Ruth 4 – Zegen bij Gods verlosser: een naam en een plaats

Vierde adventszondag

Doop Daniël Hendrik Veurink

Liturgie

Voorzang LB 120,1.2.3
Aansteken vierde adventskaars
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Opwekking 520
Gebed
Lezen: Ruth 4
Zingen: Ps 1,1.2.3.
Preek over Ruth 4
Zingen: Zingend gezegend 265,1.2.3
Kinderen terug
Zingen: Projectlied,1.3.4
Wetslezing
Zingen: Gez 78,1
Doopformulier
Zingen: Gez 124,1.2.3
Doop van Daniël Veurink
Zingen Gez 124,4.5
Aanbieding kinderbijbel
Gebed
Collecte – tijdens collecte Ps 145 Psalmen voor nu
Zingen Opwekking 585
Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Ruth 4 – Zegen bij Gods verlosser: een naam en een plaats

1. Mensen hebben rechten, toch? Nederland erkent de universele verklaring van de rechten van de mens. [dia 2]

 

Waar heb je dan recht op?

Volgens de Rooms-Katholieke kerk zijn er een paar basisrechten:

Mensen hebben recht op leven; het recht om te leven in een gezin dat één is; recht om je eigen verstand en wil te gebruiken; het recht om vrij een gezin te stichten en om kinderen te ontvangen, of recht op vrijheid van godsdienst.

Maar, er is met die mensenrechten iets geks aan de hand. Het gaat allemaal goed als je een paspoort hebt. Als je officieel burger van een nationale staat bent. Dan kun je aanspraak maken op je rechten.

Maar als je op de vlucht bent? En je paspoort kwijt bent? Als je kunt bewijzen dat je burger van een nationale staat bent?

Zo zijn ze er. Een Irakese vluchteling in Nederland. Hij is hier 13 jaar en heeft hier jaren op school gezeten. Maar hij heeft geen geboortebewijs. Hij bestaat niet.

Iemand uit Kazachstan. Hij heeft geen familie en zwerft door Nederland. Zijn ID-kaart is hij kwijt. Hij is niemand. [dia 3]

Er zijn veel meer voorbeelden. Wereldwijd miljoenen. In Nederland duizenden. Bijvoorbeeld de onuitzetbare vluchtelingen in de vluchtkerk in Amsterdam. En tot voor kort op de Koekamp in Den Haag.

Zij zijn kwetsbaar.

Zij hebben bescherming nodig.

Wat hebben zij aan mensenrechten?

Niks.

Hoe moeten zij beroep doen op hun rechten?

Als het om mensenrechten gaat, heb je er niks aan om mens te zijn.

Hier hoor je niet, je wordt uitgezet. Waar naartoe? Naar je eigen land. Maar dat heb je niet of daar word je niet toegelaten. Wat dan?

Rechteloos ben je – wie kijkt er naar je om?

Heb je nog een naam? Heb je nog een plaats?

Is er een God die naar hen omkijkt?

Wie is God voor hen?

Doet God iets voor hen?

Doen wij iets voor hen?

Wie garandeert eigenlijk dat mij niet net zoiets zou overkomen? Hoe weet ik dat er een plek voor mij blijft, dat ik iemand blijf?

Ten diepste geen mens – ook ik kan een statenloze vluchteling worden. Ook jij.

Maar [dia 4] Ruth 4 laat zien: bij God vind je een naam en een plaats.

Bij God ben je iemand. Word je weer iemand. Ben je veilig.

God roept je bij de naam  – Daniël Hendrik Veurink, gedoopt in de naam van God.

Bij God krijg je weer een plek.

2. Tenminste, dat wil God. Dat wil God doen door mensen. [dia 5 – zwart]

God had het goed geregeld in Israël. Het kan gebeuren dat iemand klem komt te zitten. Echtscheiding, hoge alimentatie, huis met verlies verkopen, en ook nog je baan kwijt. Dan ben je zo maar dakloos. Zoiets als Naomi en Ruth. Ze hadden op het verkeerde paard gewed – brood uit Moab.

Dan waren er regels in Israel. Om ervoor te zorgen, dat er voor jou een plaats en een naam bleef. Je had er recht op om je eigen land terug te krijgen. Je had zelfs recht op kinderen. Kinderen waren belangrijk: zij zouden later voor je zorgen. Dus, zoals bij Naomi: haar eigen zoons waren dood, kinderloos gestorven. Dan kon een familielid met Ruth trouwen. En Ruth kon alsnog kinderen krijgen. En dan hebben Naomi en Ruth toch een zoontje / kleinzoontje.

De regels waren goed.

Maar… om regels uit te voeren heb je mensen nodig.

Zo heb je hier in Ruth meneer die-en-die. We hebben het verhaal gelezen. Hij ziet het wel zitten: land kopen voor Ruth en Naomi? Dat betekent extra land, ach, en Ruth en Naomi eten geven, dat overleef je ook wel. Meneer die-en-die kan wel wat extra land gebruiken. Hij wil Ruth en Naomi wel helpen (… dan helpt hij immers ook zichzelf!)

‘Wil je dan ook met Ruth trouwen, meneer die-en-die?’

‘Wat?

Trouwen? Een kind krijgen? Dus dan… is het land niet voor altijd mijn land?’

‘Precies’

‘Ja, maar dan heb ik er niks aan. Dan word ik er niet beter van. O. Wil jij het doen, Boaz?’

De regels waren goed. Maar meneer die-en-die wil geen extra moeite doen. Hij heeft geen oog voor Ruth en Naomi. En wat dan? Pech gehad… Als er tenminste niet iemand anders is.

Jezus zegt [dia 6]:

Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden.

Je ziet het gebeuren: meneer die-en-die was bang zijn leven te verliezen. Hij ging voor zichzelf. Maar hij verliest zichzelf. Zoals de goddeloze in Psalm 1 als kaf wegwaait, zo dwarrelt hij hier uit het verhaal weg. Naamloos.

Hoe doen wij dat in Nederland met vluchtelingen?

Hebben wij echt oog voor hen als mens?

Zolang het ons geen extra moeite kost, mag je blijven.

Maar moeten we meer doen dan het gewone? Tja…

Dan zwerf je maar rond als de grote onbekende. Je dwarrelt uit ons leven weg…

3. Advent betekent: Jezus komt terug.

Stel dat hij straks vraagt: wat deed je voor mij, toen ik naamloos door Nederland zwierf?

Als ik daar over na denk, dan schrik ik. Lijk ik op meneer die-en-die?

Het gaat prima met mij – maar als ik voor mijn eigen welvaart ga, mijn leven behoud, en het daarna alsnog eeuwig kwijtraak?

Heer, ontferm u over ons!

Wat hebben wij een verlosser nodig…

[dia 7 - zwart] Gelukkig voor Ruth en Naomi was er een losser.

Hij was rijk. Maar hij gebruikte zijn rijkdom voor anderen.

Boaz kocht land van Naomi en Ruth, zodat ze vrij van schuldeisers zijn.

Ze kunnen weer leven van hun eigen land. Ze hebben een plek voor zichzelf.

Maar Boaz doet meer.

Hij trouwt ook met Ruth.

Wat moest zij? Een vrouw alleen, zonder kinderen, met haar oude schoonmoeder?

Ze was enorm kwetsbaar.

Maar niet meer als Boaz met haar trouwt!

En ze krijgen ook nog een zoon – Obed.

Dat kind zal later voor hen zorgen. Hun oude dag is ook veilig gesteld. Kinderen verliezen hun waarde niet, zoals pensioenen. Kinderen zijn goud waard, kinderen worden alleen maar meer waard! Elimeleks familie blijft bestaan. Boaz en zijn zoon Obed – twee lossers!

Op wie lijk jij?

Op meneer die-en-die of op Boaz?

Boaz kreeg een zoon, Obed. Obed kreeg een kleinzoon, David. David krijgt een zoon, Jezus Christus.

Jezus lijkt juist niet op meneer die-en-die. Maar wel op zijn voorvader, Boaz.

Jezus was rijk – maar hij werd arm. Hij gebruikte zijn rijkdom voor ons.

Jezus ging niet voor zichzelf – kopen wat je uitkomt. Zonder echt oog te hebben voor anderen.

Hij zag ons juist. Hij schrok er niet voor terug om ons ook nog als zijn vrouw te trouwen.

Nee: wij – zijn kerk – wij zijn Jezus’ bruid, zegt de Bijbel. Straks komt de bruiloft en trouwt Hij met ons – de bruiloft van het lam.

Jezus Christus lijkt op Boaz!

Bij Hem vind je bescherming. [dia 8]

Hij roept je bij de naam – dat laat de doop zien: Daniël Veurink.

In Hem ondergedompeld vind je een plaats, een veilige plek.

Als alles verandert. Als je op een andere plek woont. Als je leven er opeens heel anders uit ziet.

Als je op de vlucht bent. Als je niet meer weet waar je bij hoort. Misschien niet meer weet wie je bent.

Als je schrikt van jezelf – ‘wat lijk ik op meneer die-en-die’ – en U Heer die als vluchteling op mijn stoep ligt, u zie ik niet…

Schuil bij Jezus – Hij kent je naam. Hij geeft je een veilige plek.

4. Die veilige plek is een plek waar je dan ook nog eens gezegend wordt. Kijk maar in vers 11 en 12. Als Boaz in de poort meedeelt aan de oudsten van Bethlehem: ik koop het bezit van Elimelech, Kiljon en Machlon; en ik trouw met Ruth; dan wensen de oudsten hem en Ruth Gods zegen toe: [dia 9]

De HEER geve dat de vrouw die in uw huis komt zal zijn als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan. Moge uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda, en wel door de kinderen die de HEER u bij deze jonge vrouw zal geven.’

Al die namen hier zijn veelbetekenend, zeker als je weet hoe de geschiedenis verder gaat.

Rachel en Lea, dat zijn de vrouwen van Jacob, de stamvader van Israel. De oudsten wensen dat Ruth zal zijn als deze twee stammoeders van het volk van God. Juda was door zijn vader aangewezen als de oudste van zijn broers, in de plaats van Ruben, Simeon en Levi, kijk maar in Genesis 49. Peres, de zoon van Juda en Tamar, was in de stam van Juda weer de belangrijkste geworden. Het lijkt wel of alle belangrijke namen uit de geschiedenis van het volk verbonden worden met Boaz en Ruth. Zij zullen zo gezegend worden als de moeders van Israel, als de belangrijkste zoon uit de belangrijkste stam. Je voelt ‘m al aankomen: zou hier nog eens een koning uit komen? Precies: Obed krijgt later een kleinzoon die koning wordt: David.

De trouw en rechtvaardigheid van Boaz worden beloond – met een grote zegen.

De toewijding van Ruth aan Naomi, haar veiligheid zoeken bij Boaz als losser worden beloond – met een grote zegen.

Boaz en Ruth worden beide gezegend.

En als je wat meer van een afstand kijkt:

Als je bedenkt dat God via Abraham en Israël de volken wil zegenen.

Als je bedenkt dat God via Jezus, de zoon van Abraham en de zoon van David daadwerkelijk alle volken zegent.

Dan zie je: de lijn van de zegen van Abraham gaat hier lopen via Boaz en Ruth. [dia 10] ‘In jou zullen de volken gezegend worden’.

 

God geeft een losser aan Ruth en Naomi: Boaz. En Obed.

Zo worden zij gezegend.

Zij mogen ook de zegen van Abraham doorgeven aan alle volken.

Via hun zoons: Obed – David – Jezus.

5. In Jezus worden alle volken van de aarde gezegend.

Als jij je geeft aan Jezus Christus, zoals Ruth zich geeft aan Boaz,.

Als je gedoopt wordt en jouw naam wordt uitgesproken – Daniel Hendrik Veurink!

Dan krijg je de zegen van de Heer!

Zegen – wat moet ik me daar bij voorstellen?

Nou, kijk naar Naomi.

Ze had op het verkeerde paard gewed en ze had alles verloren.

Ze had een man, twee zoons, ze waren geëmigreerd, ze hadden te eten – alles wat hun hartje begeerde.

Maar ze was alles kwijtgeraakt. Alleen met schoondochter Ruth kwam ze terug.

Een mislukt leven.

Zegen? Nou, nee. Helemaal niet.

‘De HEER heeft zich tegen me gekeerd, de Ontzagwekkende heeft me kwaad gedaan’, zegt Naomi.

Herken je daar iets van?

Ik – gezegend? Echt niet!

Heb je het gevoel dat God met boze ogen naar je kijkt?

Mijn naam wil ik niet meer, noem mij maar Mara, bitter.

Door het leven bitter geworden. Voor mij is geen hoop meer.

Zo is het soms…

Kijk dan hoe Naomi aan het slot de HEER leert kennen!

Waar alles verdort is en doods, daar kan de HEER alles anders maken.

Naomi heeft het ervaren!

Jullie weten hoe het is om oma te worden.

Geweldig – je dochter, je zoon, krijgt een kind.

Je houdt je kleinkind in je armen.

Je bent oma!

Voor Naomi had dat een nog veel diepere betekenis.

De HEER kent mij.

God heeft oog voor mij – zijn ogen kijken niet kwaad, maar vriendelijk.

Bij Hem ben ik veilig!

Er gebeuren wonderen!

Wat wens ik jullie dat allemaal toe, die ervaring.

Gekend, gezien, gezegend te zijn door de HEER zelf.
Wat een diepe blijdschap geeft dat.

Toch? Herken je dat?

Lieve mensen, of je dat nu wel of niet herkent: bij Jezus Christus mag je dat vroeg of laat gaan ervaren. [dia 11]

Wie Jezus Christus zijn of haar verlosser laat zijn;

die gaat merken: in Jezus krijg ook ik de zegen van Abraham, de zegen van de HEER zelf!

Ook mij ziet de HEER!

Niemand is zo’n erg hopeloos geval dat dat niet kan. Niemand.

Naomi zag het niet meer zitten met zichzelf.

Tegenslag op tegenslag kreeg ze. Misschien dachten de mensen wel: waarom krijgt iemand als Noami zoveel over zich heen? Het is zo oneerlijk verdeeld…

Maar God ziet haar – en zegent haar, wonderlijk onverwacht.

Geloof het: zo kent en ziet God ook jou!

Bij Jezus Christus is er voor jou ook de zegen van de Heer!

6. OK – maar dan terug naar de vluchtkerk in Amsterdam.[dia 12]

Naomi en Ruth waren vluchtelingen die geholpen werden. Maar zij hadden een paspoort – Naomi hoorde bij het volk Israël.

Zegent God echt? Is er een naam en een plaats voor statenloze vluchtelingen?

Lekker makkelijk! Hier in de kerk kun je je veilig voelen. Je steekt geen hand uit, maar je schuld wordt vergeven. Jij bent veilig in Christus – heerlijk voor jou. Maar wat hebben ze daaraan in de vluchtkerk?

Drie dingen wil ik daarover zeggen.

1: We mogen er dolblij mee zijn dat er in Christus voor ons een veilige plek is. Onze wereld is oneerlijk en krom. In die wereld is Daniël geboren.

Jezus komt en zal oordelen. Hij zal vragen: Wat deed jij voor mij toen ik als een statenloze vluchteling door Nederland zworf?

Veel te vaak lijk ik op meneer die-en-die. Wat ben ik blij dat ik mag geloven dat die oude Hans met Christus sterft als naamloze meneer die-en-die. Hij wordt met Christus veroordeelt en sterft. Naamloos dwarrelt hij weg uit mijn bestaan.

Dat is het wonder van de doop: Daniël Veurink, geboren in een oneerlijk systeem, jij mag sterven met Christus. Hij droeg jouw veroordeling.

Gelukkig maar! [dia 13]

2. Advent betekent: Jezus komt en Hij zal oordelen om recht te doen.

Statenloze vluchtelingen werkelijk helpen, en verder alle problemen definitief oplossen, dat betekent: de hele wereld nieuw maken. Dan is alles nieuw.[klik]

Advent is: daar naar uitkijken.

Nu verliezen mensen nog hun plaats en hun naam.

Zoals Jezus stierf, sterven er nog steeds mensen.

Alsof er niks verandert is.

Maar Jezus is opgestaan en Hij komt terug. De doden zullen opstaan.

Dan zul je het zien: alles wat krom is en wat niet klopt, Jezus zet het recht!

Hij kan dat. Hij is meer dan Boaz. Meer dan David. Hij is God.

3. Tot die tijd leeft Jezus al in ons.

Wij mogen gaan lijken op Boaz en Ruth. [klik]

Meneer die-en-die sterft. Boaz en Ruth staan op, dat wil zeggen: de nieuwe mens staat op, we mogen als nieuwe mensen gaan leven.

Ook dat markeert de doop: jij, Daniël, mag Gods zegen krijgen, en doorgeven.

Dat mogen jullie, Mark en Hanneke, hem leren

Zorgen voor weduwen.

Vluchtelingen helpen.

Je rijkdom gebruiken voor anderen.

Meer doen dan alleen voor jezelf zorgen.

Advent is: uitkijken naar Jezus die komt om alles recht te zetten.

Wees kinderen van Advent – mensen door wie Jezus nu al heel kan maken wat kapot is. Recht kan zetten wat krom is. Doe als Boaz en Ruth en wees tot een zegen! Want Christus woont in je.




Ruth 3 – Jezus verwachten met de handen uit de mouwen

 

Ruth 3 – Jezus verwachten met de handen uit de mouwen

Liturgie

Zingen: Opwekking 640

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: Psalm 63 : 1 en 3

Lezen van de wet

Zingen: LvK Lied 125 : 1, 3 en 5

Gebed

Kinderen naar kinderclub

Lezen: Ruth 3

Zingen: Psalm 57 : 1 en 2

Preek over Ruth 3

Zingen: GKB Gezang 48 : 1 en 3

Kinderen terug

Zingen: projectlied couplet 1, 2 en 3

Gebed ouderling van dienst

Collecte

Zingen: GKB Gezang 165

Zegen

Preek: Jezus verwachten met de handen uit de mouwen

Inleiding

Boer zoekt vrouw.

Dat zou een mooie titel zijn

voor het verhaal dat we net hebben gelezen.

Of, eigenlijk beter, vrouw zoekt boer.

Want Ruth neemt hier het initiatief.

Ik zal wel weer niet genoeg geëmancipeerd zijn,

maar dit is toch echt de taak voor de man.

Elk meisje droomt toch van een huwelijksaanzoek?!

Nou ja, op dit kleine puntje na,

zou dit hoofdstuk zo in een aflevering van Boer Zoekt Vrouw passen.

Alle ingrediënten voor een smeuïge aflevering zijn aanwezig.

We hebben een rijke boer van waarschijnlijk ergens in de 40.

Het is een charmante man, warm en betrokken, die houdt van zijn werk.

Iemand van wie alle kijkers al verwachten dat veel vrouwen op hem schrijven,

maar die zelf beduusd is als Yvon Jaspers met een enorme postzak aankomt.

En dan hebben we Ruth.

Zij is nog een jonge vrouw, ergens in de twintig.

Maar ondanks haar leeftijd, heeft ze veel levenservaring.

Het is een vrouw met een verhaal.

Ook niet onbelangrijk is de boerderij.

Want veel kijkers gaat het helemaal niet om die liefdesperikelen,

zij genieten gewoon van de beelden van het boerenleven.

Die beelden zijn op de boerderij van Boaz volop te maken.

Van arbeiders die druk bezig zijn met de oogst,

terwijl op de achtergrond boven de velden de zon ondergaat.

Het nachtelijke huwelijksaanzoek van Ruth maakt het helemaal af.

De cameraman is dolblij dat hij dit moment kan vastleggen.

Ruth die zich niet langer kan inhouden en de stoute schoenen aantrekt.

Ze gaat onder Boaz’ deken aan zijn voeteneind liggen.

En dan komt het hoge woord er uit.

Je kunt helemaal wegdromen bij dit hoofdstuk,

en als het op de TV zou worden uitgezonden staat het garant voor hoge kijkcijfers.

Juist daar wringt het ook.

Dit verhaal lijkt gewoon het zoveelste liefdesverhaal.

Leuk voor mensen die geïnteresseerd zijn in andermans liefdesleven.

Maar niet meer dan vermaak.

Wat heb je nu aan zo’n verhaal in de bijbel?

Wat kun je daar zelf nog mee?

Het is ook een heel ander hoofdstuk dan de voorgaande.

Ruth 1 en 2 staan vol van verwachting en vertrouwen op God.

Over Ruth die in Bethlehem komt wonen in het vertrouwen dat God haar God is.

Over hoe Ruth en Boaz elkaar voor het eerst ontmoeten,

en God op die manier laat zien dat er weer hoop is.

Nu trekken Noömi en Ruth de regie naar zich toe.

Het is zo doenerig.

God lijkt naar de achtergrond verdwenen.

1.Hoop doet leven

Het lijkt een heel menselijk verhaal.

Over Noömi en Ruth die plannen uitdenken

om Boaz voor Ruth te winnen.

Het komt allemaal wat plat over.

Toch is dit wel degelijk een bijzonder hoofdstuk.

Menselijk, ja, maar dan wel over veranderde mensen.

Je leest er bijna over heen,

hoe Noömi heel nauwkeurig haar plannen aan Ruth uitlegt.

Maar wacht even!

Noömi die plannen maakt?!

Zo kennen we haar niet!

Twee weken geleden hebben we Noömi leren kennen als een verbitterde vrouw.

Ze was ooit met haar man en twee zonen naar Moab gevlucht,

in de hoop op een beter leven.

Maar wat was dat tegengevallen.

Haar man en zonen zijn overleden,

het enige wat Noömi nog overhad waren haar schoondochters, Orpa en Ruth.

Als ze dan besluit weer naar Bethlehem te gaan,

probeert ze haar schoondochters in Moab achter te laten.

‘Ik ben maar een eenzame oude vrouw,

ik heb jullie niets te bieden,

sterker nog, God zelf heeft zich tegen mij gekeerd.’

Waar is die Noömi gebleven?

Ik denk dat het antwoord in hoofdstuk 2 te vinden is:

dat Ruth Boaz heeft ontmoet, dat Boaz zo goed voor hen is,

dat hij misschien zelfs een einde kan maken aan al hun problemen,

dat heeft Noömi hoop gegeven.

Dat heeft haar een ander mens gemaakt.

Iemand die niet meer zielig in een hoekje gaat zitten,

maar iemand die het weer durft om plannen te maken.

Ze is weer helemaal opgeveerd, omdat er uitzicht op een beter leven is.

Hoop doet leven.

Ook Ruth is veranderd.

Zij was als buitenlandse met Noömi meegekomen.

Haar toekomst was erg onzeker.

Op een nieuwe man durft ze niet meer te hopen.

En hoe zou ze in Bethlehem ontvangen worden?

Ruth stelt zich heel bescheiden op.

Ze hoopt dat iemand haar gunstig gezind is, want dat kan ze wel gebruiken.

En als Boaz dan inderdaad goed voor haar is,

vraagt ze waaraan ze dat te danken heeft.

De verandering is misschien niet zo groot als die van Noömi,

maar dat Ruth nu brutaal Boaz ten huwelijk vraagt,

dat is niet hoe we Ruth hadden leren kennen.

Ruth is niet meer zo afwachtend.

Ze neemt nu ook zelf initiatief.

Hoop doet leven.

Zo gaat het in het leven vaak.

Even een heel simpel voorbeeld:

Stel je voor dat je op school geen vriendjes of vriendinnetjes hebt.

Dan voel je je heel alleen.

Je hebt helemaal geen zin meer in school: school is stom.

Maar dan komt er een nieuw meisje in je klas.

Misschien dat je daar wel vriendjes mee kunt worden.

En opeens heb je weer zin in school.

Hoop doet leven.

Je wordt er een ander mens van.

Dat is het eerste wat we van dit verhaal kunnen leren.

Christenen zijn mensen met hoop.

Daar hebben we het vorige week over gehad.

We staan met lege handen,

maar mogen weten dat God ze zal vullen.

Christenen verwachten Jezus,

dat hij terug zal komen en ons een nieuw leven zal geven.

Dat geeft hoop, juist ook als je wordt geconfronteerd met allerlei ellende.

Dit hoofdstuk voegt daaraan toe

dat deze hoop je ook verandert.

Jezus verwachten is iets heel anders

dan jezelf in een hoekje verstoppen en maar afwachten.

De hoop die Jezus geeft,

maakt dat je vooruit kunt, dat je niet bij de pakken neer hoeft te zitten.

Hoop op Jezus die komt, doet leven!

2.Helpen voor een betere toekomst

Ruth en Noömi blijven inderdaad niet bij de pakken neerzitten.

Het is mooi om te zien hoe het leven van deze vrouwen weer kleur krijgt.

Hoop maakt dat Noömi en Ruth weer plannen durven te maken.

En dan is het niet langer, zoals in de vorige hoofdstukken,

een verhaal over wat God in hun leven doet,

maar wat Noömi en Ruth zelf doen.

Je kunt je zomaar afvragen:

moeten Noömi en Ruth niet gewoon geduld hebben?

Willen ze nu niet te snel?

Kunnen ze niet beter gewoon wachten totdat God weer wat doet?

Waar is dat vertrouwen gebleven dat God hen een betere toekomst geeft?

Waarom willen ze het nu opeens zelf doen?

Is dit inderdaad een verhaal van ‘zelf doen’?

Zoals kinderen die 2 zijn alles ‘zelluf’ willen doen?

Het bijzondere van dit hoofdstuk

is dat mensen dingen doen die ze van God hebben gevraagd.

Laat ik twee voorbeelden daarvan noemen.

De eerste:

in Ruth 1 vers 9 zegt Noömi:

‘Moge de Heer ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man.’

Nu is het opeens Noömi zelf,

die Ruth aan een man probeert te helpen.

Een ander voorbeeld is Ruth 2 vers 12.

Boaz zegt daar dat Ruth haar toevlucht heeft gezocht

onder de vleugels van de Heer, de God van Israël.

In de NBV is dat weggevallen, maar in Ruth 3 vers 9 wordt diezelfde uitdrukking gebruikt.

Ruth vraagt daar aan Boaz: ‘wilt u mij bij u nemen?’

Een letterlijke vertaling van het Hebreeuws zou zijn:

‘mag ik onder uw vleugels komen?’

Boaz, die ziet dat Ruth onder Gods vleugels schuilt,

krijgt nu opeens de vraag of Ruth onder zijn vleugels mag komen.

Je kunt dit zien als een verhaal van ongeloof:

‘als God het niet doet, dan moeten we het zelf maar doen.’

Maar dat is niet wat hier gebeurt.

Het is niet zo dat Ruth en Noömi ongeduldig zijn geworden.

Wel hebben ze nieuwe hoop gekregen,

en dat is voor hen een zetje om zelf ook bezig te gaan.

Nu mogen ze meewerken met wat ze van God verwachten.

Natuurlijk hadden ze kunnen afwachten.

Maar dat is niet hoe God werkt.

God wil mensen, zoals ons, gebruiken om zijn plannen uit te voeren.

God heeft een plan met Boaz en Ruth.

En hij gebruikt Noömi en Ruth om dat plan uit te voeren.

Ze mogen God helpen.

Laten we dat ook eens op onszelf toepassen.

Net als Noömi en Ruth hebben wij hoop gekregen.

Hoop op een beter leven.

Een leven zonder ziekte, een leven zonder dood, een leven zonder zonde.

Dat is onze betere toekomst.

Wachten op Jezus’ wederkomst betekent niet dat je niets doet.

Niets doen is voor als je geen hoop hebt.

Maar als je het koninkrijk van Jezus verwacht,

dan mag je je ook voor dat koninkrijk inzetten.

Nee, niet dat wij een einde kunnen maken aan ziekte en dood.

Maar we mogen wel helpen aan een betere wereld.

Door ons in te zetten voor een beter milieu.

Door te strijden tegen armoede.

Door in liefde met elkaar om te gaan.

Een mooi voorbeeld van je inzetten voor Gods koninkrijk,

vind ik de kerstmaaltijd die hier wordt gehouden.

Dat is iets waarin de liefde van God heel tastbaar wordt.

In gezellig samenzijn en eten.

Juist de hoop die Jezus geeft, maakt dat we zulke dingen kunnen doen.

3.Trouw als drijfveer

Weer even terug naar Ruth en Noömi.

God kan mensen gebruiken voor zijn plannen.

Maar die plannen van deze vrouwen,

passen die nu echt bij God?

Het klinkt allemaal zo plat.

Zeg nu zelf:

Ruth moet zich mooi maken.

‘Ga in bad, wrijf je in met olie, doe je mooie kleren aan,’

Noömi weet precies hoe het moet gebeuren.

En Ruth gaat er helemaal in mee.

Is dit echt zo’n plat verhaal van lichamelijke aantrekkingskracht?

Moet Ruth Boaz op deze manier zien te verleiden?

Ze kiezen ook nog voor een moment waarop Boaz zich laat verleiden.

Boaz heeft gegeten en gedronken en is nu voldaan.

Waarschijnlijk heeft hij daarbij ook wel een flinke slok alcohol gehad.

Niet dat hij dronken was, maar hij ligt wel diep te slapen.

Het lijkt een verhaal te zijn van verleiding met een mooi uiterlijk,

en een man die daar geen weerstand aan kan bieden omdat hij te veel gedronken heeft.

Is dat nou je inzetten voor Gods plan?

Je kunt het verhaal inderdaad zo lezen.

Ergens kwam ik ook een andere uitleg tegen.

Ruth is weduwe en ze rouwt om het verlies van haar man.

Dat ze zichzelf nu mooi maakt, is een afsluiting van die periode.

Ze laat ermee zien: ik ben niet meer in rouw,

ik ben klaar voor een nieuwe man.

Dat het meer is dan een verhaal over verleiding

en lichamelijke zwakheden,

dat wordt duidelijk als je het wat preciezer leest.

Boaz noemt in vers 10 de trouw van Ruth.

Dat Ruth aan zijn voeteneind is gaan liggen,

ziet hij niet als een wanhopige daad van een arm meisje

dat het hart van een rijke man wil veroveren.

Boaz ziet het als een daad van trouw.

Hij heeft heel goed gehoord wat Ruth heeft gevraagd:

‘wilt u als losser optreden?’

Het gaat niet om Ruth zelf,

maar om de familie van de overleden Elimelech en zijn vrouw Noömi.

Als Ruth met Boaz trouwt,

blijft het land van Elimelech in de familie.

Deze hele nachtelijke scene is dus niet gericht

op het eigenbelang van Ruth.

Als het om haar eigen belang zou gaan,

was Ruth al lang met een ander getrouwd.

Boaz is eigenlijk ook gewoon te oud voor haar,

dat weet hij zelf ook.

Het is geen eigenbelang van Ruth, maar trouw.

Trouw aan haar schoonmoeder.

Laten we van die trouw van Ruth ook maar leren,

als we ons inspannen voor God.

Dat is niet altijd in ons eigen belang.

Het mag ook wel eens wat kosten.

Trouw is dan een geweldige motivatie.

4.En dan weer wachten

Wat ik erg mooi vind, is hoe het hoofdstuk dan eindigt.

Na al dat geregel en gedoe staat er:

‘Noömi zei: blijf hier maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt.’

Noömi en Ruth hebben hun bijdrage geleverd,

zij hebben gedaan wat ze konden.

Nu is het tijd om weer te wachten.

Maar goed, wachten kan heel vervelend zijn.

Bijvoorbeeld wachten op de bus.

Vooral als je niet weet of de bus al geweest is of nog moet komen.

Of als je niet weet of de bus wel rijdt, omdat het zo glad is.

Dan sta je maar wat in de kou,

en je hebt geen idee of het ergens goed voor is.

Dat wachten van Ruth is niet zo’n wachten

waarvan het maar afwachten is of het ergens voor is.

Noömi zegt er namelijk bij:

‘want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’

Wachten is al een stuk gemakkelijker

als je degene op wie je wacht kunt vertrouwen.

Boaz is zo iemand.

Een man met principes.

Een man van zijn woord.

Net als Ruth gaat het ook Boaz niet om verliefde gevoelens.

Als dat zo zou zijn, dan was hij die nacht nog met Ruth getrouwd.

In plaats daarvan noemt hij dat er iemand anders is,

die eerder dan hij in aanmerking komt om met Ruth te trouwen.

Boaz’ belangrijkste zorg is een betere toekomst voor Noömi en Ruth.

Of dat nu bij hem is, of bij een ander.

En dan belooft hij: ‘als die andere man niet met je wil trouwen,

dan zal ik het doen.’

Net als bij Ruth is trouw de drijfveer voor Boaz.

Op zo iemand kun je wachten.

Je hebt gedaan wat je kon,

en nu ligt de bal bij hem.

Vandaag is het alweer de derde adventszondag.

Het is een tijd van verwachten.

Van het wachten op het koninkrijk van God.

Uit het verhaal van Ruth 3 blijkt

dat verwachten niet betekent dat je zelf niets doet.

Als je hoop op Jezus hebt,

kun je je juist inspannen voor zijn koninkrijk.

Maar wij kunnen dat koninkrijk niet brengen.

Dat ligt bij God.

We kunnen ons inzetten voor een beter milieu,

we kunnen vechten tegen armoede,

we kunnen kerstmaaltijden organiseren.

Maar dan moeten we ook weer wachten.

Het in de handen van God leggen.

Op God wachten,

het is misschien wel een van de moeilijkste dingen van geloven.

Op een bus kun je een keer een uur wachten,

maar op Jezus wachten we nu al bijna 2000 jaar.

Heeft het wel zin om hem te blijven verwachten?

Ik geloof dat Jezus, net als Boaz, trouw is.

Hij heeft beloofd dat hij de kerk als bruid tot zich zal nemen.

Dat hij ons verlost van de pijn en het onrecht van dit leven.

Van een wereld waarin kinderen gepest worden

en daarom een einde aan hun leven maken.

Van een wereld waarin één schutter een einde maakt

aan het leven van kinderen op een school in Amerika.

Waarom ik dat geloof?

Omdat Jezus steeds weer hoop blijft geven.

Als je goed om je heenkijkt,

kom je steeds weer spoortjes van zijn koninkrijk tegen.

In het meeleven met elkaar in de kerk.

In een kerstmaaltijd.

Ja, blijf maar rustig wachten,

want Jezus zal niet rusten

voordat hij de zaak geregeld heeft.

Amen.




Ruth 2 – Aan tafel bij Jezus smaakt naar meer – avondmaalsdienst

Ruth 2 – Aan tafel bij Jezus smaakt naar meer – avondmaalsdienst

Liturgie

Zingen: Opwekking 595

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: Psalm 146 : 1, 3 en 4

Lezen van de wet

Zingen: LvK Lied 358 : 1

Gebed

Kinderen naar kinderclub

Lezen: Ruth 2

Zingen: Psalm 146 : 5, 7 en 8

Preek over Ruth 2

Zingen: GKB Gezang 47 : 1, 4, 5 en 6

Kinderen terug

Zingen: projectlied couplet 1 en 2

Gebed ouderling van dienst

Collecte

Avondmaal

Lezen formulier 5

Geloofsbelijdenis

Zingen: LvK 358 : 3, 4 en 5

Viering

Dankzegging

Zingen: GKB Gezang 160 : 1 en 2

Zegen

Preek: aan tafel bij Jezus smaakt naar meer

Introductie: de eerste sneeuw

dia 1 – zwart

Zo, wie heeft er al sneeuwballen gegooid?

Heerlijk is dat.

Toen ik deze week naar buiten keek,

zag ik dit plaatje.

dia 2 – sneeuw turfkade

Ik geniet altijd van sneeuw.

Natuurlijk, sneeuw kan heel lastig zijn,

omdat het glad is enzo,

(en omdat mijn auto door de kou niet wilde starten…)

maar ik vind het altijd een prachtig gezicht.

Helemaal als de zon er op schijnt,

wordt ik er altijd erg vrolijk van.

dia 3 – iglo

Ik krijg weer helemaal zin om sleetje te gaan rijden,

met sneeuwballen te gooien en iglo’s te bouwen.

O ja, ik ben tegenwoordig volwassen,

dan hoort dat niet meer…

Nou ja, als Daniël wat ouder is,

heb ik weer een perfect excuus

om heerlijk in de sneeuw te spelen.

Hoe dan ook,

de herfst is voorbij, de winter begint,

en daar kikker ik helemaal van op.

dia 4 – sneeuwblubber

Nou ja…

Iets later die middag was de meeste sneeuw gesmolten,

en was de stoep een grote blubberbende.

Dan is het weer over met de pret.

De winter begint te komen,

maar het is nog lang niet zover dat die Elfstedentocht gereden kan worden.

Maar juist in zo’n week als deze,

krijg ik alleen maar meer zin in de winter.

Zou het echt weer zo’n lekker koude winter worden?

Zal er bij ons voor het huis geschaatst worden?

Komt er een sneeuwpop in de tuin te staan?

Ik kan er nu al naar uitkijken.

Zo’n dagje sneeuw smaakt naar meer.

dia 5 – zwart

In het verhaal van Ruth gaat het nou niet echt over die eerste winterse dag.

Het is juist de tijd van de oogst.

Geen sneeuwpret dus voor Ruth.

Maar waar het mij om gaat,

is dat gevoel dat je ergens heel veel zin in hebt, bijvoorbeeld in de winter,

en dat je daar al een klein beetje van krijgt.

Want dat gebeurt bij Ruth ook.

Ruth verlangt naar een beter leven.

Naar eten en een warme familie.

In dit hoofdstuk krijgt ze daar al een klein beetje van.

Het is een hoofdstuk van nieuwe hoop:

zou het dan toch echt beter worden?

In armoede bij Jezus komen

Dat het beter wordt, dat kan Ruth ook wel gebruiken.

Laten we even teruggaan naar vorige week,

toen het over het vorige hoofdstuk ging.

Ruth doet een sprong in het diepe door met Noömi mee te gaan naar Bethlehem.

Ze heeft grote verwachtingen van God,

maar ze heeft niks.

Ze heeft geen man meer, geen geld,

en ze is een vreemdeling, een asielzoekster.

dia 6 – aren lezen

Ruth heeft niets te makken.

Daarom stelt ze aan Noömi voor om aren te ‘lezen’,

een ouderwets woord voor ‘oprapen’.

En dat was echt iets voor de armen.

Als de oogst binnen werd gehaald door de maaiers,

lieten ze altijd aren op het land vallen.

Ruth wil die aren gaan oprapen.

Het zijn dus echt de restjes van de oogst.

Voor mensen die zelf geen eten kunnen betalen.

dia 7 – zwart

Dat Ruth uit Moab komt, maakt het niet gemakkelijker.

In vers 10 zegt ze daarom ook dat ze ‘maar een vreemdeling’ is.

Zo gedraagt ze zich ook.

Ze is heel bescheiden, in de hoop dat iemand haar te hulp komt.

Afhankelijk van de goedheid en gulheid van anderen.

Ruth zoekt genade, en zo komt ze bij Boaz.

dia 8 – lege handen

Hierin is een Ruth een voorbeeld voor ons.

Wil je bij Jezus komen,

dan moet je in armoede komen.

Want alleen dan kun je van genade leven.

Dan zeg je: ‘Heer Jezus, ik heb niets,

ik wil van uw goedheid en genade leven’.

Dat is ook hoe je aan het avondmaal komt: in armoede.

In de hoop op Jezus’ goedheid.

Maar wat is die armoede dan?

Dat is de erkenning dat je kwetsbaar bent.

Bijvoorbeeld als je deze week slecht nieuws hebt gekregen

of worstelt met een zonde die steeds weer terugkeert.

Het is de erkenning dat je je eigen leven niet mooi kunt maken.

Dat er maar iets hoeft te gebeuren, of het ontglipt je al.

Het is ook geestelijke armoede:

Het echte mooie leven is een leven dicht bij God.

Wees niet te gemakkelijk tevreden met je leven.

Ook niet als het je voor de wind gaat.

Natuurlijk, je mag dankbaar zijn voor alles wat je van God krijgt.

Maar God wil zoveel meer geven dan je nu hebt.

Hij wil een persoonlijke relatie met je.

Daar verlang ik ook naar.

Maar ik sta dat zelf zo vaak in de weg.

Met mijn ongeduld, met mijn egoïsme, met mijn trots.

Zo mis ik dat mooie leven.

Kom bij Jezus met lege handen.

Dan kun je ze, net als Ruth,

laten vullen met genade.

Kun je ze laten vullen met brood en wijn.

Liefde voor de armen

dia 9 – zwart

Ruth gaat dus op pad,

in de hoop dat iemand haar gunstig gezind is.

Zo komt ze op het land van Boaz.

‘Het toeval wilde,’ staat er dan.

Dat is niet bedoeld om te ontkennen dat God hier bezig is.

God geeft dat toeval.

Dat is de manier hoe God in deze geschiedenis werkt.

Niet met groots vertoon van bovennatuurlijk geweld,

maar heel simpel, door Ruth toevallig de goede persoon te laten ontmoeten.

dia 10 – Boaz

Want dat Boaz de goede persoon is, dat wordt al snel duidelijk.

Kijk maar in vers 4, hoe Boaz zijn werknemers begroet:

‘de Heer zij met jullie.’

Blijkbaar is Boaz iemand die God hoog houdt.

Dat doet hij niet met vrome praatjes.

Iedereen kan de naam van de Heer wel gebruiken,

en misschien deden ook wel meer mensen dat,

maar Boaz is iemand die ook echt voor God leeft.

Die Gods wetten serieus neemt.

Dat is bijzonder, want Ruth 1:1 zegt dat het de tijd van de rechters is.

Nou, als er één tijd is waarin ieder maar deed wat goed was in eigen ogen,

dan is het die tijd van de rechters wel.

Boaz is dus een uitzondering.

Hij kent de wet.

Hij weet ook heel goed wat de wet zegt over het delen van geld en bezit.

dia 11 – Deut 24

Zoals de wet uit Deuteronomium 24:19:

‘Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet,

mag u niet teruggaan om die op te halen.

Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen.’

Door zulke wetten wilde God mensen als Ruth beschermen.

En als Boaz dan ook nog hoort

dat Ruth haar bescherming zoekt onder de vleugels van de God van Israël,

dan kan hij niet anders dan Ruth te helpen.

Dat heeft met de gulheid van Boaz niet te maken,

het is een kwestie van rechten en plichten.

dia 12 – zwart

Boaz kent zijn plicht,

en neemt die plicht van harte op zich.

Maar daar laat hij het niet bij.

Boaz is veel guller:

Ruth mag zelfs vlak bij de maaiers aren oprapen,

op plekken waar de maaiers nog niet klaar waren.

Boaz helpt Ruth niet omdat hij nu eenmaal moet,

hij helpt met zijn hele hart.

Niet de regels, maar liefde is zijn drijfveer.

Aan zo’n man als Boaz kunnen we een voorbeeld nemen.

Aan zijn hartelijkheid voor wie het minder goed hebben dan hij.

dia 13 – vluchtkerk

God vraagt ook van ons om om te zien

naar mensen zoals Ruth.

Om bewogen te zijn met bijvoorbeeld asielzoekers.

Die laat je niet op straat slapen.

Dat ze nu in een leegstaande kerk in Amsterdam worden opgevangen,

dat is geweldig.

dia 14 – zwart

Maar: zoals Boaz omzien naar anderen,

dat kunnen we alleen als we eerst als Ruth worden.

Als we in armoede bij Jezus komen,

die, net als Boaz, ons leven hoop geeft.

Alleen dan, als je weet dat je zelf ook alles van God hebt gekregen,

kun je gaan uitdelen.

Een maaltijd van verwachting

En dan komt er echt hoop in het leven van Ruth.

Er gaan nieuwe deuren voor haar open.

De spanning is te snijden:

zouden er dan toch betere tijden komen?

De voortekenen zijn in ieder geval goed.

dia 15 – broden

Net zoals die eerste winterdag mij laat uitkijken naar een mooie winter,

zo laat die eerste kennismaking met Boaz Ruth uitkijken naar een einde van de armoede.

Aan het einde van de dag gaat ze naar huis met een efa gerst.

Dat is genoeg om ongeveer 30 broden te bakken.

Voorlopig hoeven Ruth en Noömi geen honger te lijden.

God heeft zich hun lot aangetrokken.

Ruth is zelfs welkom bij de maaltijd.

Boaz nodigt haar uit om mee te eten met de maaiers.

Hij geeft haar brood met wijnazijn.

Ruth eet mee aan Boaz’ tafel.

Ruth hoort er even helemaal bij,

bij Boaz en zijn werknemers.

Ze is even niet die arme zielige vrouw,

waar iedereen met een boog om heen gaat.

Ze is nu Boaz’ persoonlijke gast.

dia 16 – zwart

Dit is een maaltijd die verwachtingen schept.

In die donkere wereld van Ruth komt licht binnen.

Als Boaz die eerste dag al zo goed voor Ruth is,

wat zou haar verder dan te wachten staan?

Is deze maaltijd een voorproefje van een beter leven?

Zou het dan toch?

dia 17 – avondmaal

Op die manier mogen we het avondmaal vieren.

Mogen we bij Jezus aan tafel komen.

Het is een maaltijd die verwachting schept.

Als we nu al, in al onze armoede,

met onze problemen, met onze zonde,

met Jezus mogen mee-eten,

wat zal de toekomst ons dan wel niet brengen?

In het avondmaal laat God zien:

je hoort bij mij.

Houd goede moed!

Het avondmaal zelf lijkt niet zo bijzonder,

een stukje brood en een slok wijn.

Maar de verwachting maakt het bijzonder.

We mogen nu al aan tafel bij Jezus!

Dat geeft hoop voor de toekomst.

Het smaakt naar meer

dia 18 – zwart

Als Ruth weer thuis komt bij Noömi,

begint ze enthousiast te vertellen.

‘Wat ik vandaag toch heb meegemaakt!

Ik heb een man ontmoet, Boaz, en hij was zo goed voor mij!’

Als Noömi de naam van Boaz hoort, wordt ze helemaal warm.

Boaz, die kent ze wel.

Hij is familie van haar overleden man, Elimelech.

En dan valt dat woordje: ‘losser’.

Boaz kan als losser optreden.

Even kort gezegd: hij kan ervoor zorgen dat het bezig van Elimelech in de familie blijft.

Hij kan er ook voor zorgen dat Elimelech nageslacht krijgt, als hij Ruth tot vrouw neemt.

Boaz kan dus een einde maken aan de familieproblemen.

We hebben Boaz al leren kennen als iemand met ontzag voor God en zijn geboden.

Iets wat in die tijd behoorlijk uniek was.

In die wet van God gaat het ook over dat losser zijn.

Maar een hoofdstuk na die wet over het aren rapen,

gaat het in Deuteronomium 25 over de zwagerplicht.

Aangezien Boaz de wet kent,

en al bereidheid heeft getoond om daar ruimhartig aan te voldoen,

geeft dit voor Ruth en Noömi een hele nieuwe hoop.

Die maaltijd bij Boaz, die was nog eenmalig.

De komende weken is Ruth welkom op Boaz’ land,

maar hoe zal het daarna gaan?

Als Boaz ook deze wet serieus neemt,

zou zijn steun wel eens niet eenmalig kunnen zijn.

Wellicht kan Boaz een definitief einde maken aan de problemen.

Dat is nog eens een vooruitzicht!

Wie weet kan Ruth wel met Boaz trouwen.

Is die maaltijd bij hem, waar ze er even helemaal bij hoorde,

niet meer dan een beginnetje van een nieuwe toekomst.

Zal ze in de toekomst elke dag bij Boaz aan tafel eten.

Meer nog: ze hoort en dan echt bij, als vrouw van Boaz.

‘Hij heeft trouw bewezen’, zegt Noömi in vers 20.

Het is onduidelijk of dat over God of over Boaz gaat.

Maar ik zou liever gewoon niet kiezen:

Boaz is trouw gebleven omdat God hem daartoe leidt.

God is Ruth en Noömi, die verbitterde vrouw, niet vergeten.

dia 19 – gastheer Jezus

Het avondmaal is een maaltijd van Gods trouw.

Waar Ruth alleen nog maar kan hopen dat

die maaltijd een begin is van meer,

daar mogen christenen er zeker van zijn

dat het avondmaal een voorproef is van meer.

Jezus zal ons verlossen uit onze armoede.

Elke keer weer vieren we het avondmaal

om de blik op Jezus te blijven richten.

Om hem niet te vergeten.

Jezus heeft belooft dat hij eens definitief een einde maakt aan onze armoede.

Hij heeft ons opgedragen het avondmaal te vieren,

totdat de dag komt dat hij de wijn opnieuw met ons zal drinken

in het koninkrijk van zijn en onze Vader.

De dag van de bruiloft van het lam.

Laten we zometeen in die verwachting het avondmaal vieren,

als maaltijd die smaakt naar zoveel meer.

Amen.




Ruth 1 – God gaat altijd met je mee!

Gezinsdienst en Doop Norah Maaike Kloeze

Liturgie

Welkom
Eerste adventskaars aansteken plus gedichtje
Zingen
1. Groot en machtig is Hij (Opwekking 387)
2. God kent jou vanaf het begin (Opwekking voor kids 77)
3. Opwekking 643
Stil gebed
Votum en zegengroet
Zingen: ‘k Stel mijn vertrouwen Gez 168 – Opwekking 42
Bidden (Kyra Verbrugge)
Bijbellezing/toneelstukje: Ruth 1
Zingen Psalm 33:7 en 8
Preek
Projectlied Adventsproject eerste couplet plus refrein
Wet gezongen: Ken je Gods gebod, woorden een tot tien
Dopen Norah Kloeze
Dooplied opwekking 687
Bidden door ouderling van dienst Klaas Wiersma samen met Rients
Collecte
Zegenlied opwekking 710
Zegen
Amen amen

Preek: God gaat altijd met je mee

Introductie: verhuizen
(verhuisdoos laten zien)
Wie weet wat dit is?
(doorvragen totdat antwoord ‘verhuisdoos’ komt)
Ja, het is een verhuisdoos.
Zo’n doos kun je gebruiken als je gaat verhuizen.
Wie van jullie is er wel eens verhuisd?
(vingers opsteken)
Als je wel eens verhuisd bent, dan weet je dat verhuizen een heel gedoe is.
dia 1
Het oude huis moet helemaal leeggehaald worden.
dia 2
Alles moet in dozen: speelgoed, boeken, foto’s.
dia 3
Ik wordt daar altijd een beetje verdrietig van.
Het is dan zo leeg in huis.
dia 4
Gelukkig gaan je spullen mee naar het nieuwe huis.
Maar het past natuurlijk niet allemaal in de auto.
Dan moet je heel vaak heen en weer rijden.
Of het gaat met een grote vrachtwagen.
En dan woon je opeens in een nieuw huis.
Dat is wel leuk!
dia 5
Je krijgt een nieuwe kamer, maar natuurlijk wel met je eigen spulletjes.
Je woont in een nieuwe straat, en kunt nieuwe vriendjes krijgen.
En voor je het weet, ben je je oude huis vergeten.
1. Een verdrietige verhuizing
Het verhaal over Noömi en Ruth gaat ook over een verhuizing.
Het is niet zomaar een verhuizing.
dia 6
Ze verhuizen vanuit Moab naar Israël, naar de stad Bethlehem.
Ze gaan dus in een ander land wonen!
Dat is natuurlijk al best spannend.
Stel je voor dat je naar Duitsland zou verhuizen…
Maar voor Noömi is het niet zo heel gek:
zij kwam zelf uit Bethlehem, en verhuist nu weer naar haar eigen land.
Voor Ruth is het veel spannender, zij is nog nooit in Israël geweest.
Toch is dat niet het gekste van deze verhuizing.
Het gekke is dat Ruth en Noömi geen verhuisdozen hebben.
Oke, ik weet ook wel dat die toen nog niet uitgevonden waren, maar toch…
Zelfs al zouden er toen al verhuisdozen zijn,
dan hadden Ruth en Noömi niets om er in te doen!
Zij hebben echt geen grote verhuiswagen nodig,
ze hebben bijna niks.
En wat misschien nog wel gekker is:
als je verhuist, dan ga je altijd eerst een keer bij je nieuwe huis kijken.
Ruth en Noömi hebben niet eens een huis!
Ze moeten maar hopen dat ze ergens kunnen slapen als ze weer in Bethlehem zijn.
Tien jaar geleden is Noömi naar Moab verhuisd.
Dat leek toen slim, omdat in Bethlehem niet genoeg eten was.
Maar wat is dat toch tegengevallen!
dia 7
Toen ze naar Moab ging, had ze ook niet veel,
maar ze was tenminste nog getrouwd en had twee zonen.
Maar al snel was haar man overleden.
En een tijdje later waren ook haar zonen gestorven.
Noömi heeft helemaal niets meer,
alleen Orpa en Ruth, de vrouwen van haar zonen.
Noömi had zulke mooie plannen.
Ze wilde oud worden met haar man,
ze droomde van weer een eigen boerderij in Bethlehem,
en zag al helemaal voor zich hoe het was om oma te zijn.
Maar niets daarvan.
dia 8
Wat is het leven Noömi tegengevallen!
En ze geeft God de schuld:
“de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ze is zelfs vergeten dat Orpa en Ruth ook verdrietig zijn.
Nee, een leuke verhuizing is het niet.
Voor Ruth is het nog moeilijker:
zij kent niemand in Bethlehem en ze hoort er niet bij.
Ze is een vrouw uit Moab, en in die tijd betekende dat dat ze bij de vijand hoorde.
Zouden de mensen in Bethlehem wel vriendelijk voor haar zijn?
En ook van Ruth was haar man overleden.
Haar familie blijft gewoon in Moab.
In Israël heeft Ruth helemaal niets.
Haar verhuizing is echt een sprong in het diepe.
Ze heeft geen idee hoe het zal gaan.
Maar ze wil heel graag met Noömi mee.

2. Ruth leert geloven
Waarom eigenlijk?
Waarom blijft Ruth niet lekker in haar eigen land?
Daar wonen haar vrienden ook.
En wie weet komt ze nog eens een leuke man tegen en kan ze nog trouwen.
Noömi snapt dat ook niet zo goed.
Het is voor Orpa en Ruth veel beter om in Moab te blijven.
Dus probeert ze hen over te halen om niet met haar mee te gaan.
‘Ga toch terug naar jullie eigen huis.
Misschien geef God jullie wel een nieuwe man hier!’
Maar Orpa en Ruth willen niet terug.
Noömi blijft aandringen:
‘Wat hebben jullie eraan om met mij, een verdrietig oude vrouw, mee te gaan?
Het is echt beter dat jullie hier blijven.’
dia 9
En Orpa besluit om dan maar in Moab te blijven.
Ruth niet.
Noömi kan praten wat ze wil,
maar Ruth heeft haar besluit genomen.
dia 10
Zij gaat met Noömi mee naar Israël.
‘Want,’ zegt Ruth tegen Noömi,
‘uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.’
Dit is heel bijzonder!
Ruth, een vrouw uit Moab met haar eigen goden,
wil bij Israël horen en de God van Israël gaan dienen.
Zoiets gebeurde bijna nooit.
Maar Ruth is zo onder de indruk van God, daar wil ze niet meer zonder!
‘Uw God is mijn God.’
Wauw!
Hoe komt Ruth aan zo’n geloof?
Ik denk dat het antwoord heel gemakkelijk is:
Ruth heeft leren geloven, eerst van haar man,
en daarna van Noömi.
Ruth is voor Noömi een soort dochter geworden.
Ruth zag dat Noömi een heel bijzondere God had,
en ze dacht: ‘daar wil ik ook bij horen.’
Hoe ga je geloven?
Meestal leer je dat van anderen.
dia 11
Wat is het mooi als je dat van je vader en moeder leert.
Als je van je ouders hoort wie Jezus is,
en dat je denkt ‘ja, ik wil bij Jezus horen.’
Dus, kinderen, kijk maar goed naar je ouders.
dia 12
Norah weet natuurlijk nog niet wie Jezus is.
Maar, Bert en Geeske, jullie mogen voor Norah een voorbeeld zijn.
Zoals Ruth leerde geloven van Noömi,
zo mogen jullie Norah leren dat Jezus van haar houdt.
dia 13
We hebben het daar met elkaar ook over gehad:
jullie willen Norah heel graag laten zien wie Jezus is.
Prachtig!
Want jullie God is ook Norahs God.
God zegt bij de doop dat Norah er ook bij hoort.
En wat is het mooi als Norah dan op een dag zegt:
‘jullie God is mijn God.’
Toch is het ook wel eng, je kinderen leren geloven.
Want dat is niet altijd gemakkelijk.
Gelukkig hangt het ook niet allemaal daar vanaf.
Kijk maar naar Noömi.
Is zij nou echt het meest inspirerende voorbeeld?
Ze denkt dat God niet meer van haar houdt,
dat God haar vijand is geworden.
Ze ziet het helemaal niet meer zitten.
Is dat nou het goede voorbeeld voor Ruth?
Ik denk het niet!
Nee, God zelf heeft Ruth overtuigd.
En wat gebeurt er dan?
Dan heeft Ruth meer vertrouwen op God dan Noömi.
Dan leert Noömi opeens van Ruth wat geloven is.
dia 14
Dus, grote mensen, kijk maar goed naar de kinderen.
En leer van hen hoe je van Jezus mag houden.
3. God gaat met ons mee
Ruth zegt tegen Noömi: uw God is mijn God.
En daarom durft Ruth die verhuizing aan.
Het is geen gemakkelijke verhuizing voor Ruth.
Ze gaat in een ander land wonen, het land van de vijand,
ze laat al haar vrienden achter,
ze moet een nieuwe taal gaan leren,
ze heeft geen geld, geen huis,
je zou zeggen: wat bezielt Ruth?
Het is heel vreemd dat Ruth met Noömi meegaat.
Noömi heeft gewoon gelijk: in Moab is ze beter af.
Maar Ruth wil daar niets van weten.
Ze heeft ontdekt wie God is.
Met God durft ze die verhuizing aan.
Zij weet dat God wel met haar mee gaat.
Dat het allemaal best spannend is voor Ruth,
dat maakt haar niet zoveel meer uit.
Ze weet niet hoe het zal zijn in Bethlehem.
Of de mensen daar haar accepteren,
of ze nieuwe vrienden krijgt
of er genoeg geld is voor eten.
Het is echt een sprong in het diepe.
Maar ze maakt zich er geen zorgen om,
want God zal wel voor haar zorgen.
Ook al heeft Ruth helemaal niets,
ze verwacht veel van God.
Je eigen leven kan ook best spannend zijn.
Misschien ga je wel verhuizen, en vind je dat eng.
Of ga je naar een nieuwe school.
Of is er iemand heel ziek.
Maar wat er ook gebeurt: God gaat met je mee.
En dan hoef je nergens bang voor te zijn.
Dat geldt ook voor Norah.
Ze is nu nog zo klein.
Maar hoe gaat het over 5 jaar met haar? En over 10 jaar?
Dat weten wij niet.
Maar God belooft dat hij met haar mee gaat!
dia 15
Vandaag is de eerste adventszondag.
Dat betekent dat het bijna kerst wordt.
Nog vier weken, en dan is het zo ver,
dan vieren we feest omdat Jezus is geboren.
In de weken daarvoor kijken we daarnaar uit.
Want Jezus maakt ons leven mooi.
We hopen dat Jezus snel terugkomt,
zodat we bij hem in de hemel mogen zijn.
Advent is God verwachten.
Het is een periode om tot rust te komen.
dia 16
Om even niet druk bezig te zijn met hoe je nu christen bent,
maar gewoon even stil te staan en omhoog te kijken.
Het is een periode om te vertrouwen dat God met je mee gaat.
Ook al weet je niet wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Ook al ben je misschien bang voor de toekomst.
Zelfs al zit je zo diep in de put als Noömi.
Ruth heeft ontdekt: als God maar meegaat,
dan durf ik alles aan.
Durf jij, net als Ruth, te vertrouwen
dat Jezus altijd met je meegaat?
Amen.