Rechters 17-21 | Verlos ons van onszelf

Hoe ziet een wereld eruit waar God zich heeft teruggetrokken? Dat zie je in de laatste hoofdstukken van Rechters. Dan wordt duidelijk hoe diep het kwaad in iedereen zit. We moeten verlost worden, niet van omstandigheden of van andere mensen, maar van onszelf!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Psalm 137a : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalmen voor Nu 130
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen wet
Zingen: GKB Gezang 156 : 1, 2, 3 en 4
Lezen: Rechters 21 : 1 – 25
Zingen: GKB/NLB Psalm 12 : 1, 2 en 5
Preek over Rechters 17 – 21
Zingen: GKB Gezang 157
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 72 : 1, 2 en 10
Zegen

Verlos ons van onszelf

Inleiding
dia 1 – rommel
Wie wel eens bij ons thuis geweest is,
zal vast gemerkt hebben dat opruimen niet onze hobby is…
Als we van tevoren weten dat we gasten krijgen,
dan willen we de schijn nog wel eens hoog houden,
en alle troep uit het zicht schuiven.
Maar kom je onaangekondigd,
dan is de kans groot dat je struikelt over het speelgoed dat overal rondslingert.

Dat doen wij dus ook met enige regelmaat:
struikelen over het speelgoed…
Of er mijn teen aan stoten: au!
Als het mij overkomt, probeer ik altijd me niet te laten kennen,
en het te laten bij een welgemeend ‘au!’
Maar op zo’n moment laat ik me wel eens gaan.
‘Wie laat die troep hier dan ook rondslingeren!’
Natuurlijk, ik had beter uit mijn doppen moeten kijken,
het is gewoon mijn eigen schuld.
Maar ik probeer de schuld af te schuiven.

Daar zijn wij, mensen, meesters in.
Het is altijd de schuld van een ander.
Maar is dat nou wel zo eerlijk?
De laatste hoofdstukken van Rechters dagen je uit eens beter naar jezelf te kijken.
Het is makkelijk anderen overal de schuld van te geven,
maar zitten onze diepste problemen niet gewoon in onszelf?

dia 2 – verlos ons van onszelf
Het hele boek Rechters stemt niet vrolijk,
Israël doet maar wat, en op de leiders valt heel wat aan te merken.
Wie had gehoopt dat er dan toch in ieder geval een happy end zou volgen,
moet ik helaas teleurstellen:
Rechters eindigt nog lelijker dan het begon.
Het is een ontluisterend einde van het boek,
dat laat zien hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Vandaag kijken we naar deze hoofdstukken vanuit het thema:
verlos ons van onszelf.

1. Ieder eigen baas
dia 3 – ‘iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was’
We lazen, als laatste vers van de schriftlezing:
‘in die tijd was er geen koning in Israël;
iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.’
Dat zinnetje is het refrein van de slothoofdstukken van Rechters.

Ergens klinkt dat best aantrekkelijk.
Ik denk dat veel mensen ervoor zouden tekenen.
Niet doen wat je volgens anderen zou moeten doen,
maar het doen zoals je het zelf wilt doen: dat klinkt als vrijheid.
Je bent eigen baas,
je wordt niet beknot door allerlei geschreven dan wel ongeschreven regels.
Doe maar gewoon wat jou goed lijkt.
Zo wil de Nederlandse samenleving ook zijn:
jij mag je leven op jouw manier inrichten,
en anderen moeten dat maar gewoon respecteren.

Die vrijheid lijkt mij een groot goed,
maar in Rechters 17-21 zie je de andere kant.
De vrijheid slaat door, het is ieder voor zich,
en het wordt een afschuwelijk puinhoop.
Deze hoofdstukken vertellen wat er gebeurt
als iedereen eigen baas speelt en doet wat goed is in eigen ogen.
Dat wordt verteld in 2 verhalen,
die een beeld moeten geven van het leven in de tijd van de Rechters.
Die verhalen staan dan wel aan het einde van het boek,
maar waarschijnlijk zijn het parallelverhalen,
die zich gelijktijdig met de verhalen over de rechters afspelen.

dia 4 – wat er dan gebeurt: 2 verhalen (beeldjes)
Het eerste verhaal, Rechters 17-18,
werkt dat ‘ieder eigen baas’ vooral uit voor de godsdienst.
Het verhaal gaat over een zekere Micha
die de spaarrekening van zijn moeder geplunderd heeft.
Moeder weet niet dat zoonlief dit op zijn geweten heeft,
en vervloekt de dief.
Micha biecht het toch maar op,
en in plaats van dat hij de wind van voren krijgt,
krijgt hij van moeder een aai over zijn bol.
Samen laten ze er een godenbeeld van maken.

Het beeld komt terecht in het heiligdom van Micha,
die al langer werkt aan een collectie godenbeeldjes.
Het enige wat ontbreekt is een eigen priester.
Maar als een Leviet langskomt,
gaat ook die langgekoesterde wens van Micha in vervulling:
hij krijgt een privépriester.
Het geluk lacht Micha toe:
hij denkt dat hij met al zijn inspanningen God voor zich heeft gewonnen.

Maar dan komt de stam Dan op bezoek.
Ze beroven Micha, nemen het godenbeeld mee,
en doen de Leviet een aanbod dat hij niet kan weigeren.
De Leviet maakt een flinke carrièresprong en gaat mee met Dan.
De Danieten veroveren een stad,
overigens niet in het gebied dat God hen had toegewezen – ze doen maar wat –
en richten een nieuwe heiligdom in voor het beeld van Micha.

Dit verhaal laat vooral zien
hoe Israël totaal de weg kwijt is in hun dienst aan God.
Het volgende verhaal, in Rechters 19-21, maakt het nog veel bonter.
Dit is misschien wel het lelijkste bijbelverhaal dat er is.

dia 5 – (afbeelding weg)
Een Leviet heeft een ‘bijvrouw’.
Daar begint het al.
Over een vrouw wordt niet gesproken,
waarschijnlijk heeft hij alleen die bijvrouw.
Een vaker voorkomend trucje om wel de lusten,
maar niet de lasten van het huwelijk te hebben.
Hij had haar voor de seks, voor het huishouden en voor de status.
De bijvrouw krijgt genoeg van hem en slaat de deur achter zich dicht.
Ze trekt weer bij haar vader in.
Maar de Leviet gaat op reis om haar terug te halen.
Zijn plan slaagt: hij krijgt zijn eigendom – want zo ziet hij haar – weer mee.

Op de terugweg moeten ze ergens overnachten,
maar liever niet in Jebus: daar wonen Kanaänieten, dat is niet vertrouwd.
Ze lopen door naar Gibea, in handen van de Israëlieten uit de stam Benjamin.
Daar moeten ze toch een plekje kunnen vinden voor de nacht.
Dat valt tegen.
Niemand vangt hen op,
tot een oude man, die zelf ook geen Benjaminiet is,
hen uitnodigt bij hem te overnachten.
Dan weten de Benjaminieten de reizigers opeens wel te vinden:
ze kloppen aan en vragen naar de Leviet – ‘we willen hem nemen!’
Dat wordt de gastheer wat al te gortig,
in plaats daarvan stuurt hij zijn eigen dochter en de bijvrouw naar de mannen.
De bijvrouw wordt de hele nacht verkracht, tot ze er dood bij neervalt.

Ik vertel het nu in een paar zinnen,
maar wat een drama is dit!
Alles in mij verzet zich hier tegen.
Dit kán toch niet?!

Dat vinden de andere Israëlieten gelukkig ook,
en er wordt een strafexpeditie naar Benjamin gehouden.
Benjamin weigert de schuldigen uit te leveren,
waarop de rest van Israël Benjamin de oorlog verklaart.
De stam Benjamin wordt bijna uitgeroeid.
Even later komt Israël weer bij zinnen:
dit was misschien wat al te drastisch.
Daar lazen we over uit Rechters 21.
Een hele stad, Jabes, wordt door de Israëlieten uitgemoord,
om de laatste overgebleven Benjaminnieten van vrouwen te kunnen voorzien…

Is dit Israël? Is dit het volk van God?
Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen?
Het doet sterk denken aan het bijbelverhaal van Lot in Sodom,
waar de inwoners van Sodom zich willen vergrijpen aan Lots gasten.
Dat wordt door heel de bijbel gezien als het toppunt van goddeloosheid,
maar nu gedragen Israëlieten zich al net zo…
En in plaats van de Kanaänieten uit het land te verdrijven,
roeien de stammen van Israël elkaar bijna uit…

dia 6 – vervreemdend, maar herkenbaar…
Die twee verhalen waar Rechters mee afsluit zijn heel vervreemdend.
Vooral dat afschuwelijke laatste verhaal.
Dat is zo weerzinwekkend!
Je snapt niet wat zo’n verhaal in de bijbel doet.
Aan de andere kant zijn deze verhalen maar wát herkenbaar!
Misschien staan ze daarom wel in de bijbel.
‘Ieder deed wat goed was in eigen ogen’ – zo leven wij toch?!
En zo’n puinhoop als in deze verhalen is het bij ons misschien niet,
maar nog altijd worden vrouwen verkracht en onderdrukt.
Nog altijd gebruiken mensen elkaar om hogerop te komen.
Nog altijd vergelden we kwaad met nog meer kwaad.
Het kwaad is overal!

2. Het kwaad in ons
dia 7 – het kwaad in ons
Maar wat moet je met deze verhalen?
Kunnen we er nog iets uit halen waar we wat mee kunnen?
Ik denk het wel: deze verhalen laten ons zien hoe diep het kwaad in ons zit.
Ik zou het wel zo willen zeggen:
in Rechters 17-21 krijg je een blik op de hel.
Hier zie je wat er gebeurt als God mensen aan zichzelf overlaat.
Dan krijgt het kwaad vrij spel.

dia 8 – 2 conclusies: 1. niemand is onschuldig
Uit die twee verhalen kun je in ieder geval 2 conclusies trekken.
Conclusie 1: niemand is onschuldig.
Wij houden van verhalen met een good guy en een bad guy.
Laat er in die enorme puinhoop toch tenminste een echte held zijn,
iemand op wie niets aan te merken valt,
die niet met het kwaad besmet is.
Maar in deze verhalen zoek je tevergeefs naar zo’n held.
Daarom lopen ze ook zo onbevredigend af.

In deze verhalen zijn álle hoofdpersonen slecht:
Micha – die geld steelt van zijn moeder en God probeert te manipuleren,
zijn moeder – die haar zoon niet aanpakt en meedoet in de beeldenverering,
de Leviet – die zijn roeping verkwanselt en zich als priester verhuurt,
de Danieten – die maar wat aanrommelen in plaats van God serieus te nemen.
In dit verhaal is geen enkele held te bekennen.
Voor het andere verhaal geld dat ook.
Bij de Leviet is dat wel heel duidelijk: hij geeft niets om zijn vrouw.
Maar óók die bijvrouw is geen held:
ze is haar man ontrouw,
slaapt met andere mannen die haar meer liefde geven.
Wat haar later overkomt is afschuwelijk,
en ik bedoel absoluut niet dat zij daar zelf schuldig aan is,
maar een held, dat is ze niet.
Haar vader ook niet: die heeft zijn dochter verkocht.
De oude gastheer lijkt nog het meest een held,
tot hij de vrouwen zijn huis uit stuurt.
Over de Benjaminnieten hoeven we het niet eens te hebben,
en de rest van Israël verergert het alleen maar.

Wat hier gebeurt, is dat God zich heeft teruggetrokken,
en nu pas goed duidelijk wordt hoe door en door verrot het systeem is,
hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Maar het kwaad zit niet alleen in het systeem, zit niet alleen in anderen:
het zit in iedereen.
In deze verhalen is er niemand die het kwaad slechts overkomt,
niemand die kan wijzen naar wat anderen allemaal fout doen,
zonder ook naar zichzelf te moeten wijzen.
En ik geloof dat dat een diepe waarheid onthult:
als God ons aan onszelf overlaat,
wordt duidelijk hoe diep het kwaad zich in ieder van ons genesteld heeft.
Het is de misschien wat omstreden, want onaangename, waarheid
uit Catechismus Zondag 3: ‘zijn wij zo verdorven
dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.’

dia 9 – 2. we straffen onszelf
Niemand is onschuldig – dat is 1.
Conclusie 2: we straffen onszelf.
God hoeft helemaal geen vijanden naar Israël te sturen
om hen te straffen voor hun goddeloosheid.
Nee: de Israëlieten straffen zichzelf wel!
Als God zich alleen maar terugtrekt, breekt de hel al los.

Ze proberen het wel, de boel leefbaar houden,
maar slaan de plank volledig mis.
Ze hebben wel door dat wat in Gibea gebeurd is écht niet kan,
maar met hun reactie maken ze het alleen maar erger.
Elk kwaad moet vergolden worden met een nog groter kwaad,
tot de burgers van Jabes, die zich wijselijk buiten dit verhaal hebben gehouden,
de rekening gepresenteerd krijgen: zij worden geofferd voor Israëls schuld.

Gods straf voor de Israëlieten is zo eenvoudig:
hij laat de Israëlieten hun gang gaan,
en ze maken er zelf een hel van.
En ik geloof dat ook dat nog altijd geldt:
als God ons aan ons lot overlaat,
als God zegt: ‘jullie zoeken het maar uit,
ik trek me terug en lees wel in de krant hoe jullie het er vanaf brengen’,
dan straffen we onszelf wel.

dia 10 – Jezus: de koning die ons kan verlossen
Daarom dat thema: ‘verlos ons van onszelf.’
Het slot van Rechters smeekt daarom.
Niet voor niets wordt 4 keer gezegd dat er geen koning was.
Alleen een koning, naar wie de mensen luisteren, kan de orde herstellen.
En dan blijkt in het vervolg van de bijbel dat ook koningen tegenvallen.
Er is er maar 1 die ons verlossen kan van de puinhoop van het leven,
die ons verlossen kan van onszelf: dat is Jezus.
In Johannes 3 staat dat God de wereld zo lief had dat hij zijn Zoon gaf.
Wat een wonder: hij had de wereld lief!
Déze wereld, waarin het kwaad zo diep genesteld zit.
God geeft zijn Zoon aan déze slechte mensen,
om ons te verlossen van onszelf!

3. Echt zo erg?
dia 11 – echt zo erg?
Dit is wel een beetje een doemverhaal.
Ik kan me voorstellen dat je je afvraagt:
‘is het echt zo slecht met ons gesteld?
Zit dat kwaad echt zo diep?
Als ik om me heen kijk, zie ik zeker slechte dingen,
maar ik zie ook veel goeds,
en al met al is Nederland best leefbaar.’
Is het wel echt zo erg?

dia 12 – de rechtsstaat als geschenk van God (rechter)
Wat helpt is dat wij, in tegenstelling tot Israël,
wél een koning hebben.
Daarmee bedoel ik niet eens zozeer koning Willem Alexander,
maar vooral dat Nederland een rechtsstaat is.
In Nederland functioneert een systeem waar wetten worden gemaakt
en ook worden gehandhaafd.
In Nederland hoef je geen eigen rechter te spelen, het is zelfs verboden,
omdat er rechters zijn met gezag.
Het ‘ieder doet wat goed is in eigen ogen’
is in Nederland ingeperkt: dat houdt het leefbaar.
Ik denk dat je daarom kunt zeggen dat zelfs niet-christelijke regeringen
iets van het gezag van God uitoefenen:
door hen heen zorgt God ervoor dat het leefbaar blijft.
God levert ons niet aan onszelf uit –
onze democratische rechtsstaat is echt een geschenk van God!

dia 13 – Jezus gaat verder: het hart ipv het gedrag
Tegelijk: een koning, of een regering, heeft maar beperkte macht.
Ze kunnen gedrag veranderen, door te straffen.
Daarmee kunnen ze het kwaad onderdrukken, reguleren.
We hebben geleerd ons te gedragen,
maar daarmee is het kwaad nog niet uit ons!
Daarom is Jezus de betere koning:
hij verandert niet alleen het gedrag.
Hij pakt het probleem bij de wortel aan:
het kwaad dat zo diep in ons zit.
Jezus doet wat geen koning kan: hij verandert het hart.
Hij zorgt ervoor dat we het kwaad niet alleen maar láten,
omdat het voor ons nadelige consequenties heeft,
maar dat we het kwaad ook háten.

4. Verlos ons van onszelf
dia 14 – verlos ons van onszelf!
Het kwaad zit diep in ons.
Rechters 17-21 daagt je uit om dat te erkennen.
Je kunt die verhalen heel makkelijk langs je heen laten gaan:
‘ach, moet je kijken, wat een bende.
Nee, gelukkig brengen wij het er heel wat beter vanaf.’
Maar dan heb je echt het punt gemist!
Kijk nou eens eerlijk naar jezelf.
Durf te zien hoe ook jij verstrikt zit in het kwaad.
Ik bén niet goed!
De wereld ís niet beter af met mij!
Natuurlijk, ik heb geleerd me te gedragen,
maar het kwaad zit er echt nog wel!

Daarom is ons gebed: verlos ons van onszelf!
Niet: verlos van onze omstandigheden.
Niet: verlos ons van anderen.
Maar: verlos ons van onszelf – want wij kúnnen het niet!

En wonder boven wonder: God doet het nog ook!
De bijbel eindigt niet met Rechters 21.
God gaat door, hij laat ons niet aan onszelf over.
Hij geeft zijn Zoon.
Laat hij je van jezelf verlossen –
en ontdek hoe Gods liefde de plek van het kwaad in jou inneemt!
Amen.




Rechters 3b-16 | Wie kan de macht aan?

Macht doet iets met mensen, en meestal is dat niet positief. Dat zie je ook bij de Rechters van Israël: hoe verder in het boek je komt, hoe minder het stoere helden zijn, en hoe meer het juist dubieuze leiders zijn. Rechters vraagt om een heel andere leider!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Psalm 137a : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 176b
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Rechters 8 : 4 – 32
Zingen: GKB Psalm 78 : 16, 19 en 20
Preek over Rechters 3b-16
Zingen: Opwekking 378
Kinderen terug
Onderwijs bevestiging diaken
Bevestiging Sjoerd Wijnsma
Zingen: NLB Psalm 23b : 1, 2, 3, 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 103 : 1, 5 en 7
Zegen

Wie kan de macht aan?

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag wil ik beginnen met een citaat:
“all animals are equal, but some are more equal than others.”
Oftewel: “alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan anderen.”
Wie herkent het citaat?
Waar komt het vandaan? (Animal Farm, George Orwell)

dia 2 – Animal Farm
Animal Farm is één van de klassiekers van de Engelse literatuur.
Dat is niet echt mijn specialisme,
maar dit boek las ik al in vwo 3 voor mijn literatuurlijst Engels.
En: ik heb hem ook nog braaf in het Engels gelezen,
niet in een Nederlandse vertaling.

Animal Farm verscheen voor het eerst in 1945, en is een moderne fabel:
een verhaal over dieren met een duidelijke boodschap.
De boodschap van Animal Farm gaat over macht:
over hoe mensen vol idealen hun idealen verliezen zodra ze de macht krijgen.
Macht doet iets met mensen, en meestal is dat niet positief!

Het verhaal gaat over een boerderijrevolutie.
Nee, niet over de introductie van melkrobots ofzo,
maar over de boerderijdieren die de macht grijpen.
Ze zijn hun boer, een dronkenlap die zijn dieren verwaarloost, helemaal zat,
en verdrijven hem van de boerderij.
Ze denken dat ze het zelf beter kunnen,
en het begin is ook veelbelovend.
De belangrijkste regel: all animals are equal.
Geen dier mag de baas spelen over een ander dier,
en alle dieren hebben dezelfde rechten.
Dat is het ideaal.

Maar al snel blijkt de praktijk anders.
De leiders van de boerderij krijgen bepaalde privileges.
Ze proeven van de macht, en het smaakt naar meer.
Zij zijn de leiders, ze dragen een hele verantwoordelijkheid,
daar mag dan toch ook wel wat tegenover staan?
Het oude motto, all animals are equal, wordt uitgebreid:
but some are more equal than others.
Het gaat van kwaad tot erger,
tot de gewone boerderijdieren zelfs weer terugverlangen naar hun oude boer,
die hen dan wel verwaarloosde, maar hen tenminste niet uitbuitte.

Orwell schreef dit niet zomaar als les over wat macht met je kan doen:
het boek gaat over het communisme in Rusland.
Dat is begonnen vanuit een sterk ideaal van gelijkheid,
maar binnen mum van tijd gingen de nieuwe leiders als dictators te keer.

dia 3 – wie kan de macht aan?
Goede leiders zijn zeldzaam.
Er zijn maar weinig mensen die met macht kunnen omgaan.
Dat zie je ook gebeuren in Rechters 3-16.
Vorige week hadden we het over het begin van Rechters,
over Israël dat vergeet wie ze zijn: Gods volk.
Vandaag gaan we verder met het bekendste deel van het boek,
over de leiders die God aan het volk geeft
om Israël weer op het rechte pad te krijgen.
Dat doen we vanuit het thema: wie kan de macht aan?

1. Dubieuze leiders
dia 4 – dubieuze leiders
Ik las deze week die hoofdstukken en kwam er toch weer achter
dat ik een te rooskleurig beeld van die Rechters had.
Als kind vond ik dit gewoon mooie bijbelverhalen:
over stoere mannen, en af en toe een stoere vrouw,
die Israël van de vijanden bevrijden en terugbrengen bij God.
Maar zijn het wel zulke helden?

dia 5 – goed maar bloederig
Laten we ze eens op een rijtje zetten:
wie zijn die rechters en wat doen ze?
Dan beginnen we met de eerste rechters:
Otniël, Ehud, Samgar en Debora – in Rechters 3-5.
Dit zijn prima leiders.
De verhalen die van hen worden verteld
zijn misschien wel wat aan de bloederige kant,
zeker naar moderne westerse smaak,
maar ze doen in ieder geval wat van hen verwacht wordt:
ze gaan de strijd met de vijand aan, overwinnen,
en bevrijden Israël uit de greep van de afgoden.
Onder de leiding van deze rechters is er in Israël rust.
Op die eerste rechters is weinig aan te merken.

dia 6 – kan de macht niet aan
Bij de volgende rechter, Gideon, kantelt dat beeld.
Gideon is typisch zo’n leider die de macht niet aankan.
Voor hij macht kreeg, was hij een fijne man, iemand die je kon vertrouwen.
Gideon krijgt van God de opdracht Israël te bevrijden,
maar hij ziet niet in hoe hij dat zou kunnen doen.
Fijn, die bescheidenheid!
Gideon twijfelt, en heeft wondertekenen nodig om hem over de streep te trekken.
Wat volgt is een schitterende overwinning op de Midjanieten,
waar Gideon en zijn uitgedunde leger niets hoeven te doen,
omdat God de vijand op een presenteerblaadje aanbied.

Maar dan komen de barstjes.
Gideon heeft van de macht geproefd, en wordt een ander mens.
We hebben gelezen over inwoners van Sukkot en Penuël.
Let wel: dat zijn gewoon plaatsen in Israël,
die bewoond werden door Israëlieten.
Maar ze zijn te bang om Gideon te helpen.
Van Gideon zou je enig begrip mogen verwachten,
hij was zelf ook te bang om Israël te leiden,
maar Gideon rekent genadeloos met hen af.

De roem stijgt Gideon naar het hoofd,
en de Israëlieten willen hem koning maken.
Die eer slaat Gideon af – en dat spreekt vóór hem.
Maar ondertussen gedraagt hij zich als een echte Oosterse koning:
naar goed koninklijk gebruik heeft hij een harem
en verwekt bij al zijn bijvrouwen maar liefst zeventig zonen –
de dochters worden niet eens genoemd.
Eén van die zonen krijgt de naam Abimelech,
wat betekent: ‘mijn vader is koning’.
Tegenwoordig kun je voor baby’s rompertjes kopen
met teksten als ‘mijn papa is de liefste’,
maar Gideon laat gewoon de naam van zijn zoon spreken:
‘mijn papa is de baas’.
En dan laat Gideon ook nog een priestergewaad maken,
wat door de Israëlieten al snel als afgod wordt vereerd.
Nee, Gideon bedankt voor de eer koning te worden,
maar vertoont wel degelijk koninklijk gedrag.

Zoon Abimelech verliest alle bescheidenheid,
en laat zich wél tot koning uitroepen.
Dan breekt de chaos pas goed los,
met een bloederige burgeroorlog,
waar Abimelech uiteindelijk sneuvelt.

dia 7 – geen rust meer
De volgende rechters zijn Tola en Jaïr.
Bij hen wordt, in tegenstelling tot hun voorgangers,
niet genoemd wie in die tijd de vijand is.
Misschien wel hierom:
omdat Israël zo verdeeld is, dat er helemaal geen vijand meer nodig is.
Israël moet bevrijd worden van zichzelf.
Vanaf deze rechters staat er ook niet meer dat het volk zoveel jaar rust had.
Dat krijgen ze niet meer voor elkaar.

dia 8 – behandelt God als afgod
Door naar Jefta, Rechters 10-12.
Een klassiek verhaal over een slechte jeugd –
als hoerenzoon werd Jefta niet geaccepteerd –
waardoor Jefta in de criminaliteit belandt.
Jefta was een grote man uit de onderwereld – een Willem Holleeder ofzo.
Maar als de Israëlieten ten einde raad zijn,
vragen ze bij gebrek aan beter toch maar Jefta om hen te leiden.

Jefta is de leider die God behandelt als een afgod.
Tegenover de Ammonieten erkent hij:
‘wat u dankzij uw god Kemos in bezit hebt gekregen kunt u uw eigendom noemen.’
Jefta lijkt God te zien als een God die alleen in Israël macht heeft.
Maar nog erger: hij probeert Gods steun af te dwingen met de belofte van een mensenoffer.
God vindt dat afschuwelijk, en dat heeft hij vaak genoeg gezegd,
maar Jefta doet het toch: hij offert zijn dochter op het altaar.
O ja, Jefta’s optreden eindigt ook nog in een bloederige burgeroorlog.

dia 9 – gedragen zich als koningen
Hij wordt opgevolgd door Ibsan, Elon en Abdon.
Over hen is weinig te vertellen,
behalve dat Ibsan en Abdon erg veel kinderen hadden,
wat er ook weer op wijst dat ze zich als koningen gedroegen.

dia 10 – flirt met de vijand
En tenslotte Simson.
Onbegrijpelijk dat hij Israëls leider mag zijn.
In zijn tijd is Israël overgeleverd aan de Filistijnen,
en aan Simson de taak met de Filistijnen af te rekenen.
Maar wat doet Simson?
Precies, hij wordt verliefd op een Filistijns meisje, en trouwt haar…
Maar als de Filistijnen hem oneerlijk behandelen, neemt Simson wraak.
Misschien is dat wel de belangrijkste bijdrage van Simson geweest:
dat de Israëlieten de Filistijnen weer als vijand gaan zien.

dia 11 – wie kan de macht wél aan?!
Dat zijn ze: Israëls rechters.
Laten we de balans eens opmaken van een paar honderd jaar rechters in Israël,
want zoveel tijd zit er tussen Otniël en Simson.
Dan blijft er weinig over van dat beeld van stoere helden.
Hoe verder in het boek we komen, hoe dubieuzer de leiders worden.
Ze kunnen de macht helemaal niet aan!

Dat is niet alleen iets van vroeger.
Wat zijn goede leiders zeldzaam!
In Nederland hebben we de macht maar gewoon verdeeld,
zodat niemand te veel macht krijgt.
En nu de kerk niet meer zo’n machtspositie heeft als vroeger,
gaat de beerput van machtsmisbruik in de kerk ook open.
Of denk aan bedrijven als Google en Facebook:
alleen God weet meer over jou – wat een macht geeft hen dat.
Zouden zij goed met die macht kunnen omgaan?

2. Een andere leider
dia 12 – er is een andere leider nodig:
Rechters is dus niet het boek van die stoere leiders
aan wie we een voorbeeld kunnen nemen.
Ja, in Hebreeën 11 worden Gideon, Simson en Jefta als voorbeeld genoemd.
Maar we moeten Rechters niet vanuit dat ene zinnetje lezen,
en doen alsof Rechters over geloofshelden gaat.
Lees dan liever Hebreeën vanuit Rechters:
wat zegt het dat zelfs deze dubieuze leiders genoemd worden?

Je kunt je afvragen waarom het boek Rechters in de bijbel beland is.
Wat moeten we met dit stel mislukte leiders?
Daarbij is het goed te bedenken dat Rechters geschiedenis schrijft,
en geschiedenis heeft altijd zwarte bladzijden.
Het gaat mis als je het niet als geschiedenis leest,
maar als voorschrift.

Wat die hele geschiedenis van de Rechters vooral laat zien:
er is een andere leider nodig.
Daar werkt heel het boek Rechters naar toe.
Je zou kunnen zeggen dat Rechters een profielschets geeft
van een goede leider die de macht wél aankan.

dia 13 – bestendig
Het eerste uit die profielschets,
is dat het leiderschap van deze leider ‘bestendig’ moet zijn.
Dat is de les van de eerste rechters, waar weinig op aan te merken was.
Zolang deze rechters, bijvoorbeeld Otniël, de macht hebben, gaat het goed.
Onder Otniël heeft Israël 40 jaar rust.
Maar zodra Otniël sterft,
begint Israël weer achter afgoden aan te lopen,
en stuurt God de volgende vijand naar Israël.
Een leider als Otniël zorgt voor 40 jaar rust,
maar daarna is Israël weer terug bij af.
Wat nodig is, is een leider wiens invloed niet bij zijn dood ophoudt.

dia 14 – dienend
Tweede element uit de profielschets
is dat er dienende leiders nodig zijn.
Dat is de les van de rechters vanaf Gideon.
Gideon, Jefta, Simson, en de kleinere rechters er tussenin:
ze kunnen allemaal niet met macht omgaan.
Het stijgt hen boven het hoofd,
ze gedragen zich als koningen, alsof ze alles maar kunnen maken,
alsof de mensen hen zouden moeten eren.
Net als in Animal Farm.
In plaats van te zoeken naar wat goed is voor het volk,
zoeken zij naar wat goed is voor zichzelf.

dia 15 – God erkennen
Derde element uit de profielschets
is dat er leiders nodig zijn die God als leider erkennen.
Het is wat Gideon zegt in Rechters 8:23:
‘ik zal uw heerser niet zijn, want de Heer is uw heerser.’
Gideon belijdt het met de mond,
maar in de praktijk gaat hij zich wel degelijk als koning gedragen.
Maar het uitgangspunt is goed:
erkennen dat de macht die mensen hebben altijd afgeleide macht is,
want Gód heeft de macht.
Dat besef maakt leiders bescheiden.

dia 16 – Rechters vraagt om Jezus! (voetwassing)
Als we dat zo op een rijtje zetten,
leiderschap dat niet ophoudt,
dienend leiderschap en het besef dat Gód de macht heeft,
dan krijg ik Jezus in beeld.
Die andere leider, waar het boek Rechters om vraagt, dat is Jezus!
Aan Jezus’ macht komt geen eind,
als geen ander heeft Jezus laten zien wat het is om te dienen,
en hij is zélf God.
Toch gaat Jezus niet zelfzuchtig met zijn macht om,
gebruikt hij zijn macht niet om er zelf voordeel van te hebben.
De duivel probeert hem daar tijdens de verzoeking in de woestijn toe te verleiden,
maar Jezus geeft niet toe!
Jezus laat zijn macht niet gelden naar mensen die hem oneerlijk behandelen,
hij houdt zijn macht juist in.
Als Jezus aan het kruis hangt, wordt hij uitgedaagd van het kruis af te stappen,
maar Jezus doet het niet:
dan zou hij zichzelf dienen, in plaats van de mensen.

Jezus is zo totaal anders dan de Rechters,
en ook zo totaal anders dan de leiders van onze wereld.
Wat kunnen we daar veel van verwachten,
en wat vallen ze vaak tegen.
Ook in Nederland: als een partij regeert,
wordt het daar bij de volgende verkiezingen op afgerekend…
Dan zoeken we ons heil wel bij andere leiders.
Uiteindelijk is Jezus de leider die we nodig hebben.
Hij kan de macht aan
en is de enige leider die je aanbidding waard is!

3. Kun jij de macht aan?
dia 17 – kun jij de macht aan?
‘Wie kan de macht aan?’ – dat is het thema.
Het antwoord: Jezus kan de macht aan.
Maar jij? Kun jij de macht ook aan?

dia 18 – iedereen heeft macht
Want iedereen heeft macht.
Bij mensen met macht denken we al snel aan leiders.
Presidenten en koningen,
ministers en leden van de tweede kamer,
directeuren en wethouders.
Of in de kerk: dominees, ouderlingen en diakenen.
Maar ook ouders hebben macht,
of mensen met een leidinggevende functie, of docenten.
Maar zelfs kinderen hebben macht:
als een kind in de supermarkt een hele scène schopt
omdat ‘ie geen yoghurt wil maar vla,
dan laat hij zijn macht gelden.
Macht is overal waar mensen elkaar proberen te beïnvloeden.
Dat is dus overal, en daarom geldt die vraag voor iedereen:
kun jij de macht aan?

dia 19 – manipuleer je of dien je?
Als onze leider, Jezus, al dient, dan wij helemaal!
Je kunt met macht omgaan
als je niet zoekt naar hoe je het voor jezelf beter kunt maken,
maar hoe je de ander kunt dienen.
Juist als christen moet je daarom altijd kritisch blijven op jezelf:
manipuleer ik of dien ik?
Een mooi voorbeeld daarvan gaf onze premier, Mark Rutte, deze week:
toen hij zijn koffie liet vallen stond hij even later zelf te dweilen,
in plaats van de schoonmakers het te laten doen.
Natuurlijk, het was ook PR-technisch gezien handig van hem,
vanuit de hele wereld werd hij erom bewonderd,
maar hij deed het toch maar mooi!

Niet manipuleren maar dienen:
tot mijn grote verrassing past de boodschap van Rechters 3-16
daarmee precies bij de bevestiging van Sjoerd Wijnsma als diaken!
Want jij, Sjoerd, wordt een leider in de kerk.
Neem daarbij maar geen voorbeeld aan die rechters met hun haantjesgedrag.
Wees juist een leider in het spoor van Jezus: een dienaar.
Dat is ook waar de diaconie om draait: dienen.
Jij mag, samen met de andere ambtsdragers, de gemeente daarin voorgaan:
in het dienen van elkaar en de samenleving.

dia 20 – God heeft alle macht!
Dat kunnen we als we beseffen wie we zijn.
Dat we namens God een klein beetje macht mogen uitoefenen
om daarin iets van Gods liefde te laten zien.
Namens God, want hij heeft álle macht.
Als je dat erkent, dan kun je de macht aan.
Amen.




Rechters 1-3a | Vergeet niet wie je bent!

Het bijbelboek Rechters vertelt over wat er gebeurt als Gods volk vergeet wie ze zijn. Ze vermengen het geloof in God met het geloof in Kanaänitische goden. Ook christenen lopen het gevaar het christelijk geloof te mengen. Daarom: vergeet niet wie je bent – je bent van Christus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 638
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 115 : 1, 2 en 7
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Romeinen 12 : 1 – 2 en 9 – 21 (als wetslezing)
Zingen: NLB Gezang 834 : 1, 2 en 3
Lezen: Rechters 2 : 1 – 19
Zingen: GKB Psalm 78 : 3 en 15
Preek
Luisterlied: “Turn Your Eyes Upon Jesus”
Kinderen terug
Onderwijs doop
Doop Jurjan Jellema
Zingen: Opwekking 602
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 770
Zegen

Vergeet niet wie je bent!

Inleiding
dia 1 – Loesje
Het is één van de uitgangspunten,
misschien moet ik zelfs wel zeggen: één van de dogma’s,
van onze samenleving: het is belangrijk dicht bij jezelf te blijven.
Je kunt het ook een gebod noemen:
‘gij zult dicht bij uzelf blijven’.

Daar is best wat op af te dingen.
Je kunt het als excuus gebruiken
om weg te lopen van je verantwoordelijkheden
en alleen nog maar leuke dingen te doen,
terwijl het leven nu eenmaal niet bestaat uit louter leuke dingen.

Toch zit er ook echt wel iets moois in dat dicht bij jezelf blijven.
Als jij kinderen geweldig vindt,
je merkt dat je heel makkelijk met kinderen omgaat,
en dat dat jou veel energie geeft,
dan zou ik zeggen: ga iets met kinderen doen – dat past bij je!
Ga dan niet bij een grote financiële instelling werken,
waar je misschien wel het dubbele kunt verdienen,
maar waar je echt geen lol in hebt.

Houd je juist heel erg van cijfers, ben jij een kampioen in rekenen,
en vind je dat financiële wereldje mateloos fascinerend,
denk dan niet dat je, ik noem maar wat, de techniek in moet,
bijvoorbeeld omdat je omgeving jou die kant op duwt.
Maar jij bent niet die techneut.
Je zou het misschien nog wel kunnen,
maar je zou er doodongelukkig van worden.

Bij jezelf blijven – daar zit ook iets heel christelijks aan.
God heeft jou gemaakt zoals je bent.
Hij heeft jou bepaalde talenten gegeven.
Hij heeft jou gegeven dat je van bepaalde dingen enthousiast wordt.
Dóe daar dan ook wat mee!

dia 2 – vergeet niet wie je bent
Het thema vandaag is: vergeet niet wie je bent.
Oftewel: blijf dicht bij jezelf.
We gaan alleen nog een trapje dieper:
niet wie jij bent met jouw door God gegeven talenten,
maar wie je voor God bent,
en wat er gebeurt als je dat vergeet.
Want dat is precies wat in het begin van het bijbelboek Rechters gebeurt:
het volk Israël vergeet wie ze zijn.

1. Wie je bent
dia 3 – wie je bent
Voordat je dat kunt vergeten, moet je natuurlijk eerst weten wie je bent.
Laten we daarmee beginnen:
wat is de identiteit van Israël,
en wat is dan die identiteit van christenen?

dia 4 – Israël: volk van God
Eerst Israël.
Kort gezegd: Israël is Gods volk.
Het is het volk dat God aan Abraham beloofd heeft:
uit jou komt een groot volk.
Het is het volk dat God in de tijd van Mozes bevrijdt uit Egypte.
Het is het volk dat onder leiding van Mozes door de woestijn trekt,
op weg naar het beloofde land,
en waarmee God onderweg zijn verbond sluit.
God zegt daar: ‘ik ben jullie God, en jullie zijn mijn volk.’
Het is het volk dat onder leiding van Jozua dat beloofde land, Kanaän, inneemt,
en daarbij door God geholpen wordt.
En aan het einde van zijn leven drukt Jozua het volk op het hart:
‘vergeet niet wie jullie zijn: jullie zijn Gods volk!
God heeft volken voor jullie verdreven.
Blijf daarom dicht bij God.
Dan kunnen jullie de rest van het land innemen,
en zullen jullie het goed hebben in dit nieuwe vaderland.’
Het staat in Jozua 23.
Dus wie Israël is: het is Gods volk!

dia 5 – christenen: van Christus (doop)
Door naar vandaag: wie zijn dan christenen?
Het komt mooi uit dat Jurjan vandaag gedoopt wordt.
Want dopen gaat precies over die vraag wie je bent.
Als straks het water over Jurjan heen gaat,
zegt dat iets over wie hij mag zijn: van God, van Christus.
God zegt: ‘Jurjan, jij hoort niet bij deze wereld,
de wereld die geen plek voor mij heeft,
de wereld waar het ieder voor zich is,
de lelijke wereld die mensen ervan gemaakt hebben.
Nee: jij hoort bij mij!’

Dat is ook het beste antwoord
dat je als christen kunt geven op de vraag: wie ben ik?
Ik ben van Christus!
Natuurlijk, ik ben ook gewoon Mark.
Ik heb mijn werk: ik ben dominee.
Ik heb mijn gezin: ik ben echtgenoot en papa.
Ik heb mijn talenten: ik ben analytisch en precies.
Ik heb mijn passies: ik houd van auto’s en muziek.
Je kunt het hele rijtje voor jezelf invullen.
Maar dat is niet het belangrijkste wat gezegd moet worden.
Dat is dit: ik ben van Christus.

En alle christenen samen zijn een volk: Gods volk.
Petrus schrijft erover, in 1 Petrus 2:
‘u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie,
een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen
van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.
Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk;
eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken.’
Dát is wie we als christenen zijn,
en waar we als een van de kerken in Franeker deel van uitmaken.
Christenen zijn, net als Israël, Gods volk – van Christus.

2. Wat gebeurt als je het vergeet
dia 6 – wat gebeurt als je het vergeet
Nu heb ik het nog niet echt over het boek Rechters gehad.
Wat ik tot nog toe heb verteld, vormt de achtergrond van dat boek.
Want wat in het boek Rechters gebeurt:
Israël vergeet wie ze zijn – vergeet dat ze Gods volk zijn.
Jozua waarschuwde nog: vergeet niet wie je bent.
Zijn waarschuwing blijkt niet voor niets te zijn geweest…

dia 7 – poster
Daarom is Rechters geen boek waar je blij van wordt.
Werkelijk alles gaat er fout.
Als je het leesrooster hebt gevolgd, heb je dat ongetwijfeld al gemerkt.
Rechters is het boek van Israëls totale mislukking:
geen boek waar je allerlei mooie lessen in tegenkomt,
maar een boek over hoe het niet moet – een waarschuwing.

Nu we het toch hebben over het boek Rechters in het algemeen,
dan ook direct even over de indeling.
Je kunt het boek in drieën delen:
Hoofdstuk 1 tot en met het begin van hoofdstuk 3,
het gedeelte waar het vandaag over gaat, is de inleiding op het boek.
Hier gaat het over wat er mis gaat met Israël, over wat het probleem is.
Het vervolg van hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 16
is het bekendste deel van het boek:
hier worden de verhalen van de verschillende Rechters verteld,
waaronder die van Gideon, Jefta en Simson.
En dan eindigt Rechters pikzwart met 2 afschuwelijke verhalen
over hoe diep Israël gezonken is: hoofdstuk 17 tot en met 21.

dia 8 – steeds minder verschil tussen Israël en de Kanaänieten
Vandaag dus het begin: Rechters 1 tot en met 3a.
Jozua is dood, maar Israël moet verder,
met het innemen van Kanaän en afbreken van de altaren van Baäl.
Ze beginnen vol goede moed, maar daar komen al snel barstjes in.
Soms slaat de angst toe: hoe kunnen we ooit winnen?
Dat God hen steeds aan de overwinning had geholpen,
dat ze het niet zelf hoeven te doen, maar moeten vertrouwen op God,
dat vergeten ze.
Soms slaat de gemakzucht toe:
waarom zou je de volken die al in Kanaän wonen verdrijven
als je ze ook voor je kunt laten werken?
Handig toch, zulke slaven die het zware werk voor je doen?
Maar je moet ze wel in hun waarde laten,
dus de altaren voor hun godsdienst mogen blijven staan.

Het is niet dat Israël van het ene op het andere moment
niets meer van God wil weten.
Voor hun gevoel zijn ze serieus bezig met de opdracht die God hen gaf.
Het probleem is alleen dat ze water bij de wijn doen.
Het mag allemaal een tandje minder fanatiek.
Natuurlijk, het is niet ideaal dat er afgoden in het land zijn,
maar je kunt toch niet overál een punt van maken?

Heel langzaam – niemand heeft het door, pas achteraf merk je het –
zegt het Israël minder en minder dat ze Gods volk zijn.
Eigenlijk vinden ze de volken in Kanaän, best interessant.
Ze vragen hen: ‘die altaren van jullie, waar zijn die eigenlijk voor?’
De volken vertellen: ‘ze zijn voor Baäl, de god van de vruchtbaarheid.’
De Israëlieten hangen aan hun lippen:
‘tjonge, interessant, vertel meer!’
Nogmaals: het gaat langzaam,
maar het einde van het liedje is dat Israël naast God ook Baäl vereert.
In plaats van dat Israël een heilig volk is,
een volk helemaal aan God toegewijd,
is er steeds minder verschil te zien tussen de Israëlieten en de Kanaänieten.

Maar God accepteert het niet:
‘toen ontstak de Heer in woede tegen de Israëlieten.
Hij leverde hen uit aan roversbenden
en aan de hen omringende vijanden.’
Dan begint de neerwaartse spiraal die het hele bijbelboek doorgaat
en uiteindelijk eindigt op de laatste pikzwarte bladzijden van Rechters.
Israël zit diep in de problemen:
God levert hen over aan hun vijanden,
maar misschien nog wel vooral aan henzelf.
Dát is wat er gebeurt als je vergeet wie je bent,
als Gods volk het niet zo nauw met God neemt.

dia 9 – gevaar voor ons: christelijk geloof mengen
Natuurlijk leven wij in een heel andere tijd dan de tijd van de Rechters.
Maar wat bij de Israëlieten misgaat,
dat ze de goden van het land er bij nemen,
dat kan bij ons net zo goed mis gaan.
Net als de Israëlieten in Kanaän leven wij in een land
vol godsdiensten, levensbeschouwingen, en ook: goden.
Nederland is een plurale samenleving.
In zo’n samenleving is het de vraag:
hoe houd je vast aan wie je bent?
Het gevaar is dat je allerlei dingen uit de samenleving
met het christelijk geloof gaat mengen,
terwijl Christus wil dat je alléén hem aanbidt:
hij wil je helemaal, met een onverdeeld hart.

dia 10 – privéjet
Maar het is nog niet zo gemakkelijk
om te ontdekken waar wij van twee walletjes eten,
christelijk geloof met de Nederlandse goden mengen.
Bij anderen is dat altijd veel makkelijker aan te wijzen.
Bijvoorbeeld bij christenen die ook nog allerlei hindoeïstische rituelen hebben.
Of christenen die naast God ook nog hun stamgoden hebben.
Of, al iets dichterbij, het Amerikaanse welvaartsevangelie,
dat alle nadruk legt op dat God je met rijkdom zal zegenen,
en waar soms voorgangers door de bijdragen van gemeenteleden
in splinternieuwe Bentleys rondrijden, of een privéjet hebben.
Het is een vermenging van christelijk geloof en kapitalisme.

Maar waar gaan we zelf de mist in?
Dat kunnen we het beste vragen aan christenen uit andere culturen.
Maar ik denk dat zij zullen zeggen:
‘jullie doen alsof het allemaal om jullie draait.
In de westerse wereld draait alles om jou,
dat jij rijk wordt, dat jij geniet, dat jij fantastische ervaringen hebt.
Waarom nemen jullie die Westerse goden erbij?’
Denk er zelf ook maar eens over na:
welke goden proberen wij naast God te dienen?

dia 11 – er is hoop: Jezus is nieuwe start
Het boek Rechters is dan een stevige waarschuwing:
als je vergeet wie je bent, vergeet dat je van Christus bent, dan loopt het niet goed af.
Maar Rechters geeft ook hoop: God geeft niet op.
Het is duidelijk dat Israël zijn eigen gang wil gaan,
maar God blijft hen, steeds weer, te hulp komen.

En uiteindelijk, als het lijkt alsof het nooit meer goed komt,
doet God het meest wonderlijke.
De Israëlieten werden meer en meer als de Kanaänieten,
maar God werd als een mens – om hen te redden.
Jezus is God die zich aanpast aan de wereld,
die midden in de wereld leeft
zonder de goden van die wereld te aanbidden.
Jezus is een nieuwe start voor de mensheid.

3. Vergeet niet wie je bent
dia 12 – vergeet niet wie je bent
Rechters laat zien wat er gebeurt
als we vergeten wie we zijn.
Als je niet bij jezelf blijft – en dan heb ik het over die diepste identiteit:
dat je van Christus bent.
De opdracht aan ons is dus duidelijk:
vergeet niet wie je bent!

dia 13 – je bent christen midden in de wereld
Dat gaat niet vanzelf.
Dat ging het voor de Israëlieten niet,
maar voor christenen, die bij die nieuwe mensheid horen, ook niet.
Ja, Jezus geeft zijn Geest, die je van binnenuit verandert.
De Geest verandert je hart,
en dat is precies de verandering die we nodig hadden.
Maar zelfs dan gaat het niet vanzelf.
In de brieven van Paulus kom je allerlei oproepen tegen
om niet gelijk te worden aan die wereld,
zoals de Israëlieten gelijk werden aan de Kanaänieten.
Het gebeurde in die eerste kerken al dat christenen hun geloof loslieten.
Bijvoorbeeld 2 Timoteüs 4, waar Paulus zegt:
‘Demas heeft me verlaten, hij heeft deze wereld lief gekregen.’

De waarschuwing blijft dus staan: vergeet niet wie je bent.
Voor ons wel op een heel andere manier dan voor de Israëlieten.
Wij hoeven de afgoden in ons land niet uit te roeien.
Wij hoeven geen christelijke staat te stichten.
Juist niet: God wil dat christenen midden in de wereld leven,
zodat de wereld God leert kennen!
Dan is de vraag:
hoe kun je ervoor zorgen dat je midden in de wereld
niet vergeet wie je bent: van Christus?

dia 14 – doop als herinnering: wij zijn van God!
Dat kan, als we onszelf en elkaar steeds weer aan Christus herinneren.
En dan komen we weer bij de doop van Jurjan.
De doop is namelijk ook zo’n herinnering.
De doop herinnert ons eraan:
wij zijn niet van de wereld, wij zijn van God.
God zegt dat vandaag niet alleen tegen Jurjan,
maar tegen ons allemaal: vergeet niet wie je bent – je bent van mij!
Blijf jezelf en elkaar dat steeds voorhouden:
wijs elkaar steeds op Jezus.
Want de goden van de wereld worden klein
als je Jezus’ glorie en genade ziet.
Amen.