die graag als God wilde zijn.
Hij heeft de hele mensheid meegesleept in zijn val.
Hier wordt de uiterste consequentie getrokken:
de Zoon van God wordt vermoord.
Natuurlijk, van deze slechte kant laten we ons niet vaak zien.
We proberen het met elkaar uit te houden, het leefbaar te laten.
Gelukkig maar!
Maar ík geloof dat wij door en door slecht zijn.
Dat wij uiteindelijk niet zo anders zijn dan die soldaten.

Jezus wordt ontmanteld, ja,
maar hij laat zich niet verleiden met gelijke wapens terug te vechten.
Jezus blijft overeind.
Wij zijn het die hier echt ontmanteld worden,
worden ontdaan van schone schijn.
Het kwaad zit heel diep in mij.
Dát is pas ontluisterend!
Ook wíj staan naakt!
Hier zijn we dus toe in staat, dit zijn wij.

Dat is geen leuk verhaal.
De bijbel doet dan ook niet aan sprookjes,
wil het niet allemaal net even wat mooier maken dan het is.
Het gaat over de echte wereld en echte mensen,
die door en door zijn aangetast door het kwaad.
Over een mensheid die zichzelf in de afgrond stort.
Maar ook over God die het daar niet bij laat!

3. Op weg naar heling
dia 15 – op weg naar heling
Het lijkt op één grote mislukking uit te lopen.
Jezus op de meest gruwelijke wijze gedood,
de mensheid die de schone schijn afwerpt en haar ware gelaat laat zien.
Maar er is meer.
In deze puinhopen begint de weg van heling!

dia 16 – God heeft het in de hand
Het loopt God niet uit de hand.
Psalm 22:16 wijst op God:
‘ú legt mij neer in het stof van de dood.’
Mensen maken er een puinhoop van.
Mensen blijken tot de meest verschrikkelijke dingen in staat te zijn.
Maar er is meer aan de hand.
Op een of andere manier heeft God het in de hand.

Ik zei al: Jezus blijft overeind.
Als ik Jezus was, dan wist ik het wel.
Ik had zo veel mogelijk mensen in mijn val meegesleept.
Zoals Simson.
Aan het einde van zijn leven wordt hij gevangen
en tentoongesteld voor duizenden Filistijnen.
Simson laat nog een keer zijn kracht zien,
en laat de tempel waar ze zijn instorten.
En dan staat er, Rechters 16,
‘zo maakte Simson bij zijn dood meer slachtoffers
dan tijdens zijn hele leven.’

dia 17 – Jezus blijft vol liefde!
Als ik Jezus was, zou ik het als Simson doen.
Mensen die zo slecht zijn, verdienen geen leven.
Maar ik ben Jezus niet – en dat is maar beter ook, voor ons allemaal!
Jezus reageert anders.
Bij Jezus geen enkel verwijt.
Misschien nog wel bijzonderder dan de dingen die Jezus aan het kruis zegt,
is wat Jezus er niet zegt.
Jezus zegt niet: ‘val toch allemaal dood!’
Ook niet: ‘hier zul je voor boeten!’
Of: ‘verdwijn uit mijn ogen!’
Jezus ziet onze slechtste kant, en blijft ons liefdevol aankijken!

dia 18 – God wil zijn licht in je laten schijnen
God laat ons tot het uiterste gaan, hij grijpt niet in,
zodat wij tot de ontdekking komen wie we zijn,
hoe verstrengeld wij zijn geraakt met het kwaad.
Dat is de eerste stap op weg naar heling.
Om verder te komen is het nodig de naakte waarheid onder ogen te zien.
De confrontatie met onszelf aan te gaan.
In de psychologie is dat een belangrijk inzicht:
je kunt je verleden pas echt verwerken
als je je verleden onder ogen ziet.
Je kunt doen alsof er niets gebeurd is,
maar je houdt jezelf voor de gek,
en je verleden blijft ongemerkt je leven beheersen.
Genezing begint met kijken.
Zo is het met God ook: hij wil je nieuw maken,
je van het kwaad genezen,
en dat begint met eerlijk naar jezelf kijken.

Uit onze brokstukken gaat God verder.
In die hele ontmanteling van Jezus én van de mensheid
is uiteindelijk God aan het werk met zijn plan van heil.
God legt de donkerste hoeken van je hart bloot,
niet om jou pijn te doen,
maar om er het licht van zijn liefde in te laten schijnen.
Zodat hij je nieuw kan maken.

4. Durf je te kijken?
dia 19 – durf je te kijken?
Jezelf onder ogen komen,
erkennen hoe diep het kwaad in jou zit, dat is heftig!
Kun je dan nog met jezelf leven?
Durf je te kijken?

dia 20 – vluchten voor de ongemakkelijke waarheid?
Het liefst vlucht ik van de ongemakkelijke waarheid.
Sus ik mijzelf met de gedachte dat het wel meevalt.
Natuurlijk doe ik niet alles goed, dat weet ik ook wel,
maar kom op, door en door slecht?!
Wat is het moeilijk het kwaad in jezelf te zien.
Bovendien, als je iets verkeerd doet,
dan zijn er altijd wel verzachtende omstandigheden aan te voeren…

Misschien is het ook wel schaamte.
Als je eerlijk naar jezelf kijkt,
dan is de logische reactie: je dood schamen.
Voor die soldaten voel ik plaatsvervangende schaamte.
Maar als ik laat doordringen dat het net zo goed over mij gaat,
dan is de schaamte niet meer plaatsvervangend.
Hoe hebben wij het kwaad kunnen omarmen?
Wat bezielde ons de duivel binnen te laten?
Hoe kan ik God onder ogen komen?

dia 21 – kijken is het begin van heling!
Genoeg redenen om niet te kijken.
Maar toch: zie jezelf onder ogen, stop met vluchten.
Want het is niet Gods bedoeling je ontredderd achter te laten!
God wil je niet in een depressie storten,
God wil je juist heel maken!
God wil het kwaad uit jouw leven bannen,
wil je weer leren zuiver lief te hebben.
Jezelf onder ogen zien is een stapje in het proces van heling,
een stapje om mens te worden zoals God je bedoeld heeft.

dia 22 – ons past bescheidenheid
Laat het je bescheiden maken!
Het is zo makkelijk de schijn hoog te houden,
onszelf groot te houden en zelfvoldaan de wereld in te kijken.
Zo makkelijk om over alles en iedereen een oordeel klaar te hebben.
Maar waar halen we het recht vandaan?

Nee, ons past geen grote mond, ons past bescheidenheid.
Zoals een zware crimineel, die jaren gezeten heeft,
zijn fouten eerlijk onder ogen heeft gezien,
en niet langer op de oude voet verder wil.
Hij wil dat anderen van zijn fouten kunnen leren,
en vindt zijn nieuwe levensdoel in het geven van voorlichting.
Hij heeft het afgeleerd anderen te veroordelen,
omdat hij weet dat hij met elk oordeel ook zichzelf veroordeelt.
In plaats daarvan is hij met mensen bewogen.

De ontmanteling van de mens – daar waren we begonnen.
Wij zijn tot het ergste in staat.
Maar God is groter!
Hij laat ons kwaad meewerken aan het goede.
Hij wil je een nieuw mens maken.
Durf je te kijken?
Amen.




Lucas 10:33 | Voor Jezus ben je alles waard

Jij bent veel waard! Maar waarom eigenlijk? Niet omdat jij zo goed bent, je lijkt op de gewonde reiziger in het verhaal van Jezus, maar omdat God je heeft gemaakt. Jezus lijkt op de Samaritaan: hij geeft zelfs zijn leven voor je, zó veel ben je waard!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een K(erk)S(chool)G(ezins)-dienst met CBS de Korendrager.

Liturgie
Zingen: -‘Laat de kind’ren tot mij komen’
-‘Als je geen liefde hebt voor elkaar’
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Goedemorgen, welkom allemaal’
Gebed
Lezen: Lucas 10 : 25 – 37 (BGT)
Zingen: Psalm 103 : 3 en 5 (LvK=GKB)
Preek
Zingen: -‘Parel in Gods hand’
-‘Er is iets heel speciaals aan jou’
Uitleg over de doop
Toezingen door kleuters: ‘Kinderen van de Vader’
Doop
Zingen: ‘Wat de toekomst brengen moge’ (LvK Gezang 293 : 1 en 3)
Felicitaties
Gebed
Collecte
Zingen: ‘Samen in de naam van Jezus’ (GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3)
Zegen

Voor Jezus ben je alles waard!

Interview
Interviewer (I) interviewt de beroofde reiziger (R).

dia 1 – zwart
I:Hé, jij hier! Leuk je weer eens te zien!
Maar wat zie je eruit! Wat is er met je gebeurd?

R: Tja, dat is een lang verhaal, heb je even?

I: Vertel, ik wil het weten!

R: Ik was onderweg van Jeruzalem naar Jericho.
Je weet wel, die weg door de bergen.
Ik liep door een bocht,
en opeens stonden er vijf schreeuwende mannen om me heen.
Ze riepen: ‘als je in leven wilt blijven, geef ons dan alles wat je hebt!
Je portemonnee, je pincode, je sieraden, je I-phone: alles!’
Daar had ik niet zo veel zin in, ik probeerde te ontsnappen.
Maar ze waren veel te sterk voor me.
Ze hebben me in elkaar geschopt en alles van me afgepakt.
Het is een wonder dat ik nog leef!

I: Maar was er dan niemand die je kon helpen?

R: Nee, ik was helemaal alleen,
en m’n telefoon had geen bereik in de bergen.

I: Sorry hoor, ik vind het echt heel rot voor je,
maar was dat ook niet gewoon een beetje dom?
Die weg is levensgevaarlijk!
Dat heeft nu al zo vaak in de krant gestaan!
Dat wist je toch wel?

R: Tja, je hebt gelijk hoor.
Het was gewoon stom van mij.
Ik had wel eens wat gelezen over rovers op die weg,
maar dacht dat mij zoiets nooit zou overkomen.
Zulke dingen overkomen alleen anderen, niet mij.
Dacht ik…

I: En toen lag je daar, wat ging er door je heen?

R: Eerst dacht ik dat ik dood was.
Toen bedacht ik dat ik nog kon nadenken, dus ik was niet dood.
Toen dacht ik dat ik dood zou gaan, want ik had heel veel pijn.
Maar ik wilde nog helemaal niet dood!
Dus toen er een priester langs kwam, riep ik zo hard ik kon om hulp.
Hij hoorde me wel, maar liep gewoon om me heen.
En even later een hulppriester ook.

I: Wat?! Dat meen je niet! Stelletje hypocrieten!
Je zult wel boos op ze zijn!

R: Valt wel mee.
Ik denk dat ik in hun situatie hetzelfde had gedaan.
Weet je, het was ook gewoon levensgevaarlijk om mij helpen!
Misschien waren die rovers nog wel in de buurt!
Nee, ik snap wel dat ze zo snel mogelijk doorliepen.

I: Maar je hebt het overleefd, hoe dan?

R: Er kwam nog iemand aan, en ik riep weer om hulp.
Maar toen zag ik dat het een Samaritaan was…

I: Nou en, wat bedoel je?

R: Wij, Joden, hebben altijd ruzie met Samaritanen.
Net zoals jullie, Nederlanders, ruzie met de Turken hebben.
Op verjaardagsfeestjes vertellen wij graag Samaritanen-grappen.

I: Samaritanen-grappen?

R: Ja, een soort Belgen-moppen, eigenlijk helemaal niet grappig.
Maar die Samaritaan dus, stapt van zijn ezel af en loopt naar me toe.

I: Wat dacht je toen?

R: Ik dacht dat hij keihard ‘net goed!’ in mijn gezicht zou schreeuwen,
en mij daar zou laten liggen.
Maar ik had het fout:
het was de vriendelijkste man die ik ooit heb ontmoet.
Toen ik zijn ogen zag, wist ik het:
die stonden zo vol van liefde!
Hij heeft me gered!

I: Je begint er helemaal van te stralen, wat is er met jóu gebeurd?

R: Dat zeggen er wel meer: ik ben niet meer dezelfde.
Weet je, ik dacht altijd dat ik beter was dan iedereen.
Ik voelde me stoer, en keek op losers neer.
Maar toen was ik opeens zelf de loser.
De liefde van die Samaritaan had ik nergens aan verdiend!
Toch hielp hij mij.
Ik ben zo blij!

I: wauw, dat is nog eens een verhaal, dank je wel!

Voor Jezus ben je alles waard
dia 2 – voor Jezus ben je alles waard!
Ja, wat is het een mooi verhaal!
Het is een verhaal van Jezus.
Het is dus niet echt gebeurd, Jezus heeft het bedacht.
Hij wil met dit verhaal iets duidelijk maken.
Of eigenlijk wel meer dingen,
maar ik wil het vandaag bij één belangrijke les houden:
voor Jezus ben je alles waard!
Hij geeft zijn leven om jou te redden.

dia 3 – gewonde man
‘Jij bent veel waard’ – dat was het thema deze week op school.
Maar waarom ben jij zo veel waard?
Waarom houdt God zo veel van je?
Eigenlijk is het heel gek dat God van je houdt!

Het is leuk om te horen dat je bijzonder bent, dat je veel waard bent.
Daar kun je trots van worden.
Maar Jezus zegt iets anders.
Je lijkt op die gewonde man.
Die man die in de problemen zit door zijn eigen domme schuld.
Dáár lijk jij op! En ik ook!

Je bent niet overal goed in, dat kan niet.
Ik was altijd heel slecht in gym.
Ik kon geen bal vangen.
Elke gymles was ik bang voor wat we gingen doen.
Ben ik eigenlijk wel zoveel waard?
Of je durft niemand mee naar huis te nemen uit school:
wat zullen ze van je ouders denken?
Eigenlijk schaam je je een beetje,
en voel je je helemaal niet zo bijzonder.
O ja, en je doet natuurlijk ook wel eens gemeen.
Toch? Wie doet er wel eens gemeen?
Vingers graag!
Iedereen doet wel eens gemeen.
Waarschijnlijk zelfs vaker dan je denkt.
Misschien heb je er wel spijt van, en toch doe je het weer…
Het stomme is: het gaat ook niet over als je groter wordt!
Wat zijn we nu eigenlijk waard?
We maken een rommeltje van het leven!

dia 4 – Samaritaan
Tóch ben jij voor Jezus alles waard.
Dat is dus een groot wonder!
Jij lijkt dan misschien op die man die in elkaar is geschopt,
Jezus lijkt op de Samaritaan in het verhaal!
Die Samaritaan had geen enkele reden om die man te helpen.
Joden en Samaritanen hebben ruzie,
dat alleen al was genoeg reden om de man te laten liggen.
Het was bovendien ook nog zijn eigen schuld:
het is knap stom om in je eentje over die gevaarlijke weg te gaan.
En het is voor die Samaritaan ook nog eens levensgevaarlijk:
straks wordt hij ook nog in elkaar geschopt!

Het maakt de Samaritaan allemaal niet uit.
Aan de kant van de weg ligt een mens die hulp nodig heeft.
Voor de Samaritaan is ieder mens waardevol.
Daarom hoeft hij er niet over na te denken:
natuurlijk gaat hij helpen!

Voor Jezus ben jij alles waard.
Omdat je een mens bent.
God heeft je gemaakt, net als baby Marte.
God heeft je uniek gemaakt, van jou is er geen tweede.
Ook al maak je een rommeltje van het leven,
Jezus wil niets liever dan jou redden!
De Samaritaan wáágt zijn leven, Jezus gééft zijn leven.
Zo veel ben jij voor hem waard!

De les van de diamant
dia 5 – ruwe diamant
Wie weet wat dit is?
Het lijkt gewoon een steen.
Ik vind hem niet echt mooi of bijzonder.
Maar deze steen is heel veel waard!
Je kunt deze steen slijpen, en dan herken je hem vast.

dia 6 – diamant
Wie zie het nu?
Ja, het is een diamant.
Een ruwe diamant lijkt waardeloos,
maar als je hem slijpt zie je hoe bijzonder hij is.

Jij bent veel waard, net als die ruwe diamant.
Je lijkt misschien niet zo bijzonder, maar Jezus kijkt anders naar jou.
Niet naar wat er allemaal mis is,
maar naar hoe hij een schitterende diamant van je kan maken.
Een diamant die steeds meer op Jezus lijkt.
Amen.




Psalm 22:9 | Jezus laat met zich spotten

Het kan heel hard binnenkomen als anderen je bespotten, vooral als het je op je gevoelige plek raakt. Dat overkomt David. Maar Jezus kíest ervoor. Hij gaat door de spot heen, zodat wij nooit meer hoeven te twijfelen aan Gods liefde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Deze preek is gehouden in een dienst waarin met gasten gevierd werd dat de CGK en GKv in Franeker één zijn geworden.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 178 : 1a, 6v, 8m en 10a
Stil gebed
Votum en groet
Waar8ig: ‘Skiep sunder hoeder’ en ‘Houd me dicht bij u’
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Psalm 22 : 7 – 14 en Matteüs 27 : 39 – 44
Zingen: LvK Psalm 139 : 1, 7 en 8
Preek over Psalm 22 : 9
Zingen: GKB Gezang 89 : 2, 3 en 4
Kinderen terug
Onthulling Christusmonogram
‘Terug in de tijd’
Waar8ig: ‘God en God alleen’ en ‘Tienduizend redenen’
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 314 : 1, 3 en 4
Zegen
Waar8ig: ‘Shackles’
Toespraakjes

Jezus laat met zich spotten

Inleiding
dia 1 – Jezus laat met zich spotten
Ja, ik weet het: lekker vrolijke tekst voor zo’n feestelijke dienst…
Had dat niet anders gekund?
En dan kan ik wel zeggen dat deze tekst nu eenmaal aan de beurt was,
maar kom op, is dat alles?
Ik denk het niet.
We vieren vandaag onze eenheid, de nieuwe eenheid van CGK en GKv in Franeker.
Maar waar komt die eenheid vandaan?
Uiteindelijk is het dat we elkaar vinden in onze Heer, Jezus Christus.
Psalm 22 gaat over hem, het laat iets zien van zijn lijden, van wie hij is.
Waarom zouden we daar omheen draaien in een dienst als die van vandaag?
Of willen we liever niet zien dat we bij elkaar horen
door een man die als een worm werd,
een man die de spot van de wereld over zich heen kreeg?
Misschien is het zo gek nog niet
om vandaag bij die spot stil te staan.
Bij het wonder dat Jezus met zich laat spotten.

1. Bijtende spot
dia 2 – bijtende spot
Spot heb je in soorten en maten.
Het meest venijnig is spot die je treft op je zwakke plek,
en je aan jezelf laat twijfelen.
Met zulke bijtende spot heeft David in Psalm 22 te maken.

dia 3 – pijnlijk: spot die lijkt te kloppen
‘Wend je tot de Heer!
Laat hij je verlossen, laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’
Voor David zijn die woorden zout in zijn wonden.
David snapt niets meer van God.
Dat hij door mensen in de steek wordt gelaten, dat is nog tot daar aan toe,
maar van God had David anders verwacht.
Juist in deze moeilijke periode in zijn leven,
waarschijnlijk is David op de vlucht,
juist nu heeft hij de steun van God hard nodig.
Maar God laat David aan zijn lot over.
Dat is in ieder geval hoe David het ervaart.
Gód is weggegaan, dat is voor David het allerpijnlijkst.

En nu wordt het hem ook nog voor de voeten geworpen.
Davids vijanden weten zijn gevoeligste plek haarfijn bloot te leggen.
‘Ach, David toch, wat is dat nou?
Jij was toch Gods lievelingetje?
Wat was het ook alweer?
O ja, “man naar Gods hart”!
Weet je het wel zeker David?
Die God laat zijn lieveling wel lekker zitten hè?
Toe dan, vraag God dan om hulp!
Als hij echt om je geeft, dan haalt hij je hier toch uit? Of niet soms?’

Au, dat doet zeer!
Het doet zeer omdat het lijkt te kloppen.
Niets doet David meer pijn dan dat God hem in de steek laat,
en het wordt er nog even extra ingewreven.

‘Wend je tot de Heer, vertrouw maar op God.’
Het maakt nogal uit hóe het gezegd wordt.
Het kan een prachtige bemoediging zijn, maar ook een klap in je gezicht.
‘Stel je niet zo aan, vertrouw toch gewoon op God.’
Of: ‘jij bent toch een christen, jij weet het toch altijd zo goed,
jij hebt toch zo’n goed lijntje met boven?
Wat piep je dan nog?’
Of als je je moet verantwoorden over God,
over waarom er zoveel lijden in de wereld is:
‘jij gelooft toch dat God goed is?
Zeg eens, waar is hij dan gebleven?’
Juist als je het zelf niet zo goed weet,
je niet snapt waar God mee bezig is,
je misschien zelfs aan God begint te twijfelen,
juist dan komen zulke opmerkingen extra hard binnen.

dia 4 – spot laat je twijfelen aan jezelf
David begint erdoor aan zichzelf te twijfelen.
‘Ik ben een worm en geen mens.’
Als je dan toch een dier zou moeten kiezen om te zijn…
Ik denk dat niemand dan voor een worm kiest.
Er is, voor zover ik weet, geen dierenactivist
die zich druk maakt om het lot van de wormen van deze wereld.
Wormen worden door iedereen vertrapt, niemand doet er voorzichtig mee.
Het is een beestje zonder eer.
Zo ziet David zichzelf.

Wat anderen over je zeggen, doet iets met je.
Als ze je bespotten, en de spot is raak, dan ga je aan jezelf twijfelen.
Ben ik wel wie ik dacht te zijn?
Is God wel met mij, houdt hij wel van mij?
Of ben ik mijzelf voor de gek aan het houden?
Spot kan je leven op z’n kop zetten!

2. Jezus laat met zich spotten
dia 5 – Jezus laat met zich spotten
Psalm 22 is niet alleen de Psalm van David, in wie wij ons kunnen herkennen.
Psalm 22 is ook de Psalm van Jezus!
Ook Jezus krijgt die spot over zich heen.
Met God valt dan misschien niet te spotten,
maar Jezus láát wel met zich spotten!

dia 6 – Jezus ondergaat de spot van Psalm 22
Aan het kruis haalt Jezus Psalm 22 letterlijk aan,
vorige week hebben we het daarover gehad,
maar vandaag doen de omstanders hun duit in het zakje.
‘Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden!’
Ze zullen het wel niet beseffen,
dan zouden ze zien dat ze aan de verkeerde kant staan,
maar het is weer precies Psalm 22:
‘Wend je tot de Heer!
Laat hij je verlossen, laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’

Ik wil het niet goed praten, het is nooit goed iemand belachelijk te maken.
Maar toch…
Als ik er die dag bij had gestaan, een van de omstanders was,
dan zou ik op mijn tong moeten bijten om Jezus niet te bespotten.
Jezus noemt zichzelf toch de Zoon van God?
Maar kijk dan!
Jezus hangt daar machteloos aan het kruis, dat zou God toch nooit toelaten?
Nee, Jezus moet wel een oplichter zijn.
Of, waarschijnlijker, een volslagen idioot.
Iemand met grootheidswanen, die denkt dat hij de Zoon van God is.
Nou, dan heeft ‘ie zich mooi vergist!
Als hij echt de Zoon van God zou zijn,
dan was dit dé kans om zichzelf te bewijzen.
Zelfs Jezus’ eigen leerlingen zullen het hebben gedacht,
misschien hebben ze het hem wel toegeroepen:
‘toe dan Jezus, je bent toch de Zoon van God?!
Kom van dat kruis af en maak een einde aan deze vertoning!’
Toen dat niet gebeurde, zullen ze zich bedrogen hebben gevoeld.

Net als bij David wordt Jezus’ identiteit in twijfel getrokken.
‘Als jij echt de Zoon van God bent…’
Ze drijven er de spot mee:
‘weet je het zeker, staat God aan jouw kant?!
Dan moet hij toch maar eens opschieten!’
Het raakt Jezus diep, net als David.

dia 7 – Jezus kiest er zelf voor!
Er is één groot verschil: David is echt hulpeloos, Jezus niet.
Als Jezus wil, kan hij er per direct een einde aan maken.
Eerder, toen Jezus gearresteerd werd, wilden zijn vrienden nog voor hem vechten.
Jezus moest daar niets van weten, en zei:
‘Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen
en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?’
Dat geldt nog steeds.
Jezus hoeft zijn Vader maar om hulp te roepen,
met de woorden van Psalm 22: zich tot de Heer te wenden,
en hij zou hem redden!

Het punt is: Jezus wíl het niet!
Jezus láát zich bespotten.
Hij kiest ervoor de spot over zich heen te laten komen.
Kiest ervoor al zijn eer kwijt te raken en als een worm te worden.
Jezus gaat er vrijwillig doorheen.
Het is een groot wonder: Jezus houdt zich in!

dia 8 – om jou te redden
‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet.’
Het wordt Jezus toegebeten, maar zo zit het niet.
Hij kán zichzelf wel redden, maar wíl het niet.
Hij wil het niet, juist om anderen te redden, om jou te redden!
Doordat Jezus hier de spot ondergaat,
is wat tegen David nog spottend werd gezegd, voor ons werkelijkheid:
hij heeft je verlost, hij heeft je bevrijdt, hij houdt van je.
Hij werd een worm, om jou menselijke waardigheid te geven.
Zou Jezus aan de spot hebben toegegeven,
zou Jezus van het kruis zijn afgestapt,
dan zouden we waarschijnlijk nooit van Jezus gehoord hebben,
laat staan in hem hebben geloofd.
Maar Jezus kiest zich voor jou te geven!

3. Hoopvol en nederig
dia 9 – hoopvol en nederig
Ik zei al: door deze Jezus,
die de spot van de wereld over zich heen kreeg,
horen wij bij elkaar, en kunnen nu zelfs één gemeente zijn.
Dat maakt hoopvol en nederig.

dia 10 – hoop: je bent geliefd, God wil met je verder
Dat Jezus de spot onderging,
betekent niet dat wij nooit meer met spot te maken hebben.
Jezus zegt in Johannes 15:
‘wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie.’
Het is dus niet afgelopen!
Soms doet het pijn wat anderen zeggen.
Dat blijft.

Maar je hoeft je geen worm meer te voelen.
Die angel is eruit.
Je bent geliefd door Jezus Christus, die dezelfde spot trof.
Wat mensen zeggen kan pijn doen,
maar je hoeft er niet door aan jezelf te twijfelen.
David houdt daar al aan vast, in vers 10 en 11,
door zichzelf in herinnering te brengen dat God aan het begin staat.
Het is alsof hij zich moed inpraat:
‘ik ben geen worm, ik ben een mens, door God gewild.’
Door Jezus mogen we weten dat God niet alleen aan het begin staat,
maar dat hij er ook alles voor over heeft met je verder te gaan!
Dat geeft hoop!
Ook voor onze samenwerking: dat is geen mensenwerk, maar van God!

dia 11 – nederig: niet triomfantelijk, maar dienstbaar
Daarbij past ook nederigheid.
Onze kerk is geen menselijk succesverhaal.
Er is geen reden om triomfantelijk te doen over dat we nu één zijn.
Onze eenheid ligt in onze Heer die als een worm voor ons werd.
Daarbij past het niet onszelf groot te maken,
machtsspelletjes te spelen en trots te zijn op wat we maar mooi hebben bereikt.

Wij kunnen nog wel eens een houding hebben van:
‘ik laat niet met me spotten’.
Jezus leert ons een heel andere houding aan.
Durven we op hem te lijken?
Zijn we bereid spot te verdragen?
Durven we het aan niet onszelf voorop te stellen, maar dienstbaar te zijn?
Ook als nieuwe gemeente?
Dat we niet het fijn hebben met elkaar,
en daar onze muren omheen weer optrekken,
maar dat we gemeente zijn voor Franeker en de dorpen?

Daar hebben we God bij nodig.
Daarom sluit ik af met de tekst die ook op de uitnodigingskaart voor deze dienst stond:
‘Aan hem die door de kracht die in ons werkt
bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken,
aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus,
tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid.
Amen.’