2 Korintiërs 12:9 | Genade – alles wat je nodig hebt!

Wil je iets verkopen, dan moet je komen met een gelikt succesverhaal. Maar de boodschap van het kruis vraagt een heel ander verhaal: genade verdient een kwetsbaar verhaal. Als wij zwak zijn, kunnen we vertellen dat genade alles is.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in de afscheidsdienst van Franeker.

Liturgie
Zingen: Opwekking 789
Stil gebed
Zingen: Votum en groet (Sela)
Zingen: GKB Gezang 147 : 1, 3 en 4
Afscheidswoord Hanneke
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 2 Korintiërs 11 : 30 – 12 : 10
Zingen: GKB Psalm 73 : 9 en 10
Preek over 2 Korintiërs 12 : 9
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 5 : 3 – 10
Zingen: Opwekking 331
Viering avondmaal
Zingen: NLB Psalm 103c : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 416 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

Genade – alles wat je nodig hebt!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik sta hier vandaag voor het laatst
Of in ieder geval voor het laatst als eigen voorganger van deze gemeente –
want ik ben zeker wel van plan terug te komen,
maar dan als gastvoorganger.
Deze laatste keer wil ik terug naar de eerste keer: 1 april 2012.
Ik studeerde en was beroepbaar,
en ik mocht in Franeker ‘op beroep’ komen preken.
Hanneke was niet mee, die was zogenaamd ziek,
maar eigenlijk net in verwachting van Daniël.
Van de vrouwenvereniging kregen we toen nog een kaartje
waarin Hanneke beterschap werd gewenst.

dia 2 – genade – alles wat je nodig hebt!
Die allereerste keer preekte ik over 2 Korintiërs 12:9:
‘”Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,
want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.”
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid,
zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.’
Ik had die tekst toen niet bewust voor Franeker uitgekozen:
het was gewoon de meest recente preek die ik geschreven heb.
Maar deze tekst is altijd dicht bij mij gebleven –
en daarom heb ik juist deze tekst gekozen om mee af te sluiten.

“Je hebt niet meer dan mijn genade nodig”,
dat is alles wat ik in de jaren hier in Franeker heb willen zeggen.
Genade, genade en nog meer genade!
Daarom het thema vanmorgen:
genade – alles wat je nodig hebt.

1. Gelikt succesverhaal
dia 3 – gelikt succesverhaal
Maar is dat echt zo?
Is genade alles wat je nodig hebt?
De christenen in Korinte hebben daar zo hun vragen bij.
Genade alleen – dat is toch wat mager –
in een bloeiende kerk mag je toch wel meer verwachten?
Dat is in ieder geval wel de boodschap van de leraren in de Korintische kerk,
door Paulus sarcastisch ‘die geweldige apostelen van u’ genoemd.
Zij staan voor een gelikt succesverhaal.

dia 4 – in Korinte: charismatische leraren – beheersen verteltechniek
Een gelikt verhaal:
ze weten precies hoe je een verhaal aantrekkelijk presenteert.
In mijn boekenkast staat een boek met de prachtige titel:
‘ijs verkopen aan Eskimo’s’ – over allerlei presentatietechnieken.
Daar hoefde je die Korintische leraren dus niets over te vertellen.
Zij beheersten de verteltechniek, de retorica, tot in de puntjes.
Als zij iets vertelden, hingen de mensen aan hun lippen.
Zij zouden inderdaad zelfs aan Eskimo’s ijs kunnen verkopen.

dia 5 – vertellen succesverhalen
Bovendien is het een succesverhaal.
Ze praten graag over de successen van het geloof.
Als ‘gewone’ christen tel je eigenlijk niet mee.
Je moet je recht van spreken in de kerk verdienen
door aan te komen met verhalen over bijzondere godservaringen,
verhalen over mensen die door jou tot geloof zijn gekomen,
of verhalen van mensen die God door jou genezen heeft.
Het is trouwens prachtig als deze verhalen verteld kunnen worden,
maar niet om elkaar op grond hiervan te beoordelen.

dia 6 – Paulus steekt daar bleek bij af
Dat gebeurde in Korinte wel.
Vergeleken met die ‘superapostelen’ steekt Paulus bleek af.
Hij moet het van zijn inhoud hebben,
niet van zijn charismatische voorkomen.
Hij zegt het zelf in hoofdstuk 11:
‘ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg.’
Oftewel: Paulus heeft echt iets te zeggen,
maar slaagt er niet altijd in de boodschap aantrekkelijk over te brengen.

Bovendien komt Paulus niet met een succesverhaal –
al kan hij dingen vertellen waar menig christen jaloers op is.
Maar hij vertelt liever over tegenslag en zwakte.
Over die keer dat hij in Damascus was,
en de stad hermetisch werd afgesloten voor een klopjacht op Paulus,
en Paulus in een mandje over de stadsmuur naar beneden werd gelaten.
Klinkt voor ons als een stoer heldenverhaal,
maar werd toen gezien als een aftocht om je voor te schamen.
Of die doorn in het vlees – wat het ook maar precies is.
In de ogen van de Korintische christenen
is Paulus daarom het kneusje onder de apostelen.

dia 7 – ook wij aanbidden kracht
Volgens mij is er niets nieuws onder de zon.
De christenen in Korinte horen graag een gelikt succesverhaal –
dat geldt voor ons niet minder.
Onze samenleving aanbidt kracht.
Als jij een verhaal te vertellen hebt,
en daar mensen graag in wilt meenemen,
dan kun je maar beter met een gelikte presentatie komen.
Want, verwend als we zijn, vinden we het al snel saai.
We willen een show.

En ook wij houden van succesverhalen.
De eerste vraag die wij stellen als iemand ons ergens van wil overtuigen,
is deze: ‘wat heb ik eraan?’
Reclamemakers doen niet anders dan die vraag beantwoorden.
En het mooiste is als je in 1 zin kunt zeggen wat je ergens aan hebt.
Vertaald naar het christelijk geloof wordt dat: ik geloof omdat het werkt.

Net als Paulus kan ik die verwachtingen niet waarmaken.
Ik heb grote bewondering voor cabaretiers die de zaal kunnen bespelen,
die precies weten waar ze mee bezig zijn en de aandacht perfect weten vast te houden.
En ik weet ook wel: vaak zit daar een heel team achter,
of gaan er aan de show maanden voorbereiding inclusief try-outs vooraf,
maar toch: ik kijk naar hen op.
Zelf ben ik niet zo’n ster.
Ik zou graag al lopend over het podium mijn verhaal willen doen,
maar sta nog altijd veilig achter de lessenaar,
en werp om de zoveel woorden een blik op mijn uitgeschreven tekst.

Ik heb ook al geen succesverhalen.
Heel veel weet ik gewoon niet, en bij vlagen vind ik geloven moeilijk.
Om het nog maar niet te hebben over al die manieren van geloven.
Wat ik moet denken van gebedsgenezing, de evolutietheorie of Israël,
ik vind het maar wát verwarrend!
Ik ben geen supergelovige met indrukwekkende godservaringen,
maar ik houd wel van Jezus,
en kan niet anders dan steeds weer getroffen te worden
door hoe het kruis van Jezus de wereld op zijn kop zet.
That’s it.

2. Genade verdient een kwetsbaar verhaal
dia 8 – genade verdient een kwetsbaar verhaal
En dan vind ik het schitterende van 2 Korintiërs 12: dat is genoeg!
Natuurlijk voel ik de verleiding het mooier te maken,
maar het hóeft helemaal niet!
Paulus wil ook graag een krachtiger verhaal kunnen neerzetten,
hij bidt daar om, hij smeekt van zijn ‘doorn in het vlees’ bevrijd te worden,
zodat hij de boodschap van Jezus krachtiger kan brengen,
maar God zegt tegen Paulus: ‘nee!’
Want de boodschap van genade verdient een beter verhaal.
Geen gelikt succesverhaal – dat vertelt dat genade niet genoeg is.
Genade verdient een kwetsbaar verhaal,
waarin Gods kracht, waarin het wonder van het kruis, kan blinken!

dia 9 – geen succes, maar de kracht van het kruis
Geen succesverhaal dus,
over hoe geweldig het leven als christen wel niet is.
‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,’ zegt God tegen Paulus,
‘wánt kracht wordt zichtbaar in zwakheid’.
Wij vertellen graag over onze successen, ik ook,
maar als het over God gaat,
vertellen je mislukkingen een veel krachtiger verhaal!

Als er iemand is die met een krachtig verhaal kan komen,
dan is het God wel!
Als God naar deze wereld komt,
dan mag je verwachten dat het zo overweldigend is
dat iedereen op knieën valt om hem te aanbidden.
Maar zo kwam God dus niet.
Niet krachtig, maar als een zwakke baby,
die zijn leven begint als vluchteling.
Daarmee is de toon gezet.
Ook zijn verdere leven is geen klassiek succesverhaal:
steeds meer mensen moeten niets van hem hebben,
tot Jezus uiteindelijk uit de weg geruimd wordt aan het kruis.
Dat is geen succesverhaal – het is een complete mislukking!
Maar juist die mislukking is het hoogtepunt in Gods reddingsplan voor de wereld!
‘Kracht wordt zichtbaar in zwakheid’ – Jezus is het ultieme bewijs.

Als we dat echt geloven,
dan moeten we dus ook niet met allerlei succesverhalen komen aanzetten.
We hoeven het christelijk geloof niet te verkopen
door duidelijk te maken welke voordelen je er allemaal van hebt.
Soms ‘werkt’ geloven helemaal niet.
Paulus smeekt om genezing – maar hij moet het met genade doen.
Dat is best een lastige boodschap, zeker voor mensen die graag resultaat zien,
maar christelijk geloof gaat niet om voordelen: genade is genoeg!
En waar wij zwak zijn, niet kunnen vertellen van onze successen,
daar kan Gods kracht zichtbaar worden.

dia 10 – geen show, maar een kwetsbaar verhaal
Genade verdient ook geen gelikt verhaal.
Er is geen uiterlijk vertoon nodig om Christus aan de man te brengen.
Want daar druipt het succes vanaf.
Je kunt nog zo zeggen dat het niet om succes gaat,
maar als je ondertussen een professionele show optuigt,
die niet onderdoet voor wat je op de televisie te zien krijgt,
straal je wel degelijk uit dat we als kerk krachtig moeten zijn.
Maar de boodschap van genade verdient een kwetsbaar verhaal.
We hoeven Christus niet in de markt te zetten,
de boodschap van het kruis, de boodschap van genade,
die overtuigt in zichzelf.

Ik heb wel eens preken gehouden waar ik tevreden over was.
Dat waren dus niet mijn beste preken…
Als een preek ervoor zorgt
dat ik bijzonder in mijn nopjes ben met mijzelf,
dan is er ergens toch iets mis gegaan!
Gelukkig heb ik vaker dat ik na een preek denk: dat had beter gekund.
Dat houd mij klein, en laat mij beseffen dat het een wonder is
dat God door mij heen mensen wil aanspreken,
en dat dat nog gebeurt ook!

dia 11 – het effect: genade blinkt!
Daarmee komen we bij het effect:
als we geen gelikte succesverhalen vertellen,
dan kan genade blinken.
Want gelikte succesverhalen, die gaan niet over God.
Die verhalen zeggen: ‘kijk mij nou’.
Dat past perfect in onze samenleving,
en ook in Korinte werden de mensen graag opgemerkt.
Maar niet ik moet gezien worden – Gód moet gezien worden!
Niet míjn kracht, maar zíjn genade!

Ik heb het mogen merken, deze jaren in Franeker.
Als ik deed alsof ik sterk was,
want ik ben dat niet, ik doe maar alsof,
dan lukt het niet van genade te vertellen.
Maar als ik me realiseerde dat ik de antwoorden niet heb,
en als ik de pijn van het leven voelde,
juist dan konden we samen dicht bij God komen.
Ik heb het gemerkt in het bezoekwerk,
in het contact met jongeren op catechisaties,
in het preken: als ik zwak was, ontstond er ruimte voor contact.
Juist daar kon genade schitteren!

3. Verspilde moeite?
dia 12 – verspilde moeite?
Toch heb ik me er niet gemakkelijk vanaf gemaakt.
Ik heb heel wat tijd gestoken in het voorbereiden van preken.
Ik heb cursussen gevolgd om beter te kunnen preken,
en dat boek gelezen: ‘ijs verkopen aan Eskimo’s’.
Had ik dat allemaal beter niet kunnen doen,
en moet ik dat boek maar verbranden?
Is dat verspilde moeite geweest
die de boodschap van het evangelie alleen maar in de weg staat?

dia 13 – genade verdient een zorgvuldig verhaal
Nee, dat geloof ik niet.
De boodschap van het kruis verdient het om met zorg gebracht te worden.
Een preek is niet bedoeld als een slecht en saai verhaal,
waarin voorgangers zoals ik hun eigen onkunde tonen.
Paulus zegt wel van zichzelf dat hij niet welsprekend is,
ondertussen nuanceren zijn brieven dat beeld op zijn minst.
Als je Paulus’ brieven eens in z’n geheel leest,
dan valt al snel op dat Paulus een duidelijke opbouw gebruikt.
Die opbouw kun je ook nog naast de verteltechniek van die tijd leggen,
de klassieke Griekse retorica,
en die blijkt Paulus uitstekend te beheersen!
Paulus maakt daar vrijmoedig gebruik van,
om de boodschap van het evangelie met kracht neer te zetten.

Als we over Jezus vertellen,
dan mogen we gebruik maken
van alles wat de communicatiewetenschappen ons leren –
zodat als mensen afknappen, dat niet is omdat ze tijdens de preek in slaap vallen!
Als we over Jezus vertellen,
dan moeten we ook niet blijven steken bij hoe moeilijk geloven is,
bij onze twijfels en moeiten,
maar moeten we vertellen van Gods kracht.

dia 14 – maar nooit ‘kijk mij eens’
Maar het moet geen: ‘kijk mij eens preken’ worden.
Want ik geloof dat God veel interessanter is,
veel meer je aandacht waard, dan dat ik dat ben.
Paulus leert zichzelf niet groot te maken, maar God,
en ik hoop dat dat in mijn preekwerk ook steeds te proeven is.

4. Sta genade niet in de weg
dia 15 – sta genade niet in de weg
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij:
voor ons allemaal geldt dat we er niet zijn om onszelf groot te maken,
maar om God groot te maken.
Als we echt geloven dat genade alles is wat je nodig hebt,
dan moeten we die genade ook niet in de weg staan.

dia 16 – gids
Een mooi voorbeeld kwam ik tegen in een boekje van Max Lucado.
Hij vertelt over een jongeman die in een museum rondleidingen geeft.
De mensen die hij rondleidt zijn onder de indruk van de prachtige schilderijen,
en de jongeman neemt alle complimenten dankbaar in ontvangst.
Het voelt alsof de complimenten voor hem zijn,
al kan hij zelf absoluut niet schilderen.
Hij wordt trotser en trotser,
tot hij op een dag voor de schilderijen gaat staan,
en iedereen hem bewonderen kan in plaats van de schilderijen.

dia 17 – durf zwak te zijn – dan komt er ruimte
Ik als predikant, wij als kerk,
moeten niet vóór de boodschap van genade gaan staan.
Doe niet alsof jouw leven één groot succesverhaal is!
Houdt de schijn niet hoog dat jij een geweldig leven hebt,
door alleen mooie dingen te delen en moeilijke dingen voor jezelf te houden.
Juist als we eerlijk zijn, naar elkaar en naar God,
als we zwak durven te zijn
en toe kunnen geven dat we niet alle antwoorden hebben,
juist dan komt er ruimte voor God,
ruimte om elkaar bij het kruis van Christus te ontmoeten!
Het eerlijke, kwetsbare verhaal van genade
is veel mooier dan de gelikte succesverhalen die je overal hoort.

dia 18 – avondmaal
Daarom vind ik het ook zo mooi dat we vandaag avondmaal vieren.
Dat is misschien een beetje gek in een afscheidsdienst,
maar ik ben er heel blij mee!
Want aan de maaltijd van Jezus zijn we allemaal gelijk.
Daar zijn geen succesvolle en minder succesvolle christenen.
We komen er als zwakkelingen, als losers,
die weten dat Gods genade alles is!
Daar komen we bij hem die voor ons zwak geworden is.
Zijn genade is alles wat je nodig hebt!
Amen.




Rechters 17-21 | Verlos ons van onszelf

Hoe ziet een wereld eruit waar God zich heeft teruggetrokken? Dat zie je in de laatste hoofdstukken van Rechters. Dan wordt duidelijk hoe diep het kwaad in iedereen zit. We moeten verlost worden, niet van omstandigheden of van andere mensen, maar van onszelf!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Psalm 137a : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalmen voor Nu 130
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen wet
Zingen: GKB Gezang 156 : 1, 2, 3 en 4
Lezen: Rechters 21 : 1 – 25
Zingen: GKB/NLB Psalm 12 : 1, 2 en 5
Preek over Rechters 17 – 21
Zingen: GKB Gezang 157
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 72 : 1, 2 en 10
Zegen

Verlos ons van onszelf

Inleiding
dia 1 – rommel
Wie wel eens bij ons thuis geweest is,
zal vast gemerkt hebben dat opruimen niet onze hobby is…
Als we van tevoren weten dat we gasten krijgen,
dan willen we de schijn nog wel eens hoog houden,
en alle troep uit het zicht schuiven.
Maar kom je onaangekondigd,
dan is de kans groot dat je struikelt over het speelgoed dat overal rondslingert.

Dat doen wij dus ook met enige regelmaat:
struikelen over het speelgoed…
Of er mijn teen aan stoten: au!
Als het mij overkomt, probeer ik altijd me niet te laten kennen,
en het te laten bij een welgemeend ‘au!’
Maar op zo’n moment laat ik me wel eens gaan.
‘Wie laat die troep hier dan ook rondslingeren!’
Natuurlijk, ik had beter uit mijn doppen moeten kijken,
het is gewoon mijn eigen schuld.
Maar ik probeer de schuld af te schuiven.

Daar zijn wij, mensen, meesters in.
Het is altijd de schuld van een ander.
Maar is dat nou wel zo eerlijk?
De laatste hoofdstukken van Rechters dagen je uit eens beter naar jezelf te kijken.
Het is makkelijk anderen overal de schuld van te geven,
maar zitten onze diepste problemen niet gewoon in onszelf?

dia 2 – verlos ons van onszelf
Het hele boek Rechters stemt niet vrolijk,
Israël doet maar wat, en op de leiders valt heel wat aan te merken.
Wie had gehoopt dat er dan toch in ieder geval een happy end zou volgen,
moet ik helaas teleurstellen:
Rechters eindigt nog lelijker dan het begon.
Het is een ontluisterend einde van het boek,
dat laat zien hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Vandaag kijken we naar deze hoofdstukken vanuit het thema:
verlos ons van onszelf.

1. Ieder eigen baas
dia 3 – ‘iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was’
We lazen, als laatste vers van de schriftlezing:
‘in die tijd was er geen koning in Israël;
iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.’
Dat zinnetje is het refrein van de slothoofdstukken van Rechters.

Ergens klinkt dat best aantrekkelijk.
Ik denk dat veel mensen ervoor zouden tekenen.
Niet doen wat je volgens anderen zou moeten doen,
maar het doen zoals je het zelf wilt doen: dat klinkt als vrijheid.
Je bent eigen baas,
je wordt niet beknot door allerlei geschreven dan wel ongeschreven regels.
Doe maar gewoon wat jou goed lijkt.
Zo wil de Nederlandse samenleving ook zijn:
jij mag je leven op jouw manier inrichten,
en anderen moeten dat maar gewoon respecteren.

Die vrijheid lijkt mij een groot goed,
maar in Rechters 17-21 zie je de andere kant.
De vrijheid slaat door, het is ieder voor zich,
en het wordt een afschuwelijk puinhoop.
Deze hoofdstukken vertellen wat er gebeurt
als iedereen eigen baas speelt en doet wat goed is in eigen ogen.
Dat wordt verteld in 2 verhalen,
die een beeld moeten geven van het leven in de tijd van de Rechters.
Die verhalen staan dan wel aan het einde van het boek,
maar waarschijnlijk zijn het parallelverhalen,
die zich gelijktijdig met de verhalen over de rechters afspelen.

dia 4 – wat er dan gebeurt: 2 verhalen (beeldjes)
Het eerste verhaal, Rechters 17-18,
werkt dat ‘ieder eigen baas’ vooral uit voor de godsdienst.
Het verhaal gaat over een zekere Micha
die de spaarrekening van zijn moeder geplunderd heeft.
Moeder weet niet dat zoonlief dit op zijn geweten heeft,
en vervloekt de dief.
Micha biecht het toch maar op,
en in plaats van dat hij de wind van voren krijgt,
krijgt hij van moeder een aai over zijn bol.
Samen laten ze er een godenbeeld van maken.

Het beeld komt terecht in het heiligdom van Micha,
die al langer werkt aan een collectie godenbeeldjes.
Het enige wat ontbreekt is een eigen priester.
Maar als een Leviet langskomt,
gaat ook die langgekoesterde wens van Micha in vervulling:
hij krijgt een privépriester.
Het geluk lacht Micha toe:
hij denkt dat hij met al zijn inspanningen God voor zich heeft gewonnen.

Maar dan komt de stam Dan op bezoek.
Ze beroven Micha, nemen het godenbeeld mee,
en doen de Leviet een aanbod dat hij niet kan weigeren.
De Leviet maakt een flinke carrièresprong en gaat mee met Dan.
De Danieten veroveren een stad,
overigens niet in het gebied dat God hen had toegewezen – ze doen maar wat –
en richten een nieuwe heiligdom in voor het beeld van Micha.

Dit verhaal laat vooral zien
hoe Israël totaal de weg kwijt is in hun dienst aan God.
Het volgende verhaal, in Rechters 19-21, maakt het nog veel bonter.
Dit is misschien wel het lelijkste bijbelverhaal dat er is.

dia 5 – (afbeelding weg)
Een Leviet heeft een ‘bijvrouw’.
Daar begint het al.
Over een vrouw wordt niet gesproken,
waarschijnlijk heeft hij alleen die bijvrouw.
Een vaker voorkomend trucje om wel de lusten,
maar niet de lasten van het huwelijk te hebben.
Hij had haar voor de seks, voor het huishouden en voor de status.
De bijvrouw krijgt genoeg van hem en slaat de deur achter zich dicht.
Ze trekt weer bij haar vader in.
Maar de Leviet gaat op reis om haar terug te halen.
Zijn plan slaagt: hij krijgt zijn eigendom – want zo ziet hij haar – weer mee.

Op de terugweg moeten ze ergens overnachten,
maar liever niet in Jebus: daar wonen Kanaänieten, dat is niet vertrouwd.
Ze lopen door naar Gibea, in handen van de Israëlieten uit de stam Benjamin.
Daar moeten ze toch een plekje kunnen vinden voor de nacht.
Dat valt tegen.
Niemand vangt hen op,
tot een oude man, die zelf ook geen Benjaminiet is,
hen uitnodigt bij hem te overnachten.
Dan weten de Benjaminieten de reizigers opeens wel te vinden:
ze kloppen aan en vragen naar de Leviet – ‘we willen hem nemen!’
Dat wordt de gastheer wat al te gortig,
in plaats daarvan stuurt hij zijn eigen dochter en de bijvrouw naar de mannen.
De bijvrouw wordt de hele nacht verkracht, tot ze er dood bij neervalt.

Ik vertel het nu in een paar zinnen,
maar wat een drama is dit!
Alles in mij verzet zich hier tegen.
Dit kán toch niet?!

Dat vinden de andere Israëlieten gelukkig ook,
en er wordt een strafexpeditie naar Benjamin gehouden.
Benjamin weigert de schuldigen uit te leveren,
waarop de rest van Israël Benjamin de oorlog verklaart.
De stam Benjamin wordt bijna uitgeroeid.
Even later komt Israël weer bij zinnen:
dit was misschien wat al te drastisch.
Daar lazen we over uit Rechters 21.
Een hele stad, Jabes, wordt door de Israëlieten uitgemoord,
om de laatste overgebleven Benjaminnieten van vrouwen te kunnen voorzien…

Is dit Israël? Is dit het volk van God?
Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen?
Het doet sterk denken aan het bijbelverhaal van Lot in Sodom,
waar de inwoners van Sodom zich willen vergrijpen aan Lots gasten.
Dat wordt door heel de bijbel gezien als het toppunt van goddeloosheid,
maar nu gedragen Israëlieten zich al net zo…
En in plaats van de Kanaänieten uit het land te verdrijven,
roeien de stammen van Israël elkaar bijna uit…

dia 6 – vervreemdend, maar herkenbaar…
Die twee verhalen waar Rechters mee afsluit zijn heel vervreemdend.
Vooral dat afschuwelijke laatste verhaal.
Dat is zo weerzinwekkend!
Je snapt niet wat zo’n verhaal in de bijbel doet.
Aan de andere kant zijn deze verhalen maar wát herkenbaar!
Misschien staan ze daarom wel in de bijbel.
‘Ieder deed wat goed was in eigen ogen’ – zo leven wij toch?!
En zo’n puinhoop als in deze verhalen is het bij ons misschien niet,
maar nog altijd worden vrouwen verkracht en onderdrukt.
Nog altijd gebruiken mensen elkaar om hogerop te komen.
Nog altijd vergelden we kwaad met nog meer kwaad.
Het kwaad is overal!

2. Het kwaad in ons
dia 7 – het kwaad in ons
Maar wat moet je met deze verhalen?
Kunnen we er nog iets uit halen waar we wat mee kunnen?
Ik denk het wel: deze verhalen laten ons zien hoe diep het kwaad in ons zit.
Ik zou het wel zo willen zeggen:
in Rechters 17-21 krijg je een blik op de hel.
Hier zie je wat er gebeurt als God mensen aan zichzelf overlaat.
Dan krijgt het kwaad vrij spel.

dia 8 – 2 conclusies: 1. niemand is onschuldig
Uit die twee verhalen kun je in ieder geval 2 conclusies trekken.
Conclusie 1: niemand is onschuldig.
Wij houden van verhalen met een good guy en een bad guy.
Laat er in die enorme puinhoop toch tenminste een echte held zijn,
iemand op wie niets aan te merken valt,
die niet met het kwaad besmet is.
Maar in deze verhalen zoek je tevergeefs naar zo’n held.
Daarom lopen ze ook zo onbevredigend af.

In deze verhalen zijn álle hoofdpersonen slecht:
Micha – die geld steelt van zijn moeder en God probeert te manipuleren,
zijn moeder – die haar zoon niet aanpakt en meedoet in de beeldenverering,
de Leviet – die zijn roeping verkwanselt en zich als priester verhuurt,
de Danieten – die maar wat aanrommelen in plaats van God serieus te nemen.
In dit verhaal is geen enkele held te bekennen.
Voor het andere verhaal geld dat ook.
Bij de Leviet is dat wel heel duidelijk: hij geeft niets om zijn vrouw.
Maar óók die bijvrouw is geen held:
ze is haar man ontrouw,
slaapt met andere mannen die haar meer liefde geven.
Wat haar later overkomt is afschuwelijk,
en ik bedoel absoluut niet dat zij daar zelf schuldig aan is,
maar een held, dat is ze niet.
Haar vader ook niet: die heeft zijn dochter verkocht.
De oude gastheer lijkt nog het meest een held,
tot hij de vrouwen zijn huis uit stuurt.
Over de Benjaminnieten hoeven we het niet eens te hebben,
en de rest van Israël verergert het alleen maar.

Wat hier gebeurt, is dat God zich heeft teruggetrokken,
en nu pas goed duidelijk wordt hoe door en door verrot het systeem is,
hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Maar het kwaad zit niet alleen in het systeem, zit niet alleen in anderen:
het zit in iedereen.
In deze verhalen is er niemand die het kwaad slechts overkomt,
niemand die kan wijzen naar wat anderen allemaal fout doen,
zonder ook naar zichzelf te moeten wijzen.
En ik geloof dat dat een diepe waarheid onthult:
als God ons aan onszelf overlaat,
wordt duidelijk hoe diep het kwaad zich in ieder van ons genesteld heeft.
Het is de misschien wat omstreden, want onaangename, waarheid
uit Catechismus Zondag 3: ‘zijn wij zo verdorven
dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.’

dia 9 – 2. we straffen onszelf
Niemand is onschuldig – dat is 1.
Conclusie 2: we straffen onszelf.
God hoeft helemaal geen vijanden naar Israël te sturen
om hen te straffen voor hun goddeloosheid.
Nee: de Israëlieten straffen zichzelf wel!
Als God zich alleen maar terugtrekt, breekt de hel al los.

Ze proberen het wel, de boel leefbaar houden,
maar slaan de plank volledig mis.
Ze hebben wel door dat wat in Gibea gebeurd is écht niet kan,
maar met hun reactie maken ze het alleen maar erger.
Elk kwaad moet vergolden worden met een nog groter kwaad,
tot de burgers van Jabes, die zich wijselijk buiten dit verhaal hebben gehouden,
de rekening gepresenteerd krijgen: zij worden geofferd voor Israëls schuld.

Gods straf voor de Israëlieten is zo eenvoudig:
hij laat de Israëlieten hun gang gaan,
en ze maken er zelf een hel van.
En ik geloof dat ook dat nog altijd geldt:
als God ons aan ons lot overlaat,
als God zegt: ‘jullie zoeken het maar uit,
ik trek me terug en lees wel in de krant hoe jullie het er vanaf brengen’,
dan straffen we onszelf wel.

dia 10 – Jezus: de koning die ons kan verlossen
Daarom dat thema: ‘verlos ons van onszelf.’
Het slot van Rechters smeekt daarom.
Niet voor niets wordt 4 keer gezegd dat er geen koning was.
Alleen een koning, naar wie de mensen luisteren, kan de orde herstellen.
En dan blijkt in het vervolg van de bijbel dat ook koningen tegenvallen.
Er is er maar 1 die ons verlossen kan van de puinhoop van het leven,
die ons verlossen kan van onszelf: dat is Jezus.
In Johannes 3 staat dat God de wereld zo lief had dat hij zijn Zoon gaf.
Wat een wonder: hij had de wereld lief!
Déze wereld, waarin het kwaad zo diep genesteld zit.
God geeft zijn Zoon aan déze slechte mensen,
om ons te verlossen van onszelf!

3. Echt zo erg?
dia 11 – echt zo erg?
Dit is wel een beetje een doemverhaal.
Ik kan me voorstellen dat je je afvraagt:
‘is het echt zo slecht met ons gesteld?
Zit dat kwaad echt zo diep?
Als ik om me heen kijk, zie ik zeker slechte dingen,
maar ik zie ook veel goeds,
en al met al is Nederland best leefbaar.’
Is het wel echt zo erg?

dia 12 – de rechtsstaat als geschenk van God (rechter)
Wat helpt is dat wij, in tegenstelling tot Israël,
wél een koning hebben.
Daarmee bedoel ik niet eens zozeer koning Willem Alexander,
maar vooral dat Nederland een rechtsstaat is.
In Nederland functioneert een systeem waar wetten worden gemaakt
en ook worden gehandhaafd.
In Nederland hoef je geen eigen rechter te spelen, het is zelfs verboden,
omdat er rechters zijn met gezag.
Het ‘ieder doet wat goed is in eigen ogen’
is in Nederland ingeperkt: dat houdt het leefbaar.
Ik denk dat je daarom kunt zeggen dat zelfs niet-christelijke regeringen
iets van het gezag van God uitoefenen:
door hen heen zorgt God ervoor dat het leefbaar blijft.
God levert ons niet aan onszelf uit –
onze democratische rechtsstaat is echt een geschenk van God!

dia 13 – Jezus gaat verder: het hart ipv het gedrag
Tegelijk: een koning, of een regering, heeft maar beperkte macht.
Ze kunnen gedrag veranderen, door te straffen.
Daarmee kunnen ze het kwaad onderdrukken, reguleren.
We hebben geleerd ons te gedragen,
maar daarmee is het kwaad nog niet uit ons!
Daarom is Jezus de betere koning:
hij verandert niet alleen het gedrag.
Hij pakt het probleem bij de wortel aan:
het kwaad dat zo diep in ons zit.
Jezus doet wat geen koning kan: hij verandert het hart.
Hij zorgt ervoor dat we het kwaad niet alleen maar láten,
omdat het voor ons nadelige consequenties heeft,
maar dat we het kwaad ook háten.

4. Verlos ons van onszelf
dia 14 – verlos ons van onszelf!
Het kwaad zit diep in ons.
Rechters 17-21 daagt je uit om dat te erkennen.
Je kunt die verhalen heel makkelijk langs je heen laten gaan:
‘ach, moet je kijken, wat een bende.
Nee, gelukkig brengen wij het er heel wat beter vanaf.’
Maar dan heb je echt het punt gemist!
Kijk nou eens eerlijk naar jezelf.
Durf te zien hoe ook jij verstrikt zit in het kwaad.
Ik bén niet goed!
De wereld ís niet beter af met mij!
Natuurlijk, ik heb geleerd me te gedragen,
maar het kwaad zit er echt nog wel!

Daarom is ons gebed: verlos ons van onszelf!
Niet: verlos van onze omstandigheden.
Niet: verlos ons van anderen.
Maar: verlos ons van onszelf – want wij kúnnen het niet!

En wonder boven wonder: God doet het nog ook!
De bijbel eindigt niet met Rechters 21.
God gaat door, hij laat ons niet aan onszelf over.
Hij geeft zijn Zoon.
Laat hij je van jezelf verlossen –
en ontdek hoe Gods liefde de plek van het kwaad in jou inneemt!
Amen.




Rechters 3b-16 | Wie kan de macht aan?

Macht doet iets met mensen, en meestal is dat niet positief. Dat zie je ook bij de Rechters van Israël: hoe verder in het boek je komt, hoe minder het stoere helden zijn, en hoe meer het juist dubieuze leiders zijn. Rechters vraagt om een heel andere leider!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Psalm 137a : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 176b
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Rechters 8 : 4 – 32
Zingen: GKB Psalm 78 : 16, 19 en 20
Preek over Rechters 3b-16
Zingen: Opwekking 378
Kinderen terug
Onderwijs bevestiging diaken
Bevestiging Sjoerd Wijnsma
Zingen: NLB Psalm 23b : 1, 2, 3, 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 103 : 1, 5 en 7
Zegen

Wie kan de macht aan?

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag wil ik beginnen met een citaat:
“all animals are equal, but some are more equal than others.”
Oftewel: “alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan anderen.”
Wie herkent het citaat?
Waar komt het vandaan? (Animal Farm, George Orwell)

dia 2 – Animal Farm
Animal Farm is één van de klassiekers van de Engelse literatuur.
Dat is niet echt mijn specialisme,
maar dit boek las ik al in vwo 3 voor mijn literatuurlijst Engels.
En: ik heb hem ook nog braaf in het Engels gelezen,
niet in een Nederlandse vertaling.

Animal Farm verscheen voor het eerst in 1945, en is een moderne fabel:
een verhaal over dieren met een duidelijke boodschap.
De boodschap van Animal Farm gaat over macht:
over hoe mensen vol idealen hun idealen verliezen zodra ze de macht krijgen.
Macht doet iets met mensen, en meestal is dat niet positief!

Het verhaal gaat over een boerderijrevolutie.
Nee, niet over de introductie van melkrobots ofzo,
maar over de boerderijdieren die de macht grijpen.
Ze zijn hun boer, een dronkenlap die zijn dieren verwaarloost, helemaal zat,
en verdrijven hem van de boerderij.
Ze denken dat ze het zelf beter kunnen,
en het begin is ook veelbelovend.
De belangrijkste regel: all animals are equal.
Geen dier mag de baas spelen over een ander dier,
en alle dieren hebben dezelfde rechten.
Dat is het ideaal.

Maar al snel blijkt de praktijk anders.
De leiders van de boerderij krijgen bepaalde privileges.
Ze proeven van de macht, en het smaakt naar meer.
Zij zijn de leiders, ze dragen een hele verantwoordelijkheid,
daar mag dan toch ook wel wat tegenover staan?
Het oude motto, all animals are equal, wordt uitgebreid:
but some are more equal than others.
Het gaat van kwaad tot erger,
tot de gewone boerderijdieren zelfs weer terugverlangen naar hun oude boer,
die hen dan wel verwaarloosde, maar hen tenminste niet uitbuitte.

Orwell schreef dit niet zomaar als les over wat macht met je kan doen:
het boek gaat over het communisme in Rusland.
Dat is begonnen vanuit een sterk ideaal van gelijkheid,
maar binnen mum van tijd gingen de nieuwe leiders als dictators te keer.

dia 3 – wie kan de macht aan?
Goede leiders zijn zeldzaam.
Er zijn maar weinig mensen die met macht kunnen omgaan.
Dat zie je ook gebeuren in Rechters 3-16.
Vorige week hadden we het over het begin van Rechters,
over Israël dat vergeet wie ze zijn: Gods volk.
Vandaag gaan we verder met het bekendste deel van het boek,
over de leiders die God aan het volk geeft
om Israël weer op het rechte pad te krijgen.
Dat doen we vanuit het thema: wie kan de macht aan?

1. Dubieuze leiders
dia 4 – dubieuze leiders
Ik las deze week die hoofdstukken en kwam er toch weer achter
dat ik een te rooskleurig beeld van die Rechters had.
Als kind vond ik dit gewoon mooie bijbelverhalen:
over stoere mannen, en af en toe een stoere vrouw,
die Israël van de vijanden bevrijden en terugbrengen bij God.
Maar zijn het wel zulke helden?

dia 5 – goed maar bloederig
Laten we ze eens op een rijtje zetten:
wie zijn die rechters en wat doen ze?
Dan beginnen we met de eerste rechters:
Otniël, Ehud, Samgar en Debora – in Rechters 3-5.
Dit zijn prima leiders.
De verhalen die van hen worden verteld
zijn misschien wel wat aan de bloederige kant,
zeker naar moderne westerse smaak,
maar ze doen in ieder geval wat van hen verwacht wordt:
ze gaan de strijd met de vijand aan, overwinnen,
en bevrijden Israël uit de greep van de afgoden.
Onder de leiding van deze rechters is er in Israël rust.
Op die eerste rechters is weinig aan te merken.

dia 6 – kan de macht niet aan
Bij de volgende rechter, Gideon, kantelt dat beeld.
Gideon is typisch zo’n leider die de macht niet aankan.
Voor hij macht kreeg, was hij een fijne man, iemand die je kon vertrouwen.
Gideon krijgt van God de opdracht Israël te bevrijden,
maar hij ziet niet in hoe hij dat zou kunnen doen.
Fijn, die bescheidenheid!
Gideon twijfelt, en heeft wondertekenen nodig om hem over de streep te trekken.
Wat volgt is een schitterende overwinning op de Midjanieten,
waar Gideon en zijn uitgedunde leger niets hoeven te doen,
omdat God de vijand op een presenteerblaadje aanbied.

Maar dan komen de barstjes.
Gideon heeft van de macht geproefd, en wordt een ander mens.
We hebben gelezen over inwoners van Sukkot en Penuël.
Let wel: dat zijn gewoon plaatsen in Israël,
die bewoond werden door Israëlieten.
Maar ze zijn te bang om Gideon te helpen.
Van Gideon zou je enig begrip mogen verwachten,
hij was zelf ook te bang om Israël te leiden,
maar Gideon rekent genadeloos met hen af.

De roem stijgt Gideon naar het hoofd,
en de Israëlieten willen hem koning maken.
Die eer slaat Gideon af – en dat spreekt vóór hem.
Maar ondertussen gedraagt hij zich als een echte Oosterse koning:
naar goed koninklijk gebruik heeft hij een harem
en verwekt bij al zijn bijvrouwen maar liefst zeventig zonen –
de dochters worden niet eens genoemd.
Eén van die zonen krijgt de naam Abimelech,
wat betekent: ‘mijn vader is koning’.
Tegenwoordig kun je voor baby’s rompertjes kopen
met teksten als ‘mijn papa is de liefste’,
maar Gideon laat gewoon de naam van zijn zoon spreken:
‘mijn papa is de baas’.
En dan laat Gideon ook nog een priestergewaad maken,
wat door de Israëlieten al snel als afgod wordt vereerd.
Nee, Gideon bedankt voor de eer koning te worden,
maar vertoont wel degelijk koninklijk gedrag.

Zoon Abimelech verliest alle bescheidenheid,
en laat zich wél tot koning uitroepen.
Dan breekt de chaos pas goed los,
met een bloederige burgeroorlog,
waar Abimelech uiteindelijk sneuvelt.

dia 7 – geen rust meer
De volgende rechters zijn Tola en Jaïr.
Bij hen wordt, in tegenstelling tot hun voorgangers,
niet genoemd wie in die tijd de vijand is.
Misschien wel hierom:
omdat Israël zo verdeeld is, dat er helemaal geen vijand meer nodig is.
Israël moet bevrijd worden van zichzelf.
Vanaf deze rechters staat er ook niet meer dat het volk zoveel jaar rust had.
Dat krijgen ze niet meer voor elkaar.

dia 8 – behandelt God als afgod
Door naar Jefta, Rechters 10-12.
Een klassiek verhaal over een slechte jeugd –
als hoerenzoon werd Jefta niet geaccepteerd –
waardoor Jefta in de criminaliteit belandt.
Jefta was een grote man uit de onderwereld – een Willem Holleeder ofzo.
Maar als de Israëlieten ten einde raad zijn,
vragen ze bij gebrek aan beter toch maar Jefta om hen te leiden.

Jefta is de leider die God behandelt als een afgod.
Tegenover de Ammonieten erkent hij:
‘wat u dankzij uw god Kemos in bezit hebt gekregen kunt u uw eigendom noemen.’
Jefta lijkt God te zien als een God die alleen in Israël macht heeft.
Maar nog erger: hij probeert Gods steun af te dwingen met de belofte van een mensenoffer.
God vindt dat afschuwelijk, en dat heeft hij vaak genoeg gezegd,
maar Jefta doet het toch: hij offert zijn dochter op het altaar.
O ja, Jefta’s optreden eindigt ook nog in een bloederige burgeroorlog.

dia 9 – gedragen zich als koningen
Hij wordt opgevolgd door Ibsan, Elon en Abdon.
Over hen is weinig te vertellen,
behalve dat Ibsan en Abdon erg veel kinderen hadden,
wat er ook weer op wijst dat ze zich als koningen gedroegen.

dia 10 – flirt met de vijand
En tenslotte Simson.
Onbegrijpelijk dat hij Israëls leider mag zijn.
In zijn tijd is Israël overgeleverd aan de Filistijnen,
en aan Simson de taak met de Filistijnen af te rekenen.
Maar wat doet Simson?
Precies, hij wordt verliefd op een Filistijns meisje, en trouwt haar…
Maar als de Filistijnen hem oneerlijk behandelen, neemt Simson wraak.
Misschien is dat wel de belangrijkste bijdrage van Simson geweest:
dat de Israëlieten de Filistijnen weer als vijand gaan zien.

dia 11 – wie kan de macht wél aan?!
Dat zijn ze: Israëls rechters.
Laten we de balans eens opmaken van een paar honderd jaar rechters in Israël,
want zoveel tijd zit er tussen Otniël en Simson.
Dan blijft er weinig over van dat beeld van stoere helden.
Hoe verder in het boek we komen, hoe dubieuzer de leiders worden.
Ze kunnen de macht helemaal niet aan!

Dat is niet alleen iets van vroeger.
Wat zijn goede leiders zeldzaam!
In Nederland hebben we de macht maar gewoon verdeeld,
zodat niemand te veel macht krijgt.
En nu de kerk niet meer zo’n machtspositie heeft als vroeger,
gaat de beerput van machtsmisbruik in de kerk ook open.
Of denk aan bedrijven als Google en Facebook:
alleen God weet meer over jou – wat een macht geeft hen dat.
Zouden zij goed met die macht kunnen omgaan?

2. Een andere leider
dia 12 – er is een andere leider nodig:
Rechters is dus niet het boek van die stoere leiders
aan wie we een voorbeeld kunnen nemen.
Ja, in Hebreeën 11 worden Gideon, Simson en Jefta als voorbeeld genoemd.
Maar we moeten Rechters niet vanuit dat ene zinnetje lezen,
en doen alsof Rechters over geloofshelden gaat.
Lees dan liever Hebreeën vanuit Rechters:
wat zegt het dat zelfs deze dubieuze leiders genoemd worden?

Je kunt je afvragen waarom het boek Rechters in de bijbel beland is.
Wat moeten we met dit stel mislukte leiders?
Daarbij is het goed te bedenken dat Rechters geschiedenis schrijft,
en geschiedenis heeft altijd zwarte bladzijden.
Het gaat mis als je het niet als geschiedenis leest,
maar als voorschrift.

Wat die hele geschiedenis van de Rechters vooral laat zien:
er is een andere leider nodig.
Daar werkt heel het boek Rechters naar toe.
Je zou kunnen zeggen dat Rechters een profielschets geeft
van een goede leider die de macht wél aankan.

dia 13 – bestendig
Het eerste uit die profielschets,
is dat het leiderschap van deze leider ‘bestendig’ moet zijn.
Dat is de les van de eerste rechters, waar weinig op aan te merken was.
Zolang deze rechters, bijvoorbeeld Otniël, de macht hebben, gaat het goed.
Onder Otniël heeft Israël 40 jaar rust.
Maar zodra Otniël sterft,
begint Israël weer achter afgoden aan te lopen,
en stuurt God de volgende vijand naar Israël.
Een leider als Otniël zorgt voor 40 jaar rust,
maar daarna is Israël weer terug bij af.
Wat nodig is, is een leider wiens invloed niet bij zijn dood ophoudt.

dia 14 – dienend
Tweede element uit de profielschets
is dat er dienende leiders nodig zijn.
Dat is de les van de rechters vanaf Gideon.
Gideon, Jefta, Simson, en de kleinere rechters er tussenin:
ze kunnen allemaal niet met macht omgaan.
Het stijgt hen boven het hoofd,
ze gedragen zich als koningen, alsof ze alles maar kunnen maken,
alsof de mensen hen zouden moeten eren.
Net als in Animal Farm.
In plaats van te zoeken naar wat goed is voor het volk,
zoeken zij naar wat goed is voor zichzelf.

dia 15 – God erkennen
Derde element uit de profielschets
is dat er leiders nodig zijn die God als leider erkennen.
Het is wat Gideon zegt in Rechters 8:23:
‘ik zal uw heerser niet zijn, want de Heer is uw heerser.’
Gideon belijdt het met de mond,
maar in de praktijk gaat hij zich wel degelijk als koning gedragen.
Maar het uitgangspunt is goed:
erkennen dat de macht die mensen hebben altijd afgeleide macht is,
want Gód heeft de macht.
Dat besef maakt leiders bescheiden.

dia 16 – Rechters vraagt om Jezus! (voetwassing)
Als we dat zo op een rijtje zetten,
leiderschap dat niet ophoudt,
dienend leiderschap en het besef dat Gód de macht heeft,
dan krijg ik Jezus in beeld.
Die andere leider, waar het boek Rechters om vraagt, dat is Jezus!
Aan Jezus’ macht komt geen eind,
als geen ander heeft Jezus laten zien wat het is om te dienen,
en hij is zélf God.
Toch gaat Jezus niet zelfzuchtig met zijn macht om,
gebruikt hij zijn macht niet om er zelf voordeel van te hebben.
De duivel probeert hem daar tijdens de verzoeking in de woestijn toe te verleiden,
maar Jezus geeft niet toe!
Jezus laat zijn macht niet gelden naar mensen die hem oneerlijk behandelen,
hij houdt zijn macht juist in.
Als Jezus aan het kruis hangt, wordt hij uitgedaagd van het kruis af te stappen,
maar Jezus doet het niet:
dan zou hij zichzelf dienen, in plaats van de mensen.

Jezus is zo totaal anders dan de Rechters,
en ook zo totaal anders dan de leiders van onze wereld.
Wat kunnen we daar veel van verwachten,
en wat vallen ze vaak tegen.
Ook in Nederland: als een partij regeert,
wordt het daar bij de volgende verkiezingen op afgerekend…
Dan zoeken we ons heil wel bij andere leiders.
Uiteindelijk is Jezus de leider die we nodig hebben.
Hij kan de macht aan
en is de enige leider die je aanbidding waard is!

3. Kun jij de macht aan?
dia 17 – kun jij de macht aan?
‘Wie kan de macht aan?’ – dat is het thema.
Het antwoord: Jezus kan de macht aan.
Maar jij? Kun jij de macht ook aan?

dia 18 – iedereen heeft macht
Want iedereen heeft macht.
Bij mensen met macht denken we al snel aan leiders.
Presidenten en koningen,
ministers en leden van de tweede kamer,
directeuren en wethouders.
Of in de kerk: dominees, ouderlingen en diakenen.
Maar ook ouders hebben macht,
of mensen met een leidinggevende functie, of docenten.
Maar zelfs kinderen hebben macht:
als een kind in de supermarkt een hele scène schopt
omdat ‘ie geen yoghurt wil maar vla,
dan laat hij zijn macht gelden.
Macht is overal waar mensen elkaar proberen te beïnvloeden.
Dat is dus overal, en daarom geldt die vraag voor iedereen:
kun jij de macht aan?

dia 19 – manipuleer je of dien je?
Als onze leider, Jezus, al dient, dan wij helemaal!
Je kunt met macht omgaan
als je niet zoekt naar hoe je het voor jezelf beter kunt maken,
maar hoe je de ander kunt dienen.
Juist als christen moet je daarom altijd kritisch blijven op jezelf:
manipuleer ik of dien ik?
Een mooi voorbeeld daarvan gaf onze premier, Mark Rutte, deze week:
toen hij zijn koffie liet vallen stond hij even later zelf te dweilen,
in plaats van de schoonmakers het te laten doen.
Natuurlijk, het was ook PR-technisch gezien handig van hem,
vanuit de hele wereld werd hij erom bewonderd,
maar hij deed het toch maar mooi!

Niet manipuleren maar dienen:
tot mijn grote verrassing past de boodschap van Rechters 3-16
daarmee precies bij de bevestiging van Sjoerd Wijnsma als diaken!
Want jij, Sjoerd, wordt een leider in de kerk.
Neem daarbij maar geen voorbeeld aan die rechters met hun haantjesgedrag.
Wees juist een leider in het spoor van Jezus: een dienaar.
Dat is ook waar de diaconie om draait: dienen.
Jij mag, samen met de andere ambtsdragers, de gemeente daarin voorgaan:
in het dienen van elkaar en de samenleving.

dia 20 – God heeft alle macht!
Dat kunnen we als we beseffen wie we zijn.
Dat we namens God een klein beetje macht mogen uitoefenen
om daarin iets van Gods liefde te laten zien.
Namens God, want hij heeft álle macht.
Als je dat erkent, dan kun je de macht aan.
Amen.




Rechters 1-3a | Vergeet niet wie je bent!

Het bijbelboek Rechters vertelt over wat er gebeurt als Gods volk vergeet wie ze zijn. Ze vermengen het geloof in God met het geloof in Kanaänitische goden. Ook christenen lopen het gevaar het christelijk geloof te mengen. Daarom: vergeet niet wie je bent – je bent van Christus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 638
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 115 : 1, 2 en 7
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Romeinen 12 : 1 – 2 en 9 – 21 (als wetslezing)
Zingen: NLB Gezang 834 : 1, 2 en 3
Lezen: Rechters 2 : 1 – 19
Zingen: GKB Psalm 78 : 3 en 15
Preek
Luisterlied: “Turn Your Eyes Upon Jesus”
Kinderen terug
Onderwijs doop
Doop Jurjan Jellema
Zingen: Opwekking 602
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 770
Zegen

Vergeet niet wie je bent!

Inleiding
dia 1 – Loesje
Het is één van de uitgangspunten,
misschien moet ik zelfs wel zeggen: één van de dogma’s,
van onze samenleving: het is belangrijk dicht bij jezelf te blijven.
Je kunt het ook een gebod noemen:
‘gij zult dicht bij uzelf blijven’.

Daar is best wat op af te dingen.
Je kunt het als excuus gebruiken
om weg te lopen van je verantwoordelijkheden
en alleen nog maar leuke dingen te doen,
terwijl het leven nu eenmaal niet bestaat uit louter leuke dingen.

Toch zit er ook echt wel iets moois in dat dicht bij jezelf blijven.
Als jij kinderen geweldig vindt,
je merkt dat je heel makkelijk met kinderen omgaat,
en dat dat jou veel energie geeft,
dan zou ik zeggen: ga iets met kinderen doen – dat past bij je!
Ga dan niet bij een grote financiële instelling werken,
waar je misschien wel het dubbele kunt verdienen,
maar waar je echt geen lol in hebt.

Houd je juist heel erg van cijfers, ben jij een kampioen in rekenen,
en vind je dat financiële wereldje mateloos fascinerend,
denk dan niet dat je, ik noem maar wat, de techniek in moet,
bijvoorbeeld omdat je omgeving jou die kant op duwt.
Maar jij bent niet die techneut.
Je zou het misschien nog wel kunnen,
maar je zou er doodongelukkig van worden.

Bij jezelf blijven – daar zit ook iets heel christelijks aan.
God heeft jou gemaakt zoals je bent.
Hij heeft jou bepaalde talenten gegeven.
Hij heeft jou gegeven dat je van bepaalde dingen enthousiast wordt.
Dóe daar dan ook wat mee!

dia 2 – vergeet niet wie je bent
Het thema vandaag is: vergeet niet wie je bent.
Oftewel: blijf dicht bij jezelf.
We gaan alleen nog een trapje dieper:
niet wie jij bent met jouw door God gegeven talenten,
maar wie je voor God bent,
en wat er gebeurt als je dat vergeet.
Want dat is precies wat in het begin van het bijbelboek Rechters gebeurt:
het volk Israël vergeet wie ze zijn.

1. Wie je bent
dia 3 – wie je bent
Voordat je dat kunt vergeten, moet je natuurlijk eerst weten wie je bent.
Laten we daarmee beginnen:
wat is de identiteit van Israël,
en wat is dan die identiteit van christenen?

dia 4 – Israël: volk van God
Eerst Israël.
Kort gezegd: Israël is Gods volk.
Het is het volk dat God aan Abraham beloofd heeft:
uit jou komt een groot volk.
Het is het volk dat God in de tijd van Mozes bevrijdt uit Egypte.
Het is het volk dat onder leiding van Mozes door de woestijn trekt,
op weg naar het beloofde land,
en waarmee God onderweg zijn verbond sluit.
God zegt daar: ‘ik ben jullie God, en jullie zijn mijn volk.’
Het is het volk dat onder leiding van Jozua dat beloofde land, Kanaän, inneemt,
en daarbij door God geholpen wordt.
En aan het einde van zijn leven drukt Jozua het volk op het hart:
‘vergeet niet wie jullie zijn: jullie zijn Gods volk!
God heeft volken voor jullie verdreven.
Blijf daarom dicht bij God.
Dan kunnen jullie de rest van het land innemen,
en zullen jullie het goed hebben in dit nieuwe vaderland.’
Het staat in Jozua 23.
Dus wie Israël is: het is Gods volk!

dia 5 – christenen: van Christus (doop)
Door naar vandaag: wie zijn dan christenen?
Het komt mooi uit dat Jurjan vandaag gedoopt wordt.
Want dopen gaat precies over die vraag wie je bent.
Als straks het water over Jurjan heen gaat,
zegt dat iets over wie hij mag zijn: van God, van Christus.
God zegt: ‘Jurjan, jij hoort niet bij deze wereld,
de wereld die geen plek voor mij heeft,
de wereld waar het ieder voor zich is,
de lelijke wereld die mensen ervan gemaakt hebben.
Nee: jij hoort bij mij!’

Dat is ook het beste antwoord
dat je als christen kunt geven op de vraag: wie ben ik?
Ik ben van Christus!
Natuurlijk, ik ben ook gewoon Mark.
Ik heb mijn werk: ik ben dominee.
Ik heb mijn gezin: ik ben echtgenoot en papa.
Ik heb mijn talenten: ik ben analytisch en precies.
Ik heb mijn passies: ik houd van auto’s en muziek.
Je kunt het hele rijtje voor jezelf invullen.
Maar dat is niet het belangrijkste wat gezegd moet worden.
Dat is dit: ik ben van Christus.

En alle christenen samen zijn een volk: Gods volk.
Petrus schrijft erover, in 1 Petrus 2:
‘u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie,
een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen
van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.
Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk;
eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken.’
Dát is wie we als christenen zijn,
en waar we als een van de kerken in Franeker deel van uitmaken.
Christenen zijn, net als Israël, Gods volk – van Christus.

2. Wat gebeurt als je het vergeet
dia 6 – wat gebeurt als je het vergeet
Nu heb ik het nog niet echt over het boek Rechters gehad.
Wat ik tot nog toe heb verteld, vormt de achtergrond van dat boek.
Want wat in het boek Rechters gebeurt:
Israël vergeet wie ze zijn – vergeet dat ze Gods volk zijn.
Jozua waarschuwde nog: vergeet niet wie je bent.
Zijn waarschuwing blijkt niet voor niets te zijn geweest…

dia 7 – poster
Daarom is Rechters geen boek waar je blij van wordt.
Werkelijk alles gaat er fout.
Als je het leesrooster hebt gevolgd, heb je dat ongetwijfeld al gemerkt.
Rechters is het boek van Israëls totale mislukking:
geen boek waar je allerlei mooie lessen in tegenkomt,
maar een boek over hoe het niet moet – een waarschuwing.

Nu we het toch hebben over het boek Rechters in het algemeen,
dan ook direct even over de indeling.
Je kunt het boek in drieën delen:
Hoofdstuk 1 tot en met het begin van hoofdstuk 3,
het gedeelte waar het vandaag over gaat, is de inleiding op het boek.
Hier gaat het over wat er mis gaat met Israël, over wat het probleem is.
Het vervolg van hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 16
is het bekendste deel van het boek:
hier worden de verhalen van de verschillende Rechters verteld,
waaronder die van Gideon, Jefta en Simson.
En dan eindigt Rechters pikzwart met 2 afschuwelijke verhalen
over hoe diep Israël gezonken is: hoofdstuk 17 tot en met 21.

dia 8 – steeds minder verschil tussen Israël en de Kanaänieten
Vandaag dus het begin: Rechters 1 tot en met 3a.
Jozua is dood, maar Israël moet verder,
met het innemen van Kanaän en afbreken van de altaren van Baäl.
Ze beginnen vol goede moed, maar daar komen al snel barstjes in.
Soms slaat de angst toe: hoe kunnen we ooit winnen?
Dat God hen steeds aan de overwinning had geholpen,
dat ze het niet zelf hoeven te doen, maar moeten vertrouwen op God,
dat vergeten ze.
Soms slaat de gemakzucht toe:
waarom zou je de volken die al in Kanaän wonen verdrijven
als je ze ook voor je kunt laten werken?
Handig toch, zulke slaven die het zware werk voor je doen?
Maar je moet ze wel in hun waarde laten,
dus de altaren voor hun godsdienst mogen blijven staan.

Het is niet dat Israël van het ene op het andere moment
niets meer van God wil weten.
Voor hun gevoel zijn ze serieus bezig met de opdracht die God hen gaf.
Het probleem is alleen dat ze water bij de wijn doen.
Het mag allemaal een tandje minder fanatiek.
Natuurlijk, het is niet ideaal dat er afgoden in het land zijn,
maar je kunt toch niet overál een punt van maken?

Heel langzaam – niemand heeft het door, pas achteraf merk je het –
zegt het Israël minder en minder dat ze Gods volk zijn.
Eigenlijk vinden ze de volken in Kanaän, best interessant.
Ze vragen hen: ‘die altaren van jullie, waar zijn die eigenlijk voor?’
De volken vertellen: ‘ze zijn voor Baäl, de god van de vruchtbaarheid.’
De Israëlieten hangen aan hun lippen:
‘tjonge, interessant, vertel meer!’
Nogmaals: het gaat langzaam,
maar het einde van het liedje is dat Israël naast God ook Baäl vereert.
In plaats van dat Israël een heilig volk is,
een volk helemaal aan God toegewijd,
is er steeds minder verschil te zien tussen de Israëlieten en de Kanaänieten.

Maar God accepteert het niet:
‘toen ontstak de Heer in woede tegen de Israëlieten.
Hij leverde hen uit aan roversbenden
en aan de hen omringende vijanden.’
Dan begint de neerwaartse spiraal die het hele bijbelboek doorgaat
en uiteindelijk eindigt op de laatste pikzwarte bladzijden van Rechters.
Israël zit diep in de problemen:
God levert hen over aan hun vijanden,
maar misschien nog wel vooral aan henzelf.
Dát is wat er gebeurt als je vergeet wie je bent,
als Gods volk het niet zo nauw met God neemt.

dia 9 – gevaar voor ons: christelijk geloof mengen
Natuurlijk leven wij in een heel andere tijd dan de tijd van de Rechters.
Maar wat bij de Israëlieten misgaat,
dat ze de goden van het land er bij nemen,
dat kan bij ons net zo goed mis gaan.
Net als de Israëlieten in Kanaän leven wij in een land
vol godsdiensten, levensbeschouwingen, en ook: goden.
Nederland is een plurale samenleving.
In zo’n samenleving is het de vraag:
hoe houd je vast aan wie je bent?
Het gevaar is dat je allerlei dingen uit de samenleving
met het christelijk geloof gaat mengen,
terwijl Christus wil dat je alléén hem aanbidt:
hij wil je helemaal, met een onverdeeld hart.

dia 10 – privéjet
Maar het is nog niet zo gemakkelijk
om te ontdekken waar wij van twee walletjes eten,
christelijk geloof met de Nederlandse goden mengen.
Bij anderen is dat altijd veel makkelijker aan te wijzen.
Bijvoorbeeld bij christenen die ook nog allerlei hindoeïstische rituelen hebben.
Of christenen die naast God ook nog hun stamgoden hebben.
Of, al iets dichterbij, het Amerikaanse welvaartsevangelie,
dat alle nadruk legt op dat God je met rijkdom zal zegenen,
en waar soms voorgangers door de bijdragen van gemeenteleden
in splinternieuwe Bentleys rondrijden, of een privéjet hebben.
Het is een vermenging van christelijk geloof en kapitalisme.

Maar waar gaan we zelf de mist in?
Dat kunnen we het beste vragen aan christenen uit andere culturen.
Maar ik denk dat zij zullen zeggen:
‘jullie doen alsof het allemaal om jullie draait.
In de westerse wereld draait alles om jou,
dat jij rijk wordt, dat jij geniet, dat jij fantastische ervaringen hebt.
Waarom nemen jullie die Westerse goden erbij?’
Denk er zelf ook maar eens over na:
welke goden proberen wij naast God te dienen?

dia 11 – er is hoop: Jezus is nieuwe start
Het boek Rechters is dan een stevige waarschuwing:
als je vergeet wie je bent, vergeet dat je van Christus bent, dan loopt het niet goed af.
Maar Rechters geeft ook hoop: God geeft niet op.
Het is duidelijk dat Israël zijn eigen gang wil gaan,
maar God blijft hen, steeds weer, te hulp komen.

En uiteindelijk, als het lijkt alsof het nooit meer goed komt,
doet God het meest wonderlijke.
De Israëlieten werden meer en meer als de Kanaänieten,
maar God werd als een mens – om hen te redden.
Jezus is God die zich aanpast aan de wereld,
die midden in de wereld leeft
zonder de goden van die wereld te aanbidden.
Jezus is een nieuwe start voor de mensheid.

3. Vergeet niet wie je bent
dia 12 – vergeet niet wie je bent
Rechters laat zien wat er gebeurt
als we vergeten wie we zijn.
Als je niet bij jezelf blijft – en dan heb ik het over die diepste identiteit:
dat je van Christus bent.
De opdracht aan ons is dus duidelijk:
vergeet niet wie je bent!

dia 13 – je bent christen midden in de wereld
Dat gaat niet vanzelf.
Dat ging het voor de Israëlieten niet,
maar voor christenen, die bij die nieuwe mensheid horen, ook niet.
Ja, Jezus geeft zijn Geest, die je van binnenuit verandert.
De Geest verandert je hart,
en dat is precies de verandering die we nodig hadden.
Maar zelfs dan gaat het niet vanzelf.
In de brieven van Paulus kom je allerlei oproepen tegen
om niet gelijk te worden aan die wereld,
zoals de Israëlieten gelijk werden aan de Kanaänieten.
Het gebeurde in die eerste kerken al dat christenen hun geloof loslieten.
Bijvoorbeeld 2 Timoteüs 4, waar Paulus zegt:
‘Demas heeft me verlaten, hij heeft deze wereld lief gekregen.’

De waarschuwing blijft dus staan: vergeet niet wie je bent.
Voor ons wel op een heel andere manier dan voor de Israëlieten.
Wij hoeven de afgoden in ons land niet uit te roeien.
Wij hoeven geen christelijke staat te stichten.
Juist niet: God wil dat christenen midden in de wereld leven,
zodat de wereld God leert kennen!
Dan is de vraag:
hoe kun je ervoor zorgen dat je midden in de wereld
niet vergeet wie je bent: van Christus?

dia 14 – doop als herinnering: wij zijn van God!
Dat kan, als we onszelf en elkaar steeds weer aan Christus herinneren.
En dan komen we weer bij de doop van Jurjan.
De doop is namelijk ook zo’n herinnering.
De doop herinnert ons eraan:
wij zijn niet van de wereld, wij zijn van God.
God zegt dat vandaag niet alleen tegen Jurjan,
maar tegen ons allemaal: vergeet niet wie je bent – je bent van mij!
Blijf jezelf en elkaar dat steeds voorhouden:
wijs elkaar steeds op Jezus.
Want de goden van de wereld worden klein
als je Jezus’ glorie en genade ziet.
Amen.




Psalm 56:4-5 | Voor niemand bang

Ben je wel eens bang? Voor wat mensen van jou en van je geloof vinden? Psalm 56 is een gebed van David die in het nauw zit. Van hem kun je leren hoe je vrijmoedig christen kunt zijn, zelfs als de druk groot is je geloof voor jezelf te houden.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2, 3, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 67 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 4 : 1 – 31
Zingen: GKB/NLB Psalm 118 : 2, 3 en 5
Luisterlied: Psalmen voor Nu 56
Preek over Psalm 56 : 4 – 5
Zingen: Opwekking 717
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 6 : 1 – 6 en 16 – 18
Zingen: NLB Gezang 912 : 1, 2, 3, 4, 5 en 6
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Psalm 146c : 1, 2 en 3
Zegen

Voor niemand bang

Inleiding
dia 1 – zwart
Het klinkt stoer en onverschrokken:
‘ik ben niet bang’, ‘angst ken ik niet.’
Dat lijkt mij iets voor superhelden,
niet voor gewone mensen.

dia 2- asterix en de noormannen
Ik moest in ieder geval direct denken
aan het stripboek ‘Asterix en de Noormannen’,
later verfilmd als ‘Asterix en de Vikingen.’
De Noormannen kennen geen angst.
En daarmee bedoel ik niet alleen dat ze nergens bang voor zijn,
ze hebben gewoon geen idee wat angst is.
Iedereen is altijd maar bang voor hen,
maar ze hebben geen idee hoe dat nou voelt: bang zijn.

Ik zou denken: wees blij,
het is echt geen pretje om bang te zijn,
maar daar denken die Noormannen anders over.
Zij hebben ergens opgevangen dat angst je vleugels geeft.
Dat lijkt ze wel wat!
Dus ze gaan op zoek naar iemand
die hen kan leren wat het is om bang te zijn.
Hoe dat afloopt, dat moet je zelf maar lezen.
Het gaat me nu even om die stoere, onverschrokken kerels,
die gewoon geen idee hebben wat het is om bang te zijn.

dia 3 – voor niemand bang
Ik ben niet zo’n held.
En jullie ook niet, vermoed ik.
Wat angst is, dat weten we allemaal.
Ook als het gaat om geloof zijn we vaak niet zo heldhaftig.
Ik zou in ieder geval wel een minder bange christen willen zijn,
die vrijmoedig voor zijn geloof uitkomt,
en die het oprecht geen moer kan schelen wat anderen daar van denken.
Maar daarvoor ben ik te gevoelig voor wat mensen van me vinden.

Vandaag gaat het over de vraag:
hoe kun je zo’n christen zonder angst worden?
Het antwoord op die vraag lezen we in Psalm 56:4-5:
‘In mijn bangste uur vertrouw ik op u.
Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?’
We duiken vandaag in dat antwoord met het thema: ‘voor niemand bang’,
en ik hoop dat dit antwoord jouw en mijn angst weg mag nemen!

1. Bedreiging
dia 4 – David: bedreigd door Saul en de Filistijnen
Psalm 56 is een Psalm van David, en David heeft alle reden om bang te zijn.
David is op de vlucht, voor koning Saul.
In de oorlogen met de Filistijnen heeft David zich bewezen als een held.
Nu is David de rijzende ster van Israël: de mensen lopen met hem weg.
Maar koning Saul kan het niet langer verdragen:
de mensen zouden hem, de koning, moeten bejubelen,
niet dat snotjong dat achter de schapen is weggetrokken!
Saul ziet David als grote concurrent,
iemand die hem nog eens van de troon zal stoten.
Saul zal pas gerust zijn als David dood is.
Als David dat beseft, als hij ontdekt dat het Saul menens is, slaat hij op de vlucht.

Zo belandt David in Gat, waar een zekere Achis de dienst uitmaakt.
Achis is één van de Filistijnse stadsvorsten.
Ja, een Filistijn.
In zijn loopbaan in Sauls leger
heeft David heel wat Filistijnen vernederd.
Je kunt je dus voorstellen dat David in Gat geen graag geziene gast is:
hij heeft zich bij Filistijnen vrij onmogelijk gemaakt.
Je zou je zelfs kunnen afvragen wat David daar te zoeken heeft:
je vlucht toch niet naar je grootste vijand?
Blijkbaar is het de veiligste plek die David kan bedenken,
maar gastvrij wordt hij er niet onthaald.
De Filistijnen grijpen hem – dit is hun kans om wraak te nemen!
Maar als David doet alsof hij kierewiet geworden is,
laten ze hem met rust.

Je kunt dit verhaal nalezen in 1 Samuël 21.
Dit verhaal staat op de achtergrond van Psalm 56.
David wordt bedreigd, van alle kanten.
Saul wil van hem af, de Filistijnen ook.

dia 5 – Petrus en Johannes: de eerste christenvervolging
Vandaag is het de zondag voor de vervolgde kerk.
Want wereldwijd worden christenen om hun geloof bedreigd.
Dat is niets nieuws.
Vorige week vierden we Pinksteren,
vierden we dat de Geest muren afbreekt,
zodat het goede nieuws van Jezus naar alle volken gaat.
Maar zodra dat gebeurt, zodra christenen over Jezus gaan vertellen,
roept het direct weerstand op.

In Handelingen 4 lees je het allereerste verhaal van christenvervolging.
Petrus en Johannes vertellen iedereen over Jezus,
maar dat wordt hen door de Joodse leiders niet in dank afgenomen.
Ze mogen zich voor de Joodse raad verantwoorden.
Maar voor ze die kans krijgen,
mogen ze eerst een nachtje in de gevangenis doorbrengen.
Met een beetje geluk, volgens de Joodse leiders dan,
zullen ze na die nacht braaf ja en amen zeggen op alles wat de leiders willen.
Bedenk dat de cel in die tijd nog veel minder een pretje was dan bij ons.
Geen keurige eenpersoonscellen met toilet en bed.
Nee, een muffe ondergrondse ruimte die je deelt met misdadigers en ongedierte,
je behoeftes doe je maar ergens in een hoekje,
en slapen kan op de harde grond.
Als je tenminste slapen kunt,
want de stank is niet harden en het is er vies warm.
Daar mogen Petrus en Johannes de nacht doorbrengen,
zodat ze het voortaan wel laten nog over die Jezus te beginnen.

dia 6 – Nederland: druk om geloof privé te houden (prive)
Dit soort dingen gebeurt nog altijd – maar niet in Nederland.
Toen ik vanochtend naar de kerk liep,
hoefde ik niet steeds over mijn schouder te kijken,
of in de spiegelende etalageruiten,
om te zien of ik door iemand gevolgd werd.

Toch hebben we, ook in Nederland, wel degelijk met druk te maken.
Er is sociale druk om je geloof vooral voor jezelf te houden.
Wat je gelooft is privé, iets voor achter de voordeur.
Prima als je gelooft, moet je zelf weten, maar val anderen er niet mee lastig.
Natuurlijk, die sociale druk is van een heel andere orde dan vervolging,
maar ook dit is een vorm van bedreiging:
als je je als christen niet aan deze ongeschreven regels wilt houden,
lig je er gewoon uit.
En het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: we houden onze mond.
Want dat is het doel dat de vijand, de duivel, met christenvervolging heeft:
dat christenen hun geloof voor zichzelf houden.
Ook zonder fysieke bedreigingen
is de sociale druk al genoeg om ons koest te houden.
En dat terwijl na Pinksteren het goede nieuws van Jezus de wereld over moet!

2. Bang? Of toch niet?
dia 7 – de logische reactie: angst
Van al die bedreiging, van al die druk, wordt je bang.
Dat is de logische reactie.
David vraagt het zo mooi:
‘wat kan een sterveling, wat kan een mens mij aandoen?’
Nou, dan kan ik wel een paar dingen bedenken.
Mensen kunnen je pijn doen,
met hun vuisten, maar ook met hun woorden.
Mensen kunnen je in de steek laten en verraden.
Mensen kunnen de vreemdste dingen van je vinden.
Natuurlijk wordt je daar bang van!

David kan erover meepraten.
Al die dingen waar ik bang voor ben,
zijn voor David de dagelijkse realiteit.
En David doet ook niet alsof het niets voorstelt:
‘in mijn bangste uur vertrouw ik op u’.
‘Mijn bangste uur’: David is dus ook bang!
In de woorden van de Psalm voor Nu: ‘als ik bang ben.’
Christenen zijn geen Noormannen die geen idee hebben wat angst is.

dia 8 – niet bang voor mensen
Maar David gaat verder:
‘als ik bang ben, reken ik op u,
op God en op zijn Woord, op hem vertrouw ik.
Ik ben niet bang, wat kan een mens mij doen.’
Hoor je het? ‘Als ik bang ben… Ik ben niet bang!’
David is bang, maar toch ook niet.

De reden die David geeft: het zijn maar mensen.
Mensen kunnen dan wel heel bedreigend overkomen,
maar het gaat niet om mensen!
Jezus zegt dat ook, in Matteüs 10:
‘wees niet bang voor hen
die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden.
Wees liever bang voor hem die in staat is
én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.’
Net als David zegt Jezus: wees niet bang voor mensen.

Dat heeft Petrus zich goed in de oren geknoopt.
In Handelingen 4 is bij Petrus geen spoor van angst te bekennen.
Misschien wel omdat hij geleerd heeft
van toen hij bang was er voor uit te komen dat hij bij Jezus hoorde,
en daarom Jezus maar vervloekte.
Nu is van die Petrus niets meer over:
voor de Joodse raad staat een man die geen angst kent.
Het interesseert Petrus niets dat hij wordt aangeklaagd:
hij ziet dit als een kans de leiders over Jezus te vertellen,
en hén zelfs aan te klagen omdat ze Jezus afwijzen.
Je moet het maar durven!
Als Petrus en Johannes dan toch worden vrijgelaten,
maar wel een spreekverbod meekrijgen,
leggen ze dat naast zich neer met deze woorden:
‘kunnen wij het tegenover God verantwoorden
om wel naar u te luisteren en niet naar hem?’
Daar heb je hem weer:
het gaat niet om wat mensen van ons vinden,
het gaat om wat God van ons vindt.

Mensen kunnen van je vinden wat ze willen,
maar God heeft het laatste woord.
Daar is David, en ook Petrus, diep van doordrongen.
En God vergeet niet wat jij moet doormaken.
God vangt je tranen op in zijn kruik:
hij bewaart je verdriet, er wordt wat mee gedaan.
‘Staat het niet alles in uw boek?’ vraagt David.
Daarbij bedoelt hij in dit geval niet dat God alles bij voorbaat al weet,
maar dat God alles bijhoudt wat gebeurt, om eens recht te doen.
Daar bidt David om, met heftige woorden:
‘toon uw toorn, God, en sla dat volk neer.’
En David vertrouwt erop, zo sterk dat hij het opschrijft alsof het al is gebeurd:
‘als ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’

dia 9 – want God is voor ons
Het gaat niet om wat mensen vinden, maar wat God vindt.
Maar dat is op zich nog geen reden niet bang te zijn.
Want wat vindt God eigenlijk?
Is God niet ook een van de tegenstanders om bang van te worden?
Voor David is het geen vraag.
In alles wat hij meemaakt, waar al zijn zekerheden onderuit gehaald worden,
blijft een ding als een paal boven water staan: God staat mij terzijde.
Dát is het geheim van niet bang zijn, voor niemand niet.

Het doet denken aan Romeinen 8:
‘Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven,
ons met hem niet alles schenken?’
Daar zie je ook direct dat het helemaal niet zo logisch is dat God vóór je is.
Daar heeft God een afschuwelijke prijs voor betaald.
Door Jezus mogen wij het David nazeggen: ‘God staat mij terzijde.’
Dat is niets minder dan een wonder!
Het is geen vanzelfsprekendheid dat God ons wel steunt:
God is een onverwachte medestander!
Jezus heeft het onmogelijke gedaan: door hem is God vóór ons.

Als je dát beseft, dan kun je zo’n christen zijn die niet bang is
voor wat anderen mensen van jou en jouw geloof vinden.
En dat is dan geen stoerdoenerij,
dat jij voor niets of niemand bang bent,
omdat jij overal boven staat, zoals die Noormannen die geen angst kennen.
Nee: het is omdat Gód overal boven staat.
Het gaat dan ook niet om jouw of mijn heldhaftigheid,
maar om die van God!

3. Focus op God
dia 10 – camera
Ik stelde aan het begin de vraag:
hoe kun je een christen zonder angst zijn?
Dat kun je als je niet bang bent voor mensen
omdat je weet dat God vóór ons is.

Dat is iets wat je zomaar weer vergeet.
Je bent druk met van alles,
je komt heel wat mensen tegen,
die dan ook weer van alles van je vinden,
of ze het nu tegen je zeggen of niet.
Wat mensen van je vinden, dat komt vanzelf wel binnen.
Maar om te ontdekken wat God van je vindt
-wat dus de sleutel is om niet bang te zijn-
moet je tijd nemen, moet je focussen.

Dat doe je bijvoorbeeld als je foto’s maakt.
Je hebt iets wat je op de foto wilt zetten,
bijvoorbeeld je hond – dat is dan het onderwerp,
en je hebt een achtergrond.
Het onderwerp en de achtergrond
krijg je niet tegelijkertijd scherp op de foto.
Net zoals wanneer je je hand op 10 centimeter van je gezicht houdt,
je niet tegelijkertijd je hand en alles wat daar achter is scherp kunt zien.
Dan moet je focussen: scherpstellen op het onderwerp,
dat waar je foto echt om gaat.
Ook als christen moet je focussen:
steeds weer scherpstellen op waar het wél om gaat – wat God vindt,
zodat wat mensen vinden niet meer is dan vage ruis op de achtergrond.

dia 11 – Bidden: hét recept tegen angst
David merkt ook dat als hij op God focust, zijn angst verdwijnt:
‘in het uur dat ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’
Want als je God aanroept, leer je dat hij voor je is.
In Handelingen 4 zie je dat ook gebeuren.
Als Petrus en Johannes weer vrij zijn,
gaan ze samen met de andere leerlingen bidden.
Nadat ze hun verhaal hebben gedaan, roepen ze God aan.
In het hele bijbelboek Handelingen zie je steeds mensen bidden.
En heel bijzonder: dan bidden ze niet dat er een einde aan de vervolging komt,
maar ze bidden: ‘stel ons in staat vrijmoedig over uw boodschap te spreken.’
Door te blijven bidden kunnen ze zich eraan blijven vasthouden:
wij staan er niet alleen voor, God is met ons!

Dus wil je niet langer bang zijn?
Wil je vrijmoedig over je geloof kunnen praten?
Dan moeten we bidden!
Samen: in de kerkdienst, op de kring, in een gebedsgroep.
Maar ook alleen: op vaste momenten van de dag,
maar ook in de auto, in de trein, op de fiets, onder het stofzuigen –
voortdurend gefocust op God.
En dan mogen we bidden voor onszelf:
dat we niet vergeten dat God vóór ons is,
dat we niet bang zijn voor mensen,
en dat God laat zien met wie we het evangelie kunnen delen.
Maar ook bidden voor anderen,
en dan denk ik vandaag vooral aan die vervolgde kerk.

dia 12 – opwekking
Bidden, tijd met God, is noodzakelijk:
je focust op wat er echt toe doet.
Dus neem daar elke dag zo’n uur voor, of een half, of twee.
En soms misschien ook even wat meer.
Zelf was ik afgelopen week op een predikantencongres,
om elkaar te bemoedigen om op God gericht te blijven.
Velen van jullie waren vorige week op Opwekking,
wat je enorm kan helpen op God te focussen.
Maar een stilteweekend kan net zo goed zo’n vorm zijn
om buiten het drukke leven om
je eens extra op God te richten.

dia 13 – Psalm 56: op God vertrouw ik
Hoe je het ook doet: roep God aan!
En dan hoop ik dat je gaat merken dat je het David kunt nazeggen:
‘Op God vertrouw ik, angst ken ik niet!’
Amen.




Psalm 87:5 | De Geest breekt muren af

Friezen, Groningers, Hollanders, Marrokanen, Turken: bij ons doet afkomst ertoe. We bouwen muren tussen volken, maar ook om onszelf heen. De Geest breekt die muren af: als je in Jezus gelooft, tel je als geboren Jeruzalemmer.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Kom heilige Geest’ (Sela)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Kids Opwekking 241
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen: Psalm 87 : 1 – 7
Zingen: GKB Gezang 105 : 1, 2, 3, 8 en 9
Lezen: Handelingen 2 : 1 – 13
Zingen: GKB Psalm 87 : 1, 2, 3, 4 en 5
Preek over Psalm 87 : 5
Zingen: Opwekking 767
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Zingen: ‘Aan uw tafel’ – Sela
Viering avondmaal
Zingen: Opwekking 718
Gebed
Collecte met luisterlied ‘Heal Our Land’
Zingen: Opwekking 488
Zegen

De Geest breekt muren af

Inleiding
dia 1 – vlaggen
In de 2 bijbellezingen zijn heel wat exotische volken langs gekomen.
In Psalm 87 Rahab, Babel, Filistea, Tyrus en Nubië.
Handelingen 2 noemt er nog veel meer,
zoals Kappadocië, Frygië en Pamfylië – van die heerlijke tongbrekers.
Hoe dan ook: het is een bont gezelschap.

Hoog tijd dus om naar de wat minder exotische volken te gaan.
Dan beginnen we – hoe kan het ook anders – met de Friezen.
Je kunt natuurlijk een hele discussie beginnen
over de vraag wanneer je een Fries bent,
maar laten we het simpel houden:
je bent een Fries wanneer je in Friesland geboren bent.
Wie hier is er dan een Fries?

dia 2 – fryslan
Volgens de tekst op dit shirt heb je het dan getroffen.
Voor mij, als Drent, zitten hier ook nogal wat tongbrekers in,
dus ik zal het maar even in vertaling voorlezen:
‘ik heb er niet voor gekozen Fries te zijn,
ik heb gewoon geluk gehad.’

dia 3 – vooroordelen
Tenminste, zo denken Friezen zelf erover.
In de rest van Nederland staan ze bekend
als stugge blonde schaatsers –
als we dit kaartje tenminste moeten geloven.

Zoals gezegd – ik ben geen Fries.
Ik doe graag alsof ik een Drent ben,
maar in mijn paspoort staat toch echt ‘Hardenberg’.
Ik kom dus uit Overijssel, al bestaan er geen Overijsselaren.
Je bent een Sallander of een Tukker.
Ik een Sallander – kan ik ook niets aan doen.
Volgens de kaart het land van de beekjes en de boeren.

Eens kijken wat we nog meer hebben.
Groningers in de zaal? Stoicijnse boeren!
Hollanders? Kaaskoppen!
Zeeuwen? Gierig, en staat als eerste onder water.
Limburgers? Corrupte onbegrijpelijke reserve-belgen.
Wie heb ik nu nog gemist?

Om zulke vooroordelen kun je lachen – tenminste: dat hoop ik maar.
Ik heb er in ieder geval nooit nadeel van ondervonden
dat ik geboren ben in de gemeente Hardenberg.
Maar wat als ik geboren was in Marokko?
Of gewoon in Nederland, maar met Marokkaanse wortels? of Turkse?
Dan krijg je met minder onschuldige vooroordelen te maken.

dia 4 – De Geest breekt muren af
Wat wij doen, is dit: wij bouwen muren.
We schermen af: Friezen zijn geen Groningers,
en al helemaal geen Hollanders.
Maar vandaag vieren we Pinksteren.
Het feest van de Geest die muren afbreekt.
Lees maar in Psalm 87:5: ‘met recht kan men van Sion zeggen:
“welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.’
Niks geen volken die niet welkom zijn: iedereen mag erbij horen.
Want de Geest breekt muren af!

1. Muren bouwen…
dia 5 – bouw
Maar voordat er muren gesloopt worden,
moeten ze er natuurlijk eerst zijn.
En ze zijn er: aan muren geen gebrek.
We blijven maar muren bouwen…

dia 6 – Psalm 87 lijkt wij tegenover zij
Psalm 87 lijkt ook die kant op te gaan.
Het is een echt stadslied, waar Jeruzalem wordt bezongen –
want Sion, dat is een andere naam voor Jeruzalem.
Jeruzalem is beter dan alle andere steden van Israël.
Om nog maar niet te spreken over de steden buiten Israël.
Toen ik in Kampen ging studeren leerde ik het Kamper stedelied.
Kampen wordt erin verheerlijkt,
en is uiteraard beter dan alle andere plaatsen – vooral Zwolle…
Zo begint Psalm 87 ook: Jeruzalem tegenover de rest.
Het is ‘wij’, Jeruzalem, tegenover ‘zij’, de anderen.
Er staan muren om Jeruzalem, letterlijk.
‘De Heer heeft de poorten van Sion lief.’
Als je Jeruzalem in wilt komen, moet je door de poorten.
En daar wordt eerst gekeken of jij wel naar binnen mag.

Psalm 87 begint herkenbaar.
Nee, wij bezingen Jeruzalem niet.
En Kampen waarschijnlijk ook niet.
Maar het Friese volkslied natuurlijk wel!
Wie zei er net ook alweer dat je Fries was? – o, nu durven jullie niet meer. ;)
In ieder geval: wij bouwen muren.

dia 7 – we beschermen onszelf met muren
En soms zijn muren heel goed.
Ik bedoel, ik ga vandaag niet de bouwsector afkraken.
Ik ben blij dat ons huis muren heeft!
Dat houdt de kou en de regen buiten.
Maar vaak houden onze muren meer buiten.

dia 8 – muur
Soms bouwen we letterlijk muren om onszelf te beschermen.
In de Verenigde Staten moet een muur langs de grens met Mexico komen
om Mexicanen buiten de deur te houden.
Geen idee wat de stand van zaken rondom dat project is trouwens…
Iets verder terug is het IJzeren Gordijn, dat Europa in tweeën deelde.
En een heel gevoelige: in Israël staan muren tussen Israël en de Palestijnen.

Maar ook als we niet letterlijk muren bouwen,
kunnen we toch heel wat muren opwerpen.
Je komt Nederland echt niet zomaar in:
daar moet je de goede papieren voor hebben.
En als je een Arabische achternaam hebt
is het echt moeilijker om aan werk te komen.

Maar we bouwen niet alleen muren tussen volken.
We bouwen ook muren om onszelf heen.
Want eigenlijk is iedereen een bedreiging voor jou!
Mensen doen elkaar akelige dingen aan,
dus bescherm je jezelf met een hoge muur.
En dat is lastig: we zijn gemaakt voor relaties,
en volgens mij verlangt iedereen naar verbinding, naar contact,
maar ondertussen durven we ons niet bloot te geven,
en verschansen we ons achter onze muren.

dia 9 – sinds Babel regeren angst en superioriteit
Waar komen die muren eigenlijk vandaan?
In de bijbel wordt daar al vroeg over verteld, in Genesis 11.
Het is het verhaal van de torenbouw van Babel.
De mensen vinden van zichzelf dat ze heel wat zijn,
en bouwen een enorme toren,
als een soort monument voor de mens,
om te laten zien waar we allemaal toe in staat zijn.
Maar ook wel als muur om God buiten te houden.
God reageert door verwarring te zaaien:
de mensen kunnen elkaar niet meer verstaan,
en gedesillusioneerd pakken ze hun bezittingen,
om overal te gaan wonen.
Vanaf die dag doet het er toe van welk volk je bent.
Binnen de kortste keren werd de mensheid gedreven
door een giftige mengelmoes van angst en superioriteit.
We zijn bang voor iedereen die anders is,
en tegelijk voelen we ons beter.

Dat is niet zo best…
Je zou verwachten dat als Jezus op aarde komt,
hij het helemaal anders gaat doen.
En ja, Jezus zinspeelt er wel op dat het anders gaat worden,
dat hij niet alleen koning van de Joden is, maar van de hele wereld,
maar tijdens zijn leven op aarde gaat Jezus grotendeels met de muren mee.
Jezus houdt buitenlanders nog op afstand.
Als in Matteüs 15 een buitenlandse vrouw Jezus om medelijden smeekt,
reageert Jezus als volgt:
‘ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’
Lekker nationalistisch…
Het wordt nog bonter: ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen
en het aan de honden te voeren.’
Hoor ik dat goed: zijn Israëlieten kinderen en buitenlanders honden?!
Het is dat de vrouw blijft aandringen: ‘maar de honden eten toch de kruimels’ –
anders zou ze onverrichterzake naar huis zijn gekeerd.
Bij Jezus blijven de muren nog even staan.

2. De Geest breekt muren af
dia 10 – sloopkogel
Totdat het Pinksteren wordt.
Dán moeten de muren er toch echt aan geloven.
De Geest haalt met zijn sloopkogel de muren omver.
Het is genoeg geweest met die verdeeldheid,
met dat steeds buitensluiten van iedereen die anders is.
Jezus zinspeelde er al op,
maar nu het Pinksteren is, nu de Geest komt, wordt het werkelijkheid.
De deuren, of in de taal van Psalm 87: de poorten, gaan nu wagenwijd open.
Zoals Johannes het zegt in Openbaring 21 over het nieuwe Jeruzalem:
‘de poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn.’
Pinksteren is het begin daarvan, het begin van nieuwe eenheid.

dia 11 – zelfs de grootste vijand hoort erbij
Psalm 87 lijkt een typisch stadslied te zijn, tot je bij vers 4 aanbelandt:
‘ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië zijn allen hier geboren.’
Dat is heel andere koek dan die muren!
Niks geen ‘wij Jeruzalem’ tegen ‘zij de rest’.
De rest, alle andere volken, zij horen er helemaal bij!

En het zijn niet de vriendelijkste volken.
Er is natuurlijk gradatie.
De meeste Nederlanders zullen niet zo veel tegen Denen hebben.
Denen vormen voor ons geen bedreiging,
eigenlijk lijken we best wel op elkaar, dus we kunnen prima vrienden zijn.
Met een land als Polen is het al wat moeilijker, ook al zitten we samen in de EU,
maar Rusland is pas echt bedreigend.
In Psalm 87 zijn het juist de meest angstaanjagende volken die genoemd worden!
Vooral Rahab, een andere naam voor Egypte, en Babel:
de grootmachten van de toenmalige wereld,
altijd op zoek naar mogelijkheden hun rijk te kunnen uitbreiden,
en Israël moest dus altijd vrezen voor annexatie.
Met de Filistijnen was het altijd ruzie,
en de Tyriërs hebben Israël met Baäl opgezadeld,
wat bepaald geen aanwinst was…
Wat Nubië, oftewel Ethiopië, in dit rijtje doet, is niet helemaal duidelijk,
maar laat in ieder geval zien dat ook verre landen meedoen.
Maar verder is het vooral: zelfs de grootste vijand hoort erbij!

In Psalm 87 is dat nog profetie,
maar in Handelingen 2 begint het werkelijkheid te worden.
Als al die mensen uit al die landen
de leerlingen van Jezus in hun eigen taal horen spreken.
In Babel ontstonden de talen, met Pinksteren overwint de Geest de taalbarrière.
Nu moet ik wel iets preciezer zijn:
die mensen in Jeruzalem, dat zijn voor het grootste deel Joden.
Joden die overal ter wereld woonden, maar wel Joden.
Geen ‘echte’ buitenlanders.
Maar dat begint met Pinksteren wel:
het goede nieuws van Jezus gaat de wereld over,
klinkt in alle talen en bereikt alle volken.
Dat talenwonder is het begin daarvan.

dia 12 – niet te gast, maar genaturaliseerd in Jeruzalem
In Psalm 87 loopt het uit op een soort naturalisatieplechtigheid.
God zelf schrijft de volken in.
Want die volken, overal vandaan, zijn bij God niet te gast:
ze gelden als geboren Jeruzalemmers.
Ze krijgen hun inburgeringsdiploma, zonder er iets voor te doen.

Ook wij, Nederlanders.
Wie bij Jezus wil horen, wordt genaturaliseerd tot Jeruzalemmer.
Paulus schrijft erover in Efeziërs 2:12-14:
‘Bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus,
geen deel had aan het burgerschap van Israël
en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden.
U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.
Maar nu bent u, die eens ver weg was,
In Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed.
Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt,
de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken.’
Dat Hardenberg in mijn paspoort staat is niet langer relevant.
Van mij mag je best trots zijn dat je een Fries bent, maar voor Christus telt het niet.
Hij zegt: ‘ben je Fries? Kun je ook niets aan doen!
Maar door mij tel je mee: ook jij wordt een Jeruzalemmer.’

dia 13 – eenheid, niet van de mens maar van de Geest
Door de Geest ontstaat er een nieuwe eenheid.
Maar wel een andere eenheid dan de eenheid van Babel.
Die was gebaseerd op trots: ‘kijk ons nou!’
Het was een eenheid van hoogmoed,
van mensen die het zonder God willen doen.
De eenheid die met Pinksteren begint is anders.
Niet op basis van mensen, maar op basis van de Geest.
In Psalm 87 zie je dat ook: ‘mijn bronnen zijn alleen in u.’
Wat ons samenbindt, is niet dat we op elkaar lijken,
niet onze gezamenlijk hobby’s of idealen,
maar Gods liefde voor ons, het offer dat Jezus gebracht heeft en onze liefde voor hem.
Op die basis breekt de Geest muren af,
om een nieuwe eenheid te maken.

3. Zoek elkaar
dia 14 – zoek elkaar
Met zo’n God, met zo’n Geest,
kunnen wij ons natuurlijk niet langer achter muren verschansen.
Hij zet de poorten wijd open – dan wij ook.
Laten we elkaar zoeken!

dia 15 – in de kerk en in de wereld (contact)
Als je bij Jezus hoort, dan horen daar geen muren bij,
maar poorten die uitnodigend open staan.
We bouwen geen muren, we halen ze juist onderuit!
Christenen staan in dienst van de Geest – de Oppersloper.
Dus zoek elkaar, in de kerk.
Laten we geen groepen maken, clubjes gelijkgestemden.
Zulke muren horen hier niet.
Laten we naar elkaar luisteren, écht luisteren, en elkaar begrijpen.
Laten we ons naar elkaar bloot geven,
de muren weghalen die we om onszelf neer zetten,
en die dat verlangen naar echt contact zo in de weg staan.
Zoek elkaar, ook in de wereld.
Want door de Geest mogen we laten zien
dat er een alternatief is voor muren,
een alternatief voor dat eeuwige wij/zij-denken.
Sta open voor wie anders is dan jij,
stap over die drempel heen en leer die ander kennen.
Wees in hoe je met mensen omgaat
een uitnodiging om ook ingeschreven te worden in Jeruzalem.

dia 16 – geen angst en trots, maar vreugde!
Ja, dat kan eng zijn.
En wat we minder graag toegeven:
daar voelen we ons ook wel eens te goed voor.
Maar de Geest wil je veranderen.
Die angst en die trots van je wegnemen.
Besef dat ook jij een vreemdeling in Jeruzalem was.
De Geest wil met je aan de slag,
wil je helpen bij het leven als christen,
en dan kun je de angst en het superioriteitsgevoel wegdoen.

Dan gaat een hele wereld voor je open.
Samen in Jeruzalem, samen rondom Christus, is het groot feest.
Zo sluit Psalm 87 af: ‘en dansend zingen zij.’
Want bij Jezus kom je thuis.
Als alle muren verdwijnen, we met God leven en elkaar in de ogen kijken,
dan is het feest – het is de hemel.
In de kerk, en vandaag in het bijzonder bij het avondmaal,
beginnen we met die wereld zonder muren.
Amen.




Psalm 47:6 | Trots op Jezus

Hemelvaart is een feest dat er vaak maar wat bij hangt. Misschien zelfs een dag van teleurstelling: Jezus is vertrokken. Maar ook Hemelvaart mag een uitbundig feest zijn! We vieren dat Jezus onze held is, en daarom brengen we hem hulde!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2 en 5 (lied van de maand)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 334
Gebed
Lezen: Matteüs 28 : 16 – 20
Zingen: GKB/NLB Psalm 99 : 1, 2 en 4
Lezen: Psalm 47 : 1 – 10
Zingen: GKB Gezang 100 : 1
Preek over Psalm 47 : 6
Zingen: Opwekking 366 en Opwekking 764
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 47 : 1, 3 en 4
Zegen

Trots op Jezus

Inleiding
dia 1 – zwart
Het is een feestelijke Psalm!
Klap in de handen, juich, zing –
de blijdschap en de vrolijkheid spatten er vanaf!
Het is een uitbundigheid die wij,
nuchtere Nederlanders die we zijn,
misschien niet zo goed kennen.
Behalve als het gaat om sport – dan kunnen we het opeens wel.

dia 2 – huldiging
Want als onze sporters het goed hebben gedaan,
dan verdienen ze een huldiging.
Ik ben er één keer bij geweest, alweer 12 jaar geleden, in 2006.
In dat jaren waren de Olympische Winterspelen in Turijn.
Dat betekende ook toen al: veel schaatsmedailles voor Nederland.

Natuurlijk waren er ook veel Nederlandse fans in Turijn,
ik bedoel: je gaat makkelijker voor een paar dagen naar Turijn,
dan naar Pyeongchang, waar de spelen dit jaar waren.
Maar de meeste Nederlanders, waaronder ik,
volgden de spelen van een afstandje, voor de tv.
Terwijl onze sporters topprestaties neerzetten
en de Nederlandse eer verdedigden,
zat ik te studeren in een of andere dikke theologische pil,
en keek ik ondertussen met een schuin oog naar de tv,
om even een rondedansje te doen wanneer we weer eens succes hadden.
Bij wijze van spreken dan…

We waren trots op wat onze sporters presteerden,
dus verdienden ze bij hun terugkomst een feestelijk onthaal.
Dat werd dat jaar georganiseerd op station Zwolle,
waar de sporters per trein arriveerden.
Een enorme mensenmassa had zich op het stationsplein verzameld,
en ik was er bij.
Wat een feest was dat!
Vlaggen, spandoeken, een luid gejuich toen de sporters het podium opkwamen,
en trots hun medailles aan ons lieten zien.
Wat waren we trots op onze helden,
en dat lieten we met deze huldiging zien.

dia 3 – trots op Jezus
Over zo’n huldiging gaat Psalm 47.
Daar worden geen sporters gehuldigd, maar God.
Psalm 47:6: ‘onder luid gejuich steeg God omhoog,
de Heer steeg op bij hoorngeschal.’
Vandaag, op Hemelvaartsdag, duiken we wat dieper in die woorden.
Want ze gaan over Jezus, over onze held!
Hij verdient, nog veel meer dan die sporters, onze trots.
Daarom is het thema: trots op Jezus.
En ik hoop dat je vandaag iets van die trots gaat voelen.

1. Hemelvaart: een teleurstelling?
dia 4 – Psalm 47: een uitbundig overwinningslied
Psalm 47 hoort bij Hemelvaart.
Elke Hemelvaartsdag laat ik deze Psalm zingen.
‘God vaart voor het oog met gejuich omhoog.’
Zeg nu zelf: dat is toch precies Jezus’ Hemelvaart?
Maar ja, toen Psalm 47 werd gedicht moest Jezus nog geboren worden.
En dat zou nog heel lang duren.

De Korachieten, de songwriters die ons deze Psalm hebben nagelaten,
hadden Hemelvaartsdag niet in gedachten toen ze deze Psalm schreven.
Ze schreven de Psalm als overwinningslied.
Er was een oorlog gevoerd, de oorlog was gewonnen,
en nu was het tijd voor een uitbundige huldiging.
Net zoals wij onze topsporters hulde brengen.
Zo veel verschil is er ook niet tussen onze sporttoernooien en de oorlogsvelden van toen:
wij willen nog altijd graag de strijd met Duitsland aangaan en winnen,
maar doen het op een iets beschaafdere manier
door 22 man de strijd met een bal te laten uitvechten.

Wat wel bijzonder is in Psalm 47
is dat het niet de soldaten zijn die worden gehuldigd.
Dat zou je verwachten: zij hebben een topprestatie geleverd.
Maar over Israëls helden geen woord.
Er is slechts 1 held die er toe doet: God!
Niet het leger van Israël, maar God heeft de overwinning gehaald.
En daarom die woorden: ‘onder gejuich steeg God omhoog.’

dia 5 – ark
Waarschijnlijk moet je daarbij denken aan de ark,
de heilige kist van Israël waarin de 10 geboden lagen,
de kist die stond voor de aanwezigheid van God.
Soms werd die ark in oorlogen meegenomen.
Het ‘omhoogstijgen’ in Psalm 47 zou dan zijn
dat de ark omhoog gedragen werd, de berg Sion op.

dia 6 – Hemelvaart lijkt helemaal niet zo uitbundig
Hoe dan ook: in Psalm 47 is het groot feest voor God,
omdat God overwinnaar is.
Maar past dat feestelijke en uitbundige wel bij Hemelvaart?
In Handelingen 1 wordt verteld over dat Jezus voor de ogen van zijn leerlingen
wordt opgenomen in een wolk en zo naar de hemel gaat.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken
dat het er daar helemaal niet zo uitbundig aan toe gaat.
De sfeer is eerder bedrukt.
Net was Jezus er nog, en nu is hij verdwenen.
De leerlingen turen de hemel af,
in de hoop ergens nog een laatste glimp van Jezus op te vangen.
Met hun blikken zouden ze hem weer naar beneden willen trekken:
‘laat ons toch niet in de steek Heer, blijf toch bij ons!’
Maar Jezus blijft niet.
Dus die uitbundigheid lijkt toch een beetje ongepast.

Is Hemelvaart wel zo’n feest?
Is dit wel de dag om trots te zijn op Jezus?
Is het niet veel meer een teleurstelling?
Want wat zou het geweldig zijn
als Jezus nog altijd op aarde rondliep!
Zou geloven in Jezus dan niet veel makkelijker zijn?
Als je hem kunt zien, ja zelfs kunt aanraken?
Hemelvaart kan wel eens voelen als dat Jezus ons alleen heeft gelaten.
Valt er op Hemelvaartsdag wel wat te juichen!

2. Trots op Jezus
dia 7 – Hemelvaart: je mag trots zijn op Jezus
Nou en of!
Psalm 47 past uitstekend bij Hemelvaartsdag,
en niet alleen om dat zinnetje dat God omhoog stijgt.
Hemelvaart is een uitbundig feest voor Jezus,
waar we trots mogen zijn op onze held.
In Handelingen 1 zie je dat misschien niet zo,
maar in Lucas 24 wordt ook over Hemelvaart verteld.
Dan staat er: ‘ze brachten hem hulde,
en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem.’

dia 8 – 1 Jezus heeft gewonnen
Maar waarom zou je Jezus huldigen, trots op hem zijn?
Vanuit Psalm 47 wil ik 3 redenen geven.
De eerste: Jezus heeft gewonnen!
Psalm 47 is een overwinningslied.
De oorlog is gewonnen, niet door soldaten, maar door God.
Het staat in vers 4: ‘volken dwong hij voor ons op de knieën,
naties legde hij aan onze voeten.’
Psalm 47 is een feestlied voor God, de overwinnaar.

Dat kun je ook van Jezus zeggen: hij is overwinnaar.
Hij heeft het kwaad verslagen, hij heeft de dood verslagen.
Met Pasen wordt duidelijk dat Jezus gewonnen heeft.
Maar het moet nog doordringen.
In eerste instantie kunnen zijn leerlingen het niet eens geloven.
In de kerk vieren we Pasen graag als een uitbundig feest,
maar die eerste Paasdag was het op zijn hoogst een aarzelend halleluja.
Maar nu, met hemelvaart, wordt zijn overwinning nog eens gevierd:
het is de huldiging van Jezus die na zijn overwinning weer naar huis gaat.
Ik stel me zo voor dat niet alleen Jezus’ leerlingen jubelden,
maar dat Jezus in de hemel door een enorme massa engelen werd onthaald.

dia 9 – 2 wij hebben verloren
Reden 2 om trots te zijn op Jezus, is een beetje een vreemde: wij hebben verloren.
De volken in Psalm 47 hebben namelijk een merkwaardige dubbelrol.
Eerst worden ze opgeroepen om in de handen te klappen,
maar later wordt gezegd dat de volken door God op de knieën zijn gedwongen.
Het zijn de volken die door God overwonnen zijn, die voor God moeten juichen.
Vreemd: als het Nederlands elftal een belangrijke wedstrijd van Duitsland verliest,
dan piekeren we er niet over voor Duitsland te juichen.
Nee, we zijn dan juist collectief chagrijnig.
Je gaat toch niet juichen om je nederlaag?
Maar in Psalm 47 dus wel!

Want op de knieën gaan voor God is geen afgang.
Het is eerder een opluchting.
Wij willen alles graag zelf doen,
die drang naar onafhankelijkheid zit er vanaf het begin al in,
en uit onszelf zitten we niet te wachten op een God
die zich met ons leven bemoeit.
Maar als je je dan overgeeft aan Jezus,
toegeeft dat jij er een puinhoop van maakt,
dat je jezelf niet gelukkig kunt maken en God tekort hebt gedaan,
dan is dat een bevrijding!
Dan is de winst van Jezus ook jouw winst, ook al heb je verloren.
Nog meer reden om te juichen voor Jezus.

dia 10 – 3 Jezus is koning
En de laatste reden: Jezus is koning!
Luister maar weer naar Psalm 47: ‘God is koning van heel de aarde.’
Dat is nogal een uitspraak!
In de tijd waarin Psalm 47 geschreven is, had elk land zijn eigen landgod.
Al die goden hadden hun eigen terrein.
De goden van de Filistijnen hadden in Israël niets te zeggen,
en de goden van de Assyriërs konden in Egypte niets beginnen.
Maar de God van Israël is geen landgodje: hij is koning van heel de aarde!
Dat is ook de reden dat niet alleen Israël, maar alle volken voor God moeten juichen.

In Matteüs 28 komt dat terug.
Ook daar is het Hemelvaart: het zijn Jezus’ laatste woorden
voor hij aan het zicht van de leerlingen wordt onttrokken.
En wat zegt Jezus dan?
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’
Dus Jezus is koning van heel de hemel en heel de aarde!

Dat is Jezus nu al: Hemelvaart is het feest dat Jezus de troon bestijgt,
zijn taak als koning van hemel en aarde oppakt.
Maar het is nog niet zo dat iedereen voor Jezus juicht.
In Psalm 47 ook niet:
de volken worden wel opgeroepen mee te doen in het feest,
maar dat betekent nog niet dat ze het ook doen.
In Matteüs 28 zegt Jezus er daarom iets bij:
‘ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.’
Jezus is koning en iedereen moet dat weten!

dia 11 – Hemelvaart: deze Jezus is onze held!
En dát alles vieren we vandaag.
Dat Jezus, die gewonnen heeft en koning is, ónze held is.
Psalm 47 past perfect bij hemelvaart,
niet alleen dat zinnetje over God die opstijgt:
we vieren vandaag het overwinningsfeest van Jezus,
we huldigen hem, nog veel meer dan die olympische sporters.
Want eerlijk is eerlijk: ik zou niet meer weten voor wie ik toen stond te juichen.
Voor sporters is er maar een kort ‘moment of fame’.
Maar Jezus is nog altijd jouw en mijn hulde waard!
Vandaag is een dag om trots te zijn:
‘kijk toch naar Jezus, wat een held!
En deze Jezus is mijn Jezus, mijn koning!’

3. Uit volle borst
dia 12 – uit volle borst
Laat het vandaag dus groot feest zijn.
Wees maar trots op Jezus.
Zoals Psalm 47 het zegt: klap in de handen, juich en zing!
En doe het maar uit volle borst.

dia 13 – ben je trots op Jezus?
Die uitbundigheid, ik zei het al, die zijn we niet zo gewend.
We vinden het al snel overdreven.
Maar het feest voor Jezus kún je gewoon niet overdrijven!
Sporthelden die gehuldigd worden, die kun je te veel eer geven,
maar bij Jezus is dat risico niet aanwezig.

Hoe we Jezus huldigen,
of we in onze handen klappen, de handen omhoog steken,
een dansje doen, of rustig zitten te genieten,
daar gaat het helemaal niet om.
Wel of je die uitbundigheid van Psalm 47 kunt meemaken:
die blijdschap, die vrolijkheid, die bewondering – voel je dat voor God?
Ben je trots op Jezus, intens gelukkig dat jij bij deze held mag horen?
Zie je hoe geweldig het is dat Jezus je Heer is,
of is geloven voor jou vooral een last?

dia 14 – uitbundigheid versterkt die trots
Dan denk ik dat juist dat uitbundige kan helpen.
Want wat je met je lichaam doet, versterkt wat je voelt.
Vlak voor Pasen hebben we hier een dienst van verootmoediging gehad.
We gingen toen bij het kruis op onze knieën –
en die houding hielp om je ook van binnen klein te maken voor God.
Zo is het hier ook: als je uitbundig meedoet,
met heel je lichaam voor God juicht,
dan helpt dat ook om die trots voor Jezus te voelen.

We gaan hem uitbundig loven, met 2 liederen.
Een traditioneel lied, Kroon hem met gouden kroon,
en een nieuw lied, Zegekroon.
Zing het in ieder geval uit volle borst mee,
om te voelen hoe geweldig Jezus is.
En laten we er ook bij gaan staan:
bij een huldiging blijf je niet op je stoel zitten.
Als je wilt klappen, klap dan lekker mee.
Wil je je handen heffen, doe dat dan.
Als je wilt dansen: dat mag ook!
Want we vieren feest voor Jezus,
vandaag juichen we voor Jezus,
we huldigen onze held!
Amen.




Johannes 8:12 | Jezus is de sleutel tot echt leven

In het donker zie je niets. Niet waar je bent, niet hoe de wereld er uit ziet, niet wat je moet doen. In het licht ga je het allemaal begrijpen. Jezus zegt: ‘ík ben het licht’. Je gaat de wereld en het leven niet begrijpen door je verstand, of door dicht bij jezelf te blijven, maar door Jezus te volgen.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Psalm 27 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: 1 Johannes 1 : 5 – 10
Zingen: NLB Gezang 637 : 1, 2 en 4
Lezen: Johannes 8 : 12 – 30
Zingen: GKB Psalm 36 : 3
Preek over Johannes 8 : 12
Zingen: Opwekking 595
Kinderen terug
Zingen: Kids Opwekking 46
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 214
Zegen

Jezus is de sleutel tot echt leven

Inleiding
dia 1 – licht
Het gaat vandaag over licht en donker.
Jezus is het licht, en zonder Jezus is het donker.
Dat thema van licht en donker kom je in de bijbel veel tegen,
en er zijn ook heel veel liederen over geschreven.
Dat was voor vandaag wel makkelijk:
ik hoefde niet lang te zoeken naar liederen die we konden zingen.

Een belangrijk thema dus,
maar wat bedoel je er nou eigenlijk mee
als je zegt dat Jezus het licht is?
Wat is het verschil tussen leven in het licht, en leven in het donker?
Dat wil ik graag duidelijk maken met een experiment.
Daarbij heb ik een vrijwilliger nodig, het liefst iemand onder de 12.
Wie wil mij even helpen?

Ik zal uitleggen wat de bedoeling is.
Ik heb Daniëls bestuurbare auto meegenomen,
en de opdracht is heel simpel: rijdt hem naar de piano.
Maar dat is eigenlijk te simpel, dus we maken het iets moeilijker:
dat doe je geblinddoekt.
Ben je er klaar voor?

Laten we maar stoppen met die blinddoek,
en het ook nog even zonder blinddoek doen!

Het verschil lijkt mij duidelijk.
Met een blinddoek voor je ogen
heb je geen flauw idee waar je mee bezig bent.
Je ziet niet waar die auto staat en wat de handigste weg naar de piano is.
Op goed geluk laat je de auto rijden,
je botst veel, maar je komt niet bij de piano…
Het donker is een complete chaos!

dia 2 – Jezus is de sleutel tot echt leven
En nu naar die uitspraak van Jezus.
Johannes 8:12: ‘Jezus nam opnieuw het woord.
Hij zei: “Ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.”’
Anders gezegd: ‘zonder mij is het alsof je geblinddoekt leeft.
Je ziet de wereld en het leven niet zoals het is,
je kunt het niet begrijpen, en daarom ook geen goede keuzes maken.
Met die blinddoek voor je ogen kun je niet leven zoals het bedoeld is.
Maar ík ben het licht, en als je daar je ogen voor open doet,
dan kun je leven zoals het is bedoeld, dan kun je écht leven!’
Thema vanmorgen is: Jezus is de sleutel tot echt leven.

1. Pogingen het leven te vatten
dia 3 – pogingen het leven te vatten
Met dat thema van licht en donker kun je veel kanten op,
en ik twijfel er niet aan dat je nog veel meer kunt zeggen
over dat Jezus het licht voor de wereld is,
dan wat ik er vandaag over zeg.
Het stukje wat ik er vandaag uit wil halen
is dat je in het licht de wereld en het leven beter begrijpt,
en dan dat je daardoor ook de goede keuzes kunt maken.
Net als met die auto: zonder die blinddoek
is het geen enkel probleem om de goede weg naar de piano te vinden.
Mensen zijn altijd op zoek geweest naar dat licht,
om te proberen het leven te vatten,
om een betere wereld te krijgen, die klopt.

dia 4 – Joods: God is het licht, de wet een lamp
Laten we kijken naar 3 pogingen, 1 van vroeger, 2 van nu.
Eerst die van vroeger: de Joden in de tijd van Jezus.
Want zij zijn de eersten die het Jezus horen zeggen:
‘ik ben het licht voor de wereld.’
Maar wat was volgens de Joden nou eigenlijk het licht,
de sleutel tot het leven zoals het bedoeld is?

Nou, het Joodse antwoord is heel duidelijk: God zelf is het licht!
Bijvoorbeeld Psalm 27: ‘de Heer is mijn licht.’
Al het licht komt van God.
En dat licht komt naar mensen toe door Gods woord, door zijn wet.
Bijvoorbeeld Psalm 119: ‘uw woord is een lamp voor mijn voet,
een licht op mijn pad.’
Dus: wil je in het licht leven, wil je leven zoals het bedoeld is,
houd je dan aan wat God zegt!
Houd je aan de wetten, ze zijn er niet voor niets,
God heeft ze gegeven zodat je in het licht leeft.
Tegen díe achtergrond doet Jezus zijn uitspraak.

Maar hoe proberen wij, in onze cultuur, het leven te vatten?
Wat is voor ons het licht, de sleutel om dit leven en de wereld te begrijpen?
Dat is een vraag over heel grote dingen,
dus ik vind dat ik er voor de verandering
ook eens 2 grote woorden tegenaan mag gooien: modernisme en postmodernisme.
Want die woorden hebben te maken met hoe wij proberen het leven te vatten.

dia 5 – modernisme: het verstand is het licht (Verlichting)
Eerst het antwoord van het modernisme: gebruik je verstand!
In de moderne tijd is het verstand heel belangrijk.
Eerst had je de middeleeuwen, ook wel dónkere middeleeuwen genoemd,
daarna breekt langzaam maar zeker de moderne tijd aan,
om in de tijd van de Verlichting, de 18e eeuw, volop door te breken:
het verstand is het licht geworden waarmee we naar de wereld kijken.
Daar zit dus zelfs al die tegenstelling tussen donker en licht in:
na de donkere middeleeuwen kwam de Verlichting.
Best een arrogante manier om tegen de middeleeuwen aan te kijken…

Hoe dan ook: sinds die tijd is de westerse samenleving
sterk gestempeld door het verstand.
Moderne wetenschap kwam op en had voor allerlei problemen een oplossing,
zelfs voor dingen waarvan we niet eens wisten dat het een probleem was.
Het heeft de wereld onherkenbaar veranderd.

Nog altijd kijken we naar de wetenschap.
Moet het milieuvriendelijker?
Laat de wetenschap maar een oplossing geven.
Mag er niemand meer dood gaan aan kanker?
We zetten de wetenschap aan het werk.
Moet het verkeer veiliger worden?
Dat is een mooi klusje voor de wetenschap!
Want het gezonde verstand ziet het leven zoals het is,
en de knappe koppen verbeteren deze wereld.

dia 6 – postmodernisme: jíj bent het licht
Maar naast dat modernisme is het postmodernisme ontstaan,
vooral sinds de 2e Wereldoorlog.
Dat postmodernisme zegt: het is verstand is beperkt.
Kennis is relatief, en wat voor de een waar is, is dat voor de ander niet.
Maar met welk licht moet je dan de wereld in kijken?
Het postmoderne antwoord: het licht, dat ben jij zelf!

Even iets concreter: hoe maak je keuzes?
Natuurlijk gebruik je je gezonde verstand,
maar wat je heel veel hoort is: ‘je moet doen wat voor jou goed voelt.’
Dát is typisch postmodern.
Je keuzes zijn jóuw keuzes, daar moeten anderen van afblijven.
Jij bent het licht, en als je maar dicht bij jezelf blijft,
dan leef je zoals het leven bedoeld is.

2. Jezus: de sleutel tot leven
dia 7 – Jezus: de sleutel tot leven
Jezus zet daar iets heel anders tegenover:
‘ík ben het licht voor de wereld.
Wil je het leven begrijpen, wil je een wereld die klopt,
wil je leven zoals het bedoeld is,
dan ben ik de sleutel: je moet bij mij zijn!’
Bij Jezus gaat de blinddoek af, zie je wat je aan het doen bent,
hoe je moet denken over wat er in je leven en in de wereld gebeurt,
zodat je kunt leven zoals God het heeft bedoeld.

dia 8 – enorme pretentie: alleen bij Jezus is licht
Het grote punt van Jezus is: ík ben het!
Dat is nogal een uitspraak, met een enorme pretentie.
Stel je voor dat je iemand tegenkomt die zegt: ‘wil je leven in het licht?
Stop maar met zoeken, je moet bij mij zijn, want ik bén het licht.’
Zo iemand lach je uit, of je bent verbijsterd, of boos,
maar de kans is vrij klein dat je hem serieus neemt.
Toch zegt Jezus het: je moet bij mij zijn –
ik ben de enige bij wie licht is.

Zet dat maar eens tegenover die pogingen van ons.
Tegenover dat modernisme, met z’n verstand.
Jezus zegt: dat verstand gaat je niet redden,
dat verstand gaat de problemen van de wereld niet oplossen,
en geeft je niet het leven zoals het bedoeld is.
En eigenlijk weten we dat ook wel…
Het probleem van de wereld zit dieper, in de mensen zelf,
die met kennis prachtige dingen kunnen doen,
maar ook de meest afschuwelijke.

Het postmodernisme doet het niet veel beter.
Dicht bij jezelf blijven, dat klinkt mooi,
maar ik schrik wel eens van wat er allemaal in mijzelf is.
Ik geloof niet dat ik daar dicht bij moet blijven!
Jezus zegt: je moet niet dicht bij jezelf blijven,
want in jezelf is het donker,
maar ík ben het licht, dus blijf bij mij!

Maar Jezus zegt het óók tegen de Joden,
die God als hun licht hadden en de wet als een lamp.
Tegen de Farizeeën, de beste gelovigen, de vroomste mensen die je kon vinden.
Jezus zegt: ‘jullie denken dat je in het licht leeft?
Vergeet het maar! Als je niet in mij gelooft zul je in je zonde sterven.
Want ík ben het licht.’

dia 9 – Jezus mag het zeggen: hij komt van de Maker
Als Jezus dat zegt, houdt iedereen zijn adem in.
Oei, is Jezus nu niet te ver gegaan?
Iedereen weet dat Gód het licht is, en nu noemt Jezus zich het licht?
Hoe durft hij?! Wie denkt hij wel niet dat hij is?!
Jezus stelt zich op één lijn met God – dat kan hem de doodstraf opleveren.
Maar Jezus is niet bang, hij weet dat zijn tijd nog niet gekomen is.

Wel volgt er een lange en verhitte discussie.
Wat daarin opvalt: het woord ‘licht’ komt er niet een keer meer in voor.
Het gaat helemaal over de vraag waar Jezus vandaan komt.
Het lijkt een lang zijspoor, muggenziften met de Farizeeën,
in plaats van het te hebben over waar het over móet gaan.
Maar dat is het niet: juist omdat Jezus van de Vader komt,
kan Jezus het licht van de wereld zijn.
Jezus zet God en de wetten uit de bijbel niet aan de kant,
maar zegt: ‘ik kom van God,
en in mij zie je nog veel beter wie God is.
Ik kom van jullie Maker, ik bén jullie maker.
Geeft mij dat niet het recht te zeggen dat ik het licht ben?
Dat ik de sleutel ben tot het echte leven?
Als er iemand is die weet hoe het leven bedoeld is, dan ben ik het wel!
Dus geloof mij als ik zeg dat ík het licht ben.’

dia 10 – echt leven: liefde die geeft
Maar wat zie je dan?
Als je je open ogen doet voor het licht van Jezus?
Wat leer je dan over het leven?
Je ziet liefde.
Geen oppervlakkige en kleffe liefde, maar opofferende liefde.
Je ziet Jezus leven op een compleet nieuwe manier.
Jezus gaat niet op zijn gezonde verstand af –
dan zou hij lekker bij de Vader zijn gebleven.
Jezus gaat, God zij dank, niet af op wat goed voelt – hij draagt juist zijn kruis.
Jezus gaat op een verrassende manier met Gods geboden om,
en blijft het maar zeggen: het gaat om liefde.
Niet die kleffe liefde, maar die liefde die alles geeft.
Jezus geeft zichzelf.
Hij, het licht voor de wereld, wordt gekruisigd, en dan wordt het 3 uur donker!
Het licht gaat de duisternis in,
en verdrijft zo de duisternis die hem niet kan houden.
In dat alles laat Jezus zien wat leven is,
en dat niet alleen: hij maakt het weer mogelijk!
Als hij het licht in je leven is, dan zegt Jezus dat je zelf ook licht hebt.
Dát is de sleutel tot echt leven.

3. In het licht
dia 11 – in het licht
Jezus zegt: ‘ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.’
Wil je in het licht leven, dan komt het dus aan op Jezus volgen.

dia 12 – al het andere is duisternis
Want al het andere is duisternis.
Als Jezus niet jouw licht is,
is het alsof je met een blinddoek voor
die bestuurbare auto bij de piano probeert te parkeren.
Al die manieren waarop wij proberen het leven te vatten,
het zijn allemaal pogingen om zonder Gods licht te leven.
We zeggen tegen God: ‘we zoeken het zelf wel uit!’
Maar als mensen denken dat zij het licht gevonden hebben: berg je dan maar!
Maak niet de fout in het donker te blijven en in je zonde te sterven!
Bij God, alleen bij God, vind je het leven zoals het bedoeld is.
Alleen Jezus is het licht!

dia 13 – laat Jezus je licht zijn!
Dus doe die blinddoeken af
en vertrouw erop dat je bij Jezus het echte leven vindt.
Ook als het wel eens anders lijkt.
Want het is niet zo dat als jij met de liefde van Jezus gaat liefhebben,
dat iedereen je dan ook die liefde teruggeeft.
Je zult oneerlijk behandeld worden – net als Jezus.
Maar geef niet op!
Want liefde, échte liefde, is wat de wereld nodig heeft,
is wat het leven leven maakt.
Laat Jezus je licht zijn – dan leef je echt!
Amen.




Johannes 6:35 | Jezus vult je leegte

Voel je je wel eens leeg? Jezus zegt: ik ben het brood van het leven, en als je daarvan eet, krijg je nooit meer honger. Jezus heeft het over de honger van het hart. Hij is veel beter dan welke sensatie ook maar.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB/NLB Psalm 66 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 734
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Johannes 6 : 25 – 59
Zingen: GKB Psalm 78 : 1 en 7
Preek over Johannes 6 : 35
Zingen: Opwekking 520
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: NLB Gezang 675 : 1
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 687 : 1, 2 en 3
Zegen

Jezus vult je leegte

Inleiding
dia 1 – martenastins
Vorig weekend was ik met de kinderen in het Franeker museum: museum Martena.
In het museum is van alles te zien,
van het leven in een stadskasteel – want dat was het museumgebouw –
tot de geschiedenis van de Franeker universiteit.
Je blijft je klein voelen als je in de professorenkamer staat,
en wordt aangekeken door zo’n 30 hoogleraren,
bij wie er geen glimlach of bemoedigend knikje van af kan.
Alsof ze zeggen: ‘je bent gezakt.’

dia 2 – kunstwerk
Laten we dus maar snel naar de leukere delen van het museum gaan.
Het hoogtepunt is toch wel de zolder,
waar 2 ‘mechanische meesterwerken’ worden tentoongesteld.
Een enorme miniatuurkermis,
en een kunstwerk waar een bijbelverhaal over koning Salomo wordt nagespeeld.
Over die laatste wil ik het even hebben.

Dit kunstwerk is gemaakt door een zekere Jan Elzinga,
en in het museum wordt het een ‘mechanisch kunstwerk’ genoemd.
Ik zou er ook geen betere naam voor kunnen vinden.
Het lijkt wat op een poppenkast of marionettenshow,
maar dan zonder dat mensen de poppen moeten bewegen:
daar zorgt de techniek voor.

Een elektromotor drijft de boel aan,
en via een heel stelsel van overbrengingen
komen de poppen in het kunstwerk in beweging.
In 35 minuten wordt het verhaal nagespeeld
van 2 vrouwen die bij koning Salomo komen
en ruzie hebben over een kind: van wie is het kind?
En dat dus allemaal mechanisch!

Elzinga bouwde dit meesterwerk rond 1900,
had een speciale kist om het in te vervoeren,
en trok daarmee, per trein, het land door,
om zijn voorstelling overal uit te voeren.
Zelfs de koningin, Wilhelmina, kwam kijken!
Maar na verloop van tijd had iedereen het wel gezien,
35 minuten was ook wel wat lang voor dit verhaal,
en nog belangrijker: de bioscoop rukte op,
en daar was het spektakel nog veel groter dan bij dit kunstwerk.

dia 3 – Jezus vult je leegte
Mensen blijven altijd op zoek
naar dingen die nog spectaculairder zijn.
Eigenlijk best een triest verhaal: is het nou nooit ons goed genoeg?
Er is een leegte die we proberen te vullen, maar het lukt maar niet.
Maar dan zegt Jezus, in Johannes 6:35:
‘Ik ben het brood dat leven geeft.
Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben,
en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’
Anders gezegd, en dat is ook het thema:
Jezus vult je leegte.

1. Een hongerig hart
dia 4 – waar het om gaat: rusteloos en leeg gevoel
Want in Johannes 6 gaat het niet zozeer over eten en drinken.
Ja, Jezus noemt zichzelf het brood,
maar de honger waar Jezus het over heeft,
is een andere honger dan wanneer je een tijdje niet hebt gegeten.
Het is niet zo dat je als christen nooit meer hoeft te eten
omdat je als je in Jezus gelooft nooit meer last hebt van een rammelende maag.
Jezus heeft het over een diepere honger, de honger van het hart.

Maar wat is dat dan?
Het heeft te maken met het voelen van een leegte in je.
Je mist iets in je leven, iets om vóór te leven.
Het leven gaat z’n gangetje,
maar wat stelt jouw leven eigenlijk voor, wat heeft het voor zin?
Is dit alles, is dit leven?
Het is een rusteloos, ontevreden, gejaagd gevoel.
Je kunt niet even stilstaan,
want dan verveel je je, en wordt je gek van jezelf.

dia 5 – onze manieren om de honger te stillen (bingewatchen)
Misschien herken je die honger van het hart,
misschien vind je het ook nog wat te vaag.
Wat veel minder vaag is,
is hoe wij proberen dat gevoel van leegte op te lossen.
Dat kan werkelijk van alles zijn.
Ik heb het al eens eerder genoemd: bingewatchen.
Niet 1 aflevering van een tv-serie kijken,
maar direct de halve serie op 1 avond.
Het viel mij laatst op dat de Nederlandse Publieke Omroep
er zelfs reclame mee maakt:
de beste series om te bingewatchen…
De hele avond kijk je tv, maar waarom?
Is het misschien omdat je vlucht voor een leeg gevoel?
Maar het kunnen ook hele andere dingen zijn.
Eten bijvoorbeeld: dat eten, en vooral ook goed eten,
of dat nu gezond of lekker of milieubewust is,
dat eten zo belangrijk voor je is, dat het een levensdoel wordt.
Nog duidelijker is het bij verslavingen:
roken, seks, drugs, gamen,
maar ook de verslaving aan complimenten, werk of geld uitgeven:
waar loop je voor weg?

De oude Romeinen zeiden het al: ‘geef het volk brood en spelen.’
We moeten vermaakt worden om een leegte te verstoppen.
We hebben Jan Elzinga’s nodig, met hun voorstellingen,
bioscopen en Netflix, en misschien nog wel heftiger.
Want je hart heeft honger.

dia 6 – Johannes 6: mensen op zoek naar sensatie
Dat is precies de reden dat in Johannes 6 zo veel mensen bij Jezus zijn.
Ze zoeken een verzetje, wat sensatie.
Ze hebben Jezus aan het werk gezien, en dat was veelbelovend.
Dat wordt aan het begin van Johannes 6 beschreven:
de mensen hebben gezien wat voor wonderen Jezus heeft gedaan,
en komen daarom achter hem aan.
Er is wel een probleem: ze hebben geen eten meegenomen.
Maar gelukkig: van 5 broden en 2 vissen deelt Jezus uit.
Iedereen heeft genoeg: er blijft zelfs over!
Zo’n wonder is precies wat de mensen zo trekt in Jezus.

dia 7 – Victor
Dus de volgende dag zijn ze er weer, op zoek naar nog meer sensatie.
En Jezus doorziet het.
‘Jullie komen niet voor mij.
Jullie zien de wonderen die ik doe,
maar zien de God die erachter zit over het hoofd.’
De mensen behandelen Jezus als een soort rondtrekkende Victor Mids,
iemand die de meest waanzinnige trucs kan doen,
en waar je niets van wilt missen.
Want hun hart heeft honger!

2. Jezus is Gods ‘superfood’
dia 8 – Jezus is Gods ‘superfood’
Maar Jezus is geen illusionist.
Het volk kan dan wel brood en spelen zoeken,
dat is niet waar Jezus voor gekomen is.
De mensen zoeken het verkeerde,
en daarom zegt Jezus: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’

dia 9 – superfood
In de supermarkt, of speciale gezondheidwinkels, kun je het tegenkomen:
een schap vol met ‘superfoods’.
Geen gewoon eten, maar extra gezond en voedzaam.
Gojibessen, chiazaad, zeewier, en meer van dat soort exotische dingen.
Maar ook gewonere dingen zoals boerenkool en tomaten horen erbij.
Jezus, zou je kunnen zeggen, is Gods superfood.
Veel beter dan al die dingen waarmee wij ons hongerige hart voeden.
Jezus als levensbrood is zo voedzaam,
dat als je er van eet, je nooit meer honger zult hebben!
Dát is nog eens superfood!

dia 10 – wij krijgen steeds weer honger
Het geeft direct ook het probleem aan
van de dingen waarmee wij onze honger proberen te stillen.
Ze kunnen wel even dat gevoel van leegte, die onrust, wegnemen,
maar het komt altijd weer terug.
Sterker nog: wat je eerst voedzaam vond,
geeft na verloop van tijd steeds minder voldoening,
dus het moet steeds heftiger.
Eerst was dat kunstwerk van Salomo’s oordeel een belevenis,
maar toen de bioscoop oprukte, had dat kunstwerk afgedaan.
En wat is er, juist in onze wereld, enorm veel te beleven!
Virtual reality, wereldreizen, extreme sporten –
je moet het allemaal een keer gedaan hebben.
En dan steeds net weer een schepje er bovenop.
Want uiteindelijk krijg je steeds weer honger.

Jesaja profeteert daar al over.
Luister maar naar Jesaja 55:2:
‘Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?’
Wij jagen maar door, maar wat levert het op?
Komen we echt tot rust, tot onze bestemming,
in al de dingen die de wereld aan brood en spelen biedt?
Maar Jesaja gaat verder:
‘luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben
en genieten van een overvloedig maal.’

dia 11 – Jezus vult je echt
Dát is Jezus, en ik denk dat als Jezus zegt dat hij het brood van het leven is,
hij deze tekst uit Jesaja ook in het achterhoofd heeft.
Jezus zegt: ‘ik vul je echt!
Ik ben veel beter voedsel dan die verzetjes waar jullie achteraan lopen.
Jullie proberen voor de leegte in je te vluchten.
Maar ik wil die leegte vullen.’
En let op: het brood dat Jezus geeft,
dat zijn niet de wonderen die Jezus doet,
niet de wonderlijke goocheltrucs waar de mensen achteraan lopen.
Jezus zegt ‘ík ben het brood.’
Net zoals hij later, in Johannes 14, zegt: ‘ík ben de weg.’
2 Weken geleden hadden we het erover:
Jezus wijst niet de weg, maar ís de weg.
Zo is het hier ook: Jezus geeft geen brood, maar is zelf het brood.

Dat is natuurlijk een raadselachtige uitspraak.
Verderop werkt Jezus het iets meer uit.
Het brood waar hij het over heeft, dat is zijn lichaam.
Jezus zal zijn leven geven,
om een nieuwe relatie met God mogelijk te maken.
Jezus zal sterven en in een nieuw leven opstaan,
en zo het patroon doorbreken van een mensheid die zich heeft overgeleverd aan het kwaad.
Door Jezus mag jouw oude mens sterven,
en mag je opstaan in een nieuw leven, een leven met God.

dia 12 – echt leven is verbonden zijn met God
Want dát is het echte leven.
Jezus zegt het ook: ‘wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.’
‘Eeuwig leven’ – dat gaat niet alleen over dat het leven eindeloos is.
Eeuwig leven is in de bijbel altijd dat je met God verbonden bent.
Je bent gemaakt om op God aangesloten te zijn,
en zo lang je dat niet bent, zul je dat rusteloze gevoel houden.
Dat hongerige hart hoort niet bij het leven, maar bij de dood.
Echt leven is leven met God.
Voor dat leven is Jezus het brood.
Brood: dat is een eerste levensbehoefte.
Zonder te eten kan niemand leven.
Zo is Jezus ook: van levensbelang.
Als je dít brood eet krijg je echt leven!

3. Is er geen ander brood?
dia 13 – is er geen ander brood?
Dat zegt Jezus.
Maar is het echt zo?
Is hij het enige brood dat je honger kan stillen?
Klopt het wel dat alleen hij de leegte vult?
Is er geen ander brood?

dia 14- Jezus als brood roept weerstand op
Niet voor niets roept Jezus’ verhaal grote weerstand op bij de Joden.
Ik moet zeggen: Jezus probeert zijn boodschap ook niet vriendelijk te verpakken.
Moet je horen: ‘als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u.’
Nee, natuurlijk bedoelt Jezus niet dat we als kannibalen moeten aanvallen,
maar hij zegt het wel bewust op deze schokkende manier!
Waarbij je ook nog moet bedenken
dat het voor de Joden nog veel schokkender was dan voor ons.
Joden hadden hun voedselwetten, en 2 hoofdpunten daarvan zijn
dat je geen rauw vlees eet en dat je geen bloed drinkt.
In de woorden die Jezus kiest sluit hij precies bij die regels aan,
en lijkt het alsof Jezus die regels aan zijn laars lapt.
Maar Jezus zegt het expres op deze manier
om binnen te komen bij die mensen die trucjes willen zien
en achteraf met hun vrienden bespreken hoe interessant het wel niet was.
Jezus wil niets minder dan dat ze hém aannemen.

Maar dat heeft wel een hoge prijs.
Eten van het brood dat leven geeft
is zeggen: de dood van Jezus is nodig om mij leven te geven.
Daar moet je dus wel je trots voor opzij zetten.
Het is nogal vernederend.
Eigenlijk zeg je ermee: ‘ik ben verantwoordelijk voor het onrecht dat Jezus is aangedaan.’
Prachtig dat Jezus het brood is,
maar om het te eten moet je jezelf, met al je pretenties, opgeven.
Ook daarom lijkt het me niet zo gek de vraag te stellen:
is er geen ander brood?

dia 15 – maar: Jezus is de enige die je aan God verbindt
Vaak lijkt dat er in ieder geval wel te zijn.
Laten we niet doen alsof christenen gelukkig zijn,
terwijl wie geen christen is steeds die leegte voelt.
Nee: christenen kunnen die leegte net zo goed voelen,
en hun toevlucht nemen tot aards brood.
Net zo goed kunnen niet-christenen heel gelukkig zijn,
en niet het gevoel hebben dat er iets in hun leven mist.

Tóch geloof ik dat er uiteindelijk geen ander brood is dan Jezus.
Als het klopt dat we gemaakt zijn om met God te leven,
om aangesloten te zijn op onze maker,
als het klopt dat de honger die wij hebben een honger naar God is,
dan is Jezus écht de enige die je kan vullen.
En dat geloof ik!
Zonder God kunnen wij het heel aardig voor elkaar hebben,
je kunt er een heel eind mee komen in het leven,
maar uiteindelijk mis je het belangrijkste.
Augustinus, een kerkleider uit de 4e en 5e eeuw, zei het zo:
‘onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in u.’
Dat is precies wat christenen door de eeuwen hebben ervaren:
écht leven is leven in verbondenheid met God.

4. Eet van het levensbrood
dia 16 – eet van het levensbrood
Dus wil je leven, écht leven,
wil je dat die knagende onrust in je verdwijnt?
Eet dan van het levensbrood!

dia 17 – laat Gods geschenken niet Gods plaats innemen
Dat betekent niet dat je moet stoppen met al die andere dingen die ik noemde.
Een avond op de bank hangen en series kijken: prima.
Aandacht besteden aan goed eten: niets mis mee.
Seks, geld, werk: bij goed gebruik zijn het prachtige cadeaus van God!
Het gaat er niet om dat je als christen nergens meer van zou mogen genieten,
omdat je pas van Jezus écht gelukkig wordt.
Nee: geniet van de mooie dingen in het leven die God geeft!
Als je maar niet verwacht dat die dingen de honger in je hart kunnen wegnemen.
Laat al die mooie dingen van God niet in de plááts van God komen.
Dat je pas gelukkig bent als… nou ja, noem maar op.
Nee, de basis is dat je echt leeft als je met God leeft,
en dan mag je met een gerust hart van zijn geschenken genieten.

dia 18 – geloof ‘in’ Jezus: omarm hem!
Maar wat is dat dan, eten van het levensbrood?
Jezus legt het zelf al uit, nog voor hij zegt dat hij het brood is:
‘dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft.’
Geloven in Jezus dus – dat is alles!
Maar ‘geloven in’ is wel meer dan ‘geloven dat’:
je kunt geloven dat Jezus geleefd heeft,
is gekruisigd, is opgestaan en op een dag terug komt: je houdt het voor waar.
Geloven ‘in’ gaat verder: je eet het levensbrood,
je omarmt wie Jezus is, je maakt het je eigen.
Net als brood: je kunt er naar kijken,
maar daar wordt je honger niet minder van.
Dan kun je het maar beter eten!
Geloven in Jezus is niet alleen kijken, maar ook eten.

En dan hoop ik dat je iets proeft wat naar meer smaakt.
Dat je iets proeft van het echte leven.
Dat je je minder leeg voelt, je honger en rusteloosheid gestild worden.
Dat je ervaart dat Jezus je echt geluk geeft,
en dat je al die andere mooie dingen kunt relativeren.
Jezus zegt: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’
Eet jij van dit hemelse brood?
Amen.




Johannes 15:5 | Vruchtbaar geloven

Christen zijn is niet hetzelfde als afwachten. Nu Jezus bij zijn Vader is, gaat hij door met zijn werk door zijn volgelingen heen. Als je aan Jezus verbonden bent, draag je vrucht. Dat is dan ook het geheim van een bloeiend geloofsleven en een aantrekkelijke kerk: blijf dicht bij Jezus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 95 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Gezang 656 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: Galaten 5 : 13 – 26
Zingen: GKB Gezang 164 (canon)
Lezen: Johannes 15 : 1 – 17
Zingen: NLB Psalm 80 : 4, 6 en 7
Preek over Johannes 15 : 5
Zingen: NLB Gezang 838 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Vruchtbaar geloven

Inleiding
dia 1 – ziek
3 Weken geleden was ik ziek.
De griep die half Nederland al geveld had, kreeg ook mij in z’n greep.
Dus ik was heel erg zielig – vraag maar aan mijn vrouw…

Nu duurde die griep wel erg lang.
Ik ben wel eens 1 of 2 dagen ziek,
maar dat ik een hele week het liefst in bed lig,
dat heb ik volgens mij nog nooit eerder meegemaakt.
Dus toch maar eens de huisarts gebeld voor een afspraak – wat ik ook nooit doe.
Maar het was een vruchtbaar bezoekje.
Binnen 5 minuten stond ik weer buiten,
mét een recept voor een antibiotica-kuurtje.
Thuis ben ik direct met de kuur begonnen,
en tot mijn grote verbazing voelde ik me binnen een uur weer lekker,
na een week waarin mijn hele lichaam zeurde.
Natuurlijk, ik was er nog niet,
ik was blij dat ik nog even rustig aan kon doen om wat aan te sterken,
maar vanaf mijn bezoek huisarts was de stijgende lijn ingezet.

Het lijkt me dat je het daar als huisarts ook voor doet.
Het is fijn als je werk resultaat heeft.
Liever zo dan dat ik na een week weer op het spreekuur zou verschijnen
met de mededeling dat het allemaal niets heeft geholpen.
Resultaat is mooi!

dia 2 – leren
Je gaat ook niet een avond, misschien zelfs tot diep in de nacht,
leren voor een belangrijke toets
om vervolgens een 3,5 te halen.
Natuurlijk, dat kan gebeuren, en dat is balen.
Dan heeft jouw blokken helemaal geen zin gehad.
Als je toch een nacht doorhaalt om te leren,
dan wil je ook wel graag resultaat zien.

dia 3 – vruchtbaar geloven
Resultaat: daar heeft Jezus het ook over.
Dat lees je in Johannes 15:5:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.
Maar zonder mij kun je niets doen.’
Als wij in Jezus blijven, gebeurt er iets: we dragen vrucht!
In Jezus geloven werkt iets uit, heeft resultaat.
Daarom is het thema vanmorgen: vruchtbaar geloven.

1. Verlangen naar vrucht
dia 4 – verlangen naar een bloeiend geloof
‘Blijf in mij’, zegt Jezus, ‘dan zul je vrucht dragen.’
Wat een heerlijke belofte is dat!
Ik denk dat iedereen die in Jezus gelooft hier wel naar verlangt.
Zoals een huisarts blij is als zijn behandeling resultaat heeft,
zoals je blij bent als je na een nacht blokken ook een hoog cijfer haalt,
zo wil je als volgeling van Jezus ook vrucht dragen.

In je persoonlijke leven.
Dat je merkt dat geloven je een ander mens maakt.
We hebben uit Galaten 5 gelezen over de vrucht van de Geest.
Over liefde, vreugde en vrede,
over geduld, vriendelijkheid en goedheid,
over geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Wat is het heerlijk als je bij jezelf steeds meer van die vruchten ziet.
Dat je bijvoorbeeld een driftkikker bent, dat is nu eenmaal je karakter,
maar dat je merkt dat je jezelf steeds beter kunt beheersen.
Of dat je een somberaar bent,
maar je merkt dat geloven in Jezus je vreugde geeft,
en dat daardoor je sombere inslag je leven niet beheerst.
Helemaal mooi is het als anderen dat ook aan je zien:
‘wat is dat aan jou, dat je zo’n rust over je hebt?
Kun je mij leren hoe ik dat ook kan krijgen?’

Ook als gemeente verlangen we naar vrucht.
We willen graag een bloeiende, groeiende, levendige en aantrekkelijke gemeente zijn.
Een gemeente waar het helemaal geen vraag is
of je op zondag wel of niet naar de kerk gaat,
omdat het zo fijn is er te zijn dat je het echt ziet als het hoogtepunt van je week.
Dat je geen betere manier kunt bedenken om de week te beginnen
dan samen te zijn met de gemeente.
Een gemeente waar je ook niet op het laatste moment nog binnenkomt,
maar waar je het liefst een half uur voor de dienst er al bent,
omdat je zo graag andere gemeenteleden ontmoet,
en dat het dan zo goed is samen dat de dienst maar een kwartiertje later begint.
Een gemeente waar we elke week gasten mogen verwelkomen,
die zich direct thuis voelen omdat de sfeer goed is.
Een gemeente die onmisbaar is voor je geloof,
en waar je enthousiast over vertelt aan anderen.

dia 5 – vrucht: laten delen in Gods liefde
Want dát is vrucht dragen.
Als wij vrucht dragen, dan is de liefde in alles te proeven.
In het gedeelte dat we uit Johannes 15 lazen,
heeft Jezus het eerst over vrucht dragen, en daarna over liefde.
Daar komt vrucht dragen uiteindelijk op neer:
blijf in de liefde van Jezus, heb elkaar lief.
Geen gemakkelijke opdracht, want Jezus vertelt hoe ver die liefde gaat:
‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’
En dat is voor Jezus geen grootspraak: het is precies wat hij gaat doen.
Liefde is dé vrucht, ook in Galaten 5:
al die vruchten van de Geest beginnen met de liefde.

Maar die liefde is niet alleen naar binnen toe,
dat je het als gemeente goed hebt met elkaar,
maar de buitenwereld op afstand houdt.
Jezus zegt juist:
‘ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Op weg gaan: dat zegt Jezus vaker als hij zijn leerlingen er op uitstuurt
om de wereld te vertellen over het koninkrijk van God.
Vrucht dragen is ook dat die liefde van Jezus naar buiten gaat.
Dat Gods liefde door jou heen anderen bereikt.
Dat we een gemeente zijn waar mensen in aanraking komen met Jezus,
dat we uitstralen hoe goed het is met Jezus te leven.
We zijn een vruchtbare gemeente als mensen tot geloof komen.

dia 6 – of is het allemaal voor niets geweest?
Jezus zegt dit allemaal als de vrucht verder weg lijkt dan ooit.
Het is donderdagavond.
Eerder die avond hebben Jezus en zijn leerlingen gegeten.
Na het eten ontstond er een heel gesprek aan tafel – dat is Johannes 14.
Aan het einde van dat hoofdstuk zegt Jezus: ‘kom, laten we hier weggaan.’
Ik houd het er maar op dat ze dat inderdaad hebben gedaan,
dat ze hun sandalen hebben aangetrokken voor een avondwandeling.
Ze gaan op weg naar de olijfgaard – het einde tegemoet.
Want dat is het: in de olijfgaard zal Jezus gearresteerd worden,
en dan is het afgelopen.
Is het dan allemaal voor niets geweest?
Het lijkt erop dat Jezus’ eigen leven vruchteloos blijft.
Hij heeft zijn best gedaan, hij heeft ook een beweging op gang gebracht,
maar dat wordt nu vroegtijdig ten einde gebracht.
Juist nu lijkt het dat het leven van Jezus zinloos is geweest, zonder resultaat.

Tijdens die laatste avondwandeling begint Jezus over de wijnstok en de vruchten.
Precies wat de leerlingen nodig hebben.
Ze hebben 3 jaren van hun leven aan Jezus gegeven.
Jaren waar ze ook heel wat andere dingen hadden kunnen doen.
Bouwen aan een carrière, bouwen aan een huis, bouwen aan een gezin.
Maar dat hebben ze allemaal op een lager pitje gezet,
want Jezus had op hen een onweerstaanbare aantrekkingskracht.
Wat hebben ze deze jaren veel geleerd – ze hadden ze nooit willen missen.
Maar is het nu voorbij?
Eindigt het in een grote domper,
en moeten ze na de onvermijdelijke dood van Jezus
weer terug naar het leven zoals het was voor Jezus kwam?

2. Vruchtbaar geloven
dia 7 – Jezus is de wijnstok: visitekaartje van God (wijnstok)
En dan zegt Jezus: ‘nee!
Het wordt allemaal anders, zeker weten.
Ik ga terug naar mijn Vader.
Het zal niet meer zo worden als de afgelopen 3 jaren.
Maar die jaren waren nog maar het begin!
De beweging die ik in gang heb gezet, stopt niet.
Door jullie heen ga ik verder met mijn werk!’

Jezus vergelijkt zichzelf met een wijnstok, een druivenplant.
Misschien wel omdat ze tijdens hun avondwandeling langs een wijngaard liepen,
en Jezus aan de hand van de wijnstokken die iedereen daar ziet
nog eens uitlegt wie hij is.
Jezus is niet zomaar een wijnstok, maar de wáre wijnstok.
In de bijbel, in het Oude Testament,
wordt Israël op verschillende plaatsen met een wijnstok vergeleken.
Bijvoorbeeld in Psalm 80, waar we al uit zongen.
Als je in Amsterdam een van de vele souvenirwinkels binnenloopt,
vindt je overal tulpen, klompen en molens – en wiet.
Dat zijn onze nationale symbolen.
In de souvenirwinkels van Jeruzalem staat alles in het teken van de wijnstok.

Maar die wijnstok is wel een pijnlijk symbool.
In Jesaja 5 gaat het over hoe teleurgesteld God is in zijn wijngaard.
Het was Gods bedoeling dat Israël dicht bij God zou leven,
dat het leven in Israël daardoor goed zou zijn,
en dat andere volken daardoor aangetrokken zouden worden tot Israëls God.
Maar daar is bitter weinig van terecht gekomen.
Israël had moeten bloeien, en zo een visitekaartje van God moeten zijn,
maar volgens Jesaja 5 hangen er slechts wrange druiven.
Van deze wijngaard wil je geen wijntje!

Maar Jezus is de wáre wijnstok.
Eentje waar heerlijke druiven aan hangen!
Jezus wordt gedreven door de liefde van de Vader,
en iedereen, zelfs Jezus’ vijanden, merkt dat aan hem.
Jezus wijst steeds naar de Vader,
nodigt steeds uit om de Vader te eren.
Jezus is hét visitekaartje van God.

dia 8 – Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen
Uniek aan deze ik-ben-uitspraak van Jezus,
is dat hij niet alleen ‘ik ben’ zegt, maar ook ‘jullie zijn’.
Jezus is de wijnstok, zijn leerlingen, zijn volgelingen,
en daar horen Jezus’ volgelingen vandaag net zo goed bij, zij zijn de ranken.
Nu moet ik bekennen dat ik van plantenkunde niet zoveel verstand heb,
en ik me bij ranken dus niet echt een goede voorstelling kan maken.
Ik heb nog geprobeerd op internet uit te zoeken hoe dat zit,
maar ik ben er weinig wijzer van geworden…
Toch denk ik dat het beeld wel duidelijk is:
druiven groeien niet direct aan de stam, daar zit altijd nog iets tussen.
Dát zijn de volgelingen van Jezus.

Het leven van Jezus is niet vruchteloos,
ook niet als hij na Pasen teruggaat naar zijn Vader.
Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen.
De verbondenheid tussen Jezus en zijn leerlingen blijft,
ook al is het anders dan het in de afgelopen 3 jaren was.
Als wij aan Jezus verbonden blijven,
dan stroomt de liefde van Jezus door ons heen,
en dan worden de vruchten van Jezus werk in ons zichtbaar.
In je eigen leven: dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.
En in de gemeente: dat we een bloeiende gemeente zijn.

Er zit wel een andere kant aan.
Een harde kant ook.
Er zijn ranken die geen vrucht dragen.
Gelovigen, aan wie niet te merken is dat ze bij Jezus horen,
waar Jezus liefde niet doorheen stroomt.
Kerken, die in zichzelf gekeerd zijn.
Dan zegt Jezus: ‘zulke ranken, daar heb ik niets aan.
Ze zitten alleen de groei van de andere ranken maar in de weg.’
Deze ranken worden afgesneden van de wijnstok.
Vrucht dragen is voor christenen niet een extraatje,
iets voor de Jesus-freaks onder ons.
Als je als christen geen vrucht draagt, dan is er iets goed mis!

dia 9 –uiteindelijke doel: de grootheid van de Vader
Het christelijk geloof wordt wel eens vertekent.
Alsof het er om gaat dat je in Jezus gelooft,
dat hij is gekruisigd en opgestaan,
dat daardoor jouw zonden worden vergeven
en je in de hemel mag komen, het einddoel.
En op zich is dat nog waar ook,
maar het is wel een verknipt, een half evangelie.
Jezus zet het in Johannes 15 anders neer.
Geloven in Jezus is veel meer dan bepaalde dingen voor waar houden.
Het is in Jezus blijven, innig aan hem verbonden zijn.
Als dat zo is, dan draag je vrucht.
En dan komt er een heel ander einddoel, vers 8:
‘de grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden
wanneer jullie veel vrucht dragen.’
Hét doel is de grootheid van de Vader!

Daarom is het ook zo pijnlijk als onder christenen geen liefde te proeven is:
dan zijn we niet bepaald een aanbeveling voor de Vader.
Maar dragen we vrucht, als christen en als gemeente,
dan is dat niet alleen mooi voor ons,
omdat dat een fijne, positieve sfeer geeft,
maar geven we vooral de Vader eer!

3. Zelf aan de slag?
dia 10 – zelf aan de slag?
Nu heb ik vorige week juist gezegd
dat geloven geen kwestie is van stappenplannen.
Jezus zegt: ‘ik ben de weg’ –
dat betekent dat, hoe hard we het ook proberen,
we met alles wat wij doen niet dichter bij God komen.
Er is maar één manier: dicht bij Jezus leven, die je bij God brengt.
Moeten we nu toch weer zelf aan de slag?

dia 11 – een opdracht, maar vooral een belofte!
Jezus geeft zeker opdrachten.
‘Blijf in mijn liefde.’
‘Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben.’
‘Ik draag jullie op om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Maar het zijn geen dingen om zelf mee aan de slag te gaan.
Jezus zegt ook: ‘zonder mij kun je niets doen.’
Het begint met het dicht bij Jezus blijven!
En als je dat doet, gebeurt er wat.
Dat is een opdracht, zeker, maar het is nog meer een belofte.
Jezus zegt: ‘als iemand in mij blijft en ik in hem,
zál hij veel vrucht dragen.’
Jezus zegt dus niet dat je dan veel vrucht móet dragen,
maar dat het zal gebeuren!
Laat Jezus’ liefde binnenkomen, dan zal het je in beweging zetten.

4. Het geheim van vrucht
dia 12 – het geheim van vrucht
Het is fijn om resultaat te zien,
en het is ook de bedóeling dat christenen vrucht dragen.
Het verlangen naar dat je meer op Jezus gaat lijken,
het verlangen naar de vrucht van de Geest,
het verlangen naar een bloeiende, aantrekkelijke gemeente:
dat is een goed verlangen.
Maar wat is het geheim?

dia 13 – het begint met dicht bij Jezus blijven
Wij hebben vaak de neiging het te zoeken in vormen en plannen.
En er is helemaal niets mis mee
om met enige regelmaat bestaande vormen kritisch tegen het licht te houden.
Zijn we nog op de goede weg,
of doen we de dingen zo omdat we ze altijd zo gedaan hebben?
Soms moeten dingen veranderen,
soms moet je gewoon actie ondernemen.

Maar het geheim van vruchtbaar geloven
is zo eenvoudig, en tegelijk zo moeilijk:
blijf heel dicht bij Jezus Christus.
Als wij een bloeiende gemeente willen zijn
en het zoeken in vormen en actieplannen,
dan zitten we op het verkeerde spoor.
Het begint met dat we hecht aan Jezus verbonden zijn.

dia 14 – 1. laat je snoeien (snoeischaar)
Daarover nog 2 dingen.
Het eerste: soms moet er gesnoeid worden.
Jezus zegt: ‘elke rank die vrucht draagt, snoeit mijn Vader bij.’
Bij een druivenplant kan het zijn
dat er zoveel bladeren zijn, dat de druiven in de schaduw hangen.
Dat kan ook in je leven als christen gebeuren:
dat er zoveel dingen in je leven zijn die jij belangrijk vindt,
dat alle energie daarheen gaat, en je nauwelijks vrucht draagt.
Je gaat op in je werk, je probeert je leven onder controle te houden,
je zit vol zorgen, je voelt druk om uit het leven te halen wat er in zit:
allemaal dingen waardoor je vruchten in de schaduw komen.
Laat je dan snoeien!

dia 15 – 2. houd Jezus’ woorden vast
Het tweede: Jezus verwijst naar zijn woorden en zijn geboden,
dat is waar je in moet blijven.
Dat is al iets tastbaarder dan ‘blijf in mij’.
Blijf bij wat Jezus heeft gezegd, wees daarmee vertrouwd.
Zoals ik ergens las:
‘richt je leven zo in dat je jezelf geen dag de kans geeft Jezus te vergeten.’

Blijf in Jezus – dat is het geheim van een vruchtbaar geloof.
Dat is het geheim van een bloeiende kerk.
Dan wordt de grootheid van de Vader in ons zichtbaar.
Amen.