Spreuken 10:17 – Laat je terechtwijzen

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: GKB Gezang 168

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: LvK Lied 328 : 1, 2 en 3

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Spreuken 10:17 en 4:1-27

Zingen: Psalm 111 : 6

Preek over Spreuken 10:17

Zingen: Opwekking 378

Kinderen terug

Kinderlied:

Lezen wet

Zingen: Psalm 19 : 3 en 5

Gebed

Collecte

Zingen: LvK Lied 442 : 1, 2 en 4

Zegen

Preek: laat je terechtwijzen

Inleiding

(//www.sire.nl/campaign/c/54/ laten zien)

dia 1 – poster

Dit spotje van stichting SIRE was in 2010 de tv.

Zij hadden een onderzoek gedaan naar hoe aardig Nederlanders zijn.

Daaruit bleek dat 78% van de Nederlanders vindt dat we aardiger moeten zijn.

Toch is dat nog niet zo gemakkelijk,

want twee derde van de Nederlanders is achterdochtig als een onbekende aardig doet.

Daarom dus deze campagne.

In de Spreuk waar we het over hebben,

gaat het over het krijgen van een terechtwijzing.

Zo’n campagne over aardige mensen

is een mooi voorbeeld van een moderne terechtwijzing.

De bedoeling van het spotje is namelijk

dat je je anders gaat gedragen tegenover onbekende aardige mensen.

Zou het echt werken?

Ik vraag het me af…

O ja, ik ben er echt wel van overtuigd dat we vinden dat we aardiger moeten zijn.

Maar vooral dat anderen aardiger moeten zijn.

Daar kunnen we goed over mopperen.

Maar als het over jezelf gaat?

Eigenlijk ben ik best aardig, toch?

Al snel denk je: goede campagne, zou de buurman ook eens moeten zien.

(Zoals het bij preken vaak ook gaat…)

Ik denk niet dat we echt aardiger worden van zo’n campagne.

Helpt het dan misschien wel om met aardige mensen om te gaan?

Ook dat valt tegen, denk ik.

Twee derde van de mensen geeft is achterdochtig.

Maar wat voor invloed heeft zo’n spotje dan?

Misschien dat je er even bij wordt stilgezet

en je voorneemt voortaan wat minder achterdochtig te zijn.

Maar dan kom je in zo’n situatie,

en dan blijkt dat toch wel erg moeilijk…

‘Die man doet zo vriendelijk, is hij wel te vertrouwen?’

En daar ga je weer…

Mensen veranderen nu heel langzaam.

Slechte gewoontes zijn heel moeilijk af te leren.

In Spreuken kan dat dan wel zo mooi staan,

dat luisteren naar terechtwijzingen je een goed leven geeft,

maar het valt nog niet mee om een terechtwijzing aan te nemen.

We vinden het moeilijk om van iemand te horen

dat we iets anders moeten doen.

Ik wil daar vanmorgen bij stil staan:

wat moet je als iemand je terecht wijst?

Daar zit natuurlijk een andere kant aan:

dat je zelf ook anderen terecht wijst.

Die kant laat ik vanochtend zitten,

want als je alleen maar kritiek op anderen hebt,

maar nooit eens wat van anderen aanneemt,

ben je erg ongeloofwaardig.

1.Pijn van terechtwijzing

dia 2 – pijn

Een terechtwijzing doet pijn.

Ik denk dat niemand het fijn vindt om terechtgewezen te worden.

Het betekent dat iemand anders vindt dat jij iets fout doet.

Om het anders te zeggen: hij heeft een oordeel over jou.

Daar zijn we lekker allergisch voor…

dia 3 – moet je naar iedereen luisteren?

Die tekst uit Spreuken ligt dus, zacht gezegd, wat gevoelig.

We laten ons niet zo graag berispen.

Volgens de Spreuk ben je dan op een dwaalspoor.

Maar moet je dan echt alle kritiek van iedereen aannemen?

Mag je zelf ook nog iets vinden?

Laten we eerst eens kijken wat in Spreuken nu wel en niet bedoeld wordt.

Het eerste wat mij opvalt is dat het een heel algemene uitspraak is:

‘wie zich laat terechtwijzen…’

Er staat geen woord over door wie je je dan zou moeten laten terechtwijzen.

Het zou fijn zijn als er stond dat je naar terechtwijzingen van God moet luisteren.

Maar het staat er niet.

Er staat ook niet dat je alleen kritiek van christenen serieus moet nemen.

Nee, het staat er echt zo algemeen.

‘Laat je terechtwijzen,’ dat is dus door iedereen.

dia 4 – meewaaien/molentje

Wat niet betekent dat je maar met alle winden moet meewaaien.

Je zou jezelf dan alleen maar helemaal klem zetten.

De een vindt dat je niet moeilijk moet doen als je moet overwerken,

terwijl de ander vindt dat je meer tijd aan je familie moet besteden.

Dat kan gewoon niet tegelijkertijd.

dia 5 – houding

Slaafs elke terechtwijzing opvolgen, dat is onmogelijk.

Natuurlijk moet jezelf ook nadenken,

en kun je ook zeggen: nee, hier doe ik niets mee.

En voor alle duidelijkheid: een terechtwijzing is iets heel anders dan kritiek spuien.

Mensen die je terechtwijzen, willen je verder helpen.

Mensen die kritiek spuien, willen hun gelijk halen.

Maar het gaat om je houding:

Wil je leren van anderen?

Sta je ervoor open wanneer anderen zeggen dat je iets verkeerd doet?

Of vind je dat je alles zelf mag weten?

dia 6 – joint

En dan moet je net in Nederland zijn,

want wij staan internationaal bekend als het meest tolerante land ter wereld.

Iedereen mag zelf weten wat hij doet en vindt,

zo lang het maar geen schade toebrengt aan anderen.

Dus je mag best drugs gebruiken,

zo lang je maar geen anderen in gevaar brengt door stoned te gaan rijden.

Iedereen is gelijk, iedereen heeft recht op zijn eigen mening,

het ene is niet beter dan het andere.

Elkaar op je gedrag aanspreken is onverdraagzaam.

dia 7 – ‘like’

En dan is er nog de psychologie.

Het is niet fijn om te worden terechtgewezen.

Je krijgt veel liever complimenten,

die je bevestigen in waar je mee bezig bent.

Terechtwijzingen betekenen dat je iets anders moet doen,

en dat is zo moeilijk.

Als je steeds maar weer te horen krijgt dat je het niet goed doet,

kun je enorm aan jezelf gaan twijfelen.

Kritiek hebben op iemand is gevaarlijk,

hij kan dan namelijk het gevoel krijgen afgewezen te worden.

Daarom moet je heel voorzichtig zijn.

En in de kerk?

Misschien ligt het iets genuanceerder,

maar de Nederlandse cultuur is echt niet aan de kerk voorbij gegaan.

Als je een medechristen erop wijst dat hij te veel aan geld gehecht is,

dan ben je toch gewoon een bemoeial?

We zijn in de kerk net gewone mensen…

De Spreuk klinkt zo simpel:

laat je terechtwijzen.

Maar schijn bedriegt.

Terechtwijzingen zijn gewoon erg pijnlijk.

2.Belang van terechtwijzing

dia 8 – belangrijk

Toch staat het daar, in Spreuken.

Dat is niet om het ons moeilijk te maken.

Het is ook niet iets dat alleen in Spreuken voorkomt.

Ja, het is best een apart bijbelboek,

ook omdat het vaak zo lijkt alsof het niets met God te maken heeft,

maar in de hele bijbel komen terechtwijzingen naar voren.

Neem bijvoorbeeld de profeten van Israël.

Hoe vaak zij niet zeggen dat Israël op het verkeerde pad zit…

Die profeten houden het echt niet lief en aardig.

In het Nieuwe Testament komt de oproep ook regelmatig voor:

wijs elkaar terecht en vermaan elkaar.

Het is niet voor niets dat dit in de bijbel zo sterk naar voren komt.

Je niet laten terechtwijzen is een diepe menselijke neiging,

maar het past niet bij het leven met God.

dia 9 – alternatief

Het alternatief voor je laten terechtwijzen,

is dat je zelf bepaalt wat je wel en niet doet en vindt,

dat je zelf bepaalt wat goed is.

Je wordt dan je eigen norm.

Wat anderen vinden, maakt voor jou niet uit.

Of iets goed iets, hangt af van wat je er zelf van vindt.

Wat er dus eigenlijk gebeurt,

is dat je jezelf op de plaats van God gaat zetten.

Niet God, maar jij bepaalt wat goed is.

dia 10 – zondeval

Volgens de bijbel is dit het diepste probleem van de mensheid.

In Genesis 3 wordt het verhaal van de zondeval verteld.

Adam en Eva leven in het paradijs.

God heeft hen verboden om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad.

Maar Adam en Eva beginnen te twijfelen of God wel het goede zegt.

Ze leggen de waarschuwing van God naast zich neer.

Een slang maakt hen wijs dat ze als God zullen zijn

wanneer ze eten van de boom.

Dat is de zonde van Adam en Eva:

zij willen net zoals God zijn.

Ze willen zelf uitmaken wat goed is.

Het is een heel menselijk trekje

om jezelf boven God te plaatsen.

Spreuken waarschuwt hiertegen.

Probeer toch niet zelf zoals God te zijn,

leg berispingen toch niet naast je neer,

dan zit je namelijk op een dwaalspoor.

dia 11 – chaos

Het kan gewoon niet waar zijn

dat iedereen zelf maar moet bepalen wat goed is.

Dat wordt een enorme chaos.

Stel je voor:

ik vind dat je belasting mag ontduiken,

een ander vind het geen probleem zich door leugens op te werken,

en weer een ander vindt dat je niet met woorden maar met wapens moet vechten…

Het is onzin dat iedereen zelf wel kan bedenken wat goed is.

Mensen kiezen namelijk altijd voor zichzelf.

Er is maar een manier om hieraan te ontkomen.

Dat is te accepteren dat een ander bepaalt wat goed is.

Alleen het christelijk geloof geeft een bevredigend antwoord

op de vraag waarom je niet voor jezelf zou moeten kiezen,

namelijk de liefde van Christus, die niet voor zichzelf maar voor ons koos.

dia 12 – terechtwijzing als hulp

Een goed leven, een gelukkig leven,

en in Spreuken is dat hetzelfde als een leven met God,

het kan alleen als je je laat terechtwijzen.

Als je bereid bent je leven te veranderen omdat iemand je waarschuwt.

En dat is iets heel moois.

Je hebt anderen nodig

Denk maar aan vorige week:

Mozes had Jetro nodig om het wat rustiger aan te doen.

Anderen kunnen je helpen om te doen wat goed is.

Ik heb het ook gewoon nodig dat iemand tegen mij zegt:

‘zou je niet eens wat vaker bidden?’

Dan helpt iemand anders mij om christen te zijn.

Je kunt ook zeggen: dan deelt hij van Gods liefde uit.

Houd elkaar zo maar scherp in hoe je christen bent.

Trouwens, als een niet-christen je zo scherp houdt,

is dat alleen nog maar meer reden om daar eens over na te denken.

dia 13 – visitekaartje

In het Hebreeuws heeft de zin een dubbele betekenis.

Wie zich laat terechtwijzen is niet alleen zelf op weg naar een gelukkig leven,

maar leidt daarmee ook anderen naar een gelukkig leven.

Hoe je zelf met terechtwijzingen omgaat,

heeft invloed op anderen.

Jouw leven is voor anderen een voorbeeld.

Doordat je terechtwijzingen accepteert,

kun je anderen laten zien dat je voor God leeft.

Met die houding ben je ook een visitekaartje voor God.

3.Bevrijding van terechtwijzing

dia 14 – terechtwijzingen geven ruimte

Terechtwijzingen zijn pijnlijk, maar je hebt ze wel nodig.

Ze houden je scherp.

Toch blijft het niet fijn om terecht gewezen te worden.

In Spreuken wordt ook niet gedaan alsof het een pretje is.

Toch kunnen terechtwijzingen ook een te zware lading krijgen.

Ik denk dat dat in onze cultuur wel gebeurt

dia 15 – fouten niet geaccepteerd

We leven in een wereld waarin fouten niet geaccepteerd worden.

Alles moet perfect zijn.

Er worden enorm hoge eisen aan je gesteld.

Als je in zo’n omgeving een terechtwijzing krijgt,

dan kan dat ook heel hard binnenkomen.

Dat iemand anders ziet dat jij iets fout doet,

en je daar zelfs op aanspreekt,

daarvoor schaam je je.

Als je een terechtwijzing krijgt, kun je al snel denken dat iemand zich beter voelt dan jou.

In je beleving wordt het dan een persoonlijke aanval, en je schiet in de verdediging.

Je staat in je eentje tegenover de rest van de wereld die het wel goed doet.

Daar krijg je dus een minderwaardigheidscomplex van.

In onze cultuur is het krijgen van een terechtwijzing een schande.

dia 16 – fouten horen erbij

Het probleem zit in ons perfectionisme.

We hebben niet de ruimte om fouten te maken.

In Spreuken is die ruimte er wel.

In Spreuken 9:9 staat:

‘een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt.’

Je zou misschien denken:

zo’n wijs persoon, die hoeft toch niets meer te leren,

die is uit zichzelf toch al wijs genoeg?

Niet dus!

Zelfs de meest wijze persoon heeft terechtwijzingen nodig.

Juist de wijze weet dat hij tekort schiet.

Terechtwijzingen zijn dus niet voor mensen die niet goed genoeg zijn,

terechtwijzingen zijn voor iedereen.

Niemand is al perfect, iedereen maakt fouten.

Het is dus geen schande als je terechtgewezen wordt!

‘Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven’,

daarin wordt het beeld van een weg gebruikt.

Je bent op weg, dat betekent dat je ergens heen gaat waar je nog niet bent.

Leven als christen is een weg van vallen en opstaan.

Een weg waar je steeds wordt terechtgewezen

om steeds dichter bij God te komen.

God vraagt niet van je dat je nu al perfect moet zijn.

Zoiets zou ook onmogelijk zijn.

Maar alles wat hij vraagt is dat je terechtwijzingen aanneemt.

Dat je gericht bent op God en langzaam naar hem toe groeit.

God geeft je de ruimte om onderuit te gaan en te leren.

Wat heerlijk bevrijdend is dat!

In zo’n omgeving, waarin je fouten mag maken,

zijn terechtwijzingen al een stuk minder heftig.

Het is een heel normaal onderdeel van het leven.

Zie terechtwijzingen maar als iets dat je verder helpt,

in plaats van als een persoonlijke afwijzing.

Je hoeft je niet altijd te verdedigen, je kunt ook gewoon zeggen dat je fout zat.

Dat kan alleen in een omgeving waarin je fouten mag maken.

dia 17– kerk als oefenplaats

Ik weet het, Nederland is niet zo’n omgeving.

Maar laat de kerk dan maar een voorbeeld voor Nederland zijn.

Laten we in de kerk beginnen met het accepteren van fouten,

zodat er ruimte is voor terechtwijzingen.

De kerk mag een oefenplaats zijn

waar je hard onderuit mag gaan,

maar ook liefdevol terecht wordt gewezen.

Laten we in de kerk niet doen alsof we perfect zijn.

Het mag niet zo zijn dat mensen in de kerk denken dat zij de enige zondaar zijn

en dat de rest van de kerk superheilig is.

Zo is het niet.

Juist in de kerk komen zondige mensen samen.

dia 18 – Jezus’ terechtwijzingen

Jezus heeft gezegd, je kunt het nalezen in Marcus 2:

‘gezonde mensen hebben geen dokter nodig, zieke wel;

ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Jezus ging om met tollenaars en hoeren,

zondaars voor wie anderen hun neus ophaalden.

Hij is er immers juist voor mensen die fouten maken.

Jezus veroordeelde hen niet, hij wees hen niet af.

Toch liet hij hen ook niet doorgaan op hun weg.

Hij wees hen terecht, hij gaf hen de opdracht niet langer te zondigen.

Zijn terechtwijzingen werkten bevrijdend.

In zijn terechtwijzingen mogen zondige en niet-perfecte mensen genade ervaren.

‘Wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor,

maar wie zich laat terechtwijzen, hij is op weg naar een gelukkig leven.’

Amen.




Spreuken 3,9-10 – Vrijgevigheid – God eren met je rijkdom

GROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (3)

Liturgie

Voorzang Ps 21,7
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Gez 148
Wet
Zingen Ps 16,1-3
Gebed
Lezen: 2 Korinte 8,7-15 en 9,6-15
Zingen: EL 328 = Opw 331 =  E&R 361 – Breng dank aan de eeuwige
Preek over Spreuken 3,9-10
Zingen: LB 465,1.3.4
Gebed
Collecte
Zingen LB 473,1.2.4.9.10
Zegen
Zingen als amenlied: EL 270 Ga nu heen in vrede

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar; en ook een pp-presentatie (kan op verzoek via de mail toegestuurd worden)

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

 

Preek over Spreuken 3,9-10 – Vrijgevigheid – God eren met je rijkdom

Lieve mensen, gasten, gemeenteleden, broers en zussen in Jezus Christus,

1. Vanmorgen een GROEI-preek, een preek met een ‘Samen GROEI-en’ erbij, om over door te denken en door te praten, thuis of op kringen. (Niet geprint voor iedereen, wel op de site!) Een preek ook over het jaarthema: ‘Samen God eren’. En dan dus over samen God eren met je rijkdom. [dia 1]

Misschien wat onverwacht, om ze aan elkaar te koppelen: samen God eren, en vrijgevigheid. Dat vond ik eigenlijk ook. Maar pas heb ik ik de hele Bijbel doorzocht om te kijken wat er allemaal gezegd wordt over God eren. En dan is dit dus één van de dingen die je tegenkomt: [dia 2]

Eer de HEER met al je spullen (je welvaart), met het eerste (of het beste) van alles wat er bij je binnenkomt.

Samen God eren met je rijkdom, je bezit, je tijd.

Als je even aan de gedachte gewend bent, vind ik het ook niet gek: natuurlijk kun je God eren met je bezit. God eren, dat is Hem erkennen en Hem groot maken. Hem laten merken: ik hoor bij u, ik ga voor u, ik vertrouw u. Ik heb wat voor u over.

In deze preek wil ik met jullie vanuit de Bijbel verder nadenken over vrijgevigheid en over God eren met je rijkdom. Want dat kan!

Net zoals het omgekeerd kan. In het Oude Testament is het volk verplicht om 10% van hun inkomsten aan de HEER te geven. Als ze dat niet doen, dan zegt de profeet Maleachi (3,9-10) [dia 3]:

Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we u?’ Door de tienden en de heffingen achter te houden!

Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk mij bestelen.

Nu leven wij niet meer in het Oude, maar in het Nieuwe verbond. Maar goed, dit zijn wel pittige woorden. En ze geven ook te denken. Je kunt God eren met je rijkdom en je welvaart. Je kunt Hem ook bestelen door alles voor je zelf te houden. Door krenterig te zijn, niet gul, niet vrijgevig. Vraag het jezelf af: ben ik zo iemand die God besteelt? En die daarom het risico loop door God vervloekt te worden…?

2. Als het gaat om geven en vrijgevigheid, zijn er in de Bijbel twee voorbeelden die ik met jullie langs wil lopen in deze preek. Het eerste voorbeeld is een voorbeeld uit het Oude Testament. Ik noemde het net al: het geven van de tienden. [dia 4] Tien procent van de inkomsten van een Israëliet waren voor de HEER.

In het hele Oude Testament is het vanzelfsprekend. Al bij Abraham zie je het gebeuren. Abraham komt Melchisedek tegen, iemand die koning van Jeruzalem is en tegelijk priester van de HEER. Abraham geeft de tienden aan Melchisedek, lees het maar na in Genesis 14. [klik]

Als Jacob in Bethel wakker wordt, nadat hij in een droom zijn jacobsladder, een ladder vol met engelen heeft gezien en God bij die ladder, dan belooft hij God: als ik hier veilig terugkom, zal ik u de tienden geven – kijk in het slot van Genesis 28. [klik]

En dan komt het meermalen terug in de wetten van Mozes, in Leviticus 27, Numeri 18, Deuteronomium 12 en 14. [klik]

Van de opbrengst van het land en de vruchten aan de bomen is tien project voor de HEER. En net zo van de dieren. Een heilige gave.

Trouwens, van die tienden had je ook zelf weer plezier. Een keer per jaar ging je als Israëliet met je tienden naar het heiligdom. En daar was de opdracht: vier feest! Eet lekker, geniet van wat God je geeft. En betaal dat feest- ja inderdaad: van die tienden. Vier met die tienden feest in het heiligdom van God. Laat God zien hoe jij geniet van wat je van Hem krijgt!

God eren door Hem 10% te geven van je inkomsten. En God eren door daarmee feest te vieren.

En wij, in het nieuwe verbond? [dia 5] Wij zijn vrij van de wet. Dus ook van de verplichting om 10% aan de HEER te geven?

Ja, dat klopt. [klik] Wij zijn niks meer verplicht. Want God wil dat we van Hem houden. Dat alles wat we voor Hem doen van binnenuit komt. Geven uit vrijheid. We zijn vrij om uit liefde meer dan die 10% te geven. [klik] Je mag ook 20% geven. Je mag zelfs alles weggeven!

Dus ik zou zeggen: neem die tienden als inspirerend voorbeeld. Een mooi uitgangspunt!

Net zoals je je vaste lasten hebt. Gas, water, electriciteit, huur of hypotheek. Dat weet je gewoon elke maand. [klik]

 

Waarom zou je het niet gewoon doen: elke maand standaard 10% van je inkomsten apart zetten om weg te geven?

3. Begrijp me goed: dan zeg ik niet: geef dat allemaal aan de kerk. Want waarvoor waren die tienden?[dia 6]

 

Waarom zou je Hem eren met het eerste, het beste wat je hebt? In Deuteronomium 14 wordt een heel duidelijk doel genoemd,, in vers 23. Als daar gezegd wordt: geef de tienden en vier daar elk jaar een groot feest van, dan staat er: [klik]

Zo leert u steeds opnieuw te leven in ontzag voor de HEER, uw God.

Als je tienden geeft en ervan geniet, dan besef je: wat heb ik het toch goed. Wat geeft God veel aan mij. Ik krijg het allemaal van Hem. Hij is de schepper van alles. Hij is de bron van mijn leven! Besef het dus als je geeft: God is een gulle en machtige schepper! Heb ontzag voor de HEER.

En dus zijn die tienden ook om het dienen van God mogelijk te maken. [Klik] De tempel moet onderhouden worden. De mensen die er werken moeten ergens van leven: de priesters en de levieten.

Het is nu niet anders: wij mogen de tempel van de Heilige Geest zijn. Die tempel moet gebouwd en onderhouden worden. Dat kost inzet en tijd. Zet je in voor de opbouw van de gemeente. Je kunt ook tienden geven van je tijd! Als ouderling, in het jeugdwerk, in je kring. Om schoon te maken, zoals afgelopen donderdag.

En er is natuurlijk ook geld nodig. We willen een gebouw en een predikant en een kerkelijk werker. Er worden her en der onkosten gemaakt. Zo zetten we met elkaar een 100.000 euro per jaar om. We krijgen geen subsidie. Dus: dat geld moeten we samen opbrengen.

Als jullie gul geven en gul gegeven hebben – voor die nieuwe plasmaschermen. Voor het orgel. Voor het kerkgebouw. Via de VVB. Als we samen het gebouw schoon houden en de kosters helpen. Dan hebben we dit gebouw. Dan kunnen Janneke en ik hier werken. En dan kunnen we hier samen genieten van het feest wat we hier vieren: samen God eren! Stel je voor, we houden hier over een half jaar met Pasen weer een Paasontbijt. Met z’n allen staan we in de koffiekamer bij een rijk gevulde tafel. Ei, lekkere broodjes, roomboter, suikerbrood, sinaasappelsap, thee, koffie, noem maar op. We hebben een prachtige kerkdienst. We vieren: er is nieuw leven omdat Jezus is opgestaan!

Dat is wat God voor ogen heeft!

Maar nogmaals, die tienden zijn niet alleen voor de kerk. Het waren ook uitkeringen voor weduwen, wezen. [klik] Arme, kwetsbare mensen. En let op: ook voor de vreemdelingen. Sociale voorzieningen waren in Israël ook voor buitenlanders.

Dus als je geld apart zet om weg te geven, dan kun je ook een arm kind adopteren en maandelijks geld overmaken. Een zendingsorganisatie steunen. Hetty Bloem. Christelijke hulporganisaties. En niet-christelijke. Wat zijn er niet een goede doelen om geld aan te geven. Ook daar eer je God met je rijkdom!

4. Dat was het voorbeeld uit het OT: de tienden. Nu het voorbeeld uit het NT, het voorbeeld van God zelf.

We hebben gelezen in 2 Korinte 8 en 9. Paulus organiseert een collecte. Iedereen is vrij om te geven wat hij wil. Er is geen enkel bevel om te geven. God wil niet dat we geven omdat het moet. Met een chagrijnig gezicht. Alsjeblieft, doe dat niet.

God houdt van mensen die blijmoedig geven. Met liefde, vanuit hun hart. Maar hoe word je zo iemand? Nou, kijk wat God doet. Paulus schrijft in 2 Korinte 9,8-11 o.a. dit: [dia 7]

God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. … U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn …

God geeft ons zoveel, dat we over hebben om te geven. Hij geeft alles, 100%, zodat wij een stukje daarvan, 10%, misschien meer, misschien minder, door kunnen geven.

Maar wat dan het meest bijzonder is: het heeft God ook wat gekost. Hij heeft immers zijn eigen Zoon gegeven – hoe kostbaar! En schrijft Paulus eerder over de Here Jezus, 2 Korinte 8,9 [dia 8]:

Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.

Hoe word je iemand die geeft vanuit zijn hart, blij, liefdevol? Als je vol bent van deze liefde.

En als die liefde je koud laat?

Het kan zijn dat je Jezus’ liefde niet kent. Dan daag ik je uit: leer die geweldige liefde kennen.

Maar als je van die liefde weet, en het laat je koud?

En begrijp me goed, dat gebeurt zomaar: ook ik als dominee die altijd met Gods liefde bezig is, heb daar last van. Dat je went aan Gods liefde en dat het gewoon vindt.

Maar dan heb je toch een probleem? Dat is dus precies wat de Bijbel noemt: onze zonde. Als God en Gods liefde ons koud laten? Dan is heel ons hart koud!

Bid dan om vergeving voor je koude hart. Geloof: Jezus wil de vloek ook voor jou dragen. Bid de Geest dat je het weer gaat zien: Gods voorbeeld van gulle vrijgevigheid. Word vol van Jezus´ liefde!

5. Maar misschien heb je allang gedacht: laat ‘m maar praten. 10% van mijn inkomen, laat staan meer? Wat een onzin. Waar moet ik het vandaan halen? 10% van mijn tijd voor God? Ik heb het al zo druk.

Geen tijd, geen geld.

Wie niks heeft, die kan niet geven. [dia 9] Kijk in 2 Korinte 8,11-13:

Dus geef naar vermogen. 12 Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet hebt, maar van wat u hebt. 13 Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn.

Helder.

Maar als de HEER je God is, en dus de eerste in je leven, dan betekent dat: je prioriteiten op Hem afstellen. Net zoals een vrijgezel die opeens een partner vindt. Dat betekent: andere keuzes maken. God de eerste, dat heeft gevolgen. Waar geniet je van? Waar ga je voor? Hoe besteed je je geld? Hoe ga je om met je tijd? God is toch belangrijk voor je? Of niet? Als jij leeft met God, richt dan je prioriteiten op Hem.

En bovendien, wat zegt de Bijbel steeds weer? Als je karig zaait, zul je karig oogsten. God bestelen is gevaarlijk: Hij kan je vervloeken. Maar daar staat iets tegenover:

Ik begon met Maleachi 3. Als je daar verder leest, dan zie je dit staan: [dia 10]

(8 Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we u?’ Door de tienden en de heffingen achter te houden! 9 Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk mij bestelen.) 10 Stel mij maar eens op de proef – zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen.

Als je gul bent en geeft, dan is God gul en zal Hij jou zegenen. Precies zo staat het in Spreuken 3: [dia 11]

9 Eer de HEER met al je rijkdom,

met het beste van de oogst.

10 Graan zal je voorraadschuren vullen,

je kuipen lopen over van wijn.

Vrijgevigheid levert een rijke oogst op, schrijft Paulus in 2 Korinte 9,10. [klik]

Wees niet bezorgd. God wil je niet kaalplukken! Ik weet het van mensen die het doen, standaard elke maand 10% van hun inkomen apart zetten. Ze hebben er nooit een boterham minder om gegeten. Daar hoef je echt niet bang voor te zijn.

Vrijgevigheid en gulheid is geen manier om jezelf in de vingers te snijden. Onze gulheid wordt gezegend, door nog meer gulheid van God!

6. En wie wil er niet door God gezegend worden? Wie wil er niet dat zijn kinderen door God gezegend worden?

Leer dit daarom aan je kinderen!

Wie zakgeld krijgt, kan geld in de collecte doen. Zo leerde ik het vroeger van mijn ouders. Wie geld verdient, kan daarvan weggeven. Ik weet van ouders die hun kinderen leerden: je eerste salaris, dat gaat helemaal in de collecte.

Begin er mee als je een weekendbaantje hebt: 10% apart zetten en weggeven. Begin er nu mee, dan leer je het jong. Jong geleerd is oud gedaan.

Toen ik ging studeren, werd er wel gezegd: studenten hoeven geen geld aan de kerk te geven. Ik heb dat eigenlijk nooit begrepen. Hoezo niet? Waarom kun je als student niet geven? Wie zijn geloof kan belijden, kan ook laten zien dat zijn liefde voor de Heer oprecht is, zoals Paulus schrijft in 2 Korinte 8,8. Kijk eens hoeveel geld er op gaat aan drinken, uitgaan, vakantie, enzovoorts. En hoeveel geld geef je weg?

En hoeveel tijd steek je in de kerk? Schoonmaken – afgelopen donderdag – het kost tijd. Helpen met de agrarische dagen, het kost tijd. Kring, catechisatie, club. Acties om geld op te halen voor het kamp van de jeugd. Heb jij tijd over voor de Heer, of je nu jong of oud bent? Maak tijd voor Hem vrij – even niet werken, niet uitgaan, niet een weekendje weg.

Leer jong te geven – en blijf het doen als je oud bent!

Ja ook ouderen: geef een voorbeeld. Zoals God ons een voorbeeld geeft, geef zo de jongeren een voorbeeld.

Want dan zullen we merken dat God ons zegent. Allereerst met allerlei geestelijke zegen. Geestelijke groei. Kracht en sterkte in ons innerlijk. Een volheid van zijn Geest, een volheid van liefde. En wie weet, rijkdom en overvloed. Wie weet ook niet – die geestelijke zegeningen zijn al geweldig genoeg.

En dan zal door ons en in ons en om ons God groot gemaakt worden. Samen God eren! Kijk hoe Paulus eindigt in 2 Korinte 9: [dia 12]

Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. 14 In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overstelpend goed God voor u is geweest. 15 Laten we God danken voor zijn onbeschrijfelijk geschenk.

Eer God met je rijkdom, zodat Hij ook in Franeker groot gemaakt wordt!