Marcus 16,1-8 – Geloof: God doet grote en onverwachte dingen!

Liturgie

’s Morgens: Sing in – GK 95: Daar juicht een toon. – LvK: 215: Christus, onze Heer, verrees – GK 109: Halleluja, lof zij het Lam Welkom / MededelingenVoorzang: Ik wil juichen voor u mijn Heer Aansteken nieuwe paaskaarsStil gebed Votum / groet Zingen: Gez 111 – Jezus leeft in eeuwigheid Genadeverkondiging: lezen Ef 2,1-10Zingen: Ps 118,1.9 Gebed Bijbellezen: Marcus 15,40-16,8Zingen: LvK 222,1.2.3 Preek over Marcus 16,1-8Zingen: Gez 99 – U zij de glorieWet als belofteZingen: LvK 217,1.2.3 – Jezus leeft en ik met HemGebedCollecteTijdens de collecte: ‘Als er vergeving is’Zingen Gez 160 – Groot is u trouw Zingen Ps. 134 oude berijming – Loof looft nu aller Heren Heer Zegen

 

 

’s Middags: Votum / groet Zingen: LB 215Gebed Bijbellezen: Marcus 15,40-16,8Zingen: LvK 222,1.2.3 Preek over Marcus 16,1-8Zingen: Gez 99 GeloofsbelijdenisZingen: Gez 107,1.3.4GebedCollecteZingen: Gez 111Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van de voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

Preek over Marcus 16,1-8 – Geloof: God doet grote en onverwachte dingen!

 

1. Wij zijn hier in de kerk gekomen voor een feest: Jezus is opgestaan! We hebben samen ontbeten – een aantal van ons; we hebben samen gezongen; en nu houden we met elkaar een feestelijke kerkdienst. Vandaag is het feest: Jezus is opgestaan!

En dan lezen we het Paasverhaal uit Marcus – helemaal geen feestelijk verhaal. Die engel zegt mooie dingen. Maar de vrouwen zijn alleen maar bang en geschrokken.

Hoewel, misschien herken je je juist wel in die vrouwen. Het is feest maar ik voel me helemaal niet blij. Hoe verander je dat?

Laten we eens goed naar Marcus 16 kijken. Waarom vertelt Marcus de geschiedenis van Pasen op deze manier? Wat kunnen wij ervan leren?

De vrouwen – de beide Maria’s en Salome – willen de begrafenis van Jezus afmaken. Ze waren erbij geweest. Snel snel was Jezus nog in een graf gelegd. De sabbat was eigenlijk al begonnen. Die begint immers op vrijdagavond bij zonsondergang. Zaterdagavond, als de sabbat weer voorbij is, gaan ze verder met Jezus’ begrafenis. Ze kopen geurige olie. Jezus’ dode lichaam was in linnen gewikkeld. Met geurige olie willen ze die doeken parfumeren. Dat hadden ze nog niet goed kunnen doen. De geurige olie moest de stank van het dode lichaam verdrijven. Als ze de olie in huis hebben, gaan ze naar bed, want de volgende morgen – dus zondagmorgen – gaan ze voor dag en dauw op pad.

Ze zijn op weg naar het graf, ze zijn er bijna. Maar opeens zegt een van hen: ‘De steen krijgen we nooit weg!’Helemaal vergeten. Zo druk waren ze met de dode Jezus, met de geurige olie. Er was een grote zware steen voor het graf gerold.

Je kunt niet overal aan denken. Dat levert soms grote praktische problemen op.

Waar ze helemaal niet aan denken: Jezus had voorzegd dat hij op zou staan uit de dood. Maar niemand van zijn volgelingen heeft het onthouden. Met een opstanding houdt niemand rekening.

Herken je dat? Soms zegt God dingen die te mooi zijn, te wonderlijk. Je kunt het niet geloven. En je vergeet wat God gezegd heeft. Paulus zegt bijvoorbeeld in Efeze 2 over de gevolgen van de opstanding in ons leven:

‘Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.’

Gaat dat over mij – denk je misschien wel? En je houdt er zo maar geen rekening mee dat het wel eens zou kunnen gebeuren – dat jij goede dingen doet in Christus Jezus.

 

2. De vrouwen zien het graf inmiddels al liggen.

Hè? De steen is al weggerold.  Zo verdwijnen praktische problemen soms als sneeuw voor de zon…Wat is er gebeurd? Geschrokken kijken ze elkaar aan. Voorzichtig lopen ze naar het graf toe en gaan naar binnen.

‘Ohhhh’. Alle drie schrikken ze ontzettend. Er zit iemand in het graf! Een jonge man in witte kleren.

De man ziet dat ze vreselijk geschrokken zijn. ‘Wees niet bang’, zegt hij.  ‘Jullie zoeken Jezus, de man uit Nazareth, die gekruisigd is.’

Het klinkt vriendelijk. Maar als er in Marcus mensen zijn die Jezus zoeken, dan mist er altijd iets: geloof. De massa’s zoeken Jezus. ‘Iedereen is naar u op zoek!’ Jezus’ moeder en zijn broers en zussen komen Jezus een keer zoeken. De Joodse leiders zoeken Jezus om hem te doden.

De vrouwen hier zoeken ook: de dode Jezus uit Nazareth, die gekruisigd is.

Zo heb je zoekers en gelovigen. Een zoeker die weet het nog niet. Die heeft Jezus nog niet gevonden als de Messias, de Christus, de Mensenzoon. Die heeft Jezus nog niet gevonden als zijn eigen verlosser. Mensen die Jezus zoeken, die zoeken de dode Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Wat ben jij: een zoeker of een gelovige?

Als er niks gebeurt blijven we allemaal zoekers. Een zoeker die tast, die probeert, die zoekt. Een zoeker die vergeet ook dingen, bereidt zich niet goed voor, schrikt van een praktisch probleem. O, helemaal niet aan gedacht. Hoe moet dat nu? Je kunt nooit overal aan denken. En dan zijn er leeuwen en beren op de weg. Een grote zware steen. En zo is er altijd wat. Mitsen en maren.

Maar gelukkig doet God grote en onverwachte dingen. Onze mitsen en maren verdwijnen als God aan het werk is. Die steen is helemaal niet belangrijk meer.

Luister maar wat de man verder zegt: ‘Hij is opgewekt uit de dood. Hij is hier niet. Kijk maar, dat is de plaats waar hij was neergelegd.’

Wie is Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is? Zou je niet meer over Jezus moeten zeggen? Wie zou Jezus zijn volgens God?

Marcus vertelt vaak heel ingehouden over Jezus, over de vraag wie Hij is. Wie Jezus is, dat zie je alleen als je gelooft, als je het wil zien.

Wil je het zien? Jezus is opgewekt. Dat betekent: God heeft Jezus weer levend gemaakt. Jezus heeft zijn leven gegeven als losprijs voor velen. Hij heeft jullie vrijgekocht. Gods koning heeft overwonnen. Jezus Christus brengt ons in Gods koninkrijk!

 

3. Zou het wel tot de vrouwen doordringen wat de man zegt? Willen zij het zien?

Maar hij gaat al weer verder en geeft hen een opdracht. ‘Ga naar de leerlingen toe – en naar Petrus’.

Wat zouden ze tegen hen moeten zeggen? Vertel de leerlingen dat ik ze niet meer hoef te zien? En die Petrus, die hoef ik helemaal nooit meer te zien?

Nee, juist niet! Jezus wist toch van te voren hoe het zou gaan? Hij had het allemaal voorzegd, bij het avondmaal: jullie zullen ten val komen. En Petrus, jij zult me verloochenen. Tegelijk had hij er al bij gezegd: ‘Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Kijk maar in Marcus 14,27-31.

Jezus wist wie ze waren en hij hield van hen. Ook voor hen was hij gestorven.  Hoor je zijn liefde in wat de man namens Jezus zegt: ‘Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’Jezus wil met hen verder. Zoals hij had gezegd gaat hij ze voor naar Galilea. Ze zullen Hem weer zien!

Ook Petrus. Hij wordt apart genoemd. Alleen Marcus vertelt dat Petrus expliciet erbij genoemd wordt. De andere evangeliën doen dat niet. Bedenk dan dat Marcus waarschijnlijk het verhaal van Petrus vertelt. Wat zou er door Petrus heen gegaan zijn toen hij dit aan Marcus vertelde? ‘Ik werd apart genoemd. Het was niet voorbij. Jezus wilde ook met mij verder.’ Ik kan me voorstellen dat hem de tranen in de ogen stonden toen hij dit tegen Marcus zei.

Proef je daarin de liefde van Jezus? En weet je – die liefde is er ook voor ons – hij weet wie we zijn. Hij is ook voor ons gestorven, en opgestaan. Door Jezus opstanding mogen we nieuwe mensen zijn – opnieuw beginnen. Daarom gaat Jezus verder met leerlingen die Hem hebben laten vallen. Ben jij een zoeker? Een twijfelaar? Heb je Jezus verloochend? Jezus in de steek gelaten? Jezus weet precies wie je bent en kent je door en door. Hij is ook voor jou gestorven – en opgestaan. Besef je dat zijn opstanding, zijn liefde er ook voor jou zijn? Nieuw leven – want Jezus houd van jou?

 

4. Misschien besef je dat wel niet.

De vrouwen beseffen het allemaal niet. Ze zien dat Jezus niet meer in zijn graf ligt. Ze horen de engel praten. Harde feiten, zou je zeggen. Ze hebben niet door dat ze met een engel praten. Marcus heeft het niet over een engel, maar over een jonge man in witte kleren. Dat is niet voor niets!

Heb jij wel eens gedacht: als ik er bij geweest was op de morgen van Pasen, als ik eens een engel mocht zien. Dan was het veel makkelijker om te geloven.

Nee dus! Een engel zien, of een leeg graf, het maakt niet uit!De vrouwen staan te trillen op hun benen, doodsbang, ontzettend geschrokken. Ze willen maar een ding. Weg hier.

 

[Extra buiten Franeker

En het lege graf, de woorden van de engel, ze doen er niks mee. Het lege graf alleen is niet genoeg om tot geloof te komen. Maar het graf was wel leeg – dat zegt de bijbel heel duidelijk. En dat lege graf zegt ook veel over de betekenis van de opstanding.

Er zijn veel religies die geloven in een leven na de dood. Na je dood ga je naar een hiernamaals. Indianen hadden het over de eeeuwige jachtvelden, de Germanen over het Walhalla. Volgens de Boeddisten ga je naar het Nirvana, Hindoe’s geloven in reïncarnatie. Ga maar door. Om verder te leven na de dood heb je geen leeg graf nodig.

Het lege graf laat zien: opstanding is maar niet ‘verder leven bij God’. De bijbel belooft de opstanding van de doden.

Wat is opstanding? Er is een opstanding omdat de dood overwonnen is. De dood zal ongedaan gemaakt worden. Bij de opstanding gaan de graven open. Bij de opstanding komen mensen uit hun graf met een nieuw lichaam. Je komt uit je graf. Jij blijft jezelf. Jij krijgt een nieuw lichaam. Dat is bij Jezus als eerste gebeurt. Zijn lijf is niet prijsgegeven aan de dood. Hijzelf is uit het graf gekomen. Hij is zichzelf gebleven. Zijn lijf is vernieuwd, volmaakt, verheerlijkt uit de dood opgestaan. Zo zullen wij allemaal een nieuw lichaam krijgen. Opstanding is een nieuwe schepping, een nieuwe aarde.

Het lege graf van Jezus laat zien: Verschijningen van Jezus zijn geen geestverschijningen. Het is Jezus zelf die naar zijn leerlingen toe komt. Met een nieuw lichaam. Een nieuwe schepping.

Wij zijn op weg naar Gods rijk, naar een nieuwe aarde. Dat belooft de opstanding ons.

Maar– terug naar de vrouwen]

 

Waarom komt het bij hen niet binnen? Dat is voor ons een belangrijke vraag. We kunnen ervan leren over belemmeringen om tot geloof te komen, om te groeien in geloof.

De eerste belemmering. Jezus had gezegd: ik zal sterven maar ook weer uit de dood opstaan.Moeilijk om te begrijpen. In elk geval hadden ze het niet onthouden. Daardoor verwachtten ze geen grote en onverwachte dingen.Herken je dat?

Hoe belangrijk zijn de woorden van Jezus voor jou? Wat doe jij als ze moeilijk te begrijpen zijn? Onthoud je ze of ben je ze zo weer vergeten?

De tweede. Ze waren vol van hun eigen gevoelens, van angst en schrik. Daardoor konden ze niet luisteren. Daardoor hoorden ze niet dat de engel herhaalde wat Jezus allemaal al voorzegd had.

En jij? Het woord van God wordt steeds weer herhaald en uitgelegd. Elke zondag, elke catechisatie, elke Bijbelstudie, elke Bijbellezing. Maar je kunt zo vol zijn dat je niet meer kunt luisteren. Bevangen door angst en schrik. Komt het bij jou binnen wat er steeds weer gezegd wordt?

En de derde: wegrennen. Dat is wat de vrouwen doen: ze schrikken van die man in witte kleren. En dus rennen ze weg. Weg van de plaats waar ze het woord van God horen, weg van de plek waar ze tot geloof kunnen komen.

Hoe vaak ontneem jij jezelf de kans om tot geloof te komen, om te groeien in geloof?  Denk weer aan Efeze 2,10:

‘Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.’

Geen makkelijke zin. Maar als in deze moeilijke zin wel veel gezegd wordt over de betekenis van de opstanding voor jouw leven hier en nu? Denk je ‘te moeilijk’ – en vergeet je wat Paulus zegt, verwacht je dus ook niet de overweldigend grote rijkdom van Gods genade? Dat is de eerste belemmering. Of was je hoofd zo vol dat je het eigenlijk niet gehoord hebt? Dat is de tweede. Of blijf je vaak weg van kerkdiensten en bijbelstudies, en mis je zo veel onderwijs en uitleg? Dat is de laatste.

Als je zo leeft, dan kan er zoveel van God om je heen te zien zijn, dat je niet ziet! Dan zit je jezelf zo in de weg!

 

5. Ook het lege graf alleen is niet genoeg om tot geloof te komen. Hoe komen wij – en zij – dan tot geloof? Hoe groeien we in geloof?

Weet je wat mij opviel aan de drie belemmeringen? Ze hebben één ding gemeenschappelijk: niet luisteren naar het woord van Jezus Christus.

Waardoor komt er in het vervolg van Marcus wel geloof? Dat gebeurt door de ontmoeting met Jezus zelf, die de leerlingen aanspreekt. Door de verschijningen veranderen ze in gelovigen.

En wij kunnen Jezus, de opgestane Heer nog steeds ontmoeten: door de samenwerking tussen de Heilige Geest en het Woord van God.  Dat woord klink steeds weer. Jezus blijft ons aanspreken. De Heilige Geest blijft door dat woord heen ademen.

En dus heeft het ook iets eenvoudigs: Denk weer aan zo’n stukje als Efeze 2,10 en aan de drie belemmeringen: D

e eerste: het woord van God vergeten en daardoor weinig van God verwachten Ga er mee aan de slag. Als je het niet meteen begrijpt, verdiep je er dan in. Bid de Heilige Geest om inzicht. Vraag om uitleg. En denk niet: het gaat hier over zulke grote en onverwachte dingen, dat moet wel onzin zijn. Nee! Durf groot van God te denken en verwacht onverwachte dingen. Jezus is opgestaan!

De tweede: vol zijn van je eigen gevoelens, je eigen angst en schrik en niet kunnen luisterenVraag de Heilige Geest om nieuwe concentratie en aandacht. Want opstanding betekent vertrouwen in plaats van angst. Blijdschap in plaats van schrik. Verwacht dat de Geest ook doet wat past bij de opstanding van Jezus. En span je in om goed te luisteren. Want Jezus leeft!

De derde: wegrennen en niet tot geloof kunnen komenAls het niet meteen lukt, ren dan niet weg. Als je niks voelt, niks ervaart, niks van God merkt, blijft twijfelen – blijf op de enige plek waar dat kan veranderen: de gemeenschap van andere christenen, waar we samen naar Gods woord luisteren. Want dat is de plek waar de Heilige Geest werkt. We zijn immers bij elkaar in de naam van Jezus Christus, de opgestane.  Dan ga je anders kijken.

Dan ga je zien: Jezus leeft – in mij! Ook ik ben in Christus opgestaan als nieuwe schepping. Geloof: God doet grote en onverwachtse dingen! Want Jezus is opgestaan.




1 Johannes 2,12-14 – Hij is een God van jong en oud

Radiokerkdienst Zendtijd voor Kerken (20 juli radio 5)

Liturgie

  • Gezang 158
  • Votum en groet
  • Ps 118,1.5
  • Gebed
  • Schriftlezing: 1 Johannes 2,1-17
  • LB Gezang 397,1-4
  • Tekst: 1 Joh 2,12-14
  • Preek
  • Psalm 146,1.3.8
  • GK Geloofsbelijdenis
  • Opwekking 518
  • Gebed
  • Collecte
  • Gezang 166 Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

1. Zomer.

Vakantietijd.

Ik heb vrienden die hun vakantie gebruiken om een onbekend stuk wereld te bekijken. Ver weg. In Afrika, in Zuid-Amerika. Ze vliegen ergens naar toe, Lonely planet op zak. Dat is een reisgids. Zo trekken ze een paar weken rond met de rugzak op.

Zomer, vakantietijd: als je jong en sterk bent is dat de tijd van avontuur. Of tijd voor sport. Feestvieren en uitgaan.

Maar mijn oma, toen die nog leefde, had longemfyseem. De zomer was voor haar warmte en benauwdheid. Hopen dat het niet te warm zou worden. Rustig aan doen. Zitten. Een eenzame periode ook. Als iedereen op vakantie gaat, krijg je minder bezoek. Wel kaarten, maar je ziet minder mensen.

Zomer, vakantie tijd: het kan ook de tijd zijn dat je je overbodig voelt. Eenzaam.

Zo betekent de zomer voor iedereen weer wat anders. Voor u als luisteraar betekent de zomer wat anders dan voor mij. Of voor mijn dochter van 3. Zij gaat lekker buiten spelen. Mijn vrienden kiezen voor avontuur. Ik ga lekker naar een stacaravan op Terschelling met mijn gezin. En u? Gaat u op vakantie? Of zit dat er voor u niet meer in?

Zomer – voor iedereen betekent het wat anders.

Johannes schrijft niet over de zomer. Maar over God. Ook God betekent voor iedereen wat anders. En dat snapt Johannes. Je hebt kinderen, jongeren en ouderen. Maar aan elke groep heeft hij wat te zeggen. Iets wat past bij de fase waar ze in zitten.

Zo meteen wil ik graag met u nadenken over wat Johannes precies zegt. Alleen eerst ben ik eigenlijk best wel benieuwd wat God voor jullie, voor u betekent. Maar ja, terugpraten lukt niet bij een radio-uitzending. Weet u het zelf?

Wat de zomer voor je betekent, dat is best makkelijk om te zeggen – denk ik.

Maar God: wie is God voor u, voor jou?

Als je jong bent, in de kracht van je leven – of toen u jong was, vroeger:

Het heeft mij zelf best wel moeite gekost om te zeggen: ik heb God nodig. Alsof je er zelf niet uit komt. Is het geen zwaktebod, geloven in God?

Is God eigenlijk overbodig voor jou, of heb je Hem juist heel erg nodig?

En als je ouder bent, minder kunt. Misschien ben je je idealen wel kwijt. Teleurgesteld.

Is uw geloof in God gegroeid, verdiept? Of bent u ook in God teleurgesteld?

We kunnen het niet uitwisselen. Maar ik hoop dat u het wel weet, voor uzelf. Want dan kun je jezelf vergelijken met wat Johannes zegt. Tegen kinderen, tegen ouderen, en tegen jongeren. En ik hoop zo, dat u snapt wat Johannes wil laten zien. Hij is een God van jong en oud. Niet alleen voor kinderen, niet alleen voor ouderen. Nee, voor iedereen: voor kinderen, voor mensen die midden in het leven staan, en ook voor ouderen, als het avond wordt en je steeds minder kunt. Hij is een God van jong en oud.

2. Ik begin bij de kinderen. Dat doet Johannes ook. En het gekke is: Johannes zegt eigenlijk: wij zijn allemaal kinderen. Kinderen, zo noemt hij al zijn lezers. Hij is hun vader in het geloof. Ze zijn zijn eigen kinderen, zou je kunnen zeggen.

Maar ik moet er meer over zeggen. Want Johannes zegt ook: kinderen, jullie kennen de Vader. Daarom zijn we allemaal kinderen. Omdat God Vader is. Jullie kennen God als Vader, dat zegt Johannes.

Dat weet hij. Hij kent ze. Hij weet aan wie hij schrijft. Hij weet dat ze God hebben leren kennen als Vader.

Ik weet dat niet. Ik ken jullie, u, luisteraars thuis niet. Ik weet niet wat God voor jullie betekent.

En dat vind ik ook wel mooi. Ik mag het jullie als vraag voorleggen: Zijn jullie zonden je vergeven? Kent u God, en ken je God als Vader?

En als dat nu niet zo is? Dan heb je nog twee geweldige dingen te ontdekken. Zolang je leeft is het daarvoor niet te laat. Of je nu avontuurlijk en sportief bent, of in een bejaardenhuis zit.

Twee dingen: God wil je zonden vergeven om de naam van Jezus Christus. En je mag God leren kennen als je Vader. Beide horen bij het ABC van het christelijk geloof. Bij de eerste dingen die je leert als christen. Over beide wil ik iets zeggen.

Zonde – wat is dat? Zonde maakt je relatie met God kapot. Zonde, dat wil zeggen: niet op God vertrouwen, niet naar God luisteren, niet van God houden, doen wat God niet wil. Zonde maakt ook de schepping kapot. Zonde maakt mensen kapot. Zonde maakt jezelf kapot. De bijbel zegt: alle mensen leven in de zonde. Alle mensen – ook u thuis achter de radio. Allemaal zitten we vast in het moeras van de zonde. Voor ons allemaal geldt: je relatie met God is kapot gegaan.

Maar de bijbel zegt nog iets veel mooiers: God wil jou je zonde vergeven, in de naam van Jezus Christus.

En dan – dan kunnen we zelfs kinderen van God worden. En wordt Hij onze Vader.

Daarin staan we als mensen allemaal naast elkaar. Allemaal doen we er aan mee, dat onze wereld kapot gaat.

Maar Jezus Christus komt ook naar ons allemaal toe. En Hij geeft ons vergeving van zonden. Bevrijding uit het moeras. Een nieuwe wereld die weer heel is. Maar Hij wil ons ook bij God  brengen. Als zijn broers en zussen, als kinderen van God. En God? God, die we allemaal genegeerd hebben, links hebben laten liggen? God wil onze Vader zijn. Zo mogen we Hem leren kennen – als Vader.

Vader en kind – dan moet ik denken aan m’n zoontje van bijna anderhalf. Hij is bezig te leren lopen. Als ik thuis kom, de kamer inloop, dan komt hij naar me toe gekropen. Hij steekt z’n handen uit. Hij wil opgetild worden. Of hij wil dat ik hem een hand geef en dat we samen gaan lopen.

Bent u een kind? Zijn uw zonden u vergeven? Kent u God als Vader? Ik mag u hiermee bemoedigen. Er is vergeving. God wil uw Vader zijn. Voor iedereen die de naam van Jezus Christus aanneemt.

3. En dan de ouderen. Johannes zegt twee keer tegen de ouderen: U kent hem die er is vanaf het begin.

Dat vind ik mooi.

Waar denkt u aan bij ouder worden?

Ik moet dan denken aan iemand die na een paar jaar WAO nu 65+ is, en op een flatje woont. Ze had toekomstdromen, maar die zijn nooit werkelijkheid geworden. Lichamelijk komen er klachten, ze kan minder dan vroeger. En de wereld verandert. Met een computer kan ze niet overweg. En wat gebeurt er in de kerk? Jongeren gaan weg, de kerk verandert… Waar is God?

Bij ouder worden denk ik aan ontdekken dat je zelf niet uitkomt. Hulp nodig hebben. Je idealen van vroeger kwijt zijn geraakt. Merken dat je leeftijdsgenoten sterven. Merken dat je niet meer alle ontwikkelingen bij kunt houden.

En wat doet dat met je?

Word je karakter mooier bij het ouder worden? Milder, vriendelijker? Minder hoekig?

Of word je mopperig, een zuurpruim? Komen er juist scherpe lijnen in je gezicht te staan?

Kun je daartussen kiezen? Ja, dat kan. Dat kan als je serieus neemt wat Johannes speciaal tegen ouderen zegt. U kent Hem die er is vanaf het begin. Dat zegt hij tegen christenen. U kent God. Maar ook als u geen christen bent kunt u God nog leren kennen, God die er is vanaf het begin.

God is er.

Als je hulp nodig hebt. Zo komt God toch altijd al naar ons toe? Zonder mij kom je er niet uit. Ik moet je helpen. Dat was vroeger zo, dat is nog steeds zo. Als u lichamelijk minder wordt, merkt u wat wij allemaal moeten ontdekken: Zonder Gods hulp lukt het niet.

Als je je idealen en je toekomstdromen moest opgeven. God had ons toch al lang geleerd dat Hij alleen ons toekomst geeft? Uw leven heeft geen toekomst zonder God. Als u dat ontdekt bij het ouder worden, ontdekt u iets wat wij allemaal moeten ontdekken: zonder God hebben wij geen toekomst.

God was er altijd al. Hij is er ook nu, ook als u ouder wordt. Gelooft u dat?

Dan kunt u een wijze oudere worden. Iemand die jongeren iets mee te geven heeft. Mild en vriendelijk.

Maar ook voor wijze ouderen geldt: u kent Hem die er is vanaf het begin. Uw wijsheid is een geschenk. Uw kennis hebt u van God gekregen. Ontzag voor God, dat is het begin van de wijsheid.

Ouder worden, hoe doet u dat?

En nogmaals: als u bejaard bent maar geen christen – het is nooit te laat om God te leren kennen. Het is nooit te laat om kind van God te worden. Jezus Christus is het gezicht van God. In zijn naam is er vergeving van zonden. Door Hem wordt God onze Vader. Geloof in Jezus Christus!

En als u christen bent:

Laat God niet teleurgesteld los, raak niet verbitterd bij het ouder worden.

U kent God toch, die er vanaf het begin bij geweest is? Hij blijft bij u – tot in het eeuwige leven.

4. Als laatste noemt Johannes de jongeren.

Wat zegt Johannes tegen jongeren?

Hij zegt eerst: u hebt hem die het kwaad zelf is, overwonnen.

En daarna: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen.

Wat denkt u, zou Johannes dit bewust tegen jongeren zeggen?

Ik denk het wel. En ik vind het ook heel passend.

Jongeren blijven niet staan bij vergeving alleen. Ze kennen God als Vader. Maar ik zie ze voor me: jonge, enthousiaste christenen. Ze gaan voor Jezus. Ze willen de Heilige Geest graag in hun leven aan het werk zien. En ze zijn sterk. Ze hebben energie. Vol idealen.

Maar dan valt het soms zo tegen. Ik weet nog hoe ik zelf tegen mijn eigen grenzen op liep. Ik kon niet alles. Maar ik ken ook jongeren die balen van de kerk, van die ouderen die alles altijd zo gedaan hebben. Die oplopen tegen structuren. Voor je gevoel krijg je geen poot aan de grond. Je bent enthousiast, maar je kunt het niet kwijt.

En wat doe je dan?

Johannes wil je bemoedigen: Jullie hebben de duivel overwonnen. Jullie horen bij Jezus, en dus ben je sterker dan het kwaad. Ga niet bij de pakken neerzitten. Er komt tegenslag, maar wij zijn overwinnaars!

Johannes laat ook zien waar je moet zijn: bij God. Je bent nu misschien sterk en sportief. Maar echte kracht, waar vind je die?

Sterk word je, als het woord van God in je blijft.

Dat is ook belangrijk als je moedeloos wordt. Hoe houd ik het vol, een leven als christen? Ik ben nu al moedeloos, hoe houd ik het dan vol tot mijn 70e?

En dan zegt Johannes: Jullie zijn sterk, want het woord van God blijft in jullie. Let op hè, hij zegt niet: Zorg dat het woord van God in u blijft. Hij zegt: het woord van God blijft in u. Dat is zo. Daarin ligt je kracht, in het woord van God.

Ach, en dan staan jongeren en ouderen ook weer naast elkaar. Hoe voorkom je dat je moedeloos wordt, in het bejaardenhuis? Ook dan ligt hier je kracht: in het woord van God dat in je blijft.

Zomer is vakantietijd. De tijd dat de één geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. Als je oud bent loop je tegen andere dingen aan dan als je jong bent. Als je oud bent heb je God op een andere manier nodig dan toen je jong was. Het mooie vind ik, dat God daar oog voor heeft. Hij is een God voor jong en oud. Of je nu jong of oud bent: God ziet je. God kent je. God heeft oog voor wat jij nodig hebt.

De zomer is de tijd dat de een geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. God is er voor jong en oud. En tegenover God staan we uiteindelijk allemaal naast elkaar.

Zoek God, en leef heel dicht bij Hem!

Amen




Matteüs 4,24b – Het goede nieuws van de wonderen van Jezus Christus

Morgendienst (met doop)

Voorzang: Gez 171,1.3
Votum / Groet
Zingen: Ps 96,1.2
Wet
Zingen: Ps 146,3.6
Gebed
Lezen:
– Jes. 35
– Matt 4,12-25
Zingen: Gez 27,1.4.5
Tekst Matt 4,24b
Preek
Zingen: Ps 145,1.2.3
Doop
– Zingen Gez 10
 Zingen Opwekking 136
Voorbedegebed
Collecte
Zingen Gez 167,1.2.3 
Zegen

 

Middagdienst

Votum / Groet
Zingen: Ps 96,1.2
Gebed
Lezen:
– Jes. 35
– Matt 4,12-25
Zingen: Gez 27,1.4.5
Tekst Matt 4,24b
Preek
Zingen: Ps 145,1.2.3
Gebed
Geloofsbelijdenis
Gezang 107,1.3.4
Collecte
Zingen Gez 73 ,1.4.5.6 
Zegen

 

Opmerkingen:

– hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

– ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: \n hansburger@filternet.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken   

– bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en verwerkingsvragen; zie onder downloads/preekverwerking.   

 

Preek over Matteüs 4,24b: het goede nieuws van de wonderen van Jezus

 Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus, 

1. In twee preken hebben we de afgelopen tijd stil gestaan bij het goede nieuws van het koninkrijk van God. En dat tegen de achtergrond van de vraag wat dat goede nieuws betekent voor hoe wij gemeente-zijn met elkaar. Vanmorgen sluiten we deze korte serie over het goede nieuws van het koninkrijk af. We staan vanmorgen stil bij het goede nieuws van de wonderen van Jezus Christus, het goede nieuws van de tekenen van het koninkrijk.  

En dat doen we in een dienst waarin gedoopt wordt: Rienke van der Veen en Seraya Broersma. Zij worden gedoopt omdat hun ouders bij dat rijk van God horen: ingelijfd in Christus door geloof. Burgers van het rijk van God in de hemel.  

Zo worden we niet geboren. Of je nu een spontane snelle bevalling thuis hebt, of een bevalling die uiteindelijk in het ziekenhuis plaatsvindt, Rienke en Seraya zijn beiden geboren in een bestaan dat doodloopt. Letterlijk, op de dood.  

Jezus zegt tegen Nikodemus (Johannes 3): Niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Rienke en Seraya kunnen in het rijk van God niet binnengaan zonder dat ze nog een keer geboren worden – door het water van de doop en door de Heilige Geest. Alleen als zij net als hun ouders tot geloof komen in Jezus Christus, dan wordt het een ander verhaal. Dan zijn zij onderdeel van de gemeente van Jezus Christus. Burgers van het rijk in de hemel.  

En dat brengt bij de vraag: waarom is dat goed nieuws – voor hen en voor ons allemaal? Wat is dat goede nieuws van het rijk van God? Vanmorgen staan we daarbij stil vanuit de wonderen van Jezus. Zijn wonderen staan niet op zich, maar horen bij een boodschap en hebben een betekenis. Ze hebben niet alleen betekenis voor degene die genezen werd. Of er in mijn leven nu een wonder gebeurt of niet – altijd hebben de wonderen van Jezus ook voor mij een betekenis. Zijn wonderen vertellen het goede nieuws van het koninkrijk van God. Het rijk van God is dichtbij! 

Deze preek gaat over het goede nieuws van de wonderen van Jezus. Zijn wonderen zijn tekenen van het koninkrijk. Tekenen, met een betekenis. Wat is die betekenis? Wat is het goede nieuws van de tekenen van het koninkrijk? En wat hebben die wonderen ons vandaag te zeggen – wat betekenen ze voor hoe wij samen gemeente zijn? Bij die vragen staan we in deze preek stil.    

 

[Alternatieve inleiding voor buiten Franeker]1. Wonderen bestaan. Het was een KRO-programma in 2006, gepresenteerd door Yvon Jaspers. En voor 2007 zit er weer een serie aan te komen, je kunt je ervoor aanmelden met een verhaal over een wonder. Er gebeuren wonderlijke dingen, dat is niet te ontkennen. Op de site van wonderen bestaan zegt Yvon Jaspers: “Een wonder is goed als het eigenlijk té ongeloofwaardig is. Je moet het niet kunnen verzinnen. Het moet onverklaarbaar zijn”  

De openheid voor wonderen is toegenomen. Het idee dat alles verklaarbaar en begrijpelijk zou moeten zijn, hebben veel mensen weer losgelaten. Wonderen breken onze door wetenschap en techniek bepaalde wereld open.  

Als je zo tegen wonderen aan kijkt, is het spannend dat ze gebeuren. Ze laten je zien dat we niet alles kunnen vatten. Misschien betekenen ze voor jou persoonlijk een opluchting, een doorbraak, een spectaculaire verbetering. Misschien ook niet – wat wordt mijn leven anders van een graancirkel? Maar verder – wat maakt het uit of er wonderen gebeuren of niet? Verder hebben wonderen geen betekenis. Je leven wordt er niet anders van.  

Ook Jezus deed wonderen. Geldt het ook voor zijn wonderen: te ongeloofwaardig, je kunt het niet verzinnen, het moet onverklaarbaar zijn? Het verandert je leven niet en heeft geen enkele betekenis?  

Als je Matteüs 4 leest, krijg je een heel andere indruk. Als je Jezus’ wonderen op zich neemt, zijn ze misschien levensreddend voor één persoon, degene die bijvoorbeeld genezen wordt, maar verder betekenisloos. Maar Jezus’ wonderen staan niet op zich. En ze zijn niet betekenisloos. Ze hebben betekenis voor ons, voor ons leven, voor hoe wij samen gemeente-zijn.  

De wonderen van Jezus horen namelijk bij een boodschap. Jezus verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en daarom deed hij wonderen. Zijn wonderen hebben een betekenis: zijn wonderen vertellen het goede nieuws van het koninkrijk van God. Het rijk van God is dichtbij! 

Deze preek gaat over het goede nieuws van de wonderen van Jezus. Zijn wonderen zijn tekenen van het koninkrijk. Tekenen, met een betekenis. Wat is die betekenis? Wat is het goede nieuws van de tekenen van het koninkrijk? En wat hebben die wonderen ons vandaag te zeggen – wat betekenen ze voor hoe wij samen gemeente zijn? Bij die vragen staan we in deze preek stil.   

 

2. De wonderen laten zien wat Jezus zelf zegt: het rijk van God is nabij. Het gedeelte wat we gelezen hebben, is zo opgebouwd dat een Jood die de boeken van het OT kende, dat ook wel moest zien. De ene na de andere profetie gaat in vervulling. Matteüs citeert letterlijk uit Jesaja 8 en 9: In Galilea, het land van Zebulon en Naftali schijnt een schitterend licht (vers 15-16).

Als het rijk van God komt, dan betekent dat het herstel van het hele volk Israël. Israël, dat uit elkaar gevallen was, door een splitsing in het rijk, door de ballingschap van het tienstammenrijk, door de ballingschap van Judea, er was weinig meer van over. Maar als Gods rijk zou komen, dan zou Israël hersteld worden in de oude glorie – daarvan hadden de profeten zoals Jesaja geprofeteerd. En waar kwamen Jezus’ volgelingen vandaan? Vers 25: uit Galilea, uit Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea, en uit het overjordaanse. Zet deze gebieden bij elkaar op een kaart, en je ziet het: ze komen uit heel het gebied van Israël. Jezus is bezig Israël weer op de kaart te zetten. Gods volk heeft weer toekomst.

Ook de wonderen van Jezus herinneren aan de profetie van Jesaja. We hebben Jesaja 35 gelezen. Als God komt, dan ontstaat er weer leven in de woestijn. Dan zal Hij de bevrijder zijn. ‘Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen’

Iedere Jood die net als Matteüs zijn bijbel kende, die Jezus bezig zag, of het boek van Matteüs las – diens hart ging sneller kloppen. Die wonderen van Jezus – dat was voorzegd. Zo zou het zijn als Gods rijk zou komen. Dan zou Israël hersteld worden, maar ook de hele schepping zou bevrijd worden, vernieuwd. Voor iedereen, overal op aarde, betekent Gods rijk bevrijding en genezing – vrede op aarde. 

Maar stel nu dat Seraya blind geboren was. Of dat Rienke verlamd was aan zijn benen? Zonder doop zouden ze blind en verlamd zijn. Verandert dat door de doop? Verandert dat wanneer ze door de Geest opnieuw geboren worden, wanneer ze zelf tot geloof komen? Als ze in de tijd van Jezus hadden geleefd, hadden ze naar hem toe kunnen gaan en misschien wel genezen kunnen worden… Maar nu? Jezus zei dat het rijk dichtbij was, maar waar is het dan? Is Gods rijk ooit wel dichtbij geweest?   

 

3. Het begon zo mooi, bij Jezus.  

Inderdaad – het begint bij Jezus. Dat is het tweede dat de wonderen laten zien: het gaat om Jezus Christus. Hij heeft wonderen gedaan als niemand anders dat ooit gedaan heeft. Elke kwaal, elke ziekte, elke pijn – hij kon het genezen. Zelfs mensen die opgegeven waren en waar niemand meer een oplossing wist – bezetenen, maanzieken en verlamden – hij kon wel genezen. Zonder lange bezweringen, zonder wat voor hulpmiddel ook maar. Met een enkel woord was de zieke genezen.  

De wonderen laten zien dat het om Jezus Christus gaat. Uit heel Israël komen de mensen dan ook op hem af. Dat is precies wat de doop laat zien: Seraya en Rienke worden door hun ouders bij Jezus Christus gebracht. Bij hem moet je zijn.

Hoe doe jij dat? Zou je toen naar Jezus Christus toe gegaan zijn? Doe je dat nu? Bij Jezus Christus moet je zijn – alleen Hij bevrijdt en geneest. 

Tegelijk wordt bij Jezus Christus duidelijk hoe het met dat rijk van God zit. Hoe kan het rijk van God al bijna 2000 jaar dichtbij zijn?  Het rijk van God is verbonden met de geschiedenis van Jezus Christus. Waar hij is, daar is het rijk van God dichtbij. Hij brengt ons in Gods rijk, maar op een onverwachte manier.

Hij bleek een lijdende Messias, een doodgemartelde koning. Maar … Hij stond op uit de dood. Hij overwon de duivel. Hij stierf voor onze zonden. Zo alleen brengt hij ons in Gods rijk.

Anders dan verwacht ging Christus toen naar de hemel. Zolang hij daar is, is Gods rijk verborgen. En tegelijk is het aanwezig, door de Heilige Geest, die hij ons geeft. Waar de Geest is, daar is Jezus Christus.

Al bijna 2000 jaar wachten we op zijn komst. Maar dat wil zeggen: al 2000 jaar krijgen mensen de mogelijkheid om Jezus te leren kennen, zodat ook zij in Gods rijk binnen kunnen gaan.

Ook vandaag worden er weer mensen gedoopt, om zo in Gods rijk binnen te gaan – in verbondenheid met Hem.  De wonderen laten zien: Gods rijk wordt werkelijkheid via Jezus Christus. Daarom is het zo mooi dat hier vanmorgen weer twee kinderen gedoopt worden: ingelijfd in Christus. Bij Hem moet je zijn voor bevrijding en genezing. En de vragen die de nabijheid van Gods rijk oproept, worden beantwoord in zijn leven, sterven en opstanding. Jezus brengt ons in Gods rijk.    

 

4. De wonderen laten ook zien wat het rijk van God ons brengt: bevrijding en genezing.

Bevrijding – dan dachten de Joden meteen aan de Romeinen. De Messias zou de Romeinen aanpakken en het land uit jagen. Jezus’ wonderen laten zien wie hij als de grootste vijand ziet: de duivel. Door onze zonde heeft hij ons in zijn macht gekregen. Hem pakt Jezus aan. Bezetenen worden bevrijd, demonen uitgedreven.

En het rijk van God brengt genezing. Waar de zonde doorwerkt en gevolgen heeft, waar mensen ziek worden, doodziek, niet meer te genezen – daar geneest Jezus.  

Mooi is dat – hij genas daar, en toen. Maar hier en nu? Als Seraya blind geboren was, of Rienke verlamd? Wat dan?  

Besef goed: de wonderen laten zien wat het rijk van God ons brengt: bevrijding en genezing. Ze laten zien dat Jezus elke zieke kan genezen, elke bezetene kan bevrijden. Maar al die mensen aan wie door Jezus een wonder is gedaan, zijn gestorven. Er zijn ook mensen die Jezus niet geholpen heeft. Jezus heeft geen keizersnee uitgevoerd. Als ik denk aan Boaz, het kind dat Janneke en ik net gekregen hebben, geboren door een keizersnee: in Jezus’ dagen zou hij gestorven zijn. Jezus heeft niet iedereen geholpen.  

De wonderen zijn tekenen van het rijk dat dichtbij is en dat absoluut zal komen. Maar de complete bevrijding, de complete genezing – als de duivel er helemaal niet meer is, als niemand meer ziek wordt, als de dood verdwenen is – die is er nog niet. Die is er pas als Gods rijk definitief op aarde komt, wanneer Jezus als de Messias terugkomt op de wolken van de hemel.   

De wonderen van Jezus zijn nog niet de complete vernieuwing en verlossing van hemel en aarde. Jezus volgen is delen in zijn opstanding, maar ook in zijn lijden en sterven, het is kruisdragen. Wat natuurlijk niet wegneemt dat Jezus Christus ook nu nog wonderen doet. 

En dan is de vraag vooral: is jou leven een teken van het koninkrijk, van je verbondenheid met Jezus Christus? Je kunt een teken zijn doordat jij zelf genezing ontvangt. Maar wij weten niet van te voren of God genezen zal. Of nog mooier: doordat je net als Jezus er een rol in mag spelen dat anderen genezen worden. Maar je kunt ook een teken zijn doordat je op een indrukwekkende manier je lijden draagt.  

Tot we Gods rijk zien, waarvan de wonderen een teken zijn: een wereld bevrijd en genezen – compleet verlost.   

 

5. Er zit trouwens nog een betekenis aan de wonderen van Jezus. Genezing en bevrijding, dat betekent tegelijk een warm welkom voor wie buitengesloten waren.  

Het lijkt er op dat het toenmalige Jodendom strenger was dan de wetten van Mozes. Volgens de wetten van Mozes mochten wie onrein waren niet in de tempel komen. Wie bloed verloor, wie melaats was, of om een andere reden onrein, was buitengesloten. Van priesters werd helemaal lichamelijke gaafheid gevraagd. Een gehandicapte kon geen priester zijn. Het toenmalige Jodendom was nog strenger. Daar golden de blinde, de verlamde, de dove, de stomme, niet als volwaardig lid van het volk. Dit was op zijn minst in sommige streng religieuze groepen het geval. Genezing betekende dus meer dan alleen fysieke genezing. Je was weer volwaardig lid van het volk. En je kon weer in de tempel komen. Je was weer welkom bij God! 

De wonderen van Jezus geven ook daar uitdrukking aan. Het zijn geen wonderen zoals bij Mozes, toen Israël uit Egypte ging. Toen greep God in, en hij trof de Egyptenaren met zijn plagen. Nu, in Jezus Christus, grijpt God opnieuw in. Maar wat je als eerste ziet, dat is genezing en bevrijding. Een warm welkom voor wie buitengesloten is door ziekte of bezetenheid. 

Daarin wordt uitgedrukt waarom Jezus gekomen is. Hij laat zien hoe welkom we allemaal bij God zijn: zondige mensen, beschadigde mensen, hulpeloze mensen, zieke mensen. Niemand is te mismaakt, niemand is te zondig voor God. Uiteindelijk is Jezus Christus gestorven voor zijn eigen vijanden.  

Daar sta je misschien niet vaak bij stil als het over wonderen gaat. Maar proef ook dat erin. De wonderen drukken uit dat God ons allemaal welkom heet. Jij en ik – wij allemaal, wie we ook zijn – we zijn welkom bij God.Hij wil ons beschadigde leven genezen. Hij wil onze gevangenschap openbreken. Hij bevrijdt ons van elke verslaving.

Voel in de wonderen van Jezus hoe God ook jou welkom heet. Hoe God ook zou vol liefde en ontferming aankijkt. Wat je ook met je meedraagt – je bent welkom bij mij. Ik wil je zonde vergeven. Ik wil je leven genezen. Ik wil je bevrijden. Geen ziekte, geen zonde, geen zwakheid is mij te groot. Welkom, dat ben je. 

Echt?  

Ja echt. Iedereen, waardoor je ook buitengesloten bent, waardoor je ook een buitenbeentje bent; wie bij Jezus komt wordt niet weggestuurd. Jezus is immers het bewijs van Gods liefde.   

 

6. Wat betekent het evangelie van de wonderen van Jezus Christus nu voor ons als gemeente. Gemeente zijn vanuit het evangelie, wat is dat in dit kader?  

Alle genoemde punten, hebben praktische gevolgen.  

1. De wonderen zijn een teken van het rijk van God. Voor ons als gemeente betekent dat: wees als gemeente een teken van het rijk. Dat ligt in het verlengde van de vorige preek: gemeente als huis van de toekomst. Allereerst vraagt dat erom, dat wij zelf op dat rijk van God gericht zijn. Dan is de belangrijkste vraag niet: verlangen we naar vrede op aarde? De centrale vraag is: verlang je er naar dat God bij ons komt wonen? Of wil je wel vrede op aarde, maar interesseert God je eigenlijk niet?

Wees eerlijk. Zeg niet te snel dat je natuurlijk wel in God geïnteresseerd bent.

Zoek je toevlucht bij God en laat Hij je verlosser zijn. Alleen vanuit een verlangen naar God zelf kunnen we als gemeente teken zijn van het koninkrijk.  

2. De wonderen laten zien dat het om Jezus Christus gaat. Ze vestigen de aandacht op Hem. Richt dan ook zelf je aandacht op Jezus. Geef je aan Hem over, wat daar ook de gevolgen van zijn. Wat heb je liever: zonder Jezus spectuculaire wonderen doen, demonen uitdrijven, zieken genezen, doden opwekken; of met Jezus leven, in een diepe verbondenheid, desnoods zonder spectaculaire wonderen?

Wij willen graag wonderen zien. Maar de wonderen staan niet op zich: ze laten iets zien: het gaat om Jezus Christus. Laten we als gemeente dan ook op Hem gericht zijn.  

3. Het rijk van God brengt bevrijding en genezing. Daarvan zijn de wonderen alleen nog maar een teken – we bidden nog om de komst van dat rijk. Maar als voorschot daarop krijgen we nu al de Heilige Geest. Vanuit die Geest kunnen we gemeente zijn. Als we gemeente zijn vanuit de Geest, dan woont hier in ons midden de kracht van het rijk van God. Hier.

Die Geest laat ons delen in Jezus – in zijn lijden, maar ook in zijn kracht, in zijn nieuwe  leven. Daarom mogen we veel verwachten, vooral voor anderen die Jezus nog moeten leren kennen: vergeving, genezing, bevrijding. Laten we samen veel verwachten.  

4. Het rijk van God laat de liefde van de Vader zien. Gastvrij onthaalt Hij in Christus iedereen, ook wie buitengesloten zijn. Laat jezelf welkom heten door God!

Gemeente-zijn vanuit het evangelie betekent gastvrij zijn, naar het voorbeeld van God zelf. Gastvrij voor iedereen – leden die afhaken, mensen die je niet mag, mensen uit achterstandswijken, iedereen. Is iedereen die welkom is bij God hier ook welkom? Zijn we zuinig, karig, betuttelend? ‘Zo, ben je d’r ook weer eens?’

Laten we samen in de liefde blijven, zodat Gods liefde door ons heen uitstraalt naar ieder die hier wil komen. Van harte welkom!




Matteüs 5,16 – Het goede nieuws van de stijl van het koninkrijk

Liturgie

Voorzang Ps 99,1Votum / Groet Zingen NG 14,1.2.5WetZingen Ps 85,1.3.4GebedSchriftlezing: Matt 5,1-20Zingen NG 33Tekst: Matt 5,16Preek Zingen LB 437Gebed Collecte Zingen LB 288, 1.5.7.8Zegen

 

 

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: \n hansburger@filternet.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spam bots, u heeft Javascript nodig om het te bekijken

 

 

 

Preek over Matt 5,16: het goede nieuws van de stijl van het koninkrijk

 

Broers en zussen, broertjes en zusjes,

1. Als je later groot bent, wat wil je dan worden?  En hoe ziet alles er dan uit? Als je groot bent, in wat voor auto rijd je dan? In wat voor huis woon je dan? Dat zouden we graag willen weten. We kunnen niet in de toekomst kijken, en soms zouden we dat wel willen.

En dus proberen mensen iets van de toekomst al zichtbaar te maken. Tot 1999 had je in Rosmalen het huis van de toekomst van Chriet Titulaer. En sinds 2003 is er in Amsterdam gelukkig weer een huis van de toekomst. Zo kun je weer een kijkje nemen in de toekomst.

Wie van jullie is er wel eens in het huis van de toekomst in Amsterdam geweest?  Je kunt er allerlei interessante snufjes zien. Het huis heeft één groot computersysteem dat alles regelt: licht, temperatuur, beveiliging, zonnescherm, thuisbioscoop en muziekinstallatie. Alles zit bij elkaar in één systeem. Als je binnenkomt, wordt je gezicht geregistreerd. Bezoekers laten bij de ingang van Living Tomorrow hun gezicht scannen en leggen een aantal persoonlijke gegevens vast. De spiegel in de badkamer is tegelijk een computerscherm. De spiegel herkent wie hij voor zich heeft. Afhankelijk van de opgegeven voorkeuren krijg je passende informatie van de spiegel. Moeder krijgt van de spiegel te horen of ze straks in de file belandt. En de dochter hoort bij het tandenpoetsen dat zij straks zal natregenen op weg naar school. Zo heb je er nog veel meer snufjes.

De toekomst kun je niet zien, de techniek van de toekomst wel. Maar er is in de toekomst meer dan techniek. In de toekomst, misschien morgen wel, komt Jezus terug. Als Jezus komt, komt ook Gods koninkrijk voor altijd hier op aarde: een nieuwe aarde wordt het zelfs.

Hoe zou dat zijn?  Ook hier geldt dat je de toekomst niet kunt zien. Ook God kun je niet zien. Maar ook hier is een huis van de toekomst. Een huis dat de toekomst een beetje zichtbaar maakt. Zo kun je toch al iets zien van een onzichtbare toekomst. Waar is dat huis van de toekomst dan? Je zit er in! Dit gebouw heet niet voor niets ‘Voorhof’. Het is een eerste stap op weg naar Gods toekomst. Wij bieden hier een voorproefje van Gods toekomst – wij zijn het huis van de toekomst. Wij, de gemeente van Jezus Christus in deze wereld. Dat klinkt arrogant, maar dit is de plek die Jezus ons geeft.

 

2. Maar hoe zie je hier dan iets van de toekomst?  Hier krijg je toegang tot de bruiloft van het lam – een beter feest dan je hier op aarde je ook maar voor kunt stellen.

En van die toekomst wordt al iets zichtbaar. Niet door nieuwe technieken, door allerlei snufjes. Maar wel doordat we hier met God leven: kinderen van de Vader. Discipelen van Jezus, die met hem verbonden zijn. Mensen, vol van de Heilige Geest. En daar hoort een manier van leven bij. De huisstijl van het huis van de toekomst: de stijl van het koninkrijk.

Over die stijl van het koninkrijk gaat deze preek.  Het is de tweede preek in een serie over ‘Gemeente zijn vanuit het evangelie’ waarbij we stilstaan bij het goede nieuws van het koninkrijk. Vorige week ging het over het goede nieuws dat God onze Vader is. Vandaag over het goede nieuws van de stijl van het koninkrijk. Ook nu is er voor gebruik in bijbelstudie of groeigroep weer materiaal bij de preek beschikbaar, kijk maar op de site van de kerk onder downloads en preekverwerking.

Het goede nieuws van de stijl van het koninkrijk. Is dat wel goed nieuws, als je de bergrede leest? Alle geboden houden, grotere gerechtigheid hebben dan de Farizeeën, je houden aan de diepte van alle geboden?  In Matt 5 gaat Jezus niet in op de vraag of het voor ons goed nieuws is. Hij zegt iets anders: jullie zijn goed nieuws voor je omgeving. Jullie zijn het huis van de toekomst. Jullie maken Gods toekomst zichtbaar. Jullie manier van leven, de huisstijl van het huis van de toekomst, maakt Gods toekomst tastbaar. Jullie getuigen van God. Jullie voorkomen dat deze wereld kapot gaat. Ik las ergens van de week: als wij vandaag ophouden recht te doen, houdt morgen de wereld op te bestaan.

Jezus geeft ons een geweldig voorrecht. Zoals Hij zelf in eigen persoon goed nieuws is, zo zijn wij goed nieuws.  Wij zijn licht in een donkere wereld. Wij mogen iets van God laten zien.

Maar kunnen we dat wel? Is dat niet veel te hoog gegrepen? Jezus vraagt het niet. Hij constateert: jullie gebouw heet Voorhof. Voorproefje van een toekomst die komt. Jullie zijn het huis van de toekomst. Net als ik het licht in de wereld. Door je manier van leven: de stijl van het koninkrijk.

Laten we daarom eens gaan kijken hoe die stijl van het koninkrijk eruit ziet.

 

3. Als eerste: die stijl van het koninkrijk staat of valt ermee dat je in God geworteld bent, en daardoor niet meer op jezelf gericht.

En dat heeft alles te maken met die vraag van net: is het niet te hoog gegrepen allemaal? Jezus zegt het zo vanzelfsprekend: jullie zijn het zout van de aarde, jullie zijn het licht in de wereld, jullie zijn een stad op een berg, jullie moeten je licht laten schijnen.

Hoe kan hij dat zo zeggen? Dat kan omdat hij begonnen is met de zaligsprekingen. Daarin tekent hij iemand die nederig van hart is, zachtmoedig; iemand die niet blij is met het kwaad, maar verlangt naar het goede, naar gerechtigheid. En, denk aan de preek van vorige week, God is onze Vader. Een God die dichtbij is, liefdevol, vol zorg en aandacht. Jezus weet dat Hij vanuit die liefde gezonden is, om het licht van de wereld te zijn.

Wie moeten hun licht laten schijnen? Mensen die het niet van zichzelf verwachten, maar van God. Mensen die in Jezus Christus geloven als het licht van de wereld. En die daarom ook het licht in de wereld kunnen zijn.

Want wat zijn we van onszelf? We hebben moeite met God en met zijn wet. We vragen ons af of God wel dichtbij is. Of maken ons zorgen, dan hierom, dan daarom. We beoefenen onze gerechtigheid om door mensen gezien te worden. We zijn niet altijd even vergevingsgezind. En anders verzamelen schatten op aarde, en daar is ook ons hart. We hinken op twee gedachten: een beetje God dienen, een beetje voor onszelf zorgen, geld verdienen, rijk worden. We zeggen ‘Heer, heer’, maar vaak doen we niet.

Mensen, die opgesloten zitten in zichzelf. Vast zitten aan hun eigen leven. Weinig ruimte hebben voor God, voor onze naaste.  Is het niet?

Laat er in ons leven een vurig gebed zijn: Heer, Jezus Christus, ontferm u over ons. Wees voor ons het licht van de wereld. Vader, zorg voor ons zodat wij ons op uw rijk kunnen richten.

Want alleen vanuit God kan er iets open gaan. En daar begint die stijl van het koninkrijk ook: het niet van jezelf verwachten, maar van God. En een diep verlangen hebben naar het goede, naar gerechtigheid, naar een eerlijke wereld. Lijden aan al het onrecht. Je bent een licht in de wereld, als je zo in God verworteld bent.

Je bent niet op jezelf gericht, maar op God. Dan ben je een licht, dan verwijs je naar je Vader in de hemel.

 

4. Het tweede onderdeel van de stijl van Gods koninkrijk, de huisstijl van het huis van de toekomst is dit: dat we leven als getuigen van God en zijn rijk.

In onze maatschappij zien we godsdienst als iets dat privé is. En ook welke keuzes je maakt, welke normen en waarden je hebt, dat is iets van achter de voordeur. Gehoorzaamheid, dat is iets tussen jou en God – anderen hebben daar niet mee te maken. Sowieso is goed gedrag niet iets om je mee te profileren. Dan ben je al snel een heilig boontje. De aandacht trekken, dat doe je door je uiterlijk, je auto, je huis, je prestaties – door de manier waarop je je leven van buiten aankleedt.

Wat Jezus ons wil leren is een getuigende manier van leven. Dan gaat het er niet om dat je jezelf profileert, juist niet. Het gaat erom dat we door wat we doen verwijzen naar God. En daar mee is het niet meer strikt privé, de keuzes die je maakt. Het gaat juist om zo je keuzes te maken dat je leven een leesbare brief van Christus is. Het gaat erom dat ons leven past bij het rijk van God dat zometeen komt: alleen dan kunnen we samen in de Voorhof het huis van de toekomst zijn.

Als je voor een keus staat, heb je misschien wel de neiging om te denken: mag dit van God? Waar ligt de grens? Mag dit nog wel, of mag het niet? God wordt dan iemand die de grenzen stelt waarbinnen je je eigen gang kunt gaan. Hij kan dan ook een lastig iemand worden, die vooral zegt wat niet mag. Misschien merk je dat je de grenzen zoekt: dat je precies dat gaat doen waarvan je denkt dat God het nog net goed vindt.

Probeer het eens anders: hoe kan ik zo kiezen, dat ik Gods toekomst nu al zichtbaar maak? Hoe kan ik mijn leven zo inrichten dat mensen aan me zien dat ik niet bang ben voor de toekomst, maar naar Gods koninkrijk verlang? Hoe kan ik net zo liefhebben en vergeven als God, dat mensen via mij iets zien van Gods goedheid? Hoe kan ik getuigen van Gods liefde, in de gewone dingen?

De stijl van het koninkrijk: dat is op een creatieve manier iets van God, Gods goedheid, Gods koninkrijk laten zien in wat je doet, in de keuzes die je maakt.

 

5. We hebben nu dus twee dingen gehad: de stijl van het koninkrijk

– staat of valt ermee dat je in God geworteld bent, en daardoor niet meer op jezelf gericht.

– houdt in dat we leven als getuigen van God en zijn rijk

Het derde is: je omgeving wordt er beter van.

De beelden die Jezus hier gebruikt laten het zien. Denk aan het zout: Als wij er niet zijn om bederf tegen te gaan en smaak te geven, dan bederft de wereld. Als wij er niet zijn om ons licht te laten schijnen, dan blijft het donker.

Door vanuit God te leven, door naar God te verwijzen, door vanuit Gods rijk te leven, wordt Gods goede toekomst nu al tastbaar. Het leven komt nu al in het licht van Gods koninkrijk te staan. En daar wordt het leven mooier en beter van.

Of in elk geval: het leven wordt er minder slecht van. Immers, wat is de sfeer van de bergrede: niet een van wij gaan de wereld verbeteren. Het is eerder andersom. Deze wereld knarst en piept. Er is kwaad, er is onrecht, er is schuld, er gaat veel kapot. Gerechtigheid mist, vrede ontbreekt. Het schuurt en er loopt van alles aan. Er dreigt iets vast te lopen en definitief kapot te gaan.

Hoe reageer je daar op? Word je agressief en ram je er dan maar op los, om het gelijk nog maar een stuk erger te maken? Of word je passief en denk je: ze zoeken het maar uit met z’n allen? Of hobbel je maar verder en weet je dat jij de wereld ook niet zult verbeteren?

Jezus leert ons dit:Ga niet voor jezelf. Koester een diep verlangen naar God en naar zijn rijk. Wees barmhartig en heb oog voor mensen in nood. Profileer jezelf niet en zet jezelf niet op de voorgrond. Wees mild en oordeel niet. Blijf trouw en geef niet op, maar zet door. Vergeef en breng verzoening. Sticht vrede.

Deze wereld piept en knarst, als een slecht gesmeerde machine. Maar er is goed nieuws; Gods rijk is dichtbij. Jezus komt, en in zijn spoor komen zijn leerlingen. Jezus zal de machine repareren. Terwijl hij daarmee bezig is, zijn wij de smeerolie in die slechtlopende machine.

Dat wil zeggen: leef zo dat je omgeving er beter van wordt. Doe dat in het vertrouwen dat God voor jou zorgt. Laat zo je licht schijnen voor de mensen.

 

6. Wordt het beter in de toekomst? Hoe ziet de wereld er uit in de toekomst van God? Als je naar het huis van Gods toekomst kijkt, en dat zijn wij, wat zou je dan zeggen? Wij laten iets zien van hoe het straks zal zijn: door te leven in de stijl van Gods koninkrijk. De huisstijl van het huis van de toekomst.

Hoe zijn we gemeente vanuit het goede nieuws van Gods koninkrijk? Het begint ermee dat je tot je door laat dringen wat Jezus hier zegt. Goed nieuws is niet alleen goed nieuws voor onszelf. Goed nieuws is ook: wij zijn goed nieuws voor onze omgeving.

Mensen vragen regelmatig of je geloven kunt zonder de kerk. Dat kan vast. Maar kun je leerling zijn van Jezus op je eentje? Jezus brengt juist zijn leerlingen bij elkaar. Op je eentje heb je een kaarsje, maar met z’n allen heb je honderden kaarjes – en dan is het licht. Op je eentje ben je misschien een beveiligde deur, een hypoermodern snufje, een energiezuinig element. Maar alleen met elkaar kunnen we het huis van de toekomst zijn. Een huisstijl komt pas over als het overal terugkomt. Zo is het ook met de stijl van het koninkrijk. Alleen samen kunnen wij iets van Gods koninkrijk zichtbaar maken. Alleen samen kunnen wij ons licht laten schijnen. Juist samen zijn wij goed nieuws voor onze omgeving.

En dan begint het bij God zelf. Ik heb daar vorige keer in de preek apart bij stilgestaan, maar wil het nu toch weer benadrukken. Wij kunnen alleen samen huis van Gods toekomst zijn, als we zelf naar Gods koninkrijk verlangen. Daarom hebben we de liefde van God de Vader zo broodnodig. En daarom kunnen we niet zonder het licht van Jezus zelf. En wordt het niets als de Geest van Gods koninkrijk niet zelf in ons woont. Wij zijn alleen dichtbij Gods rijk wanneer de drie-enige God zelf dichtbij ons is.

Daar volgt uit dat je jezelf loslaat. Leer daarin van de psalmen, waarin mensen zichzelf toespreken. Mijn ziel, waarom ben je zo moedeloos? Richt je op God. Open je ogen voor je naaste en wees samen een licht voor de wereld. Leef niet voor jezelf, profileer jezelf niet, maar leef voor elkaar en vooral voor God.

En dan kunnen we gemeente zijn als huis van Gods toekomst in deze wereld. Dan zijn we echt een Voorhof, een voorproefje van wat straks komen gaat. Laten we ons daarvoor inzetten. Dat wil zeggen: we zijn hier niet gemeente om onszelf te op de voorgrond te zetten. We zijn niet gemeente om het met elkaar goed te hebben. Nee: het is goed nieuws voor Franeker dat wij er zijn – zo zet Jezus ons hier neer. Laten we zo, getuigend, dienend, gastvrij, een licht in de stad zijn.

Dan zijn we ook echt een tempel van de Heilige Geest: een plaats waar mensen komen omdat ze graag eer willen bewijzen aan onze Vader in de hemel.